Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 1997, 24Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Timmerfabrieken in Nederland

Voorziening bij Ongeval 1997

Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST VOOR TIMMERFABRIEKEN IN NEDERLAND INZAKE VOORZIENING BIJ ONGEVAL

AI Nr. 8722

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelezen het verzoek van de Hout- en Bouwbond CNV mede namens de Bouw- en Houtbond FNV als partijen te anderer zijde en mede namens de Nederlandse Bond van Timmerfabrikanten als partij te ener zijde bij de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Timmerfabrieken in Nederland inzake Voorziening bij Ongeval, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Overwegende,

dat genoemde collectieve arbeidsovereenkomst in werking is getreden;

dat van het verzoek tot algemeen verbindendverklaring mededeling is gedaan in de Nederlandse Staatscourant;

dat naar aanleiding van dit verzoek geen schriftelijke bezwaren zijn ingebracht;

dat de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst gelden voor een belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen;

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

I. Verklaart algemeen verbindend tot en met 31 december 1997 de navolgende bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst voor de Timmerfabrieken in Nederland inzake Voorziening bij Ongeval, zulks met inachtneming van hetgeen onder I, II, III, IV en V is bepaald:

Artikel 1 Definities

Deze collectieve arbeidsovereenkomst verstaat onder:

„werkgever": de werkgever uitoefenende in zijn onderneming het be-drijf van met gemechaniseerde produktiemiddelen vervaardigen van timmerwerk, zoals genoemd in artikel 2;

„werknemers": alle werknemers in timmerfabrieken in de zin van artikel 2 van de CAO voor de Timmerfabrieken in Nederland zulks met inbegrip van het leidinggevend, toezichthoudend, administratief en tekenkamerpersoneel bedoeld in Bijlage D van deze CAO1, een en ander voor zover zij voor de toepassing van de sociale wetten verzekerd zijn bij de Bedrijfsvereniging voor de hout- en meubelindustrie en groothandel in hout dan wel de bedrijfsvereniging voor de bouwnijverheid of de nieuwe algemene bedrijfsvereniging;

„STIFA": de Stichting Fondsenadministratie voor de Timmerindustrie aan welke stichting partijen bij deze CAO de uitvoering van de bepalingen van de CAO hebben opgedragen.

Artikel 2 Werkingssfeer

  • 1. De bepalingen van de CAO voor de Timmerfabrieken zijn van toepassing op ondernemingen en afdelingen van ondernemingen waarin uitsluitend of in hoofdzaak – gemeten naar de loonsom – het bedrijf wordt uitgeoefend van het met gemechaniseerde produktiemiddelen vervaardigen van timmerwerk van hout of kunststof.

  • Onder timmerwerk wordt onder meer begrepen:

    • kozijnen;

    • ramen;

    • deuren;

    • trappen;

    • gevelvullende elementen;

    • interieurbouw;

    • en andere houtconstructies zoals haspels en betonmallen;

    • decoratieve produkten van hout voor de particuliere tuin.

  • Onder vervaardigen van timmerwerk wordt mede begrepen het op de bouwplaats stellen en afwerken van in eigen fabriek gereed gemaakte produkten.

  • 2. Onder timmerwerk worden ook begrepen de produkten in het kader van de lijm- en/of houtbouw, zoals:

    • gelijmde dragende houtconstructies;

    • kapelementen;

    • uit elementen opgebouwde demontabele keten, hallen, scholen, zomerhuisjes en dergelijke;

    • alsmede onderdelen van bouwsystemen zoals bijvoorbeeld scheidingswanden.

  • Onder houtbouw wordt tevens verstaan het vervaardigen en toeleveren van alle „verplaatsbare houten verblijfsruimten" als verzamelnaam van twee soorten produkten nl.:

    • de ruimten die in een onderneming geheel gebruiksklaar gemaakt worden en waarvoor op de plaats van bestemming geen of zo goed als geen verdere bewerking meer nodig is.

    • de systeembouw: dat is het procédé en alle variaties daarop waarbij voor zover uitsluitend of in hoofdzaak – gemeten naar de loonsom – bouwelementen van hout en kunststof in de fabriek worden gemaakt maar op de plaats van bestemming worden gemonteerd. Onder houtbouw wordt eveneens begrepen wagenbouw voor zover de wagens naar bestemming niet mobiel zijn en de vervoersfunctie ondergeschikt is, zoals:

    • houten stacaravans;

    • keet-, schaft- en woonwagens en

    • casco-opbouw.

  • Onder casco-opbouw wordt verstaan; de houten opbouw van casco's van beton en/of staal met als eindprodukt het woonschip.

  • Onder houtbouw wordt mede begrepen het op de bouwplaats stellen en afwerken van in eigen fabriek gereed gemaakte produkten.

  • 3. Deze CAO is tevens van toepassing op ondernemingen, waarin de vervaardiging van timmerwerk naar de loonsom gemeten de belangrijkste activiteit is maar waarin tevens de activiteiten gericht zijn op verhuur en lease.

  • 4. Deze CAO is eveneens van toepassing op de ondernemingen, die uitsluitend of in hoofdzaak loon-, zaag- en/of schaafwerk verrichten, direct ten behoeve van de vervaardiging van timmerwerk.

  • 5.

    • a. Ondernemingen of delen van ondernemingen, waarvoor de CAO voor de Groothandel in Hout c.q. de algemeen verbindendverklaring van deze CAO van toepassing is, vallen niet onder deze collectieve arbeidsovereenkomst.

    • b. Voor zover de werkzaamheden resulteren in het optrekken van een traditioneel bouwwerk, is deze collectieve arbeidsovereenkomst niet van toepassing.

    • c. Deze CAO is eveneens niet van toepassing indien een timmerfabriek onderdeel is van een onderneming, waarvoor de landelijke CAO voor het Bouwbedrijf – of een in haar plaats getreden regeling – geldt en de produkten van bedoelde timmerfabriek in hoofdzaak worden gebruikt in het kader van de bouwwerkzaamheden van die ondernemingen.

Artikel 3 Voorzieningen bij ongeval

  • 1. De werkgever is verplicht voor de werknemers een verzekering af te sluiten, die een uitkering garandeert in geval van blijvend lichamelijk letsel of dood ten gevolge van een ongeval, de werknemer, in of buiten dienstverband, overkomen.

  • 2. De in lid 1 genoemde verzekering dient in te houden een recht van de werknemer op een uitkering:

  • ƒ 27.500,– in geval van overlijden;

  • ƒ 55.000,– in geval van algehele blijvende invaliditeit;

  • één en ander volgens algemene en bijzondere voorwaarden.1

  • 3. De werkgever dient ter voldoening aan de in lid 1 genoemde verplichting deel te nemen aan de door of namens de werkgeversorganisatie afgesloten collectieve verzekering.

  • 4. Van de in lid 3 opgelegde verplichting kan een werkgever dispensatie verkrijgen wanneer door hem wordt aangetoond, dat voor de werknemers een verzekering is afgesloten waarvan de verzekerde bedragen en algemene en bijzondere voorwaarden tenminste gelijk zijn aan de in lid 3 genoemde verzekering.

  • De bevoegdheid tot het verlenen van deze dispensatie berust bij een door werkgevers- en werknemersorganisaties ingestelde paritaire Ver-trouwensinstantie van de Vakraad (artikel 5 van de CAO).1

  • 5.

    • a. Ongeacht de toepassing van het bepaalde in lid 4 is de werkgever voor iedere dag waarvoor hij ingevolge het bepaalde in artikel 33 van de CAO voor de Timmerfabrieken 1996/1997 aan de werknemer vakantierechten verschuldigd is, een bijdrage verschuldigd ter voldoening van premie en kosten voor de in lid 3 genoemde verzekering.

    • Deze bijdrage is voor het rechtjaar 19971 vastgesteld op ƒ 0,09 per dag als hiervoor bedoeld.

    • b. Indien de werkgever de in lid 4 genoemde dispensatie verkregen heeft, wordt hem op zijn verzoek na afloop van het rechtjaar, restitutie van de onder a. bedoelde bijdrage verleend door de STIFA.

  • 7. Waar in deze CAO wordt gesproken over verplichtingen van de werkgevers jegens de bovengenoemde Stichting wordt daarmede aan de Stichting een zelfstandig recht op invordering jegens de werkgevers toegekend.

II. Indien en voor zover de onder I opgenomen bepalingen strijdig zijn met (mede) ter zake van de vaststelling van lonen en/of andere arbeidsvoorwaarden bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.

III. Dit besluit is niet van toepassing op:

  • Bruynzeel Deurenfabriek en Schaverij B.V. te Zaandam;

  • Kegro Deuren B.V. te Groesbeek;

  • Van Kuijk Deuren B.V. te Tilburg;

  • Berkvens Deurenfabriek Nederland B.V. te Someren;

  • JAVA Deuren B.V. te Velsen;

  • Svedes Deuren B.V. te Varsseveld

  • C. J. Kesteren B.V. te Haelen

IV. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van publicatie in de Nederlandse Staatscourant.

V. Dit besluit wordt gepubliceerd door plaatsing in een bijvoegsel bij de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage, 31 januari 1997

C. J. Meerhof.

AANHANGSEL

Belangrijkste polisvoorwaarden Collectieve Ongevallenverzekering

  • 1. Begripsomschrijvingen

    • 1.1. Verzekerde:

    • degene, die als zodanig in de polis is genoemd.

    • 1.2. Ongeval:

    • een plotselinge en rechtstreekse inwerking van een van buiten komend geweld, waardoor lichamelijk letsel wordt toegebracht, waarvan de aard en plaats geneeskundig zijn vast te stellen. Met een ongeval worden gelijkgesteld de in 2.3 omschreven gebeurtenissen.

    • 1.3. Blijvende invaliditeit:

    • blijvend geheel of gedeeltelijk (functie-)verlies van enig deel of orgaan van het lichaam van de verzekerde.

  • 2. Omschrijving van de dekking

    • 2.1. Uitkering bij overlijden (A)

    • In geval van overlijden van de verzekerde als rechtstreeks en uitsluitend gevolg van een ongeval, wordt het voor overlijden verzekerd bedrag uitgekeerd. Een uitkering wegens blijvende invaliditeit terzake van hetzelfde ongeval wordt in mindering gebracht op de voor overlijden verschuldigde uitkering. Terugvordering van een reeds verrichte uitkering zal niet plaatsvinden.

    • 2.2. Uitkering bij blijvende invaliditeit (B)

      • 2.2.1. In geval van blijvende invaliditeit van de verzekerde als rechtstreeks en uitsluitend gevolg van een ongeval wordt de uitkering vastgesteld, zodra de mate van blijvende invaliditeit medisch kan worden bepaald, doch uiterlijk twee jaar na het ongeval.

      • De uitkering beloopt een percentage van het voor blijvende invaliditeit verzekerd bedrag, zoals hierna is aangegeven.

      • bij algeheel (functie-)verlies van:

      • gezichtsvermogen van beide ogen 100%

      • gezichtsvermogen van één oog 60%

      • gehoor van beide oren 65%

      • gehoor van één oor 30%

      • hand 75%

      • duim 25%

      • wijsvinger 20%

      • ringvinger 12%

      • middelvinger 12%

      • voet 70%

      • arm 75%

      • onderarm 65%

      • pink 10%

      • onderbeen 60%

      • long 25%

      • been 70%

      • grote teen 10%

      • overige teen 5%

      • de milt 5%

      • de reuk of de smaak 5%

      • van de hiervoor genoemde percentages wordt bij gedeeltelijk (functie-)verlies een evenredig deel uitgekeerd.

      • 2.2.2. In alle hier niet genoemde gevallen van blijvende invaliditeit worden twee percentages vastgesteld naar de mate van blijvende invaliditeit: – volgens de maatstaven, vastgelegd in de laatste uitgave van de „Guides to the Evaluation of Permanent Impairment" van de „American Medical Association" (A.M.A.); – rekening houdende met de blijvende ongeschiktheid van de verzekerde om zijn beroep uit te oefenen of een ander beroep, dat hij gezien zijn bekwaamheden en maatschappelijke positie zou kunnen uitoefenen.

      • Voor vaststelling van de uitkering geldt het hoogste percentage.

      • 2.2.3. Uitkeringen tot maximaal het verzekerd bedrag.

      • Ter zake van één of meer ongevallen, tijdens de duur van deze verzekering de verzekerde overkomen, zal de som van alle uitkeringen het voor blijvende invaliditeit verzekerd bedrag niet te boven gaan.

      • 2.2.4. Rentevergoeding.

      • Indien binnen 6 maanden nadat het ongeval heeft plaatsgevonden de mate van blijvende invaliditeit nog niet is vastgesteld, vergoedt de maatschappij over het uit te keren bedrag de wettelijke rente met ingang van de eerste dag na het verloop van de 6 maanden na het ongeval. De rente zal gelijktijdig met de uitkering worden voldaan.

      • 2.2.5. Invloed van niet-ongevalsgevolgen.

      • Mochten de gevolgen van het ongeval vergroot zijn door ziekte, gebrekkigheid of een afwijkende lichaams- of geestesgesteldheid van de verzekerde, dan wordt voor de vaststelling van de uitkeringen uitgegaan van de gevolgen, die het ongeval gehad zou hebben, indien de verzekerde geheel valide en gezond zou zijn geweest.

      • 2.2.6. Vroeger ongeval.

      • De beperking genoemd in dit artikel onder punt 2.2.5. is niet van toepassing, indien de bestaande ziekte, gebrekkigheid of abnormale lichaams- of geestesgesteldheid van de verzekerde het gevolg is van een vroeger ongeval, waarvoor de maatschappij reeds krachtens deze verzekering een uitkering heeft verstrekt of nog zal moeten verstrekken.

      • 2.2.7. Verergering ziektetoestand.

      • Voor zover een bestaande ziekelijke toestand door een ongeval is verergerd, wordt hiervoor door de maatschappij een uitkering verleend.

      • 2.2.8. Bestaand functieverlies.

      • Indien reeds vóór een ongeval een (functie)verlies van het betrokken lichaamsdeel of orgaan bestond, wordt de uitkering voor blijvende invaliditeit naar evenredigheid verlaagd.

    • 2.3. Insluitingen

    • Met een ongeval worden gelijkgesteld:

      • 2.3.1. Acute vergiftiging:

      • acute vergiftiging ten gevolge van het plotseling en ongewild binnenkrijgen van gassen, dampen, vloeibare of vaste stoffen, anders dan vergiftiging door gebruik van genees-, genot- of narcosemiddelen;

      • 2.3.2. Besmetting:

      • besmetting door ziektekiemen of een allergische reactie, indien deze besmetting of reactie een rechtstreeks gevolg is van een onvrijwillige val in het water of in enige andere stof, dan wel het gevolg is van het zich daarin begeven bij een poging tot redding van mens, dier of goederen;

      • 2.3.3. Binnenkrijgen van stoffen:

      • het ongewild en plotseling binnenkrijgen van stoffen of voorwerpen in het spijsverteringskanaal, de luchtwegen, de ogen of de gehoororganen, waardoor inwendig letsel ontstaat, met uitzondering van het binnendringen van ziektekiemen;

      • 2.3.4. Spierletsels:

      • ontwrichting of scheuring van spier- en bandweefsel, mits deze letsels plotseling zijn ontstaan en hun aard en plaats geneeskundig worden vastgesteld;

      • 2.3.5. Verstikking:

      • verstikking, verdrinking, bevriezing, zonnesteek, hitteberoerte;

      • 2.3.6. Uitputting:

      • uitputting, verhongering, verdorsting en zonnebrand als gevolg van onvoorziene omstandigheden;

      • 2.3.7. Ziektekiemen:

      • wondinfectie of bloedvergiftiging door het binnendringen van ziektekiemen in een door een gedekt ongeval ontstaan letsel;

      • 2.3.8. Complicaties:

      • complicaties of verergering van het ongevalsletsel als rechtstreeks gevolg van eerste hulpverlening of van de door het ongeval noodzakelijk geworden geneeskundige behandeling.

    • 2.4. Uitsluitingen

    • Van deze verzekering zijn uitgesloten ongevallen aan de verzekerde overkomen:

      • 2.4.1. Opzet:

      • ongevallen ontstaan door opzet of met goedvinden van de verzekerde of een andere bij de uitkering belanghebbende;

      • 2.4.2. Misdrijf:

      • ongevallen in verband met het door de verzekerde plegen van of deelnemen aan een misdrijf of poging daartoe;

      • 2.4.3. Waagstuk:

      • ongevallen ten gevolge van een waagstuk waarbij de verzekerde zijn leven of lichaam roekeloos in gevaar heeft gebracht, tenzij dit waagstuk redelijkerwijs noodzakelijk was ter juiste invulling van zijn beroep, bij rechtmatige zelfverdediging of bij pogingen zichzelf, anderen, dieren of goederen te redden;

      • 2.4.4. Allergische reacties:

      • allergische reacties anders dan door een gebeurtenis genoemd in artikel 2 punt 3.2. onder „besmetting";

      • 2.4.5. Psychische aandoeningen:

      • psychische aandoeningen van welke oorzaak ook, tenzij deze medisch aantoonbaar het rechtstreekse gevolg zijn van door het ongeval veroorzaakte blijvende hersenbeschadiging;

      • 2.4.6. Alcoholmisbruik:

      • ongevallen mogelijk geworden door het onder invloed zijn van alcoholhoudende dranken, tenzij wordt aangetoond dat de verzekerde ten tijde van het ongeval minder dan 0,8o/oo alcohol in zijn bloed had;

      • 2.4.7. Bedwelmende middelen:

      • ongevallen waarvan het ontstaan op enigerlei wijze in relatie staat tot het gebruik van of de verslaving aan bedwelmende, opwekkende of soortgelijke middelen, tenzij het gebruik overeenkomstig het voorschrift van een arts geschiedt en de verzekerde zich aan de gebruiksaanwijzingen heeft gehouden;

      • 2.4.8. Ingewandsbreuk, zenuw-, spier- en peesaandoeningen:

      • ingewandsbreuk, spit (lumbago), uitstulping van een tussenwervelschijf (hernia nuclei pulposi), peesschede-ontsteking (tendovaginitis crepitans), spierverrekkingen, zweepslag (coup de fouet), ontsteking rondom een schoudergewricht (periartritis humeroscapularis), tennisarm (epicondylitis lateralis) of golfersarm (epicondylitis medialis);

      • 2.4.9. Gevolgen van medische behandeling:

      • de gevolgen van door verzekerde ondergane medische behandeling, zonder dat er enig verband bestaat met een onder de polis gedekt ongeval, die deze behandeling noodzakelijk maakte;

      • 2.4.10. Vliegrisico:

      • ongevallen die verband houden met het gebruik maken van een motorvliegtuig, anders dan als passagier;

      • 2.4.11. Molest:

      • ongevallen ontstaan, bevorderd of verergerd door – hetzij direct, hetzij indirect gewapend conflict, burgeroorlog, opstand, binnenlandse onlusten, oproer of muiterij; voor de betekenis van deze begrippen gelden de begripsomschrijvingen, die door het Verbond van Verzekeraars in Nederland op 2 november 1981 ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage zijn gedeponeerd onder nummer 136/1981;

      • 2.4.12. Atoomkernreactie:

      • ongevallen, veroorzaakt door, optredende bij of voortvloeiende uit een atoomkernreactie onverschillig hoe de reactie is ontstaan;

      • 2.4.13. Gezichtsvermogen:

      • netvliesloslating, voor zover de verzekerde brilleglazen dan wel contactlenzen gebruikt waarvan de sterkte hoger is dan min 6d.

    • 3.1. Verplichtingen na een ongeval:

      • 3.1.1. In geval van overlijden van verzekerde is de verzekeringnemer of de begunstigde verplicht de maatschappij hiervan tenminste 48 uur vóór de begrafenis of de crematie in kennis te stellen.

      • 3.1.2. Schade-aanmelding bij invaliditeit.

      • In geval van blijvende invaliditeit van verzekerde is de verzekeringnemer verplicht de maatschappij zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 3 maanden, kennis te geven van een ongeval, waaruit een recht op uitkering wegens blijvende invaliditeit zou kunnen ontstaan. Wordt de aanmelding later gedaan, doch voordat 5 jaar na de ongevalsdatum is verstreken, dan kan niettemin een recht op uitkering ontstaan, mits ten genoegen van de maatschappij wordt aangetoond, dat:

        • de blijvende invaliditeit het uitsluitend gevolg is van een ongeval;

        • de gevolgen van het ongeval niet door ziekte, gebrekkigheid of een abnormale lichaams- of geestesgesteldheid zijn vergroot;

        • de verzekerde in alle opzichten de voorschriften van de behandelend arts heeft opgevolgd.

      • 3.1.3. Sectie.

      • De maatschappij kan in geval van overlijden eisen, dat door middel van een medisch onderzoek (sectie) het ontstaan van het ongeval en/of de doodsoorzaak nader worden onderzocht. Ieder recht op uitkering vervalt, indien de maatschappij niet in staat is een dergelijk onderzoek te laten verrichten omdat de verzekeringnemer medewerking weigert bij het verkrijgen van toestemming van de nabestaande(n) dan wel omdat een betrokken nabestaande(n) weigert toestemming te verlenen.

      • 3.1.4. Verplichtingen verzekerde.

      • De verzekerde is verplicht:

        • zich direct onder geneeskundige behandeling te stellen en daaronder te blijven, indien dit redelijkerwijs is geboden;

        • zich herstel-bevorderend te gedragen door tenminste de voorschriften van de behandelend arts op te volgen;

        • zich desgevraagd op kosten van de maatschappij te laten onderzoeken door een door de maatschappij aan te wijzen arts of zich voor onderzoek te laten opnemen in een door de maatschappij aan te wijzen ziekenhuis of andere medische inrichting;

        • alle door de maatschappij nodig geoordeelde gegevens te verstrekken of te doen verstrekken aan de maatschappij of aan de door de maatschappij aangewezen deskundigen en geen feiten of omstandigheden te verzwijgen, die voor de vaststelling van de mate van blijvende invaliditeit van belang kunnen zijn;

        • tijdig de maatschappij in kennis te stellen bij vertrek naar het buitenland van langer dan twee maanden.

      • 3.1.5. Verplichtingen verzekeringnemer.

      • De verzekeringnemer is verplicht zijn volle medewerking te verlenen aan het nakomen van de in dit artikel onder punt 3.1.4. genoemde verplichtingen door verzekerde. Voor zover de verzekerde personen niet met name worden genoemd op het polisblad of in de bijzondere voorwaarden of bijlagen, kan de maatschappij van verzekeringnemer verlangen aan te tonen, dat een persoon voor wie uitkering wordt verlangd, ten tijde van het ongeval deel uitmaakte van de groep verzekerden zoals omschreven op het polisblad. De maatschappij heeft het recht, de door de verzekeringnemer verstrekte gegevens te verifiëren in de administratie van verzekeringnemer.

      • 3.1.6. Verlies van recht op schadevergoeding.

      • Elk recht op schadevergoeding vervalt:

        • als enige uit deze verzekeringsovereenkomst voortvloeiende verplichting niet is nagekomen en daardoor de belangen van de maatschappij zijn geschaad;

        • als niet binnen 6 maanden, nadat schadevergoeding door de maatschappij is geweigerd, een rechtsvordering is ingesteld;

        • na verloop van 5 jaar de schade heeft plaatsgevonden;

        • in geval van een weigering van de nabestaanden om de maatschappij in staat te stellen een medisch onderzoek te laten verrichten, zoals aangegeven in dit artikel onder punt 3.1.3.

        • in geval verzekeringnemer weigert de maatschappij medewerking te verlenen bij het verkrijgen van toestemming van de nabestaande(n) van verzekerde voor een medisch onderzoek zoals aangegeven in dit artikel onder punt 3.1.3.

        • in geval de verzekeringnemer, verzekerde of een belanghebbende een verkeerde voorstelling van zaken heeft verstrekt aan de maatschappij of aan door de maatschappij aangewezen deskundigen of een onware opgave aan de maatschappij of aan deze deskundigen heeft gedaan.

  • 3. Schade.

    • 3.1. Verplichtingen na een ongeval:

      • 3.1.1. In geval van overlijden van verzekerde is de verzekeringnemer of de begunstigde verplicht de maatschappij hiervan tenminste 48 uur vóór de begrafenis of de crematie in kennis te stellen.

      • 3.1.2. Schade-aanmelding bij invaliditeit.

      • In geval van blijvende invaliditeit van verzekerde is de verzekeringnemer verplicht de maatschappij zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 3 maanden, kennis te geven van een ongeval, waaruit een recht op uitkering wegens blijvende invaliditeit zou kunnen ontstaan. Wordt de aanmelding later gedaan, doch voordat 5 jaar na de ongevalsdatum is verstreken, dan kan niettemin een recht op uitkering ontstaan, mits ten genoegen van de maatschappij wordt aangetoond, dat:

        • de blijvende invaliditeit het uitsluitend gevolg is van een ongeval;

        • de gevolgen van het ongeval niet door ziekte, gebrekkigheid of een abnormale lichaams- of geestesgesteldheid zijn vergroot;

        • de verzekerde in alle opzichten de voorschriften van de behandelend arts heeft opgevolgd.

      • 3.1.3. Sectie.

      • De maatschappij kan in geval van overlijden eisen, dat door middel van een medisch onderzoek (sectie) het ontstaan van het ongeval en/of de doodsoorzaak nader worden onderzocht. Ieder recht op uitkering vervalt, indien de maatschappij niet in staat is een dergelijk onderzoek te laten verrichten omdat de verzekeringnemer medewerking weigert bij het verkrijgen van toestemming van de nabestaande(n) dan wel omdat een betrokken nabestaande(n) weigert toestemming te verlenen.

      • 3.1.4. Verplichtingen verzekerde.

      • De verzekerde is verplicht:

        • zich direct onder geneeskundige behandeling te stellen en daaronder te blijven, indien dit redelijkerwijs is geboden;

        • zich herstel-bevorderend te gedragen door tenminste de voorschriften van de behandelend arts op te volgen;

        • zich desgevraagd op kosten van de maatschappij te laten onderzoeken door een door de maatschappij aan te wijzen arts of zich voor onderzoek te laten opnemen in een door de maatschappij aan te wijzen ziekenhuis of andere medische inrichting;

        • alle door de maatschappij nodig geoordeelde gegevens te verstrekken of te doen verstrekken aan de maatschappij of aan de door de maatschappij aangewezen deskundigen en geen feiten of omstandigheden te verzwijgen, die voor de vaststelling van de mate van blijvende invaliditeit van belang kunnen zijn;

        • tijdig de maatschappij in kennis te stellen bij vertrek naar het buitenland van langer dan twee maanden.

      • 3.1.5. Verplichtingen verzekeringnemer.

      • De verzekeringnemer is verplicht zijn volle medewerking te verlenen aan het nakomen van de in dit artikel onder punt 3.1.4. genoemde verplichtingen door verzekerde. Voor zover de verzekerde personen niet met name worden genoemd op het polisblad of in de bijzondere voorwaarden of bijlagen, kan de maatschappij van verzekeringnemer verlangen aan te tonen, dat een persoon voor wie uitkering wordt verlangd, ten tijde van het ongeval deel uitmaakte van de groep verzekerden zoals omschreven op het polisblad. De maatschappij heeft het recht, de door de verzekeringnemer verstrekte gegevens te verifiëren in de administratie van verzekeringnemer.

      • 3.1.6. Verlies van recht op schadevergoeding.

      • Elk recht op schadevergoeding vervalt:

        • als enige uit deze verzekeringsovereenkomst voortvloeiende verplichting niet is nagekomen en daardoor de belangen van de maatschappij zijn geschaad;

        • als niet binnen 6 maanden, nadat schadevergoeding door de maatschappij is geweigerd, een rechtsvordering is ingesteld;

        • na verloop van 5 jaar de schade heeft plaatsgevonden;

        • in geval van een weigering van de nabestaanden om de maatschappij in staat te stellen een medisch onderzoek te laten verrichten, zoals aangegeven in dit artikel onder punt 3.1.3.

        • in geval verzekeringnemer weigert de maatschappij medewerking te verlenen bij het verkrijgen van toestemming van de nabestaande(n) van verzekerde voor een medisch onderzoek zoals aangegeven in dit artikel onder punt 3.1.3.

        • in geval de verzekeringnemer, verzekerde of een belanghebbende een verkeerde voorstelling van zaken heeft verstrekt aan de maatschappij of aan door de maatschappij aangewezen deskundigen of een onware opgave aan de maatschappij of aan deze deskundigen heeft gedaan.

  • Schademelding en inlichtingen:

  • Van Calcar Assurantiën B.V.

  • Schade-afdeling

  • Postbus 30043

  • 9700 RM GRONINGEN

  • Telefoon: 050 – 5888222

  • Telefax: 050 – 3182942

  • Vermelden polisnummer 09/100136


XNoot
1

Bedoeld wordt de CAO voor de Timmerfabrieken in Nederland welke bij afzonderlijk besluit algemeen verbindend verklaard wordt.

XNoot
1

Zie het aanhangsel bij dit besluit.

XNoot
1

Bedoeld wordt artikel 5 van de CAO voor de Timmerfabrieken in Nederland.

XNoot
1

Algemeen verbindend verklaring heeft geen terugwerkende kracht.