Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatscourant 2000, 190 pagina 16Besluiten van algemene strekking

Regeling nadere voorschriften asbestwegen Wms

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, houdende nadere voorschriften omtrent de toepassing van NEN 5897 en omtrent het voorhanden hebben van een asbestbevattende weg (Regeling nadere voorschriften asbestwegen Wms)

22 september 2000

Nr. DGM/SAS/2000111351

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op artikel 2, tweede en vierde lid, van het Besluit asbestwegen Wms;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder Besluit: het Besluit asbestwegen Wms.

Artikel 2

Voor de toepassing van NEN 5897 als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van het Besluit, wordt uitgegaan van het ontwerp van NEN 5897, uitgave april 1999.

Artikel 3

Een asbestbevattende weg mag voorhanden worden gehouden indien de weg behoort tot de verkeersklasse 1 of 2a, bedoeld in C.R.O.W.-publicatie 81, uitgave januari 1994, en die weg:

a. een duurzame afscherming van het asbest heeft, welke afscherming bestaat uit asfalt, klinkers of beton, welke afscherming in een goede staat verkeert of;

b. een chrysotielasbestconcentratie, vermeerderd met tien maal de amfiboolasbest-concentratie van de weg, heeft die lager is dan 100 milligram per kilogram en die weg een duurzame afscherming van het asbest heeft, welke afscherming bestaat uit een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste 0,2 m is.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst of, indien op die datum het Besluit asbestwegen Wms nog niet in werking is getreden, met ingang van de dag waarop dat besluit in werking treedt.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling nadere voorschriften asbestwegen Wms.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 22 september 2000.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.P. Pronk.

Toelichting

1. Inleiding

Deze regeling strekt tot uitvoering een tweetal bepalingen van het Besluit asbestwegen Wms. Het betreft een nader voorschrift omtrent de toepassing van NEN 5897 als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van genoemd besluit en voorschriften die aangeven wanneer men een asbestbevattende weg toch voorhanden mag hebben als bedoeld in artikel 2, vierde lid, van dat besluit.

2. Nader voorschrift omtrent NEN 5897

Zoals in de nota van toelichting, behorende bij het Besluit asbestwegen Wms is gesteld, is in het kader van het project `Normalisatie en validatie van milieumeetmethoden 1993-1997' een ontwerp-normblad, NEN 5897 (Monsterneming en analyse van asbest in bouw- en sloopafval en puingranulaat), ontwikkeld. Dit ontwerp-normblad is in april 1999 door het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) te Delft gepubliceerd. In dit normblad wordt aandacht besteed aan de monstername, inclusief tot welke diepte de monsters van asbestbevattende wegen moeten worden genomen. Aangezien NEN 5897 nog steeds alleen als ontwerp-normblad beschikbaar is, is voorzien in de aansturing van dat ontwerp (artikel 2).

3. Het voorhanden hebben van een asbestbevattende weg

In artikel 2, vierde lid, van het Besluit is bepaald dat het verbod om een asbestbevattende weg voorhanden te hebben niet geldt ten aanzien van dergelijke wegen die aan bij ministeriële regeling gegeven voorschriften voldoen. Het gaat hier met name om asbestbevattende wegen waarbij het asbest bij normaal gebruik niet aan de oppervlakte komt. In zo'n geval is er sprake van een duurzame afscherming van het asbest. Van een zodanige afscherming is sprake indien het asbest is afgedekt met asfalt, klinkers of beton. Ook een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste twintig centimeter is, wordt als een duurzame afscherming aangemerkt. Deze voorschriften gelden alleen voor wegen die vallen onder de verkeersklasse 1 of 2a als bedoeld in de C.R.O.W.-publicatie 81, uitgave januari 1994. In die uitgave is met betrekking tot de verkeersklassen onderstaande tabel opgenomen.

stcrt-2000-190-p16-SC25804-1.gif

Overigens gaat het hierbij niet alleen om dergelijke wegen die op zichzelf aan deze eisen voldoen, maar ook om asbestbevattende wegen waarop zo'n duurzame afscherming wordt aangebracht. De aangebrachte afscherming zal dus ten hoogste 10 milligram hechtgebonden asbest per kilogram bevatten, zoals ook in de brief van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, gedateerd 6 december 1999, aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (Kamerstukken II, 1999-2000, 25 834, nr. 17) is gesteld.

De onderhavige voorschriften zijn opgesteld op basis van een advies van TNO dat zal worden opgenomen in de eindrapportage van het TNO-onderzoek betreffende de toetsing van de aanvragen op grond van de Saneringsregeling asbestwegen Twente.

Kenmerkend voor een niet-duurzame afscherming is wanneer bij visuele inspectie wordt vastgesteld dat asbest vanuit de onderlaag op een aantal plaatsen aan de oppervlakte komt. Omdat redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het proces van aan de oppervlakte komen van asbest zich voortzet, dient in zo'n situatie de weg als asbestbevattend te worden aangemerkt.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk.