﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-185/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <staatsblad>
    <intitule>Wet van 8 juli 2026 tot wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1069 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie»)</intitule>
    <wet-besluit>
      <aanhef>
        <wij>Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
        <considerans>
          <considerans.al>Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:</considerans.al>
          <considerans.al>Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is regels te stellen ter implementatie van Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie»);</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <wettekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">Het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Na artikel 224 wordt een artikel ingevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">224a</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>In een geding als bedoeld in artikel 10 van de Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie») kan de rechter degene die de vordering instelt en degene die zich aan diens zijde voegt, op vordering van de wederpartij verplichten zekerheid te stellen voor de proceskosten en schadevergoeding als bedoeld in de artikelen 10 en 14 van die richtlijn tot betaling waarvan zij veroordeeld zouden kunnen worden.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Het eerste lid is niet van toepassing als:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>dit voortvloeit uit een verdrag tussen een derde land en de Europese Unie of Nederland, dat vóór 6 mei 2024 is gesloten; of</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>daardoor de effectieve toegang tot de rechter zou worden belemmerd voor degene van wie zekerheid wordt gevorderd.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Artikel 224, derde tot en met vijfde lid, zijn van toepassing.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">Aa</lidnr>
            <wat>Aan artikel 237 worden twee leden toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                  <al>De eiser die in het ongelijk wordt gesteld in een geding als bedoeld in de Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht («strategische rechtszaken tegen publieke participatie»), wordt veroordeeld in de volledige kosten die de wederpartij heeft gemaakt, tenzij de redelijkheid en billijkheid zich daartegen verzetten.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                  <al>Het zesde lid is van overeenkomstige toepassing op zaken zonder grensoverschrijdende gevolgen als bedoeld in artikel 5 van de richtlijn, genoemd in het zesde lid.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Artikel 353, tweede lid, wordt vervangen door vijf leden, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>De artikelen 224 en 224a zijn van toepassing in hoger beroep.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Niettemin is de oorspronkelijke verweerder, eiser zijnde in hoger beroep, niet gehouden tot zekerheidstelling.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                  <al>De verweerder in hoger beroep is daartoe evenmin gehouden, zelfs niet bij het instellen van incidenteel hoger beroep.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>De in eerste aanleg gestelde zekerheid blijft ook verbonden voor de kosten van hoger beroep.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                  <al>De zekerheidstelling wordt gevorderd vóór alle weren van rechten.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">C</lidnr>
            <wat>In artikel 414, eerste lid, wordt «Artikel 224 is» vervangen door «De artikelen 224 en 224a zijn».</wat>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II</nr>
          </kop>
          <al>Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.</al>
        </artikel>
      </wettekst>
      <wetsluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.</al>
        </slotformulering>
        <histnoot type="parlementair">
          <al>Kamerstuk <dossierref dossier="36731">36 731</dossierref></al>
        </histnoot>
        <gegeven>
          <label>Gegeven te </label>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-07-08">8 juli 2026</datum>
          </dagtekening>
          <koning>Willem-Alexander</koning>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,</functie>
          <naam>
            <voornaam>K.T. van</voornaam>
            <achternaam>Bruggen</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
        <uitgifte>
          <datum isodatum="2026-07-10">Uitgegeven de <nadruk type="cur">tiende</nadruk> juli 2026</datum>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Justitie en Veiligheid,</functie>
            <naam>
              <voornaam>D.M. van</voornaam>
              <achternaam>Weel</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </uitgifte>
      </wetsluiting>
    </wet-besluit>
  </staatsblad>
</officiele-publicatie>