﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE avvcao PUBLIC "-//SDU//DTD cao xml 1.1//NL" "../../dtd/cao-11.dtd"[]>
<avvcao publtype="caoo">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2000-246-CAO1860/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="0.7" conv="prod1.5__2.7" markup="xa"></versie>
    <ordernr>CAO1860</ordernr>
    <branche>Bouwbedrijf</branche>
    <jaar>2000</jaar>
    <soort>Verbindendverklaring CAO-bepalingen</soort>
    <caonr>AI Nr. 9469</caonr>
    <bron>
      <bronregel>Bijvoegsel Stcrt. d.d. 19-12-2000 nr. 246</bronregel>
      <stcdat>19-12-2000</stcdat>
      <stcnr>246</stcnr>
    </bron>
    <kop>
      <titel>MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID</titel>
      <subtitel>ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST
VOOR  HET BOUWBEDRIJF</subtitel>
    </kop>
  </frontm>
  <body>
    <consider>
      <al>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</al>
      <al>Gelezen de verzoeken van Partijen bij de collectieve arbeidsovereenkomst
voor het Bouwbedrijf, namens het Nederlands Verbond van Ondernemers in de
Bouwnijverheid, de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers, de Nederlandse
Vereniging van Wegenbouwers, de Vereniging Grootbedrijf Bouwnijverheid, de
Vereniging van Waterbouwers in Bagger-, Kust- en Oeverwerken, de Vereniging
van Boor, Kabelleg- en Buizenlegbedrijven en de Vereniging Aannemers Grond-,
Water- en Wegenbouw als partijen te ener zijde mede namens de Bouw- en Houtbond
FNV, de Hout- en Bouwbond CNV en de Vakvereniging Het Zwarte Corps als partijen
te anderer zijde bij de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Bouwbedrijf,
strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve
arbeidsovereenkomst;</al>
      <al>Overwegende,</al>
      <al>dat genoemde collectieve arbeidsovereenkomst in werking is getreden,</al>
      <al>dat van de verzoeken tot algemeen verbindendverklaring mededeling is gedaan
in de Staatscourant,</al>
      <al>dat naar aanleiding van deze verzoeken in eerste instantie schriftelijk
bedenkingen zijn ingebracht door:</al>
      <inspring nivo="1">
        <nr>a.</nr>
        <al>Barents &amp; Krans, namens ICDS Constructors LTD;</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="1">
        <nr>b.</nr>
        <al>Houthoff Buruma, namens Algemene bond uitzendondernemingen;</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="1">
        <nr>c.</nr>
        <al>Nederlandse bond van bemiddelings- en uitzendondernemingen.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="1">
        <nr>d.</nr>
        <al>Hocker Rueb &amp; Doelman, namens Conga;</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="1">
        <nr>e.</nr>
        <al>Stichting samenwerkende metaal en technische bedrijfstakken,
welke bedenkingen bij brief van 20 april 2000 zijn ingetrokken;</al>
        <al>dat
naar aanleiding van deze verzoeken in tweede instantie schriftelijke bedenkingen
zijn ingebracht door:</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="1">
        <nr>f.</nr>
        <al>Barents &amp; Krans, namens ICDS Constructors LTD;</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="1">
        <nr>g.</nr>
        <al>Algemene bond uitzendondernemingen;</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="1">
        <nr>h.</nr>
        <al>Höcker, Rueb &amp; Doeleman, namens Conga,</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>ad. a.</nr>
      </inspring>
      <inspring nivo="2">
        <al>Dat de bedenkingen van ICDS Constructors LTD als volgt
zijn samen te vatten:</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="2">
        <al>De bedenkingen van ICDS richten zich in het bijzonder
tegen avv van artikel 1, leden 3 en 5 in samenhang met artikel 1a van de CAO,
voor zover deze bepalingen arbeidsverhoudingen tussen een in het buitenland
gevestigde werkgeefster en haar in datzelfde buitenland woonachtige werknemers
onder de werkingssfeer van de cao brengen.</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>ad. b.</nr>
      </inspring>
      <inspring nivo="2">
        <al>Dat de bedenkingen van de Algemene Bond Uitzendondernemingen
als volgt zijn samen te vatten:</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="2">
        <al>ABU maakt bezwaar tegen algemeen verbindendverklaring
van artikel 4, leden 1 tot en met 6 van de CAO, waardoor van uitzendondernemingen
wordt verlangd de Bouw-cao na te leven, zonder enig onderscheid of enige beperking
in de na te leven bepalingen.</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>ad. c.</nr>
      </inspring>
      <inspring nivo="2">
        <al>Dat de bedenkingen van de Nederlandse Bond van Bemiddelings-
en Uitzendondernemingen als volgt zijn samen te vatten:</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="2">
        <al>De bedenkingen van de NBBU richten zich op de overlap
in werkingssfeer tussen de CAO Bouwbedrijf en NBBU-cao voor uitzendkrachten
en de overlap tussen pensioenregelingen.</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>ad. d.</nr>
      </inspring>
      <inspring nivo="2">
        <al>Dat de bedenkingen van Conga als volgt zijn samen te
vatten:</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <nr>a.</nr>
        <al>Het meest verstrekkende bezwaar tegen avv van de cao voor het
Bouwbedrijf is gelegen in de wijze van totstandkoming van die cao en met name
het uitsluiten van Conga bij de totstandkoming van die cao.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <al>Naar het oordeel van Conga wordt hiermee in strijd
gehandeld met artikel 6 van het Europees Sociaal Handvest en het door Nederland
geratificeerde IAO-verdrag 154, betreffende de bevordering van het collectief
onderhandelen.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <nr>b.</nr>
        <al>De ter algemeen verbindendverklaring aangemelde Statuten en
Reglementen van de fondsen voor de bouwnijverheid bepalen dat aan partijen
bij de cao verslag dient te worden gedaan. AVV van deze statuten en reglementen
leidt er niet toe dat aan niet- of andergeorganiseerden een verslaglegging
behoeft te worden gedaan. Dit, terwijl wel premie betaald moet worden.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <al>Naar het oordeel van Conga dient, indien de fondsen
al algemeen verbindend worden verklaard, uitdrukkelijk te worden bepaald dat
verslaglegging tevens aan Conga dient plaats te vinden.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <nr>c.</nr>
        <al>Algemeen verbindendverklaring wordt verzocht van het OenO-fonds,
ook van de bepaling betreffende de B-gelden. Bij vorige avv-verklaringen zijn
de B-gelden niet algemeen verbindend verklaard, eerst door deze niet te noemen,
vervolgens door een noot daaraan te verbinden dat geen gelden van niet- of
anders georganiseerden aan het doel van de B-fondsen mag worden besteed. Die
formulering leidt tot problemen. Immers, niet uitdrukkelijk is bepaald dat
niet- of anders georganiseerden geen premie verschuldigd zijn voor de B-fondsen,
waardoor onzekerheid ontstaat.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <nr>d.</nr>
        <al>Conga maakt bezwaar tegen algemeen verbindendverklaring van
artikel 32 van de CAO en het Vorstuitkeringsreglement, omdat de premie voor
de vorstverletregeling van 6% naar 10,4% is verhoogd en omdat de reserves
van het fonds ad f 750 miljoen zijn overgedragen aan de stichting VUT/SUB.
Het Vorstrisico-fonds is bedoeld het risico bij onwerkbaar weer te verzekeren,
zodat de daarvoor opgebrachte gelden niet kunnen worden besteed aan andere
doelen. Bovendien maakt Conga bezwaar tegen de introductie van het begrip „gevoelstemperatuur".
Voor arbeidsintensieve bedrijven, zeker onderaannemers, is het welhaast onmogelijk
aan het bepaalde hieromtrent gevolg te geven.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <nr>e.</nr>
        <al>Artikel 3 van de CAO bepaalt dat de werkgever verplicht is
in overeenkomsten van onderaanneming met zelfstandige onderaannemers die als
werkgever in de zin van deze cao gelden, te bedingen dat zij de bepalingen
van deze cao zullen naleven en op de door hen af te sluiten individuele arbeidsovereenkomsten
van toepassing zullen verklaren. Een dergelijke bepaling houdt in dat zelfstandige
onderaannemers, zoals de bij de leden van de Conga aangesloten bedrijven,
slechts met hoofdaannemers overeenkomsten kunnen sluiten indien zij in de
met hen te sluiten arbeidsovereenkomsten de cao voor het Bouwbedrijf van toepassing
verklaren. Reeds op zichzelf is deze bepaling naar het oordeel van Conga in
strijd met de mededingingswetgeving.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <nr>f.</nr>
        <al>De collectieve arbeidsovereenkomst regeert ook in andere artikelen
over zijn graf heen. Zo wordt in artikel 10.2 afgeweken van de Flexwet en
wordt voorgeschreven dat de standaardarbeidsovereenkomst dient te worden gebruikt,
waarin de CAO van toepassing wordt verklaard.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <nr>g.</nr>
        <al>Conga maakt ook bezwaar tegen het gesloten karakter van de
besturen van de fondsen. Slechts partijen bij de cao kunnen bestuursleden
aanwijzen. De praktijk laat zien dat daardoor specifiek op de werkzaamheden
van gespecialiseerde aannemers toegesneden aktiviteiten niet kunnen worden
uitgevoerd.</al>
      </inspring>
      <inspring nivo="3">
        <al>Conga is van oordeel dat om deze redenen de cao voor
het Bouwbedrijf niet algemeen verbindend verklaard kan worden.</al>
        <al>Overwegende
ten aanzien van deze bedenkingen van ICDS, ABU en NBBU:</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <al>dat door partijen betrokken bij de CAO voor het Bouwbedrijf de bepalingen
waartegen de bedenkingen van ICDS, ABU en NBBU zich richten uiteindelijk buiten
het avv-verzoek zijn gehouden en daarnaast door partijen bij de CAO voor het
Bouwbedrijf nadrukkelijk is aangegeven, dat aan deze bedenkingen tegemoet
is gekomen, waardoor de grond voor deze bedenkingen is komen te vervallen;</al>
      <al>dat het avv-verzoek zich niet richt op de verplichte pensioenregeling
en dat de grond voor deze bedenkingen van NBBU derhalve ontbreekt;</al>
      <al>Overwegende ten aanzien van deze bedenkingen van Conga:</al>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>a.</nr>
        <al>Dat op grond van § 6.2.3. van het Toetsingskader
AVV bedenkingen in verband met onvoldoende toegang tot het cao-overleg doorgaans
geen grond zijn avv te weigeren. Het betrokken worden bij en/of het toegelaten
worden tot het cao-overleg over het afsluiten van een cao is primair een zaak
van cao-partijen.</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>b.</nr>
        <al>dat in de statuten en reglementen van de fondsen voor de Bouwnijverheid
is vastgelegd, dat de jaarlijks op te stellen verslagen op aanvraag worden
toegezonden aan de bij het fonds betrokken organisaties en Conga derhalve
kennis kan nemen van de jaarverslagen.</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>c.</nr>
        <al>dat het zogenoemde B-fonds van het OenO-fonds naar haar aard
en op basis van het Toetsingskader AVV niet voor avv in aanmerking komt. Partijen
bij de CAO voor het Bouwbedrijf hebben inmiddels de betreffende cao-bepaling
buiten het avv-verzoek gehouden.</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>d.</nr>
        <al>dat het vaststellen van de inhoud van de cao behoort tot de
bevoegdheid van de bij de cao betrokken partijen. Voor zover de bedenkingen
zich richten tegen overheveling van gelden uit het Risicofonds naar het VUT-fonds
kan worden opgemerkt, dat het bestuur op grond van artikel 2a van het Reglement
van het Risicofonds bevoegd is tot premierestitutie aan de deelnemende werkgevers.
In artikel 15 van de Voorwaarden VUT (bijlage 7 bij de cao) is aangegeven
dat gelden afkomstig uit de eenmalige premierestitutie van o.a. het Risicofonds
worden aangewend voor een eenmalige premieheffing voor de affinanciering van
de VUT-verplichtingen. In dit artikel is tevens bepaald, dat werkgevers die
geen premierestitutie hebben ontvangen niet worden belast met de eenmalige
heffing voor de VUT.</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>e.</nr>
        <al>dat over de bedenkingen tegen artikel 3 van de CAO voor de
Bouwnijverheid kan worden opgemerkt, dat het betreffende artikel op grond
van § 6.2.1. van het Toetsingskader niet voor avv in aanmerking
komt.</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>f.</nr>
        <al>dat bij de toetsing van artikel 10.2 van de Bouw-cao is gebleken,
dat deze bepaling geen kennelijke strijdigheid met wetgeving oplevert, daar
de Wet Flexibiliteit en Zekerheid de mogelijkheid biedt af te wijken.</al>
      </inspring>
      <witreg></witreg>
      <inspring nivo="1">
        <nr>g.</nr>
        <al>dat het vaststellen van de inhoud van de cao behoort tot de
bevoegdheid van de bij de cao betrokken partijen. Uit de cao voor het Bouwbedrijf
en de Statuten en Reglementen van het OenO-fonds blijkt, dat indien aan de
voorwaarden voor subsidie wordt voldaan, instellingen een subsidie-aanvraag
kunnen indienen.</al>
        <al>Overwegende ten aanzien van de bedenkingen in tweede
instantie van ICDS, ABU en Conga, dat deze voor een belangrijk deel als een
herhaling van de bedenkingen in eerste instantie kunnen worden aangemerkt;</al>
        <al>Overwegende dat in het licht van de met cao-partijen gemaakt afspraken
over de op termijn aan te passen structuur van de in de cao opgenomen fondsen,
de bepalingen van de in de cao vigerende fondsen algemeen verbindend worden
verklaard tot en met 31 december 2001;</al>
        <al>Overwegende tenslotte,</al>
        <al>dat de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst gelden voor
een belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen;</al>
        <al>Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend
en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;</al>
        <al>Gelet op het overleg met de Stichting van de Arbeid;</al>
      </inspring>
    </consider>
    <besluit>
      <al>Besluit: </al>
      <al>I. Trekt in zijn besluit van 21 december 1998 (Stcrt. 1998, nr. 247),
voor zover daarin werd overgegaan tot het algemeen verbindend verklaren van
bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor het Bouwbedrijf, zulks
met inachtneming van hetgeen onder VI en VII is bepaald;</al>
    </besluit>
    <al>II. Verklaart algemeen verbindend tot en met 31 december 2000 en voorzover
het betreft:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>artikel 35a en 35 b, lid 1 en 4 tot en met 5 januari 2001;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>artikel 31, lid 1 tot en met 31 maart 2001;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>artikel 31b tot en met 30 april 2001;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>artikel 35b, lid 3 tot en met 31 december 2001;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>artikel 2, hoofdstuk 8, hoofdstuk 12, artikel 32, artikel
37 tot en met 31 december 2001;</al>
      <al>de navolgende bepalingen van de collectieve
arbeidsovereenkomst alsmede de bij deze CAO behorende statuten en reglementen
zoals genoemd in artikel 28 van dit besluit , zulks met inachtneming van hetgeen
onder III, IV, V, VI, VII en VIII is bepaald:</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 1</nr>
      <titel>DEFINITIES EN WERKINGSSFEER</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Onder „deze collectieve arbeidsovereenkomst" (nader
ook genoemd „deze CAO") wordt verstaan de overeenkomst met de daarbij
behorende bijlagen en reglementen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Onder „partijen" worden verstaan werkgevers- en werknemersorganisaties
die deze CAO hebben ondertekend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Onder „werkgever" wordt verstaan elke natuurlijke of
rechtspersoon die in Nederland arbeid doet verrichten als bedoeld in artikel
2, alsmede samenwerkingsverbanden, scholings- en werkervaringsverbanden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Onder „samenwerkingsverband" wordt verstaan een door
werkgevers opgerichte, regionaal werkende rechtspersoon welke voldoet aan
de voorwaarden zoals vastgesteld door Bouwradius (voorheen SVB) of de Stichting
SBW (SBW) en die ten doel heeft:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>met leerlingen uit de betrokken regio een arbeidsovereenkomst
te sluiten en deze een opleiding te geven volgens de richtlijnen van Bouwradius
of SBW, zoals genoemd in de Wet op het Cursorisch Beroepsonderwijs (WCBO (Stb.
1992, nr. 337)), dan wel</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>met leerling/werknemers uit de betrokken regio een praktijken
arbeidsovereenkomst te sluiten en daarbij als leerbedrijf overeenkomstig de
Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB (Stb. 1995, nr. 501)) op te treden,
dan wel</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>met personen uit de betrokken regio een arbeidsovereenkomst
te sluiten en daarmee de mogelijkheid te bieden een beroepsopleiding te volgen
conform de richtlijnen van de WEB, het samenwerkingsverband treedt daarbij
op als leerbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Onder een „scholings- en werkervaringsverband" wordt
verstaan een door werkgevers en werknemers opgerichte, regionaal werkende
rechtspersoon welke voldoet aan de voorwaarden zoals vastgesteld door partijen
en die ten doel heeft te voorzien in scholing en werkervaring voor moeilijk
plaatsbare werklozen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Onder „werknemer" wordt verstaan hij/zij die bij een
werkgever als bedoeld onder lid 3 van dit artikel in Nederland werkzaam is:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ingevolge een arbeidsovereenkomst;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>ingevolge een overeenkomst tot aanneming van werk, tenzij hij/zij
zelf ondernemer is;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>als hulp van de aannemer van werk onder b. bedoeld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Niet als „werknemer" worden beschouwd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>uitvoerders, en zij die in hoofdzaak toezichthoudende of administratieve
functies vervullen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>tekenaars, constructeurs en andere technici, onder wie organisatorische
en arbeidstechnische medewerkers;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>vertegenwoordigers, handelsreizigers en acquisiteurs;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>g.</nr>
      <al>schoonmakers en kantinepersoneel en andere personen die een
verzorgende functie (geen eigenlijke bedrijfsarbeid) uitoefenen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>h.</nr>
      <al>degenen, die voor ondernemingen, die bedrijfsklare projecten
afleveren, andere arbeid verrichten dan arbeid bij de uitvoering, de verbouwing
of het onderhoud van bouwwerken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>i.</nr>
      <al>coördinatoren in dienst van samenwerkingsverbanden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>j.</nr>
      <al>wakers en portiers en degenen die soortgelijke arbeid verrichten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>k.</nr>
      <al>vakantiewerkers en deelnemers aan de beroepspraktijkvorming
van de beroepsopleidende leerweg (voorheen practicanten).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>In afwijking van het vorenstaande gelden de bepalingen
betreffende de stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid,
zoals vastgelegd in de artikelen 28 tot en met 29a, alsmede artikel 39 ook
voor de werknemers als genoemd onder de subleden d. tot en met i. voorzover
de CAO voor het uitvoerend, technisch en administratief personeel in de Bouwbedrijven
op deze werknemers van toepassing is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Onder „jeugdige werknemer" wordt verstaan een werknemer
beneden de leeftijd van 22 jaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Onder „vakvolwassen werknemer" wordt verstaan een werknemer
van 22 jaar of ouder.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Met „gehuwde werknemer" wordt gelijkgesteld de (on)gehuwde
werknemer die duurzaam een gezamenlijke huishouding voert met een andere (on)gehuwde
en dit door middel van een notarieel vastgelegde samenlevingsovereenkomst
en/of partnerregistratie en/of door middel van een beschikking van de belastinginspecteur
aan de werkgever bekend heeft gemaakt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Met „echtgeno(o)t(e)" wordt gelijkgesteld de ongehuwde
partner waarmee een werknemer in de zin van deze CAO een gezamenlijke huishouding
voert en dit door middel van een notarieel vastgestelde samenlevingsovereenkomst
en/of partnerregistratie en/of door middel van een beschikking van de belastinginspecteur
aan de werkgever bekend heeft gemaakt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Met „huwelijk" wordt gelijkgesteld het geregistreerde
partnerschap.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Onder „werkplaatspersoneel" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>de werknemers die uitsluitend werkzaam zijn in een
werkplaats welke op een vaste plaats – doch niet op of nabij een werkobject –
gevestigd dient te zijn en zodanig moet zijn ingericht dat de werkzaamheden
ook bij vorst en andere ongunstige weersomstandigheden voortgang kunnen vinden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Onder werknemers „Industriële Bouw" worden verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>de werknemers die in dienst zijn bij ondernemingen,
welke overwegend met gebruikmaking van grote fabrieksmatig vervaardigde elementen
van beton, steen of kunststof bouwwerken tot stand brengen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Onder werknemers „Zwarte Corps" worden verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>de werknemers die als machinist de in de functielijst
onder nummers 34 en 95 genoemde functies vervullen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Onder werknemers „Heibedrijf" worden verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>de werknemers die in dienst zijn bij ondernemingen
welke zich bezighouden met het in de grond storten of indrijven respectievelijk
uittrekken van palen en damwanden en/of het uitvoeren van drainerings-, grondverdichtings-
en grondinjecteringswerken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>Onder werknemers „Kust- en Oeverwerken" worden verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>de werknemers die in dienst zijn bij ondernemingen
welke zich bezighouden met het aanleggen en onderhouden van dijken, strandhoofden
en dergelijke. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>Onder werknemers „Grondborings- en Buizenleggersbedrijf"
worden verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>de werknemers die in dienst zijn bij ondernemingen
welke zich bezighouden met de uitvoering van werkzaamheden op het gebied van
grondboringen, pompputten, sonderingen, bronbemalingen, regeninstallaties,
het leggen van buisleidingen en het maken van zinkers en doorpersingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Onder het „geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken"
wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>het geheel of gedeeltelijk uitvoeren met alle daartoe
dienstige materialen en werkwijzen van werken op het gebied van de Burgerlijke
en Utiliteitsbouw, Grond-, Water-, Spoor- en Wegenbouw, het Straatmakersbedrijf,
het Heibedrijf, de Kust- en Oeverwerken en het Grondborings- en Buizenleggersbedrijf,
alsmede werken die naar hun aard tot het bouwbedrijf moeten worden gerekend.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Onder „bouwwerken" zoals hiervoor bedoeld, worden verstaan
respectievelijk daarmee gelijkgesteld:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>1.</nr>
      <al>woningen, gebruiks- of bedrijfsgebouwen dan wel andere constructies
van bouwkundige aard, ovenbouw en schoorsteenbouw, voor zover geen onderdeel
van isolatiewerkzaamheden, alle dakbedekkingen niet zijnde bitumineuze of
van aluminium, kunststof, zink, lood of koper, egalisatie van terreinen, bouwrijp
maken, funderingen, steigerbouw, grondwerken anders dan van agrarische aard
alsmede cultuurtechnische werkzaamheden die geen direct verband houden met
de uitoefening van het agrarisch bedrijf, danwel het hoveniersbedrijf, riolerings-
en kabelnetten, grondborings-, bronbemalings-, sondeer- en buizenlegwerken,
zinkers, doorpersingen en regeninstallaties, kust- en oeverwerken, hei- en
funderingswerkzaamheden, waterbouwkundige kunstwerken, bouwkundige voorzieningen
voor land-, water- en luchtverkeer, sloopwerken, wegenbouw en bestratingswerkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>spoorwerken anders dan voor zover het betreft: het geheel of
gedeeltelijk uitvoeren van werkzaamheden op grond van het erkenningssysteem
van en volgens het veiligheidszorgsysteem van NS Railinfrabeheer en/of andere
opdrachtgevers op het gebied van railinfrastructuur, te weten het ontwerpen,
aanleggen, vernieuwen, instandhouden en onderhouden van spoorwerken in de
ruimste zin des woords of andere spoorsystemen, daaronder begrepen de daarvoor
noodzakelijke funderingen, bovenleidingssystemen, tractie- en andere energievoorzieningen,
bedienings- en beveiligingsinstallaties, het verhelpen van storingen en voorts
alle aanverwante activiteiten die plaatsvinden binnen en/of nabij het profiel
van vrije ruimte.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Elders dan op de bouwplaats verrichte werkzaamheden ter voorbereiding
van de bouw worden mede tot het uitvoeren gerekend, indien zij worden verricht
door de onderneming die het bouwwerk op de bouwplaats tot stand brengt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>Onder „productie voor derden" wordt mede verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>dienstverlening aan derden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>voorts ook het bouwen voor eigen rekening met het doel
het gebouwde aan derden te verkopen, of te verhuren, of op andere wijze ter
beschikking te stellen. Het bouwen van woningen enzovoorts voor eigen personeelsleden
wordt als bouwen in eigen beheer (artikel 2 lid 3) aangemerkt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>11.</nr>
      <al>Met ondernemingen, die bouwwerken uitvoeren, worden gelijkgesteld:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>verenigingen ten algemene nutte, voor zover zij civieltechnische
werken uitvoeren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>12.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Onder „garantieloon" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>het loon waarop de werknemer na toepassing van artikel
17 krachtens artikel 18 of artikel 19 per week of per uur recht kan doen gelden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>Onder „vast overeengekomen loon" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>het garantieloon vermeerderd met de eventueel overeengekomen
individuele toeslag conform artikel 21 lid 1.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>13.</nr>
      <al>Onder „voorman" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>de werknemer die leiding geeft aan tenminste 5 werknemers.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>14.</nr>
      <al>Onder „infrastructurele werken" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>wegen, spoorwegen en riolerings- en kabelnetten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>15.</nr>
      <al>Onder werknemers die behoren tot het Arbeidsbestand Bouwnijverheid
worden verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>werkloze werknemers in het Bouwbedrijf: hij/zij die werkloos
is en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een beroepsopleiding welke gegeven wordt onder auspiciën
van partijen, dan wel een Cvbouw-opleiding, dan wel een door partijen te organiseren
praktijktoets met succes heeft afgerond, en sindsdien ofwel in de bouw werkzaam
is geweest, dan wel als werkloze werknemer bij het Arbeidsbureau geregistreerd
staat, of;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>direct voorafgaand aan het moment van werkloos worden
5 jaar onafgebroken, eventueel onderbroken door korte perioden van werkloosheid
of arbeidsongeschiktheid, met een wezenlijk en als zodanig herkenbaar onderdeel
van het bouwen belast is geweest, of;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>in een periode van 15 jaar voorafgaand aan de huidige
werkloosheid gedurende ten minste 10 jaar in de bouw werkzaam is geweest in
de zin zoals bedoeld onder a. tweede streepje.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>jongere werkloze werknemers in het Bouwbedrijf: een werkloze
werknemer beneden de leeftijd van 25 jaar die niet voldoet aan een van de
criteria als omschreven onder a. en direct voorafgaand aan de werkloosheid
werkzaam is geweest in het Bouwbedrijf, en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>de opleiding VBO-Bouwtechniek heeft afgerond, of;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een door partijen aangewezen scholing dan wel praktijktoets
met goed gevolg heeft afgerond.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>16.</nr>
      <al>Onder „de sectorraad voor het Bouwbedrijf" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>het geheel van afspraken en taken op het gebied van
sociale verzekeringen en arbeidsmarktbeleid (inclusief werkgelegenheidsbeleid)
in het kader van de Stichting sectorraad voor het Bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>17.</nr>
      <al>Onder „SFB" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>de relevante werkmaatschappij(en) van de SFB Groep.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>18.</nr>
      <al>Onder „praktijkovereenkomst" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>de overeenkomst gesloten tussen de onderwijsinstelling,
de leerling/werknemer, het leerbedrijf en Bouwradius of SBW betreffende het
onderricht in de praktijk van het beroep volgens de beroepsbegeleidende leerweg
conform artikel 7.2.8 en 7.2.9 van de WEB (zie bijlage 8).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor zover nog sprake is van beroepsopleiding volgens
de WCBO wordt de term leerovereenkomst gehanteerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>19.</nr>
      <al>Onder „praktijk- en arbeidsovereenkomst" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>het samengaan van een praktijkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst
op grond van artikel 13 lid 1 van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor zover nog sprake is van beroepsopleiding volgens
de WCBO wordt de term leer-/arbeidsovereenkomst gehanteerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>20.</nr>
      <al>Onder „leerling/werknemer" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>de deelnemer aan de beroepsbegeleidende leerweg conform
de WEB.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>21.</nr>
      <al>Onder „basisberoepsopleiding" wordt verstaan: </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>een beroepsopleiding op niveau 2 volgens de WEB (voorheen
primaire opleiding).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Binnen deze CAO heeft de basisberoepsopleiding alleen
betrekking op de beroepsbegeleidende leerweg.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>22.</nr>
      <al>Onder „vakopleiding" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>een beroepsopleiding op niveau 3 volgens de WEB (voorheen
voortgezette opleiding).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Binnen deze CAO heeft de vakopleiding alleen betrekking
op de beroepsbegeleidende leerweg.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>23.</nr>
      <al>Onder „beroepsopleiding" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>een opleiding in het kader van het secundair beroepsonderwijs,
ongeacht leerweg, ongeacht niveau.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>24.</nr>
      <al>Onder „leerbedrijf" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>een werkgever die beschikt over een gunstige beoordeling,
op grond van criteria vastgesteld door Bouwradius of SBW, voor het verzorgen
van het onderricht in de praktijk van het beroep conform artikel 7.2.10 van
de WEB (zie bijlage 8).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>25.</nr>
      <al>Onder „ROC" wordt verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>een Regionaal Opleidingscentrum voor secundair beroepsonderwijs</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1b</nr>
      <titel>Werken in het buitenland</titel>
    </artkop>
    <al>In afwijking van artikel 1 lid 5, en met inachtneming van artikel 1 c.
en artikel 1 d., kan de CAO op basis van vrijwilligheid van toepassing blijven
gedurende de periode dat werkzaamheden van tijdelijke aard in het buitenland
plaats hebben.</al>
    <al>Voorwaarde is dat de Nederlandse sociale verzekeringswetten van toepassing
zijn gebleven. Met uitzondering van de bepalingen van het Risicofonds blijven
alle overige CAO-bepalingen van kracht.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1c</nr>
      <titel>Werken in België</titel>
    </artkop>
    <al>In afwijking van het in artikel 1 lid 5 gestelde zijn de bepalingen van
deze CAO van toepassing op in Nederland gevestigde werknemers die in dienst
van een Nederlandse werkgever tijdelijk in België werken. Voor zover
een algemeen verbindend verklaarde CAO of wet van toepassing is in België,
geldt deze hierbij als minimum. De werkzaamheden worden als tijdelijk beschouwd
zolang de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving van toepassing is. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1d</nr>
      <titel>Werken in Duitsland</titel>
    </artkop>
    <al>In afwijking van het in artikel 1 lid 5 gestelde zijn de bepalingen van
deze CAO voor zover het betreft het Vakantiefonds, van toepassing op in Nederland
gevestigde werknemers die in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever
tijdelijk in Duitsland werken. De werkzaamheden worden als tijdelijk beschouwd
zolang de Nederlandse sociale verzekeringswetgeving van toepassing is.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Werkingssfeer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Bouwbedrijven</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De bepalingen van deze CAO zijn – met inachtneming
van de definities genoemd in artikel 1 en van de beperkingen omschreven in
lid 4 van dit artikel – van toepassing op alle werknemers, die in dienst
zijn bij ondernemingen, waarvan het bedrijf is gericht op productie voor derden
op het gebied van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>het geheel of gedeeltelijk uitvoeren van bouwwerken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>het uitvoeren van verbouwingen en/of onderhoudswerk aan bouwwerken
en het herstellen, bekleden, conserveren en verfraaien van deuren;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>het uitvoeren op bouwplaatsen van onderdelen van bouwwerken
(respectievelijk verbouwingen of onderhoudswerk); het elders vervaardigen
van deze onderdelen wordt hiermee gelijkgesteld, indien de onderneming, die
de onderdelen vervaardigt, tevens zorgdraagt voor de verwerking daarvan in
het bouwwerk;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>het verlenen van diensten op bouwplaatsen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>het tot stand brengen van bedrijfsklare projecten indien de
totstandkoming daarvan mede uitvoering van een of meer bouwwerken omvat;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>het slopen van bouwwerken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>g.</nr>
      <al>het verrichten van grondwerken in relatie tot het uitvoeren
van bouwwerkzaamheden voor zover betrekking hebbend op grondverzetwerkzaamheden
ten behoeve van de in dit artikel onder lid 1 sub a. tot en met f. en h. genoemde
werkzaamheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>h.</nr>
      <al>het verhuren van machines met bedienend personeel voor het
verrichten van werkzaamheden bij de uitvoering van werken als onder a. tot
en met g. genoemd;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>i.</nr>
      <al>asfaltproductie; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>j.</nr>
      <al>het aanbrengen van wegmarkeringen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>k.</nr>
      <al>betonreparatie van constructieve aard en betoninjectering;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>l.</nr>
      <al>het afgraven van verontreinigde grond;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>m.</nr>
      <al>droge zandwinning;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>n.</nr>
      <al>het inspecteren, renoveren en reinigen van riolen, met uitzondering
van huis- en bedrijfsrioleringen (loodgieterswerkzaamheden);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>o.</nr>
      <al>het opbouwen en/of plaatsen van verplaatsbare verblijfsruimten
(units bedoeld voor tijdelijke behuizing), voorzover het plaatsen gemeten
naar de loonsom niet slechts een uitvloeisel is van de fabricage van deze
verblijfsruimten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>p.</nr>
      <al>het verrichten van civieltechnische werkzaamheden zoals beschreven
in Bijlage 3.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Samengestelde ondernemingen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien een onderneming, naast het bouwbedrijf als bedoeld
in lid 1, tevens een ander bedrijf (andere productie voor derden) uitoefent,
geldt voor de toepasselijkheid van deze CAO het volgende.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Indien elk bedrijf in een afzonderlijke afdeling wordt uitgeoefend,
is deze CAO van toepassing ten aanzien van alle werknemers in de afdeling
bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien in een afzonderlijke afdeling zowel het bouwbedrijf
als een ander bedrijf wordt uitgeoefend en de productie van het bouwbedrijf
overweegt, geldt deze CAO voor alle werknemers van deze afdeling.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Indien er geen afzonderlijke afdelingen zijn en de productie
van het bouwbedrijf overweegt, geldt deze CAO voor alle werknemers van de
onderneming.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Afzonderlijke afdelingen worden aanwezig geacht indien
iedere bedrijfsuitoefening feitelijk als zelfstandige eenheid is georganiseerd.
De overwegende productie wordt bepaald door vergelijking van de in elke productie
verloonde bedragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bouwen in eigen beheer</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De bepalingen van deze CAO vinden voorts toepassing
ten aanzien van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>werkgevers, die bouwwerken of verbouwingen in eigen beheer
doen uitvoeren met het doel het gebouwde voor zichzelf of voor de eigen onderneming
in gebruik te nemen, dan wel ter beschikking van personeelsleden te stellen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>werkgevers, die verbouwingen en onderhoudswerken in eigen beheer
doen uitvoeren aan gebouwen, die zij in eigendom bezitten of in beheer hebben.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Ondernemingen (nevenbedrijven werkzaam op bouwplaatsen) waarop
deze overeenkomst niet van toepassing is</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>A.</nr>
      <al>Niet als bouwbedrijf in de zin van lid 1 van dit artikel worden
beschouwd ondernemingen waarvan het bedrijf is gericht op productie (respectievelijk
dienstverlening) voor derden op het gebied van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>1.</nr>
      <al>baggerwerken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>betonmortel en betonmorteltransport;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>3.</nr>
      <al>betonwaren;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>4.</nr>
      <al>bitumineuze en kunststof dakbedekkingen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>5.</nr>
      <al>natuursteen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>6.</nr>
      <al>parketvloeren;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>7.</nr>
      <al>schilderen en afwerken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>8.</nr>
      <al>steen, houtgraniet en kunststeen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>9.</nr>
      <al>stukadoors- , terazzowerken en vloerenbedrijven<voetref refid="f3" nr="1" haak="1"></voetref></al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>10.</nr>
      <al>staalskeletbouw en het uitvoeren van werken (bruggen enzovoorts)
geheel of nagenoeg geheel in staal;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>11.</nr>
      <al>fabrieksmatig timmerwerk;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>12.</nr>
      <al>interieurbetimmeringen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>13.</nr>
      <al>loodgieters- en fittersbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>14.</nr>
      <al>centrale verwarmingsinstallaties;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>15.</nr>
      <al>het maken van elektrotechnische verbindingen tussen kabels
van kabelnetten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>16.</nr>
      <al>het verhuren van mobiele kranen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>B.</nr>
      <al>Ten aanzien van ondernemingen met een afzonderlijke ondernemings-CAO
geldt de CAO voor het Bouwbedrijf slechts indien en voor zover het betreft
de toepassing van lid 3 (bouwen in eigen beheer). </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Het gebruik maken van ter beschikking gestelde („uitgeleende")
arbeidskrachten</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De werkgever, die van de diensten van uitgeleende arbeidskrachten
gebruik maakt, die ter beschikking worden gesteld door een ander dan een uitzendbureau
dat zijn bedrijf uitsluitend of nagenoeg uitsluitend maakt van het tegen vergoeding
uitlenen van personeel, is, ten aanzien van deze arbeidskrachten verplicht
tot naleving van de bepalingen van deze CAO, hetgeen onder meer inhoudt dat
hij ook jegens deze arbeidskrachten gehouden is de verplichtingen genoemd
in artikel 28 en 29 van deze CAO na te komen. Tegenover de sociale fondsen
genoemd in artikel 28 van deze CAO, heeft de inlenende werkgever met betrekking
tot de bedoelde werknemer(s) dezelfde verplichtingen als die welke op hem
zouden rusten indien de werknemer(s) bij hem in dienst waren.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Algemene verplichtingen van de werkgevers en van de werknemers</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde dan wel bepaalde tijd
dient schriftelijk te zijn aangegaan met gebruikmaking van een bij deze CAO
behorend voorbeeldformulier conform bijlage F.A. van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een proeftijdbeding tussen werkgever en werknemer is slechts
geldig indien het bij schriftelijk aangegane overeenkomst tot stand is gekomen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Afhankelijk van de overeengekomen duur van de arbeidsovereenkomst
dient daarbij de volgende maximale proeftijd te worden aangehouden:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>bij een arbeidsovereenkomst korter dan een jaar: 2 weken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>bij een arbeidsovereenkomst van een jaar of langer, maar
korter dan 2 jaar: 1 maand;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>bij een arbeidsovereenkomst van 2 jaar of langer: 2 maanden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werkgever zal – teneinde de inzichtelijkheid in de
arbeidsmarkt te bevorderen – alle vacatures kenbaar maken aan het desbetreffende
Arbeidsbureau.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De werknemer, wiens dienstverband wordt opgezegd is, indien
hij tegen deze opzegging geen bezwaar heeft, verplicht zich terstond bij het
Arbeidsbureau, in welks werkgebied hij woonachtig is, als werkzoekende te
laten inschrijven.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Vervulde vacatures en gevonden werk zullen worden gemeld bij
het Arbeidsbureau. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Ingeval een werkgever een schriftelijke sollicitatie op een
door hem bekend gemaakte openstaande vacature ontvangt, dient hij de sollicitant
schriftelijk op de hoogte te stellen van de uitslag van zijn sollicitatie.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De werkgever en de werknemer zullen de regionale dan wel plaatselijke
commissies inlichten ingeval van illegale uitvoering van bouwwerken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De werkgever die op grond van de Wet op de Ondernemingsraden
verplicht is de OR de jaargegevens over het in het voorafgaande jaar gevoerde
sociale beleid te verstrekken zal deze gegevens ter beschikking stellen van
alle werknemers.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Paritaire Commissie Bouw-CAO</titel>
    </artkop>
    <al>Door werkgevers- en werknemersorganisaties is een commissie ingesteld
genaamd Paritaire Commissie Bouw-CAO, die belast is met de uitvoering van
hetgeen in artikel 14 lid 4 van deze CAO is omschreven. In deze commissie
hebben werkgevers en werknemers zitting.</al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 3</nr>
      <titel>DE ARBEIDSVERHOUDING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Bijzondere verplichtingen van de werkgever en de werknemer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werknemer is verplicht:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de werkzaamheden die hem door of vanwege de werkgever worden
opgedragen, zijn beroep in aanmerking genomen, naar diens voorschriften op
de best mogelijke wijze te verrichten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>andere, in verband met zijn beroep passende arbeid te verrichten
voor zover en zolang hij de werkzaamheden waarvoor hij is aangenomen niet
kan verrichten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>zich voor zijn doen en laten te richten naar het gedrag van
de goede en plichtsgetrouwe werknemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werknemer is verplicht – tenzij hij daartegen gegronde
bezwaren heeft – arbeid te verrichten in een andere onderneming dan
die van de werkgever in wiens dienst hij is in de volgende gevallen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>incidenteel voor een korte tijdsduur;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>in geval van tijdelijke hulpverlening van de ene werkgever
aan de andere.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In de onder a. en b. genoemde gevallen zal de arbeid
worden verricht onder tenminste dezelfde voorwaarden als wanneer hij in de
onderneming van zijn werkgever arbeid verricht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het is de werkgever geoorloofd de werknemer arbeid te doen
verrichten voor een dochter- of andere aan de zijne verwante onderneming,
mits onder tenminste dezelfde voorwaarden als voor diens arbeid in de onderneming
van de werkgever gelden. De arbeidsverhouding met de uitlenende werkgever
wordt dan gehandhaafd, tenzij het tegendeel met de werknemer schriftelijk
is overeengekomen. Een eventuele nieuwe arbeidsovereenkomst met de dochter-
of verwante onderneming dient schriftelijk, onder dezelfde voorwaarden, te
worden aangegaan. De werkgever is verplicht aan het SFB opgave te doen van
de werknemer die hij heeft uitgeleend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht bij het in dienst nemen van een werknemer
zorg te dragen voor een goede introductie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De introductie zal onder andere bestaan uit de in bijlage
6 genoemde punten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werkgever is verplicht bij het in dienst nemen van
de werknemer, die nog niet eerder in de zin van deze CAO werkzaamheden heeft
verricht, deze een eendaagse basiscursus „Veilig en gezond werken"
in de zin van artikel 35b van deze CAO te laten volgen. Deze verplichting
geldt niet voor de leerling/werknemer als bedoeld in artikel 1, lid 20.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De werkgever zal de volwassen werknemer in de gelegenheid stellen
tot het volgen van applicatiecursussen die verband houden met zijn beroep,
georganiseerd door Bouwradius en de Stichting SBW dan wel een daarmede door
of namens partijen gelijk te stellen instelling. Indien de betreffende cursussen
worden gegeven binnen de normale werktijd, zal het vast overeengekomen loon<voetref refid="f4" nr="1" haak="1"></voetref> worden doorbetaald en de bijbehorende vakantiewaarde worden
bijgeboekt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Indien een werknemer na overleg met zijn werkgever een cursus
voor lasser of monteur heeft gevolgd, waaraan bij gunstig resultaat een certificaat
is verbonden, dient de werkgever daarvan een kopie aan de werknemer te verstrekken
en het originele certificaat op het moment van beëindiging van het dienstverband. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Indien een werknemer in de loop van zijn dienstverband voor
zijn functie geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt zal zijn werkgever
met inschakeling van de arbodienst, binnen zijn onderneming en zo dit niet
mogelijk is binnen de bedrijfstak zoeken naar mogelijkheden om voor deze werknemer
passend werk te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht voor de aan de werknemer toebehorende
en voor de uitoefening van zijn werkzaamheden noodzakelijke gereedschappen
en/of werkkleding een ruimte op het object ter beschikking te stellen, welke
na werktijd dient te worden afgesloten. Indien gereedschappen tot de normale
uitrusting behorend en/of werkkleding, geborgen in de daarvoor bestemde ruimte
buiten werktijd door brand of diefstal verloren gaan, is de werkgever gehouden
het verloren gegane te vergoeden, indien deze niet elders verzekerd zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>11.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht een werknemer met een leer- en arbeidsovereenkomst,
volgens de WCBO of een praktijk- en arbeidsovereenkomst volgens de WEB, die
om redenen buiten zijn schuld ontslag is aangezegd, in dienst te houden tot
voor hem een nieuwe werkgever is gevonden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Einde der arbeidsverhouding</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Ten aanzien van de beëindiging van de arbeidsverhouding
zijn de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing met inachtneming
van hetgeen in de navolgende leden van dit artikel is bepaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In afwijking van artikel 7: 672, lid 2 en lid 3 BW, wordt de
door de werkgever en werknemer in acht te nemen opzegtermijn bepaald aan de
hand van de tabellen opgenomen in bijlage 5.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>In afwijking van artikel 7: 668a, lid 1 BW, geldt bij meerdere
elkaar opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd de laatste arbeidsovereenkomst
voor bepaalde tijd als aangegaan voor onbepaalde tijd indien:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>twee arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar hebben
opgevolgd met een tussenliggende periode van niet meer dan 3 maanden en een
periode van 12 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, is overschreden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>meer dan twee voor bepaalde tijd aangegane arbeidsovereenkomsten
elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van niet meer dan drie maanden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Voor de toepassing van dit artikellid worden kortdurende
arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd welke uitsluitend worden aangegaan
ter bestrijding van de gladheid in de winterperiode niet meegeteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De opzegging door de werkgever of de werknemer kan uitsluitend
geschieden tegen de laatste dag van de loonweek en vindt schriftelijk plaats.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien in de opzegtermijn vakantiedagen van de aaneengesloten
zomervakantie dan wel verplichte snipperdagen als bedoeld in artikel 34 lid
3 vallen, wordt de opzegtermijn met deze dagen verlengd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bij beëindiging van het dienstverband zal de werkgever
uiterlijk op de laatste werkdag van de opzegtermijn de werknemer de werkgeversverklaring
Werkloosheidswet, uitgegeven door het SFB, ter hand stellen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het bepaalde in de leden 2 en 4 geldt niet voor chauffeurs.
Voor hen gelden de wettelijke bepalingen van de opzegtermijnen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>In afwijking van artikel 7: 670 lid 1 BW, kan de werkgever
de dienstbetrekking wel opzeggen, met inachtneming van de krachtens dit artikel
vigerende opzegtermijnen, als er tijdens de bedoelde ongeschiktheid geen werk
voor betreffende werknemer meer voorhanden is. Het betreft hier werk op het
object waar de werknemer voor de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werkzaamheden
heeft verricht.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Een dienstbetrekking die aldus is opgezegd, eindigt
echter niet als de werknemer op de laatste dag van de opzegtermijn arbeidsongeschikt
is in de zin van artikel 7: 670 lid 1 BW. In dat geval eindigt de dienstbetrekking
als de werknemer arbeidsgeschikt is in de zin van artikel 7: 670 lid 1 BW.
De dienstbetrekking eindigt in ieder geval wanneer de arbeidsongeschiktheid
2 jaar heeft geduurd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>In het geval het hierbij gaat om opzegging van een
dienstbetrekking voor onbepaalde tijd is echter toestemming van de Regionaal
Directeur voor de Arbeidsvoorziening vereist.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>In afwijking van artikel 7: 670 lid 3 BW, waarin is bepaald
dat de werkgever niet kan opzeggen gedurende de tijd dat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>1.</nr>
      <al>een meerderjarige werknemer die als dienstplichtige is opgeroepen
ter vervulling van de militaire dienst of vervangende dienst;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>een minderjarige werknemer die als dienstplichtige is opgeroepen
ter vervulling van de militaire dienst of vervangende dienst mits hij bij
zijn opkomst tenminste een jaar in dienst is van de werkgever;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>kan de werkgever in deze gevallen wel opzeggen indien
de opzegging ook zou zijn geschied wanneer de genoemde omstandigheden zich
niet zouden hebben voorgedaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Bij arbeidsverhindering door vorst of een daarmede in het Vorstuitkeringsreglement,
genoemd in artikel 28 van deze CAO, gelijkgestelde omstandigheid, kan een
werknemer geen ontslag worden aangezegd. Een voor deze arbeidsverhindering
aangezegd ontslag, dan wel een ontslag dat voortvloeit uit het verstrijken
van de termijn waarvoor de arbeidsovereenkomst is aangegaan, wordt hierdoor
echter niet opgeschort. Evenmin verzet deze arbeidsverhindering zich tegen
ontslag op staande voet, wegens een dringende, de werknemer onverwijld medegedeelde
reden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>In afwijking van artikel 7: 674 lid 2 BW zal bij de beëindiging
van de arbeidsverhouding door het overlijden van de werknemer de werkgever
aan de nagelaten betrekkingen van de werknemer over de periode van de dag
van overlijden tot en met de laatste dag van de tweede maand na de maand waarin
het overlijden plaatsvond, een uitkering verlenen ten bedrage van het vast
overeengekomen loon dat de werknemer laatstelijk rechtens toekwam.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 4</nr>
      <titel>JEUGDIGE WERKNEMERS EN BEROEPSOPLEIDING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Partiële leerplicht</titel>
    </artkop>
    <al>Voor de jeugdige werknemer die krachtens de bepalingen van de Leerplichtwet
gedurende twee respectievelijk één dag per week leerplichtig
is en geen leer-/arbeidsovereenkomst volgens de WCBO of praktijk- en arbeidsovereenkomst
volgens de WEB heeft, geldt een drie-, respectievelijk vierdaagse werkweek.</al>
    <al>Over de dagen waarop hij onderricht ontvangt, dan wel onderwijsvakantie
heeft, kan hij geen aanspraak op loon en betaling van de bijdrage aan het
Vakantiefonds door de werkgever doen gelden. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Vormingswerk</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De jeugdige werknemer beneden 18 jaar die niet partieel leerplichtig
is en die niet in de gelegenheid is een op het beroep gerichte opleiding te
volgen, kan bij het volgen van algemeen vormend onderwijs, waartoe slechts
in de avonduren de gelegenheid bestaat, de arbeidsdag zoveel eerder beëindigen
als in verband met het aanvangsuur van het avondonderwijs noodzakelijk is,
zulks met behoud van loon. Dit kan echter slechts geschieden na overleg en
beoordeling van de aard van het avondonderwijs door de werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien en voor zolang de daaraan verbonden kosten door de Stichting
Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid voor haar rekening
worden genomen, zullen jeugdige werknemers beneden 18 jaar die niet partieel
leerplichtig zijn en die niet in de gelegenheid zijn een op het beroep gerichte
opleiding te volgen in de gelegenheid worden gesteld, 1 dag per week deel
te nemen aan vormingswerk van een der vormingsinstituten voor werkende jongeren.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>De beroepsopleiding</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgevers en de werknemers zullen de beroepsopleidingen,
in het bijzonder die volgens de beroepsbegeleidende leerweg (voorheen leerlingwezen),
bevorderen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Daartoe zullen werkgevers zoveel mogelijk de bij hen in dienst
zijnde werknemers tot 27 jaar de gelegenheid bieden een beroepsopleiding volgens
de beroepsbegeleidende leerweg te volgen en daartoe een praktijk-en arbeidsovereenkomst
aangaan voor de duur van de opleiding voor de kwalificaties B&amp;U of de
kwalificaties GWW conform de WEB. Het bedrijf moet daartoe erkend zijn als
leerbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De werkgever heeft de verplichting met de werknemer tot 27
jaar die daartoe de wens te kennen geeft een praktijk- en arbeidsovereenkomst
aan te gaan. Zowel de praktijk- als de arbeidsovereenkomst wordt aangegaan
voor de tijdsduur die tenminste gelijk is aan de duur van de onder a. genoemde
opleiding.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor het afsluiten van een praktijkovereenkomst voor
kwalificaties B&amp;U of kwalificaties GWW is het vereist dat er tussen werkgever
en werknemer een praktijk- en arbeidsovereenkomst bestaat.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het gestelde in dit lid is ook van toepassing op leerlingen
die hun opleiding afronden conform de WCBO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Wanneer bij een praktijk- en arbeidsovereenkomst, waarbij een
samenwerkingsverband als werkgever optreedt, de praktijkovereenkomst wordt
verbroken is op dat moment van rechtswege de arbeidsovereenkomst beëindigd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Werkgevers betrokken bij een samenwerkingsverband,
zullen zoveel mogelijk behulpzaam zijn bij het herplaatsen van de betreffende
leerling/werknemer bij een werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien een jeugdige werknemer in dienst is van een samenwerkingsverband
dat een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten met Bouwradius en er sprake
is van deels werken op een bouwplaats en deels doorbrengen op een leerlingwerkplaats
voor het bijbrengen van basishandvaardigheden, verlenen partijen onder nadere
voorwaarden, opgenomen in bijlage 8, ontheffing inzake toepassing van artikel
15 lid 1 en artikel 19 van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor jeugdige werknemers tot en met 20 jaar met wie
een praktijk- en arbeidsovereenkomst, als bedoeld in voorgaande volzin, is
aangegaan en voor wie ontheffing is verleend, geldt in dit geval gedurende
de eerste dertien opleidingsweken van de basisberoepsopleiding (voorheen primaire
opleiding) de normale arbeidsduur per week, alsmede het garantieloon zoals
vermeld in bijlage 8.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Dit lid is ook van toepassing voor leerlingen die hun
primaire opleiding afronden conform de WCBO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien een jeugdige werknemer in dienst is van een samenwerkingsverband
dat een samenwerkingsovereenkomst heeft afgesloten met de SBW en er worden
tijdens de basisberoepsopleiding gedurende twee winterperioden van elk drie
maanden basishandvaardigheden opgedaan in een werkplaatssituatie, dan is er
sprake van deels werken op een gww-werk door jeugdige werknemers en deels
praktische scholing in een door het samenwerkingsverband gecreëerde werkplaatssituatie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Partijen verlenen onder nadere voorwaarden, opgenomen
in bijlage 8, hiervoor ontheffing inzake toepassing van artikel 15 lid 1 en
artikel 19 van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor jeugdige werknemers tot en met 20 jaar met wie
een praktijk- en arbeidsovereenkomst, als bedoeld in voorgaande volzin, is
aangegaan en voor wie ontheffing is verleend, geldt in dit geval gedurende
de eerste dertien opleidingsweken van de basisberoepsopleiding (voorheen primaire
opleiding) de normale arbeidsduur per week, alsmede het garantieloon zoals
vermeld in bijlage 8.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Dit is ook van toepassing voor leerlingen die hun primaire
opleiding afronden conform de WCBO. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het leerbedrijf is verplicht de bij hem in dienst zijnde leerling/werknemer
voor de duur van de opleiding in de gelegenheid te stellen tot het volgen
van het beroepsonderwijs aan een ROC en wel binnen de normale werktijd, zulks
met behoud van loon gedurende ten hoogste 8 uur per week. Dit met inachtneming
van het bepaalde in artikel 11.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het leerbedrijf zal deze leerling/werknemer bovendien
in de gelegenheid stellen examens af te leggen en andere door de onderwijsinstelling
nodig geachte activiteiten te verrichten, zulks met behoud van loon.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Volgt deze leerling/werknemer, in verband met het ontbreken
van dagonderwijs, avondonderwijs, dan zal hij daarvoor op de dagen dat hij
dit onderwijs volgt, in overleg met de werkgever de arbeidsdag zoveel eerder
mogen beëindigen als in verband met het aanvangsuur van het avondonderwijs
noodzakelijk is, zulks met behoud van loon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het leerbedrijf dat met een leerling/werknemer een praktijken
arbeidsovereenkomst is aangegaan moet voor het verzorgen van het onderricht
in de praktijk van het beroep een praktijkopleider aanwijzen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De eisen die door Bouwradius of de SBW zijn geformuleerd
met betrekking tot de erkenning van de praktijkopleiders zijn hierbij van
toepassing (zie bijlage 8).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De werknemer die na afronding van de basisberoepsopleiding
(voorheen primaire opleiding) daartoe de wens te kennen geeft, heeft recht
op een praktijk- en arbeidsovereenkomst bij dezelfde werkgever voor de duur
van de vakopleiding (voorheen voortgezette opleiding), teneinde in staat te
zijn deze te volgen en af te ronden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Verbodsbepalingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Tariefwerk</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Jeugdige werknemers beneden de 18 jaar mogen niet in
tarief werken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Werken onder heistellingen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Jeugdige werknemers beneden 18 jaar mogen geen werkzaamheden
verrichten bij heistellingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Overwerk</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Jeugdige werknemers beneden 18 jaar mogen geen overwerk
verrichten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Zelfstandig werken als machinist</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Jeugdige werknemers beneden 18 jaar mogen de werkzaamheden
zoals bedoeld onder de nummers 32, 34, 69, 92, 95, 96 en 97 van de functielijst
(bijlage 1) niet zelfstandig verrichten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Jeugdige werknemers van 18 jaar en ouder mogen deze
werkzaamheden zelfstandig verrichten wanneer zij:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de leeftijd van 18 jaar of 19 jaar hebben bereikt, in opleiding
zijn voor respectievelijk in het bezit zijn van een verklaring of diploma
voor het met goed gevolg doorlopen hebben van het SOMA-college, van het diploma
machinist (voortgezet Leerlingstelsel of het diploma Machinist GWW), uitgereikt
door de SBW, werken onder deskundig toezicht van uitvoerders of vakvolwassen
werknemers met dezelfde functie;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de leeftijd van 20 jaar hebben bereikt en in het bezit zijn
van een verklaring of diploma voor het met goed gevolg doorlopen hebben van
het SOMA-college, van het diploma machinist (voortgezet Leerlingstelsel) uitgereikt
door de SBW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>In bijzondere gevallen kan de Paritaire Commissie Bouw –
onder nader te stellen voorwaarden – toestemming verlenen tot zelfstandig
werken als machinist door jeugdigen boven 18 jaar, die niet in het bezit zijn
van één der bovengenoemde verklaringen of diploma's.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 5</nr>
      <titel>DE ARBEIDSTIJD</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Arbeidsduur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkweek loopt van maandag tot en met vrijdag.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De normale arbeidsduur bedraagt per week: 40 uur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor partieel leerplichtigen die niet deelnemen aan
het leerlingstelsel bedraagt de arbeidsduur 24 uur per week voor hen die 2
dagen per week partieel leerplichtig zijn en 32 uur per week voor hen die
1 dag per week partieel leerplichtig zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Per dag bedraagt de normale arbeidsduur: 8 uur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De arbeidstijdpatronen, (de dagelijkse arbeids- en rusttijden),
worden door de werkgever in redelijk overleg met de werknemers in zijn onderneming
dan wel op de bouwplaats vastgesteld en schriftelijk vastgelegd met inachtneming
van het bepaalde in artikel 4.1 t/m 4.3 van de Arbeidstijdenwet, waarbij moet
worden betrokken de wenselijkheid om zoveel mogelijk tijdens daglicht te werken.
Een arbeidstijdpatroon betreft een periode van 4 weken. Van de vaststelling
van het arbeidstijdpatroon wordt tenminste 28 kalenderdagen van te voren mededeling
gedaan aan de werknemer. Van deze termijn kan worden afgeweken met instemming
van de betrokken werknemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien de arbeidstijd, de in de standaardregeling van de Arbeidstijdenwet
voorgeschreven pauze en de reistijd tezamen meer bedragen dan 11½ uur
per dag, zal de arbeidstijd in zoverre worden ingekort. De in de normale arbeidstijd
vallende reisuren zullen als arbeidsuren betaald worden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De arbeid wordt – behoudens bij Kust- en Oeverwerken
verricht tussen 07.00 uur en 18.00 uur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor Kust- en Oeverwerken valt de arbeidstijd tussen
06.00 uur en 18.00 uur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij ploegendienst, tijwerk of bij vernieuwing of reparatie
en onderhoud van infrastructurele werken kan van de bepalingen in dit lid
worden afgeweken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Bij ploegendienst volgens dienstrooster kan worden afgeweken
van de in lid 1 en lid 2 genoemde arbeidsduur met dien verstande dat de normale
arbeidsduur moet liggen tussen maandagochtend 0.00 uur en vrijdagavond 24.00
uur en per 2 weken niet meer mag bedragen dan 80 uur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Een verzoek van de werknemer om zijn arbeidsduur aan te passen
is in beginsel bespreekbaar en wordt gehonoreerd tenzij redelijkerwijze bedrijfsbelangen
zich hiertegen verzetten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Indien het verzoek wordt gehonoreerd, stelt de werkgever
na overleg met de werknemer de werktijden vast.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bij afwijzing van het verzoek zal de werkgever de werknemer
informeren welke inhoudelijke argumenten tot het besluit hebben geleid. De
werkgever zal binnen vier weken na het indienen van het verzoek zijn standpunt
aan de werknemer bekend maken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien sprake is van deeltijdarbeid zullen de volgende bepalingen
van deze CAO naar rato van de omvang van de arbeidsduur, zoals gedefinieerd
in artikel 15, worden toegepast: de bepalingen uit de artikelen 18, 19, 20
lid 1 en 3, 25a, 33, 34 en 35.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Ten aanzien van artikel 35 geldt dat het aantal individuele
roostervrije dagen bij deeltijd wordt bepaald door het totaal aantal roostervrije
dagen naar rato van de omvang van de arbeidsduur onder aftrek van het aantal
genoten collectieve roostervrije dagen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Ten aanzien van de artikelen 23 en 26 geldt dat deze in geval
van deeltijdarbeid in afwijking van bovenstaande artikelen naar rato van het
aantal gewerkte dagen per week worden toegepast. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Indien en voorzover in deze CAO niets is bepaald inzake een
onderdeel van de arbeidstijden zijn de normen van de standaardregeling uit
de Arbeidstijdenwet (zie aanhangsel D) van toepassing, met dien verstande
dat ingeval van de zondagsarbeid in de B &amp; U-sector de werknemer aanspraak
heeft op minimaal 8 vrije zondagen per 13 weken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>In een onderneming met een ondernemingsraad kan een afwijkende
arbeidstijdenregeling van toepassing zijn indien en voorzover het betreft
artikel 15 lid 1 en 2, artikel 35 lid 2 en 3 en 35a lid 1 van deze CAO, mits
de werkgever en de ondernemingsraad hierover overeenstemming hebben bereikt.
Artikel 40a van deze CAO is hierbij van toepassing.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De volgende randvoorwaarden dienen in acht genomen
te worden:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>voor de afwijkende werktijden gelden de normen van de
standaardregeling uit de Arbeidstijdenwet (zie aanhangsel D) als uiterste
grens;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de zaterdag en zondag kunnen niet als normale werkdagen
beschouwd worden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>ingeval van zondagsarbeid in de B &amp; U-sector heeft
de werknemer aanspraak op minimaal 8 vrije zondagen per 13 weken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>in geval een afwijkende arbeidstijdenregeling waarbij
gedurende een bepaalde periode meer dan 8 uur (maximaal 9 uur) per dag en
in een andere periode minder dan 8 uur per dag (gemiddeld 40 uur per week
over een periode van 13 weken) wordt gewerkt, bedraagt de duur van het dienstverband
tenminste anderhalf maal de duur van de afwijkende arbeidstijdenregeling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>bij een arbeidstijdpatroon van minder dan vijf werkdagen
per week, dient de beloning en de opbouw van rechten t.b.v. de in artikel
28 lid 1 genoemde fondsen vergelijkbaar te zijn met die bij een 5-daagse werkweek;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>werknemers van 55 jaar of ouder behouden de mogelijkheid
te komen tot een 4-daagse werkweek bij een normale arbeidsduur van 8 uur per
dag, zoals bepaald in artikel 15b;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de ondernemingsraad moet van de overeengekomen afwijkende
werktijdenregeling melding doen bij het secretariaat van CAO-partijen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15a</nr>
      <titel>Verschoven arbeidstijden GWW</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien zulks door de opdrachtgever in besteksbepalingen wordt
geëist kan de arbeidstijd bij vernieuwing, onderhoud en reparatie van
infrastructurele werken worden verschoven, met inachtneming van de vaststelling
van het arbeidstijdpatronen door de werkgever in redelijk overleg met de werknemers
van zijn onderneming, zoals bepaald in artikel 15 lid 3.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een werknemer kan niet verplicht worden tot arbeid buiten de
grenzen van artikel 15 lid 5, tenzij schriftelijk overeengekomen bij aanvang
van het dienstverband.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Verschoven arbeidstijden dienen tot het hoogst noodzakelijke
beperkt te worden. In beginsel zal een werknemer van 55 jaar of ouder per
jaar niet meer dan 30 weken per kalenderjaar in verschoven arbeidstijden werken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Onvoorziene omstandigheden daargelaten dient de werkgever verschoven
arbeidstijden tenminste 14 dagen voor aanvang aan de werknemer bekend te maken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Indien in het kader van verschoven arbeidstijden de feitelijke
arbeidsduur minder bedraagt dan 40 uur per week, wordt de arbeidsduur geacht
40 uur te zijn geweest.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Indien de arbeidstijd na 20.00 uur aanvangt heeft de bestuurder
van een auto met inzittenden recht op een half uur rusttijd, direct voorafgaande
aan de reistijd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Indien een werknemer tijdens de werkweek overgaat van normale
naar verschoven arbeidstijd beëindigt hij de normale arbeidstijd zoveel
eerder als nodig is om 10 uur rusttijd te hebben voor aanvang van de verschoven
arbeidstijd. Reisuren verlengen deze periode.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Per week heeft de werknemer recht op een onafgebroken rusttijd
van 48 uur. Eenmaal per twee achtereenvolgende weken dient de rusttijd de
periode te omvatten van zaterdag 06.00 uur tot zondag 21.00 uur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>In weken waarin feestdagen of roostervrije dagen vallen, zullen
de werknemers die volgens verschoven arbeidstijden werken hun arbeidstijd
met hetzelfde aantal uren kunnen bekorten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>Indien in een week alle diensten van een werknemer na 20.00
uur aanvangen, mag de arbeidsduur van 40 uur over vier diensten worden verdeeld.
De beloning en de opbouw van de rechten ten behoeve van de in artikel 28 lid
1 genoemde fondsen dient vergelijkbaar te zijn met die bij een vijfdaagse
werkweek. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15b</nr>
      <titel>4-daagse werkweek voor werknemers van 55 jaar of ouder</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer van 55 jaar of ouder kan vrijwillig de werkgever
verzoeken zijn werkweek aan te passen tot 4 dagen (32 uur). Artikel 15 lid
7a is van overeenkomstige toepassing.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Een 4-daagse werkweek kan ingaan vanaf het moment dat
de werknemer de 55-jarige leeftijd heeft bereikt en een 4-daagse werkweek
met inachtneming van lid 2 over de rest van het kalenderjaar mogelijk is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Om per kalenderjaar te komen tot een 4-daagse werkweek gebruikt
de werknemer van 55 jaar of ouder de feestdagen, zijn verlofdagen, zijn roostervrije
dagen (inclusief scholingsdagen) en zijn seniorendagen, met dien verstande
dat 15 verlofdagen worden aangewend voor de zomervakantie conform artikel
34 lid 8 en de verplichte snipperdagen en collectieve roostervrije dagen ten
behoeve van een tweeweekse wintersluiting conform artikel 35a. Het resterende
aantal benodigde dagen wordt door de werknemer „gekocht".</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In afwijking van artikel 35 lid 4 van deze CAO geschiedt
de vaststelling van de individuele roostervrije dagen in goed overleg tussen
werkgever en de desbetreffende werknemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>In onderling overleg tussen de werknemer en de werkgever worden
de verschillende soorten vrije dagen gelijkelijk over het jaar gespreid en
schriftelijk vastgelegd minimaal 1 maand voorafgaande aan de invoeringsdatum
dan wel voorafgaande aan het volgende kalenderjaar. In weken waarin een feest-
of collectieve roostervrije dag valt, geldt deze feest- of collectieve roostervrije
dag als de vrije dag van die week. De genoemde spreiding vindt zodanig plaats
dat de eventueel resterende vrije dagen verlofdagen zijn als bedoeld in artikel
34.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het aantal te „kopen" dagen voor een werknemer van 55
jaar of ouder bedraagt voor een volledige vierdaagse werkweek gedurende het
hele kalenderjaar in het jaar 2000 11 dagen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het aantal te „kopen" dagen voor een werknemer
van 60 jaar of ouder bedraagt voor een volledige vierdaagse werkweek gedurende
het hele kalenderjaar in het jaar 2000 8 dagen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De waarde van het aantal te „kopen" dagen wordt
ingehouden met behulp van een aankooppercentage. Per 1 januari 2000 geldt
voor werknemers van 55 t/m 59 jaar een aankooppercentage van 5,17% en voor
werknemers van 60 t/m 64 jaar 3,76%.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het totale aankoopbedrag per kalenderjaar is gelijk
aan het aankooppercentage x (aantal werkdagen per kalenderjaar minus de verlof-
en feestdagen) x vastovereengekomen loon (per dag).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het aankoopbedrag per loonbetalingsperiode (aankooppercentage
x vastovereengekomen loon), wordt in mindering gebracht op het brutoloon SV.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De (vroeg)pensioen-, VUT-, Invaliditeitspensioen-, Aanvullingsfonds
WW-premie worden berekend over de pensioengrondslag of het brutoloon SV vóór
aftrek van het aankoopbedrag. Het herziene brutoloon SV is de grondslag voor
de afdracht van de overige premies en bijdragen, tenzij de CAO een andere
grondslag aangeeft.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De vakantierechtwaarde wordt op de gebruikelijke wijze
berekend over het vastovereengekomen loon (vóór aftrek van het
aankoopbedrag).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De opbouw van roostervrije dagen vindt plaats op basis
van een volledige werkweek van 5 dagen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De premie aan het Scholingsfonds behoeft de werkgever
niet af te dragen. De werknemer kan 2 dagen per jaar scholing in de zin van
artikel 35b volgen op een vrije dag van de week. De cursus- en reiskosten
kunnen gedeclareerd worden bij het Scholingsfonds volgens de gebruikelijke
systematiek.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Bij arbeidsongeschiktheid wordt 100% van het vastovereengekomen
loon doorbetaald gedurende maximaal 52 weken, zoals bepaald in artikel 31
lid 2. Het aankoopbedrag wordt volgens de gebruikelijke systematiek ingehouden.
Bij arbeidsongeschiktheid op een vakantiedag of seniorendag behoudt de werknemer
het recht deze dag op een ander moment op te nemen. Het recht op een vervangende
roostervrije of gekochte vrije dag vervalt bij arbeidsongeschiktheid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien sprake is van vorst op een geplande vrije dag
(ongeacht het soort dag) bestaat geen declaratiemogelijkheid bij het Risicofonds.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De werknemer, die gebruik maakt van de regeling zoals omschreven
in dit artikel en recht krijgt op een uitkering krachtens de WW en/of WAO,
komt in aanmerking voor een aanvulling van deze uitkering uit het Aanvullingsfonds
WW tot het niveau waarop hij recht zou verkrijgen indien geen dagen gekocht
zouden zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De werknemer kan zijn werkgever verzoeken op enig moment de
extra vrije dagen weer in te ruilen voor loon en over te gaan tot een volledige
werkweek van 5 dagen. Artikel 15 lid 7a is van toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Bij beëindiging van het dienstverband wordt, met inachtneming
van het reeds ingehouden aankoopbedrag, berekend op hoeveel extra vrije dagen
de betrokken werknemer nog recht heeft. Indien blijkt dat de werknemer op
het tijdstip van beëindiging van het dienstverband recht heeft op een
groter aantal extra vrije dagen dan feitelijk is opgenomen, zullen deze dagen
worden uitbetaald. Indien blijkt dat de werknemer op het tijdstip van beëindiging
van het dienstverband een groter aantal extra vrije dagen heeft opgenomen
dan waarop hij recht heeft, zullen deze dagen worden verrekend.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15c</nr>
      <titel>Jaarmodel GWW</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Onder Jaarmodel GWW wordt verstaan: een geheel van arbeidsvoorwaarden,
waarbij de werknemers in de GWW-sector gedurende het gehele jaar werk en inkomenszekerheid
wordt geboden. Het jaarmodel GWW heeft betrekking op alle of een deel van
de werknemers in een bedrijf in de GWW-sector.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien een werkgever dit wenst, kan het Jaarmodel GWW worden
ingevoerd, wanneer tenminste 75 procent van de betrokken werknemers, die naar
het oordeel van de werkgever volgens het Jaarmodel GWW kunnen gaan werken,
hiermee instemt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een werknemer of een groep van werknemers kan de werkgever
schriftelijk verzoeken om het Jaarmodel GWW in het bedrijf in te voeren. Indien
een werknemer of een groep werknemers van het bedrijf dit wenst in te voeren,
dient de werkgever dit verzoek in overweging te nemen. Indien het bedrijfsbelang
zich tegen het inwilligen van dit verzoek verzet, zal de werkgever dit schriftelijk
met redenen omkleed zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht weken aan
werknemer(s) mededelen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien de werkgever besluit tot invoering van het Jaarmodel
GWW, gelden voor desbetreffende werknemer in aanvulling op de artikel 6 lid
2, 10, 15 lid 1, 15 lid 2, 23, 28, 29, 34 en 35 de bepalingen zoals vermeld
in bijlage 11. Voor het overige zijn de cao-bepalingen krachtens deze CAO
van toepassing.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Overwerk</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Wanneer in bijzondere gevallen de omstandigheden zulks vereisen
kan de werkgever na overleg en met instemming van een representatief deel
van de daarbij betrokken werknemers bepalen dat overwerk wordt verricht. Structureel
overwerk is niet toegestaan, tenzij daarvoor in bijzondere gevallen toestemming
door partijen is verleend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Onder overwerk wordt verstaan het verrichten van arbeid buiten
de grenzen van de normale arbeidsduur als bedoeld in artikel 15 lid 2;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien sprake is van een afwijkende arbeidstijdenregeling conform
artikel 15 lid 9 is sprake van overwerk indien de overeengekomen afwijkende
arbeidsduur per dag wordt overschreden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Onder structureel overwerk wordt verstaan: werk dat buiten
de normale arbeidsduur zoals bedoeld in artikel 15 lid 2, dan wel de arbeidsduur
per dag ingeval van een afwijkende arbeidstijdenregeling conform artikel 15
lid 9, met een vast frequentie gedurende meerdere weken plaatsvindt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Een werknemer kan niet worden verplicht overwerk te verrichten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Een werknemer die ernstige gewetensbezwaren heeft tegen het
werken op zon- en erkende christelijke feestdagen kan hiertoe niet verplicht
worden, indien de werknemer dit tijdig voor de aanvang van de werkzaamheden
aan de werkgever kenbaar maakt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien een werkgever, gedurende langer dan een week door meer
dan 25% van de op een object werkzame werknemers, welke bij hem in dienst
zijn, overwerk laat verrichten, is hij gehouden aan de ondernemingsraad of
een commissie van overleg terzake advies te vragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Indien de werkgever buiten de grenzen van artikel 15 lid 2
dezelfde of soortgelijke arbeid wil verrichten als zijn werknemers plegen
te verrichten, kunnen de werknemers slechts overwerk verrichten met inachtneming
van de voorgaande leden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De werkgever is ingeval van overwerk verplicht om per werkobject
een lijst bij te houden van werknemers door wie overwerk is verricht en het
aantal overuren per week.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Op deze lijst zal eveneens worden aangegeven de keuze
die door de werknemers op grond van artikel 22 lid 1 wordt gemaakt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Deze lijst zal eenmaal per halfjaar aan de ondernemingsraad
ter beschikking worden gesteld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij het ontbreken van een ondernemingsraad en in bedrijven
met meer dan 10 werknemers zal het overwerk als vast agendapunt eenmaal per
jaar in het overleg tussen werkgever en werknemers zijn opgenomen, waarbij
de bovengenoemde lijst ter beschikking wordt gesteld. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 6</nr>
      <titel>HET LOON</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Functie-indeling/loonafspraken</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Iedere vakvolwassen werknemer moet worden ingedeeld in de functiegroep,
waartoe de door hem vervulde functie – blijkens de als bijlage 1 van
deze CAO opgenomen functielijst – behoort.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Jeugdigen worden ingedeeld in de betreffende categorie
van artikel 19.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Partijen kunnen de omschrijving in deze functielijst verduidelijken,
alsmede deze lijst aanvullen of wijzigen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Wanneer een werknemer een functie vervult, welke niet in de
functielijst voorkomt, kan partijen worden verzocht uitspraak te doen inzake
de indeling van deze werknemer.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In afwachting van deze uitspraak wordt de werknemer
voorlopig ingedeeld in de functiegroep, waarin naar het oordeel van de werkgever
vergelijkbare functies zijn opgenomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever draagt er zorg voor, dat de tussen werkgever en
werknemer gemaakte afspraken over onderstaande punten aan de werknemer op
één formulier zijnde de arbeidsovereenkomst in de zin van het
BW worden vastgesteld:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de duur van het dienstverband, zoals aangegeven in artikel
6 lid 2 van deze CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>zijn functie-indeling als bedoeld in lid 1 van dit artikel;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>het vast overeengekomen loon (bruto) per betalingsperiode;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de samenstelling van dit vast overeengekomen loon;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij de mededeling als hiervoor bedoeld kan gebruik
worden gemaakt van het formulier A als opgenomen in aanhangsel F bij deze
CAO.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Als binnen 14 dagen na de ingangsdatum van een arbeidsovereenkomst
deze mededeling niet aan de werknemer is verstrekt, heeft de werknemer het
recht hierom schriftelijk te verzoeken. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Garantielonen voor vakvolwassenen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Week-/uurloon per functiegroep</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De werkgever zal aan de werknemer van 22 jaar en ouder
per volle werkweek minimaal het weekloon betalen dat voor de functiegroep,
waarin de werknemer is ingedeeld, geldt. Wanneer de werknemer binnen de normale
arbeidstijd volgens artikel 15 minder dan 40 uur per week heeft gewerkt, moet
hem per gewerkt uur minimaal het voor zijn functiegroep vastgestelde uurloon
worden uitbetaald (zie tabel I, bijlage 8E).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor werknemers die de functie vervullen van voorman,
meesterknecht, putbaas, leermeester of instructeur zal het voor hun functiegroep
vastgestelde loon worden verhoogd met een voorliedentoeslag van fl. 90,80
bruto per week.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Onder voorman, meesterknecht of putbaas wordt verstaan
de werknemer die leiding geeft aan tenminste 5 werknemers. Wanneer aan minder
dan 5 werknemers leiding wordt gegeven zijn partijen bevoegd in bijzondere
gevallen toestemming te verlenen tot het betalen van het in tabel II (8E)
genoemde hogere loon.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Onder leermeester of instructeur wordt verstaan de
werknemer die voldoet aan de eisen daartoe gesteld door Bouwradius of SBW,
wiens taak in belangrijke mate bestaat uit het daadwerkelijk overdragen van
vakkennis en het begeleiden en het beoordelen van vorderingen van leerling/werknemers
in een leerbedrijf waarmee een praktijk-/arbeidsovereenkomst is aangegaan
en die daarnaast, in de eventueel resterende tijd, produktieve arbeid verricht.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het leerbedrijf zal de leermeester of instructeur in
de gelegenheid stellen de cursus „leermeester" van Bouwradius of SBW
te volgen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor het aantal leerling/werknemers per leermeester
of instructeur wordt verwezen naar de erkenningscriteria voor leerbedrijven
vastgesteld door Bouwradius of SBW, waarin afhankelijk van de opleiding of
het opleidingsdeel en de opleidingssituatie het maximum aantal is of wordt
vastgelegd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Ten behoeve van een goede taakvervulling dient de leermeester
voor een deel van zijn normale werkzaamheden vrijgesteld te worden. Bij de
begeleiding door de leermeester van één leerling geldt een vrijstelling
van gemiddeld vijf procent van de arbeidstijd; bij de begeleiding van twee
tot vier leerlingen geldt een vrijstelling van gemiddeld tien procent van
de arbeidstijd, en bij de begeleiding van vier tot zeven leerlingen geldt
een vrijstelling van gemiddeld twintig procent van de arbeidstijd. Voor een
deel van dit productieverlies ontvangen werkgevers een financiële compensatie
welke compensatie is inbegrepen in de reguliere tegemoetkoming voor leerlingen.
(Zie tabel II, bijlage 8E) </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>a.</nr>
      <al>In afwijking van het in het eerste lid gestelde betaalt de
werkgever een werknemer die nog nooit in de bouw heeft gewerkt, maximaal voor
de periode van een jaar, een loon volgens de inloopschaal.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Deze afwijking geldt niet voor de werknemer die:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>jonger is dan 22 jaar en de basisberoepsopleiding of
vakopleiding instroomt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>in het bezit is van een diploma van het SOMA-college.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>b.</nr>
      <al>De lonen behorend bij de inloopschaal, worden als volgt berekend:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Gedurende de eerste 26 weken van het dienstverband
geldt een schaalloon van het Wettelijk Minimum Loon vermeerderd met 25% van
het verschil tussen het Wettelijk Minimum Loon en het loon volgens functiegroep
A, gedurende de tweede 26 weken van het dienstverband bedraagt dit verhogingspercentage
50%.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Ploegendienst</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor werknemers die in ploegendienst werken –
uitgezonderd de Industriële Bouw – zal hun krachtens lid 1 vastgestelde
loon worden verhoogd, te weten met 10% in geval van 2-ploegendienst en met
15% in geval van 3-ploegendienst. Voor de Industriële bouw geldt dat
indien de dienst van een ploeg zodanig is geregeld dat de aanvang van de voor
die dienst normale werktijd valt voor 06.00 uur of de beëindiging van
de werktijd valt na 19.00 uur overuren niet meegerekend – het uurloon
zal worden verhoogd met 5% voor de uren vallende tussen 06.00 uur en 19.00
uur en met 25% voor de uren vallende tussen 19.00 uur en de volgende ochtend
06.00 uur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Begeleiding jeugdige werknemers</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien een werknemer in een leerbedrijf een leerling/werknemer,
door of namens de werkgever daartoe aangewezen, als begeleidend vakman dient
te begeleiden, zal hij als gevolg daarvan gedurende de aangewezen tijd geen
nadelige gevolgen ondervinden met betrekking tot zijn loon. Tevens zal hij
van zijn werkgever voldoende tijd en ruimte krijgen om de leerling-werknemer
op een verantwoorde wijze te begeleiden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Algemene loonsverhogingen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Het vastovereengekomen loon wordt per 1 juli 2000 verhoogd
met 1,25% (inclusief de prijscompensatie voor 2000; zie bijlage 8D); </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Afwijkende lonen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor het betalen van lagere lonen dan waarop de werknemer
krachtens de bepalingen van dit artikel recht kan doen gelden, is toestemming
van partijen vereist.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Garantielonen voor jeugdige werknemers</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Week-/uurloon naar leeftijd</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werkgever zal aan de jeugdige werknemer minimaal
het in dit artikel bedoelde loon betalen. Met ingang van 1 januari 1999 geldt
het in tabel III genoemde loon (zie bijlage 8E).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Ploegendienst</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De krachtens lid 1 te betalen lonen moeten bij werken
in ploegendienst worden verhoogd conform het in artikel 18 lid 2 bepaalde.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Opleidings-, diploma-, ervarings- en gehuwdentoeslagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De in tabel III (bijlage 8E) bedoelde week- respectievelijk
uurlonen zijn als volgt berekend:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Het loon van de jeugdige werknemer die geen van de onder b.
of d. genoemde opleidingen volgt of gevolgd heeft, is geënt op het vakvolwassen
garantieloon van functiegroep A, rekening houdend met de bij de leeftijd genoemde
staffel. Het aldus bepaalde loon is vermeld in de kolom „zonder vakopleiding"
van tabel III (bijlage 8E).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Het loon van de jeugdige werknemer die één van
de hierna te noemen opleidingen volgt is geënt op het vakvolwassen garantieloon
van functiegroep B, rekening houdend met de bij de leeftijd behorende staffel.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>primaire opleiding of basisberoepsopleiding Bouwradius;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>primaire opleiding of basisberoepsopleiding Stichting
SBW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>primaire opleiding of basisberoepsopleiding Stichting
Vakopleiding Schildersbedrijf (SVS);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>primaire opleiding of basisberoepsopleiding Stichting
Opleidingen Metaal (SOM);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>primaire opleiding of basisberoepsopleiding Stichting
Hout en Meubel;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>opleiding hulpmonteur Vereniging Elektronisch Vakonderwijs
(VEV);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>de werktuigkundige opleidingen van de Stichting SBW, tenzij
het bepaalde onder c. van toepassing is;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het aldus bepaalde loon is vermeld in de kolom „in
primaire opleiding of basisberoepsopleiding" van tabel III (zie bijlage 8A
t/m 8E).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Het loon van de jeugdige werknemer die blijkens het bezit van
een diploma of getuigschrift met goed gevolg een opleiding als hierboven onder
b. bedoeld heeft voltooid, is geënt op het vakvolwassen garantieloon
van functiegroep B, rekening houdend met de staffel die geldt indien bij de
leeftijd één jaar wordt bijgeteld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het aldus bepaalde loon (inclusief het bijgetelde leeftijdsjaar)
is vermeld in de kolom „met primaire opleiding of basisberoepsopleiding"
van tabel III (zie bijlage 8E). Voor wat betreft de werktuigkundige opleidingen
geldt het vorenstaande indien de werknemer één van de volgende
deelkwalificaties van de opleiding heeft behaald:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werkplaatstechnieken monteur I en machinekennis GWW en
werken in GWW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werkplaatstechnieken monteur I en machinekennis kranen/fundering
en werken in GWW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werktuigbouwkundige vaardigheden en grondverzet en werken
in GWW en civieltechnische vaardigheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werktuigbouwkundige vaardigheden en wegenbouw en werken
in GWW en civieltechnische vaardigheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werktuigbouwkundige vaardigheden en verticaal transport:
mobiele kraan en werken in GWW en civieltechnische vaardigheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werktuigbouwkundige vaardigheden en verticaal transport:
torenkraan en werken in GWW en civieltechnische vaardigheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werktuigbouwkundige vaardigheden en fundering groot en
werken in GWW en civieltechnische vaardigheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werktuigbouwkundige vaardigheden en fundering klein en
werken in GWW en civieltechnische vaardigheden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Het loon van de jeugdige werknemer die één van
de hierna te noemen opleidingen volgt, is geënt op het gemiddelde van
het vakvolwassen garantieloon van de functiegroepen C en D, rekening houdend
met de staffel die geldt indien bij de leeftijd één jaar wordt
bijgeteld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>voortgezette opleiding of vakopleiding Bouwradius;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>voortgezette opleiding of vakopleiding Stichting SBW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>voortgezette opleiding of vakopleiding Stichting Vakopleiding
Schildersbedrijf (SVS);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>voortgezette opleiding of vakopleiding Stichting Opleidingen
Metaal (SOM);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>voortgezette opleiding of vakopleiding Stichting Hout
en Meubel;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>voortgezette opleiding of vakopleiding Vereniging Veredeling
van het Ambacht (VVA); </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>opleiding monteur Vereniging Elektronisch Vakonderwijs
(VEV);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>opleiding eerste monteur Beroepsopleiding VAM (BVAM);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het aldus bepaalde loon (inclusief het bijgetelde leeftijdsjaar)
is vermeld in de kolom „in voortgezette opleiding of vakopleiding"
van tabel III (zie bijlage 8E).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Alsmede indien de werktuigkundige opleidingen als bedoeld
onder b. worden voortgezet na het behalen van een combinatie van deelkwalificaties
als genoemd onder c.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>Het loon van de jeugdige werknemer die blijkens het bezit van
een diploma of getuigschrift met goed gevolg een opleiding als hierboven onder
d. bedoeld heeft voltooid, alsmede aan degene die in het bezit is van een
verklaring of diploma van het SOMA-college, is geënt op het gemiddelde
van het vakvolwassen garantieloon van de functiegroepen C en D, rekening houdend
met de staffel die geldt indien bij de leeftijd twee jaar wordt bijgeteld.
Het aldus bepaalde loon (inclusief de twee bijgetelde leeftijdsjaren) is vermeld
in de kolom „met voortgezette opleiding" van tabel III (zie bijlage
8E).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>De jeugdige werknemer die op grond van een der onder c., d.
of e. bedoelde leeftijdsverhogingen de vakvolwassen leeftijd bereikt, heeft
recht op het garantieloon van een vakvolwassen werknemer als bedoeld in artikel
18. Onder het vakvolwassen loon wordt verstaan het loon van de functiegroep
waartoe de functie behoort en waarin de werknemer is ingedeeld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>g.</nr>
      <al>Aan de jeugdige werknemer die uit de aard van het beroep geen
praktijk- en arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 13 kan aangaan en
aan de jeugdige werknemer, waarvoor wel een op hun beroep gerichte opleiding
bestaat doch die niet in de gelegenheid is deze opleiding te volgen, kan –
indien naar het oordeel van de werkgever de prestatie daartoe aanleiding geeft –
het loon worden uitbetaald dat geldt voor jeugdigen, die een jaar ouder zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>h.</nr>
      <al>De jeugdige werknemer die gehuwd is heeft aanspraak op het
loon van een drie jaar oudere werknemer, met behoud van rechten op grond van
het overigens in dit lid bepaalde.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>i.</nr>
      <al>Voor jeugdige werknemers van 16 en 17 jaar die recht hebben
op één van de onder c. tot en met h. genoemde leeftijdsverhogingen
blijft het voor hun leeftijd geldende uniforme percentage als bedoeld in artikel
30 lid 4 van toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Minimumloon jeugdige werknemers</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Onder opleidingstoeslag wordt verstaan het verschil tussen
het loon in de kolom „zonder beroepsopleiding" en het loon in de kolom „in
primaire opleiding of basisberoepsopleiding" van tabel III (zie bijlage 8E),
respectievelijk het verschil tussen het loon in de kolom „met primaire
opleiding of basisberoepsopleiding" en het loon in de kolom „in voortgezette
opleiding of vakopleiding".</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Onder de loonleeftijd wordt verstaan de leeftijd waarnaar de
jeugdige werknemer op grond van de bepalingen van deze CAO wordt beloond.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Inloopschaal</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>In afwijking van het gestelde in het eerste lid betaalt de
werkgever een werknemer, die nog nooit in de bouw heeft gewerkt, maximaal
voor de periode van een jaar een loon volgens de inloopschaal. Voor de inloopschalen
geldt dat werknemers die èn jonger zijn dan 22 jaar èn de beroepsopleiding
instromen niet volgens deze schaal worden beloond. In dit artikel wordt onder
beroepsopleiding mede verstaan het volgen van de praktijkcomponent.Deze afwijking
geldt evenmin voor werknemers die in het bezit zijn van het diploma van het
SOMA-college.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De lonen volgens de inloopschaal worden als volgt berekend:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Gedurende de eerste 26 weken van het dienstverband
geldt een schaalloon van het Wettelijk Minimum Jeugd Loon vermeerderd met
25% van het verschil tussen het Wettelijk Minimum Jeugd Loon en het loon voor „jeugdige"
werknemers zonder beroepsopleiding, gedurende de tweede 26 weken van het dienstverband
bedraagt dit verhogingspercentage 50%.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Afwijkende lonen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Voor het betalen van lagere lonen dan waarop de jeugdige werknemer
krachtens de bepalingen van dit artikel recht kan doen gelden, is toestemming
van partijen vereist.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien en voorzover jeugdigen, die zich hebben aangemeld voor
de beroepsopleiding en eerst na de zomervakantie met de beroepsopleiding zullen
aanvangen, werkzaamheden verrichten vallende onder deze CAO, geldt tot het
moment waarop zij met de beroepsopleiding aanvangen een arbeidsovereenkomst
waarop de beloning conform bijlage 8 van de CAO van toepassing is (zie bijlage
8E). Deze lonen zullen gelden tot en met de eerste 13 feitelijke opleidingsweken
van de leer-/arbeidsovereenkomst.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Rendementsprikkel</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Leerling/werknemers die na 1 juli 1999 instromen in
de vakopleiding en die aantoonbaar door gebrek aan eigen inzet achterop raken,
kunnen de rendementsprikkel toegepast krijgen. De norm hiervoor is het aantal
te behalen praktijkmodulen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Per half jaar wordt beoordeeld of de leerling/werknemer
de normstelling heeft behaald. Het eerste half jaar van de opleiding verdient
elke leerling/werknemer het loon volgens de tabel in opleiding.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De beoordeling zal eerstens plaatsvinden per 1 januari
2000.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien na een half jaar blijkt dat de leerling/werknemer
achterop is geraakt vindt een gesprek plaats tussen de leerling/werknemer
en de werkgever. Dit is een beoordelingsgesprek waarbij de oorzaken worden
besproken en de hoogte van de beloning kenbaar zal worden gemaakt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het nieuwe loon wordt voor de duur van een half jaar
als volgt bepaald:</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Loon tabel zonder opleiding + [aantal behaalde modulen
x (verschil loon in opleiding – loon zonder opleiding)]</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>[normstelling x 2]</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien een leerling/werknemer het niet eens is met
de beoordeling kan hij beroep doen op de hardheidsclausule inzake de rendementsprikkel
van de Commissie van Beroep, Postbus 3011, 2700 KG Zoetermeer.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Bijzondere toeslagen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor het verrichten van steenzetterswerkzaamheden aan de strandhoofden
langs de Noordzeekust of onder daarmee gelijk te stellen omstandigheden elders
(dit laatste mits met toestemming van partijen), alsmede voor rijswerk buitengaats,
zal een toeslag worden uitbetaald van per week f 16,85 per 1 juli 1999.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De chauffeur, die door de werkgever als zodanig is aangewezen,
heeft voor elke dag dat hij/zij het vervoer van één of meer
meerijder(s) verzorgt recht op een toeslag volgens onderstaande tabel, tenzij
het vervoer plaatsvindt met een door de werkgever ter beschikking gestelde
auto.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Toeslag per dag </tuskop>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="4" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="27.5mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="44mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="44mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="44.2mm"></colspec>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">Enkele reisafstand</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">0–30 km</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">31–65 km</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">66 km en meer </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">1 of 2 meerijders</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">4,10</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 5,10</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 6,10 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">3 of meeer meerijders</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">6,10</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">12,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">18,30</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De chauffeur die werkzaamheden verricht beschreven in functie
22, 62 of 89 van de functielijst (bijlage 1) en die een geheel kalenderkwartaal
heeft gereden zonder schade door zijn schuld, heeft recht op een premie voor
schadevrij rijden. De premie bedraagt f 22,50 per 1 juli 1999 per kwartaal,
welk bedrag voor elk aansluitend schadevrij kwartaal zal worden verhoogd met
f 2,65 per 1 juli 1999 totdat het maximum van f 27,50 per 1 juli
1999 is bereikt. Zodra men over een bepaald kwartaal geen premie heeft genoten,
zal over het eerstvolgende schadevrij kalenderkwartaal wederom f 22,50
per 1 juli 1999 worden uitbetaald. Na drie jaar schadevrij rijden wordt een
extra bonus uitgekeerd van f 38,75 per 1 juli 1999, evenals voor elk
daarop onmiddellijk volgend schadevrij jaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Indien een werknemer met goed gevolg een EHBO-cursus, welke
onder supervisie van het Oranje Kruis valt, heeft gevolgd, zal de verstrekking
van het eenheidsdiploma EHBO hem recht geven op vergoeding van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>het examen- en diplomageld;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>het Oranje Kruisboekje;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>het eventueel betaalde lesgeld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <al>Indien de EHBO-cursus is gevolgd op verzoek van de
werkgever en plaatsvond buiten arbeidstijd, heeft de werknemer tevens recht
op:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een bruto bedrag van f 318,– per 1 juli 1999;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>reiskostenvergoeding conform artikel 26, lid 3 en 4.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De binnen het kader van de „regeling betreffende het
eenheidsdiploma EHBO" vallende jaarlijkse oefenlessen, welke noodzakelijk
zijn voor het behoud van het diploma, geven de werknemer een recht op vergoeding
van de administratiekosten, verbonden aan de verlenging van het diploma, alsmede
de kosten van het eventueel te betalen lesgeld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20a</nr>
      <titel>Bereikbaarheidsdienst</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor het in dit artikel bepaalde moet onder bereikbaarheidsdienst
worden verstaan het zich buiten de normale arbeidsduur zoals bedoeld in artikel
15 lid 2<voetref refid="f27" nr="1" haak="1"></voetref>, dan wel de overeengekomen afwijkende
arbeidsduur conform artikel 15 lid 9<voetref refid="f6" nr="1" haak="1"></voetref>met inachtneming
van artikel 15 lid 3, beschikbaar houden voor het zonodig verrichten van werkzaamheden
die niet kunnen worden uitgesteld tot de eerstvolgende werkdag. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een werknemer die in het kader van zijn functie bereikbaarheidsdienst
dient te draaien en dit bij aanvang van werken in die functie met zijn werkgever
is overeengekomen, heeft een verplichting voor een oproep beschikbaar te zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>De werknemer die beschikbaar is voor de bereikbaarheidsdienst
heeft terzake van die dienst recht op een vergoeding. De hoogte van de vergoeding
wordt door de werkgever in overleg met de werknemer vastgesteld, doch zal
voor elke kalenderweek wachtdienst tenminste bedragen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de werknemer door de bereikbaarheidsdienst voortdurend
aan zijn woning gebonden is f 375,– bruto;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de werknemer door de bereikbaarheidsdienst niet
voortdurend aan zijn woning gebonden is, maar op gezette tijden beschikbaar
moet zijn f 325,– bruto;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de werknemer beschikt over zodanige technische
hulpmiddelen dat de gebondenheid aan zijn woning tot een minimum beperkt is
f 275,– bruto.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Ingeval de bereikbaarheidsdienst zich over minder dan een kalenderweek
uitstrekt zal de vergoeding naar rato worden verminderd met dien verstande
dat voor elke zaterdag en zondag 1/4 deel en voor elke andere dag 1/10 deel
van de weekvergoeding wordt aangehouden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het werken tijdens een bereikbaarheidsdienst wordt gezien als
overwerk. De overwerktoeslag zoals bepaald in artikel 22 van deze CAO is van
toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Door de werkgever zal een rooster voor de bereikbaarheidsdienst
in overleg met de betreffende werknemer(s) schriftelijk vastgelegd worden.
Artikel 5:11 van de Arbeidstijdenwet is van overeenkomstige toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Ingeval tijdens een bereikbaarheidsdienst arbeid moet worden
verricht op een verplichte snipperdag of feestdag, niet zijnde een zaterdag
of zondag als bedoeld in artikel 34 lid 3 en 4, heeft de werknemer het recht
deze dag op een ander tijdstip op te nemen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>In een onderneming met een ondernemingsraad kan een van dit
artikel afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de werkgever met de
ondernemingsraad hierover overeenstemming heeft bereikt. Deze afwijkende regeling
dient per saldo minimaal gelijkwaardig te zijn aan de in dit artikel omschreven
regeling. Artikel 40a is hierbij van toepassing. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
      <titel>Prestatiebeloning</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is bevoegd boven het voor de werknemer geldende
garantieloon een prestatiepremie toe te kennen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Wanneer deze premie afhankelijk wordt gesteld van een prestatiebevorderend
systeem, dient dit systeem in overeenstemming met de daarbij betrokken werknemer
te worden vastgesteld en schriftelijk te worden vastgelegd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Jeugdige werknemers beneden 18 jaar mogen niet in tarief werken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Bij een verhoging van het garantieloon, anders dan op grond
van plaatsing in een hogere functiegroep, mag de werkgever deze verhoging
niet in mindering brengen op de resultaten van overeengekomen prestatiebeloning
en dergelijke.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21a</nr>
      <titel>Spaarloon</titel>
    </artkop>
    <al>Wanneer een werknemer daartoe de wens te kennen geeft, zal de werkgever
de faciliteiten voor een spaarloonregeling aanbieden met inachtneming van
de wettelijke bepalingen terzake.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 22</nr>
      <titel>Vergoeding van overwerk</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Ingeval van overwerk kan de werknemer een keuze maken of hij
de hem toekomende overwerkuren beloond wil hebben dan wel of hij omzetting
in vrije tijd verlangt. De werknemer is verplicht om zijn keuze binnen 3 werkdagen
na het verrichten van het overwerk aan de werkgever bekend te maken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Ingeval de werknemer kiest voor beloning dan moet voor overwerkuren
het vast overeengekomen uurloon met de volgende percentages worden verhoogd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>voor de eerste 3 uren per dag, mits onmiddellijk voorafgaande
of aansluitend aan de normale arbeidsdag: 25%,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>voor de overige overuren op een normale werkdag, vanaf maandag
05.00 uur alsmede voor arbeid op zaterdag tot 21.00 uur: 50%,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>voor arbeid tussen zaterdag 21.00 uur en maandag 05.00 uur
alsmede voor arbeid op een feestdag, als vermeld in artikel 34 lid 4: 100%.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor Kust- en Oeverwerken bedragen deze percentages
voor overwerkuren:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>van maandag 05.00 uur tot vrijdag 22.00 uur,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>voor de uren tussen 05.00 uur en 22.00 uur: 25%</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>voor de uren tussen 22.00 uur en 05.00 uur: 50%</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>van vrijdag 22.00 uur tot zaterdag 21.00 uur: 50%</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>van zaterdag 21.00 uur tot maandag 05.00 uur: 100%</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij overwerk in ploegendienst moeten de voor ploegendienst
geldende uurlonen worden verhoogd met de in dit lid genoemde percentages.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor het Heibedrijf geldt voorts nog de bepaling dat
wanneer bij nachtarbeid minder uren gewerkt kan worden dan de normale arbeidsduur
bedraagt, voor het ontbrekende aantal uren het geldende garantie-uurloon zal
worden uitbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bij overwerk tijdens verschoven werktijden GWW, zoals bepaald
in artikel 15a, wordt de in lid 2 van dit artikel genoemde overwerktoeslag
berekend over het vast overeengekomen loon en niet over de toeslag verschoven
werktijden GWW, zoals bepaald in artikel 22b.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Ingeval de werknemer kiest voor omzetting in vrije tijd zullen
de overwerkuren worden gecompenseerd door vrije uren vermeerderd met de in
uren uitgedrukte percentages genoemd in lid 2. Indien aldus 8 uren zijn verkregen
kan de werknemer in overleg met de werkgever een dag vrijaf nemen, zo spoedig
mogelijk nadat dit overwerk is verricht. De aldus opgenomen vrije dag wordt
beloond tegen het garantieloon vermeerderd met de hem eventuele toegekende
prestatiebeloning. Over deze dag is de werkgever jegens de werknemer gehouden
de verplichtingen genoemd in de artikelen 28 en 29 na te komen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 22a</nr>
      <titel>Toeslag verschoven uren tijwerk<voetref refid="f7" nr="1" haak="1"></voetref></titel>
    </artkop>
    <al>Wanneer – behoudens bij ploegendienst – bij tijwerk de arbeid
wordt verricht buiten de grenzen van artikel 15 lid 5 doch de normale arbeidsduur
wordt niet overschreden, moet voor de buiten deze grenzen vallende uren het
garantie-uurloon worden verhoogd met 25%.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 22b</nr>
      <titel>Toeslag verschoven arbeidstijden GWW<voetref refid="f8" nr="1" haak="1"></voetref></titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Wanneer bij vernieuwing, reparatie of onderhoud van infrastructurele
werken een gedeelte van de normale arbeidsduur per week wordt verricht vóór
07.00 uur dan wel na 20.00 uur doch de normale arbeidsduur wordt niet overschreden,
dient uitsluitend over deze uren het vast overeengekomen uurloon te worden
verhoogd met de toeslag verschoven arbeidstijden GWW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het uurloon van de in het kader van de verschoven arbeidstijden
gewerkte uren dient verhoogd te worden met de in dit artikel vermelde toeslagen.
De toeslag verschoven arbeidstijden GWW bedraagt 30%. In afwijking hiervan
bedraagt de toeslag voor arbeid tussen vrijdag 20.00 uur en zaterdag 20.00
uur 50%. Van zaterdag 20.00 uur tot zondag 07.00 uur 75% en voor arbeid tussen
zondag 07.00 uur en maandag 07.00 uur, alsmede voor arbeid op feestdagen 100%.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien gedurende een week uitsluitend wordt gewerkt in verschoven
arbeidstijden en minder uren dan normaal gewerkt kan worden, wordt voor de
ontbrekende uren het vast overeengekomen loon inclusief toeslag verschoven
arbeidstijden GWW uitbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien een werknemer en een werkgever vóór 1
januari 1989 een regeling verschoven arbeidstijden GWW in de zin van deze
CAO zijn overeengekomen die qua toeslagen en vergoedingen per saldo hoger
is dan lid 2 bepaalt, zal toepassing van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel
gepaard gaan met een zodanige aanpassing van de onderling overeengekomen regeling
dat toeslagen en vergoedingen per saldo niet hoger zijn dan de oorspronkelijke
regeling.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 23</nr>
      <titel>Reisuren</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Onder reisuren worden verstaan de uren gedurende welke gereisd
wordt van de woning tot het werk en terug. Zij moeten worden vergoed indien
de arbeid in een andere dan de woongemeente van de werknemer plaatsvindt.
Daarbij dient de werkgever de bepalingen van lid 2 in dit artikel in acht
te nemen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De duur van de reis (reistijd) welke wordt gemaakt met een:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>openbaar middel van vervoer;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>door de werkgever ter beschikking gesteld vervoermiddel;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>eigen vervoermiddel;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>zal – met uitzondering van de eerste 60 minuten
per dag – door de werkgever aan de werknemer worden vergoed tegen het
voor die werknemer geldende garantie-uurloon.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De eerste 60 minuten per dag worden echter wel vergoed
aan de werknemer, die met goedvinden van de werkgever als bestuurder van een
auto met één of meer meerijders optreedt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Als reistijd bij een openbaar vervoermiddel geldt de reistijd
volgens de dienstregeling; bij een ander vervoermiddel wordt aangenomen dat
per uur wordt afgelegd door:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een voetganger 5 km;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een rijwiel 15 km;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een rijwiel met hulpmotor 25 km;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een twee- of driewielig motorrijwiel 40 km;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een auto 50 km.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Bij gebruik van een twee- of driewielig motorrijwiel, dan wel
een auto, kan in afwijking van hetgeen in lid 3a van dit artikel is bepaald,
door werkgever en werknemer in onderling overleg een lagere of hogere afstand
per uur worden vastgesteld, zulks met inachtneming van de af te leggen route
èn de hiervoor benodigde reistijd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien de arbeidstijd, de in de standaardregeling van de Arbeidstijdenwet
voorgeschreven pauze en de reistijd tezamen meer bedragen dan 11½ uur
per dag, zal de arbeidstijd in zoverre worden ingekort. De in de normale arbeidstijd
vallende reisuren zullen als arbeidsuren betaald worden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Indien het werk zo ver van de woning van de werknemer is gelegen
dat dagelijks huiswaarts keren van de werknemer onredelijk zou zijn, zal hij
in de gelegenheid worden gesteld een maal per week van huis te vertrekken
en terug te keren. In afwijking van het bepaalde in lid 2 van dit artikel
zullen aan deze werknemer alle noodzakelijk te maken reisuren worden vergoed.
De in de normale werktijd vallende reisuren zullen als arbeidsuren worden
betaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Wanneer sprake is van arbeidsverhindering als gevolg van ongunstige
weersomstandigheden in de zin van artikel 32, zullen eventuele reisuren, behoudens
in situaties dat het de werknemer redelijkerwijs duidelijk moet zijn geweest
dat zich arbeidsverhindering in deze zin voordoet, overeenkomstig de leden
1 tot en met 3 worden vergoed.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>In een onderneming met een ondernemingsraad kan een, van de
leden 1 tot en met 6, afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de werkgever
en de ondernemingsraad hierover overeenstemming hebben bereikt. Deze afwijkende
regeling dient per saldo minimaal gelijkwaardig te zijn aan de regeling zoals
omschreven in de eerder genoemde leden. Artikel 40a is hierbij van toepassing.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 24</nr>
      <titel>Wijze van loonbetaling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De loonbetaling dient uiterlijk 2 werkdagen na de desbetreffende
loonweek plaats te vinden (pendagen). Indien méér dan twee pendagen
worden aangehouden, zal de werkgever, uiterlijk op de tweede werkdag na het
einde van de loonweek, een voorschot verstrekken, dat tenminste gelijk moet
zijn aan het over die loonweek verschuldigde garantieloon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Indien de dienstbetrekking op een andere dan de betaaldag eindigt,
zal de werkgever bij het eindigen van de werktijd op die dag aan de werknemer
het gehele hem nog toekomende loon uitbetalen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>In het geval echter de loonadministratie automatisch
wordt gevoerd, zal de betaling plaatsvinden op de eerstvolgende betaaldag.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien de werknemer zelf ontslag heeft genomen anders dan met
een dringende reden, als bedoeld in artikel 7: 679 BW of indien aan hem ontslag
is verleend op grond van een dringende reden als bedoeld in artikel 7: 678
BW zal de uitbetaling plaatsvinden op de eerstvolgende betaaldag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever is bevoegd, na redelijk overleg met zijn werknemers
en met instemming van een aanmerkelijke meerderheid onder hen, de loonbetaling
in meerwekelijkse perioden vast te stellen met dien verstande dat deze loonperiode
niet langer dan 5 weken mag zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij een meerwekelijkse loonperiode dient de loonbetaling
uiterlijk twee werkdagen na afloop der periode plaats te vinden. Indien de
betaaldag méér dan twee werkdagen na afloop der loonperiode
valt, zal – behoudens over de laatste week van de loonperiode –
volledige loonbetaling over de voorgaande weken dienen plaats te vinden. Voor
deze laatste week zal de werkgever mogen volstaan met een voorschot dat tenminste
gelijk moet zijn aan het voor deze week verschuldigde loon op basis van het
garantie-uurloon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever is bevoegd de loonbetaling in contant geld te
vervangen door betaling per bank- of girocheque of door overschrijving op
bank- of girorekening. De werkgever dient er voor te zorgen dat de werknemer
ook bij deze wijze van betaling op het in lid 1 bedoelde tijdstip kan beschikken
over zijn loon, of een overeenkomstig lid 1 berekend voorschot.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bij elke loonbetaling zal aan de werknemer een specificatie
worden verstrekt van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>het brutoloon, verdeeld in garantieloon, prestatiebeloning,
overuren, reisurenvergoeding en andere vergoedingen en/of toeslagen. De inhoudingen
van loonbelasting/premie volksverzekeringen en het aandeel van de werknemer
in premies ingevolge de sociale verzekeringswetten en deze CAO.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De werkgever is tevens gehouden bij elke loonbetaling gespecificeerd
aan te geven hetgeen hij ten behoeve van de werknemer voldaan heeft aan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>de Stichting Vakantiefonds voor de Bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>de Stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>de Stichting Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid
(zie hoofdstuk 8).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Achterstand ten aanzien van de in dit artikel voorgeschreven
loonbetaling of achterstand in het nakomen van de bijdrageen premieverplichtingen
genoemd in artikel 29 kan voor de werknemer een dringende reden opleveren,
als bedoeld in artikel 7: 679 BW tot onmiddellijke beëindiging der dienstbetrekking.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 2 maanden, na afloop
van elk kalenderjaar zal de werkgever aan al zijn werknemers die op 31 december
van dat jaar in zijn dienst zijn, dan wel in dat kalenderjaar in zijn dienst
zijn geweest, een opgave verstrekken van het in dat jaar door de werknemer
genoten loon, alsmede de ingehouden loonbelasting/premie volksverzekeringen. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 7</nr>
      <titel>KOSTENVERGOEDINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 25</nr>
      <titel>Voeding, huisvesting, stage en eigen uitrusting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien het werk zo ver van de woning van de werknemer gelegen
is dat dagelijks huiswaarts keren van de werknemer onredelijk zou zijn, zal
zijn voeding, behoorlijke huisvesting en een vergoeding voor de verdere noodzakelijke
verblijfkosten tijdens de daardoor ontstane afwezigheid van huis, voor rekening
komen van de werkgever, tenzij de werkgever een verblijfsgelegenheid als bedoeld
in het Veiligheidsbesluit voor Fabrieken of Werkplaatsen van 20 september
1960 (Staatsblad 1960 nr. 434) ter beschikking stelt en ter tegemoetkoming
in de kosten voor voeding een toelage van per 1 juli 1999 f 13,75 per
dag verstrekt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer behoudt recht op vrije voeding en logies,
indien hij door ziekte of ongeval arbeidsongeschiktheid wordt, voor zolang
hij verblijf houdt in de plaats waar hij te werk is gesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Aan werknemers van Kust- en Oeverwerken zal, wanneer zij worden
gehuisvest in een door de werkgever beschikbaar gesteld verblijf – uitgezonderd
pensions, kosthuizen e.d. – voor elke daar doorgebrachte nacht een toeslag
van per 1 juli 1999: f 8,00 worden betaald. Deze bepaling is ook van
toepassing bij overnachten op vaartuigen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Wanneer een werknemer „Zwarte Corps" met zijn gezin
door de werkgever wordt gehuisvest, bijvoorbeeld in een woonwagen of woonark,
worden de voor de werknemer daaruit voortvloeiende kosten door de werkgever
vergoed. Dit laatste geldt ook indien een aan de werknemer toebehorende woongelegenheid
naar het oordeel van de werkgever verplaatst moet worden, in welk geval bovendien
de verplaatsingskosten heen en terug voor rekening komen van de werkgever.
De werknemer mag bij terugkeer kiezen tussen de plaats waar hij in het bevolkingsregister
is ingeschreven of zijn feitelijke woonplaats ten dage van het aangaan der
arbeidsovereenkomst.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Verplaatsing dient door de werkgever tenminste 2 x
24 uur tevoren aan de werknemer te worden aangezegd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien de dienstbetrekking door de werknemer wordt
beëindigd of eindigt wegens een door hem aan de werkgever gegeven dringende
reden, zijn de kosten van terugkeer niet voor rekening van de werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien de werkgever een werknemer „Zwarte Corps" voor
de duur van de dienstbetrekking woonruimte als dienstwoning ter beschikking
heeft gesteld en de dienstbetrekking eindigt door een rechtsgeldige opzegging
door de werknemer, dan is deze verplicht deze woonruimte binnen een termijn
van 2 weken na het einde van de dienstbetrekking te ontruimen en ter beschikking
te stellen van de werkgever; eindigt de dienstbetrekking door een rechtsgeldige
opzegging door de werkgever dan bedraagt vorengenoemde termijn ten hoogste
4 weken. In het laatste geval geldt voor de kosten van vervoer en verhuizing
hetzelfde als in lid 3 ten aanzien van deze kosten is bepaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Voor noodzakelijk gebruik van eigen uitrusting ontvangt de
werknemer per gewerkte dag met betrekking tot: </al>
    </inspring>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="140mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="20mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1 juli '99</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– Werkkleding</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">180 cent</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">–
Werkkleding van een werknemer in het Heibedrijf</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">195 cent </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– Laarzen/veiligheidsschoenen</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">110 cent </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– Indien uitsluitend knielaarzen</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"> 90 cent </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– Laarzen en oliegoed van een
werknemer, bij Kust- en Oeverwerken</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">230 cent</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– Gereedschap van een timmerman of straatmaker,
tot zijn normale uitrusting behorend</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">155 cent </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– Gereedschap van een metselaar
of tegelzetter, tot zijn normale uitrusting behorend</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">110 cent</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien de hiervoor omschreven uitrusting door de werkgever
wordt verstrekt, is de werkgever niet gehouden de daarbij genoemde vergoeding
te verstrekken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Wanneer een leerling in het kader van de beroepsopleidende
leerweg de beroepspraktijkvorming volgt, is de werkgever krachtens de Wet
Educatie Beroepsonderwijs gehouden het door de onderwijsinstelling voorgeschreven
model van de beroepspraktijkvormingsovereenkomst (stagemodel) te volgen. Gedurende
de beroepsopleidende leerweg, niveau 2 en niveau 4, geldt voor de leerling
als richtlijn een vergoeding van f 590,– bruto per maand of f 136,20
per week, alsmede de regelingen uit deze CAO inzake reis- en pensionkosten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>In een onderneming met een ondernemingsraad kan een, van de
leden 1 tot en met 5, afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de werkgever
en de ondernemingsraad hierover overeenstemming hebben bereikt. Deze afwijkende
regeling dient per saldo minimaal gelijkwaardig te zijn aan de regeling zoals
omschreven in de eerder genoemde leden. Artikel 40a is hierbij van toepassing.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 25a</nr>
      <titel>Kinderopvang</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werknemer heeft recht op een financiële bijdrage van
de werkgever voor de opvang van kinderen die jonger zijn dan 4 jaar, op voorwaarde
dat deze opvang plaatsvindt in een erkend kinderdagverblijf.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De in lid 1 bedoelde financiële bijdrage van de werkgever
bedraagt maximaal f 4.200,- per kind zijnde de helft van de kosten na
aftrek van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>de ouderbijdrage conform de Adviestabel Ouderbijdrage kinderopvang
van het Ministerie van VWS, en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>(overheids)subsidies; tot een maximum dat jaarlijks door partijen
wordt vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 26</nr>
      <titel>Reiskosten</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werknemer die zowel binnen als buiten zijn woongemeente
werkzaam is en dagelijks meer dan 15 kilometer moet reizen om van zijn woning
naar het werk en weer terug te komen, heeft recht op vergoeding van de reiskosten.
Het vervoer tussen woning en werk zal zoveel mogelijk als groepsvervoer plaatsvinden.
Indien hiervoor gebruik moet worden gemaakt van een auto, die niet door de
werkgever ter beschikking is gesteld, geldt de meerijregeling zoals opgenomen
in artikel 20 lid 2.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever is gerechtigd een vervoermiddel aan te wijzen,
mits dit in alle opzichten aan de door de wet gestelde eisen voldoet.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Kosten van reizen met een openbaar vervoermiddel worden in
de laagste klasse vergoed.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien de werknemer naar het oordeel van de werkgever gebruik
moet maken van een ander dan een openbaar vervoermiddel, zal hem hiervoor
worden betaald: </al>
    </inspring>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="140mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="20mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">1 juli '99</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– voor het gebruik van een
rijwiel(per dag):</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">170 cent</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– voor het gebruik van een rijwiel met hulpmotor (per kilometer):</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"> 15 cent</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– met een minimum (per dag):</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">190 cent </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– voor het gebruik van een motorvoertuig
op minder dan 4 wielen (per kilometer):</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"> 46 cent</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">– voor het gebruik van een auto
(per kilometer), tenzij de werknemer recht heeft op een chauffeurstoeslag
conform artikel 20, lid 2.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"> 57 cent </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">In dat geval bedraagt de vergoeding (per kilometer):</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"> 56 cent</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <inspring nivo="1">
      <al>Deze vergoedingen zullen ook worden betaald wanneer
de werknemer tijdens en ten behoeve van de werkzaamheden van deze vervoermiddelen
gebruik moet maken alsmede wanneer de werknemer tijdens vorstverlet op verzoek
van de werkgever moet reizen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien de werkgever een vergoeding (per kilometer)
voor het gebruik van een auto en een chauffeurstoeslag conform artikel 20
lid 2 van deze CAO dient te verstrekken, moet een meerijovereenkomst worden
ondertekend door de chauffeur, de meerijder(s) en de werkgever. De door de
fiscus gestelde voorwaarden voor het verstrekken van een vervoermiddelenvergoeding
en een voorbeeldmeerijovereenkomst zijn opgenomen in bijlage 12 van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een werknemer, bedoeld in artikel 25 lid 1, heeft eenmaal per
week recht op vrij vervoer van en naar huis.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Is de werknemer door ziekte of ongeval arbeidsongeschikt
dan mag de werkgever op zijn kosten de werknemer naar diens woonplaats doen
vervoeren, mits dit medisch verantwoord is; hij is daartoe verplicht als het
vervoer medisch noodzakelijk is. Zolang de werknemer door zijn arbeidsongeschiktheid
als gevolg van ziekte of ongeval niet in staat is wekelijks huiswaarts te
keren, zal zijn echtgeno(o)t(e) of, indien hij ongehuwd is, zijn ouders, hem
eenmaal per week op kosten van de werkgever kunnen bezoeken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Indien de werknemer bij ziekte de arbodienst moet bezoeken
en daarvoor reiskosten maakt, worden deze reiskosten door de werkgever vergoed.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>In een onderneming met een ondernemingsraad kan een, van de
leden 1 tot en met 6, afwijkende regeling van toepassing zijn, mits de werkgever
en de ondernemingsraad hierover overeenstemming hebben bereikt. Deze afwijkende
regeling dient per saldo minimaal gelijkwaardig te zijn aan de regeling zoals
omschreven in de eerder genoemde leden. Artikel 40a is hierbij van toepassing.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 27</nr>
      <titel>Vervoer stoffelijk overschot</titel>
    </artkop>
    <al>Ingeval een werknemer bij afwezigheid van huis in verband met zijn werk
dan wel op weg naar het werk of van het werk overlijdt, zijn de kosten van
het vervoer van het stoffelijk overschot naar de woonplaats, indien deze woonplaats
in Nederland gelegen is, voor rekening van de werkgever, tenzij deze kosten
uit een wettelijke regeling worden betaald.</al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 8</nr>
      <titel>SOCIALE FONDSEN EN PREMIEVERPLICHTINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 28</nr>
      <titel>Sociale fondsen en premieverplichtingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De bepalingen van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Statuten en het Vakantiereglement van de Stichting
Vakantiefonds voor de Bouwnijverheid, hierna te noemen het Vakantiefonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Statuten en het Vorstuitkeringsreglement van de Stichting
Risicofonds voor de Bouwnijverheid, hierna te noemen het Risicofonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Statuten en het Financieringsreglement van de Stichting
Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid, hierna te noemen
het O&amp;O-fonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Statuten en het Reglement van de Stichting Aanvullingsfonds
Bouwnijverheid, hierna te noemen Aanvullingsfonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Statuten en het Reglement van de Stichting Scholingsfonds
voor het Bouwbedrijf, hierna te noemen het Scholingsfonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>De Statuten en het Reglement van de Stichting Uittreden
Bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>alsook nadere uitvoeringsvoorschriften van organisatorische
aard, welke door de besturen van genoemde stichtingen worden gegeven binnen
het kader en de doelstellingen van hun statuten en hun reglementen, binden
werkgevers en werknemers alsof die bepalingen in deze CAO waren opgenomen. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Krachtens de bepalingen van de in lid 1 genoemde reglementen
is de werkgever voor iedere dag waarop de werknemer in zijn dienst betaalde
arbeid verricht jegens hem gehouden tot het storten van de bijdragen en premies.
Deze verplichtingen gelden ook indien over een dag waarop niet of slechts
gedeeltelijk is gewerkt loon en/of uitkering vorstverlet is betaald. Deze
verplichtingen rusten niet op de werkgever over zaterdagen en zondagen, tenzij
de op zaterdag en zondag verrichtte arbeid betrekking heeft op buiten de grenzen
van artikel 15 lid 5 vallende uren waarbij de normale arbeidsduur niet wordt
overschreden.Tot de normale arbeidsduur worden eveneens gerekend de vrije
uren, wanneer de werknemer gebruik maakt van de regeling ex. artikel 22 lid
3.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>In het geval, dat een werknemer wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid
in de zin van de AAW/WAO minder dan het aantal uren genoemd in artikel 15
lid 2 werkt, is de werkgever ten aanzien van deze werknemer aan de in lid
1 genoemde fondsen bijdragen en premies verschuldigd waarvan de hoogte dient
te zijn afgestemd op het vast overeengekomen uurloon.<voetref refid="f9" nr="1" haak="1"></voetref></al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>In het geval, dat een werknemer wegens (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid
in de zin van de AAW/WAO wel het aantal uren genoemd in artikel 15 lid 2 werkt,
maar als gevolg van een handicap tegen een lager uurloon, dient ten behoeve
van de bijdrage en premieverplichtingen dat uurloon te worden verhoogd tot
het uurloon dat overeenkomt met hetgeen de werknemer in hetzelfde beroep zou
hebben verdiend bij volledige arbeidsgeschiktheid. Voorts dient het aantal
gewerkte uren te worden verlaagd naar de mate van arbeidsgeschiktheid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bij samenloop van premievrije pensioenopbouw uit hoofde
van arbeidsongeschiktheid in de zin van de AAW/WAO en pensioenopbouw uit hoofde
van werkzaamheden als hier bedoeld is de werkgever geen hogere bijdrage- en
premieverplichtingen verschuldigd dan als in dit artikellid omschreven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Geen premie aan het Risicofonds is verschuldigd voor:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werknemers in de industriële bouw, voor zover niet
mede werkzaam op de bouwplaatsen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werkplaatspersoneel als bedoeld in artikel 1 lid 8;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werknemers in de grondboorbedrijven, die belast zijn met
de uitvoering van sondeerwerkzaamheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>werknemers, die belast zijn met de uitvoering van wegmarkeringswerkzaamheden
(zie de nummers 14, 57 en 82 van de functielijst opgenomen in bijlage 1);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>directeuren van vennootschappen/rechtspersonen, ook al
verrichten zij werkzaamheden die door werknemers vallende onder deze CAO doorgaans
worden verricht.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Geen bijdrage aan het Vakantiefonds is verschuldigd voor directeuren
van vennootschappen/rechtspersonen, ook al verrichten zij werkzaamheden die
door werknemers vallend onder deze CAO doorgaans worden verricht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 29</nr>
      <titel>Bijdrage- en premiebetalingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werkgever betaalt hetgeen hij ten aanzien van een bij hem
in dienst zijnde werknemer is verschuldigd aan de in artikel 28 lid 1 genoemde
fondsen aan het SFB, het uitvoeringsorgaan van bedoelde fondsen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De werkgever dient per loonbetalingstijdvak, doch tenminste
1 maal per maand, de uit lid 1a voortvloeiende door hem verschuldigde bijdragen
en premies aan het SFB te betalen, onder gelijktijdige verstrekking van alle
gegevens, benodigd voor rechtenbijboeking van de individuele werknemer. Deze
betaling en verstrekking van gegevens dient binnen 14 dagen na afloop van
elk hiervoor bedoelde loonbetalingstijdvak te geschieden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>De uit lid 1.a voortvloeiende verschuldigde premies en bijdragen
dienen te worden vastgesteld aan de hand van een door het SFB aan de werkgever
te verstrekken overzicht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Het SFB verstrekt aan de werknemer iedere vier weken een overzicht
van de door zijn werkgever op zijn naam betaalde bijdragen en premies, alsmede
van het totaal van zijn tegoed bij het Vakantiefonds en de door hem in het
betreffende rechtjaar opgebouwde rechten bij het Pensioen- en Risicofonds.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien door een werkgever geen bijdragen en premies als bedoeld
in lid 1. b. voor een bij hem in dienst zijnde werknemer worden gestort, ontvangt
de betreffende werknemer een overzicht onder vermelding dat geen bijdragen
en premies gestort zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur van het Vakantiefonds stelt nadere voorschriften
vast over de wijze waarop de werknemer over zijn tegoed kan beschikken en
stelt de werknemer daarvan schriftelijk op de hoogte.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien sprake is van een situatie als gesteld onder
lid 2.b. kan een werknemer onder door het bestuur van het Vakantiefonds vastgestelde
voorwaarden alsdan een beroep doen op een garantieregeling zoals opgenomen
in aanhangsel J met dien verstande dat onder die regeling per dienstverband
per rechtjaar maximaal over 8 weken kan worden uitgekeerd.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 29a</nr>
      <titel>Invordering en sanctionering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Indien de werkgever zijn bijdrage- en premieverplichtingen
jegens de in artikel 28 lid 1 genoemde fondsen niet nakomt, hebben deze fondsen
een zelfstandig recht op invordering jegens de werkgever.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien een werkgever niet voldoet aan zijn verplichtingen jegens
de werknemer met betrekking tot de voorgeschreven vakantiewaarde aan het Vakantiefonds,
kan uitsluitend desbetreffende werknemer, diens gemachtigde of de vakorganisatie,
waarvan de werknemer lid is, de werkgever na voorafgaande sommatie, in rechte
nakoming vorderen van de verplichting onmiddellijk de verschuldigde vakantiewaarde
aan het Vakantiefonds te voldoen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Achterstand in het nakomen door de werkgever ten aanzien van
de in dit artikel neergelegde verplichtingen kan voor de werknemer een dringende
reden opleveren, als bedoeld in artikel 7: 679 BW, tot onmiddellijke beëindiging
van de dienstbetrekking.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 30</nr>
      <titel>Vakantiewaarden en uitkeringen</titel>
    </artkop>
    <al>Rechtjaren 1999/2000</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De ten aanzien van een werknemer verschuldigde bijdragen aan
het Vakantiefonds betreffen voorzieningen voor de bestrijding van loonderving
over de in deze CAO aangegeven vakantie-, snipper- en feestdagen en voor vakantietoeslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor zover de voor de werknemer gestorte bijdragen
dit toelaten worden in het betreffende rechtjaar uit het Vakantiefonds vergoed
de loonderving over het aantal verlof- en feestdagen opgenomen in artikel
34, alsmede een vakantietoeslag van 8%, met inachtneming van hetgeen onder
lid 2.a., b. en c. is bepaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De 8 extra verlofdagen voor werknemers vanaf 55 jaar in 1999
(in 2000; 10) en de 11 extra verlofdagen voor werknemers vanaf 60 jaar in
1999 (in 2000; 13), als bedoeld in artikel 34 lid 1 zullen door de werkgever
worden betaald.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De werkgever zal aan de werknemer het vast overeengekomen
loon<voetref refid="f10" nr="1" haak="1"></voetref> betalen. De werkgever is eveneens verplicht
te voldoen aan de bijdrage- en premieverplichtingen, zoals genoemd in artikel
28 lid 2, 29 lid 1.a. en 29.a. lid 1.b. jegens de werknemer.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De loonkosten verbonden aan de opneming van de extra verlofdagen
als genoemd in lid 2.a. worden aan de werkgever vergoed door het Vakantiefonds.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Daartoe dient een declaratieformulier van het Vakantiefonds
te worden ondertekend, zowel door de werkgever als door de betrokken werknemer.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Een extra verlofdag als genoemd in lid 2.a. kan worden opgenomen
indien daarvoor voldoende rechten zijn opgebouwd. Voor werknemers die recht
hebben op 8 extra verlofdagen in het rechtjaar 1999/2000 is dit het geval
na 28 dagen waarover vakantierechten worden opgebouwd; voor werknemers die
recht hebben op 11 extra verlofdagen in het rechtjaar 1999/2000 is dit het
geval na 20 dagen waarover vakantierechten worden opgebouwd. Voor werknemers
die recht hebben op 10 extra verlofdagen in het rechtjaar 2000/2001 is dit
het geval na 22 dagen waarover vakantierechten worden opgebouwd; voor werknemers
die recht hebben op 13 verlofdagen in het rechtjaar 2000/2001 is dit het geval
na 17 dagen waarover vakantierechten worden opgebouwd. Slechts indien een
extra verlofdag daadwerkelijk wordt opgenomen zal het Vakantiefonds tot uitbetaling
overgaan; in afwijking hiervan betaalt het Vakantiefonds een opgebouwde extra
verlofdag wel uit voor een werknemer wiens dienstverband tijdens arbeidsongeschiktheid
wordt beëindigd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De berekening van de loonderving tijdens vakantie-, feest-
en snipperdagen en de vakantietoeslag wordt gebaseerd op het vast overeengekomen
loon en voor zover hiervan sprake is, vermeerderd met de resultaten van een
prestatiebevorderend systeem zoals omschreven in artikel 21 lid 2, alsmede
de toeslagen als bedoeld in de artikelen 22a en 22b lid 2.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Per betalingsperiode zal de opbouw van deze loonderving tijdens
vakantie-, feest- en snipperdagen en deze vakantietoeslag van de werknemer
geschieden door middel van een uniform door partijen vast te stellen percentage
over het vast overeengekomen loon, vermeerderd met de eventuele resultaten
van een prestatiebevorderend systeem zoals omschreven in artikel 21 lid 2,
alsmede de toeslagen als bedoeld in de artikelen 22a en 22b lid 2. Voor de
door partijen vastgestelde uniforme percentages wordt verwezen naar bijlage
2.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bij bedrijfssluiting als gevolg van vakantie heeft de jeugdige
werknemer met een leer-/arbeidsovereenkomst of praktijken arbeidsovereenkomst
die na het verlaten van een school niet kan beschikken over voldoende vakantiewaarde
recht op een loondervingsuitkering van het Vakantiefonds indien de werknemer
tenminste 5 weken heeft gewerkt direct voorafgaande aan de bedrijfssluiting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het tegoed aan vakantiewaarden wordt verminderd indien de werknemer
over een of meer in artikel 34 lid 4 genoemde feestdagen een uitkering krachtens
de WW heeft ontvangen. Deze vermindering is gelijk aan het nettobedrag dat
aan WW-uitkering over deze feestdagen werd uitbetaald. De vermindering vindt
plaats ten aanzien van de werknemer op wie laatstelijk, voor het intreden
van zijn werkloosheid, deze CAO van toepassing was.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 9</nr>
      <titel>ARBEIDSVERHINDERING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 31</nr>
      <titel>Arbeidsongeschiktheid (ziekte en dergelijke)</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In geval van arbeidsongeschiktheid behoudt de werknemer gedurende
maximaal 52 weken aanspraak op het vast overeengekomen loon<voetref refid="f11" nr="1" haak="1"></voetref>, en de daarbij behorende vakantiewaarde met inachtneming van hetgeen
is bepaald in artikel 29 lid 1 en artikel 34 lid 9. De werkgever is gerechtigd
hierop in mindering te brengen een aan de werknemer toekomende uitkering krachtens
de bepalingen van de Ziektewet en/of een verhoogde WAO-uitkering<voetref refid="f12" nr="1" haak="1"></voetref> en de daarop betrekking hebbende statuten en reglementen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Werknemers, die in enig jaar een uitkering krachtens de WAO
ontvangen en bij werken onder deze CAO zouden vallen, hebben recht op een
eindejaarsuitkering. WAO-gerechtigden die voorheen in aanmerking kwamen voor
een WW-uitkering en bij werken onder deze CAO zouden vallen hebben eveneens
recht op een eindejaarsuitkering.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Deze eindejaarsuitkering wordt in december van dat
jaar uitbetaald. Werknemers die van een andere uitvoeringsinstelling dan het
SFB een uitkering krachtens de WAO ontvangen komen slechts in aanmerking voor
een eindejaarsuitkering indien ze hiertoe een verzoek indienen bij het Aanvullingsfonds.
Het bepaalde in de tweede volzin van artikel 31b lid 4c is hierop van toepassing.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Geen uitbetaling vindt plaats indien artikel 13 AAW en/of artikel
22 WAO van toepassing is.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Indien de uitkering krachtens de WAO slechts een gedeelte van
het jaar wordt genoten heeft betreffende werknemer recht op een evenredig
deel van eindejaarsuitkering.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Gedeeltelijk arbeidsongeschikten ontvangen een uitkering afhankelijk
van de arbeidsongeschiktheidsklasse, die op 1 december van dat jaar van toepassing
was. Als in het desbetreffende jaar een hogere klasse van toepassing was,
heeft de werknemer recht op een eindejaarsuitkering die afhankelijk is van
de laatst van toepassing zijnde hogere klasse. Indien voorafgaand aan een
indeling op 1 december in de klasse 15–25% of in de klasse 25–35%
een hogere klasse van toepassing was, dan heeft de werknemer recht op een
eindejaarsuitkering die afhankelijk is van de laatst van toepassing zijnde
hogere klasse en de periode waarover hij op basis van een hogere klasse een
WAO-uitkering ontving.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>De hoogte van de eindejaarsuitkering wordt jaarlijks in oktober
door partijen vastgesteld, met inachtneming van de inkomsten uit de overeengekomen
premie als genoemd onder lid 2.f.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>Voor de financiering van deze regeling is de werkgever aan
het Aanvullingsfonds een premie op jaarbasis verschuldigd van 0,6% over het
premieloon Coördinatiewet Sociale Verzekeringen van werknemers. Deze
premie wordt conform de bij het Aanvullingsfonds gebruikelijke inningssystematiek
geheven. Werkgever en werknemer nemen ieder de helft van de premie voor hun
rekening (beiden 0,3%).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>g.</nr>
      <al>De uitvoering van de in de leden 2.a. tot en met 2.f. genoemde
regeling wordt verzorgd door het Aanvullingsfonds dat zijn administratie heeft
opgedragen aan het SFB. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien en voorzover de werkgever ter zake van arbeidsongeschiktheid
van zijn werknemer jegens een of meer derden een vordering tot schadevergoeding
kan doen gelden, moet de betrokken werknemer zijn volledige medewerking verlenen
om de schadevergoeding op deze derde(n) te verhalen. Artikel 6: 107a. BW is
van overeenkomstige toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werknemer die zonder toestemming van de werkgever bouwwerkzaamheden
verricht ten behoeve van derden en als gevolg hiervan arbeidsongeschikt raakt,
heeft voor de duur van de eerste drie maanden van deze arbeidsongeschiktheid
geen recht op de aanvulling van hetgeen hem op grond van artikel 7: 629 BW
toekomt tot zijn vast overeengekomen loon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht een verzuimregistratie bij te houden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Geregistreerd dienen te worden:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>leeftijd en geslacht;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>afdeling en functie;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>het aantal keren dat een werknemer verzuimt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>de duur van het verzuim.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De werkgever zal indien daarom door een werknemer wordt verzocht,
inzage verstrekken in de in het verzuimregistratiesysteem van die werknemer
opgenomen gegevens.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Herintreders die voorheen werkzaam waren als werknemer onder
deze cao en die recht hadden op een (gedeeltelijke) WAO-uitkering en het werk
gedurende 1 jaar als volledig arbeidsgeschikte werknemer hebben hervat, ontvangen
een eenmalige „stimuleringsuitkering herintreders":</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80%–100%:
f 2500</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65%–80%:
f 2000</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55%–65%:
f 1625</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45%–55%:
f 1375</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35%–45%:
f 1125</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25%–35%:
f  875</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15%–25%:
f  625</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bepalend voor de exacte hoogte van de stimuleringsuitkering
is/zijn de arbeidsongeschiktheidsklasse(n) waarin de werknemer is ingedeeld
geweest in het jaar voorafgaand aan het volledig hervatten van het werk. Indien
er in het laatste WAO-jaar, voorafgaand aan het volledig hervatten van het
werk, sprake is van verschillende arbeidsongeschiktheidsklassen, bestaat aanspraak
op een evenredig deel van de stimuleringsuitkering behorend bij de desbetreffende
arbeidsongeschiktheidsklasse(n).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Deze regeling gaat in op 1 januari 1999; de stimuleringsuitkering
zal derhalve vanaf 1 januari 2000 worden verstrekt mits aan de voorwaarden
is voldaan. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Bij de in sub a genoemde periode van 1 jaar worden periodes
van ziekte tot een maximum van 4 weken meegeteld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Werknemers die hun WAO-uitkering hebben ontvangen van een andere
uitvoeringsinstelling dan de SFB UOSV en die in aanmerking komen voor de „stimuleringsuitkering
herintreders" dienen zich te melden bij het bestuur van het Aanvullingsfonds,
per adres SFB-UOSV, postbus 637, 1000 EE te Amsterdam. Tevens dienen zij aan
de SFB-UOSV alle relevante informatie te verstrekken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>Voor de financiering van deze regeling betalen werkgevers met
ingang van 1 januari 2000 aan het Aanvullingsfonds een nader door partijen
vast te stellen premie.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 31b</nr>
      <titel>Aanvulling werkloosheidsuitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer, die recht heeft op een werkloosheidsuitkering,
heeft voor de duur van de werkloosheid als bedoeld in artikel 18 WW danwel
gedurende maximaal de eerste 6 maanden van de uitkeringsduur als bedoeld in
artikel 42 van de WW, overeenkomstig het Reglement van het Aanvullingsfonds
aanspraak op aanvulling van de vakantiewaarde tot 100% en op volledige voortzetting
van de pensioenopbouw, een en ander overeenkomstig zijn aanspraken bij werken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij de voortzetting van de pensioenopbouw wordt rekening
gehouden met het werknemersdeel in de pensioenpremie dat krachtens de WW wordt
betaald. Het recht op voortzetting vervalt indien en voor zover aanspraak
bestaat op voortzetting uit hoofde van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij voortzetting van deelname aan de regeling inzake
Invaliditeitspensioen heeft de werknemer, die recht heeft op een WW-uitkering
en wiens uitkeringsduur is bepaald in hoofdstuk IIA van de WW, gedurende maximaal
het eerste jaar van werkloosheid, overeenkomstig het reglement van het Aanvullingsfonds,
aanspraak op betaling van het werknemersdeel van de Invaliditeitspensioenpremie,
voor zover dit werknemersdeel niet krachtens de WW wordt betaald, en op een
aanvullende betaling die gelijk is aan het werkgeversdeel van de Invaliditeitspensioenpremie.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Een werknemer die recht verkrijgt op een loongerelateerde werkloosheidsuitkering
en waarvoor de bijdrage als bedoeld in lid 5 is afgedragen en behoort tot
het Arbeidsbestand Bouwnijverheid, heeft gedurende de eerste 8 weken van de
werkloosheid als bedoeld in artikel 18 en artikel 42 van de WW, overeenkomstig
het Reglement van het Aanvullingsfonds aanspraak op aanvulling van de Werkloosheidsuitkering
tot 80% van het betreffende dagloon.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Een werknemer die recht verkrijgt op een werkloosheidsuitkering
tengevolge van buitengewoon natuurlijke omstandigheden, zoals vorst, en waarvoor
de bijdrage als bedoeld in lid 5 is afgedragen en behoort tot het Arbeidsbestand
Bouwnijverheid, heeft gedurende de eerste 8 weken van de werkloosheid als
bedoeld in artikel 18 van de WW, overeenkomst het Reglement van het Aanvullingsfonds
aanspraak op aanvulling van de Werkloosheidsuitkering tot 100% van het vastovereengekomen
loon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De uitvoering van de in lid 1 en lid 2 genoemde regelingen
wordt verzorgd door het Aanvullingsfonds dat zijn administratie heeft opgedragen
aan het SFB. De nadere voorwaarden van de regeling zijn vastgelegd in het
reglement van het Aanvullingsfonds.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Een werknemer die recht verkrijgt op een kortdurende uitkering
als bedoeld in hoofdstuk IIB van de WW kan eveneens aanspraak maken op de
in lid 1 en 2 genoemde aanvullingen, met dien verstande dat de aanvulling
als bedoeld in lid 2a geschiedt tot 80% van het wettelijke minimumloon, dan
wel bij een dagloon lager dan het wettelijk minimumloon tot 80% van dat dagloon,
mits aan alle overige voorwaarden van dit artikel is voldaan, tenzij betrokkene
als gevolg van wettelijke bepalingen geen voordeel heeft van deze aanvulling(en).
De betrokkene moet een verzoek tot aanvulling indienen bij het Aanvullingsfonds.
Het bestuur van het Aanvullingsfonds beslist.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De aanvullingen als bedoeld in lid 1 en 2 gelden ook ingeval
een gedeeltelijk arbeidsgeschikte werknemer deel neemt aan een „proefplaatsing"
als bedoeld in de Wet REA.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>De betrokkene aan wie de WW-uitkering wordt uitbetaald door
een andere uitvoeringsinstelling dan het SFB, moet een verzoek tot aanvulling
indienen bij het Aanvullingsfonds. Tevens dient hij alle benodigde gegevens
ter beoordeling van het recht op en de hoogte van de aanvullingen vanuit het
Aanvullingsfonds aan het bestuur te verstrekken. Het bestuur van het Aanvullingsfonds
beslist.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Een verzoek om aanvulling als bedoeld in lid 1 en 2 wordt beschouwd
als verzoek om alle aldaar bedoelde aanvullingen waarop de betrokken werknemer
aanspraak kan doen gelden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Voor de financiering van de regeling is de werkgever een bijdrage
verschuldigd over het premieloon WW van zijn krachtens de WW verzekerde werknemers.
De werkgever en de werknemer nemen ieder de helft van deze bijdrage voor hun
rekening. Voor 2000 zal het bestuur van het Aanvullingsfonds tijdig een percentage
voor deze bijdrage vaststellen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Elke werkgever die werknemers in dienst heeft waarop deze CAO
van toepassing is, dient aan het SFB de loongegevens te verstrekken die noodzakelijk
zijn voor de jaarlijkse heffing van de bijdrage ten behoeve van het Aanvullingsfonds.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 32</nr>
      <titel>Ongunstige weersomstandigheden (vorst en dergelijke)</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werkgever beoordeelt in redelijk overleg met de betrokken
werknemers, waarbij zowel het bedrijfsbelang alsmede de veiligheid en gezondheid
van de werknemers in acht genomen worden, wanneer en hoelang als gevolg van
ongunstige weersomstandigheden of te weinig licht niet kan worden gewerkt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Werknemers hebben bij vorst het recht om de buitenwerkzaamheden,
dat wil zeggen werkzaamheden waarbij de werknemer direct aan de buitenlucht
is blootgesteld, neer te leggen bij een gevoelstemperatuur van –6°
Celcius of kouder. De gevoelstemperatuur volgens opgave van het KNMI weerstation
in de regio waarin het project gelegen is, is daarbij bepalend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werkgever is in geval van arbeidsverhindering in verband
met ongunstige weersomstandigheden verplicht aan de werknemer het vast overeengekomen
loon<voetref refid="f14" nr="1" haak="1"></voetref> door te betalen met de daarbij behorende
bijdrage- en premieverplichtingen als bedoeld in de artikelen 28 lid 2, 29
lid 1.a en 29a lid 1.b.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Bij arbeidsverhindering door te weinig licht, mist, regen,
wind, vorst of uitzonderlijke hoge of lage waterstand zullen de niet gewerkte
uren als arbeidsuren worden beschouwd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Bij arbeidsverhindering als gevolg van uitzonderlijk hoge of
lage waterstand geldt dit slechts over de werkdag waarop de arbeidsverhindering
ontstaat.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Onverminderd het bepaalde onder c. van dit lid geldt dit voor
de grond-, water- en wegenbouw slechts over de eerste 5 werkdagen indien de
arbeidsverhindering is ontstaan als gevolg van uitzonderlijk hoge waterstand
ten gevolge van bijzonder zware regenval, alsmede een zodanige wateroverlast
door ondoorlaatbaarheid van de bodem, dat niet meer gewerk kan worden op het
werkterrein of de bouwplaats danwel het werkterrein of de bouwplaats onbegaanbaar
is en de opdrachtgever de arbeid verbiedt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het Risicofonds heeft als doel om de verletkosten wegens vorst
op te vangen. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Er is een keuzemogelijkheid voor de werkgever voor een Eigen
Risico van 0, 3 of 9 dagen. Daarnaast bestaat de mogelijkheid de verletkosten
van vorstgevoelige werkzaamheden op te vangen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien de werkgever de werknemers laat doorwerken tijdens Eigen
Risico dagen, dan is de werkgever verplicht de werknemers onder goede en veilige
arbeidsomstandigheden te laten werken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Het bestuur van het Risicofonds ziet toe op de naleving van
dit artikellid. Het bestuur is gerechtigd een werkgever de mogelijkheid van
Eigen Risico te ontnemen, indien deze het risico op de werknemers afwentelt
dan wel sub b van dit lid niet naleeft. De hogere premie behorende bij een
Eigen Risico van 0 dagen is vanaf dat moment verschuldigd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Indien het SFB een overtreding constateert van de verplichte
maatregelen wordt dit onder de aandacht van partijen gebracht.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>De bewijslast van hetgeen genoemd in sub b, c en d van dit
artikellid berust bij de werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever moet de verplichte maatregelen, die onderdeel
uitmaken van het vorstuitkeringsreglement van het Risicofonds, toepassen tussen
de eerste maandag van november en de laatste vrijdag van maart. De werkgever
is tevens in deze periode verplicht de aanbevolen-maatregelen uit het vorstuitkeringsreglement
toe te passen indien hij de werknemer laat doorwerken tijdens de Eigen Risico
dagen. Er mag alleen gewerkt worden tijdens Eigen Risico dagen, indien de
werkgever heeft geïnvesteerd in de verplichte en voorheen aanbevolen
maatregelen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 33</nr>
      <titel>Korte verzuimen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In de hierna te noemen gevallen en tot de daarbij vermelde
duur heeft de werknemer recht op vrijaf, met doorbetaling van het vast overeengekomen
loon<voetref refid="f15" nr="1" haak="1"></voetref> en de daarbij behorende vakantiewaarde. Indien
en voor zover het recht op vrijaf samenvalt met vakantie en/of een zaterdag,
zondag, erkende algemene of erkende christelijke feestdag danwel roostervrije
dag vervalt dit recht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>De duur van het recht op vrijaf is:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>van de dag van overlijden tot en met de dag van de
uitvaart:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>bij overlijden van de echtgenote of echtgenoot, of van een
kind of pleegkind van de werknemer;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>bij overlijden van een der ouders, indien de werknemer daarbij
inwoont;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>ten hoogste drie dagen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>voor werknemers van 62 jaar en ouder voor het volgen van een
cursus ter voorbereiding op de tijd van pensionering;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>twee dagen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>bij huwelijk van de werknemer, mits tenminste drie dagen tevoren
aan de werkgever medegedeeld;<voetref refid="f16" nr="1" haak="1"></voetref></al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>bij bevallen van de echtgenote van de werknemer en/of in geval
van adoptie door de werknemer;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>bij overlijden van één van de ouders of schoonouders
van de werknemer;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>een dag:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>g.</nr>
      <al>bij huwelijk van een kind van de werknemer of van een in zijn
gezinsverband opgenomen pleegkind, van een ouder, schoonouder, broer, zuster,
halfbroer, halfzuster, zwager of schoonzuster, mits tenminste drie dagen tevoren
aan de werkgever medegedeeld;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>h.</nr>
      <al>bij overlijden of voor het bijwonen van de uitvaart van een
grootouder, behuwdgrootouder, overgrootouder, pleegouder, behuwd-kind, kleinkind,
broer, zuster, halfbroer, halfzuster, zwager, schoonzuster of een huisgenoot;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>i.</nr>
      <al>bij 25-jarig en 40-jarig huwelijksfeest van de werknemer, bij
25-, 40,- 50- en 60-jarig huwelijksfeest van de ouders of schoonouders van
de werknemer;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>j.</nr>
      <al>vervallen;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>ten hoogste een dag:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>k.</nr>
      <al>bij noodzakelijke verhuizing als gevolg van wijziging in de
plaats van tewerkstelling door de werkgever;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>l.</nr>
      <al>bij militaire keuring of herkeuring;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>m.</nr>
      <al>per bezoek: indien de werknemer door zijn behandelend geneesheer
wordt verwezen naar een specialist of een medisch consultatiebureau en hem
geen uitkering ingevolge de Ziektewet voor dit verzuim kan worden verleend;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>per bezoek: indien de werknemer in verband met een
ongeval een bezoek moet brengen aan de medisch adviseur van de assuradeuren
overeenkomstig de bepalingen van de CAO voor het Bouwbedrijf inzake „voorziening
bij ongeval";</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>per bezoek: indien de werknemer tijdens werktijd een
bezoek brengt aan de in opdracht van de werkgever werkende arbodienst;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>n.</nr>
      <al>bij opname en ontslag van de huisgenoten (partners, kinderen
of ouders) van de werknemer in of uit het ziekenhuis;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>ten hoogste 4½ uur:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>o.</nr>
      <al>bij militaire inspectie of het vervullen van een andere militaire
verplichting van korte duur;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>ten hoogste 3 uur:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>p.</nr>
      <al>bij dokters- dan wel tandartsbezoek, mits hiervan tijdig kennis
is gegeven. Zo mogelijk wordt van dit bezoek bewijs geleverd. De noodzakelijk
te maken reiskosten van en naar de woonplaats worden slechts vergoed in het
geval ook de reiskosten krachtens artikel 26 aan de werknemer worden vergoed
dan wel het vervoer door de werkgever wordt verzorgd en de werknemer daarvan
ten gevolge van dit doktersbezoek dan wel tandartsbezoek geen gebruik kan
maken;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>ten hoogste 2 uur:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>q.</nr>
      <al>voor het zich laten inschrijven bij het Arbeidsbureau, wanneer
het dienstverband van een werknemer met wie een arbeidscontract voor onbepaalde
tijd is aangegaan, wordt opgezegd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Hierbij geldt dat de benodigde tijd zal worden vergoed
met een maximum van 3 uur, indien het betreffende Arbeidsbureau in een andere
plaats is gevestigd dan waar het werkobject is gelegen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>r.</nr>
      <al>bij het uitoefenen van het kiesrecht;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>de duur van het verzuim:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>s.</nr>
      <al>bij medische keuring op verzoek van de werkgever, danwel bij
bedrijfsgeneeskundig onderzoek en algemeen periodiek geneeskundig onderzoek
in het kader van het individugerichte pakket preventiezorg, voorzover tenminste
twee dagen van te voren aan de werkgever kenbaar gemaakt. De noodzakelijk
te maken reiskosten hiervoor worden vergoed in het geval ook de reiskosten
krachtens artikel 26 aan de werknemer worden vergoed, dan wel het vervoer
door de werkgever wordt verzorgd en de werknemer daarvan tengevolge van het
bovengenoemd verzuim geen gebruik kan maken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>t.</nr>
      <al>voor het doen van een vakexamen ter verkrijging van een erkend
diploma op het terrein van het bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Werknemers als bedoeld in artikel 25 lid 1 ontvangen in de
gevallen van verzuim als hiervoor vermeld:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de reiskosten die daarmede samengaan vergoed, doch ten hoogste
tot het beloop van de reiskosten naar hun woonplaats en terug, te berekenen
op de wijze als in artikel 26 is vermeld;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>het vast overeengekomen loon<voetref refid="f18" nr="1" haak="1"></voetref> met
de bijbehorende vakantiewaarde naar rato van de noodzakelijke duur van deze
reis, voor zover de reis binnen hun normale arbeidstijd plaatsvindt of in
de plaats treedt van hun wekelijkse reis. Deze reistijd telt niet mee voor
de berekening van de in lid 1 vermelde duur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De ongehuwde werknemer, die duurzaam een gezamenlijke huishouding
voert met een andere ongehuwde en dit door middel van een notarieel vastgelegde
samenlevingsovereenkomst en/of partnerregistratie en/of een beschikking van
de Belastinginspecteur aan de werkgever bekend heeft gemaakt, heeft bij de
toepassing van lid 1 en 2 dezelfde rechten als ware hij gehuwd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Met huwelijk wordt gelijkgesteld het geregistreerde partnerschap. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 10</nr>
      <titel>VAKANTIE-, SNIPPER- EN FEESTDAGEN; ROOSTERVRIJE DAGEN; BIJZONDER VERLOF</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 34</nr>
      <titel>Vakantiedagen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Aantal verlofdagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Ten aanzien van iedere werknemer is het recht op verlof
als volgt geregeld:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>Over het rechtjaar 2000/2001</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Werknemers met een 40-urige werkweek</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>–</nr>
      <al>beneden 18 jaar 29 werkdagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>–</nr>
      <al>van 18 jaar tot en met 54 jaar 25 werkdagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>–</nr>
      <al>geboren voor 1 januari 1946 35 werkdagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>–</nr>
      <al>geboren voor 1 januari 1941 38 werkdagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De partieel leerplichtige werknemer, als bedoeld in artikel
11 heeft bij een driedaagse werkweek recht op 18 verlofdagen en bij een vierdaagse
werkweek recht op 24 verlofdagen per rechtjaar.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het rechtjaar 2000/2001 loopt van 24 april 2000 tot en met
22 april 2001.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Het recht op extra verlofdagen voor werknemers van 55 jaar
of ouder geldt derhalve voor alle werknemers die voor de genoemde data in
lid 1a. zijn geboren en gaat in bij aanvang van het nieuwe rechtjaar in april.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Extra verlofdag</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In het jaar dat tussen Kerstmis en Nieuwjaar 5 werkdagen
vallen, hebben de werknemers recht op 1 verlofdag extra.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Verplichte snipperdagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Als verplichte snipperdagen zijn aangewezen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>in 2000: 3, 4 en 5 januari 2001.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Feestdagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Iedere werknemer heeft recht op verlof tijdens de erkende
algemene en erkende christelijke feestdagen, te weten de beide Kerstdagen,
Nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag en tweede Pinksterdag alsook
over de dag die als Koninginnedag wordt gevierd. Wanneer bij ploegendienst
op deze dagen wordt gewerkt, zal ter compensatie op een andere dag vrijaf
worden gegeven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Verhindering verlof</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Voor zover de werknemer wegens omstandigheden als bedoeld in
artikel 7 : 635 BW verhinderd is zijn verlof te genieten, moet hem alsnog
verlof worden gegeven op een in overleg met de werknemer door de werkgever
vast te stellen tijdstip, mits de werknemer vóór de aanvang
van de verhindering deze aan de werkgever heeft medegedeeld, ofwel het betreft
dagen waarop de werknemer wettelijk ziekengeld genoten heeft.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>In afwijking van het gestelde sub a. geldt, dat ingeval van
arbeidsongeschiktheid tijdens een verlofperiode die minimaal 5 werkdagen omvat,
de werknemer na herstelmelding alsnog aansluitend het aantal verlofdagen dat
hij arbeidsongeschikt was dient op te nemen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Betaling verlof- en feestdagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer heeft geen recht op enige betaling door
de werkgever over hem verleende verlof- en feestdagen als in lid 1 tot en
met 5 vermeldt, indien de werkgever aan zijn verplichtingen tot betaling van
de bijdragen aan het Vakantiefonds heeft voldaan, met uitzondering van de
8 respectievelijk 11 extra verlofdagen van de oudere werknemer in 1999 en
10 respectievelijk 13 extra verlofdagen van de oudere werknemer in 2000. De
werkgever kan de loonkosten die hieraan verbonden zijn declareren bij het
Vakantiefonds, mits aan de daaraan gestelde voorwaarden als bedoeld in artikel
30 lid 2 sub a. is voldaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Schriftelijke verklaring</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werkgever is verplicht bij beëindiging van
de dienstbetrekking de werknemer een schriftelijke verklaring te geven, waarin
staat vermeld het aantal niet verplichte verlofdagen, dat de werknemer tijdens
het lopende rechtjaar heeft opgenomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Zomervakantie</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer heeft recht op 3 weken aaneengesloten
zomervakantie op grond van de onder lid 1 van dit artikel genoemde verlofdagen.
Voor zover mogelijk zal op verzoek van de werknemer voor 1 december van enig
jaar zijn aaneengesloten zomervakantie van het daaropvolgende jaar worden
vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 35</nr>
      <titel>Roostervrije dagen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Roostervrije dagen zijn dagen waarop niet wordt gewerkt. De
werkgever zal aan de werknemer over een roostervrije dag het vast overeengekomen
loon<voetref refid="f19" nr="1" haak="1"></voetref> betalen. De werkgever is over een roostervrije
dag eveneens verplicht te voldoen aan de bijdrageen premieverplichtingen,
zoals genoemd in de artikelen 28 lid 2, 29 lid 1. a. en 29a lid 1. b., jegens
de werknemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In het kader van deze CAO is het aantal roostervrije dagen
per kalenderjaar vastgesteld op 24. Van de 24 roostervrije dagen per kalenderjaar
worden:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>9 dagen in 2000 aangewend ten behoeve van collectieve
roostervrije dagen als bedoeld in lid 3;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>2 dagen aangewend ten behoeve van scholing zoals bedoeld
in artikel 35b;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>13 dagen in 2000 zelfstandig vastgesteld in de onderneming
op basis van de in lid 4 genoemde regeling.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Van de collectieve roostervrije dagen worden er maximaal
7 aangewend ten behoeve van de collectieve wintersluiting zoals bedoeld in
artikel 35a.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>9 collectieve roostervrije dagen van 2000 zijn aangewezen op
de eerste twee werkdagen van de regionale krokusvakantie of op de carnavalsmaandag
en carnavalsdinsdag, 21 april, 5 mei, 2 juni, 27, 28, 29 december en 2 januari
2001.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het recht op bovengenoemde collectieve roostervrije
dagen vervalt indien de werknemer op deze dag(en) arbeidsongeschikt is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De vaststelling van de overige roostervrije dagen geschiedt
in de onderneming door de werkgever in goed en vroegtijdig overleg met de
ondernemingsraad en bij het ontbreken daarvan met de werknemers, die zich
door een delegatie uit hun midden kunnen doen vertegenwoordigen. Hierbij kunnen
de in dit lid bedoelde roostervrije dagen tevens in halve dagen of in uren
worden vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor elke werknemer dienen de data van de roostervrije
dagen dan wel de periode van roostervrije uren aanwijsbaar te zijn. Deze dienen
aan de werknemer(s) te worden bekendgemaakt tenminste 10 dagen voor de aanvang
van het tijdvak waarop de roostervrije tijd betrekking heeft. Dit tijdvak
is een kalenderjaar, maar kan ook een kortere periode zijn indien dit voorafgaand
aan het kalenderjaar wordt afgesproken. De werkgever is verplicht de werknemer(s)
hieromtrent schriftelijk te informeren.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien een werkgever nalaat de werknemer(s) op de hoogte
te stellen van de vaststelling van de roostervrije dagen zoals bedoeld in
dit lid en hiertoe ook niet overgaat na sommatie van de werknemer(s) of één
van de werknemersorganisaties partij bij deze CAO, zullen partijen gezamenlijk
maatregelen treffen die ertoe leiden dat de werkgever alsnog voldoet aan het
in dit lid bepaalde.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Wanneer er sprake is van arbeidsongeschiktheid op een
roostervrije dag als hier bedoeld, kan de werkgever in goed overleg met de
werknemer besluiten dat de werknemer de betreffende roostervrije dag alsnog
op een later tijdstip opneemt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Vanaf 1 januari 2000 verwerft een werknemer tijdens het dienstverband
per week het recht op 3,38 roostervrije uren. In het kalenderjaar 2000 kunnen
maximaal 176 roostervrije uren worden opgebouwd (22 roostervrije dagen).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>In afwijking van het in lid 5a bepaalde wordt geen recht op
roostervrije dagen opgebouwd gedurende de periode dat de werknemer de militaire
dienstplicht vervult, zulks met uitzondering van de periode waarin de werknemer
deelneemt aan een herhalingsoefening.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Op de door de werkgever ingevolge het bepaalde in artikel 7:
626 BW verplicht aan de werknemer te verstrekken loonspecificatie staan telkens
per vierwekenperiode de opgebouwde, maar nog niet opgenomen rechten ten aanzien
van de collectief en de zelfstandig in de onderneming vast te stellen roostervrije
dagen respectievelijk uren afzonderlijk geregistreerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Indien een dienstverband aanvangt in de loop van een kalenderjaar
gelden de volgende bepalingen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Bij de aanvang van het dienstverband wordt overeenkomstig lid
5 berekend op hoeveel roostervrije dagen als bedoeld in lid 3 en lid 4 de
betrokken werknemer recht heeft in het resterende deel van het betreffende
jaar.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Bij de vaststelling van de roostervrije dagen waarop de werknemer
krachtens lid 4 recht heeft, dient voorrang gegeven te worden aan de collectieve
dag(en) die niet meer kan (kunnen) worden opgebouwd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De resterende roostervrije dagen worden in overleg
met de betrokken werknemer uiterlijk 10 dagen na aanvang van het dienstverband
aan de werknemer bevestigd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Indien een dienstverband wordt beëindigd in de loop van
een kalenderjaar gelden de volgende bepalingen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Bij beëindiging van het dienstverband wordt, overeenkomstig
lid 5, berekend op hoeveel roostervrije dagen de betrokken werknemer nog recht
heeft.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien blijkt dat de werknemer op het tijdstip van beëindiging
van het dienstverband recht heeft op een groter aantal dan de feitelijk opgenomen
roostervrije dag(en) als bedoeld in lid 4, dient deze dag respectievelijk
dienen deze dagen, alsnog na overleg met de werkgever voor de beëindiging
van het dienstverband te worden opgenomen. De krachtens lid 3 opgebouwde collectieve
roostervrije dagen dienen te worden uitbetaald en aan de bijdrage- en premieverplichting
zoals bedoeld in de artikelen 28 lid 2, 29 lid 1.a en 29a lid 1.b, dient te
worden voldaan. Indien het dienstverband wordt beëindigd wegens vervroegde
uittreding dan wel pensionering dienen de opgebouwde collectieve roostervrije
dagen evenwel voor de beëindiging van het dienstverband te worden opgenomen
in plaats van te worden uitbetaald.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Alleen wanneer het dienstverband op verzoek van de werknemer
wordt beëindigd dan wel bij beëindiging van het dienstverband om
een dringende reden als bedoeld in artikel 7: 677 BW, kan in geval bij de
beëindiging van het dienstverband de werknemer meer roostervrije dagen
blijkt te hebben opgenomen dan waarop hij op de datum van beëindiging
recht had, de werkgever deze meerdere dagen met de werknemer verrekenen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Een werkgever kan met de ondernemingsraad overeenstemming bereiken
om het in lid 2 van dit artikel genoemde aantal collectieve roostervrije dagen
toe te voegen aan het aantal, op basis van de in lid 4 van dit artikel genoemde
regeling, in de onderneming vast te stellen roostervrije dagen. Hierbij geldt
als voorwaarde dat de roostervrije tijd gespreid over het jaar wordt vastgesteld,
in halve of hele dagen. Artikel 40a is van toepassing. In dit geval, zijn
van dit artikel de leden 3b, 4, de eerste volzin, 7b, de tweede en derde volzin,
alsmede artikel 35a niet van toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Een onderneming die, met inachtneming van het in het vorige
lid bepaalde, alle collectieve roostervrije dagen vaststelt, kan ook de ten
behoeve van de wintersluiting collectief vastgestelde verplichte snipperdagen
overeenkomstig het vorige lid vaststellen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 35a</nr>
      <titel>Collectieve wintersluiting 2000</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Er is een collectieve wintersluiting voor de gehele bedrijfstak
rondom Kerstmis en Nieuwjaar.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De collectieve wintersluiting 2000 valt van 22 december
2000 tot en met 5 januari 2001 waarbij 3, 4 en 5 januari 2001 zijn aangewezen
als verplichte snipperdagen conform artikel 34 lid 3.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>In goed en vroegtijdig overleg kunnen de werkgever en de ondernemingsraad,
en bij het ontbreken daarvan de werknemers die zich door een delegatie uit
hun midden doen vertegenwoordigen, afspraken maken teneinde te komen tot een
tweeweekse wintersluiting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever zal aan de werknemer over de bij hem opgebouwde
collectieve roostervrije dag(en) van de wintersluiting het vast overeengekomen
loon<voetref refid="f20" nr="1" haak="1"></voetref> betalen. De werkgever is jegens de werknemer
over deze roostervrije dag(en) eveneens verplicht te voldoen aan de bijdrage-
en premieverplichtingen, zoals genoemd in de artikelen 28 lid 2, 29 lid 1.a.
en 29.a. lid 1.b., jegens de werknemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien en voor zover de werknemer, na toepassing van het in
artikel 35 lid 6 bepaalde, onvoldoende rechten heeft opgebouwd voor de collectieve
roostervrije dagen gedurende de wintersluiting als in lid 1 bedoeld, wordt
de loonbetaling alsmede de bijdrage- en premieverplichtingen over de resterende
roostervrije dagen als genoemd in de artikelen 28 lid 2, 29 lid 1.a. en 29.a.
lid 1.b., in voorkomende gevallen als aanvulling op een uitkering krachtens
de Werkloosheidswet, gewaarborgd door een daartoe strekkende garantieregeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien de werknemer, overeenkomstig het in artikel 35 bepaalde,
rechten heeft opgebouwd voor collectieve roostervrije dagen van de wintersluiting,
doch de werkgever over deze collectieve roostervrije dagen zijn verplichtingen
met betrekking tot het loon en/of de bijdrage- en premieverplichtingen als
genoemd in de artikelen 28 lid 2, 29 lid 1.a. en 29.a. lid 1.b., niet nakomt,
worden deze verplichtingen gewaarborgd door een daartoe strekkende garantieregeling,
mits de werknemer kan aantonen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>het bestaan van de dienstbetrekking waaraan hij zijn aanspraken
ontleent;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de omvang van zijn aanspraken jegens de garantieregeling
uit die dienstbetrekking;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>dat hij zijn werkgever schriftelijk ter nakoming van diens
verplichtingen terzake (aangetekend) heeft aangemaand en in rechte heeft aangesproken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Indien het uitvoeringsorgaan van de garantieregeling
ingevolge het in dit lid bepaalde aan de werknemer een loondervingsuitkering
verstrekt, verwerft dit orgaan jegens de werkgever een zelfstandig recht op
invordering van de loonkosten over de dagen waarover de werknemer een loondervingsuitkering
ontvangt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Ter financiering van de garantieregeling als bedoeld in lid
3 en lid 4 zullen partijen een besluit nemen, evenals ten aanzien van het
in lid 4 bedoelde uitvoeringsorgaan.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 35b</nr>
      <titel>Scholing</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Werknemers hebben recht op gemiddeld 2 scholingsdagen per kalenderjaar
met behoud van loon en bijbehorende bijdrageen premieverplichtingen als bedoeld
in artikel 28 lid 2, 29 lid 1a en 29a lid 1b teneinde aldus in de gelegenheid
te zijn tot het volgen van cursussen,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>die verband houden met zijn huidige of toekomstige beroep
bij een werkgever vallende onder de werkingssfeer van de CAO, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>die door het bestuur van het Scholingsfonds zijn goedgekeurd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Over het moment van opname van het scholingsverlof
dient tussen werkgever en werknemer overeenstemming te bestaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht in zijn onderneming een opleidings-
en scholingsbeleid te voeren. Per kalenderjaar dient de werkgever een scholingsplan
vast te stellen. Hierbij wordt rekening gehouden met de wensen van de werknemers.
Drie maanden voorafgaand aan de vaststelling van het scholingsplan worden
werknemers daarvan in kennis gesteld. Indien en voor zover de werkgever geen
gevolg aan deze verplichting geeft dan wel de individuele werknemer gedurende
twee jaren niet in aanmerking is gekomen om een cursus in het belang van zijn
functie te volgen, dan kan deze werknemer een zelfstandig recht op scholing
doen gelden conform hetgeen omschreven in lid 1. Een verzoek tot scholing
van de werknemer als bedoeld in de vorige volzin dient in alle gevallen gehonoreerd
te worden.Het aanmelden voor de cursussen bij het opleidingsinstituut zal
gebeuren via de vakbondsconsulenten c.q. regiomedewerkers of rayonbestuurders.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Werknemers die van bovengenoemd zelfstandig recht gebruik
maken krijgen 100% van hun reis- en verletkosten vergoed krijgen uit het Scholingsfonds.
Het Scholingsfonds vergoedt de cursuskosten en zal een vordering tegen de
werkgever instellen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Met ingang van 1 januari 2000 wordt de premie voor het Scholingsfonds
jaarlijks na advies van het Scholingsfondsbestuur door partijen vastgesteld.
Dit betreft zowel de premie voor de verlet- en reiskosten als de premie voor
de cursuskosten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Werkgevers komen vanaf 1 januari 2000 in aanmerking
voor een nominale vergoeding uit het Scholingsfonds voor de verleten reiskosten
verbonden aan het volgen van de in lid 1 bedoelde cursussen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Aan het SFB is door het Scholingsfonds de administratieve
uitvoering van deze regeling opgedragen. De bijdrage is vastgesteld in de
vorm van een percentage van het door de werkgever aan zijn werknemers, vallend
onder deze CAO, uitbetaalde loon.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De bijdragegrondslag is het premieloon in de zin van
de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen. Het SFB zal voorschotbetalingen
vorderen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 36</nr>
      <titel>Bijzonder verlof</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien buitenlandse werknemers de wens te kennen geven verlof
te willen nemen voor viering van religieuze niet-christelijke feestdagen,
zal de werkgever hen daartoe zoveel mogelijk de gelegenheid geven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever is niet verplicht loonderving over de verlofdagen
te vergoeden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een werknemer heeft recht op onbetaald verlof ten behoeve van
het naar Nederland halen van een adoptief kind, in aanvulling op artikel 33,
lid 1e, mits daaromtrent overeenstemming bestaat met de werkgever.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 37</nr>
      <titel>Vrijwillig vervroegde uittreding</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Werknemers, alsmede werknemers die in de periode van 3 maanden
direct voorafgaande aan de uittredingsdatum werkloos zijn geworden, kunnen
besluiten om ingaande de eerste dag van enige maand na het bereiken van de
60-jarige leeftijd vervroegd uit het arbeidsproces te treden indien deze dag
valt vóór 1 mei 2000. Dit kan zowel volledig als gedeeltelijk.
Een en ander met inachtneming van de wettelijke opzeggingstermijn en overeenkomstig
de aan de CAO gehechte Voorwaarden vervroegde uittreding bouwbedrijf (bijlage
7).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In afwijking van het in het voorgaande lid bepaalde kan de
werknemer, alsmede de werknemer die in de periode van 3 maanden direct voorafgaande
aan de uittredingsdatum werkloos is geworden, ingaande de eerste dag van enige
maand na het bereiken van de 57-jarige leeftijd vervroegd uit het arbeidsproces
treden indien deze dag valt vóór 1 mei 2000. Dit kan zowel volledig
als gedeeltelijk. Dit indien hij voorafgaande aan de uittredingsdatum minimaal
40 jaar binnen de Europese Unie als werknemer in de zin van het BW werkzaam
is geweest en gedurende 30 jaar actief deelnemer is geweest in het Bedrijfspensioenfonds
voor de Bouwnijverheid of een daarmee door partijen in het kader van de vrijstellingsregeling
gelijkgestelde pensioenverzekering.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voorts dient hij gedurende de laatste 4 jaar direct
voorafgaande aan de uittredingsdatum, zonder onderbreking anders dan door
arbeidsongeschiktheid of werkloosheid werkzaam te zijn geweest als werknemer
in de zin van deze CAO. De wettelijke opzegtermijn en de aan deze CAO gehechte
Voorwaarden vervroegde uittreding bouwbedrijf met uitzondering van hetgeen
daar gesteld is in artikel 2 dienen in acht genomen te worden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werkgever is een premie verschuldigd voor de financiering
van de uitvoering van lid 1 en lid 2 van dit artikel. Deze premie is verschuldigd
aan de SFBgroep, hierna te noemen het SFB. Aan het SFB is door de Stichting
Uittreden Bouwbedrijf de administratieve uitvoering van deze regeling opgedragen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De premie wordt vastgesteld, overeenkomstig hetgeen hieromtrent
bepaald is in het bijdrage-reglement van de Stichting Uittreden Bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>1.</nr>
      <al>Vanaf 1 januari 2000 tot 1 mei 2000 bedraagt de vut-premie
9,36%.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werknemersbijdrage in deze premie maakt deel uit van dit
percentage. De werknemersbijdrage wordt ingehouden op het loon. Vanaf 1 januari
2000 tot 1 mei 2000 bedraagt de werknemersbijdrage 4,44%.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>3.</nr>
      <al>Vanaf 1 januari 2000 tot 1 mei 2000 bedraagt de werkgeversbijdrage
4,92%.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht die loongegevens van het in de onderneming
werkzame personeel, vallende onder deze CAO te verstrekken aan het SFB, welke
het SFB noodzakelijk acht voor de jaarlijkse inning van de VUT-bijdrage.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 12</nr>
      <titel>COLLECTIEVE BELANGEN BOUWNIJVERHEID</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 39</nr>
      <titel>Financiering collectieve belangen bouwnijverheid</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is voor iedere dag waarop de werknemer in zijn
dienst arbeid verricht jegens hem gehouden tot het betalen van een bijdrage
aan het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De bijdragen zijn door partijen met ingang van 1 januari 1999
als volgt vastgesteld: </al>
    </inspring>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="15mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="19.5mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="19.5mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="19.5mm"></colspec>
        <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="19.5mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">Fonds</entry>
            <entry align="center" morerows="0" nameend="c3" namest="c2" rotate="0">1-1 t/m 30-6-1999</entry>
            <entry align="center" morerows="0" nameend="c5" namest="c4" rotate="0">1-7 t/m 31-12-1999</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">A-personeel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">B-personeel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">A-personeel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">B-personeel</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">A-fonds</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">–</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">1,7941%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">–</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">1,7941%</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">A-fonds</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">0,3580%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">0,5937%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">0,6283%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">0,5937%</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">C-fonds</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">0,1650%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">0,1624%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">0,1650%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">0,1624%</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <inspring nivo="1">
      <al>De heffing wordt berekend over het premieloon Coördinatiewet
Sociale Verzekeringen van werknemers</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>met een maximum van anderhalf maal het SV-dagloon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Onder A-personeel wordt in dit verband verstaan de werknemers
bedoeld in artikel 1, lid 5, onder d. tot en met i. van deze CAO voor zover
de CAO voor Uitvoerend, Technisch en Administratief personeel in de Bouwbedrijven
van toepassing is. Onder B-personeel wordt in dit verband verstaan de werknemers
als bedoeld in artikel 1, lid 5 onder a, b en c.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De in lid 1 bedoelde bijdrage omvat heffingen voor:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De kosten van de vakopleiding, van andere opleidings- en beroepsscholingsprojecten
en van daarmee verband houdende wetenschappelijke onderzoeken, alsmede kosten
ten behoeve van de gezondheidszorg.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 13</nr>
      <titel>VAKBONDSACTIVITEITEN IN DE ONDERNEMING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 40</nr>
      <titel>Vakbondsactiviteiten in de onderneming</titel>
    </artkop>
    <al>Om contacten mogelijk te maken tussen de werknemersorganisaties en hun
leden en tussen deze leden onderling, alsmede om de werknemersorganisaties
in staat te stellen de leden van de ondernemingsraad in hun werk te ondersteunen,
zijn partijen het volgende overeengekomen:</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werknemersorganisaties kunnen elk uit de kring van hun leden
binnen elke onderneming dan wel werkobject, dat daarvoor in aanmerking komt,
een contactpersoon aanwijzen. Van deze aanwijzing wordt de werkgever mededeling
gedaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De werkgever draagt er zorg voor dat de contactpersoon niet
vanwege zijn werkzaamheden in het kader van het vakbondswerk in de onderneming
wordt benadeeld in zijn positie in de onderneming bijvoorbeeld ten aanzien
van promotie of beloning.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 40a</nr>
      <titel>Bevoegdheden ondernemingsraad</titel>
    </artkop>
    <al>In een onderneming met een ondernemingsraad kan een van deze CAO afwijkende
regeling overeengekomen worden indien en voorzover in deze CAO de gelegenheid
wordt geboden. In dit geval gelden, naast de bepalingen vastgelegd in de Wet
op de Ondernemingsraden (WOR) de volgende bepalingen:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>de werkgever dient met de ondernemingsraad overeenstemming
te bereiken over de afwijkende regeling/bepaling. Indien geen overeenstemming
wordt bereikt geldt de regeling/bepaling van deze CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>de ondernemingsraad kan zich laten bijstaan door vakbondscontactpersonen
als bedoeld in artikel 40, alsmede door externe vertegenwoordigers van organisaties,
partij bij deze CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>de duur van de afwijkende regeling/bepaling is maximaal gelijk
aan de looptijd van deze CAO. De afwijkende regeling/bepaling kan niet stilzwijgend
verlengd worden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>de leden van de ondernemingsraad hebben tijdens werktijd aanspraak
op minimaal 60 uren per jaar ten behoeve van onderling overleg en beraad met
behoud van loon, alsmede aanspraak op minimaal 5 dagen per jaar ten behoeve
van scholing en vorming met behoud van loon.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 14</nr>
      <titel>FUSIE, BEDRIJFSOVERDRACHT EN BEDRIJFSSLUITING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 41</nr>
      <titel>Fusie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bepaalde in dit artikel is – met gebruikmaking van
artikel 15 lid 2 van het SER-besluit Fusiegedragsregels 1975 – alleen
van toepassing wanneer in één van de bij de fusie betrokken,
in Nederland gevestigde ondernemingen in de regel 75 personen of meer werkzaam
zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever die met inachtneming van het bepaalde in lid 1
overweegt een fusie aan te gaan zal bij het nemen van zijn beslissingen de
SER-fusiegedragsregels 1975 alsmede de bepalingen van dit artikel in acht
nemen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Indien de verwachting gewettigd is, dat de fusie wellicht doorgang
zal vinden, zal de werkgever zowel de werkgeversorganisaties als de werknemersorganisaties
daarvan in kennis stellen en deze kennisgeving zo spoedig mogelijk schriftelijk
bevestigen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Aansluitend hierop zal de werkgever de door hem overwogen maatregelen
en de daaruit eventueel voor al de werknemers of een aanmerkelijk deel van
de werknemers voortvloeiende gevolgen bespreken met zowel de werkgeversorganisaties
als de werknemersorganisaties, waarbij voorts aandacht zal worden besteed
aan het tijdstip en de wijze waarop het gehele personeel zal worden ingelicht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever zal de ondernemingsraad, voor zover aanwezig,
in kennis stellen van het door hem voorgenomen besluit tot de fusie en daarbij
een overzicht verstrekken van de beweegredenen voor het besluit, de te verwachten
gevolgen voor de in de onderneming werkzame personen en de naar aanleiding
daarvan voorgenomen maatregelen. Vervolgens zal de werkgever de ondernemingsraad
in de gelegenheid stellen over het voorgenomen besluit advies uit te brengen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Met betrekking tot de in lid 3 sub a. en b. van dit artikel
genoemde kennisgeving en bespreking zullen de werkgeversorganisaties en de
werknemersorganisaties geheimhouding betrachten; deze geheimhouding zal duren
tot een door betrokken partijen overeen te komen tijdstip. De in dit lid genoemde
geheimhoudingsplicht laat onverlet de geheimhoudingsplicht van de ondernemingsraad,
als opgenomen in artikel 20 van de Wet op de Ondernemingsraden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Bovenstaande bepalingen zijn niet van toepassing op tijdelijke
bouwcombinaties. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 42</nr>
      <titel>Bedrijfsoverdracht en bedrijfssluiting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Hetgeen in de navolgende leden wordt bepaald, is alleen van
toepassing op ondernemingen met in de regel tenminste 25 werknemers.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever, die overweegt</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>zijn bedrijf over te dragen anders dan in de zin van een
fusie danwel;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>zijn bedrijf of bedrijfsonderdeel te sluiten, zal bij
het nemen van zijn beslissing de sociale consequenties daarvan betrekken en
de bepalingen van dit artikel in acht nemen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>In verband daarmee zal de werkgever, wanneer de verwachting
gewettigd is dat de in lid 2 van dit artikel bedoelde overdracht of sluiting
wellicht doorgang zal vinden, zowel de werkgeversorganisaties als de werknemersorganisaties
onverwijld en bij voorkeur schriftelijk daarvan in kennis te stellen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Aansluitend hierop zal de werkgever de door hem overwogen maatregelen
en de daaruit eventueel voor alle werknemers of een aanmerkelijk deel van
de werknemers voortvloeiende gevolgen bespreken zowel met de werkgeversorganisaties
als met de werknemersorganisaties, waarbij voorts aandacht zal worden besteed
aan het tijdstip en de wijze waarop het gehele personeel zal worden ingelicht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever zal de ondernemingsraad, voor zover aanwezig,
in kennis stellen van het door hem voorgenomen besluit tot de in lid 2 van
dit artikel genoemde overdracht of sluiting en daarbij een overzicht verstrekken
van de beweegredenen voor het besluit, de te verwachten gevolgen voor de in
de onderneming werkzame personen en de naar aanleiding daarvan voorgenomen
maatregelen. Vervolgens zal de werkgever de ondernemingsraad in de gelegenheid
stellen over het voorgenomen besluit advies uit te brengen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Met betrekking tot de in lid 3 sub a. en b. van dit artikel
genoemde kennisgeving en bespreking zullen de werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties
geheimhouding betrachten; deze geheimhouding zal duren tot een door betrokken
partijen overeen te komen tijdstip. De in dit lid genoemde geheimhoudingsplicht
laat onverlet de geheimhoudingsplicht van de ondernemingsraad, als opgenomen
in artikel 20 van de Wet op de ondernemingsraden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Bovenstaande bepalingen zijn niet van toepassing op de beëindiging
van een bouwobject en op een tijdelijke bouwcombinatie. Onder tijdelijke bouwcombinatie
wordt verstaan een combinatie, welke voor één object wordt aangegaan. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 45</nr>
      <titel>Werkgelegenheidsoverleg in de ondernemingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is gehouden de volgende onderwerpen ter bespreking
in de overlegvergadering in te brengen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>het jaarplan (toekomstverwachtingen ook ten aanzien van
werkgelegenheid, orderportefeuille en investeringen);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de jaarrekeningen (evaluatie van het jaarplan);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>het sociale beleid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de werktijden (inclusief de arbeidstijdverkorting);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>uitvoering onderhanden werken (inclusief onderaanneming).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De leden van de ondernemingsraad kunnen de werknemersorganisaties
betrekken in een overleg over de onderwerpen zoals genoemd in lid 1 van dit
artikel.<voetref refid="f23" nr="1" haak="1"></voetref></al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 17</nr>
      <titel>ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 46</nr>
      <titel>Stichting Arbouw</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgevers- en werknemersorganisaties zijn van mening dat
de Stichting Arbouw van groot belang is voor de bedrijfstak. Partijen zullen
de Stichting Arbouw medewerking verlenen bij de uitvoering van haar taak.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Alle werknemers en werkgevers in de bouw hebben recht op de
door de Stichting Arbouw, al dan niet door middel van derden, te verlenen
voorlichting, informatie en onderzoek op het gebied van de veiligheid en de
gezondheid in de bedrijfstak.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Alle werknemers in de bouw hebben recht op het door de Stichting
Arbouw vastgestelde, individu-gerichte pakket preventiezorg. Aan dit pakket
wordt uitvoering gegeven door gecertificeerde arbodiensten die voldoen aan
door de Stichting Arbouw te stellen kwaliteitseisen. Voor de inhoud van het
individu-gerichte pakket preventiezorg wordt verwezen naar bijlage 9 bij deze
CAO.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 46a</nr>
      <titel>Verplichte intredekeuring</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het is de werkgever en de werknemer, die in het kader van de
beoogde functie regelmatig uitvoerende werkzaamheden zal verrichten op de
bouwplaats of indien het werk zware lichamelijke arbeid met zich meebrengt
en/of de veiligheid van derden in het geding is in de werkplaats, verboden
in de hieronder sub a., b. en c. genoemde situaties, een arbeidsovereenkomst
schriftelijk aan te gaan, indien niet gelijktijdig, met gebruikmaking van
het in aanhangsel F.b. van deze CAO opgenomen modelformulier, de uitslag van
de in lid 3 genoemde intredekeuring uitwijst dat de werknemer geschikt is
voor de beoogde functie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De verplichte intredekeuring geldt indien:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een werknemer voor het eerst werknemer wordt in de zin van
deze CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een werknemer, na een eerder dienstverband bij een werkgever
in de zin van deze CAO, gedurende een periode van drie jaar geen dienstverband
heeft gehad bij een werkgever in de zin van deze CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>een werknemer, al dan niet met formeel behoud van dienstverband
bij een werkgever in de zin van deze CAO, gedurende een aaneengesloten periode
van langer dan drie jaar, feitelijk geen werkzaamheden heeft verricht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De in lid 1. bedoelde intredekeuring is niet vereist voor een
arbeidsovereenkomst met een gehandicapte werknemer die onder begeleiding staat
van een uitvoeringsinstelling en een arbodienst. En waarvoor afspraken bekend
gemaakt dienen te worden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De in lid 1. bedoelde intredekeuring dient te worden uitgevoerd
door een gecertificeerde arbodienst die voldoet aan door de Stichting Arbouw
te stellen kwaliteitseisen. De uitslag van de keuring luidt: geschikt, geschikt
onder voorwaarden of ongeschikt. Deze uitslag dient aan de werknemer en de
werkgever bekend gemaakt te worden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien sprake is van geschiktheid onder voorwaarden en de werkgever
tot aanstelling besluit, zal de arbeidsovereenkomst slechts tot stand komen
indien over de aanstelling in een bepaalde functie met een uitvoeringsinstelling
en arbodienst schriftelijk vastgelegde afspraken zijn gemaakt over hoe de
voorwaarden zullen worden vervuld. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Indien de werkgever niet overgaat tot aanstelling van een voorwaardelijk
geschikt verklaarde zal hij dit melden bij de Commissie Arbeidsmarkt Bouwnijverheid
in de regio.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Indien de werknemer het op gefundeerde gronden niet eens is
met de keuringsuitslag, kan hij de Stichting Arbouw verzoeken om een herkeuring
te laten uitvoeren.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 47</nr>
      <titel>Arbo- en verzuimbeleid</titel>
    </artkop>
    <al>Iedere werkgever is verplicht bij de uitvoering van het wettelijk verplichte
ondernemingsbeleid met betrekking tot arbo en verzuim tenminste uitvoering
te geven aan hetgeen bij bijlage 10 is opgenomen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 48</nr>
      <titel>Bijzondere bepalingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Aan werknemers, werkzaam op bouwwerken waar gebruik wordt gemaakt
van bouwkranen of andere hijsinstallaties alsmede aan werknemers grondborings-
en buizenleggersbedrijf, welke zijn tewerkgesteld aan een boorstelling of
werkzaam zijn in sleuven en putten, zullen door de werkgever veiligheidshelmen
ter beschikking worden gesteld, die moeten voldoen aan de daarvoor gestelde
voorschriften en die de werknemer verplicht is aldaar als hoofddeksel te dragen;
bij ontbreken daarvan is het de werknemer verboden aldaar arbeid te verrichten.
De werkgever dient op het object op een duidelijke en voor ieder zichtbare
wijze aan te geven dat het dragen van helmen verplicht is. Iedere werknemer
dient schriftelijk de ontvangst te bevestigen van de hem door de werkgever
ter beschikking gestelde doch eigendom van de werkgever blijvende veiligheidshelm
of ander veiligheidsmateriaal; hij dient voor het behoud daarvan zorg te dragen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer die zonder veiligheidshelm werkzaamheden
op bovengenoemde bouwwerken verricht kan door de werkgever de toegang tot
het bouwwerk ontzegd worden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever zal in redelijk overleg met de werknemers in de
onderneming dan wel op de bouwplaats uitvoeringsmaatregelen op het gebied
van veiligheid en hygiëne treffen. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werkgever zal maatregelen treffen opdat vanaf 1 september
tot 1 mei op bouwwerken waar binnenwerk moet plaatsvinden, indien noodzakelijk,
de betreffende ruimten zo goed mogelijk tochtvrij gemaakt kunnen worden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Onder tochtvrij wordt verstaan dat de ruimten rondom met glas
of ander materiaal zijn afgedicht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het is niet toegestaan verpakkingseenheden cement of andere
grondstoffen zwaarder dan 25 kilo op het werk te gebruiken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Metsel- en lijmblokken met een gewicht van 18 kilo of meer
mogen slechts worden verwerkt met behulp van mechanische hulpmiddelen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Bouwkranen van 15 ton-meter of meer dienen voorzien te zijn
van een cabine. De cabines voor kranen en grondverzetmachines dienen te voldoen
aan het streefbeeld, opgesteld door de Stichting Arbouw dan wel aan de daarop
afgestemde nieuwe NEN-normen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het is werkgevers en werknemers niet toegestaan teer te verwerken,
tenzij na advies van de Stichting Arbouw partijen daarvoor dispensatie verlenen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Het is werkgevers en werknemers niet toegestaan om asbest en
asbesthoudende producten te bewerken of te verwerken. Voor sloop van asbesthoudende
producten is een asbestsloopplan verplicht. Het vorenstaande is niet van toepassing
voor werkzaamheden die uitgezonderd c.q. vrijgesteld zijn in het Asbestbesluit
Arbeidsomstandigheden. Het verwerken van nieuwe asbestcementbuizen is verboden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>De hoofdaannemer is verplicht voldoende keetruimte ter beschikking
te stellen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>Ingeval een analyserapport inzake bodemonderzoek is opgesteld,
hebben werknemers die op de betrokken grond werkzaamheden moeten verrichten
recht op inzage van dat rapport.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>11.</nr>
      <al>De werknemer heeft het recht werkzaamheden met een sterk vervuilend
karakter te weigeren, indien onvoldoende beschermende maatregelen zijn getroffen
voor werknemer en/of omgeving.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>12.</nr>
      <al>Bij bodemsanering en op opslagplaatsen van verontreinigde
grond dient het basisdocument veiligheid en gezondheid bij bodemsanering van
de Stichting Arbouw te worden toegepast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>13.</nr>
      <al>Bij gebouwen en woningen met een bouwhoogte van meer dan 15
meter boven het aansluitend terrein, dient een lift aanwezig te zijn voor
het vervoer van personen. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>14.</nr>
      <al>Ingeval bij het zetten van glooiingsstenen stenen dienen te
worden verwerkt met een lengte van meer dan 30 centimeter dient de werknemer
te beschikken over een hijsinstallatie, een zogenaamde driepoot.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>15.</nr>
      <al>Ingeval tijdens werkzaamheden verricht op een bouwplaats in
de GWW-sector gebruik wordt gemaakt van materieel zoals vrachtwagens, walsen
en dergelijke zullen de uitlaatpijpen van dit soort voertuigen, voor zover
die eigendom zijn van een werkgever die onder de Bouw-CAO valt, verticaal
naar boven gericht zijn teneinde te bewerkstelligen dat de werknemers op de
bouwplaats zo weinig mogelijk last van de uitgestoten uitlaatgassen zullen
ondervinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>16.</nr>
      <al>De werkgever zal bevorderen dat een werknemer die in het kader
van hijswerkzaamheden lasten aanslaat, danwel daartoe aanwijzingen geeft door
middel van armseinen, een hiertoe bestemde cursus in het kader van artikel
35b heeft gevolgd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>17.</nr>
      <al>Wegwerkers zijn verplicht vóór 1 januari 2001
een cursus veilig werken te volgen ingevolge artikel 35b vooraleer zij worden
toegelaten tot wegwerkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>18.</nr>
      <al>Torenkranen met een bouwjaar na 1992 (volgens Kraanboek) met
een klimhoogte naar de cabine van 30 meter of meer, dienen te zijn voorzien
van een transportplatform. In overleg met de Commissie Materieel wordt gekeken
naar de bezwaren om ook de overige torenkranen per 1 januari 2000 onder de
regeling te brengen. Met Comat wordt ook bekeken hoe de naleving van deze
afspraken gestalte kan krijgen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>19.</nr>
      <al>Met ingang van 1 januari 2000 is er een verbod op het gebruik
van oplosmiddelrijke producten in afgesloten ruimtes of bij binnenwerk, in
verband met het Organisch Psycho Syndroom-gevaar.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 48a</nr>
      <titel>Veiligheid verschoven arbeidstijden GWW</titel>
    </artkop>
    <al>Voor zover werkzaamheden als bedoeld in artikel 15a worden uitgevoerd
in de avond en nacht dient daarbij in acht genomen te worden:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>dat tijdens nachtvorst geen werkzaamheden zullen worden verricht;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>dat zonder veiligheidsvesten geen wegwerkzaamheden mogen worden
verricht; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>dat bij wegwerkzaamheden waarbij het verkeer kan voortgaan,
uitsluitend wegafbakeningssystemen zijn toegestaan die het te bewerken weggedeelte
in zijn geheel afzetten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>dat voor aanvang van het werk de veiligheidsvoorschriften aan
de werknemers worden verstrekt en mondeling toegelicht.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK 19</nr>
      <titel>SLOTBEPALING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 50</nr>
      <titel>Dispensatie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Partijen zijn gezamenlijk bevoegd, zo nodig onder het stellen
van nadere voorwaarden, afwijking toe te staan van een of meer bepalingen
van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een dispensatieverzoek wordt alleen in behandeling genomen
indien dit verzoek minimaal 7 dagen voordat de beoogde afwijking van een CAO-bepaling
feitelijk aanvangt, is ingediend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Van lid 2 kan slechts worden afgeweken als verzoeker aan kan
tonen dat het eerder indienen van een dergelijk verzoek niet mogelijk was.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Partijen zullen binnen drie weken na ontvangst van het dispensatieverzoek
een uitspraak aan de indiener kenbaar maken. Een dispensatieverzoek wordt
gehonoreerd indien partijen tot een eensluidend standpunt zijn gekomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een dispensatieverzoek dient te worden gericht aan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Partijen bij de CAO voor het Bouwbedrijf</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>T.a.v. de secretaris<voetref refid="f24" nr="1" haak="1"></voetref></al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Aan branches en sectoren kan door CAO-partijen een afwijking
van een of meerdere bepalingen van deze CAO worden toegestaan indien over
deze afwijking overeenstemming is bereikt met werknemersorganisaties, partij
bij deze CAO.</al>
    </inspring>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 1</nr>
      <titel>Functielijst</titel>
    </bijkop>
    <al>De functielijst is in 1981 tot stand gekomen. De indeling van functies
in de groepen A tot en met E is gebaseerd op functie-eisen met betrekking
tot opleiding, ervaring, veiligheid en gezondheid, belastende fysieke arbeidsomstandigheden,
leiding geven en de mate waarin zelfstandig beslissingen genomen moeten worden.</al>
    <al>Bij het aangaan van een dienstverband dienen werkgever en werknemer gezamenlijk
na te gaan wat de aard van de te verrichten werkzaamheden zal zijn.</al>
    <al>Aan de hand van deze analyse wordt de werknemer ingedeeld in de juiste
functie, en de daarbij behorende functiegroep vastgesteld.</al>
    <al>Wanneer een werknemer een functie vervult, welke niet in de functielijst
voorkomt, kan partijen worden verzocht uitspraak te doen inzake de indeling
van deze werknemer.</al>
    <al>In afwachting van deze uitspraak wordt de werknemer voorlopig ingedeeld
in de functiegroep, waarin naar het oordeel van de werkgever vergelijkbare
functies zijn opgenomen (artikel 17 lid 3).</al>
    <al>De vermelding van het romeinse cijfer I, II of III achter de functienaam
heeft betrekking op het niveau van de functie in de desbetreffende functiefamilie.
Tot een functiefamilie behoren functies uit eenzelfde vakgebied.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">GROEP A</tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Asfalteerder buisleidingen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het aanbrengen van bekledingsmateriaal op buisverbindingen
en armaturen alsmede het repareren van beschadiging aan bestaande bekledingen
volgens de daarvoor geldende voorschriften.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Assistent springmeester.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het onder verantwoordelijkheid en toezicht van de springmeester
verrichten van alle voorkomende springwerkzaamheden. De werknemer die deze
functie vervult moet tenminste 18 jaar zijn en voldoende op de hoogte zijn
van de gevaren die aan het werken met springstof en ontstekingsmiddelen zijn
verbonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bakschipper.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het varen op en verankeren van gesleepte bakken en dekschuiten. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bediener van een portaal- of loopkatkraan.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het door middel van knoppen op een bedieningspaneel
bedienen van een eenvoudige portaal- of loopkatkraan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bouwvakhelper.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van eenvoudige werkzaamheden in de sectoren
burger-, utiliteits-, grond-, water-, spoor- en wegenbouw, waarvoor geen speciale
kennis is vereist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Buisleidingenlegger III.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het onder leiding van de buisleidingenlegger I verrichten
van werkzaamheden verband houdend met het leggen, verbinden en repareren van
ondergrondse buisleidingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Heier II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het behulpzaam zijn bij het opstellen, verplaatsen,
bedrijfsklaar houden, strijken en vervoeren van de stelling alsmede het behulpzaam
zijn bij het verrichten van diverse werkzaamheden bij en onder de heistelling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Kabelwerker.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verbonden aan
het leggen en afdichten van kabels of het aanbrengen van bovengrondse kabels.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Leerling machinist hei-installatie of funderingsinstallatie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het behulpzaam zijn bij werkzaamheden van de machinist
van een hei-installatie of funderingsinstallatie zoals bijvoorbeeld schroef-
en boorpalenstelling, groutankermachine enzovoorts.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Magazijnbediende.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het beheren van een eenvoudig magazijn op een object
of het behulpzaam zijn van de magazijnmeester met het opbergen en uitgeven
van magazijnartikelen, het verrichten van eenvoudige reparaties aan gereedschappen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>11.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Monteur bronbemalingsinstallaties III.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het onder leiding van de monteur bronbemalingsinstallaties
I installeren en na gebruik wederom verwijderen van bronbemalingsinstallaties
en het verrichten van hiervoor noodzakelijke bijkomende werkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>12.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Sondeerassistent II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het assisteren bij het opstellen en bedienen van apparatuur
voor het uitvoeren van technisch bodemonderzoek. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>13.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Vorkheftruckbestuurder.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het bedienen van een vorkheftruck en het verrichten
van het dagelijks onderhoud daaraan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>14.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Wegmarkeerder III.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van eenvoudige hulpwerkzaamheden, waarvoor
geen speciale kennis vereist is, rond het aanbrengen van alle voorkomende
markeringswerkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">GROEP B</tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>15.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Asfaltafwerker.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden bij het lossen,
spreiden en profileren van asfaltspecie bij de aanleg van verhardingen ten
behoeve van wegen, taluds en dijken en de goede afwerking daarvan. Hiervoor
is minimaal drie jaar ervaring vereist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>16.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Assistent bankwerker lasser.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van las- en/of bank- en/of smeedwerkzaamheden
alsmede het assisteren bij constructiewerkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>17.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bediener van een betonmenginstallatie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het mengen van grondstoffen voor de diverse betonsamenstellingen
in de juiste verhoudingen met behulp van eenvoudig te transporteren betonmenginstallatie
en het verrichten van het dagelijks onderhoud daaraan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>18.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Betonwerker II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden bij
de fabricage van betonelementen, het afwerken van betonconstructies inclusief
het aanbrengen van slijtlagen, alsmede het verrichten van technisch niet ingewikkelde
reparaties aan deze constructies en elementen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>19.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Boorassistent.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het assisteren bij het bedienen van boorinstallaties
voor het uitvoeren van grondboringen en het maken van pompputten dan wel het
bedienen van boorinstallaties voor het uitvoeren van technisch niet ingewikkelde
grondboringen en pompputten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>20.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Buisleidingenlegger II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van werkzaamheden verband houdende met
het leggen en verbinden van hoofd- en dienstleidingen alsmede het verrichten
van reparatie aan al of niet onder druk staande leidingen, een en ander met
uitzondering van autogenisch en elektrisch laswerk.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>21.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Buizensteller.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het op juiste hoogte, onderlinge afstand en in de juiste
richting stellen van buizen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>22.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Chauffeur III.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>In het bezit van wettelijk rijbewijs. Het vervoeren
van goederen en materieel met een auto of vrachtauto waarvan het ledig gewicht,
vermeerderd met het laadvermogen niet meer bedraagt dan 7500 kg. Werkt mee
aan het laden en lossen en is verantwoordelijk voor een juiste belading. Heft
kleine storingen op en verricht het dagelijks onderhoud aan dit voertuig overeenkomstig
de bedrijfsinstructies.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>23.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Dakdekker II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het volgens aanwijzingen zelfstandig uitvoeren van
de meest voorkomende dakdekkerswerkzaamheden, ongeacht het soort bedekking.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>24.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Palenboorder/Funderingswerker II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het onder toezicht en conform aanwijzingen uitvoeren
van werkzaamheden welke betrekking hebben op het boren en vullen van palen
en op funderingstechnieken, anders dan heien. Hieronder begrepen werkzaamheden
verband houdende met diepwanden, groutankers, groutankerpalen, verdichten
en schroef- en boorpalen etcetera.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>25.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Gevelbekleder lasser (aluminiumgevels).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met de maatvoering en het uitrichten van al het aluminiumwerk in gevels en
dergelijke.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>26.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Grondwerker wegenbouw.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle voorkomende grondwerkzaamheden,
alsmede het afwerken van bermen, taluds en aardebanen, waarvoor minimaal twee
jaar ervaring in de sector wegenbouw is vereist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>27.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Heier I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van onderhoud en controle op onderdelen
in de top van de heistelling. Het opstellen van de stelling compleet met hei-
of trilblok, het plaatsen van de heibuis, paal of damwand op de juiste plaats.
Bij geheide in de grond gevormde palen, het vullen van de heibuis met betonspecie,
het afhangen van de wapening en het gereed maken voor het trekken van de heibuis. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>28.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Isoleerder.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van isolatiewerkzaamheden
aan bestaande gebouwen door het mechanisch inbrengen van vulstoffen in spouwmuren.
Het onderhouden van de voor deze werkzaamheden benodigde apparatuur en gereedschappen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>29.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Kabellasser II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het maken van diverse kabelverbindingen en het waterdicht
maken van deze verbindingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>30.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Kitter.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het in het werk aanbrengen van de juiste kitten en
primers op diverse ondergronden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>31.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Kozijnmonteur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het plaatsen, richten, vastzetten en afdichten van
kozijnen in gevelelementen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>32.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Kraanbestuurder.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van werkzaamheden verband
houdende met het bedienen van een eenvoudige bouwkraan, waarvoor geen bewijs
van deskundigheid of speciale vakkennis is vereist, alsmede het verrichten
van onderhoudswerkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>33.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinaal houtbewerker bouwplaats.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van eenvoudige houtbewerkingen op de
bouwplaats.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>34.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist eenvoudig bedienbaar materieel.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het bedienen en het dagelijks onderhoud van motorisch aangedreven en/of
voortbewogen eenvoudig bedienbaar materieel, waarvoor door opleiding en ervaring
geen bijzondere vakopleiding vereist is, zoals eenvoudig bedienbare graafmachines,
handtrilwalsen, smalspoorlocomotieven enzovoorts.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>35.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist ketelhuis.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het bedienen en bedrijfsklaar houden van de fabrieksketelhuisinstallatie
en het verrichten van eenvoudige reparaties.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>36.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist verdichtingen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het bedienen en onderhouden van de verdichtingsinstallatie
en de daarbij behorende mobiele hijsinrichting. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>37.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Malleninstallateur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het monteren en demonteren van mallen met daarbij behorende
werkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>38.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Matroos motordrijver.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het assisteren bij het varen met sleepboten of andere
door motorkracht voortbewogen schepen, voor zover deze vaartuigen een waterverplaatsing
van meer dan 25 ton hebben; het smeren van motoren, lieren en pompen en het
verrichten van onderhoudswerkzaamheden aan genoemde vaartuigen zowel aan dek
als in de machinekamer overeenkomstig de bedrijfsinstructies.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>39.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Mechanisch stamper.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het op dichtheid stampen van opgevulde sleuven tot
op de juiste hoogte met behulp van een mechanische stamper, alsmede het zelfstandig
verrichten van het dagelijks onderhoud en het uitvoeren van kleine reparaties
aan de stamper.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>40.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Metselaar II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het op aanwijzing van een vakman verrichten van eenvoudig
schoon metselwerk. Het zelfstandig verrichten van vuil metselwerk, voegen
raapwerk.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>41.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Molenbaas.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verbonden aan
het installeren en bedienen van een betonmolen alsmede het dagelijks onderhoud.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>42.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Monteur bronbemalingsinstallaties II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het al dan niet aan de hand van tekeningen zelfstandig
installeren van technisch niet ingewikkelde bronbemalingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>43.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Opperman.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verbonden aan
het mengen van grondstoffen voor het verkrijgen van metselspecie in de juiste
verhoudingen met behulp van een eenvoudig te transporteren en te bedienen
metselspeciemenginstallatie en het verrichten van het dagelijks onderhoud
daarvan. Het aanvoeren van metselspecie en stenen ten behoeve van metselwerkzaamheden
op de bouwplaats. Het eventueel verlenen van hand- en spandiensten op de bouwplaats.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>44.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Opperman bestratingen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden verband
houdende met bestratingswerkzaamheden, zoals het grondwerk en het aanvoeren
van stenen, blokken en trottoirbanden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor zover de werknemer prestatietoeslag als bedoeld
in artikel 21 lid 1 en lid 2 ontvangt zal deze worden verlaagd met een bedrag
respectievelijk percentage corresponderend met de uit de onderhavige plaatsing
in functiegroep B voortvloeiende verhoging van het garantieloon. Artikel 21
lid 4 is op deze verhoging van het garantieloon niet van toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>45.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Opperman-steigermaker.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het maken van normale steigers, het maken van specie
en het zorgen voor de materiaalvoorziening ten behoeve van metselaars.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>46.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Schilder II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van eenvoudige schilderswerkzaamheden
en het verlenen van hulp bij de uitvoering van minder eenvoudige schilderswerkzaamheden
of het ontroesten (bikken en gritstralen), meniën, gronden en afschilderen
van constructies, werktuigen en materieel.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>47.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Sloper II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het onder toezicht van sloper I verrichten van alle
voorkomende sloopwerkzaamheden en het behulpzaam zijn bij het onderhouden
van machines en gereedschappen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>48.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Sondeerassistent I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig maken van technisch niet ingewikkelde
sonderingen en proefboringen, alsmede het assisteren bij gecompliceerde sonderingen
en proefboringen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>49.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Spanmonteur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het voor- en naspannen van kabels ten behoeve van betonconstructies.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>50.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Spoorlegger-wisselbouwer II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het onder leiding leggen, bouwen, opbreken en onderhouden
van normaalspoor en wissels.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>51.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Springmeester II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het voorbereiden en met behulp van springstoffen uitvoeren
van sloopwerk aan bouwwerken of delen daarvan alsmede het verzorgen van aanvoer,
opslag, gebruik en afvoer van de voor deze springwerken geëigende materialen
en apparatuur. Een en ander met inachtneming van de daarvoor geldende wettelijke
voorschriften. Om deze functie te mogen vervullen moet de werknemer tenminste
21 jaar oud en in het bezit van het door de Arbeidsinspectie erkende basisdiploma
springmeester zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>52.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Stelleur II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden bij
het aanvoeren, stellen en monteren van elementen op de bouwplaats en het assisteren
van de stelleur I.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>53.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Straatmaker II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle voorkomende eenvoudige bestratingswerkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>54.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Timmerman II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het aan de hand van tekeningen en op aanwijzingen van
een vakman maken en stellen van de meest voorkomende bekistingen en verrichten
van technisch niet ingewikkelde stel- en timmerwerkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>55.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Transportwerker.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het laden, lossen, opslaan en transporteren van elementen en materialen
en de regeling daarvan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>56.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voeger.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het met handgereedschap of mechanische hulpmiddelen
verrichten van alle voorkomend voegwerk en de daarbij behorende werkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>57.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Wegmarkeerder II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het onder leiding van een wegmarkeerder I met behulp
van mechanische hulpmiddelen aanbrengen van wegmarkeringen zoals verkeersstrepen
en figuraties. Het behulpzaam zijn bij alle noodzakelijke werkzaamheden, zoals
het uitzetten van markeringen, het plaatsen en in stand houden van wegafzettingen,
het aanbrengen van verkeerspunaises en voorgevormde plakstrepen, het afstrooien
met parels en/of krijt van wegmarkeringen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>58.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>IJzervlechter II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van buig- en ijzervlechtwerkzaamheden
en het behulpzaam zijn bij het in het werk brengen van het vlechtwerk.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">GROEP C</tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>59.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Betonwerker I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband
houdende met het boren, zagen, injecteren dan wel repareren van beton, alsmede
het bedienen en onderhouden van de voor deze werkzaamheden benodigde machines
en gereedschappen. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>60.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Betonspuiter.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig hanteren van hogedrukpistool, kruipslang/lans
en dergelijke van een hogedrukinstallatie.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>61.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Boormeester II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het met behulp van boorinstallaties zelfstandig maken
van grondboringen en het in samenhang met de doorboorde aardlagen afwerken
hiervan tot pompput.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>62.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Chauffeur II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>In bezit van wettelijk rijbewijs en bewijs van vakbekwaamheid
ingevolge Rijtijdenbesluit 1977 tenzij daarvoor dispensatie is verleend. Heeft
minimaal 2 jaar ervaring. Voert normale transporten uit met behulp van alle
soorten vrachtauto's (inclusief vrachtautocombinaties en dergelijke). Werkt
mee aan het laden, lossen en is verantwoordelijk voor de belading. Heft kleine
storingen op en verricht het dagelijks onderhoud aan de vrachtauto, overeenkomstig
de bedrijfsinstructies.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>63.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Dakdekker I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle bij het dakdekken
voorkomende werkzaamheden en zonodig geven van instructies aan dakdekker II.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>64.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Elektromonteur II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het assisteren bij of onder toezicht verrichten van
werkzaamheden ten behoeve van de aanleg, het onderhoud en het herstel van
elektrische geleidingen, alsmede het opheffen van eenvoudig te lokaliseren
storingen aan elektrische apparatuur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>65.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Kabellasser I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden,
verband houdende met het maken van kabelverbindingen, zoals het monteren en
ombouwen van aansluitingen voor hoog- en laagspanning, telefoon en centrale
antenne-inrichtingen. Hiervoor is op basis van opleiding en/of ervaring een
bijzondere vakbekwaamheid vereist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>66.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Lasser buisleidingen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle voorkomende laswerkzaamheden
aan buisleidingen, zowel boven als ondergronds. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>67.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinaal metaalbewerker II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het op aanwijzing, zonodig volgens tekening vervaardigen
van machineonderdelen met behulp van metaalbewerkingsmachines (zoals draaibank,
freesmachine, sterkarmschaafbank, radiaalboormachine) enzovoorts.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>68.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinemonteur II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het opheffen van eenvoudig te lokaliseren storingen
bij de in het bouwbedrijf in gebruik zijnde machines en/of voertuigen en het
assisteren en onder toezicht verrichten van reparatie- en revisiewerkzaamheden
daaraan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>69.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist kleine hei-installatie of funderingsinstallatie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het bedienen en dagelijks onderhouden van kleine hei-installaties niet
werkend met een valblok, waarvan de capaciteit niet meer bedraagt dan 35 kNm
(3,50 tonmeter), of het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het dagelijks bedienen en onderhouden van kleine funderingsinstallaties
zoals bijvoorbeeld schroef- en boorpalenstelling, groutankermachine, enzovoorts.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>70.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist kettingsleuvengraafmachine.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het op juiste diepte en in de juiste richting machinaal
graven van sleuven voor kabels en buizen, alsmede het zelfstandig verrichten
van dagelijks onderhoud en het uitvoeren van kleine reparaties aan de sleuvengraver.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>71.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Monteur steigers II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Met inachtneming van de geldende veiligheidsvoorschriften
en bedrijfsinstructies, het aan de hand van tekeningen of volgens aanwijzingen
zelfstandig uitvoeren van een technisch niet ingewikkelde steigerconstructie,
alsmede het onder leiding uitvoeren van alle soorten steiger- en ondersteuningsconstructies
op iedere voorkomende hoogte.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>72.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Palenboorder/Funderingswerker I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle werkzaamheden verband houdende
met het boren en vullen van palen en met funderingstechnieken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>73.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Remmingwerker.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het maken, afwerken en repareren van remmingwerken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>74.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Rijswerker.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle voorkomende werkzaamheden voor
het maken van rijsbeslag en zinkwerken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>75.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Sloper I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle voorkomende sloopwerkzaamheden
met inbegrip van het zagen, boren en branden en het onderhouden van de voor
deze werkzaamheden benodigde machines en gereedschappen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>76.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Sondeermeester II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig maken van sonderingen en de proefboringen
en het vastleggen van de verzamelde gegevens.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>77.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Spoorlegger-wisselbouwer I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig leggen, vernieuwen, opbreken, onderhouden
en repareren van sporen en wissels.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>78.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Stelleur I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het stellen en monteren van elementen op de bouwplaats,
het zorgen voor de juiste maatvoering en het geven van aanwijzingen aan assistenten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>79.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Stortbaas (natte stort).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het meewerken aan alle werkzaamheden welke voorkomen
op het natte stort en het houden van toezicht op de werknemers die hem daarbij
assisteren, alsmede het aflezen van de hoogte van het stort met behulp van
een waterpastoestel.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>80.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Tegelzetter.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle bij het tegelzetten
voorkomende werkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>81.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Vakman GWW.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het in de sector grond-, water-, spoor- en wegenbouw
verrichten van minder eenvoudige werkzaamheden zoals: aan de hand van tekeningen
of op aanwijzing uitzetten naar richting en hoogte van onder andere rioleringen,
verhardingen en grondwerken; inritsen, afwerken en bekleden van taluds; leggen
van rioolbuizen en het stellen van duikerelementen; zelfstandig repareren
van wegen; op juiste diepte en afschot brengen van sleufbodems; dichten van
sleuven; stellen van stalen bekistingsrails; snoeien van bomen; bedienen van
hulpwerktuigen en het verrichten van kleine reparaties daaraan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>82.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Wegmarkeerder I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig – zonodig aan de hand van tekeningen –
uitzetten en met behulp van mechanische hulpmiddelen aanbrengen van wegmarkeringen
zoals verkeersstrepen en figuraties. Het treffen van alle noodzakelijke verkeersmaatregelen.
Het verrichten van onderhoudswerk en het verhelpen van kleine storingen aan
de mechanische hulpmiddelen. Het geven van leiding aan de bij de werkzaamheden
betrokken werknemers en het bijhouden van de werkadministratie (productie-opnamen
en dergelijke).</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">GROEP D</tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>83.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>All-round lasser buisleidingen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle laswerkzaamheden
onder strenge keur aan hogedrukleidingen zowel boven- als ondergronds.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>84.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Balkman.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het bedienen van de verwarmde strijkbalk op een asfaltafwerkmachine
bij het spreiden, profileren en afwerken van asfalt. Het in voorkomende gevallen
vervangen van de machinist groot materieel. Voor deze functie is op basis
van opleiding en/of ervaring een bijzondere vakbekwaamheid vereist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>85.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bankwerker/lasser.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten – zonodig aan de hand
van tekeningen – van alle voorkomende las- en/of bank- en/of constructiewerkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>86.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Boormeester I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het met behulp van boorinstallaties zelfstandig maken
van grondboringen, volgens meerdere gebruikelijke boorsystemen al of niet
met toepassing van boorspoelingen en het in samenhang met de doorboorde aardlagen
afwerken hiervan tot pompput.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>87.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Boormeester palen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het volgens tekening en/of aanwijzing verrichten van
alle voorkomende werkzaamheden, zoals het construeren en aanbrengen van de
verankering en belasting, het opstellen en bedienen van de vijzel(s), het
uitpulsen van de paalkoker, het slaan van de betonnen voet en het vullen van
de paal met betonspecie.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>88.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Buisleidingenlegger I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband
houdende met leggen, verbinden en repareren van leidingen (uitgezonderd laswerk),
waarbij tevens leiding wordt gegeven aan andere daarbij betrokken werknemers
en de bijbehorende administratie wordt verricht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>89.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Chauffeur I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>In het bezit van wettelijk rijbewijs en bewijs van
vakbekwaamheid ingevolge Rijtijdenbesluit 1977 tenzij daarvoor dispensatie
is verleend. Heeft minimaal 5 jaar ervaring overeenkomend met de functie van
chauffeur. Voert met alle soorten vrachtauto's (inclusief vrachtautocombinaties
en dergelijke) speciale transporten uit zoals van groot materieel/materiaal,
van verontreinigde grond en andere vracht, alsmede zonodig normale transporten.
Werkt mee aan het laden en lossen en is verantwoordelijk voor de lading. Heft
kleine storingen op en verricht het dagelijks onderhoud aan de vrachtauto,
overeenkomstig de bedrijfsinstructies.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>90.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Dakloodgieter</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle bij het dakdekken
voorkomende loodgieterswerkzaamheden, waaronder het aanbrengen van zinken
daken en goten en HWA-afvoeren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>91.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Elektromonteur I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>In het bezit van het diploma sterkstroom uitgereikt
door VEV. Het zelfstandig aan de hand van schema's en/of tekeningen installeren,
onderhouden en repareren van elektrische installaties en apparaten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>92.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist Torenkranen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van werkzaamheden verband
houdende met het bedienen van een bouwkraan, alsmede het opsporen en opheffen
van storingen, het verrichten van onderhoudswerkzaamheden en eenvoudige reparaties,
overeenkomstig de bedrijfsinstructies. Het wettelijk voorgeschreven bewijs
van deskundigheid is vereist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>93.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinaal metaalbewerker I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig, eventueel volgens tekening, vervaardigen
van machine-onderdelen of constructies met behulp van de gebruikelijke metaalbewerkingsmachines.
Zonodig het reviseren/repareren van machines of repareren van constructies.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>94.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinemonteur I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het opsporen en opheffen van alle voorkomende storingen
bij de in het bouwbedrijf in gebruik zijnde machines en/of voertuigen alsmede
het verrichten van reparatie- en revisiewerkzaamheden daaraan. Geeft in voorkomende
gevallen leiding aan de werkzaamheden van de machinemonteur II. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>95.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist wegenbouw-, grondverzet-, graaf- en spoorwegbouwmachines.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband
houdende met het bedienen en dagelijks onderhoud van wegenbouw-, grondverzet-,
graaf- en spoorwegbouwmachines waarvoor op basis van opleiding en/of ervaring
een bijzondere vakbekwaamheid is vereist. Ook het verrichten van sloop en/of
opruimwerkzaamheden met behulp van deze machines valt hieronder.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>96.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist mobiele hei-installatie of funderinginstallatie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband
houdende met het bedienen en onderhouden van hei-installaties, niet werkende
met een valblok, of funderingsinstallaties (zoals bijvoorbeeld schroefpalen-
en boorpalenstelling, enzovoorts) waarvoor op basis van opleiding en/of ervaring
een bijzondere vakbekwaamheid is vereist.</al>
      <al>NB: Indien tevens gefungeerd
wordt als heibaas, dan is de beloning conform die van de heibaas.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>97.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist mobiele kraan.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle werkzaamheden verband
houdende met het bedienen en onderhouden van een mobiele kraan. Hiervoor is
op basis van opleiding en/of ervaring een bijzondere vakbekwaamheid vereist.
Het lokaliseren van storingen en het verrichten van kleine reparaties aan
de machine zelf, de motor en de hydraulische pneumatische en elektrische systemen
overeenkomstig de bedrijfsinstructie. Het in alle situaties kunnen beoordelen
van de juiste en veilige opstelling van de kraan. Het rijden met de kraan
over de openbare weg.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>98.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Menger.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle technische en toezichthoudende
werkzaamheden verband houdende met het bedienen van een menginstallatie van
een betoncentrale of asfaltcentrale.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>99.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Metselaar I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten en repareren van alle soorten
metselwerk, voegwerk en eenvoudig raapwerk; het leggen of herstellen van rioleringen
alsmede herstellen of vernieuwen van tegelvloeren, wanden of pannendaken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>100.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Modelmaker/mallenbouwer.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het aan de hand van tekeningen zelfstandig verrichten
van alle voorkomende werkzaamheden verbonden aan de nieuw- en verbouw, onderhoud
en reparatie, van mallen respectievelijk maltafels en/of lijsten ten behoeve
van de fabrieksmatige productie van elementen voor de industriële bouw.
De betrokken werknemer is daarbij verantwoordelijk voor een exacte maatvoering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>101.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Monteur bronbemalingsinstallaties I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig installeren en boren van alle voorkomende
bronbemalingen, alsmede het leidinggeven aan andere daarbij betrokken werknemers
en het verrichten van administratieve werkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>102.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Monteur steigers I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Met inachtneming van de geldende veiligheidsvoorschriften
en bedrijfsinstructies, het aan de hand van tekeningen of volgens aanwijzingen
zelfstandig maken van alle voorkomende steiger- en ondersteuningsconstructies
op iedere voorkomende hoogte, alsmede het leidinggeven aan ten hoogste 3 monteurs
steigers II.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>103.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Ovenbouwer.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het metselen van of het verrichten van reparaties aan
industrieen andere ovens, alsmede het uitmetselen van industrieschoorstenen
en ketelaanlagen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>104.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Schilder I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het verrichten van alle voorkomende schilderswerkzaamheden,
decoratieschilderen en letterzetten, waarbij eventueel mechanische hulpmiddelen
kunnen worden gebruikt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>105.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Schipper.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het varen met een door motorkracht voortgedreven schip
of sleepboot met een waterverplaatsing van meer dan 25 ton. Houdt toezicht
op en draagt zorg voor de juiste belading en heeft kennis van de vaarreglementen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>106.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Sondeermeester I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van technisch bodemonderzoek
met behulp van alle voorkomende apparatuur, alsmede het inmeten en waterpassen
van sondeer- en boorlocaties.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>107.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Springmeester I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig voorbereiden en verrichten van sloopwerk
met behulp van springstoffen aan bouwwerken. Het verzorgen van aanvoer, opslag,
gebruik en afvoer van de hiervoor benodigde materialen en apparatuur. Dient
op de hoogte te zijn van de hiervoor geldende wettelijke voorschriften en
dient deze in acht te nemen. Voor deze functie is het bezit van het diploma
springmeester met aantekening „Gebouwen en hoge bouwwerken" en „onder
water" vereist en geldt een minimum leeftijd van 21 jaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>108.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Steenzetter.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het volgens voorschriften verrichten van alle voorkomende
steenzetterswerkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>109.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Straatmaker I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig verrichten van alle voorkomende bestratingswerkzaamheden.
Voor deze functie is op basis van opleiding en/of ervaring een bijzondere
vakbekwaamheid vereist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>110.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Timmerman I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het aan de hand van tekeningen zelfstandig maken en
stellen van alle voorkomende bekistingen en het zelfstandig verrichten van
alle voorkomende stel- en timmerwerkzaamheden zowel in de nieuwbouw, vernieuwings-,
als onderhoudssector.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>111.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Werkplaatstimmerman.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het in een timmerwerkplaats aan de hand van tekeningen
zelfstandig verrichten van alle voorkomende werkzaamheden met of zonder machines.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>112.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>IJzervlechter I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het aan de hand van tekeningen zelfstandig verrichten
van alle voorkomende buig-, knip- en vlechtwerkzaamheden, maatvoering en het
maken van buigstaten.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">GROEP E</tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>113.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Funderingsspecialist.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Medewerker belast met de dagelijkse leiding van werkzaamheden
op het gebied van alle typen funderingen, anders dan heien, hetzij op een
klein object of onderdeel van een groot object. Verantwoordelijk voor de juiste
uitvoering van het werk overeenkomstig aanwijzingen en/of voorschriften en/of
tekeningen of andere gegevens en voor juist gebruik en dagelijks onderhoud
van voor de toe te passen techniek geëigend materieel. Houdt werkadministratie
bij en onderhoudt werkcontacten met opdrachtgevers en eigen bedrijfsleiding.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>114.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Heibaas.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Werkt mee en geeft leiding aan een ploeg belast met
heiwerk of het aanbrengen van in de grond gevormde palen. Het opstellen en
verplaatsen, strijken en vervoeren van de stelling. Deze werkzaamheden kunnen
worden uitgevoerd met heistelling met trilblok, mechanische heiblokinstallatie
(met trekhamer of mechanisch trekblok) of drijvende hei-installaties met een
capaciteit boven 500 k p/m.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>115.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Hoofdboormeester diepboringen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het met behulp van boorinstallaties zelfstandig maken
van grondboringen naar grote diepte, volgens gebruikelijke boorsystemen en
het afwerken van de doorboorde aardlagen tot pompput. Voor deze functie is
op basis van opleiding en/of ervaring een bijzondere vakbekwaamheid vereist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>116.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinemonteur specialist.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het zelfstandig opsporen en opheffen van alle voorkomende
storingen bij de in het bouwbedrijf in gebruik zijnde machines en/of voertuigen,
alsmede het zelfstandig verrichten van reparatie- en revisiewerkzaamheden
daaraan. Eventueel toezicht houden op, of leiding geven aan werkzaamheden
van machinemonteur I en/of machinemonteur II. Voor deze functie is het bezit
van het diploma „machinemonteur GWSW" verplicht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>117.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Machinist met diploma.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De in functiegroep D onder de functienummers 92, 95,
96 en 97 genoemde machinisten welke in het bezit zijn van het diploma machinist
SBW (Stichting Beroepsopleidingen Weg- en waterbouw) respectievelijk het diploma
Bouwradius of het diploma Middelbaar Technische Machinistenschool (SOMA).</al>
    </inspring>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 2</nr>
      <titel>Uniforme percentages als bedoeld in artikel 30 lid 4</titel>
    </bijkop>
    <al>In het rechtjaar 1999/2000 is het uniforme percentage voor:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>jeugdige werknemers beneden 18 jaar met een  40-urige werkweek:
23,70%</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>jeugdige werknemers beneden 18 jaar met een  4-daagse werkweek:
24,80%</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>jeugdige werknemers beneden 18 jaar met een  3-daagse werkweek:
25,73%</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>werknemers van 18 tot en met 64 jaar: 21,56%</al>
    </inspring>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 3</nr>
      <titel>Civieltechnische werkzaamheden als bedoeld in artikel 2 lid 1 onder
p</titel>
    </bijkop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Definities </tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>civieltechnische werkzaamheden: de aanleg van verhardingen,
rioleringen<voetref refid="f25" nr="1" haak="1"></voetref> en gebouwen en dergelijke waarvoor
een bouwof aanlegvergunning is vereist, alsmede het hiermee samenhangende
onderhoud;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>cultuurtechnische werkzaamheden: de aanleg van groenvoorzieningen,
de daarmee samenhangende grondwerkzaamheden (bovenste grondlaag) en drainage,
alsmede het hiermee samenhangende onderhoud.</al>
      <al>De volgende activiteiten
worden beschouwd als civieltechnische activiteiten in de zin van artikel 2
lid 1 onder p:</al>
      <al>De volgende activiteiten worden beschouwd als zijnde
civieltechnische werkzaamheden en daarmee behorend tot de bouwnijverheid:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>grondboringen,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>bronbemalingen,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>de aanleg, montage en onderhoud van ondergrondse kabels
en buisleidingen,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>de aanleg, montage en onderhoud van bovengrondse kabels
en buisleidingen ten behoeve van de te verrichten bouwwerkzaamheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>grondwerk (ten behoeve van civieltechnische bestemming),</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>wegenbouw,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>markeringen,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>de aanleg, montage, onderhoud en sloop van verkeersveiligheid
bevorderende voorzieningen en geluidsweringen,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>sloopwerken, met uitzondering van de sloop van objecten
(nagenoeg) geheel bestaande uit metaal indien het aantal arbeidsuren van de
in dienst zijnde werknemers die bij de werkzaamheden worden ingezet groter
is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren bij de overige te verrichten
werkzaamheden van alle in dienst zijnde werknemers gemeten over de periode
van een kalenderjaar,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>waterbouwkundige werken,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>funderingswerken en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>verhuur van bemand materiaal voor civieltechnische activiteiten </al>
      <al>behoudens:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>de aanleg van buisleidingen in eigen beheer voor drainage ten
behoeve van landbouw, bewerking van grond en zand ten behoeve van een agrarische
bestemming en de incidentele aanleg van duikers ten behoeve van ontsluiting
van een landbouwperceel, welke als cultuurtechnische werkzaamheden opgevat
moeten worden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>het aanleggen, verbeteren of onderhouden van sportvelden en
andere recreatie-objecten alsmede alle andere grondwerken ten behoeve van
cultuurtechnische, civieltechnische, sport-, recreatie- en andere objecten,
beplantingen en groenstroken langs wegen. Hierbij is het uitgangspunt dat,
indien er een bouw/aanlegvergunning vereist is, het civieltechnische werkzaamheden
zijn, met uitzondering van de aanleg en het onderhoud van het groen alsmede
drainage en de bovenste grondlaag ten behoeve van het groen, welke cultuurtechnische
activiteiten zijn;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>de te onderscheiden cultuurtechnische werkzaamheden bij inpoldering
en ruilverkaveling; de ontsluiting van gronden en ruilverkaveling dienen als
cultuurtechnische werkzaamheden opgevat te worden, indien er sprake is van
daarmee samenhangende grondbewerking (ploegen, eggen, zaaien, egaliseren van
de toplaag van de grond ten behoeve van de plantaardige bestemming etcetera)
en als civieltechnische werkzaamheden indien er sprake is van grondverwerking
in de zin van landinrichting (de aanleg van wegen, watergangen en gemalen).</al>
    </inspring>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 5</nr>
      <titel>Door werkgever en werknemer in acht te nemen opzegtermijnen</titel>
    </bijkop>
    <al>In afwijking van artikel 7: 672, lid 2 en lid 3 BW, wordt de door de werkgever
en de werknemer in acht te nemen opzegtermijn bepaald aan de hand van onderstaande
tabellen.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Door werkgever in acht te nemen opzeggingstermijnen </tuskop>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="14" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c9" colnum="9" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c10" colnum="10" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c11" colnum="11" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c12" colnum="12" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c13" colnum="13" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c14" colnum="14" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">Leeftijd</entry>
            <entry align="center" morerows="0" nameend="c13" namest="c2" rotate="0">AANTAL VOLLE JAREN DIENSTVERBAND</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Werknemer</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">13</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">16 t/m 19</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry align="center" morerows="0" nameend="c13" namest="c5" rotate="0">door werkgever in acht te
nemen opzegtermijn in weken </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">20</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">21</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">22 t/m 25</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">26</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">27</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">28</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">29</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">30</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">31</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">32</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">33</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">34 t/m 45</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 13</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">46</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 14</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">47</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 15</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">48</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">15</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 16</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">49</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">15</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 17</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">50</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">15</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">17</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 18</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">51</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">13</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">15</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">17</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">18</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 19</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">52</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">15</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">17</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">18</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">19</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 20</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">53</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">17</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">18</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">19</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">20</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 21</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">54</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16)</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">18)</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">19</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">20</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">21</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 22 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">55</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">18</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">20</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">21</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">22</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 23</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">56</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16)</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">18</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">20</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">22</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">23</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 24</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">57</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">18</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">20</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">22</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">24</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 25 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">58 t/m 64</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">14</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">16)</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">18)</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">20</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">22</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">24</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 26 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">65 e.o.</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 13</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Door werknemer in acht te nemen opzeggingstermijnen </tuskop>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="14" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c9" colnum="9" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c10" colnum="10" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c11" colnum="11" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c12" colnum="12" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c13" colnum="13" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <colspec colname="c14" colnum="14" colwidth="11.4mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">Leeftijd</entry>
            <entry align="center" morerows="0" nameend="c13" namest="c2" rotate="0">AANTAL VOLLE JAREN DIENSTVERBAND</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Werknemer</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">7</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">8</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">9</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">10</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">11</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">12</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0" rowsep="1">13</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">16 t/m21</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry align="center" morerows="0" nameend="c13" namest="c6" rotate="0">door werknemer in acht te nemen opzegtermijn in weken </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">22 t/m 26</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">27/28</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">29/30</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">31/32</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">33 e.o.</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">5</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0">max 6</entry>
            <entry align="right" morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <al>Deze tabellen zijn een uitwerking van het bepaalde in artikel 10.</al>
    <al>In bijzondere gevallen (bijvoorbeeld bij faillissement) kunnen afwijkende
opzegtermijnen gelden.</al>
    <al>Bij minder dan 1 jaar dienstverband geldt bij normale opzegging in alle
gevallen een opzeggingstermijn van 1 week.</al>
    <al>Voor zover de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betrekking hebben
op meerderjarigen, gelden deze bepalingen ook voor jeugdige werknemers, die
gehuwd zijn of geweest zijn.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 6</nr>
      <titel>Introductie</titel>
    </bijkop>
    <al>Een introductie zoals bedoeld in artikel 9 lid 6 zal onder andere de volgende
punten moeten omvatten:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>informatie over aard en organisatie van het bedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>informatie over de aard en duur van het object en de door de
werknemer te verrichten werkzaamheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>kennismaking op het werk;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>mondelinge zowel als schriftelijke informatie over de op de
werknemer van toepassing zijnde arbeidsvoorwaarden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>informatie over voorzieningen op het gebied van veiligheid,
gezondheid en hygiëne;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>informatie aan werknemers over de opleidingsmogelijkheden zoals
het leerlingstelsel danwel de beroepsbegeleidende leerweg in de zin van de
WEB;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>g.</nr>
      <al>indien in de onderneming een ondernemingsraad is ingesteld
zal informatie gegeven worden over de samenstelling van de ondernemingsraad.
Tevens zal overhandigd worden een reglement van de ondernemingsraad en reglementen
van eventuele commissies van de ondernemingsraad.</al>
    </inspring>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 7</nr>
      <titel>Voorwaarden vervroegde uittreding bouwbedrijf</titel>
    </bijkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>Voor de toepassing van deze voorwaarden wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>belanghebbende: de belanghebbende bedoeld in artikel 2 dan
wel 2a;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>werknemer: de werknemer als bedoeld in artikel 1 lid 5 van
deze CAO, met dien verstande dat de uitzondering vermeld in artikel 1 lid
5 van deze CAO onder g. en j. buiten toepassing blijft, voor zover dit geen
schoonmakers en kantinepersoneel betreft. Werknemer is ook degene die in de
periode van 3 maanden direct voorafgaande aan de uittredingsdatum werkloos
is geworden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>uitkeringsbasis: de in artikel 5 bedoelde basis voor de berekening
van de uitkering;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>het SFB: het Sociaal Fonds Bouwnijverheid, gevestigd te Amsterdam;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>de Stichting: de Stichting Uittreden Bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>uittredingsdatum: de datum als bedoeld in artikel 37 lid 1
en lid 2 van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Voorwaarden</titel>
    </artkop>
    <al>Belanghebbende in de zin van deze voorwaarden is degene:</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>die op de laatste dag van de maand, liggende 4 maanden voor
de uittredingsdatum werknemer was;</al>
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>die direct voorafgaande aan de uittredingsdatum, gedurende
een periode van minimaal 10 jaar zonder onderbreking anders dan door arbeidsongeschiktheid
of werkloosheid, als werknemer werkzaam is geweest. Na een onderbreking door
arbeidsongeschiktheid dient de belanghebbende, in de periode van 2 jaar voorafgaande
aan de uittredingsdatum tenminste 6 maanden werkzaam te zijn geweest als werknemer
in de zin van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bij de onderbreking door werkloosheid wordt de mee
te tellen werkloosheidsperiode, gedurende de laatste 2 refertejaren, op gemiddeld
6 maanden per refertejaar gemaximeerd. Daarbij geldt bovendien per afzonderlijk
refertejaar een maximum van 8 maanden. Indien belanghebbende in de laatste
twee refertejaren 1 maal meer dan 8 maanden per refertejaar werkloos is geweest,
kan deze toch uittreden, doch niet eerder dan een jaar na de datum waarop
aan alle overige uittredingsvoorwaarden wordt voldaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor de berekening van deze periode van 10 jaar wordt
tevens in aanmerking genomen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>a.</nr>
      <al>de periode dat belanghebbende als werknemer in de zin van de
CAO Vervroegde Uittreding voor het Uitvoerend, Technisch en Administratief
Personeel in de Bouwbedrijven (VUT-UTA-CAO) werkzaam is geweest, met dien
verstande dat de werknemer in ieder geval gedurende de laatste 4 jaar direct
voorafgaande aan de uittredingsdatum zonder onderbreking anders dan door arbeidsongeschiktheid
en werkloosheid werkzaam dient te zijn geweest als werknemer in de zin van
artikel 1 lid 2;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>en</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>b.</nr>
      <al>de periode(n) dat belanghebbende als werknemer werkzaam is
geweest in de zin van de CAO-en voor:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>a.</nr>
      <al>het baggerbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>b.</nr>
      <al>het schilders- en afwerkingsbedrijf in Nederland;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>c.</nr>
      <al>het stukadoors-, afbouw- en terrazzobedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>d.</nr>
      <al>het natuursteenbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>e.</nr>
      <al>de bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbedrijven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>f.</nr>
      <al>de betonmortel- en morteltransportondernemingen en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>g.</nr>
      <al>de timmerfabrieken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>met dien verstande, dat de werknemer in ieder geval
gedurende de laatste 2 jaar direct voorafgaande aan de uittredingsdatum zonder
onderbreking anders dan door arbeidsongeschiktheid en werkloosheid werkzaam
dient te zijn geweest als werknemer in de zin van artikel 1 lid 2. Deze bepaling
blijft van kracht zolang de uittredingsleeftijd als genoemd in artikel 37
lid 1 van deze CAO niet meer dan 2 jaar lager is dan de vergelijkbare uittredingsleeftijd
in bovengenoemde CAO-en.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>c.</nr>
      <al>de periode dat belanghebbende als werknemer in de zin van de
CAO Vervroegde Uittreding Agrarische Sectoren werkzaam is geweest. Dit geldt
niet voor werknemers die, in de twee jaar voorafgaand aan de uittredingsdatum:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>–</nr>
      <al>van een bedrijf vallend onder de CAO Vervroegde Uittreding
Agrarische Sectoren in dienst treden van een bedrijf vallend onder de CAO
voor het Bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <al>danwel</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="4">
      <nr>–</nr>
      <al>van een bedrijf vallend onder de CAO voor het Bouwbedrijf
in dienst treden van een bedrijf vallend onder de CAO Vervroegde Uittreding
Agrarische Sectoren. Een en ander geldt zodra en zolang een gelijkluidende
bepaling in bedoelde CAO-en is opgenomen, met dien verstande dat de uittredingsleeftijd
voor de CAO Vervroegde Uittreding Agrarische Sectoren 59 in plaats van 60
jaar mag bedragen. Schrapping van deze bepaling en/of eenzijdig aangebrachte
wijzigingen ten aanzien van de bepalingen in bedoelde VUT-regelingen inzake:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="5">
      <nr>1.</nr>
      <al>de referteperiode;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="5">
      <nr>2.</nr>
      <al>de uittredingsleeftijd;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="5">
      <nr>3.</nr>
      <al>het uitkeringspercentage en de uitkeringsbasis;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="5">
      <nr>4.</nr>
      <al>het vrijwillig afstand doen van een uitkering krachtens de
Ziektewet en/of AAW/WAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="5">
      <nr>5.</nr>
      <al>de pensioenopbouw;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="5">
      <nr>6.</nr>
      <al>de beëindiging van de VUT-regeling, hebben met de regeling
vervroegde uittreding in de CAO voor het Bouwbedrijf onmiddellijke beëindiging
van toepassing van wederkerigheid tot gevolg;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>d.</nr>
      <al>de periode dat belanghebbende in het buitenland werkzaam is
geweest, mits over deze periode aantoonbare premiebetaling heeft plaatsgevonden;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>e.</nr>
      <al>de periode dat belanghebbende als werknemer werkzaam is geweest
bij een bedrijf dat is komen te vallen onder de werkingssfeer van de CAO voor
het Bouwbedrijf, mits voor de werknemer een VUT-regeling van toepassing was;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>f.</nr>
      <al>een periode van maximaal 3 jaar waarin belanghebbende, mits
vrouw zijnde, het dienstverband heeft onderbroken in verband met de opvoeding
van een kind in de leeftijd van 0-4 jaar. Deze periode kan zich ten hoogste
tweemaal voordoen;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <al>en </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>g.</nr>
      <al>de periode dat belanghebbende bij een bouwbedrijf in de zin
van deze CAO heeft gewerkt als uitzendkracht en er aantoonbare premiebetaling
heeft plaatsgevonden;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <al>of</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>die in de periode van 15 jaar direct voorafgaande aan de uittredingsdatum
tenminste 10 jaar werkzaam is geweest (waaronder begrepen periode(n) van arbeidsongeschiktheid
en werkloosheid) in een onderneming vallend onder de werkingssfeer van deze
CAO als werknemer in de zin van artikel 1 lid 2 of in de zin van de VUT-UTA-CAO,
met dien verstande dat de werknemer in ieder geval gedurende de laatste vier
jaar direct voorafgaand aan de uittredingsdatum zonder onderbreking anders
dan door arbeidsongeschiktheid en werkloosheid werkzaam dient te zijn geweest
als werknemer in de zin van artikel 1 lid 2. Bij de onderbreking door werkloosheid
wordt de mee te tellen werkloosheidsperiode, gedurende de laatste 2 refertejaren,
op gemiddeld 6 maanden per kalenderjaar gemaximeerd. Daarbij geldt bovendien
per afzonderlijk refertejaar een maximum van 8 maanden. Indien belanghebbende
gedurende de laatste 2 refertejaren 1 maal meer dan 8 maanden per refertejaar
werkloos is geweest, kan deze toch uittreden, doch niet eerder dan een jaar
na de datum waarop aan alle overige uittredingsvoorwaarden wordt voldaan.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Na een onderbreking door arbeidsongeschiktheid dient
de belanghebbende, in de periode van 2 jaar voorafgaande aan de uittredingsdatum,
tenminste 6 maanden werkzaam te zijn geweest als werknemer in de zin van deze
CAO.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor de berekening van de 10 jaar wordt tevens in aanmerking
genomen de periode waarin belanghebbende in het buitenland werkzaam is geweest,
mits over deze periode aantoonbare premiebetaling heeft plaatsgevonden, alsmede
de periode dat belanghebbende als werknemer werkzaam is geweest bij een bedrijf
dat is komen te vallen onder de werkingssfeer van de CAO voor het Bouwbedrijf,
mits voor de werknemer een vergelijkbare VUT-regeling, in ieder geval voor
wat betreft de uittredingsleeftijd van toepassing was.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Indien de uittredingsleeftijd niet overeenkomt in beide
regelingen, geldt als vroegstmogelijke uittredingsleeftijd de leeftijd waarop
betrokkene had kunnen uittreden op basis van zijn vorige regeling, voorzver
deze niet lager is dan de vroegst mogelijke uittredingsleeftijd volgens dit
artikel Indien het een verplichte overgang betreft, waardoor het bedrijf onder
de werkingssfeer van de CAO voor het Bouwbedrijf is komen tevallen, behoeft
slechts sprake te zijn geweest van een VUT-regeling, die niet vergelijkbaar
hoeft te zijn. Voor de berekening van de 10 jaar wordt tevens in aanmerking
genomen een periode van maximaal 3 jaar waarin belanghebbende, mits vrouw
zijnde, het dienstverband heeft onderbroken in verband met de opvoeding van
een kind in de leeftijd van 0–4 jaar. Deze periode kan zich ten hoogste
tweemaal voordoen;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>die op de dag, voorafgaande aan de in lid 5 bedoelde datum,
zijn woonplaats in Nederland, België of de Bondsrepubliek Duitsland heeft;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4.</nr>
      <al>die op de uittredingsdatum 60, 61, 62, 63 of 64 jaar is;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>5.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>1.</nr>
      <al>wiens dienstbetrekking met ingang van de uittredingsdatum is
geëindigd, of die voldoet aan alle voorwaarden voor uittreding maar op
een latere datum uittreedt doordat de dienstbetrekking later eindigt;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <al>of</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>wiens dienstbetrekking in het kader van deeltijd-VUT met ingang
van de uittredingsdatum, voor wat betreft de arbeidsduur, voor 50% is geëindigd.
Deeltijd-VUT gaat steeds vooraf aan volledige uittreding;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>6.</nr>
      <al>die in de 20 jaar direct voorafgaande aan de uittredingsdatum
niet anders werkzaam is geweest dan binnen de Europese Gemeenschap als werknemer
ingevolge artikel 7: 610 lid 1 BW, mits over deze perioden aantoonbare premiebetaling
heeft plaatsgevonden, waarbij perioden van verplichte militaire dienst mede
in aanmerking worden genomen. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2a</nr>
      <titel>Voorwaarden uittreding conform artikel 37 lid 2</titel>
    </artkop>
    <al>In afwijking van artikel 2 is belanghebbende in de zin van deze voorwaarden
degene:</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>die op de laatste dag van de maand, liggende 4 maanden vóór
de uittredingsdatum werknemer was;</al>
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>die voorafgaande aan de uittredingsdatum minstens 40 jaar binnen
de Europese Gemeenschap werknemer in de zin van het BW is geweest, waarbij
perioden van verplichte militaire dienst mede in aanmerking worden genomen;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <al>en</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>daarvan op grond van de op hem van toepassing zijnde CAO, niet
zijnde de CAO voor Timmerfabrieken, gedurende 30 jaar actief deelnemer is
geweest in het Bedrijfspensioenfonds voor de Bouwnijverheid en/of een daarmee
in het kader van de vrijstellingsregeling per saldo gelijkwaardige pensioenverzekering;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>gedurende de laatste 4 jaar direct voorafgaande aan de uittredingsdatum,
zonder onderbreking anders dan door arbeidsongeschiktheid of werkloosheid
werkzaam is geweest als werknemer in de zin van artikel 1 lid 2. Na een onderbreking
door arbeidsongeschiktheid dient de belanghebbende, in de periode van 2 jaar
voorafgaande aan de uitkeringsdatum, tenminste 6 maanden werkzaam te zijn
geweest als werknemer in de zin van deze CAO. Bij de onderbreking door werkloosheid
wordt de mee te tellen werkloosheidsperiode, gedurende de laatste twee refertejaren,
op gemiddeld 6 maanden per refertejaar gemaximeerd. Daarbij geldt bovendien
per afzonderlijk refertejaar een maximum van 8 maanden. Indien belanghebbende
in de laatste 2 refertejaren 1 maal meer dan 8 maanden per refertejaar werkloos
is geweest, kan deze toch uittreden, doch niet eerder dan een jaar na de datum
waarop aan alle overige uittredingsvoorwaarden wordt voldaan.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Ten aanzien van de hierboven bedoelde termijn van vier
jaar geldt tevens dat de periode, die belanghebbende bij een bouwbedrijf in
de zin van deze CAO heeft gewerkt als uitzendkracht, en er aantoonbare premiebetaling
heeft plaatsgevonden, mede in aanmerking wordt genomen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Ten aanzien van de bij b. en c. bedoelde termijnen
geldt dat de periode, die belanghebbende werkzaam is geweest bij een bedrijf
dat is komen te vallen onder werkingssfeer van de CAO voor het Bouwbedrijf,
mede in aanmerking wordt genomen, mits voor de werknemer een vergelijkbare
VUT-regeling, in ieder geval voor wat betreft de uittredingsleeftijd, van
toepassing was.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Indien de uittredingsleeftijd niet overeen komt in
beide regelingen, geldt als vroegst mogelijke uittredingsleeftijd de leeftijd
waarop betrokkene had kunnen uittreden op basis van zijn vorige regeling,
voorzover deze niet lager is dan de vroegst mogelijke uittredingsleeftijd
volgens dit artikel.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Indien het een verplichte overgang betreft, waardoor
het bedrijf onder de werkingssfeer van de CAO voor het Bouwbedrijf is komen
te vallen, behoeft slechts sprake te zijn geweest van een VUT-regeling, die
niet vergelijkbaar hoeft te zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor de berekening van de 4 jaar wordt tevens in aanmerking
genomen een periode van maximaal 3 jaar waarin belanghebbende, mits vrouw
zijnde, het dienstverband heeft onderbroken in verband met de opvoeding van
een kind in de leeftijd van 0–4 jaar. Deze periode kan zich ten hoogste
tweemaal voordoen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor de berekening van de 4 jaar wordt tevens in aanmerking
genomen de periode dat belanghebbende in het buitenland werkzaam is geweest,
mits over deze periode aantoonbare premiebetaling heeft plaatsgevonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>die op de dag, voorafgaande aan de in lid 5 bedoelde datum,
zijn woonplaats in Nederland, België of de Bondsrepubliek Duitsland heeft;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>die op de uittredingsdatum 57 jaar of ouder is;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>wiens dienstbetrekking met ingang van de uittredingsdatum is
geëindigd, of die voldoet aan alle voorwaarden voor uittreding maar op
een latere datum uittreedt doordat de dienstbetrekking later eindigt; </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>of</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>wiens dienstbetrekking in het kader van deeltijd-VUT met ingang
van de uittredingsdatum, voor wat betreft de arbeidsduur, voor 50% is geëindigd.
Deeltijd-VUT gaat steeds vooraf aan volledige uittreding.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Aan de belanghebbende wordt op zijn verzoek door de Stichting
een uitkering toegekend met ingang van de in artikel 2 dan wel 2a onder 5
bedoelde datum.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>De belanghebbende krijgt de beschikking over een uitkeringsbudget.
Dit budget is bestemd voor de periode vanaf de uittredingsdatum tot het bereiken
van de pensioengerechtigde leeftijd. Als uittredingsdatum ingevolge dit artikel
geldt de vroegst mogelijke uitkeringsdatum, zoals bedoeld in artikel 2 danwel
2a. Eventueel later uittreden, omdat niet eerder aan de uittredingsvoorwaarden
werd voldaan levert een uitkeringsbudget naar rato op.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van dit uitkeringsbudget bedraagt voor de belanghebbende
die vanaf 1 mei 1997 kan uittreden op basis van de voorwaarden zoals bedoeld
in artikel 2: 375% van de uitkeringsbasis.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>De hoogte van dit uitkeringsbudget – in percentage van
de uitkeringsbasis – bedraagt voor de belanghebbende die aan de voorwaarden
als bedoeld in artikel 2a voldoet:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>a.</nr>
      <al>in de periode 1 mei 1995 tot en met 30 april 1996: 560%;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>b.</nr>
      <al>in de periode 1 mei 1996 tot en met 30 april 1997: 523%;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>c.</nr>
      <al>in de periode 1 mei 1997 tot en met 30 april 1998: 486%;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>d.</nr>
      <al>in de periode 1 mei 1998 tot en met 30 april 1999: 449%;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>e.</nr>
      <al>in de periode 1 mei 1999 tot en met 30 april 2000: 412%;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>f.</nr>
      <al>vanaf 1 mei 2000: 375%.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4.</nr>
      <al>De uitkering per dag bedraagt bij volledig uittreden –
een en ander met inachtneming van het bepaalde in lid 1 van artikel 3a. –
maximaal 75% van de uitkeringsbasis.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De belanghebbende, die op 60-jarige leeftijd voldoet
aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 2 of 2a en op 61-jarige of hogere
leeftijd uittreedt, ontvangt per dag maximaal 80% van de uitkeringsbasis.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>5.</nr>
      <al>De belanghebbende die gebruik maakt van deeltijd-VUT en zijn
werkzaamheden voor 50%, zoals bedoeld in artikel 2.5.2. of 2a.5.2. voortzet,
geldt gedurende maximaal 4 jaar een uitkering per dag van maximaal 25% van
de uitkeringsbasis. Vanaf 61 jaar bedraagt de uitkering per dag bij volledig
uittreden maximaal 75% van de uitkeringsbasis.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het uitkeringsbudget wordt evenredig verdeeld over het aantal
uitkeringsjaren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Aan de belanghebbende wordt naast de uitkering een vakantietoeslag
ter hoogte van 8% van de uitkering toegekend.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3a</nr>
      <titel>Pensioenregelingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Ten behoeve van de belanghebbende wordt aan de Stichting Bedrijfspensioenfonds
voor de Bouwnijverheid de pensioenpremie betaald die voor hem in de laatste
dienstbetrekking krachtens de CAO verschuldigd was, met inachtneming van de
verhogingen die deze premie zou hebben ondergaan indien de belanghebbende
niet vervroegd zou zijn uitgetreden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voor voorzieningen van ouderdoms-, weduwen-, weduwnaars- en
wezenpensioen in de plaats van de BPF-voorziening – ingeval van vrijstelling
van de deelneming aan de loonafhankelijke pensioenregeling – zal, bij
gehele of gedeeltelijke voortzetting van deze pensioenvoorziening met premiebetaling,
telkenmale na getoond bewijs van premiebetaling, tot de pensioendatum aan
belanghebbende of diens werkgever een bijdrage worden vergoed ter grootte
van het werkgeversaandeel in de pensioenpremie tot maximaal het bedrag dat
voor rekening zou komen bij deelneming aan de loonafhankelijke pensioenregeling.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Zulks geschiedt onder voorwaarde, dat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de premie voor belanghebbende individueel moet zijn vast te
stellen; en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>na uittreding de belanghebbende zijn gebruikelijke evenredig
aandeel in de premie, bij continuering van de verzekering door de werkgever,
aan deze werkgever blijft afdragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Ingeval voor 1 januari 1987 geen sprake was van deelneming
aan de dagafhankelijke pensioenregeling, zal de Stichting, naast de in het
vierde lid genoemde pensioenpremie, aan belanghebbende of diens werkgever
een bijdrage verstrekken in de affinanciering van de voorziening, welke in
plaats van de BPF-voorziening was getroffen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Zulks geschiedt overeenkomstig de in het vijfde lid
genoemde voorwaarden en overigens onder voorwaarde, dat de werkgever voor
de werknemer op de dag vóór de datum van uittreding een bijdrage
verschuldigd is ingevolge de affinanciering voor de dagafhankelijke pensioenregeling
in de plaats getroffen voorziening.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De bijdrage ter grootte van het werkgeversaandeel in
de pensioenpremie is qua hoogte en duur gemaximeerd op het bedrag van de bijdrage
die in het kader van de affinanciering van de dagafhankelijke pensioenregeling
zou zijn verstrekt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Naast de in het vijfde lid genoemde bijdrage zal door de Stichting
aan het BPF een bijdrage in de dagafhankelijke pensioenregeling worden verstrekt,
indien de werkgever voor de werknemer de dag vóór de datum van
uittreden premie verschuldigd is ingevolge de affinanciering van de dagafhankelijke
pensioenregeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Ingeval van voortzetting van de pensioenopbouw na de uittredingsdatum
is een werkgever niet verplicht tot een hogere bijdrage in de alsdan verschuldigde
premie, dan waarop hij op grond van bovenstaande bijdrageregeling aanspraak
kan maken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Indien op enig kalenderjaar vanaf het kalenderjaar 1987 betrekking
hebbende bewijzen van premiebetaling niet binnen 6 maanden na afloop van dat
kalenderjaar zijn getoond, vervallen over dat kalenderjaar aanspraken op de
in het vijfde en zesde lid bedoelde vergoedingen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Wijze van verzoeken</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De belanghebbende die voor de uitkering in aanmerking wenst
te komen dient minimaal 6 weken vóór de gewenste uittredingsdatum
een daartoe strekkend verzoek in.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het verzoek kan worden ingediend, hetzij rechtstreeks
bij het SFB, hetzij bij een plaatselijk vertegenwoordiger van het SFB in of
nabij de woonplaats van belanghebbende. Het recht op een VUT-uitkering kan
per belanghebbende slechts eenmaal worden gehonoreerd (inclusief het beroep
op de garantieregeling zoals bedoeld in artikel 14).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het verzoek wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe
bestemde formulier, dat volledig en naar waarheid wordt ingevuld en ondertekend.
Op het formulier wordt tevens aangegeven voor welke varianten als bedoeld
in lid 3 wordt gekozen, alsmede de periode waarin de gekozen variant wordt
geëffectueerd. Deeltijd-VUT gaat steeds vooraf aan volledige uittreding.
Deeltijd-VUT kan alleen worden toegepast indien tussen de werkgever en de
werknemer consensus bestaat over de wijze waarop de 50% deeltijd-VUT wordt
ingevuld (arbeidstijd en VUT).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien gekozen wordt voor een deeltijdvariant, zoals bedoeld
in de artikelen 2.5.2. en 2a.5.2. dan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>dient op het aanvraagformulier te worden aangegeven op
welke wijze de deeltijdvariant wordt ingedeeld, waarbij de volgende mogelijkheden
bestaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>a.</nr>
      <al>2,5 dag werken, 2,5 dag VUT;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>b.</nr>
      <al>1 week werken, 1 week VUT;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>c.</nr>
      <al>1 maand werken, 1 maand VUT;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>d.</nr>
      <al>iedere andere verdeling in arbeidstijd en VUT (50/50) die de
werkgever en de werknemer schriftelijk overeenkomen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>dient het aanvraagformulier te zijn voorzien van handtekeningen
van zowel werkgever als werknemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien de belanghebbende in overleg met zijn werkgever besluit
om de eerder aangegeven periode van deeltijd-VUT en/of de gekozen variant
te wijzigen, dient hij dit minimaal 1 maand voorafgaande aan de ingangsdatum
van deze wijziging schriftelijk bij het SFB te melden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Indien een belanghebbende gebruik wenst te maken van de garantieregeling
zoals bedoeld in artikel 14, dan dient hij dit uitdrukkelijk op het aanvraagformulier
aan te geven.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Referteperiode/uitkeringsbasis</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De uitkering, bedoeld in artikel 3, wordt berekend op basis
van het loon dat belanghebbende gemiddeld per dag verdiende in het jaar onmiddellijk
voorafgaande aan de drie maanden voor de uittredingsdatum (niet verminderd
met het eventuele spaarloon) nadat dit loon:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>is gewijzigd overeenkomstig de wijziging ingevolge artikel
18, vierde lid van deze CAO die het loon van belanghebbende voor de uittredingsdatum
ondergaat;</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>en</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>is verminderd met dat gedeelte van het loon, dat belanghebbende
ontving ter compensatie van het te zijnen laste komende aandeel in de pensioenpremie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij de berekening van de uitkering wordt maximaal in
aanmerking genomen het loon zoals zich dit in de voorafgaande 4 jaren heeft
ontwikkeld volgens de loontrend ingevolge artikel 18 lid 4 vermeerderd met
10% van deze loontrend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Ingeval de belanghebbende op de dag vóór de datum
van uittreding niet valt onder de bepalingen van de Ziekenfondswet, en, hetzij:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>niet verzekerd is krachtens enige ziektekostenverzekering;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>verzekerd is krachtens een te zijnen behoefte gesloten particuliere
ziektekostenverzekering, waarvan de premie geheel te zijnen laste komt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>verzekerd is als onder b. genoemd, waarbij de werkgever bijdraagt
in de premie;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>deelnemer is in een door zijn werkgever gesloten collectieve
ziektekostenverzekering; zal, na uittreding, worden uitgekeerd in de situaties
als vermeld onder:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="4">
      <nr>a.</nr>
      <al>en b.: nihil</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="4">
      <nr>c.</nr>
      <al>aan belanghebbende een bijdrage in de premie (telkenmale na
getoond bewijs van premiebetaling door verzekerde) ter grootte van 50% van
de werkelijk betaalde premie, tot maximaal het bedrag dat voor rekening van
de werkgever zou komen bij toepassing van de Ziekenfondswet.Indien op enig
kalenderjaar bewijzen van premiebetaling niet binnen 6 maanden na afloop van
dat kalenderjaar zijn getoond, vervallen over dat kalenderjaar aanspraken
op de hiervoor bedoelde bedragen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="4">
      <nr>d.</nr>
      <al>indien en zolang belanghebbende na zijn uittreding deelnemer
blijft in deze collectieve verzekering: aan de werkgever 50% van de werkelijke
betaalde premie, tot maximaal het bedrag dat voor rekening van de werkgever
zou komen bij toepassing van de Ziekenfondswet. Belanghebbende zal alsdan
zijn aandeel in de premie, conform de terzake vigerende regeling in de onderneming
van de werkgever, aan de werkgever betalen, bij gebreke waarvan de werkgever
de deelname in de collectieve verzekering zal kunnen beëindigen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Voor belanghebbende, die in de periode genoemd in lid 1 aanspraak
had op een vergoeding voor reisuren, wordt die vergoeding bij de vaststelling
van de uitkeringsbasis tot ten hoogste twee reisuren per dag in aanmerking
genomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Indien in (een deel van) de periode van 5 jaar onmiddellijk
voorafgaande aan de uittredingsdatum de tussen de werknemer en zijn werkgever
overeengekomen wekelijkse arbeidsduur minder heeft bedragen dan de normale
arbeidsduur, wordt de volgens de voorgaande leden berekende uitkeringsbasis
vastgesteld met toepassing van een gewogen part-time-breuk.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De part-time-breuk wordt verkregen door de overeengekomen wekelijkse
arbeidsduur te delen door de normale wekelijkse arbeidsduur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>De gewogen part-time-breuk wordt vastgesteld, door rekening
te houden met de part-time-breuken, die in de periode van 5 jaar als bedoeld
onder a. voor de werknemer hebben gegolden en met de tijd gedurende welke
zij hebben gegolden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De uitkeringsbasis wordt telkens herzien overeenkomstig het
bepaalde in artikel 18 lid 4 van deze CAO, waarbij het maximum van 1,5 x de
premiegrens dagloon WW niet kan worden overschreden. Partijen kunnen telkens
besluiten, al dan niet op voorstel van het bestuur, om geheel of gedeeltelijk
af te zien van deze herziening.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Ten aanzien van de relatie met pensioenen genoemd in
artikel 3a, zal aanpassing plaatsvinden in overeenstemming met de wijzigingsdata
van de vigerende pensioenregeling.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Kortingen op de uitkeringen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Het is verboden om tijdens de looptijd van de VUT-uitkering
binnen de bedrijfstak bouwnijverheid werkzaamheden, van wat voor aard dan
ook en tegen welke voorwaarden of beloning dan ook, te verrichten. Dit verbod
is uitdrukkelijk ook van toepassing op het verrichten van werkzaamheden „om
niet" of tegen een onkostenvergoeding.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Het in artikel 6.1.a. bedoelde verbod is niet van toepassing
voor zover er sprake is van gedeeltelijke voortzetting van het dienstverband
in relatie met een deeltijd-VUT-uitkering en voorts voldaan is aan alle voorwaarden
die in dit reglement of door het bestuur van de Stichting aan de uitvoering
van deeltijd-VUT gesteld worden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Indien sprake is van structureel overwerk in de zin
van artikel 16 lid 2 van de CAO, zullen de inkomsten die daaruit voortvloeien
volledig in mindering worden gebracht op de uitkering.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Het bestuur van de Stichting kan, onverminderd het bepaalde
in artikel 8.2, schriftelijk ontheffing verlenen van het in artikel 6.1.a
opgenomen verbod. Het bestuur kan aan de ontheffing nadere voorwaarden verbinden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Het is toegestaan om, onverminderd het bepaalde in artikel
8.2, met toestemming van het bestuur van de Stichting, werkzaamheden te verrichten
buiten de bedrijfstak bouwnijverheid. Het bestuur kan aan de toestemming nadere
voorwaarden verbinden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>Werkzaamheden binnen de bedrijfstak bouwnijverheid, die reeds
verricht werden voordat een non-activiteitsregeling van toepassing was en
in andere gevallen voor de ingangsdatum van de VUT-uitkering mogen, onverminderd
het bepaalde in artikel 8.2, tijdens de VUT-periode worden voortgezet, mits
die werkzaamheden reeds vijf jaar voor de deelname aan een non-activiteitsregeling
c.q. voor de uittredingsdatum een aanvang hebben genomen. De daaruit voortvloeiende
inkomsten mogen tijdens de VUT-periode jaarlijks niet meer bedragen dan het
bedrag dat gevonden wordt door het totale bedrag van de hier bedoelde neveninkomsten
over de vijf jaar, voorafgaande aan de deelname aan een non-activiteitsregeling
c.q. voorafgaande aan de uittredingsdatum, te delen door vijf. Uitbreiding
van de werkzaamheden tijdens de VUT-periode valt onder het verbod van artikel
6.1.a.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>Het bestuur van de Stichting is bevoegd om bij overtreding
van een in artikel 6.1. opgenomen verbod of bij het niet of niet volledig
nakomen van een op grond van artikel 6.1 gestelde voorwaarde een sanctie,
als bedoeld in artikel 10, op te leggen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Op de voltijd-VUT-uitkering worden, onverminderd het in artikel
8.2 bepaalde, in mindering gebracht de inkomsten, waaronder begrepen beloningen
in natura en het bovenmatig deel van onkostenvergoedingen, die voortvloeien
uit werkzaamheden buiten de bedrijfstak bouwnijverheid, voor zover die inkomsten
meer bedragen dan het verschil tussen de door belanghebbende ontvangen uitkering
en de uitkeringsbasis.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Op de deeltijd-VUT-uitkering worden, onverminderd het in artikel
8.2 bepaalde, in mindering gebracht inkomsten, waaronder begrepen beloningen
in natura en het bovenmatig deel van onkostenvergoedingen, die voortvloeien
uit werkzaamheden buiten de bedrijfstak bouwnijverheid, voor zover die inkomsten
meer bedragen dan het verschil tussen de door belanghebbende ontvangen deeltijd-VUT-uitkering,
vermeerderd met de inkomsten uit de voortgezette dienstbetrekking, en de uitkeringsbasis.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>De inkomsten uit werkzaamheden buiten de bedrijfstak bouwnijverheid
zoals bedoeld in de artikelen 6.2.a en 6.2.b worden geacht betrekking te hebben
op het kwartaal waarin deze werkzaamheden hebben plaatsgevonden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Inkomsten uit werkzaamheden buiten de bedrijfstak bouwnijverheid
komen, onverminderd het bepaalde in artikel 8.2, niet in aanmerking voor verrekening
met de VUT-uitkering, voor zover die werkzaamheden al gedurende ten minste
vijf jaren voor de deelname aan een non-activiteitsregeling en in andere gevallen
voor de uittredingsdatum plaatsvonden en tijdens de VUT-uitkering geen uitbreiding
aan die werkzaamheden wordt gegeven. De vrij te stellen inkomsten tijdens
de VUT-periode worden berekend door de totale neveninkomsten over de vijf
jaar, voorafgaande aan een non-activiteitsregeling c.q voorafgaande aan de
uittredingsdatum, te delen door vijf.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Op de uitkering van de belanghebbende wordt eveneens in mindering
gebracht de uitkering bij arbeidsongeschiktheid krachtens de Ziektewet en/of
AWW/WAO, met dien verstande dat ingevolge artikel 2 of 2.a. uittreding niet
mogelijk is indien en zolang er sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Voor de toepassing van het bepaalde onder a. van dit lid wordt
belanghebbende geacht een uitkering wegens arbeidsongeschiktheid te genieten
indien belanghebbende vrijwillig van het recht hierop afstand doet, met dien
verstande dat de uitkering geheel wordt ingehouden indien de uitkering wegens
arbeidsongeschiktheid naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80% of
meer zou zijn berekend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Op de uitkering wordt ingehouden hetgeen de belanghebbende
verschuldigd is aan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>premie ingevolge de Ziekenfondswet;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>loonbelasting/premie volksverzekeringen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>pensioenpremie.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Uitbetaling</titel>
    </artkop>
    <al>De uitkering en de vakantietoeslag worden maandelijks door het SFB aan
de belanghebbende uitbetaald.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Einde van de uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het recht op uitkering eindigt op de eerste dag van de maand,
waarin de belanghebbende de leeftijd van 65 jaar bereikt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het recht op uitkering eindigt voor de in het eerste lid bedoelde
datum indien de belanghebbende in of buiten de bouwnijverheid opnieuw een
dienstbetrekking aanvaardt en wel met ingang van de eerste dag waarop hij
in die dienstbetrekking werkzaam is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien de belanghebbende tijdens het genot van de uitkering
overlijdt, wordt de uitkering, alsmede de vakantiebijslag, tot en met de laatste
dag van de tweede maand, volgende op die waarin het overlijden plaatsvond,
uitbetaald – voor zover mogelijk – in een bedrag ineens:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>aan de langstlevende van de echtgenoten indien de overledene
niet duurzaam van de andere echtgenoot gescheiden leefde;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>bij ontstentenis van de onder a. bedoelde persoon aan de minderjarige
wettige of natuurlijke kinderen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>bij ontstentenis van de onder a. en b. bedoelde personen aan
degenen ten aanzien van wie de overledene grotendeels in de kosten van het
bestaan voorzag en met wie hij in gezinsverband leefde.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Bij toepassing van het derde lid bedraagt de uitkering, met
ingang van de dag na het overlijden, per dag 100% van de uitkeringsbasis en
de vakantietoeslag 8% van de aldus verleende uitkering. Bij deeltijd-VUT wordt
de uitkering naar rato verstrekt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Plicht tot verstrekken van inlichtingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De belanghebbende verstrekt desgevraagd of uit eigen beweging
aan de functionarissen, die door het SFB met het toezicht zijn belast, alle
inlichtingen die voor de beoordeling van het recht op uitkering en van de
hoogte daarvan van belang kunnen zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De belanghebbende doet per kwartaal opgave aan het SFB van
de inkomsten uit arbeid, verricht in de periode waarover hij uitkering ontvangt,
met gebruikmaking van het daartoe bestemde formulier, dat volledig en naar
waarheid wordt ingevuld en ondertekend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgevers verstrekken aan het SFB de benodigde informatie
met betrekking tot het loon en de arbeid van degenen die een aanvraag tot
vervroegd uittreden hebben ingediend.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Intrekking en wijziging van een besluit tot uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien de belanghebbende de, op grond van deze regeling, gevraagde
of uit eigen beweging te verstrekken inlichtingen niet of onjuist verstrekt
kan het bestuur van de Stichting een besluit tot toekomstige uitkering, dan
wel tot een reeds lopende uitkering, intrekken. Belanghebbende wordt in het
kader van dit lid geacht de bedoelde inlichtingen niet te hebben verstrekt,
indien binnen twee maanden, na ontvangst van de eerste oproep daartoe of het
uit eigen beweging te melden feit bekend is bij belanghebbende, het bestuur
van de Stichting de inlichtingen nog niet heeft ontvangen. Belanghebbende
wordt in het kader van dit lid geacht de inlichtingen onjuist te hebben verstrekt,
indien het bestuur van de Stichting daarbij voor meer dan f 7.500,–
is benadeeld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien de belanghebbende de, op grond van deze regeling, gevraagde
of uit eigen beweging te verstrekken inlichtingen niet tijdig of onjuist verstrekt,
kan een uitkering worden verlaagd. De verlaging bedraagt maximaal 30% en duurt
maximaal 12 maanden, naar gelang de ernst van de overtreding, blijkende uit
recidive. Belanghebbende wordt in het kader van dit lid geacht de inlichtingen
niet tijdig te hebben verstrekt, indien na het verstrijken van de daarvoor
gegeven termijn in de eerste oproep daartoe, dan wel twee weken het uit eigen
beweging te melden feit bekend is bij belanghebbende, het bestuur van de Stichting
de bedoelde inlichtingen nog niet heeft ontvangen. Belanghebbende wordt in
het kader van dit lid geacht inlichtingen onjuist te hebben verstrekt, indien
het bestuur van de Stichting daarbij voor ten minste f 50,– en
voor maximaal f 7.500,– is benadeeld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien belanghebbende niet voldoet aan enig in deze regeling
gestelde voorwaarde kan een waarschuwing worden gegeven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bestuur van de Stichting is bevoegd de sancties, zoals
genoemd in lid 2 en 3 te combineren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur van de Stichting is bevoegd de door de Stichting
opgelopen schade als gevolg van door belanghebbende niet, niet tijdig of onjuist
verstrekte inlichtingen of anderszins niet voldoen aan de in deze regeling
gestelde voorwaarden, al dan niet bestaand uit teveel betaalde uitkeringen,
sociale lasten en rente, te verhalen op belanghebbende. Daarbij behoudt het
bestuur van de Stichting zich het recht voor verhaal te halen door vermindering
van de lopende uitkering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het bestuur van de Stichting is bevoegd aangifte te doen bij
de daarvoor bedoelde instelling in het geval het bestuur van de Stichting
een gerechtvaardigd vermoeden heeft dat betrokkene zich heeft schuldig gemaakt
aan een strafbaar feit. Dat laat onverlet de mogelijkheid om in civiel rechtelijke
procedures of anderszins eventuele schade, al dan niet in de vorm van onverschuldigde
betalingen, op betrokkene te verhalen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De vorige leden zijn niet van toepassing, indien de belanghebbende
van een gedraging als daar bedoeld redelijkerwijs geen verwijt kan worden
gemaakt, waarvan is uitgesloten een beroep op het niet kennen van de inhoud
van deze regeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>In alle gevallen, waarin een sanctie wordt opgelegd, wordt
daarvan aan betrokkene gemeld wat de sanctie inhoudt en waarom en op grond
waarvan deze is opgelegd. Verder wordt melding gemaakt van de mogelijkheden
voor beroep of bezwaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Alle baten en/of opbrengsten, die voortvloeien uit op grond
van deze regeling opgelegde sancties, zullen worden gebruikt in overeenstemming
met het doel van het bestuur van de Stichting.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Beslissingsbevoegdheid</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Op verzoeken om toekenning van een uitkering wordt door het
bestuur van de Stichting beslist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Besluiten tot weigering, intrekking of wijziging van een uitkering
zijn met redenen omkleed.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Besluiten als bedoeld in de voorgaande leden worden schriftelijk
aan de belanghebbende medegedeeld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Verblijf in het buitenland</titel>
    </artkop>
    <al>De belanghebbende behoeft voor een verblijf in het buitenland voor een
aaneengesloten tijdvak van langer dan 4 weken gedurende de periode waarover
hij uitkering ontvangt, de voorafgaande schriftelijk toestemming van het bestuur
van de Stichting. Verzoeken voor deze toestemming dienen een maand voor de
voorgenomen vertrekdatum te worden ingediend. Van een voorgenomen verblijf
in het buitenland voor een tijdvak van kortere duur stelt hij het SFB tevoren
schriftelijk in kennis.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Uitvoering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het SFB is belast met de uitvoering van deze regeling. De uitvoering
van deze regeling geschiedt onder verantwoordelijkheid, toezicht en in opdracht
van het bestuur van de Stichting, waarin zitting hebben vertegenwoordigers
van de organisaties, partij bij deze CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De organisaties bedoeld in artikel 5 van de CAO zijn bevoegd
dispensatie te verlenen met betrekking tot onderbrekingen van korte duur in
het in artikel 2 lid 2 en artikel 2a lid 2 bedoelde arbeidsverleden en voorts
in alle gevallen, waarin dit aangewezen is om een uitvoering van deze voorwaarden
overeenkomstig hun strekking en naar redelijkheid te verwezenlijken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De organisaties zijn bevoegd deze taak te delegeren
aan het bestuur van de Stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>In geval van een geschil omtrent de uitvoering van deze voorwaarden
wordt, op een daartoe strekkend schriftelijk verzoek van een belanghebbende,
een beslissing genomen door het bestuur van de in lid 1 genoemde Stichting.
De in dit lid bedoelde behandeling van geschillen laat de uit anderen hoofde
aan de belanghebbende toekomende rechtsmiddelen onverlet.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Garantiebepaling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien een belanghebbende besluit om na het bereiken van de
VUT-gerechtigde leeftijd vooralsnog geen gebruik te maken van zijn recht om
vervroegd uit te treden, wordt het recht op uittreding onder de voorwaarden
zoals geldend op het moment van het bereiken van de VUT-gerechtigde leeftijd
gehandhaafd. Indien de belanghebbende hiervan gebruik wenst te maken dient
hij dit voor de eerst mogelijke uittredingsdatum bij het SFB te melden, teneinde
gebruik te kunnen maken van de garantiebepaling. In het geval de belanghebbende
na de eerst mogelijke uittredingsdatum aan het SFB meldt dat hij gebruik wenst
te maken van de garantiebepaling dan geldt deze vanaf de dag van ontvangst
door het SFB en dus voor de dan geldende uittredingsvoorwaarden en budgetten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien belanghebbende, die een beroep heeft gedaan op de garantieregeling
in de periode tussen het ontstaan van het recht en het moment van voorgenomen
uittreding arbeidsongeschikt wordt, zal uittreding (in tegenstelling tot artikel
6.3) ook bij volledige arbeidsongeschiktheid mogelijk zijn, waarbij eveneens
de in artikel 6.3 genoemde uitkeringen en aanvullingen op de uitkering in
mindering worden gebracht op de VUT-uitkering. De belanghebbende dient binnen
een half jaar na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid aan te geven of hij
al dan niet kiest voor instroom in de VUT-regeling, hetgeen direct na dit
half jaar dient te geschieden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>In geval de overeenkomst na 31 december 2001 niet wordt voortgezet
zullen de aanspraken en rechten van deze overeenkomst blijven gelden en zullen
de daaruit voortvloeiende lasten worden nagefinancierd met inachtneming van
c.q. analoge toepassing van hetgeen is bepaald in artikel 15, alsmede in artikel
37 lid 3 van de CAO.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Extra financiële middelen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In aanvulling op de premie die verschuldigd is op de voet van
artikel 37 lid 3 sub c van deze CAO, zullen, ter financiering van de uitkeringen
volgens het omslagstelsel extra financiële middelen ter beschikking gesteld
worden. Deze extra financiële middelen dienen mede ter affinanciering
van de lopende vut-verplichtingen per 1 mei 2000.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De in het vorige lid bedoelde extra financiële middelen
komen beschikbaar door een eenmalige premieheffing door de Stichting van dezelfde
werkgevers aan wie door het Scholingsfonds voor het Bouwbedrijf en door het
Risicofonds voor de Bouwnijverheid eenmalige bijdragerestituties geschieden
als nader omschreven in het volgende lid. De eenmalige extra premieheffing
is per werkgever gelijk aan het bedrag van de door de betreffende werkgever
te ontvangen eenmalige bijdragerestituties. Werkgevers die geen bijdragerestitutie
ontvangen worden derhalve niet belast met een eenmalige extra premieheffing.
Werknemers dragen niet bij aan deze eenmalige heffing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Ter financiering van de in het vorige lid bedoelde extra premieheffing
zullen het Scholingsfonds voor het Bouwbedrijf en het Risicofonds voor de
Bouwnijverheid een deel van hun vermogen restitueren aan de respectievelijke
deelnemende werkgevers. Deze restituties bedragen voor:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>het Scholingsfonds voor het Bouwbedrijf: een bedrag van NLG
209.640.033;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>het Risicofonds voor de Bouwnijverheid: een bedrag van NLG
808.414.000;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Werkgevers die ten tijde van de teruggave in staat
van faillissement verkeren of hun onderneming hebben gestaakt worden van restitutie
uitgesloten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De in dit artikel beschreven premierestituties door
het Risicofonds voor de Bouwnijverheid respectievelijk het Scholingsfonds
voor het Bouwbedrijf en de extra premieheffing door de Stichting vormen een
ondeelbaar geheel in dier voege dat restituties niet zullen plaatsvinden als
geen heffingen plaatsvinden en vice versa.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>In aanvulling op de in het tweede lid bedoelde extra heffing
worden door de werkgevers extra financiële middelen bijeengebracht door
afdracht aan de Stichting van de tegenwaarde van een atv-dag per jaar met
betrekking tot de jaren 1997, 1998 en 1999. De tegenwaarde van een atv-dag
bedraagt 1/230 van de loonsom.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De in lid 4 bedoelde extra heffing geschiedt in de vorm van
een afzonderlijke periodieke voorschotpremie. Werknemers dragen niet bij aan
deze voorschotpremie.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Werknemers buitenland</titel>
    </artkop>
    <al>In aansluiting op artikel 2 en artikel 2a van de Voorwaarden vervroegde
uittreding bouwbedrijf is de werkgever van de belanghebbende in artikel 2.2.1.d.
en 2a.2.c van de Voorwaarden vervroegde uittreding bouwbedrijf verplicht:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>deze bijdrage te betalen voor alle werknemers, die</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>verplicht verzekerd zijn krachtens de Nederlandse werknemersverzekeringen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>zijn toegelaten tot vrijwillige premiebetaling krachtens de
AAW en/of de AOW en/of de ANW en/of zijn toegelaten tot vrijwillige verzekering
krachtens de WAO en/of de WW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>en – voor zover niet al begrepen in de hiervoor genoemde
categorieën – alle werknemers die tijdens of voor hun uitzending
naar het buitenland in Nederland wo(o)n(d)en.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>aan het SFB jaarlijks onmiddellijk na afloop van het kalenderjaar
een opgave te verstrekken van de hiervoor bedoelde werknemers.</al>
      <al>Deze
opgave dient de navolgende gegevens te bevatten:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>naam, voorletters, geboortedatum en adres van de werknemers;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het aantal gewerkte dagen in het betreffende kalenderjaar
per werknemer;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het brutoloon per werknemer, waarover premie loon Coördinatiewet
SV per werknemer verschuldigd zou zijn.</al>
      <al>Het bestuur kan van een werkgever
verlangen een accountantsverklaring te overleggen ten bewijze dat de verstrekte
opgave van werknemers, die in het buitenland werkzaam zijn, juist is.</al>
      <al>Na betaling van de VUT-bijdrage worden de werknemers voor wie de werkgever
vrijwillig de VUT-bijdrage heeft voldaan, van het voldoen van de VUT-bijdrage
door het SFB in kennis gesteld.</al>
    </inspring>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 8</nr>
      <titel>Nadere voorwaarden als bedoeld in artikel 13 lid 3 en lid 4</titel>
    </bijkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Begripsomschrijving</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>
        <nadruk type="cur">Samenwerkingsverband:</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In aansluiting op de definitie van het samenwerkingsverband
in artikel 1 lid 4 van de CAO voor het Bouwbedrijf wordt onder „samenwerkingsverband"
verstaan een stichting of vereniging van werkgevers, die is opgericht conform
de richtlijnen voor de Statuten van Bouwradius, respectievelijk conform de
voorbeeldstatuten van de Stichting SBW en met Bouwradius, respectievelijk
SBW een samenwerkingsovereenkomst heeft gesloten. Voor de samenwerkingsverbanden
in de B &amp; U geldt hierbij dat onderdeel van deze samenwerkingsovereenkomst
het Reglement Commissies van Toezicht Leerlingwerkplaats opgesteld door Bouwradius
dient te zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>
        <nadruk type="cur">Werknemer:</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Onder „werknemer" wordt in de navolgende bepalingen
verstaan de jeugdige werknemer tot en met 20 jaar in de zin van de CAO voor
het Bouwbedrijf, die bij een samenwerkingsverband in dienst treedt; dus niet
de leermeester.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Duur van de overeenkomst</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Tussen het samenwerkingsverband en de werknemer wordt
een leer-/ arbeidsovereenkomst of praktijk- en arbeidsovereenkomst gesloten
voor de periode dat de primaire opleiding of basisberoepsopleiding (met goed
gevolg) wordt doorlopen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Arbeidsduur</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De scholings- en arbeidsduur in een samenwerkingsverband
bedraagt 40 uur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Lonen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In afwijking van artikel 19 lid 1 van de CAO voor het
Bouwbedrijf gelden voor de eerste dertien opleidingsweken van de leer-/arbeidsovereenkomst
of praktijk- en arbeidsovereenkomst de in de lonen per week respectievelijk
per uur opgenomen in bijlage 8E van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Vakantiewaarde</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor de bepaling van de vakantiewaarde gelden de bepalingen
zoals deze in de CAO voor het Bouwbedrijf zijn neergelegd. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Arbeidsverhindering</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Vorstverlet:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Ingeval werknemers in dienst van een samenwerkingsverband
te werk zijn gesteld bij een der inlenende werkgevers en zich arbeidsverhindering
voordoet, zoals is neergelegd in artikel 32 lid 2 dan zal het samenwerkingsverband
pas dan kunnen declareren, indien deze declaratie mede is voorzien van de
handtekening van de hiervoor genoemde werkgever en op deze dagen door de betrokken
werknemers geen vervangende arbeid respectievelijk, scholing op de leerlingwerkplaats
wordt verricht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Kostenvergoedingen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Ingeval door het samenwerkingsverband handgereedschap
en kleding, zoals omschreven in artikel 25 lid 6 aan de werknemers ter beschikking
wordt gesteld, zal de werknemer geen vergoeding ontvangen voor de eigen uitrusting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Gedeeltelijk gevolgde primaire opleiding of beroepsopleiding
bij indiensttreding</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Ingeval een werkgever, bij wie leerlingen in dienst
zijn die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 13 volgen, toetreedt
tot een samenwerkingsverband en artikel 13 lid 3 van toepassing wordt, wordt
de daarin genoemde periode van de eerste dertien opleidingsweken gerekend
te zijn begonnen op het moment van de aanvang van de primaire opleiding. Ook
ingeval een werknemer, die een beroepsopleiding als bedoeld in artikel 13
volgt, onder toepassing van artikel 9 lid 11 van de CAO voor het Bouwbedrijf
in dienst treedt bij een samenwerkingsverband en artikel 13 lid 3 van toepassing
wordt, zal de daarin genoemde periode van de eerste dertien opleidingsweken
worden gerekend te zijn begonnen op het moment van de aanvang van de primaire
opleiding of basisberoepsopleiding.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor zover artikel 9 lid 11 door de werkgever als bovenbedoeld
wordt toegepast, zal de werkgever zorgdragen voor een verklaring („in
dienst getreden bij het samenwerkingsverband onder toepassing van artikel
9 lid 11 van de CAO voor het Bouwbedrijf") welke wordt afgegeven aan het samenwerkingsverband.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB)</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Met het van kracht worden van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs
(WEB) worden veel bestaande begrippen, benamingen en werkwijzen niet meer
gebruikt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De Wet op het Cursorisch Beroepsonderwijs (WCBO) geldt
nog voor leerlingen die vóór 1 augustus 1997 zijn ingeschreven
voor een leerlingwezenopleiding aan een streekschool. Zij kunnen hun opleiding
volgens de oude wetgeving afmaken. dit zal maximaal drie jaar duren. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Leerlingen die zijn ingeschreven vanaf het schooljaar
1997-1998 vallen onder de WEB. Zij volgen de beroepsbegeleidende leerweg.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Leerlingen die vóór 1 augustus 1997 zijn
begonnen met hun opleiding aan een school voor middelbaar beroepsonderwijs
(mbo) kunnen die opleiding nog volgens de oude wetgeving, de WCBO, afronden.
Dit zal nog drie jaren doorlopen. Leerlingen die zijn ingeschreven vanaf het
schooljaar 1997-1998 vallen onder de WEB en volgen de beroepsopleidende leerweg.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Met het verschijnen van de WEB veranderen de volgende
woorden:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>„leerling" wordt „deelnemer",</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>„de school" wordt „de (onderwijs)instelling",</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>een „opleiding" wordt „kwalificatie" genoemd
en onderverdeeld in „deelkwalificaties".</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>De WEB maakt geen onderscheid meer tussen leerlingwezen
(llw) en kort of lang mbo (kmbo/mbo). De nieuwe wet kent:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de beroepsopleidende leerweg, beroepsopleiding met een
praktijkdeel van tenminste 20% en minder dan 60% van de studieduur (voorheen
kmbo/mbo):</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de beroepsbegeleidende leerweg, beroepsopleidingen met
een praktijkdeel van meer dan 60% van de studieduur (voorheen llw).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Verder is de onderverdeling in primaire en voortgezette
opleiding verlaten. In de WEB wordt een niveau-indeling gehanteerd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>niveau 1 – assistentopleiding – ½ tot
1 jaar</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>niveau 2 – basisberoepsopleiding – 2 tot 3
jaar (was primaire opleiding)</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>niveau 3 – vakopleiding – 2 tot 4 jaar (was
voortgezette opleiding)</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>niveau 4 – middenkaderopleiding – 3 tot 4
jaar (was mbo)</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>specialistenopleiding – 1 tot 2 jaar (was tertiair
leerlingwezen)</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>De WEB kent geen onderscheid tussen stage (mbo) en
praktijkopleiding (llw), het heet beide beroepspraktijkvorming. Aan deze beroepspraktijkvorming
worden inhoudelijke eisen gesteld. Deze eisen zijn door de landelijke organen
vastgelegd in de kwalificatiestructuur en de eindtermen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Verder mag de beroepspraktijkvorming alleen worden
verzorgd door bedrijven die door het landelijk orgaan zijn erkend als leerbedrijf
volgens erkenningscriteria. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>In de WEB wordt niet meer gesproken van een leerovereenkomst.
De wet onderscheidt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>een onderwijsovereenkomst, tussen de (onderwijs)instelling
en de deelnemer;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>een praktijkovereenkomst, tussen (onderwijs)instelling,
bedrijf, deelnemer en, alleen voor zover het een opleiding in de beroepsbegeleidende
leerweg betreft, ook het landelijk orgaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>De deelnemer sluit dus een onderwijsovereenkomst met
de (onderwijs)instelling en vervolgens wordt voor de beroepspraktijkvorming
een praktijkovereenkomst afgesloten. Deze staat los van de arbeidsovereenkomst.
Het landelijk orgaan is formeel niet meer de initiatiefnemer. De (onderwijs)instelling
is ook degene die het examen afneemt en het diploma uitreikt.</al>
      <al>Praktijkopleiding</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <al>In de huidige situatie onder de WCBO worden de bedrijven, waar leerlingen
voor een leerlingwezenopleiding worden geplaatst, bezocht door de consulent.
Deze overlegt met het bedrijf over de opleidingsmogelijkheden, hij sluit de
leer(/arbeids)overeenkomst af. Tijdens de opleiding bezoekt de consulent de
bedrijven en worden de vorderingen en de eventuele knelpunten met de leerling
en de leermeester besproken. Dit betreft vooral de praktijkopleiding, over
de vorderingen met de theorie-opleiding heeft hij contacten met de leraar
op school.</al>
    <al>Met de bedrijven, waar mbo-leerlingen worden geplaatst voor de stage,
regelt de leraar van de school de contacten. Hij bespreekt met het bedrijf
de vorderingen van de leerling.</al>
    <al>Onder de WEB, vanaf 1 mei 1997, moet door het landelijk orgaan een lijst
van erkende leerbedrijven aan de (onderwijs)instellingen worden aangeleverd.
Afhankelijk van de kwalificatie kiest de (onderwijs) instelling uit deze lijst
een voor de deelnemer geschikt leerbedrijf en sluit hiermee een praktijkovereenkomst
af. Dit geldt zowel voor de beroepsbegeleidende leerweg als voor de beroepsopleidende
leerweg.</al>
    <al>Naar leerweg en soort bedrijf wordt in de criteria voor de erkenning van
leerbedrijven het volgende onderscheid gemaakt: </al>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="62.5mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="62.5mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" nameend="c2" namest="c1" rotate="0" rowsep="1" valign="top">beroepsbegeleidende leerweg</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">beroepsopleidende leerweg</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">bedrijf</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Samenwerkingsverband</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">bedrijf</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">opleidingscoördinator</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Coördinator</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">opleidingscoördinator</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">leermeester</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Instructeur</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">begeleider </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">begeleidend vakman</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <al>Voorgaande indeling wil niet zeggen dat in elk leerbedrijf alle soorten
functionarissen aanwezig moeten zijn. De hier beschreven functies of taken
kunnen door één persoon worden vervuld, mits hij aan de daarvoor
gestelde eisen voldoet.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Beschrijving van de bij de praktijkopleiding betrokken functionarissen: </al>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="125mm"></colspec>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">opleidingscoördinator:</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Deze medewerker van het bedrijf heeft vanuit zijn
positie in het bedrijf o.a. verantwoordelijkheid voor het personeel en/of
de opleiding daarvan. Hij kan de werkgever, directeur, bedrijfsleider, personeelschef,
uitvoerder e.d. zijn. Naast de daaraan verbonden taken heeft hij in het kader
van de beroepspraktijkvorming een coördinerende en leidinggevende taak. </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Opleidingscoördinator
is in deze zin geen functie maar een taak. </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">leermeester:</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Deze medewerker van het bedrijf is in de eerste plaats vakman, hij verstaat
zijn vak en is daarnaast in staat (gesteld) zijn kennis en kunde over te dragen
aan anderen. Hij is dus een vakman met een extra activiteit, hij begeleidt,
instrueert en beoordeelt de vorderingen van de deelnemers in de beroepsbegeleidende
leerweg. </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">begeleidend vakman:</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Deze
medewerker van het bedrijf is de vakman die tijdens zijn dagelijkse produktieve
werk deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg begeleidt en instrueert.
Hij beoordeelt de deelnemer niet.</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">begeleider:</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Deze medewerker van het bedrijf kent zijn vak en het bedrijf. Tijdens zijn
dagelijkse produktieve werk begeleidt, instrueert en beoordeelt hij deelnemers
aan de beroepsopleidende leerweg. </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">coördinator:</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Deze medewerker van een samenwerkingsverband coördineert
de dagelijkse gang van zaken ten behoeve van de beroepspraktijkvorming binnen
het samenwerkingsverband, hij geeft leiding aan de instructeur(s). </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">instructeur:</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Deze medewerker van een samenwerkingsverband
is in de eerste plaats vakman. Hij verstaat zijn vak en is mede daarom aangesteld
zijn kennis en kunde over te dragen aan anderen. Hij is dus een vakman met
een speciale opdracht om de deelnemers aan de beroepsbegeleidende leerweg
te begeleiden, te instrueren en te beoordelen.</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 8E</nr>
      <titel>Lonen per 1 juli 2000 (1,25%)</titel>
    </bijkop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Tabel I </tuskop>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="53.3mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="53.3mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="53.3mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Weekloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Uurloon</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">A</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 804,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">20,10 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">B</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 852,80</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">21,32</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">C</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 903,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">22,58 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">D</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 966,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">24,16</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">E</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">1015,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">25,38</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Tabel II </tuskop>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="53.3mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="53.3mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="53.5mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Weekloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Uurloon</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">A</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 900,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">22,50 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">B</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 948,80</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">23,72</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">C</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 999,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">24,98 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">D</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">1062,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">26,56</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Tabel bijlage 8: werknemers in dienst van samenwerkingsverbanden
gedurende de eerste drie maanden </tuskop>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="20mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="70mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="70mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Leeftijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Weekloon (25 uur)</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Uurloon </entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">16 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">213,25</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 8,53 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">17 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">239,75</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 9,59 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">18 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">293,25</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">11,73 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">19 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">346,50</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">13,86 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">20 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">399,75</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">15,99</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Tabel III Garantielonen voor jeugdige werknemers </tuskop>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="12" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="10mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="13.6mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="13.6mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="13.6mm"></colspec>
        <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="13.6mm"></colspec>
        <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="13.6mm"></colspec>
        <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="13.6mm"></colspec>
        <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="13.6mm"></colspec>
        <colspec colname="c9" colnum="9" colwidth="13.7mm"></colspec>
        <colspec colname="c10" colnum="10" colwidth="13.7mm"></colspec>
        <colspec colname="c11" colnum="11" colwidth="13.7mm"></colspec>
        <colspec colname="c12" colnum="12" colwidth="13.7mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" nameend="c4" namest="c3" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Zonder Vakopleiding</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c6" namest="c5" rotate="0" rowsep="1" valign="top">In primaire opleiding</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c8" namest="c7" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Met primaire
opleiding</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c10" namest="c9" rotate="0" rowsep="1" valign="top">In voortgezette opleiding</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c12" namest="c11" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Met voortgezette opleiding</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Leeftijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Staffel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Week</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Uur</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Week</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Uur</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Week</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Uur</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Week</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Uur</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Week</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Uur</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">16</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">40%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">257,28*</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 8,04</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">341,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 8,53</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">17</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">45%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">289,60*</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 9,05</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">383,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"> 9,59</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">469,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">11,73</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">514,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">12,85</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">18</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">55%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">442,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">11,06</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">469,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">11,73</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">554,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">13,86</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">607,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">15,19</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">701,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">17,53</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">19</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">65%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">522,80</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">13,07</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">554,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">13,86</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">639,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">15,99</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">701,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">17,53</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">818,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">20,45</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">75%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">603,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">15,08</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">639,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">15,99</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">746,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">18,66</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">818,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">20,45</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c12" namest="c11" rotate="0">vakvolw.loon</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">21</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">87,50%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">703,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">17,59</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">746,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">18,66</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c8" namest="c7" rotate="0">vakvolw. loon</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c10" namest="c9" rotate="0">vakvolw.
loon</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c12" namest="c11" rotate="0">vakvolw. loon</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <al>Dit is het weekloon bij 32 uur werken voor partieel leerplichtigen; de
17-jarige die niet partieel leerplichtig is en 40 uur werkt, heeft een weekloon
van f 362,00 zijnde 40 keer het genoemde uurloon.  Voor 16-jarige partieel
leerplichtigen met een driedaagse werkweek is het weekloon f 192,96.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Tabel IV Inloopschalen vakvolwassen en jeugdige werknemers
per 1 juli 2000.</tuskop>
    <al>De bedragen die gelden per 1 juli 2000 zijn nog niet bekend, omdat het
wettelijk minimum (jeugd)loon per die datum nog niet bekend is.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 9</nr>
      <titel>Het individu-gerichte pakket preventiezorg</titel>
    </bijkop>
    <al>Het pakket individu-gerichte preventiezorg, als bedoeld in artikel 46
lid 3 omvat:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Een intredekeuring, als bedoeld in artikel 46a. De intredekeuring
is een functiegericht onderzoek, waarbij zorgvuldige afweging plaatsvindt
van de belasting van het werk en de belastbaarheid van de werknemer. Hierbij
wordt gebruik gemaakt van de bouwspecifieke beoordelingsrichtlijnen „Arbeidsgeschiktheid"
van de Stichting Arbouw.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Het Arbeids Gezondheidskundig Onderzoek voor Jongeren
op vrijwillige basis, een jaar na intrede in de bedrijfstak, waarbij de afweging
tussen de belasting van het werk en de belastbaarheid van de werknemer zal
plaatsvinden en de werknemer een gericht advies krijgt met betrekking tot
een gezonde en veilige invulling van de functie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Het Periodiek Arbeids Gezondheidskundig Onderzoek (PAGO).
Dit PAGO vangt aan op de leeftijd van 16 jaar en vervolgens op de leeftijden
20, 24, 28 32, 36, 40, 44, 48, 52, 54, 56, 58 en 60 en 62 jaar. Daarna individueel
op indicatie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Een Arbo-spreekuur, dat de werknemer spontaan kan bezoeken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Vervolgactiviteiten, voorzover de hiervoor genoemde activiteiten
daartoe aanleiding geven.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De activiteiten in het kader van het individugerichte
pakket preventiezorg worden uitgevoerd door gecertificeerde arbodiensten,
die voldoen aan door de Stichting Arbouw vastgestelde kwaliteitseisen. De
arbodiensten zijn verplicht de door hen verzamelde werknemersgegevens door
te geven aan de Stichting Arbouw op een wijze die door de Stichting Arbouw
is voorgeschreven. Voornoemde activiteiten worden door de Stichting Arbouw
aan de arbodienst vergoed op basis van contractuele afspraken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Op basis van een experiment kan de werkgever vanaf
1 januari 2000 onder strikte voorwaarden afspraken maken met de arbodienst
over de uitvoering van het hierboven omschreven pakket individugerichte preventiezorg.
Voor de uitvoering van dit pakket verstrekt de Stichting Arbouw een vergoeding
aan de werkgever.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De Stichting Arbouw zal deze regeling voorbereiden.
Na 2 jaar zal de regeling worden geëvalueerd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer heeft – in aanvulling op het PAGO –
in de hieronder genoemde beroepen en/of werkzaamheden recht op een Gericht
Periodiek Onderzoek (GPO): </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>torenkraanbestuurders: elke twee jaar of frequenter op
indicatie;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>werknemers, die werkzaam zijn op terreinen van de chemische
industrie danwel werken met vervuilde grond: elk jaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>werknemers die hun werk doen met behulp van persluchtapparatuur:
tot 50ste levensjaar eens per 2 jaar, daarna elk jaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>werknemers die werken met asbest: voor aanvang van het
werk waarbij blootstelling aan asbest boven het actieniveau mogelijk is, daarna
tot 50ste levensjaar eens per 2 jaar. Vanaf het 50ste levensjaar kan worden
volstaan met het PAGO.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Het GPO wordt met de extra frequentie in aanvulling
op het PAGO uitgevoerd. Daarbij kan de werknemer op de PAGO-gerechtigde leeftijden
op normale wijze van het PAGO gebruik maken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Vanaf 1 januari 2000 dient de werkgever voor het GPO
zelf afspraken met de arbodienst te maken en de kosten daarvoor ook zelf te
dragen. Hierbij geldt de voorwaarde dat de arbodienst een samenwerkingsovereenkomst
met de Stichting Arbouw heeft en het GPO overeenkomstig de door de Stichting
Arbouw vastgestelde uitvoeringsprotocollen uitvoert.</al>
    </inspring>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 10</nr>
      <titel>Arbo- en verzuimbeleid in de onderneming</titel>
    </bijkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Doel</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het bevorderen en beschermen van de veiligheid en de gezondheid
van de werknemers in verband met de arbeid als integraal onderdeel van het
bedrijfsbeleid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het terugdringen van het ziekteverzuim, met name door
preventieve maatregelen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Basis</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het arbo- en verzuimbeleid in de onderneming wordt
vastgesteld op basis van een deugdelijke en op schrift gestelde inventarisatie
en evaluatie van alle gevaren die de arbeid voor de veiligheid, de gezondheid
en het welzijn van de werknemers met zich brengt, alsmede een analyse van
op ziekte en ongevallen betrekking hebbende verzuimgegevens binnen het bedrijf.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Arbobeleid</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Op basis van de risico-inventarisatie en -evaluatie
wordt een Plan van Aanpak opgesteld, waarin zijn opgenomen de middelen en
de wijze waarop het bovenbeschreven doel moet worden bereikt en waarin de
bevoegdheden en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd van de in dit verband
aangewezen personen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Over dit Plan wordt overleg gevoerd met de Ondernemingsraad
c.q. met de werknemers.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Naast de maatregelen die zullen worden getroffen ter
voorkoming c.q. reducering van de in de risico-inventarisatie en -evaluatie
gesignaleerde gevaren maken de volgende onderdelen deel uit van het Plan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>De vastlegging van te ontwikkelen activiteiten ter bevordering
van de veiligheid en ter bescherming van de gezondheid in de vorm van te treffen
maatregelen van technische aard en/of organisatorische aard of indien dit
niet tot de mogelijkheden behoort, het aanwenden van persoonlijke beschermingsmiddelen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>De wijze waarop de introductie, voorlichting en onderricht
is georganiseerd van in dienst zijnde en nieuwe werknemers met betrekking
tot het veilig en gezond uitvoeren van de werkzaamheden, met speciale aandacht
voor de doelmatige begeleiding van jeugdige werknemers; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>De wijze waarop voorzieningen zijn getroffen opdat werknemers
in het bedrijf gebruik kunnen maken van het door partijen vastgestelde, op
het individu-gerichte pakket preventiezorg.</al>
    </inspring>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 11</nr>
      <titel>Jaarmodel GWW</titel>
    </bijkop>
    <al>Onder Jaarmodel GWW wordt verstaan: een geheel van arbeidsvoorwaarden,
waarbij de werknemers in de GWW-sector gedurende het gehele jaar werk en inkomenszekerheid
wordt geboden. Het jaarmodel GWW heeft betrekking op alle of een deel van
de werknemers in een bedrijf in de GWW-sector.</al>
    <al>In de periode half april tot half november kan de werknemer 1 extra uur
boven de normale arbeidsduur van 8 uur per dag werken en dit omzetten in individueel
verlof gedurende de winterperiode (november–april). Ook kunnen voor
uitbetaling in aanmerking komende reisuren van het gehele jaar worden omgezet
in individueel verlof. Deze uren, alsmede het opnemen van een aantal roostervrije
dagen en snipperdagen, leidt tot een maximum periode van acht weken verlof.</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Duur van de arbeidsovereenkomst</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Werknemers die in dienst treden en volgens het Jaarmodel
GWW gaan werken, ontvangen een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde
tijd, waarin tevens is vermeld dat zij volgens het Jaarmodel GWW gaan werken.
Werknemers die al een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben, ontvangen
een schriftelijke bevestiging.Een dienstverband voor bepaalde tijd wordt omgezet
in een dienstverband voor onbepaalde tijd met de vermelding dat volgens het
Jaarmodel GWW gewerkt wordt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Beëindiging van de arbeidsovereenkomst</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In aanvulling op artikel 10 is beëindiging van
de arbeidsovereenkomst in beginsel niet toegestaan, anders dan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>met wederzijds goedvinden; de arbeidsovereenkomst kan
met wederzijds goedvinden tussen werkgever en werknemer worden beëindigd;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>bij calamiteiten; onder opzegging vanwege calamiteiten
wordt begrepen de dringende redenen zoals bedoeld in artikel 7:678 en 7:679
BW alsmede de ontbinding wegens gewichtige redenen zoals bedoeld in artikel
7:685 BW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de continuïteit van de onderneming bij voortzetting
van het Jaarmodel in gevaar dreigt te komen. De wettelijke procedures zullen
dan in acht moeten worden genomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien blijkt dat een werknemer bij beëindiging
van de arbeidsovereenkomst recht heeft op meeruren, zogenaamde spaaruren en
niet uitbetaalde reisuren ten behoeve van de opbouw van opname-uren, dienen
deze uren te worden uitbetaald. Overuren worden uitbetaald tegen 125 procent
van het vast overeengekomen loon. Reisuren dienen tegen het garantieuurloon
te worden uitbetaald. Uren die op zaterdag zijn gewerkt worden tegen 150 procent
van het vastovereengekomen loon uitbetaald. Indien gewerkt is in verschoven
arbeidstijden GWW dienen de vergoedingen conform artikel 22b te worden uitbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De arbeidsduur</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>Opbouw en opname</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>1.</nr>
      <al>Opbouw- en opnameperiode</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>In het Jaarmodel GWW is sprake van een opbouw- en een
opnameperiode<voetref refid="f26" nr="1" haak="1"></voetref>. In 2000 is de opbouwperiode van
10 april 2000 tot en met 11 november 2000.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>Opbouw- en opname-uren t.b.v. verlof</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>De opbouw van opname-uren kan plaatsvinden door het
sparen van meeruren en/of niet laten uitbetalen van reisuren in de opbouwperiode
die volgens art. 23 lid 2 voor uitbetaling in de opname en/of opbouwperiode
in aanmerking zouden komen. Een meer-uur is gelijk aan 1,25 opname-uur. Een
niet uitbetaald reisuur is gelijk aan 0,75 opname-uur in de opnameperiode.
Indien op zaterdag wordt gewerkt is een meeruur gelijk aan 1,5 opname-uur.
Op zondag is een meeruur gelijk aan 2 opname-uren. Is er sprake van verschoven
arbeidstijden GWW dan is een meeruur gelijk aan: </al>
    </inspring>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="20mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="32mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="32mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">jaarmodel GWW</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">verschoven arbeidstijden GWW </entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Weekdagen</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">125%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">150%</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Zaterdag</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">150%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">175% </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Zondag</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">200%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">225%</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="3">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bekendmaking</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Voor de aanvang van de loonbetalingsperiode zal de
werkgever, na overleg met de betrokken werknemer(s), bekend maken op welke
wijze de opbouw van de opname-uren zal worden gerealiseerd. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>Normale arbeidsduur per dag</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>1.</nr>
      <al>Normale arbeidsduur in de opbouwperiode</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Onder toepassing van de mogelijkheden van de Arbeidstijdenwet,
bedraagt de normale arbeidsduur in de opbouwperiode acht uur en maximaal één
extra uur per dag. De aldus gewerkte meeruren (zogenaamde „spaaruren")
boven de normale arbeidsduur van acht uur per dag worden gespaard voor het
opnemen van het individueel winterverlof. Ingeval van straatmaken mogen van
de totale arbeidsduur van negen uur niet meer dan acht uur straatmakerswerkzaamheden
worden verricht.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>Normale arbeidsduur in de opnameperiode</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>De normale arbeidsduur bedraagt in de opnameperiode
acht uur per dag.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>3.</nr>
      <al>Arbeidsongeschiktheid</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Ingeval van arbeidsongeschiktheid tijdens de opbouwperiode
wordt geacht de werkdag acht uur te hebben bedragen. Hierbij dient te worden
opgeteld het aantal uren dat zou zijn opgebouwd ten behoeve van de opname-uren,
zoals bekend is gemaakt ingevolge artikel 3.1.3. De werkdag wordt in geval
van arbeidsongeschiktheid tijdens de opnameperiode geacht acht uur per dag
te hebben bedragen. Is er sprake van het opnemen van opname-uren tijdens arbeidsongeschiktheid,
dan komen deze te vervallen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>Opbouw op zaterdag</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Alleen in geval tijdens de opbouwperiode gedurende
de normale werkweek minder dan acht uur plus maximaal één uur
extra per dag volgens de planning wordt gewerkt of er onvoldoende reisuren
beschikbaar zijn, kan het restant aan spaaruren met overuren en reisuren op
de zaterdag worden ingehaald.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4.</nr>
      <al>Winterverlof</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>1.</nr>
      <al>Duur van het verlof</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>De werknemer heeft in de opnameperiode recht op:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Twee weken collectieve wintersluiting waarvoor drie
verplichte snipperdagen en vier of vijf collectieve roostervrije dagen in
de CAO voor het Bouwbedrijf zijn vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Twee weken verlof in blokken van vijf dagen (al dan
niet onderbroken door een weekeinde). Deze worden ingevuld door vier verlof-
en zes in de onderneming vast te stellen roostervrije dagen. De resterende,
in de onderneming vast te stellen vijf roostervrije dagen dienen in gehele
dagen in de opbouwperiode te worden vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Maximaal twintig dagen verlof uit de opname-uren. Hiervan
zal de helft in twee blokken van vijf dagen (al dan niet onderbroken door
een weekeinde) worden opgenomen. De andere dagen worden in gehele dagen opgenomen.
Indien er sprake is van één of meerdere halve dagen vorstverlet
kunnen de opname-uren ook benut worden voor het opnemen van halve dagen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>Maximaal aantal opname-uren</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>Het maximaal aantal opname-uren tijdens de winterperiode
bedraagt 160 uur. Van dit maximum kan worden afgeweken na dispensatie door
partijen. In dat geval geldt een absoluut maximum van 200 uur. De twintig
dagen genoemd onder 3.4.1. worden in dit geval 25 dagen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever stelt het verlof vast. Blijkt het verlof te vallen
op de dagen dat wegens vorst niet gewerkt kan worden dan wordt het verlof
niet verschoven naar een later tijdstip.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>4.</nr>
      <al>Bekendmaking</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>De invulling van de verlofperiode in blokken van vijf
dagen dient drie weken voor de verlofperiode kenbaar te worden gemaakt en
ingeroosterd te worden. In onderling overleg is afwijking mogelijk.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>5.</nr>
      <al>Verschuiving en uitbetaling gespaarde uren</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De gewerkte uren tijdens het winterverlof zullen zoveel
als mogelijk op een later tijdstip worden opgenomen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Ingeval het aantal gespaarde opname-uren niet geheel
wordt opgenomen kan een derde deel van het totaal aantal opname-uren worden
doorgeschoven naar de volgende opnameperiode. Het restant wordt uitbetaald
tegen de gebruikelijke toeslagen zoals deze in artikel 22 vermeld staan. Uitbetaling
van zaterdaguren geschiedt met een toeslag van 50 procent en zondaguren met
een toeslag van 100%. Ingeval van extra uren boven de normale arbeidsduur
van acht uur per dag wordt dit uur beloond tegen 125 procent van het vast
overeengekomen uurloon. Reisuren die volgens art. 23 lid 2 voor uitbetaling
in aanmerking komen, worden uitbetaald tegen het garantie-uurloon. Indien
er sprake is van verschoven uren zie dan onder de tabel 3.1.2.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>6.</nr>
      <al>Zomervakantie</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>In afwijking van artikel 34 lid 8 heeft de werknemer
in de periode van 1 mei tot en met 31 oktober recht op drie weken zomervakantie,
waarvan tenminste 2 weken aaneengesloten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>7.</nr>
      <al>Roostervrije uren</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Gedurende de opnameperiode kunnen in afwijking van
artikel 35 lid 4 geen roostervrije dagen in uren worden vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het loon</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>Basis vast overeengekomen loon</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Zodra de werknemer volgens het Jaarmodel GWW gaat werken,
geldt het vastovereengekomen loon zoals dit voorheen gold. Het vast overeengekomen
loon is gebaseerd op een normale werkdag van acht uur dan wel een werkweek
van veertig uur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>Verplichting tot betalen bijdragen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Zowel gedurende de opbouw- als de opnameperiode zal
de werkgever jegens de werknemer zijn verplichtingen conform artikel 28 en
29 van het CAO voor het Bouwbedrijf nakomen. Verstrekking van de vakantierechtwaarde
en overige bijdrage- en premieverplichtingen zal geschieden op basis van acht
uur per dag.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>Opbouw roostervrije dagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Tijdens de opbouw- en opnameperiode worden de roostervrije
dagen normaal opgebouwd conform artikel 35 lid 5 van de CAO voor het Bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4.</nr>
      <al>Geen loonbetaling tijdens vakantie- en feestdagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Tijdens de vakantie- en feestdagen vindt geen loonbetaling
plaats door de werkgever conform artikel 34 lid 6 van de CAO voor het Bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>5.</nr>
      <al>Vergoeding overuren tijdens de opbouwperiode</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>In afwijking van artikel 22 lid 2 geldt in de opbouwperiode
dat na het eerste meeruur de eerste twee overuren worden betaald met een toeslag
van 25 procent. Reeds met ingang van het derde overuur per dag wordt een toeslag
betaald van 50 procent. Indien op zaterdag gewerkt wordt, geldt de normale
overwerktoeslag, als bedoeld in artikel 22 lid 2 van 50 procent.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>6.</nr>
      <al>Vermelding opbouw- en opname-uren</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Op de loonstrook van betreffende werknemer zal het
aantal opgebouwde meeruren en niet uitbetaalde reisuren ten behoeve van de
opname-uren worden vermeld. Eveneens zal het aantal opname-uren op de loonstrook
worden vermeld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Slotbepaling</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Van de voorwaarden, met uitzondering van artikel 15
c lid 2 alsmede de artikelen 1 en 3.5. in deze bijlage, kan worden afgeweken
indien overeenstemming is over een per saldo minimaal gelijkwaardige regeling
tussen werkgever en de ondernemingsraad respectievelijk de personeelsvertegenwoordiging.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor een dergelijke afwijking geldt voor de personeelsvertegenwoordiging
als voorwaarde dat zij eenzelfde instemming- en adviesrecht heeft als de ondernemingsraad.</al>
    </inspring>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE 12</nr>
      <titel>Voorwaarden meerijovereenkomst oude regeling en voorbeeld meerijovereenkomst</titel>
    </bijkop>
    <al>Het ministerie van Financiën is in 1998 overeengekomen dat werknemers
die carpoolen kunnen kiezen tussen de oude en de nieuwe meerijregeling (carpoolregeling).
Indien wordt gekozen voor de oude meerijregeling dienen onderstaande formulieren
door werkgever, chauffeur en meerijder(s) worden ingevuld. Het ministerie
van Financiën zal beide regelingen in het najaar van 1999 evalueren.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Meerijovereenkomst oude regeling conform de fiscale regelgeving</tuskop>
    <al>De inhoudingsplichtige van/alsmede de aan de ommezijde vermelde chauffeur
en meerijder(s) verklaren in het kader van de in de CAO voor het Bouwbedrijf
vastgestelde regeling een overeenkomst van vervoer te hebben afgesloten:</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De autobestuurder maakt voor het afleggen van de afstand tussen
zijn woon/verblijfplaats en de arbeidsplaats, waarvan de afstand langs de
meest gebruikelijke weg gemeten meer dan 10 km bedraagt, gebruik van een niet
door de inhoudingsplichtige ter beschikking gestelde auto.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De autobestuurder is gehouden de hierboven genoemde meerijder(s)
te vervoeren van de opstapplaats(en) naar de arbeidsplaats(en)/uitstapplaats(en),
waarvan de langs de meest gebruikelijke weg gemeten afstand eveneens meer
dan 10 km bedraagt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De meerijder(s) is (zijn) gehouden zicht te doen vervoeren
op de wijze als bedoeld onder 2.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De inhoudingsplichtige is gehouden de chauffeur voor het onder
2. bedoelde vervoer de in de CAO voor het Bouwbedrijf vermelde vergoedingen
per kilometer te verstrekken over de totale afstand per dag, alsmede de daarin
vermelde toeslag per gereden dag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Als de bestuurder door langdurige verhindering (tenminste vier
aaneengesloten weken) van de meerrijder(s) alleen rijdt, vervalt het recht
op de belastingvrije vergoeding.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De autobestuurder en de meerijder(s) verklaren ermee bekend
te zijn, dat zolang deze overeenkomst van vervoer geldt, geen aanspraak bestaat
op andere reiskostenvergoeding voor woonwerkverkeer van de inhoudingsplichtige,
behoudens langdurige verhindering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De autobestuurder en de meerijder(s) verklaren dat zij gedurende
de looptijd van deze overeenkomst vervoerd worden vanwege de inhoudingsplichtige
en dientengevolge geen recht hebben op de belastingaftrek van reiskosten voor
woonwerkverkeer, behoudens bij langdurige verhindering. De autobestuurder
en de meerijder(s) verklaren in het kader van hun aangifte inkomstenbelasting
geen aanspraak te maken op enige aftrek volgens het reiskostenforfait.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De inhoudingsplichtige, de autobestuurder en meerijder(s) verklaren
jegens elkaar dat op degene die in strijd handelt met het onder 7 bepaalde
toch een beroep doet op de aftrek van het reiskostenforfait het bedrag van
een in verband daarmee aan de inhoudingsplichtige (al dan niet bij wijze van
eindheffing) op te leggen naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen
(inclusief een eventuele verhoging) kan worden verhaald. Tevens verklaart
iedere meerijder zich ermee akkoord dat, zo verhaal plaatsvindt, het aldus
op hem verhaalde bedrag wordt aangemerkt als een bijdrage voor het vervoer
vanwege de inhoudingsplichtige.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>De inhoudingsplichtige kent de bestuurder en meerijder(s) geen
onbelaste vergoeding volgens het reiskostenforfait toe en evenmin een onbelaste
meerijbonus. </al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Voorbeeldformulier    RITTENVERANTWOORDING PRIVÉ-AUTO </tuskop>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="6" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="25mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="25mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="25mm"></colspec>
        <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="25mm"></colspec>
        <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="25mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">WEEKNUMMER</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">VAN ..... TOT ....</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c5" namest="c3" rotate="0" rowsep="1" valign="top">KENTEKEN ..-..-.. </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">CHAUFFEUR</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">MEERIJDER 1</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">MEERIJDER 2</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">MEERIJDER 3</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">MEERIJDER 4</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">MANNUMMER</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">NAAM</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">ADRES</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">WOONPLAATS</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">POSTCODE</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">HANDTEKENING</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">SOFI-NUMMER</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="14" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="10mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="11.1mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="11.1mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="11.1mm"></colspec>
        <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="11.1mm"></colspec>
        <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="5mm"></colspec>
        <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="5mm"></colspec>
        <colspec colname="c8" colnum="8" colwidth="5mm"></colspec>
        <colspec colname="c9" colnum="9" colwidth="5mm"></colspec>
        <colspec colname="c10" colnum="10" colwidth="11.1mm"></colspec>
        <colspec colname="c11" colnum="11" colwidth="11.1mm"></colspec>
        <colspec colname="c12" colnum="12" colwidth="11.2mm"></colspec>
        <colspec colname="c13" colnum="13" colwidth="11.2mm"></colspec>
        <colspec colname="c14" colnum="14" colwidth="11.1mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Datum</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">rit van</entry>
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">via
opstap- plaatsen</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">naar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" nameend="c9" namest="c6" rotate="0" rowsep="1" valign="top">meerijders</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">aantal kms.</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c12" namest="c11" rotate="0" rowsep="1" valign="top">vergoeding</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c14" namest="c13" rotate="0" rowsep="1" valign="top">totaal</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">werknr.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">plaats</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">kms.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">cao art.20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">belast</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">onbelast</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Aanhangsel F</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">A. Modelformulier als bedoeld in artikel 6 en artikel
17 </tuskop>
    <al>
      <nadruk type="vet">ARBEIDSOVEREENKOMST</nadruk>
    </al>
    <al>1. ..........</al>
    <witreg></witreg>
    <al>hierna te noemen werkgever,</al>
    <al>en</al>
    <al>2. ..........</al>
    <witreg></witreg>
    <al>hierna te noemen werknemer,</al>
    <al>verklaren te hebben gesloten een arbeidsovereenkomst, bij welke de werknemer
zich verbindt met ingang van ................................... in dienst
van de werkgever arbeid te verrichten.</al>
    <al>De dienstbetrekking wordt aangegaan voor: ........... 1)</al>
    <al>De werknemer wordt aangenomen voor de functie van</al>
    <witreg></witreg>
    <al>.........................</al>
    <witreg></witreg>
    <al>en op grond hiervan ingedeeld in functiegroep ......</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Het daarbij behorende garantieloon is:   bruto per  </al>
    <al>Het vast overeengekomen loon voor de werknemer bedraagt f .......... bruto
per .......... en is als volgt samengesteld:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>garantieloon zoals bovenvermeld;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>de voor zover overeengekomen individuele toeslag conform artikel
21 lid 1 van de CAO</al>
      <al>bruto per ................... voor de duur van
.............. 2)</al>
      <al>Aldus in duplo opgemaakt te ............................
d.d. ..... - .....- 19.....</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <al>De werkgever: De werknemer: 3)</al>
    <witreg></witreg>
    <al>...............................</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Afhankelijk van de gemaakte afspraak kiezen tussen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>onbepaalde tijd</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>bepaalde tijd en wel van ......... tot ...........</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>het verrichten van werkzaamheden voor duur van het object (object
nader omschreven) </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Afhankelijk van de gemaakte afspraak kiezen tussen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>het dienstverband;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de periode van ............. tot .............</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>het werkobject (nader omschrijven) .............</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Wanneer de werknemer nog geen 18 jaar oud is, onderstaande
clausule toevoegen aan de arbeidsovereenkomst en te doen ondertekenen door
zijn/haar wettelijke vertegenwoordig(st)er (vader, moeder. voogd of voogdes). „Ondergetekende,
in zijn/haar kwaliteit van wettelijke vertegenwoordig(st)er van de minderjarige
werknemer</al>
      <al>............................................</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <al>verklaart deze tot het aangaan van bovenstaande arbeidsovereenkomst te
hebben gemachtigd"</al>
    <al>(Handtekening) </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Aanhangsel F</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">B. Modelformulier als bedoeld in artikel 46a </tuskop>
    <al>1. .....................................</al>
    <witreg></witreg>
    <al>hierna te noemen werkgever,</al>
    <al>en</al>
    <al>2. .....................................</al>
    <witreg></witreg>
    <al>hierna te noemen werknemer,</al>
    <witreg></witreg>
    <al>verklaren te hebben gesloten een arbeidsovereenkomst. bij welke de werknemer
zich verbindt in dienst van de werkgever arbeid te verrichten.</al>
    <al>De arbeidsovereenkomst wordt aangegaan onder de ontbindende voorwaarde
van een geschiktheidsverklaring als bedoeld in artikel 46a.</al>
    <al>Het dienstverband vangt aan op .......-.......-........ tenzij op die
datum de keuringsprocedure nog niet is afgerond en de eventuele opzeggingstermijn
nog niet is verstreken.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In dat geval vangt het dienstverband aan op de eerstvolgende werkdag na
het verstrijken van de bedoelde termijn(en).</al>
    <al>Aldus in duplo opgemaakt te   d.d. .........-.........-............</al>
    <al>De werkgever: De werknemer:</al>
    <al>N.B.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Wanneer de werknemer nog geen 18 jaar oud is, onderstaande clausule toevoegen
aan de arbeidsovereenkomst en te doen ondertekenen door zijn/haar wettelijke
vertegenwoordig(st)er (vader, moeder, voogd of voogdes).</al>
    <al>„Ondergetekende in zijn/haar kwaliteit van wettelijke vertegenwoordig(st)er
van de minderjarige werknemer</al>
    <witreg></witreg>
    <al>.........................................</al>
    <witreg></witreg>
    <al>verklaart deze tot het aangaan van bovenstaande arbeidsovereenkomst te
hebben gemachtigd "</al>
    <al>(Handtekening) </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Aanhangsel N</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Protocol Garantieregeling collectieve roostervrije dagen </tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Onvoldoende opbouw van rechten</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien en voor zover de werknemer, volgens de betreffende
bepalingen in de CAO voor het Bouwbedrijf, onvoldoende rechten heeft kunnen
opbouwen voor de collectieve roostervrije dagen gedurende de wintersluiting
wordt, onder de in dit reglement genoemde voorwaarden, de loondoorbetaling
over de resterende dagen alsmede de bijdrage- en premieverplichtingen als
genoemd in Hoofdstuk 8 van de CAO voor het Bouwbedrijf, in voorkomende gevallen
in aanvulling op een uitkering krachtens de Werkloosheidswet, gewaarborgd
door het Vakantiefonds krachtens de garantieregeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Oorzaken onvoldoende opbouw van rechten</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De garantieregeling voorziet in de betaling van een
uitkering aan de werknemer indien onvoldoende rechten voor de wintersluiting
werden opgebouwd indien de werknemer tijdens de opbouwperiode:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>anders dan onder de CAO voor het Bouwbedrijf werkzaam was;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>geheel niet werkzaam. maar werkloos was;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in militaire dienst verbleef voor eerste oefening;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>een omscholings- of herscholingscursus volgde aan een Centrum
voor Vakopleiding voor Volwassenen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>een examen aflegde aan een Centrum voor Vakopleiding voor Volwassenen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>schoolverlater was, of</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>g.</nr>
      <al>ex-uitkeringsgerechtigde in de zin van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering
was.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Garantieregeling, wel rechten opgebouwd maar niet uitbetaald</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien de werknemer, overeenkomstig de betreffende
bepalingen in de CAO voor het Bouwbedrijf, rechten heeft opgebouwd voor collectieve
roostervrije dagen tijdens de wintersluiting, doch de werkgever over deze
collectieve roostervrije dagen zijn verplichtingen met betrekking tot het
loon en/of de bijdragen en premies als bedoeld in Hoofdstuk 6 van de CAO voor
het Bouwbedrijf niet nakomt, worden deze verplichtingen gewaarborgd door het
Vakantiefonds krachtens de garantieregeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Garantieregeling, aanvulling op WW-uitkering</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer die tijdens de wintersluitingsperiode
recht heeft op een WW-uitkering heeft recht op een aanvulling op de WW-uitkering
krachtens de garantieregeling indien hij tijdens de opbouwperiode wel rechten
ten behoeve van de wintersluiting opbouwde doch deze van zijn werkgever niet
uitbetaald heeft gekregen. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Werknemer dient werkgever tot betaling aan te spreken</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer is verplicht om in de omstandigheden bedoeld
in het derde lid, de werkgever bij aangetekende brief aan te manen en zo nodig
in rechte aan te spreken tot de nakoming van zijn verplichtingen. De werknemer
is jegens het Vakantiefonds verplicht bewijsstukken van de door hem in dit
verband ondernomen acties aan het Vakantiefonds te overleggen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Overgang vordering</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien het Vakantiefonds ingevolge het in de leden
2 en 3 bepaalde aan de werknemer een uitkering krachtens de garantieregeling
heeft verstrekt, verwerft het Vakantiefonds jegens de werkgever een zelfstandig
recht op invordering van de door het Vakantiefonds om die reden betaalde uitkering,
vermeerderd met de betaalde premies en bijdragen volgens Hoofdstuk 8 van de
CAO voor het Bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Voorwaarden beroep garantieregeling</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Om een beroep op de garantieregeling te kunnen doen
dient de werknemer op de eerste dag van de collectieve wintersluitingsperiode
in een dienstbetrekking te staan tot een werkgever die gehouden is de CAO
voor het Bouwbedrijf toe te passen. danwel een uitkering krachtens de WW –
voortvloeiende uit een dienstbetrekking waarop de CAO voor het Bouwbedrijf
van toepassing was – te ontvangen. De eerstgenoemde dienstbetrekking
dient gedurende de gehele wintersluiting voort te duren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Geldend maken recht</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werknemer dient een aanvraag om een uitkering krachtens
de garantieregeling te doen onder gebruikmaking van een bij de Stichting verkrijgbaar
formulier. Dit aanvraagformulier dient vóór 15 februari van
het jaar volgend op de collectieve wintersluiting door de Stichting te zijn
ontvangen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Geen samenloop met ziekengeld</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Geen recht op een uitkering krachtens de garantieregeling
bestaat over de dag of dagen waarover recht op een uitkering krachtens de
Ziektewet bestaat.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>Hoogte van de uitkering</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De hoogte van de uitkering die wordt verstrekt indien
ten behoeve van één of meer dagen van de wintersluiting geen
opbouw heeft plaatsgevonden, of wel opbouw heeft plaatsgevonden maar de werkgever
niet uitbetaalde, is gelijk aan het netto loon dat de werkgever over deze
dag of dagen zou hebben dienen te betalen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>11.</nr>
      <al>Financiering</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De financiering van deze garantieregeling vindt plaats
uit het saldo van het opgeheven Fonds Roostervrije Dagen voor het Bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien dit saldo ontoereikend is om de te verstrekken
uitkeringen te kunnen financieren zal de financiering geschieden door een
korting op de rentekorting, welke aan de werkgevers wordt verstrekt die de
CAO voor het Bouwbedrijf dienen toe te passen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Onder rentekorting wordt verstaan het vastgestelde
bijdragepercentage Vakantiefonds nadat rekening is gehouden met het op de
balans vermelde beschikbare saldo van baten en lasten aan het einde van het
boekjaar van het Vakantiefonds.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>12.</nr>
      <al>Inwerkingtreding</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Deze garantieregeling wordt geacht in werking te zijn
getreden op 1 december 1991.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>13.</nr>
      <al>Garantieregeling</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Deze regeling is het reglement zoals genoemd in artikel
3b van de statuten van het Vakantiefonds.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Aanhangsel S</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Protocol vorstverlet </tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>A.</nr>
      <al>De verplichte en aanbevolen maatregelen zoals bedoeld in artikel
32 lid 4 van deze CAO.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De verplichte maatregelen zijn:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het in begaanbare staat houden van rijwegen en looppaden op
en om het bouwterrein.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het vorstvrij aanleggen van bouwwaterleidingen en het aftappen
daarvan zodra dit noodzakelijk is, of het vroegtijdig isoleren van tappunten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het beschermen van materieel ter handhaving van de bedrijfsvaardigheid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het met doeltreffende middelen beschermen van bouwmaterialen
die verwerkt moeten worden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het zoveel mogelijk te werk stellen van de werknemers op die
plaatsen waar de minste hinder wordt ondervonden van de ongunstige weersomstandigheden.
In het algemeen dienen zodanige maatregelen getroffen te worden dat de werknemers
in hun werk zo min mogelijk door ongunstige weersomstandigheden belemmerd
worden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>De aanbevolen maatregelen voor burgerlijke en utiliteitsbouw
zijn: </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het voorbewerken van daartoe geëigende materialen
en constructies, of hulpconstructies in afgesloten en verwarmde ruimten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het bij vorst- en /of sneeuwverwachting preventief beschermen
van werkonderdelen waarop of waaraan moet worden gewerkt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het plaatsen van afschermingen tegen wind bij uitvoering
van werkzaamheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het dichtmaken met glas of andere materialen van afbouwwerken,
opdat afbouwwerkzaamheden tochtvrij kunnen worden uitgevoerd;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het verwarmen van bouwwerken of onderdelen van bouwwerken,
die definitief glas- en waterdicht zijn;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het in gebruik nemen van de definitieve centraleverwarmingsinstallatie
zodra deze bedrijfsklaar is;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het laten dragen van doelmatige winterkleding door de
werknemers die in de open lucht moeten werken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>De aanbevolen maatregelen voor de grond-, water-, en
wegenbouw zijn:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het voorbewerken van daartoe geëigende materialen
en constructies, of hulpconstructies in afgesloten verwarmde ruimten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het bij vorst en/of vorstverwachting zo mogelijk preventief
beschermen van werkonderdelen waarop of waaraan moet worden gewerkt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Gedurende de winterperiode zorg dragen voor een vlotte
afvoer van het oppervlaktewater op het werkterrein;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het bij vorst en/of vorstverwachting egaliseren van rijsporen
die moeten worden bereden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het bij vorst en/of vorstverwachting zo mogelijk beschermen
tegen bevriezing van de plaats waar moet worden gegraven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Het bij vorst en/of vorstverwachting zo mogelijk voorkomen
van bevriezing van sleuven. door een zo kort mogelijk stuk te graven en door
het afdekken van de sleuf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>De cabines voor machinisten verwarmen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>De werknemers winterkleding laten dragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>B.</nr>
      <al>Partijen hebben afgesproken dat er een experiment komt met
een apparaatje waarmee de gevoelstemperatuur op de werkplek kan worden vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>C.</nr>
      <al>Partijen zijn overeengekomen dat het niet nakomen van de bepalingen
gesteld in artikel 32 lid 3 en aanhangsel S zullen leiden tot het ondernemen
van de benodigde acties door de werkgeversorganisatie en/of de werknemersorganisatie. </al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Aanhangsel W</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Protocol leeftijdsbewust personeelsbeleid </tuskop>
    <al>Leeftijdsbewust personeelsbeleid is beleid dat zoveel mogelijk rekening
houdt met de specifieke omstandigheden en behoeften van de ouder wordende
werknemers in de verschillende fases van hun loopbaan. Het richt zich erop
dat zoveel mogelijk werknemers gezond en gemotiveerd de vut- en (pre)pensioengerechtigde
leeftijd halen. Hiertoe dient afstemming plaats te vinden tussen de mogelijkheden
en wensen van werknemers en mogelijkheden en wensen van de onderneming.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Leeftijdsbewust personeelsbeleid dient, met inachtneming van het voorgaande,
in ieder geval aandacht te besteden aan de volgende onderwerpen.</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Opleiding, scholing en training voor oudere werknemers
om het werk te kunnen blijven doen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Functieverandering en taakaanpassing daar waar de huidige
functie te zwaar is.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Aangepaste werktijden cq. vrijstelling van onregelmatige
diensten, avonddiensten en/of nachtdiensten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Arbeidsomstandigheden; in het kader van de Arbowet preventief
beleid versterken. Sociaal-medische begeleiding speelt een belangrijke rol
om gezondheidsproblemen vroegtijdig te signaleren.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>Verlofmogelijkheden.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Aanhangsel X</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Protocol scholing en vakopleiding </tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Per 1 juli 1999 dienen alle leerling/werknemers waarop na 1
juli 1998 de rendementsprikkel is toegepast, het totaal ingehouden bedrag
als een bonus uitgekeerd te krijgen. Uitgangspunt is dat er geen netto nadelige
effecten voor de leerling/werknemer optreden en de fiscaal en juridische problemen
ondervangen zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien met de fiscus geen regeling met een dergelijke
strekking kan worden getroffen, zullen partijen hierover wederom in overleg
treden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Als er geen nadere uitwerking gegeven kan worden aan
deze bepaling zullen leerling/werknemers waarop na 1 juli 1998 de rendementsprikkel
van toepassing is niet geconfronteerd worden met de nieuwe regeling per 1
juli 1999. De oude regeling wordt dan tevens niet meer toegepast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een deskundige werkgroep van partijen zal de normstelling van
de nieuwe rendementsprikkel als bedoeld in het deelakkoord scholing en vakopleiding
van 7 juni 1999 verder uitwerken op advies van de vakopleidingsinstellingen.
Per 1 september 1999 dienen deze normen kenbaar te worden gemaakt. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Partijen zijn overeengekomen dat de mogelijk ongewenste gevolgen
van de differentiatie in de tegemoetkomingsgelden voor de machinistenopleiding
dienen te worden opgelost binnen de totale lump-sum-financiering van de SBW. </al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">VORSTUITKERINGSREGLEMENT 2000</tuskop>
    <al>Reglement van de Stichting Risicofonds voor de Bouwnijverheid, geldend
voor de deelnemers als bedoeld in de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor
het Bouwbedrijf.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De laatste wijziging van dit reglement vond plaats op 10 juli 2000.</al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK I</nr>
      <titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">het Risicofonds:</nadruk> de Stichting Risicofonds
voor de Bouwnijverheid, gevestigd te Amsterdam;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de statuten:</nadruk> de statuten van het Risicofonds;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">het bestuur:</nadruk> het bestuur van het Risicofonds;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de CAO:</nadruk> de Collectieve Arbeidsovereenkomst
voor het Bouwbedrijf;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de werkgever:</nadruk> de werkgever op wie de bepalingen
van de CAO van toepassing zijn;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de werknemer:</nadruk> de werknemer op wie de bepalingen
van de CAO van toepassing zijn;</al>
    <al>Als werknemer wordt tevens beschouwd degene die op basis van een overeenkomst
met een uitzendburo werkzaamheden verricht als bedoeld in de CAO en voor wie
krachtens de bepalingen van die CAO het uitzendburo gehouden is bijdragen
te betalen aan het Risicofonds.</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de administrateur:</nadruk> SFB CAO-Regelingen B.V.
gevestigd te Amsterdam;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">het rechtjaar:</nadruk> de periode die begint met ingang
van de zeventiende week van het kalenderjaar en eindigt aan het einde van
de zestiende week van het daarop volgende kalenderjaar;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de bijdrage:</nadruk> de door de werkgever aan het
Risicofonds over het loon verschuldigde betaling; </al>
    <al>
      <nadruk type="vet">het loon:</nadruk> het vast overeengekomen loon als
omschreven in de CAO;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">vorst:</nadruk> de weersomstandigheid waarbij de door
het KNMI gemeten luchttemperatuur, in een door het bestuur bepaald weergebied,
op een dag:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>om 7.00 uur – 3,5° Celsius of lager is;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>om 7.00 uur en om 10.00 daaropvolgend – 0,5°
Celsius of lager is;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>of om 10.00 – 1,5° Celsius of lager is.</al>
      <al>Met vorst wordt gelijkgesteld de situatie waarbij op het werk:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>een niet met eenvoudige middelen te verwijderen sneeuwdek
aanwezig is, dan wel</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>zich directe gevolgen van vorst ten aanzien van materialen,
materieel of de bodemgesteldheid ter plaatse van het werk voordoen.</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">de declaratieperiode:</nadruk> de periode die aanvangt op de eerste
maandag van november en eindigt op de laatste vrijdag in maart daaropvolgend;</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">de eigen risicoperiode:</nadruk> de periode die
aanvangt op de eerste maandag van november en eindigt nadat voor de werknemer,
bij dezelfde werkgever, 0- 24- of 72 uren tijdens vorst zijn verstreken waarop
hij krachtens de dienstbetrekking, met een maximaal aantal arbeidsuren van
acht per dag, arbeid pleegt te verrichten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <al>De eigen risicoperiode geldt per declaratieperiode.</al>
    <al>Met verrichten van arbeid wordt in dit verband gelijkgesteld het volgen
van scholingsdagen, en ten aanzien van werknemers die werken volgens de voorwaarden
van het zogeheten Jaarmodel in de GWW-sector het opnemen van extra verlofdagen
als bedoeld in het Jaarmodel, voorzover deze dagen niet vallen in de collectieve
wintersluitingsperiode als bedoeld in de CAO.</al>
    <al>vorstgevoelige werkzaamheden:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>voegen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>straatwerk;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het leggen van kabels en kunststof buizen en het aanleggen
van drainage;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het injecteren van spankabelkanalen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het uitvoeren van zand-cementstabilisaties bij de aanleg
van wegen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het aanbrengen van dek- en slijtlagen bij asfaltwerk;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het aanbrengen van verfmarkeringen op wegoppervlakken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>gevelreiniging met hogedrukspuit en gritstralen; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het zetten en/of herzetten van stenen bij het verrichten
van glooiingswerkzaamheden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>werkzaamheden aan spoor- en tramwegen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het steken-, planten- en verplanten van helmgras, bomen,
heesters enzovoort;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het rietdekken (oud werk);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het leidekken op daken met een helling van meer dan 45°;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het aanbrengen van kunststof dakbedekkingen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het met handkracht uitvoeren van oppervlakte-grondwerk;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het aanbrengen van kunststofleidingen waarbij lijm- of
lasverbindingen worden toegepast;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het repareren van gescheurde betonconstructies (door injectie)
met epoxyharsen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>het repareren en verwerken van oppervlakken met kunstharsen
en kunstharsmortel;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>bitumineuze en kunststof dakbedekkings-werkzaamheden,
voor zover deze bestaan uit het aanbrengen van flexibele dakbedekkingen.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK IA</nr>
      <titel>DE KEUZEMOGELIJKHEDEN DECLARATIEVOORWAARDEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1a</nr>
      <titel>Eigen risico periode (ERP)</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever dient voorafgaand aan de declaratieperiode op een door het
bestuur aangegeven wijze mee te delen of hij een eigen risico wenst anders
dan nul uren.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1b</nr>
      <titel>Vorstgevoelige werkzaamheden</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever dient voorafgaand aan de declaratieperiode op een door het
bestuur aangegeven wijze mee te delen of hij de vorstgevoelige werkzaamheden
onder de declaratieregeling wenst onder te brengen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1c</nr>
      <titel>Herroepen keuze</titel>
    </artkop>
    <al>Een keuze als bedoeld in de artikelen 1a en/of 1b geldt voor de gehele
declaratieperiode en voor alle werknemers die in dienst zijn bij de werkgever.
Een keuze kan na aanvang van de declaratieperiode niet meer herroepen worden
door de werkgever. </al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK II</nr>
      <titel>DE VERSCHULDIGDE BIJDRAGE</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>De aan het Risicofonds verschuldigde bijdrage</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur stelt jaarlijks een begroting op. Deze begroting
wordt aan belanghebbenden op verzoek ter inzage beschikbaar gesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bijdragepercentage wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld
en ter goedkeuring voorgelegd aan partijen bij de CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bijdragepercentage kan tijdens door het bestuur te bepalen
perioden van een kalenderjaar verschillend van hoogte zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bestuur kan voor de werkgever die vorstgevoelige werkzaamheden
onder de declaratieregeling heeft ondergebracht een opslag op de bijdrage
vaststellen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur kan voor de werkgever die gekozen heeft voor een
eigen risicoperiode van meer dan nul uren een korting op de bijdrage vaststellen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De werkgever is gehouden tot het betalen van de bijdrage aan
het Risicofonds volgens de voorwaarden van de CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De bijdrage is door de werkgever verschuldigd over het loon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De bijdrage is in december terstond en ineens opeisbaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>De bijdragen zijn als volgt vastgesteld. </al>
    </inspring>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="4" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="41.6mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="41.6mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="41.7mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Soort dekking</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">jaarbijdrage %</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">winterbijdrage
%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">zomerbijdrage %</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"></entry>
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">01-01-2000 t/m  23-04-2000 en 13-11-2000 t/m 31-12-2000</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">24-04-2000 t/m 12-11-2000</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">72 uren ERP </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">zonder vorstgevoelige werkzaamheden</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">4,5</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">4,0</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">5,0</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">72 uren ERP </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">met vorstgevoelige werkzaamheden</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">8,4</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">7,9</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">8,9 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">24 uren ERP</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">zonder vorstgevoelige werkzaamheden</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">8,4</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">7,9</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">8,9 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">24 uren ERP </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">met
vorstgevoelige werkzaamheden</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">12,3</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">11,8</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">12,8</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">0 uren ERP </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">zonder vorstgevoelige werkzaamheden</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">10,4</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">9,9</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">10,9 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">0 uren ERP </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">met
vorstgevoelige werkzaamheden</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">14,3</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">13,8</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">14,8</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2a</nr>
      <titel>Bijdragerestitutie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien de omvang van de vermogensreserve van het Risicofonds
naar de opvatting van het bestuur daartoe aanleiding geeft is het bestuur
bevoegd te besluiten over te gaan tot bijdragerestitutie aan de deelnemende
werkgevers.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een besluit tot bijdragerestitutie behoeft de goedkeuring van
de organisaties van werkgevers en werknemers die partij zijn bij de CAO. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Vorderingstermijnen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De vaststelling van de hoogte van de bijdrage alsmede de betaling
van de verschuldigde bijdrage dienen binnen de in de CAO genoemde termijnen
te hebben plaatsgevonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien vaststelling van de hoogte van de bijdrage niet tijdig
heeft kunnen plaatsvinden door toedoen van de werkgever en/of de werkgever
te laat de bijdragen heeft betaald is de werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim rente te
vorderen over de bijdragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Invorderingskosten</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als een werkgever niet tijdig de verschuldigde bijdrage heeft
betaald zullen buitengerechtelijke incassokosten worden gevorderd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Deze incassokosten worden gesteld op maximaal zevenhonderdvijftig
gulden per vordering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Deze incassokosten worden naar evenredigheid van de hoogte
van de te vorderen bedragen toebedeeld aan de vorderingen van eventueel overige
CAO-fondsen.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK III</nr>
      <titel>DE AANSPRAKEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Aanspraken werkgever tijdens vorstverlet</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever heeft, indien en voor zover de financiële
positie van het Risicofonds dit toelaat en met inachtneming van het overigens
in dit reglement bepaalde, tegenover het Risicofonds aanspraak op een vergoeding
ter (gedeeltelijke) compensatie van de door hem aan zijn werknemer verstrekte
uitkering. De hoogte van de in het eerste lid bedoelde vergoeding aan de werkgever
is gelijk aan het gemiddelde van het bij de administrateur laatst bekende
loon (waaronder begrepen loonsverhogingen krachtens de Cao) van zijn werknemer.
Dit gemiddelde wordt berekend over een periode van acht weken voorafgaand
aan de periode waarover vorstverlet wordt gedeclareerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als over de laatstbekende loonperiode van acht weken, als bedoeld
in het tweede lid van dit artikel, minder dan acht weken loon is genoten,
dan is de vergoeding gelijk aan het gemiddelde over die kortere periode.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever ontvangt tevens een vergoeding voor de bedragen,
die door hem verschuldigd zijn ter zake van premies en bijdragen ingevolge
de sociale verzekeringswetten en ingevolge de CAO alsmede ter zake van de
toeslag als bedoeld in artikel 1 van de Wet Overhevelingstoeslag Opslagpremies,
over de in het eerste lid bedoelde betaling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd de kosten van de premie- en bijdrageverplichtingen
ingevolge de sociale verzekeringswetten, de CAO alsmede de toeslag ingevolge
artikel 1 van de Wet Overhevelingstoeslag Opslagpremies, als bedoeld in lid
4, te begroten en bindend vast te stellen op een percentage van het in dit
artikel bedoelde, door het Risicofonds uit te betalen bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De werkgever kan zijn in dit artikel bedoelde aanspraken slechts
dan geldend maken, indien deze berusten op een arbeidsovereenkomst die ten
tijde van het intreden van de vorst reeds was aangegaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Bij de vaststelling van het totaal aantal per week voor declaratie
in aanmerking komende uren wordt een gedeelte van een uur naar beneden op
een kwartier afgerond.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Eigen risico werkgever tijdens vorstverlet</titel>
    </artkop>
    <al>Gedurende de eigen risicoperiode heeft de werkgever tegenover het Risicofonds
geen aanspraak op vergoeding ter (gedeeltelijke) compensatie van het door
hem aan zijn werknemer wegens vorstverlet doorbetaalde loon. De eigen risicoperiode
wordt per individuele werknemer geregistreerd. </al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK IV</nr>
      <titel>VERREKENING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Uitbetaling vergoedingen Risicofonds</titel>
    </artkop>
    <al>Ingeval de werkgever ten tijde van de vaststelling van de vergoedingen
door het Risicofonds een opeisbare schuld aan het fonds heeft, wordt deze
schuld met openstaande vorderingen van het fonds verrekend.</al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK V</nr>
      <titel>TEMPERATUURNORMEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Temperatuurnormen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever heeft over dagen waarop wegens vorst geen werkzaamheden
verricht worden eerst aanspraak op vergoeding van zijn declaratie door het
Risicofonds indien voldaan is aan de in de volgende leden gestelde voorwaarden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In het door het bestuur vastgestelde rayon, waarin het werk
is gelegen, moet zijn voldaan aan de voor vorst geldende temperatuurnormen.
Hiervoor is de door het KNMI-station in het betreffende rayon gemeten temperatuur
bepalend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>In afwijking van het in het vorige lid bepaalde kan het bestuur
vorstgevoelige werkzaamheden aanwijzen, waarvoor bovengenoemde temperatuurnormen
niet gesteld worden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De vaststelling of wegens vorst geen werkzaamheden verricht
hadden kunnen worden, geschiedt door of namens het bestuur op basis van door
de administrateur op te maken vorstbetalingsadviezen. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK VI</nr>
      <titel>VERPLICHTE MAATREGELEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Verplichte vorstverlet beperkende maatregelen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Om voor vergoeding van een declaratie door het Risicofonds
in aanmerking te komen dient de werkgever in ieder geval de volgende maatregelen
ter voorkoming van vorstverlet te hebben getroffen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>het in begaanbare staat houden van rijwegen en looppaden op
en om het bouwterrein;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>het vorstvrij aanleggen van bouwwaterleidingen en het aftappen
daarvan, zodra dit noodzakelijk is als ook het vroegtijdig vorstvrij isoleren
van de aftappunten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>het beschermen van materieel ter handhaving van de bedrijfsvaardigheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4.</nr>
      <al>het met doeltreffende middelen beschermen van bouwmaterialen
die verwerkt moeten worden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>5.</nr>
      <al>het zoveel mogelijk te werk stellen van de werknemers op die
plaatsen waar de minste hinder wordt ondervonden van de ongunstige weers-omstandigheden
en in het algemeen het treffen van zodanige maatregelen, dat werknemers zo
min mogelijk door ongunstige weersomstandigheden in hun werk worden belemmerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het bestuur kan ter zake aanvullende voorwaarden stellen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Geen aanspraak tegenover het Risicofonds heeft de werkgever
die niet heeft kunnen laten werken door kennelijk uitvoeringstechnische nalatigheid.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9a</nr>
      <titel>Aanvullende vorstverlet beperkende maatregelen</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is gedurende de eigen risico periode verplicht om de volgende
maatregelen te treffen als de werkgever de werknemer tijdens perioden van
vorst laat doorwerken:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het voorbewerken van daartoe geëigende materialen en constructies
of hulpconstructies in afgesloten en verwarmde ruimten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bij vorst- en/of sneeuwverwachting preventief beschermen
van werkonderdelen waarop of waaraan moet worden gewerkt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het plaatsen van afschermingen tegen wind bij uitvoering van
werkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het dichtmaken met glas of andere materialen van afbouwwerken
opdat afbouwwerkzaamheden tochtvrij kunnen worden uitgevoerd. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het verwarmen van bouwwerken of onderdelen van bouwwerken die
definitief glas- en waterdicht zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het in gebruik nemen van de definitieve centrale verwarmingsinstallatie
zodra deze bedrijfsklaar is.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het bij vorst en/of vorstverwachting zo doelmatig mogelijk
beschermen tegen bevriezing van de plaats waar moet worden gegraven.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Het laten dragen van doelmatige winterkleding door de werknemers
die in de open lucht moeten werken.</al>
      <al>Voor bedrijven die werkzaamheden
verrichten in de grond-, weg- en waterbouw en waar geen sprake is van een
vaste bouwplaatsopstelling zijn de punten 1 tot en met 6 niet van toepassing.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Verplichte vorstmaatregelen bij onderaanneming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Ingeval een werkgever in gebreke is gebleven de verplichte
vorstmaatregelen te treffen en dientengevolge op een werkobject wegens vorst
geen arbeid kan worden verricht door werknemers in dienst van een andere werkgever,
heeft die andere werkgever slechts dan aanspraken jegens het Risicofonds,
indien die andere werkgever niet mede verantwoordelijk is voor het achterwege
blijven van de maatregelen en hij de eerstbedoelde werkgever tijdig schriftelijk
heeft gemaand om de maatregelen te treffen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien het Risicofonds, in een situatie als in het eerste lid
omschreven, de aanspraken van de daar bedoelde andere werkgever heeft voldaan,
is het Risicofonds bevoegd het betrokken bedrag terug te vorderen van de werkgever,
die in gebreke is gebleven de vereiste maatregelen te treffen.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK VII</nr>
      <titel>MELDING VORSTVERLET</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Melding vorstverlet</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever dient tijdens de declaratieperiode op de dag, waarop hij
wegens vorst de werkzaamheden heeft gestaakt of waarvoor hij uren als bedoeld
in de eigen risico periode wil laten registreren, daarvan mededeling te doen
aan het Risicofonds op de door het bestuur aangegeven wijze. Deze mededeling
behoort voor elk werk afzonderlijk te worden gedaan.</al>
    <al>Indien geen tijdige mededeling is gedaan als bedoeld in dit artikel vervalt
in beginsel de aanspraak van de werkgever tegenover het Risicofonds over de
dagen voorafgaande aan die mededeling.</al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK VIII</nr>
      <titel>DE DECLARATIESTAAT</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Declaratiestaat</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever kan zijn aanspraak tegenover het Risicofonds slechts geldend
maken door middel van een door of vanwege het Risicofonds ter beschikking
gestelde of goedgekeurde declaratiestaat of andere gegevensdrager.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Indiening declaratiestaat</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Om voor volledige vergoeding van de declaratie in aanmerking
te komen dient de werkgever de declaratiestaat binnen zes weken na het einde
van de week waarop de staat betrekking heeft op een door het bestuur aangewezen
adres in te dienen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien de declaratiestaat niet is ingediend binnen zes weken
wordt op het bij tijdige inlevering verschuldigde bedrag een korting toegepast
overeenkomstig de navolgende regels:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de declaratiestaat wordt ingediend in de 7e tot
en met de 8e week na het einde van de week waarop deze betrekking heeft, wordt
van het verschuldigde bedrag uitbetaald 90%;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de declaratiestaat wordt ingediend in de 9e tot
en met de 13e week na het einde van de week waarop deze betrekking heeft,
wordt van het verschuldigde bedrag uitbetaald 75%;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de declaratiestaat wordt ingediend in de 14e tot
en met de 26e week na het einde van de week waarop deze betrekking heeft,
wordt van het verschuldigde bedrag uitbetaald 50%.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien de declaratiestaat wordt ingediend later dan de 26e
week na het einde van de week waarop deze betrekking heeft, vervalt de aanspraak. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK IX</nr>
      <titel>VERGOEDING AAN WERKGEVER</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Uitbetaling vergoeding aan werkgever</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het Risicofonds zal binnen één week na ontvangst
van een volledig ingevulde en ondertekende declaratiestaat de vergoeding aan
de werkgever uitbetalen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien het bestuur aanleiding ziet om aan de uitbetaling van
de declaratie een onderzoek naar de juistheid daarvan te doen voorafgaan vindt
de uitbetaling eerst plaats zodra en voor zo ver uit het onderzoek is gebleken,
dat de declaratie als juist kan worden erkend. Het Risicofonds stelt de werkgever
in kennis van het instellen van een onderzoek.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK X</nr>
      <titel>SANCTIEBEPALINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Terugvordering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In situaties waarin de werkgever de juistheid van de door hem
ingediende en door het Risicofonds betaalbaargestelde declaraties niet aantoont,
vordert het bestuur het betaalbaargestelde bedrag terug.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd in de in het eerste lid bedoelde situaties
het teruggevorderde bedrag te verhogen met een bedrag ter hoogte van 25% van
het betaalbaargestelde bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Tevens is het bestuur bevoegd de wettelijke rente te vorderen
vanaf het tijdstip van betaling van het aan de werkgever betaalbaar gestelde
bedrag. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Sanctie bij onjuiste declaratie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In geval vast komt te staan dat een declaratie opzettelijk
of wegens grove schuld van de werkgever onjuist is opgemaakt, geldt bij een
eerste overtreding een boete van 25% van het ten onrechte gedeclareerde bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Bij een tweede overtreding geldt een boete van 50% van het
in het eerste lid bedoelde bedrag en bij een derde en volgende overtreding
een boete van 100% van het in het eerste lid bedoelde bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bij ernstige en omvangrijke fraude van de werkgever geldt bij
een eerste overtreding en bij volgende overtredingen een boete van 100% van
het betrokken bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Tevens kan het bestuur van de werkgever ter zake van het in
het eerste lid bedoelde bedrag de wettelijke rente vorderen vanaf het tijdstip
van betaling van dat bedrag aan de werkgever.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16a</nr>
      <titel>Sanctie bij niet treffen van de aanvullende vorstverletperkende maatregelen</titel>
    </artkop>
    <al>Indien gebleken is dat de werkgever de voorschriften als bedoeld in artikel
9a niet of onvoldoende naleeft of nageleefd heeft is het bestuur bevoegd:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>de reeds geregistreerde uren eigen risico periode geheel
of gedeeltelijk niet van toepassing te verklaren of;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>de verdere opbouw van uren eigen risico te staken of;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>de werkgever te verbieden een eigen risico periode te
kiezen die groter is dan nul uren.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK XI</nr>
      <titel>RESTITUTIEREGELING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Restitutieklassen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Met in achtneming van het in de volgende leden bepaalde heeft
de werkgever, die heeft voldaan aan zijn jegens het Risicofonds bestaande
betalingsverplichting, aanspraak op restitutie van een gedeelte van de aan
het Risicofonds betaalde bijdrage over het direct daaraan voorafgaande rechtjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien gedurende drie opeenvolgende declaratieperioden, inclusief
de laatst verstreken declaratieperiode, niet is deelgenomen aan de declaratieregeling
bedraagt de restitutie 80% van de aan het Risicofonds betaalde bijdrage over
het voorgaande rechtjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever die over de laatstverstreken declaratieperiode
voor het eerst onder de werkingssfeer van het Risicofonds valt komt voor 80%
restitutie in aanmerking indien over deze declaratieperiode niet aan de declaratieregeling
is deelgenomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Onder deelnemen aan de declaratieregeling wordt in dit verband
verstaan het inzenden van de mededeling als bedoeld in artikel 11 dat zich
op een werk vorst heeft voorgedaan en/of het inzenden van een declaratiestaat.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Berekening hoogte restitutie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor de berekening van de hoogte van de restitutie wordt verstaan
onder „de aan het Risicofonds betaalde bijdrage": het totaalbedrag
van de over het betrokken rechtjaar door de werkgever aan dit fonds tijdig
betaalde bijdragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien echter de gemiddelde personeelsbezetting in het vierde
en eerste kalenderkwartaal, vallende in het rechtjaar, lager is geweest dan
die over het gehele rechtjaar wordt de in het vierde en eerste kwartaal betaalde
bijdrage herleid naar een rechtjaar en dit herleide bedrag wordt in dat geval
als grondslag gehanteerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De gemiddelde personeelsbezetting wordt berekend door het totaal
aantal dagen waarover bijdrage is betaald te delen door het maximum aantal
dagen waarover door de werkgever voor een werknemer van 18 jaar of ouder bijdrage
in dat tijdvak verschuldigd was.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het aan de werkgever toekomende restitutiebedrag wordt door
het Risicofonds, eventueel na verrekening met openstaande schulden aan het
Risicofonds, binnen 6 maanden na afloop van het rechtjaar uitgekeerd. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK XII</nr>
      <titel>VERSTREKKEN VAN INLICHTINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever en de werknemer zijn verplicht aan het bestuur
en aan een schriftelijk door hem gemachtigd persoon inzage te verlenen in
alle bescheiden, die direct of indirect betrekking hebben op de betaling van
de bijdrage, de loonbetaling enøf de declaraties, en voorts alle overige
inlichtingen te verschaffen, die ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde
in de statuten en in dit reglement worden gevraagd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Degene die bij de uitvoering van het bepaalde in de statuten
of in dit reglement kennis neemt van enig gegeven waarvan men het vertrouwelijke
karakter moet begrijpen is daarover tegenover derden tot geheimhouding verplicht.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK XIII</nr>
      <titel>HARDHEIDSCLAUSULE</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
    </artkop>
    <al>Het bestuur is bevoegd tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende
aard die zich bij de toepassing van dit reglement voordoen.</al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK XIV</nr>
      <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
      <titel>Nadere voorschriften</titel>
    </artkop>
    <al>Teneinde een efficiënte werking van het Risicofonds te verzekeren,
kunnen door het bestuur nadere voor-schriften gegeven worden in overeenstemming
met de bepalingen van de statuten en van dit reglement, mits deze voorschriften
niet in strijd komen met de bepalingen van de CAO. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 22</nr>
      <titel>Inwerkingtreding</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement treedt in werking met ingang van 29 september 1999
onder intrekking van het voor die datum geldende reglement.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 23</nr>
      <titel>Citeertitel</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement kan worden aangehaald als Vorst-uitkeringsreglement CAO-Bouwbedrijf
2000. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">STATUTEN VORSTRISICOFONDS</tuskop>
    <al>Statuten van de stichting Vorstrisicofonds voor de Bouwnijverheid. Vastgesteld
op 1 juli 1953. Laatstelijk gewijzigd door het bestuur bij besluit van 17
januari 1997.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Naam en zetel</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De stichting draagt de naam „Stichting Vorstrisicofonds
voor de Bouwnijverheid".</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De stichting is gevestigd te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In deze statuten wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>Risicofonds de in artikel 1 genoemde stichting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>cao: collectieve arbeidsovereenkomst;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>werkgever: de werkgever in de zin van de:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>CAO voor het Bouwbedrijf, of</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>CAO voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>werknemer: de werknemer in de zin van de:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>CAO voor het Bouwbedrijf, of</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>CAO voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 10 van de statuten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>reglement: een reglement als bedoeld in artikel 14 van de statuten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>g.</nr>
      <al>sfb: de te Amsterdam gevestigde besloten vennootschap SFB CAO-Regelingen
B.V.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Doel</titel>
    </artkop>
    <al>Het Risicofonds heeft ten doel:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen in de cao's
en/of loonregelingen en volgens het (de) in artikel 14 lid 1 genoemde reglement(en),
loonderving bij verzuim wegens vorst of de directe gevolgen daarvan in de
bouwnijverheid in Nederland te bestrijden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>geldelijke steun te verlenen aan instellingen op het terrein
van de bouwnijverheid die zich ten doel stellen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>het doen ontwikkelen, bestuderen en propageren van middelen
ter bestrijding van verlet wegens vorst of de directe gevolgen daarvan, en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>het geven van bijdragen aan werkgevers in de bouwnijverheid
die maatregelen treffen om in de genoemde omstandigheden het personeel te
doen doorwerken.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Werkingssfeer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In het Risicofonds wordt deelgenomen door de werkgevers en
de werknemers op wie één van de hierna genoemde cao's van toepassing
is:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de cao voor het Bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de cao voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-bedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>enige cao of bindend opgelegde regeling van lonen en andere
arbeidsvoorwaarden die voor één der hiervoor genoemde overeenkomsten
in de plaats is gekomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De statuten en de op basis van de statuten vastgestelde reglementen
worden geacht onderdeel te zijn van de in het eerste lid van dit artikel genoemde
cao's of bindend opgelegde regeling van lonen en andere arbeidsvoorwaarden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Duur</titel>
    </artkop>
    <al>Het Risicofonds is opgericht voor onbepaalde tijd.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Geldmiddelen</titel>
    </artkop>
    <al>De geldmiddelen van het Risicofonds bestaan uit:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het stichtingskapitaal;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>de bijdragen die ter uitvoering van het doel van het Risicofonds
jaarlijks door de werkgevers worden opgebracht op de wijze als nader bij reglement(en)
is bepaald;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>renten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>eventuele overheidssubsidies;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>geldleningen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>eventuele andere baten. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Bijdrageverplichtingen</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is ten aanzien van zijn werknemer over iedere werkdag een
bijdrage aan het Risicofonds verschuldigd zoals nader is aangegeven in het
reglement.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Uitkeringen</titel>
    </artkop>
    <al>De overeenkomstig artikel 4 in het Risicofonds deelnemende werknemers
hebben recht op uitkering in de gevallen, onder de voorwaarden en op de wijze
als in de reglementen is vastgesteld.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Administratie</titel>
    </artkop>
    <al>Het Risicofonds draagt zijn administratie op aan het sfb.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Bestuur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur van het Risicofonds bestaat uit twaalf leden. De
benoeming geschiedt als volgt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>vijf door de Vereniging „Algemeen Verbond Bouwbedrijf"
(AVBB);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>één door de Stichting Federatie Aannemers
in de Afbouw- en Nevenbedrijven van de Bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>vier door de Bouw- en Houtbond FNV;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>twee door de Hout- en Bouwbond CNV.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het lidmaatschap van het bestuur eindigt door intrekking van
de benoeming door het orgaan dat het betrokken bestuurslid heeft aangewezen
of door het bedanken van betrokkene.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Ter vervanging van elk bestuurslid wordt een plaatsvervangend
lid benoemd. Hetgeen is bepaald ten aanzien van bestuursleden geldt evenzeer
voor plaatsvervangende leden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De leden van het bestuur en de directie mogen niet deelnemen
aan leveringen of aannemingen ten behoeve van het Risicofonds of belang hebben
bij de belegging van zijn gelden. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Besluitvorming en quorum</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het aantal stemmen dat elk bestuurslid uitbrengt wordt zodanig
bepaald dat het aantal stemmen aan werkgeverszijde even groot is als het aantal
stemmen aan werknemerszijde.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Is het aantal ter vergadering aanwezige bestuursleden aan werkgeverszijde
niet even groot als het aantal ter vergadering aanwezige bestuursleden aan
werknemerszijde dan brengen de leden van die groep waarvan het grootste aantal
ter vergadering aanwezig is ieder evenveel stemmen uit als het aantal stemmen
van de leden van de andere groep ter vergadering aanwezig, maal het eigen
stemmenaantal. De leden van de andere groep brengen in dat geval ieder evenveel
stemmen uit als het aantal stemmen van de grootste groep ter vergadering aanwezig,
maal het eigen stemmenaantal.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Voorzover in deze statuten niet anders is bepaald kunnen geldige
besluiten slechts worden genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte
stemmen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Door het bestuur worden geen beslissingen genomen indien niet
meer dan de helft van het aantal bestuursleden aanwezig is. Indien het vereiste
aantal bestuursleden in een vergadering niet aanwezig is kan in een volgende
vergadering, ongeacht het aantal aanwezige bestuurs-leden, een besluit worden
genomen over die voorstellen waarover wegens het ontbreken van het quorum
in eerstbedoelde vergadering geen besluit kan worden genomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur kan slechts besluiten nemen indien ter vergadering
ten minste één lid van werkgeverszijde en één
lid van werknemerszijde aanwezig is.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Delegatie</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur kan uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden delegeren aan het
sfb en/of aan door het bestuur, al dan niet geheel uit zijn midden, benoemde
paritaire commissies waarbij aan deze commissies toestemming kan worden verleend,
volgens door het bestuur te stellen richtlijnen, een deel van deze bevoegdheden
weer over te dragen aan het sfb. De gedelegeerde bevoegdheden worden door
de commissies en het sfb uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid
van het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Voorzitter en secretarissen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt uit zijn midden twee voorzitters: een van
werkgeverszijde en een van werknemerszijde; deze vertegenwoordigen tezamen
het Risicofonds in en buiten rechte.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Om beurten treden de voorzitters voor de tijd van een kalenderjaar
als voorzitter en als tweede voorzitter op.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur kiest uit zijn midden twee secretarissen: een van
werkgeverszijde en een van werknemerszijde. Indien als voorzitter een werkgeversvertegenwoordiger
fungeert, fungeert als secretaris de secretaris van werknemerszijde en omgekeerd.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Reglementen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur stelt een of meer reglementen vast waarin wordt
geregeld de wijze waarop het doel van het Risicofonds zal worden bereikt alsmede
die zaken die nadere voorziening behoeven.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het bestuur is zelfstandig bevoegd wijzigingen in een
reglement aan te brengen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het reglement kan bepalingen inhouden die alleen gelden
voor een of meer onderdelen van de bouwnijverheid mits door deze speciale
voorzieningen de goede werking van het Risicofonds als geheel niet wordt geschaad</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het reglement en eventuele wijzigingen daarin treedt niet in
werking alvorens, krachtens goedkeuring door de partijen bij de in artikel
4 van deze statuten genoemde cao's, de tekst van het reglement is aanvaard
voor een meerderheid van de werknemers in de bouwnijverheid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Reglementswijzigingen die uitsluitend betrekking hebben
op werkgevers en werknemers als bedoeld in één bepaalde cao
behoeven alleen de goedkeuring van de partijen bij die cao.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Ter verkrijging van de in het voorgaande lid bedoelde goedkeuring
wordt het reglement (of worden de wijzigingen) toegezonden aan de organisaties
die partij zijn bij de betrokken cao's. Een organisatie wordt geacht goedkeuring
te hebben verleend indien die organisatie niet binnen acht weken na de toezending
van het tegenovergestelde heeft doen blijken door het insturen van op schrift
gestelde bezwaren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een reglement en de in een reglement aangebrachte wijzigingen
zullen niet in werking treden voordat een volledig exemplaar van die stukken,
of onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin door het bestuur ondertekend
voor een ieder ter inzage zijn gelegd ter griffie van het kantongerecht te
Amsterdam</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Beheer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur is belast met het beheer van het Risicofonds. Het
is bevoegd uit naam van het Risicofonds alle handelingen te verrichten die
met de doelstelling in overeenstemming zijn en die niet bij of krachtens deze
statuten aan de bevoegdheid van het bestuur onttrokken zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 291 tweede lid van
Boek 2 BW omvat de bevoegdheid van het bestuur mede het sluiten van overeenkomsten
tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en het sluiten
van overeenkomsten waarbij het Risicofonds zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar
verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor
een schuld van een derde verbindt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De beleggingen van het Risicofonds zullen door het bestuur
op een zodanige wijze geschieden dat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een redelijke spreiding naar aard en risico der bezittingen
en interessen wordt verkregen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een optimaal rendement wordt verkregen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>geen belangrijk risico van blijvende vermogensverliezen wordt
gelopen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De aan het Risicofonds toebehorende zaken worden als zij niet
ten kantore worden gehouden in bewaring gegeven bij een ingevolge de Wet Toezicht
Kredietwezen geregistreerde instelling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De kosten van beheer met betrekking tot een boekjaar komen
ten laste van de rekening van baten en lasten over dat boekjaar. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Boekjaar, accountant en jaarverslag</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het boekjaar van het Risicofonds loopt, tenzij het bestuur
anders beslist, van één juni tot en met een en dertig mei.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt, gehoord het sfb, een externe registeraccountant
aan wie de controle van de jaarrekening wordt opgedragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De registeraccountant is gerechtigd tot inzage van alle boeken
en bescheiden van de stichting. De waarden van de stichting moeten hem desgevraagd
worden getoond.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De registeraccountant brengt tenminste eenmaal per jaar aan
het bestuur verslag uit van zijn bevindingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur legt van zijn beleid jaarlijks binnen zes maanden
na afloop van het boekjaar schriftelijk verantwoording aan partijen bij de
in artikel 4 van deze statuten genoemde cao's af door middel van een verslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het in het vijfde lid bedoelde verslag bevat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een algemeen overzicht van de werkzaamheden van de stichting
gedurende het afgelopen boekjaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een rekening en verantwoording omtrent het beheer van de stichting,
bestaande uit een balans en een rekening van baten en lasten, vergezeld van
een verklaring van de registeraccountant terzake van zijn bevindingen bij
de controle opgedaan;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in voorkomende gevallen, mededelingen omtrent de wijzigingen
die in de statuten en/of reglement(en) hebben plaatsgehad.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt toegezonden aan de werkgevers- en werknemersorganisaties
betrokken bij de in de artikel 4 genoemde cao's.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt ter inzage van de bij het Risicofonds
betrokken werkgevers en werknemers gelegd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten kantore van het Risicofonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op een of meer door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
aan te wijzen plaatsen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt op aanvraag aan de bij het Risicofonds
betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan
verbonden kosten. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Wijziging statuten</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Wijzigingen in de statuten kunnen worden aangebracht bij besluit
van het bestuur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen in een
bijzondere daartoe uitgeschreven vergadering waarop tenminste de helft van
de werkgevers- en tenminste de helft van de werknemersleden van het bestuur
aanwezig is. De uitnodiging voor deze vergadering moet met het voorstel uiterlijk
veertien dagen voor de vergadering aan de bestuursleden worden toegezonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien op een vergadering waarin een statutenwijziging zal
worden behandeld niet het voor het nemen van een besluit vereiste aantal leden
aanwezig is zal binnen een maand nadien een tweede vergadering worden gehouden.
De uitnodiging voor deze vergadering moet met het voorstel uiterlijk veertien
dagen voor de vergadering aan de bestuursleden worden toegezonden. Het bestuur
is bevoegd tot het nemen van een besluit ongeacht het ter vergadering aanwezige
aantal leden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen met een
meerderheid van twee derde der uitgebrachte geldige stemmen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een statutenwijziging treedt in werking indien deze krachtens
goedkeuring door de partijen bij de in artikel 4 van deze statuten genoemde
cao's is aanvaard voor een meerderheid van de werknemers in de bouwnijverheid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Ter verkrijging van de goedkeuring wordt de wijziging
toegezonden aan de organisaties die partij zijn bij de betrokken cao's.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Een organisatie wordt geacht goedkeuring te hebben
verleend indien die organisatie niet binnen acht weken na de toezending van
het tegenovergestelde heeft doen blijken door het insturen van op schrift
gestelde bezwaren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De statuten en de in de statuten aangebrachte wijzigingen zullen
niet in werking treden voordat een volledig exemplaar van die stukken of onderscheidenlijk
van wijzigingen daarin door het bestuur ondertekend voor een ieder ter inzage
zijn gelegd ter griffie van het kantongerecht te Amsterdam. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Ontbinding van de stichting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor een besluit tot ontbinding van het Risicofonds gelden
dezelfde bepalingen als voor een besluit tot wijziging van de statuten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In geval van ontbinding zal het bestuur – met een meerderheid
en op een wijze als genoemd in lid 5 van het voorgaande artikel – met
de liquidatie zijn belast, tenzij de organisaties die partij zijn bij een
van de cao's genoemd in artikel 4 van deze statuten een ander besluit nemen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur beslist over de bestemming van een batig saldo.
Een batig saldo moet worden bestemd voor een doel dat het meest overeenkomt
met het doel van het Risicofonds. Een nadelig saldo dient door de werkgevers
te worden opgebracht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Ministerieel vertegenwoordiger</titel>
    </artkop>
    <al>Als de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daartoe de wens te
kennen geeft wordt in overleg tussen de minister en het bestuur een waarnemer
toegelaten. De waarnemer is gerechtigd alle vergaderingen van het bestuur
bij te wonen. De waarnemer ontvangt daartoe alle voor het bestuur bestemde
stukken.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Slotbepaling</titel>
    </artkop>
    <al>In alle gevallen waarin niet door deze statuten of de reglementen van
de stichting is voorzien beslist het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
      <titel>Inwerkingtreding</titel>
    </artkop>
    <al>Deze statuten treden in werking met ingang van 17 januari 1997 onder intrekking
van de voor die datum geldende statuten.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">REGLEMENT VAKANTIEFONDS 2000</tuskop>
    <al>Laatstelijk integraal vastgesteld door het bestuur op 21 september
1995</al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK I</nr>
      <titel>BEGRIPSBEPALINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
    </artkop>
    <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">het Vakantiefonds:</nadruk> de Stichting Vakantiefonds
voor de Bouwnijverheid, gevestigd te Amsterdam;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de statuten:</nadruk> de statuten van het Vakantiefonds;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">het bestuur:</nadruk> het bestuur van het Vakantiefonds;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de Cao:</nadruk> de Cao voor het Bouwbedrijf, c.q.
de Cao voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf, c.q. de
Cao voor het Natuursteenbedrijf, c.q. de Cao voor de Timmerfabrieken, c.q.
de Cao Railinfrastructuur;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de werkgever:</nadruk> de werkgever op wie de bepalingen
van één van de Cao's van toepassing zijn;</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">de werknemer:</nadruk> de werknemer op wie de bepalingen
van één van de Cao's van toepassing zijn.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Als werknemer wordt tevens beschouwd degene die op basis van een overeenkomst
met een uitzendburo werkzaamheden verricht als bedoeld in de Cao voor het
Bouwbedrijf en voor wie krachtens de bepalingen van die Cao het uitzendburo
gehouden is bijdragen te betalen aan het Vakantiefonds.</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">verlofdagen:</nadruk> de in de Cao bedoelde vakantiedagen,
feestdagen en daarmee gelijkgestelde dagen.</al>
    <al>
      <nadruk type="vet">het rechtjaar:</nadruk> de periode die begint met ingang
van de zeventiende week van het kalenderjaar en eindigt aan het einde van
de zestiende week van het daaropvolgende kalenderjaar; </al>
    <al>
      <nadruk type="vet">het loon:</nadruk>
    </al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>voor de werknemer op wie de Cao voor het Bouwbedrijf van
toepassing is: het vast overeengekomen loon als omschreven in die Cao, vermeerderd
met de resultaten van een prestatiebevorderend systeem voortvloeiend uit die
Cao, indien dat voor de werknemer van toepassing is;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>voor de werknemer op wie de Cao voor het Natuursteenbedrijf
van toepassing is: het individueel geldende loon als omschreven in die Cao;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>voor de werknemer op wie de Cao voor het Stukadoors-,
Afbouw- en Terrazzo-/Vloerenbedrijf van toepassing is: het vast overeengekomen
loon als omschreven in die Cao;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>voor de werknemer op wie de Cao voor de Timmerfabrieken
van toepassing is: het individueel overeengekomen loon;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>voor de werknemer op wie de Cao Railinfrastructuur van
toepassing is: het periode-inkomen.</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">het vakantiewaardepercentage:</nadruk> het vastgestelde percentage voor de opbouw van de loonderving tijdens
de verlofdagen en de vakantietoeslag (in de Cao aangeduid als „uniform
percentage");</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">de vakantiewaarde:</nadruk> het ten
gunste van een werknemer bij het Vakantiefonds in diens tegoed geboekte geldbedrag,
dat wordt verkregen door vermenigvuldiging van het voor die werknemer geldende
vakantiewaardepercentage met het loon;</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">het vakantiebijdragepercentage:</nadruk> het percentage van het loon dat de werkgever periodiek aan het Vakantiefonds
dient af te dragen;</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">het kortingspercentage:</nadruk> het
verschil tussen het vakantiewaardepercentage en het vakantiebijdragepercentage;</al>
      <al>
        <nadruk type="vet">de loonkosten:</nadruk> het loon, alsmede de werkgeversbijdrage
sociale verzekeringswetten, de overhevelingstoeslag en de premies en bijdragen
ingevolge de Cao.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK II</nr>
      <titel>INNEN EN UITBETALEN VAN DE VAKANTIEWAARDEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>De aan het Vakantiefonds verschuldigde bijdragen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur stelt jaarlijks een begroting op. Deze begroting
wordt aan belanghebbenden op verzoek ter inzage beschikbaar gesteld. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het vakantiewaardepercentage, het vakantiebijdragepercentage
en het kortingspercentage worden jaarlijks door het bestuur vastgesteld na
goedkeuring door partijen bij de toepasselijke Cao.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>In het kalenderjaar 2000 bedraagt het vakantiebijdragepercentage
voor werkgevers vallende onder:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Cao voor het Bouwbedrijf 22,66</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Cao voor het Stukadoors- Afbouw- en Terrazzo/Vloerenbedrijf
22,72</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Cao voor het Natuursteenbedrijf 22,64</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Cao voor de Timmerfabrieken 22,64 en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>de Cao Railinfrastructuur 22,45.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het vakantiebijdragepercentage is door de werkgever verschuldigd
over het loon.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Wijze van betalen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De betaling van de verschuldigde bijdrage dient binnen veertien
dagen na afloop van het loonbetalingstijdvak of na een periode van vier weken
te hebben plaatsgevonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien deze betaling niet tijdig heeft plaatsgevonden is de
werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim rente te
vorderen over de achterstallige betalingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>De vakantiewaarden</titel>
    </artkop>
    <al>De vakantiewaarden zijn bestemd ter financiering van de verlofdagen en
van de vakantietoeslag. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Uitbetalen vakantiewaarden</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het dagbedrag dat de werknemer ter gelegenheid van de verlofdagen
uit zijn tegoed kan opnemen wordt jaarlijks door het bestuur vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voor een verlofdag wordt slechts tot uitbetaling overgegaan
indien een schriftelijke verklaring van de werkgever wordt overlegd waaruit
blijkt dat deze met het opnemen van de verlofdag akkoord gaat en mits het
tegoed van de werknemer toereikend is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Verzoeken tot uitbetaling van dagbedragen dienen door de werknemer
op een door het bestuur aan te geven wijze en plaats te worden ingediend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De niet eerder uitbetaalde vakantiewaarden worden vóór
de jaarlijkse zomervakantie giraal aan de werknemer uitbetaald. <nadruk type="cur">Artikel 6</nadruk>Beschikken over het tegoed</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Vóór het tijdstip waarop uitbetaling van vakantiewaarden
mogelijk is, is de aanspraak van de werknemer op zijn tegoed onvervreemdbaar
en niet vatbaar voor verpanding of belening.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid is uitbetaling
van vakantiewaarden mogelijk:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>op het moment dat de werknemer de pensioengerechtigde
leeftijd bereikt, tenzij de werknemer in dienstbetrekking blijft werken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de werknemer gebruik maakt van een regeling voor
vervroegde uittreding (vut);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de werknemer emigreert;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de werknemer overlijdt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien aan de werknemer een uitkering wordt toegekend
krachtens de Wet op de Arbeidsongeschiktsheidsverzekering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage
van 80 tot 100 procent;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>indien de werknemer definitief vertrekt uit de bedrijfstak
bouwnijverheid.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Verjaring uitbetalingstermijn</titel>
    </artkop>
    <al>De vakantiewaarden zullen door het Vakantiefonds aan de werknemers worden
uitbetaald tot maximaal vijf jaar na afloop van het rechtjaar. Na afloop van
voormelde termijn zal uitbetaling niet meer geschieden. </al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK III</nr>
      <titel>UITKERINGEN AAN WERKNEMERS BIJ CURSUS</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Aanvullende uitkeringen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Werknemers die als gevolg van het volgen van een omscholings-
of herscholingscursus aan een centrum voor vakopleiding van volwassenen of
het afleggen van een examen aan een centrum voor vakopleiding van volwassenen,
gedurende de loop van een rechtjaar vakantiewaarden derven hebben recht op
een uitkering van het Vakantiefonds.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werknemer dient in het jaar direct voorafgaande aan de onderbreking
van zijn werkzaamheden wegens scholing of het afleggen van een examen ten
minste 65 dagen als werknemer te hebben gewerkt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het dienstverband mag tijdens de vakantieperiode niet verbroken
zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De hoogte van deze uitkering wordt door het bestuur bepaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De hoogte van de aanvullende uitkeringen kan ten aanzien van
elk van de hiervoor genoemde groepen van werknemers en per Cao verschillend
zijn.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK IV</nr>
      <titel>DECLARATIEREGELING EXTRA VERLOFDAGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Extra verlofdagen oudere werknemers</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Overeenkomstig het bepaalde in de Cao hebben oudere werknemers
recht op extra verlofdagen met behoud van loondoorbetaling door de werkgever. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Aan de werkgever worden onder de voorwaarden die de Cao stelt
de loonkosten over deze dagen vergoed.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever dient deze loonkosten uiterlijk binnen zes maanden
na het opnemen van de extra verlofdag bij het Vakantiefonds te declareren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Na deze termijn ontvangen aanvragen worden niet vergoed.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De over enig rechtjaar opgebouwde extra verlofdagen dienen
uiterlijk op de laatste dag van het kalenderjaar waarin dat rechtjaar eindigt
te zijn opgenomen. Nadien opgenomen dagen komen niet voor vergoeding door
het Vakantiefonds in aanmerking.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De werknemer wiens dienstverband tijdens arbeidsongeschiktheid
wordt beëindigd heeft recht op uitbetaling van het loon over de opgebouwde
maar niet opgenomen extra verlofdagen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Laatstbedoelde werknemer dient daartoe binnen zes maanden na
beëindiging van het dienstverband een verzoek in te dienen bij zijn werkgever.
Het ingevolge de eerste volzin aan de werknemer uitbetaalde loon kan de werkgever
bij het Vakantiefonds declareren.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK V</nr>
      <titel>DECLARATIEREGELING SCHOOLVERLATERS</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Loondervingsuitkering schoolverlaters</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Overeenkomstig het bepaalde in de Cao hebben schoolverlaters
die bij een bedrijfssluiting als gevolg van vakantie in het kalenderjaar waarin
deze de school verlaten hebben niet over voldoende vakantiewaarden beschikken
recht op doorbetaling van het loon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Aan de werkgever worden de loonkosten over deze dagen vergoed.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever dient deze loonkosten uiterlijk binnen zes maanden
na de bedrijfssluiting bij het Vakantiefonds te declareren. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK VI</nr>
      <titel>VERREKENING EN SANCTIES</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Verrekening</titel>
    </artkop>
    <al>Als de werkgever ten tijde van de vaststelling van de vergoedingen ingevolge
de artikelen 9 en 10 van het reglement door het Vakantiefonds een opeisbare
schuld aan het fonds heeft wordt deze schuld met de te betalen bedragen verrekend.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Sanctie bij onjuiste declaratie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien de werkgever desverlangd de juistheid van een door het
Vakantiefonds betaalbaar gestelde declaratiestaat niet aantoont, dient hij
het betrokken bedrag aan het Vakantiefonds terug te betalen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur kan bovendien beslissen dat de werkgever een boete
aan het Vakantiefonds verschuldigd is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>In geval van opzet en grove schuld van de werkgever geldt bij
een eerste overtreding een boete van 25% van het betrokken bedrag, bij een
tweede overtreding een boete van 50% van het in het betrokken bedrag en bij
een derde en volgende overtreding een boete van 100% van het betrokken bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Bij elke ernstige of omvangrijke fraude van de werkgever geldt
een boete van 100% van het betrokken bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur kan de vordering verhogen met de wettelijke rente
vanaf het tijdstip van betaling van dat bedrag aan de werkgever. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK VII</nr>
      <titel>VERSTREKKEN VAN INLICHTINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Verstrekken van inlichtingen</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever en werknemer zijn verplicht aan het bestuur of een schriftelijk
door hem gemachtigd persoon alle opgaven en inlichtingen te verstrekken die
van hen worden verlangd ten behoeve van de uitvoering van de taak van het
Vakantiefonds. De werkgever is desverlangd gehouden inzage van zijn boeken,
bescheiden of andere stukken te geven, voor zover die betrekking hebben op
de arbeid en het loon van de werknemer.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Controle declaraties</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is gehouden om op verzoek van het bestuur de juistheid van
de ingediende declaratiestaat aan te tonen, bijvoorbeeld door overlegging
van administratieve bescheiden.</al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK VIII</nr>
      <titel>BUITENLAND</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Werken in het buitenland</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Bij arbeid buiten Nederland, waarop de Nederlandse sociale
verzekeringswetten van toepassing zijn, terwijl de bepalingen van de Cao en
loonregelingen van toepassing zouden zijn geweest, indien overeenkomstige
werkzaamheden in Nederland verricht zouden zijn, kunnen de werkgever en de
werknemer overeenkomen dat vakantiewaarden worden opgebouwd met inachtneming
van de bepalingen van dit reglement.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voor de bepaling van het loon waarover vakantiewaarden worden
opgebouwd wordt uitgegaan van het loon dat de werknemer zou verdienen indien
hij gelijksoortige arbeid in Nederland verricht. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK IX</nr>
      <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Hardheidsclausule</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur is bevoegd voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen
tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard die zich bij de
toepassing van dit reglement voordoen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Slotbepalingen</titel>
    </artkop>
    <al>Teneinde een efficiënte werking van het Vakantiefonds te verzekeren,
kunnen door het bestuur nadere voorschriften gegeven worden, in overeenstemming
met de bepalingen der statuten en van dit reglement, mits deze voorschriften
niet in strijd komen met één of meer bepalingen van de Cao.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Inwerkingtreding</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement treedt in werking met ingang van 27 juni 1955.</al>
    <al>De laatste wijziging van dit reglement is van 10 juli 2000.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">STICHTING SCHOLINGSFONDS VOOR HET BOUWBEDRIJF</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Reglement Scholingsdagen bedoeld in artikel 11
van de statuten van de Stichting Scholingsfonds voor het Bouwbedrijf</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het fonds: de Stichting Scholingsfonds voor het Bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>cao: CAO voor het Bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>werkgever: de werkgever op wie de bepalingen van de cao van
toepassing zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>werknemer: de werknemer op wie de bepalingen van de cao van
toepassing zijn. Als werknemer wordt tevens beschouwd degene die op basis
van een overeenkomst met een uitzendburo werkzaamheden verricht als bedoeld
in de cao en voor wie krachtens de bepalingen van die cao het uitzendburo
gehouden is bijdragen te betalen aan het fonds.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>bestuur: het bestuur van het fonds.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>het loon: het vast overeengekomen loon per betalingsperiode
als bedoeld in artikel 1, twaalfde lid, onder b van de cao, vermeerderd met
de daarbij behorende vakantiewaarde. Indien een prestatiebevorderend systeem
zoals bedoeld in artikel 21, tweede van de cao van toepassing is, dient het
vast overeengekomen loon te worden vermeerderd met de gemiddelde prestatiepremie
gedurende de betalingsperiode.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>g.</nr>
      <al>verletkosten: het loon, alsmede de over dat loon op grond van
de bepalingen in de cao door de werkgever verschuldigde premies en bijdragen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>h.</nr>
      <al>sfb: SFB CAO-Regelingen B.V. te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>De aan het fonds verschuldigde bijdrage</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur stelt jaarlijks een begroting op. Deze begroting
wordt aan belanghebbenden op hun verzoek ter inzage beschikbaar gesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever is aan het fonds een bijdrage verschuldigd als
nader aangegeven in de leden 3 en 4. De bijdrage wordt berekend op basis van
het premieloon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekeringen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De bijdrage zoals bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld
door de organisaties van werkgevers en werknemers die partij zijn bij de cao.
Deze organisaties kunnen het bijdragepercentage wijzigen. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De in het tweede lid van dit artikel bedoelde bijdrage is door
het sfb, dat daartoe door het fonds gemachtigd is, terstond en ineens opeisbaar
op 31 december van het betreffende kalenderjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De bijdrage bedraagt in het kalenderjaar 2000 1,95 procent.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Wijze van betalen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De betaling van de verschuldigde bijdrage dient binnen veertien
dagen na afloop van het loonbetalingstijdvak of na een periode van vier weken
te hebben plaatsgevonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien deze betaling niet tijdig heeft plaatsgevonden, is de
werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim rente te
vorderen over de achterstallige betalingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd forfaitaire invorderingskosten bij de
werkgever in rekening te brengen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Bijdragerestitutie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als de omvang van de vermogensreserve van het fonds naar de
opvatting van het bestuur daartoe aanleiding geeft, is het bestuur bevoegd
te besluiten over te gaan tot bijdragerestitutie aan de deelnemende werkgevers.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een besluit tot bijdragerestitutie behoeft de goedkeuring van
de organisaties van werkgevers en werknemers die partij zijn bij de cao.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Vergoeding van verletkosten</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever heeft tegenover het fonds aanspraak op vergoeding van verletkosten
verbonden aan een door werknemer gevolgde cursus die </al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>verband houdt met zijn huidige of toekomstige beroep bij
een werkgever vallende onder de werkingssfeer van de cao èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>door het bestuur is goedgekeurd.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Vergoeding van cursuskosten</titel>
    </artkop>
    <al>Het fonds vergoed aan de werkgever cursuskosten volgens de bepalingen
in de cao. De voorwaarden waaronder deze vergoeding wordt verstrekt, worden
doorhet bestuur van het fonds vastgesteld.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Subsidies in het kader van een voorschakeltraject</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever kan ter zake van reiskosten die zijn werknemer maakt in verband
met het volgen van een cursus een vast bedrag per dag bij het fonds declareren.
Dit bedrag wordt, na verkregen goedkeuring van partijen, jaarlijks doorhet
bestuur vastgesteld.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Verrekening</titel>
    </artkop>
    <al>Als de werkgever ten tijde van de vaststelling van de vergoedingen door
het fonds ingevolge artikel 5 een opeisbare schuld aan het fonds heeft, wordt
deze schuld met het te betalen bedrag verrekend.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Scholingsdagen tijdens ziekte, vorstverlet of werkloosheid</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als de werkgever een scholingsbeleid heeft zoals voorgeschreven
in artikel 35b van de cao, verstrekt het Scholingsfonds de vergoedingen genoemd
in de artikelen 5 en 6 ook als een werknemer tijdens ziekte deelneemt aan
een cursus.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als een werknemer deelneemt aan een cursus op een dag dat hij
anders wegens vorst niet gewerkt zou hebben, verstrekt het Scholingsfonds
de vergoedingen genoemd in de artikelen 5 en 6 onder de voorwaarde dat de
scholingsdagen al voor het intreden van vorst gepland waren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Als een werknemer tijdens werkloosheid deelneemt aan een cursus,
verstrekt het Scholingsfonds de volgende vergoedingen onder de voorwaarden
dat werknemer tijdens de dienstbetrekking is aangemeld voor de cursus en de
cursus gevolgd wordt binnen vier maanden na het beëindigen van de dienstbetrekking:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>aan werkgever de vergoeding genoemd in artikel 6 èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>aan werknemer een vergoeding voor reiskosten van een vast
bedrag per dag en een aanvulling op zijn uitkering op grond van de Werkloosheidswet
plus aanvulling vanuit het Aanvullingsfonds WW, tot in totaal 100 procent
van het dagloon WW. Bedoeld bedrag wordt na verkregen goedkeuring van partijen,
jaarlijks door het bestuur vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Vergoedingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het fonds stelt op basis van deelnamelijsten van het desbetreffende
opleidingsinstituut voor de werkgever een specificatie van aan hem te betalen
vergoedingen op.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Gelijktijdig met de toezending van de specificatie aan de werkgever
wordt overgegaan tot betaling van het bedrag dat op de specificatie staat.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Verstrekken van inlichtingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever en de werknemer zijn verplicht aan het bestuur
en aan degene, die door het bestuur schriftelijk tot het inwinnen van inlichtingen
is gemachtigd, inzage te verlenen van alle bescheiden, en voorts alle overige
inlichtingen te verschaffen, die ten behoeve van de uitvoering van het bepaalde
in de statuten van het fonds en in dit reglement worden gevraagd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Degene aan wie bij de uitvoering van het bepaalde in de statuten
van het fonds of in dit reglement enig bedrijfsgegeven (waarvan hij het vertrouwelijk
karakter moet begrijpen) ter kennis komt, is dienaangaande jegens derden tot
geheimhouding verplicht. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Garantie</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de aanspraken
van de werknemer als diens werkgever ten opzichte van hem de verplichting
niet nakomt om het loon te verstrekken over opgenomen scholingsdagen, als
bedoeld in artikel 35b, eerste lid van de cao.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Voorschriften</titel>
    </artkop>
    <al>Teneinde een efficiënte werking van het fonds te verzekeren, kunnen
door het bestuur nadere voorschriften gegeven worden in overeenstemming met
de bepalingen van de statuten en van dit reglement, mits deze voorschriften
niet in strijd komen met een of meer bepalingen van de cao. In alle gevallen
waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Inwerkingtreding</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement is in werking getreden met ingang van 1 januari 1988 en
is laatstelijk gewijzigd op 6 juli 2000.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Citeertitel</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement kan worden aangehaald als Scholingsfonds- reglement 2000/1. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Statuten van de Stichting Aanvullingsfonds WW
voor de Bouwnijverheid</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">VASTGESTELD OP 1 JANUARI 1988</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">LAATSTELIJK GEWIJZIGD BIJ BESTUURSBESLUIT VAN
18 FEBRUARI 1997.</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Naam en zetel</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De stichting draagt de naam „Stichting Aanvullingsfonds
WW voor de Bouwnijverheid".</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De stichting is gevestigd te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In deze statuten wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>fonds: de in artikel 1 genoemde stichting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>werkgever: de werkgever in de zin van de:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>CAO voor het Bouwbedrijf, of CAO voor het Uitvoerend,
Technisch en Administratief personeel in de Bouwbedrijven, of CAO voor het
Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf, of CAO betreffende de loon- en
arbeidsvoorwaarden voor het personeel werkzaam in het Baggerbedrijf, of CAO
voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf, of CAO voor de Bitumineuze
en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven, of CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen,
of CAO voor het Natuursteenbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>werknemer: de werknemer in de zin van de:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>CAO voor het Bouwbedrijf, of CAO voor het Uitvoerend,
Technisch en Administratief personeel in de Bouwbedrijven, of CAO voor het
Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf, of CAO betreffende de loon- en
arbeidsvoorwaarden voor het personeel werkzaam in het Baggerbedrijf, of CAO
voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf, of CAO voor de Bitumineuze
en Kunststof Dakbedekkingsbedrijven, of CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen,
of CAO voor het Natuursteenbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 10 van de statuten; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>reglement: een reglement als bedoeld in artikel 3 lid 3 van
de statuten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>g.</nr>
      <al>SFB: de SFB CAO-regelingen B.V. te Amsterdam;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>h.</nr>
      <al>directie: de directie van het SFB;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>i.</nr>
      <al>pensioenpremie: de betaling ter voortzetting van de pensioenopbouw
conform het daaromtrent bepaalde bij of krachtens de laatstelijk op de werknemer
van toepassing zijnde CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>j.</nr>
      <al>vakantiegeld: de aanspraak van de werknemer op een betaling
ter bestrijding van loonderving over het aantal hem toekomende vakantie-,
snipper- en feestdagen en/of de vakantietoeslag.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Doel</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het fonds heeft ten doel aan, of ten behoeve van, werknemers
die een uitkering krachtens de WW, de WAO of de ZW ontvangen een aanvulling
te verstrekken of een verstrekking te doen, als door partijen bij één
van de in artikel 2 genoemde collectieve arbeidsovereenkomsten is overeengekomen
een dergelijke aanvulling/verstrekking via het fonds te regelen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het fonds heeft verder ten doel de financiering van uitkeringen
aan deelnemers in werkgelegenheidsprojecten, indien zulks is overeengekomen
in één van de in artikel 2 genoemde collectieve arbeidsovereenkomsten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De nadere voorwaarden waaronder de in het eerste en tweede
lid genoemde aanvullingen, verstrekkingen en uitkeringen worden toegekend
worden bij reglement vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Werkingssfeer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De regeling is van toepassing op werknemers die in loondienst
werkzaam zijn of zijn geweest bij een werkgever als bedoeld in artikel 2 van
deze statuten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De statuten en de op basis van de statuten vastgestelde reglementen
worden geacht onderdeel te zijn van de in artikel 2 genoemde collectieve arbeidvoorwaarden/overeenkomsten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Duur</titel>
    </artkop>
    <al>Het fonds is opgericht voor onbepaalde tijd. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Geldmiddelen</titel>
    </artkop>
    <al>De geldmiddelen van het fonds bestaan uit:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>de bijdragen die voor de financiering van de regeling door
de werkgevers en werknemers worden opgebracht;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>rente;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>eventuele andere baten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Bijdrageverplichtingen</titel>
    </artkop>
    <al>Bijdrageplichtig zijn degenen die krachtens een bepaling van de CAO of
anderszins verplicht zijn tot het geven van bijdragen als bedoeld in artikel
6 aan de stichting.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Bijdragen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De methode van de berekening van de bijdragen als bedoeld in
artikel 6 alsmede de wijze van incassering daarvan worden bij reglement als
bedoeld in artikel 3 vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van de in het eerste lid bedoelde bijdragen worden
telkenmale door het bestuur van de stichting vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Met het saldo tussen baten en lasten, zoals dit blijkt uit
de laatstelijk vastgestelde jaarrekening(en) zal in het volgende boekjaar
bij de vaststelling van de desbetreffende bijdrage rekening worden gehouden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Administratie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het fonds draagt zijn administratie op aan het SFB.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De directie van het fonds berust bij de directie van het SFB. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Bestuur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur van het fonds bestaat uit twaalf leden en wel zes
van werkgeverszijde en zes van werknemerszijde.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Vijf leden van werkgeverszijde worden benoemd door
de vereniging Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Eén lid van werkgeverszijde wordt benoemd door
de Stichting Federatie Aannemers in de Afbouw- en Nevenbedrijven voor de Bouwnijverheid
(FAANB).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Vier leden van werknemerszijde worden benoemd door
de Bouw- en Houtbond FNV.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Twee leden van werknemerszijde worden benoemd door
de Nederlandse Christelijke Bond van Werknemers in de Hout- en Bouwnijverheid
(de Hout- en Bouwbond CNV).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien langdurige afwezigheid van één der bestuursleden
kan worden verwacht, kan de instelling, die dat bestuurslid heeft benoemd,
een plaatsvervanger aanwijzen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het lidmaatschap van het bestuur eindigt door bedanken, dan
wel door intrekking van de benoeming door de instelling, die het betrokken
bestuurslid heeft aangewezen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien in het bestuur één of meer vacatures ontstaan,
wordt daarin zo spoedig mogelijk voorzien; de benoeming geschiedt door de
instelling, door welke het lid, wiens zetel is opengevallen, was aangewezen.
Gedurende het bestaan van een vacature behoudt het bestuur zijn volledige
bevoegdheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bestuursleden genieten geen bezoldiging ten laste van het fonds;
het bestuur kan een regeling treffen inzake vacatiegelden en vergoeding van
reis- en verblijfkosten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Besluitvorming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het aantal stemmen dat elk bestuurslid uitbrengt wordt zodanig
bepaald, dat het aantal stemmen aan werkgeverszijde even groot is als het
aantal stemmen aan werknemerszijde.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Is het aantal ter vergadering aanwezige stemmen aan werkgeverszijde
niet even groot als het aantal ter vergadering aanwezige stemmen aan werknemerszijde,
dan brengen de leden van die groep waarvan het grootste stemmenaantal ter
vergadering aanwezig is, ieder evenveel stemmen uit als het aantal stemmen
van de leden van de andere groep, ter vergadering aanwezig, maal het eigen
stemmenaantal. De leden van de andere groep brengen alsdan ieder evenveel
stemmen uit als het aantal stemmen van de leden van de grootste groep, ter
vergadering aanwezig, maal het eigen stemmenaantal.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Voorzover in deze statuten niet anders is bepaald, kunnen geldige
besluiten slechts worden genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte
stemmen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Door het bestuur worden geen beslissingen genomen, indien niet
meer dan de helft van het aantal bestuursleden aanwezig is. Indien het vereiste
aantal bestuursleden in een vergadering niet aanwezig is, kan in een volgende
vergadering, ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden, een besluit worden
genomen over die voorstellen waarover wegens het ontbreken van het quorum
in eerstbedoelde vergadering geen besluit kon worden genomen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Mandaat</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur kan uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden mandateren aan het
sfb en/of aan door het bestuur al dan niet geheel uit zijn midden benoemde
paritaire commissies. De gemandateerde bevoegdheden worden door de commissies
en het SFB uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Voorzitters en secretarissen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt uit zijn midden twee voorzitters: één
van werkgeverszijde en één van werknemerszijde; deze vertegenwoordigen
tezamen het fonds in en buiten rechte.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Om beurten treden de voorzitters voor de tijd van een jaar
als voorzitter en als tweede voorzitter op. Het bestuur wijst bij de eerste
benoeming van twee voorzitters aan, welke van hen beiden gedurende het eerste
boekjaar als voorzitter en welke als tweede voorzitter zal optreden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur kiest uit zijn midden twee secretarissen: één
van werkgeverszijde en één van werknemerszijde. Indien als voorzitter
een werkgeversvertegenwoordiger fungeert, fungeert als secretaris de secretaris
van werknemerszijde, en omgekeerd.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Reglementen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur stelt één of meerdere reglementen
vast als bedoeld in artikel 3 van de statuten, waarin wordt geregeld de wijze
waarop het doel van het fonds zal worden bereikt, alsmede die zaken die nadere
voorziening behoeven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur is zelfstandig bevoegd wijzigingen in een reglement
aan te brengen. Het bestuur brengt een reglementswijziging ter kennis van
de werkgevers- en werknemersorganisaties betrokken bij de in artikel 2 genoemde
CAO'en.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een reglement, alsmede de in het reglement aangebrachte wijzigingen
zullen niet in werking treden, alvorens een volledig exemplaar van die stukken,
onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend,
voor een ieder ter inzage zijn gelegd ter griffie van het kantongerecht te
Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Ten aanzien van de besluitvorming over de vaststelling of wijziging
van een reglement is het bepaalde in artikel 17 van toepassing.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Beheer van het fondsvermogen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur is belast met het beheer van het fonds. Het is
bevoegd uit naam van het fonds alle handelingen te verrichten, welke met de
doelstelling in overeenstemming zijn en die niet bij of krachtens deze statuten
aan de bevoegdheid van het bestuur onttrokken zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot
het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen. Het bestuur is niet
bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als
borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt
of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur belegt (tijdelijk overtollige) middelen op een
zodanige wijze dat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een redelijke spreiding naar aard en risico der bezittingen
en interessen wordt verkregen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een optimaal rendement wordt verkregen; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>geen belangrijk risico van blijvende vermogensverliezen wordt
gelopen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De aan de stichting toebehorende zaken worden, indien zij niet
ten kantore worden gehouden, in bewaring gegeven bij een ingevolge de Wet
Toezicht Kredietwezen geregistreerde instelling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De kosten van beheer met betrekking tot een boekjaar komen
ten laste van de rekening van baten en lasten over dat boekjaar.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Boekjaar, accountant en jaarverslag</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het boekjaar van het fonds valt samen met het kalenderjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt een externe registeraccountant, aan wie
de controle van de jaarrekening wordt opgedragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De registeraccountant is gerechtigd tot inzage van alle boeken
en bescheiden van de stichting. De waarden van de stichting moeten hem desverlangd
worden getoond.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De registeraccountant brengt tenminste eenmaal per jaar aan
het bestuur verslag uit over zijn bevindingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur legt van de uitvoering van het beleid jaarlijks
binnen twaalf maanden na afloop van het boekjaar schriftelijk verantwoording
af.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het in het vijfde lid bedoelde verslag bevat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een algemeen overzicht van de werkzaamheden van de stichting
gedurende het afgelopen boekjaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een rekening en verantwoording omtrent het beheer van de stichting,
bestaande uit een balans en een staat van lasten en baten van elke regeling
waarvoor een aparte bijdrage verschuldigd is, vergezeld van een verklaring
van de registeraccountant ter zake van zijn bevindingen bij de controle opgedaan;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in voorkomende gevallen, mededeling omtrent de wijzigingen
die in de statuten en/of reglement(en) hebben plaatsgehad.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt toegezonden aan de werkgevers- en werknemersorganisaties
betrokken bij de in artikel 2 genoemde CAO'en. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt ter inzage van de bij de stichting betrokken
werkgevers en werknemers gelegd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten kantore van de stichting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op een of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
aan te wijzen plaatsen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt op aanvraag aan de bij de stichting betrokken
werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden
kosten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Wijziging Statuten</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur is zelfstandig bevoegd deze statuten te wijzigen.
Het bestuur brengt een statutenwijziging ter kennis van de werkgevers- en
werknemersorganisaties betrokken bij de in artikel 2 genoemde CAO'en.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen in een
bijzondere daartoe uitgeschreven vergadering, waarop tenminste de helft van
de werkgevers- en tenminste de helft van de werknemersleden van het bestuur
aanwezig zijn. De uitnodiging voor deze vergadering moet met het voorstel
uiterlijk veertien dagen voor de vergadering aan de bestuursleden worden toegezonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien in een vergadering, waar een statutenwijziging zal worden
behandeld, niet het voor het nemen van een besluit vereiste aantal leden aanwezig
is, zal binnen een maand nadien een tweede vergadering worden gehouden op
te roepen met inachtneming van de voor oproeping gestelde termijn, welke ongeacht
het ter vergadering aanwezige aantal leden tot het nemen van een besluit bevoegd
zal zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen met een
meerderheid van twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat hiervan
een notariële akte is opgemaakt en een door het bestuur ondertekend exemplaar
van de wijziging voor een ieder ter inzage is neergelegd ter griffie van het
kantongerecht Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging,
alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het openbaar
stichtingenregister, gehouden bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te
Amsterdam. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Ontbinding van de stichting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor een besluit tot ontbinding van het fonds gelden dezelfde
bepalingen als voor een besluit tot wijziging van de statuten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In geval van ontbinding zal het bestuur met de liquidatie zijn
belast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur beslist over de bestemming van een eventueel batig
saldo, met dien verstande dat dit batig saldo moet worden bestemd voor een
doel dat het meest overeenkomt met het doel van de stichting. Een eventueel
nadelig saldo dient door de werkgevers en de werknemers ieder voor de helft
te worden opgebracht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Ministerieel vertegenwoordiger</titel>
    </artkop>
    <al>Indien door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daartoe de
wens te kennen wordt gegeven, wordt in overleg tussen de minister en het bestuur
een waarnemer toegelaten. De waarnemer is gerechtigd alle vergaderingen van
het bestuur bij te wonen. De waarnemer ontvangt daartoe alle voor het bestuur
bestemde stukken.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Slotbepalingen</titel>
    </artkop>
    <al>In alle gevallen waarin niet door de wet, deze statuten of het reglement
is voorzien, beslist het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
    </artkop>
    <al>Deze statuten worden geacht in werking te zijn getreden op één
januari negentienhonderd achtentachtig. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">AANVULLINGSREGLEMENT VERSTREKKING  WW-AANVULLINGEN
(AR-WW BOUW)</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Reglement van de Stichting Aanvullingsfonds Bouwbedrijf</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 1 Algemeen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het fonds: de Stichting Aanvullingsfonds Bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>de statuten: de statuten van het fonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>het bestuur: het bestuur van het fonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>CAO Bouwbedrijf: CAO voor het Bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>CAO Uta bouwbedrijven: CAO voor het uitvoerend, technisch en
administratief personeel in de bouwbedrijven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>g.</nr>
      <al>het premieloon: het loonbedrag per werknemer per kalenderjaar
waarover krachtens de WW premie wordt geheven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>h.</nr>
      <al>de werkgever: de werkgever als bedoeld in artikel 2 van de
statuten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>i.</nr>
      <al>de werknemer: de werknemer als bedoeld in artikel 2 van de
statuten en degene die laatstelijk voordat er krachtens artikel 17, 18 of
52b WW voor hem een recht op uitkering ontstond, werknemer was in de zin van
artikel 2 van de statuten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>j.</nr>
      <al>ABB-er: de werknemer die behoort tot het Arbeidsbestand Bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>k.</nr>
      <al>loongerelateerde uitkering: uitkering als bedoeld in hoofdstuk
IIa van de WW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>l.</nr>
      <al>kortdurende uitkering: uitkering als bedoeld in hoofdstuk IIb
van de WW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>m.</nr>
      <al>vakantietoeslag: de vakantiebijslag als bedoeld in artikel
33 van de WW en de vakantie-uitkering als bedoeld in artikel 10 van de TW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>n.</nr>
      <al>vakantiefonds: de Stichting Vacantiefonds voor de Bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>o.</nr>
      <al>pensioenpremie: de betaling voor de voortzetting van de pensioenopbouw
conform het daarover bepaalde bij of krachtens de laatstelijk op de werknemer
van toepassing zijnde CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>p.</nr>
      <al>invaliditeitspensioenpremie: de betaling voor de voortzetting
van de aanvullende verzekering op de uitkering op grond van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering
conform het daarover bepaalde bij of krachtens de laatstelijk op de werknemer
van toepassing zijnde CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>q.</nr>
      <al>de WW: de Werkloosheidswet;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>r.</nr>
      <al>het U.R.: het Uitkeringsreglement WW 1997, zoals vastgesteld
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>s.</nr>
      <al>REA: de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>t.</nr>
      <al>de TW: de Toeslagenwet; </al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 2 Financiering</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Bijdrage</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is aan het fonds jaarlijks een bijdrage verschuldigd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van de bijdrage wordt, na overleg met partijen bij
de desbetreffende CAO, jaarlijks door het bestuur vastgesteld en uitgedrukt
in een percentage van het premieloon. Bij de vaststelling van dit percentage
voor enig kalenderjaar houdt het bestuur rekening met het overschot of het
tekort volgens de balans over het voorafgaande kalenderjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Voor het jaar 2000 zijn de volgende bijdragen vastgesteld:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>voor de CAO Bouwbedrijf: 0,17%, waarvan 0,085% voor rekening
komt van de werknemer en 0,085% voor rekening komt van de werkgever.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>voor de UTA-CAO: nihil.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bijdragepercentage wordt gepubliceerd in de Nederlandse
Staatscourant.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De werknemersbijdrage, die de helft bedraagt van de door de
werkgever verschuldigde bijdrage, wordt door de werkgever bij iedere loonbetaling
ingehouden op het loon van de werknemer.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Loonopgave</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is verplicht jaarlijks de loongegevens te verstrekken die
noodzakelijk zijn voor de heffing van de bijdragen. Als de werkgever in gebreke
blijft deze loongegevens te verstrekken wordt de heffingsgrondslag ambtshalve
vastgesteld.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Heffing bijdrage</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De bijdrage dient bij voorschot te worden voldaan over elk
loonbetalingstijdvak of na iedere periode van vier weken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De betaling van de eventueel nog resterende bijdrage dient
plaats te vinden na ontvangst van de zogenaamde verzamelnota.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Als blijkt dat minder bijdrage is geheven dan door de werkgever
is verschuldigd wordt het verschil nagevorderd. Teveel geheven bijdrage wordt
aan de werkgever terugbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht medewerking te verlenen aan een controle
op de juistheid van de verstrekte loongegevens. Daartoe dient de werkgever
inzage te verlenen in de onderdelen van zijn administratie die voor deze controle
nodig worden geacht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Invordering bijdrage</titel>
    </artkop>
    <al>Als een werkgever in gebreke blijft de verschuldigde bijdrage te betalen
zal zo nodig tot gerechtelijke invordering worden overgegaan.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Rentebepaling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als de betaling van het in artikel 4, eerste lid, bedoelde
voorschot niet binnen veertien dagen na afloop van de in dat lid bedoelde
termijn heeft plaatsgevonden, is de werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als de betaling van de in artikel 4, tweede lid bedoelde bijdrage
niet binnen veertien dagen na de datum van ontvangst van de verzamelnota heeft
plaatsgevonden is de werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim rente te
vorderen over de achterstallige betalingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De in het vorige lid van dit artikel bedoelde rente is gelijk
aan de wettelijke rente.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd van invordering van rente geheel of
gedeeltelijk af te zien.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 3 Rechten</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Werkingssfeer</titel>
    </artkop>
    <al>Een werknemer of ABB-er die zijn uitkering WW ontvangt van een andere
uitvoeringsinstelling dan de SFB Uitvoeringsorganisatie N.V. te Amsterdam,
heeft, met inachtneming van het bepaalde in de volgende artikelen, recht op
een aanvulling als:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>in de desbetreffende CAO geformaliseerd is dat de aanvullingsregeling
ook van toepassing is op bedoelde werknemers of ABB-ers, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>de extra kosten die verbonden zijn aan de bijdrageheffing en
de uitkeringsverzorging voor bedoelde werknemers of ABB-ers voor rekening
komen van werkgevers en werknemers op wie de desbetref- fende cao van toepassing
is, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>een deel van de desbetreffende werkgevers is ingedeeld bij
één van de sectoren in de bouwnijverheid, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>in de cao een bijdrageplicht voor de werkgevers van bedoelde
werknemers is opgenomen, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>in de cao een meldings- en informatieplicht voor genoemde werknemers
of ABB-ers is opgenomen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Aanvulling op het aan een werknemer of ABB-er te betalen deel van de
loongerelateerde WW-uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer of ABB-er die over een dag in de eerste 8 weken
van de periode als bedoeld in artikel 42 van de WW op grond van de verplichte
verzekering krachtens de WW recht heeft op betaling van een uitkering, heeft
over die dag jegens het fonds recht op betaling van een bedrag ter aanvulling
van het over die dag krachtens de WW aan hem te betalen bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als voor het verstrijken van de termijn van 8 weken als bedoeld
in het eerste lid van dit artikel het recht op uitkering WW geheel wordt beëindigd
wegens het ontvangen van een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid,
onderdeel a, WW, wordt die termijn van 8 weken verlengd met de periode gelegen
tussen de eindiging en de herleving van het recht op uitkering WW. Als een
uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid, onderdeel a, WW niet wordt
uitbetaald wegens een omstandigheid als genoemd in artikel 19, tweede lid,
WW, wordt het niet betalen daarvan voor de vaststelling van de aanvullingstermijn
gelijkgesteld met het ontvangen van die uitkering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De hoogte van de aanvullende betaling is gelijk aan 10/70ste
deel van het aan werknemer of ABB-er over de desbetreffende dag krachtens
de WW uit te betalen bedrag. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Onder „het krachtens de WW aan werknemer of ABB-er uit
te betalen bedrag" wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: Het
krachtens artikel 33, eerste lid en de artikelen 34 tot en met 41 van de WW
te betalen bedrag verminderd met:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Een krachtens artikel 33, derde en vierde lid als vakantietoeslag
te reserveren en uit te betalen bedrag,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Een krachtens artikel 14 van het U.R. niet aan werknemer maar
aan een Vakantiefonds uit te betalen deel van de uitkering krachtens de WW,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Een krachtens artikel 15 van het U.R. niet aan werknemer maar
aan een Pensioenfonds, dan wel pensioenverzekeraar uit te betalen deel van
de uitkering krachtens de WW,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>Een krachtens artikel 16 van het U.R. niet aan de werknemer
maar aan de desbetreffende pensioenverzekeraar uit te betalen deel van de
uitkering WW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Als artikel 14 van de TW wordt toegepast, wordt bij de berekening
van de hoogte van de te verstrekken aanvulling uitgegaan van de toeslag zoals
deze werd verstrekt zonder toepassing van artikel 14 TW.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Aanvulling op het aan een ABB-er op grond van de CAO Bouwbedrijf of
CAO Uta bouwbedrijven te betalen deel van de kortdurende WW-uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een ABB-er die onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van
zijn arbeidsurenverlies, als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding met artikel
52a WW, werkzaam was onder de CAO Bouwbedrijf of CAO Uta bouwbedrijven en
die over een dag in de eerste 8 weken van de periode als bedoeld in artikel
52g WW op grond van de verplichte verzekering krachtens de WW recht heeft
op betaling van een uitkering, heeft, als hij zich daarvoor meldt, over die
dag jegens het fonds recht op betaling van een bedrag ter aanvul- ling van
het over die dag krachtens de WW aan hem te betalen bedrag, tenzij hij als
gevolg van wettelijke bepalingen geen voordeel heeft van deze aanvulling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De melding die in het eerste lid van dit artikel wordt genoemd,
dient binnen een termijn van 26 weken vanaf de eerste werkloosheidsdag plaats
te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Als voor het verstrijken van de termijn van 8 weken als bedoeld
in het eerste lid van dit artikel het recht op uitkering WW geheel wordt beëindigd
wegens het ontvangen van een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste lid,
onderdeel a, WW, wordt die termijn van 8 weken verlengd met de periode gelegen
tussen de eindiging en de herleving van het recht op uitkering WW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>Als een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste
lid, onderdeel a, WW niet wordt uitbetaald wegens een omstandigheid als genoemd
in artikel 19, tweede lid, WW, wordt het niet betalen daarvan voor de vaststelling
van de aanvullingstermijn gelijkgesteld met het ontvangen van die uitkering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De hoogte van de aanvullende betaling is gelijk aan 10/70ste
deel van het aan de ABB-er over de desbetreffende dag krachtens de WW uit
te betalen bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Onder „het krachtens de WW aan de ABB-er uit te betalen
bedrag" wordt voor de toepassing van dit artikel verstaan: Het krachtens artikel
33, eerste lid en de artikelen 34 tot en met 41 van de WW te betalen bedrag,
verminderd met een krachtens artikel 33, derde en vierde lid als vakantietoeslag
te reserveren en uit te betalen bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Als artikel 14 van de TW wordt toegepast, wordt bij de berekening
van de hoogte van de te verstrekken aanvulling uitgegaan van de toeslag zoals
deze werd verstrekt zonder toepassing van artikel 14 TW.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Aanvulling op het bij werkloosheid ten gevolge van buitengewone natuurlijke
omstandigheden aan werknemer te betalen deel van de WW-uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer of ABB-er die over een dag of een deel van die
dag in de eerste 8 weken van de periode als bedoeld in artikel 18, eerste
lid van de WW op grond van de verplichte verzekering krachtens de WW recht
heeft op betaling van een uitkering, heeft over die dag jegens het fonds recht
op betaling van een bedrag ter aanvulling van het over die dag krachtens de
WW aan hem te betalen bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als de werknemer uit het eerste lid voorafgaand aan zijn werkloosheid
werknemer was in de zin van de CAO Bouwbedrijf en werkloos is ten gevolge
van vorst, heeft hij naast de in het eerste lid bedoelde aanvullende betaling,
recht op een aanvullende betaling tot 100% van het loon bij werken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Op het in het eerste lid bepaalde is artikel 9, derde, vierde
en vijfde lid van overeenkomstige toepassing. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Op het in het derde lid bepaalde is artikel 9, vierde en vijfde
lid van overeenkomstige toepassing.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Aanvulling op het als vakantietoeslag te betalen deel van de WW-uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer die over een dag gelegen in de eerste 6 maanden
van de uitkeringsduur als bedoeld in artikel 42 WW op grond van de verplichte
verzekering krachtens de WW recht heeft op betaling van een vakantietoeslag,
heeft over die dag jegens het fonds recht op betaling van een bedrag ter aanvulling
van de hem te betalen vakantietoeslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een werknemer die onmiddellijk voorafgaand aan het intreden
van zijn arbeidsurenverlies, als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding met
artikel 52a WW, werknemer was in de zin van de CAO Uta bouwbedrijven en die
over een dag gelegen binnen de uitkeringsduur als bedoeld in artikel 52g WW
op grond van de verplichte verzekering krachtens de WW recht heeft op betaling
van een vakantietoeslag, heeft, als hij zich daarvoor meldt, over die dag
jegens het fonds recht op betaling van een bedrag ter aanvulling van de hem
te betalen vakantietoeslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De melding die in het tweede lid van dit artikel wordt genoemd,
dient binnen een termijn van 26 weken vanaf de eerste werkloosheidsdag plaats
te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De hoogte van de aanvullende vakantietoeslag is gelijk aan
30/70ste deel van de hem over de desbetreffende dag krachtens de WW uit te
betalen vakantietoeslag, verminderd met de hem eventueel over die dag krachtens
de TW uit te betalen vakantietoeslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Als voor het verstrijken van een termijn als bedoeld in het
eerste, tweede of derde lid van dit artikel het recht op uitkering WW geheel
wordt beëindigd wegens het ontvangen van een uitkering als bedoeld in
artikel 19, eerste lid, onderdeel a WW, wordt die termijn verlengd met de
periode gelegen tussen de eindiging en de herleving van het recht op uitkering
WW.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Als een uitkering als bedoeld in artikel 19, eerste
lid, onderdeel a, WW niet wordt uitbetaald wegens een omstandigheid als genoemd
in artikel 19, tweede lid, WW, wordt het niet betalen daarvan voor de vaststelling
van de aanvullingstermijn gelijkgesteld met het ontvangen van die uitkering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De aanvullende vakantietoeslag wordt gelijktijdig met de te
betalen vakantietoeslag uitbetaald aan de persoon waaraan de krachtens de
WW te betalen vakantietoeslag wordt uitbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Als artikel 14 van de TW wordt toegepast, wordt bij de berekening
van de hoogte van de te verstrekken aanvulling uitgegaan van de toeslag zoals
deze werd verstrekt zonder toepassing van artikel 14 TW.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Aanvulling op het als vakantiewaarde te betalen deel van de loongerelateerde
WW-uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer die over een dag in de periode als bedoeld in
artikel 18, eerste lid dan wel over een dag gelegen in de eerste 6 maanden
van de uitkeringsduur als bedoeld in artikel 42 WW op grond van de verplichte
verzekering krachtens de WW recht heeft op betaling van een deel van zijn
uitkering aan een vakantiefonds, heeft over die dag jegens het fonds recht
op betaling van een bedrag aan dat vakantiefonds, ter aanvulling van het krachtens
de WW te betalen bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werknemer bedoeld in het eerste lid heeft jegens het fonds
geen recht op betaling van een bedrag aan het vakantiefonds als op hem onmiddellijk
voorafgaand aan het intreden van zijn verlies van arbeidsuren, als bedoeld
in artikel 16 WW, de CAO Bouw- bedrijf van toepassing was en hij over een
dag als bedoeld in het eerste lid recht heeft op een toeslag op grond van
de TW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De hoogte van deze aanvullende betaling is gelijk aan 30/70ste
deel van het over de desbetreffende dag krachtens de WW ten gunste van de
werknemer aan het vakantiefonds te betalen bedrag, verminderd met de hem eventueel
over die dag krachtens de TW uit te betalen vakantietoeslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De aanvullende betaling wordt gelijktijdig met het krachtens
de WW te betalen bedrag uitbetaald aan het vakantiefonds waaraan dat bedrag
wordt uitbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Als artikel 14 van de TW wordt toegepast, wordt bij de berekening
van de hoogte van de te verstrekken aanvulling uitgegaan van de toeslag zoals
deze werd verstrekt zonder toepassing van artikel 14 TW. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Betaling aan een vakantiefonds tijdens de kortdurende uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer die over een dag in de periode als bedoeld in
artikel 52g WW op grond van de verplichte verzekering krachtens de WW recht
heeft op betaling van die uitkering en op wie onmiddellijkvoorafgaand aan
het intreden van zijn arbeidsurenverlies, als bedoeld in artikel 16 WW in
verbinding met artikel 52a WW, de CAO Bouwbedrijf van toepassing was, en voor
wie de werkgever op grond van de CAO betalingen aan een vakantiefonds verrichtte,
heeft over die dag jegens het fonds recht op betaling van een bedrag aan dat
vakantiefonds.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een werknemer op wie onmiddellijk voorafgaand aan het intreden
van zijn verlies van arbeidsuren, als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding
met artikel 52a WW, de CAO Bouwbedrijf van toepassing was, heeft over een
dag als bedoeld in het eerste lid jegens het fonds geen recht op betaling
van een bedrag aan het vakantiefonds als hij over die dag recht heeft op een
toeslag op grond van de TW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een werknemer op wie onmiddellijk voorafgaand aan het intreden
van zijn verlies van arbeidsuren, als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding
met artikel 52a WW, de CAO Bouwbedrijf van toepassing was, dient zich voor
de aanvulling te melden. De melding dient binnen een termijn van 26 weken
vanaf de eerste werkloosheidsdag plaats te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een werknemer heeft jegens het fonds geen recht op de in het
eerste lid bedoelde betaling van een bedrag aan het vakantiefonds als tegelijkertijd
recht bestaat op één of meer uitkeringen op grond van hoofdstuk
IIa van de WW en één of meer uitkeringen op grond van hoofdstuk
IIb van de WW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De hoogte van de betaling aan het vakantiefonds is gelijk aan
100/70ste deel van het bedrag dat over de desbetreffende dag krachtens de
WW ten gunste van de werknemer aan het vakantiefonds betaald zou zijn, als
hij recht gehad zou hebben op een loongerelateerde uitkering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Op de betaling bedoeld in het vierde lid worden in mindering
gebracht de aan de werknemer over de betreffende dag krachtens de WW en de
TW uit te betalen vakantietoeslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De betaling aan het vakantiefonds wordt gedaan op het moment
dat het krachtens de WW te betalen bedrag aan het vakantiefonds zou zijn betaald
als werknemer recht gehad zou hebben op een loongerelateerde uit- kering. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Aanvulling op het als pensioenpremie te betalen deel van de loongerelateerde
WW-uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer die over een dag in de periode als bedoeld in
artikel 18, eerste lid dan wel over een dag gelegen in de eerste 6 maanden
van de uitkeringsduur als bedoeld in artikel 42 WW, op grond van de verplichte
verzekering krachtens de WW recht heeft op uitkering, heeft over die dag jegens
het fonds recht op betaling van een bedrag aan een pensioenverzekeraar, eventueel
ter aanvulling van het krachtens de WW aan een pensioenverzekeraar te betalen
bedrag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van deze aanvullende betaling is gelijk aan de som
van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>30/70ste deel van het over de betreffende dag krachtens de
WW ten gunste van werknemer aan de pensioenverzekeraar te betalen bedrag en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>het, met een breuk te vermenigvuldigen, werkgeversdeel van
de pensioenpremie, welke begrepen is in het bedrag dat bij het ontstaan van
het recht op WW-uitkering als dagloon zou zijn berekend, als dit werkgeversdeel
van de pensioenpremie loon zou zijn voor de berekening van het WW-dagloon
en artikel 9, eerste lid en artikel 9, negende lid van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering niet zouden zijn toegepast. De teller van de breuk wordt
gevormd door een bedrag ter grootte van de over die dag in feite aan werknemer
toekomende WW-uitkering. De noemer van de breuk wordt gevormd door een bedrag
ter grootte van 70% van het bedrag dat bij het ontstaan van het recht op WW-uitkering
als dagloon zou zijn berekend, indien artikel 9, eerste lid en artikel 9,
negende lid van de Coördinatiewet Sociale Verzekering niet zouden zijn
toegepast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Als het dagloon waarnaar de uitkering krachtens de WW waarbij
de aanvulling wordt verstrekt is vastgesteld met toepassing van artikel 11,
derde, vierde of vijfde lid van het Bijzonder Dagloonbesluit IWS Bouwnijverheid,
is de hoogte van deze aanvullende betaling voor zover nodig in afwijking van
het vermelde in het tweede lid gelijk aan de som van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>30/70ste deel van het over de betreffende dag krachtens de
WW ten gunste van werknemer aan de pensioenverzekeraar te betalen bedrag en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>het, met een breuk te vermenigvuldigen, werkgeversdeel van
de pensioenpremie, welke begrepen is in het bedrag dat bij het ontstaan van
het recht op WW-uitkering als secundair dagloon zou zijn berekend, als dit
werkgeversdeel van de pensioenpremie loon zou zijn voor de berekening van
het WW-dagloon en artikel 9, eerste lid en artikel 9, negende lid van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering niet zouden zijn toegepast. De teller van de breuk wordt
gevormd door een bedrag ter grootte van de over die dag in feite aan werknemer
toekomende WW-uitkering. De noe mer van de breuk wordt gevormd door een bedrag
ter grootte van 70% van het bedrag dat bij het ontstaan van het primaire recht
op WW-uitkering als primair dagloon zou zijn berekend, als artikel 9, eerste
lid en artikel 9, negende lid van de Coördinatiewet Sociale Verzekering
niet zouden zijn toegepast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Als het dagloon, waarnaar een werkloosheidsuitkering is berekend
krachtens het bepaalde in artikel 14, eerste en tweede lid van de Dagloonregels
Invoeringswet Stelselherziening sociale zekerheid is afgeleid van het dagloon
voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, bedraagt deze aanvullende
betaling in afwijking van het vermelde in het tweede lid en derde lid, het
bedrag aan pensioenpremie welke begrepen is in het bedrag dat bij het ontstaan
van het recht op WW-uitkering als dagloon zou zijn berekend als het werknemers-
en het werkgeversdeel van de pensioenpremie loon zouden zijn voor de berekening
van het dagloon voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel
9, eerste lid en artikel 9, negende lid van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering niet zouden zijn toegepast, vermenigvuldigd met een breuk. De
teller van de breuk wordt gevormd door een bedrag ter grootte van de over
die dag in feite aan werknemer toekomende WW-uitkering. De noemer van de breuk
wordt gevormd door een bedrag ter grootte van 70% van het bedrag dat bij het
ontstaan van het recht op WW-uitkering als dagloon zou zijn berekend, als
artikel 9, eerste lid en artikel 9, negende lid van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering niet zouden zijn toegepast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een werknemer heeft geen recht op de in het eerste lid van
dit artikel bedoelde betaling vanuit het fonds, als tijdens werkloosheid sprake
is van een recht op pensioenopbouw via het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De aanvullende pensioenpremiebetaling wordt gelijktijdig met
het krachtens de WW te betalen bedrag uitbetaald aan de pensioenverzekeraar
waaraan dat bedrag wordt uitbetaald.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Betaling aan een pensioenverzekeraar tijdens de kortdurende uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer die over een dag in de periode als bedoeld in
artikel 52g WW op grond van de verplichte verzekering krachtens de WW recht
heeft op betaling van die uitkering en op wie onmiddellijk voorafgaand aan
het intreden van zijn arbeidsurenverlies, als bedoeld in artikel 16 WW in
verbinding met 52a WW, de CAO Bouwbedrijf of de CAO Uta bouwbedrijven van
toepassing was, heeft over die dag jegens het fonds recht op betaling van
een bedrag aan een pensioenverzekeraar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een werknemer op wie onmiddellijk voorafgaande aan het intreden
van zijn verlies van arbeidsuren, als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding
met artikel 52a WW, de CAO Bouwbedrijf of de CAO Uta bouwbedrijven van toepassing
was, dient zich voor de aanvulling te melden. De melding dient binnen een
termijn van 26 weken vanaf de eerste werkloosheidsdag plaats te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De hoogte van de betaling aan de pensioenverzekeraar is gelijk
aan de hoogte van de betaling die zou zijn vastgesteld als de werknemer bedoeld
in het eerste lid recht zou hebben gehad op een loongerelateerde uitkering
en artikel 18 op hem van toepassing zou zijn geweest, vermeerderd met het
deel dat krachtens de WW aan de pensioenverzekeraar zou zijn betaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De betaling aan de pensioenverzekeraar wordt gedaan op het
moment dat het krachtens de WW te betalen bedrag aan de pensioenverzekeraar
zou zijn betaald als artikel 18 van toepassing zou zijn.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Betaling van invaliditeitspensioenpremie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werknemer op wie vóór de na 25 januari
1993 ingetreden werkloosheid de CAO Bouwbedrijf van toepassing is geweest
en voor wie over een dag gelegen in het eerste jaar van aaneengesloten werkloosheid,
te rekenen vanaf de eerste dag van werkloosheid, een deel van de uitkering
WW als werknemersaandeel in de invaliditeitspensioenpremie betaald wordt aan
de desbetreffende pensioenverzekeraar heeft over die dag jegens het fonds
recht op betaling van een bedrag aan de desbetreffende pensioenverzekeraar,
ter aanvulling van het deel van de uitkering WW dat als werknemersaandeel
in de invaliditeitspensioenpremie betaald wordt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van de in het eerste lid bedoelde aanvullende betaling
wordt berekend overeenkomstig de berekening van het werkgeversaandeel in de
invaliditeitspensioenpremie volgens de CAO Bouwbedrijf, waarbij onder premieloon
SV wordt verstaan de uitkering WW waarnaar premie ingevolge de WW wordt geheven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De aanvullende betaling wordt gelijktijdig met het deel van
de uitkering WW dat als werknemersaandeel in de invaliditeitspensioenpremie
betaald wordt, uitbetaald aan de desbetreffende pensioenverzekeraar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Als in het jaar als bedoeld in het eerste lid recht ontstaat
op vervolguitkering WW wegens het bereiken van de maximum uitkeringsduur als
bedoeld in artikel 42 WW, heeft de werknemer gedurende het restant van het
jaar als bedoeld in het eerste lid over iedere dag dat recht bestaat op betaling
van vervolguitkering WW, gebaseerd op het voor de werknemer geldende minimumloon,
jegens het fonds recht op betaling van een bedrag aan de desbetreffende pensioenverzekeraar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een werknemer op wie laatstelijk voor het ontstaan van het
recht op kortdurende uitkering WW de CAO Bouwbedrijf van toepassing was, heeft
gedurende de periode als bedoeld in artikel 52g WW over iedere dag dat recht
bestaat op betaling van kortdurende uitkering jegens het fonds recht op betaling
van een bedrag aan de desbetreffende pensioenverzekeraar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De hoogte van de in het vierde en vijfde lid bedoelde betaling
is gelijk aan de som van het werknemersaandeel en het werkgeversaandeel in
de invaliditeitspensioenpremie. Het werknemersaandeel en het werkgeversaandeel
in de invaliditeitspensioenpremie worden berekend overeenkomstig de berekening
van het werknemersaandeel en het werkgeversaandeel in de invaliditeitspensioenpremie
volgens de CAO Bouwbedrijf waarbij onder premieloon SV wordt verstaan de uitkering
WW waarnaar premie ingevolge de WW wordt geheven en onder premieloon voor
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering de uitkering WW waarnaar premie
ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt geheven.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Aanvullingen op reïntegratie-uitkeringen op grond van de Wet REA</titel>
    </artkop>
    <al>De artikelen 9 tot en met 11, 13 en 15 tot en met 20 zijn van overeenkomstige
toepassing voor een werknemer of ABB-er die op grond van de Wet REA recht
heeft op een reïntegratieuitkering. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 4 Overige bepalingen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Betaling van de uitkering via de werkgever</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur kan toestaan dat de betaling van de aanvulling
als bedoeld in artikel 14 van dit reglement door tussenkomst van de werkgever
plaatsvindt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever aan wie het bestuur heeft toegestaan dat de betaling
van de uitkering door zijn tussenkomst geschiedt, is verplicht, ten genoegen
van het bestuur, een overeenkomstig de daaraan door het bestuur gestelde eisen
ingerichte administratie aan te houden van de perioden gedurende welke de
werknemer op grond van de omstandigheden als bedoeld in artikel 18 WW niet
heeft gewerkt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Als de werkgever aan wie de in het eerste lid bedoelde toestemming
is verleend, de in het tweede lid omschreven verplichtingen niet of niet volledig
nakomt, kan het bestuur besluiten om de betalingen die de werkgever als voorschot
op de aanvulling aan de werknemer of werknemers heeft gedaan, geheel of gedeeltelijk
niet te vergoeden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Als en voorzover zodanige betalingen naar het oordeel van het
bestuur ten onrechte zijn vergoed omdat de werkgever niet of niet volledig
heeft voldaan aan de in het tweede lid van dit artikel bedoelde verplichtingen,
kan het bestuur besluiten om deze vergoeding geheel of gedeeltelijk terug
te vorderen. De werkgever is dan verplicht binnen een door het bestuur vast
te stellen termijn aan deze vordering te voldoen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur kan naast en boven het in het derde en vierde lid
bepaalde beslissen dat, ingeval de werkgever de juistheid van de ingediende
declaratiestaat niet aantoont, deze een boete aan het fonds verschuldigd is.
De boeten die door het bestuur kunnen worden opgelegd, zijn:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>bij opzet en grove schuld van de werkgever geldt bij
een eerste verzuim een boete van 25% van het betrokken bedrag; bij een tweede
verzuim 50% van het betrokken bedrag en bij een derde en volgende verzuim
100% van het betrokken bedrag, en bij ernstige en omvangrijke fraude van de
werkgever geldt bij een eerste verzuim en bij volgende verzuimen een boete
van 100% van het betrokken bedrag. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Verstrekken van inlichtingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever en de werknemer zijn verplicht aan het bestuur
en aan degene die door het bestuur schriftelijk tot het inwinnen van inlichtingen
is gemachtigd inzage te verlenen in alle bescheiden en voorts alle overige
inlichtingen te verschaffen die worden gevraagd voor de uitvoering van het
bepaalde in de statuten van het fonds en in dit reglement.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Degene die bij de uitvoering van het bepaalde in de statuten
van het fonds of in dit reglement kennis neemt van enig gegeven waarvan hij
het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, is daarover tegenover derden tot
geheimhouding verplicht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Voorschriften</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften vast te stellen die nodig
zijn voor een verantwoorde uitvoering, mits deze voorschriften in overeenstemming
zijn met de bepalingen in de statuten van het fonds en in dit reglement.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
      <titel>Analoge toepassing van WW-bepalingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bepaalde in de artikelen 30, 32, 33, 38, 39, 39a en 40
van de WW is van overeenkomstige toepassing op de bepalingen van dit reglement.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet als en voorzover
in dit reglement uitdrukkelijk anders is bepaald.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 22</nr>
      <titel>Terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Betalingen die op grond van dit reglement onverschuldigd zijn
gedaan, worden teruggevorderd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het bestuur
besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 23</nr>
      <titel>Bijzondere gevallen</titel>
    </artkop>
    <al>Als de bepalingen in dit reglement in individuele gevallen of in categorieën
van gevallen leiden tot niet voorziene of onbedoelde gevolgen kan het bestuur
een afwijkende beslissing nemen die tegemoet komt aan de bedoelingen van de
aanvullingsregeling.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 24</nr>
      <titel>Intern beroep</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als een werkgever of werknemer zich niet kan verenigen met
een beslissing die hem betreft, kan hij zich tot het bestuur wenden met het
verzoek terug te komen op een beslissing op grond van dit reglement.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Aan de werkgever of werknemer wordt desgevraagd schriftelijk
kennis gegeven van een beslissing van het bestuur op grond van dit reglement
die hem betreft.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid is gedagtekend
en vermeldt de gronden waarop de beslissing berust.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 25</nr>
      <titel>Citeertitel</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement kan worden aangehaald als het Aanvullingsreglement verstrekking
WW-aanvullingen Bouwbedrijf (AR-WW Bouw).</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 26</nr>
      <titel>Inwerkingtreding</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement wordt geacht in werking te zijn getreden op 1 januari
2000. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">AANVULLINGSREGLEMENT VERSTREKKING EINDEJAARSUITKERING
WAO BOUWNIJVERHEID (AR-WAO BOUWNIJVERHEID)</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Reglement van de Stichting Aanvullingsfonds WW
voor de Bouwnijverheid</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">VASTGESTELD OP 15 JUNI 1993</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">LAATSTELIJK GEWIJZIGD DOOR HET BESTUUR VAN DE
STICHTING AANVULLINGSFONDS WW VOOR DE BOUWNIJVERHEID BIJ BESLUIT VAN 10 JUNI
1997</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 1 Algemeen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het fonds: de Stichting Aanvullingsfonds WW voor de Bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>de statuten: de statuten van het fonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>het bestuur: het bestuur van het fonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>het premieloon: het loonbedrag per werknemer per kalenderjaar
waarover krachtens de Werkloosheidswet premie wordt geheven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>eindejaarsuitkering: jaarlijkse betaling van een bedrag aan
WAO-uitkeringsgerechtigden op wie bij werken een CAO in de zin van dit reglement
van toepassing zou zijn geweest;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>CAO: een collectieve arbeidsovereenkomst als genoemd in artikel
2 van de statuten waarin is opgenomen de betaling door het fonds van een eindejaarsuitkering;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>g.</nr>
      <al>de werkgever: de werkgever als bedoeld in de CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>h.</nr>
      <al>de werknemer:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>degene die werknemer is in de zin van de CAO, dan wel</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>degene die direct voorafgaand aan zijn arbeidsongeschiktheid
werknemer was in de zin van de CAO, dan wel</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>degene wiens arbeidsongeschiktheid is ingetreden in de
eerste zes maanden van de uitkeringsduur als bedoeld in artikel 42 WW, dan
wel in de periode als bedoeld in artikel 52g WW en die direct voorafgaand
aan zijn werkloosheid werknemer was in de zin van de CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>i.</nr>
      <al>de WAO: de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering; </al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 2 Financiering</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>De bijdrage</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is aan het fonds jaarlijks, dan wel over een volgens
de CAO voorgeschreven periode, een bijdrage verschuldigd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van de bijdrage wordt, na overleg met partijen bij
de desbetreffende CAO, door het bestuur vastgesteld en uitgedrukt in een percentage
van het premieloon. Bij de vaststelling van dit percentage houdt het bestuur
rekening met het overschot of het tekort volgens de balans met betrekking
tot de eindejaarsuitkering van de desbetreffende CAO over het voorafgaande
kalenderjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bijdragepercentage wordt gepubliceerd in de Nederlandse
Staatscourant.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Loonopgave</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is verplicht jaarlijks de loongegevens te verstrekken die
noodzakelijk zijn voor de heffing van de bijdrage. Als de werkgever in gebreke
blijft deze loongegevens te verstrekken wordt de heffingsgrondslag ambtshalve
vastgesteld.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Heffing</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De bijdrage dient bij voorschot te worden voldaan over elk
loonbetalingstijdvak of na iedere periode van vier weken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De betaling van de eventueel nog resterende bijdrage dient
plaats te vinden na ontvangst van de zogenaamde verzamelnota.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Als blijkt dat minder bijdrage is geheven dan door de werkgever
is verschuldigd wordt het verschil nagevorderd. Teveel geheven bijdrage wordt
aan de werkgever terugbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht medewerking te verlenen aan een controle
op de juistheid van de verstrekte loongegevens. Daartoe dient de werkgever
inzage te verlenen in de onderdelen van zijn administratie die voor deze controle
nodig worden geacht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Invordering</titel>
    </artkop>
    <al>Als een werkgever in gebreke blijft de verschuldigde bijdrage te betalen
zal zo nodig tot gerechtelijke invordering worden overgegaan.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Rentebepaling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als de betaling van het in artikel 4, eerste lid, bedoelde
voorschot niet binnen veertien dagen na afloop van de in dat lid bedoelde
termijn heeft plaatsgevonden, is de werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als de betaling van de in artikel 4, tweede lid bedoelde bijdrage
niet binnen veertien dagen na de datum van ontvangst van de verzamelnota heeft
plaatsgevonden, is de werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim rente te
vorderen over de achterstallige betalingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De in het vorige lid van dit artikel bedoelde rente is gelijk
aan de wettelijke rente.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd van invordering van rente geheel of
gedeeltelijk af te zien.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 3 Rechten</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Werkingssfeer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer die zijn WAO-uitkering ontvangt van een andere
uitvoeringsinstelling dan de SFB Uitvoeringsorganisatie N.V. te Amsterdam,
heeft, met inachtneming van het bepaalde in de volgende artikelen, recht op
een eindejaarsuitkering als:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>in de desbetreffende CAO geformaliseerd is dat de eindejaarsuitkeringsregeling
ook van toepassing is op bedoelde werknemers, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de extra kosten die verbonden zijn aan de bijdrageheffing en
de uitkeringsverzorging voor bedoelde werknemers voor rekening komen van werkgevers
en werknemers op wie de desbetreffende CAO van toepassing is, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in de CAO een bijdrageplicht voor de werkgevers van bedoelde
werknemers is opgenomen, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>in de CAO een meldings- en informatieplicht voor bedoelde werknemers
is opgenomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als partijen bij een andere CAO dan genoemd in artikel 2 van
de statuten de betaling van eindejaarsuitkeringen vanuit het fonds willen
regelen, dienen zij een verzoek daartoe bij het bestuur in te dienen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>De eindejaarsuitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een werknemer die op 1 december van het kalenderjaar waarin
de eindejaarsuitkering betaalbaar wordt gesteld, een WAO-uitkering ontvangt,
heeft recht op een eindejaarsuitkering, tenzij hij is ingedeeld in één
van de twee laagste arbeidsongeschiktheidsklassen enøf artikel 22 WAO
van toepassing is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Naast het bepaalde in het eerste lid, geldt voor een werknemer
die bij werken werkzaam was onder de CAO voor het Natuursteenbedrijf, dat
hij geen recht op een eindejaarsuitkering heeft als hij op 1 december van
het desbetreffende kalenderjaar op grond van genoemde CAO in aanmerking komt
voor een maandelijkse aanvulling op zijn WAO-uitkering tot een bepaald percentage
van het geldende WAO-dagloon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Naast het bepaalde in het eerste lid, geldt voor een werknemer
die bij werken werkzaam was onder de CAO voor het Stukadoors-, Afbouw- en
Terrazzobedrijf, dat hij geen recht op een eindejaarsuitkering heeft als hij
naast zijn WAO-uitkering inkomsten uit arbeid geniet enøf een uitkering
wegens vrijwillig vervroegde uittreding ontvangt. Is de werknemer op 1 december
van het desbetreffende kalenderjaar ongeschikt tot het verrichten van zijn
arbeid, dan is de situatie voorafgaand aan die ongeschiktheid van toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, geldt voor
een werknemer die bij werken werkzaam was onder de CAO voor het Bouwbedrijf
dat hij in het kalenderjaar waarin de eindejaarsuitkering betaalbaar wordt
gesteld, een WAO-uitkering dient te (hebben) ontvangen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De hoogte van de eindejaarsuitkering wordt bepaald door de
arbeidsongeschiktheidsklasse waarin de werknemer is ingedeeld op 1 december
van het kalenderjaar waarin de eindejaarsuitkering betaalbaar wordt gesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Naast het bepaalde in het vijfde lid, geldt voor een werknemer
die bij werken werkzaam was onder de CAO voor het Natuursteenbedrijf het volgende.
Als de werknemer in de twaalf maanden voorafgaande aan 1 december van het
desbetreffende kalenderjaar gedurende één of meer maanden op
grond van genoemde CAO een maandelijkse aanvulling op zijn WAOuitkering heeft
ontvangen, worden de bedragen die genoemd worden in de CAO uitbetaald naar
rato van het aantal maanden waarover werknemer geen maandelijkse aanvulling
heeft ontvangen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid, geldt voor
een werknemer die bij werken werkzaam was onder de CAO voor het Bouwbedrijf
het volgende. Als de WAO-uitkering slechts een gedeelte van het desbetreffende
kalenderjaar wordt ontvangen, heeft de werknemer recht op een evenredig deel
van de eindejaarsuitkering. Gedeeltelijk arbeidsongeschikten ontvangen een
eindejaarsuitkering afhankelijk van de arbeidsongeschiktheidsklasse die in
dat jaar het laatst van toepassing was. Als in het desbetreffende kalenderjaar
voorafgaand aan een indeling op 1 december in één van de twee
laagste arbeidsongeschikt heidsklassen een hogere klasse van toepassing was,
heeft werknemer recht op een eindejaarsuitkering die afhankelijk is van de
laatst van toepassing zijnde hogere klasse en de periode waarover hij op basis
van een hogere klasse een WAO-uitkering ontving.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De eindejaarsuitkering wordt in de maand december betaalbaar
gesteld.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 4 Overige bepalingen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Verstrekken van inlichtingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever en de werknemer zijn verplicht aan het bestuur
en aan degene die door het bestuur schriftelijk tot het inwinnen van inlichtingen
is gemachtigd inzage te verlenen in alle bescheiden en voorts alle overige
inlichtingen te verschaffen die worden gevraagd ten behoeve van de uitvoering
van het bepaalde in de statuten van het fonds en in dit reglement. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Degene die bij de uitvoering van het bepaalde in de statuten
van het fonds of in dit reglement kennis neemt van enig gegeven waarvan hij
het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, is daarover tegenover derden tot
geheimhouding verplicht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Voorschriften</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften vast te stellen die nodig
zijn voor een verantwoorde uitvoering, mits deze voorschriften in overeenstemming
zijn met de bepalingen in de statuten van het fonds en in dit reglement.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Betalingen die op grond van dit reglement onverschuldigd zijn
gedaan, worden teruggevorderd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het bestuur
besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Bijzondere gevallen</titel>
    </artkop>
    <al>Als de bepalingen in dit reglement in individuele gevallen of in categorieën
van gevallen leiden tot niet voorziene of onbedoelde gevolgen kan het bestuur
een afwijkende beslissing nemen die tegemoet komt aan de bedoelingen van de
aanvullingsregeling.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Intern beroep</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als een werkgever of werknemer zich niet kan verenigen met
een beslissing die hem betreft, kan hij zich tot het bestuur wenden met het
verzoek terug te komen op een beslissing op grond van dit reglement.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Aan de werkgever of werknemer wordt desgevraagd schriftelijk
kennis gegeven van een beslissing van het bestuur op grond van dit reglement
die hem betreft.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid is gedagtekend
en vermeldt de gronden waarop de beslissing berust.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Citeertitel</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement kan worden aangehaald als het Aanvullingsreglement verstrekking
eindejaarsuitkering WAO Bouwnijverheid (AR-WAO Bouwnijverheid). </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">AANVULLINGSREGLEMENT VERSTREKKINGEN AAN ZIEKE
WERKLOZEN (AR-ZW)</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Reglement van de Stichting Aanvullingsfonds WW
voor de Bouwnijverheid</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">VASTGESTELD OP 13 DECEMBER 1994</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">LAATSTELIJK GEWIJZIGD DOOR HET BESTUUR VAN DE
STICHTING AANVULLINGSFONDS WW VOOR DE BOUWNIJVERHEID BIJ BESLUIT VAN 10 JUNI
1997</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 1 Algemeen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het fonds: de Stichting Aanvullingsfonds WW voor de Bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>de statuten: de statuten van het fonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>het bestuur: het bestuur van het fonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>CAO: Collectieve Arbeidsovereenkomst;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>CAO Bouwbedrijf: CAO voor het Bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>CAO Uta bouwbedrijven: CAO voor het uitvoerend, technisch en
administratief personeel in de bouwbedrijven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>g.</nr>
      <al>CAO Stukadoorsbedrijf: Landelijke CAO voor het Stukadoors-,
Afbouw- en Terrazzobedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>h.</nr>
      <al>CAO Natuursteenbedrijf: Landelijke CAO voor het Natuursteenbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>i.</nr>
      <al>CAO Mortel: CAO voor de Mortel- en Morteltransportondernemingen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>j.</nr>
      <al>premieloon: het loonbedrag per werknemer per kalenderjaar waarover
op grond van de WW premie wordt geheven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>k.</nr>
      <al>de werkgever: de werkgever als bedoeld in artikel 2 van de
statuten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>l.</nr>
      <al>de werknemer: de werknemer als bedoeld in artikel 2 van de
statuten en degene die op de eerste dag van ongeschiktheid tot werken in de
zin van de Ziektewet of laatstelijk voordat er krachtens artikel 17, 18 of
52b WW voor hem een recht op uitkering ontstond, werknemer was in de zin van
artikel 2 van de statuten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>m.</nr>
      <al>zieke werkloze: de werknemer die een uitkering krachtens de
Ziektewet ontvangt of uitsluitend op grond van het bepaalde in artikel 29,
tweede lid, onderdeel b of c, ZW over de eerste twee dagen van ongeschiktheid
tot werken geen uitkering ontvangt, en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>op de dag van het ontstaan van zijn ongeschiktheid tot werken
als werknemer werd beschouwd op grond van het bepaalde in artikel 7 ZW en
wiens ongeschiktheid tot werken is ingetreden tijdens de periode, bedoeld
in artikel 18, eerste lid, dan wel in de eerste 6 maanden van de uitkerings-
duur als bedoeld in artikel 42 WW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>op de dag van het ontstaan van zijn ongeschikt- heid tot werken
als werknemer werd beschouwd op grond van het bepaalde in artikel 7 ZW en
wiens ongeschiktheid tot werken is ingetreden tijdens de periode, bedoeld
in artikel 52g WW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>gedurende een dienstbetrekking als bedoeld in artikel 3 ZW
wegens ziekte ongeschikt is geworden tot het verrichten van zijn arbeid en
wiens dienstbetrekking is geëindigd binnen het loondoorbetalingstijdvak
van 52 weken, bedoeld in artikel 7:629, eerste lid, Burgerlijk Wetboek.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4.</nr>
      <al>wegens ziekte ongeschikt is geworden tot het verrichten van
zijn arbeid op de dag met ingang waarvan zijn dienstbetrekking is geëindigd,
op grond van het bepaalde in artikel 46 ZW aanspraak op ziekengeld heeft en
op de dag met ingang waarvan zijn dienstbetrekking is geëindigd, recht
zou hebben gehad op een uitkering krachtens de WW als hij niet arbeidsongeschikt
was geworden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>n.</nr>
      <al>vakantietoeslag: de vakantiebijslag, bedoeld in artikel 11
AD-ZW en de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 10 TW;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>o.</nr>
      <al>vakantiefonds: één van de hierna vermelde stichtingen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Stichting Vacantiefonds voor de Bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Stichting Vacantiefonds Schildersbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>Stichting Vacantiefonds Baggerbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>p.</nr>
      <al>pensioenpremie: de betaling ter voortzetting van de pensioenopbouw
bij het pensioenfonds waarbij de werknemer was aangesloten, conform het daarover
bepaalde bij of krachtens de laatstelijk op de werknemer van toepassing zijnde
CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>q.</nr>
      <al>de WW: de Werkloosheidswet;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>r.</nr>
      <al>de ZW: de Ziektewet;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>s.</nr>
      <al>de TW: de Toeslagenwet;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>t.</nr>
      <al>de CSV: de Coördinatiewet Sociale Verzekering;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>u.</nr>
      <al>de IWS: de Invoeringswet Stelselherziening sociale zekerheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>v.</nr>
      <al>de AD-ZW: de Algemene Dagloonregelen Ziektewet.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 2 Financiering</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Bijdrage</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is aan het fonds jaarlijks een bijdrage verschuldigd,
tenzij in de desbetreffende CAO anders is overeengekomen en naar genoegen
van het bestuur op een andere wijze in de financiering is voorzien.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van de bijdrage wordt jaarlijks door het bestuur
vastgesteld en uitgedrukt in een percentage van het premieloon. Bij de vaststelling
van dit percentage voor enig kalenderjaar houdt het bestuur rekening met het
overschot of het tekort volgens de balans over het voorafgaande kalenderjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bijdragepercentage wordt gepubliceerd in de Nederlandse
Staatscourant.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Loonopgave</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is verplicht jaarlijks de loongegevens te verstrekken die
noodzakelijk zijn voor de heffing van de bijdragen. Als de werkgever in gebreke
blijft deze loongegevens te verstrekken, wordt de heffingsgrondslag ambtshalve
vastgesteld.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Heffing bijdrage</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De bijdrage dient bij voorschot te worden voldaan over elk
loonbetalingstijdvak of na iedere periode van vier weken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De betaling van de eventueel nog resterende bijdrage dient
plaats te vinden na ontvangst van de zogenaamde verzamelnota.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Als blijkt dat minder bijdrage is geheven dan door de werkgever
is verschuldigd, wordt het verschil nagevorderd. Teveel geheven bijdrage wordt
aan de werkgever terugbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht medewerking te verlenen aan een controle
op de juistheid van de verstrekte loongegevens. Daartoe dient de werkgever
inzage te verlenen in de onderdelen van zijn administratie die voor deze controle
nodig worden geacht. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Invordering bijdrage</titel>
    </artkop>
    <al>Als een werkgever in gebreke blijft de verschuldigde bijdragen te betalen,
zal zo nodig tot gerechtelijke invordering worden overgegaan.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Rentebepaling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als de betaling van het in artikel 4, eerste lid, bedoelde
voorschot niet binnen veertien dagen na afloop van de in dat lid bedoelde
termijn heeft plaatsgevonden, is de werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als de betaling van de in artikel 3, tweede lid bedoelde bijdrage
niet binnen veertien dagen na de datum van ontvangst van de verzamelnota heeft
plaatsgevonden, is de werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim rente te
vorderen over de achterstallige betalingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De in het derde lid van dit artikel bedoelde rente is gelijk
aan de wettelijke rente.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd van invordering van rente geheel of
gedeeltelijk af te zien.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Werkingssfeer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een zieke werkloze die zijn uitkering ZW ontvangt van een andere
uitvoeringsinstelling dan de SFB Uitvoeringsorganisatie N.V. te Amsterdam,
heeft, met inachtneming van het bepaalde in de volgende artikelen, recht op
een aanvulling als:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>in de desbetreffende CAO geformaliseerd is dat de aanvullingsregeling
ook van toepassing is op bedoelde zieke werkloze, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de extra kosten die verbonden zijn aan de bijdrageheffing en
de uitkeringsverzorging voor bedoelde werknemers voor rekening komen van werkgevers
en werknemers op wie de desbetreffende CAO van toepassing is, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in de CAO een bijdrageplicht voor de werkgevers van bedoelde
werknemers is opgenomen, èn</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>in de CAO een meldings- en informatieplicht voor bedoelde zieke
werkloze is opgenomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als partijen bij een andere CAO dan genoemd in artikel 2 van
de statuten het doen van verstrekkingen aan zieke werklozen vanuit het fonds
willen regelen, dienen zij een verzoek daartoe bij het bestuur in te dienen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Aanvulling op ZW-uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 1,
heeft vanaf de 16e dag na aanvang van de ongeschiktheid tot het verrichten
van arbeid wegens ziekte – zaterdagen en zondagen niet meegerekend jegens
het fonds recht op betaling van een aanvulling van 30/70ste van het bedrag
dat als ziekengeld wordt uitbetaald, nadat op dat bedrag de vakantietoeslagcomponent
in mindering is gebracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 2,
die onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies,
bedoeld in artikel 16 WW in verbinding met artikel 52a WW, werkzaam was onder
de CAO Bouwbedrijf, CAO Uta bouwbedrijven, CAO Natuursteenbedrijf of CAO Mortel,
heeft, als hij zich daarvoor meldt, vanaf de 16e dag na aanvang van de ongeschiktheid
tot het verrichten van arbeid wegens ziekte – zaterdagen en zondagen
niet meegerekend – jegens het fonds recht op betaling van een aanvulling
van 30/70ste van het bedrag dat als ziekengeld wordt uitbetaald, nadat op
dat bedrag de vakantietoeslagcomponent in mindering is gebracht, tenzij hij
als gevolg van wettelijke bepalingen geen voordeel heeft van deze aanvulling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 2,
die onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies,
bedoeld in artikel 16 WW in verbinding met artikel 52a WW, werkzaam was onder
de CAO Stukadoorsbedrijf, heeft vanaf de 16e dag na aanvang van de ongeschiktheid
tot het verrichten van arbeid wegens ziekte – zaterdagen en zondagen
niet meegerekend – jegens het fonds recht op betaling van een aanvulling
van 30/70ste van het bedrag dat als ziekengeld wordt uitbetaald, nadat op
dat bedrag de vakantietoeslagcomponent in mindering is gebracht, tenzij hij
als gevolg van wettelijke bepalingen geen voordeel heeft van deze aanvulling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 3,
heeft vanaf de dag met ingang waarvan de dienstbetrekking is geëindigd
jegens het fonds recht op betaling van een aanvulling van 30/70ste van het
bedrag dat als ziekengeld wordt of zou worden uitbetaald, nadat op dat bedrag
de vakantietoeslagcomponent in mindering is gebracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 4,
heeft vanaf de 16e dag na aanvang van de arbeidsongeschiktheid tot het verrichten
van arbeid wegens ziekte – zaterdagen en zondagen niet meegerekend –
jegens het fonds recht op betaling van een aanvulling van 30/70ste van het
bedrag dat als ziekengeld wordt uitbetaald, nadat op dat bedrag de vakantietoeslagcomponent
in mindering is gebracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Als een zieke werkloze op grond van artikel 38 of 39 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering recht heeft op herziening van
zijn uitkering op grond van die wet, wordt het bedrag van de aan- vulling
bepaald op 100/70ste van het bedrag dat voor herziening als ziekengeld werd
uitbetaald, nadat op dat bedrag de vakantietoeslagcomponent in mindering is
gebracht, minus het bedrag waarmee de WAOuitkering is verhoogd en minus het
resterende ziekengeld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De melding die in het tweede lid van dit artikel wordt genoemd,
dient binnen een termijn van 26 weken vanaf de eerste werkloosheidsdag plaats
te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De in het eerste tot en met zesde lid van dit artikel bedoelde
aanvulling wordt gelijktijdig met het te betalen ziekengeld betaalbaar gesteld
aan degene aan wie het ziekengeld betaalbaar wordt of zou worden gesteld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Aanvulling op het als vakantietoeslag te betalen deel van de ZW-uitkering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 1,
3 of 4, die, als hij niet werkloos zou zijn, jegens zijn werkgever recht zou
hebben gehad op betaling van vakantietoeslag, heeft over elke dag dat hij
ziekengeld ontvangt jegens het fonds recht op een betaling van een bedrag
van 8% van de aanvulling die op grond van artikel 8 wordt betaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 2,
die bij werken van zijn werkgever vakantietoeslag ontving en onmiddellijk
voorafgaand aan het intreden van zijn arbeidsurenverlies, bedoeld in artikel
16 WW in verbinding met artikel 52a WW, werkzaam was onder de CAO Uta bouwbedrijven,
de CAO Mortel, de CAO Stukadoorsbedrijf of de CAO Natuursteenbedrijf heeft
over elke dag dat hij ziekengeld ontvangt jegens het fonds recht op een betaling
van 8% van de aanvulling die op grond van artikel 8 wordt betaald. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 2,
die onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van zijn verlies van arbeidsuren,
als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding met artikel 52a WW, werkzaam was
onder de CAO Uta bouwbedrijven, de CAO Mortel of de CAO Natuursteenbedrijf,
dient zich voor de aanvulling te melden. De melding dient binnen een termijn
van 26 weken vanaf de eerste werkloosheidsdag plaats te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in het eerste lid die op grond
van het bepaalde in artikel 29, tweede lid, onderdeel b of c, ZW over een
dag geen recht heeft op ziekengeld, heeft jegens het fonds over die dag recht
op betaling van een bedrag van 100/70 van de vakantietoeslag die hij krachtens
de ZW zou hebben ontvangen, als hij recht op uitkering zou hebben gehad.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>De vakantiewaarde</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een zieke werkloze die, als hij niet werkloos zou zijn, jegens
zijn werkgever recht zou hebben gehad op een vakantiewaarde, heeft jegens
het fonds recht op betaling van een bedrag aan het vakantiefonds over elke
dag dat hij ziekengeld ontvangt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid heeft de zieke
werkloze voor wie bij de berekening van zijn dagloon krachtens de ZW een vakantiewaarde
in aanmerking is of zou zijn genomen, slechts jegens het fonds recht op betaling
van een bedrag aan het vakantiefonds als hij een machtiging verstrekt om van
zijn uitkering krachtens de ZW aan het vakantiefonds per dag te voldoen zijn
uitkering over de desbetreffende dag, vermenigvuldigd met een breuk.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De teller van die breuk is gelijk aan de vakantiewaarde
welke begrepen is in het bedrag dat als dagloon zou zijn berekend als bij
die berekening artikel 9, eerste lid, en artikel 9, negende lid, CSV niet
zou zijn toegepast.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De noemer van de breuk is gelijk aan het bedrag dat
als dagloon zou zijn berekend als bij die berekening artikel 9, eerste lid,
en artikel 9, negende lid, CSV niet zouden zijn toegepast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 1 of
sub 2 heeft jegens het fonds geen recht op betaling van een bedrag aan het
vakantiefonds als hij onmiddellijk voorafgaande aan het intreden van zijn
arbeidsurenverlies, als bedoeld in artikel 16 WW en voor zover van toepassing
in verbinding met artikel 52a WW, werkzaam was onder de CAO Bouwbedrijf en
hij over een dag als bedoeld in het eerste lid recht heeft op een toeslag
op grond van de TW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid heeft de zieke
werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 2, alleen recht op een betaling
aan een vakantiefonds als hij onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van
zijn arbeidsurenverlies, als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding met artikel
52a WW, werkzaam was onder de CAO Bouwbedrijf, de CAO Stukadoorsbedrijf of
de CAO Natuursteenbedrijf.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 2,
die onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van zijn verlies van arbeidsuren,
als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding met artikel 52a WW, werkzaam was
onder de CAO Bouwbedrijf of de CAO Natuursteenbedrijf, dient zich voor de
aanvulling te melden. De melding dient binnen een termijn van 26 weken vanaf
de eerste werkloosheidsdag plaats te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het in het eerste lid bedoelde bedrag bedraagt voor de zieke
werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 1, het met een breuk te vermenigvuldigen
bedrag van de vakantiewaarde die begrepen is in het bedrag dat bij het ontstaan
van het recht op WW-uitkering of de dag met ingang waarvan de dienstbetrekking
is geëindigd als WW-dagloon zou zijn berekend als bij die berekening
artikel 9, eerste lid, en artikel 9, negende lid, CSV niet zou zijn toegepast.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De teller van de breuk wordt gevormd door een bedrag
ter grootte van de over die dag in feite aan de werknemer toekomende ZW-uitkering.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De noemer van die breuk is gelijk aan 70% van het bedrag
dat bij het ontstaan van het recht of op de eerste dag dat de dienstbetrekking
is geëindigd als WW-dagloon zou zijn berekend als bij die berekening
artikel 9, eerste lid en artikel 9, negende lid, CSV niet zouden zijn toegepast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Als het dagloon waarnaar het ziekengeld is berekend, is gebaseerd
op een WW-dagloon dat is vastgesteld met toepassing van artikel 11, derde,
vierde of vijfde lid van het Bijzonder Dagloonbesluit IWS Bouwnijverheid,
is de teller van de in het tweede en vijfde lid bedoelde breuk, in afwijking
van het in die leden bepaalde, gelijk aan de vakantiewaarde die begrepen is
in het bedrag dat bij het ontstaan van het secundair recht als secundair dagloon
zou zijn berekend als bij die berekening artikel 9, eerste en artikel 9, negende
lid, CSV niet zouden zijn toegepast.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Het in het eerste lid bedoelde bedrag bedraagt voor de zieke
werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 2, 100/70ste deel van het bedrag
dat over de desbetreffende dag krachtens de WW ten gunste van werknemer aan
het vakantiefonds betaald zou zijn, als hij recht gehad zou hebben op een
loon- gerelateerde WW-uitkering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Voor de zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub
3 en 4 is de in het eerste lid bedoelde betaling gelijk aan het bedrag dat
de laatste werkgever voor de zieke werkloze bij werken aan het vakantiefonds
verschuldigd zou zijn geweest.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>Op het in het vijfde, zesde, zevende en achtste lid bedoelde
bedrag wordt in mindering gebracht:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de betaling aan het vakantiefonds als bepaald in het tweede
lid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de eventueel op grond van de TW uit te betalen vakantietoeslag.
Als artikel 14 TW is toegepast wordt bij de berekening van de hoogte van de
te verstrekken aanvulling uitgegaan van de toeslag zoals deze werd verstrekt
zonder toepassing van artikel 14 TW.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>11.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het
aantal dagen waarop jegens het fonds recht bestaat op een betaling aan een
vakantiefonds gesteld op 230 opbouwdagen voor de zieke werkloze op wie bij
werken een CAO van toepassing was die ingeval van ziekte de afdracht aan het
vakantiefonds door de werkgever – al dan niet onder voorwaarden –
beperkt tot maximaal het aantal opbouwdagen per rechtjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>12.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het vijfde, zesde en zevende
lid wordt het bedrag van de betaling aan het vakantiefonds ten behoeve van
de zieke werkloze op wie bij werken een CAO van toepassing was op grond waarvan
de hoogte van de afdracht door de werkgever aan het vakantiefonds na 26 weken
wordt verlaagd, na 130 opbouwdagen aangepast overeenkomstig het bepaalde in
de betreffende CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>13.</nr>
      <al>De zieke werkloze als bedoeld in het eerste lid die op grond
van het bepaalde in artikel 29, tweede lid, onderdeel b of c, ZW over een
dag geen recht heeft op ziekengeld, heeft jegens het fonds over die dag recht
op betaling van een bedrag aan het vakantiefonds conform het bepaalde in het
achtste lid.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>14.</nr>
      <al>De betaling wordt uitbetaald aan het vakantiefonds waaraan
de werkgever zou betalen of het krachtens de WW te betalen bedrag uitbetaald
zou worden. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>De pensioenpremie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De zieke werkloze heeft jegens het fonds recht op betaling
van pensioenpremie over elke dag dat hij ziekengeld ontvangt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid heeft de zieke
werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 2, alleen recht op een betaling
van pensioenpremie als hij onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van zijn
arbeidsurenverlies, als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding met artikel
52a WW, werkzaam was onder de CAO Bouwbedrijf, de CAO Uta bouwbedrijven, de
CAO Stukadoorsbedrijf, de CAO Natuursteenbedrijf of de CAO Mortel.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een zieke werkloze als bedoeld in artikel 1, lid m, sub 2,
die onmiddellijk voorafgaand aan het intreden van zijn verlies aan arbeidsuren,
als bedoeld in artikel 16 WW in verbinding met artikel 52a WW, werkzaam was
onder de CAO Bouwbedrijf, de CAO Uta bouwbedrijven, de CAO Natuursteen of
de CAO Mortel, dient zich voor de aanvulling te melden. De melding dient binnen
een termijn van 26 weken vanaf de eerste werkloosheidsdag plaats te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De hoogte van deze betaling is gelijk aan de pensioenpremie
die voor de zieke werkloze bij werken verschuldigd zou zijn geweest aan het
pensioenfonds.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid heeft de zieke
werkloze voor wie bij de berekening van zijn dagloon krachtens de ZW het werknemersaandeel
in de pensioenpremie in aanmerking is of zou zijn genomen, slechts jegens
het fonds recht op betaling van een bedrag aan het pensioenfonds als hij een
machtiging verstrekt om van zijn uitkering krachtens de ZW aan het pensioenfonds
per dag te voldoen zijn uitkering over de desbetreffende dag, vermenigvuldigd
met een breuk.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De teller van die breuk is gelijk aan het werknemersaandeel
in de pensioenpremie die begrepen is in het bedrag dat als dagloon zou zijn
berekend als bij die berekening artikel 9, eerste lid en artikel 9, negende
lid, CSV niet zouden zijn toegepast.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De noemer van de breuk is gelijk aan het bedrag dat
als dagloon zou zijn berekend als bij die berekening artikel 9, eerste lid
en artikel 9, negende lid, CSV niet zouden zijn toegepast. Deze betaling wordt
in mindering gebracht op de betaling door het fonds.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De zieke werkloze als bedoeld in het eerste lid die op grond
van artikel 29, tweede lid, onderdeel b of c, ZW over een dag geen recht heeft
op ziekengeld, heeft jegens het fonds over die dag recht op betaling van een
bedrag aan het pensioenfonds dat gelijk is aan het bedrag dat op grond van
het vierde lid aan het pensioenfonds zou worden voldaan, als betrokkene over
die dag ziekengeld zou ontvangen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt het aantal
dagen waarop jegens het fonds recht bestaat op betaling aan een pensioenfonds
gesteld op 230 opbouwdagen voor de zieke werkloze op wie bij werken een CAO
van toepassing was die ingeval van ziekte de afdracht aan het pensioenfonds
door de werkgever – al dan niet onder voorwaarden – beperkt tot
maximaal het aantal opbouwdagen per rechtjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De pensioenpremiebetaling wordt gedaan aan het pensioenfonds
waaraan de pensioenpremie bij werken zou zijn afgedragen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Uitkering over wachtdagen</titel>
    </artkop>
    <al>Een zieke werkloze die op grond van het bepaalde in artikel 29, tweede
lid, onderdeel b of c, ZW over een dag geen recht heeft op ziekengeld, heeft
jegens het fonds over die dag recht op betaling van 70% van het bedrag waarop
het dagloon krachtens de ZW is of zou zijn vastgesteld.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Paragraaf 5 overige bepalingen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Verstrekken van inlichtingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever en de werknemer zijn verplicht aan het bestuur
en degene die door het bestuur schriftelijk tot het inwinnen van inlichtingen
is gemachtigd inzage te verlenen in alle bescheiden en voorts alle overige
inlichtingen te verschaffen die worden gevraagd voor de uitvoering van het
bepaalde in de statuten van het fonds en in dit reglement.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Degene die bij de uitvoering van het bepaalde in de statuten
van het fonds of in dit reglement kennis neemt van enig gegeven waarvan hij
het vertrouwelijk karakter moet begrijpen, is daarover tegenover derden tot
geheimhouding verplicht. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Voorschriften</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur is bevoegd nadere voorschriften vast te stellen die nodig
zijn voor een verantwoorde uitvoering, mits deze voorschriften in overeenstemming
zijn met de bepalingen in de statuten van het fonds en in dit reglement.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Analoge toepassing van ZW-bepalingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bepaalde in de artikelen 47, 48, 50 en 85 ZW is op het
in dit reglement bepaalde van overeenkomstige toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet als en voorzover
in dit reglement uitdrukkelijk anders is bepaald.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Betalingen die op grond van dit reglement onverschuldigd zijn
gedaan, worden teruggevorderd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn, kan het bestuur
besluiten geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Bijzondere gevallen</titel>
    </artkop>
    <al>Als de bepalingen in dit reglement in individuele gevallen of in categorieën
van gevallen leiden tot niet voorziene of onbedoelde gevolgen, kan het bestuur
een afwijkende beslissing nemen die tegemoet komt aan de bedoelingen van de
aanvullingsregeling.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Intern beroep</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als een werkgever of werknemer zich niet kan verenigen met
een beslissing die hem betreft, kan hij zich tot het bestuur wenden met het
verzoek een nieuwe beslissing te nemen in de plaats van een beslissing op
grond van dit reglement.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Aan de werkgever of werknemer wordt desgevraagd schriftelijk
kennis gegeven van een beslissing van het bestuur op grond van dit reglement
die hem betreft.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Citeertitel</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement kan worden aangehaald als het Aanvullingsreglement Verstrekkingen
aan zieke werklozen (AR-ZW).</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">STATUTEN VAN DE STICHTING UITTREDEN BOUWBEDRIJF</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Naam en zetel</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>De stichting draagt de naam: „Stichting Uittreden Bouwbedrijf.
Zij wordt bij afkorting ook genaamd: SUB.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>De stichting is gevestigd te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Begripsbepalingen</titel>
    </artkop>
    <al>Voor de toepassing van deze statuten en de reglementen wordt verstaan
onder:</al>
    <al>Stichting: de in artikel 1 genoemde stichting.</al>
    <al>Bouwbedrijf: de bedrijfstak waarin ondernemingen, als genoemd in artikel
2 van de CAO werkzaam zijn.</al>
    <al>CAO: de geldende collectieve arbeidsovereenkomst voor het bouwbedrijf
(CAO voor het Bouwbedrijf) met inbegrip van de daarvan deel uitmakende bijlagen
en voorwaarden.</al>
    <al>Nevenbedrijven: ondernemingen vallend onder de werkingssfeer van de CAO's
voor het Stukadoorsbedrijf en het Steen-, Houtgraniet- en Kunststeenbedrijf,
voor het Natuursteenbedrijf, voor het Bitumineuze Dakbedekkingsbedrijf en
voor de Betonmortel- en Betonmorteltransportondernemingen.</al>
    <al>Bestuur: het bestuur van de stichting als bedoeld in artikel 10.</al>
    <al>Organisaties: de organisaties van werkgevers en werknemers, partij bij
de CAO. </al>
    <al>Werkgeverslid: het bestuurslid aangewezen door de vereniging algemeen
Verbond bouwbedrijf (AVBB) te 's-Gravenhage of diens rechtsopvolger, namens
de werkgeversorganisaties, partij bij de CAO.</al>
    <al>Werknemerslid: het bestuurslid aangewezen of door de Bouw- en Houtbond
FNV, gevestigd te Woerden, of door de Hout- en Bouwbond CNV, gevestigd te
Utrecht, of door de Vakvereniging Het Zwarte Corps, gevestigd te Nieuwegein,
of door hun respectieve danwel gezamenlijke rechtsopvolgers, namens de werknemersorganisaties,
partij bij de CAO.</al>
    <al>Vrijwillig vervroegd uittreden: het vrijwillig vervroegd beëindigen
van een dienstbetrekking in een bouwbedrijf door een werknemer overeenkomstig
het bepaalde in de CAO.</al>
    <al>Deelnemer: deelnemer aan de regeling is de werknemer die gebruik maakt
van de mogelijkheid om vrijwillig vervroegd uit het arbeidsproces te treden
overeenkomstig de desbetreffende bepalingen in de CAO.</al>
    <al>De statuten: deze statuten.</al>
    <al>Reglementen: de reglementen als bedoeld in artikel 18.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Doel</titel>
    </artkop>
    <al>Het doel van de stichting is het doen van uitkeringen aan de deelnemers
overeenkomstig de voorwaarden van de CAO. Indien partijen, betrokken bij de
CAO's van de onder artikel 2 genoemde nevenbedrijven ook een VUT-regeling
casu quo VUT-CAO zijn overeengekomen, dan bestaat in beginsel, en onder te
stellen voorwaarden, de mogelijkheid de daaruit voortvloeiende werkzaamheden
op te dragen aan de stichting.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Deze voorwaarden zijn ten minste:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>de inhoud van de VUT-regeling casu quo VUT-CAO van de desbetreffende
nevenbedrijven dient volledig identiek te zijn aan de regeling in de CAO voor
het bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>door partijen bij de CAO voor het bouwbedrijf overeen te komen
wijzigingen in de VUT-bepalingen en voorwaarden, dienen eveneens tegelijkertijd
van toepasing te worden verklaard, in de VUT-regeling casu quo VUT-CAO van
de desbetreffende nevenbedrijven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>wanneer door wijzigingen de VUT-regeling casu quo VUT-CAO van
de desbetreffende nevenbedrijven, afwijkt van hetgeen is vastgesteld in de
VUT-voorwaarden van de CAO voor het bouwbedrijf, zal het bestuur van de SUB
de werkzaamheden welke uit de VUT-regeling casu quo VUT-CAO voortvloeien,
onmiddellijk kunnen beëindigen.</al>
      <al>Een besluit tot inwilliging van
een verzoek van partijen, betrokken bij de VUT-regeling caso quo VUT-CAO van
de nevenbedrijven om de uit deze VUT-regeling casu quo VUT-CAO voortvloeiende
werkzaamheden te doen uitvoeren door de SUB, kan slechts worden genomen met
instemming van alle bestuursleden van de SUB. Het bestuur van de SUB heeft
het recht nadere voorwaarden te stellen. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Middelen tot bereiking van het doel</titel>
    </artkop>
    <al>De stichting tracht haar doel te bereiken door:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het innen en beheren van gelden in overeenstemming met het
bepaalde in de statuten en reglementen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>het doen van uitkeringen aan uitkeringgerechtigden overeenkomstig
het gestelde in de statuten en reglementen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>andere wettige middelen, die tot het doel bevordelijk kunnen
zijn.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Duur</titel>
    </artkop>
    <al>De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Geldmiddelen van de stichting</titel>
    </artkop>
    <al>De geldmiddelen van de stichting zullen worden gevormd door:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>de door de werkgevers te storten werkgevers- en werknemersbijdragen
als bedoeld in de CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>bijdragen van de Overheid, indien en voorzover zij worden verleend;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>alle overige haar toevallende baten en inkomsten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Bijdrageplichtigen</titel>
    </artkop>
    <al>Bijdrageplichtig zijn degenen, die krachtens een bepaling van de CAO of
anderszins verplicht zijn tot het geven van bijdragen aan de stichting.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Bijdragen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De methode van de berekening van de bijdrage als bedoeld in
artikel 7, alsmede de wijze van incassering daarvan, worden bij reglement,
als bedoeld in artikel 18 vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van de in het vorige lid bedoelde bijdragen wordt
telkenjare door het bestuur van de stichting aan de hand van een begroting
geschat en (voorlopig) vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Deze begroting wordt direct ter beschikking gesteld
van partijen bij de CAO. De hoogte wordt pas definfitief vastgesteld door
het bestuur, nadat daaromtrent door partijen bij de CAO overeenstemming is
bereikt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Tot gerechtelijke invordering der bijdragen wordt niet overgegaan
dan krachtens besluit van het bestuur.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Uitkeringen</titel>
    </artkop>
    <al>De uitkeringen aan de deelnemers geschieden op basis van de voorwaarden
die door partijen in de CAO zijn vastgesteld.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Bestuur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur van de SUB bestaat uit tien (10) leden en ingeval
de SUB werkzaamheden voortvloeiende uit een VUT-regeling casu quo VUT-CAO
van nevenbedrijven, uitvoert, uit twaalf (12) leden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De bestuursleden worden benoemd als volgt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>vijf (5) leden door de vereniging: Algemeen Verbond Bouwbedrijf
(AVBB), gevestigd te 's-Gravenhage, namens de gezamenlijke werkgeversorganisaties,
partij bij de CAO;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>drie (3) leden door de Bouw- en Houtbond FNV, gevestigd te
Woerden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>één (1) lid door de Hout- en Bouwbond CNV, gevestigd
te Utrecht;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>één (1) lid door de Vakvereniging Het Zwarte
Corps, gevestigd te Nieuwegein;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>ingeval de SUB werkzaamheden, voortvloeiende uit een VUT-regeling
casu quo VUT-CAO van nevenbedrijven, uitvoert: één (1) lid door
de werkgeversorganisaties en één (1) lid door de werknemersorganisaties,
partijen bij de CAO van deze nevenbedrijven. Deze bestuursleden worden geacht
die nevenbedrijven in de stichting te vertegenwoordigen ten behoeve van wie
de SUB werkzaamheden uitvoert voortvloeiende uit een VUT-regeling casu quo
VUT-CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De benoeming van een bestuurslid geschiedt voor onbepaalde
tijd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De organisatie die een bestuurslid benoemde, kan te allen tijde
die benoeming intrekken en een ander in diens plaats tot bestuurslid benoemen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuurslidmaatschappij eindigt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>door overlijden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>door schriftelijk bedanken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>door onder curatelestelling of faillissement;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>door vervanging door de organisatie, die het desbetreffende
bestuurslid benoemde;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>bovendien voor de twee bestuursleden in lid 2 sub e bedoeld:
door ontslag door het bestuur van de SUB op grond van het niet langer door
de SUB uitvoeren van werkzaamheden voortvloeiende uit VUT-regelingen casu
quo VUT-CAO's van nevenbedrijven.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, secretaris</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgevers- en werknemersleden van het bestuur wijzen elk
uit hun midden een lid aan die bij toerbeurt volgens een door het bestuur
op te maken rooster, als voorzitter en plaatsvervangend voorzitter van het
bestuur optreden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De secretaris wordt door het bestuur, al dan niet uit zijn
midden, benoemd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien de secretaris niet uit het bestuur wordt benoemd, heeft
hij het recht bestuursvergaderingen bij te wonen, doch heeft hij slechts een
adviserende stem.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Taak en bevoegdheden van het bestuur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur heeft de gehele leiding van zaken en is bevoegd
tot alle handelingen, de zaken van de stichting betreffende, voorzover daaromtrent
bij of krachtens statuten en reglement(en) niet anders is bepaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur is belast met het beheer van de bezittingen van
de stichting en met de uitvoering van de statuten en reglement(en). </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot
het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bestuur kan de uitoefening van onderdelen van zijn taak
delegeren aan een dagelijks bestuur, bestaande uit één of twee
werkgeversbestuursleden en een gelijk aantal werknemersbestuursleden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur is niet bevoegd om middelen die geacht kunnen worden
te zijn verkregen voor een bepaald doel, danwel daaraan moeten worden toegerekend,
aan te wenden voor een ander doel.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien niet vastgesteld kan worden aan welk doel een
bepaald middel moet worden toegerekend, is het bestuur bevoegd om de bestemming
daarvan te bepalen naar evenredigheid van de voor het lopende boekjaar voorziene
uitgaven voor elk doel.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door
de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Beheer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De beleggingen van de stichting zullen door het bestuur op
zodanige wijze geschieden dat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een redelijke spreiding naar aard en risico der bezittingen
en interessen wordt verkregen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een optimaal rendement wordt verkregen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>geen belangrijk risico van blijvende vermogensverliezen wordt
gelopen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Daarenboven zal door het bestuur uit vermogenswinsten
en/of opbrengsten een reserve worden gevormd ter dekking van het overblijvende
risico van vermogensverliezen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De aan de stichting toebehorende zaken worden, indien zij niet
ten kantore worden gehouden, in bewaring gegeven bij een ingevolge de Wet
Toezicht Kredietwezen geregistreerde instelling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De kosten van beheer met betrekking tot een boekjaar komen
ten laste van de rekening van lasten en baten over dat boekjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bestuur kan zich terzake van het beheer laten adviseren.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Vergaderingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of ten minste
twee bestuursleden dit nodig oordeelt/oordelen, doch tenminste één
keer per jaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De convocatie voor vergaderingen van het bestuur geschiedt,
behoudens in spoedeisende gavallen ter beoordeling van de voorzitter, schriftelijk
op een temijn van ten minste veertien dagen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Besluitvorming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Opdat de stemverhouding tussen de twee in het bestuur vertegenwoordigde
groeperingen zo gelijk mogelijk blijft, kan het bestuur alleen besluiten nemen
in een vergadering waarin van beide groeperingen ten minste één
vertegenwoordigd bestuurslid aanwezig is.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Een besluit als bedoeld in arikel 19 lid 1 kan slechts
genomen worden met instemming van alle bestuursleden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De bestuursleden brengen in beginsel ieder een gelijk aantal
stemmen ter vergadering uit.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Wanneer een of meer bestuursleden ter vergadering afwezig
is (zijn) brengt (brengen) het (de) andere bestuurslid (leden), dezelfde groepering
als de afwezige vertegenwoordigend, uit eigen hoofde de stem(men) van de afwezige(n)
mede uit.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, kunnen
geldige besluiten slechts worden genomen met gewone meerderheid der geldig
uitgebrachte stemmen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Over zaken wordt mondeling, over personen wordt schriftelijk
gestemd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bij staking van stemmen wordt het voorstel in een volgende
vergadering opnieuw aan de orde gesteld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Staken de stemmen wederom, dan wordt het voorstel geacht
te zijn verworpen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Indien een bestuurslid niet ter vergadering aanwezig kan zijn,
kan hij een medebestuurslid machtigen zijn stem uit te brengen middels een
schriftelijke volmacht. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Administratie</titel>
    </artkop>
    <al>De stichting kan zijn administratieve en uitvoerende taken aan de „Stichting
Sociaal Fonds Bouwnijverheid" te Amsterdam opdragen of aan een andere organisatie,
onder verantwoordelijkheid van het bestuur van de stichting.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Boekjaar, accountant en jaarverslag</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De boekhouding van de stichting wordt onder toezicht van een
register-accountant gesteld, aan te wijzen door het bestuur. Deze accountant
brengt elk jaar, of zoveel vaker als het bestuur nodig zal oordelen, verslag
uit.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De accountant is gerechtigd tot inzage van alle boeken en bescheiden
van de stichting. De waarden van de stichting moeten hem desverlangd worden
getoond.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bestuur brengt na afloop van het boekjaar schriftelijk
een jaarverslag uit.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het in het vorige lid bedoelde verslag bevat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een algemeen overzicht van de werkzaamheden van de stichting
gedurende het afgelopen boekjaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een rekening en verantwoording omtrent het beheer van de stichting,
bestaande uit een balans en een staat van lasten en baten vergezeld van een
verklaring van de register-accountant terzake van zijn bevindingen bij de
controle opgedaan.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>In de rekening en verantwoording zal voor elk doel
afzonderlijk vermeld worden welke middelen en welke uitgaven aan dat doel
moeten worden toegerekend;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in voorkomende gevallen, mededeling omtrent de wijzigingen
die in de statuten en/of reglement hebben plaatsgehad.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt toegezonden aan de werkgevers- en werknemersorganisaties
in het bouwbedrijf en in de nevenbedrijven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt ter inzage van de bij de stichting betrokken
werkgevers en werknemers neergelegd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten kantore van de stichting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op een of meer door de Minister van Sociale Zaken aan te wijzen
plaatsen. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt op aanvraag aan de bij de stichting betrokken
bedrijven en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden
kosten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Reglementen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur kan een of meer reglementen vaststellen; deze behoeven
goedkeuring van de in artikel 10 genoemde organisaties.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De bepalingen van de reglementen mogen niet in strijd zijn
met de bepalingen van deze statuten of met de wet.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Wijziging statuten en reglementen/ontbinding van de stichting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen of de stichting
te ontbinden na verkregen goedkeuring van partijen bij de CAO.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een besluit als onder lid 1 bedoeld, kan slechts worden genomen
met instemming van alle bestuursleden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een statutenwijziging treedt in werking nadat hiervan een notariële
akte is opgemaakt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift
van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore
van het openbaar stichtingenregister, gehouden bij de Kamer van Koophandel
en Fabrieken te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Reglementen, alsmede de in de statuten en reglementen aangebrachte
wijzigingen, zullen niet in werking treden, alvorens een volledig exemplaar
van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur
ondertekend, voor een ieder ter inzage is neergelegd ter griffie van het kantongerecht
binnen welks ressort de stichting is gevestigd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bij ontbinding van de stichting is het bestuur belast met de
vereffening. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten
zoveel mogelijk van kracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het besluit tot ontbinding van de stichting moet inhouden de
bestemming van een eventueel batig saldo met dien verstande, dat een batig
saldo moet worden bestemd voor een doel dat het meest overeenkomt met het
doel van de stichting.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Waarnemers</titel>
    </artkop>
    <al>Indien door de Minister van Sociale Zaken de wens daartoe te kennen wordt
gegeven, wordt in overleg tussen de Minister en het bestuur een waarnemer
toegelaten. De waarnemer is gerechtigd alle vergaderingen van het besuur bij
te wonen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De waarnemer ontvangt alle voor het bestuur bestemde stukken.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
      <titel>Slotbepaling</titel>
    </artkop>
    <al>In alle gevallen, waarin niet door deze statuten of de reglementen van
de stichting is voorzien, beslist het bestuur. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Bijdragereglement van de Stichting Uittreden Bouwbedrijf</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">LAATSTELIJK GEWIJZIGD BIJ BESTUURSBESLUIT VAN
5 JULI 2000.</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Begripsbepalingen</titel>
    </artkop>
    <al>Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:</al>
    <al>Stichting: de Stichting Uittreden Bouwbedrijf</al>
    <al>Bestuur: het bestuur van de Stichting</al>
    <al>CAO: de CAO voor het Bouwbedrijf</al>
    <al>Statuten: de statuten van de Stichting Uittreden Bouwbedrijf</al>
    <al>Partijen: de organisaties van werkgevers en werknemers, partij bij de
CAO</al>
    <al>Werkgever: de werkgever als bedoeld in de CAO</al>
    <al>Werknemer: de werknemer als bedoeld in de CAO</al>
    <al>De administrateur: SFB Pensioenen B.V. gevestigd te Amsterdam</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Bijdrageverplichting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werkgever is aan de Stichting een bijdrage verschuldigd
voor de financiering van de in de statuten omschreven doelstelling. Deze bijdrage
dient te worden betaald aan de administrateur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De bijdrage wordt vastgesteld in de vorm van een percentage
van het door de werkgever aan zijn werknemers uitbetaalde loon.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Als loon wordt te dezen aangemerkt het loon in de zin van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering. De bijdrage wordt aan het eind van
elk kalenderjaar terstond en ineens opeisbaar.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>De administrateur kan voorschotbetalingen vorderen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het verschuldigde bijdragepercentage wordt jaarlijks –
op advies van het bestuur van de stichting – door partijen vastgesteld,
met inachtneming van hetgeen in het eerste lid is bepaald. Het in de voorgaande
zin bedoelde advies van het bestuur wordt gegeven aan de hand van een begroting
die het bestuur jaarlijks opstelt. Deze begroting is, tegen vergoeding van
kosten, voor iedere belanghebbende op aanvraag beschikbaar. Partijen zijn
bevoegd tussentijds het bijdragepercentage voor de financiering aan te passen.
Ingeval het totaal van de over enig kalenderjaar geheven bijdragen hoger dan
wel lager blijkt te zijn dan het in dat jaar voor de uitvoering van de regelingen
benodigde bedrag, wordt het verschil ten gunste respectievelijk ten laste
van het volgend kalenderjaar gebracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd, na toestemming van partijen, met inachtneming
van hetgeen in het eerste lid is bepaald een incidentele premie conform de
CAO te heffen. Deze incidentele heffing kan direct en ineens invorderbaar
worden verklaard.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd, na toestemming van partijen, met inachtneming
van hetgeen in het eerste lid is bepaald, een incidentele premie ter financiering
van de uitkeringslasten boven de achtprocent conform de CAO te heffen. Deze
incidentele heffing kan direct en ineens invorderbaar worden verklaard.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Vorderingstermijnen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De betaling van de verschuldigde premie dient binnen de in
de CAO genoemde termijnen te hebben plaatsgevonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien deze betaling niet tijdig heeft plaatsgevonden is de
werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim rente te
vorderen over de achterstallige betalingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Loonsomopgave</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is gehouden jaarlijks aan de stichting op te geven
de loonsom per werknemer, welke opgave dient te geschieden binnen de termijn
en op de wijze door het bestuur schriftelijk aan de werkgever kenbaar gemaakt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Ingeval de werkgever niet aan het gestelde in het vorige lid
voldoet, zal het bestuur bij besluit bepalen welke loonsom aangehouden moet
worden ter berekening van de bijdrage van de werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De gegevens die de werkgever krachtens dit artikel verstrekt,
dienen uitsluitend ter bepaling van de door de werkgever verschuldigde bijdrage.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Verstrekken van inlichtingen</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is verplicht alle gegevens en inlichtingen te verschaffen,
alsmede iedere medewerking te verlenen, die noodzakelijk of gewenst worden
geacht door personen of instellingen die, door of namens de stichting, zijn
belast met de inning van de bijdrage en de controle op de naleving van het
gestelde in de statuten en dit reglement.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Inwerkingtreding</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement treedt in werking met ingang van 5 juli 2000 onder
intrekking van het voor die datum geldende reglement.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Citeertitel</titel>
    </artkop>
    <al>Dit reglement kan worden aangehaald als bijdragereglement SUB 2000.  </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">STATUTEN VAKANTIEFONDS</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">LAATSTELIJK VASTGESTELD DOOR HET BESTUUR OP 17
MAART 1994</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Naam en zetel</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De stichting draagt de naam „Stichting Vakantiefonds
voor de Bouwnijverheid".</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De stichting is gevestigd te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In deze statuten wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>Vakantiefonds: de in artikel 1 genoemde stichting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>cao: collectieve arbeidsovereenkomst;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>werkgever: de werkgever in de zin van de:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>cao voor het Bouwbedrijf, of</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>cao voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf,
of</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>cao voor het Natuursteenbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>werknemer: de werknemer in de zin van de:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>cao voor het Bouwbedrijf, of</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>cao voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf,
of</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>cao voor het Natuursteenbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>bestuur: het bestuur als bedoeld in artikel 10 van de statuten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>reglement: een reglement als bedoeld in artikel 14 van de statuten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>g.</nr>
      <al>sfb: de Stichting Sociaal Fonds Bouwnijverheid te Amsterdam;</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Doel</titel>
    </artkop>
    <al>Het Vakantiefonds heeft ten doel:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen in de in
artikel 4 genoemde collectieve arbeidsovereenkomsten en/of loonregelingen
en overeenkomstig bij reglement vast te stellen bepalingen, aan werknemers
die onder een van de genoemde cao's vallen vergoeding te verschaffen wegens
loonderving bij vakantiedagen en algemeen erkende feestdagen en daarmee bij
cao gelijkgestelde te stellen dagen, vakantietoeslag alsmede eventuele andere
daarmee verband houdende uitkeringen te doen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>volgens bij reglement vast te stellen bepalingen ten behoeve
van werkgevers en werknemers die vallen onder de werkingssfeer van de cao
voor het Bouwbedrijf een garantieregeling collectieve roostervrijedagen uit
te voeren.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>volgens bij reglement vast te stellen bepalingen ten behoeve
van werkgevers en werknemers die vallen onder de in artikel 4 genoemde collectieve
arbeidsovereenkomsten een garantieregeling voor loonbetaling bij de eerste
twee tot zes weken van ziekte uit te voeren.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Werkingssfeer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In het Vakantiefonds wordt deelgenomen door de werkgevers en
de werknemers op wie een van de hierna genoemde collectieve arbeidsovereenkomsten
van toepassing is:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de cao voor het Bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de cao voor het Natuursteenbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>de cao voor het Stukadoors-, Afbouw- en Terrazzobedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>enige collectieve arbeidsovereenkomst of bindend opgelegde
regeling van lonen en andere arbeidsvoorwaarden, die voor een van de hiervoor
genoemde overeenkomsten in de plaats is gekomen, alsmede door de werkgevers
en werknemers die, overeenkomstig het dienaangaande bepaalde in het reglement,
de opbouw van vakantiewaarden via het Vakantiefonds overeenkomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De statuten en de op basis van de statuten vastgestelde reglementen
worden geacht onderdeel te zijn van de in het eerste lid van dit artikel genoemde
collectieve arbeidsovereenkomsten of bindend opgelegde regeling van lonen
en andere arbeidsvoorwaarden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Duur</titel>
    </artkop>
    <al>Het Vakantiefonds is opgericht voor onbepaalde tijd.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Geldmiddelen</titel>
    </artkop>
    <al>De geldmiddelen van het Vakantiefonds bestaan uit:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het stichtingskapitaal;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>de door de werkgevers in het Vakantiefonds gestorte bedragen
bedoeld in artikel 7; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>de opbrengst van de in artikel 7 bedoelde opslag voor administratiekosten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>de opbrengst van de in artikel 8 bedoelde inhouding voor administratiekosten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>renten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>andere baten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Bijdrageverplichtingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Ter uitvoering van het doel worden de door partijen bij de
in artikel 4 genoemde cao's vast te stellen bedragen voor de opbouw van vakantiewaarden –
al dan niet verhoogd met een opslag voor administratiekosten – door
de werkgever aan het Vakantiefonds betaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien in enig boekjaar de opbrengst van de in het vorige lid
bedoelde middelen groter is dan het totaal van de uitgaven van het fonds dan
wordt het overschot ten gunste van het volgende boekjaar gebracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien in enig boekjaar de opbrengst van de in het eerste lid
van dit artikel bedoelde middelen kleiner is dan het totaal van de uitgaven
van het fonds dan wordt het nadelig verschil ten laste van het volgende boekjaar
gebracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Bij de jaarlijkse vaststelling van de in artikel 4 bedoelde
bedragen bestemd voor de opbouw van de vakantiewaarden wordt rekening gehouden
met het saldo van het Vakantiefonds zoals dat blijkt uit de laatstelijk vastgestelde
balans.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Uitkeringen</titel>
    </artkop>
    <al>De geldswaarde van de opgebouwde vakantiewaarden wordt – al dan
niet onder inhouding van een bij reglement vast te stellen bijdrage voor administratiekosten –
aan de werknemer uitbetaald.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Administratie</titel>
    </artkop>
    <al>Het Vakantiefonds draagt zijn administratie op aan het sfb. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Bestuur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur van het Vakantiefonds bestaat uit twaalf leden.
De benoeming geschiedt als volgt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>vijf door de Vereniging „Algemeen Verbond Bouwbedrijf"
(AVBB);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>één door de Stichting Federatie Aannemers
in de Afbouw- en Nevenbedrijven van de Bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>vier door de Bouw- en Houtbond FNV;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>twee door de Hout- en Bouwbond CNV.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het lidmaatschap van het bestuur eindigt door intrekking van
de benoeming door het orgaan dat het betrokken bestuurslid heeft aangewezen
of door het bedanken van betrokkene.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Ter vervanging van elk bestuurslid wordt een plaatsvervangend
lid benoemd. Hetgeen is bepaald ten aanzien van bestuursleden geldt evenzeer
voor plaatsvervangende leden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De leden van het bestuur en de directie mogen niet deelnemen
aan leveringen of aannemingen ten behoeve van het Vakantiefonds of belang
hebben bij de belegging van zijn gelden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Besluitvorming en quorum</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het aantal stemmen dat elk bestuurslid uitbrengt wordt zodanig
bepaald dat het aantal stemmen aan werkgeverszijde even groot is als het aantal
stemmen aan werknemerszijde.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Is het aantal ter vergadering aanwezige bestuursleden aan werkgeverszijde
niet even groot als het aantal ter vergadering aanwezige bestuursleden aan
werknemerszijde dan brengen de leden van die groep waarvan het grootste aantal
ter vergadering aanwezig is ieder evenveel stemmen uit als het aantal stemmen
van de leden van de andere groep ter vergadering aanwezig, maal het eigen
stemmenaantal. De leden van de andere groep brengen in dat geval ieder evenveel
stemmen uit als het aantal stemmen van de grootste groep ter vergadering aanwezig,
maal het eigen stemmenaantal.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Voorzover in deze statuten niet anders is bepaald kunnen geldige
besluiten slechts worden genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte
stemmen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Door het bestuur worden geen beslissingen genomen indien niet
meer dan de helft van het aantal bestuursleden aanwezig is.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien het vereiste aantal bestuursleden in een vergadering
niet aanwezig is kan in een volgende vergadering, ongeacht het aantal aanwezige
bestuursleden, een besluit worden genomen over die voorstellen waarover wegens
het ontbreken van het quorum in eerstbedoelde vergadering geen besluit kan
worden genomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur kan slechts besluiten nemen indien ter vergadering
ten minste één lid van werkgeverszijde en één
lid van werknemerszijde aanwezig is.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Delegatie</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur kan uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden delegeren aan het
sfb en/of aan door het bestuur, al dan niet geheel uit zijn midden, benoemde
paritaire commissies waarbij aan deze commissies toestemming kan worden verleend,
volgens door het bestuur te stellen richtlijnen, een deel van deze bevoegdheden
weer over te dragen aan het sfb. De gedelegeerde bevoegdheden worden door
de commissies en het sfb uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid
van het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Voorzitter en secretarissen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt uit zijn midden twee voorzitters: een van
werkgeverszijde en een van werknemerszijde; deze vertegenwoordigen tezamen
het Vakantiefonds in en buiten rechte.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Om beurten treden de voorzitters voor de tijd van een kalenderjaar
als voorzitter en als tweede voorzitter op.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur kiest uit zijn midden twee secretarissen: een van
werkgeverszijde en een van werknemerszijde. Indien als voorzitter een werkgeversvertegenwoordiger
fungeert, fungeert als secretaris de secretaris van werknemerszijde en omgekeerd.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Reglementen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur stelt een of meer reglementen vast waarin wordt
geregeld de wijze waarop het doel van het Vakantiefonds zal worden bereikt
alsmede die zaken die nadere voorziening behoeven.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het bestuur is zelfstandig bevoegd wijzigingen in een
reglement aan te brengen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het reglement kan bepalingen inhouden die alleen gelden
voor een of meer onderdelen van de bouwnijverheid mits door deze speciale
voorzieningen de goede werking van het Vakantiefonds als geheel niet wordt
geschaad.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het reglement en eventuele wijzigingen daarin treedt niet in
werking alvorens, krachtens goedkeuring door de partijen bij de in artikel
4 van deze statuten genoemde cao's, de tekst van het reglement is aanvaard
voor een meerderheid van de werknemers in de bouwnijverheid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Reglementswijzigingen die uitsluitend betrekking hebben
op werkgevers en werknemers als bedoeld in één bepaalde cao
behoeven alleen de goedkeuring van de partijen bij die cao.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Ter verkrijging van de in het voorgaande lid bedoelde goedkeuring
wordt het reglement (of worden de wijzigingen) toegezonden aan de organisaties
die partij zijn bij de betrokken cao's. Een organisatie wordt geacht goedkeuring
te hebben verleend indien die organisatie niet binnen acht weken na de toezending
van het tegenovergestelde heeft doen blijken door het insturen van op schrift
gestelde bezwaren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een reglement en de in een reglement aangebrachte wijzigingen
zullen niet in werking treden voordat een volledig exemplaar van die stukken,
of onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin door het bestuur ondertekend
voor een ieder ter inzage zijn gelegd ter griffie van het kantongerecht te
Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Beheer</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur is belast met het beheer van het Vakantiefonds.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het is bevoegd uit naam van het Vakantiefonds alle
handelingen te verrichten die met de doelstelling in overeenstemming zijn
en die niet bij of krachtens deze statuten aan de bevoegdheid van het bestuur
onttrokken zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 291 tweede lid van
Boek 2 BW omvat de bevoegdheid van het bestuur mede het sluiten van overeenkomsten
tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en het sluiten
van overeenkomsten waarbij het Vakantiefonds zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar
verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor
een schuld van een derde verbindt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De beleggingen van het Vakantiefonds zullen door het bestuur
op een zodanige wijze geschieden dat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een redelijke spreiding naar aard en risico der bezittingen
en interessen wordt verkregen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een optimaal rendement wordt verkregen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>geen belangrijk risico van blijvende vermogensverliezen wordt
gelopen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De aan het Vakantiefonds toebehorende zaken worden als zij
niet ten kantore worden gehouden in bewaring gegeven bij een ingevolge de
Wet Toezicht Kredietwezen geregistreerde instelling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De kosten van beheer met betrekking tot een boekjaar komen
ten laste van de rekening van baten en lasten over dat boekjaar.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Boekjaar, accountant en jaarverslag</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het boekjaar van het Vakantiefonds loopt, tenzij het bestuur
anders beslist, van één juni tot en met een en dertig mei.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt, gehoord het bestuur van het sfb, een externe
registeraccountant aan wie de controle van de jaarrekening wordt opgedragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De registeraccountant is gerechtigd tot inzage van alle boeken
en bescheiden van de stichting. De waarden van de stichting moeten hem desgevraagd
worden getoond.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De registeraccountant brengt tenminste eenmaal per jaar aan
het bestuur verslag uit van zijn bevindingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur legt van zijn beleid jaarlijks binnen zes maanden
na afloop van het boekjaar schriftelijk verantwoording aan partijen bij de
in artikel 4 van deze statuten genoemde cao's af door middel van een verslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het in het vijfde lid bedoelde verslag bevat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een algemeen overzicht van de werkzaamheden van de stichting
gedurende het afgelopen boekjaar; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een rekening en verantwoording omtrent het beheer van de stichting,
bestaande uit een balans en een rekening van baten en lasten, vergezeld van
een verklaring van de registeraccountant terzake van zijn bevindingen bij
de controle opgedaan;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in voorkomende gevallen, mededelingen omtrent de wijzigingen
die in de statuten en/of reglement(en) hebben plaatsgehad.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt toegezonden aan de werkgevers- en werknemersorganisaties
betrokken bij de in de artikel 4 genoemde cao's.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt ter inzage van de bij het Vakantiefonds
betrokken werkgevers en werknemers gelegd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten kantore van het Vakantiefonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op een of meer door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
aan te wijzen plaatsen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt op aanvraag aan de bij het Vakantiefonds
betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan
verbonden kosten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Wijziging statuten</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Wijzigingen in de statuten kunnen worden aangebracht bij besluit
van het bestuur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen in een
bijzondere daartoe uitgeschreven vergadering waarop tenminste de helft van
de werkgevers- en tenminste de helft van de werknemersleden van het bestuur
aanwezig is. De uitnodiging voor deze vergadering moet met het voorstel uiterlijk
veertien dagen voor de vergadering aan de bestuursleden worden toegezonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien op een vergadering waarin een statutenwijziging zal
worden behandeld niet het voor het nemen van een besluit vereiste aantal leden
aanwezig is zal binnen een maand nadien een tweede vergadering worden gehouden.
De uitnodiging voor deze vergadering moet met het voorstel uiterlijk veertien
dagen voor de vergadering aan de bestuursleden worden toegezonden. Het bestuur
is bevoegd tot het nemen van een besluit ongeacht het ter vergadering aanwezige
aantal leden. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen met een
meerderheid van twee derde der uitgebrachte geldige stemmen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een statutenwijziging treedt in werking indien deze krachtens
goedkeuring door de partijen bij de in artikel 4 van deze statuten genoemde
cao's is aanvaard voor een meerderheid van de werknemers in de bouwnijverheid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Ter verkrijging van de goedkeuring wordt de wijziging
toegezonden aan de organisaties die partij zijn bij de betrokken cao's.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Een organisatie wordt geacht goedkeuring te hebben
verleend indien die organisatie niet binnen acht weken na de toezending van
het tegenovergestelde heeft doen blijken door het insturen van op schrift
gestelde bezwaren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De statuten en de in de statuten aangebrachte wijzigingen zullen
niet in werking treden voordat een volledig exemplaar van die stukken, of
onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin door het bestuur ondertekend voor
een ieder ter inzage zijn gelegd ter griffie van het kantongerecht te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Ontbinding van de stichting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor een besluit tot ontbinding van het Vakantiefonds gelden
dezelfde bepalingen als voor een besluit tot wijziging van de statuten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In geval van ontbinding zal het bestuur – met een meerderheid
en op een wijze als genoemd in lid 5 van het voorgaande artikel – met
de liquidatie zijn belast, tenzij de organisaties die partij zijn bij een
van de cao's genoemd in artikel 4 van deze statuten een ander besluit nemen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur beslist over de bestemming van een batig saldo.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Een batig saldo moet worden bestemd voor een doel dat
het meest overeenkomt met het doel van het Vakantiefonds. Een nadelig saldo
dient door de werkgevers te worden opgebracht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Ministerieel vertegenwoordiger</titel>
    </artkop>
    <al>Als de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid daartoe de wens te
kennen geeft wordt in overleg tussen de minister en het bestuur een waarnemer
toegelaten. De waarnemer is gerechtigd alle vergaderingen van het bestuur
bij te wonen. De waarnemer ontvangt daartoe alle voor het bestuur bestemde
stukken. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Slotbepaling</titel>
    </artkop>
    <al>In alle gevallen waarin niet door deze statuten of de reglementen van
de stichting is voorzien beslist het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
      <titel>Inwerkingtreding</titel>
    </artkop>
    <al>Deze statuten worden geacht in werking te zijn getreden op een juli negentienhonderd
drie en vijftig. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">STICHTING SCHOLINGSFONDS VOOR HET BOUWBEDRIJF</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Statuten van de Stichting Scholingsfonds voor
het Bouwbedrijf</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">VASTGESTELD DOOR HET BESTUUR BIJ BESLUIT VAN 6 SEPTEMBER
2000</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Naam en zetel</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De stichting draagt de naam „Stichting Scholingsfonds
voor het Bouwbedrijf".</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De stichting is gevestigd te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In deze statuten wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het fonds: de in artikel 1 genoemde stichting.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>cao: CAO voor het Bouwbedrijf.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>werkgever: de werkgever op wie de bepalingen van de cao van
toepassing zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>d.</nr>
      <al>werknemer: de werknemer op wie de bepalingen van de cao van
toepassing zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>e.</nr>
      <al>bestuur: het bestuur van het fonds.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>f.</nr>
      <al>reglement: een reglement als bedoeld in artikel 11 van de statuten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>g.</nr>
      <al>sfb: SFB CAO-Regelingen B.V. te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Doel</titel>
    </artkop>
    <al>Het fonds stelt zich ten doel om, in aansluiting op de desbetreffende
bepaling in de cao, en overeenkomstig bij reglement vast te stellen bepalingen,
loonkosten wegens scholingsdagen in de bouwnijverheid in Nederland te vergoeden,
alsmede nader door partijen bij de cao aan het fonds op te dragen activiteiten
in het kader van de volwassenenscholing.</al>
    <al>Het fonds stelt zich voorts ten doel het financieren of subsidiëren
van werkgelegenheidsprojecten als bedoeld in de cao en het verstrekken van
algemene voorlichting aan de bedrijfstak omtrent Scholingsfondsactiviteiten
in het kader van artikel 35b. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Administratie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het fonds draagt zijn administratie conform contract op aan
het sfb.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De administratie-opdracht aan het sfb omvat de bijdragevaststelling
en bijdrage-inning, de controle op en het uitbetalen van declaraties, de financiële
verslaglegging van het fonds, het verstrekken van allerhande faciliteiten
en de activiteiten die voortvloeien uit de aan het sfb opgedragen taken, alsmede
andere door het bestuur aan het sfb opgedragen activiteiten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Geldmiddelen</titel>
    </artkop>
    <al>De geldmiddelen van het fonds bestaan uit:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>de bijdragen die ter uitvoering van het doel van het fonds
door de werkgevers worden opgebracht op de wijze als door partijen bepaald
en nader vastgesteld in het reglement;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>renten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>eventuele andere baten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Bestuur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur van het fonds bestaat uit zes leden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De benoeming geschiedt als volgt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>drie leden door de Vereniging „Algemeen Verbond
Bouwbedrijf" (AVBB);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>één lid door de Bouw- en Houtbond FNV;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>één lid door de Hout- en Bouwbond CNV;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>één lid door de Vakvereniging 'Het Zwarte
Corps'.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voor ieder bestuurslid wordt een plaatsvervangend lid benoemd.
Hetgeen is bepaald ten aanzien van bestuursleden geldt evenzeer voor de plaatsvervangende
bestuursleden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het lidmaatschap van het bestuur eindigt door overlijden van
betrokkene, dan wel door intrekking van de benoeming door het orgaan dat het
betrokken bestuurslid heeft aangewezen, dan wel door het schriftelijk bedanken
van betrokkene, dan wel door onder curatelestelling van betrokkene.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De leden van het bestuur mogen, noch middellijk, noch onmiddellijk,
in een andere hoedanigheid deelnemen aan leveringen of aan nemingen ten behoeve
van het fonds, noch op enigerlei wijze belang hebben bij de beleggingen van
zijn gelden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Besluitvorming en quorum</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De leden van het AVBB brengen ieder vijf stemmen uit, het lid
van de Bouw- en Houtbond FNV brengt negen stemmen uit en de overige leden
ieder drie stemmen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Is het aantal ter vergadering aanwezige stemmen aan werkgeverszijde
niet even groot als het aantal ter vergadering aanwezige stemmen aan werknemerszijde,
dan brengen de leden van die groep waarvan het grootste stemmenaantal ter
vergadering aanwezig is ieder evenveel stemmen uit als het aantal stemmen
van de leden van de andere groep ter vergadering aanwezig, maal het eigen
stemmenaantal. De leden van de andere groep brengen alsdan ieder evenveel
stemmen uit als het aantal stemmen van de leden van de grootste groep ter
vergadering aanwezig, maal het eigen stemmenaantal.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Delegatie</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur kan uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden delegeren aan het
sfb en/of aan door het bestuur, al dan niet geheel uit zijn midden, benoemde
paritaire commissies. Daarbij kan aan deze commissies toestemming worden verleend,
volgens door het bestuur te stellen richtlijnen, een deel van haar bevoegdheden
weer over te dragen aan het sfb. De gedelegeerde bevoegdheden worden door
de commissies en het sfb uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid
van het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Voorzitters en secretarissen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt uit zijn midden twee voorzitters: één
van werkgeverszijde en één van werknemerszijde.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het bestuur vertegenwoordigt het fonds. Daarnaast komt
de vertegenwoordigingsbevoegdheid toe aan de twee voorzitters gezamenlijk.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Om beurten treden de voorzitters voor de tijd van een jaar
als fun gerend voorzitter en als plaatsvervangend voorzitter op. Het bestuur
wijst bij de eerste benoeming van twee voorzitters aan, welke van hen beiden
gedurende het eerste boekjaar als fungerend voorzitter en welke als plaatsvervangend
voorzitter zal optreden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur kiest uit zijn midden twee secretarissen: één
van werkgeverszijde en één van werknemerszijde. Wanneer als
voorzitter een werkgevers vertegenwoordiger fungeert, fungeert als secretaris
de secretaris van werknemerszijde, en omgekeerd. Overeenkomstig het gestelde
in het eerste lid vertegenwoordigt/vertegenwoordigen hij/zij het fonds in
en buiten rechte bij ontstentenis van één of beide voorzitters.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Beheer</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur is belast met het beheer van het fonds. Het is bevoegd uit
naam van het fonds alle handelingen te verrichten die met de doelstelling
in overeenstemming zijn en die niet bij of krachtens deze statuten aan de
bevoegdheid van het bestuur onttrokken zijn. In afwijking van het bepaalde
in artikel 291, tweede lid van Boek II Burgerlijk Wetboek, omvat de bevoegdheid
van het bestuur mede het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden
of bezwaren van registergoederen, als ook het sluiten van overeenkomsten waarbij
het fonds zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor
een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een
derde verbindt.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Reglement</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur stelt een reglement vast dat de wijze waarop het
doel van het fonds zal worden bereikt en die zaken welke nadere voorziening
behoeven, regelt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur dient voor wijzigingen in het reglement goedkeuring
van partijen te krijgen. Ter verkrijging van de goedkeuring wordt de wijziging
toegezonden aan de organisaties die partij zijn bij de cao. Een organisatie
wordt geacht haar goedkeuring te hebben verleend als zij niet binnen vier
weken na de toezending van het tegenovergestelde heeft doen blijken door het
insturen van haar op schrift gestelde bezwaren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een reglement, alsmede in het reglement aangebrachte wijzigingen
zullen niet in werking treden, alvorens een volledig exemplaar van die stukken,
onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur ondertekend,
voor een ieder ter inzage zijn gelegd ter griffie van het kantongerecht te
Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Ten aanzien van de besluitvorming over de vast- stelling of
wijziging van een reglement is het bepaalde in artikel 15 van toepassing.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Sancties</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur is bevoegd in het reglement omschreven sancties toe te passen
als declaraties worden ingediend ná de daartoe in het reglement vastgestelde
termijn, of niet overeenkomstig de in het reglement voorgeschreven wijze.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Boekjaar en jaarverslag</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het boekjaar van het fonds valt samen met het kalenderjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur legt van zijn beleid jaarlijks binnen twaalf maanden
na afloop van het boekjaar schriftelijk verantwoording af aan de organisaties
die partij zijn bij de cao door middel van een verslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het in het tweede lid bedoelde verslag bevat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een algemeen overzicht van de werkzaamheden van de stichting
gedurende het afgelopen boekjaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een rekening en verantwoording omtrent het beheer van de stichting,
bestaande uit een balans en een rekening van baten en lasten, vergezeld van
een verklaring van de registeraccountant terzake van zijn bevindingen bij
de controle opgedaan;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in voorkomende gevallen, mededelingen omtrent de wijzigingen
die in de statuten en/of reglement(en) hebben plaatsgehad.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het saldo, zoals dit blijkt uit de laatstelijk vastgestelde
balans, wordt toegevoegd aan de middelen voor het volgende boekjaar.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt toegezonden aan de werkgevers- en werknemersorganisaties
betrokken bij de cao.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt ter inzage van de bij het fonds betrokken
werkgevers en werknemers gelegd: </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten kantore van het fonds;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op één of meer door de minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt op aanvraag aan de bij het fonds betrokken
werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden
kosten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Accountant</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt, gehoord het sfb, een externe registeraccountant
aan wie de controle van de jaarrekening wordt opgedragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De accountant is gerechtigd tot inzage van alle boeken en bescheiden
van de stichting. De waarden van de stichting moeten hem desgevraagd worden
getoond.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De accountant brengt ten minste jaarlijks een rapport uit over
zijn bevindingen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Wijziging statuten</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Wijzigingen in de statuten kunnen worden aangebracht bij besluit
van het bestuur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen in een
bijzondere daartoe uitgeschreven vergadering, waarin ten minste twee werkgevers-
en ten minste twee werknemersleden van het bestuur aanwezig zijn. De uitnodiging
voor deze vergadering moet met het voorstel uiterlijk veertien dagen voor
de vergadering aan de bestuursleden worden toegezonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Als in een vergadering, waarin een statutenwijziging zal worden
behandeld, niet het voor het nemen van een besluit vereiste aantal leden aanwezig
is, zal binnen een maand nadien een tweede vergadering worden gehouden, op
te roepen met inachtneming van de voor oproeping gestelde termijn, welke ongeacht
het ter vergadering aanwezige aantal leden tot het nemen van een besluit bevoegd
zal zijn. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een besluit tot statutenwijziging moet worden genomen met een
meerderheid van ten minste twee derde van de uitgebrachte geldige stemmen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Een statutenwijziging treedt in werking als deze door partijen
is goedgekeurd. Ter verkrijging van de goedkeuring wordt de wijziging toegezonden
aan de organisaties, die partij zijn bij de cao.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Een organisatie wordt geacht haar goedkeuring te hebben verleend,
als zij niet binnen vier weken na de toezending van het tegenovergestelde
heeft doen blijken door het insturen van haar op schrift gestelde bezwaren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat hiervan
een notariële akte is opgemaakt en een door het bestuur ondertekend exemplaar
van de wijziging voor een ieder ter inzage is neergelegd ter griffie van het
kantongerecht Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging,
alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het openbaar
handelsregister, gehouden bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Ontbinding</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor een besluit tot ontbinding van het fonds gelden dezelfde
bepalingen als voor een besluit tot wijziging van de statuten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In geval van ontbinding zal, tenzij partijen een ander besluit
nemen, het bestuur met de liquidatie zijn belast. Over een eventueel batig
dan wel nadelig saldo zal door partijen worden beslist.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Een batig saldo moet worden bestemd voor een doel dat het meest
overeenkomt met het doel van het fonds.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Ministerieel vertegenwoordiger</titel>
    </artkop>
    <al>Als door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de wens daartoe
te kennen wordt gegeven, wordt in overleg tussen de minister en het bestuur
een waarnemer toegelaten. De waarnemer is gerechtigd alle vergaderingen van
het bestuur bij te wonen. De waarnemer ontvangt alle voor het bestuur bestemde
stukken. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Slotbepaling</titel>
    </artkop>
    <al>In alle gevallen waarin niet door deze statuten of het reglement van het
fonds is voorzien, beslist het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Inwerkingtreding</titel>
    </artkop>
    <al>Deze statuten treden in werking met ingang van 6 september 2000 onder
intrekking van de voor die datum geldende statuten. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">STATUTEN VAN DE STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS
VOOR DE BOUWNIJVERHEID</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">VASTGESTELD OP 9 OKTOBER 1967</tuskop>
    <al>Laatstelijk gewijzigd bij bestuursbesluit van 8 juni 2000</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">DEEL I VAN DE STICHTING</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Naam en zetel</titel>
    </artkop>
    <al>De stichting draagt de naam „Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds
voor de Bouwnijverheid" en is gevestigd te 's-Gravenhage.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Doel</titel>
    </artkop>
    <al>De stichting heeft ten doel het financieren van opleidings- en ontwikkelingsactiviteiten
in de bouwnijverheid. De stichting tracht dit doel te bereiken door gelden
te innen bij ondernemingen in de bouwnijverheid en deze, met de andere baten
van de stichting, aan te wenden voor de financiering van activiteiten als
bedoeld in artikel 16.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">DEEL II VAN HET BESTUUR</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Bestuur</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur bestaat uit zes leden.</al>
    <al>Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen,
vervreemden of bezwaren van registergoederen en tot het sluiten van overeenkomsten
waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt,
zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld
van derden verbindt.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Adviseurs en waarnemers</titel>
    </artkop>
    <al>De bestuursleden kunnen zich in de vergaderingen van het bestuur laten
bijstaan door adviseurs.</al>
    <al>Indien door betrokken overheidsinstanties de wens daartoe te kennen wordt
gegeven, wordt in overleg tussen het bestuur en de bedoelde instanties een
waarnemer toegelaten. Waarnemers zijn gerechtigd tot het bijwonen van alle
bestuursvergaderingen, alsmede van alle vergaderingen als bedoeld in artikel
10. Waarnemers ontvangen alle ter zake dienende stukken.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Benoeming van de leden van het bestuur</titel>
    </artkop>
    <al>De leden van het bestuur en de vaste plaatsvervangers worden benoemd door:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), dat drie leden en
voor hen drie vaste plaatsvervangers benoemt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>de Bouw- en Houtbond FNV, die twee leden en voor hen twee vaste
plaatsvervangers benoemt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>de Hout- en Bouwbond CNV, die één lid en één
vaste plaatsvervanger benoemt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Zittingsduur</titel>
    </artkop>
    <al>De leden van het bestuur en de vaste plaatsvervangers worden benoemd voor
een periode van twee jaar, met inachtneming van het bepaalde in artikel 7.
Aftredende bestuursleden en hun plaatsvervangers komen voor herbenoeming in
aanmerking. Voor benoeming of herbenoeming komen niet in aanmerking zij die
de leeftijd van 65 jaar zijn gepasseerd.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Aftreding van bestuursleden</titel>
    </artkop>
    <al>Telkenjare treden drie bestuursleden en drie vaste plaatsvervangers af,
te weten van de leden bedoeld in artikel 5:</al>
    <al>lid a: het eerste jaar twee leden en twee plaatsvervangers;</al>
    <al>het tweede jaar één lid en één plaatsvervanger;</al>
    <al>lid b: ieder jaar één lid en één plaatsvervanger;</al>
    <al>lid c: ieder tweede jaar het lid en de plaatsvervanger. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Voorzitter</titel>
    </artkop>
    <al>Telkenjare wijst het bestuur uit zijn midden twee voorzitters aan, met
dien verstande dat één voorzitter wordt aangewezen uit de leden,
benoemd door het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) en de andere voorzitter
uit de leden, benoemd door de Bouw- en Houtbond FNV en Hout- en Bouwbond CNV.</al>
    <al>Het fungerend voorzitterschap zal afwisselend (jaarlijks) worden bekleed
door een bestuurslid, benoemd door het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB)
en een bestuurslid, benoemd door de FNV Bouw en de Hout- en Bouwbond CNV.</al>
    <al>Beide voorzitters gezamenlijk vertegenwoordigen de stichting in en buiten
rechte.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Quorum en stemming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor het houden van vergaderingen en het nemen van besluiten
is de aanwezigheid vereist van tenminste vier bestuursleden en/of plaatsvervangende
bestuursleden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien minder dan zes bestuursleden en/of plaatsvervangende
bestuursleden aanwezig zijn, kan slechts worden gestemd wanneer geen der aanwezige
leden daartoe bezwaar maakt.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien een der aanwezige leden tegen de stemming bezwaar
maakt, zal de stemming over het betreffende onderwerp plaatsvinden in de eerstvolgende
vergadering, ook indien minder dan zes doch tenminste vier leden en/of plaatsvervangende
bestuursleden aanwezig zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De vaste plaatsvervangende leden kunnen ieder slechts
één stem uitbrengen, ongeacht het aantal bestuursleden dat zij
vervangen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Staken der stemmen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Bij het staken der stemmen wordt in een volgende vergadering,
welke ten hoogste één maand later plaatsvindt, andermaal over
hetzelfde onderwerp gestemd. Staken de stemmen in tweede instantie wederom,
dan wordt over het betreffende onderwerp beslist door partijenoverleg tussen
het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de Bouw- en Houtbond FNV en de Hout-
en Bouwbond CNV.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Nadat het onderwerp aan het partijenoverleg is voorgelegd en
uiterlijk binnen één maand geen kennisgeving van een ter zake
genomen beslissing is ontvangen, zal omtrent het betreffende onderwerp een
beslissing worden genomen door een daartoe ingestelde commissie, waarvan één
lid wordt aangewezen door de bestuursleden en/of vaste plaatsvervangers, benoemd
door het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) en één lid wordt
aangewezen door de bestuursleden en/of vaste plaatsvervangers, benoemd door
de Bouw- en Houtbond FNV en de Hout- en Bouwbond CNV. Deze aldus benoemde
leden benoemen in gezamenlijk overleg een derde lid. De beslissing welke door
de commissie wordt genomen, is bindend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De in het tweede lid bedoelde commissieleden mogen geen bestuursleden
en/of plaatsvervangende bestuursleden zijn.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Huishoudelijk Reglement</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur stelt onder goedkeuring van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf
(AVBB), de Bouw- en Houtbond FNV en de Hout- en Bouwbond CNV een huishoudelijk
reglement vast. Bepalingen in dit huishoudelijk reglement mogen niet in strijd
zijn met deze Statuten.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Bestuur en secretariaat</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur laat zich bijstaan door een ambtelijk secretaris, die leiding
geeft aan het bureau van de stichting.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De secretaris en eventueel ander personeel worden door het bestuur benoemd.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De rechtspositie alsmede de taken en bevoegdheden worden door het bestuur
vastgesteld.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">DEEL III VAN DE FINANCIERING VAN ACTIVITEITEN
DOOR DE BEDRIJFSTAK BOUWNIJVERHEID</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Ontvangsten en uitgaven</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De middelen van de stichting bestaan uit:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>het stichtingskapitaal;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>bijdragen die door de ondernemers in de bouwnijverheid worden
verstrekt ingevolge het bepaalde in een collectieve arbeidsovereenkomst of
loonregeling, geldend in de bedrijfstak bouwnijverheid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>eventuele andere baten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De begroting van inkomsten en uitgaven behoeft de goedkeuring
van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de Bouw- en Houtbond FNV en de
Hout- en Bouwbond CNV.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Financieringsreglement</titel>
    </artkop>
    <al>Het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de Bouw- en Houtbond FNV en de
Hout- en Bouwbond CNV stellen op advies van de stichting een financieringsreglement
vast, waarin tenminste zijn geregeld de vaststelling en de hoogte van de bijdrage
en de wijze van incasseren daarvan. Bepalingen in dit financieringsreglement
mogen niet in strijd zijn met deze Statuten.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Beheer en administratie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De gelden van de stichting worden door het bestuur beheerd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De inning van de bijdragen, verschuldigd aan de hierna
genoemde fondsen, is opgedragen aan de besloten vennootschap SFB CAO-Regelingen
BV te Amsterdam.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het bestuur kan uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden
delegeren aan de besloten vennootschap SFB CAO-Regelingen BV te Amsterdam
en/of aan door het bestuur al dan niet geheel uit zijn midden benoemde paritaire
commissies. De gedelegeerde bevoegdheden worden door de commissies en SFB
CAO-Regelingen BV uitgeoefend onder toezicht en verantwoordelijkheid van het
bestuur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De in artikel 13, lid 1 onder b, bedoelde bijdragen worden
geadministreerd in vier afzonderlijke fondsen, nl.:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>A'.</nr>
      <al>fonds ter bevordering van de financiering van de verletkosten
en de organisatiekosten van directe opleiders verbonden aan de beroepsopleiding
en de financiering van bijscholingsactiviteiten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>A.</nr>
      <al>fonds ter bevordering van de financiering van de organisatie
van de beroepsopleiding;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>C.</nr>
      <al>fonds ter bevordering en bescherming van de gezondheid.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De beleggingen zullen door het bestuur op een zodanige wijze
geschieden, dat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een redelijke spreiding naar aard en risico van de bezittingen
en interesses wordt verkregen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een optimaal rendement wordt verkregen; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>geen belangrijk risico van blijvende vermogensverliezen wordt
gelopen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De aan de stichting toebehorende zaken worden, als zij niet
ten kantore worden gehouden, in bewaring gegeven bij een ingevolgde de Wet
Toezicht Kredietwezen geregistreerde instelling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De kosten van beheer met betrekking tot een boekjaar komen
ten laste van de rekening van baten en lasten over dat boekjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt een externe registeraccountant aan wie
de controle van de jaarrekening wordt opgedragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De registeraccountant is gerechtigd tot inzage in alle boeken
en bescheiden van de stichting. De waarden van de stichting moeten hem desgevraagd
worden getoond.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>De registeraccountant brengt ten minste eenmaal per jaar aan
het bestuur verslag uit van zijn bevindingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>het bestuur legt van zijn beleid jaarlijks binnen zes maanden
na afloop van het boekjaar schriftelijk verantwoording af aan bij de in artikel
5 van deze Statuten genoemde partijen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>11.</nr>
      <al>Het in het negende lid bedoelde verslag bevat:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een algemeen overzicht van de werkzaamheden van de stichting
gedurende het afgelopen boekjaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een rekening en verantwoording omtrent het beheer van de stichting,
bestaande uit een balans en een rekening van baten en lasten, vergezeld van
een verklaring van de registeraccountant ter zake van zijn bevindingen bij
de controle opgedaan;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in voorkomende gevallen, mededelingen omtrent de wijzigingen
die in de Statuten en/of Reglementen hebben plaatsgehad.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>12.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt toegezonden aan de werkgevers- en werknemersorganisaties
genoemd in artikel 5 van deze Statuten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>13.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt ter inzake van de bij het Opleidings-
en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid betrokken werkgevers en werknemers
gelegd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten kantore van het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op één of meer door de Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>14.</nr>
      <al>Het jaarverslag wordt op aanvraag aan de bij het Opleidings-
en Ontwikkelingsfonds betrokken werkgevers en werknemers toegezonden tegen
betaling van de daaraan verbonden kosten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Te financieren en subsidiëren activiteiten</titel>
    </artkop>
    <al>De in artikel 15 genoemde fondsen worden aangewend voor:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>A'.</nr>
      <al>Voor wat betreft het fonds ter financiering van verletkosten
verbonden aan de beroepsopleiding en de financiering van bijscholingsactiviteiten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>de bestrijding van verletkosten van in opleiding zijnde
werknemers, onder meer door het zo nodig verstrekken van vergoedingen aan
werkgevers bij wie bedoelde werknemers in dienst zijn.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>A.</nr>
      <al>Voor wat betreft het fonds ter bevordering van de financiering
van de organisatie van de beroepsopleiding, de financiering danwel subsidiëring
van:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>beroepsopleidingen in de ruimste zin des woords in of ten behoeve
van het bouwbedrijf;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>het verrichten van onderzoekingen naar de verwachte behoefte
in de toekomst aan werknemers met bepaalde scholing in de onderscheiden categorieën
in het bouwbedrijf en het aan de hand daarvan bepalen van de gewenste aard
en omvang van de opleidingen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>het onderzoek van de invloed van de technische ontwikkeling
op de opleidingen en de verwerking van de gevonden gegevens in bestaande danwel
nieuwe opleidingen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4.</nr>
      <al>het onderzoek ten behoeve van de opleidingen in nieuwe werkmethoden
en andere arbeidsproductiviteit-bevorderende middelen en de verwerking van
de gevonden gegevens in bestaande danwel nieuwe opleidingen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>5.</nr>
      <al>het onderzoek van nieuwe methoden van leidinggeven en het verwerken
van de resultaten daarvan in bestaande danwel nieuwe opleidingen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>6.</nr>
      <al>het verwerken van de onder 4 tot en met 6 genoemde resultaten
van de onderzoekingen in cursussen voor ondernemers en werknemers;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>7.</nr>
      <al>het bevorderen van de resultaten van de onderzoekingen als
bedoeld onder 4 tot en met 6 door publicaties, vergaderingen en bijeenkomsten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>8</nr>
      <al>het bevorderen van schriftelijke en mondelinge propaganda ten
doel hebbende dat nieuwe leerlingen ten behoeve van het bouwbedrijf kunnen
worden aangetrokken en dat zo groot mogelijke categorieën van in het
bouwbedrijf werkzame ondernemers en werknemers deelnemen aan de voor hen geschikte
opleidingen, bijscholingen, cursussen, bijeenkomsten en andere middelen die
een zo groot mogelijke deelneming aan de hierboven genoemde opleidingen, bijscholingen,
cursussen en bijeenkomsten kunnen bevorderen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>C.</nr>
      <al>voor wat betreft het fonds voor de bevordering en bescherming
van de gezondheid, de financiering danwel subsidiëring van de Stichting
Arbouw.</al>
      <al>Van de gefinancierde en gesubsidieerde verenigingen, instellingen
en personen zal vooraf een begroting worden verlangd betreffende de besteding
van de door hen aangevraagde gelden.</al>
      <al>Voorts zal jaarlijks aan het
bestuur van de stichting verantwoording omtrent de besteding van de ontvangen
middelen worden afgelegd. Deze verantwoording dient te zijn voorzien van een
goedkeurende verklaring door een erkend registeraccountant of accountant-administratieconsulent
met certificerende bevoegdheid.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <al>De ontvangen verantwoordingen worden opgenomen in de door de stichting
af te leggen rekening en verantwoording als bedoeld in artikel 19.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Financiering bijzondere activiteiten</titel>
    </artkop>
    <al>Omtrent de financiering van activiteiten, als bedoeld in artikel 16, voor
zover deze financiering krachtens artikel 13, lid 2, goedgekeurde bedragen
in de begroting te boven gaat, dient afzonderlijk goedkeuring van het Algemeen
Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de Bouw- en Houtbond FNV en de Hout- en bouwbond
CNV te worden aangevraagd.</al>
    <al>Omtrent de financiering van activiteiten waarvoor geen kredieten uit de
jaarlijkse begroting beschikbaar kunnen worden gesteld, dient een aanvullende
begroting te worden ingediend en goedkeuring conform het bepaalde in artikel
13, lid 2.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Beroep</titel>
    </artkop>
    <al>Op beslissingen van het bestuur omtrent de financierings- en subsidieaanvragen
kan geen beroep worden ingesteld, onverlet de mogelijkheid een nieuwe aanvraag
in te dienen. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Rekening en verantwoording</titel>
    </artkop>
    <al>Jaarlijks legt het bestuur omtrent het gevoerde en te voeren beleid rekening
en verantwoording af aan de in artikel 5 genoemde organisaties. Deze organisaties
dienen decharge te verlenen voor het gevoerde beleid.</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">DEEL IV SLOTBEPALINGEN</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Duur van de stichting</titel>
    </artkop>
    <al>De stichting is aangegaan voor onbepaalde tijd.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
      <titel>Statutenwijziging en ontbinding</titel>
    </artkop>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Statutenwijziging</tuskop>
    <al>Wijziging van de Statuten, het Huishoudelijk Reglement en het Financieringsreglement
kan slechts plaatsvinden door het bestuur met goedkeuring van het Algemeen
Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de Bouw- en HoutbondFNV en de Hout- en Bouwbond
CNV.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De Statuten en Reglementen en de in de Statuten en Reglementen aangebrachte
wijzigingen zullen niet in werking treden voordat een volledig exemplaar van
die stukken, of onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin door het bestuur
ondertekend voor een ieder ter inzage zijn gelegd ter griffie van het kantongerecht
te Amsterdam.</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Ontbinding</tuskop>
    <al>Zowel het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB) als de Bouw- en Houtbond
FNV met de Hout- en Bouwbond CNV gezamenlijk, kunnen de stichting ontbinden
door in een aangetekend schrijven aan het bestuur mede te delen dat zij hun
medewerking in de stichting beëindigen. Nadat twee jaar sinds bedoelde
kennisgeving is verstreken, is de stichting van rechtswege ontbonden.</al>
    <al>Het bestuur is alsdan belast met de liquidatie en geeft een bestemming
aan het batig saldo van de stichting. De bestemming van de saldi van de in
artikel 15, lid 2, sub A en C genoemde fondsen, behoeft de goedkeuring van
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">HUISHOUDELIJK REGLEMENT</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">INGEVOLGE ARTIKEL 11 VAN DE STATUTEN VAN DE STICHTING
OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">VASTGESTELD OP 9 OKTOBER 1967</tuskop>
    <al>Nadien gewijzigd bij bestuursbesluit van 21 november 1996 (laatste
wijziging)</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Voorwaarden rond subsidieaanvragen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Ten behoeve van projecten</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>
        <nadruk type="cur">Tijdstip van indiening</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Een aanvraag ten behoeve van subsidiëring van
projecten dient vóór 1 november, voorafgaande aan het kalenderjaar
waarvoor subsidiëring wordt gevraagd, te zijn ingediend.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>
        <nadruk type="cur">Vermelding gegevens in de subsidieaanvraag</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De ingediende verzoeken om subsidie dienen de volgende
gegevens te bevatten:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>omschrijving doelstelling van de activiteiten, alsmede
de te volgen werkwijze;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>aanvangsdatum en geschatte tijdsduur;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>uitvoerende personen c.q. instelling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>geraamde kosten, gespecificeerd in:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>a.</nr>
      <al>voorbereidende kosten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>b.</nr>
      <al>tarieven, mandagen, uren e.d.;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>c.</nr>
      <al>werkzaamheden derden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="4">
      <nr>d.</nr>
      <al>raming beschikbaarheid geldbehoefte.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>
        <nadruk type="cur">Voortgangsrapportage bij toewijzing</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Per kwartaal dient informatie te worden verstrekt,
waaruit per activiteit moet blijken:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>a.</nr>
      <al>totaal verwerkt bedrag tot moment van rapportage;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>b.</nr>
      <al>het nog beschikbare bedrag;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>c.</nr>
      <al>de nog te verwachten uitgaven;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>d.</nr>
      <al>percentage gereed;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>e.</nr>
      <al>de eventueel te verwachten afwijkingen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>f.</nr>
      <al>de gerealiseerde activiteiten en de geprogrammeerde activiteiten
in de tijd gezien.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4.</nr>
      <al>
        <nadruk type="cur">Beëindiging van een project</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Indien bij de beëindiging van een project een
eindrapport wordt opgesteld, dient een exemplaar van dat eindrapport aan het
O&amp;O-fonds te worden verstrekt. Eveneens dient een definitieve afrekening
aan het O&amp;O-bestuur te worden verstrekt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Ten behoeve van doorlopende bijdragen aan subsidiegenietende
instellingen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>
        <nadruk type="cur">Tijdstip van indiening begroting</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De desbetreffende instelling dient per kalenderjaar
een begroting omtrent haar activiteiten op te stellen. Deze jaarbegroting
dient vóór 1 november, voorafgaande aan het kalenderjaar waarop
de begroting betrekking heeft, te zijn ingediend.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>
        <nadruk type="cur">Samenstelling begroting</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De begroting dient te zijn samengesteld uit zogenaamde
kostensoorten met zo nodig een specificatie per deelpost op de begroting en
een toelichting.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>
        <nadruk type="cur">Kwartaalverantwoording</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De subsidiegenietende instelling dient ieder kwartaal
een overzicht te verstrekken, waarin naast de begrote cijfers opgenomen zijn
(cumulatief) de uitgaven, c.q. verwerkte bedragen tot en met dat kwartaal.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Overschrijdingen op activiteiten en begrotingen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Alle relevante overschrijdingen op toegewezen bedragen
inzake activiteiten en begrotingen dienen in een zo vroeg mogelijke fase aan
het secretariaat van het O&amp;O-fonds kenbaar te worden gemaakt met opgave
van redenen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Relevante overschrijdingen binnen een begroting van
de deelposten, dienen eveneens – zo nodig mondeling – aan het
O&amp;O-fonds te worden gemeld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor overboekingen van bedragen binnen een begroting
van de ene deelpost naar de andere deelpost, moet vooraf toestemming worden
gevraagd aan het O&amp;O-fonds.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Betalingen aan subsidiënten</titel>
    </artkop>
    <al>Teneinde te voorkomen, dat er bij de subsidiënten overtollige liquide
middelen aanwezig zijn, zullen betalingen aan subsidiënten uitsluitend
plaatsvinden op grond van de werkelijk te verrichten uitgaven door de subsidiënten.
Hiertoe zal de wijze van betaling, alsmede het betalingsschema, in overleg
worden vastgesteld door het O&amp;O-fonds en de betreffende subsidiënt. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Toets doelmatigheid</titel>
    </artkop>
    <al>Het O&amp;O-bestuur heeft tot taak de doelmatigheid van de uitgaven van
de subsidiënten te bezien en te toetsen of die uitgaven rechtmatig zijn
ontleend aan de begrotingen. Deze toets vindt onder meer plaats aan de hand
van de door het O&amp;O-bestuur vastgestelde Leidraad Administratieve Voorwaarden.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Onvoorziene uitgaven</titel>
    </artkop>
    <al>Ten laste van een daarvoor in de begroting op te nemen post voor onvoorziene
uitgaven kan het O&amp;O-bestuur in de loop van een kalenderjaar subsidies
toekennen aan verenigingen en instellingen ten behoeve van activiteiten waarmee
een opleidings- en of ander bedrijfstakbelang wordt gediend. De post onvoorziene
uitgaven bedraagt ten hoogste één procent van het begrotingstotaal.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Vacatiegeld</titel>
    </artkop>
    <al>De bestuursleden hebben aanspraak op vacatiegeld en kostenvergoedingen.
Als maatstaf voor de vergoedingen geldt de regeling van de SFB-organisatie. </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">FINANCIERINGSREGLEMENT</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">IN GEVOLGE ARTIKEL 14 VAN DE STATUTEN VAN DE STICHTING
OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR DE BOUWNIJVERHEID</tuskop>
    <tuskop letat="rom" cnt="1">VASTGESTELD OP 9 OKTOBER 1967</tuskop>
    <al>Laatstelijk gewijzigd bij bestuursbesluit van 8 juni 2000</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al>
    <al>de stichting: de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor de Bouwnijverheid;</al>
    <al>de statuten: de Statuten van de stichting voornoemd;</al>
    <al>de werkgever: de werkgever als bedoeld in een CAO of loonregeling geldende
op het terrein van de bouwnijverheid, voor zover deze CAO of loonregeling
de werkgevers verplicht tot bijdragen aan de stichting.</al>
    <al>de werknemer: als werknemer wordt tevens beschouwd degene die op basis
van een overeenkomst met een uitzendbureau werkzaamheden verricht als bedoeld
in de CAO voor het Bouwbedrijf en voor wie krachtens de bepalingen van die
CAO het uitzendbureau gehouden is bijdragen te betalen aan de stichting.</al>
    <al>CAO-Regelingen: de besloten vennootschap SFB CAO-Regelingen BV, gevestigd
te Amsterdam.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Bijdrageverplichting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is een bijdrage verschuldigd voor de financiering
van de in de Statuten omschreven doelstelling. Deze bijdrage is verschuldigd
aan CAO-Regelingen. De bijdrage wordt vastgesteld in de vorm van een percentage
van het door de werkgever aan zijn werknemers, vallende onder een CAO die
de werkgever verplicht tot bijdragen aan de stichting, uitbetaalde loon. Als
loon wordt aangemerkt het loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale
Verzekering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De bijdrage is verschuldigd over maximaal anderhalfmaal het
maximum premieloon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De hoogte van de in lid 1 bedoelde bijdrage, alsmede de verdeling
over de fondsen als genoemd in artikel 15, lid 2 van de Statuten, wordt –
onder goedkeuring van het Algemeen Verbond Bouwbedrijf (AVBB), de Bouw- en
Houtbond FNV en de Hout- en Bouwbond CNV – jaarlijks door het bestuur
van de stichting vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Invordering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De invordering van de in artikel 2 bedoelde bijdrage is opgedragen
aan CAO-Regelingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever wordt ten aanzien van de bijdrageverplichting
gekweten door betaling van het verschuldigde bedrag aan CAO-Regelingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De bijdrage wordt in december terstond ineens opeisbaar.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Betaaltermijnen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De betaling van de verschuldigde bijdrage dient per loonbetalingstijdvak,
maar tenminste eenmaal per maand plaats te vinden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien de betaling niet binnen veertien dagen na afloop van
elke hiervoor bedoelde periode heeft plaatsgevonden is de werkgever in verzuim.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd vanaf de datum van verzuim rente te
vorderen over de achterstallige betalingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Deze rente is gelijk aan de wettelijke rente.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd van invordering van rente geheel of
gedeeltelijk af te zien.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>CAO-Regelingen is bevoegd tot uitvoering van het bepaalde in
de leden 3 en 5. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <al>III. Het is de werkgever toegestaan om in het kader van een verzoek om
ontheffing als bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit
Arbeidsverhoudingen 1945, af te wijken van de onder II opgenomen bepaling(en)
houdende een mutatie van het loon voorzover de onverkorte toepassing van die
bepaling(en) de verlening van een ontheffing in de weg zou staan om reden
dat de personeelskosten van de betrokken onderneming onvoldoende zijn gematigd.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>IV. Indien en voor zover de onder II opgenomen bepalingen strijdig zijn
met bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze
regelen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>V. Dit besluit tot algemeen verbindend verklaring, voor zover het betreft
het begrip „spoorwerken" als bedoeld in artikel 1, lid 9b2, is niet
van toepassing op de werkgever die ressorteert onder de (algemeen verbindend
verklaarde) bepalingen van de CAO voor het Elektrotechnisch bedrijf en/of
de CAO voor het Metaalbewerkingsbedrijf;</al>
    <witreg></witreg>
    <al>VI. Op grond van een daartoe strekkend verzoek van cao-partijen is dit
besluit niet van toepassing op ICDS Constructors Ltd;</al>
    <witreg></witreg>
    <al>VII. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die
van publicatie in de Staatscourant en heeft geen terugwerkende kracht.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>VIII. Dit besluit wordt gepubliceerd door plaatsing in een bijvoegsel
bij de Staatscourant.</al>
  </body>
  <backm>
    <plaats>'s-Gravenhage, </plaats>
    <datum>14 december 2000</datum>
    <aionder>
      <naam>C. J. Meerhof.</naam>
    </aionder>
  </backm>
  <voetnoot id="f1" nr="1">
    <al>Gewijzigde dan wel toegevoegde artikelen en bepalingen in deze CAO ten
opzichte van de CAO 1997/1998 zijn aangegeven met *.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f3" nr="1">
    <al>Onder vloerbedrijf wordt verstaan het ten behoeve van derden verrichten
of doen verrichten van werkzaamheden als:  a. Het vervaardigen, bewerken dan
wel afwerken van vloeren door menging van grint, steenslag en/of zand en mengsels
daarvan al dan niet met andere vulstoffen en/of vezels met cement en/of andere
bindmiddelen en/of toeslagstoffen  b. Het monolithisch afwerken van vloeren
middels het aanbrengen van een dunne pleisterlaag.  c. Het vervaardigen en/of
bewerken van vloeren door menging van korrels, poeder of vezelachtige vulstoffen
hetzij van organische hetzij van anorganische aard met bindmiddelen dan wel
componenten welke tezamen het bindmiddel vormen.  d. Het in werk aanbrengen,
vervaardigen en/of bewerken van kunststof vloeren, slijtlagen, beschermlagen
of andere afwerklagen al dan niet naadloos.  e. Het prepareren, bewerken en/of
afwerken van niet constructieve cementgeboden of kunststofvloeren door middel
van vlinderen, frezen, stralen, schuren en/of andere soortgelijke werkzaamheden.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f4" nr="1">
    <al>Ingeval een prestatiebevorderend systeem zoals bedoeld in artikel 21 lid
2 van toepassing is, dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd
met de prestatiepremie. </al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f6" nr="1">
    <al>idem noot 4.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f7" nr="1">
    <al>Bedoelde toeslag maakt onderdeel uit van de VIP (voormalig RBS-)grondslag
in artikel 30.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f8" nr="1">
    <al>idem noot 7.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f9" nr="1">
    <al>Ingeval een presatiebevorderend systeem zoals bedoeld in artikel 21 lid
2 van toepassing is, dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd
met de gemiddelde prestatiepremie gedurende de betalingsperiode.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f10" nr="1">
    <al>Ingeval een presatiebevorderend systeem zoals bedoeld in artikel 21 lid
2 van toepassing is, dient het vast overeengekomen loon nog te worden verhoogd
met de gemiddelde prestatiepremie van de overige dagen gedurende de betalingsperiode
waarin de extra vrije dag valt. Indien de extra vrije dagen de gehele betalingsperiode
omvatten, dient het vast overeengekomen loon te worden verhoogd met de gemiddelde
prestatiepremie over de voorgaande betalingsperiode.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f11" nr="1">
    <al>Ingeval een presatiebevorderend systeem zoals bedoeld in artikel 21 lid
2 van toepassing is, dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd
met de gemiddelde prestatiepremie gedurende de betalingsperiode.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f12" nr="1">
    <al>Bedoeld is de toename van de WAO-uitkering als gevolg van een toename
van de arbeidsongeschiktheid, mits deze uitkering rechtstreeks aan de werknemer
wordt uitgekeerd door het SFB.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f14" nr="1">
    <al>Ingeval een presatiebevorderend systeem van toepassing is, zoals bedoeld
in artikel 21 lid 2 dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd
met de gemiddelde prestatiepremie van de overige dagen in de betreffende betalingsperiode
waarin het vorstverzuim valt, dan wel indien vorstverzuim gedurende de gehele
betreffende betalingsperiode valt het gemiddelde over de voorgaande betalingsperiode.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f15" nr="1">
    <al>Ingeval een presatiebevorderend systeem van toepassing is, zoals bedoeld
in artikel 21 lid 2 dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd
met de gemiddelde prestatiepremie van de overige dagen gedurende de betalingsperiodewaarin
het kort verzuim valt.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f16" nr="1">
    <al>Indien het huwelijk van de werknemer of de bevalling van zijn echtegnote
valt op zaterdag, zondag, een erkende algemene of erkende christelijke feestdag
of de laatste werkdag van de zomer-of wintervakantie, heeft de werknemer recht
op één dag vrijaf.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f18" nr="1">
    <al>Ingeval een presatiebevorderend systeem van toepassing is, zoals bedoeld
in artikel 21 lid 2 dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd
met de gemiddelde prestatiepremie van de overige dagen gedurende de betalingsperiodewaarin
het kort verzuim valt.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f19" nr="1">
    <al>Ingeval een presatiebevorderend systeem van toepassing is, zoals bedoeld
in artikel 21 lid 2 dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd
met de gemiddelde prestatiepremie van de overige dagen gedurende de betalingsperiodewaarin
het kort verzuim valt.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f20" nr="1">
    <al>Ingeval een presatiebevorderend systeem van toepassing is, zoals bedoeld
in artikel 21 lid 2 dient het vast overeengekomen loon te worden vermeerderd
met de gemiddelde prestatiepremie van de overige dagen gedurende de betalingsperiodewaarin
het kort verzuim valt. </al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f23" nr="1">
    <al>Partijen gaan ervan uit dat een dergelijk besluit als regel bij meerderheid
van stemmen van de leden wordt genomen.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f24" nr="1">
    <al>Partijen zullen nader, doch zo spoedig mogelijk, bepalen waar het secretariaat
van CAO-partijen in de nabije toekomst zal worden gehuisvest.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f25" nr="1">
    <al>Met uitzondering van huis- en bedrijfsrioleringen.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f26" nr="1">
    <al>Voor de bepaling van de data voor de opbouw- en opnameperiode wordt uitgegaan
van de volgende systematiek. De opbouwperiode is van de maandag van de tweede
gehele loondoorbetalingsweek in april tot en met de laatste zaterdag van de
tweede gehele loonbetalingsweek in november. De opname periode gaat in op
de maandag van de derde gehele loonbetalingsweek in november en eindigt op
de zaterdag van de eerste gehele loonbetalingsweek in april.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f27" nr="1">
    <al>Ongeacht het moment waarop de arbeid, als bedoeld in artikel 15 lid 5,
dan wel artikel 15a lid 1, wordt verricht</al>
  </voetnoot>
</avvcao>