﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE stcart PUBLIC "-//SDU//DTD staatscourant xml 1.1//NL" "../../dtd/stcrt-11.dtd"[]>
<stcart soort="reg" status="bewerkt" publtype="stct">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2000-142-p9-SC25005/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="1.5" conv="$Revision: 1.5 $__0" markup="hxa"></versie>
    <artcode>142-0901</artcode>
    <stcgeg>
      <tekst>Uit: Staatscourant 26 juli 2000, nr. 142</tekst>
      <dag>Woensdag</dag>
      <datum>26 juli 2000</datum>
      <nummer>142</nummer>
    </stcgeg>
    <chapeau>
      <mincodes>FI</mincodes>
    </chapeau>
    <titel>Wijziging Uitvoeringsregeling belasting zware motorrijtuigen</titel>
    <bron>
      <datum>7 juli 2000</datum>/<kenmerk>WV2000/394 M</kenmerk><afd>Directoraat-generaal voor Fiscale Zaken Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen</afd></bron>
  </frontm>
  <body>
    <al>De Staatssecretaris van Financiën;</al>
    <al>Gelet op de artikelen 11, derde lid, en 14a, negende lid, van de Wet belasting
zware motorrijtuigen,</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Besluit:</al>
    <tuskop letat="cur">Artikel I</tuskop>
    <al>De Uitvoeringsregeling belasting zware motorrijtuigen<sup>1</sup> wordt
gewijzigd als volgt:</al>
    <witreg></witreg>
    <al>A. Artikel 1 wordt vervangen door:</al>
    <al>Artikel 1. Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 11, derde lid,
en artikel 14a, negende lid, van de Wet belasting zware motorrijtuigen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>B. In artikel 3 wordt `de in de bijlage' vervangen door: de in bijlage
I.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>C. Na artikel 3 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:</al>
    <al>Artikel 3a. 1. Als station van inlading of station van uitlading als bedoeld
in artikel 14a, tweede lid, onderdeel a, van de wet worden aangewezen de stations
genoemd in bijlage II.</al>
    <al>2. Het verzoek om teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 14a, negende
lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:</al>
    <al>a. de naam en het adres van degene die het verzoek om teruggaaf doet;</al>
    <al>b. het kenteken van het motorrijtuig waarop het verzoek betrekking heeft;</al>
    <al>c. de datum waarop het vervoer over de weg naar het station van inlading
of van het station van uitlading heeft plaatsgevonden;</al>
    <al>d. de plaats waar het vervoer naar het station van inlading is aangevangen,
dan wel de plaats waar het vervoer van het station van uitlading is geëindigd;</al>
    <al>e. de naam en de locatie van het station van inlading of van het station
van uitlading;</al>
    <al>f. voor zover in het gecombineerd vervoer een traject over zee of over
binnenwater is opgenomen: de afstand tussen de in onderdeel d bedoelde plaatsen
en de in onderdeel e bedoelde locaties.</al>
    <al>3. De verklaring, bedoeld in artikel 14a, zevende lid, van de wet, bevat
de volgende gegevens:</al>
    <al>a. de naam, de locatie en het registratienummer van het station van inlading
of het station van uitlading;</al>
    <al>b. de datum waarop de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of
zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer op het
in onderdeel a bedoelde station werd in- of uitgeladen, alsmede het kenteken
van het motorrijtuig waarmee het betreffende vervoer naar of van dat station
heeft plaatsgevonden;</al>
    <al>c. de plaats waar het vervoer van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de
oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet
of meer naar het in onderdeel a bedoelde station van inlading is aangevangen
alsmede de plaats waar het vervoer van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de
oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet
of meer vanaf het in onderdeel a bedoelde station van uitlading zal eindigen;</al>
    <al>d. de plaats waar het vervoer per spoor, over de binnenwateren of over
zee zal eindigen ingeval dat vervoer in Nederland is aangevangen, of de plaats
waar het vervoer per spoor, over zee of over de binnenwateren is aangevangen
ingeval dat vervoer in Nederland wordt beëindigd;</al>
    <al>e. of de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker,
de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer vanaf het station van
inlading over zee of over binnenwater zal worden vervoerd, dan wel over zee
of over binnenwater naar het station van uitlading is vervoerd;</al>
    <al>f. het kenteken, of bij het ontbreken daarvan, het unieke identificatienummer
van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de
wissellaadbak of de container van 20 voet of meer die op het station is in-
of uitgeladen.</al>
    <al>4. Indien een verzoek om teruggaaf betrekking heeft op belasting die voor
tijdvakken van een dag, een week of een maand is betaald, dient dat verzoek
te worden gedaan voor de belasting die in een periode van drie maanden of
een jaar is betaald. Indien het verzoek betrekking heeft op de belasting die
voor een tijdvak van een jaar is betaald, wordt het verzoek na afloop van
dat jaar ingediend. Het verzoek wordt gedaan uiterlijk binnen drie maanden
na afloop van de periode waarop het verzoek betrekking heeft.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>D. De bijlage wordt vervangen door de bij deze ministeriële regeling
gevoegde bijlage I.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>E. Na bijlage I wordt ingevoegd de bij deze ministeriële regeling
gevoegde bijlage II.</al>
    <tuskop letat="cur">Artikel II</tuskop>
    <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel
XI van de Wet van 17 december 1998, houdende wijziging van enkele belastingwetten
c.a. (belastingplan 1999) (Stb. 725), in werking treedt.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.</al>
  </body>
  <backm>
    <ondtek>
      <min>De Staatssecretaris van Financiën,</min>W.J. Bos.<nl></nl></ondtek>
    <bijlage>
      <al>
        <sup>1</sup> Stcrt. 1995, 232.</al>
    </bijlage>
    <bijlage>
      <tuskop letat="vet">Bijlage I, houdende aanwijzing van de plaatsen, bedoeld
in artikel 3 van de Uitvoeringsregeling belasting zware motorrijtuigen.</tuskop>
      <plaatje file="stcrt-2000-142-p9-SC25005-1.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <plaatje file="stcrt-2000-142-p9-SC25005-2.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <plaatje file="stcrt-2000-142-p9-SC25005-3.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <plaatje file="stcrt-2000-142-p9-SC25005-4.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <plaatje file="stcrt-2000-142-p9-SC25005-5.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    </bijlage>
    <bijlage>
      <tuskop letat="vet">Bijlage II </tuskop>
    </bijlage>
    <bijlage>
      <tuskop letat="vet">Bijlage II, houdende aanwijzing van de stations van inlading
en de stations van uitlading, bedoeld in artikel 3a, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling
belasting zware motorrijtuigen.</tuskop>
      <al>Amsterdam Westpoint, Cacaoweg 20, 1047 BM Amsterdam</al>
      <al>Barge &amp; Rail Terminal Born, Waalhaven WZ 60, 3089 KR Rotterdam</al>
      <al>Bossche Container Terminal, Rietveldenkade 5, 5222 AJ Den Bosch</al>
      <al>Trailstar Ede, Dokter Hartogweg 3a, 6717 LR Ede</al>
      <al>Rail Terminal Friesland, Marshallweg 1, p.a. Spoordok, 8912 AC Leeuwarden</al>
      <al>Rail Service Centrum Groningen, Spoorhavenweg 17, 9645 LZ Veendam</al>
      <al>MCS Meppel, Oliemolenweg 16, 7944 HX Meppel</al>
      <al>Barge Terminal Moerdijk, Graanweg 19, 4782 PP Moerdijk</al>
      <al>Container Terminal Nijmegen, Weurtseweg 460A, 6541 BE Nijmegen</al>
      <al>Osse Overslag Centrale, Waalkade 17C, 5347 KR Oss</al>
      <al>Ridderhaven Container Terminal, Ridderhaven 7, 2984 BT Ridderkerk</al>
      <al>RSC Rotterdam, Albert Plesmanweg 200, 3088 GD Rotterdam</al>
      <al>Barge Terminal Tilburg, Geminiweg 51, 5051 BP Tilburg</al>
      <al>Combi Terminal Twente, Stationsemplacement 1, 7607 GA Almelo</al>
      <al>Container Terminal Utrecht, Isotopenweg 33, 3542 AS Utrecht</al>
      <al>ECT Venlo Terminal, Celsiusweg 30, 5928 PR Venlo</al>
      <al>Containerterminal Vrede Zaanstad, Sluispolderweg 53b, 1505 HJ Zaandam </al>
      <tuskop letat="vet">Toelichting</tuskop>
      <al>Ingevolge artikel 14a van de Wet belasting zware motorrijtuigen (hierna
te noemen: wet) kan teruggaaf van de belasting zware motorrijtuigen worden
verleend voor zover het vervoermiddel ten aanzien waarvan de belasting is
betaald, wordt gebruikt voor gecombineerd vervoer. In dat artikel is aangegeven
wat onder gecombineerd vervoer dient te worden verstaan. Ter uitvoering van
het bepaalde in artikel 14a van de wet kunnen bij ministeriële regeling
(in casu in de Uitvoeringsregeling belasting zware motorrijtuigen; hierna
te noemen: de regeling) nadere bepalingen en beperkingen worden gesteld. De
onderhavige regeling - die tegelijkertijd met voornoemd artikel 14a van de
wet in werking treedt met ingang van 1 augustus 2000 - strekt tot vaststelling
van die nadere bepalingen en beperkingen.</al>
      <al>Deze regeling strekt er toe de stations aan te wijzen waar een overslag
van de voertuigen met recht op teruggaaf kan plaatsvinden. Daarnaast worden
in het nieuw ingevoegde artikel 3a, de formaliteiten met betrekking tot het
verzoek om teruggaaf en de daarbij te voegen verklaring van de beheerder van
de hiervoor bedoelde stations vastgesteld. Tot slot wordt van de gelegenheid
gebruik gemaakt om de in de bijlage bij de regeling opgenomen lijst van plaatsen
waar aangifte voor de belasting zware motorrijtuigen kan worden gedaan te
actualiseren.</al>
      <al>Artikel 3a, eerste lid, heeft betrekking op de aanwijzing van de overslagplaatsen
die voor de toepassing van artikel 14a van de wet zijn aangewezen als station
van inlading of uitlading. Deze stations zijn opgenomen in de nieuwe bijlage
II bij de regeling.</al>
      <al>In artikel 3a, tweede lid, wordt geregeld welke gegevens in het verzoek
om teruggaaf dienen te worden vermeld. Het gaat daarbij om gegevens over de
aanvrager van de teruggaaf (de houder van het motorrijtuig), het vervoermiddel,
de datum waarop het vervoer naar het station van inlading of van het station
van uitlading heeft plaatsgevonden, de plaats waar de goederen zijn geladen
of gelost, de naam en de locatie van de terminal (station van in- of uitlading)
en de afstand tussen de plaats van lading of lossing en de terminal. Dit laatste
gegeven wordt overigens uitsluitend verlangd indien een deel van het traject
van gecombineerd vervoer over zee of over binnenwateren wordt afgelegd.</al>
      <al>Bij het verzoek dient ingevolge artikel 14a, zevende lid, van de wet een
verklaring van de beheerder van het station van in- of uitlading te worden
gevoegd. In artikel 3a, derde lid, is aangegeven welke gegevens deze verklaring
dient te bevatten. Dit betreft gegevens omtrent de feitelijke overslag die
op dat station heeft plaatsgevonden. Om te kunnen beoordelen of terecht aanspraak
wordt gemaakt op teruggaaf dient uit de verklaring te blijken dat de desbetreffende
vrachtwagen inderdaad voor het gecombineerd vervoer is gebruikt en op welke
dag dat het geval is geweest. Tevens dient uit de verklaring te blijken waar
het vervoer van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger (met of zonder
trekker), de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer naar het station
is aangevangen en wat de uiteindelijke bestemming van dat overgeslagen object
is. Uit de verklaring dient dus te blijken (bij uitgaand verkeer) waar in
Nederland het wegvervoer is aangevangen en waar het vervoer per spoor of over
water zal eindigen. Bij inkomend verkeer zal uit de verklaring moeten blijken
waar het vervoer per spoor of over water is aangevangen en wat na uitlading
in Nederland, de bestemming in Nederland zal zijn. Deze plaatsen zijn van
belang om te kunnen beoordelen of aan de voorwaarden met betrekking tot de
vrijstelling voor gecombineerd vervoer is voldaan, in het bijzonder of is
voldaan aan de maximale afstanden die over de weg mogen worden afgelegd, dan
wel aan de minimale afstanden die over zee of over binnenwateren moeten worden
afgelegd (zie ook artikel 14a, tweede lid, van de wet). In dit kader dient
uiteraard ook te worden aangegeven of het vervoer een traject over zee of
over binnenwateren omvat. Vanuit een oogpunt van controle is het voorts noodzakelijk
dat het object dat feitelijk op de plaats van in- of uitlading is overgeslagen
kan worden geïdentificeerd. Op de verklaring dienen dan ook de specifieke
identificatiekenmerken van het object te worden aangegeven.</al>
      <al>Het verzoek om teruggaaf dient ingevolge artikel 14a, vijfde lid, van
de wet tenminste een periode van drie maanden te omvatten. In artikel 3a,
vierde lid, van de regeling is deze bepaling nader ingevuld. Voor de gevallen
waarin de belasting is betaald voor tijdvakken van een dag, een week of een
maand, dient de belasting te worden teruggevraagd over een periode van hetzij
drie maanden, hetzij een jaar. Is de belasting betaald voor een tijdvak van
een jaar, dan dient het verzoek betrekking te hebben op die periode van een
jaar. Tot slot is in dat vierde lid bepaald dat het verzoek om teruggaaf moet
worden ingediend binnen drie maanden na afloop van de periode waarop het verzoek
betrekking heeft.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Staatssecretaris van Financiën,</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">W.J. Bos.</nadruk>
      </al>
    </bijlage>
  </backm>
</stcart>