﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE stcart PUBLIC "-//SDU//DTD staatscourant xml 1.1//NL" "../../dtd/stcrt-11.dtd"[]>
<stcart soort="reg" status="b" publtype="stct">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1996-234-p6-SC7560/metadata.xml" />
  </metadata>
  <frontm>
    <versie dtd="1.4" conv="prod__0" markup="qa"></versie>
    <artcode>234-0601</artcode>
    <stcgeg>
      <tekst>Uit: Staatscourant 3 december 1996, nr. 234</tekst>
      <dag>Dinsdag</dag>
      <datum>3 december 1996</datum>
      <nummer>234</nummer>
    </stcgeg>
    <chapeau>
      <mincodes>VWS</mincodes>
    </chapeau>
    <titel>VNG-adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 1997</titel>
  </frontm>
  <body>
    <al>VNG-adviestabel ouderbijdragen kinderopvang 1997, zoals getoetst door
de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en bij brief van
22 oktober 1996 aangemeld bij de Staatssecretaris van Financiën voor
het gebruik in de fiscale regelgeving voor het jaar 1997.</al>
    <plaatje file="stcrt-1996-234-p6-SC7560-1.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    <plaatje file="stcrt-1996-234-p6-SC7560-2.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    <plaatje file="stcrt-1996-234-p6-SC7560-3.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    <tuskop letat="vet">Formulier voor de berekening van het inkomen waarover
de ouderbijdrage verschuldigd is </tuskop>
    <tuskop letat="cur">A. Inkomensopgave aan de hand van de laatst vastgestelde
aanslag inkomstenbelasting</tuskop>
    <plaatje file="stcrt-1996-234-p6-SC7560-4.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    <tuskop letat="cur">B. Inkomensopgave aan de hand van de opgave van de werkgever/pensioen-
of uitkeringsinstantie</tuskop>
    <plaatje file="stcrt-1996-234-p6-SC7560-5.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    <plaatje file="stcrt-1996-234-p6-SC7560-6.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    <tuskop letat="cur">C. Inkomen waarover de ouderbijdrage verschuldigd is</tuskop>
    <plaatje file="stcrt-1996-234-p6-SC7560-7.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    <tuskop letat="vet">Toelichting </tuskop>
    <tuskop letat="vet">1. Toelichting bij de adviestabel ouderbijdragen kinderopvang
1997 </tuskop>
    <tuskop letat="cur">Berekening van de opvangduur</tuskop>
    <al>De ouderbijdrage stijgt met het inkomen en wordt op maandbasis berekend.
De bijdrage varieert met de opvangduur. Er wordt uitgegaan van dagdelen (hele
of halve dagopvang). Hele dagopvang is onafgebroken opvang gedurende meer
dan vijf en maximaal tien uur per dag. Halvedagopvang bedraagt tweederde deel
(x 0,66) van de bijdrage voor de hele dagopvang. Als er sprake is van aanzienlijk
meer dan tien uur opvang per dag, bijvoorbeeld bij verlengde dagopvang of
bij 24-uurs opvang, kan naar rato worden doorgerekend.</al>
    <al>VOORBEELD berekening halve of hele dagen</al>
    <al>Voor halve dagopvang gedurende vijf dagen in de week, is de ouderbijdrage
bij een minimumniveau f 63 (zie tabel voor halve dagopvang en buitenschoolse
opvang). De totale opvangduur is 2½ dag per week, maar omdat deze is
opgebouwd uit louter halve dagen, geldt de tabel voor halve dagopvang. Het
is ook mogelijk dat een kind gedurende in totaal 2½ dag per week wordt
opgevangen, maar dat deze opvangduur bestaat uit twee hele dagen en een halve
dag. In dat geval bestaat de ouderbijdrage bij een inkomen op minimumniveau
uit f 39 voor twee hele dagen per week (zie tabel voor hele dagopvang) plus
f 12 voor een halve dag = in totaal f 50. </al>
    <tuskop letat="cur">Buitenschoolse opvang (BSO) en naschoolse opvang (NSO)</tuskop>
    <al>De tarieven voor halve dagopvang gelden ook voor buitenschoolse opvang.
Bedoeld is dan buitenschoolse opvang voor en na de schooltijden en in de schoolvakanties.
De praktijk van de kinderopvang laat zien dat vormen van buitenschoolse opvang
sterk variëren. Enerzijds is er buitenschoolse opvang in zijn meest complete
vorm: opvang voor en na schooltijd, tussen de middag en in de schoolvakanties.
Anderzijds wordt buitenschoolse opvang in een groot aantal gevallen in beperkte
vorm aangeboden via uitsluitend naschoolse opvang.</al>
    <al>Gezien de variatie in geboden dienstverlening, lijkt het niet billijk
op alle vormen van buitenschoolse opvang dezelfde tarieven - namelijk
tweederde van de tarieven voor hele dagopopvang - toe te passen. Met
name voor die situaties, waarin buitenschoolse opvang in de praktijk uit louter
naschoolse opvang bestaat, is het ’tweederde tarief’ aan de hoge
kant. In die situaties kan de tariefstelling naar rato worden bepaald. </al>
    <tuskop letat="cur">Gastouderopvang</tuskop>
    <al>Deze tabel heeft geen betrekking op gastouderopvang. De adviestabel kan
echter wel als basis dienen bij de berekening van de ouderbijdragetarieven
bij gastouderopvang. </al>
    <tuskop letat="cur">Vakantie</tuskop>
    <al>In beginsel dient een kinderopvangcentrum gedurende het gehele jaar geopend
te zijn. De hoogte van de ouderbijdrage rechtvaardigt dat ook in vakantietijd
kinderopvang geboden wordt. Aangezien de ouderbijdrage maandelijks betaald
dient te worden, houdt dit in dat ook gedurende een vakantieperiode de ouderbijdrage
verschuldigd blijft. Indien ouders vanwege vakantiesluiting van het centrum
geen gebruik kunnen maken van kinderopvang, is het redelijk over die periode
een bedrag ter grootte van het laagste tarief in mindering te brengen op de
ouderbijdrage. </al>
    <tuskop letat="cur">Opvang van meer kinderen uit één gezin</tuskop>
    <al>Wanneer meer kinderen uit één huishouden gebruikmaken van
kinderopvang, dan geldt het kind dat het meeste aantal uren per week gebruikmaakt
van de kinderopvang als eerste kind. Op basis hiervan wordt de ouderbijdrage
voor de kinderopvang vastgesteld. Voor het tweede en volgende kind is per
maand een ouderbijdrage verschuldigd gelijk aan 30% van het tarief
voor het eerste kind. Voor netto-inkomens kleiner dan f 1.601 per maand wordt
een bijdrage van f 97 per maand gevraagd.</al>
    <al>Bij netto-inkomens tussen f 1.601 en f 2.600 per maand wordt een ouderbijdrage
gevraagd van f 114 per maand. </al>
    <tuskop letat="cur">Inkomen waarover de ouderbijdrage wordt berekend</tuskop>
    <al>De ouderbijdrage wordt vastgesteld op basis van het netto maandinkomen
van de huishouding waartoe het kind behoort. Voor gehuwden of samenwonenden
wordt de ouderbijdrage voor de kinderopvang vastgesteld naar het gezamenlijk
netto maandinkomen. De netto maandinkomens van de partners worden daartoe
bij elkaar opgeteld. Bij alleenstaande ouders wordt voor de ouderbijdrage
het individuele inkomen in aanmerking genomen. </al>
    <tuskop letat="cur">Co-ouderschap</tuskop>
    <al>Indien ouders gezamenlijk kinderen opvoeden en beiden een inkomen hebben,
maar niet gezamenlijk één huishouden voeren (bijvoorbeeld: LAT-relaties
met kinderen), is sprake van co-ouderschap.</al>
    <al>Er is in die situatie een duidelijk verschil ten opzichte van de situatie
van alleenstaand ouderschap, zodat hanteren van tarieven voor één
ouder tot een te lage ouderbijdrage zou leiden. Daarom wordt de ouderbijdrage
bij co-ouderschap eveneens vastgesteld op basis van beide inkomens.</al>
    <al>Dat geldt alleen voor die situaties van co-ouderschap, waarin formeel
is vastgelegd dat beide ouders gelijkelijk verantwoordelijk zijn voor de opvoeding:
namelijk bij een beschikking van de kantonrechter inzake het gezamenlijk uitoefenen
van de ouderlijke macht. Wel is het redelijk rekening te houden met de extra
kosten die het voeren van twee huishoudens met zich meebrengen.</al>
    <al>Dat kan door bij de berekening van de tarieven voor co-ouders beide inkomens
afzonderlijk te beschouwen.</al>
    <al>De netto-inkomens worden voor de berekening van de ouderbijdrage niet
bij elkaar opgeteld. Per netto-inkomen wordt de ouderbijdrage vastgesteld
en in rekening gebracht. Iedere ouder vult een eigen formulier in (zie voorbeeld). </al>
    <tuskop letat="vet">VOORBEELD berekening ouderbijdrage co-ouderschap</tuskop>
    <plaatje file="stcrt-1996-234-p6-SC7560-8.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    <witreg></witreg>
    <al>Een en ander mag er uiteraard niet toe leiden dat de totale bijdrage van
de twee co-ouders meer bedraagt dan de maximumbijdrage behorend bij het aantal
dagen of dagdelen dat opvang wordt genoten.</al>
    <al>De hier beschreven regeling is in principe niet van toepassing op ouders
die na echtscheiding elk een eigen huishouding voeren, tenzij de ouders na
echtscheiding de rechtbank verzoeken te bepalen dat zij gezamenlijk de ouderlijke
macht blijven uitoefenen.</al>
    <al>Wanneer een formele regeling van co-ouderschap ontbreekt, wordt de ouderbijdrage
volgens de hoofdregel vastgesteld: op basis van het inkomen van de huishouding
waartoe het kind behoort. Dat zal in de regel één inkomen zijn.
Bij dat inkomen wordt de eventueel ontvangen alimentatie voor de ex-partner
opgeteld. </al>
    <tuskop letat="cur">Het vaststellen van het netto maandinkomen</tuskop>
    <al>De ouders/verzorgers betalen in principe de hoogste ouderbijdrage, tenzij
wordt aangetoond dat het netto maandinkomen een lagere ouderbijdrage rechtvaardigt.</al>
    <al>Als hoofdregel geldt dat het netto maandinkomen van beide ouders/ver-zorgers
wordt vastgesteld op basis van de definitieve aanslag inkomstenbelasting.
Voor de verschuldigde ouder-bijdrage over het jaar 1997 wordt uitgegaan van
de laatst vastgestelde definitieve aanslag inkomstenbelasting. Deze aanslag
dient te worden overgelegd aan het kinderopvangcentrum. In geval van bedrijfsplaatsen
wordt in het algemeen de ouderbijdrage door de werkgever vastgesteld en geïnd
(door inhouding op het salaris).</al>
    <al>Indien over 1995 geen aangifte voor de inkomstenbelasting door de ouder/verzorger
is gedaan, dan wordt het netto maandinkomen van de ouder/verzorger via de
meest recente loonstrook of inkomensspecificatie van de werkgever, pensioen-
of uitkeringeninstantie berekend. De loonstrook of inkomensspecificatie van
de werkgever, pensioen- of uitkeringsinstantie dient aan het kinderopvangcentrum
te worden overgelegd. Altijd dient het inkomen van beide ouders/verzorgers
op het formulier te worden vermeld (bij ouder/verzorger 1 respectievelijk
bij ouder/verzorger 2). </al>
    <tuskop letat="cur">Negatief inkomen</tuskop>
    <al>Indien het inkomen van een ouder/verzorger negatief is, wordt dit met
het positieve inkomen van de andere ouder/verzorger verrekend. Wanneer het
totale inkomen negatief is, dan wordt de minimale ouderbijdrage berekend. </al>
    <tuskop letat="cur">Ouderbijdrage bij wijziging van het netto maandinkomen</tuskop>
    <al>Het netto maandinkomen wordt in principe eenmaal per jaar vastgesteld.
Indien evenwel sprake is van een wezenlijke inkomenswijziging, die aanleiding
geeft tot wijziging van de ouderbijdrage, dan zal het netto maandinkomen opnieuw
moeten worden vastgesteld.</al>
    <al>Van een wezenlijke inkomenswijziging is sprake indien het netto maandinkomen
10% hoger of lager is dan het netto maandinkomen, waarop de ouderbijdrage
is gebaseerd. Als uit controle blijkt dat de ouderbijdrage, gelet op het inkomen
van de ouders/verzorgers, op een hoger bedrag moet worden gesteld, kan het
kinderopvangcentrum altijd alsnog de te weinig betaalde ouderbijdrage vorderen. </al>
    <tuskop letat="cur">Tegemoetkoming krachtens de Algemene Bijstandswet</tuskop>
    <al>Indien het inkomen door de betaling van de ouderbijdrage voor de kinderopvang
minder bedraagt dan het bedrag van de (van toepassing zijnde) bijstandsnorm,
dan kan bij de gemeente een tegemoetkoming worden aangevraagd in het kader
van de Algemene Bijstandswet. </al>
    <tuskop letat="cur">Ouderbijdrage en bedrijfsopvang/fiscale consequenties</tuskop>
    <al>Wanneer een werkgever faciliteiten voor kinderopvang aan werknemers verstrekt,
zijn er voor ouders/verzorgers veelal geen verdere fiscale consequenties,
mits aan de ouders/verzorgers een bijdrage conform de VNG-adviestabel wordt
gevraagd. Wordt er echter geen of een lagere bijdrage vastgesteld, dan kan
een forfaitaire bijtelling voor de heffing van de inkomstenbelasting aan de
orde zijn volgens de normen die door het Ministerie van Financiën in
de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 zijn vastgelegd.</al>
    <al>Een ouderbijdrage die de VNG-adviestabel te boven gaat, kan (onder voorwaarden)
bij de aangifte inkomstenbelasting voor een deel in aftrek worden gebracht
op het inkomen. </al>
    <tuskop letat="cur">Alimentatiebetalingen en -ontvangsten</tuskop>
    <al>Alimentatieplichtigen kunnen de betaalde alimentatie ten behoeve van hun
ex-partner als aftrekpost opvoeren. Alimentatie ten behoeve van de kinderen
is slechts (beperkt) aftrekbaar voorzover het betreffende kind geen recht
heeft op kinderbijslag of studiefinanciering.</al>
    <al>Bij ontvangers van alimentatie is het volgende van belang:</al>
    <al>* alimentatie ontvangen ten behoeve van het kind wordt niet bij het inkomen
geteld, omdat hier geen sprake is van inkomsten, maar van kosten voor het
levensonderhoud. Kinderalimentatie blijft om die reden ook buiten de heffing
van de inkomstenbelasting.</al>
    <al>* alimentatie ontvangen voor het eigen levensonderhoud wordt wel bij het
inkomen geteld, aangezien alimentatie voor de ouder geldt als inkomen voor
de inkomstenbelasting. </al>
    <tuskop letat="cur">De Wet Persoonregistraties</tuskop>
    <al>Op grond van de Wet Persoonregistraties is een privacyreglement voor organisaties
in de (semi-)publieke sector verplicht. Zo’n reglement is bedoeld om
personen de bescherming te bieden tegen misbruik van persoonlijke gegevens.
Een instelling voor kinderopvang dient een privacyreglement te hanteren. </al>
    <tuskop letat="vet">2. Formulier voor de berekening van het inkomen en de
toelichting hierop </tuskop>
    <tuskop letat="cur">A. Inkomensopgave aan de hand van de laatst vastgestelde
aanslag inkomstenbelasting </tuskop>
    <tuskop letat="cur">(1) Inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen</tuskop>
    <al>Het netto-inkomen wordt aan de hand van de definitieve aanslag inkomstenbelasting
over 1995 vastgesteld door het belastbaar inkomen van de ouder/verzorger te
verminderen met de hierover verschuldigde inkomstenbelasting/</al>
    <al>premies volksverzekeringen. Indien de aanslag inkomstenbelasting over
het jaar 1995 nog niet definitief is vastgesteld, vindt vaststelling van het
netto-inkomen plaats op basis van de laatst voor 1995 vastgestelde definitieve
aanslag inkomstenbelasting. De aanslag</al>
    <al>(en desgevraagd ook het aangiftebiljet) dient te worden overgelegd aan
het kinderopvangcentrum. </al>
    <tuskop letat="cur">(2) Opslag</tuskop>
    <al>De opslagpercentages om het inkomen van het aanslagjaar in overeenstemming
te brengen met het jaarinkomen van 1996 zijn als volgt:</al>
    <plaatje file="stcrt-1996-234-p6-SC7560-9.gif" color="no" format="gif"></plaatje>
    <tuskop letat="cur">(3) Premie ziektekostenverzekeringen/Ziekenfondswet</tuskop>
    <al>Hier mag alleen een bedrag vermeld worden, indien terzake geen aftrek
op het belastbaar inkomen voor de inkomstenbelasting heeft plaatsgevonden.</al>
    <al>Alleen door de ouder/verzorger zelf betaalde premie ziektekostenverzekeringen
of ziekenfonds wordt vermeld (om te rekenen naar een maandelijks bedrag).
Bij degenen die een zieken-fondsverzekering hebben, mag de apart geïnde
nominale premie voor de ziekenfondsverzekering bijgeteld worden. Bij degenen
die een ziektekostenverzekering hebben, mag het eigen risico bijgeteld worden
(eveneens om te rekenen naar een maandelijks bedrag).</al>
    <al>Het werkgeversdeel van de premie wordt niet in aftrek gebracht! </al>
    <tuskop letat="cur">B. Inkomensopgave aan de hand van de opgave van de werkgever/pensioen
of uitkeringsinstantie </tuskop>
    <tuskop letat="cur">(4) Brutoloon/uitkering/pensioen</tuskop>
    <al>Het bruto-inkomen wordt uitgedrukt in een bedrag per maand. Bedragen per
week worden vermenigvuldigd met 4⅔. Inkomen dat eens per 4 weken wordt
uitbetaald wordt vermenigvuldigd met 13/12. Een maandelijks terugkerende toeslag,
overwerkvergoeding, provisie en een 13e maand gelden eveneens als inkomen.
Er dient een gemiddelde per maand berekend te worden. Voorts dient het belaste
gedeelte van een onkostenvergoeding tot het bruto-inkomen gerekend te worden.
Onbelaste vergoedingen blijven buiten beschouwing. Bij een wisselend inkomen,
bijvoorbeeld verkregen door werk bij een uitzendbureau, wordt naar een periode
van 3 maanden gekeken (zo mogelijk aaneengesloten) en dan een gemiddelde per
maand berekend. </al>
    <tuskop letat="cur">(5) Spaarloon</tuskop>
    <al>Het bedrag waarvoor wordt deelgenomen aan een spaarloonregeling komt in
mindering op het brutoloon en leidt derhalve tot een verlaging van het netto-inkomen.
Als het spaarloon op de salarisspecificatie al van het brutoloon is afgetrokken,
moet dit niet nogmaals plaatsvinden. Als gedurende een deel van het jaar aan
de spaarloonregeling wordt deelgenomen, moet het bedrag waarvoor wordt deelgenomen
worden omgerekend naar een maandbedrag op basis van 12 maanden. </al>
    <tuskop letat="cur">(6) De bijdrage werkgever in ziektekostenverzekering/Ziekenfondswet</tuskop>
    <al>Wanneer het netto-inkomen voor de berekening van de ouderbijdrage niet
wordt vastgesteld op basis van de definitieve aanslag inkomstenbelasting,
maar wordt uitgegaan van de salaris-specificatie, moet het werkgeversaandeel
Ziekenfondswet of de bijdrage van de werkgever in de ziektekostenverzekering
worden bijgeteld.</al>
    <al>Dit is noodzakelijk om zo min mogelijk verschillen te krijgen met de hoofdregel
(uitgaan van de definitieve aanslag inkomstenbelasting).</al>
    <al>Er ontstaat hierdoor een afwijking tussen het netto-inkomen voor de berekening
van de ouderbijdrage en het nettosalaris volgens de salarisopgave, ter grootte
van het werkgeversaandeel Ziekenfondswet. De grondslag voor toepassing van
de ouderbijdragentabel wordt dus hoger dan het nettoloon volgens de salarisspecificatie! </al>
    <tuskop letat="cur">(7) Loonbelastingbeschikking</tuskop>
    <al>Indien in de salarisspecificatie een loonbelastingbeschikking is verwerkt,
kan bij dit onderdeel het bedrag per maand worden vermeld dat op de beschikking
staat vermeld. Soms is dit maandbedrag expliciet zichtbaar op de salarisspecificatie.
Indien dit niet het geval is, moet de werknemer de door de Belastingdienst
afgegeven beschikking aan het kinderdagverblijf overleggen.</al>
    <al>Indien de beschikking in de loop van het jaar is afgegeven, moet het bedrag
van de beschikking worden omgerekend naar een bedrag per maand (op basis van
12 maanden).</al>
    <al>Als de Belastingdienst een vermindering van loonheffing (loonbelastingbeschik-king)
heeft verleend, zal de ingehouden loonheffing dus lager zijn dan zonder loonbelastingbeschikking. </al>
    <tuskop letat="cur">(8) Werknemersaandeel WW/WAO/pseudopremie</tuskop>
    <al>De pseudopremie (overeenkomend met de premie WW/WAO) wordt alleen ingehouden
bij overheids- en onder-</al>
    <al>wijzend personeel en bij enkele specifieke uitkeringen. </al>
    <tuskop letat="cur">(9) Werknemersaandeel premie Ziekenfondswet/ziektekostenverzekering</tuskop>
    <al>Hier moet alleen door de ouder/verzorger zelf betaalde premie ziektekostenverzekering
of ziekenfonds worden vermeld (om te rekenen naar een maandelijks bedrag).
Bij degenen die een ziekenfondsverzekering hebben, mag de apart geïnde
nominale premie voor de ziekenfondsverzekering en AWBZ in mindering worden
gebracht op het inkomen. Bij degenen die een ziektekostenverzekering hebben,
mag het eigen risico in mindering worden gebracht (om te rekenen naar een
maandelijks bedrag).</al>
    <al>Het werkgeversaandeel in de premie wordt niet in aftrek gebracht, ook
al is dit onder (6) bijgeteld! Aftrek is niet toegestaan, omdat dit werkgeversdeel
ook deel uitmaakt van het belastbaar inkomen dat onder methode A. wordt gehanteerd. </al>
    <tuskop letat="cur">(10) Overige inkomsten</tuskop>
    <al>Hieronder vallen onder meer:</al>
    <al>- belast gedeelte van de aanvullende studiebeurs WSF;</al>
    <al>- tegemoetkoming interim-regeling ziektekosten ambtenaren;</al>
    <al>- ontvangen alimentatie van de ex-partner.</al>
    <al>Bij het inkomen tellen niet mee:</al>
    <al>- huursubsidie;</al>
    <al>- woonkostentoeslag;</al>
    <al>- bijstand voor bijzondere kosten;</al>
    <al>- kinderalimentatie;</al>
    <al>- kinderbijslag;</al>
    <al>- basisbeurs en rentedragende lening WSF. </al>
    <tuskop letat="cur">(11) Overige aftrekposten zonder toepassing loonbelastingbeschikking</tuskop>
    <al>Omdat over de overige inkomsten in principe nog inkomstenbelasting verschuldigd
is en de overige aftrekposten in principe aanleiding geven tot teruggaaf van
inkomstenbelasting, worden deze overige inkomsten en overige aftrekposten
voor slechts 50% in aanmerking genomen. Mocht dit percentage wezenlijk
afwijken van het in werkelijkheid van toepassing zijnde percentage, dan kan
dit worden aangepast.</al>
    <al>Als er sprake is van fiscale aftrekposten (zoals bijvoorbeeld hypotheekrente,
premie voor lijfrente, rente van schulden, buitengewone lastenten) dan komt
men in aanmerking voor een aanslag inkomstenbelasting en behoort de ouderbijdrage
niet aan de hand van de loonstrook te worden berekend maar aan de hand van
de aanslag inkomstenbelasting.</al>
  </body>
</stcart>