Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 1994, 251Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Vervoer van personen met personenauto's

Sociaal Fonds 1995

Verbindendverklaring CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN GEWIJZIGDE BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST SOCIAAL FONDS VERVOER VAN PERSONEN MET PERSONENAUTO'S

8192

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelezen het verzoek van partijen bij de cao Sociaal Fonds Vervoer van Personen met Personenauto's zijnde Taxivervoer Nederland als partij te ener zijde en de Vervoersbond FNV en de Vervoersbond CNV als partijen te anderer zijde bij de collectieve arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds Vervoer van personen met Personenauto's, strekkende tot algemeen verbindendverklaring van gewijzigde bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst;

Overwegende,

dat de wijzigingen van genoemde collectieve arbeidsovereenkomst in werking treden op 1 januari 1995;

dat van het verzoek tot algemeen verbindendverklaring mededeling is gedaan in de Nederlandse Staatscourant;

dat naar aanleiding van dit verzoek geen schriftelijke bezwaren zijn ingebracht;

dat de bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomst gelden voor een belangrijke meerderheid van de in de bedrijfstak werkzame personen;

Gelet op de artikelen 2, 4 en 5 van de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten;

Gezien het advies van de Stichting van de Arbeid;

Besluit:

I. Trekt in zijn besluit van 9 november 1992 (Stcrt. 1992, nr. 221) en van 5 november 1993 (Stcrt. 1993, nr. 217), voor zover daarin werd overgegaan tot het algemeen verbindendverklaren van de artikelen 3, 4 en 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds Vervoer van personen met Personenauto's, alsmede artikel 1 van het reglement (bijlage II) van de Stichting Sociaal Fonds Vervoer van personen met Personenauto's, zulks met inachtneming van hetgeen onder IV en V is bepaald;

II. Verklaart algemeen verbindend tot en met 31 december 1995 de artikelen 3, 4 en 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds Vervoer van personen met Personenauto's, alsmede artikel 1 van het reglement (bijlage II) van de Stichting Sociaal Fonds Vervoer van personen met Personenauto's, zoals deze door partijen zijn gewijzigd en zulks met inachtneming van hetgeen onder III, IV en V is bepaald:

Artikel 3:

„Artikel 3 Verplichtingen werkgever

  • 1. Bijdrage werkgever.

  • De werkgever is aan de SFVP een jaarlijkse bijdrage verschuldigd.

  • Deze bedraagt met ingang van 1 januari 1995 0,5% van het premieplichtig loon van de Werkloosheidswet van het voorafgaande jaar, zoals dit door de betreffende bedrijfsvereniging voor de onderneming van de werkgever is vastgesteld. De jaarlijkse bijdrage komt na aftrek van de kosten voor inning, administratie en beheer van de SFVP, geheel ten goede aan het financiëren van het doel van de SFVP, zoals omschreven in de statuten van de Stichting.

  • 2. Naleving CAO.

  • De werkgever is verplicht op de wijze, vermeld in een nader daartoe door de SFVP op te stellen reglement1, aan te tonen dat hij de bepalingen van de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het vervoer van Personen met Personenauto's, alsmede deze Collectieve Arbeidsovereenkomst, getrouwelijk naleeft."

Artikel 4:

„Artikel 4 Vaststelling en betaling van de bijdrage

  • 1. De werkgever is verplicht op de tijdstippen, op de wijze en over de tijdvakken als door de Stichting bepaald, de gegevens te verstrekken die de Stichting nodig heeft om de door de werkgever volgens de CAO verschuldigde bijdrage en het door de Stichting te heffen voorschot op de bijdrage vast te stellen.

  • 2. De werkgever is verplicht de over een kalenderjaar verschuldigde bijdrage te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van de desbetreffende nota van de Stichting.

  • 3. Bij niet-tijdige betaling van de verschuldigde bijdrage is de werkgever door het enkele verloop van de termijn in verzuim. De Stichting is dan bevoegd te vorderen:

    • rente over het verschuldigde bedrag van de dag af dat het verschuldigde bedrag betaald had moeten zijn;

    • vergoeding van de buitengerechtelijke invorderingskosten, onverminderd de overige kosten van vervolging verschuldigd volgens de wet.

  • De rente wordt berekend naar het percentage van de wettelijke rente als bedoeld in boek 6, de artikelen 119 en 120 van het Burgerlijk Wetboek. De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op 15% van het verschuldigde bedrag, met een minimum van f 75,–."

„Artikel 5 Inhouding op het loon Inning Administratie en kosten gerechtelijke invordering

  • 1. De werkgever houdt bij elke loonbetaling de helft van de in artikel 3, lid 1 genoemde bijdrage in op het loon van de werknemer.

  • 2. Het geldelijk en administratief beheer van de Stichting en het secretariaat zijn, onder verantwoordelijkheid van het bestuur, opgedragen aan PVF Nederland N.V. te Amsterdam.

  • 3. Indien de inning van de bijdrage ten behoeve van de SFVP moet worden bewerkstelligd op een andere wijze dan in lid 2 van dit artikel voorzien, komen de daaruit voortvloeiende kosten voor rekening van de werkgever/crediteur."

BIJLAGE II

Reglement van de Stichting Sociaal Fonds Vervoer van Personen met Personenauto's

Artikel 1:

„Artikel 1 Hoogte, vaststelling en betaling van de bijdrage

  • 1. De hoogte der bijdrage als bedoeld in artikel 3, lid 1 van de CAO Stichting Sociaal Fonds Vervoer van Personen met Personenauto's bedraagt per kalenderjaar 0,5% van het premieplichtige loon van de Werkloosheidswet van het voorafgaande jaar, zoals dit door de betreffende bedrijfsvereniging is vastgesteld voor de onderneming van de werkgever.

  • 2. De werkgever is verplicht op de tijdstippen, op de wijze en over de tijdvakken als door de Stichting bepaald, de gegevens te verstrekken die de Stichting nodig heeft om de door de werkgever volgens de CAO verschuldigde bijdrage vast te stellen.

  • 3. De werkgever is verplicht de over een kalenderjaar verschuldigde bijdrage binnen 14 dagen na de dagtekening van de desbetreffende nota van de Stichting te voldoen.

  • 4. Bij niet-tijdige betaling van de verschuldigde termijn is de werkgever door het enkele verloop van de termijn in gebreke. Het bestuur is dan bevoegd te vorderen:

    • rente over het verschuldigde bedrag van de dag af dat het verschuldigde bedrag betaald had moeten zijn;

    • vergoeding van de buitenrechtelijke invorderingskosten, onverminderd de overige kosten van vervolging verschuldigd volgens de wet.

  • 5. De rente wordt berekend naar het percentage van de wettelijke interest en bedoeld in artikel 1286 van het Burgerlijk Wetboek, dat geldt op de datum waarop de rente door de Stichting wordt gevorderd. De buitengerechtelijke invorderingskosten worden gesteld op 15% van het verschuldigde bedrag, met een minimum van f 25,–.

  • 6. De werkgever houdt bij elke loonbetaling de helft van de in het eerste lid genoemde bedrag in op het loon van de werknemer."

III. Indien en voor zover de onder II opgenomen bepalingen strijdig zijn met (mede) ter zake van de vaststelling van lonen en/of andere arbeidsvoorwaarden bij of krachtens de wet gestelde of te stellen regelen, prevaleren deze regelen.

IV. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1995.

V. Dit besluit wordt gepubliceerd door plaatsing in een bijvoegsel bij de Nederlandse Staatscourant.

's-Gravenhage, 27 december 1994

De Minister van sociale Zaken en Werkgelegenheid

Names deze,

W. J. Schmale.


XNoot
1

Reglement Commissie Naleving Cao.