﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE stcart PUBLIC "-//SDU//DTD staatscourant xml 1.1//NL" "../../dtd/stcrt-11.dtd"[]>
<stcart soort="reg" status="bewerkt" publtype="stct">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2000-174-p21-SC25521/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="1.5" conv="$Revision: 1.5 $__0" markup="hxa"></versie>
    <artcode>174-2101</artcode>
    <stcgeg>
      <tekst>Uit: Staatscourant 8 september 2000, nr. 174</tekst>
      <dag>Vrijdag</dag>
      <datum>8 september 2000</datum>
      <nummer>174</nummer>
    </stcgeg>
    <chapeau>
      <mincodes>VROM</mincodes>
    </chapeau>
    <titel>Onteigening in de gemeente Amsterdam</titel>
    <opschr>Percelen begrepen in het bestemmingsplan `Amstelveld/Den Texbuurt'</opschr>
  </frontm>
  <body>
    <al>
      <nadruk type="cur">Besluit van 24 augustus 2000 no. 00.004762 tot gedeeltelijke goedkeuring
van het besluit van de raad van Amsterdam van 9 februari 2000, no. 57, tot
onteigening als bedoeld in Titel IV van de onteigeningswet</nadruk>
    </al>
    <witreg></witreg>
    <al>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</al>
    <al>Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer van 3 juli 2000 no. MJZ2000078260, Centrale Directie Juridische
Zaken, Afdeling Algemeen Juridische en Bestuurlijke Zaken, en van Onze Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Directoraat-Generaal Openbaar
Bestuur.</al>
    <al>Gelezen de brieven van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 10
februari 2000, kenmerk 0001686 doss. C 564 en 3 mei 2000, kenmerk 0005590
doss. C 564.</al>
    <al>Gelet op Titel IV van de onteigeningswet, Titel V van de Gemeentewet en
Titel 10.2 van de Algemene wet bestuursrecht.</al>
    <al>De Raad van State gehoord (advies van 27 juli 2000 no. W08.00.0266/V).</al>
    <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer van 18 augustus 2000 no. MJZ2000096291, Centrale
Directie Juridische Zaken, Afdeling Algemeen Juridische en Bestuurlijke Zaken.</al>
    <al>Beschikken bij dit besluit over de goedkeuring van het besluit van de
raad van Amsterdam van 9 februari 2000, no. 57, tot onteigening ingevolge
artikel 77, eerste lid, aanhef en onder 1°, van de onteigeningswet, ten
name van die gemeente, van de bij dat besluit aangewezen percelen en perceelsgedeelten. </al>
    <tuskop letat="vet">Overwegingen</tuskop>
    <al>Ingevolge voornoemd artikel 77 van de onteigeningswet kan, zonder voorafgaande
verklaring bij de wet dat het algemeen nut onteigening vordert, onteigening
plaatsvinden onder meer ten behoeve van de uitvoering van en ter handhaving
van de feitelijke toestand overeenkomstig een bestemmingsplan. De ter onteigening
aangewezen percelen en perceelsgedeelten zijn begrepen in het onherroepelijk
goedgekeurde bestemmingsplan `Amstelveld/Den Texbuurt' van de gemeente Amsterdam.
Blijkens het raadsbesluit tot onteigening wenst de gemeente Amsterdam de daarin
bedoelde gronden in eigendom te verkrijgen ter uitvoering van en ter handhaving
van de feitelijke toestand overeenkomstig evengenoemd bestemmingsplan.</al>
    <al>De in het onteigeningsplan begrepen gronden zijn in het ter uitvoering
staande bestemmingsplan aangewezen voor `Gemengde bebouwing (GB4)', welke
bestemming door burgemeester en wethouders van Amsterdam overeenkomstig artikel
11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en met inachtneming van bij het plan
nader omschreven regelen moet worden uitgewerkt. Gelet hierop is van gemeentewege
overgelegd het onherroepelijk goedgekeurde uitwerkingsplan `Uitwerking 2,
deel GB-4 (ged.)'. In dat uitwerkingsplan is de bestemming `Gemengde bebouwing
(GB4)' nader uitgewerkt in de bestemmingen `Gestapelde woningen (A6)' en `Tuinen
en erven I'.</al>
    <al>De door de gemeente Amsterdam ter plaatse voorgestane wijze van planuitvoering
strekt deels tot sloop en deels tot restauratie van de zich op de ter onteigening
aangewezen gronden bevindende bebouwing een en ander met het oog op de realisering
van sociale huurwoningen en koopwoningen met - plaatselijk op de begane grond
- bedrijfsruimte alsmede met bijbehorende tuinen en erven aan met name de
Utrechtsedwarsstraat.</al>
    <al>Het raadsbesluit tot onteigening heeft overeenkomstig artikel 84, eerste
lid, van de onteigeningswet met ingang van 14 februari 2000 gedurende vier
weken voor een ieder ter inzage gelegen op de secretarie van de gemeente Amsterdam.
Binnen deze termijn zijn tegen het raadsbesluit bij Ons schriftelijk bedenkingen
naar voren gebracht door A.O.A.M.C. van Rijckevorsel te Amsterdam.</al>
    <al>Aan artikel 86, tweede lid, van de onteigeningswet, inhoudende dat degenen,
die tijdig ingevolge het derde lid van artikel 84 van die wet bedenkingen
naar voren hebben gebracht, door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer in de gelegenheid worden gesteld zich te doen horen,
is voldaan. </al>
    <tuskop letat="cur">Overwegingen ten aanzien van de naar voren gebrachte bedenkingen</tuskop>
    <al>De reclamant, rechthebbende op het mede ter onteigening aangewezen perceel
kadastraal bekend gemeente Amsterdam, sectie I, no. 5597 (ged.) en plaatselijk
bekend Prinsegracht 768, verwijst in zijn geschrift met bedenkingen allereerst
naar zijn - aan de Commissie van Advies voor Bouwen, Wonen en Economie Binnenstad
van de gemeente Amsterdam toegezonden - brief van 18 januari 2000. De reclamant
voert aan, dat de wethouder ter vergadering van die commissie op 27 januari
2000 heeft meegedeeld dat er vergaande onderhandelingen worden gevoerd over
het voorstel van de reclamant om niet tot onteigening over te gaan maar tot
een oplossing door middel van een minder vergaande aanpak dat voor de gemeente
hetzelfde resultaat zal opleveren, namelijk het vestigen van een of meerdere
zakelijke rechten zoals erfdienstbaarheid. Er is, zo gaat de reclamant verder,
geen redelijke tijd geboden om tot een uitwerking daarvan te komen. Tussen
de commissievergadering en het nemen van het raadsbesluit is een tweetal weken
gelegen. In die tussentijd is er, zo stelt de reclamant, inderdaad een delegatie
van het gemeentelijk grondbedrijf bij hem thuis geweest en heeft er een gesprek
plaatsgevonden over de wijze waarop een dergelijke erfdienstbaarheidsregeling
exact vormt dient te krijgen.</al>
    <al>Op zijn brief van 5 februari 2000, welke brief is opgesteld naar aanleiding
van de vorenbedoelde bespreking, was door de gemeente tot op het moment van
het indienen van zijn geschrift met bedenkingen nog niet gereageerd. Een en
ander acht de reclamant in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur.</al>
    <al>Ten aanzien van de vorenaangehaalde bedenkingen overwegen Wij, dat in
het desbetreffende raadsvoorstel van 27 januari 2000 ter zake onder meer het
volgende wordt vermeld. `In het onderhavige uitwerkingsplan is een stuk tuin
van het perceel Prinsengracht 768 opgenomen met de bestemming `Tuinen en erven
I'. (..) Deze tuinen zullen worden gerealiseerd ten behoeve van de nieuwbouw.
De achterzijde van de tuin van het perceel Prinsengracht 768 grenst aan de
locatie Utrechtsedwarsstraat 23-25.'. Voorts wordt in het raadsvoorstel vermeld
dat `Voor de locatie Utrechtsedwarsstraat 23 is het volledig bebouwen van
de kavel noodzakelijk om ter plaatse kwalitatief goede driekamer-nieuwbouwwoningen
te kunnen realiseren. Aan de achterzijde van de nieuwbouw zullen derhalve
op de erfgrens ramen moeten worden gerealiseerd. Volgens bepalingen uit het
Burgerlijk Wetboek dienen uitzichtgevende ramen zich minimaal twee meter van
de erfgrens te bevinden'.</al>
    <al>In het - in het kader van het onderzoek - overgelegde verslag van de door
de reclamant aangehaalde commissievergadering staat voorts vermeld, dat het
college zal trachten een erfdienstbaarheidsregeling te treffen en indien daarover
langs minnelijke weg overeenstemming kan worden bereikt (en dan gaat het met
name over de hoogte van de door de gemeente te betalen schadeloosstelling)
de onteigeningsprocedure voor wat dit perceelsgedeelte betreft zal worden
gestaakt. In het kader van het onderzoek is van gemeentewege verder aangegeven,
dat de bereidheid bestaat in te gaan op het voorstel van de reclamant om een
onafhankelijke deskundige te benoemen voor het bepalen van de vergoeding,
doch dat zolang hierover geen overeenstemming is bereikt, de administratieve
onteigeningsprocedure voortgezet dient te worden.</al>
    <al>Gelet op het vorenstaande moet worden geoordeeld, dat met het vestigen
van een erfdienstbaarheid naar de mening van de gemeente kennelijk het beoogde
doel ook kan worden bereikt. Op deze wijze kan namelijk worden voldaan aan
het bepaalde in het Burgerlijk Wetboek. In Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek
zijn de bevoegdheden en verplichtingen van eigenaars van naburige erven geregeld.
Zo is in artikel 50, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek bepaald, dat het
niet geoorloofd is binnen twee meter van de grenslijn van het naburige erf
vensters of andere muuropeningen dan wel balkons of soortgelijke werken te
hebben voorzover deze op dit erf uitzicht geven, tenzij de eigenaar van dit
erf daartoe toestemming heeft gegeven.</al>
    <al>Onder de vorengeschetste omstandigheden is naar Ons oordeel thans onvoldoende
aangetoond, dat zonder de voorgestelde grondverwerving door de gemeente het
doel waarvoor wordt onteigend niet of niet in de door de gemeente gewenste
vorm te bereiken is. Het raadsbesluit tot onteigening met betrekking tot deze
grond moet derhalve als prematuur worden geacht en komt in zoverre niet voor
goedkeuring in aanmerking. In verband hiermede behoeft op de overige bezwaren
van de reclamant niet te worden ingegaan.</al>
    <al>In dit verband overwegen Wij verder, dat het de gemeente in beginsel vrij
staat een onteigeningsprocedure te herhalen, indien daartoe termen aanwezig
zijn. Elk voorliggend onteigeningsplan zal op zijn eigen merites worden beoordeeld. </al>
    <tuskop letat="cur">Overige overwegingen</tuskop>
    <al>Bij eerdergenoemde brief van 3 mei 2000, kenmerk 0005590 doss. C 564,
hebben burgemeester en wethouders van Amsterdam te kennen gegeven, dat de
gemeente Amsterdam op onteigening van het mede ter onteigening aangewezen
perceel kadastraal bekend gemeente Amsterdam, sectie I, no. 5475, niet langer
prijsstelt. In verband hiermee wordt aan het raadsbesluit tot onteigening,
voor zover het bedoeld perceel betreft, de goedkeuring onthouden.</al>
    <al>Gezien het vorenstaande komt het raadsbesluit voor zover het strekt tot
onteigening van het zojuistgenoemde perceel alsmede voor zover het strekt
tot onteigening van het eerdergenoemde perceel kadastraal bekend gemeente
Amsterdam, sectie I, no. 5597 (ged.), niet voor goedkeuring in aanmerking.</al>
    <al>Ten aanzien van de overige in het onteigeningsplan begrepen gronden moet
het in het belang van de volkshuisvesting en een goede ruimtelijke ontwikkeling
van de gemeente Amsterdam worden geacht, dat zij de eigendom daarvan verkrijgt
en bestaan er geen termen aan genoemd raadsbesluit de goedkeuring te onthouden. </al>
    <tuskop letat="vet">Beslissing</tuskop>
    <al>Wij hebben goedgevonden en verstaan:</al>
    <al>vorengenoemd besluit van de raad van Amsterdam goed te keuren, behoudens
voor zover het strekt tot onteigening van de percelen kadastraal bekend gemeente
Amsterdam, sectie I, nos. 5475 en 5597 (ged.), aan welk deel van het raadsbesluit
de goedkeuring wordt onthouden.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met het raadsbesluit in de
Staatscourant zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden
aan de Raad van State.</al>
  </body>
  <backm>
    <ondtek>'s-Gravenhage, 24 augustus 2000. <nl></nl>Beatrix. <nl></nl><min>De Minister
van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,</min>J.P.
Pronk.<nl></nl></ondtek>
    <bijlage>
      <tuskop letat="vet">Raadsbesluit</tuskop>
      <al>Nr. 57</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Besluit van de Gemeenteraad van Amsterdam</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Gemeenteraad van Amsterdam,</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders van 27 januari 2000;</al>
      <al>Gelet op het bepaalde in de Onteigeningswet, (Gemeenteblad afd. 1, nr.
57, blz. 385),</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Besluit:</al>
      <witreg></witreg>
      <al>I. adressanten in hun zienswijze te ontvangen;</al>
      <al>II. de zienswijzen van de adressanten ongegrond te verklaren;</al>
      <al>III. ter onteigening ten name van de gemeente Amsterdam ingevolge art.
77, lid 1, onder 1, van de Onteigeningswet aan te wijzen de eigendommen, begrepen
in uitwerking 2, deel GB4 (ged.), van het bestemmingsplan Amstelveld-Den Texbuurt,
op de bij dit besluit behorende grondplankaart met zwarte lijnarcering aangeduid
en vermeld in de bij dit besluit behorende lijst (onteigeningsplan Twin I);</al>
      <al>IV. alle noodzakelijke stappen te doen, zowel in eerste aanleg als daarna
en zowel als eisende als als verwerende partij, om langs gerechtelijke weg
de onteigening te verkrijgen van de onder III bedoelde eigendommen, nadat
en voorzover de benodigde Koninklijke goedkeuring als bedoeld in art. 80,
lid 3, van de Onteigeningswet is verkregen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Afschrift van dit besluit zal aan Burgemeester en Wethouders worden gegeven.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Aldus besloten door de Gemeenteraad voornoemd in zijn vergadering op 9
februari 2000.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">De burgemeester.</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">De wnd. secretaris.</nadruk>
      </al>
      <tuskop letat="vet">Onteigening ten behoeve van de gedeeltelijke uitvoering
van en ter handhaving van de feitelijke toestand overeenkomstig uitwerking
2, deel GB 4 (ged.) van het bestemmingsplan Amstelveld/Den Texbuurt ex art.
77 1e lid onder 1e Onteigeningswet.</tuskop>
      <plaatje file="stcrt-2000-174-p21-SC25521-1.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <plaatje file="stcrt-2000-174-p21-SC25521-2.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <al>Behoort bij raadsbesluit van Amsterdam d.d. 9 februari 2000, nr. 57.</al>
    </bijlage>
  </backm>
</stcart>