﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-119/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <staatsblad>
    <intitule>Besluit van 4 mei 2026, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de nog niet in werking getreden artikelen van de Wet vrachtwagenheffing</intitule>
    <wet-besluit>
      <aanhef>
        <wij>Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="voordracht">Op de voordracht van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 24 april 2026, nr. IenW/BSK-2026/69415, Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken;</considerans.al>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op artikel 36 van de Wet vrachtwagenheffing;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Hebben goedgevonden en verstaan:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <?xpp qa?>
      <?xpp lead;-1?>
      <wettekst>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>Enig</label>
            <titel>artikel</titel>
          </kop>
          <al>De artikelen 2, eerste lid, 4, 8, eerste lid, 9, tweede en derde lid, 10, 26, 27 voor zover dat betreft het vervallen van de zinsnede «, de Wet belasting zware motorrijtuigen» in artikel 42, vierde lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, 29, 30, 31, 33 en 35 van de Wet vrachtwagenheffing treden in werking met ingang van 1 juli 2026.</al>
        </artikel>
      </wettekst>
      <wetsluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-05-04">4 mei 2026</datum>
          </dagtekening>
          <koning>Willem-Alexander</koning>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,</functie>
          <naam>
            <voornaam>V.P.G.</voornaam>
            <achternaam>Karremans</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
        <uitgifte>
          <datum isodatum="2026-05-27">Uitgegeven de <nadruk type="cur">zevenentwintigste</nadruk> mei 2026</datum>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Justitie en Veiligheid,</functie>
            <naam>
              <voornaam>D.M. van</voornaam>
              <achternaam>Weel</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </uitgifte>
      </wetsluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>NOTA VAN TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <al>Met de start van de vrachtwagenheffing op 1 juli 2026 moet de Wet vrachtwagenheffing integraal in werking zijn getreden. Op drie eerdere momenten is een aantal bepalingen van de Wet vrachtwagenheffing reeds in werking getreden<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="stb-2022-526" soort="document" status="actief">Stb. 2022, 526</extref>, <extref doc="stb-2024-191" soort="document" status="actief">Stb. 2024, 191</extref> en <extref doc="stb-2026-38" soort="document" status="actief">Stb. 2026, 38</extref>.</noot.al></noot>. Met dit besluit wordt de inwerkingtreding van de laatste nog niet in werking getreden bepalingen geregeld.</al>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Artikelen 2, eerste lid, 4, 8, eerste lid, 9, tweede en derde lid, 10 en 33 van de Wet vrachtwagenheffing</titel>
          </kop>
          <al>Voor de start van de vrachtwagenheffing is allereerst van belang dat artikel 2, eerste lid, van de Wet vrachtwagenheffing in werking treedt. Hierin ligt de basis van de vrachtwagenheffing verankerd, aangezien op grond van deze bepaling de houder van een vrachtwagen een tarief per kilometer verschuldigd is als hij rijdt over de wegvakken die in de Wet vrachtwagenheffing zijn aangewezen.</al>
          <al>Daarnaast is van belang dat de twee hoofdverplichtingen uit de Wet vrachtwagenheffing in werking treden. Als eerste is in artikel 8, eerste lid, bepaald dat voor elke vrachtwagen die op de weg rijdt, de houder verplicht is een dienstverleningsovereenkomst met een dienstaanbieder te sluiten. De tweede verplichting is dat de registratie van het aantal kilometers die zijn afgelegd op het heffingsnetwerk plaatsvindt met behulp van boordapparatuur (artikel 4, eerste lid). In artikel 4, tweede lid, is vervolgens bepaald dat de houder ervoor moet zorgen dat de vrachtwagen is uitgerust met deze boordapparatuur. En ook dat de boordapparatuur aan staat, naar behoren werkt en hoort de bij de vrachtwagen waarvoor hij een geldende dienstverleningsovereenkomst heeft.</al>
          <al-groep>
            <al>Ook artikel 9, tweede en derde lid, van de Wet vrachtwagenheffing, waarin verplichtingen worden opgelegd aan de dienstaanbieder moeten vanaf de start van de vrachtwagenheffing in werking treden. Met het tweede lid wordt geregeld dat de dienstaanbieder verplicht is dagelijks voor elke vrachtwagen waarvoor hij op dat moment een dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten, aan de Dienst wegverkeer (hierna: RDW)<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>RDW voert de taken van tolheffer in mandaat uit.</noot.al></noot> door te geven hoeveel kilometers deze vrachtwagen heeft gereden en welk bedrag daarvoor verschuldigd is.</al>
            <al>Vervolgens is in het derde lid van dit artikel de betalingsplicht van de dienstaanbieder aan de RDW opgenomen.</al>
            <al>In artikel 10 is bepaald dat op de betalingsverplichting van de houder en van de dienstaanbieder verschillende artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing zijn. Nu de betalingsverplichting van de dienstaanbieder op grond van artikel 9, derde lid, met dit besluit in werking treedt, is het van belang dat ook artikel 10 in werking treedt.</al>
          </al-groep>
          <al>Met de start van de vrachtwagenheffing kan ook artikel 33 van de Wet vrachtwagenheffing in werking treden. Op grond van dat artikel kunnen met het oog op de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid of de toestand van de fysieke leefomgeving in spoedeisende gevallen door middel van een ministeriële regeling tijdelijk wegvakken worden toegevoegd aan de in de bijlage van de wet opgesomde wegvakken waar vrachtwagenheffing wordt geheven. Een dergelijke regeling kan in de toekomst nodig zijn indien blijkt dat de vrachtwagenheffing tot ongewenste uitwijk van vrachtverkeer leidt naar wegen waarop geen heffing van toepassing is.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel>Artikelen 26, 27, 29, 31 en 35 van de Wet vrachtwagenheffing</titel>
          </kop>
          <al>Met de start van de vrachtwagenheffing per 1 juli 2026 vervalt de Wet belasting zware motorrijtuigen (hierna: Wet Bzm). Door het in werking laten treden van artikel 29 wordt dit gerealiseerd. Overgangsrecht dat is opgenomen in artikel 35 van de Wet vrachtwagenheffing treedt ook in werking met ingang van 1 juli 2026 en borgt dat een belastbaar feit als bedoeld in de Wet Bzm dat voor die datum heeft plaatsgevonden nog kan worden verwerkt.</al>
          <al>Met de inwerkingtreding van de artikelen 26 (wijziging van de Invorderingswet 1990), 27 (wijziging van de Wegenverkeerswet 1994) en 31 (wijziging van de Wet overgang belastingheffing in euro’s), worden technische aanpassingen aangebracht in genoemde wetten die samenhangen met het vervallen van de Wet Bzm.</al>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr status="officieel">30</nr>
            <titel>van de Wet vrachtwagenheffing</titel>
          </kop>
          <al>De inwerkingtreding van artikel 30 van de Wet vrachtwagenheffing per 1 juli 2026 zorgt ervoor dat de tariefstructuur voor vrachtauto’s die is opgenomen in artikel 25a van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 (hierna: Wet MRB 1994) met ingang van die datum wordt aangepast. Eerstgenoemd artikel is tussentijds aangepast op grond van artikel XXVII van de Fiscale verzamelwet 2024. De aanpassing van de tarieven voor vrachtauto’s in de Wet MRB 1994 is nadien ook aanleiding geweest voor vier andere wijzigingen van de Wet MRB 1994 die in werking treden per 1 juli 2026. De eerste wijziging betreft het vervallen van het verlaagde tarief voor een rijdende winkel, dat is opgenomen in artikel 25b Wet MRB 1994. Dat artikel vervalt per genoemde datum op grond van de artikelen XXIV, onderdeel A, en LXV, derde lid, van het Belastingplan 2025.<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Artikel LXV, derde lid, van het Belastingplan 2025 regelt dat artikel XXIV, onderdeel A, van die wet (dat het vervallen van artikel 25b Wet MRB 1994 regelt) gelijktijdig in werking treedt met artikel 30 van de Wet vrachtwagenheffing.</noot.al></noot> Ook hoofdstuk VI van de Wet MRB 1994, waarin de teruggaaf voor een bedrijfsvoertuigenpark is geregeld, vervalt met ingang van die datum. Dit volgt uit artikel XI in samenhang met artikel XXIII, derde lid, van Overige fiscale maatregelen 2026.<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Artikel XXIII, derde lid, van de Overige fiscale maatregelen 2026 regelt dat artikel XI van die wet (dat het vervallen van hoofdstuk VI van de Wet MRB 1994 regelt) gelijktijdig in werking treedt met artikel 30 van de Wet vrachtwagenheffing.</noot.al></noot> De derde wijziging betreft de beperking van de kwarttarieven op grond van artikel 30 Wet MRB 1994 tot bestelauto’s. De aanpassing per genoemde datum volgt uit artikel XVII, onderdeel B, in samenhang met artikel L, tweede lid, van het Belastingplan 2026.<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Artikel L, tweede lid, van het Belastingplan 2026 regelt dat artikel XVII, onderdeel B, van die wet (dat ziet op een wijziging van artikel 30 Wet MRB 1994) gelijktijdig met artikel 30 van de Wet vrachtwagenheffing in werking treedt. Dit betekent dat artikel 30, eerste lid, aanhef, Wet MRB 1994 direct na inwerkingtreding van artikel 30 van de Wet vrachtwagenheffing zal worden aangepast.</noot.al></noot> De vierde en laatste aanvullende wijziging van de Wet MRB 1994 is eveneens opgenomen in het Belastingplan 2026 en betreft het invoeren van een nihiltarief voor een motorrijtuig van de voertuigcategorie N2, indien dat motorrijtuig een toegestane maximum massa heeft van 3.500 kilogram of minder.<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Artikel L, tweede lid, van het Belastingplan 2026 regelt voorts dat artikel XVII, onderdeel Aa, van die wet (dat ziet op invoegen van artikel 27a Wet MRB 1994, waarmee het nihiltarief wordt opgenomen in de Wet MRB 1994) gelijktijdig in werking treedt met artikel 30 van de Wet vrachtwagenheffing.</noot.al></noot></al>
          <al>Ook de inwerkingtreding van wijzigingen in onderliggende fiscale regelgeving is afhankelijk van de inwerkingtreding van de artikelen 2, eerste lid, of 30 van de Wet vrachtwagenheffing. Het gaat om wijzigingen op grond van artikel XII van het Eindejaarsbesluit 2024, artikel VI van het Eindejaarsbesluit 2025 en artikel IX van de Eindejaarsregeling 2025.</al>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,</functie>
          <naam>
            <voornaam>V.P.G.</voornaam>
            <achternaam>Karremans</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </wet-besluit>
  </staatsblad>
</officiele-publicatie>