Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 1997, 209Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen

Vervroegde Uittreding 1997/2001

Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST INZAKE VERVROEGDE UITTREDING VOOR DE GROOTHANDEL IN TEXTIELGOEDEREN EN AANVERWANTE ARTIKELEN

AI Nr. 8872

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelezen het verzoek van Sociaal Comité van Werkgevers in de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen als partij te ener zijde mede namens de FNV Dienstenbond, de Dienstenbond CNV en De Unie als partijen te anderer zijde bij de collectieve arbeidsovereenkomst inzake Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Overwegende,

dat genoemde collectieve arbeidsovereenkomst in werking is getreden;

dat van het verzoek tot algemeen verbindendverklaring mededeling is gedaan in de Nederlandse Staatscourant;

dat naar aanleiding van dit verzoek geen schriftelijke bezwaren zijn ingebracht;

dat de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst gelden voor een belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen;

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Besluit:

I. Trekt in zijn besluiten van 29 februari 1996 (Stcrt 1996, nr. 46) en 9 mei 1996 (Stcrt. 1996, nr. 91), voor zover daarin werd overgegaan tot het algemeen verbindendverklaren van bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen, zulks met inachtneming van hetgeen onder IV en V is bepaald;

II. Verklaart algemeen verbindend tot en met 31 december 2001 (en voorzover het betreft artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst en artikel 2 van het bijbehorende reglement tot en met 31 december 1997) de bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst inzake Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen alsmede de daarbij behorende statuten en het reglement van de Stichting Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen, zulks met inachtneming van hetgeen onder III, IV en V is bepaald:

Artikel 1 Definities

  • 1. Werkgever:

  • iedere natuurlijke of rechtspersoon die een in Nederland gevestigde onderneming voert waarbij uitsluitend of in hoofdzaak de groothandelsfunctie wordt uitgeoefend en/of de verwervingsfunctie met betrekking tot textielgoederen en aanverwante artikelen, al of niet voor eigen rekening en risico, met het doel deze goederen aan wederverkopers en/of bedrijfsmatige gebruikers c.q. institutionele afnemers (in binnen- en buitenland) door te leveren.

  • Hiervan is uitgezonderd de handelsagent in textielgoederen en aanverwante artikelen als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Koophandel, die voor de helft of minder dan de helft van de goederenomzet, waaronder begrepen provisieplichtige omzet, de groothandelsfunctie uitoefent, al of niet voor eigen risico, met het doel deze goederen aan eerdergenoemde afnemerscategorieën door te leveren.

  • Onder werkgever dienen gerangschikt te worden onder andere:

    • importeurs die onder eigen naam factureren;

    • exporteurs die onder eigen naam factureren;

    • distributeurs die onder eigen naam factureren;

    • converters die onder eigen naam factureren;

    • dochterondernemingen van produktiebedrijven, die als handels- of verkoopkantoor fungeren;

    • enz.

  • Onder het begrip wederverkopers en/of bedrijfsmatige gebruikers c.q. institutionele afnemers wordt onder andere verstaan:

    • detailhandelaren;

    • organisaties;

    • groothandelaren;

    • supermarkten;

    • gemeenten;

    • im- en exporteurs;

    • cash en carry bedrijven;

    • instellingen;

    • transitohandelaren e.d.

    • industriële bedrijven;

    • ziekenhuizen;

  • ongeacht of de wederverkopers, gebruikers c.q. afnemers in het binnen- of buitenland gevestigd zijn.

  • Onder textielgoederen en aanverwante artikelen wordt verstaan:

  • Zijde, vlokzijde en bourrette

  • Cocons van zijderupsen, ruwe zijde, garens en weefsels van zijde van vlokzijde of van bourrette.

  • Synthetische en kunstmatige continutextiel

  • Garens van weefsels van synthetische of van kunstmatige continuvezels.

  • Metaalgarens

  • Garens en weefsels bestaande uit textielgaren en/of metaalgarens voor kleding, voor stoffering of dergelijk gebruik.

  • Wol, paardehaar (crin) en ander haar

  • Wol in enigerlei vorm, kaardgaren, kamgaren van wol, garens en weefsels van wol, van haar of van paardehaar.

  • Vlas en ramee

  • Vlas en ramee in enigerlei vorm, garens en weefsels van vlas of van ramee.

  • Katoen

  • Katoen in enigerlei vorm, garens en weefsels van katoen en badof frotteerstof (lussendoek) van katoen.

  • Textiel van synthetische of kunstmatige stapelvezels

  • Synthetische of kunstmatige stapelvezels in enigerlei vorm, garens en weefsels van synthetische of van kunstmatige stapelvezels.

  • Andere plantaardige textielvezels, papiergarens en weefsels ervan.

  • Hennep, manillahennep en jute en andere bastvezels, andere plantaardige textielvezels alsmede garens en weefsels ervan.

  • Tapijten en tapisserieën, fluweel, pluche en chenilleweefsels; lint; passementwerk; tule en filetweefsels; kant en borduurwerk

  • Tapijten ook indien geconfectioneerd, kelim-sumak, karamanistof en dergelijke ook indien geconfectioneerd. Tapisserieën met de hand geweven (zoals Gobelins, Vlaamse tapisserieën, aubussons, beauvais en dergelijke) of met de naald vervaardigd ook indien geconfectioneerd.

  • Fluweel, pluche, lussenweefsel en chenilleweefsel, lint alsmede bolduclint; etiketten, insignes en dergelijke artikelen, geweven, niet geborduurd, aan het stuk, in banden of gesneden.

  • Chenillegaren, omwoeld garen, vlechten aan het stuk; ander passementwerk en andere dergelijke versieringsartikelen, aan het stuk, eikels, kwasten, pompons en dergelijke. Tule en filetweefsel; bobinettule, kant aan het stuk, in banden of in de vorm van motieven.

  • Borduurwerk, aan het stuk, in banden of in de vorm van motieven.

  • Watten en vilt, touw en werken van touw, speciale weefsels, geïmpregneerde weefsels en weefsels met een deklaag; technische artikelen van textielstoffen.

  • Watten en artikelen van watten, scheerhaar (tontisse) en noppen, van textielstof. Vilt en viltwaren, gebonden textielvlies alsmede artikelen daarvan. Bindgaren, touw, kabel, alsmede netten vervaardigd daarvan. Weefsels met een deklaag van lijm of van zetmeelachtige stoffen, van de soorten welke gebruikt worden voor het boekbinden, voor het kartonneren, voor foudraalwerk of voor dergelijk gebruik; calqueerlinnen en tekenlinnen; schilderdoek; stijflinnen (buckram) en dergelijke weefsels voor steunvormen van hoeden en dergelijk gebruik. Linoleum, vloerbedekking bestaande uit een deklaag met een rug van textiel.

  • Elastische weefsels van met rubberdraden verbonden textielstoffen.

  • Brandslangen en dergelijke van textielstoffen. Drijfriemen, drijfsnaren en transportbanden van textielstoffen.

  • Weefsels en artikelen voor technisch gebruik van textielstoffen.

  • Brei- en haakwerk

  • Niet elastisch en niet gegummeerd brei- of haakwerk, aan het stuk, handschoenen en wanten en dergelijke, kousen, onderkousen, sokken, voetjes en dergelijke, onderkleding, bovenkleding, kledingtoebehoren. Brei- of haakwerk, elastisch of gegummeerd, aan het stuk, en artikelen daarvan (kniestukken en aderspatkousen daaronder begrepen).

  • Kleding en kledingtoebehoren van textiel

  • Heren- en jongensbovenkleding.

  • Dames-, meisjes- en kinderbovenkleding.

  • Heren-, jongens-, dames-, meisjes- en kinderonderkleding.

  • Kragen, boorden, fronten en manchetten, zakdoeken, sjaals, sjerpen, hoofd- en halsdoeken, mantilles, sluiers, voiles en dergelijke artikelen en dassen.

  • Korsetten, jarretelgordels, korselets (gaines), bustehouders, bretels, jarretels, kousenbanden, sokophouders en dergelijke artikelen, van weefsel, ook indien elastisch.

  • Handschoenen, wanten en dergelijke, kousen en sokken, andere dan die van brei- of haakwerk.

  • Andere geconfectioneerde kledingtoebehoren, sous-bras, schoudervullingen, en dergelijke opvulstukken voor kleding, gordels en koppels, moffen, overmouwen enz.

  • Andere geconfectioneerde artikelen van textielstoffen

  • Tafel-, bedde- en huishoudlinnen. Gordijnen, vitrages en andere artikelen voor stoffering. Zonneschermen voor winkelpuien en dergelijke, tenten en kampeerartikelen.

  • Aanverwante artikelen

  • Artikelen die met enig eerder bedoelde textiele goederen in samenhang ermede gebruikt of toegepast worden of een onderdeel ervan vormen of als hulpmiddel en/of gereedschappen erbij benodigd zijn.

  • 2. Werknemer:

  • iedere man of vrouw in dienst van de in lid 1 bedoelde werkgever met uitzondering van een bestuurder van een NV of BV, diens echtgeno(o)te/partner en familieleden, die niet (meer) verplicht verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen.

  • 3. VUTEGRO:

  • Stichting Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen (VUTEGRO).

  • 4. Verder zijn in deze VUTEGRO-CAO de definities van toepassing als geformuleerd in het VUTEGRO-reglement, dat geacht wordt tezamen met de VUTEGRO-statuten deel uit te maken van deze overeenkomst.

Artikel 2 Werkingssfeer

  • 1. De bepalingen van de VUTEGRO-CAO zijn van toepassing op alle werkgevers en werknemers als bedoeld in artikel 1, definities met inachtneming van het in lid 2 bepaalde.

  • 2. Indien in een onderneming naast het groothandelsbedrijf in textielgoederen en/of aanverwante artikelen tevens een of meer andere bedrijven worden uitgeoefend, geldt voor de toepasselijkheid van de VUTEGRO-CAO in afwijking van het bepaalde in het eerste lid het volgende:

    • a. indien de bedrijven in afzonderlijke afdelingen worden uitgeoefend en de werkgever aantoont dat – gerekend naar de omzet en/of provisieplichtige omzet – in zijn onderneming in hoofdzaak een of meer andere bedrijven worden uitgeoefend, zijn de bepalingen van de VUTEGRO-CAO niet van toepassing op de werknemers in of ten behoeve van de afdeling(en) waarin in hoofdzaak deze andere bedrijven worden uitgeoefend.

    • b. indien de bedrijven niet in afzonderlijke afdelingen worden uitgeoefend en de werkgever aantoont dat – gerekend naar de omzet en/of provisieplichtige omzet – in zijn onderneming in hoofdzaak een of meer andere bedrijven worden uitgeoefend, zijn de bepalingen van de VUTEGRO-CAO niet van toepassing.

Artikel 3 Vrijwillige uittreding

  • 1. Aan werknemers die voldoen aan het gestelde in artikel 2 van het VUTEGRO-reglement wordt de mogelijkheid geboden tot vrijwillig vervroegd uittreden.

  • 2.

    • a. De werknemer die gebruik wenst te maken van de regeling dient zich daartoe minstens 3 maanden voor de gevraagde uittredingsdatum bij de werkgever aan te melden, onder opzegging van zijn dienstverband.

    • Indien zijn verzoek om uitkering door de Stichting niet wordt ingewilligd zal het dienstverband ongewijzigd worden voortgezet;

    • b. de werkgever dient ervoor te zorgen dat binnen één maand na indiening van het in sub 2a van dit artikel bedoelde verzoek, het daartoe bestemde aanvraagformulier bij de administrateur wordt ingediend, waarvan afschrift aan de werknemer wordt verstrekt;

    • c. de laatst mogelijke uittredingsdatum is 6 maanden voor de pensioendatum.

Artikel 4 Uitvoering van de regeling

Voor de uitvoering van de regeling is de VUTEGRO opgericht. Deze Stichting heeft krachtens haar Statuten het geldelijk en administratief beheer opgedragen aan PVF Nederland N.V.

De uitvoering geschiedt volgens de statuten en het reglement van de VUTEGRO, die aan deze overeenkomst zijn gehecht en geacht worden daarvan deel uit te maken.

Artikel 5 Financiering

  • 1. De werkgever is ter financiering van de regeling jaarlijks een bijdrage verschuldigd aan de stichting. Deze bijdrage bedraagt met ingang van 1 januari 19971 5% van som van het voor de werknemers van de werkgever geldende bruto loonsom sociale verzekeringen over het lopende kalenderjaar tot ten hoogste het maximum premiedagloon WW, herleid tot een jaarbedrag.

  • 2. Van de in het eerste lid genoemde bijdrage van 5% wordt 2,5% opgebracht door middel van niet uitbetaalde salarisaanpassingen van de werknemers en 0,85% door inhouding op het aldus gemaximeerde bruto loon sociale verzekeringen van de werknemers.

  • 3.

    • a. De werkgever is verplicht de verschuldigde bijdragen en de daarop betrekking hebbende voorschotten te voldoen op de wijze en tijdstippen als bepaald in het reglement.

    • b. De Stichting is bevoegd van de werkgever te vorderen dat hij op de door de Stichting te bepalen tijdstippen en tot door de Stichting te bepalen bedragen voorschotten op de verschuldigde bijdrage zal betalen.

Artikel 6 Pensioenverzekering

Een eventueel bestaande pensioenverzekering wordt voortgezet tot aan de in de betreffende pensioenregeling genoemde pensioendatum, zodanig dat vervroegde uittreding geen nadelige gevolgen heeft voor de latere pensioenuitkering. De pensioengrondslag wordt gedurende de uitkering van de Stichting aangepast overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, vijfde lid, van het VUTEGRO-reglement.

Artikel 7 Vaste Commissie

Er is een Vaste Commissie. Deze heeft tot taak:

  • 1. Uitspraken te doen in geschillen over de uitlegging en toepassing van de bepalingen van deze overeenkomst.

  • 2. De samenstelling en de werkwijze van deze commissie is bij Reglement nader geregeld.

  • Wat betreft de samenstelling zal een gelijk aantal leden door partij te ener zijde en door partij te anderer zijde worden aangewezen.

  • Dit reglement wordt bij deze overenkomst gevoegd en wordt geacht daarvan deel uit te maken.

  • 3. In geschillen, die door de meest gerede partij aan de Vaste Commissie worden voorgelegd, zal zij beslissen in de vorm van een advies.

Artikel 81

BIJLAGE I – STATUTEN STICHTING VERVROEGDE UITTREDING VOOR DE GROOTHANDEL IN TEXTIELGOEDEREN EN AANVERWANTE ARTIKELEN

Artikel 1 Naam en zetel

  • 1. De stichting draagt de naam: STICHTING VERVROEGDE UITTREDING VOOR DE GROOTHANDEL IN TEXTIELGOEDEREN EN AANVERWANTE ARTIKELEN (VUTEGRO) hierna te noemen „de Stichting".

  • 2. De Stichting is gevestigd te Amsterdam.

Artikel 2 Doel

Het doel van de Stichting is om aan werknemers, die gebruik maken van de in de collectieve arbeidsovereenkomst inzake vervroegde uittreding voor de groothandel in textielgoederen en aanverwante artikelen (VUTEGRO) geboden mogelijkheid om vervroegd uit het arbeidsproces te treden, de daarvoor bij reglement vast te stellen uitkeringen te doen.

Artikel 2A Vrijwillige aansluiting

Het bestuur van de stichting is – te zijner beoordeling en onder nader te stellen voorwaarden – bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten van vrijwillige aansluiting met ondernemingen die een aan de groothandel in textielgoederen en aanverwante artikelen verwant bedrijf uitoefenen.

Artikel 3 Financiële middelen

De financiële middelen van de Stichting bestaan uit:

  • 1. de door werkgevers te storten bijdragen als bedoeld in de collectieve arbeidsovereenkomst;

  • 2. de te kweken rente;

  • 3. andere baten.

Artikel 4 Bestuur

  • 1. Het bestuur van de Stichting bestaat uit acht leden waarvan worden aangewezen:

    • vier leden door het Sociaal Comité van werkgevers in de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen, gevestigd te 's-Gravenhage;

    • twee leden door de FNV Dienstenbond, gevestigd te Woerden;

    • één lid door de Dienstenbond C.N.V., gevestigd te Amsterdam, en

    • één lid door De Unie vakbond voor industrie en dienstverlening, gevestigd te Houten.

  • 2. De leden worden aangewezen voor onbepaalde tijd.

  • 3. De in lid 1 genoemde organisaties hebben te allen tijde het recht de door haar aangewezen bestuursleden te vervangen door andere of daarvoor tijdelijk een plaatsvervanger aan te wijzen.

  • 4. Het bestuurslidmaatschap eindigt door:

    • a. bedanken;

    • b. vervanging overeenkomstig het bepaalde in lid 3 van dit artikel.

Artikel 5 Bevoegdheden van het bestuur

  • 1. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en een plaatsvervangend secretaris.

  • 2. De functies van voorzitter en plaatsvervangend voorzitter worden in de even kalenderjaren vervuld door werkgeversleden en in de oneven kalenderjaren door werknemersleden. Omgekeerd worden de functies van secretaris en plaatsvervangend secretaris in de oneven kalenderjaren vervuld door werkgeversleden en in de even kalenderjaren door werknemersleden.

  • 3. De voorzitter en de secretaris vertegenwoordigen gezamenlijk de Stichting in en buiten rechte. Bij ontstentenis of belet van de voorzitter respectievelijk de secretaris treedt in zijn plaats de plaatsvervangende voorzitter respectievelijk de plaatsvervangende secretaris op.

  • 4. Het bestuur draagt zorg voor de uitvoering van de statuten en het reglement van de Stichting. Het is bevoegd tot alle daden van beheer en beschikking binnen de kring van de doelstelling van de Stichting.

  • 5. Het administratief en geldelijk beheer wordt onder verantwoordelijkheid van het bestuur en met inachtneming van een door het bestuur vastgestelde instructie gevoerd door een door het bestuur tot wederopzegging benoemde administrateur.

  • 6. Het bestuur draagt zorg dat de gelden op solide wijze worden belegd.

  • 7. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen.

Artikel 6 Vergaderingen

  • 1. Het bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter of tenminste twee bestuursleden dit nodig achten.

  • 2. De wijze en termijn van oproeping worden bij bestuursbesluit geregeld.

  • 3. De leden van het bestuur ontvangen voor elke door hen bijgewoonde vergadering van het bestuur een jaarlijks door het bestuur vast te stellen vacatiegeld.

  • Reis- en verblijfkosten, door de leden van het bestuur in hun functie gemaakt, worden vergoed volgens door het bestuur vast te stellen regelen.

  • 4. Indien door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de wens daartoe te kennen wordt gegeven, wordt in overleg tussen het bestuur van de Stichting en de Minister een waarnemer toegelaten.

  • Waarnemers zijn gerechtigd tot het bijwonen van alle bestuursvergaderingen en ontvangen alle voor bestuursleden bestemde stukken.

Artikel 7 Besluitvorming

  • 1. Het bestuur kan geen besluiten nemen indien niet tenminste twee van de door de werkgeversorganisatie aangewezen bestuursleden en twee van de door de werknemersorganisaties aangewezen bestuursleden, als genoemd in artikel 4, aanwezig zijn.

  • 2. De besluiten van het bestuur worden, voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, genomen bij meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen en stemmen van onwaarde worden als niet uitgebrachte stemmen beschouwd.

  • Elk werkgeverslid heeft evenveel stemmen als het aantal aanwezige werknemersleden. Elk werknemerslid heeft evenveel stemmen als het aantal aanwezige werkgeversleden.

  • 3. Bij staking van stemmen wordt het voorstel in de volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen dan opnieuw, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

  • 4. Over zaken wordt mondeling, over personen schriftelijk gestemd. Het bestuur is evenwel bevoegd indien de meerderheid daartoe besluit, de stemming op een andere wijze te houden.

  • 5. In afwijking van het bepaalde in de voorgaande leden kan besluitvorming door het bestuur ook schriftelijk tot stand komen, mits alle bestuursleden hun stem uitbrengen. Het bepaalde in de leden 2 en 3 is daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat bij staking van stemmen het voorstel in de eerstkomende vergadering aan de orde wordt gesteld.

Artikel 8 Verantwoording en boekjaar

  • 1. Jaarlijks na afloop van het boekjaar stelt het bestuur een door een externe registeraccountant gecontroleerde balans, rekening van baten en lasten en verslag over de toestand van de Stichting vast. Ten blijke van de vaststelling worden deze stukken door de voorzitter en de secretaris van de Stichting ondertekend.

  • 2. De in het vorige lid bedoelde accountant wordt door het bestuur benoemd.

  • 3. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

  • 4. Het verslag wordt op aanvraag aan de bij de Stichting betrokken (organisaties van) werkgevers en werknemers toegezonden tegen betaling van de daaraan verbonden kosten.

  • 5. Het verslag wordt ten kantore van de Stichting alsmede op één of meer door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te wijzen plaatsen ter inzage neergelegd ten behoeve van de bij de Stichting betrokken werkgevers en werknemers.

Artikel 9 Statutenwijziging en ontbinding

  • 1. Besluiten tot wijziging van de statuten, respectievelijk ontbinding van de Stichting, kunnen slechts worden genomen met algemene stemmen in een vergadering waarin tenminste zes bestuursleden aanwezig zijn.

  • Deze besluiten behoeven de goedkeuring van de in artikel 4 genoemde organisaties.

  • 2. Het ontbindingsbesluit duidt tevens de bestemming van een eventueel batig saldo van de vereffening aan. Deze bestemming zal zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met het doel van de Stichting.

  • 3. Een statutenwijziging treedt in werking nadat:

    • a. een notariële akte is opgemaakt en

    • b. een door het bestuur gewaarmerkt exemplaar van de wijziging is neergelegd ter Griffie van het kantongerecht te Amsterdam.

  • 4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen de statuten ook door middel van schriftelijke besluitvorming gewijzigd worden, mits uitstel tot de eerstvolgende vergadering niet wenselijk is en alle bestuursleden hun stem uitbrengen. Het voorstel tot wijziging van de statuten dient met algemene stemmen goedgekeurd te worden. Het bepaalde in de laatste volzin van het eerste lid is van toepassing.

Artikel 10 Reglement

  • 1. Het bestuur stelt een reglement vast. De bepalingen van het reglement mogen niet in strijd zijn met deze statuten.

  • 2. Ten aanzien van besluiten tot vaststelling of wijziging van het reglement is het bepaalde in artikel 9, eerste lid, derde lid onder b, en vierde lid, van toepassing. Deze besluiten behoeven de goedkeuring van de in artikel 4 genoemde organisaties.

Artikel 11 Beheer geldmiddelen

  • 1. Voor zover gelden van de Stichting voor belegging beschikbaar zijn, worden deze gelden door het bestuur belegd, met inachtneming van in redelijkheid daaraan te stellen eisen van liquiditeit, rendement en risicoverdeling.

  • 2. Gerede gelden worden in rekening-courant gestort bij de administrateur. De titels betreffende geldleningen op onderhandse schuldbekentenis worden bewaard in de kluis van de administrateur.

  • 3. Effecten en andere geldswaardige papieren worden zoveel mogelijk in bewaring gegeven bij algemene handelsbanken.

  • 4. Het bestuur zal de kosten van beheer van de geldmiddelen en de wijze van verrekening van die kosten vaststellen.

Artikel 12 Slotbepaling

In alle gevallen waarin de statuten niet voorzien, beslist het bestuur.

BIJLAGE II – REGLEMENT STICHTING VERVROEGDE UITTREDING VOOR DE GROOTHANDEL IN TEXTIELGOEDEREN EN AANVERWANTE ARTIKELEN

Artikel 1 Definities

  • VUTEGRO-CAO: de CAO inzake Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen.

  • Stichting: de Stichting Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen.

  • Bestuur: het bestuur van de Stichting.

  • Reglement: het reglement inzake Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen.

  • Regeling: de regeling inzake Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen, zoals omschreven in VUTEGRO-CAO, statuten en reglement VUTEGRO.

  • Werkgever: de werkgever zoals omschreven in de VUTEGRO-CAO.

  • Werknemer: de werknemer zoals omschreven in de VUTEGRO-CAO.

  • Deelnemer: de werknemer op wie de regeling van toepassing is en wiens verzoek om aan de regeling te mogen deelnemen door de Stichting is ingewilligd.

  • Pensioendatum: de eerste van de maand, waarin de deelnemer de leeftijd van 65 jaar bereikt.

  • Refertedatum: de datum, die 3 maanden voor de datum van uittreding ligt.

  • SV-uitkering: een uitkering krachtens de ZW, WAO/AAW, WW of IOAW, dan wel een combinatie van genoemde uitkeringen, een en ander eventueel aangevuld met (een) uitkering(en) ingevolge de Toeslagenwet de IOAW of de RWW.

Artikel 2 Voorwaarden van deelneming

  • 1. De werknemer moet om aan de regeling te kunnen deelnemen

    • a. 60 jaar of ouder zijn in de maand waarin hij gaat deelnemen;

    • b. gerekend vanaf het moment van deelneming 5 jaar ononderbroken als werknemer werkzaam zijn geweest bij één of meerdere werkgevers als bedoeld in artikel 1 behoudens:

      • een onderbreking van 1 jaar of minder wegens arbeidsongeschiktheid of werkloosheid, ter beoordeling van het bestuur;

      • andere onderbrekingen van beperkte duur, ter beoordeling van het bestuur;

    • c. niet in aanmerking komen voor een volledige SV-uitkering;

    • d. niet in aanmerking komen voor loondoorbetaling tijdens ziekte als bedoeld in artikel 629, Boek 7, van het Burgerlijk Wetboek;

    • e. niet onder een afvloeiingsregeling of non-activiteitsregeling vallen;

    • f. het dienstverband beëindigd hebben;

    • g. ook overigens voldoen aan alle in dit reglement gestelde voorwaarden.

  • 2.

    • a. De werknemer die gebruik wenst te maken van de regeling dient zich daartoe minstens 3 maanden voor de gevraagde uittredingsdatum bij de werkgever aan te melden onder opzegging van zijn dienstverband.

    • Indien zijn verzoek om uitkering door de Stichting niet wordt ingewilligd zal het dienstverband ongewijzigd worden voortgezet;

    • b. de werkgever dient ervoor te zorgen dat binnen een maand na indiening van het sub 2a van dit artikel bedoelde verzoek, het daartoe bestemde aanvraagformulier bij de administrateur wordt ingediend, waarvan afschrift aan de werknemer wordt verstrekt;

    • c. de deelneming kan uitsluitend aanvangen aan het begin van een kalendermaand nadat aan alle voorwaarden is voldaan;

    • d. de laatst mogelijke uittredingsdatum is 6 maanden voor de pensioendatum;

    • e. de deelneming eindigt automatisch bij het bereiken van de pensioendatum.

Artikel 3 Uitkeringsgrondslag

  • 1. Als grondslag voor de uitkering geldt het vaste salaris op de refertedatum, aangepast met de vanaf refertedatum tot aan de datum van uittreden toegekende algemene loonsverhogingen in de bedrijfstak en herleid tot een jaarbedrag.

  • Onder salaris wordt verstaan het maandsalaris, inclusief vakantietoeslag, waarderingspremie, prestatiebeloning en vaste gratificatie plus die onderdelen van het inkomen die bij de normale arbeidsduur tot het vaste salaris behoren.

  • 2. Indien de beloning van de deelnemer ten dele uit provisie bestond, wordt het volgens het eerste lid vastgestelde bedrag verhoogd met de provisiebedragen over de 12 maanden voorafgaande aan de refertedatum.

  • 3. Indien de werknemer in aanmerking komt voor een vergoeding voor de arbeidsduurverkorting ingevolge het besluit Taakverlichting alleenstaande werkenden/AAW (TAW) wordt de volgens de voorgaande leden berekende uitkeringsgrondslag vermenigvuldigd met de breuk:

  • a + b

  •  a

  • waarbij a = het direct voor uittreding bij werkgever gewerkte uren per week

  • en b = uren arbeidsduurverkorting per week met vergoeding ingevolge het besluit TAW.

  • 4. De uitkeringsgrondslag vastgesteld volgens de voorgaande leden van dit artikel is ten hoogste gelijk aan 115% van het bedrag dat als uitkeringsgrondslag zou zijn vastgesteld als de datum van uittreden één jaar eerder zou liggen.

  • 5. Indien de met de werkgever overeengekomen wekelijkse arbeidsduur van de werknemer in de periode van vijf jaar voorafgaande aan de datum van uittreden heeft afgeweken van de met de werkgever overeengekomen wekelijkse arbeidsduur direct voorafgaande aan de datum van uittreden, dan wordt de uitkeringsgrondslag als volgt vastgesteld. De volgens het bepaalde in de eerste drie leden van dit artikel berekende uitkeringsgrondslag wordt herberekend alsof de werknemer de normale in de bedrijfstak geldende wekelijkse arbeidsduur heeft gewerkt.

  • Vervolgens wordt de aldus berekende uitkeringsgrondslag vermenigvuldigd met een gewogen parttime-breuk. Deze breuk luidt als volgt:

  • a x b + c x d + e x f (enz)

  • 60

  • Hierin is:

  • b, d en f = de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur uitgedrukt in een percentage van de normale in de bedrijfstak geldende wekelijkse arbeidsduur

  • a, c en e = de periode gedurende welke de overeengekomen wekelijkse arbeidsduur ongewijzigd heeft voortgeduurd."

  • 6. De uitkeringsgrondslag is maximaal gelijk aan het maximum premiedagloon WW, herleid tot een jaarbedrag, dat geldt ten tijde van de ingang van de uitkering.

Artikel 4 Uitkering

  • 1.

    • a. Bij uittreding bedraagt de bruto-uitkering bij de aanvang van de deelneming een percentage van de uitkeringsgrondslag, herleid tot een maandbedrag.

    • b. Het onder a. bedoelde percentage – hierna te noemen het bruto-percentage – wordt als volgt bepaald.

    • Telkens wanneer daartoe, gezien de geldende loonbelastingtarieven en sociale verzekeringspremies aanleiding bestaat, stelt de Stichting per leeftijdscategorie van uittreding een voor alle tot dezelfde categorie behorende groep deelnemers gelijk bruto-percentage vast. Dit bruto-percentage wordt zodanig vastgesteld, dat de netto-uitkering bij de aanvang van de deelneming gelijk of nagenoeg gelijk is aan een percentage van het netto-loon dat een deelnemer zou ontvangen als hij op dat tijdstip nog bij zijn laatste werkgever in dienst zou zijn met een bruto-loon gelijk aan 1/12 deel van de uitkeringsgrondslag.

    • Het in de vorige volzin bedoelde netto percentage bedraagt;

      • bij uittreden op 60-jarige leeftijd 82,5;

      • bij uittreden op 61-jarige leeftijd 85,0;

      • bij uittreden op 62-jarige leeftijd 87,5;

      • bij uittreden op 63-jarige leeftijd 90,0;

      • bij uittreden op 64-jarige leeftijd 90,0.

    • c. Indien en zodra tijdens de looptijd van de uitkering de Stichting krachtens lid 1, sub b, een gewijzigd bruto-percentage vaststelt, wordt de bruto-uitkering van de deelnemer gewijzigd door vermenigvuldiging met een breuk. De teller van deze breuk is gelijk aan het nieuwe bruto-percentage en de noemer is gelijk aan het tot dan toe geldende bruto-percentage.

  • 2. De netto-uitkering is tenminste gelijk aan 110% van het bedrag dat als volgt wordt berekend:

    • a. het op het moment van uittreden geldende bruto wettelijk minimumloon op jaarbasis wordt verhoogd met een vakantietoeslag van 8%;

    • b. het aldus berekende bedrag wordt herleid tot een netto bedrag;

    • c. het aldus berekende jaarbedrag wordt herleid tot een maandbedrag.

    • Indien minder is gewerkt dan de gebruikelijke arbeidsduur wordt de minimumuitkering in verhouding verlaagd.

  • 3. In afwijking van het bepaalde in lid 2 bedraagt de netto-uitkering van de deelnemer niet meer dan het op de refertedatum geldende netto bedrag van het salaris als bedoeld in artikel 3 lid 1, herleid tot een jaarbedrag.

  • 4. In alle voorgaande leden wordt bij het bepalen van de netto-bedragen en het bepalen van de netto-uitkeringen geen rekening gehouden met de voor de werknemer/uittreder geldende persoonlijke omstandigheden.

  • 5. Alle volgens de voorgaande leden van dit artikel vastgestelde bruto- uitkeringen worden – onverminderd het bepaalde in het eerste lid onder c – aangepast bij een algemene wijziging van de lonen in de bedrijfstak.

  • De aanpassingen worden door het bestuur van de Stichting vastgesteld overeenkomstig de hiervoor bedoelde algemene wijziging en met inachtneming van eventuele overheidsmaatregelen.

  • 6. De uitkering wordt in maandelijkse termijnen (in de tweede helft van de maand) uitbetaald. De betaling van de uitkering vangt aan in de maand waarin de deelneming is begonnen en blijft – behoudens het elders in dit reglement bepaalde – voortduren tot de pensioendatum."

Artikel 5 Inhoudingen

Door de Stichting worden op de uitkeringen ingehouden:

  • de verschuldigde loonheffing;

  • het werknemersaandeel in de premie voor de ziekenfondswet, indien de deelnemer krachtens deze wet verzekerd is;

  • het eventuele werknemersaandeel in de pensioenpremie krachtens de voor de deelnemer bij zijn laatste werkgever geldende pensioenregeling.

De ingehouden bedragen worden door de Stichting aan de betreffende instanties, resp. aan de laatste werkgever overgemaakt.

Artikel 6 Financiële verplichtingen

  • 1. De stichting neemt – naast de uitkering – voor haar rekening het werkgeversaandeel in de premie voor de ziekenfondswet of, indien de deelnemer niet verzekerd is krachtens de ziekenfondswet, de werkgeversbijdrage in de particuliere ziektekostenverzekering, of in een collectieve ziektekostenverzekering met als maximum de maximale werkgeversbijdrage in de premie voor de ziekenfondswet.

  • 2. De volgens het vorige lid voor de rekening van de Stichting komende premies en bijdragen worden door de Stichting aan de betreffende instanties respectievelijk aan de laatste werkgever overgemaakt;

  • 3. De Stichting betaalt aan de deelnemer de ingevolge de Wet overheveling opslagpremies verschuldigde overhevelingstoeslag.

Artikel 7 Vermindering, respectievelijk wijziging van rechten

Wanneer een deelnemer bij het begin van of tijdens zijn deelnemerschap in aanmerking komt voor een SV-uitkering, dan dient hij zulks te melden aan de Stichting.

De betreffende SV-uitkeringen worden in mindering gebracht op de door de Stichting te verstrekken uitkering. De deelnemer is verplicht elke wijziging betreffende de SV-uitkering direct aan de Stichting te melden.

Artikel 8 Verrichten van arbeid

Indien de deelnemer tegen beloning werkzaamheden gaat verrichten, hetzij in loondienst hetzij anders dan in loondienst, is hij verplicht dit te melden bij de Stichting.

De uit deze werkzaamheden anders dan in loondienst genoten inkomsten worden in mindering gebracht op de door de Stichting te verstrekken uitkering, voorzover de som van deze inkomsten en de uitkering tezamen meer zouden bedragen dan 100% van de uitkeringsgrondslag.

De deelnemer is verplicht wijzigingen in de hierboven bedoelde neveninkomsten onverwijld aan de Stichting te melden.

Artikel 9 Beëindiging/terugvordering van de uitkering

  • 1. De uitkering wordt beëindigd:

    • a. indien de deelnemer opnieuw in loondienst treedt;

    • b. bij het bereiken van de pensioendatum;

    • c. bij overlijden van de deelnemer.

  • 2. In geval van overlijden van de deelnemer eindigt de vut-uitkering op de laatste dag van de maand waarin het overlijden plaatsvond. In dit geval wordt aan de nagelaten betrekkingen zoals omschreven in artikel 674a, Boek 7 BW een overlijdensuitkering verstrekt. Deze uitkering is gelijk aan een bedrag van twee maal de hoogte van de vut-uitkering over de maand waarin het overlijden van de deelnemer plaatsvond.

  • 3. Indien ten onrechte een uitkering is betaald, of indien te veel is betaald, kan het bestuur de uitkering beëindigen of verminderen en het teveel betaalde terugvorderen.

Artikel 10 Vaststelling en betaling van de bijdrage

  • 1. De werkgever is verplicht op de tijdstippen, op de wijze en over de tijdvakken als door de Stichting is bepaald, de gegevens te verstrekken die het bestuur nodig heeft om de door de werkgever volgens de VUTEGRO-CAO verschuldigde bijdrage of de door de Stichting te vorderen voorschot bijdrage vast te stellen.

  • Indien de werkgever niet, niet tijdig of onvolledig de benodigde gegevens aan de stichting verstrekt, is de stichting bevoegd de hoogte van de bijdrage of het voorschot naar beste weten zelf vast te stellen. De kosten van het vergaren en verstrekken van de door de stichting gewenste informatie komen voor rekening van de werkgever.

  • 2. De werkgever is verplicht de bijdrage die volgens de VUTEGRO-CAO verschuldigd is, bij vooruitbetaling binnen 28 dagen na de dagtekening van de desbetreffende nota van de Stichting te voldoen. De Stichting is bevoegd van de werkgever te vorderen dat hij op de door de Stichting te bepalen tijdstippen en tot door de Stichting te bepalen bedragen voorschotten op de verschuldigde bijdrage zal betalen.

  • Bij niet-tijdige betaling van de voorschottermijn wordt het gehele resterende bedrag van de voorschotnota direct opeisbaar.

  • 3. Krachtens het in de VUTEGRO-CAO bepaalde is de bijdrage vastgesteld op 5% van de som van het voor de werknemers van de werkgever geldende bruto loonsom sociale verzekeringen over het lopende kalenderjaar, tot ten hoogste het maximum premiedagloon WW, herleid tot een jaarbedrag. Van de bijdrage wordt 2,5% opgebracht door middel van niet uitgekeerde salaris-aanpassingen van de werknemers en 0,85% door inhouding op het aldus gemaximeerde bruto loon sociale verzekeringen, een en ander overeenkomstig het in de VUTEGRO-CAO bepaalde.

Artikel 11 Sancties bij niet-tijdige betaling van de bijdrage

  • 1. Bij niet tijdige betaling van de verschuldigde bijdrage of het verschuldigde voorschot is de werkgever door het enkele verloop van de termijn in verzuim.

  • 2. Het bestuur is dan bevoegd te vorderen:

    • rente over het verschuldigde bedrag van de dag af dat het verschuldigde betaald had moeten zijn;

    • vergoeding van de buitengerechtelijke invorderingskosten, onverminderd de overige kosten van vervolging verschuldigd volgens de wet.

  • 3. Rente wordt berekend naar het percentage van de wettelijke interest als bedoeld in artikel 119 jo. 120 Boek 6 Burgerlijk Wetboek, dat geldt op de datum waarop de rente door de Stichting wordt gevorderd.

  • De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op 15% van het verschuldigde bedrag, met een minimum van f. 100,–.

Artikel 12 Verplichting tot opgave van gegevens en controle

  • 1. De werknemer, die een verzoek tot vervroegde uittreding indient en de werkgever zijn verplicht de door de administrateur voor de behandeling van de aanvrage benodigde gegevens te verstrekken.

  • 2. De werknemer die een uitkering ingevolge de regeling geniet, is verplicht om aan de administrateur opgave te doen van de gegevens, die de administrateur voor de uitvoering van dit reglement behoeft.

  • 3. De Stichting zal controle uitoefenen op naleving van alle voorwaarden van dit reglement.

Artikel 13 Geschillen

Indien de deelnemer of aspirant-deelnemer meent niet akkoord te kunnen gaan met een beslissing van de Stichting betreffende toelating, uitkering dan wel vervallen van deelnemerschap dan wel indien de deelnemer of aspirant-deelnemer meent dat hij op andere wijze in het nadeel is door een genomen beslissing, kan hij binnen een maand na dagtekening van schriftelijke beslissingen in beroep gaan bij de Vaste Commissie, als bedoeld in artikel 7 van de VUTEGRO-CAO.

Artikel 14 Slotbepaling

  • 1. In gevallen, waarin toepassing van de regeling tot onbillijkheden leidt, kan het bestuur een beslissing nemen die afwijkt van de bepalingen van dit reglement.

  • 2. In onvoorziene omstandigheden beslist het bestuur.

  • 3. Dit reglement vormt een onafscheidelijk geheel met de VUTEGRO-CAO.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Dit reglement is in werking getreden met ingang van 1 januari 1980 en is laatstelijk gewijzigd:

  • wat betreft artikel 3 per 30 november 1994;

  • wat betreft artikel 6 per 1 januari 1996; en

  • wat betreft artikel 5 per 1 juli 1996.

REGLEMENT VOOR DE VASTE COMMISSIE, BEDOELD IN ART. 7 VAN DE VUTEGRO-CAO STICHTING VERVROEGDE UITTREDING VOOR DE GROOTHANDEL IN TEXTIELGOEDEREN EN AANVERWANTE ARTIKELEN

Artikel 1 Definities

  • 1. Voor wat de in dit reglement gebruikte terminologie betreft, is artikel 1 van het reglement behorende bij de CAO inzake Vervroegde Uittreding voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen van toepassing.

  • 2. De Vaste Commissie zal hierna worden genoemd „De commissie",

Artikel 2 Samenstelling van de Commissie

  • 1. De commissie bestaat uit 6 leden, alsmede 6 plaatsvervangende leden, waarvan 3 leden, alsmede hun plaatsvervangers, worden aangewezen door de werkgeversorganisatie en 3 leden, alsmede hun plaatsvervangers, door de gezamenlijke werknemersorganisaties.

  • 2. Een lid van de Commissie, dat rechtstreeks bij het geschil is betrokken, dient zich bij de behandeling hiervan door zijn plaatsvervanger te laten vervangen.

Artikel 3 Voorzitterschap

De leden der Commissie benoemen bij meerderheid van stemmen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter, respectievelijk uit werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers.

Het voorzitterschap wisselt om het jaar, zodat het ene jaar één der werkgeversleden voorzitter is en het volgend jaar één der werknemersleden.

Artikel 4 Duur van het lidmaatschap

  • 1. De leden der Commissie hebben voor onbepaalde tijd zitting.

  • 2. In een vacature wordt binnen één maand voorzien door de organisatie, welke het aftredende lid had benoemd.

Artikel 5 Beëindiging van het lidmaatschap

Het lidmaatschap der Commissie eindigt door:

  • a. bedanken;

  • b. overlijden;

  • c. de verklaring van de organisatie, welke de benoeming deed, dat betrokkene niet langer als lid fungeert.

Artikel 6 Secretariaat

Het secretariaat van de Commissie is opgedragen aan PVF Nederland N.V., gevestigd te Amsterdam.

Artikel 7 Beraadslagen en stemmen

  • 1. Beslissingen kunnen slechts worden genomen, indien tenminste 4 leden respectievelijk plv. leden der Commissie aanwezig zijn.

  • 2. Bij dispariteit in de aanwezigheid brengt elk der leden zoveel stemmen uit als van de andere partij leden aanwezig zijn.

  • 3. De commissie neemt haar besluiten bij gewone meerderheid van stemmen en geeft haar beslissingen schriftelijk en met redenen omkleed. De leden handelen daarbij als goede mannen naar billijkheid.

  • 4. Bij staking van stemmen en indien ook bij nadere beraadslagingen niet alsnog een beslissing kan worden genomen, onthoudt de Commissie zich van een advies en hebben de partijen bij het geschil de bevoegdheid het geschil aan de burgerlijke rechter ter beslissing voor te leggen.

Artikel 8 Behandeling van geschillen

  • 1. Geschillen worden door één der partijen of beide partijen bij het secretariaat der Commissie schriftelijk aanhangig gemaakt.

  • 2. Het secretariaat stelt de wederpartij op de hoogte van het geschil door toezending van een afschrift van het schrijven van de klagende partij.

  • 3. De wederpartij is bevoegd binnen 14 dagen na verzending door het secretariaat van het in het vorig lid bedoelde schrijven, schriftelijk van haar zienswijze kennis te geven.

  • 4. Partijen bij het geschil, hun waarnemer of één of meer leden der Commissie zijn bevoegd één of meer getuigen of deskundigen bij de mondelinge behandeling van het geschil mede te brengen, opdat deze door de Commissie worden gehoord, mits de naam, woonplaats en functie van de mede te brengen getuigen of deskundigen minstens 6 dagen van te voren aan het secretariaat zijn bericht.

Artikel 9

  • 1. De Commissie is bevoegd, alvorens een beslissing te nemen, nadere inlichtingen in te winnen zowel van partijen als van derden.

  • Zij is bevoegd partijen, getuigen en deskundigen ter nadere toelichting op te roepen om in haar vergadering te verschijnen.

  • Een dergelijke oproep dient te geschieden met inachtneming van een termijn van 14 dagen.

  • 2. Uit de weigering van partijen om gevraagde inlichtingen te verstrekken of om ter vergadering te verschijnen, zal de Commissie conclusies trekken, welke haar geraden voorkomen.

Artikel 10 Kosten

De Commissie bepaalt, bij haar uitspraak, de kosten van haar zelve en van die partijen bij het geschil, alsmede door welke partijen of in welke verhouding door partijen die kosten zullen worden gedragen.

III. Indien en voor zover de onder II opgenomen bepalingen strijdig zijn met (mede) ter zake van de vaststelling van lonen en/of andere arbeidsvoorwaarden bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.

IV. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van publicatie in de Nederlandse Staatscourant.

V. Dit besluit wordt gepubliceerd door plaatsing in een bijvoegsel bij de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage, 27 oktober 1997

C. J. Meerhof.


XNoot
1

Algemeen verbindendverklaring heeft geen terugwerkende kracht.

XNoot
1

Indien deze overeenkomst wordt beëindigd, wordt evenwel het onderdeel van deze overeenkomst regelende financiering van de aanspraak op vervroegd uittreden als bedoeld in artikel 5 van de cao gecontinueerd tot en met het tijdstip dat de personen, die op basis van deze overeenkomst vervroegd zijn uitgetreden geen aanspraak meer aan de Stichting VUTEGRO kunnen ontlenen.