﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE stcart PUBLIC "-//SDU//DTD staatscourant xml 1.1//NL" "../../dtd/stcrt-11.dtd"[]>
<stcart soort="reg" status="b" publtype="stct">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1997-247-p19-SC11925/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="1.4" conv="prod__0" markup="qa"></versie>
    <artcode>247-1901</artcode>
    <stcgeg>
      <tekst>Uit: Staatscourant 23 december 1997, nr. 247</tekst>
      <dag>Dinsdag</dag>
      <datum>23 december 1997</datum>
      <nummer>247</nummer>
    </stcgeg>
    <chapeau>
      <mincodes>JU</mincodes>
    </chapeau>
    <titel>Subsidieregeling tolkencentra</titel>
    <opschr>«Wet Justitie-subsidies»</opschr>
    <bron>
      <datum>22 december 1997</datum>/<kenmerk>Nr. 669358/DBZ/97</kenmerk></bron>
  </frontm>
  <body>
    <al>De Staatssecretaris van Justitie;</al>
    <al>Gelet op artikel 48b van de Wet Justitie-subsidies;</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Besluit:</al>
    <witreg></witreg>
    <tuskop letat="cur">Artikel 1</tuskop>
    <al>In deze regeling wordt verstaan onder:</al>
    <al>a. de wet: de Wet Justitie-subsidies;</al>
    <al>b. de minister: de Minister van Justitie. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 2</tuskop>
    <al>1. De subsidie aan een tolkencentrum als bedoeld in artikel 48a, eerste
lid, van de wet bestaat uit een bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging
van het aantal door de minister subsidiabel gestelde formatieplaatsen ten
behoeve van tolkdiensten met de door de minister voor de te onderscheiden
categorieën functies vast te stellen normbedragen.</al>
    <al>2. Indien minder dan zeventig procent van het aantal subsidiabel gestelde
formatieplaatsen is gerealiseerd, kan de subsidie naar evenredigheid- op een
lager bedrag worden vastgesteld.</al>
    <al>3. De minister kan op aanvraag van de betrokken tolkencentra het ten behoeve
van een tolkencentrum verleende bedrag, bedoeld in het eerste lid, verlagen,
onder gelijktijdige verhoging van het ten behoeve van een ander tolkencentrum
verleende bedrag.</al>
    <al>4. De subsidie aan een tolkencentrum als bedoeld in artikel 48a, vierde
lid, van de wet bestaat uit een door de minister te bepalen bedrag. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 3</tuskop>
    <al>De minister kan bij verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag
van de subsidie door hem wordt bijgesteld in verband met de ontwikkelingen
van het loon- en prijspeil. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 4</tuskop>
    <al>1. Een tolkencentrum vormt met andere tolkencentra die op grond van de
wet subsidie ontvangen een samenwerkingsverband, waarin afspraken worden gemaakt
ter bevordering van een doelmatige dienstverlening door de tolkencentra en
ter bevordering van de kwaliteit van tolken. Het samenwerkingsverband stelt
een reglement op waarin de werkwijze, waaronder de besluitvorming, en de toerekening
van de kosten van het samenwerkingsverband aan de tolkencentra worden geregeld.</al>
    <al>2. Het reglement van het samenwerkingsverband behoeft de instemming van
de minister.</al>
    <al>3. Het samenwerkingsverband dient eenmaal in de vier jaren een beleidsplan
in. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 5</tuskop>
    <al>Een tolkencentrum verleent de volgende tolkdiensten:</al>
    <al>a. telefonische tolkdiensten;</al>
    <al>b. persoonlijke tolkdiensten;</al>
    <al>c. vertaalwerk. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 6</tuskop>
    <al>1. Persoonlijke en telefonische tolkdiensten worden slechts verleend binnen
het door de minister, gehoord het tolkencentrum, voor het centrum vastgestelde
werkgebied.</al>
    <al>2. Persoonlijke tolkdiensten worden slechts verleend indien het verlenen
van telefonische tolkdiensten naar het oordeel van de directeur van het tolkencentum
niet mogelijk of, gelet op de aard van de dienstverlening, niet aangewezen
is te achten.</al>
    <al>3. Persoonlijke tolkdiensten worden zoveel mogelijk verleend tijdens een
daarvoor vastgesteld spreekuur.</al>
    <al>4. Vertaalwerk wordt slechts verricht ten aanzien van aan een natuurlijke
persoon gericht of van een natuurlijke persoon afkomstige geschreven of gedrukte
teksten, behoudens indien voor ander vertaalwerk een kostendekkende vergoeding
in rekening wordt gebracht. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 7</tuskop>
    <al>Tolkdiensten worden slechts verleend:</al>
    <al>a. op aanvraag van gemeenten, provincies, gemeentelijke en provinciale
instellingen of instellingen, instanties en personen op de terreinen, vallend
onder de Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Binnenlandse
Zaken, van Justitie, van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid, van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
en van belastingen, met uitzondering van de burgerlijke, administratieve en
militaire gerechten en het openbaar ministerie;</al>
    <al>b. ten behoeve van cliënten van de aanvrager van de tolkdienst die
naar zijn oordeel de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheersen. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 8</tuskop>
    <al>Aan de aanvrager van de tolkdienst en aan zijn cliënt ten wiens behoeve
de tolkdiensten worden verleend, worden geen kosten in rekening gebracht. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 9</tuskop>
    <al>Het tolkencentrum zendt ieder kwartaal aan de minister een verslag van
de verrichte tolkdiensten per taalgebied en per taakveld van de participerende
departementen met een uitsplitsing naar het soort tolkdienst en naar diensten
ten behoeve van asielzoekers en overige cliënten. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 10</tuskop>
    <al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1998. </al>
    <tuskop letat="cur">Artikel 11</tuskop>
    <al>Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling tolkencentra.</al>
  </body>
  <backm>
    <ondtek>Den Haag, 22 december 1997. <nl></nl><min>De Staatssecretaris van Justitie,</min>E.M.A. Schmitz.<nl></nl></ondtek>
    <toelicht>
      <tuskop letat="vet">Toelichting </tuskop>
      <tuskop letat="vet">1. Algemeen</tuskop>
      <al>Er is in Nederland een zestal gesubsidieerde tolkencentra werkzaam dat
tolkdiensten verricht ten behoeve van de cliënten van overheids- en hulpverleningsinstellingen
die het Nederlands niet of onvoldoende beheersen. Aanvankelijk waren de tolkencentra
vooral actief op medisch en sociaal/maatschappelijk terrein. In de loop van
de tijd heeft het werkveld zich aanzienlijk verbreed naar rechtshulp, geestelijke
volksgezondheid en asielzoekers. De tolkdiensten worden voor 100% gesubsidieerd
door de minister en zijn zowel voor de aanvrager als voor degene ten behoeve
van wie de dienst wordt verleend kosteloos. De tolkencentra vormen gezamenlijk
een landelijk dekkend netwerk op het gebied van communicatie-ondersteuning
en bieden overheids- en hulpverleningsinstellingen de mogelijkheid met niet-Nederlandstaligen
te communiceren.</al>
      <al>Als gevolg van de overdracht van de verantwoordelijkheid voor de gesubsidieerde
landelijke tolkencentra van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Cultuur
naar Justitie (Stb. 1996, 224) is een nieuwe ministeriële regeling nodig.
Deze door de Minister van Justitie vast te stellen regeling vervangt de paragraaf
over de subsidiëring van tolkencentra in de door de Staassecretaris van
VWS vastgestelde Subsidieregeling welzijnsbeleid. De nieuwe subsidieregeling
is gebaseerd op een nieuw hoofdstuk 4a van de Wet Justitiesubsidies (tolkencentra).
In de Wet Justitiesubsidies is de bevoegdheid van de Minister van Justitie
om de tolkencentra te subsidiëren geregeld. Daarnaast is de (standaard)subsidieregeling
voor instellingssubsidies van afdeling 4.2.8 van de Algemene wet besuursrecht
op de subsidie aan de tolkencentra van toepassing verklaard. Hiermee is een
jaarlijks stramien van aanvragen, verlenen, verantwoorden en vaststellen van
de subsidie geregeld. De subsidie wordt voor aanvang van het subsidiejaar
verleend op basis van de door het tolkencentrum voor 1 oktober in te dienen
begroting en activiteitenplan. Na afloop van het jaar wordt de subsidie door
de minister vastgesteld op basis van een financiële verantwoording (voorzien
van accountantsverklaring) en activiteitenverslag. Op grond van art. 48a jo.
13 van de Wet Justitiesubsidies (WJS) controleert de accountant de financiële
verantwoording aan de hand van een door de minister op te stellen controleprotocol.
Op grond van art. 48a jo. 12 van de WJS geldt voor de egalisatiereserve, onder
andere, een maximum van niet meer dan 10% van de laatstelijk verstrekte
subsidie.</al>
      <al>De onderhavige regeling is gebaseerd op artikel 48b van de WJS en bevat -
in aanvullling op hetgeen rechtstreeks uit hoofde van de Awb of de WJS geldt -
een regeling van de wijze waarop het subsidiebedrag wordt bepaald alsmede
van de overige aan de subsidie verbonden verplichtingen.</al>
      <al>In de als bijlage bij deze toelichting gevoegde transponeringstabel is
zichtbaar gemaakt met welke artikelen van de Subsidieregeling welzijnsbeleid
de onderhavige regeling correspondeert. </al>
      <tuskop letat="vet">2. Artikelsgewijs </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Artikel 2</tuskop>
      <al>Om de subsidie op een zo efficiënt mogelijke manier in te-zetten
kan op verzoek van de tolkencentra en na goedkeuring door de minister een
onderlinge herschikking van de subsidie plaatsvinden (derde lid). De desbetreffende
tolkencentra ontvangen vervolgens een herziene beschikking van de maximale
verleende subsidie.</al>
      <al>In het vierde lid is een afwijkende subsidiemaatstaf opgenomen voor andere
activiteiten op het gebied van tolkdiensten. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 3</tuskop>
      <al>Op basis van artikel 3 is een vergoeding voor loon- en/of prijsbijstelling
mogelijk, waaronder de zgn. OVA (overheidsbijdrage in de arbeidskostenontwikkeling).</al>
      <al>Aangezien de tolkencentra onder de werkingssfeer van de CAO Welzijnswerk
vallen wordt het overleg met de werkgeversorganisatie op het punt van de arbeidsvoorwaarden
gevoerd door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 4</tuskop>
      <al>Het hier bedoelde samenwerkingsverband is de Stichting Landelijk Overleg
Tolkencetra. Het eens in de vier jaar bij de minister in te dienen beleidsplan
stelt hem in staat zicht te krijgen op de ontwikkelingen binnen de tolkencentra.</al>
      <al>Het bevat een overzicht van de belangrijkste beleidsissues en te verwachten
veranderingen. Aan de hand van het beleidsplan kunnen in het periodiek overleg
tussen (vertegenwoordigers van) de minister en de tolkencentra beleidsuitgangspunten
voor de komende jaren worden geformuleerd. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6</tuskop>
      <al>Uit een oogpunt van efficiëncy wordt de voorkeur gegeven aan het
verrichten van telefonische tolkdiensten. Het kan echter aangewezen zijn persoonlijke
tolkdiensten te verlenen, indien het tolkencentrum van mening is dat een telefonische
tolkdienst niet doelmatig, dan wel naar het oordeel van de directeur niet
mogelijk of, qua aard van de dienstverlening, niet aangewezen is.</al>
      <al>Naast telefonische tolkdiensten verrichten de tolkencentra ook vertaalwerkzaamheden
van aan een natuurlijke persoon gerichte of van een natuurlijke persoon afkomstige
geschreven of gedrukte teksten. In het vierde lid is aangegeven dat daarnaast
ook andere vertaalwerkzaamheden verricht kunnen worden mits daar (niet meer
en niet minder dan) een kostendekkende vergoeding tegenover staat. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 7</tuskop>
      <al>De tolkencentra mogen uitsluitend op aanvraag van de in dit artikel limitatief
opgesomde instellingen, personen en instanties tolkdiensten verrichten ten
behoeve van cliënten die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheersen.
Hiermee is aangesloten bij de oude regeling.</al>
      <al>In de oude regeling werd daarnaast ook een ’doelgroep’ van
de regeling benoemd, nl. minderheden, Chinezen en asielzoekers (artikel 31
en 32 lid 1). Onder “minderheden” werd verstaan: verblijfsgerechtigden,
zigeuners, Molukkers, Surinamers, Antillianen, Arubanen alsmede de Nederlanders
en in Nederland toegelaten vreemdelingen, afkomstig uit Turkije, Marokko,
Spanje, Portugal, Griekenland, voormalig Joegoslavië, Italië, Tunesië
en Kaap-Verdië en hun nakomelingen. Deze vermelding is in de nieuwe regeling
achterwege gelaten. In de eerste plaats omdat hiermee niet een afgrenzing
werd beoogd, in die zin dat de omschrijving tot doel zou hebben bepaalde groepen
niet-Nederlands-taligen van tolkdiensten uit te sluiten. Afgezien daarvan
voorziet de zgn. Koppelingswet (Kamerstukken 25 339) in een strakkere koppeling
van de aanspraak van vreemdelingen op voorzieningen en verstrekkingen aan
een rechtmatig verblijf in Nederland.</al>
      <al>In de tweede plaats heeft de in de oude regeling gebruikte definitie van
minderheid aan actualiteit ingeboet, en zou zij om die reden niet geschikt
zijn om te worden overgenomen. Nu de afgrenzing van de doelgroep op andere
wijze geschiedt (alleen cliënten van nader aangeduide, aanvragende instanties
die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheersen), kan vermelding van
de doelgroep achterwege blijven.</al>
      <tuskop letat="vet">3. Transponeringstabel</tuskop>
      <plaatje file="stcrt-1997-247-p19-SC11925-1.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
      <witreg></witreg>
      <al>
        <nadruk type="cur">De Staatssecretaris van Justitie,</nadruk>
      </al>
      <al>
        <nadruk type="cur">E.M.A. Schmitz.</nadruk>
      </al>
    </toelicht>
  </backm>
</stcart>