Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatscourant 1997, 179 pagina 14Overig

Ontwerp-besluit aanpassing a.m.v.b.’s aan derde tranche A.w.b. (ruimtelijke ordening)

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer maakt bekend dat ten aanzien van het onderstaande ontwerp van een algemene maatregel van bestuur gedurende vier weken na dagtekening van deze Staatscourant opmerkingen te harer kennis kunnen worden gebracht. Adres: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, CDJZ/afdeling Wetgeving (ipc 115), postbus 20951, 2500 EZ ’s-Gravenhage.

Besluit van ... No. ... houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.,

Op de voordracht van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van ..., nr. MJZ..., Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op de Luchtvaartwet, de Waterleidingwet, de Wet bodembescherming, de Wet geluidhinder, de Wet inzake de luchtverontreiniging, de Wet milieubeheer, Wet op de architectentitel en de Wet op de Ruimtelijke Ordening;

Raad van State gehoord (advies van ..., nr. ...);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van ..., nr. MJZ ..., Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Luchtvaartwet

Enig artikel

In artikel 5, eerste lid, van het Besluit geluidsbelasting kleine luchtvaart wordt ’de beleidsvoornemens’ vervangen door: beleidsregels.

Hoofdstuk 2. Waterleidingwet

Enig artikel

Het Waterleidingbesluit wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder eigenaar:eigenaar van een waterleidingbedrijf.

B

Hoofdstuk II vervalt.

C

In de artikelen 4, vierde lid, 6, eerste en vierde tot en met achtste lid, 11, eerste lid, onderdeel b, 17b en 21, tweede lid, wordt ’de inspecteur van de volksge-zondheid, belast met het toezicht op de hygiëne van het milieu’ telkens vervangen door: de inspecteur.

D

Artikel 12 vervalt.

E

In artikel 18, tweede lid, 19, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdelen a en b, derde en vierde lid, 21, derde en vierde lid, 22, onderdelen a en b en 23, eerste lid, wordt ’de geneeskundige inspecteur’ telkens vervangen door: de inspecteur.

Hoofdstuk 3. Wet bodembescherming

Enig artikel

In artikel 9, vierde lid, van het Besluit opslaan in ondergrondse tanks vervalt ’aan degene die opslaat,’.

Hoofdstuk 4. Wet geluidhinder

Enig artikel

Het Besluit zonering buitenlandse luchtvaarttereinen Noord- en Midden-Limburg wordt gewijzigd als volgt:

A

In het opschrift van paragraaf 1 van hoofdstuk VI wordt ’Bijdrage’ vervangen door: Subsidie.

B

Artikel 18 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’bijdrage in de kosten van te treffen geluidwerende voorzieningen’ vervangen door ’subsidie terzake van de te treffen geluidwerende voorzieningen’.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

C

In artikel 19, eerste, tweede en derde lid, wordt ’de voorlopige hoogte van de bijdrage’ telkens vervangen door: het bedrag van de subsidie.

D

In artikel 20, eerste en tweede lid, aanhef, wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

E

Artikel 21 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt gewijzigd als volgt:

a. In de aanhef wordt ’verstrekt’ vervangen door ’betaalt’ en ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

b. In onderdeel a wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door ’subsidie’ en wordt ’verstrekt’ vervangen door: betaalt.

F

In artikel 22, tweede en vierde lid, wordt telkens ’verstrekt’ vervangen door: betaald.

G

Artikel 23 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. In het tweede lid wordt ’bijdragen’ vervangen door: subsidie.

H

Artikel 24 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ vervangen door ’subsidie’ en wordt ’verstrekte’ telkens vervangen door: ’betaalde’.

I

De artikelen 25, derde lid, 26 en 27 vervallen.

J

In artikel 28 wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

K

In artikel 29 worden het eerste en het tweede lid - onder vernummering van het derde lid tot tweede lid - vervangen door een lid, luidende:

1. Onze Minister geeft, indien uit een onderzoek mocht blijken dat de geluidwerende voorzieningen niet voldoen aan de in artikel 10 bedoelde kwaliteit, het gemeentebestuur van Roermond de gelegenheid om de geluidwerende voorzieningen alsnog te voltooien of aan te vullen dan wel opnieuw te treffen binnen een door hem te bepalen termijn.

L

In artikel 30 vervalt ’, tweede en derde lid’.

M

In artikel 31 wordt ’De verlening van een bijdrage’ vervangen door: De verstrekking van de subsidie.

N

Na artikel 34 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 35

Voor bijdragen verleend of vastgesteld krachtens dit besluit waarvoor titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht ingevolge artikel III, eerste lid, van de wet van 20 juni 1996, Stb. 1996, 333, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht), niet van toepassing is, gelden de bepalingen van dit besluit zoals ze luidden vóór in werkingtreding van het besluit van ..., houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (Stb. ...).

Hoofdstuk 5. Wet milieubeheer

Artikel I

Het Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

A

Het opschrift van hoofdstuk 2 komt te luiden:

Hoofdstuk 2. Incidentele subsidie.

B

Het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 1, komt te luiden:

Afdeling 1. Subsidie geluidhinderbestrijding industrielawaai.

C

Artikel 2a komt te luiden:

Artikel 2a

Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de subsidie-aanvraag, bedoeld in artikel 5. De regels kunnen betrekking hebben op bij de aanvraag over te leggen gegevens en bescheiden.

D

Artikel 2b wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’bijdrage’ vervangen door ’subsidie’ en vervalt ’3c, eerste lid,’.

2. In het tweede lid, wordt ’bijdragen’ vervangen door: subsidie.

E

In het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 1.4, wordt ’bijdrage in de kosten’ vervangen door: subsidie.

F

In artikel 5 wordt ’bijdrage verlenen in’ vervangen door: subsidie verlenen terzake van.

G

In de artikelen 5a en 5b wordt ’bijdrage in de kosten’ telkens vervangen door: subsidie.

H

In het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 1.5, wordt ’Bijdragen in’ vervangen door: Subsidie terzake van.

I

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1) Het subsidieplafond ter uitvoering van deze paragraaf bedraagt f 71,5 miljoen.

2. In het tweede lid wordt ’het voor de uitvoering van deze paragraaf beschikbare bedrag’ vervangen door: het subsidieplafond voor de uitvoering van deze paragraaf.

J

Artikel 6a wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’vaststelling van een bijdrage in’ vervangen door: subsidievaststelling terzake van.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

K

Artikel 6b wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’Het totale bedrag aan bijdragen’ vervangen door: Het subsidieplafond.

2. In het tweede lid wordt ’het voor de uitvoering van deze paragraaf beschikbare bedrag’ vervangen door ’het subsidieplafond voor de uitvoering van deze paragraaf’ en wordt ’het totale bedrag aan bijdragen’ vervangen door ’het subsidieplafond’.

L

Artikel 6c wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerst lid wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door ’subsidie’ en wordt ’totale bedrag aan bijdragen’ vervangen door: subsidieplafond.

2. In het tweede lid wordt ’het totale bedrag aan bijdragen’ vervangen door ’het subsidieplafond’ en wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

3. In het derde lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

M

Artikel 6d wordt gewijzigd als volgt:

1. Het tweede en derde lid vervallen; het vierde lid wordt vernummerd tot tweede lid.

2. Het tweede lid (nieuw) komt te luiden:

2) Onze Minister maakt uiterlijk binnen 12 weken na ontvangst van de rapportage gebruik van zijn bevoegdheid bedoeld in het eerste lid, of van de hem toekomende bevoegdheden met betrekking tot de verleende subsidie.

N

Artikel 6f vervalt.

O

In artikel 6g wordt ’vaststelling van een bijdrage’ vervangen door: subsidievaststelling.

P

Artikel 6h wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’vaststelling van de bijdrage’ vervangen door: subsidievaststelling.

2. Het derde lid vervalt.

Q

Artikel 6i vervalt.

R

In het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 2, wordt ’Bijdragen’ vervangen door: Subsidie.

S

In artikel 8a wordt ’de bijdrage’ vervangen door: bijdragen, bedoeld in artikel 8, onderdeel c, en subsidie, verleend krachtens deze afdeling.

T

In de aanhef van artikel 8b wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

U

Artikel 8c wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. In het derde lid wordt ’Bijdragen in de kosten’ vervangen door: Subsidie terzake van.

V

In de artikelen 8d en 9a, tweede lid, wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

W

In artikel 9c, eerste lid, wordt ’de bijdrage, bedoeld in artikel 10,’ vervangen door: de subsidie, bedoeld in artikel 10,.

X

In hoofdstuk 2, afdeling 2, wordt in het opschrift van paragraaf 2.2.2. ’bijdragen’ vervangen door: subsidie.

IJ

In hoofdstuk 2, afdeling 2, wordt in het opschrift van paragraaf 2.2.2.1 ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

Z

Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’een bijdrage in de kosten’ vervangen door: subsidie terzake.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

AA

Artikel 10a wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’een bijdrage in de kosten’ vervangen door ’subsidie terzake’ en wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

BB

Artikel 10b wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’De bijdrage’ vervangen door: De subsidie.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

CC

In hoofdstuk 2, afdeling 2, wordt in het opschrift van paragraaf 2.2.2.2. ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

DD

Artikel 10c wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. Het tweede lid wordt gewijzigd als volgt:

a. In de aanhef wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

b. In onderdeel c wordt ’bijdragen’ vervangen door ’subsidie’ en wordt ’zijn’ vervangen door: is.

EE

In artikel 10d wordt na ’of’ ingevoegd ’de subsidie, verleend’, wordt ’in de kosten’ vervangen door ’terzake’ en wordt ’waarvoor de bijdrage’ vervangen door: waarvoor de bijdrage, onderscheidenlijk de subsidie.

FF

In hoofdstuk 2, afdeling 2, wordt in het opschrift van paragraaf 2.2.2.4. ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

GG

Artikel 10f wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt na ’of’ ingevoegd: de subsidie, verleend.

2. In het tweede lid, onderdeel d, wordt na ’bijdragen’ ingevoegd: , onderscheidenlijk subsidie.

3. In het derde en vierde lid wordt na ’de bijdrage’ telkens ingevoegd: , onderscheidenlijk de subsidie.

HH

Artikel 10g wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt na ’de bijdrage’ ingevoegd: , onderscheidenlijk de subsidie.

2. Het derde en vierde lid vervallen.

II

De artikelen 10h en 10i vervallen.

JJ

In artikel 10j wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

KK

Artikel 10k, derde lid, vervalt.

LL

In artikel 10l vervallen het opschrift vóór het eerste lid en het tweede lid.

MM

In artikel 10m wordt ’10l, eerste lid’ vervangen door: 10l.

NN

In hoofdstuk 2, afdeling 2, wordt in het opschrift van paragraaf 2.2.3. na ’bijdragen’ ingevoegd: onderscheidenlijk subsidie.

OO

In hoofdstuk 2, afdeling 2, wordt in het opschrift van paragraaf 2.2.3.2. ’Bijdragen’ vervangen door: Subsidie.

PP

Artikel 10o wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, wordt ’een bijdrage verlenen in de kosten’ vervangen door: een subsidie verlenen terzake.

2. In het tweede lid tot en met het zesde lid wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

QQ

In hoofdstuk 2, afdeling 2, wordt in het opschrift van paragraaf 2.3.1. ’Bijdrage’ vervangen door: Subsidie.

RR

Artikel 11 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. In het tweede lid wordt ’De bijdrage’ vervangen door: De subsidie.

SS

In artikel 11a wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

TT

Artikel 11b wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. In het tweede lid vervalt ’, eerste lid,.

UU

Artikel 11c wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door ’subsidie’ en vervalt ’, onder verrekening van het reeds betaalde voorschot’.

VV

Artikel 11d wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid tot en met het derde lid wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

2. Het vierde lid vervalt.

WW

Artikel 11e vervalt.

XX

In hoofdstuk 2, afdeling 2, wordt in het opschrift van paragraaf 2.2.3. ’Bijdrage’ vervangen door ’Subsidie’.

IJIJ

In artikel 11f, eerste lid, wordt ’een bijdrage verlenen in de kosten’ vervangen door: subsidie verlenen terzake.

ZZ

In artikel 11g wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

AAA

Artikel 11h komt te luiden:

Artikel 11h

1. Bij de subsidieverlening, bedoeld in artikel 11f, eerste lid, gelden als verplichtingen dat:

a. de kosten van de geluidwerende maatregelen de verleende subsidie niet met meer dan 5% overstijgen en

b. de maatregelen worden getroffen binnen het in artikel 11g bedoelde tijdvak.

2. Het gemeentebestuur of het bestuur doet Onze Minister onverwijld mededeling van wijzigingen in omstandigheden die er naar verwachting toe leiden dat niet aan de in het eerste lid bedoelde verplichtingen wordt voldaan.

BBB

In artikel 11k wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

CCC

Artikel 11l, eerste volzin, komt te luiden: De korting, bedoeld in artikel 11k, tweede en derde lid, wordt bij de subsidievaststelling verrekend.

DDD

In artikel 12 wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

EEE

In de artikelen 12a, 12b en 12d wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

FFF

In artikel 12c wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

GGG

In artikel 12e, eerste, derde en vierde lid, wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

HHH

In artikel 12f wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door ’subsidie’ en wordt ’bijdragen’ telkens vervangen door: subsidie.

III

In hoofdstuk 2 wordt in het opschrift van afdeling 3 ’Bijdragen’ vervangen door: Subsidie.

JJJ

In artikel 13 wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

KKK

In artikel 14, eerste lid, wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door ’subsidie’ en wordt ’bijdrage in de kosten’ vervangen door: subsidie terzake.

LLL

Artikel 15 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’een bijdrage verlenen in de kosten’ vervangen door: subsidie verlenen terzake.

2. In het derde lid vervalt ’11e’.

MMM

In artikel 16 wordt in het eerste lid ’een bijdrage’ vervangen door ’subsidie’, wordt ’in de kosten’ vervangen door ’terzake’ en wordt in het tweede en derde lid ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

NNN

Artikel 17 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’11e’ vervangen door: 11d.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

OOO

In artikel 18 wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

PPP

In de artikelen 19 en 20 wordt ’bijdrage in de kosten’ telkens vervangen door: subsidie.

QQQ

In het opschrift van hoofdstuk 2, afdeling 5, wordt ’Bijdrage in kosten op het gebied van’ vervangen door: Subsidie terzake van.

RRR

In artikel 26 wordt ’een bijdrage verlenen in’ vervangen door: subsidie verlenen terzake van.

SSS

In artikel 27, eerste lid wordt ’bijdrage in de kosten’ vervangen door: subsidie terzake’ en vervallen de aanduiding van het eerste lid en het tweede lid.

TTT

In het opschrift van hoofdstuk 3 wordt ’aanvragen om bijdragen’ vervangen door: subsidie-aanvragen.

UUU

Artikel 49 komt te luiden:

Artikel 49

1. Onze Minister stelt ieder jaar uiterlijk in januari vast:

a. het subsidieplafond voor de uitvoering van hoofdstuk 2;

b. de subsidieplafonds voor het verstrekken van subsidie voor de uitvoering van iedere afdeling van hoofdstuk 2, of per onderscheiden categorie daarvan.

2. Onze Minister kan jaarlijks in september de in het eerste lid, onder b, bedoelde subsidieplafonds wijzigen in verband met over- of onderschrijding van één of meer van die subsidieplafonds, mits het subsidieplafond, bedoeld in dat lid, onder a, niet wordt overschreden.

3. Indien Onze Minister subsidieplafonds heeft vastgesteld per categorie als bedoeld in het eerste lid, onder b, kan hij jaarlijks in september deze subsidieplafonds wijzigen, mits daarbij het subsidieplafond voor de uitvoering van de betrokken afdeling niet wordt overschreden. Hij maakt de gewijzigde subsidieplafonds bekend tegelijkertijd met de bekendmaking van een wijziging van subsidieplafonds overeenkomstig het derde lid.

4. Een besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.

VVV

Na artikel 49 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 49a

Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag is aangevuld, met betrekking tot de verdeling als datum van ontvangst van de aanvraag geldt.

WWW

In artikel 50 wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

XXX

Artikel 51 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2) In de gevallen waarin de aanvraag betrekking heeft op een activiteit die is uitgevoerd, wordt voorafgaand aan de subsidievaststelling geen beschikking tot susbidieverlening gegeven.

3. In het derde lid wordt ’vaststelling van de hoogte van de bijdrage’ vervangen door: subsidievaststelling.

IJIJIJ

Artikel 52 komt te luiden:

Artikel 52

1. Een vermelding van het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld, kan achterwege blijven.

2. Indien de beschikking tot subsidieverlening het bedrag van de subsidie niet vermeldt,

a. vermeldt zij het bedrag waarop de subsidie voorlopig wordt vastgesteld,

b. bevat zij de verplichting voor de subsidie-ontvanger om mededeling te doen van gewijzigde omstandigheden die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van de activiteit,

c. wordt gelijktijdig een beschikking tot voorschotverlening gegeven.

3. Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

ZZZ

Artikel 53 komt te luiden:

Artikel 53

In de beschikking tot subsidievaststelling wordt de termijn bepaald, waarbinnen het subsidiebedrag wordt betaald.

AAAA

Artikel 55 komt te luiden:

Artikel 55

In afwijking van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan Onze Minister, in afwachting van de toepassing van artikel 49, derde of vierde lid, de beslissing op een subsidie-aanvraag geheel of gedeeltelijk aanhouden tot uiterlijk 15 december van het kalenderjaar waarin de bijdrage is aangevraagd. Hij deelt de aanhouding aan de aanvrager mee.

BBBB

Artikel 56 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’artikel 55, derde lid,’ vervangen door: artikel 55.

2. De aanduiding ’1.’ voor het eerste lid vervalt.

3. Het tweede lid vervalt.

CCCC

Artikel 57 komt te luiden:

Artikel 57

Indien krachtens artikel 51, derde lid, een beschikking tot subisidievaststelling moet worden gegeven in een geval waarin toepassing kan worden gegeven aan artikel 49, derde of vierde lid, wordt zo nodig in afwijking van artikel 4:25, tweede lid, het subsidiebedrag vastgesteld op de hoogte van de voorlopig vastgestelde subsidie, dan wel, indien de werkelijk gemaakte kosten van de activiteit waarvoor de subsidie wordt verleend, lager is dan dat bedrag: op het bedrag van die werkelijk gemaakte kosten.

DDDD

Artikel 58 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’verlening van de bijdrage’ vervangen door: ’subsidieverlening’ en wordt ’vaststelling van de hoogte van de bijdrage’ vervangen door: subsidievaststelling.

2. Het tweede lid vervalt.

3. In het derde lid wordt ’vaststelling van de hoogte van de bijdrage’ vervangen door ’subsidievaststelling’ en wordt ’verlening van de bijdrage’ vervangen door: susbidieverlening.

4. Het derde lid wordt vernummerd tot tweede lid.

EEEE

Artikel 59 vervalt.

FFFF

In het opschrift van hoofdstuk 4 wordt ’bijdragen’ vervangen door: subsidie.

GGGG

Artikel 61 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’bijdrage in de kosten’ telkens vervangen door: subsidie terzake.

2. In het derde lid, onder b, en het vierde lid wordt ’aanvraag om een bijdrage’ vervangen door: subsidie-aanvraag.

3. In het artikel wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door ’subsidie’.

HHHH

Artikel 75 komt te luiden:

Artikel 75

Voor bijdragen verleend of vastgesteld krachtens dit besluit waarvoor titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht ingevolge artikel III, eerste lid, van de wet van 20 juni 1996, Stb. 1996, 333, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht), niet van toepassing is, gelden de bepalingen van dit besluit zoals ze luidden vóór in werkingtreding van het besluit van ..., houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (Stb. ...).

IIII

Na artikel 81 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 81a

Dit besluit berust op artikel 15.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

JJJJ

In bijlage A, onder 1, wordt in de tabellen 1a, 1b en 1c in noot 3 ’geen bijdrage’ telkens vervangen door ’geen subsidie’ en wordt in noot 4 ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

Artikel 2

Het Besluit diverse bijdragen milieubeheer wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1 wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

B

Artikel 2 vervalt.

C

Artikel 3 komt te luiden:

Artikel 3

1. Onze Minister stelt ieder jaar vóór 1 maart vast:

a. het subsidieplafond voor het verstrekken van subsidie krachtens dit besluit;

b. subsidieplafonds voor het verstrekken van subsidie per programma of onderdeel daarvan.

2. Het besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.

3. Bij de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, worden de programma’s of de zakelijke inhoud daarvan bekendgemaakt, in het kader waarvan op grond van dit besluit subsidie kan worden verstrekt. Daarbij worden in elk geval de volgende gegevens vermeld:

a. een aanduiding van het programma;

b. een omschrijving van het doel van het programma;

c. een postadres waar aanvragen moeten worden ingediend;

d. de aanvraagprocedure en de termijn waarbinnen de aanvragen ingediend moeten worden.

4. Onze Minister kan jaarlijks vóór 1 november in de Staatscourant bekendmaken dat de in het eerste lid bedoelde subsidieplafonds worden gewijzigd.

5. Indien enig subsidieplafond is overschreden, doet Onze Minister daarvan onverwijld mededeling in de Staatscourant met de vermelding dat voor het desbetreffende kalenderjaar geen aanvragen meer kunnen worden ingediend.

6. Onze Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortgelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie voor zover de in artikel 11, eerste lid, bedoelde termijn daarvoor gelegenheid biedt.

D

In artikel 4 wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door ’subsidie’ en wordt ’verleend’ vervangen door: verstrekt.

E

In het opschrift van de paragrafen 2, 3, 4 en 5 wordt ’Bijdragen’ telkens vervangen door: Subsidie.

F

De artikelen 5 en 6 worden gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’een bijdrage verlenen’ telkens vervangen door ’subsidie verstrekken’.

2. In de aanhef van het tweede lid wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

G

Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’een bijdrage verlenen’ telkens vervangen door ’subsidie verstrekken’.

2. In het tweede lid wordt ’De bijdrage’ vervangen door ’Subsidie’ en wordt ’kunnen’ vervangen door: kan.

H

In artikel 8 wordt ’bijdrage verlenen’ vervangen door: subsidie verstrekken.

I

Het opschrift van paragraaf 6 komt te luiden:

§ 6. De indiening van een subsidie-aanvraag en de beslissing daarop.

J

In de artikelen 9, eerste lid, en 10 wordt ’aanvraag van een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie-aanvraag.

K

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

Onze Minister geeft de beschikking tot subsidieverlening binnen vier maanden nadat de aanvraag is ontvangen.

L

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

Bij een beschikking tot subsidieverlening worden in ieder geval de in de artikelen 14 tot en met 16 genoemde verplichtingen opgelegd en kunnen voorts andere verplichtingen worden opgelegd die strekken tot de verwezenlijking van het doel van de subsidie.

M

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

Onze Minister weigert de subsidieverlening dan wel trekt de subsidieverlening of de subsidievaststelling in, indien de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 15.14, vierde lid, van de Wet milieubeheer bedoelde verplichting.

N

Het opschrift van paragraaf 7 komt te luiden:

§ 7. Verplichtingen van de subsidie-ontvanger.

O

In artikel 14, onderdelen b en c, wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

P

Artikel 15 komt als volgt te luiden:

Artikel 15

De aanvrager stelt Onze Minister onverwijld schriftelijk in kennis indien:

a. een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van de aanvrager bij de rechtbank wordt ingediend;

b. de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, definitief zijn stopgezet of niet worden aangevangen.

Q

Het opschrift van paragraaf 8 komt te luiden:

§ 8. De subsidievaststelling.

R

Artikel 16 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1) De aanvrager dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na afloop van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. Deze aanvraag gaat vergezeld van:

a. een schriftelijk verslag omtrent het verloop, de uitvoering en de resultaten van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend;

b. een financieel verslag omtrent de wijze waarop de verleende subsidie is besteed.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

S

Artikel 17 komt te luiden:

Artikel 17

Binnen dertien weken na ontvangst van de in artikel 16, eerste lid, genoemde verslagen stelt Onze Minister de subsidie vast.

T

Artikel 18 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid vervalt.

2. De aanduiding ’2.’ voor het tweede lid vervalt en ’bedrag van de bijdrage’ wordt vervangen door: subsidiebedrag.

U

Artikel 19 vervalt.

V

Artikel 20 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1) Op verzoek van de aanvrager kan Onze Minister op basis van declaraties van voor de activiteiten gemaakte kosten, voorschotten verlenen tot ten hoogste 80% van de verleende subsidie. Het verzoek kan deel uitmaken van de aanvraag tot subsidieverlening.

2. In het tweede lid wordt ’verstrekken’ vervangen door ’verlenen’ en wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

3. In het vierde lid wordt ’verstrekking’ vervangen door: verlening.

4. Het vijfde lid vervalt.

W

In artikel 21 wordt ’verstrekt’ vervangen door: verleend.

X

De artikelen 22 en 23 worden geplaatst onder § 10. en komen te luiden:

Artikel 22

Voor bijdragen verleend of vastgesteld krachtens dit besluit waarvoor titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht ingevolge artikel III, eerste lid, van de wet van 20 juni 1996, Stb. 1996, 333, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht), niet van toepassing is, gelden de bepalingen van dit besluit zoals ze luidden vóór in werkingtreding van het besluit van ..., houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (Stb. ...).

Artikel 23

Dit besluit berust op artikel 15.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel 3

Het Besluit bijdragen maatschappelijke organisaties en milieu wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1 wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel c wordt ’exploitatiebijdrage’ vervangen door ’exploitatiesubsidie’, wordt ’bedrag’ vervangen door ’subsidie’ en wordt ’werkplan’ vervangen door: activiteitenplan.

2. In onderdeel e wordt ’projectbijdrage’ vervangen door ’projectsubsidie’ en wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

3. Het als onderdeel d aangeduide onderdeel na onderdeel e wordt verletterd tot onderdeel f.

4. In onderdeel f wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

B

In artikel 2 wordt ’exploitatiebijdragen’ vervangen door ’exploitatiesubsidie’ en wordt ’projectbijdragen’ vervangen door: projectsubsidie.

C

Artikel 3 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’exploitatiebijdrage’ vervangen door: exploitatiesubsidie.

2. In het tweede lid wordt ’projectbijdrage’ vervangen door: projectsubsidie.

D

Artikel 4 vervalt.

E

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5

1. Onze Minister stelt ieder jaar vóór 1 maart vast:

a. een subsidieplafond voor het verstrekken van subsidie krachtens dit besluit;

b. subsidieplafonds voor het verstrekken van subsidie krachtens onderscheidenlijk hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3 van dit besluit of onderdelen daarvan.

2. Het besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.

3. Onze Minister kan gedurende een kalenderjaar in de Staatscourant bekendmaken dat voor dat jaar een aanvullend bedrag ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van dit besluit.

4. Onze Minister kan jaarlijks vóór 1 november, mits blijvend binnen het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, de in dat lid onder b bedoelde, dan wel de overeenkomstig het derde lid aangevulde subsidieplafonds wijzigen in verband met overschrijding of onderschrijding van één of meer van die subsidieplafonds.

5. Indien enig subsidieplafond is overschreden doet Onze Minister daarvan onverwijld mededeling in de Staatscourant met de vermelding dat voor het desbetreffende jaar geen aanvragen meer kunnen worden ingediend.

6. Onze Minister kan in bijzondere gevallen gedurende een kalenderjaar in de Staatscourant bekendmaken dat een voor dat jaar beschikbaar gestelde subsidie als bedoeld in het eerste lid, wordt verlaagd.

7. Onze Minister voorziet in een gelijktijdige beslissing op aanvragen met betrekking tot soortelijke projecten op basis van een vergelijking van hun geschiktheid om bij te dragen aan de doelstelling van de subsidie.

F

Het opschrift van hoofdstuk 2 komt te luiden:

Hoofdstuk 2. Exploitatiesubsidie.

G

In hoofdstuk 2 wordt, vóór artikel 6, een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op exploitatiesubsidie.

H

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1) De exploitatiesubsidie wordt per boekjaar verstrekt.

2. In het tweede lid wordt ’exploitatiebijdrage’ vervangen door ’exploitatiesubsidie’ en wordt ’werkplan’ telkens vervangen door: activiteitenplan.

3. Het derde lid komt te luiden:

3) De hoogte van de exploitatiesubsidie wordt mede bepaald op grond van het activiteitenverslag over het jaar, twee jaar voorafgaande aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

4. Het vierde lid komt te luiden:

4) Het derde lid blijft buiten toepassing, indien voor het jaar waarop het in dat lid bedoelde activiteitenverslag betrekking heeft, geen exploitatiesubsidie is verleend.

I

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7

1. De subsidie-aanvraag wordt uiterlijk 21 weken voor de aanvang van het boekjaar ingediend.

2. Tenzij de instelling waarop de aanvraag betrekking heeft, in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvraag wordt ingediend, nog niet was opgericht, gaat de aanvraag vergezeld van de laatstopgemaakte jaarrekening als bedoeld in artikel 361, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 4:64, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

3. De jaarrekening wordt ondertekend door het bestuur van de instelling.

4. Indien de verklaring, bedoeld in het derde lid, geen goedkeurende strekking heeft, verschaft de instelling hieromtrent een nadere toelichting.

5. Tenzij voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar geen subsidie is verstrekt, gaat de aanvraag vergezeld van een uittreksel van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, in de gevallen dat een dergelijke inschrijving heeft plaatsgevonden.

J

Artikel 8 komt te luiden:

Artikel 8

Het activiteitenplan bevat een meerjarenperspectief voor ten minste twee jaren volgend op het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

K

Artikel 9 komt te luiden:

Artikel 9

De begroting is sluitend.

L

Artikel 10 vervalt.

M

In het opschrift van hoofdstuk 2, paragraaf 3, wordt ’exploitatiebijdrage’ vervangen door: exploitatiesubsidie.

N

Artikel 11, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel c wordt ’exploitatiebijdrage’ vervangen door: exploitatiesubsidie.

2. In onderdeel d wordt ’bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a’ vervangen door: bedoeld in artikel 4:63 van de Algemene wet bestuursrecht.

O

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

De beschikking tot subsidieverlening wordt zo spoedig mogelijk vastgesteld, doch in ieder geval voor 1 januari van het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

P

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

Aan de beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden, die strekken tot de verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Q

Artikel 14 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’exploitatiebijdrage’ vervangen door ’exploitatiesubsidie’ en wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

2. Het derde lid vervalt.

R

Het opschrift van hoofdstuk 2, paragraaf 4, komt te luiden:

§ 4. Verplichtingen.

S

Artikel 15 komt te luiden:

Artikel 15

1. Artikel 4:71, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht, is van toepassing.

2. De instelling behoeft de toestemming van Onze Minister voor afwijkingen van het activiteitenplan bij de uitvoering van de activiteiten.

T

Het opschrift van hoofdstuk 2, paragraaf 5, komt te luiden:

§ 5. Vaststelling van de exploitatiesubsidie.

U

Artikel 16 komt te luiden:

Artikel 16

1. De instelling dient voor 1 mei van het jaar volgend op het boekjaar een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in.

2. Onze Minister kan nadere gegevens verlangen met betrekking tot het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht.

3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het activiteitenverslag bedoeld artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht.

V

Artikel 17 komt te luiden:

Artikel 17

Uiterlijk 1 november van het jaar volgend op het boekjaar stelt Onze Minister de exploitatiesubsidie vast.

W

Artikel 18 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt ’verstrekt’ vervangen door ’verleent’, wordt ’exploitatiebijdrage’ vervangen door ’exploitatiesubsidie’, wordt ’verstrekte’ vervangen door ’verleende’ en wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. In het tweede lid wordt ’bijdrage’ vervangen door ’subsidie’ en wordt ’jaar’ vervangen door: boekjaar.

X

Het opschrift van hoofdstuk 3 komt te luiden:

Hoofdstuk 3. Projectsubsidie.

Y

In artikel 19, eerste lid, wordt ’projectbijdrage’ vervangen door: projectsubsidie.

Z

In artikel 20, tweede lid, wordt ’een bijdrage in’ vervangen door ’subsidie voor’ en vervalt het vierde lid.

AA

Het opschrift van hoofdstuk 3, paragraaf 9, komt te luiden:

§ 9. Verlening van de projectsubsidie.

BB

Artikel 24 wordt gewijzigd als volgt:

1. De aanduiding ’1.’ voor het eerste lid vervalt.

2. Het tweede lid vervalt.

CC

Artikel 25 komt te luiden:

1. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de periode waarbinnen het project moet worden afgerond.

2. Onze Minister kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

DD

Het opschrift van hoofdstuk 3, paragraaf 10, komt te luiden:

§ 10. Verplichtingen.

EE

Artikel 26, eerste lid, komt te luiden:

1. De subsidie-aanvrager vraagt, indien de projectsubsidie reeds is verleend, vooraf toestemming aan Onze Minister voor:

a. een wijziging in de begroting en

b. afwijkingen van het werkplan bij de uitvoering van de activiteiten.

FF

In het opschrift van hoofdstuk 3, paragraaf 11, wordt ’projectbijdrage’ vervangen door: projectsubsidie.

GG

In artikel 27, derde lid, wordt ’projectbijdrage’ vervangen door: projectsubsidie.

HH

Artikel 29 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, wordt ’projectbijdrage’ vervangen door: projectsubsidie.

2. Het derde en vierde lid vervallen.

II

In artikel 30 wordt ’projectbijdrage’ vervangen door: projectsubsidie.

JJ

Artikel 32 komt te luiden:

Artikel 32

Voor bijdragen verleend of vastgesteld krachtens dit besluit waarvoor titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht ingevolge artikel III, eerste lid, van de wet van 20 juni 1996, Stb. 1996, 333, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht), niet van toepassing is, gelden de bepalingen van dit besluit zoals ze luidden vóór in werkingtreding van het besluit van ..., houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (Stb. ...).

KK

Na artikel 33 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 33a

Dit besluit berust op artikel 15.13, eerste lid, van de Wet Milieubeheer.

Artikel 4

Het Bijdragenbesluit milieugerichte technologie wordt gewijzigd als volgt:

A

De boven de artikelen opgenomen opschriften vervallen.

B

In artikel 1, onderdelen a en l, wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

C

Artikel 2 komt te luiden:

Artikel 2

1. Onze Minister stelt ieder kalenderjaar vast:

a. een subsidieplafond voor het verstrekken van een subsidie krachtens dit besluit;

b. subsidieplafonds, per programma of onderdeel daarvan, voor het verstrekken van subsidie in dat jaar.

2. Het besluit tot vaststelling van een subsidieplafond wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.

3. Bij de bekendmaking, bedoeld in het tweede lid, worden de programma’s of zakelijke inhoud daarvan vastgesteld, in het kader waarvan op grond van dit besluit subsidie kan worden verstrekt. Daarbij worden in elk geval de volgende gegevens vermeld:

a. een aanduiding van het programma;

b. een omschrijving van het doel van het programma en van de doelgroep;

c. een omschrijving van de activiteit;

d. de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een subsidie;

e. de beoordelingsaspecten;

f. de aanvraagprocedure en de termijn waarbinnen de aanvragen moeten worden ingediend;

g. de kosten die in aanmerking worden genomen bij het bepalen van de subsidie.

h. het subsidiebedrag of de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.

4. Onze Minister kan gedurende een kalenderjaar in de Staatscourant bekendmaken dat voor dat jaar een aanvullend bedrag ter beschikking wordt gesteld voor subsidie op grond van het eerste lid.

5. Onze Minister kan jaarlijks vóór 1 november, mits blijvend binnen het subsidieplafond, bedoeld in het eerste lid, onder a, in de Staatscourant bekendmaken dat de in dat lid, onder b, bedoelde, dan wel overeenkomstig het vierde lid aangevulde subsidieplafonds worden gewijzigd in verband met overschrijding of onderschrijding van één of meer van die subsidieplafonds.

6. Indien enig subsidieplafond is overschreden doet Onze Minister daarvan onverwijld mededeling in de Staatscourant met de vermelding dat voor het desbetreffende kalenderjaar geen aanvragen meer kunnen worden ingediend.

7. Onze Minister kan de uitvoering van dit besluit geheel of gedeeltelijk opdragen aan een door hem aan te wijzen orgaan of rechtspersoon. In dat geval geeft Onze Minister aan of dat orgaan of die rechtspersoon als programmabeheerder dit besluit namens Onze Minister uitvoert. Onze Minister maakt de aanwijzing bekend in de Staatscourant. De aanwijzing, bedoeld in de eerste volzin, kan geen betrekking hebben op de vaststelling van programma’s, als bedoeld in artikel 1, onder 1, op de bekendmakingen, bedoeld in dit artikel of op het stellen van nadere regels als bedoeld in artikel 7, tweede lid, en artikel 13, tweede lid.

D

In artikel 3, eerste lid, wordt ’een bijdrage’ vervangen door: subsidie.

E

Artikel 4 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

2. Het tweede lid wordt gewijzigd als volgt:

a. In de aanhef en in onderdeel e wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

b. In de onderdelen b en c wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

3. In het vierde lid wordt ’een bijdrage’ vervangen door ’subsidie’, wordt ’een zodanige bijdrage’ vervangen door een zodanige subsidie’ en wordt ’bedrag aan bijdragen’ vervangen door: subsidiebedrag.

4. In het vijfde en zesde lid wordt ’een bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

F

Artikel 6 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. In het tweede lid, wordt ’beschikking houdende vaststelling van de bijdrage’ vervangen door ’beschikking tot subsidievaststelling’ en wordt ’verlening van de bijdrage’ vervangen door: subsidieverlening.

3. Het derde lid komt te luiden:

3) Met betrekking tot de vaststelling van de in het eerste lid bedoelde subsidie is het in de artikelen 7, 8, tweede en derde lid, 9, aanhef en onder a en c, 12, aanhef en onder b tot en met d, met betrekking tot de verlening van de subsidie bepaalde van overeenkomstige toepassing.

4. In het vierde lid, wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

5. Het vijfde lid wordt gewijzigd als volgt:

a. ’een bijdrage’ wordt vervangen door: subsidie;

b. ’een zodanige bijdrage’ wordt vervangen door: een zodanige subsidie;

c. ’financiële tegemoetkoming’ wordt vervangen door: subsidie;

d. ’bedrag aan bijdragen’ wordt vervangen door: subsidiebedrag.

G

Artikel 7 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid, wordt ’aanvraag om een bijdrage’ vervangen door: subsidie-aanvraag.

2. Na het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

5) Op een aanvraag die op grond van artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is geweigerd en die betrekking heeft op een programma waarvoor ook het daaropvolgende kalenderjaar subsidie kan worden verstrekt wordt het daaropvolgende kalenderjaar, zonder nieuwe indiening van de aanvraag, opnieuw een beschikking gegeven. De beschikking tot weigering van de subsidie vermeldt dat in het daaropvolgende kalenderjaar, zonder nieuwe indiening van de aanvraag, een nieuwe beschikking wordt gegeven. Het bepaalde in de eerste en tweede volzin geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend na de mededeling, bedoeld in artikel 2, zesde lid.

H

Artikel 8 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het tweede en derde lid vervallen.

2. Onder vernummering van het vijfde lid tot derde lid, komt het vierde lid te luiden:

2) Op een aanvraag als bedoeld in artikel 7, vijfde lid, wordt in afwijking van het eerste lid, door de programmabeheerder binnen acht weken beslist.

I

Artikel 9 wordt gewijzigd als volgt:

1. In onderdeel a vervalt ’of met artikel 15.17 van de Wet Milieubeheer’.

2. Onderdeel d vervalt; aan het slot van onderdeel c wordt de puntkomma vervangen door een punt.

J

Artikel 10 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2) De programmabeheerder verdeelt het subsidieplafond in de volgorde van rangschikking van de aanvragen bepaald volgens het eerste lid.

2. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

3. De beslistermijn bedoeld in artikel 8, eerste en tweede lid, vangt aan op de eerste dag na afloop van de termijn waarbinnen de aanvragen moeten zijn ingediend.

K

Artikel 11 komt te luiden:

Artikel 11

1. De beschikking tot verlening van een subsidie vermeldt:

a. een raming van de projectkosten en

b. de periode waarin het project moet worden uitgevoerd.

2. De programmabeheerder kan bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

L

Het opschrift van hoofdstuk 3 komt te luiden:

Hoofdstuk 3. Verplichtingen in verband met de subsidieverlening.

M

Het opschrift van hoofdstuk 4 komt te luiden:

Hoofdstuk 4. Subsidievaststelling.

N

Artikel 13, wordt gewijzigd als volgt:

1. In de aanhef van het eerste lid wordt ’onder c’ vervangen door ’onder b’ en wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

2. In het derde lid wordt ’bijdragen’ vervangen door: subsidie.

O

In artikel 14 wordt ’bijdrage’ telkens vervangen door: subsidie.

P

Artikel 15 vervalt.

Q

Artikel 16 komt te luiden:

De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen het bedrag van de subsidie wordt betaald.

R

Artikel 17 vervalt.

S

In artikel 18, eerste en tweede lid, wordt ’bijdrage’ vervangen door: subsidie.

T

De artikelen 20 en 21 vervallen.

U

Artikel 22 wordt vervangen door twee artikelen, luidende:

Artikel 22

Voor bijdragen verleend of vastgesteld krachtens dit besluit waarvoor titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht ingevolge artikel III, eerste lid, van de wet van 20 juni 1996, Stb. 1996, 333, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht), niet van toepassing is, gelden de bepalingen van dit besluit zoals ze luidden vóór in werkingtreding van het besluit van ..., houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (Stb. ...).

Artikel 22a

Dit besluit berust op artikel 15.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

Artikel 5

In het Besluit stortverbod afvalstoffen wordt artikel 4 gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid wordt ’een door Onze Minister aan te wijzen instantie’ vervangen door: Onze Minister.

2. In het derde lid wordt ’de in het tweede lid bedoelde instantie’ vervangen door: Onze Minister.

3. Het vierde lid komt te luiden:

4. Onze Minister wijst bij ministeriële regeling de gegevens aan, die het bevoegd gezag ten behoeve van het toepassen van het derde lid aan hem verstrekt. Onze Minister kan categorieën van gevallen aanwijzen, waarin het tweede en het derde lid niet van toepassing zijn.

Artikel 6

Het Besluit emissie-eisen NOx salpeterzuurfabrieken wordt gewijzigd als volgt:

A

In het opschrift van paragraaf 3 wordt ’controle’ vervangen door: toezicht op de naleving.

B

In artikel 5 wordt ’voor controle door het bevoegd gezag en de inspecteur’ vervangen door: van het bevoegd gezag en de inspecteur ten behoeve van het toezicht op de naleving van de betrokken voorschriften.

Hoofdstuk 6. Wet op de architectentitel

Enig artikel

Artikel 11, tweede en derde lid, van het Examenbesluit Wet op de architectentitel komt te luiden:

2) Het examenreglement wordt, na goedkeuring ingevolge artikel 25, derde lid, van de wet, door Onze Minister in de Staatscourant geplaatst.

Hoofdstuk 7. Wet op de Ruimtelijke Ordening

Enig artikel

In het Besluit op de ruimtelijke ordening wordt in artikel 30, onder d, ’naleving’ vervangen door: uitvoering.

Hoofdstuk 8. Wet milieubeheer en Wet op de Ruimtelijke Ordening

Enig artikel

Het Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening wordt gewijzigd als volgt:

A

Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 1a

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op subsidie verstrekt krachtens dit besluit.

B

Artikel 2 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het eerste lid wordt na de eerste volzin een volzin toegevoegd, luidende: De subsidie wordt per boekjaar verstrekt.

2. Het derde lid vervalt.

C

Artikel 3 vervalt.

D

Artikel 4 komt te luiden:

Artikel 4

Onze Minister bepaalt het bedrag van de subsidieverlening aan de hand van de begroting en de daarbij behorende toelichting.

E

Artikel 5 komt te luiden:

Artikel 5

1. Onze Minister beslist jaarlijks voor 1 december op de subsidie-aanvraag van de stichting voor het eerstvolgende boekjaar. Bij de beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden opgelegd die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

2. Onze Minister kan, indien de verstrekte stukken, bedoeld in de artikelen 4:61, eerste lid, onderdeel b, en 4:63 van de Algemene wet bestuursrecht, daartoe aanleiding geven, de verlening van de subsidie op een lager bedrag bepalen dan door de stichting is aangevraagd. Voordat Onze Minister een dergelijk besluit neemt, hoort hij de raad van toezicht van de stichting.

F

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6

Gelijktijdig met een in artikel 4:70 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde mededeling dient de stichting een aanvraag in tot wijziging van de subsidie.

G

Artikel 7, eerste lid, wordt gewijzigd als volgt:

1. De eerste volzin komt te luiden: Onze Minister verleent gedurende het boekjaar per kwartaal een voorschot van een kwart van het bedrag van de verleende subsidie.

2. In de tweede volzin wordt ’deel van de subsidie’ vervangen door ’voorschot’ en vervalt ’deel’.

3. De derde volzin vervalt.

H

De artikelen 8 en 9 komen te luiden:

Artikel 8

De stichting dient jaarlijks vóór 15 mei een aanvraag tot vaststelling van de subsidie over het voorafgaande boekjaar in.

Artikel 9

Artikel 4:76 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

I

In artikel 11, eerste lid, vervalt ’op aanvraag van de stichting’.

J

Artikel 12 komt te luiden:

Artikel 12

De stichting voert haar boekhouding volgens het kasstelsel.

K

Artikel 13 komt te luiden:

Artikel 13

De stichting behoeft de toestemming van Onze Minister voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71, eerste lid, onderdelen c, d, e en f van de Algemene wet bestuursrecht.

L

Artikel 14 komt te luiden:

Artikel 14

In het geval, bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht, is de stichting aan onze minister een vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald door de opbrengstwaarde van de goederen.

M

Na artikel 16 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 16a

Voor bijdragen verleend of vastgesteld krachtens dit besluit waarvoor titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht ingevolge artikel III, eerste lid, van de wet van 20 juni 1996, Stb. 1996, 333, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Algemene wet bestuursrecht), niet van toepassing is, gelden de bepalingen van dit besluit zoals ze luidden vóór in werkingtreding van het besluit van ..., houdende aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) (Stb. ...).

Hoofdstuk 9. Slotbepalingen

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1998.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Nota van toelichting

I. Algemeen

Met dit besluit worden enkele algemene maatregelen van bestuur op het terrein van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aangepast aan de Algemene wet bestuursrecht (Derde tranche Awb). Vooruitlopend op dit besluit zijn reeds vijf algemene maatregelen van bestuur die betrekking hebben op volkshuisvestingsonderwerpen in procedure gebracht. Dit besluit heeft voornamelijk betrekking op milieu-onderwerpen. Het Besluit op de ruimtelijke ordening wordt niet in dit besluit, maar in een apart wijzigingsbesluit aan titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht aangepast. De aanpassing van dit besluit in dit verzamelbesluit heeft uitsluitend betrekking op andere Derde tranche Awb onderwerpen.

Voor een algemene toelichting op de aanpassing wordt hier kortheidshalve verwezen naar de memorie van toelichting bij de Aanpassingswet derde tranche Awb I (kamerstukken II 1996/97, 25 280, nr. 3).

De aanpassing van de formele wetten aan de Algemene wet bestuursrecht (derde tranche) geschiedt met drie rijksbrede verzamelwetsvoorstellen: de Aanpassingswet Derde tranche Awb I (kamerstukken II 1996/97, 25 280), de Aanpassingswet Derde tranche Awb II (kamerstukken II 1997/98, ...) en de Aanpassingswet rijkswetten (kamerstukken II 1996/97, 25.319). De aanpassing van de algemene maatregelen van bestuur geschiedt, net als bij de eerste en tweede tranche, met verzamelbesluiten per ministerie.

Bij de voorbereiding van de aanpassing is gebruik gemaakt van de door de Ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken opgestelde Leidraad aanpassingswetgeving derde tranche Awb. De werkwijze is min of meer hetzelfde geweest als bij de aanpassing van de formele wetten. Wel is het zo dat een aantal onderwerpen bij de aanpassing van de algemene maatregelen van bestuur geen rol meer spelen. Het gaat daarbij om onderwerpen die uitsluitend op het niveau van formele wet geregeld kunnen worden. Bepalingen over toezicht, handhaving, dwangsom, bestuursdwang, goedkeuring of vernietiging komen eenvoudigweg niet voor in algemene maatregelen van bestuur.

Daartegenover staat dat in algemene maatregelen van bestuur onderwerpen worden uitgewerkt die in de formele wetten slechts summiere aanpassing behoefden. Daarbij gaat het in het bijzonder om de aanpassing van algemene maatregelen van bestuur aan titel 4.2 van de derde tranche van de Awb, de subsidietitel. Dit besluit en het tweede aanpassingsbesluit bestaan voornamelijk uit aanpassingen aan titel 4.2.

Het verzamelbesluit bevat voor iedere wet in formele zin waarop één of meer algemene maatregelen van bestuur gebaseerd is, een apart hoofdstuk. De rangschikking van de hoofdstukken is alfabetisch naar de titel van de wet. Binnen ieder hoofdstuk is er per aan te passen algemene maatregel van bestuur een artikel beschikbaar.

De nummers uit het artikelsgewijze gedeelte van deze toelichting verwijzen naar de nummers van de standaardaanpassingen uit deel II van de genoemde memorie van toelichting. Deze standaardaanpassingen zijn op de eerdergenoemde Leidraad gebaseerd. Daar waar het om terminologische aanpassingen aan titel 4.2 van de Awb gaat is van verwijzing afgezien. Daarvoor wordt hier verwezen naar punt 12 uit de standaardaanpassingen.

II. Artikelsgewijze toelichting

Hoofdstuk 2. Waterleidingwet

Enig artikel Het Waterleidingbesluit

A, C en E

De definities van de verschillende inspecteurs zijn niet meer van belang in verband met de aanpassing van de Waterleidingwet en de Gezondheidswet aan de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht. In de memorie van toelichting bij het wetsvoorstel Aanpassingswet derde tranche Awb I (p. 140, kamerstukken II 1996/97, 25 280, nrs. 1-2) wordt gesteld, dat ter vervanging van de aanduiding van het onderdeel van het Staatstoezicht, het begrip ’de bevoegde inspecteur’ wordt gehanteerd en dat het Besluit Staatstoezicht Volksgezondheid aangeeft welke ambtenaar in een concreet geval bevoegd is. In de Waterleidingwet is in verband hiermee bij nota van wijziging (kamerstukken II 1997/98, 25 280, nr. ...) het begrip inspecteur gedefinieerd op dezelfde wijze als in de Wet milieubeheer.

B

Het besluit waarmee de bevoegde inspecteur wordt aangewezen is er al op grond van artikel 61 van het besluit.

D

120

Hoofdstuk 3. Wet bodembescherming

Enig artikel Besluit opslaan in ondergrondse tanks

Degene die opslaat is belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en krijgt uit dien hoofde de beschikking. Aanpassing hangt niet direct samen met de derde tranche.

Hoofdstuk 4. Wet geluidhinder

Enig artikel Besluit zonering buitenlandse luchtvaarttereinen Noord- en Midden-Limburg

I

51, 52, 53, 56

K

51

N

Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op voor 1 januari 1998 verleende of vastgestelde subsidies. Om te voorkomen dat voor de bijdragen verstrekt op grond de in dit besluit gewijzigde besluiten een leemte ontstaat, is voorzien in een overgangsregeling. Aldus blijven bepalingen van onder meer controle en informatie voor deze bijdragen gelden.

Hoofdstuk 5. Wet milieubeheer

Artikel I Bijdragenbesluit openbare lichamen milieubeheer

In dit besluit zitten bepalingen die dan wel zijn geëxpireerd dan wel op grond van de artikelen 77 en 77a zijn vervallen dan wel niet meer worden toegepast (hoofdstuk 7). Omdat er in het besluit wel hier en daar naar wordt verwezen, zijn ze niet geschrapt. Bovendien wordt een algehele herziening van de bijdragenbesluiten gebaseerd op de Wet milieubeheer voorbereid. In dat kader zal opschoning en afstemming plaatsvinden. Aanpassing van deze bepalingen aan de Algemene wet bestuursrecht heeft niet plaatsgevonden.

In Hoofdstuk 2, Afdeling 2, wordt verwezen naar bijdragen verleend op grond van de Regeling saneringsprogramma verkeerslawaai. Deze regeling wordt ingetrokken in artikel II van de bijdrageregeling sanering wegverkeers- en spoorweglawaai (Stb. 1997, 141). Het gaat daarbij om bijdragen verleend in 1996 voor het jaar 1999. Op deze bijdrage is de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing blijkens artikel III, eerste lid, van de Derde tranche Algemene wet bestuursrecht (Stb. 1996, 333). Wanneer verwezen wordt naar bijdragen verstrekt op grond van deze regeling heeft geen aanpassing aan de Algemene wet bestuursrecht plaatsgevonden.

I

18

M

51, 4:57 Awb

N, P en Q

51

S

Het gaat hier mede om informatie over de besteding van bijdragen waarvoor de Derde tranche Algemene wet bestuursrecht niet geldt. Zie ook artikel 10f, eerste lid, en het algemene toelichtende gedeelte over dit besluit.

T en JJJ

In de artikelen 8b, onderdelen a en b, en 13, derde lid, onderdelen a en b, is geldelijke steun niet vervangen door subsidie. Met het begrip geldelijke steun is bedoeld te zien op meer dan subsidie in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Het gaat om alle mogelijke geldstromen, ook de in artikel 4:21, derde lid, uitgezonderde.

HH

51 en 52

II

Artikel 10 h: De informatie moet aangeven dat niet voldaan is aan elders in het besluit opgelegde verplichtingen. Dat behoeft niet apart meer te worden opgenomen, zie ook 51.

Voor het tweede lid: 52.

Voor het derde lid: Deze verplichting is opgelegd in artikel 10e, derde lid, zie ook 51.

Artikel 10i:

Zie artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht. In artikel 8a ligt de verplichting. Niet nakoming geeft ook de bevoegdheid tot opschorting.

Lid 5: 32

Lid 6: Deze bevoegdheid is ook geregeld in artikel 4:56 van de Algemene wet bestuursrecht.

KK

51

LL

zie toelichting bij het vervallen van artikel 10k, derde lid.

UU

56

VV

56

WW

56

AAA

Het eerste lid is in de vorm van een verplichting geformuleerd. Aldus is het tweede lid (oud) overbodig geworden en verband met artikel 4:48, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene wet bestuursrecht.

CCC

56 ziet alleen op verrekening van voorschot. Het gaat hier om korting.

VVV

20

IJIJIJ

29, model 15, 58, 39

ZZZ

56

AAAA

51

HHHH

Zie hoofdstuk 4, onder N.

IIII

Aanwijzingen voor de Regelgeving 227, onder 2.

Artikel 2 Besluit diverse bijdragen milieubeheer

B

In verband met artikel 15.13, vierde lid, van de Wet milieubeheer, zoals deze komt te luiden na inwerkingtreding van de Aanpassingswet derde tranche Awb II, kan dit artikel vervallen.

C

18

D

23

J

3:34

K

28

Het tweede lid is verplaatst naar artikel 15 onder de paragraaf 7. Verplichtingen voor de subsidie-ontvanger. Dat sluit aan bij de indeling van de Algemene wet bestuursrecht.

L

32 en 33

O

In verband met het vervallen van artikel 15.18 van de Wet milieubeheer hier de verplichting tot informatieverschaffing opgenomen.

Q

47

R

Tweede gedeelte van artikel 17 nu geregeld in artikel 4:46 Awb.

T

51, 52, 53

U

4:59

1

W

56, 59

X

Zie hoofdstuk 4, onder N.

Aanwijzingen voor de Regelgeving nr. 227, onderdeel 2.

Artikel 3 Besluit bijdragen maatschappelijke organisaties en milieu

D

Er bestaan voldoende bevoegdheden in het kader van het de vaststelling van het subsidieplafond.

E

lid 1 en 2: model 9

lid 6: vgl. 4:25, tweede lid, Awb

lid 7: model 12

G

model 21.

H

1: model 19

I

In het tweede lid is het enige stuk dat niet ingevolge de Algemene wet bestuursrecht wordt geëist, opgenomen. Dit stuk wordt ook niet bij de vaststelling verzocht. Activiteitenverslag is reeds in bezit in verband met de stukken die in verband met de subsidievaststelling moeten worden overgelegd (par. 4.2.8.5). Artikel 10 is ingevoegd. De plaats past dan beter in de indeling van de Algemene wet bestuursrecht.

J

66

K

66

Overige artikelleden zitten in artikel 4:63 Awb.

L

Is geregeld in art. 361 e.v. van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

O

34

P

28

Q

34

S

72

Het tweede lid is toegevoegd, omdat dat niet in de artikelen 4:69 t/m 4:71 van de Algemene wet bestuursrecht zit.

V

Vervallen lid 2 i.v.m. artikel 4:42 van de Algemene wet bestuursrecht.

Vervallen lid 3: 56.

W

58

Z

Het vervallen van het vierde lid hangt niet direct samen met de derde tranche, maar daarin is wel reeds voorzien in de Algemene wet bestuursrecht.

BB

33

CC

30, model 17

EE

Verwijzing naar artikel 15 is niet meer mogelijk.

HH

56 en 4:42 Algemene wet bestuursrecht.

JJ

Zie hoofdstuk 4, onder N.

KK

Aanwijzingen voor de Regelgeving nr. 227, onderdeel 2.

Artikel 4 Bijdragenbesluit milieugerichte technologie

A

Aanwijzingen voor de Regelgeving nr. 98, onderdeel 2.

C

18, model 9; 4:27, tweede lid Awb

G en I

2: Onderschrijding van het subsidieplafond is onder de Algemene wet bestuursrecht een dwingende weigeringsgrond. In die systematiek past niet dat aanvragen - zonder ze af te wijzen - worden doorgeschoven naar een volgend tijdvak (onder opschorting van de beslistermijn). Onder de Algemene wet bestuursrecht wordt materieel hetzelfde bereikt door te bepalen dat het opnieuw indienen van de aanvraag (na weigering van de gevraagde subsidie) overbodig is.

H

34

J

model 13

K

30, model 17

51

P

48 en 50

Het derde lid vervalt omdat artikel 17 vervalt.

Q

lid 1: 4:42 Awb

lid 3: 56

R

52

T

34, 51 en artikel 4:57 Awb

V

Zie hoofdstuk 4, onder N.

Aanwijzingen voor de Regelgeving nr. 227, onderdeel 2.

Artikel 5 Besluit stortverbod afvalstoffen

Deze wijziging strekt tot aanpassing aan de wijziging van artikel 8.14, die bij het aanpassingswetsvoorstel Awb II in de Wet milieubeheer wordt voorgesteld. Tevens wordt artikel 4 van het besluit nu in overeenstemming gebracht met de huidige situatie, waarin de minister van VROM zelf bevoegd is al dan niet in te stemmen met het storten van afvalstoffen in afwijking van het besluit.

Artikel 6 Besluit emissie-eisen NOx salpeterzuurfabrieken

A en B

86

Hoofdstuk 6. Wet op de architectentitel

Enig artikel Examenbesluit Wet op de architectentitel

Omdat besluiten slechts in bij of krachtens de wet bepaalde gevallen aan goedkeuring onderworpen kunnen worden, is bij nota van wijziging op de Aanpassingswet Derde tranche Awb (I) (kamerstukken II 1997/98, 25 280, nr. ...) de goedkeuring uit artikel 11, tweede lid, van het Examenbesluit Wet op de architectentitel naar artikel 25, derde lid, van de wet verplaatst. Deze aanpassing houdt met die wijziging verband.

Hoofdstuk 7. Wet op de Ruimtelijke Ordening

Enig artikel Het Besluit op de ruimtelijke ordening

In de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt de term ’naleving’ vervangen door de term ’uitvoering’. Het betreft hier geen toezicht op de naleving, als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht. De Rijksplanologische dienst (RPD) heeft geen rechtstreekse bestuursrechtelijke handhavingsbevoegheid, maar ziet erop toe dat de wet op de juiste wijze wordt uitgevoerd door provincies en gemeenten. Dit betreft niet alleen de wijze waarop deze overheden zelf de wettelijke voorschriften toepassen, maar vooral ook de wijze waarop gemeenten invulling geven aan hun verantwoordelijkheid om op te treden tegen overtreding van voorschriften door burgers en bedrijven. Indien gemeenten hiertegen onvoldoende optreden, kan een inspectie van de ruimtelijke ordening met behulp van de hem ingevolge de Algemene wet bestuursrecht ter beschikking staande middelen, te weten bezwaar, beroep en het vragen van een voorlopige voorziening, de betrokken overheden dwingen om alsnog op te treden. Wat ook kan is dat een inspectie als belanghebbende gebruik maakt van zijn mogelijkheden om ten onrechte verleende vrijstellingen en vergunningen te laten schorsen en vernietigen.

Hoofdstuk 8. Wet milieubeheer en Wet op de Ruimtelijke Ordening

Enig artikel Het Besluit subsidiëring stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening

A

62, model 20

Voor subsidiëring van de stichting advisering bestuursrechtspraak milieu en ruimtelijke ordening is het bij de subsidie-aanvraag overleggen van een activiteitenplan niet relevant.

B

60, model 19

C

lid 1: voldoende gewaarborgd door verplichtingen Awb

lid 2: 64

lid 3: 64

lid 4: 52

D

Lid 1 en 2: 64b

lid 3: 66

F

72

Artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht biedt uitsluitend de mogelijkheid om in te trekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger te wijzigen. Het gaat hier om het verhogen van de subsidie. Derhalve is een aparte voorziening nodig.

H

76

J

70 en 71

K

73

L

44

M

Zie hoofdstuk 4, onder N.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,