Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
College voor ZorgverzekeringenStaatscourant 1998, 248 pagina 40Besluiten van algemene strekking

Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring aanpassingen bestaande ADL-clusters

De Ziekenfondsraad,

Gelet op het verzoek van de toenmalige staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur om uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten gelden beschikbaar te stellen voor de financiering van het stichten en de exploitatie ADL-clusters en van de ADL-assistentie in deze clusters en het verzoek d.d. 17 juli 1995 tot aanvulling van de subsidieregeling;

Gelet op artikel 39, derde lid, onder h, van de Wet financiering volksverzekeringen;

heeft in zijn vergadering van 17 december 1998 besloten:

§1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. ADL-cluster: een aantal bij elkaar horende, in overeenstemming met het in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen programma van eisen gebouwde en standaard aangepaste huurwoningen, waarvan de bewoners voor hun dagelijkse levensverrichtingen zijn aangewezen op ADL-assistentie, waarvoor op grond van deze regeling subsidie wordt verleend, alsmede een ADL-eenheid;

b. ADL-woning: een woning deel uitmakend van een ADL-cluster;

c. ADL-eenheid: een ruimte, centraal gelegen binnen een ADL-cluster, waarin en van waaruit ADL-assistentie wordt verleend aan bewoners van een ADL-woning.

§2. Algemene subsidiegrondslagen en omvang van de subsidie

Artikel 2

1. De Ziekenfondsraad stelt ten behoeve van de in deze regeling bedoelde aanpassingen aan ADL-woningen met ingang van 1999 jaarlijks gelden uit het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten beschikbaar. Het maximaal per jaar beschikbare bedrag wordt door de Ziekenfondsraad vastgesteld en is nooit hoger dan het macrobedrag dat door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het in de vorige volzin genoemde doel aan dit fonds wordt toegevoegd.

2. Van het in het eerste lid genoemde bedrag kan aan rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid die een ADL-cluster exploiteren op aanvraag subsidie worden verleend.

3. De aanvragen voor subsidie worden behandeld in volgorde van de datum van ontvangst van de volledige aanvraag.

Artikel 3

1. De volgende lasten worden bij het verstrekken van subsidie in aanmerking genomen:

a. kosten die verband houden met onderhoud, reparatie en vervanging van het alarmintercomsysteem;

b. kosten die verband houden met onderhoud, reparatie en vervanging van standaardinrichtingselementen;

c. kosten van nastelling bij oplevering van een nieuw cluster, bij toewijzing van de ADL-woning aan een nieuwe bewoner of bij verergering van de handicap van de bewoner;

d. kosten van onderhoud, reparatie en vervanging van extra voorzieningen.

2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt verstaan onder:

a. standaardinrichtingselementen in een ADL-woning:

1°. keukenonderdelen en bijbehorende kasten, waaronder de ladegeleiders, het schuifblad en de deurscharnieren;

2°. sanitair, waaronder frontkraan en zwenkkraan in de keuken, wastafelkraan in de natte cel, douchemengkraan, flexibele slangen, stopkranen, de afvoeren tot 40 centimeter en vloer, toiletbril, BRG-toiletsteunen en SFE verstelset voor douche en wastafel.

b. standaardinrichtingselementen in een ADL-eenheid:

1°. hoog/laag bad, waaronder hefmechanisme, thermostaten, boiler, aansluitingen, afvoeren en hydraulische badhulp;

2°. sanitair, waaronder wastafel in de natte cel en toilet, douchemengkraan, flexibele slangen, stopkranen, afvoeren, toiletsteunen en eenhendel-gootsteenmengkraan;

3°. deuraandrijvingen.

c. nastellingen in een ADL-woning:

1°. hoger of lager monteren van het keukenblad, bovenkastjes en wastafel;

2°. het wisselen van wastafel en douche;

3°. het verplaatsen van de frontkraan;

4°. het leveren en aanbrengen van een wanddouche zitje;

5°. het leveren en aanbrengen van toiletsteunen;

6°. het aanbrengen van extra handvaten op deuren of van dichttrektouwtjes;

7°. het leveren en aanbrengen van deurmotoren;

8°. het leveren en aanbrengen van diverse voorzieningen aan het alarmintercomsysteem, te weten blaas-zuigbediening of stemalarm.

d. extra voorzieningen in een ADL-woning:

1°. plafondlift;

2°. deurmotoren;

3°. toilet met spoel/föhninstallatie.

3. De kosten van een aanpassing worden bij het verstrekken van en subsidie slechts in aanmerking genomen voor zover de aanpassing de meest adequate voorziening is tegen de minste kosten.

4. De door de subsidieontvanger gemaakte administratiekosten worden niet bij de subsidieverstrekking in aanmerking genomen.

Artikel 4

Indien de bewoner uit de ADL-woning trekt, kan de subsidieontvanger de kosten van de aanpassing tot de volgende bedragen in rekening brengen aan die bewoner:

a. bij vertrek uit de woning binnen een half jaar na de vaststelling, bedoeld in artikel 10, maximaal 50% van de kosten van aanpassing;

b. bij vertrek uit de woning binnen een jaar na de vaststelling, bedoeld in artikel 10, maximaal 25% van de kosten van aanpassing;

c. bij vertrek uit de woning binnen twee jaar na de vaststelling, bedoeld in artikel 10, maximaal 10% van de kosten van aanpassing.

Artikel 5

De in artikel 3 genoemde lasten worden slechts bij het verstrekken van subsidie in aanmerking genomen indien geen aanvang is gemaakt met de investering, voordat is beslist op de aanvraag, bedoeld in artikel 8. De vorige volzin geldt niet voor reparatie-kosten van een alarmintercomsysteem voor zover deze kosten lager zijn dan f 500.

Artikel 6

Baten van de subsidieontvanger die betrekking hebben op de gesubsidieerde activiteiten worden bij de subsidieverstrekking in mindering gebracht. De vorige volzin is van over-eenkomstige toepassing met betrekking tot door de subsidieontvanger vrijwillig prijs-gegeven baten.

§3. Subsidieverlening

Artikel 7

1. De aanvraag voor subsidie wordt bij de Ziekenfondsraad ingediend. Indiening heeft plaats door toezending van het door de subsidieontvanger volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier.

2. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een begroting gebaseerd op een of meer gespecificeerde offertes.

3. De Ziekenfondsraad stelt formulieren vast voor de aanvraag van een subsidie.

Artikel 8

Na ontvangst van de subsidieaanvraag beslist de Ziekenfondsraad over het verlenen van subsidie aan de aanvrager.

§4. Subsidievaststelling

Artikel 9

1. Uiterlijk een maand na het voltooien van de aanpassing dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling van de subsidie bij de Ziekenfondsraad in. Indiening heeft plaats door toezending van het door de subsidieontvanger volledig ingevulde en ondertekende aanvraagformulier.

2. De Ziekenfondsraad stelt formulieren vast voor de aanvraag van de subsidie.

Artikel 10

Na ontvangst van de aanvragen tot subsidievaststelling stelt de Ziekenfondsraad aan het slot van ieder kwartaal de subsidie vast.

§6. Overige subsidievoorschriften

Artikel 11

1. De subsidieontvanger verstrekt aan de Ziekenfondsraad of aan daartoe door of vanwege de Ziekenfondsraad aangewezen natuurlijke personen of rechtspersonen kosteloos alle gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van deze regeling.

2. De gegevens en inlichtingen worden op verzoek verstrekt in schriftelijke vorm, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, binnen een termijn die schriftelijk wordt gesteld bij een verzoek.

3. De subsidieontvanger geeft op verzoek van de Ziekenfondsraad op één adres inzage in alle bescheiden en andere gegevensdragers, stelt deze op verzoek ter beschikking voor het nemen van afschrift en verleent de terzake verlangde medewerking, voorzover dat noodzakelijk is voor de uitvoering van deze regeling.

Artikel 12

1. De subsidieontvanger informeert de Ziekenfondsraad onmiddellijk over:

a. een wijziging van zijn statuten;

b. een dreiging dat hij in de toestand komt te verkeren dat hij heeft opgehouden te betalen of het voornemen om zijn faillissement of surséance van betaling aan te vragen;

c. aan hem verleende surséance van betaling of zijn faillietverklaring;

d. overmacht of dreigende overmacht van de subsidieontvanger waardoor hij de subsidievoorwaarden niet meer nakomt of waardoor dreigt dat hij de subsidie-voorwaarden niet meer zal kunnen nakomen;

e. alle andere feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een goede uitvoering van dit besluit.

Artikel 13

De subsidieontvanger behoeft toestemming van de Ziekenfondsraad voor het overdragen of verpanden van zijn vorderingen op de Ziekenfondsraad ingevolge deze subsidie-regeling aan anderen dan aan zijn vaste bankrelatie.

Artikel 14

De Ziekenfondsraad kan aan de subsidieontvanger andere verplichtingen opleggen, die naar zijn oordeel nodig zijn voor de goede uitvoering van deze regeling.

§7. Slotbepalingen

Artikel 15

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt bekendgemaakt.

2. Zij kan worden aangehaald als: Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring aanpassingen bestaande ADL-clusters.


De Voorzitter van de Ziekenfondsraad,
L. de Graaf.
De Algemeen Secretaris van de Ziekenfondsraad,
J. L.P.G. van Thiel.

Goedgekeurd door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bij brief van 17 december 1998, kenmerk VPA/VU-983884.

Toelichting

Algemeen

In zijn vergadering van 23 september 1993 heeft de Ziekenfondsraad een regeling vastgesteld op grond waarvan subsidie kan worden verleend voor enerzijds het stichten en de exploitatie van ADL-clusters en anderzijds het verlenen van ADL-assistentie in deze clusters. Deze subsidieregeling trad in werking met ingang van 1 januari 1994. Voorheen werd de regeling uitgevoerd door het Ministerie van VROM. Op grond van de evaluatie van mei 1995 heeft de Raad in zijn vergadering van 23 november 1995 de Regeling Ziekenfondsraad subsidiëring ADL-clusters en ADL-assistentie 1996 vastgesteld.

Na een aantal jaren uitvoering te hebben gegeven aan de regeling is in gezamenlijk overleg met de partijen in het veld besloten de huidige regeling op een aantal punten te wijzigen. Ten eerste is de huidige regeling gesplitst in drie aparte regelingen. Het onderbrengen van drie verschillende onderdelen in één subsidieregeling komt de overzichtelijkheid van de regeling niet ten goede. Daar het op zichzelf staande onderdelen zijn, ieder met eigen voorwaarden waaraan voor subsidieverlening voldaan moet zijn, is de regeling opgesplitst.

In de nieuwe regeling zijn een aantal veranderingen aangebracht, die artikelsgewijs zullen worden toegelicht. De overige artikelen zijn zonder wijzigingen gehandhaafd.

Artikel 3, lid 2 en 3

De ADL-woningen en de ADL-eenheid worden opgeleverd met een aantal standaard-inrichtingselementen. Deze standaardinrichtingselementen behoren tot de stichtings-kosten van het ADL-cluster. Het onderhoud, reparatie en de vervanging van defecte onderdelen en de standaarinrichtingselementen zelf hebben betrekking op de in dit lid genoemde voorzieningen.

Artikel 3, lid 4

De (toekomstige) bewoner zou met behulp van de standaardinrichtingselementen in principe zelfstandig in de woning moeten kunnen functioneren. Soms blijkt dat deze standaardinrichtingselementen enigszins moeten worden nagesteld/aangepast. De nastellingen die op grond van de subsidieregeling worden gesubsidieerd zijn limitatief in het artikel opgenomen.

Artikel 3, lid 5

De in de ADL-woningen aangebrachte standaardinrichtingselementen zijn in sommige gevallen voor de bewoner niet toereikend. Enkele extra voorzieningen zijn dan nood-zakelijk. De extra voorzieningen zijn een plafondlift, deurmotoren en een toilet met spoel/föhninstallatie.

Artikel 3, lid 6

De aanpassingen zoals genoemd in het eerste lid worden slechts uitgevoerd vanuit het oogpunt van de meest adequate voorziening tegen de minste kosten.

Artikel 3, lid 7

Bij betrekken van een ADL-woning worden in vrijwel alle gevallen nastellingen verricht. De nastellingen worden gesubsidieerd op grond van deze regeling. In de praktijk komt het voor dat bewoners kort na de nastellingen aan de ADL-woning de woning verlaten en verhuizen naar een andere ADL-woning, waar wederom nastellingen verricht moeten worden. Wanneer sprake is van vroegtijdig verlaten van de woning, kan de subsidie-ontvanger een deel van de gemaakte kosten in rekening brengen bij de bewoner. De subsidieontvanger dient om van die mogelijkheid gebruik te maken wel een overeen-komst aan te gaan met de bewoner waarin die mogelijkheid is vastgelegd. De subsidie-regeling noemt de mogelijkheid slechts om de grenzen ervan aan te geven.