﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE avvcao PUBLIC "-//SDU//DTD cao xml 1.1//NL" "../../dtd/cao-11.dtd"[]>
<avvcao publtype="onbekend">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1998-240-CAO1370/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="0.7" conv="page1__1.7" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>CAO1370</ordernr>
    <branche>Particuliere Bosbouw</branche>
    <jaar>1998/2000</jaar>
    <soort>Verbindendverklaring CAO-bepalingen</soort>
    <caonr>AI Nr. 9138</caonr>
    <bron>
      <bronregel>Bijvoegsel Stcrt. d.d. 15-12-1998 nr. 240</bronregel>
      <stcdat>15-12-1998</stcdat>
      <stcnr>240</stcnr>
    </bron>
    <kop>
      <titel>MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID</titel>
      <subtitel>ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST
VOOR DE PARTICULIERE BOSBOUW</subtitel>
    </kop>
  </frontm>
  <body>
    <consider>
      <al>De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,</al>
      <al>Gelezen het verzoek van Het Bosschap namens de Nederlandse Vereniging
van Boseigenaren en de Algemene Vereniging Inlands Hout als partijen te ener
zijde en de CNV BedrijvenBond en FNV Bondgenoten als partijen te anderer zijde
bij de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Particuliere Bosbouw, strekkende
tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;</al>
      <al>Overwegende,</al>
      <al>dat genoemde collectieve arbeidsovereenkomst in werking is getreden;</al>
      <al>dat van het verzoek tot algemeen verbindendverklaring mededeling is gedaan
in de Staatscourant;</al>
      <al>dat naar aanleiding van dit verzoek geen schriftelijke bedenkingen zijn
ingebracht;</al>
      <al>dat de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst gelden voor
een belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen; </al>
      <al>Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend
en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;</al>
    </consider>
    <besluit>
      <al>Besluit:</al>
      <al>I. Verklaart algemeen verbindend tot en met 30 april 2000 de navolgende
bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Particuliere Bosbouw
alsmede de daarbij behorende statuten en het reglement van de Stichting Vacantiefonds
voor den Landbouw, zulks met inachtneming van hetgeen onder II, III, IV en
V is bepaald:</al>
      <al>INLEIDING </al>
      <al>Arbeidsomstandigheden </al>
      <al>Werkgevers zorgen ervoor, dat in het bedrijf – met het oog op veiligheid,
gezondheid en welzijn van werknemers – een Arbo-Handboek van het Bosschap
op een logische en goed bereikbare plek voor alle voor dat bedrijf werkzame
werknemers ter inzage ligt en ook daadwerkelijk kan worden ingezien. Datzelfde
geldt voor de brochure „Veilig Boswerk" van het Bosschap. De verplichting
ten aanzien van het Arbo-handboek geldt niet als ter plekke een door de arbodienst
getoetste Risico-Inventarisatie en -Evaluatie ter inzage ligt.</al>
    </besluit>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK I</nr>
      <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 1. Begrippen en onderscheidingen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Begrippen</titel>
    </artkop>
    <al>In deze cao wordt verstaan onder:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1e.</nr>
      <al>„Bosbouwwerkzaamheden":</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>werkzaamheden betrekking hebbende op de bosbouw in
de ruimste zin des woords, met inbegrip van werkzaamheden in droge en natte
natuurterreinen en het houden van toezicht in bossen en natuurterreinen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2e.</nr>
      <al>„Werkgevers":</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>zij, die door anderen krachtens een overeenkomst tot
het verrichten van arbeid persoonlijk bosbouwwerkzaamheden doen verrichten. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3e.</nr>
      <al>„Werknemers":</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>zij, die bij een werkgever krachtens een overeenkomst
tot het verrichten van arbeid persoonlijk werkzaam zijn uitsluitend of –
over het gehele contractjaar, dan wel indien het een korter dienstverband
betreft, over dat dienstverband beschouwd – in hoofdzaak voor het verrichten
van bosbouwwerkzaamheden, één en ander met uitzondering van
degenen, die door de eigenaar of beheerder met de feitelijke leiding der werkzaamheden
op de van diens eigendom of beheer deel uitmakende gronden zijn belast.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4e.</nr>
      <al>Onder werkgever en werknemer in de zin van deze cao worden
tevens verstaan werkgeefster en werkneemster. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Werkingssfeer cao inzake bosbouwambachten</titel>
    </artkop>
    <al>De bepalingen van deze cao zijn mede van toepassing op werkgevers en werknemers
van bosbouwambachtondernemingen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Onder een bosbouwambachtonderneming wordt verstaan een onderneming die
tegen betaling werkzaamheden verricht in bossen of andere houtopstanden, welke
bedrijfsmatig in ondernemingen waarin de bosbouw of de houtteelt wordt uitgeoefend
plegen te worden verricht en ondernemingen die hout oogsten in bossen en andere
houtopstanden.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Onderscheiding der werknemers</titel>
    </artkop>
    <al>De werknemers worden voor de toepassing van deze cao onderscheiden:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>A.</nr>
      <al>Naar het dienstverband, dat wordt aangegaan voor</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.1.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>vast voor onbepaalde tijd zonder overbruggingsregeling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>vast voor onbepaalde tijd met overbruggingsregeling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.1.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>los voor bepaalde tijd of voor een bepaald werk;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <al>los voor onbepaalde tijd voorzover voortgezet na 1
januari 1996.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>B.</nr>
      <al>Naar de leeftijd en de vakkennis</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>volwassen werknemers;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>jeugdige werknemers;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>leerlingen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>C.</nr>
      <al>Naar de functiegroep</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>0.</nr>
      <al>vakantiewerker en werker in het kader van werkgelegenheidsbevorderende
overheidsmaatregelen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>I.</nr>
      <al>gelegenheidswerker en ongeoefende bosarbeider;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>II.</nr>
      <al>geoefende bosarbeider;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>III.</nr>
      <al>vakarbeider bosbouw;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>IV.</nr>
      <al>specialist, bosbouwmachinist en voorman I;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>V.</nr>
      <al>bosbaas en voorman II.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>D.</nr>
      <al>Naar de prestatie</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>valide werknemers;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>minder-valide werknemers. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Dienstverbanden</titel>
    </artkop>
    <al>Werknemers kunnen een vast of een los dienstverband hebben.</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een vast dienstverband kan alleen voor onbepaalde tijd worden
aangegaan met dien verstande, dat gedurende de eerste 12 maanden van het dienstverband
geen opzegging mag plaatshebben.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Vaste dienstverbanden kunnen worden aangegaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>voor de volledige werkweek:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>1.</nr>
      <al>volledige werkweek met overbruggingsregeling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>2.</nr>
      <al>volledige werkweek zonder overbruggingsregeling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>in deeltijd met een vastgelegd arbeidspatroon, dat aan de volgende
voorwaarden voldoet:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een werktijd van één of twee dagdelen van
ten minste drie uren en ten hoogste 3,8 uren per dagdeel op de dag(en), dat
gewerkt wordt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een minimum aantal te werken uren van zes per week;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>vastlegging in de schriftelijke arbeidsovereenkomst van
de dag of dagen waarop gewerkt wordt, van de aantallen uren en van de tijdstippen
van de te werken uren;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>in deeltijd met een arbeidspatroon, dat aan de volgende voorwaarden
voldoet:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een werktijd van minimaal drie uren per dag op de dag(en)
waarop gewerkt wordt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>een minimum aantal te werken uren van zes per week;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>vastlegging in de schriftelijke arbeidsovereenkomst van
het aantal per week overeengekomen uren en van de dag of dagen, dat gewerkt
kan worden met dien verstande, dat de werkgever en werknemer in onderling
overleg minimaal één week van tevoren de dag of dagen waarop
gewerkt wordt bepalen.</al>
    </inspring>
    <al>Voor de groep vaste deeltijdwerkers onder c vindt de loonbetaling over
feest- en vakantiedagen en de betaling van vakantietoeslag plaats door middel
van verstrekking van vakantiebonnen, overeenkomstig artikel 60.</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een los dienstverband kan ongeacht het aantal arbeidsuren voor
een bepaalde tijd of voor een bepaald werk worden aangegaan. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4a</nr>
      <titel>Overgang van los dienstverband voor onbepaalde tijd naar vast dienstverband
met overbrugging<voetref refid="f1" nr="1" haak="1"></voetref></titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een los dienstverband voor onbepaalde tijd, overeenkomstig
artikel 4 lid 2 zoals dit gold tot 1 januari 1996, kan in onderling overleg
tussen de betrokken werkgever en werknemer worden gewijzigd overeenkomstig
de voorwaarden die in deze cao gelden voor vaste werknemers al dan niet met
overbruggingsregeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Zonder deze in onderling overleg overeengekomen omzetting van
de arbeidsovereenkomst blijft een dienstverband overeenkomstig artikel 4 lid
2 zoals dit gold tot 1 januari 1996 ook na laatstgenoemde datum als los dienstverband
gehandhaafd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Dienstverbanden die voor 1 januari 1996 werden aangemerkt
als dienstverband voor een bepaald werk of voor bepaalde tijd worden ook na
1 januari 1996 aangemerkt als losse dienstverbanden voor bepaalde tijd of
een bepaald werk.<voetref refid="f2" nr="1" haak="1"></voetref></al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Leeftijd en vakkennis</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Onder volwassen werknemers worden verstaan: werknemers van
22 jaar en ouder. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Onder jeugdige werknemers worden verstaan: werknemers van 17
tot en met 21 jaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Onder leerlingen worden verstaan: werknemers met wie een schriftelijke
leerovereenkomst is aangegaan, die het primaire leerlingstelsel in de bosbouw
volgen of een daarmee gelijk te stellen opleiding.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Functie-indeling</titel>
    </artkop>
    <al>De werknemers worden voor de toepassing van deze cao ingedeeld in de volgende
functiegroepen:</al>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>0.</nr>
      <al>vakantiewerker en werker in het kader van werkgelegenheidsbevorderende
overheidsmaatregelen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De vakantiewerker of werknemer in het kader van werkgelegenheidsbevorderende
overheidsmaatregelen ontvangt gedurende de eerste 3 maanden het minimumloon;
gedurende de vierde tot en met de zesde maand 120% van het minimumloon en
komt direct daarna in functiegroep I.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor de werkzaamheden van deze werknemer kan worden
verwezen naar hetgeen onder functiegroep I is weergegeven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>I.</nr>
      <al>gelegenheidswerker en ongeoefende bosarbeider</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De gelegenheidswerker, danwel de ongeoefende bosarbeider
is de werknemer die werkzaamheden van eenvoudige aard verricht waarvoor geen
vakkennis en geen ervaring vereist is en die voor de eerste keer in de agrarische
bedrijfstakken – waaronder de bosbouw – werkzaam is.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Deze werknemer dient na één jaar te worden
bevorderd naar functiegroep II (geoefende bosarbeider).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>II.</nr>
      <al>geoefende bosarbeider</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De geoefende bosarbeider is de werknemer, die meestal
op directe aanwijzing eenvoudige arbeid in bossen en natuurterreinen verricht,
waarvoor een beperkte kennis en ervaring vereist zijn. Hij werkt normaliter
met handgereedschap en eenvoudige hulpmiddelen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>III.</nr>
      <al>vakarbeider bosbouw</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De vakarbeider bosbouw is de werknemer, die werkzaamheden
in bossen en natuurterreinen verricht en die kennis bezit op het gebied van
de bosbouw en van het beheer van natuurterreinen, welke in relatie staan tot
zijn taak. Hij werkt veelal zelfstandig en moet ten aanzien van zijn werk
afgaan op eigen beoordeling van de situatie. Hij moet zelfstandig kunnen beoordelen
hoe de arbeid het beste kan worden uitgevoerd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij zijn werk maakt hij gebruik van kleine machines
en andere hulpmiddelen, zoals bijvoorbeeld trekkers met aanbouwwerktuigen,
motorzagen, bosmaaiers en rugspuiten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De specifieke werkzaamheden van de trekkerchauffeur,
de voerman, de blesser en de uitmeter – uitmeten van rondhoutsortimenten –
worden in ieder geval aangemerkt als werkzaamheden van de vakarbeider bosbouw.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De vakarbeider bosbouw die over een zeer grote ervaring,
kundigheid en volledige vakkennis op het gebied van werkzaamheden in bossen
en natuurterreinen beschikt en vrijwel zelfstandig deze werkzaamheden uitoefent,
kan door de werkgever worden aangemerkt als specialist en wordt als zodanig
ingedeeld in functiegroep IV.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>IV.</nr>
      <al>specialist, bosbouwmachinist en voorman I</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>specialist</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De specialist bezit zeer grote ervaring en volledige
vakkennis op het gebied van de werkzaamheden in bossen en natuurterreinen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Hij werkt geheel zelfstandig, kan het werk goed organiseren
en gaat ten aanzien van zijn werk geheel zonder aanwijzing af op eigen beoordeling
van de situatie.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>bosbouwmachinist</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De bosbouwmachinist is de werknemer die klepelmaaiers,
speciale plantmachines, grote zaag- en schilmachines, takhoutversnipperaars
en langhouttransportwagens bedient.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Hiervoor beschikt hij over de noodzakelijke technische
vaardigheid in het omgaan met deze specifieke bosbouwmachines.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Hij is tevens belast met onderhoud en kleine reparaties
aan dit materieel.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Hij verricht zijn werk veelal zelfstandig en kan dat
goed organiseren. Zijn kennis van de bosbouw hangt direct samen met zijn specialistische
arbeid.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3.</nr>
      <al>voorman I</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De voorman I is de werknemer, die het werk verdeelt
en leiding geeft aan ten minste 3 en ten hoogste 7 andere werknemers, belast
met de uitvoering van werkzaamheden in bossen en natuurterreinen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>V.</nr>
      <al>voorman II en bosbaas</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1.</nr>
      <al>voorman II</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De voorman II is de werknemer die het werk verdeelt
en leiding geeft aan ten minste 7 andere werknemers belast met de uitvoering
van werkzaamheden in bossen en natuurterreinen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Hij verzorgt tevens eenvoudig administratief werk en
is voorts belast met het beheer van en de controle op materialen. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.</nr>
      <al>bosbaas</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De bosbaas is de werknemer die bij afwezigheid van
de ondernemer belast is met de dagelijkse leiding van het bosbedrijf.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Minder-valide werknemers</titel>
    </artkop>
    <al>Onder minder-valide werknemers worden verstaan die werknemers, die ten
gevolge van hun lichamelijke en/of geestelijke gesteldheid de bedongen en/of
gebruikelijke arbeid niet op normale wijze kunnen verrichten.</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 2. Verplichtingen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Algemene verplichtingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht als goed patroon te handelen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werknemer is verplicht het hem door of vanwege de werkgever
opgedragen werk zo goed mogelijk en op ordelijke wijze uit te voeren.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Inwonende werknemers zijn gehouden zich te gedragen
naar de orde des huizes.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werknemer is verplicht de hem door of vanwege de werkgever
gegeven veiligheidsvoorschriften op te volgen.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK II</nr>
      <titel>HET DIENSTVERBAND</titel>
    </hfdkop>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 1. De arbeidsovereenkomst</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Algemeen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Arbeidsovereenkomsten met werknemers moeten schriftelijk worden
vastgelegd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De schriftelijke arbeidsovereenkomst wordt in tweevoud opgemaakt.
De werkgever en de werknemer behouden elk een door hen beide ondertekend exemplaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De schriftelijke arbeidsovereenkomst moet bepalingen inhouden
omtrent de duur der overeenkomst (artikel 4) en bij een gedeeltelijke werkweek
de overeengekomen arbeidstijd (artikel 4) alsmede de functie in welke de werknemer
krachtens deze overeenkomst werkzaam zal zijn en indien sprake is van een
dienstwoning het bedrag dat tussen partijen als vergoeding voor het genot
van de woning is overeengekomen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Zij kan voorts bepalingen inhouden omtrent alle onderwerpen
waaromtrent partijen een regeling wensen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De schriftelijke arbeidsovereenkomsten mogen geen bepalingen
bevatten, welke strijdig zijn met deze cao.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Met een werknemer die een opleiding van het leerlingstelsel
gaat volgen dient een leer- en arbeidsovereenkomst te worden aangegaan. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Slechts bij practicanten<voetref refid="f3" nr="1" haak="1"></voetref>, stagiaires<voetref refid="f3" nr="1" haak="1"></voetref> en leerlingen die
met schriftelijke goedkeuring van de uitkerende instantie werken met behoud
van een uitkering (bijvoorbeeld in het kader van de Wet Arbeid Gehandicapte
Werknemers) kan met toestemming van partijen bij de cao voor de particuliere
bosbouw worden volstaan met een leerovereenkomst.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Deze toestemming van partijen bij de cao voor de particuliere
bosbouw is niet nodig indien de hierboven genoemde schriftelijke goedkeuring
is verleend door de B.V. TAB (GUO).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Wanneer met een werknemer zowel een arbeidsovereenkomst als
een leerovereenkomst wordt afgesloten, dienen beide overeenkomsten in de tijd
aan elkaar te zijn gekoppeld: naast iedere praktijkovereenkomst moet een aparte
arbeidsovereenkomst voor de duur van de praktijkovereenkomst worden afgesloten<voetref refid="f23" nr="1" haak="1"></voetref>.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Indien de in lid 5 bedoelde werknemer door persoonlijke omstandigheden
niet in de gelegenheid is aan het leerlingstelsel in de bosbouw deel te nemen,
kan hij, op zijn verzoek, door partijen bij de cao voor de particuliere bosbouw
van het Bosschap van de in lid 5 bedoelde verplichting worden ontheven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Het tijdloon van de opzichter c.q. jachtopziener bedraagt ten
minste het loon behorende bij functiegroep III jaarklasse 4. </al>
    </inspring>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 2. Einde der dienstbetrekking</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Opzegging vaste werknemers</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever stelt – indien bij hem een dergelijk voornemen
bestaat – de werknemer in kennis van het voornemen om aan het arbeidsbureau
te verzoeken een ontslagvergunning te verlenen dan wel om aan het Kantongerecht
beëindiging van het dienstverband te vragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voor de opzegging van een vast dienstverband al dan niet met
overbruggingsregeling geldt het volgende:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>voor de werkgever bedraagt de termijn van opzegging ten minste
zoveel weken als de dienstbetrekking na de meerderjarigheid van de werknemer
gehele jaren heeft geduurd en voor de werknemer ten minste zoveel weken als
de dienstbetrekking na zijn meerderjarigheid tijdvakken van twee gehele jaren
heeft geduurd, met dien verstande, dat uit dezen hoofde de opzegtermijn voor
de werkgever ten hoogste 13 weken en voor de werknemer ten hoogste 6 weken
zal bedragen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de termijn van opzegging die krachtens het bepaalde onder a.
voor de werkgever geldt, wordt verlengd met een week voor elk vol jaar, gedurende
hetwelk de werknemer na het bereiken van de leeftijd van 45 jaren bij hem
in dienst is geweest; de duur van deze verlenging bedraagt evenwel ten hoogste
13 weken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>voor de werkgever bedraagt de termijn van opzegging ten minste
drie weken ten aanzien van de werknemer die op de dag van opzegging de leeftijd
van 50 jaren heeft bereikt en ten minste een jaar bij hem in dienst is geweest.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Heeft het dienstverband 4 jaar of langer geduurd, dan
dient, in afwijking van het in de vorige volzin bepaalde, de werkgever een
opzegtermijn in acht te nemen van zoveel weken als de dienstbetrekking jaren
heeft geduurd met een maximum van 6 weken. Voor de berekening van de duur
der opzegtermijn zullen de jaren welke de werknemer eventueel tevoren in vast
dienstverband bij de betrokken werkgever heeft doorgebracht, ook meetellen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor de berekening van de lengte van de opzegtermijn
worden onder het begrip dienstbetrekking in dit lid mede begrepen de periodes
van werkloosheid die tot een maximum van een half jaar direct aansluiten op
en direct gevolgd worden door een dienstverband bij dezelfde werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werknemer is na de beëindiging van het dienstverband
verplicht tot ontruiming van de dienstwoning over te gaan, één
en ander onverminderd de desbetreffende wettelijke voorschriften.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In het geval dat de werknemer bij beëindiging
van het dienstverband geen andere woning kan betrekken, zal hem gedurende
een periode van ten hoogste 6 maanden door de werkgever de gelegenheid dienen
te worden geboden naar een andere woning om te zien.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 670 Nieuw Burgerlijk
Wetboek zal eventuele arbeidsongeschiktheid wegens ziekte – ongeval
hieronder begrepen – noch tijdens het eerste jaar van het dienstverband
noch tijdens het voortgezet dienstverband, een normale opzegging als bedoeld
in de leden 1 tot en met 3, in de weg staan.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien echter de werknemer die tijdens arbeidsongeschiktheid
wordt opgezegd, op het tijdstip waarop de in de leden 1 tot en met 3 bedoelde
opzegging uiterlijk dient plaats te hebben, 18 maanden of langer bij de betrokken
werkgever onafgebroken in dienst is, zal de opzegging geacht worden niet te
zijn geschied, indien de arbeidsongeschiktheid nog voortduurt op de laatste
dag van de opzegging, tenzij de betrokken werknemer reeds 2 jaar arbeidsongeschikt
was.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Ongeacht het bepaalde in de voorgaande leden eindigt het dienstverband
zonder opzegging van rechtswege aan het eind van de betalingsperiode, waarin
de werknemer de 65-jarige leeftijd heeft bereikt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Alle opzeggingen als bedoeld in lid 2 mogen uitsluitend plaatsvinden
tegen het einde van de betalingsperiode.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Opzegging losse werknemers voor onbepaalde tijd</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever stelt – indien bij hem een dergelijk voornemen
bestaat – de werknemer in kennis van het voornemen om aan het arbeidsbureau
te verzoeken een ontslagvergunning te verlenen dan wel om aan het Kantongerecht
beëindiging van het dienstverband te vragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Behoudens het bepaalde in de volgende leden geldt voor en tegenover
de losse werknemer die is aangenomen voor onbepaalde tijd, een opzegtermijn
van ten minste één week.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Voor en tegenover de losse werknemer van 50 jaar en ouder,
die is aangenomen voor onbepaalde tijd en wiens dienstbetrekking ten minste
1 jaar heeft geduurd, geldt een opzegtermijn van drie weken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Heeft het dienstverband 4 jaar of langer geduurd, dan
dient, in afwijking van het in de vorige volzin bepaalde, de werkgever een
opzegtermijn in acht te nemen van zoveel weken als de dienstbetrekking jaren
heeft geduurd met een maximum van 6 weken. Voor de berekening van de duur
der opzegtermijn zullen de jaren welke de werknemer eventueel tevoren in vast
dienstverband bij de betrokken werkgever heeft doorgebracht, ook meetellen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor de berekening van de lengte van de opzegtermijn
worden onder het begrip dienstbetrekking in dit lid mede begrepen de periodes
van werkloosheid die tot een maximum van een half jaar direct aansluiten op
en direct gevolgd worden door een dienstverband bij dezelfde werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Ten aanzien van de losse werknemer van 22 jaar en ouder doch
jonger dan 50 jaar, die is aangenomen voor onbepaalde tijd, bedraagt de termijn
van opzegging voor de werkgever ten minste zoveel weken als de dienstbetrekking
na het bereiken van de 18-jarige leeftijd door de werknemer gehele jaren heeft
geduurd en voor de werknemer ten minste zoveel weken als de dienstbetrekking
na het bereiken van de 18-jarige leeftijd door de werknemer tijdvakken van
2 gehele jaren heeft geduurd met dien verstande dat uit dezen hoofde de opzegtermijn
voor de werkgever ten hoogste 6 weken en voor de werknemer ten hoogste 3 weken
zal bedragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Aan een opzegging overeenkomstig de leden 2 en 3 staat, in
afwijking van het bepaalde in artikel 670, NBW een eventuele arbeidsongeschiktheid
wegens ziekte niet in de weg, indien in verband met de werkzaamheden, welke
de werknemer verricht, toch opzegging zou hebben plaats gehad.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De dienstbetrekking van losse werknemers die zijn aangenomen
voor een bepaalde tijd of voor een bepaald werk, eindigt zonder opzegging
van rechtswege door het verstrijken van die tijd of de voltooiing van dat
werk. Indien een voor bepaalde tijd aangegane dienstbetrekking wordt voortgezet,
wordt zij geacht op dezelfde voorwaarden wederom te zijn aangegaan, in welk
geval voor haar beëindiging echter een opzegtermijn van ten minste één
week in acht dient te worden genomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Voor en tegenover de losse werknemer die op maandloon dan wel
op een loon voor een 4-wekelijkse periode is aangenomen en/of per maand dan
wel per 4 wekelijkse periode wordt betaald, geldt een opzegtermijn van ten
minste een maand respectievelijk een tijdvak van 4 weken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Alle opzeggingen bedoeld in de leden 1, 2, 3 en 6 mogen uitsluitend
plaatshebben tegen het einde van de betalingsperiode.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Ongeacht het bepaalde in de voorgaande leden eindigt het dienstverband
zonder opzegging van rechtswege aan het eind van de betalingsperiode, waarin
de werknemer de 65-jarige leeftijd heeft bereikt. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>10.</nr>
      <al>Een voor een bepaalde tijd of een bepaald werk aangegaan los
dienstverband dat afloopt in de periode van 1 september tot 15 november kan
direct aansluitend aan dit dienstverband éénmaal worden verlengd,
met maximaal 2 maanden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor de beëindiging van het tweede dienstverband
is in afwijking van artikel 668 NBW geen opzegging vereist en is ook geen
ontslagvergunning vereist.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Militaire dienst</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 670 Nieuw Burgerlijk
Wetboek zal de werkgever de dienstbetrekking met een losse werknemer ook mogen
opzeggen gedurende de tijd, dat deze verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten,
omdat hij een verplichting naleeft hem opgelegd door de wet of voortvloeiende
uit een verbintenis door hem jegens de overheid aangegaan ten aanzien van
's lands verdediging of ter bescherming van de openbare orde.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Ten aanzien van de vaste werknemer zal in de omstandigheid
als bedoeld in lid 1 geen opzegging mogen geschieden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Zowel de vaste als de losse werknemer, voorzover zijn dienstverband
naar aanleiding van de in vorige leden bedoelde omstandigheid niet is beëindigd,
is verplicht na afloop van de in het vorige lid bedoelde periode van verhindering
zich zo spoedig mogelijk, doch na de eerste oefening binnen 14 dagen en na
een herhalingsoefening uiterlijk binnen 3 dagen nadat de gelegenheid daartoe
voor hem ontstaat, bij de werkgever aan te melden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Algemene bepalingen inzake beëindiging der dienstbetrekking</titel>
    </artkop>
    <al>Opzegging van een dienstverband kan slechts geschieden tegen het einde
van een betalingsperiode. </al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§3. Onwerkbaar weer en onderbreking werkzaamheden
resp. overbruggingsregeling</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14a</nr>
      <titel>Overbruggingsregeling vaste werknemers met Overbruggingsfonds</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien de werkzaamheden in verband met weers- en terreinomstandigheden
geen doorgang kunnen vinden, kunnen de werkzaamheden van vaste werknemers
met overbruggingsmogelijkheid, als bedoeld in artikel 4 lid 1 sub a.1, gedurende
maximaal 30 dagen per jaar worden onderbroken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werkgever bepaalt minimaal een dag van te voren
of een dag aangemerkt dient te worden als een overbruggingsdag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever resp. het Risicofonds is gehouden aan vaste werknemers
over de in lid 1 genoemde 30 dagen 70% van het loon door te betalen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Naast deze genoemde 30 dagen heeft de werkgever, indien gedurende
de periode van 15 november van enig jaar tot en met 31 maart van het daaropvolgende
jaar, als bovengenoemde 30 dagen vanwege weers- en terreinomstandigheden niet
voldoende zijn om de periode waarin wegens die omstandigheden niet kan worden
gewerkt aan te vullen, het recht om 5 vakantiedagen en 5 roostervrije dagen
aan te wijzen om daarmee deze periode te verlengen tot 40 dagen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Tijdens een overbruggingsperiode blijven de gebruikelijke voorschriften
inzake beëindiging van een dienstverband van toepassing. Indien en voorzover
een opzegtermijn samenvalt met overbruggingsdagen, betaalt de werkgever over
de voor die werknemer geldende opzegtermijn het volledige loon<voetref refid="f5" nr="1" haak="1"></voetref>.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Ingeval een werknemer op de in lid 1 genoemde overbruggingsdagen
wordt opgeroepen om werkzaamheden te verrichten, wordt over de dag waarop
de werkzaamheden worden verricht, ten minste het voor deze werknemer geldende
loon betaald, ook indien die werkzaamheden niet de volledige arbeidstijd in
beslag hebben genomen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Deze dag kan niet worden aangemerkt als een in lid
1 genoemde arbeidsdag. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <al>
      <nadruk type="cur">Tekst van CAO-partijen:</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">Er moet onderscheid worden gemaakt tussen overbruggingsregeling met
en zonder Overbruggingsfonds. Dit houdt in, dat in artikel 14a lid 1 bij „weersomstandigheden"
wordt gevoegd „terreinomstandigheden" (bij toepassing van het Overbruggingsfonds)
en in artikel 14b „terreinomstandigheden en/of onvoldoende werk" bij
toepassing overbruggingsregeling (zonder Overbruggingsfonds).</nadruk>
    </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14b</nr>
      <titel>Overbruggingsregeling vaste werknemers zonder Overbruggingsfonds</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien de werkzaamheden in verband met weers- en terreinomstandigheden
en/of onvoldoende werk geen doorgang kunnen vinden, kunnen de werkzaamheden
van vaste werknemers zonder Overbruggingsfonds, als bedoeld in artikel 4 lid
1, gedurende maximaal 40 dagen per jaar worden onderbroken. De werkgever bepaalt
minimaal een dag van te voren of een dag aangemerkt dient te worden als een
overbruggingsdag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het loon over de dagen die zijn aangemerkt als overbruggingsdag
bedraagt 80% van het feitelijke loon dat geldt op dagen die niet zijn aangemerkt
als overbruggingsdag. De werkgever kan voor de periode van maximaal 30 overbruggingsdagen
10% uit de aanvulling uit SUWAS II verhalen<voetref refid="f26" nr="1" haak="1"></voetref>.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De 40 overbruggingsdagen worden jaarlijks achtereenvolgens
opgebouwd uit<voetref refid="f27" nr="1" haak="1"></voetref>:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>het in 1995 geldende werknemersdeel van het verschil in wachtgeldpremie
voor vaste en losse werknemers bij het GUO; omgerekend is dit 9,5 uitkeringsdagen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>12 roostervrije dagen; omgerekend is dit 15 uitkeringsdagen; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>14 reisuren; omgerekend is dit 2,2 uitkeringsdagen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>het in 1995 geldende werkgeversdeel van het verschil in wachtgeldpremie
voor losse en vaste werknemers bij het GUO; omgerekend is dit uitkerings 9,5
dagen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>aanvulling vanuit SUWAS II van 10% over de eerste 30 overbruggingsdagen<voetref refid="f27" nr="1" haak="1"></voetref>; omgerekend is dit 3,75 uitkeringsdagen. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De dagen die niet voor deze overbruggingsperiode zijn
bestemd, dienen tijdig in onderling overleg te worden vastgesteld, zodanig,
dat vóór de aanvang van de maand, waarin de roostervrije dagen
worden genoten, de datum bekend is en op het object geen stillegging van werk
nodig is.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien niet voldoende reisuren kunnen worden opgebouwd,
kunnen hiervoor in de plaats extra roostervrije dagen of verlofdagen worden
gereserveerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werkgever verstrekt de werknemer jaarlijks in de maand april
een schriftelijke specificatie van het aantal dagen, dat is onderbroken in
de periode hieraan voorafgaand van 1 april tot en met 31 maart.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De overbruggingsdagen die opgebouwd zijn door de werknemer
en die in enig jaar niet benut zijn, worden gereserveerd voor de opbouw van
overbruggingsdagen in een volgende periode van 1 april tot en met 31 maart.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In het geval dat het saldo aan niet-gebruikte overbruggingsdagen
groter is dan 10 dagen, wordt het meerdere verrekend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Tijdens een overbruggingsperiode blijven de gebruikelijke voorschriften
inzake beëindiging van een dienstverband van toepassing. Indien en voor
zover een opzegtermijn samenvalt met overbruggingsdagen, betaalt de werkgever
over de voor die werknemer geldende opzegtermijn het volledige loon.<voetref refid="f7" nr="1" haak="1"></voetref></al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Ingeval een werknemer op de in lid 1 genoemde overbruggingsdagen
wordt opgeroepen om werkzaamheden te verrichten, wordt over de dag waarop
de werkzaamheden worden verricht, ten minste het voor deze werknemer geldende
loon betaald, ook indien die werkzaamheden niet de volledige arbeidstijd in
beslag hebben genomen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Deze dag kan niet worden aangemerkt als een in lid
1 genoemde overbruggingsdag<voetref refid="f7" nr="1" haak="1"></voetref>.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Als de werknemer ziek is of wordt op een dag die aangemerkt
is als overbruggingsdag, kan deze dag voor deze werknemer niet worden aangemerkt
als overbruggingsdag.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het loon op deze dag bedraagt in afwijking van hetgeen
is bepaald in artikel 37 lid 1 80% van het loon waarop de werknemer –
ware hij niet arbeidsongeschikt geworden – aanspraak had kunnen maken. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <al>
      <nadruk type="cur">Tekst van CAO-partijen:</nadruk>
    </al>
    <al>
      <nadruk type="cur">Er moet onderscheid worden gemaakt tussen overbruggingsregeling met
en zonder Overbruggingsfonds. Dit houdt in dat bij artikel 14a lid 1 bij „weersomstandigheden"
wordt gevoegd „terreinomstandigheden" (bij toepassing van het Overbruggingsfonds)
en in artikel 14b „terreinomstandigheden en/of onvoldoende werk (zonder
Overbruggingsfonds).</nadruk>
    </al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 4. Ontslagbewijs</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Ontslagbewijs</titel>
    </artkop>
    <al>Bij de beëindiging van de dienstbetrekking is de werkgever verplicht
de werknemer een ontslagbewijs te verstrekken.</al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK III</nr>
      <titel>BEPALINGEN OMTRENT DE ARBEIDSTIJD</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Aanvang en einde van de arbeidstijd</titel>
    </artkop>
    <al>Met inachtneming van deze cao worden tijdstip en plaats van aanvang en
einde van de arbeidsdag, alsmede de tijdstippen van aanvang en einde der schaft-
en stoptijden, door de werkgever in overleg met de betrokken werknemers vastgesteld.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17<voetref refid="f8" nr="1" haak="1"></voetref></nr>
      <titel>Arbeid op zaterdag en op zon-, feest- en gedenkdagen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Op zaterdag en op zondag wordt geen arbeid verricht. Evenmin
wordt arbeid verricht:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>op algemeen erkende protestant-christelijke en katholieke feestdagen,
zijnde: nieuwjaarsdag, tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag,
eerste en tweede Kerstdag;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op de dag waarop de verjaardag van H.M. de Koningin wordt gevierd
en voorts op andere door de overheid aangewezen nationale feestdagen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>door protestant-christelijke en katholieke werknemers: op Goede
Vrijdag en bid- en dankdagen, voorzover de werknemer er prijs op stelt deze
als gedenkdag te vieren;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>door werknemers, die er prijs op stellen deze dag als gedenkdag
te vieren: op 1 mei;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>door werknemers die de islamitische godsdienst belijden: op
de dag na de islamitische vastentijd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in het vorige lid zijn de werknemers,
die belast zijn met de verzorging van paarden en vee, verplicht des zaterdags,
des zondags en op de in lid 1 genoemde dagen, de noodzakelijke werkzaamheden
op deze verzorging betrekking hebbende, te verrichten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Dezelfde verplichting rust op de andere in de desbetreffende
onderneming werkzame werknemers voorzover de bedrijfsomstandigheden zulks
naar het oordeel van de werkgever vorderen en de betrokken werknemer daartoe
door deze is aangewezen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Normale arbeidstijden</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De normale arbeidstijd bedraagt 37 uur per week.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 bedraagt de normale
wekelijkse arbeidstijd op die bedrijven waar een roostervrije dagenregeling
conform artikel 19 is ingevoerd 40 uur. In dat geval bedraagt de normale dagelijkse
arbeidstijd 8 uur of zoveel minder als in verband met de tijdstippen van zonsopgang
en zonsondergang noodzakelijk is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De arbeidsdag moet vallen tussen 7.00 uur en 17.00 uur met
dien verstande dat van het laatstvermelde tijdstip in de winterperiode gedurende
ten hoogste 4 weken met 15 minuten per dag tot 17.15 uur kan worden afgeweken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Onder arbeidstijd wordt verstaan de tijd, gedurende welke de
werknemer voor het verrichten van arbeid – overwerk en werkzaamheden
ter voorkoming en ter bestrijding van bosbrand daaronder niet begrepen –
ter beschikking van de werkgever staat. Een dagelijkse stoptijd van 15 minuten
in de voormiddag en 15 minuten in de namiddag wordt niet als arbeidstijd beschouwd. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18a</nr>
      <titel>55<sup>+</sup>-regeling oudere werknemers</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Werknemers die de leeftijd van 55 jaar bereiken en die met
de werkgever in de zin van deze cao een al dan niet aaneengesloten dienstverband
hebben van ten minste tien jaar, kunnen met ingang van de eerste dag van de
maand na het bereiken van die leeftijd 1 vaste dag per week korter gaan werken.
Deze dag kan voor de werknemers die gebruik maken van deze regeling niet worden
aangemerkt als overbruggingsdag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het loon voor werknemers die gebruik maken van deze regeling
bedraagt 90% van het geldende feitelijke loon bij een volledige werkweek.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werknemer meldt het voornemen om gebruik te maken van deze
regeling ten minste drie maanden voor het tijdstip van ingang van de 4-daagse
werkweek schriftelijk aan de werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Voor werknemers als bedoeld in lid 1, die niet voltijds maar
in deeltijd werken, wordt de verkorting van de werkweek en de bepaling van
het loon conform lid 2 naar evenredigheid tussen feitelijke deeltijd en voltijdse
arbeidstijd berekend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bij gebruikmaking van de regeling als bedoeld in lid 1 worden
door de werknemer 12 roostervrije dagen ingeleverd, welke worden aangewend
ter bekostiging van de regeling.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Roostervrije dagen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In de bedrijven waarin een roostervrije dagenregeling wordt
toegepast geldt voor iedere maand anderhalve roostervrije dag.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor die bedrijven geldt het volgende.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De roostervrije dagen worden schriftelijk in een rooster vastgelegd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Op roostervrije dagen wordt geen arbeid verricht.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De werknemers hebben tijdens roostervrije dagen aanspraak
op doorbetaling van het voor hen geldende loon. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De werknemers hebben gedurende deze collectieve arbeidsovereenkomstperiode
aanspraak op 36 roostervrije dagen<voetref refid="f9" nr="1" haak="1"></voetref>.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor vaste werknemers die deelnemen aan het Overbruggingsfonds
geldt, dat 10 van deze dagen op jaarbasis kunnen worden vastgesteld op overbruggingsdagen
als bedoeld in artikel 14a lid 3.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Voor vaste werknemers met overbruggingsregeling maar
zonder Overbruggingsfonds geldt, dat per jaar 12 dagen kunnen worden vastgesteld
als overbruggingsdagen als bedoeld in artikel 14b.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In de jaren dat de nationale feestdag 5 mei op een werkdag
valt is – op de bedrijven waar een roostervrije dagenregeling geldt –
5 mei een extra roostervrije dag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Van de op grond van de leden 1 en 2 vastgestelde data voor
roostervrije dagen kan worden afgeweken in overleg met de ondernemingsraad
danwel in onderling overleg tussen werkgever en werknemer mits de uitkomst
van dit overleg tijdig schriftelijk is vastgelegd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Wanneer de arbeidsovereenkomst, met inachtneming van het in
artikelen 11, 12 en 13 bepaalde, wordt beëindigd en de werknemer het
aantal roostervrije dagen, waarop hij naar rato recht had, niet heeft opgenomen,
is de werkgever verplicht de nog niet opgenomen dagen uit te betalen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Overschrijding van de arbeidstijd</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 18, de leden 1 en
2, is de werknemer van 18 jaar en ouder verplicht, voorzover de bedrijfsomstandigheden
zulks naar het oordeel van de werkgever dringend vorderen, bosbouwwerkzaamheden
in overwerk te verrichten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De in lid 1 genoemde verplichting tot het verrichten van bosbouwwerkzaamheden
in overwerk geldt niet voor werknemers die de leeftijd van 55 jaar hebben
bereikt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bepaalde in lid 1 geldt niet op zondag, op de in artikel
17 lid 1, onder a en b genoemde dagen, op de zaterdag voor Pasen en voor Pinksteren
en bovendien niet, indien in het kalenderjaar reeds op 4 zaterdagen overwerk
is verricht, op zaterdag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De in lid 1 bedoelde verplichting tot het verrichten van overwerk
strekt zich uit tot ten hoogste 10 uur per week en 50 uur per jaar. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De in lid 3 bedoelde verplichting geldt naar evenredigheid
van het aantal normale arbeidsuren bij een volletijds dienstverband ook voor
deeltijdwerkers.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De arbeidstijd vermeerderd met de schaft- en stoptijden en
de tijd voor het reizen van en naar het werk mag ten hoogste 10,5 uur per
dag zijn.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 21</nr>
      <titel>Overuren en onregelmatig werk</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Als overuren worden beschouwd, de krachtens artikel 20 gewerkte
uren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Bovendien worden als overuren beschouwd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>op werkdagen de arbeidsuren voor 7.00 uur en na 17.00 uur behoudens
gedurende maximaal 4 weken in de winterperiode ingeval op grond van het bepaalde
in artikel 18 lid 3 tot 17.15 uur arbeid dient te worden verricht;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de arbeidsuren op zaterdag en op zondag en op de dagen genoemd
in artikel 17 lid 1 a en b.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De in lid 1 en 2 bedoelde uren worden betaald op de voet van
het bepaalde in artikel 28.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Onder onregelmatig werk worden verstaan werkzaamheden, welke
buiten de normale arbeidstijden worden verricht en waarbij de 40-urige respectievelijk
38-urige werkweek (of het aantal werkuren per week dat met de werknemer is
overeengekomen) niet wordt overschreden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Overuren, als bedoeld in dit artikel en in artikel 20, worden
beschouwd als onregelmatige werkuren indien zulks tijdig vóór
de aanvang van de werkzaamheden met de betrokken werknemer is overeengekomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De onregelmatige werkuren zullen worden gecompenseerd in vrije
tijd op basis van artikel 28 lid 4 en binnen één maand nadat
het onregelmatige werk is verricht. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK IV</nr>
      <titel>ALGEMENE BEPALINGEN OMTRENT HET LOON</titel>
    </hfdkop>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 1. Tijdloon</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 22</nr>
      <titel>Algemeen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor valide werknemers met een volledige werkweek gelden de
tijdlonen, voor gewone werkzaamheden, vermeld in artikel 65 dezer cao.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voor leerlingen en minder-valide werknemers gelden ten aanzien
van het loon de bepalingen van de artikelen 23 en 24.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Voor bij de werkgever inwonende werknemers wordt bij de bepaling
van het tijdloon tevens artikel 26 in aanmerking genomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Voor met name te noemen werkzaamheden die bijzondere vakkennis
en inspanning vereisen, kunnen bij de bijzondere bepalingen van deze cao afzonderlijke
tijdlonen worden vastgesteld.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 2. Tijdloon voor bijzondere groepen van
werknemers</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 23</nr>
      <titel>Minder-valide werknemers</titel>
    </artkop>
    <al>Een minder-valide werknemer heeft recht op het loon dat betaald pleegt
te worden voor werkzaamheden als de verrichte, tenzij ten aanzien van de betreffende
werknemer door de daartoe op grond van artikel 8 van de Wet Arbeid Gehandicapte
Werknemers bevoegde instanties<voetref refid="f10" nr="1" haak="1"></voetref>, op verzoek
van de werknemer of werkgever een lager loon wordt vastgesteld. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 24</nr>
      <titel>Leerlingen</titel>
    </artkop>
    <al>Voor werknemers, die de opleiding van het leerlingstelsel volgen, of een
daarmee gelijk te stellen opleiding wordt het loon vastgesteld op de voet
van artikel 65 met als minimum het door de Minister van Sociale Zaken vastgestelde
wettelijk minimum loon. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 25</nr>
      <titel>Vaste werknemers met een gedeeltelijke werkweek</titel>
    </artkop>
    <al>Voor vaste werknemers met een gedeeltelijke werkweek bedraagt het loon
eenzelfde gedeelte van het loon van overeenkomstige werknemers met een volle
werkweek, als hun overeengekomen arbeidstijd per week een gedeelte bedraagt
van die van overeenkomstige werknemers met een volle werkweek.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 26</nr>
      <titel>Inwonende werknemers</titel>
    </artkop>
    <al>Op het overeenkomstig artikel 22 bepaalde loon van bij de werkgever inwonende
werknemers wordt een bedrag in mindering gebracht<voetref refid="f11" nr="1" haak="1"></voetref> voor de te genieten kost en inwoning, alsmede eventuele bewassing
en andere verzorging.</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 3. Tijdloon in bijzondere gevallen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 27</nr>
      <titel>Algemeen</titel>
    </artkop>
    <al>Over de bij of krachtens artikel 17, lid 1 aangewezen dagen is de werkgever
verplicht aan vaste werknemers het voor betrokkene geldende tijdloon door
te betalen, één en ander voorzover deze dagen niet op zaterdag
of op zondag vallen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 28</nr>
      <titel>Betaling overuren</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor overuren worden de volgende lonen betaald:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>op werkdagen een loon, dat 30% hoger is dan het voor de betrokken
werknemer rechtens geldende uurloon;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>op zaterdag een loon, dat 50% hoger is dan het voor de betrokken
werknemer rechtens geldende uurloon;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>op zondag en de in artikel 17, lid a en b genoemde feestdagen
een loon, dat 100% hoger is dan het voor de betrokken werknemers rechtens
geldende uurloon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever zal aan werknemers des daags werkzaam zijnde in
akkoord een loon toekennen gelijk aan het daags resp. het voor de onderbreking
verdiende akkoordloon vermeerderd met de verhoging als bedoeld in het 1e lid.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De in artikel 65 vermelde uurlonen worden voor de betaling
als basis genomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werknemer heeft in afwijking van het bepaalde in de leden
1 en 2 op zijn verzoek aanspraak op compensatie van gemaakte overuren in vrije
tijd in de voor de normale arbeid bestemde tijd op basis van de volgende verhoudingen
tussen overuren en vrije tijd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>1:1,3 voor de op werkdagen gemaakte overuren;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>1:1,5 voor de op zaterdag gemaakte overuren;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>1:2 voor de op zondag en de in artikel 17 lid 1 a en b genoemde
feestdagen gemaakte overuren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De in vrije tijd te compenseren overuren dienen binnen twee
maanden na de maand waarin overwerk is verricht, door de werknemer zoveel
mogelijk in volle dagen te worden opgenomen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 29</nr>
      <titel>Bosbrandbestrijding</titel>
    </artkop>
    <al>Uitsluitend voorzover deze werkzaamheden niet door anderen dan de werkgever
worden vergoed, wordt:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>voor het blussen van bosbrand een loon betaald dat 50% hoger
is dan het voor de betrokken werknemer rechtens geldende uurloon, ongeacht
het feit, of dit blussen geschiedt op werkdagen, zaterdagen of zondagen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>in afwijking van het bepaalde in artikel 28, lid 1 b en c wordt
voor overuren ter voorkoming van bosbranden een loon betaald, dat 30% hoger
is dan het voor de betrokken werknemer rechtens geldende uurloon.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 4. Dienstwoning</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 30</nr>
      <titel>Dienstwoning</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Aan de werknemer, die in een dienstwoning woont, wordt voor
het genot daarvan op zijn loon een bedrag in mindering gebracht<voetref refid="f12" nr="1" haak="1"></voetref>. De grootte van dit bedrag wordt per 1 maart van elk jaar
tussen werkgever en werknemer in onderling overleg bepaald. Het overeengekomen
bedrag dient in de schriftelijke arbeidsovereenkomst te worden vastgelegd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien dit overleg tot gevolg heeft dat het percentage waarmee
het bedrag wordt verhoogd groter is dan het percentage van de wettelijke huurverhoging
voor het desbetreffende jaar behoeft het resultaat van het overleg de goedkeuring
van partijen bij de cao voor de particuliere bosbouw.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>In de vergoeding voor de dienstwoning is begrepen een bedrag
voor het gebruik van ten hoogste 10 are grond.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 5. Akkoordloon</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 31</nr>
      <titel>Akkoordloon</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien in tarief wordt gewerkt zullen de tarieven zodanig moeten
worden bepaald, dat door iedere valide werknemer of groep van samenwerkende
werknemers per object een loon wordt verdiend dat bij behoorlijke prestatie
ten minste 10% en ten hoogste 35% hoger is dan het loon dat zou zijn verdiend,
indien de uitvoering in dezelfde tijd had plaats gevonden, tegen het krachtens
artikel 66 voor de betrokken volwassen werknemers geldende uurloon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Wanneer arbeid in tariefloon voor een vaste werknemer tot gevolg
zou hebben, dat hij in enige loonweek minder zou verdienen dan het voor hem
geldende weekloon, ontvangt hij het over die week bedoelde weekloon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien in tarief wordt gewerkt zal de beloning zodanig geschieden
dat bij een werkprestatie van 100% een oververdienste van 20% wordt toegekend,
met dien verstande dat de toename van het loon recht evenredig is met de toename
van de prestatie met een maximum van 150% voor het voor de betrokken werknemer
geldende tijdloon. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Indien de werkgever voor de eerste maal wil overgaan tot de
toepassing van het in het 3e lid genoemde tarief zal dat uitsluitend mogen
geschieden na goedkeuring door partijen bij de cao voor de particuliere bosbouw.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Onder uurloon als bedoeld in de leden 1 tot en met 3 wordt
verstaan het uurloon behorende bij functiejaarklasse 0 in artikel 65.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK V</nr>
      <titel>BEPALINGEN VAN SOCIALE AARD</titel>
    </hfdkop>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 1. Kort verzuim</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 32</nr>
      <titel>Kort verzuim met behoud van loon</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht de werknemer op diens verzoek vrij
te geven en het voor hem geldende tijdloon door te betalen in de navolgende
gevallen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>1<sup>e</sup></nr>
      <al>bij het overlijden van de levenspartner en eigen
inwonende kinderen of pleegkinderen en inwonende ouders, schoonouders of grootouders
gedurende de tijd van het overlijden tot en met de dag van de begrafenis of
de crematie;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2<sup>e</sup></nr>
      <al>bij het huwelijk van de werknemer gedurende 2 dagen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>3<sup>e</sup></nr>
      <al>gedurende de dag van de bevalling van de levenspartner
en de eerstvolgende werkdag;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>4<sup>e</sup></nr>
      <al>gedurende 1 dag:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>a.</nr>
      <al>bij ondertrouw van de werknemer;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>b.</nr>
      <al>bij het huwelijk van eigen of pleegkinderen, broeders of zusters
van de werknemer of diens echtgeno(o)t(e), voorzover de huwelijksplechtigheid
wordt bijgewoond;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>c.</nr>
      <al>bij het 25- en 40-jarig huwelijksfeest van de werknemer en
bij de viering van een 25-, 40-, 50-of 60-jarig huwelijksfeest van ouders
en schoonouders; met dien verstande, dat voor de toepassing van het gestelde
onder b en c ten aanzien van Rooms-Katholieken onder „huwelijk" wordt
verstaan „kerkelijk huwelijk".</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>d.</nr>
      <al>bij het overlijden van uitwonende eigen of pleegkinderen, van
aangehuwde kinderen, van kleinkinderen, van ouders, schoonouders of grootouders
van de werknemer;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>e.</nr>
      <al>bij de begrafenis of de crematie van uitwonende eigen of pleegkinderen,
van kleinkinderen, aangehuwde kinderen, ouders, schoonouders, broeders of
zusters, grootouders en aangehuwde broeders of zusters, mits de begrafenis
of crematie wordt bijgewoond; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>f.</nr>
      <al>bij het 25-jarig en 40-jarig dienstjubileum van de werknemer;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>g.</nr>
      <al>bij dienstverhuizing van de werknemer.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>5e</nr>
      <al>gedurende ten hoogste 2 examen- of excursiedagen per cursusjaar
indien de werknemer met toestemming van de werkgever deelneemt aan dagonderwijs;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>6e</nr>
      <al>in geval van noodzakelijke medische verzorging gedurende de
werkelijk benodigde tijd voorzover deze verzorging niet buiten de arbeidstijd
kan plaats hebben;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>7e</nr>
      <al>in geval van een bij wettelijk voorschrift of door de overheid
zonder geldende vergoeding opgelegde verplichting gedurende de werkelijk benodigde
tijd tot ten hoogste 1 dag voorzover deze verplichting persoonlijk moet worden
nagekomen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>8e</nr>
      <al>voor het bijwonen van bestuurs- en algemene vergaderingen van
werknemersorganisaties voorzover de werknemer deel uitmaakt van het bestuur
of als afgevaardigde naar een der algemene vergaderingen wordt gekozen, tot
een maximum van drie dagen per kalenderjaar en voorzover de werkzaamheden
dit naar het oordeel van de werkgever toelaten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bepaalde in het eerste lid vindt geen toepassing ten aanzien
van losse werknemers, die minder dan vier weken onafgebroken bij de betrokken
werkgever in dienst zijn, behoudens in de gevallen als bedoeld onder 1e, onder
3e, onder 4e en onder 7e.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De bepalingen van dit artikel treden in de plaats van het bepaalde
bij artikel 629b van het Nieuw Burgerlijk Wetboek.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Onder tijdloon wordt verstaan het loon dat op grond van de
cao particuliere bosbouw voor betrokkene geldt, vermeerderd met de krachtens
deze cao geldende toeslagen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De levenspartner in de zin van dit artikel is diegene waarmee
de werknemer een duurzame relatie onderhoudt en die als zodanig aan de werkgever
bekend is gemaakt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 33</nr>
      <titel>Kort verzuim zonder behoud van loon</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht de jeugdige werknemers op verzoek
van hun wettelijke vertegenwoordiger gedurende ten hoogste twee werkdagen
per week vrijaf te geven voor het volgen van theoretisch en/of praktisch bosbouwonderwijs. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>In de tussen werkgever en werknemer te sluiten arbeidsovereenkomst
kan worden bepaald, dat het loon gedurende dit verzuim wordt doorbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht de werknemer vrijaf te geven zonder
behoud van loon voor het bijwonen van vergaderingen van besturen en commissies
van publiekrechtelijke organen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werknemer heeft recht op 7 vrije dagen per kalenderjaar
zonder behoud van loon.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 2. Zwangerschaps-, bevallings- en ouderschapsverlof</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 34</nr>
      <titel>Zwangerschaps- en bevallingsverlof</titel>
    </artkop>
    <al>Bij zwangerschap en bevalling heeft de vrouwelijke werknemer recht op
verlof overeenkomstig de desbetreffende regeling krachtens de Ziektewet.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 35</nr>
      <titel>Ouderschapsverlof</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werknemer die als ouder in familierechtelijke betrekking
staat tot een kind, onderscheidenlijk de werknemer die blijkens verklaringen
uit het bevolkingsregister op hetzelfde adres woont als het kind en duurzaam
de verzorging en opvoeding van dat kind als een eigen kind op zich heeft genomen,
heeft recht op ouderschapsverlof zonder behoud van loon. Indien de terzake
van het recht op verlof in de eerste volzin gestelde voorwaarden ten aanzien
van meer kinderen van de werknemer met ingang van hetzelfde tijdstip worden
vervuld bestaat het recht slechts ten aanzien van een van die kinderen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het verlof bedraagt een aaneengesloten periode van ten hoogste
zes maanden over ten hoogste dat deel van de arbeidsduur per week dat twintig
uur te boven gaat, of over de volledige arbeidstijd. Geen recht op verlof
bestaat over tijdvakken gelegen na de datum waarop het kind als leerling kan
worden toegelaten tot de basisschool.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het recht bestaat slechts indien de dienstbetrekking in Nederland
wordt vervuld en deze ten minste een jaar heeft geduurd. Het eerste lid van
artikel 673 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek is van overeenkomstige toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werknemer meldt het voornemen om verlof op te nemen ten
minste twee maanden voor het tijdstip van ingang van het verlof schriftelijk
aan de werkgever onder opgave van de periode, het aantal uren en de spreiding
daarvan over de week. De tijdstippen van ingang en einde van het verlof kunnen
afhankelijk worden gesteld van de datum van de bevalling, van het einde van
het bevallingsverlof of van de aanvang van de verzorging.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht in te stemmen met een verzoek van
de werknemer om het verlof niet op te nemen of niet voort te zetten op grond
van onvoorziene omstandigheden, tenzij gewichtige redenen zich hiertegen verzetten.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De werkgever behoeft aan het verzoek niet met ingang
van een vroeger tijdstip gevolg te geven dan vier weken na het verzoek. In
het geval dat het verlof met toepassing van de eerste volzin, na het tijdstip
van ingang daarvan niet wordt voortgezet, vervalt het recht op het overige
deel van dat verlof.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 3. Regeling inzake ziekte en ongeval</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 36</nr>
      <titel>Algemene bepalingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bepaalde in het volgende artikel is uitsluitend van toepassing
op werknemers die verplicht verzekerd zijn krachtens de Ziektewet en de Wet
op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Ten aanzien van de in het vorige lid bedoelde werknemers treedt
de in het volgende artikel vervatte regeling in de plaats van het bepaalde
bij artikel 629 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Kortingen op de uitkeringen, veroorzaakt door schuld of toedoen
van de werknemer, blijven ten laste van de werknemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Onder tijdloon wordt in het volgende artikel verstaan het voor
de betrokken werknemer geldende tijdloon met inbegrip van eventuele regelmatig
genoten, naar tijdsduur bepaalde toeslagen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De werknemer die op grond van gemoedsbezwaren van de hem bij
de Ziektewet en de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering opgelegde verplichtingen
is vrijgesteld, kan tegenover de werkgever aanspraak maken op hetgeen hem
volgens het bepaalde in het volgende artikel van de zijde van de werkgever
zou toekomen, indien hij van de bedoelde verplichtingen niet was vrijgesteld. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 37</nr>
      <titel>Betalingsverplichtingen werkgever bij ziekte, arbeidsongeschiktheid
en regresrecht</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Wanneer de werknemer, zoals nader bepaald in artikel 36, arbeidsongeschikt
is wegens ziekte in de zin van de ziektewet of naar een percentage van 80-100
in de zin van de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, is de werkgever
verplicht:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>over de periode van 52 weken bedoeld in artikel 629 lid 1 en
9 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek, het loon waarop de werknemer – ware
hij niet arbeidsongeschikt geworden aanspraak had kunnen maken, door te betalen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>over de dagen waarover de werknemer een uitkering ontvangt
krachtens de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering naar een percentage
van 80-100, die uitkering aan te vullen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>gedurende het eerste jaar van de w.a.o.-uitkering tot
100% van het loon waarop de werknemer – ware hij niet arbeidsongeschikt
geworden – aanspraak had kunnen maken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="3">
      <nr>–</nr>
      <al>gedurende het tweede jaar van de w.a.o.-uitkering tot
90% van het loon waarop de werknemer – ware hij niet arbeidsongeschikt
geworden – aanspraak had kunnen maken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor de vaststelling van het loon in sub a en b wordt
uitgegaan van de systematiek zoals die voor de vaststelling van het dagloon
in het kader van de Ziektewet voortvloeit uit het Dagloonbesluit Ziektewet –
B.V. TAB, risicogroep Agrarische Bedrijven.<voetref refid="f13" nr="1" haak="1"></voetref></al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voor de werknemer die in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse
is ingedeeld dan de in artikel 21 lid 1 van de w.a.o. genoemde hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse,
wordt over de dagen waarover de werknemer een uitkering ontvangt, de aanvulling
vastgesteld op basis van een gedeelte van het bovengenoemde loon, als volgt: </al>
    </inspring>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="28mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="97mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"> arbeidsongeschiktheid
van</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">eerste W.A.O.-jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">tweede W.A.O.-jaar </entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">15 tot 25%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">14/70ste
deel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">90% van 14/70ste deel </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">25 tot 35%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">21/70ste deel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">90%
van 21/70ste deel </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">35 tot 45%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">28/70ste deel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">90% van 28/70ste
deel </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">45 tot 55%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">35/70ste deel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">90% van 35/70ste deel </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">55
tot 65%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">42/70ste deel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">90% van 42/70ste deel </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">65 tot 80%</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">50,75/70ste
deel</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">90% van 50,75/70ste deel.</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Komt aan de werknemer, naast een ZW of WAO-uitkering, krachtens
enige wettelijke voorgeschreven verzekering of uit enig fonds waarin de deelneming
is bedongen bij of voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst of uit een collectieve
arbeidsovereenkomst, ingeval van arbeidsongeschiktheid een geldelijke vergoeding
of uitkering toe, dan wordt de verplichting van de werkgever verminderd met
het bedrag van die vergoeding of uitkeringen, inclusief de Ziektewet/w.a.o.-uitkering.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht tot de in de leden 1 en 2 genoemde
doorbetaling en aanvulling, behoudens voorzover de werknemer de in lid 3 genoemde
geldelijke vergoedingen of uitkeringen niet ontvangt vanwege het zijnerzijds
niet-nakomen van de daarbij behorende voorschriften.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Voor de vaststelling van aanvulling op de Ziektewet- en/of
w.a.o.-uitkering als bedoeld in de vorige leden, worden onder de Ziektewet-
en/of w.a.o.-uitkering mede begrepen uitkeringen en/of inkomsten die op de
Ziektewetuitkering en/of w.a.o.-uitkering in mindering zijn gebracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Indien en zodra de Ziektewet- en/of w.a.o.-uitkering via de
werkgever wordt uitgekeerd en deze uitkeringen na aftrek van de voorgeschreven
inhoudingen hoger zijn dan het voor de werknemer geldende loon, is de werkgever
verplicht ook het meerdere aan de werknemer uit te betalen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De werkgever is bevoegd de betalingsverplichtingen die voortvloeien
uit lid 1 op te schorten voor de tijd gedurende welke de werknemer zich niet
houdt aan de in deze paragraaf vermelde voorschriften omtrent het verstrekken
van de inlichtingen die de werkgever behoeft om het recht op loon vast te
stellen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De werkgever kan geen beroep meer doen op enige grond om het
loon geheel of gedeeltelijk niet meer te betalen of de betaling daarvan op
te schorten, indien hij de werknemer daarvan geen kennis heeft gegeven binnen
vier dagen nadat bij hem het vermoeden van het bestaan van enige grond gerezen
is of redelijkerwijs had behoren te rijzen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Het bepaalde in dit artikel is niet van kracht, indien en voorzover
de werknemer terzake van zijn arbeidsongeschiktheid jegens één
of meer derden een vordering tot schadevergoeding wegens loonderving kan doen
gelden. Indien en voorzover de werknemer zijn recht op schadevergoeding als
in de vorige volzin bedoeld, ten belope van het bedrag van de in dit artikel
geregelde loondoorbetalingen en bovenwettelijke uitkeringen aan de werkgever
overdraagt, zal de werkgever echter aan de werknemer voorschotten uitkeren
tot het beloop van de loondoorbetalingen en aanvullende uitkeringen, welke
de werknemer overeenkomstig het bepaalde in dit artikel van hem zou hebben
ontvangen, als hij geen vordering tot schadevergoeding jegens derden had gehad.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De op deze wijze door de werknemer genoten voorschotten
zullen worden verrekend indien en voorzover de werkgever van de derde(n) schadevergoeding
ontvangt.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 4. Overige bepalingen van sociale aard</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 39</nr>
      <titel>Gepremieerde spaarregeling en spaarloonregeling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien en voorzover een werknemer daartoe de wens te kennen
geeft, zal de werkgever met hem een spaarovereenkomst aangaan overeenkomstig
het model van een bij deze cao gevoegde premiespaarregeling en/of spaarloonregeling
(bijlage IIA en IIB).</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bepaalde in lid 1 is, voorzover het de premiespaarregeling
betreft, niet van toepassing voor losse werknemers en niet voor werknemers
van wie op of na 1 januari 1996 het los dienstverband voor onbepaalde tijd
wordt omgezet in een vast dienstverband met overbruggingsregeling.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 40</nr>
      <titel>Uitkering bij overlijden<voetref refid="f14" nr="1" haak="1"></voetref></titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is gehouden aan de nagelaten betrekkingen van
de werknemer over de periode vanaf de dag na overlijden tot en met de laatste
dag van de tweede maand, na die, waarin het overlijden plaats vond, een uitkering
te verlenen ten bedrage van het loon dat aan de werknemer laatstelijk toekwam,
tenzij een zodanige uitkering op grond van de Ziektewet of de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering
via de Uitvoeringsinstelling GUO geschiedt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Onder de in lid 1 bedoelde nagelaten betrekkingen worden verstaan
de echtgenoot c.q. echtgenote van wie de werknemer niet duurzaam gescheiden
leefde of bij ontstentenis van deze de minderjarige wettige of natuurlijke
kinderen en de levenspartner zoals erkend bij de uitvoering van de Ziektewet. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 41</nr>
      <titel>Schuilgelegenheid</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever dient zorg te dragen voor een schuilgelegenheid
op of nabij het werk. Deze schuilgelegenheid dient voor de werknemers bereikbaar
te zijn binnen een afstand van 500 meter van het werk en in behoorlijke staat
te verkeren. Indien de schuilgelegenheid tevens als schaftgelegenheid wordt
benut, dient door de werkgever voor een goede verwarming te worden zorg gedragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werknemer is verplicht ervoor zorg te dragen dat de schuilgelegenheid
c.q. schaftgelegenheid zo schoon mogelijk wordt gehouden en niet door zijn
toedoen wordt beschadigd.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 42</nr>
      <titel>Bespreking sociaal beleid der onderneming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever zal tweemaal per jaar het binnen de onderneming
gevoerde en te voeren sociaal beleid met de bij hem in dienst zijnde werknemer(s)
bespreken.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 44</nr>
      <titel>Bedrijfsgezondheidszorg en bedrijfshulpverlening (E.H.B.O.)</titel>
    </artkop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Bedrijfsgezondheidszorg</tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever sluit zich aan bij de gezamenlijke bedrijfsgeneeskundige
dienst. Hij zal in samenwerking met deze dienst de maatregelen treffen welke
in het belang van de gezondheid van de werknemers noodzakelijk zijn.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werknemer, die langer dan een half jaar ononderbroken bij
de werkgever in dienst is, verleent medewerking aan een geneeskundig onderzoek
en houdt zich aan alle maatregelen die in verband daarmede overeenkomstig
de door de werkgever van de zijde van de bedrijfsgeneeskundige dienst ontvangen
adviezen voor deze noodzakelijk worden geacht.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Bedrijfshulpverlening (E.H.B.O.)</tuskop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever dient te bevorderen dat op het bedrijf ten minste
één gediplomeerde E.H.B.O.-er en één bedrijfshulpverlener
aanwezig zijn, of zoveel meer als voorgeschreven door de Arbeidsomstandighedenwet.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De kosten verbonden aan het volgen van een E.H.B.O.-cursus
en/of een cursus/opleiding Bedrijfshulpverlening (onder andere inschrijfgeld,
cursusgeld, examengeld, boekengeld, herhalingscursussen) zijn voor rekening
van de werkgever, als de werknemer de cursus op verzoek van de werkgever volgt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 45a</nr>
      <titel>Vacaturemelding bij het Regionaal Bureau Arbeidsvoorziening</titel>
    </artkop>
    <al>Teneinde de inzichtelijkheid van de arbeidsmarkt te bevorderen zal de
werkgever alle daarvoor relevante vacatures kenbaar maken aan het Regionaal
Bureau Arbeidsvoorziening van het rayon waarin zijn onderneming is gevestigd.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 45b</nr>
      <titel>Inschakeling uitzendbureaus</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Slechts indien de bedrijfsomstandigheden zulks onvermijdelijk
maken zal gebruik worden gemaakt van de diensten van uitsluitend wettelijk
erkende uitzendbureaus.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Inschakeling van een uitzendkracht is pas toegestaan, nadat
de werkzaamheden in voorkomende gevallen eerst aan de vroegere werknemer(s)
zijn aangeboden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever zal tweemaal per jaar aan de ondernemingsraad
een overzicht verschaffen over de aantallen ingezette uitzendkrachten per
periode en per afdeling.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De bepalingen in deze cao met betrekking tot de lonen en overige
vergoedingen zijn van overeenkomstige toepassing op uitzendkrachten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De cao voor de particuliere bosbouw 1998-2000 zal worden aangemeld
bij de Stichting Meldingsbureau Uitzendbranche (SMU).</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 46</nr>
      <titel>Educatief verlof en voorbereiding op de pensionering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Werknemers van 62 jaar en ouder hebben recht op maximaal 5
dagen onbetaald verlof gedurende het cao-tijdvak voor het volgen van een cursus
ter voorbereiding op de pensionering, voorzover deze wordt georganiseerd door
de vakbeweging, in het kader van het project „Pensioen in Zicht", dan
wel door een instelling die daartoe door het STIVOS-bestuur is erkend.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>De verlofdagen, opgenomen ingevolge het bepaalde onder a, worden
zoveel als mogelijk in mindering gebracht op de extra vakantiedagen ingevolge
artikel 55 lid 3.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>Een werknemer die reeds tijdens een voorgaand cao-tijdvak het
onder a genoemde maximum aantal verlofdagen heeft genoten kan hierop niet
opnieuw een beroep doen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werknemer heeft gedurende het cao-tijdvak recht op ten hoogste
5 dagen onbetaald verlof voor het volgen van cursussen die gegeven worden
door de vakbeweging danwel door een hiermee verbonden jongerenorganisatie,
of voor het volgen van een andere in algemene zin op de bosbouw gerichte cursus
die erkend is door het STIVOS-bestuur.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werknemer die de in het vorig lid bedoelde cursussen wenst
bij te wonen stelt de werkgever ten minste één maand voor de
aanvang van deze cursus daarvan in kennis.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 47</nr>
      <titel>Sexuele intimidatie</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is gehouden een zodanig beleid te voeren, dat de werknemer(s)
in de werkorganisatie zoveel mogelijk wordt (worden) gevrijwaard voor sexuele
intimidatie.</al>
    <al>Van sexuele intimidatie is sprake, indien:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>een werknemer door oneigenlijk gebruik van het gezag,
waaraan betrokkene krachtens haar/zijn arbeidsovereenkomst is onderworpen,
uitdrukkelijk tegen haar/zijn wil wordt gedwongen ongewenste gedragingen of
sexuele handelingen te ondergaan;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>en/of</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>een werknemer in de werksituatie wordt geconfronteerd
met woorden of daden op sexueel gebied, waarvan deze duidelijk laat blijken
en/of de pleger redelijkerwijs moet begrijpen, dat de werknemer deze ongewenst
vindt.</al>
    </inspring>
    <al>In voorkomende gevallen kan contact worden opgenomen met de maatschappelijk
werkster/werker van de ARBO-dienst waarbij de werkgever is aangesloten. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 48</nr>
      <titel>Overleg inzake aanschaf van machines, werktuigen, gereedschap en persoonlijke
beschermingsmiddelen</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is verplicht alvorens over te gaan tot aanschaf van machines,
werktuigen, gereedschap en persoonlijke beschermingsmiddelen over deze aanschaf
met de werknemer die deze machines e.d. gaat gebruiken, overleg te plegen.
Daarbij zal vooral gelet worden op ergonomische aspecten.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De uiteindelijke beslissing over de aanschaf berust bij de werkgever.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 49</nr>
      <titel>Scholing</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is verplicht de werknemer die niet onder de partiële
leerplicht valt in de volgende gevallen betaald verlof te verlenen:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>a.</nr>
      <al>voor het ingevolge het primaire leerlingstelsel volgen van
onderwijs ongeacht de omvang van het dienstverband gedurende één
dag per week, in de weken waarin dit onderwijs wordt gevolgd;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>b.</nr>
      <al>voor het volgen van het secondaire en tertiaire leerlingstelsel
alsmede van bijscholingscursussen mits het een opleiding betreft die naar
het oordeel van de werkgever noodzakelijk is voor het uitoefenen van de functie
en/of in het kader van de loopbaanontwikkeling;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>c.</nr>
      <al>ingeval de werknemer in het kader van het onder a. of b. genoemde
onderwijs een excursie of examen bijwoont, tot maximaal twee dagen totaal
per cursusjaar.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 50</nr>
      <titel>Wederindienstneming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Met inachtneming van het hierna volgende is de werkgever gehouden
een wederindienstnemingsregeling werknemers toe te passen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien aan de in lid 3 vermelde voorwaarden is voldaan, zal
de werkgever binnen zes maanden na de beëindiging van het losse dienstverband
geen werknemer in dienst nemen dan wel uitzendkracht inlenen voor het verrichten
van werkzaamheden van dezelfde aard, dan nadat hij de werknemer van wie het
dienstverband aldus is beëindigd, in de gelegenheid heeft gesteld zijn
vroegere werkzaamheden te hervatten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De in lid 2 genoemde voorwaarden zijn de volgende:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>in de 24 maanden voorafgaande aan de beëindigingsdatum
van het laatste dienstverband moeten er tussen de desbetreffende werkgever
en werknemer gedurende in totaal minstens 12 maanden één of
meer dienstverbanden hebben bestaan;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>het laatste dienstverband is beëindigd door opzegging
van werkgeverszijde, of is, ingeval van een dienstverband voor bepaalde tijd
of een bepaald werk, van rechtswege geëindigd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Voor de bepaling van de duur van het in de leden 2 en 3 genoemde
dienstverband(en) wordt mee in acht genomen de tijd dat de werknemer in de
betreffende periode bij de werkgever werkzaam is geweest op basis van inlening
via een uitzendbureau.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De hervatting van de werkzaamheden geschiedt op dezelfde of
gunstiger voorwaarden als laatstelijk voor de werknemer golden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Indien voor het verrichten van werkzaamheden van dezelfde aard
het aantal werknemers welke de werkgever in de gelegenheid dient te stellen
het werk te hervatten, groter is dan het aantal werknemers waarvoor de werkgever
op basis van de arbeidsbehoefte werk beschikbaar heeft, stelt de werkgever
allereerst degenen met het langste arbeidsverleden bij hem, de werkgever,
in de gelegenheid het werk te hervatten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Hetgeen in voorgaande leden is bepaald is niet van toepassing
ingeval de Regionaal Directeur voor de Arbeidsvoorziening aan een door hem
verleende toestemming tot beëindiging van de arbeidsverhouding een andersluidende
voorwaarde in verband met hervatting van werkzaamheden heeft verbonden.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK VI</nr>
      <titel>TOEZICHT EN GESCHILLEN</titel>
    </hfdkop>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 1. Toezicht</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 51</nr>
      <titel>Toezicht</titel>
    </artkop>
    <al>De Hoofdafdeling Sociale Zaken van het Bosschap is bevoegd toezicht te
houden op de naleving van de bepalingen van deze cao </al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 2. Geschillen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 52</nr>
      <titel>Geschillen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Binnen de Hoofdafdeling Sociale Zaken van het Bosschap is een
Commissie van Beroep, die op verzoek van werkgever en/of werknemer een uitspraak
zal doen bij een geschil tussen die werkgever en werknemer betreffende:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>het in deeltijd willen gaan werken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>het willen volgen van een cursus (en daartoe vrij krijgen)
via het opleidingsfonds STOSAS;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>voorgenomen ontslag bij gedeeltelijke arbeids(on)geschiktheid.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK VII</nr>
      <titel>VAKANTIEREGELING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 53</nr>
      <titel>Algemene bepaling</titel>
    </artkop>
    <al>Voor de toepassing van de artikelen 54 tot en met 57 wordt verstaan onder: „vakantiejaar":
de periode van 1 maart tot 1 maart in enig jaar van het daaropvolgende kalenderjaar.</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 1. Vakantieregeling vaste werknemers zonder
overbruggingsregeling</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 54</nr>
      <titel>Loon tijdens vakantie vaste werknemers</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever is verplicht aan de vaste werknemers over de vakantiedagen
waarop deze recht heeft, het voor hem geldende loon door te betalen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 55</nr>
      <titel>Vakantiedagen vaste werknemers</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Vaste werknemers met een volledige werkweek hebben per jaar
recht op de volgende vakantiedagen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 17 jaar 30 vakantiedagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 18 tot en met 54 jaar 25 vakantiedagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 55 en 56 jaar 26 vakantiedagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 57 en 58 jaar 27 vakantiedagen </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 59 jaar 28 vakantiedagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 60 jaar en ouder 31 vakantiedagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Op de vakantiedagen worden feest- en gedenkdagen als
bedoeld in artikel 17 lid 1c tot en met e in mindering gebracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Van de vakantiedagen vermeld in lid 1 moeten ten minste 20
dagen aaneengesloten kunnen worden genoten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Vaste werknemers met een dienstverband van ten minste 25 jaar
bij dezelfde werkgever hebben ieder vakantiejaar recht op 1 extra vakantiedag,
met behoud van loon, vermeerderd met toeslagen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De vakantiedagen worden in onderling overleg tussen werkgever
en werknemer vastgesteld. De niet als snipperdagen aan te merken vakantiedagen
zullen aaneengesloten worden genoten in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober.
In bijzondere gevallen kan zowel van de verplichting van een aaneengesloten
vakantie, als van het tijdvak waarin de vakantie zal worden genoten, in onderling
overleg tussen werkgever en werknemer worden afgeweken. Van de in lid 1 bedoelde
vakantiedagen kunnen 4 dagen worden aangewezen op een door de werkgever te
bepalen tijdstip. De werkgever dient 3 maanden voor de dag waarop de door
hem aangewezen dag dient te worden opgenomen omtrent die aanwijzing aan de
werknemer mededeling te doen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>In afwijking van lid 2 en lid 4 heeft de werknemer het recht
om éénmaal per 2 jaar 35 werkdagen aaneengesloten vakantie op
te nemen, mits:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten minste 12 maanden voor het tijdstip van ingang van het
gewenste verlof het verzoek hiertoe bij de werkgever is ingediend en de periode
in overleg tussen werkgever en werknemer wordt overeengekomen en vastgesteld;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>hiervoor voldoende vakantiedagen worden opgebouwd voor de ingang
van deze verlofperiode.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Als dit verlof is vastgesteld kan de werkgever zich
niet meer op het bedrijfsbelang beroepen om de verlofperiode te wijzigen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Vaste werknemers met een dienstverband gedurende een deel van
het vakantiejaar en/of met een gedeeltelijke werkweek, waaronder degenen die
hun partiële leerplicht vervullen, hebben aanspraak op een evenredig
deel van de normale vakantierechten. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 56</nr>
      <titel>Vakantietoeslag vaste werknemers</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Vaste werknemers hebben aanspraak op een vakantietoeslag welke
gelijk is aan 8,25% van het loon per vakantiejaar.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Op de eerste loonbetaling in de maand juni wordt aan
de werknemer die op die datum reeds 1 jaar bij de werkgever in dienst is een
vakantietoeslag uitbetaald tot een bedrag gelijk aan 8,25% van 52 x het op
1 juni geldende weekloon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De minimum vakantietoeslag voor werknemers van 22 jaar en ouder
bedraagt f 2.995,- per vakantiejaar.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor jeugdige vaste werknemers bedraagt deze minimum
vakantietoeslag per jaar respectievelijk:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>17 jaar f 1.872,- 18 jaar f 2.126,-</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>19 jaar f 2.366,- 20 jaar f 2.636,- 21 jaar
f 2.785,- </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Aan het einde van het vakantiejaar vindt een verrekening
plaats van het eventuele verschil tussen de vakantietoeslag berekend op basis
van het loon in het vakantiejaar en op de eerste loonbetaling in de maand
juni uitbetaalde vakantietoeslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Aan vaste werknemers die op de dag van de eerste loonbetaling
in de maand juni minder dan 1 jaar bij de werkgever in dienst zijn, wordt
op die datum een vakantietoeslag uitbetaald tot een bedrag gelijk aan de helft
van het in lid 1 bedoelde bedrag. De in lid 1 genoemde minimum vakantietoeslag
is naar evenredigheid van toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Aan het eind van het vakantiejaar vindt ten aanzien van de
in lid 3 bedoelde werknemers, voorzover zij althans op die datum bij de werkgever
in dienst zijn, een verrekening plaats van het eventuele verschil tussen de
vakantietoeslag tot een bedrag gelijk aan 8,25% van het in het vakantiejaar
geldende loon verminderd met de op de eerste loonbetaling in de maand juni
uitbetaalde vakantietoeslag. De in lid 1 genoemde minimum vakantietoeslag
is naar evenredigheid van toepassing.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bij tussentijdse beëindiging van het dienstverband wordt
de vakantietoeslag van de vaste werknemers als bedoeld in de leden 1 en 2
naar evenredigheid berekend. Hiermede dient te worden verrekend de op de eerste
loonbetaling in juni uitbetaalde vakantietoeslag.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Vaste werknemers met een gedeeltelijke werkweek c.q. met een
dienstverband gedurende een gedeelte van het vakantiejaar hebben recht op
een evenredig gedeelte van de vakantietoeslag als bedoeld in lid 1. De in
lid 1 genoemde minimum vakantietoeslag is naar evenredigheid van toepassing. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Onder weekloon c.q. loon in het vakantiejaar wordt verstaan
het loon dat op grond van de cao particuliere bosbouw voor betrokkenen geldt,
vermeerderd met de krachtens de cao geldende toeslagen exclusief vakantietoeslagen
en overwerkverdiensten voorzover het overwerk geen incidenteel karakter draagt.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 57</nr>
      <titel>Afrekening vakantierechten vaste werknemers bij beëindiging der
dienstbetrekking</titel>
    </artkop>
    <al>Indien bij beëindiging van de dienstbetrekking door een vaste werknemer
meer dan wel minder vakantierechten zijn genoten dan deze werknemer overeenkomstig
de bepalingen van deze cao toekomen, wordt het eventueel teveel of te weinig
genoten deel tussen werkgever en werknemer verrekend.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 58</nr>
      <titel>Vakantierechten tijdens arbeidsongeschiktheid, onderbreking en militaire
dienst</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Bij afwezigheid van aanspraak op loon bij ziekte in de zin
van de Ziektewet en militaire dienst behoudt de vaste werknemer de aanspraak
op hem volgens de artikelen 55 en 56 toekomende vakantierechten in de navolgende
gevallen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>bij ziekte in de zin van de Ziektewet, gedurende een halfjaar
na de aanvang van het desbetreffende geval van arbeidsongeschiktheid<voetref refid="f15" nr="1" haak="1"></voetref>;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>bij militaire dienst, voorzover geen sprake is van opkomst
voor eerste oefening op of na de laatste dag van de 10e maand van het vakantiejaar
plaatsvindt, de aanspraak op vakantierechten gedurende het resterende gedeelte
van het vakantiejaar blijft gehandhaafd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Evenwel wordt in de gevallen in het vorige lid onder a bedoeld
ten aanzien van een vaste werknemer, die tijdens het betreffende contractjaar
ten laste van de B.V. TAB (GUO) uitkering krachtens de Ziektewet of de Wet
op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering ontvangt, het loon over vakantiedagen
en de vakantietoeslag waarop hij over dat vakantiejaar recht heeft, verminderd
naar evenredigheid van het aantal dagen waarover hij uitkering heeft genoten.</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 2. Vakantieregeling losse werknemers en
vaste werknemers met overbruggingsregeling</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 59</nr>
      <titel>Vakantiedagen losse werknemers en vaste werknemers met overbruggingsregeling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Losse werknemers en vaste werknemers met overbruggingsregeling
met een volledige werkweek hebben per jaar recht op de volgende vakantiedagen:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 17 jaar 30 vakantiedagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 18 tot en met 56 jaar 25 vakantiedagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 57 tot en met 59 jaar 26 vakantiedagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>bij een leeftijd van 60 jaar en ouder 31 vakantiedagen</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Op de vakantiedagen worden feest- en gedenkdagen als
bedoeld in artikel 17 lid c tot en met e in mindering gebracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Van de vakantiedagen vermeld in lid 1 moeten ten minste 20
dagen aaneengesloten kunnen worden genoten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De vakantiedagen worden in onderling overleg tussen werkgever
en werknemer vastgesteld. De niet als snipperdagen aan te merken vakantiedagen
zullen aaneengesloten worden genoten in het tijdvak van 1 mei tot 1 oktober.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In bijzondere gevallen kan zowel van de verplichting
van een aaneengesloten vakantie, als van het tijdvak waarin de vakantie zal
worden genoten, in onderling overleg tussen werkgever en werknemer worden
afgeweken.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Van de in de leden 1 en 2 bedoelde vakantiedagen kunnen
4 dagen worden aangewezen op een door de werkgever te bepalen tijdstip. De
werkgever dient 3 maanden voor de dag waarop de door hem aangewezen dag dient
te worden opgenomen omtrent die aanwijzing aan de werknemer mededeling te
doen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>In afwijking van lid 2 en lid 3 heeft de werknemer het recht
om éénmaal per 2 jaar 35 werkdagen aaneengesloten vakantie op
te nemen, mits:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten minste 12 maanden voor het tijdstip van ingang van het
gewenste verlof het verzoek hiertoe bij de werkgever is ingediend en de periode
in overleg tussen werkgever en werknemer wordt overeengekomen en vastgesteld;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>hiervoor voldoende vakantiedagen worden opgebouwd voor de ingang
van deze verlofperiode. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Als dit verlof is vastgesteld kan de werkgever zich
niet meer op het bedrijfsbelang beroepen om de verlofperiode te wijzigen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 60</nr>
      <titel>Vakantiebonnen losse werknemers en vaste werknemers met overbruggingsregeling</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Losse werknemers en vaste werknemers met overbruggingsregeling
hebben aanspraak op een vakantietoeslag, welke wordt verrekend in de vakantiebon
als aangegeven in de leden 2 tot en met 7.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Er bestaat een Vakantiefonds voor de Landbouw, dat ten doel
heeft terzake van de derving van het loon op de vakantiedagen en feestdagen
alsmede terzake van de vakantietoeslag uitkering te verstrekken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De werkgever is gehouden aan losse werknemers, vaste werknemers
met overbruggingsregeling alsmede vaste deeltijd werknemers als bedoeld in
artikel 4 lid 1 sub c bij de gebruikelijke loonbetaling vakantiebonnen te
verstrekken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De waarde van de krachtens lid 3 te verstrekken vakantiebonnen
is gelijk aan 24,5% van het voor de betrokken werknemer geldende bruto loon.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>De waarde van de vakantiebonnen over de in artikel 37 lid 1a
en 1b bedoelde betalingen tijdens ziekte is in afwijking van het hiervoor
bepaalde met ingang van de zevende maand 8,25%.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Onder bruto-loon wordt verstaan het loon dat op grond van de
cao-particuliere bosbouw voor betrokkene geldt, vermeerderd met de krachtens
de cao geldende toeslagen exclusief vakantietoeslag en overwerkverdiensten
voorzover het overwerk geen incidenteel karakter draagt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De krachtens lid 3 te verstrekken vakantiebonnen zijn steeds
evenredig aan het aantal loondagen in de betreffende betalingsperiode. Wanneer
geen aanspraak bestaat op loon dan bestaat ook geen aanspraak op vakantiebonnen
behoudens hetgeen bepaald is in lid 3 over verstrekking van vakantiebonnen
tijdens ziekte.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Voor de berekening van het aan vakantiebonnen verschuldigde
bedrag, vindt voor bedragen van minder dan 50 cent afronding naar beneden
en voor bedragen van 50 cent of meer afronding naar boven plaats op gehele
guldens.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De werkgevers en werknemers zijn gehouden tot naleving van
alle verplichtingen, welke bij of krachtens de statuten van het in het tweede
lid genoemde fonds op hen worden gelegd.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De desbetreffende bepalingen worden geacht onderdeel
van deze cao uit te maken.</al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK IX</nr>
      <titel>BEPALINGEN OMTRENT FUNCTIEJARENBELONING</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 63</nr>
      <titel>Algemene bepalingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De functies van de werknemers zijn ingedeeld in functiegroepen.
De indeling is vermeld in artikel 6 van deze cao.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht de werknemer schriftelijk mede te
delen in welke functiegroep hij is ingedeeld.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Het voorgaande is eveneens van toepassing in geval
van functiewijziging.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het tijdloon, dat de werknemer toekomt, naar gelang de functiegroep
waarin hij is ingedeeld en zijn leeftijd zijn vermeld in artikel 65.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De werknemer die op uitdrukkelijke aanwijzing van de werkgever
of diens vertegenwoordiger langer dan 1 week een functie volledig waarneemt
die hoger is ingedeeld dan zijn eigen functie, ontvangt gedurende die periode
het tijdloon waarop hij in die hogere functie recht zou hebben, indien hij
die hogere functie definitief zou vervangen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Wanneer de in het vorige lid bedoelde functievervanging langer
dan 13 weken heeft plaatsgevonden, dient door de werkgever of diens vertegenwoordiger
een definitieve beslissing te worden genomen omtrent een hogere functie-indeling
van de plaatsvervanger.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Werknemers die definitief worden geplaatst in een hogere functie
worden in de overeenkomende hogere salarisschaal ingedeeld met ingang van
de betalingsperiode volgend op die waarin de plaatsing in de hogere functie
is geschied.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij de indeling in een hogere salarisschaal van een
werknemer die de voor die functiegroep geldende vakvolwassen leeftijd van
22 jaar heeft bereikt of overschreden, wordt het nieuwe voor hem geldende
beloningsniveau verkregen door het voor bevordering bereikte beloningsniveau
in overeenstemming te brengen met het eerstkomende hogere bedrag in de hogere
salarisschaal gevolgd door 1 periodieke verhoging.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Indien een werknemer op eigen verzoek in een lager ingedeelde
functie wordt overgeplaatst, gaat een eventuele wijziging van het schaalsalaris
in met ingang van de betalingsperiode volgend op die, waarin de plaatsing
in de lagere functie heeft plaatsgevonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Indien een werknemer op eigen verzoek in een lager ingedeelde
functie wordt overgeplaatst en de in die functiegroep geldende vakvolwassen
leeftijd heeft bereikt of overschreden, bedraagt de verlaging van het schaalsalaris
de helft van het verschil tussen de schaalsalarissen bij 0-functiejaren van
de twee betrokken salarisschalen of zoveel meer als nodig is om het nieuwe
schaalsalaris in overeenstemming te brengen met het eerstkomende lagere bedrag
in de lagere salarisschaal.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>9.</nr>
      <al>Indien een werknemer als gevolg van omstandigheden waarop hij
geen invloed kan uitoefenen, in een lager ingedeelde functiegroep wordt geplaatst
en hij de voor die functiegroep geldende vakvolwassen leeftijd van 22 jaar
heeft bereikt of overschreden, wordt hem een tijdloon toegekend dat ten minste
gelijk is aan het tijdloon dat hij genoot voordat plaatsing in de lagere functiegroep
plaatsvond.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 64</nr>
      <titel>Functiejarenverhoging</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De verhoging van het schaaltijdloon op grond van functiejaren
geschiedt automatisch per 1 januari van elk kalenderjaar, tenzij de betrokken
werknemer nog niet de voor de betreffende functiegroep geldende vakvolwassen
leeftijd van 22 jaar of ouder heeft bereikt dan wel op 1 januari van het daaraan
voorafgaande kalenderjaar nog niet in dienst was.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht de werknemer bij zijn ontslag een
schriftelijke verklaring te verstrekken inzake de duur van het dienstverband
bij die werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Iedere werknemer van 21 jaar en jonger ontvangt het tijdloon
dat in de groep waarin zijn functie is ingedeeld behorend bij zijn leeftijd,
geldt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Wanneer de leeftijd van de werknemer zich wijzigt, wordt zijn
tijdloon verhoogd met ingang van de betalingsdatum volgend op die waarin de
leeftijdswijziging heeft plaatsgevonden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De werknemer, die 22 jaar wordt ontvangt met ingang van de
betalingsperiode, volgend op die waarin de 22-jarige leeftijd wordt bereikt,
het schaaltijdloon in de jaarklasse 0 in de functiegroep waarin hij is ingedeeld.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 65</nr>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>
        <nadruk type="vet">1.</nadruk>
      </nr>
      <al>
        <nadruk type="vet">Tijdlonen</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <al>De vloeren in de lonen worden geïndexeerd. Vervolgens
worden de lonen per 29 juni 1998<voetref refid="f16" nr="1" haak="1"></voetref> verhoogd:
eerst met 0.6% (0.9% minus 0.3%) prijscompensatie en vervolgens met 0.5% initiële
loonsverhoging. De lonen worden per 4 januari 1999, 28 juni 1999 en 3 januari
2000 verhoogd met telkens 0.5%. Op dezelfde data zal ook prijscompensatie
in de lonen worden verdisconteerd. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>
        <nadruk type="vet">2.</nadruk>
      </nr>
      <al>
        <nadruk type="vet">Tijdlonen per 29 juni 1998</nadruk>
        <voetref refid="f22" nr="1" haak="1"></voetref>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.1. Losse werknemers </nr>
    </inspring>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="4" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="28mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="44mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="44mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="44mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep
I</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep II</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep III </entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Jeugdlonen 
Leeftijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Weekloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Weekloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Weekloon </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">17 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 408,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 464,10</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 484,50</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">18 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 457,70</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 527,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 550,40 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">19
jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 506,70</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 586,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 612,40 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">20 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 555,70</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 653,50</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 682,10</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">21 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 604,80</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 690,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 720,90 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">22
jaar en ouder </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">functiejaren </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">0</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 653,79</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 742,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 775,20</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 755,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 789,60 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 768,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 804,80</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 781,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 818,90 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 795,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 834,90</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="30mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="65mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="65mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep
IV</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep V </entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">22 jaar
en ouder  functiejaren</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Weekloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Weekloon </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">0</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 811,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 851,00</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 827,30</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 868,00 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 841,90</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 884,90</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 860,30</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 903,10 </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 877.60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 920,60</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <inspring nivo="2">
      <nr>2.2.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Vaste werknemers</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>
        <nadruk type="vet">Functiegroep I</nadruk>
      </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De weeklonen van de vaste werknemers in functiegroep
1 worden berekend door de weeklonen van de losse werknemers in functiegroep
I te verminderen met het procentuele verschil in het werknemersaandeel WW-premie
tussen losse en vaste werknemers (bij het GUO).</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>De maandlonen worden berekend door het weekloon te
vermenigvuldigen met 4,333.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Bij de berekening worden uitkomsten van 0 tot 5 cent
naar beneden en van 5 cent en meer naar boven afgerond. </al>
    </inspring>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="25mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="33.75mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="33.75mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="33.75mm"></colspec>
        <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="33.75mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
            <entry morerows="0" nameend="c3" namest="c2" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep
II</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c5" namest="c4" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep III </entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Jeugdlonen 
Leeftijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Weekloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Maandloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Weekloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Maandloon </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">17
jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 454,10</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 1967,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 473,50</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 2051,90</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">18 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 515,80</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 2236,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 537,90</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 2331,10</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">19 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 573,90</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 2486,90</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 598,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 2593,60</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">20 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 639,30</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 2770,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 666,70</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 2888,90</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">21 jaar</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 675,70</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 2927,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 704,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3053,10</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">22 jaar en ouder </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">functiejaren </entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">0</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 726,50</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3148,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 757,70</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3283,00</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 737,50</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3195,90</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 770,70</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3339,60</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 749,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3247,70</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 784,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3399,70</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 762,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3304,30</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 799,40</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3463,70</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 776,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3363,10</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 815,10</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3531,60</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="5" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="25mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="33.75mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="33.75mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="33.75mm"></colspec>
        <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="33.75mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
            <entry morerows="0" nameend="c3" namest="c2" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep
IV</entry>
            <entry morerows="0" nameend="c5" namest="c4" rotate="0" rowsep="1">Functiegroep V </entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">22
jaar en ouder  functiejaren</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Weekloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Maandloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Weekloon</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Maandloon</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">0</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 792,10</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3432,30</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 828,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3587,80</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">1</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 806,10</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3492,90</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 846,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3666,60</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">2</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 822,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3562,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 862,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3737,60</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">3</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 838,60</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3634,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 881,00</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3817,30</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0">4</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 855,90</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3708,90</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 897,20</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0">f 3887,40</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Indien tussen werkgever en werknemer een uurloon is of wordt
overeengekomen, wordt dat uurloon bepaald door het betreffende weekloon te
delen door 37 en de alsdan verkregen uitkomst als volgt af te ronden:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>nul tot een halve cent wordt nul cent;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>een halve cent tot een hele cent wordt een hele cent.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In die gevallen waarin een roostervrije dagenregeling
geldt, wordt voor de berekening van het uurloon het betreffende weekloon gedeeld
door 40 en wordt de alsdan verkregen uitkomst afgerond overeenkomstig het
hiervoor bepaalde. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Aan de werknemers, die in tijdloon werkzaam zijn, doch die
tengevolge van lichtverlet niet in staat zijn geweest gedurende een week het
voor hen geldende aantal uren te werken, zal over die week toch het voor hen
geldende weekloon worden uitbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Aan werknemers die in akkoord werkzaam zijn, doch die tengevolge
van lichtverlet niet in staat zijn geweest gedurende een week het voor hen
geldende aantal uren te werken, zal over die week toch het voor hen geldende
weekloon worden uitbetaald.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Ten aanzien van valide werknemers van 22 jaar en ouder met
een volledige werkweek geldt, dat het brutoloon inclusief alle vergoedingen
en toeslagen, doch exclusief overwerkverdiensten en vakantietoeslag ten minste
gelijk zal zijn aan het wettelijke minimumloon. Dit loon wordt aangepast conform
het door of vanwege de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgestelde
minimumloon. Onverminderd het elders in deze cao bepaalde omtrent de beloning
bedraagt het uurloon ten minste 1/40 deel<voetref refid="f18" nr="1" haak="1"></voetref>
van het wettelijk minimum weekloon.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De werkgever is verplicht op de door de Rijksoverheid aangewezen
nationale feestdagen waarop geen arbeid wordt verricht door de werknemer het
voor hem geldende tijdloon door te betalen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 66</nr>
      <titel>Indexering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Per 29 juni 1998<voetref refid="f19" nr="1" haak="1"></voetref> en 28
juni 1999 worden de dan geldende tijdlonen verhoogd met het percentage waarmee
consumentenindexcijfer reeks werknemersgezinnen met een laag inkomen per april
daaraan voorafgaande is gestegen boven het cijfer van oktober hieraan voorafgaand.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Per 4 januari 1999 en 3 januari 2000 worden de dan geldende
tijdlonen verhoogd met het percentage waarmee het in lid 1 genoemde prijsindexcijfer
per oktober daaraan voorafgaand is gestegen boven het cijfer van april hieraan
voorafgaand. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Voor de toepassing van de in de leden 1 en 2 omschreven loonaanpassingen
wordt het bedoelde indexcijfer van oktober 1997 als uitgangspunt genomen.
Zolang het bedoelde indexcijfer in de betreffende refertemaand niet is gestegen
tot boven het niveau van oktober 1997 vinden op grond van dit artikel geen
loonaanpassingen plaats noch in de vorm van verhoging noch in de vorm van
verlaging.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Bij de toepassing van de in de leden 1 en 2 omschreven loonaanpassingen
wordt een minimum per procent loonsverhoging op weekbasis in acht genomen.
Dit minimum bedraagt in oktober 1998 ten minste f 7,13 op weekbasis.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>Indien en zodra op grond van de leden 1, 2 en 3 loonaanpassingen
geschieden wordt ook het hiervoor in sub a. vermelde minimumpercentage verhoogd
met het percentage waarmee de lonen op dat tijdstip worden verhoogd.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 67</nr>
      <titel>Loonbetaling en loonspecificatie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De loonbetaling kan wekelijks, 4 wekelijks of maandelijks geschieden.
Indien tot een ander loonbetalingstijdvak wordt overgegaan dan bij loonbetaling
per week, behoeft dit de goedkeuring van partijen bij de cao voor de particuliere
bosbouw.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Bij iedere loonbetaling zal de werkgever aan de werknemer een
opgave verstrekken van het verdiende loon en de inhoudingen daarop. </al>
    </inspring>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK X</nr>
      <titel>TOESLAGEN, VERGOEDINGEN EN UITKERINGEN</titel>
    </hfdkop>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 1. Toeslagen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 68</nr>
      <titel>Toeslag speciale werkzaamheden</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever zal aan de werknemer, die wordt belast met werkzaamheden
in bomen, waarbij de werknemer zich 7 meter of meer boven de begane grond
bevindt een toeslag toekennen van f 19,40 per week, gedurende de duur
van genoemde werkzaamheden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever zal aan de werknemer, die wordt belast met sproeiwerkzaamheden
een toeslag toekennen van f 2,20 per uur, gedurende de duur van genoemde
werkzaamheden. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 69</nr>
      <titel>Waarderingstoeslag</titel>
    </artkop>
    <al>De werkgever kan een werknemer, die uit hoofde van diens verantwoordelijkheidsbesef,
gebleken bereidheid tot kennisverwerving, dan wel prestatie, naar het oordeel
van de werkgever van bijzondere waarde is voor de onderneming, een waarderingstoeslag
toekennen van ten hoogste 5% van het tijdloon.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 70</nr>
      <titel>Diplomatoeslag</titel>
    </artkop>
    <al>Aan de werknemers die in het bezit zijn van het E.H.B.O.-diploma en die
regelmatig aan de vervolgcursussen voor dit diploma deelnemen, wordt een toeslag
van f 2,50 per week toegekend.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 71</nr>
      <titel>Surveillance toeslag</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Aan de werknemers ingedeeld in de functiegroepen II, III en
IV welke tevens in wisseldiensten ook tijdens weekeinden en feestdagen belast
zijn met toezicht op het publiek wordt een surveillancetoeslag op hun tijdloon
toegekend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De hoogte van deze toeslag varieert van 5% tot 10% van het
tijdloon, afhankelijk van de vraag of het toezicht frequent wordt gehouden,
waarbij onder frequent wordt verstaan dat over het gehele jaar gerekend de
werknemer gemiddeld éénmaal in de drie weken in het weekeinde
toezicht houdt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bij toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel is artikel
28 van de cao betreffende betaling van overuren en/of compensatie van overwerk
niet van toepassing. </al>
    </inspring>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">§ 2. Vergoedingen</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 72</nr>
      <titel>Afstand-, reiskosten- en reistijdenvergoeding</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Bij het gebruik van een eigen vervoermiddel zal worden betaald:
bij een afstand van de woning van de werknemer tot een in onderling overleg
te bepalen plaats, die geacht kan worden het centrum van het bedrijf c.q.
de bedrijfseenheid te zijn:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al> 5 à 10 km f 2,45 per dag</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>10 à 15 km f 3,65 per dag</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>15 t/m 20 km f 4,50 per dag.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Voor gebruik van een eigen vervoermiddel bij een afstand
van de woning van de werknemer tot het centrum van het bedrijf, die meer dan
20 km bedraagt, zullen worden betaald de werkelijke kosten openbaar vervoer.
Voorts zal, indien de afstand meer dan 15 km bedraagt aan de werknemers over
de tijd, benodigd voor het afleggen van de meerdere kilometers, het voor betrokkene
geldende uurloon zonder overuren-toeslag worden betaald.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In afwijking van het voorafgaande geldt voor werknemers,
die in opdracht van de werkgever met een bedrijfsbusje ten minste 3 personen
vervoeren, met inbegrip van de chauffeur, dat de reistijd tot de werktijd
wordt gerekend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Indien een werknemer vrijwillig verhuist naar een adres dat
verder van de werkplek is gelegen kan geen aanspraak worden gemaakt op een
afstandsvergoeding gebaseerd op de nieuwe afstand doch blijft de oorspronkelijke
woon-werk afstand bepalend voor de toe te kennen vergoeding.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>In afwijking van het bepaalde in lid 1 kan de werkgever aan
de werknemer die in dienst is van cultuurmaatschappijen en die van een eigen
auto gebruik maakt voor het zich begeven naar en van het werk respectievelijk
ten behoeve van het werk een vergoeding toekennen van 16 cent per km per inzittende
met een minimum van 50 cent en een maximum van 55 cent per kilometer. Deze
vergoeding zal slechts worden toegekend indien de werknemer – eigenaar
van het vervoermiddel – ten genoegen van de werkgever aantoont, dat
eventuele schade inclusief die van eventuele medeinzittende(n) met de auto
veroorzaakt, voldoende tegen wettelijke aansprakelijkheid (W.A.) zijn verzekerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Wanneer een werknemer in opdracht van de werkgever gebruik
moet maken van een openbaar vervoermiddel, dan wel wanneer de werkgever het
vervoer van de werknemer verzorgt, komen hieruit voortvloeiende reiskosten
volledig voor rekening van de werkgever.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bovendien zal aan de werknemer over de reistijd een
vergoeding worden toegekend ten bedrage van 100% van het voor hem geldende
uurloon met dien verstande, dat de eerste 60 minuten per dag, voor de heen-
en terugreis tezamen, voor rekening van de werknemer komt. De hier bedoelde
reistijdvergoeding geldt niet voor reisuren als bedoeld in artikel 14b lid
3.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Onder uurloon bedoeld in het vorige lid wordt verstaan het
uurloon behorende bij de functiejaarklasse 0 van de functiegroep waarin de
werknemer is ingedeeld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De werkgever zal zijn medewerking verlenen aan de uitvoering
van de eventueel tussen werknemers gesloten meerijregeling, waarbij het volgende
van toepassing is:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>wekelijks dient per auto een meerijdersregistratieformulier
te worden ingevuld en door alle partijen te worden ondertekend;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>het hiervoor bedoelde formulier wordt gezien als wijze
van vervoer vanwege de werkgever;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>bij afwezigheid van de chauffeur heeft de meerijder geen
recht op een belastingvrije vergoeding.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 73</nr>
      <titel>Gereedschapsvergoeding</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Aan de werknemer wordt voor gebruik van eigen gereedschap een
vergoeding van f 4,10 per week toegekend voorzover de werknemer dit gereedschap
gebruikt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Aan de werknemer die gebruik maakt van een eigen motorzaag
zal een vergoeding worden toegekend op basis van de werkelijke kosten.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 74</nr>
      <titel>Kledingvergoeding</titel>
    </artkop>
    <al>Aan de werknemer wordt voor gebruik van eigen werkkleding en schoeisel
een vergoeding van f 6,40 per week c.q. f 1,28 per dag toegekend
voor iedere dag c.q. gedeelte van de dag dat de werknemer op het werk aanwezig
is. </al>
    <hfdkop>
      <nr>HOOFDSTUK XI</nr>
      <titel>OVERBRUGGINGSFONDS</titel>
    </hfdkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 75</nr>
      <titel>Overbruggingsfonds</titel>
    </artkop>
    <al>Er bestaat een cao-Overbruggingsfonds.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De toetreding tot dit fonds alsmede de uittreding uit dat fonds zijn ter
vrije keuze van de werkgever. Werkgevers die wensen toe te treden tot dit
fonds zijn gehouden dat te melden bij de Hoofdafdeling Sociale Zaken van het
Bosschap.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE IIA</nr>
      <titel>REGLEMENT PREMIESPAARREGELING</titel>
    </bijkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al>
    <al>deelnemer: de werknemer die overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 deelneemt
aan deze regeling</al>
    <al>partner: onder partner dient te worden verstaan de ongehuwde persoon met
wie de ongehuwde werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>de huishouding gedurende het gehele voorgaande kalenderjaar
is gevoerd; en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>de huishouding aansluitend vermoedelijk gedurende meer dan
zes maanden in het kalenderjaar zal worden gevoerd; en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>beide personen samen gedurende die tijd in de gemeentelijke
basis-administratie staan ingeschreven op één adres.</al>
    </inspring>
    <al>spaarrekening: de bij de bank ten name van de deelnemer geopende geblokkeerde
rekening.</al>
    <al>spaarpremie: de premie, zijnde een percentage (max. 100 pct) van het spaarbedrag,
die door de werkgever wordt toegevoegd aan het spaarbedrag.</al>
    <al>rente: de vergoeding over het spaartegoed.</al>
    <al>spaartermijn: het in artikel 5 van deze regeling vermelde aantal kalenderjaren</al>
    <al>spaartegoed: het op enig tijdstip op de spaarrekening uitstaande tegoed</al>
    <al>tegenrekening: een door de deelnemer op te geven rekening </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Doel</titel>
    </artkop>
    <al>De premiespaarregeling beoogt het verwerven van duurzaam bezit door de
deelnemers te bevorderen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Deelneming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De deelneming aan de spaarregeling is vrijwillig.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Gerechtigd om toe te treden als deelnemer is elke werknemer
die een arbeidsovereenkomst met vast dienstverband met de werkgever is aangegaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De deelneming neemt een aanvang, zodra de deelnemer een door
hem ondertekend deelnameformulier aan de werkgever ter hand heeft gesteld,
in welk formulier moeten zijn vermeld:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de grootte van het spaarbedrag;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een verklaring, dat hij zich onderwerpt aan de bepalingen van
deze regeling en aan de beslissing van de spaarraad;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>de maximale spaarpremie die als volgt wordt vastgesteld: (contractueel
overeengekomen arbeidstijd per week gedeeld door veertig) maal de vastgestelde
spaarpremie.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De deelnemer kan het spaarbedrag twee maal per jaar en wel
per 1 januari en 1 juli wijzigen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bij ziekte of ongeval van de deelnemer kan de deelneming aan
de gepremieerde spaarregeling worden opgeschort tot het tijdstip, dat de deelnemer
zijn werk hervat. Zulks kan echter slechts geschieden op verzoek van de deelnemer
en wel tot ten hoogste 52 weken na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid
intrad. Vervolgens wordt het sparen onderbroken tot het tijdstip, waarop de
werkzaamheden door de deelnemer worden hervat. Onderbreking van de spaarregeling
vindt plaats bij opkomst voor militaire dienst, in zoverre het een opkomst
voor eerste oefening betreft. Onderbreking van de spaarregeling bij opkomst
voor herhalingsoefeningen kan slechts plaatsvinden, indien de deelnemer de
wens daartoe te kennen geeft.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Deelneming aan de spaarregeling kan door de deelnemer(s) worden
beëindigd tegen 1 januari resp. 1 juli van elk kalenderjaar. De wens
tot beëindiging van de spaarregeling dient schriftelijk aan de wederpartij
en wel ten minste 3 maanden voor het verstrijken van het contractjaar te worden
kenbaar gemaakt. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De deelneming eindigt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>bij beëindiging van de dienstbetrekking;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>door schriftelijke opzegging door de deelnemer aan de werkgever.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Bij einde deelneming kan de spaarrekening blijven bestaan;
na het verstrijken van de spaartermijnen zullen de spaarbedragen en rente
ter beschikking van de deelnemer komen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Uitvoering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De werkgever is, zolang de deelneming duurt, gerechtigd en
gehouden het door de deelnemer opgegeven spaarbedrag maandelijks op diens
netto salaris in te houden en op de spaarrekening te doen bijschrijven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De werkgever kent een spaarpremie toe van 50% van het spaarbedrag,
met dien verstande, dat het spaarbedrag, waarvan de werknemer de hoogte bepaalt,
ten minste f 5,- en ten hoogste f 15,- per week bedraagt en nimmer
meer bedraagt dan op grond van de uitvoeringsregeling deelnemersspaarregeling
en winst en winstdelingsregeling Wet Inkomstenbelasting 1964 is toegestaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De spaarbedragen van de deelnemer worden door de werkgever
tezamen met de toegekende spaarpremies gestort op de spaarrekening van de
deelnemer bij de bank.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De deelnemer verkrijgt eerst een onvoorwaardelijk belastingvrij
recht op de spaarpremie vanaf het ogenblik waarop de spaarbedragen gedurende
vier achtereenvolgende kalenderjaren op de spaarrekening hebben gestaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Aan het begin van een kalenderjaar komt de gekweekte rente
ter beschikking van de deelnemer.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>De spaarpremies, voorlopig toegekend over spaarbedragen die
niet gedurende de tijd vermeld in lid 4 van dit artikel op de spaarrekening
hebben gestaan of in strijd met de regeling zijn verstrekt, vervallen aan
de werkgever. Deze regel vindt geen toepassing indien de spaarbedragen zijn
besteed ten behoeve van de in artikel 5 aangeduide bestedingsobjecten. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
    </artkop>
    <al>Voorts kan in afwijking van het in artikel 4 bepaalde door de deelnemer
over zijn spaartegoed met behoud van spaarpremie worden beschikt:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien een tot hoofdverblijf dienende eigen woning wordt verworven
door de deelnemer of diens echtgeno(o)t(e) dan wel de partner.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Onder verwerving van een eigen woning wordt mede verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de verkrijging van het lidmaatschap van een aan een coöperatieve
vereniging in eigendom toebehorend gebouw, dan wel van een afzonderlijk gedeelte
van een zodanig gebouw;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>aflossingen op hypothecaire leningen, rustende op en aangegaan
ter financiering van een tot het hoofdverblijf dienende woning. Hieronder
zijn begrepen aflossingen door een lid van een coöperatie als bedoeld
onder punt a op een hypothecaire lening welke is verbonden aan het onder a
bedoelde gebouw dan wel een afzonderlijk gedeelte van een zodanig gebouw;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>het zelf (laten) bouwen van een tot hoofdverblijf dienende
woning;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>de aankoop van een tot het hoofdverblijf dienend woonschip;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>het zelf (laten) bouwen van een tot hoofdverblijf dienend woonschip.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bij aankoop van effecten via de bank, zolang deze onbezwaard
deel uitmaken van het vermogen van de deelnemer en in bewaring zijn bij de
bank. Bij verkoop van de effecten, hetgeen steeds via de bank dient te geschieden,
dient de opbrengst onverwijld op de spaarrekening te worden teruggestort,
voorzover althans de spaartermijn van vier jaren nog niet is verstreken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>In geval van betaling van premies of stortingen voor lijfrente,
levensverzekeringen of spaarverzekeringen, met uitzondering van premies ingevolge
een pensioenregeling, afgesloten door de deelnemer of diens echtegeno(o)t(e)
dan wel de partner, één en ander voorzover de polissen onbezwaard
deel uitmaken van het vermogen van de deelnemer of diens echteno(o)t(e)/partner
en conform het bepaalde in de leden 5 tot en met 8 van dit artikel.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Onder het begrip lijfrente wordt voor de toepassing van dit
reglement verstaan een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente
als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel g, onder 1<sup>o</sup>, 3<sup>o</sup>, 4<sup>o</sup> of 5<sup>o</sup> en vierde lid, van de Wet op de Inkomstenbelasting
1964 is verzekerd bij een verzekeraar als bedoeld in het vijfde lid van dat
artikel en waarvan de uitkeringen, behoudens ingeval van overlijden, niet
eerder kunnen ingaan dan in het vijfde jaar nadat de premies zijn voldaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Onder het begrip levensverzekering wordt voor de toepassing
van dit reglement verstaan een overeenkomst van levensverzekering waarbij
een kapitaaluitkering bij in leven zijn is verzekerd en als zodanig:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>voldoet aan artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 en is aangegaan met een levensverzekeraar
als bedoeld in onderdeel g van dat lid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>is afgesloten door de deelnemer of zijn echtgeno(o)t(e)
of partner op het leven van de deelnemer, diens echtgeno(o)t(e) of partner,
dan wel voor kinderen voor wie de deelnemer of diens echtgeno(o)t(e) of partner
op 1 januari van het jaar waarin de premie is voldaan recht had op kinderbijslag
ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of welke kinderen zelf recht hadden
op studiefinanciering ingevolge hoofdstuk II van de Wet op de studiefinanciering;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>voorzover het tijdstip van de uitkering niet wordt bepaald
door het overlijden van de verzekerde, voorziet in een looptijd van ten minste
vier jaren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Onder het begrip spaarverzekering wordt voor de toepassing
van dit reglement, voorzover van toepassing met inachtneming van het in de
vorige leden bepaalde, verstaan de regelmatige inleg bij spaarbanken, handelsbanken,
landbouwkredietinstellingen, bouwkassen of spaarfondsen, verzekeringsmaatschappijen
en daarmee vergelijkbare rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, waartoe
de deelnemer of diens echtgeno(o)t(e) dan wel de partner, zich ingevolge een
overeenkomst tot sparen met levensverzekering heeft verplicht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Een polis van levensverzekering mag in afwijking van lid 4
worden verpand tot zekerheid van een hypothecaire lening als bedoeld in lid
2b van dit artikel, indien is overeengekomen, dat het verzekerde bedrag zal
worden aangewend voor de aflossing van die lening.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De deelnemer is verplicht de aanwendingen als bedoeld in artikel
5 met bewijzen te staven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Bij toepassing van het in artikel 5 gestelde heeft de opname
betrekking op de laatst gespaarde bedragen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
    </artkop>
    <al>Bij beëindiging van de dienstbetrekking kan de werknemer, respectievelijk
kunnen zijn erfgenamen in geval van overlijden van de werknemer een keuze
maken tussen het direct opnemen van de gespaarde gelden of het volmaken van
de blokkeringstermijn. In dit laatste geval blijven de belasting- en premievrijstelling
volledig gehandhaafd. Wordt bij beëindiging van de dienstbetrekking besloten
tot directe opname dan gelden de belasting- en premievrijstelling slechts
naar evenredigheid van het aantal maanden dat de gespaarde gelden wel geblokkeerd
zijn geweest.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het is de deelnemer verboden het tegoed van zijn spaarrekening
in onderpand te geven of zijn verkregen of toekomstige rechten op spaarbedragen,
rente en/of premies over te dragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voorts zal de deelnemer er geen aanleiding toe mogen geven,
dat derden op enigerlei wijze rechten ten aanzien van het spaartegoed van
de betrokken deelnemer geldend zouden kunnen maken, uitgezonderd rechten ingevolge
huwelijks- of erfrecht, of dat tengevolge van door derden gelegd loonbeslag
of door de deelnemer verrichte looncessie het de werkgever onmogelijk zou
worden gemaakt het spaarbedrag dat de deelnemer heeft opgegeven, op zijn loon
in te houden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor iedere deelnemer wordt door de bank een spaarrekening
geopend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De spaarrekening zal uitsluitend worden gebruikt voor bij-
en afschrijving van spaarbedragen en spaarpremies.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het is de deelnemer niet toegestaan op deze spaarrekening bij
de bank rechtstreeks gelden te storten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De bank zal aan het begin van ieder kalenderjaar een opgave
verstrekken van het tegoed op de spaarrekening per 31 december voorafgaand.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De rente die over het tegoed op de spaarrekening is gekweekt,
kan op de tegenrekening worden overgeboekt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Alle bedragen die per 31 december van enig jaar gedurende minimaal
vier kalenderjaren op de spaarrekening hebben uitgestaan, worden naar de tegenrekening
overgeboekt of als vrij saldo geregistreerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Naast de inhoudingsplichtige zullen uitsluitend de deelnemers
zelf of hun wettelijke vertegenwoordigers het recht hebben gegevens betreffende
de spaarrekeningen te verkrijgen. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De bank zal niet door de deelnemer of gewezen deelnemer tot
betaling van spaarbedragen en spaarpremies kunnen worden aangesproken, indien
en voorzover deze gelden niet door de werkgever bij haar zijn gestort of wat
de spaarpremies betreft ingevolge de bepalingen van de spaarregeling door
de werkgever zijn teruggevorderd.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
    </artkop>
    <al>Iedere deelnemer ontvangt een exemplaar van de tekst van deze regeling
alsmede van de aan te brengen wijzigingen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
    </artkop>
    <al>De werkgever houdt toezicht op de toepassing van de gepremieerde spaarregeling
en beslist naar recht en billijkheid in al diè gevallen waarin dit
artikel niet voorziet.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE IIB</nr>
      <titel>REGLEMENT SPAARLOONREGELING</titel>
    </bijkop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Definities</titel>
    </artkop>
    <al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al>
    <al>deelnemer: de werknemer die overeenkomstig het bepaalde in artikel 3 deelneemt
aan deze regeling</al>
    <al>partner: onder partner dient te worden verstaan de ongehuwde persoon met
wie de ongehuwde werknemer duurzaam een gezamenlijke huishouding voert.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>de huishouding gedurende het gehele voorgaande kalenderjaar
is gevoerd; en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>de huishouding aansluitend vermoedelijk gedurende meer dan
zes maanden in het kalenderjaar zal worden gevoerd; en</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>beide personen samen gedurende die tijd in de gemeentelijke
basisadministratie staan ingeschreven op één adres.</al>
    </inspring>
    <al>spaarrekening: de bij de bank ten name van de deelnemer geopende geblokkeerde
rekening.</al>
    <al>spaarloon: elk overeenkomstig de bepalingen van de regeling op de spaarrekening
gestort bedrag.</al>
    <al>rente: de vergoeding over het spaartegoed.</al>
    <al>spaartermijn: het in artikel 5 van deze regeling vermelde aantal kalenderjaren.</al>
    <al>spaartegoed: het op enig tijdstip op de spaarrekening uitstaande tegoed.</al>
    <al>tegenrekening: een door de deelnemer op te geven rekening.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Doel</titel>
    </artkop>
    <al>De spaarloonregeling beoogt het verwerven van duurzaam bezit door de deelnemers
te bevorderen. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Deelneming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De deelneming aan de spaarregeling is vrijwillig.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Gerechtigd om toe te treden als deelnemer is, onverminderd
het in lid 3 van dit artikel bepaalde, elke werknemer die een arbeidsovereenkomst
voor onbepaalde tijd met de onderneming is aangegaan en ten minste twee maanden
onafgebroken in dienst van de werkgever is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De deelneming neemt een aanvang, zodra de deelnemer een door
hem ondertekend deelnameformulier aan de werkgever ter hand heeft gesteld,
in welk formulier moeten zijn vermeld:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de grootte van het spaarloon;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>een verklaring dat hij zich onderwerpt aan de bepalingen van
deze regeling en aan de beslissingen van de spaarraad.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De deelnemer kan het spaarbedrag per 1 januari en 1 juli wijzigen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Bij ziekte of ongeval van de deelnemer kan de deelneming aan
de spaarloonregeling worden opgeschort tot het tijdstip, dat de werknemer
zijn werk hervat. Zulks kan echter slechts geschieden op verzoek van de werknemer
en wel tot ten hoogste 52 weken na de datum waarop de arbeidsongeschiktheid
intrad. Vervolgens wordt het sparen onderbroken tot het tijdstip, waarop de
werkzaamheden door de deelnemer worden hervat. Onderbreking van de spaarloonregeling
vindt plaats bij opkomst voor militaire dienst, in zoverre het een opkomst
voor eerste oefening betreft. Onderbreking van de spaarloonregeling bij opkomst
voor herhalingsoefeningen kan slechts plaatsvinden, indien de werknemer de
wens daartoe te kennen geeft.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Deelneming aan de spaarloonregeling kan door de deelnemers
worden beëindigd tegen 1 januari resp. 1 juli van elk kalenderjaar. De
wens tot beëindiging van de spaarloonregeling dient schriftelijk aan
de wederpartij en wel ten minste 3 maanden voor het verstrijken van het contractjaar
te worden kenbaar gemaakt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>De deelneming eindigt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>bij beëindiging van de dienstbetrekking;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>door schriftelijke opzegging door de deelnemer aan de werkgever. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>Bij einde deelneming zal de spaarrekening blijven bestaan;
na het verstrijken van de spaartermijnen zullen de spaarbedragen en rente
ter beschikking van de deelnemer komen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Bij einde dienstbetrekking dient er een tijdsevenredige
afrekening plaats te vinden met de fiscus bij afwikkeling van de rekening.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Uitvoering</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Bij de toekenning van brutoloon aan de werknemer houdt de werkgever
op dat loon maandelijks een (spaar)bedrag in, tot een bepaald wettelijk, jaarlijks
vast te stellen maximum.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het ingehouden spaarbedrag wordt onmiddellijk na inhouding
door de werkgever gestort op de spaarrekening van de deelnemer bij de bank.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Aan het begin van een kalenderjaar komt dat deel van het spaarloon
ter beschikking van de deelnemer dat vier volledige kalenderjaren is aangehouden.
Dit bedrag wordt door de bank overgeboekt naar de op het deelnameformulier
vermelde tegenrekening.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Aan het begin van een kalenderjaar komt de gekweekte rente
over het spaarloon ter beschikking van de deelnemer.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
    </artkop>
    <al>Ingeval het spaarloon door de deelnemer of zijn erfgenamen is opgenomen
bij beëindiging van de dienstbetrekking van de deelnemer, daaronder begrepen
het overlijden van de deelnemer, wordt voor de toepassing van de Wet op de
Loonbelasting 1964 en de Coordinatiewet Sociale Verzekering voor elke volle
maand gedurende welke het spaarloon binnen een termijn van vier jaren is opgenomen
een evenredig deel van het spaarloon aangemerkt als loon verstrekt door de
werkgever, niet zijnde spaarloon.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
    </artkop>
    <al>Voorts kan in afwijking van het in artikel 4 bepaalde door de deelnemer
over zijn/haar spaarloon worden beschikt:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien een tot hoofdverblijf dienende eigen woning wordt verworven
door de deelnemer of diens echtgeno(o)te dan wel de partner.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Onder verwerving van een eigen woning wordt mede verstaan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de verkrijging van het lidmaatschap van een aan een coöperatieve
vereniging in eigendom toebehorend gebouw, dan wel van een afzonderlijk gedeelte
van een zodanig gebouw; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>het zelf (laten) bouwen van een tot hoofdverblijf dienende
woning;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>de aankoop van een tot het hoofdverblijf dienend woonschip;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>het zelf (laten) bouwen van een tot hoofdverblijf dienend woonschip.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Bij aankoop van effecten via de bank, zolang deze onbezwaard
deel uitmaken van het vermogen van de deelnemer en in bewaring zijn bij de
bank. Bij verkoop van de effecten, hetgeen steeds via de bank dient te geschieden,
dient de opbrengst onverwijld op de spaarloonrekening te worden teruggestort,
voorzover althans de spaartermijn van vier jaar nog niet is verstreken.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>In geval van betaling van premies of stortingen voor lijfrenten,
levensverzekeringen of spaarverzekeringen, met uitzondering van premies ingevolge
een pensioenregeling, afgesloten door de deelnemer of diens echtgeno(o)te
dan wel de partner, één en ander voorzover de polissen onbezwaard
deel uit maken van het vermogen van de deelnemer of diens echtgeno(o)te/partner
en conform het bepaalde in de leden 5 tot en met 7 van dit artikel.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Onder het begrip lijfrente wordt voor de toepassing van dit
reglement verstaan een overeenkomst van levensverzekering waarbij een lijfrente
als bedoeld in artikel 45, eerste lid, onderdeel g, onder 1<sup>o</sup>, 3<sup>o</sup>, 4<sup>o</sup> of 5<sup>o</sup>, en vierde lid, van de Wet op de Inkomstenbelasting
1964 is verzekerd bij een verzekeraar als bedoeld in het vijfde lid van dat
artikel en waarvan de uitkeringen, behoudens ingeval van overlijden, niet
eerder kunnen ingaan dan in het vijfde jaar nadat de premies zijn voldaan.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Onder het begrip levensverzekering wordt voor de toepassing
van dit reglement verstaan een overeenkomst van levensverzekering waarbij
een kapitaaluitkering bij in leven zijn is verzekerd en als zodanig:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>voldoet aan artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf 1993 en is aangegaan met een levensverzekeraar
als bedoeld in onderdeel g van dat lid;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>is afgesloten door de deelnemer of diens echtgeno(o)te
of partner op het leven van de deelnemer, diens echtgeno(o)te of partner,
dan wel voor kinderen voor wie de deelnemer of diens echtgeno(o)te of partner
op 1 januari van het jaar waarin de premie is voldaan recht had op kinderbijslag
ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet of welke kinderen zelf recht hadden
op studiefinanciering ingevolge hoofdstuk II van de Wet op de Studiefinanciering; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>voorzover het tijdstip van de uitkering niet wordt bepaald
door het overlijden van de verzekerde, voorziet in een looptijd van ten minste
vier jaren.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Onder het begrip spaarverzekering wordt voor de toepassing
van dit reglement, voor zover van toepassing met inachtneming van het in de
vorige leden bepaalde, verstaan de regelmatige inleg bij spaarbanken, handelsbanken,
landbouwkredietinstellingen, bouwkassen of spaarfondsen, verzekeringsmaatschappijen
en daarmee vergelijkbare rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, waartoe
de deelnemer of diens echtgeno(o)te dan wel de partner zich ingevolge een
overeenkomst tot sparen met levensverzekering heeft verplicht.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>In de gevallen waarin door de werknemer of zijn rechtverkrijgenden
op grond van het in de artikelen 5 en 6 bepaalde over het spaarloon wordt
beschikt, dient bewijs te worden geleverd van de van belang zijnde feiten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Bij toepassing van het in artikel 6 gestelde heeft de opname
betrekking op de laatst gespaarde bedragen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het is de deelnemer verboden het tegoed van zijn spaarrekening
in onderpand te geven of toekomstige rechten op spaarbedragen en/of rente
over te dragen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voorts zal de deelnemer er geen aanleiding toe mogen geven,
dat derden op enigerlei wijze rechten ten aanzien van het spaarloon van de
betrokken deelnemer geldend zouden kunnen maken, uitgezonderd rechten ingevolge
huwelijks- of erfrechten, of dat tengevolge van door derden gelegd loonbeslag
of door de deelnemer verrichte looncessie het de werkgever onmogelijk zou
worden gemaakt het spaarbedrag waartoe de deelnemer zich heeft verplicht,
op zijn loon in te houden.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Voor iedere deelnemer wordt door de bank een spaarrekening
geopend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De spaarrekening zal uitsluitend worden gebruikt voor bij-
en afschrijving van spaarbedragen. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het is de deelnemer niet toegestaan op deze spaarrekening bij
de bank rechtstreeks gelden te storten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De bank zal aan het begin van ieder kalenderjaar een opgave
verstrekken van het tegoed op de spaarrekening per 31 december voorafgaand.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>De rente die over het tegoed op de spaarrekening is gekweekt,
zal op de tegenrekening worden bijgeboekt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Alle bedragen die per 31 december van enig jaar gedurende minimaal
vier kalenderjaren op de spaarrekening hebben uitgestaan, zullen onverwijld
naar de tegenrekening worden overgeboekt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>7.</nr>
      <al>Naast de inhoudingsplichtige zullen uitsluitend de deelnemers
zelf of hun wettelijke vertegenwoordigers het recht hebben gegevens betreffende
de spaarrekeningen te verkrijgen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>8.</nr>
      <al>De bank zal niet door de deelnemer of gewezen deelnemer tot
betaling van spaarbedragen kunnen worden aangesproken, indien en voorzover
deze gelden niet door de werkgever bij haar zijn gestort.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Iedere deelnemer ontvangt een exemplaar van de tekst van deze
regeling alsmede van de daarin aan te brengen wijzigingen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Iedere deelnemer ontvangt van de bank éénmaal
per jaar een opgave van het totaal van de gelden die zij ten name van de werknemer
beheert.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
    </artkop>
    <al>De werkgever houdt toezicht op de toepassing van de spaarloonregeling
en beslist naar recht en billijkheid in al diè gevallen waarin dit
artikel niet voorziet.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE VI</nr>
      <titel>DE STICHTING TER ONDERSTEUNING VAN ACTIVITEITEN OP HET GEBIED VAN DE
VOORLICHTING, DE VORMING EN DE SCHOLING VAN WERKNEMERS IN DE LANDBOUW (STIVOS)</titel>
    </bijkop>
    <al>In 1972 is door de centrale werkgevers- en werknemersorganisaties in de
landbouw de Stichting ter Ondersteuning van Activiteiten op het gebied van
de Voorlichting, de Vorming en de Scholing van Werknemers in de Landbouw (STIVOS)
opgericht.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE VII</nr>
      <titel>VERVROEGDE UITTREDINGSREGELING WERKNEMERS IN DE PARTICULIERE BOSBOUW</titel>
    </bijkop>
    <al>De vervroegde uittreding is voor werknemers in de particuliere bosbouw
in een aparte cao geregeld. De regeling wordt uitgevoerd door het GUO onder
verantwoordelijkheid van de Stichting Uittreding Werknemers Agrarische Sectoren
(Suwas I). De desbetreffende cao is verkrijgbaar bij het secretariaat van
het Bosschap.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE VIII</nr>
      <titel>AANVULLING W.A.O.-UITKERING TOT VUT-NIVEAU VAN OUDERE WERKNEMERS</titel>
    </bijkop>
    <al>De regeling aanvulling W.A.O.-uitkering voor werknemers in de agrarische
sectoren inclusief de bosbouw wordt in een aparte cao's geregeld. De regeling
wordt uitgevoerd door het GUO onder verantwoordelijkheid van de Stichting
Uitvoering WW-aanvulling Agrarische Sectoren (SUWAS II), en is voor de bosbouwsector
opgenomen in de cao inzake SUWAS-II 1998–2002. Een exemplaar van deze
cao is bij het secretariaat van het Bosschap verkrijgbaar.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE IX</nr>
      <titel>AANVULLING WW-UITKERING</titel>
    </bijkop>
    <al>De regeling aanvulling WW-uitkering voor werknemers in de agrarische sectoren
inclusief de bosbouw wordt in een aparte cao geregeld. De regeling wordt uitgevoerd
door het GUO onder verantwoordelijkheid van de Stichting Uitvoering WW-aanvulling
Agrarische Sectoren (SUWAS II); de regeling is voor de bosbouwsector opgenomen
in de cao SUWAS-II 1998–2002. Een exemplaar van deze cao is bij het
secretariaat van het Bosschap verkrijgbaar.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE XII</nr>
      <titel>MAATREGELEN TER VOORKOMING VAN DE RISICO'S VERBONDEN AAN GEÏSOLEERDE
ARBEID</titel>
    </bijkop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Waarom geen geïsoleerde arbeid?</tuskop>
    <al>Aan geïsoleerde arbeid (arbeid van één persoon) in
bossen en natuurterreinen zijn grote risico's verbonden in het geval van een
ongeval met ernstig letsel. Soms is deze arbeid zelfs levensbedreigend. </al>
    <al>Partijen bij de cao voor de particuliere bosbouw achten het dan ook ter
verzekering van de veiligheid, ter bescherming van de gezondheid en ter bevordering
van het welzijn van degenen die alleen c.q. geïsoleerd boswerk verrichten
van groot belang, dat zij conform interne voorschriften bij Staatsbosbeheer
met betrekking tot geïsoleerde arbeid in risicoklasse 1, maatregelen
ter voorkoming van deze arbeid nemen bij respectievelijk in de hierna volgende
werkzaamheden en situaties met groot risico.</al>
    <al>Deze werkzaamheden met groot risico zijn:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>werken met de motorzaag;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>vellen van bomen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>uitslepen met paard;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>werken in een pas gedunde opstand;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>opnemen storm-, ijzelschade e.d.;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>werken op hoogten:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>op ladders hoger dan 4 meter;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>–</nr>
      <al>in hoogwerkers;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>klimmen in bomen/werken in kronen (boomverzorging, kegels
plukken, roofvogelinventarisatie);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>klimmen/werken op daken (onderhoud);</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>onderhoud windmolens.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>opsnoeien van laanbomen/bomen met zware takken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>controle waterpeilen in veenputtencomplex;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>vangen van vee;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>werken op of via ijs;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>–</nr>
      <al>surveillance 's nachts;</al>
    </inspring>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Maatregelen</tuskop>
    <al>Tot de te nemen maatregelen behoort uitvoering van deze werkzaamheden
in een ploeg c.q. groepsverband en de aanwezigheid van verbindingsapparatuur
op de werkplek bij een ploeg van 2 personen.</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE XIV</nr>
      <titel>SOORTEN ARBEIDSOVEREENKOMSTEN</titel>
    </bijkop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Soorten arbeidsovereenkomsten in de cao particuliere
bosbouw </tuskop>
    <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu">
      <tgroup align="left" charoff="75" cols="7" tgroupstyle="sdu">
        <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="15mm"></colspec>
        <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="24.1666666666667mm"></colspec>
        <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="24.1666666666667mm"></colspec>
        <colspec colname="c4" colnum="4" colwidth="24.1666666666667mm"></colspec>
        <colspec colname="c5" colnum="5" colwidth="24.1666666666667mm"></colspec>
        <colspec colname="c6" colnum="6" colwidth="24.1666666666667mm"></colspec>
        <colspec colname="c7" colnum="7" colwidth="24.1666666666667mm"></colspec>
        <thead valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top"> Contracten</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">duur</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">omvang</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">werktijden</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Opzegging</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Vakantierechten</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">WW-premie</entry>
          </row>
        </thead>
        <tbody valign="bottom">
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">A  vast  Voltijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">onbep. tijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">38 uur/week</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">ma.
t/m vrij. 8 uur per dag</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">niet binnen 12 mnd., daarna: opzegterm.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">doorbetaling
loon + vakantietoeslag</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">gereduceerd </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">B1</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">vast Deeltijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">onbep.
tijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">min. 6 u/wk verder in dagdelen (3-3,8 u)</entry>
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">ma. t/m vrij. vast
omschreven:  – dagen p. week  – tijdstippen  + uren
p. dag</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">niet binnen 12 mnd., daarna: opzegterm.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">doorbetaling loon
+ vakantietoeslag</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">gereduceerd </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">B2 vast deeltijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">onbep.
tijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">min. 22,8 u/wk verder in dagdelen (3-3,8 u)</entry>
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">ma. t/m vrij. vast
omschreven:  – dagen p. week  – tijdstippen + uren per
dag</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">niet binnen 12 mnd., daarna: opzegterm.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">doorbetaling loon +
vakantietoeslag</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">gereduceerd </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">C vast deeltijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">onbep.
tijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">6, 7, 8, 9, enz. of 40 u/wk</entry>
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">ma. t/m vrij. vast omschreven  –
uren per week + dagen per week</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">niet binnen 12 mnd., daarna: opzegterm.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">vakantiebon
of -cheque</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">gereduceerd </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">D1 los Voltijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">onbep. tijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">37
u/wk</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">ma. t/m vrij. 7,6 uur per dag</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Opzegtermijn</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">vakantiebon
of -cheque</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">normaal </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">D2 los deeltijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">onbep. tijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">0-37
u/wk</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">ma. t/m vrij.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Opzegtermijn</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">vakantiebon of -cheque</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">normaal</entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">E1 los Voltijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">bep. tijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">37 u/wk</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">ma. t/m vrij.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">eindigt
van rechtswege</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">vakantiebon of -cheque</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">normaal </entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
            <entry morerows="0" rotate="0"></entry>
          </row>
          <row valign="top">
            <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">E2 los
deeltijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">bep. tijd</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">0-37 u/wk</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">ma. t/m vrij.</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">eindigt van
rechtswege</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">vakantiebon of -cheque</entry>
            <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">normaal</entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </table>
    <al>(aan dit schema kunnen geen rechten worden ontleend, de tekst van de cao
is bepalend)</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE XV</nr>
      <titel>HET OVERBRUGGINGSFONDS<voetref refid="f20" nr="1" haak="1"></voetref> EN ANDERE
OVERBRUGGINGSMOGELIJKHEDEN; OMZETTING VAN LOSSE DIENSTVERBANDEN</titel>
    </bijkop>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE XVI</nr>
      <titel>OVERZICHT VAN GEZAMENLIJKE ARBODIENSTEN EN STIGAS-VESTIGINGEN</titel>
    </bijkop>
    <tuskop letat="rom" cnt="0">ARBODIENSTEN</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">GRONINGEN</tuskop>
    <al>Arbo Unie Groningen</al>
    <al>Van Swietenlaan 7, 9728 NX Groningen</al>
    <al>Postbus 558, 9700 AN Groningen</al>
    <al>telefoon: 050-5218888, fax: 050-5267854</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">FRIESLAND</tuskop>
    <al>Arbo Unie Friesland</al>
    <al>Curaçaostraat 2/1, 8931 CV Leeuwarden</al>
    <al>Postbus 9001, 8903 LA Leeuwarden</al>
    <al>telefoon: 058-2848181, fax: 058-2848100</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">DRENTHE</tuskop>
    <al>Arbo Unie Drenthe</al>
    <al>Kapitein Nemostraat 20, 7821 AC Emmen</al>
    <al>Postbus 2063, 7801 CB Emmen</al>
    <al>telefoon: 0591-649949, fax: 0591-614401</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">OVERIJSSEL</tuskop>
    <al>Arbo Unie Zwolle/Deventer/Apeldoorn</al>
    <al>Dr. Spanjaardweg 11, 8025 BT Zwolle</al>
    <al>Postbus 30056, 8003 CB Zwolle</al>
    <al>telefoon: 038-4558900, fax: 038-4546648</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbodienst Apeldoorn/Deventer/Zwolle</al>
    <al>Munsterstraat 1, 7418 EV Deventer</al>
    <al>Postbus 631, 7400 AP Deventer</al>
    <al>telefoon: 0570-661100, fax: 0570-636977</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Oost-Nederland</al>
    <al>Geerdinksweg 135, 7555 DL Hengelo</al>
    <al>Postbus 74, 7550 AB Hengelo</al>
    <al>telefoon: 074-2439555, fax: 074-2500575</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Oost-Nederland</al>
    <al>Haven N.Z. 39, 7607 ES Almelo</al>
    <al>Postbus 480, 7600 AL Almelo</al>
    <al>telefoon: 0546-822022, fax: 0546-813161 </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">GELDERLAND</tuskop>
    <al>Arbo Unie Midden- en Zuid-Gelderland</al>
    <al>Bruningweg 23, 6827 BM Arnhem</al>
    <al>Postbus 5077, 6802 EB Arnhem</al>
    <al>telefoon: 026-3845353, fax: 026-3645303</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Noord-West Veluwe en Flevoland</al>
    <al>Lorentzstraat 33, 3846 AV Harderwijk</al>
    <al>Postbus 14, 3840 AA Harderwijk</al>
    <al>telefoon: 0341-418563, fax: 0341-412015</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Oost-Nederland</al>
    <al>Gezellenlaan 12, 7005 AZ Doetinchem</al>
    <al>Postbus 9005, 7000 GE Doetinchem</al>
    <al>telefoon: 0314-374747, fax: 0314-374700</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Grift en Linge</al>
    <al>Pascalstraat 9, 6717 AZ Ede</al>
    <al>Postbus 700, 6710 BS Ede</al>
    <al>telefoon: 0318-699510, fax: 0318-699519</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">UTRECHT</tuskop>
    <al>Arbo Unie Midden-Nederland</al>
    <al>Vlampijpstraat 78, 3534 AR Utrecht</al>
    <al>Postbus 11025, 3505 BA Utrecht</al>
    <al>telefoon: 030-2450811, fax: 030-2422092</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">NOORD-HOLLAND</tuskop>
    <al>Arbo Unie Amsterdam e.o.</al>
    <al>Entrada 401, 1096 EL Amsterdam</al>
    <al>Postbus 95030, 1090 HA Amsterdam</al>
    <al>telefoon: 020-6605400, fax: 020-6905241</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Noord-Holland West</al>
    <al>Oudeweg 8, 2031 CC Haarlem</al>
    <al>Postbus 791, 2003 RT Haarlem</al>
    <al>telefoon: 023-5158658, fax: 023-5158698</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Midden-Nederland</al>
    <al>Oostereind 107, 1212 VH Hilversum</al>
    <al>Postbus 2292, 1200 CG Hilversum</al>
    <al>telefoon: 035-6898111, fax: 035-6836475 </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">ZUID-HOLLAND</tuskop>
    <al>Arbo Unie West</al>
    <al>Polakweg 8, 2288 GG Rijswijk</al>
    <al>Postbus 1096, 2280 CB Rijswijk</al>
    <al>telefoon: 070-3369191, fax: 070-3369151</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Midden-Nederland</al>
    <al>Jan van Beaumontstraat 1, 2805 RN Gouda</al>
    <al>Postbus 206, 2800 AE Gouda</al>
    <al>telefoon: 0182-596060, fax: 0182-596080</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Rijnmond</al>
    <al>Houtlaan 21, 3016 DA Rotterdam</al>
    <al>Postbus 23265, 3001 KG Rotterdam</al>
    <al>telefoon: 010-4177584, fax: 010-4133757</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arboz/Delfland</al>
    <al>Vlinderweg 2, 2623 AX Delft</al>
    <al>Postbus 370, 2600 AJ Delft</al>
    <al>telefoon: 015-2516200, fax: 015-2516250</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Europoort</al>
    <al>Theemsweg 5, 3197 KM Botlek-Rotterdam</al>
    <al>Postbus 1079, 3180 AB Rozenburg</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie Dordrecht</al>
    <al>Noordendijk 207, 3311 RN Dordrecht</al>
    <al>telefoon: 078-6329329, fax: 078-6314959</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">NOORD-BRABANT</tuskop>
    <al>Arbo Unie Oost-Brabant</al>
    <al>Hugo van der Goeslaan 2, 5613 LG Eindhoven</al>
    <al>Postbus 4132, 5604 EC Eindhoven</al>
    <al>telefoon: 040-2163111, fax: 040-2119030</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbo Unie West- en Midden Brabant</al>
    <al>Paardeweide 6, 4824 EH Breda</al>
    <al>Postbus 6843, 4802 HV Breda</al>
    <al>telefoon: 076-5487800, fax: 076-5410824</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbodienst Oosterhout</al>
    <al>Elschot 30, 4905 AZ Oosterhout</al>
    <al>telefoon: 0162-456000, fax: 0162-460870</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Arbodienst Oss e.o.</al>
    <al>Industrielaan 93, 5349 AE Oss</al>
    <al>Postbus 175, 5340 AD Oss</al>
    <al>telefoon: 0412-646633, fax: 0412-650996 </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">ZEELAND</tuskop>
    <al>Arbo Unie Zeeland</al>
    <al>Schenge 2, 4335 XS Middelburg</al>
    <al>Postbus 7128, 4330 GC Middelburg</al>
    <al>telefoon: 0118-886688, fax: 0118-886680</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">LIMBURG</tuskop>
    <al>Arbo Unie Limburg</al>
    <al>Adelbert van Scharnlaan 180, 6224 JX Maastricht</al>
    <al>Postbus 5049, 6202 WD Maastricht</al>
    <al>telefoon: 043-3690590, fax: 043-3633144</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">FLEVOLAND</tuskop>
    <al>Arbodienst GGD Flevoland</al>
    <al>Noorderwagenstraat 2, 8223 AM Lelystad</al>
    <al>Postbus 1120. 8200 BC Lelystad</al>
    <al>telefoon: 0320-276211, fax: 0320-276279</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">STIGAS-VESTIGINGEN</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">HOOFDKANTOOR ZOETERMEER</tuskop>
    <al>Paletsingel 36, 2718 NT Zoetermeer</al>
    <al>Postbus 266, 2700 AG Zoetermeer</al>
    <al>telefoon: 079-3636800</al>
    <al>fax: 079-3636801</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Regio West-Midden</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">REGIOKANTOOR UTRECHT</tuskop>
    <al>Kaaphoorndreef 60, 3563 AV Utrecht</al>
    <al>Postbus 3119, 3502 GC Utrecht</al>
    <al>telefoon: 030-2661425</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Alkmaar</tuskop>
    <al>Schinkelwaard 20, 1824 DS Alkmaar</al>
    <al>Postbus 8187, 1802 KD Alkmaar</al>
    <al>telefoon: 072-5187750</al>
    <al>fax: 072-5187769</al>
    <al>fax: 030-2661659 </al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Amersfoort</tuskop>
    <al>Stadsring 179, 3817 BA Amersfoort</al>
    <al>Postbus 1622, 3800 Bosschap Amersfoort</al>
    <al>telefoon: 033-4701574</al>
    <al>fax: 033-4700104</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Gouda</tuskop>
    <al>Antwerpseweg 5, 2803 PB Gouda</al>
    <al>Postbus 59, 2800 AB Gouda</al>
    <al>telefoon: 0182-568450</al>
    <al>fax: 0182-568455</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor 's-Gravenhage</tuskop>
    <al>Paviljoensgracht 1H, 2512 BL 's-Gravenhage</al>
    <al>Postbus 61, 2501 CB 's-Gravenhage</al>
    <al>telefoon: 070-3644505</al>
    <al>fax: 070-3630563</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Hoofddorp</tuskop>
    <al>Kruisweg 643, 2132 NC Hoofddorp</al>
    <al>Postbus 392, 2130 AJ Hoofddorp</al>
    <al>telefoon: 020-6532424</al>
    <al>fax: 020-6532195</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Naaldwijk</tuskop>
    <al>Tiendweg 30e, 2671 SB Naaldwijk</al>
    <al>Postbus 313, 2670 AJ Naaldwijk</al>
    <al>telefoon: 0174-626441</al>
    <al>fax: 0174-626349</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Nieuwegein</tuskop>
    <al>Erfstede 47A, 3431 KG Nieuwegein</al>
    <al>Postbus 662, 3430 AR Nieuwegein</al>
    <al>telefoon: 030-6050922</al>
    <al>fax: 030-6050907</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Rotterdam</tuskop>
    <al>Wijnhaven 40, 3011 WS Rotterdam</al>
    <al>Postbus 53006, 3008 HA Rotterdam</al>
    <al>telefoon: 010-4140202</al>
    <al>fax: 010-4148023</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Rijswijk</tuskop>
    <al>J.C. van Markenlaan 3, 2285 VL Rijswijk</al>
    <al>Postbus 31, 2280 AA Rijswijk</al>
    <al>telefoon: 070-3949444</al>
    <al>fax: 070-3360694 </al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Spijkenisse</tuskop>
    <al>Puntweg 1, 3208 LD Spijkenisse</al>
    <al>Postbus 72, 3200 AB Spijkenisse</al>
    <al>telefoon: 0181-623925</al>
    <al>fax: 0181-623715</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Utrecht</tuskop>
    <al>Kaaphoorndreef 60, 3563 AV Utrecht</al>
    <al>Postbus 3119, 3502 GC Utrecht</al>
    <al>telefoon: 030-2661425</al>
    <al>fax: 030-2661659</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Amsterdam</tuskop>
    <al>Van der Madeweg 41, 1099 BS Amsteram</al>
    <al>Postbus 392, 2130 AJ Hoofddorp</al>
    <al>telefoon: 020-6532424</al>
    <al>fax: 020-6532195</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Haarlem</tuskop>
    <al>Stationsplein 74A, 2011 LM Haarlem</al>
    <al>Postbus 392, 2130 AJ Hoofddorp</al>
    <al>telefoon: 020-6532424</al>
    <al>fax: 020-6532195</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Den Helder</tuskop>
    <al>Paleiskade 17, 1781 AM Den Helder</al>
    <al>Postbus 630, 1780 AP Den Helder</al>
    <al>telefoon: 0223-620304</al>
    <al>fax: 0223-625628</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Hoorn</tuskop>
    <al>Nieuwe Steen 2E/F, 1625 HV Hoorn</al>
    <al>Postbus 2003, 1620 EA Hoorn</al>
    <al>telefoon: 0229-248474</al>
    <al>fax: 0229-248734</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Zaandam</tuskop>
    <al>Ankersmidplein 65, 1506 CK Zaandam</al>
    <al>Postbus 1576, 1500 AM Zaandam</al>
    <al>telefoon: 075-6706061</al>
    <al>fax: 075-6702596 </al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Regio Zuid</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">REGIOKANTOOR EINDHOVEN</tuskop>
    <al>Paradijslaan 40A, 5611 KP Eindhoven</al>
    <al>Postbus 718, 5600 AS Eindhoven</al>
    <al>telefoon: 040-2433013</al>
    <al>fax: 040-2652781</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Breda</tuskop>
    <al>De Elleboog 60, 4822 NA Breda</al>
    <al>Postbus 184, 4840 AD Prinsenbeek</al>
    <al>telefoon: 076-5423060</al>
    <al>fax: 076-5423070</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Bergen op Zoom</tuskop>
    <al>Peter Vineloolaan 46c</al>
    <al>4611 AN Bergen op Zoom</al>
    <al>Postbus 112, 4600 AC Bergen op Zoom</al>
    <al>teleoon: 0164-239299</al>
    <al>fax: 0164-239309</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Eindhoven</tuskop>
    <al>Paradijslaan 40B, 5611 KP Eindhoven</al>
    <al>Postbus 6460, 5600 HL Eindhoven</al>
    <al>telefoon: 040-4650564</al>
    <al>fax: 040-2462525</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Heerlen</tuskop>
    <al>Geerstraat 36, 6411 NS Heerlen</al>
    <al>Postbus 563, 6400 AN Heerlen</al>
    <al>telefoon: 045-5742604</al>
    <al>fax: 040-5742356</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Helmond</tuskop>
    <al>De Callenburgh 4, 5701 PA Helmond</al>
    <al>Postbus 768, 5700 AT Helmond</al>
    <al>telefoon: 0492-554050</al>
    <al>fax: 0492-549879</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor 's-Hertogenbosch</tuskop>
    <al>Helftheuvelpassage 12, 5224 AP 's-Hertogenbosch</al>
    <al>Postbus 2402, 5202 CK 's-Hertogenbosch</al>
    <al>telefoon: 073-6222220</al>
    <al>fax: 073-6210013 </al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Horst</tuskop>
    <al>Prinses Marijkestraat 5, 5961 CE Horst</al>
    <al>Postbus 6211, 5960 AE Horst</al>
    <al>telefoon: 077-3989119</al>
    <al>fax: 077-3986998</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Maastricht</tuskop>
    <al>Gaetano Martinolaan 85, 6229 GS Maastricht</al>
    <al>Postbus 1206, 6201 BE Maastricht</al>
    <al>telefoon: 043-3670202</al>
    <al>fax: 043-3619208</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Tilburg</tuskop>
    <al>Spoorlaan 304, 5017 JZ Tilburg</al>
    <al>Postbus 961, 5000 AZ Tilburg</al>
    <al>telefoon: 013-5371802</al>
    <al>fax: 013-5371923</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Uden</tuskop>
    <al>Rondweg 35, 5406 NK Uden</al>
    <al>Postbus 186, 5400 AD Uden</al>
    <al>telefoon: 0413-254525</al>
    <al>fax: 0413-254579</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Weert</tuskop>
    <al>Schatbeurderlaan 8C, 6002 ED Weert</al>
    <al>Postbus 10198, 6000 GD Weert</al>
    <al>telefoon: 0495-544595</al>
    <al>fax: 0495-536347</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Goes</tuskop>
    <al>Stationspark 2, 4462 DZ Goes</al>
    <al>Postbus 266, 4460 AR Goes</al>
    <al>telefoon: 0113-236504</al>
    <al>fax: 0113-236597</al>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">Regio Noord/Oost</tuskop>
    <tuskop letat="vet" cnt="0">REGIOKANTOOR APELDOORN</tuskop>
    <al>Pr. W. Alexanderlaan 441, 7311 SX Apeldoorn</al>
    <al>Postbus 659, 7300 AR Apeldoorn</al>
    <al>telefoon : 055-5221255</al>
    <al>fax: 055-5223276 </al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Apeldoorn</tuskop>
    <al>Pr.W.Alexanderlaan 403, 7311 SX Apeldoorn</al>
    <al>Postbus 659, 7300 AR Apeldoorn</al>
    <al>telefoon: 055-5790966</al>
    <al>fax : 055-5221380</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Arnhem</tuskop>
    <al>Schepen Bierwischstraat 5-17, 6831 HZ Arnhem</al>
    <al>Postbus 3033, 6803 AH Arnhem</al>
    <al>telefoon: 026-3272074</al>
    <al>fax: 026-3271740</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Doetinchem</tuskop>
    <al>Edisonstraat 88, 7006 RE Doetinchem</al>
    <al>Postbus 702, 7000 AS Doetinchem</al>
    <al>telefoon: 0314-360575</al>
    <al>fax: 0314-362390</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Emmen</tuskop>
    <al>Raadhuisplein 12, 7811 Ap Emmen</al>
    <al>Postbus 1059, 7801 BB Emmen</al>
    <al>telefoon: 0591-644240</al>
    <al>fax: 0591-640271</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Groningen</tuskop>
    <al>Zaagmuldersweg 530, 9713 LZ Groningen</al>
    <al>Postbus 4, 9700 AA Groningen</al>
    <al>telefoon: 050-5900350</al>
    <al>fax: 050-5900390</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Harderwijk</tuskop>
    <al>Wethouder Jansenlaan 3, 3844 DG Harderwijk</al>
    <al>Postbus 1106, 3840 BC Harderwijk</al>
    <al>telefoon: 0341-432199</al>
    <al>fax: 0341-431699</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Hengelo</tuskop>
    <al>P.C. Hooftlaan 56, 7552 HG Hengelo</al>
    <al>Postbus 971, 7550 AZ Hengelo</al>
    <al>telefoon: 074-2566963</al>
    <al>fax: 074-2566537</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Leeuwarden</tuskop>
    <al>Tadingastraat 5, 8932 PJ Leeuwarden</al>
    <al>Postbus 333, 8901 BC Leeuwarden</al>
    <al>telefoon: 058-2844348</al>
    <al>fax: 058-2844300 </al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Lelystad</tuskop>
    <al>Stadhuisplein 65, 8232 VM Lelystad</al>
    <al>Postbus 350, 8200 AJ Lelystad</al>
    <al>telefoon: 0320-234666</al>
    <al>fax: 0320-234650</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Nijmegen</tuskop>
    <al>Canisiussingel 26D, 6511 TJ Nijmegen</al>
    <al>Postbus 1505, 6501 BM Nijmegen</al>
    <al>telefoon: 024-3603050</al>
    <al>fax: 024-3604013</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Tiel</tuskop>
    <al>Appelboogerd 6, 4003 BV Tiel</al>
    <al>Postbus 161, 4000 AD Tiel</al>
    <al>telefoon: 0344-633488</al>
    <al>fax: 0320-234650</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Rayonkantoor Zwolle</tuskop>
    <al>Dr. A. Stolteweg 1A, 8025 AV Zwolle</al>
    <al>Postbus 74, 8000 AB Zwolle</al>
    <al>telefoon: 038-4533977</al>
    <al>fax: 038-4544252</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Deventer</tuskop>
    <al>Leeuwenburg 75-79, 7411 TH Deventer</al>
    <al>Postbus 659, 7300 AR Deventer</al>
    <al>telefoon: 055-5221255</al>
    <al>fax: 055-5221380</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Heerenveen</tuskop>
    <al>Minckelersstate 2, 8442 PL Heerenveen</al>
    <al>Postbus 746, 8440 AS Heerenveen</al>
    <al>telefoon: 0513-650505</al>
    <al>fax: 0513-650200</al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Hoogeveen</tuskop>
    <al>Crerarstraat 8-10, 7901 AE Hoogeveen</al>
    <al>Postbus 403, 7900 AK Hoogeveen</al>
    <al>telefoon: 0528-278590</al>
    <al>fax: 0528-278668 </al>
    <tuskop letat="cur" cnt="0">Spreekuuradres Winschoten</tuskop>
    <al>Vissersdijk 21, 9671 EG Winschoten</al>
    <al>telefoon: 0597-422920</al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE XVIII</nr>
      <titel>STICHTING VACANTIEFONDS VOOR DEN LANDBOUW</titel>
    </bijkop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Statuten</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
      <titel>Naam en zetel</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De stichting is genaamd „Stichting Vacantiefonds voor
den Landbouw".</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Zij is gevestigd te 's-Gravenhage.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
      <titel>Doel en middel</titel>
    </artkop>
    <al>De stichting heeft ten doel aan de daarvoor bij een rechtens geldende
regeling aangewezen werknemers terzake van loonderving op vakantiedagen en
op feest- en gedenkdagen alsmede terzake van het verlenen van een vakantietoeslag
uitkeringen te verstrekken, door de uitgifte van vakantiebonnen en/of vakantiecheques,
welke de werkgevers gehouden zijn te verstrekken aan de daarvoor bij een rechtens
geldende regeling aangewezen werknemers.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
      <titel>Duur</titel>
    </artkop>
    <al>De stichting duurt voor onbepaalde tijd voort.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
      <titel>Geldmiddelen</titel>
    </artkop>
    <al>De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:</al>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>het kapitaal, dat bij de oprichting is afgezonderd, zijnde
éénhonderd gulden in contanten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>door werkgevers gestorte gelden voor aankoop van vakantiebonnen
en/of vakantiecheques;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>door werknemers gestorte gelden voor aankoop van opplakboekjes; </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>renten en andere opbrengsten van bezittingen van de stichting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>overige middelen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
      <titel>Bestuur</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De stichting wordt bestuurd door een bestuur bestaande uit
zes leden die worden benoemd door:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>Het Koninklijk Nederlands Landbouw Comité;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>de Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>de Industrie- en Voedingsbond C.N.V.;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>de Voedingsbond F.N.V.;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>in dier voege, dat de onder a. tot en met d. genoemde
organisaties ieder één lid aanwijzen, en de onder e. genoemde
organisatie twee leden.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>De bestuursleden sub a. tot en met c. zijn bestuursleden
van werkgeverszijde; de bestuursleden sub d. en e. zijn bestuursleden van
werknemerszijde.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur benoemt uit de bestuursleden van werkgeverszijde
een werkgeversvoorzitter en uit de bestuursleden van werknemerszijde een werknemersvoorzitter,
telkens voor de duur van vier jaren. Zij treden beurtelings voor de duur van
een jaar op als voorzitter van het bestuur van de stichting. Bij ontstentenis
of afwezigheid van de fungerende voorzitter treedt in diens plaats de andere
voorzitter.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De organisaties, die de leden van het bestuur benoemen, benoemen
ieder voor het door hen benoemde in functie zijnde lid van het bestuur een
plaatsvervanger.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>De leden van het bestuur hebben zitting voor de tijd van vier
jaren.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Aftredende bestuursleden zijn terstond herbenoembaar.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Indien het bestuur niet voltallig is, behoudt het niettemin
zijn bevoegdheden. In de vervulling van een opengevallen bestuursplaats dient
echter zo spoedig mogelijk te worden voorzien.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het bestuurslidmaatschap eindigt:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>door overlijden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>door schriftelijk bedanken;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>door periodiek aftreden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>door ontslag door het bestuur.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Een dergelijk besluit kan slechts worden genomen met
tenminste twee/derde van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering
van het bestuur waarin tenminste twee/derde gedeelte van het aantal bestuursleden
aanwezig of vertegenwoordigd is. </al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Is in deze bestuursvergadering het voorgeschreven aantal
bestuursleden niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan kan in een volgende vergadering,
welke tussen twee en zes weken na die eerste vergadering moet worden gehouden,
ongeacht het aantal aanwezige leden, met tenminste twee/derde van de geldig
uitgebrachte stemmen een besluit hierover worden genomen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>door de schriftelijke mededeling aan het bestuur dat besloten
is de benoemde persoon van zijn bestuursfunctie in de stichting te ontheffen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <al>Deze mededeling kan slechts gedaan worden door de instantie/organisatie,
die het betrokken bestuurslid heeft benoemd.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
      <titel>Vertegenwoordiging en bestuursbevoegdheid</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd de stichting te vertegenwoordigen in
en buiten rechte.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Onverminderd de door de wet aan het voltallige bestuur terzake
toegekende bevoegdheid tot vertegenwoordiging, kan de stichting vertegenwoordigd
worden door twee gezamenlijk handelende bestuursleden, behoudens hun belet
of ontstentenis bestaande uit de werkgeversvoorzitter en de werknemersvoorzitter.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur oefent de bevoegdheden uit, welke bij of krachtens
het bepaalde in dit artikel aan dit bestuur zijn toegekend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Aan het bestuur behoren:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de wijziging of aanvulling van deze statuten, alsmede de vaststelling,
wijziging of aanvulling van krachtens deze statuten vastgestelde reglementen;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>het verlenen van goedkeuring aan het in artikel 15 bedoelde
verslag van de stichting;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>andere bevoegdheden, voor zover deze bij of krachtens deze
statuten aan het bestuur bepaaldelijk mochten zijn toegekend of voorbehouden.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>In de gevallen, dat enige bij of krachtens de wet vastgestelde
regeling bevoegdheden toekent aan of de medewerking vraagt van het bestuur
van de stichting, treedt het bestuur op, behoudens mandaat aan de voorzitters
dan wel aan de direktie van het in artikel 11 bedoelde administratiekantoor. </al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Het bestuur brengt aan de hoofdbesturen van de in artikel 5,
lid 1, genoemde organisaties op hun verzoek verslag uit van de stand van zaken
ten aanzien van de stichting. De besluiten van het bestuur krachtens het bepaalde
in lid 4 onder a genomen, behoeven de goedkeuring van genoemde hoofdbesturen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
      <titel>Vergaderingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur vergadert tenminste eenmaal per jaar en voorts
zo dikwijls de voorzitter dit nodig oordeelt.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Voorts is de voorzitter op schriftelijk verzoek – onder
opgave van de te behandelen punten – van tenminste drie bestuursleden
verplicht tot het bijeenroepen van een bestuursvergadering op een termijn
van niet langer dan veertien dagen. Indien aan dit verzoek niet wordt voldaan,
kunnen de verzoekers zelf tot bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het
bestuur de bestuursvergadering bijeenroept, op welke vergadering alsdan over
bedoelde punten rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
      <titel>Ministeriële vertegenwoordiging</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Indien door of vanwege de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
de wens daartoe te kennen wordt gegeven, wordt in overleg tussen het bestuur
en de Minister een waarnemer toegelaten.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De waarnemer is gerechtigd tot het bijwonen van alle bestuursvergaderingen
en ontvangt alle voor bestuursleden bestemde stukken.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 9</nr>
      <titel>Besluitvorming</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>De gezamenlijke ter bestuursvergadering aanwezige bestuursleden
van werkgeverszijde brengen evenveel stemmen uit als de gezamenlijke ter bestuursvergadering
aanwezige bestuursleden van werknemerszijde. Is het aantal ter vergadering
aanwezige bestuursleden van werknemerszijde even groot als het aantal ter
vergadering aanwezige bestuursleden van werkgeverszijde, dan brengt ieder
lid van het bestuur één stem uit.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Is het aantal ter vergadering aanwezige bestuursleden
van werkgeverszijde niet even groot als het aantal ter vergadering aanwezige
bestuursleden van werknemerszijde, dan brengen de leden van die zijde, waarvan
het grootste aantal ter vergadering aanwezig is, ieder een stem uit. De leden
van de andere zijde brengen alsdan ieder evenveel stemmen uit als het aantal
aanwezig zijnde leden van de grootste zijde, gedeeld door het aantal aanwezig
zijnde leden van kleinste zijde. Gedeelten van een stem worden meegeteld.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Rechtsgeldige besluiten kunnen, voorzover in deze statuten
niet anders is bepaald, door het bestuur slechts genomen worden indien meer
dan de helft van het aantal bestuursleden van werkgeverszijde alsmede meer
dan de helft van het aantal bestuursleden van werknemerszijde ter vergadering
aanwezig is dan wel hun plaatsvervangers als bedoeld in artikel 5 lid 3.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>In het geval het hiervoor vereiste quorum niet aanwezig
is kan na ten minste twee weken, doch uiterlijk binnen een maand in een nieuwe
bestuursvergadering, ongeacht het aantal aanwezige bestuursleden alsmede ongeacht
of zij van werkgeverszijde of van werknemerszijde zijn, een besluit worden
genomen over die voorstellen, omtrent welke wegens het ontbreken van het quorum
in de eerstbedoelde vergadering geen besluit kon worden genomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Stemming over zaken geschiedt hoofdelijk en mondeling, tenzij
het bestuur anders beslist. Stemming over personen geschiedt bij gesloten
en ongetekende briefjes.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming is de
volstrekte meerderheid vereist van de stemmen van de leden, die aan de stemming
hebben deelgenomen. Bij schriftelijke stemming worden leden, die blanco briefjes
of briefjes van onwaarde hebben ingeleverd, voor de toepassing van het in
de vorige volzin bepaalde, geacht niet aan de stemming te hebben deelgenomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Indien bij stemming over personen door geen van de betrokkenen
de volstrekte meerderheid van stemmen wordt behaald, vindt een nieuwe stemming
plaats tussen de twee personen die het hoogste aantal stemmen hebben behaald.
Bij het staken van de stemmen beslist in dat geval het lot.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>6.</nr>
      <al>Indien bij stemming over zaken de stemmen staken wordt de beslissing
tot de volgende vergadering uitgesteld. Indien op die vergadering opnieuw
de stemmen staken, wordt geacht in negatieve zin te zijn beslist. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 10</nr>
      <titel>Commissies</titel>
    </artkop>
    <al>Het bestuur kan commissies instellen welke paritair moeten zijn samengesteld,
zowel uit haar midden als bestaande uit andere personen, met een permanent
dan wel een ad hoc karakter, dienende tot het geven van gevraagd of ongevraagd
advies ten behoeve van het bestuur dan wel tot andere doeleinden.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De taken en bevoegdheden van deze commissies worden door het bestuur bepaald.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 11</nr>
      <titel>Administratie</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur kan de administratie van de stichting onder zijn
verantwoordelijkheid opdragen aan een administratiekantoor.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd bepaaldelijk te omschrijven bevoegdheden
geheel of gedeeltelijk te mandateren aan:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>één of meer uit en door het bestuur aangewezen
commissies welke paritair moeten zijn samengesteld;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de directie van het administratiekantoor.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 12</nr>
      <titel>Beheer der geldmiddelen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur bepaalt het bedrag, dat ten hoogste in contanten
aanwezig mag zijn. Geldmiddelen van de stichting moeten, voor zover zij niet
in contanten aanwezig zijn of overeenkomstig artikel 13 belegd, zijn gestort
op een ten name van de stichting bestaande bank- of postrekening. Het bestuur
wijst de bankinstelling(en) aan, waarbij bankrekeningen kunnen worden geopend.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>De geldswaardige papieren van de stichting zullen zoveel mogelijk
bij de krachtens lid 1 aangewezen bankinstelling hetzij in open bewaargeving
worden gegeven, hetzij in safe-inrichtingen dezer instelling worden bewaard.
Over deze geldswaardige papieren kan slechts worden beschikt of toegang worden
verkregen door twee hiertoe door het bestuur gezamenlijk gemachtigde personen.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Indien de stichting beschikt over een eigen kluis,
waarin geldswaardige papieren zijn opgeborgen, dan dient deze slechts toegankelijk
te zijn op de wijze als in de vorige volzin omschreven.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen en
de wijze van verrekening van die kosten vaststellen. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 13</nr>
      <titel>Belegging</titel>
    </artkop>
    <al>Belegging van gelden kan slechts plaats hebben in waarden genoemd in artikel
5, eerste en tweede lid der Beleggingswet (Wet van 29 december 1928, Nederlandse
Staatscourant nr. 507, zoals sindsdien gewijzigd).</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 14</nr>
      <titel>Boekjaar</titel>
    </artkop>
    <al>Het boekjaar van de stichting loopt van 1 april tot en met 31 maart van
het daaropvolgend jaar.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 15</nr>
      <titel>Controle en rekening en verantwoording</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Een door het bestuur aan te wijzen extern registeraccountant
houdt toezicht op de boekhouding van de stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Jaarlijks wordt een verslag opgemaakt, dat, na te zijn vastgesteld
en goedgekeurd overeenkomstig deze statuten wordt gepubliceerd.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Het verslag moet bevatten:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>een algemeen overzicht van de activiteiten van de stichting
gedurende het afgelopen boekjaar;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>in voorkomende gevallen een verklarend overzicht van de wijzigingen,
die in de statuten en/of reglementen van de stichting heeft plaatsgehad;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>een algemeen overzicht van financieel beheer van de stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Het verslag wordt ter inzage van de bij de stichting betrokken
werkgevers en werknemers neergelegd:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>ten kantore van de stichting,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>ten kantore van het administratiekantoor,</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>op een of meer door de Minister van Sociale Zaken aan te wijzen
plaatsen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>5.</nr>
      <al>Het verslag wordt op aanvraag aan de bij de stichting betrokken
werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden
kosten. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 16</nr>
      <titel>Vergoedingen</titel>
    </artkop>
    <al>De leden van het bestuur genieten voor de door hen als zodanig verrichte
werkzaamheden vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig door het
bestuur te stellen regelen. Tevens kan aan hen een vergoeding voor tijdverzuim
worden toegekend, waarvan het bedrag wordt bepaald door het bestuur.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 17</nr>
      <titel>Statutenwijziging</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur is in een bepaaldelijk hiertoe uitgeschreven vergadering
van het bestuur bevoegd te besluiten tot wijziging van de statuten of tot
ontbinding van de stichting.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Een besluit tot wijziging van de statuten of tot ontbinding
van de stichting kan slechts worden genomen met tenminste twee/derde van de
geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering van het bestuur waarin tenminste
twee/derde gedeelte van het aantal bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd
is.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>Is in deze bestuursvergadering het voorgeschreven aantal bestuursleden
niet aanwezig of vertegenwoordigd, dan kan in een volgende vergadering, mits
niet eerder dan éénentwintig dagen na de eerste vergadering
gehouden, ongeacht het aantal aanwezige leden, met tenminste twee/derde der
geldig uitgebrachte stemmen een besluit hierover worden genomen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>4.</nr>
      <al>Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan
een notariële akte is opgemaakt en voorts met inachtneming van het bepaalde
in artikel 19 derde lid.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 18</nr>
      <titel>Ontbinding van de stichting</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Bij ontbinding van de stichting is het bestuur belast met de
vereffening.</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="1">
      <al>Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van
deze statuten zoveel mogelijk van kracht.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het besluit tot ontbinding van de stichting moet inhouden de
bestemming van een eventueel batig saldo met dien verstande dat een batig
saldo moet worden bestemd voor een doel dat het meest overeenstemt met het
doel van de stichting. </al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 19</nr>
      <titel>Reglementen en inwerkingtreding wijzigingen</titel>
    </artkop>
    <inspring nivo="1">
      <nr>1.</nr>
      <al>Het bestuur is bevoegd binnen de door deze statuten aangegeven
grenzen een algemeen reglement en andere reglementen vast te stellen.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>2.</nr>
      <al>Het in het vorige lid bedoelde algemeen reglement omvat regelingen
omtrent:</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>a.</nr>
      <al>de wijze, waarop de verkoop van vakantiebonnen en/of vakantiecheques
plaats heeft;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>b.</nr>
      <al>de toeslag, welke door werkgevers bij aankoop van vakantiebonnen
en/of vakantiecheques moet worden betaald ter vergoeding van de aan het beheer
en de administratie van de stichting verbonden kosten;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>c.</nr>
      <al>de wijze, waarop de inwisseling der vakantiebonnen en/of vakantiecheques
geschiedt;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>d.</nr>
      <al>de data, waarbinnen de inwisseling der vakantiebonnen en/of
vakantiecheques moet plaatshebben;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>e.</nr>
      <al>de wijze, waarop de afrekening met de stichting dient te geschieden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>f.</nr>
      <al>de bevoegdheid van de in de stichting samenwerkende werknemersorganisaties
om als bijdrage in de door haar te maken administratiekosten op de nominale
waarde per ingeleverde bonnen een bedrag in te houden;</al>
    </inspring>
    <inspring nivo="2">
      <nr>g.</nr>
      <al>onderwerpen van administratieve en andere aard.</al>
    </inspring>
    <witreg></witreg>
    <inspring nivo="1">
      <nr>3.</nr>
      <al>De reglementen, alsmede de in de statuten en reglementen aangebrachte
wijzigingen zullen niet in werking treden alvorens een volledig exemplaar
van die stukken onderscheidenlijk van de wijzigingen daarin, door het bestuur
van de stichting ondertekend, voor een ieder ter inzage is neergelegd ter
griffie van het Kantongerecht te 's-Gravenhage.</al>
    </inspring>
    <artkop>
      <nr>Artikel 20</nr>
      <titel>Slotbepaling</titel>
    </artkop>
    <al>In gevallen, waarin deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur van
de stichting. </al>
    <bijkop>
      <nr>BIJLAGE XIX</nr>
      <titel>STICHTING VACANTIEFONDS VOOR DEN LANDBOUW</titel>
    </bijkop>
    <tuskop letat="vet" cnt="1">Algemeen Reglement Vakantiecheques</tuskop>
    <artkop>
      <nr>Artikel 1</nr>
    </artkop>
    <al>De in omloop te brengen vakantiecheques zijn op naam van de werknemer
gesteld en hebben een waarde overeenkomstig de door de werkgever betaalde
premie voor de vakantiebonwaarde aan het fonds.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De vakantiecheques hebben een geldigheidsduur van 5 jaar, te rekenen vanaf
het boekjaar waarin zij zijn uitgegeven.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De vakantiecheques zijn een uitvloeisel van het in artikel 2 van de statuten
omschreven doel van het fonds.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 2</nr>
    </artkop>
    <al>De werkgever betaalt bij elke loonbetaling aan door het bestuur aangestelde
personen of instellingen het bij de rechtens geldende regeling overeengekomen
percentage.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De werkgever betaalt over het in lid 1 bedoelde bedrag, een bijdrage in
de administratiekosten ter hoogte van maximaal 1,0%.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 3</nr>
    </artkop>
    <al>De opbouw van de vakantiebonnen voor de werknemer worden geregistreerd
bij het fonds.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Het fonds verstrekt tweemaal per jaar een overzicht van de door de werknemer
opgebouwde vakantiebonnen. Met ingang van 1 januari 1999 worden deze overzichten
bij elke wijziging in de rechtenopbouw verstrekt.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De vakantiecheques worden door het fonds aan de werknemers toegezonden
voor de in artikel 4 lid 2 bedoelde tijdstippen.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 4</nr>
    </artkop>
    <al>De verzilvering van de vakantiecheques door de werknemers geschiedt bij
de plaatselijke penningmeesters van de in het fonds samenwerkende werknemersorganisaties.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De verzilvering van de vakantiecheques geschiedt op door het bestuur nader
te bepalen wijze en tijdstippen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De werknemer moet echter alle nog in zijn bezit zijnde cheques, waarvan
de geldigheidsduur is verstreken uiterlijk bij de eerste verzilvering van
het jaar volgend op het boekjaar waarin de cheques voor het laatst geldig
waren, ter verzilvering hebben aangeboden. </al>
    <witreg></witreg>
    <al>Na het verstrijken van de in lid 3 genoemde termijn, kunnen cheques rechtstreeks
worden verzilverd bij de administratie van het fonds, echter tegen 50% van
de nominale waarde.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In bijzondere door het bestuur te bepalen gevallen kan worden afgeweken
van het bepaalde in lid 4.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 5</nr>
    </artkop>
    <al>De penningmeesters van de in artikel 4 lid 1 bedoelde werknemersorganisaties
noteren bij de inlevering van de cheques naam, adres en rekeningnummer van
de werknemer alsmede het aantal en waarde van de ter verzilvering aangeboden
cheques.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De werknemersorganisaties betalen binnen maximaal 6 weken na de verzilvering
de werknemers de nominale waarde van de vakantiecheques, met inachtneming
is hetgeen bepaald van in lid 3 van dit artikel.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Het aan de werknemers uit te betalen bedrag is gelijk aan de nominale
waarde van de ingeleverde cheques behoudens de bevoegdheid van de betreffende
werknemersorganisaties om als bijdrage in de door hen te maken administratiekosten
hierop een door het bestuur van het fonds vast te stellen bedrag in te houden,
hetwelk ten hoogste 5% zal bedragen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De werknemer is verplicht zich bij het verzilveren van de cheques te legitimeren
door middel van een geldig legitimatiebewijs.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 6</nr>
    </artkop>
    <al>De in artikel 5 lid 1 bedoelde gegevens van de vakantiecheques worden
door de betreffende penningmeester aan het hoofdbestuur van zijn werknemersorganisatie
toegezonden. De toezending dient te geschieden uiterlijk binnen 14 dagen na
de verzilvering.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De bij de penningmeester verzilverde vakantiecheques worden tegelijk met
de gegevens bedoeld in artikel 5 lid 1 aan het hoofdbestuur van de betreffende
werknemersorganisatie toegezonden, hetwelk na verificatie voor doorzending
van de gegevens aan het bestuur van het fonds zorgdraagt.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Het bestuur van het fonds stelt een vergoeding vast voor de onkosten,
welke door de penningmeesters bij de uitvoering van hun taak ten aanzien van
de inwisseling van de bonnen moeten worden gemaakt. Het bedrag hiervan wordt
door het bestuur met de hoofdbesturen van de in artikel 4 lid 1 bedoelde werknemersorganisaties
verrekend. </al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 7</nr>
    </artkop>
    <al>De hoofdbesturen van de in artikel 4 lid 1 bedoelde werknemersorganisaties
dienen periodiek bij het bestuur van het fonds een aanvraag om beschikbaarstelling
van gelden ter uitvoering van de in artikel 4 lid 1 omschreven taak in, waarna
het bestuur de benodigde voorschotten aan het hoofdbestuur van de betreffende
werknemersorganisaties doet toekomen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De in lid 1 van dit artikel bedoelde aanvraag gaat vergezeld van een verklaring
van een onafhankelijke accountant.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>De hoofdbesturen van de in artikel 4 lid 1 bedoelde werknemersorganisaties
dragen zorg voor de vernietiging van de ter verzilvering aangeboden vakantiecheques.</al>
    <artkop>
      <nr>Artikel 8</nr>
    </artkop>
    <al>In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur van
het fonds. </al>
    <witreg></witreg>
    <al>II. Het is de werkgever toegestaan om in het kader van een verzoek om
ontheffing als bedoeld in artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon Besluit
Arbeidsverhoudingen 1945, af te wijken van de onder I opgenomen bepaling(en)
houdende een mutatie van het loon voorzover de onverkorte toepassing van die
bepaling(en) de verlening van een ontheffing in de weg zou staan om reden
dat de personeelskosten van de betrokken onderneming onvoldoende zijn gematigd.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>III. Indien en voor zover de onder I opgenomen bepalingen strijdig zijn
met (mede) ter zake van de vaststelling van lonen en/of andere arbeidsvoorwaarden
bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>IV. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die
van publicatie in de Staatscourant.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>V. Dit besluit wordt gepubliceerd door plaatsing in een bijvoegsel bij
de Staatscourant.</al>
    <witreg></witreg>
  </body>
  <backm>
    <plaats>'s-Gravenhage, </plaats>
    <datum>11 december 1998</datum>
    <aionder>
      <naam>C. J. Meerhof.</naam>
    </aionder>
  </backm>
  <voetnoot id="f1" nr="1">
    <al>Noot van CAO-partijen: „Zie bijlage XIV: overzicht van te onderscheiden
soorten arbeidsovereenkomsten."</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f2" nr="1">
    <al>Noot van CAO-partijen:</al>
    <al>„In lid 1 is bepaald hoe de omzetting van dienstverbanden plaatsvindt,
namelijk in overleg. Afzonderlijke bepalingen over omzetting van losse dienstverbanden
voor bepaalde tijd in vaste dienstverbanden zijn hier niet opgenomen. Alleen
voor de omzetting van losse dienstverbanden voor onbepaalde tijd zijn in dit
artikel overgangsbepalingen geformuleerd.</al>
    <al>In verband met aan het type dienstverband verbonden arbeidsvoorwaarden
(opzegtermijn, lonen) is van belang, dat vast staat of een dienstverband los
of vast (al dan niet met overbruggingsregeling) is.</al>
    <al>Om voor de gereduceerde wachtgeldpremie in aanmerking te komen moet de
omschrijving van de vaste dienstverbanden voldoen aan de voorwaarden die in
het Premiebesluit Wachtgeldfonds van de BV TAB zijn gesteld.</al>
    <al>Aan vaste werknemers met overbrugging worden vakantiebonnen toegekend
conform artikel 60 van de cao.</al>
    <al>Gewijzigde arbeidsovereenkomsten moeten binnen één maand
na aanvang ter registratie aan het GUO worden aangeboden".</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f5" nr="1">
    <al>Noot van cao-partijen:</al>
    <al>„Deze regeling heeft geen betrekking op de werknemers die na 1
januari 1996 nog een los dienstverband voor onbepaalde tijd hebben (artikel
3 onder A.2.2).</al>
    <al>Voor losse werknemers blijft op basis van de BW-bepalingen en artikel
18-WW alleen de wettelijke ruimte over."</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f3" nr="1">
    <al>Noot van cao-partijen:</al>
    <al>„Dit zijn leerlingen die praktijkervaring opdoen onder leiding
van een deskundige."</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f7" nr="1">
    <al>Noot van cao-partijen:</al>
    <al>„De leden 6 en 7 in artikel 14b zijn overgenomen uit de oude onderbrekingsregeling
ex artikel 14 (vervallen).</al>
    <al>Deze regeling heeft geen betrekking op de werknemers die na 1 januari
1996 nog een los dienstverband voor onbepaalde tijd hebben (artikel 3 onder
A2.2).</al>
    <al>Voor losse werknemers blijft op basis van de BW-bepalingen en artikel
18 WW alleen de wettelijke ruimte over."</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f8" nr="1">
    <al>Noot van cao-partijen:</al>
    <al>„De in lid 1 sub c t/m e genoemde dagen worden in mindering gebracht
op het aantal vakantiedagen; één en ander conform het bepaalde
in artikel 55 lid 1 en artikel 59 lid 1."</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f9" nr="1">
    <al>Algemeen verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f10" nr="1">
    <al>Noot van cao-partijen:</al>
    <al>„Verzoeken om een lager loon vast te stellen moeten worden ingediend
bij de Uitvoeringsinstelling (GUO, GAK, etc.) waarbij de werkgever aangesloten
is."</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f11" nr="1">
    <al>Het bepaalde in artikel 7:631 van het Burgerlijk Wetboek is onverkort
van toepassing.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f12" nr="1">
    <al>Het bepaalde in artikel 7:631 van het Burgerlijk Wetboek is onverkort
van toepassing.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f13" nr="1">
    <al>Noot van cao-partijen:</al>
    <al>„Door invoering van de Wet Terugdringing Ziekteverzuim en de afschaffing
(privatisering) van de Ziektewet worden door de bedrijfsvereniging BV TAB
als zodanig geen uitkeringen bij ziekte meer verstrekt. Voor de agrarische
sector is in verband hiermee naast dit cao-artikel een afzonderlijke SAZAS-cao
tot stand gekomen (zie bijlage XI)."</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f14" nr="1">
    <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 7:674 van het Burgerlijk Wetboek.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f15" nr="1">
    <al>Ingevolge artikel 7:645 van het Burgerlijk Wetboek is een afwijking van
artikel 7:635 lid 3 ten nadele van de werknemer nietig."</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f16" nr="1">
    <al>Algemeen verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f18" nr="1">
    <al>Het bepaalde in artikel 12 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag
blijft onverkort van toepassing.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f19" nr="1">
    <al>Algemeen verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f20" nr="1">
    <al>Algemeen verbindend verklaard bij besluit van 22 november 1996 (Stcrt.
1996, nr. 229).</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f22" nr="1">
    <al>Algemeen verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f23" nr="1">
    <al>Het bepaalde in artikel 7:652 BW blijft onverkort van toepasssing.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f26" nr="1">
    <al>Indien en voor zover de daartoe strekkende bepalingen van de desbetreffende
CAO bij afzonderlijk besluit algemeen verbindend zijn verklaard.</al>
  </voetnoot>
  <voetnoot id="f27" nr="1">
    <al>Algemeen verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht.</al>
  </voetnoot>
</avvcao>