﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/repository/schemas/op-consolidated/op-consolidated_2014-05-15/xsd/op-xsd-2014-05-15.xsd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2026-117/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <staatsblad>
    <intitule>Besluit van 19 mei 2026 tot wijziging van het Besluit energie vervoer en het Besluit
      brandstoffen luchtverontreiniging in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413
      van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU)
      2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit
      hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad
      [WGK026978]</intitule>
    <wet-besluit>
      <aanhef>
        <wij>Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van
            Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="voordracht">Op de voordracht van de Staatssecretaris van
               Infrastructuur en Waterstaat van 30 oktober 2025, IENW/BSK-2025/259897, Hoofddirectie
               Bestuurlijke en Juridische Zaken;</considerans.al>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op de artikelen 9.2.2.1, 9.7.1.2, 9.7.2.1,
               eerste, derde een vierde lid, 9.7.2.4, derde lid, 9.7.2.5, tweede lid, 9.7.2.6, derde
               lid, 9.7.3.8, 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e en derde lid, 9.7.4.2, eerste lid,
               onderdelen a en c, 9.7.4.3, onderdelen a en b, 9.7.4.4, 9.7.4.6, tweede lid, 9.7.4.7,
               tweede lid, 9.7.4.11, tweede lid, 9.7.4.12, 9.7.4.14, tweede lid, 9.7.5.6, tweede en
               derde lid, 9.8.3.1, tweede lid, 9.8.3.3, derde lid, 9.8.3.4, tweede lid, 9.8.3.6,
               vierde lid, 9.8.3.7, vierde lid, 9.8.4.4, tweede lid, en 9.8.4.5, tweede lid, van de
               Wet milieubeheer;</considerans.al>
          <considerans.al bevat="gehoord">De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord
               (advies van 18 februari 2026, nr. W17.25.00328/IV);</considerans.al>
          <considerans.al bevat="gezien">Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van
               Infrastructuur en Waterstaat van 7 mei 2026, IENW/BSK-2026/75952, Hoofddirectie
               Bestuurlijke en Juridische Zaken;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Hebben goedgevonden en verstaan:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <wettekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">Het Besluit energie vervoer wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen met
                     bijbehorende omschrijvingen ingevoegd:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>aangeslotene:</term>
                    <definitie>
                      <al>aangeslotene als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>aansluiting:</term>
                    <definitie>
                      <al>aansluiting als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>adres:</term>
                    <definitie>
                      <al>één onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en
                                 met e, van de Wet waardering onroerende zaken;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>allocatiepunt:</term>
                    <definitie>
                      <al>allocatiepunt als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>brandstofleveringsnota:</term>
                    <definitie>
                      <al>brandstofleveringsnota als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit
                                 brandstoffen luchtverontreiniging;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>eindafnemer:</term>
                    <definitie>
                      <al>eindafnemer als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>emissiereductie-eenheid bijlage IX-B:</term>
                    <definitie>
                      <al>emissiereductie-eenheid bijlage IX-B als bedoeld in artikel
                                 9.7.3.2, tweede lid, onderdeel c, van de wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>emissiereductie-eenheid conventioneel:</term>
                    <definitie>
                      <al>emissiereductie-eenheid conventioneel als bedoeld in artikel
                                 9.7.3.2, tweede lid, onderdeel a, van de wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>emissiereductie-eenheid elektriciteit:</term>
                    <definitie>
                      <al>emissiereductie-eenheid als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede
                                 lid, onderdeel e, van de wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>emissiereductie-eenheid geavanceerd:</term>
                    <definitie>
                      <al>emissiereductie-eenheid geavanceerd als bedoeld in artikel
                                 9.7.3.2, tweede lid, onderdeel b, van de wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>emissiereductie-eenheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische
                              oorsprong:</term>
                    <definitie>
                      <al>emissiereductie-eenheid hernieuwbare brandstof van
                                 niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 9.7.3.2, tweede
                                 lid, onderdeel d, van de wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>emissiereductie-eenheid overig:</term>
                    <definitie>
                      <al>emissiereductie-eenheid overig als bedoeld in artikel 9.7.3.2,
                                 tweede lid, onderdeel f, van de wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>levering tot eindverbruik sector zeevaart:</term>
                    <definitie>
                      <al>levering van de brandstoffen, bedoeld in artikel 3.0, eerste lid,
                                 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, en zoals
                                 opgenomen in de brandstofleveringsnota;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>LPG:</term>
                    <definitie>
                      <al>vloeibaar gemaakt petroleumgas als bedoeld in artikel 26, zesde
                                 lid, van de Wet op de accijns en minerale oliën die op grond van
                                 artikel 28, met uitzondering van het tweede en zesde lid, van die
                                 wet voor het tarief van vloeibaar gemaakt petroleumgas aan de
                                 accijns onderworpen zijn;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>transmissiesysteem voor gas:</term>
                    <definitie>
                      <al>transmissiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de
                                 Energiewet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>verificateur biomassa:</term>
                    <definitie>
                      <al>verificateur als bedoeld in artikel 9.7.4.8, tweede lid, van de
                                 wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>verificateur levering tot eindverbruik:</term>
                    <definitie>
                      <al>verificateur als bedoeld in artikel 9.7.2.6, eerste lid, van de
                                 wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>verificatie biomassa:</term>
                    <definitie>
                      <al>verificatie als bedoeld in artikel 9.7.4.8, tweede lid, van de
                                 wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>verificatie levering tot eindverbruik:</term>
                    <definitie>
                      <al>verificatie als bedoeld in artikel 9.7.2.6, eerste lid, van de
                                 wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>verificatieverklaring biomassa:</term>
                    <definitie>
                      <al>verificatieverklaring als bedoeld in artikel 9.7.4.8, tweede lid,
                                 van de wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>verificatieverklaring levering tot eindverbruik:</term>
                    <definitie>
                      <al>verificatieverklaring als bedoeld in artikel 9.7.2.6, eerste lid,
                                 van de wet;</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                  <definitie-item>
                    <term>walstroomvoorziening:</term>
                    <definitie>
                      <al>de levering van walstroom door middel van een gestandaardiseerde,
                                 vaste of mobiele koppeling aan zeeschepen of binnenschepen die
                                 aangemeerd zijn aan de kade.</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>De volgende begripsbepalingen vervallen:</wat>
              <artikeltekst>
                <al>
                  <nadruk type="cur">belastingentrepot;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">dubbeltellingverificateur;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">dubbeltellingverificatie;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">dubbeltellingverklaring;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstofeenheid bijlage IX-B;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstofeenheid conventioneel;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstofeenheid geavanceerd;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstofeenheid overig;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">massabalans van hernieuwbare brandstoffen;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">opslaglocatie;</nadruk>
                </al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">vrijwillig systeem;.</nadruk>
                </al>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>De begripsomschrijving van <nadruk type="cur">bemeterd leverpunt</nadruk>
                     komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>bemeterd leverpunt:</term>
                    <definitie>
                      <al>tank- of laadpunt voor de levering van gasvormige brandstof of
                                 elektriciteit voorzien van een voertuigaansluiting of een
                                 vaartuigaansluiting en van een meter die de hoeveelheid van de
                                 levering meet, niet zijnde de meter op de aansluiting, het
                                 allocatiepunt of elke andere meter buiten het tank- of
                                 laadpunt;.</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <wat>De begripsomschrijving van <nadruk type="cur">directe lijn</nadruk> komt te
                     luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>directe lijn:</term>
                    <definitie>
                      <al>directe lijn als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;.</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">5.</nr>
              <wat>De begripsomschrijving van <nadruk type="cur">redelijke mate van
                        zekerheid</nadruk> komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>redelijke mate van zekerheid:</term>
                    <definitie>
                      <al>een hoge, maar niet absolute, mate van zekerheid ten aanzien van
                                 de vraag of de in de verificatieverklaring levering tot
                                 eindverbruik verantwoorde levering tot eindverbruik, de in de
                                 verificatieverklaring biomassa verantwoorde hoeveelheid vervaardigd
                                 LPG uit biomassa of de in de inboekverificatieverklaring
                                 verantwoorde inboekingen in het register vrij zijn van materiële
                                 onjuistheden;.</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Na artikel 1 wordt de paragraafaanduiding «§ 2. Jaarverplichting hernieuwbare
                  energie vervoer» ingevoegd.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">C</lidnr>
            <wat>Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid komen de onderdelen a en b te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>de leverancier tot eindverbruik over het kalenderjaar waarin zijn
                              levering tot eindverbruik sector land, zijn levering tot eindverbruik
                              sector binnenvaart, of zijn levering tot eindverbruik sector zeevaart
                              opgeteld minder is dan 500.000 liter;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>brandstoffen die ingezet worden in bilaterale of multilaterale
                              militaire operaties en samenwerking of in nationale militaire
                              operaties.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel
                           b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>de jaarverplichting wordt afgeschreven binnen de sector land
                                 overeenkomstig artikel 5;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>de jaarverplichting wordt afgeschreven binnen de sector
                                 binnenvaart overeenkomstig artikel 5c;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>de jaarverplichting wordt afgeschreven binnen de sector zeevaart
                                 overeenkomstig artikel 5f.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">D</lidnr>
            <wat>Na artikel 2 wordt de paragraafaanduiding «§ 2. Jaarverplichting hernieuwbare
                  energie» vervangen door de subparagraaf aanduiding «§ 2.1 Jaarverplichting sector
                  land».</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">E</lidnr>
            <wat>Artikel 3 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">3</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Het percentage CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie van de
                           levering tot eindverbruik sector land, bedoeld in artikel 9.7.2.1, eerste
                           en tweede lid, van de wet, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden
                           naar boven wordt afgerond, is voor het kalenderjaar:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>2026: 14,4 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>2027: 16,5 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>2028: 23,1 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>2029: 25,6 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>2030: 28,4 procent.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Invulling van het percentage met emissiereductie-eenheden anders dan met
                           emissiereductie-eenheden van de sector land, is niet toegestaan.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Het percentage is ingevuld met emissiereductie-eenhedenconventioneel
                           voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2030 tot ten hoogste 1,2 procent,
                           waarbij het aantal emissiereductie-eenheden conventioneel naar beneden
                           wordt afgerond.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                  <al>Het percentage ingevuld met emissiereductie-eenheden geavanceerd,
                           waarbij het aantal emissiereductie-eenheden geavanceerd naar boven wordt
                           afgerond, is voor het kalenderjaar:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>2026: ten minste 3,1 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>2027: ten minste 4,5 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>2028: ten minste 5,9 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>2029: ten minste 7,3 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>2030: ten minste 8,8 procent.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>Het percentage is ingevuld met emissiereductie-eenheden bijlage IX-B
                           voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2030 tot ten hoogste 4,3 procent,
                           waarbij het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B naar beneden
                           wordt afgerond.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                  <al>Het percentage, ingevuld met emissiereductie-eenheden hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong, waarbij het aantal
                           emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong naar boven wordt afgerond, is voor het kalenderjaar:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>2026: ten minste 0,05 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>2027: ten minste 0,10 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>2028: ten minste 0,46 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>2029: ten minste 0,96 procent;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>2030: ten minste 1,45 procent.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                  <al>Bij het voldoen aan het zesde lid, is de invulling van het percentage
                           met raffinagereductie-eenheden toegestaan tot een bij ministeriële
                           regeling bepaald percentage.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">F</lidnr>
            <wat>Artikel 5 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">5</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel
                           b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>het aantal emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven
                                 dat overeenkomt met het in artikel 3, vierde lid, genoemde
                                 percentage;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het aantal
                                 emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van
                                 niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt met
                                 het in artikel 3, zesde en zevende lid, genoemde percentage;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                 conventioneel wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3,
                                 derde lid, genoemde percentage;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                 bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3,
                                 vijfde lid, genoemde percentage;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                 elektriciteit wordt afgeschreven;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>f.</li.nr>
                      <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                 overig wordt afgeschreven;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>g.</li.nr>
                      <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                 geavanceerd wordt afgeschreven;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>h.</li.nr>
                      <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                 hernieuwbare brandstoffen van niet biologische oorsprong wordt
                                 afgeschreven.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid,
                           niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per soort
                           verschuldigde emissiereductie-eenheden als volgt vastgesteld:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>het aantal emissiereductie-eenheden conventioneel is even groot
                                 als het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, dat de
                                 leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de
                                 jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel c, niet
                                 gebruikt heeft;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B is even groot als
                                 het percentage, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, dat de
                                 leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de
                                 jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel d, niet
                                 gebruikt heeft;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>het aantal emissiereductie-eenheden overig is even groot als de
                                 resterende jaarverplichting na toepassing van onderdelen a en
                                 b.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">G</lidnr>
            <wat>Na artikel 5 worden de volgende subparagrafen en de bijbehorende artikelen
                  ingevoegd:</wat>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="paragraaf" opmaak="default">
                <kop>
                  <label>§</label>
                  <nr status="officieel">2.2</nr>
                  <titel>Jaarverplichting sector binnenvaart</titel>
                </kop>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">5a</nr>
                  </kop>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                    <al>Het percentage CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie van de
                              levering tot eindverbruik sector binnenvaart, bedoeld in artikel
                              9.7.2.1, eerste en tweede lid, van de wet, waarbij het aantal
                              emissiereductie-eenheden naar boven wordt afgerond, is voor het
                              kalenderjaar:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>2026: 2,5 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>2027: 5,1 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>2028: 7,6 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>2029: 10,2 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>2030: 14,5 procent.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>Invulling van het percentage met emissiereductie-eenheden anders dan
                              met emissiereductie-eenheden van de sector binnenvaart, is toegestaan
                              voor het kalenderjaar:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>2026: tot ten hoogste 0,8 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>2027: tot ten hoogste 1,0 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>2028: tot ten hoogste 1,5 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>2029: tot ten hoogste 2,0 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>2030: tot ten hoogste 2,9 procent.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                    <al>Invulling van het percentage is niet toegestaan:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>met emissiereductie-eenheden-conventioneel; en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>met emissiereductie-eenheden elektriciteit en hernieuwbare
                                    brandstof van niet biologische oorsprong uit een andere
                                    sector.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                    <al>Het percentage, ingevuld met emissiereductie-eenheden bijlage IX-B
                              voor de kalenderjaren 2026 tot en met 2030, is ten hoogste 11,1
                              procent, waarbij het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B naar
                              beneden wordt afgerond.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                    <al>Het percentage ingevuld met emissiereductie-eenheden hernieuwbare
                              brandstoffen van niet-biologische oorsprong, waarbij het aantal
                              emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van
                              niet-biologische oorsprong naar boven wordt afgerond, is voor het
                              kalenderjaar:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>2026: ten minste 0,02 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>2027: ten minste 0,04 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>2028: ten minste 0,09 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>2029: ten minste 0,17 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>2030: ten minste 0,34 procent.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                    <al>Bij het voldoen aan het vijfde lid, is de invulling van het
                              percentage met raffinagereductie-eenheden toegestaan tot een bij
                              ministeriële regeling bepaald percentage.</al>
                  </lid>
                </artikel>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">5b</nr>
                  </kop>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                    <al>Een ambtshalve vaststelling als bedoeld in artikel 9.7.2.4, eerste of
                              tweede lid, van de wet, wordt gemaakt op basis van een redelijke
                              inschatting.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>De gevolgen van een ambtshalve vaststelling worden verrekend met het
                              saldo van het lopende kalenderjaar.</al>
                  </lid>
                </artikel>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">5c</nr>
                  </kop>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                    <al>Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid,
                              onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd,
                              waarbij eerst emissiereductie-eenheden van de sector binnenvaart en
                              vervolgens emissiereductie-eenheden van de sector zeevaart en de
                              sector land in deze volgorde van de soorten worden afgeschreven:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het aantal
                                    emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van
                                    niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt
                                    met het in artikel 5a, vijfde en zesde lid, genoemde
                                    percentage;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel
                                    5a, vierde lid, genoemde percentage;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    elektriciteit wordt afgeschreven;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    overig wordt afgeschreven;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    geavanceerd wordt afgeschreven;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>f.</li.nr>
                        <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wordt
                                    afgeschreven.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid,
                              niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per soort
                              verschuldigde emissiereductie-eenheden als volgt vastgesteld:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B is even groot
                                    als het percentage, bedoeld in artikel 5a, vierde lid, dat de
                                    leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de
                                    jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel b, niet
                                    gebruikt heeft;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>het aantal emissiereductie-eenheden overig is even groot als de
                                    resterende jaarverplichting na toepassing van onderdeel a.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                    <al>In afwijking van het eerste lid kan door de leverancier tot
                              eindverbruik de volgorde van afschrijving over de sectoren en soorten
                              emissiereductie-eenheden, bedoeld in het eerste lid, aanhef en
                              onderdelen a tot en met f, worden gewijzigd, voor invulling van het
                              percentage, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, met inachtneming van de
                              percentages, bedoeld in artikel 5a, vierde en vijfde lid.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                    <al>De wijziging, bedoeld in het derde lid, kan vanaf 1 maart tot 1 april
                              van enig kalenderjaar door de leverancier tot eindverbruik in het
                              register worden verwerkt.</al>
                  </lid>
                </artikel>
              </wijzig-divisie>
              <wijzig-divisie soort="paragraaf" opmaak="default">
                <kop>
                  <label>§</label>
                  <nr status="officieel">2.3</nr>
                  <titel>Jaarverplichting sector zeevaart</titel>
                </kop>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">5d</nr>
                  </kop>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                    <al>Het percentage CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie van de
                              levering tot eindverbruik sector zeevaart, bedoeld in artikel 9.7.2.1,
                              eerste en tweede lid, van de wet, waarbij het aantal
                              emissiereductie-eenheden naar boven wordt afgerond, is voor het
                              kalenderjaar:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>2026: 2,9 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>2027: 4,8 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>2028: 5,9 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>2029: 7,1 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>2030: 8,2 procent.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>Invulling van het percentage met emissiereductie-eenheden, anders dan
                              met emissiereductie-eenheden van de sector zeevaart, is toegestaan
                              voor het kalenderjaar:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>2026: tot ten hoogste 1,1 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>2027: tot ten hoogste 1,5 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>2028: tot ten hoogste 1,8 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>2029: tot ten hoogste 2,2 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>2030: tot ten hoogste 2,5 procent.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                    <al>Invulling van het percentage is niet toegestaan:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>met emissiereductie-eenheden-conventioneel en bijlage IX-B;
                                    en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>met emissiereductie-eenheden elektriciteit hernieuwbare
                                    brandstof van niet biologische oorsprong uit een andere
                                    sector.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                    <al>Invulling van het percentage met emissiereductie-eenheden
                              hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, waarbij het
                              aantal emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van
                              niet-biologische oorsprong naar boven wordt afgerond, is voor het
                              kalenderjaar:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>2027: ten minste 0,02 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>2028: ten minste 0,08 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>2029: ten minste 0,16 procent;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>2030: ten minste 0,32 procent.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                    <al>Bij het voldoen aan het vierde lid, is de invulling van het
                              percentage met raffinagereductie-eenheden toegestaan tot een bij
                              ministeriële regeling bepaald percentage.</al>
                  </lid>
                </artikel>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">5e</nr>
                  </kop>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                    <al>Een ambtshalve vaststelling als bedoeld in artikel 9.7.2.4, eerste of
                              tweede lid, ten aanzien van een levering tot eindverbruik sector
                              zeevaart, wordt gemaakt op basis van een redelijke inschatting,
                              waarbij het bestuur van de emissieautoriteit zich in ieder geval
                              baseert op de gegevens over geleverde brandstoffen op basis van de
                              brandstofleveringsnota’s van de leverancier tot eindverbruik.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>De gevolgen van een ambtshalve vaststelling worden verrekend met het
                              saldo van het lopende kalenderjaar.</al>
                  </lid>
                </artikel>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">5f</nr>
                  </kop>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                    <al>Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid,
                              onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd,
                              waarbij eerst emissiereductie-eenheden van de sector zeevaart en
                              vervolgens emissiereductie-eenheden van de sector binnenvaart en de
                              sector land in deze volgorde van de soorten worden afgeschreven:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het aantal
                                    emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van
                                    niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt
                                    met het in artikel 5d, vierde en vijfde lid, genoemde
                                    percentage;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    elektriciteit wordt afgeschreven;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    overig wordt afgeschreven;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>d.</li.nr>
                        <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    geavanceerd wordt afgeschreven;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>e.</li.nr>
                        <al>het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden
                                    hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wordt
                                    afgeschreven.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid,
                              niet is voldaan aan de jaarverplichting, is het aantal
                              emissiereductie-eenheden overig even groot als de resterende
                              jaarverplichting.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                    <al>In afwijking van het eerste lid kan door de leverancier tot
                              eindverbruik de volgorde van afschrijving over de sectoren en soorten
                              emissiereductie-eenheden, bedoeld in het eerste lid, aanhef en
                              onderdelen a tot en met f, worden gewijzigd, voor invulling van het
                              percentage, bedoeld in artikel 5d, tweede lid, met inachtneming van de
                              percentages, bedoeld in artikel 5d, vierde lid.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                    <al>De wijziging, bedoeld in het derde lid, kan vanaf 1 maart tot 1 april
                              van enig kalenderjaar door de leverancier tot eindverbruik in het
                              register worden verwerkt.</al>
                  </lid>
                </artikel>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">H</lidnr>
            <wat>§ 3. Hernieuwbare brandstofeenheden en het bijbehorende artikel 6 komen te
                  luiden:</wat>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="paragraaf" opmaak="default">
                <kop>
                  <label>§</label>
                  <nr status="officieel">3.</nr>
                  <titel>Emissiereductie-eenheden</titel>
                </kop>
                <artikel status="goed">
                  <kop>
                    <label>Artikel</label>
                    <nr status="officieel">6</nr>
                  </kop>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                    <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden
                              conventioneel op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven
                              emissiereductie-eenheden conventioneel, bijlage IX-B, elektriciteit,
                              overig, geavanceerd en hernieuwbare brandstof van niet-biologische
                              oorsprong in deze volgorde afgeschreven.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                    <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden bijlage
                              IX-B op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven
                              emissiereductie-eenheden bijlage IX-B, elektriciteit, overig,
                              geavanceerd en hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong
                              in deze volgorde afgeschreven.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                    <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden overig
                              op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven
                              emissiereductie-eenheden overig, elektriciteit, geavanceerd en
                              hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong in deze volgorde
                              afgeschreven.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                    <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden
                              hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong op een rekening
                              minder dan nul is, worden bijgeschreven emissiereductie-eenheden
                              hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong en
                              raffinagereductie-eenheden in die volgorde afgeschreven.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                    <al>Indien binnen een sector het aantal emissiereductie-eenheden
                              geavanceerd op een rekening minder dan nul is, worden bijgeschreven
                              emissiereductie-eenheden geavanceerd afgeschreven.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                    <al>Indien het aantal emissiereductie-eenheden op een rekening minder is
                              dan nul in meer dan een sector, worden bijgeschreven
                              emissiereductie-eenheden ter voldoening van de jaarverplichting per
                              sector afgeschreven, in de volgorde van de jaarverplichting van de
                              sector land, de jaarverplichting van de sector binnenvaart en de
                              jaarverplichting van de sector zeevaart.</al>
                  </lid>
                  <lid>
                    <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                    <al>Bij de afschrijving worden de bepalingen van de paragrafen 2.1, 2.2
                              en 2.3 in acht genomen.</al>
                  </lid>
                </artikel>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">I</lidnr>
            <wat>Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid wordt in de aanhef na «de Nederlandse markt» ingevoegd
                     «voor vervoer».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>De onderneming, bedoeld in het eerste lid, die ingevoerd LPG vervaardigd
                           uit biomassa aan de Nederlandse markt voor vervoer niet levert vanaf zijn
                           opslaglocatie of een opslaglocatie waarover zijn certificering zich
                           uitstrekt, voert in afwijking van artikel 9.7.4.2, eerste lid, onderdeel
                           b, van de wet, alleen een massabalans van biobrandstoffen.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>Onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot zesde en zevende lid wordt
                     na het vierde lid een lid ingevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>Leveringen van vloeibare biobrandstoffen aan de sector binnenvaart die
                           leiden tot de bijschrijving van een emissiereductie-eenheid
                           conventioneel, alsmede leveringen van vloeibare biobrandstoffen aan de
                           sector zeevaart die leiden tot de bijschrijving van een
                           emissiereductie-eenheid conventioneel of bijlage IX-B, zijn van de
                           toepassing van paragraaf 9.7.4 van de wet uitgesloten.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <wat>In het zevende lid (nieuw) wordt aan het einde van de zin toegevoegd «van
                     vervoer, de soort brandstof waarin de vloeibare biobrandstof is bijgemengd en
                     de bio-ethanol die voor inboeking in aanmerking komt».</wat>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">J</lidnr>
            <wat>Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>Het eerste lid komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Gasvormige biobrandstof die aan vervoer in Nederland wordt geleverd met
                           behulp van het transmissiesysteem voor gas, kan slechts worden ingeboekt
                           in het register door een onderneming die aangeslotene is en die:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>een aansluiting of een bemeterd allocatiepunt heeft die
                                 uitsluitend bestemd is voor de levering van gas aan vervoer in
                                 Nederland en gekoppeld is aan een bemeterd leverpunt; of</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>over een bemeterd leverpunt beschikt, voorzien van een geregeld
                                 meetinstrument als bedoeld in artikel 1 van de Metrologiewet, met
                                 een geldige conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 5,
                                 eerste lid, onderdeel c, van die wet en voorzien van de voor dat
                                 meetinstrument voorgeschreven merktekens als bedoeld in artikel 8
                                 van die wet.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Onverkort de vereisten van het eerste lid, kan gasvormige biobrandstof
                           die aan vervoer in Nederland geleverd wordt, slechts worden ingeboekt in
                           het register door de onderneming die met behulp van een directe lijn aan
                           het adres van de onderneming geleverde gasvormige biobrandstof levert met
                           een bemeterd leverpunt.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">K</lidnr>
            <wat>Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid, aanhef, wordt na »Vloeibare hernieuwbare brandstof»
                     ingevoegd «van niet-biologische oorsprong» en wordt na «onderneming» toegevoegd
                     «die gecertificeerd is door een vrijwillig systeem».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die
                           wordt ingeboekt voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels,
                           bedoeld in artikel 29 bis, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare
                           energie.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>Het derde lid komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld voor het
                           aantonen, bedoeld in artikel 9.7.1.1, onderdeel «leveren aan de
                           Nederlandse markt» en de soort brandstof waarin de vloeibare hernieuwbare
                           brandstof van niet-biologische oorsprong is bijgemengd.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">L</lidnr>
            <wat>Artikel 9a wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste tot en met derde lid wordt telkens na «hernieuwbare brandstof»
                     ingevoegd «van niet-biologische oorsprong».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In het eerste lid vervalt «die gecertificeerd is door een vrijwillig systeem
                     en».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>In het derde lid wordt «artikel 25, tweede lid,» vervangen door «artikel
                     29 bis, eerste lid,».</wat>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">M</lidnr>
            <wat>Artikel 10 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">10</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Elektriciteit die geleverd wordt aan de bestemmingen, bedoeld in artikel
                           9.7.4.1, eerste lid, onderdeel e, van de wet, kan slechts worden
                           ingeboekt in het register door een onderneming die aangeslotene is en
                           die:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>een aansluiting of een bemeterd allocatiepunt heeft die
                                 uitsluitend bestemd is voor de levering van elektriciteit aan die
                                 bestemmingen en gekoppeld is aan een bemeterd leverpunt;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>beschikt over een bemeterd leverpunt, voorzien van een geregeld
                                 meetinstrument als bedoeld in artikel 1 van de Metrologiewet, met
                                 een geldige conformiteitsverklaring als bedoeld in artikel 5,
                                 eerste lid, onderdeel c, van die wet en van de voor dat
                                 meetinstrument voorgeschreven merktekens als bedoeld in artikel 8
                                 van die wet en gekoppeld is aan een aansluiting of een bemeterd
                                 allocatiepunt; of</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>als onderneming openbaar vervoersdiensten aanbiedt en een
                                 aansluiting of een bemeterd allocatiepunt heeft die uitsluitend
                                 bestemd is voor de levering van elektriciteit aan openbaar
                                 vervoersbestemmingen.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Onverkort de vereisten van het eerste lid, kan elektriciteit worden
                           ingeboekt in het register door een onderneming die:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>elektriciteit aan wegvoertuigen of mobiele machines levert met
                                 behulp van verwisselbare accu’s, of</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>elektriciteit aan binnenschepen of zeeschepen levert met behulp
                                 van een accupakket of elektrolyt.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Onverkort de vereisten van het eerste lid, kan elektriciteit opgewekt
                           uit hernieuwbare bronnen, met uitzondering van energie uit biomassa,
                           stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogas, die geleverd
                           wordt aan de bestemmingen als bedoeld in artikel 9.7.4.1, eerste lid,
                           onderdeel e, van de wet, worden ingeboekt in het register door een
                           onderneming die:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>met behulp van een directe lijn aan het adres van de onderneming
                                 geleverde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen levert met een
                                 bemeterd leverpunt; of</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>elektriciteit uit hernieuwbare bronnen op hetzelfde adres van de
                                 onderneming opwekt en levert met behulp van een bemeterd
                                 leverpunt.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                  <al>Het eerste tot en met derde lid:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>is van toepassing op de ondernemingen die de inboekdienstverlener
                                 hebben gemachtigd;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>is van overeenkomstige toepassing op de natuurlijke personen die
                                 de inboekdienstverlener hebben gemachtigd;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>is niet van toepassing op een inboekdienstverlener.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>Met ingang van 1 januari 2030 is elektriciteit die wordt geleverd met
                           een walstroomvoorziening van inboeking als bedoeld in artikel 9.7.4.1 van
                           de wet uitgesloten.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                  <al>Elektriciteit die wordt geleverd aan spoorvoertuigen is van inboeking
                           als bedoeld in artikel 9.7.4.1 van de wet uitgesloten.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">7.</lidnr>
                  <al>Voor de elektriciteit als bedoeld in het derde lid die wordt ingeboekt
                           in het register is geen exploitatiesubsidie betaald.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">8.</lidnr>
                  <al>Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>elektriciteit die geleverd wordt met behulp van een directe lijn
                                 als bedoeld in het derde lid, onderdeel a of op dezelfde locatie
                                 opgewekte en geleverde elektriciteit zoals bedoeld in het derde
                                 lid, onderdeel b;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>het aantonen van geleverde elektriciteit met behulp van
                                 verwisselbare accu’s als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of
                                 een accupakket of elektrolyt als bedoeld in het tweede lid,
                                 onderdeel b;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>de inboekdienstverlener;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>de minimale hoeveelheid in te boeken elektriciteit door een
                                 inboeker of een inboekdienstverlener;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>de minimale hoeveelheid machtigingen van ondernemingen of
                                 natuurlijke personen waarover een inboekdienstverlener moet
                                 beschikken; en</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>f.</li.nr>
                      <al>het aantonen van het voldoen aan de vereisten voor inboeken van
                                 geleverde elektriciteit door de inboekdienstverlener.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">N</lidnr>
            <wat>Artikel 11 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">11</nr>
                </kop>
                <al>De CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie wordt berekend met
                        inachtneming van artikel 31, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare
                        energie.</al>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">O</lidnr>
            <wat>Artikel 12 vervalt.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">P</lidnr>
            <wat>In artikel 13 wordt «hernieuwbare brandstofeenheden» steeds vervangen door
                  «emissiereductie-eenheden».</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">Q</lidnr>
            <wat>Artikel 14, tweede lid, komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <al>2. Artikel 5, artikel 5c, onderscheidenlijk artikel 5f is van
                        overeenkomstige toepassing.</al>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">R</lidnr>
            <wat>Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid wordt «bedoeld in de artikelen 19 en 22» vervangen door
                     «bedoeld in de artikelen 16, 19 en 22».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In het tweede lid wordt «bedoeld in de artikelen 20 en 23» vervangen door
                     «bedoeld in de artikelen 17, 20 en 23».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>In het vierde lid wordt aan het einde van de zin toegevoegd «en vervalt bij
                     de inwerkingtreding van een wijziging van de regelgeving wanneer en voor zover
                     de wijziging het verificatieprotocol van de desbetreffende verificatie
                     betreft».</wat>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">S</lidnr>
            <wat>Artikel 16 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">16</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>De verificateur levering tot eindverbruik voert de
                           verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze uit,
                           werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in
                           artikel 15 en is voor het onderdeel levering tot eindverbruik van het
                           werkveld hernieuwbare energie vervoer:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                 voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door de
                                 Raad voor Accreditatie;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                 voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door een
                                 nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste
                                 lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement
                                 en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling
                                 van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het
                                 verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG)
                                 339/93 (PbEU 2008, L 218).</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een verificateur als bedoeld
                           in het eerste lid, die voldoet aan de eisen gesteld in dat lid, op in het
                           register.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">T</lidnr>
            <wat>Artikel 17 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">17</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>De verificateur levering tot eindverbruik verkrijgt een redelijke mate
                           van zekerheid dat de hoeveelheid in de verificatieverklaring levering tot
                           eindverbruik verantwoorde levering tot eindverbruik van de sector
                           binnenvaart of de levering eindverbruik sector zeevaart geen materiële
                           afwijkingen bevat. De verificateur levering tot eindverbruik verzamelt
                           hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt voor een aanvaardbaar
                           laag controlerisico.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>De verificateur levering tot eindverbruik toetst met een
                           materialiteitsgrens van twee procent de volledigheid van de in het
                           register ingevoerde levering tot eindverbruik sector binnenvaart en de
                           levering tot eindverbruik sector zeevaart.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Indien de verificateur levering tot eindverbruik geen
                           verificatieverklaring afgeeft, stelt hij een rapport van bevindingen
                           op.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">U</lidnr>
            <wat>Artikel 18 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">18</nr>
                </kop>
                <al>Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de
                        verificatie levering tot eindverbruik.</al>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">V</lidnr>
            <wat>Artikel 19 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">19</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>De verificateur biomassa voert de verificatiewerkzaamheden op een
                           onbevangen en onpartijdige wijze uit, werkt overeenkomstig een
                           goedgekeurd verificatieprotocol als bedoeld in artikel 15 en is voor het
                           onderdeel verificatie biomassa van het werkveld hernieuwbare energie
                           vervoer:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                 voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door de
                                 Raad voor Accreditatie;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                 voorwaarden op basis van de norm NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012 door een
                                 nationale accreditatie-instantie als bedoeld in artikel 4, eerste
                                 lid, van verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement
                                 en de Raad van de Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling
                                 van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het
                                 verhandelen van producten en tot intrekking van verordening (EEG)
                                 339/93 (PbEU 2008, L 218).</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een verificateur als bedoeld
                           in het eerste lid, die voldoet aan de eisen gesteld in dat lid, op in het
                           register.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">W</lidnr>
            <wat>Artikel 20 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">20</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>De verificateur biomassa verkrijgt een redelijke mate van zekerheid dat
                           de hoeveelheid in de verificatieverklaring biomassa verantwoord LPG uit
                           biomassa geen materiële afwijkingen bevat. De verificateur biomassa
                           verzamelt hiervoor toereikende controle-informatie en zorgt voor een
                           aanvaardbaar laag controlerisico.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>De verificateur biomassa toetst met een materialiteitsgrens van twee
                           procent de vervaardiging uit biomassa van de hoeveelheid LPG.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">X</lidnr>
            <wat>Artikel 21 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">21</nr>
                </kop>
                <al>Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de
                        verificatie biomassa.</al>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">Y</lidnr>
            <wat>Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid, onderdelen a en b, wordt na «geaccrediteerd of tijdelijk
                     geaccrediteerd onder beperkende voorwaarden» ingevoegd «op basis van de norm
                     NEN-EN-ISO/IEC 17020:2012».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Het tweede lid komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een verificateur als bedoeld
                           in het eerste lid, die voldoet aan de eisen gesteld in dat lid, op in het
                           register.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">Z</lidnr>
            <wat>In artikel 23, tweede lid, wordt:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">a.</nr>
              <wat>«ingeboekte hernieuwbare energie» telkens vervangen door «ingeboekte
                        CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie»;</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">b.</nr>
              <wat>in onderdeel a «hoeveelheid hernieuwbare energie» vervangen door «hoeveelheid
                        CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie.</wat>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">AA</lidnr>
            <wat>Artikel 25 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">25</nr>
                </kop>
                <al>Als categorie, bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, van de wet, wordt
                        aangewezen ondernemingen die als hoofdactiviteit bedrijfsmatig handelen in
                        energiederivaten, broeikasgasemissierechten of
                        emissiereductie-eenheden.</al>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">AB</lidnr>
            <wat>In artikel 28, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het eind van
                  onderdeel c door een puntkomma, een nieuw onderdeel d toegevoegd, luidende:</wat>
            <?xpp qa?>
            <?xpp lead;-1?>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>een rekening met een inboekfaciliteit enkel voor het inboeken van
                              elektriciteit niet langer voldoet aan de minimale hoeveelheden in te
                              boeken elektriciteit of de minimale hoeveelheid gemachtigde
                              eindafnemers van een inboekdienstverlener.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">AC</lidnr>
            <wat>Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid wordt «1.000 hernieuwbare brandstofeenheden» telkens
                     vervangen door «45.000 emissiereductie-eenheden».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In het tweede en derde lid wordt «hernieuwbare brandstofeenheden» vervangen
                     door «emissiereductie-eenheden».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <wat>Het vierde lid komt te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                  <al>Voor de toepassing van het eerste lid, wordt het aantal
                           emissiereductie-eenheden gespaard in de volgende volgorde:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van
                                 niet-biologische oorsprong;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>emissiereductie-eenheden geavanceerd;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>c.</li.nr>
                      <al>emissiereductie-eenheden overig;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>d.</li.nr>
                      <al>emissiereductie-eenheden bijlage IX-B;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>e.</li.nr>
                      <al>emissiereductie-eenheden conventioneel;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>f.</li.nr>
                      <al>emissiereductie-eenheden elektriciteit.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">AD</lidnr>
            <wat>Artikel 30 komt te luiden:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">30</nr>
                </kop>
                <al>Het bestuur van de emissieautoriteit rapporteert over het laatst verstreken
                        kalenderjaar jaarlijks aan Onze Minister:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>de totale hoeveelheid CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie
                              per ingeboekte soort hernieuwbare energie;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>de aard en herkomst van de grondstof van de totale hoeveelheid
                              ingeboekte vloeibare en gasvormige biobrandstof, alsmede het
                              gehanteerde duurzaamheidsysteem;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>de totale hoeveelheid ingeboekte vloeibare en gasvormige hernieuwbare
                              brandstof van niet-biologische oorsprong, alsmede het gehanteerde
                              vrijwillige systeem.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">AE</lidnr>
            <wat>In artikel 31 wordt na «per soort» telkens ingevoegd «en sector», wordt
                  «hernieuwbare brandstofeenheden» telkens vervangen door «emissiereductie-eenheden»
                  en «1 mei» vervangen door «1 april».</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">AF</lidnr>
            <wat>In artikel 32, onderdeel c, wordt «en de gehanteerde duurzaamheidsystemen»
                  vervangen door «, het land van de productie van de grondstof en het gehanteerde
                  duurzaamheidsysteem».</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">AG</lidnr>
            <wat>Hoofdstuk 2. Rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies,
                  vervalt.</wat>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">AH</lidnr>
            <wat>Na artikel 32 wordt een nieuw hoofdstuk met bijbehorende artikelen ingevoegd,
                  luidende:</wat>
            <wijziging>
              <wijzig-divisie soort="hoofdstuk" opmaak="default">
                <kop>
                  <label>Hoofdstuk</label>
                  <nr status="officieel">2.</nr>
                  <titel>Raffinagereductie vervoersbrandstoffen</titel>
                </kop>
                <wijzig-divisie soort="paragraaf" opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">1.</nr>
                    <titel>Algemeen</titel>
                  </kop>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">33</nr>
                    </kop>
                    <al>In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                              onder:</al>
                    <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                      <definitie-item>
                        <term>redelijke mate van zekerheid:</term>
                        <definitie>
                          <al>een hoge, maar niet absolute, mate van zekerheid ten aanzien
                                       van de vraag of de in de verificatieverklaring
                                       raffinagereductie vervoersbrandstoffen verantwoorde
                                       hoeveelheid in de raffinaderij gebruikte hernieuwbare
                                       brandstof van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging
                                       van biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen
                                       vrij zijn van materiële onjuistheden;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>rekeninghouder:</term>
                        <definitie>
                          <al>onderneming die beschikt over een rekening als bedoeld in
                                       artikel 9.8.4.3 van de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen:</term>
                        <definitie>
                          <al>verificateur als bedoeld in artikel 9.8.3.6, eerste lid, van
                                       de wet;</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                      <definitie-item>
                        <term>wet:</term>
                        <definitie>
                          <al>Wet milieubeheer.</al>
                        </definitie>
                      </definitie-item>
                    </definitielijst>
                  </artikel>
                </wijzig-divisie>
                <wijzig-divisie soort="paragraaf" opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">2.</nr>
                    <titel>Inboeken</titel>
                  </kop>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">34</nr>
                    </kop>
                    <al>De hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong
                              die wordt ingeboekt voldoet aan de broeikasgasemissiereductiedrempels,
                              bedoeld in artikel 29 bis, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare
                              energie.</al>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">35</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Onze Minister keurt op aanvraag van de verificateur, bedoeld in
                                 artikel 36, eerste lid, een verificatieprotocol, of wijzigingen
                                 daarvan, goed.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Onze Minister verleent goedkeuring aan het verificatieprotocol, of
                                 wijzigingen daarvan, indien hij een gerechtvaardigd vertrouwen
                                 heeft dat de verklaringen, bedoeld in artikel 36, derde, vierde en
                                 vijfde lid, op een juiste wijze tot stand komen.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>Onze Minister beslist binnen twaalf weken na ontvangst van een
                                 aanvraag als bedoeld in het eerste lid. De termijn kan eenmaal met
                                 ten hoogste vier weken worden verlengd.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                      <al>De goedkeuring geldt voor de duur van een door onze Minister te
                                 bepalen termijn van ten hoogste vijf kalenderjaren, met inbegrip
                                 van het kalenderjaar waarin de goedkeuring is gegeven en vervalt
                                 bij de inwerkingtreding van een wijziging van de regelgeving
                                 wanneer en voor zover de wijziging het verificatieprotocol
                                 betreft.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">36</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffenvoert de
                                 verificatiewerkzaamheden op een onbevangen en onpartijdige wijze
                                 uit, werkt overeenkomstig een goedgekeurd verificatieprotocol als
                                 bedoeld in artikel 35 en is voor het onderdeel raffinagereductie
                                 vervoersbrandstoffen van het werkveld hernieuwbare energie
                                 vervoer:</al>
                      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                       voorwaarden door de Raad voor Accreditatie;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>geaccrediteerd of tijdelijk geaccrediteerd onder beperkende
                                       voorwaarden door een nationale accreditatie-instantie als
                                       bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG)
                                       nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van de
                                       Europese Unie van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen
                                       inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het
                                       verhandelen van producten en tot intrekking van verordening
                                       (EEG) 339/93 (PbEU 2008, L 218).</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Het bestuur van de emissieautoriteit neemt een instelling als
                                 bedoeld in het eerste lid, die voldoet aan de eisen, gesteld in dat
                                 lid, op in het register.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen verkrijgt
                                 een redelijke mate van zekerheid dat de in de verificatieverklaring
                                 verantwoorde hoeveelheid in de raffinaderij gebruikte hernieuwbare
                                 brandstof van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van
                                 biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen geen
                                 materiële afwijkingen bevat. De verificateur raffinagereductie
                                 vervoersbrandstoffen verzamelt hiervoor toereikende
                                 controle-informatie en zorgt voor een aanvaardbaar laag
                                 controlerisico.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                      <al>De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen toetst met
                                 een materialiteitsgrens van twee procent de hoeveelheid in de
                                 raffinaderij gebruikte hernieuwbare brandstof van niet-biologische
                                 oorsprong bij de vervaardiging van biobrandstoffen of conventionele
                                 vervoersbrandstoffen.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                      <al>Indien de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen geen
                                 verificatieverklaring afgeeft, stelt hij een rapport van
                                 bevindingen op.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                      <al>Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over
                                 de verificatie raffinagereductie vervoersbrandstoffen.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">37</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van
                                 raffinagereductie-eenheden voor ten hoogste vier weken opschorten.
                                 Het bestuur doet van de opschorting onverwijld mededeling aan de
                                 raffinaderijhouder.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Het bestuur van de emissieautoriteit beslist binnen de termijn,
                                 bedoeld in het eerste lid, over de bijschrijving van de
                                 raffinagereductie-eenheden. Indien niet binnen die termijn is
                                 beslist, schrijft het bestuur de raffinagereductie-eenheden bij op
                                 de rekening van de raffinaderijhouder.</al>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                      <al>De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan eenmaal met ten hoogste
                                 vier weken worden verlengd. Het tweede lid is van overeenkomstige
                                 toepassing.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">38</nr>
                    </kop>
                    <al>De gevolgen van een ambtshalve vaststelling als bedoeld in artikel
                              9.8.3.7, eerste lid, van de wet, worden verrekend met het saldo van
                              het lopende kalenderjaar.</al>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">39</nr>
                    </kop>
                    <al>De CO<inf>2</inf>-equivalent-ketenemissiereductie wordt berekend met
                              inachtneming van bijlage V van de richtlijn hernieuwbare energie.</al>
                  </artikel>
                </wijzig-divisie>
                <wijzig-divisie soort="paragraaf" opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">3.</nr>
                    <titel>Register raffinagereductie-eenheden</titel>
                  </kop>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">40</nr>
                    </kop>
                    <al>Aan de eisen, bedoeld in artikel 9.8.4.4, eerste lid, van de wet is
                              in elk geval niet voldaan indien de aanvrager niet:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>heeft aangetoond de voor de aangevraagde rekening vereiste
                                    hoedanigheid te bezitten;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>de vereiste gegevens heeft overgelegd.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">41</nr>
                    </kop>
                    <al>Een vermoeden van fraude of misbruik van een rekening als bedoeld in
                              artikel 9.8.4.4 van de wet bestaat in elk geval, indien:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>de handelingen met betrekking tot de rekening afwijken van het
                                    gebruikelijke patroon van handelingen met betrekking tot die
                                    rekening;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>derden zich mogelijk toegang tot de rekening hebben verschaft,
                                    of</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>de rekeninghouder een vermoeden van fraude of misbruik heeft
                                    geuit.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">42</nr>
                    </kop>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                      <al>Het bestuur van de emissieautoriteit kan een rekening in elk geval
                                 ambtshalve opheffen indien:</al>
                      <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                        <li>
                          <li.nr>a.</li.nr>
                          <al>de rekeninghouder niet langer de hoedanigheid bezit op basis
                                       waarvan hij een rekening heeft gekregen;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>b.</li.nr>
                          <al>ondanks herhaalde kennisgevingen de gronden voor de
                                       blokkering niet binnen een redelijke termijn zijn
                                       opgeheven;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>c.</li.nr>
                          <al>gedurende twaalf maanden geen activiteit is geweest op de
                                       rekening;</al>
                        </li>
                        <li>
                          <li.nr>d.</li.nr>
                          <al>de rekeninghouder daarom verzoekt.</al>
                        </li>
                      </lijst>
                    </lid>
                    <lid>
                      <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                      <al>Een rekening wordt niet opgeheven als op de rekeninghouder nog een
                                 verplichting rust als bedoeld in de artikel 9.8.3.7, vijfde lid,
                                 van de wet.</al>
                    </lid>
                  </artikel>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">43</nr>
                    </kop>
                    <al>Het gedeelte, bedoeld in artikel 9.8.4.5, eerste lid, van de wet,
                              bedraagt:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>voor de raffinaderijhouder, ten hoogste tien procent van het
                                    aantal raffinagereductie-eenheden dat door het bestuur van de
                                    emissieautoriteit op zijn rekening is bijgeschreven in het
                                    kalenderjaar dat direct voorafgaat aan de datum, bedoeld in
                                    artikel 9.8.4.5, eerste lid, van de wet;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>voor de leverancier tot eindverbruik, bedoeld in artikel
                                    9.7.1.1, van de wet, ten hoogste twintig procent van het
                                    percentage, bedoeld in de artikelen 3, zesde lid, 5a, vijfde
                                    lid, en 5d, vierde lid, dat hij minimaal verschuldigd is over
                                    het kalenderjaar dat direct voorafgaat aan de datum, bedoeld in
                                    artikel 9.8.4.5, eerste lid, van de wet;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>c.</li.nr>
                        <al>voor de onderneming, bedoeld in artikel 25, ten hoogste 45.000
                                    raffinagereductie-eenheden.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikel>
                </wijzig-divisie>
                <wijzig-divisie soort="paragraaf" opmaak="default">
                  <kop>
                    <label>§</label>
                    <nr status="officieel">4.</nr>
                    <titel>Rapportage</titel>
                  </kop>
                  <artikel status="goed">
                    <kop>
                      <label>Artikel</label>
                      <nr status="officieel">44</nr>
                    </kop>
                    <al>Het overzicht, bedoeld in artikel 9.8.3.4, eerste lid, van de wet,
                              vermeldt met betrekking tot het gedeelte van het kalenderjaar of het
                              kalenderjaar waarop het overzicht betrekking heeft:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>a.</li.nr>
                        <al>het aantal in het register bijgeschreven
                                    raffinagereductie-eenheden;</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>b.</li.nr>
                        <al>het aantal in dat kalenderjaar gespaarde
                                    raffinagereductie-eenheden.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </artikel>
                </wijzig-divisie>
              </wijzig-divisie>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">Het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging wordt als volgt
               gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>De begripsomschrijving van <nadruk type="cur">biobrandstoffen</nadruk> komt
                     te luiden:</wat>
              <artikeltekst>
                <al>biobrandstoffen als bedoeld in artikel 2, onderdeel 33, van richtlijn (EU)
                        2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter
                        bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018,
                        L 328);</al>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>In de alfabetische rangschikking wordt de volgende begripsbepaling en
                     bijbehorende begripsomschrijving ingevoegd:</wat>
              <artikeltekst>
                <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                  <definitie-item>
                    <term>Verordening (EU) 2023/1805:</term>
                    <definitie>
                      <al>Verordening (EU) 2023/1805 van het Europees Parlement en de Raad
                                 van 13 september 2023 betreffende het gebruik van hernieuwbare en
                                 koolstofarme brandstoffen in het zeevervoer, en tot wijziging van
                                 Richtlijn 2009/16/EG (PbEU L 234/48);</al>
                    </definitie>
                  </definitie-item>
                </definitielijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Onder het plaatsen van de aanduiding « 1.» voor de tekst van artikel 2.1, wordt
                  aan artikel 2.1 een nieuw lid toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                           onder:</al>
                  <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
                    <definitie-item>
                      <term>leverancier:</term>
                      <definitie>
                        <al>leverancier tot eindverbruik als bedoeld in artikel 9.7.1.1 van
                                    de Wet milieubeheer, met uitzondering van de daar genoemde
                                    leverancier met een levering tot eindverbruik sector
                                    zeevaart;</al>
                      </definitie>
                    </definitie-item>
                  </definitielijst>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">C</lidnr>
            <wat>Artikel 2.5 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid vervalt de zinsnede «, met dien verstande dat diesel in
                     afwijking van die specificaties meer dan 7% methylvetzuurgehalte mag
                     bevatten».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Onder vernummering van het tweede lid tot derde lid wordt na het eerste lid
                     een lid ingevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Leveranciers brengen in ieder geval diesel met een methylvetzuurgehalte
                           (FAME) tot 7% in de handel.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">D</lidnr>
            <wat>Artikel 2.9, derde lid, onderdeel b, komt te luiden:</wat>
            <?xpp qa?>
            <?xpp lead;-1?>
            <wijziging>
              <artikeltekst>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>het maximale percentage methylvetzuur (FAME), in het geval de diesel
                              meer dan 7% methylvetzuur (FAME) bevat, en</al>
                  </li>
                </lijst>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">E</lidnr>
            <wat>Artikel 3.3 wordt als volgt gewijzigd:</wat>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <wat>In het eerste lid, onderdeel c, wordt «ten minste drie jaar» vervangen door
                     «ten minste vijf jaar».</wat>
            </wijziging>
            <wijziging>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <wat>Na het tweede lid worden twee leden toegevoegd, luidende:</wat>
              <artikeltekst>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>De leverancier, bedoeld in het eerste lid:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>a.</li.nr>
                      <al>registreert zich bij Onze Minister;</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>b.</li.nr>
                      <al>stuurt elke drie maanden een afschrift van zijn
                                 brandstofleveringsnota’s, aangevuld overeenkomstig bijlage I van
                                 Verordening (EU) 2023/1805, aan Onze Minister.</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                  <al>Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
                           betrekking tot het derde lid.</al>
                </lid>
              </artikeltekst>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">III</nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. In
               dat besluit kan worden bepaald dat de artikelen van dit besluit terugwerken tot en
               met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
               onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.</al>
        </artikel>
      </wettekst>
      <wetsluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in
               het Staatsblad zal worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2026-05-19">19 mei 2026</datum>
          </dagtekening>
          <koning>Willem-Alexander</koning>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,</functie>
          <naam>
            <voornaam>A.W.H.</voornaam>
            <achternaam>Bertram</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
        <uitgifte>
          <datum isodatum="2026-05-22">Uitgegeven de <nadruk type="cur">tweeëntwintigste</nadruk> mei 2026</datum>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Justitie
                  en Veiligheid,</functie>
            <naam>
              <voornaam>D.M. van</voornaam>
              <achternaam>Weel</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </uitgifte>
      </wetsluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>NOTA VAN TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">I</nr>
            <titel>Algemeen deel</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1.</nr>
              <titel>Inleiding</titel>
            </kop>
            <al>Dit besluit betreft een wijziging van het Besluit energie vervoer (hierna: Bev)
                  en het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging (hierna: Bbl) in verband met de
                  implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europese Parlement en de Raad van
                        18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU)
                        2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit
                        hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652
                        van de Raad (Pb L van 31.10.2023).</noot.al></noot> (hierna: wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie). Met de
                  wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie worden de richtlijn hernieuwbare
                     energie<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van
                        11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit
                        hernieuwbare bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328).</noot.al></noot> en de richtlijn brandstofkwaliteit<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Richtlijn 98/70/EG van het Europees Parlement en de Raad van
                        13 oktober 1998 betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof
                        en tot wijziging van Richtlijn 93/12/EEG van de Raad (PbEG L 350).</noot.al></noot> gewijzigd. De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie wordt in eerste
                  instantie geïmplementeerd met het wetsvoorstel tot wijziging van de titels 9.7 en
                  9.8 van de Wet milieubeheer<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Wet van 1 april 2026 tot wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet
                        op de accijns in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2413
                        van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van
                        Richtlijn (EU) 2018/2001, verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG
                        wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot
                        intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (<extref doc="stb-2026-83" soort="document" status="actief">Stb. 2026,
                        83</extref>).</noot.al></noot> en vervolgens nader uitgewerkt met dit wijzigingsbesluit. Bij het
                  wijzigingsbesluit worden ook de afspraken uit het Klimaatakkoord<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2018/19, <extref doc="kst-32813-342" soort="document" status="actief">32 813, nr. 342</extref>. p. 9 e.v.</noot.al></noot> ten aanzien van aanvullende inzet van hernieuwbare energie in het
                  wegverkeer betrokken, de afspraken gemaakt bij de voorjaarsbesluitvorming van 2023
                  en 2025 inzake het verhogen van het verplichte aandeel hernieuwbare energie in het
                     wegverkeer<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2022/23, <extref doc="kst-36350-1" soort="document" status="actief">36 350, nr. 1</extref>.</noot.al></noot>, alsmede de Visie duurzame energiedragers in mobiliteit 2020<noot id="n7" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2020/21, <extref doc="kst-32813-572" soort="document" status="actief">32 813, nr. 572</extref>.</noot.al></noot> en het Nationaal plan energiesysteem<noot id="n8" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2023/24, <extref doc="kst-32813-1319" soort="document" status="actief">32 813, nr. 1319</extref>.</noot.al></noot>. De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie moet uiterlijk 21 mei 2025
                  zijn omgezet.</al>
            <al-groep>
              <al>Volgens artikel 25 van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, dient de
                     lidstaat zijn brandstofleveranciers aan vervoer te verplichten om te zorgen dat
                     in 2030 ofwel het aandeel energie uit hernieuwbare bronnen in het eindgebruik
                     van energie 29 procent is, dan wel dat in dat kalenderjaar een besparing van de
                     broeikasgasintensiteit van ten minste 14,5 procent ten opzichte van een
                     referentiescenario behaald wordt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat
                     primair op CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie wordt gestuurd in Nederland
                        (CO<inf>2</inf>-ketensturing). Hiervoor wordt voor elke levering van
                     hernieuwbare energie gekeken naar de daadwerkelijke WtW
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie<noot id="n9" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al>Well to wheel: emissies die vrijkomen vanaf de bron tot en met
                           gebruik in het voertuig.</noot.al></noot> die is behaald ten opzichte van de fossiele referentie<noot id="n10" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Fossiele referentie voor brandstoffen (94 gCO<inf>2eq</inf>/MJ) of
                           elektriciteit (183 gCO<inf>2eq</inf>/MJ) zoals beschreven in bijlage V
                           van Richtlijn (EU) 2023/2413. Deze fossiele referentie wordt vergeleken
                           met resterende ketenemissies van de hernieuwbare energie. Hiermee wordt
                           bij inboeking vastgesteld hoeveel ketenemissiereductie er is behaald
                           waarvoor eenheden zullen worden toegekend.</noot.al></noot>. Dit stimuleert de verduurzaming van de productieketen van hernieuwbare
                     energie. Deze ketenbenadering wijkt af van de TtW<noot id="n11" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>Tank to Wheel: emissies die vrijkomen bij gebruik van het
                           voertuig.</noot.al></noot>-benadering waar het Klimaatwet<noot id="n12" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>Wet van 2 juli 2019, houdende een kader voor het ontwikkelen van
                           beleid gericht op onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de
                           Nederlandse emissies van broeikasgassen teneinde wereldwijde opwarming
                           van de aarde en de verandering van het klimaat te beperken (Klimaatwet)
                              (<extref doc="stb-2019-253" soort="document" status="actief">Stb. 2019,
                              253</extref>).</noot.al></noot> van uitgaat.</al>
              <al>In een TtW-benadering wordt de uitstoot in de productieketen, van zowel
                     fossiele als hernieuwbare energie, niet toebedeeld aan de vervoersdoelstelling.
                     Dit verschil heeft tot gevolg dat dezelfde hoeveelheid geleverde hernieuwbare
                     energie een verschillende TtW- en WtW-bijdrage kan hebben<noot id="n13" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al><inf /> Bijvoorbeeld een fossiele diesel. Deze heeft in een WtW
                           benadering een uitstoot van 94 gCO<inf>2</inf>/MJ, conform de Richtlijn
                           hernieuwbare energie, maar in een TtW benadering is deze uitstoot
                              72,5 gCO<inf>2</inf>/MJ.</noot.al></noot>.</al>
            </al-groep>
            <al>Naast voornoemde doelstelling gericht tot brandstofleveranciers aan vervoer,
                  stelt de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie in artikel 3 een bindende
                  doelstelling voor het aandeel hernieuwbare energie in het totale Europese verbruik
                  vast van tenminste 42,5% in 2030 met een vrijwillige extra bijdrage van 2,5%,
                  waarmee het totaal op 45% uitkomt. De richtlijn stelt geen separate, nationaal
                  verplichte doelstelling vast voor de lidstaten wat betreft het aandeel
                  hernieuwbare energie in het totale verbruik. Elke lidstaat draagt nationaal bij
                  aan de Europese doelstelling van 42,5% hernieuwbare energie, met inzet in de drie
                  deelsectoren elektriciteit, verwarming/koeling en vervoer. De Europese Commissie
                  verwacht op basis van de indicatieve formule die in de Governance Verordening
                  (Verordening (EU) 2018/1999) is vastgelegd een bijdrage van Nederland van 39% in
                  2030.</al>
            <al>Het uitgangspunt van het Klimaatakkoord, te weten dat de vervuiler financieel
                  voor zijn eigen verduurzaming verantwoordelijk wordt gehouden, is omgezet in de
                  vorm van vervoerssectorspecifieke verplichtingen op brandstofleveranciers
                  (sectorsturing). In de voorjaarsnota van 2023 is afgesproken dat
                  brandstofleveranciers aan de wegsector, naast de prestatie hernieuwbare energie
                  die de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie verlangt, een aanvullende
                  prestatie van 20 PJ hernieuwbare energie moeten leveren. Deze hoeveelheid komt met
                  1,7 Mton WtW<noot id="n14" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>1,5 Mton TtW.</noot.al></noot> CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie overeen. Omwille van het behalen van
                  de klimaatdoelen voor de vervoerssector in 2030, is vervolgens in de
                  voorjaarsbesluitvorming van 2025 een aanvullende prestatie van biobrandstoffen of
                  hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong ter waarde van 1,4 Mton
                     WtW<noot id="n15" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>1,2 Mton TtW.</noot.al></noot> afgesproken. Ook is toen besloten om geen correctiefactor toe te passen
                  bij het gebruik van zogenaamde raffinagereductie-eenheden bij het voldoen aan het
                  onderdeel hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de
                  jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, met als gevolg dat dit onderdeel
                  van de jaarverplichting van de sector land wordt verhoogd om de doelen van de
                  wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie veilig te stellen. Bij deze
                  besluitvorming is bovendien een maatregel aangekondigd die leidt tot de
                  aanvullende inzet van hernieuwbare elektriciteit ter waarde van 0,4 Mton<noot id="n16" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>0,3 Mton TtW.</noot.al></noot>. De jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer voor de sector land is
                  aldus in het voorjaar van 2025 met 1,8 Mton WtW<noot id="n17" type="voet"><noot.nr>17</noot.nr><noot.al>1,5 Mton TtW.</noot.al></noot> verhoogd voor de jaren 2028, 2029 en 2030.</al>
            <al>Voor het behalen van de doelstelling hernieuwbare energie voor vervoer, heeft
                  Nederland de wettelijke systematiek hernieuwbare energie vervoer ingevoerd. Deze
                  systematiek, neergelegd in titel 9.7 van de Wet milieubeheer, wordt aangepast
                  opdat de brandstofleveranciers in Nederland tot het behalen van een
                     CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie verplicht worden. De systematiek bestaat
                  uit twee hoofdonderdelen. Het eerste onderdeel betreft de jaarverplichting
                  hernieuwbare energie vervoer voor leveranciers tot eindverbruik, te weten de
                  verplichting voor brandstofleveranciers om jaarlijks ter grootte van de tot
                  eindverbruik aan een sector geleverde brandstof een
                  CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie te behalen in de vorm van een hoeveelheid
                  emissiereductie-eenheden (ERE’s) op zijn rekening in het Register hernieuwbare
                  energie vervoer. Het tweede onderdeel van de systematiek ziet op het inboeken van
                  geleverde hernieuwbare energie aan de sectoren land, binnenvaart en zeevaart, een
                  handeling die het Register hernieuwbare energie vervoer beloont met de
                  bijschrijving van de verhandelbare eenheid ERE.</al>
            <al>De onderhavige wijzigingen van het Besluit energie vervoer, met een nadere
                  uitwerking van de systematiek hernieuwbare energie vervoer, worden in hoofdlijnen
                  in hoofdstuk 2 van deze nota van toelichting toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt in
                  hoofdlijnen ingegaan op de wijzigingen van het Besluit brandstoffen
                  luchtverontreiniging. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op aspecten
                  rondom de uitvoering en handhaving van de (nieuwe) regels van de systematiek
                  hernieuwbare energie vervoer en de het gewijzigde besluit brandstoffen
                  luchtverontreiniging, terwijl in hoofdstuk 5 de gevolgen voor burgers, bedrijven,
                  overheid en milieu worden toegelicht. Hoofdstuk 6 behandelt de advisering en
                  consultatie van dit wijzigingsbesluit. Het tweede deel van deze toelichting bevat
                  een artikelsgewijze toelichting van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie.
                  En ten slotte is in de bijlage de implementatietabel opgenomen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2.</nr>
              <titel>Hoofdlijnen wijziging Besluit energie vervoer</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">2.1</nr>
                <titel>Samenvatting op hoofdlijnen</titel>
              </kop>
              <al>Het hoofddoel van het nationale beleid inzake hernieuwbare energie voor
                     vervoer (en daarmee de systematiek hernieuwbare energie vervoer), is het
                     vervangen van fossiele brandstof in de vervoerssector door een vorm van
                     hernieuwbare energie. De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie biedt
                     lidstaten ruimte om de doelstellingen met nationaal beleid in te vullen, op de
                     voorwaarde dat ze overeenkomstig de in de richtlijn opgenomen
                     berekeningsmethoden (zie artikelen 7 en 25 tot en met 27 richtlijn hernieuwbare
                     energie) kunnen aantonen in 2030 te hebben voldaan aan de nationale
                     doelstelling en de bindende streefcijfers voor brandstofleveranciers. Zoals in
                     de inleiding reeds is vermeld, wordt deze beleidsruimte in Nederland in
                     belangrijke mate ingevuld door de afspraken uit het Klimaatakkoord en de
                     Klimaatwet, uit de voorjaarsnota’s van 2023 en 2025, uit de Visie duurzame
                     energiedragers in mobiliteit 2021 en het Nationaal plan energiesysteem in het
                     kader van de Parijsdoelstelling.</al>
              <al-groep>
                <al>Bovengenoemde doelstellingen dienen binnen een robuuste systematiek
                        verwezenlijkt te worden, waarin de nadruk ligt op een hernieuwbare
                        energiedrager van hoge kwaliteit, te weten biobrandstof uit bijlage IX deel
                        A-grondstoffen (geavanceerde biobrandstof) van de richtlijn hernieuwbare
                        energie, hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare waterstof of daarop
                        gebaseerde brandstoffen. De noodzakelijke wijziging van de systematiek
                        energie vervoer wordt vormgegeven langs zes beleidsdoelen, te weten:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>de inrichting van de sectordoelen in de systematiek hernieuwbare
                              energie vervoer (paragraaf 2.2);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>het gebruik van op hernieuwbare waterstof gebaseerde brandstoffen in
                              raffinageprocessen (paragraaf 2.3);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>het verhandelen van eenheden tussen vervoerssectoren (paragraaf
                              2.4);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>het inboeken van geleverde elektriciteit aan vervoer en mobiele
                              machines (paragraaf 2.5);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>het gebruik van de inboekdienstverlener voor geleverde elektriciteit
                              (paragraaf 2.6);</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>de kwantitatieve bijdrage aan de klimaatdoelstellingen (paragraaf
                              2.7); en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>–</li.nr>
                    <al>het afschrijven van ERE’s bij het voldoen aan de jaarafsluiting en
                              het sparen van ERE’s.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">2.2</nr>
                <titel>Inrichting van de sectordoelen in de systematiek hernieuwbare energie
                        vervoer; uitgangspunten</titel>
              </kop>
              <al>Bij het vaststellen van de hoogte van de jaarlijkse reductiedoelstellingen tot
                     en met 2030 van de vervoerssectoren land, binnenvaart en zeevaart, gelden de
                     volgende uitgangspunten:</al>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>De vervuiler betaalt</titel>
                </kop>
                <al>Het Klimaatakkoord en de Klimaatwet stelt als uitgangspunt bij
                        klimaatbeleid dat de vervuiler betaalt. De Tweede Kamer heeft de regering
                        bij motie opgeroepen afbouwpaden te presenteren voor fossiele
                           subsidies.<noot id="n18" type="voet"><noot.nr>18</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2023/24, <extref doc="kst-32813-1300" soort="document" status="actief">32 813, nr. 1300</extref>.</noot.al></noot> Als sommige vervoerssectoren een verplichting krijgen die in 2030
                        lager dan 14,5% CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie is, dan heeft dat tot
                        gevolg dat een andere sector dat tekort moet opvangen (de berekening van de
                        richtlijn hernieuwbare energie ziet immers op het totaal van geleverde
                        brandstoffen aan de vervoerssector). Elke sector die een
                        reductiedoelstelling verkrijgt die hoger dan 14,5% is, betaalt dan voor dat
                        hogere gedeelte voor de vervuiling die een andere sector veroorzaakt heeft.
                        Een dergelijke verlegging van de verantwoordelijkheid valt onder de
                        definitie van een fossiele subsidie, omdat de overheid op die manier een
                        voordeel verschaft aan een vervuilende sector.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Elke sector verduurzaamt</titel>
                </kop>
                <al>De wijziging van de Wet milieubeheer heeft sectorsturing mogelijk gemaakt,
                        hetgeen betekent dat brandstofleveranciers voor hun leveringen aan de
                        sectoren land, binnenvaart en zeevaart een onderscheidenlijke
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenreductieverplichting kunnen krijgen. Een
                           CO<inf>2eq</inf>-keten<?xpp afbm?>reductieverplichting die op het totaal
                        aan alle vervoerssectoren geleverde brandstof zou rusten, zal tot gevolg
                        hebben dat hernieuwbare energie vooral aan de vervoerssector geleverd zal
                        worden met de meest kostenefficiënte inzet van hernieuwbare energie. In dat
                        geval zou naar verwachting de meeste hernieuwbare energie naar de sector
                        zeevaart gaan, terwijl de overige vervoerssectoren beduidend minder
                        leveringen van biobrandstof kregen. In het Klimaatakkoord, beleidsnota’s en
                        in verschillende sectorafspraken (zoals de Green Deal binnenvaart), zijn
                        afspraken gemaakt over het vergroten van de inzet van hernieuwbare energie
                        in verschillende sectoren. Deze afspraken kunnen verwezenlijkt worden door
                        de verschillende vervoerssectoren een eigen verplichting op te leggen.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Investeringszekerheid</titel>
                </kop>
                <al>Voor producenten van hernieuwbare energie voor vervoer en
                        brandstofleveranciers is helderheid over de vormgeving van de verplichting
                        van groot belang. Een ruime bevoegdheid voor brandstofleveranciers om een
                        brandstoftransitieverplichting van een bepaalde vervoerssector te voldoen
                        met ERE’s uit een andere sector, schept onzekerheid en bewerkstelligt dat
                        bedrijven minder investeren in productiecapaciteit. De investeringzekerheid
                        is gebaat bij duidelijke subverplichtingen voor de meest gewenste
                        hernieuwbare energie vervoer, zoals geavanceerde biobrandstoffen (bijlage
                        IX, deel A, van de richtlijn hernieuwbare energie) en hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Eindbestemming brandstoffenvisie</titel>
                </kop>
                <al>De brandstoffenvisie ziet voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen
                        (biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong) een eindbestemming in de sectoren binnenvaart en zeevaart (de
                        luchtvaartsector is van de systematiek hernieuwbare energie vervoer
                        uitgesloten, maar geldt ook als eindbestemming). In de sector land hebben ze
                        slechts een transitierol, op weg naar volledig elektrische motorisering. Om
                        alvast naar het einddoel van de brandstoffenvisie te bewegen, dienen de
                        sectoren binnenvaart en zeevaart een hogere verplichting te krijgen.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Innovatiebevordering</titel>
                </kop>
                <al>De toekomst van hernieuwbare brandstoffen ligt in geavanceerde
                        biobrandstoffen (uit grondstoffen uit de lijst van bijlage IX, deel A, van
                        de richtlijn hernieuwbare energie) en hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong. Zoals in de brandstoffenvisie is neergelegd,
                        vinden dergelijke brandstoffen met name een toepassing in de luchtvaart en
                        de zeevaart. Voor de sector zeevaart geldt dat verschillende geavanceerde
                        biobrandstoffen reeds beschikbaar zijn.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Kostenefficiëntie</titel>
                </kop>
                <al>De inzet van hernieuwbare energie is niet in elke vervoerssector even
                        gemakkelijk. Motoren van zeeschepen zijn dikwijls in staat op eenvoudige
                        biobrandstoffen te varen. Motoren van wegvoertuigen en binnenschepen kunnen
                        slechts op kwalitatief hoogwaardige vormen van hernieuwbare energie
                        functioneren. Luchtvaartuigen kunnen op een beperkt aantal hernieuwbare
                        brandstoffen vliegen. Als gevolg hiervan, zijn leveringen van hernieuwbare
                        energie aan de sector zeevaart het goedkoopst en leveringen aan de sector
                        luchtvaart het duurst. De kosten van leveringen van hernieuwbare energie aan
                        de sectoren land en binnenvaart zitten daartussenin. De goedkoopste manier
                        om aan de nationale doelstelling hernieuwbare energie voor vervoer te
                        voldoen, is daarom een hoge inzet van hernieuwbare energie in de sector
                        zeevaart. Dat kan bewerkstelligd worden door een hoge verplichting aan de
                        sector zeevaart op te leggen of door een ruime bevoegdheid voor
                        brandstofleveranciers om hun brandstoftransitieverplichting van een bepaalde
                        vervoerssector te voldoen met ERE’s uit een andere sector.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Behoud concurrentiepositie</titel>
                </kop>
                <al-groep>
                  <al>Omdat de brandstoftanks van zeeschepen en binnenschepen grote
                           hoeveelheden brandstof kunnen bevatten, kan een prijsverschil voor
                           brandstof tot gevolg hebben dat schepen buiten Nederland gaan tanken
                           (bunkeren). Het gevolg daarvan zou zijn dat de CO<inf>2eq</inf>-uitstoot
                           verplaatst uit Nederland, maar ook dat de bijdrage van deze sectoren aan
                           de Nederlandse economie verdwijnt.</al>
                  <al>Gelet op de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, die een
                              CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductieverplichting oplegt over de
                           gehele brandstoffenplas, met inbegrip van de internationale sectoren
                           luchtvaart en zeevaart aan alle lidstaten, is dat risico beperkt tot
                           landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Indien de
                           verplichting in Nederland op de sectoren binnenvaart en zeevaart hoger
                           zou zijn dan in omringende landen binnen de EER en de vaarbewegingen zich
                           zouden verplaatsen naar die landen, dan heeft dat tot gevolg dat die
                           landen een CO<inf>2eq</inf>-ketenemissie<?xpp afbm?>reductieverplichting
                           over een grotere brandstoffenplas moeten behalen. Dat is een onwenselijke
                           situatie voor deze landen. Het risico van het verplaatsen van de
                           bunkering naar landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER), is bij
                           een te hoge prijsstijging mogelijk, vanwege van het vermijden van de
                              CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductieverplichting.</al>
                </al-groep>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Beperken prijsstijgingen aan de pomp</titel>
                </kop>
                <al>Omdat hernieuwbare brandstoffen duurder zijn dan fossiele brandstoffen,
                        vertaalt zich een hogere verplichting in de sector land direct naar een
                        prijsstijging voor de consument aan de brandstofpomp. Indien de sector land
                        een groter deel van de nationale doelstelling hernieuwbare energie voor
                        vervoer moet dragen, betekent dit een hogere prijs aan de pomp; omgekeerd,
                        indien andere sectoren een groter deel van de verplichting op zich nemen,
                        betekent dit een lagere prijs aan de pomp voor automobilisten. Om een
                        brandstofprijsstijging aan de pomp te matigen, zou de verplichting in de
                        overige sectoren verhoogd kunnen worden zodat deze in de sector land lager
                        kan zijn. De invoering van een bevoegdheid voor brandstofleveranciers om een
                        brandstoftransitieverplichting sector land te voldoen met ERE’s uit een
                        andere sector, zou kostenverlagend kunnen werken, maar dat zou betekenen dat
                        de sector land betaalt voor de verduurzaming van andere
                        vervoerssectoren.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Hogere bijdrage aan nationale klimaatdoelen</titel>
                </kop>
                <al>Alleen de binnenlandse brandstoffenplas telt mee voor het Klimaatakkoord en
                        de Klimaatwet. Deze plas omvat de sector land en een gedeelte van de sector
                        binnenvaart. Wanneer met de omzetting van de wijzigingsrichtlijn
                        hernieuwbare energie rekening gehouden moet worden met het binnenlandse
                        klimaatdoel, dan moet de verplichting op de sectoren land- en binnenvaart
                        hoog zijn en die op de sector zeevaart laag.</al>
                <al>De vertaling van bovenstaande uitgangspunten in keuzes ter inrichting van
                        de systematiek is schematisch in de onderstaande tabel weergegeven.</al>
                <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
                  <title>Tabel 1: Schematische vertaling van uitgangspunten in
                           keuzemogelijkheden ter inrichting van de systematiek</title>
                  <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="6" char="" charoff="50" align="left">
                    <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="92*" />
                    <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="79*" />
                    <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="71*" />
                    <colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="72*" />
                    <colspec colnum="5" colname="col5" colwidth="49*" />
                    <colspec colnum="6" colname="col6" colwidth="117*" />
                    <thead valign="bottom">
                      <row rowsep="1">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Hoogte verplichting
                                       land</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Hoogte verplichting
                                       zeevaart</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Hoogte verplichting
                                          binnenvaart</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Grootte vrije ruimte</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Subverplichtingen hernieuwbare
                                          brandstoffen/bijlage IX-deel A</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                      </row>
                    </thead>
                    <tbody valign="top">
                      <row rowsep="0">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">De vervuiler betaalt</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Klein</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="0">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Elke sector
                                       verduurzaamt</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Gelijk aan andere sectoren</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Klein</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="0">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Investerings<?xpp afbm?>zekerheid</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Klein</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="0">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Eindbestemming
                                          brandstof<?xpp afbm?>fenvisie</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Laag</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="0">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Innovatie<?xpp afbm?>bevordering</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Klein</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="0">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Kosten-efficiëntie</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Gemiddeld</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Gemiddeld</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Groot</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Laag</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="0">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Internationale
                                          concurrentie<?xpp afbm?>positie</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Laag</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Gemiddeld</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="0">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Beperken prijseffecten
                                       pomp</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Laag</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Groot</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Laag (voor land)</al>
                        </entry>
                      </row>
                      <row rowsep="0">
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" thscope="row" morerows="0" rotate="0">
                          <al>
                            <nadruk type="halfvet">Hogere bijdrage aan nationale
                                          klimaatdoelen</nadruk>
                          </al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Laag</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Hoog</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                          <al>Klein</al>
                        </entry>
                        <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                          <al>.</al>
                        </entry>
                      </row>
                    </tbody>
                  </tgroup>
                </table>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Verwerking uitgangspunten</titel>
                </kop>
                <al-groep>
                  <al>Op basis van deze uitgangspunten, is de 14,5%-reductie in
                           broeikasgasintensiteit van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie zo
                           evenredig mogelijk verdeeld over de drie vervoerssectoren.</al>
                  <al>Voor de sector binnenvaart geldt daarom een verplichting van 14,5%. Voor
                           de sector zeevaart bepaalt artikel 27, vijfde lid, van de
                           wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie dat bij de berekening van
                           14,5%-minimumbijdrage, de hoeveelheid aan de zeevaartsector geleverde
                           energie verondersteld wordt niet meer dan 13% van het bruto-eindverbruik
                           van energie van de lidstaat te bedragen. Gelet op deze bepaling, leidt
                           een evenredige verdeling van de 14,5%-minimumbijdrage tot een
                           jaarverplichting voor de sector zeevaart die lager is dan die voor de
                           sectoren land en binnenvaart. Met name vanwege het uitgangspunt «behoud
                           concurrentiepositie», is gekozen het aandeel niet te verhogen tot
                           14,5%.</al>
                </al-groep>
                <al>De verplichting die aan de zeevaartsector wordt opgelegd, is hoger dan de
                        grenswaarde voor de broeikasgasintensiteit
                        (CO<inf>2eq</inf>-ketenemissie<?xpp afbm?>reductie) die de verordening (EU)
                        2023/1805 betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme
                        brandstoffen in zeevervoer (hierna: FuelEU Maritiem<noot id="n19" type="voet"><noot.nr>19</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2023/1805 van het Europees Parlement en de Raad
                              van 13 september 2023 betreffende het gebruik van hernieuwbare en
                              koolstofarme brandstoffen in het zeevervoer, en tot wijziging van
                              Richtlijn 2009/16/EG (FuelEU Maritiem (PbEU L 234/48).</noot.al></noot>) van rederijen verlangt. Dat komt enerzijds doordat de hoogte van de
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie in die verordening lager is en
                        anderzijds doordat fossiel LNG kan worden gebruikt om aan die verplichting
                        te voldoen, waar dit voor de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie niet
                        geldt. Het opleggen van een jaarverplichting aan de brandstofleveranciers in
                        de sector zeevaart, verhindert dat de sector land opdraait voor de kosten
                        voor de verduurzaming van de sector zeevaart. Bilaterale afspraken tussen
                        Nederland en België verzekeren dat België ten minste een even hoge
                        verplichting aan de zeevaartbrandstofleveranciers zal opleggen als
                           Nederland<noot id="n20" type="voet"><noot.nr>20</noot.nr><noot.al><extref doc="stcrt-2024-18385" soort="document" status="actief">Staatscourant 2024, nr. 18385</extref>.</noot.al></noot>, waardoor de concurrentiepositie van Nederlandse
                        bunkerbrandstofleveranciers ten opzichte van de voornaamste concurrent in de
                        Europese Unie behouden blijft. De afspraken met België bewaken ook de
                        concurrentiepositie van Nederlandse brandstofleveranciers aan de sector
                        binnenvaart.</al>
                <al-groep>
                  <al>Met de EU-verordening inzake het waarborgen van een gelijk speelveld
                           voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart<noot id="n21" type="voet"><noot.nr>21</noot.nr><noot.al>Verordening (EU) 2023/2405 van het Europees Parlement en de
                                 Raad van 18 oktober 2023 inzake het waarborgen van een gelijk
                                 speelveld voor duurzaam luchtvervoer (ReFuelEU Luchtvaart) (PbEU
                                 2023 L 31/10/2023).</noot.al></noot>), heeft de Uniewetgever voor de sector luchtvaart een bijzondere
                           wetgeving (lex specialis) uitgevaardigd. Maatregelen van lidstaten, al
                           dan niet gebaseerd op de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, die
                           tot gevolg hebben dat brandstofleveranciers meer luchtvaartbrandstoffen
                           moeten bijmengen dan de verordening voorziet, zijn niet toegestaan. Dit
                           verbod heeft tot gevolg dat de sector luchtvaart geen onderdeel uitmaakt
                           van het systeem hernieuwbare energie vervoer.</al>
                  <al>Van de sector land wordt de hoogste bijdrage verwacht. Ten eerste levert
                           deze sector het deel van de minimumbijdrage dat evenredig aan hem toekomt
                           (14,5%). Ten tweede neemt de sector land dat gedeelte van minimumbijdrage
                           dat de sector luchtvaart niet voor zijn rekening kan nemen als gevolg van
                           de ReFuelEU Luchtvaart (3,5%). Ten derde krijgt de sector land een
                           verhoging zoals afgesproken in de voorjaarsnota’s van 2023 (4,3%) en 2025
                           (4,5%), om zo de klimaatdoelen die zijn afgesproken in het Klimaatakkoord
                           en de Klimaatwet te behalen. Ten vierde is een ophoging van (0,3%)
                           opgenomen ter compensatie van de mogelijke inzet van
                           raffinagereductie-eenheden bij het voldoen aan het onderdeel hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de jaarverplichting. De
                           sector land is in staat deze verhoging te dragen. De komende jaren wordt
                           een forse toename van het aantal elektrische wegvoertuigen verwacht. Dit
                           is het gevolg van de Visie duurzame energiedragers en het Nationaal plan
                           energiesysteem, alsook aanpalend beleid, zoals het verbod op de verkoop
                           van nieuw geproduceerde auto’s met een verbrandingsmotor per 2035 en het
                           systeem van verhandelbare emissierechten voor vervoer en de bebouwde
                           omgeving (EU ETS-2). Ook dragen nationale instrumenten, zoals de fiscale
                           normering van de zakelijke leasemarkt, de subsidieregeling waterstof in
                           mobiliteit, de MRB-gewichtscorrectie<noot id="n22" type="voet"><noot.nr>22</noot.nr><noot.al>Dit is een regeling die verhindert dat elektrische auto’s in
                                 een hoge schrijf van de motorrijtuigenbelasting vallen op grond van
                                 hun dikwijls hogere gewicht dan auto’s met een
                                 verbrandingsmotor.</noot.al></noot> en het beleid rondom zero-emissiezones en logistieke
                           laadinfrastructuur, bij aan de toename van elektrische wegvoertuigen. In
                           de internetconsultatie is overwegend positief gereageerd op de hoogte van
                           de jaarverplichting.</al>
                </al-groep>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.2.1</nr>
                  <titel>Limiet gebruik conventionele biobrandstof tot 2030 op niveau
                           2020</titel>
                </kop>
                <al>Onder een conventionele biobrandstof wordt een biobrandstof uit voedsel- en
                        voedergewassen, zoals bedoeld in de richtlijn hernieuwbare energie,
                        verstaan. In het Klimaatakkoord en de Klimaatwet is afgesproken dat, voor
                        het behalen van de doelstelling hernieuwbare energie in vervoer, het aandeel
                        van conventionele biobrandstoffen niet groter is dan dat in 2020<noot id="n23" type="voet"><noot.nr>23</noot.nr><noot.al>In het Klimaatakkoord is afgesproken: <nadruk type="cur">«Daarom
                                 komen alle partijen overeen dat voor het realiseren van deze
                                 hernieuwbare energiedoelstelling voor transport (inclusief de
                                 27 PJ) in ieder geval niet meer additionele biobrandstoffen uit
                                 voedsel- en voedergewassen in Nederland worden ingezet dan het
                                 niveau van 2020»</nadruk></noot.al></noot>. Ter uitvoering van deze afspraak, wordt het gebruik van
                        conventionele biobrandstof beperkt tot 1,4% van de energie-inhoud van de
                        levering tot eindverbruik in 2020 (dus: 1,2%
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissie<?xpp afbm?>reductie), een hoeveelheid die dus
                        niet meegroeit met de uitbreiding van de jaarverplichting hernieuwbare
                        energie vervoer naar de sectoren binnenvaart en zeevaart. Op wetsniveau is
                        daarnaast vastgelegd dat alleen geleverde biobrandstof uit voedsel- en
                        voedergewassen, die volgens de gedelegeerde verordening (EU) 2019/807<noot id="n24" type="voet"><noot.nr>24</noot.nr><noot.al>Gedelegeerde verordening (EU) 2019/807 van de commissie van
                              13 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het
                              Europees Parlement en de Raad wat betreft het bepalen van de
                              grondstoffen met een hoog risico van indirecte veranderingen in
                              landgebruik waarbij een belangrijke uitbreiding van het
                              productiegebied naar land met grote koolstofvoorraden waar te nemen
                              valt, en de certificering van biobrandstoffen, vloeibare biomassa en
                              biomassabrandstoffen met een laag risico op indirecte veranderingen in
                              landgebruik (PbEU 2019, L 133). Indirecte verandering in landgebruik
                              vindt plaats wanneer de traditionele productie van gewassen voor
                              voedsel- en voederdoeleinden wordt vervangen door de teelt van
                              gewassen voor biobrandstof, vloeibare biomassa en biomassabrandstof.
                              Dergelijke bijkomende vraag vergroot de druk op land en kan leiden tot
                              de uitbreiding van landbouwgrond naar gebieden met hoge
                              koolstofvoorraden, zoals bos en veen, met extra broeikasgasemissies
                              tot gevolg.</noot.al></noot> een laag risico op indirecte veranderingen van landgebruik (ILUC)
                        hebben, ingeboekt mag worden. Behalve palmolie geldt in Nederland ook
                        sojaolie als een grondstof met een hoog risico op ILUC en mag een geleverde
                        biobrandstof uit palmolie of sojaolie daarom niet ingeboekt worden, tenzij
                        de olie een gecertificeerd laag risico op ILUC heeft. Daarnaast volgt de
                        regering gedelegeerde verordening (EU) 2019/807, om te bepalen welke
                        grondstoffen een hoog risico op ILUC hebben. De gedelegeerde verordening is
                        namelijk vastgesteld op basis van de best beschikbare en meest actuele
                        wetenschappelijke data ten aanzien van ILUC. Deze gedelegeerde verordening
                        wordt door de Europese Commissie regelmatig geactualiseerd. De regering
                        volgt dus in regelgevend opzicht de invulling die is gegeven met
                        gedelegeerde verordening (EU) 2019/807 voor gewassen met hoog ILUC-risico,
                        maar tegelijkertijd zal ze zich actief blijven inspannen om de partijen te
                        wijzen op de afspraak uit het Klimaatakkoord waarin ze toezeggen de huidige
                        praktijk waarin geen palm- en sojaolie wordt ingezet voor biobrandstoffen,
                        voort te zetten.</al>
                <al>Het gebruik van biobrandstof uit voedsel- en voedergewassen is nagenoeg
                        stabiel gebleven tussen 2011 en 2023<noot id="n25" type="voet"><noot.nr>25</noot.nr><noot.al>NEa, Rapportage hernieuwbare energie vervoer in Nederland 2023,
                                 <?xpp afbreek?><extref soort="URL" doc="https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/rapportages-hernieuwbare-energie-voor-vervoer/documenten/publicatie/2024/06/14/rapportage-hernieuwbare-energie-voor-vervoer-in-nederland-2023" status="actief">https://www.emissieautoriteit.nl/onderwerpen/rapportages-hernieuwbare-energie-voor-vervoer/documenten/publicatie/2024/06/14/rapportage-hernieuwbare-energie-voor-vervoer-in-nederland-2023</extref>.</noot.al></noot>. Het betrof bijna uitsluitend de inzet van biobrandstof uit suiker-
                        en zetmeelhoudende gewassen als bio-ethanol in benzine. Voor biobrandstoffen
                        die in Nederland worden ingezet komen de grondstoffen op basis van suiker-
                        en zetmeelhoudende gewassen van buiten Nederland. Ook blijkt dat de sector
                        werkt op basis van het cascaderingbeginsel, waardoor de stromen, die bij de
                        voedselproductie vrijkomen, maximaal worden benut: eiwitten uit mais en
                        tarwe voor veevoer worden gescheiden voor suikers voor de ethanol. Een
                        verband tussen hogere voedselprijzen of voedseltekort en de vraag naar deze
                        grondstoffen voor biobrandstof is vaak onderzocht, maar niet gevonden of
                        verwaarloosbaar gebleken. Gelet op deze vaststelling, wordt de afspraak uit
                        het Klimaatakkoord, om de limiet gelijk te houden aan het niveau van fysieke
                        inzet 2020, voortgezet. De productie van biobrandstoffen levert ook kansen
                        op voor investeringen in duurzaam landgebruik voor voedsel en brandstoffen.
                        Ontwikkelingen van voedselprijzen zijn afhankelijk van meerdere factoren,
                        dus dit blijft altijd een aandachtpunt. Er zijn instrumenten beschikbaar, en
                        reeds geïmplementeerd, om de ontwikkelingen op het gebied van
                        biobrandstoffen duurzaam laten verlopen.<noot id="n26" type="voet" xml:lang="en"><noot.nr>26</noot.nr><noot.al>Reconciling food security and bioenergy: Priorities for action;
                              Kline et al 2016; <extref doc="https://www.researchgate.net/publication/303963314_Reconciling_food_security_and_bioenergy_Priorities_for_action" soort="URL" status="actief">(PDF) Reconciling food security and
                                 bioenergy: Priorities for action</extref>.</noot.al></noot><noot id="n27" type="voet"><noot.nr>27</noot.nr><noot.al>Zie ook rapport Studio Gear Up: Inzet van biobrandstoffen uit
                              voedsel- en voedergewassen, par 2.7 (<extref doc="https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/09/02/inzet-van-biobrandstoffen-uit-voedsel--en-voedergewassen" soort="URL" status="actief">Inzet van biobrandstoffen uit voedsel- en
                                 voedergewassen | Rapport | Rijksoverheid.nl</extref>).</noot.al></noot></al>
                <al>Voorheen gold de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer niet voor
                        geleverde brandstoffen aan de binnenvaart en zeevaart. De mogelijkheid om
                        een biobrandstof uit voedsel- en voedergewassen in te zetten om te voldoen
                        aan de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, wordt niet uitgebreid
                        naar de nieuwe sectoren binnenvaart en zeevaart. Op die manier blijft het
                        bestaande niveau van biobrandstof uit voedsel- en voedergewassen behouden
                        voor de sector land, te weten voor een sector waarop reeds een economie is
                        gebaseerd.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.2.2</nr>
                  <titel>Limiet gebruik biobrandstof bijlage IX-deel B tot 2030 fysiek gelijk
                           aan niveau 2020</titel>
                </kop>
                <al>Bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie, vermeldt
                        grondstoffen die geen geavanceerde technologie vergen bij de omzetting naar
                        een biobrandstof. Sinds de uitbreiding in 2024 bestaat bijlage IX, deel B,
                        van de richtlijn uit gebruikte bak- en braadolie, dierlijke vetten categorie
                        1 en 2, beschadigde gewassen, stedelijk afvalwater, gewassen op ernstig
                        aangetaste grond en tussengewassen.</al>
                <al>Bij de berekening van de hoeveelheid geleverde hernieuwbare energie voor
                        het voldoen aan het artikel 25-doelstelling van de richtlijn hernieuwbare
                        energie, beperkt de richtlijn het aandeel van biobrandstof uit grondstoffen
                        uit bijlage IX, deel B, van de richtlijn in de energie-inhoud van geleverde
                        brandstoffen en elektriciteit aan de vervoerssector tot 1,7%. In de context
                        van het behalen van het artikel 7-doelstelling, stelt de richtlijn
                        daarentegen geen limiet op het gebruik van biobrandstof uit deze
                        grondstoffen. Het succesvolle Nederlandse beleid op de inzet van
                        biobrandstof uit afval en residuen heeft bewerkstelligd dat biobrandstof,
                        vervaardigd uit gebruikt frituurvet en gebruikte bakolie, in 2024 ongeveer
                        37% van alle ingezette biobrandstoffen in vervoer vertegenwoordigde. Het
                        hanteren van de limiet uit de richtlijn hernieuwbare energie, zal de inzet
                        van deze biobrandstof beperken op het huidige absolute niveau. Bij het
                        voldoen aan de brandstoftransitieverplichting, wordt de beperking tot 1,7%
                        ingesteld voor het gebruik van ERE’s bijlage IX-B en verdeeld over de
                        vervoerssectoren, niettemin opgehoogd met de 20 PJ die is afgesproken in de
                        Voorjaarsnota van 2023. In de internetconsultatie is wisselend gereageerd op
                        de hoogte van de limiet.</al>
                <al>De beperking van de inboekbaarheid van annex IX-b-biobrandstoffen, maakt
                        een vergroting van de inzet noodzakelijk van met name geavanceerde
                        biobrandstof (vervaardigd uit grondstoffen, genoemd in bijlage IX, deel A,
                        van de richtlijn), hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare brandstoffen
                        van niet-biologische oorsprong. Hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong en geavanceerde biobrandstoffen, zijn gebaseerd
                        op geavanceerde conversietechnieken en bevinden zich veelal in een
                        ontwikkelingsfase. De beperking van het gebruik van biobrandstof uit bijlage
                        IX deel B-grondstoffen, beoogt een goede afweging van de belangen van
                        beperking, stabiliteit en groeiperspectief voor geavanceerde
                        grondstofketens, omwille van de verwezenlijking van de opklimmende
                        klimaatdoelen.</al>
                <al>De beperking voor het gebruik van ERE’s bijlage IX-B bij het voldoen aan de
                        jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer, moet verdeeld worden over de
                        verschillende vervoerssectoren. Deze beperking is niet gelijkelijk over de
                        sectoren verdeeld: voor de sector land geldt dezelfde hoeveelheid
                        biobrandstof uit grondstoffen uit bijlage IX-deel B beschikbaar moet blijven
                        als die in 2023 aan die sector geleverd is. Wat aan ruimte binnen de limiet
                        overblijft, wordt verdeeld over de sectoren land en binnenvaart (gelet op de
                        20 PJ uit de voorjaarsnota van 2023).</al>
                <al-groep>
                  <al>In de sector zeevaart, zal ook in de periode vanaf 2026 geen ruimte
                           bestaan voor het gebruik van biobrandstof uit grondstoffen uit bijlage
                           IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie. Een dergelijke
                           mogelijkheid zou naar verwachting tot een sterke kostenstijging van
                           brandstoffen in de overige vervoerssectoren leiden, omdat deze sectoren
                           dan geen of veel minder ruimte hebben voor biobrandstof uit grondstoffen
                           uit bijlage IX-deel B en dan aangewezen zijn op duurdere geavanceerde
                           biobrandstoffen of hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                           oorsprong, met mogelijke sterker stijgende brandstofprijzen aan de pomp.
                           Het uitgangspunt «beperken van brandstofprijsstijgingen» verzet zich
                           hiertegen. Met België is afgesproken het eveneens biobrandstof uit
                           grondstoffen uit bijlage IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare
                           energie voor de zeevaartsector zal uitsluiten, opdat het speelveld gelijk
                           blijft, in lijn met het uitgangspunt «behoud concurrentiepositie».</al>
                  <al>In de internetconsultatie hebben verschillende partijen afwijzend
                           gereageerd op de uitsluiting van het gebruik van deze grondstoffen voor
                           de sector zeevaart.</al>
                </al-groep>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.2.3</nr>
                  <titel>Subverplichting gebruik biobrandstof bijlage IX, deel A, van de
                           richtlijn hernieuwbare energie</titel>
                </kop>
                <al>De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, draagt lidstaten op om
                        brandstofleveranciers te verplichten een gekoppeld minimumaandeel
                        geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong (op hernieuwbare waterstof gebaseerde
                        brandstoffen) te leveren<noot id="n28" type="voet"><noot.nr>28</noot.nr><noot.al>Artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de herziene richtlijn
                              hernieuwbare energie.</noot.al></noot>. Voor kalenderjaar 2030 is deze minimumhoeveelheid 5,5%, met dien
                        verstande dat het aandeel hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong in 2030 ten minste 1 procentpunt bedraagt. Het koppelen van
                        doelstellingen heeft als nadeel dat investeringen meer onzekerheid kennen.
                        Dat is niet wenselijk, omdat zowel hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong als geavanceerde biobrandstoffen nodig zijn voor
                        de energietransitie. Daarom is besloten om deze doelen te ontkoppelen en ze
                        als afzonderlijke verplichtingen vorm te geven.</al>
                <al>De levering van de totaal benodigde hoeveelheid geavanceerde
                        biobrandstoffen wordt op twee manieren geborgd in de voorgestelde wijziging
                        van het systeem hernieuwbare energie vervoer. Ten eerste wordt in de sector
                        zeevaart – door uitsluiting van conventionele biobrandstoffen en
                        biobrandstoffen uit grondstoffen uit bijlage IX-deel B van de richtlijn
                        hernieuwbare energie – weinig alternatief geboden voor het gebruik van
                        geavanceerde biobrandstoffen. Hoewel ook hernieuwbare elektriciteit,
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en overige
                        biobrandstoffen kunnen worden ingezet, is de beschikbaarheid daarvan naar
                        verwachting niet toereikend om aan de brandstoftransitieverplichting sector
                        zeevaart te voldoen. Hierdoor zal de sector zeevaart een aanzienlijke
                        hoeveelheid geavanceerde biobrandstof nodig hebben. Ten tweede zal een
                        subverplichting aan brandstofleveranciers in de sector land worden opgelegd.
                        De hoogte van deze subverplichting bewerkstelligt enerzijds dat aan de
                        doelstelling van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie wordt voldaan,
                        wanneer aan de sector zeevaart de verwachte hoeveelheid geavanceerde
                        biobrandstof wordt geleverd. Anderzijds biedt de subverplichting aan
                        brandstofleveranciers in de sector land de brandstofproducenten de zekerheid
                        van een afzetmarkt.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.2.4</nr>
                  <titel>Subverplichting gebruik hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong</titel>
                </kop>
                <al>Zoals de vorige subparagraaf uitlegt, verlangt de wijzigingsrichtlijn
                        hernieuwbare energie dat de lidstaat zijn brandstofleveranciers verplicht om
                        een gekoppeld minimumaandeel geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong te leveren, maar dat nationaal
                        besloten is om dit doel als afzonderlijke verplichtingen vorm te geven.</al>
                <al>Als gevolg van deze beleidskeuze, zal in de systematiek hernieuwbare
                        energie vervoer voor elke sector een subdoelstelling voor hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong gelden. Op deze wijze wordt de
                        inzet van deze brandstoffen in alle sectoren gestimuleerd. Deze
                        subdoelstelling kan, overeenkomstig de mogelijkheden van de
                        wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, worden ingevuld met directe inzet
                        van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de
                        vervoerssectoren, of door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong als tussenproduct bij de vervaardiging van
                        conventionele vervoersbrandstoffen en biobrandstoffen in raffinageprocessen.
                        Voor elke sector is een eigen ingroeipad voor de subverplichting bepaald. De
                        hoogte van de subverplichting in de sector binnenvaart is gebaseerd op
                        aangekondigde projecten, terwijl de hoogte van de subverplichting voor de
                        sector zeevaart in overleg met België is vastgesteld. Het restant van het
                        subdoelstelling van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, is belegd
                        bij de sector land en is opgehoogd met de afspraak uit de
                        voorjaarsbesluitvorming van 2025 omwille van het bieden van aanvullende
                        ruimte voor het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong als tussenproduct bij de vervaardiging van conventionele
                        vervoersbrandstoffen en biobrandstoffen in raffinageprocessen. Naar
                        aanleiding van de wens van de Tweede Kamer om meer investeringszekerheid te
                        bieden voor directe inzet van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong en de afgesproken ruimte voor het gebruik van hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong als tussenproduct bij de
                        vervaardiging van conventionele vervoersbrandstoffen en biobrandstoffen in
                        raffinageprocessen te behouden, is besloten tot een aanvullende verhoging
                        van de subverplichting voor de sector land vanaf 2027. Deze aanvullende
                        ruimte zal enkel kunnen worden ingevuld met de directe inzet van
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de sector land;
                        dit laatste zal in de Regeling energie vervoer worden vastgelegd.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">2.3</nr>
                <titel>Het gebruik van op hernieuwbare waterstof gebaseerde brandstoffen in
                        raffinageprocessen</titel>
              </kop>
              <al>De hoeveelheid gebruikte hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                     oorsprong bij de vervaardiging van conventionele vervoersbrandstoffen en
                     biobrandstoffen, mag de raffinaderijhouder inboeken ter verwerving van
                     zogenaamde raffinagereductie-eenheden (RARE’s). Deze RARE’s mag een leverancier
                     tot eindverbruik enkel inzetten voor het voldoen aan zijn subverplichting
                     hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de verschillende
                     sectoren, waarmee een afzetmarkt voor deze verhandelbare eenheden geschapen is.
                     Hiermee kunnen deze RARE’s ook bijdragen aan de jaarverplichting hernieuwbare
                     energie vervoer van de leverancier tot eindverbruik in deze sectoren, ter
                     hoogte van de subverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                     oorsprong.</al>
              <al>Niettemin geniet het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van
                     niet-biologische oorsprong in vervoer de voorkeur boven de inzet in
                     raffinaderijprocessen, omdat dit daadwerkelijk tot de vervanging van fossiele
                     brandstoffen door hernieuwbare energiedragers leidt. Om te voorkomen dat de
                     inzet van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in
                     raffinaderijprocessen ten koste gaat van de directe inzet van deze brandstoffen
                     in vervoer, bevat de systematiek hernieuwbare energie vervoer de mogelijkheid
                     tot het voeren van een vermenigvuldigingsfactor (i.c. correctiefactor kleiner
                     dan één) voor de inzet van RARE’s bij het voldoen aan de subverplichting
                     hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de verschillende
                     sectoren. In de periode tot en met 2030 zal in ieder geval de
                     vermenigvuldigingsfactor één worden gehanteerd, om zo grotere
                     investeringszekerheid voor bedrijven te bieden.<noot id="n29" type="voet"><noot.nr>29</noot.nr><noot.al>Zie amendement Groningen/Veldman/Bontenbal, Kamerstukken II
                           2024/25, <extref doc="kst-36766-16" soort="document" status="actief">36 766, nr. 16</extref>.</noot.al></noot></al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">2.4</nr>
                <titel>Het verhandelen van eenheden tussen vervoerssectoren</titel>
              </kop>
              <al>De keuze voor sectorsturing waarborgt dat elke vervoerssector verduurzaamt en
                     dat de vervuiler betaalt. Om ook kosteneffectiviteit te borgen, is beperkte
                     handel van ERE’s en RARE’s tussen de vervoerssectoren mogelijk. De leveranciers
                     tot eindverbruik van de sectoren binnenvaart en zeevaart, kunnen een gedeelte
                     van hun jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer met ERE’s uit een andere
                     sector invullen, alsook met RARE’s voor het onderdeel hernieuwbare brandstoffen
                     van niet-biologische oorsprong van deze jaarverplichting. Op die manier wordt
                     bewaakt dat de kostenverschillen in deze sectoren beperkt zijn en wordt
                     voorkomen dat een ongewenst weglekeffect naar buurlanden zou kunnen ontstaan.
                     Binnen de sector land mogen geen eenheden uit een andere vervoerssector worden
                     ingezet, maar bestaat wel de mogelijkheid om RARE’s in te zetten voor het voor
                     het onderdeel hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de
                     jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer. De reacties uit de
                     internetconsultatie zijn overwegend positief over het beperkt kunnen
                     verhandelen van eenheden tussen vervoerssectoren.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">2.5</nr>
                <titel>Het inboeken van geleverde elektriciteit aan wegvoertuigen of mobiele
                        machines</titel>
              </kop>
              <al>Het Besluit energie vervoer voert een nieuw soort inboeker in, te weten de
                     onderneming die elektriciteit aan wegvoertuigen en mobiele machines levert met
                     behulp van verwisselbare accu’s. Het betreft bijzondere accu’s die ontworpen
                     zijn om snel verwisseld te kunnen worden. Deze verruiming van de soort
                     inboeker, houdt verband met nieuwe ontwikkelingen op de elektriciteitsmarkt,
                     waarbij elektriciteit op een andere manier wordt geleverd dan rechtstreeks van
                     het elektriciteitsnet met behulp van een laadstekker.</al>
              <al>Het inboeken van geleverde elektriciteit aan een accu wordt niet mogelijk
                     gemaakt in de systematiek hernieuwbare energie vervoer, omdat accu's voor
                     diverse doeleinden gebruikt kunnen worden en niet vastgesteld kan worden dat de
                     elektriciteit voor geen andere bestemming dan vervoer en mobiele machines
                     gebruikt zal worden. Een inboekbevoegdheid voor geleverde elektriciteit aan een
                     accu zou de systematiek hernieuwbare energie vervoer fraudegevoeliger maken en
                     de geboden controle op de naleving zou gepaard gaan met het aanvullende
                     uitvoeringslasten.</al>
              <al>Deze nieuwe inboeker vertoont een sterke gelijkenis met de onderneming die aan
                     binnenschepen elektriciteit levert met behulp van een accupakket of elektrolyt.
                     Gelet op de toename van het gebruik van elektriciteit voor de voortbeweging van
                     zeeschepen, breidt het Besluit energie vervoer deze mogelijkheid uit naar
                     geleverde elektriciteit met behulp van een accupakket of elektrolyt aan
                     zeeschepen. De inboekbevoegdheid ziet op zowel volledig elektrisch aangedreven
                     vaartuigen als hybride vaartuigen, te weten vaartuigen die ook een
                     verbrandingsmotor aan boord hebben.</al>
              <al>De inboeker is verantwoordelijk voor het aantonen van de bestemming van de
                     geleverde elektriciteit. Geleverde elektriciteit die enkel bedoeld is voor de
                     stroombehoefte op de ligplaats van vaartuigen (walstroom), mag de inboeker
                     vanaf kalenderjaar 2030 geen onderwerp van een inboeking maken. Tevens geldt
                     dat vanaf 2030 een deel van de zeeschepen (container- en passagiersschepen met
                     een brutotonnage van meer dan 5.000) onder de FuelEU Maritiem wordt verplicht
                     tot het gebruik van walstroom in grote havens.</al>
              <al>De ERE-elektriciteit biedt de mogelijkheid om duidelijker te sturen op de
                     ingroei van elektriciteit. Bovendien wordt nog gewerkt aan de aansluiting van
                     het systeem hernieuwbare energie vervoer op dat van EU ETS-2, waarbij van
                     belang is om geleverde elektriciteit aan vervoer te kunnen onderscheiden,
                     aangezien opgewekte elektriciteit onder het (bestaande) systeem van
                     verhandelbare emissierechten (EU ETS-1) valt.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">2.6</nr>
                <titel>Het gebruik van de inboekdienstverlener voor geleverde
                        elektriciteit</titel>
              </kop>
              <al>Kleine hoeveelheden in een kalenderjaar geleverde elektriciteit, moeten met
                     behulp van een inboekdienstverlener ingeboekt worden. In het huidige systeem
                     hernieuwbare energie vervoer wegen de administratieve lasten voor kleine
                     ondernemingen en huishoudens niet op tegen de opbrengst van de bijgeschreven
                     verhandelbare eenheden voor de ingeboekte elektriciteit. Bovendien staan de
                     uitvoeringslasten voor de NEa voor rekeningen van kleine ondernemingen en
                     huishoudens niet in verhouding tot de hoeveelheid ingeboekte elektriciteit per
                     rekening; uitvoeringslasten die voornamelijk het gevolg zijn van de
                     onbekendheid van deze inboekers met de systematiek hernieuwbare energie
                     vervoer. Een inboekdienstverlener zal de administratieve lasten van kleine
                     ondernemingen en huishoudens overnemen, waardoor de voordelen van deelname aan
                     de systematiek hernieuwbare energie vervoer ook voor deze groep mogelijk
                     gemaakt worden. Omdat de inboekdienstverlener met het systeem hernieuwbare
                     energie vervoer bekend moet zijn en op eigen naam met eigen rekening moet
                     kunnen inboeken, zal het aantal rekeningen in het Register hernieuwbare energie
                     vervoer als ook de uitvoeringslasten van de NEa afnemen.</al>
              <al>Voor ondernemingen die grotere hoeveelheden elektriciteit inboeken, staan de
                     uitvoeringslasten voor de NEa beter in verhouding. Ze kunnen daarom een eigen
                     rekening blijven openen en hoeven geen gebruik van een inboekdienstverlener te
                     maken. Indien een dergelijke onderneming gebruik van een inboekdienstverlener
                     wenst te maken, dan is dit niettemin mogelijk. De Regeling energie vervoer zal
                     een inboekdrempelwaarde voor het gebruik van de inboekdienstverlener bepalen.
                     Inboekers van geleverde of geladen elektriciteit die onder een drempelwaarde
                     uitkomen, moeten vanaf 2026 van een inboekdienstverlener gebruikmaken. De
                     drempelwaarde geldt niet voor een inboeker die, naast geleverde elektriciteit,
                     ook andere soorten hernieuwbare energie levert. In de Regeling energie vervoer
                     zullen ook aanvullende vereisten gesteld worden, zoals op het gebied van de
                     inboekverificatie. Reacties uit de internetconsultatie met voorstellen voor de
                     uitwerking van de inboekdienstverlener zullen worden meegewogen bij de
                     uitwerking van de Regeling energie vervoer. Enkele partijen stelden in de
                     internetconsultatie voor om de inboekdienstverlener ook voor inboekers van
                     andere soorten hernieuwbare energie vervoer dan elektriciteit beschikbaar te
                     stellen. De inboekdienstverlener wordt vooralsnog alleen voor inboekers van
                     elektriciteit mogelijk gemaakt.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">2.7</nr>
                <titel>Kwantitatieve bijdrage aan de klimaatdoelstellingen</titel>
              </kop>
              <al>Voor het Klimaatakkoord en de Klimaatwet kunnen alleen biobrandstoffen en
                     hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong niet zijnde waterstof
                        (e-fuels)<noot id="n30" type="voet"><noot.nr>30</noot.nr><noot.al>Koolstofhoudende synthetische brandstoffen die met behulp van
                           elektriciteit worden vervaardigd uit afgevangen koolstofdioxide of
                           koolstofmonoxide, samen met waterstof, verkregen uit duurzame
                           elektriciteitsbronnen zoals wind- en zonne-energie, of uit
                           kernenergie.</noot.al></noot> een aanvullende bijdrage aan de beperking van de uitlaatemissie
                     leveren. Voor elektriciteit en waterstof (grijs en groen) gelden immers geen
                     uitlaatemissie, omdat deze energiedragers lokaal geen CO<inf>2</inf> uitstoten,
                     waardoor de bevordering in de systematiek hernieuwbare energie vervoer van
                     elektriciteit en waterstof geen aanvullende uitstoorbesparing behalen voor de
                     vervoersdoelstelling.</al>
              <al>Voor elektriciteit en waterstof geldt dat de
                     CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie binnen het Klimaatakkoord en de
                     Klimaatwet al wordt toegerekend aan de bijbehorende stimuleringsmaatregel
                     (zoals Stimulans EV, SWiM)<noot id="n31" type="voet"><noot.nr>31</noot.nr><noot.al>SWiM: Tijdelijke subsidieregeling zero-emissie mobiliteit,
                           paragraaf Waterstof in Mobiliteit.</noot.al></noot>. Geleverde elektriciteit en waterstof aan deze <nadruk type="cur">zero
                        emission</nadruk> (ZE) voertuigen, kan niettemin ingeboekt worden, hetgeen
                     ten koste gaat van de inzet van biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen
                     van niet-biologische oorsprong niet zijnde waterstof, waardoor de hoogte van de
                     bijdrage aan de klimaatdoelstelling moeilijk te bepalen is. Bij een hogere
                     inzet van elektriciteit in vervoer in de systematiek hernieuwbare energie
                     vervoer, daalt de inzet van biobrandstoffen en brandstoffen van
                     niet-biologische oorsprong en neemt de bijdrage aan de doelstelling in het
                     Klimaatakkoord en de Klimaatwet dus af. Daarnaast zorgt de toename van het
                     gebruik van ZE-voertuigen voor een afname van het gebruik van brandstoffen.
                     Door efficiëntieverschillen zal de inzet van elektriciteit per PJ zorgen voor
                     de afname van ongeveer 2 PJ aan biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen
                     van niet-biologische oorsprong niet zijnde waterstof.</al>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.7.1</nr>
                  <titel>Bijdrage van de jaarverplichting sector land aan de
                           klimaatdoelstelling</titel>
                </kop>
                <al-groep>
                  <al>Met de verwachtte grootte van de brandstofplas in 2030 op basis van de
                              KEV22<noot id="n32" type="voet"><noot.nr>32</noot.nr><noot.al>PBL, Klimaat- en Energieverkenning 2022, <extref soort="URL" doc="https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2022" status="actief">https://www.pbl.nl/publicaties/klimaat-en-energieverkenning-2022</extref></noot.al></noot> en de hoogte van de subverplichting op geavanceerde biobrandstof
                           (uit grondstoffen uit bijlage IX, deel A, van de richtlijn hernieuwbare
                           energie), is de CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie in de sector land
                           in dat kalenderjaar naar verwachting 3,5 Mton<noot id="n33" type="voet"><noot.nr>33</noot.nr><noot.al>Vanaf het moment van grondstofdelving tot het moment van
                                 gebruik (well-to-wheel).</noot.al></noot>. De verwachte inzet van geavanceerde biobrandstof is 40 PJ. Voor
                           het Klimaatakkoord en de Klimaatwet levert dit dan ongeveer 2,9 Mton aan
                              CO<inf>2eq</inf>-keten<?xpp afbm?>emissiereductie op<noot id="n34" type="voet"><noot.nr>34</noot.nr><noot.al>Het klimaatakkoord neemt slechts de emissies in beschouwing
                                 die uit de uitlaat komen (tank-to-wheel).</noot.al></noot>.</al>
                  <al>Daarnaast bestaat binnen de jaarverplichting hernieuwbare energie
                           vervoer van de sector land ruimte om een besparing te behalen met
                           conventionele biobrandstoffen, biobrandstof uit grondstoffen uit bijlage
                           IX, deel B, van de richtlijn hernieuwbare energie, hernieuwbare
                           brandstoffen van niet-biologische oorsprong, elektriciteit en
                           biobrandstoffen uit vetten categorie 1 en 2.</al>
                </al-groep>
                <al>Met de aannames uit voorgenoemde nota, tezamen met de ramingen uit de
                        KEV22, zal naar verwachting voor 16 PJ aan elektriciteit worden ingeboekt.
                        Dit heeft tot gevolg dat nog 43 PJ aan biobrandstoffen en hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong nodig zijn om aan de
                        jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer in de sector land te voldoen.
                        Dit komt overeen met een besparing van ongeveer 2,9 Mton
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie<noot id="n35" type="voet"><noot.nr>35</noot.nr><noot.al>Tank-to-wheel.</noot.al></noot>. Indien meer geleverde elektriciteit in de systematiek hernieuwbare
                        energie vervoer ingeboekt wordt, als gevolg van een hoger aandeel
                        elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in het elektriciteitsnet of een
                        verdere uitbreiding van het elektrische wagenpark, dan zullen minder
                        biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
                        benodigd zijn om aan de brandstoftransitieverplichting te voldoen.</al>
                <al>Het gevolg van een hoger aandeel elektriciteit in de vervoerssector, is dat
                        met de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer minder
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie<noot id="n36" type="voet"><noot.nr>36</noot.nr><noot.al>Tank-to-wheel.</noot.al></noot> in deze sector behaald wordt. De jaarverplichting kan alleen
                        bijdragen aan deze uitstootbesparing door inzet van hernieuwbare vloeibare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong, omdat de besparing ingevolge de
                        Klimaatwet toegerekend wordt aan het stimuleringsbeleid van elektrische
                        voertuigen. Groene en grijze stroom zijn immers emissievrij<noot id="n37" type="voet"><noot.nr>37</noot.nr><noot.al>Tank-to-wheel.</noot.al></noot>.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.7.2</nr>
                  <titel>Bijdrage van de jaarverplichting van de sector binnenvaart aan de
                           klimaatdoelstelling</titel>
                </kop>
                <al>In de binnenvaart zal het grootste deel van de verduurzaming plaatsvinden
                        als gevolg van de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer van de
                        sector binnenvaart. Om de 14,5%-ketenemissiereductie te behalen, is naar
                        verwachting een besparing van 0,7 Mton CO<inf>2</inf> nodig<noot id="n38" type="voet"><noot.nr>38</noot.nr><noot.al>Well-to-wake.</noot.al></noot>. De vastgestelde grondstoflimieten en de veronderstelde besparing
                        per soort hernieuwbare energie zal naar verwachting tot een inzet van 8 PJ
                        aan biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong leiden. Deze inzet in de sector binnenvaart behaalt voor het
                        Klimaatakkoord en de Klimaatwet een besparing van 0,6 Mton aan
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie <noot id="n39" type="voet"><noot.nr>39</noot.nr><noot.al>Tank-to-wake.</noot.al></noot>.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.7.3</nr>
                  <titel>Bijdrage van de jaarverplichting van de sector zeevaart aan de
                           klimaatdoelstelling</titel>
                </kop>
                <al>In de sector zeevaart, zal de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer
                        tot de inzet van meer biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong leiden dan de FuelEU Maritiem verlangt. De
                        jaarverplichting van 8,2% behaalt naar verwachting een ketenemissiereductie
                        van 3,3 Mton CO<inf>2eq</inf><noot id="n40" type="voet"><noot.nr>40</noot.nr><noot.al>Well-to-wake.</noot.al></noot>, wat naar verwachting de inzet van 39 PJ aan geleverde
                        biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
                        aan zeevaart betekent. Aangezien de FuelEU Martiem en de systematiek
                        hernieuwbare energie vervoer van de sector zeevaart afwijken in hoogte van
                        de verplichting en in de reikwijdte van brandstoffen die ter nakoming van de
                        verplichting ingezet kunnen worden, is niet in te schatten wat de
                        aanvullende hoeveelheid hernieuwbare energie is die met de jaarverplichting
                        hernieuwbare energie vervoer van de sector zeevaart behaald wordt. De
                        zeevaart telt als internationale sector niet mee voor het behalen van de
                        doelstellingen van het Klimaatakkoord en de Klimaatwet.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <nr status="officieel">2.7.4</nr>
                  <titel>Spoorsector en luchtvaartsector</titel>
                </kop>
                <al-groep>
                  <al>Ook brandstofleveranciers aan de spoorvervoersector leveren een bijdrage
                           aan het behalen van de emissiereductiedoelen, zowel ten aanzien van de
                           deelverplichting voor de vervoerssector als bedoeld in artikel 25 van de
                           Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, als voor de landsverplichting
                           van artikel 3, juncto artikel 7, eerste lid, onderdeel c, van de
                           Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie. Spoorvoertuigen vallen onder de
                           definitie van <nadruk type="cur">sector land</nadruk> (wegvoertuigen,
                              <nadruk type="cur">spoorvoertuigen</nadruk>, mobiele machines en vaste
                           installaties; artikel 9.7.1.1 (nieuw) van de Wet milieubeheer) en daarmee
                           hebben ook deze leveranciers met een <nadruk type="cur">levering tot
                              eindverbruik sector land</nadruk> (uitslag tot verbruik als bedoeld in
                           artikel 2 van de wet op de accijns van benzine, diesel een zware
                           stookolie aan de sector land; artikel 9.7.1.1 (nieuw) van de Wet
                           milieubeheer) een jaarverplichting, gelijk aan het percentage gesteld in
                           artikel 3 van het ontwerpbesluit.</al>
                  <al>In tegenstelling tot bovengenoemde leveranciers van brandstoffen (i.c.
                           diesel) aan de spoorsector, maken leveranciers van elektriciteit aan de
                           spoorsector geen onderdeel uit van de systematiek hernieuwbare energie
                           vervoer. Het gebruik van elektriciteit door spoorvoertuigen is geen
                           onderdeel van de berekening van het aandeel energie uit hernieuwbare
                           bronnen in de vervoerssector (artikel 7, eerste lid, onder c, van de
                           Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie), maar onderdeel van de noemer
                           van de berekening van het bruto-eindverbruik van elektriciteit uit
                           hernieuwbare bronnen (artikel 7, eerste lid, onder a, van de
                           Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie).</al>
                </al-groep>
                <al-groep>
                  <al>Met de EU-verordening inzake het waarborgen van een gelijk speelveld
                           voor duurzaam luchtvervoer (Verordening (EU) 2023/2405; PbEU 2023
                           L 31/10/2023; ReFuelEU Luchtvaart), heeft de Uniewetgever voor de sector
                           luchtvaart een bijzondere wetgeving (lex specialis) uitgevaardigd.
                           Maatregelen van lidstaten, al dan niet gebaseerd op de
                           Wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, die tot gevolg hebben dat
                           brandstofleveranciers meer hernieuwbare luchtvaartbrandstoffen moeten
                           bijmengen dan de verordening voorziet, zijn niet toegestaan. Dit
                           bewerkstelligt in Europa een gelijk speelveld voor brandstofleveranciers
                           aan de luchtvaartsector. Deze uitsluiting heeft echter tot gevolg dat de
                           sector luchtvaart geen onderdeel uitmaakt van de wettelijke systematiek
                           hernieuwbare energie vervoer van titel 9.7 van de Wet milieubeheer en
                           brandstofleveranciers aan de luchtvaart dus ook geen jaarverplichting
                           hebben.</al>
                  <al>Hoewel leveranciers van brandstoffen aan de sector luchtvaart geen
                           verplichting opgelegd krijgen binnen deze nationale systematiek, mogen de
                           aan deze sector geleverde hernieuwbare brandstoffen die volgen uit
                           ReFuelEU Luchtvaart, wel meegeteld worden voor de berekening van de
                           totale reductie van de broeikasgasintensiteit die in Nederland wordt
                           gepresteerd, om zo te kunnen bijdragen aan de gestelde verplichting van
                           14,5% reductie in 2030. In de inrichting van de nationale systematiek is
                           gestreefd om deze verplichting van 14,5% reductie zo gelijkmatig mogelijk
                           te verdelen over de sectoren. Het verlagen of afzien van een verplichting
                           in een van de sectoren, zou kunnen worden gecompenseerd met een hogere
                           verplichting in een andere sector. In de berekening van de
                           jaarverplichting voor de sector Land is echter rekening gehouden met de
                           verwachte bijmenging van duurzame luchtvaartbrandstoffen die in 2030 in
                           Nederland plaatsvindt als gevolg van de verordening ReFuelEU Luchtvaart.
                           Omdat de leveringen aan de sector Luchtvaart mogen meetellen voor het
                           totaal, is beredeneerd dat de sector Land dit gedeelte niet voor zijn
                           rekening hoeft te nemen in de vorm van een hogere verplichting.</al>
                </al-groep>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">2.8</nr>
                <titel>Het afschrijven ERE’s bij het voldoen aan de jaarafsluiting en sparen
                        van ERE’s</titel>
              </kop>
              <al>Het Register hernieuwbare energie vervoer schrijft de jaarverplichting
                     hernieuwbare energie vervoer in een vaste volgorde af. Wel bestaat de
                     mogelijkheid voor leveranciers tot eindverbruik van de sectoren binnenvaart en
                     zeevaart om, bij het voldoen aan de jaarverplichting van die sectoren,
                     desgewenst de afschrijfvolgorde voor ERE’s uit een andere sector te wijzigen.
                     Dit betekent dat het afschrijven van ERE’s voor het voldoen aan de
                     streefwaarden (ERE’s-geavanceerd en ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van
                     niet-biologische oorsprong), de grenswaarden (ERE’s-conventioneel en
                     ERE’s-Bijlage IX-deel B) en de ERE’s-overig en -elektriciteit altijd begint met
                     de afschrijving van ERE’s binnen de sector, om vervolgens over te gaan tot de
                     afschrijving van de desbetreffende soort ERE buiten de sector.</al>
              <al-groep>
                <al>Ten aanzien van de afschrijfvolgorde van de soort ERE, schrijft het
                        register eerst het aantal ERE’s van de rekening af om te voldoen aan
                        subverplichtingen geavanceerd en hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong, te weten de streefwaarden, ongeacht het saldo.
                        Voor de subverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong, worden eerst RARE’s afgeschreven en vervolgens ERE’s-hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong.</al>
                <al>Voor deze volgorde is gekozen, omdat RARE’s niet inzetbaar zijn buiten de
                        subverplichting. Vervolgens schrijft het register de ERE’s-conventioneel en
                        ERE’s-bijlage IX-B af tot aan de maximale inzet van die eenheden, te weten
                        de grenswaarden. Als laatste schrijft het register de ERE’s-elektriciteit en
                        ERE’s-overig af. Mocht de jaarverplichting voor de sector nog niet voldaan
                        zijn, dan schrijft het register ERE’s-geavanceerd en ERE’s-hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong af, te weten de ERE’s die de
                        rekeninghouder heeft na afschrijving van de subverplichting. Deze
                        afschrijfvolgorde is gekozen op basis van de huidige kosten voor de
                        verschillende energiedragers, om te komen tot een kostenefficiënte invulling
                        van de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer. Na afschrijving van de
                        jaarverplichting, worden overgebleven ERE’s en RARE’s beperkt gespaard naar
                        het volgende kalenderjaar.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3.</nr>
              <titel>Hoofdlijnen wijziging Besluit brandstoffen luchtverontreiniging</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.1</nr>
                <titel>Samenvatting op hoofdlijnen</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging bevat grotendeels
                        implementatiewetgeving, waaronder onder andere in hoofdstuk 2 regelgeving
                        ter implementatie van de richtlijn brandstofkwaliteit, met regels over
                        milieutechnische specificaties van benzine en diesel en voorwaarden voor het
                        in de handel brengen van deze brandstoffen, en in hoofdstuk 3 regels over
                        scheepsbrandstoffen.</al>
                <al>De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie bevat twee soorten wijzigingen
                        van de richtlijn brandstofkwaliteit, waarbij de hierna in paragraaf 3.2
                        toegelichte tweede soort in elk geval aanleiding geeft tot wijziging van het
                        Besluit brandstoffen luchtverontreiniging. Een derde soort wijziging van het
                        Besluit brandstoffen luchtverontreiniging houdt verband met de sector
                        zeevaart van de systematiek hernieuwbare energie vervoer.</al>
              </al-groep>
              <al>Met de eerste soort wijziging worden de bepalingen geschrapt die zien op de
                     rapportage- en reductieverplichting van vervoersemissies. Deze bepalingen waren
                     in 2018 volledig geïmplementeerd met de wijziging van titel 9.8 van de Wet
                        milieubeheer<noot id="n41" type="voet"><noot.nr>41</noot.nr><noot.al>Zie Kamerstukken II, 2017/18, 35717.</noot.al></noot>, maar komen nu te vervallen met het wetsvoorstel tot wijziging van de
                     titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer (zie noot 4). Dit deel van de
                     wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie heeft geen gevolgen voor het Besluit
                     brandstoffen luchtverontreiniging. De tweede soort wijziging heeft wel tot
                     gevolg dat het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging moet worden gewijzigd
                     en heeft betrekking op de milieutechnische specificaties van diesel, met regels
                     over het biobrandstofgehalte van diesel, in het bijzonder het percentage
                     methylvetzuur (FAME) in diesel, en met regels over het zwavelgehalte van
                     diesel. De derde soort wijziging van het Besluit brandstoffen
                     luchtverontreiniging is nodig om de leverancier tot eindverbruik van de sector
                     zeevaart in de systematiek hernieuwbare energie vervoer te kunnen duiden.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.2</nr>
                <titel>Methylvetzuurgehalte (FAME) in diesel van 7% naar 10%</titel>
              </kop>
              <al>De verwijzing in de richtlijn brandstofkwaliteit naar dieselbrandstof B7, dat
                     wil zeggen dieselbrandstof met een biogebaseerd bestanddeel in de vorm van een
                     gehalte aan methylvetzuur (FAME) tot 7%, beperkt de beschikbare mogelijkheid om
                     hogere streefcijfers voor de opname van biobrandstoffen te bereiken, zoals
                     vastgesteld in de richtlijn hernieuwbare energie. Dit is te wijten aan het feit
                     dat bijna het volledige aanbod van diesel in de Europese Unie al B7 is.
                     Bijgevolg wordt met de wijziging van de richtlijn brandstofkwaliteit het
                     maximumaandeel biogebaseerde bestanddelen verhoogd van 7% naar 10%, in de vorm
                     van een B10. Dit verhoogde percentage is opgenomen in bijlage II van de
                     richtlijn brandstofkwaliteit. Ondanks deze ondersteuning van de marktpenetratie
                     van B10, blijft beschermingsklasse B7 van 7% methylvetzuurgehalte in
                     dieselbrandstof vereist, vanwege het grote aantal niet met B10 compatibele
                     voertuigen dat naar verwachting tegen 2030 in het voertuigenbestand aanwezig
                     zal zijn. Brandstofleveranciers zijn dan ook verplicht om in ieder geval B7 in
                     de handel te blijven brengen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.3</nr>
                <titel>Leverancier van brandstoffen aan de sector zeevaart met een
                        brandstoftransitieverplichting</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>De systematiek hernieuwbare energie vervoer van titel 9.7 van de Wet
                        milieubeheer verplicht leveranciers met een levering tot eindverbruik sector
                        land, met een levering tot eindverbruik sector binnenvaart en een levering
                        tot eindverbruik sector zeevaart, tot het jaarlijks behalen van een vooraf
                        vastgesteld percentage CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie, met de inzet
                        van emissiereductie-eenheden en raffinagereductie-eenheden (jaarverplichting
                        hernieuwbare energie vervoer). De Wet milieubeheer identificeert
                        leveranciers met leveringen tot eindverbruik sector land en sector
                        binnenvaart, alsmede de hoeveelheid en aard van de door deze partijen
                        geleverde brandstoffen, aan de hand van de accijnswetgeving (zie definitie
                        in artikel 9.7.1.1 van <nadruk type="cur">leverancier tot
                           eindverbruik</nadruk>). De accijnswetgeving biedt echter geen of
                        onvoldoende aanknopingspunten om vast te kunnen stellen wie als leverancier
                        met een levering tot eindverbruik sector zeevaart moet worden aangemerkt,
                        terwijl de accijnsvrijstelling voor geleverde brandstoffen voor
                        voortbeweging en scheepsbehoeften aan boord van schepen de bepaling van de
                        hoeveelheid geleverde brandstoffen aan een zeeschip bemoeilijkt. Voor het
                        vaststellen van de hoedanigheid van leverancier tot eindverbruik van de
                        sector zeevaart, alsook de bepaling van de hoeveelheid en aard van de
                        geleverde scheepsbrandstoffen, is daarom aansluiting gezocht bij de
                        bepalingen uit het Internationale Verdrag ter voorkoming van verontreiniging
                        door schepen (MARPOL-verdrag), in het bijzonder bijlage VI, voorschrift
                           18<noot id="n42" type="voet"><noot.nr>42</noot.nr><noot.al>Op 2 november 1973 te Londen tot stand gekomen Internationaal
                              Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, met
                              Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels (<extref doc="trb-1975-147" soort="document" status="actief">Trb. 1975, 147</extref>), en met het
                              op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat
                              Verdrag met Bijlage en Aanhangsels (<extref doc="trb-1978-188" soort="document" status="actief">Trb. 1978, 188</extref>).</noot.al></noot>, over geleverde scheepsbrandstoffen (bunkering), zoals uitgewerkt in
                        hoofdstuk 3 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging. Deze
                        bepalingen stellen regels over de gegevens die door de brandstofleverancier
                        aangeleverd en opgenomen moeten worden in de zogenaamde
                        brandstofleveringsnota, voor schepen met een brutotonnage (GT) van 400 of
                        meer. Deze brandstofleveringsnota’s moeten ten minste voor een periode van
                        drie jaar op het beleverde zeeschip worden bewaard, terwijl de leverancier
                        een afschrift moet bewaren. Het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging
                        bevat hierover al regels, maar wordt nu aangevuld met regels die de
                        leverancier van scheepsbrandstoffen verplichten om zich te registeren en elk
                        kwartaal een afschrift van al zijn brandstofleveringsnota’s aan de minister
                        van Infrastructuur en Waterstaat te sturen. Tevens dienen deze afschriften
                        te zijn voorzien van de extra informatie die brandstofleveringsnota’s moeten
                        bevatten in het kader van de FuelEU Maritiem<noot id="n43" type="voet"><noot.nr>43</noot.nr><noot.al>Zie voetnoot 12; artikel 10, derde lid, en bijlage I van FuelEU
                              Maritiem.</noot.al></noot>.</al>
                <al>De Nederlandse Emissieautoriteit (NEa), verantwoordelijk voor de uitvoering
                        en handhaving van de systematiek hernieuwbare energie vervoer en
                        gebruikmakend van haar bevoegdheid om bij de minister van Infrastructuur en
                        Waterstaat gegevens op te vragen die nodig zijn voor een goede uitvoering
                        van haar taken, zal vervolgens de beschikbare informatie over de
                        leveranciers van scheepsbrandstoffen en de afschriften van de
                        brandstofleveringsnota’s benutten voor de controle op deze leveranciers met
                        een levering tot eindverbruik zeevaart, voor het voldoen van hun
                        jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4.</nr>
              <titel>Uitvoering en handhaving</titel>
            </kop>
            <al>De NEa is primair verantwoordelijk voor de uitvoering (artikel 2.2, eerste lid,
                  van de Wet milieubeheer) en handhaving (artikel 18.2f, tweede lid, van de Wet
                  milieubeheer) van de systematiek onder de richtlijn hernieuwbare energie en de
                  raffinagereductie vervoersbrandstoffen, uitgewerkt in de titels 9.7 en 9.8 van de
                  Wet milieubeheer. Ingevolge artikel 2.7, tweede lid, van de Wet milieubeheer,
                  dient het bestuur van de NEa te zorgen dat de werkzaamheden, die voortvloeien uit
                  artikel 18.2f, gescheiden van de overige werkzaamheden uitgevoerd worden.</al>
            <al-groep>
              <al>De NEa beheert het Register hernieuwbare energie vervoer en het Register
                     raffinagereductie-eenheden, bedoeld in paragrafen 9.7.5, onderscheidenlijk
                     9.8.4, van de Wet milieubeheer.</al>
              <al>Deze registers zijn essentieel voor het halen van de doelstellingen van de
                     richtlijn hernieuwbare energie. Het eerste register bevat de
                     emissiereductie-eenheden van de verschillende sectoren en het tweede register
                     de raffinagereductie-eenheden. De systematiek hernieuwbare energie vervoer,
                     zoals neergelegd in de titels 9.7 en 9.8 van de Wet milieubeheer en uitgewerkt
                     in het Besluit energie vervoer en de Regeling energie vervoer, kent een
                     samenspel van certificering, verificatie en publiekrechtelijke toezicht en
                     handhaving.</al>
            </al-groep>
            <al>De NEa is tevens de handhavende instantie. Daartoe beschikt de NEa over de
                  bevoegdheid om handhavend op te treden, zoals het opleggen van een last onder
                  dwangsom (artikel 18.6b van de Wet milieubeheer) of een bestuurlijke boete
                  (artikel 18.16s van de Wet milieubeheer). De NEa sluit onder meer overeenkomsten
                  met de rijksbelastingdienst en distributiesysteembeheerders over het uitwisselen
                  van gegevens ten behoeve van het toezicht en de handhaving.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5.</nr>
              <titel>Gevolgen voor burgers, bedrijven, overheid en milieu</titel>
            </kop>
            <al>Met betrekking tot de regeldruk, kan onderscheid worden gemaakt tussen
                  verschillende rollen in de systematiek: sommige partijen zijn leverancier tot
                  eindverbruik (brandstofleveranciers met een brandstoftransitieverplichting) in het
                  systeem, anderen zijn inboeker, terwijl sommige partijen beide rollen vervullen.
                  Daarnaast zullen sommige partijen in meerdere vervoerssectoren actief zijn.</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Gevolgen voor burgers</titel>
              </kop>
              <al>CE Delft concludeert dat ontwikkelingen van de olieprijs het meest bepalend
                     zijn voor de opbouw en hoogtes van de brandstofprijzen in alle
                     modaliteitssectoren. De jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer zorgt
                     voor een verhoging van de prijs aan pomp, maar de verhoging is volgens het
                     model aanzienlijk beperkt. Voor de burger met een brandstofauto, leidt de
                     hogere CO<inf>2eq</inf>-ketenreductiedoelstelling uit de wijzigingsrichtlijn
                     hernieuwbare energie en de nationaal afgesproken aanvullende ophoging van deze
                     doelstelling tot een prijsdaling van 1 tot 3 cent per liter benzine (zonder
                     btw) en een prijsstijging van 7 tot 11 cent per liter diesel (zonder btw) in
                     2030. Burgers die hun elektrische of hybride auto thuis opladen, betalen in
                     2030 juist 4 tot 12 Eurocent minder per kWh. CE Delft heeft dit
                     onderzocht.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Gevolgen voor bedrijven</titel>
              </kop>
              <al>Voor bedrijven heeft de overgang op sectorsturing tot gevolg dat meer
                     brandstofleveranciers de hoedanigheid van leverancier tot eindverbruik
                     verkrijgen en aan een brandstoftransitieverplichting onderworpen worden. Deze
                     gevolgen voor de brandstofleveranciers aan de sectoren binnenvaart en zeevaart
                     zijn reeds in het voorstel tot de wijziging van de Wet milieubeheer
                     beschreven.</al>
              <al>De mogelijkheid van leveranciers tot eindverbruik om bijgeschreven
                     raffinagereductie-eenheden (RARE’s), te weten verhandelbare eenheden die uit de
                     inzet van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in
                     raffinageprocessen van conventionele brandstoffen en biobrandstoffen verkregen
                     zijn, te gebruiken voor voldoening aan de subverplichting hernieuwbare
                     brandstoffen van niet-biologische oorsprong, biedt ze een alternatief om aan
                     deze subverplichting te voldoen.</al>
              <al>Voor de bedrijven die inboekers van geleverde hernieuwbare energie aan vervoer
                     zijn, betekent de aanscherping van de doelstelling van de sector land en de
                     uitbreiding van de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer naar de
                     sectoren binnenvaart en zeevaart, dat een grotere vraag naar leveringen van
                     hernieuwbare energie aan de vervoer ontstaat. Tevens schept de gestelde
                     subverplichting voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
                     en geavanceerde biobrandstoffen vraag naar deze energiedragers. Dit biedt een
                     grotere investeringzekerheid voor de producenten van deze energiedragers.</al>
              <al>Voor rederijen leidt deze regelgeving tot een prijsstijging van 4 tot 5 cent
                     per liter diesel geleverd aan de binnenvaart en voor stookolie van 17 tot 19
                     cent per liter, zoals berekend door CE Delft.</al>
              <al>De mogelijkheid om verhandelbare eenheden RARE’s te gebruiken voor het voldoen
                     aan de subverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                     oorsprong, biedt leveranciers van hernieuwbare waterstof (en hiervan afgeleide
                     hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong) aanvullende
                     mogelijkheden om deze energiedragers in de systematiek hernieuwbare energie
                     vervoer in te zetten, alsmede raffinaderijen een nieuwe mogelijkheid om deze
                     inzet te verzilveren. Voor deze ondernemingen is dit een keuze; willen ze
                     hiervan gebruik maken, dan zullen ze de benodigde administratieve handelingen
                     moeten voltooien, zoals het openen van een rekening in het Register
                     raffinagereductie-eenheden en het bijhouden en inboeken van de (bij het
                     raffinageproces) gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstoffen van
                     niet-biologische oorsprong. Hierbij geldt dat dit een nieuwe en vrijwillige
                     inboekmogelijkheid betreft, zonder dat voor het gebruik van hernieuwbare
                     brandstoffen van niet-biologische oorsprong in raffinageprocessen een
                     jaarverplichting geldt. Op basis van ontvangen reacties uit de
                     internetconsultatie, is besloten om een ruime marge te hanteren bij de bepaling
                     van de te verwachten administratieve lasten.</al>
              <al>De uitbreiding van de hoedanigheid van inboeker naar ondernemingen die
                     elektriciteit aan wegvoertuigen en mobiele machines leveren met behulp van
                     verwisselbare accu’s, brengt geen aanvullende administratieve lasten met zich
                     mee, omdat de brandstoftransitieverplichting zich niet over geleverde
                     elektriciteit uitstrekt.</al>
              <al-groep>
                <al>Met de invoering van een inboekdienstverlener voor geleverde of geladen
                        elektriciteit, zullen de administratieve lasten voor kleine ondernemingen en
                        huishoudens die geringe hoeveelheden elektriciteit leveren onderscheidenlijk
                        laden, worden overgenomen door de inboekdienstverlener.</al>
                <al>Voor inboekdienstverleners zullen de administratieve lasten structureel
                        aanwezig zijn, aangezien zij tegen vergoeding de administratieve lasten op
                        zich nemen als bedrijf. Ook hier gaat het om een vrijwillige activiteit die
                        niet met aanvullende administratieve lasten in de vorm van een
                        jaarverplichting gepaard gaat. Om in aanmerking te komen voor de
                        hoedanigheid van inboekdienstverlener, moet de onderneming aantonen dat ze
                        naar verwachting boven de gestelde inboekondergrens (drempelwaarde) zullen
                        uitkomen. Dit heeft eenmalige administratieve lasten tot gevolg. Aangezien
                        met de verruiming van de inboekmogelijkheden een nog onbekend aantal nieuwe
                        partijen zullen deelnemen aan de systematiek, zijn voor de
                        inboekdienstverlener zijn de administratieve lasten vooraf niet goed in te
                        schatten; de administratieve lasten zijn immers sterk afhankelijk van het
                        aantal inboekers dat zij faciliteren.</al>
              </al-groep>
              <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
                <title>Tabel 2: Administratieve lasten inboekers van inzet hernieuwbare
                        brandstoffen in raffinageprocessen</title>
                <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="8" char="" charoff="50" align="left">
                  <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="133*" />
                  <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="7*" />
                  <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="55*" />
                  <colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="53*" />
                  <colspec colnum="5" colname="col5" colwidth="43*" />
                  <colspec colnum="6" colname="col6" colwidth="67*" />
                  <colspec colnum="7" colname="col7" colwidth="47*" />
                  <colspec colnum="8" colname="col8" colwidth="63*" />
                  <thead valign="bottom">
                    <row rowsep="1">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Activiteit </nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry namest="col2" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Grootte bedrijf </nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Aantal bedrijven</nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry namest="col5" nameend="col6" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Aantal uren of FTE</nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col7" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Kosten per eenheid (€)</nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col8" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Totaal (x1.000 €) </nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                    </row>
                  </thead>
                  <tbody valign="top">
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Kennisneming regelgeving</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>groot</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>5</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                        <al>24</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Uur</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col7" morerows="0" rotate="0">
                        <al>47</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col8" morerows="0" rotate="0">
                        <al>6</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Implementatie regelgeving</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>groot</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>5</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                        <al>100 – 1.000</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Uur</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col7" morerows="0" rotate="0">
                        <al>47</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col8" morerows="0" rotate="0">
                        <al>24 – 235</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Openen rekening bij de NEa</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>groot</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>5</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                        <al>8</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Uur</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col7" morerows="0" rotate="0">
                        <al>47</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col8" morerows="0" rotate="0">
                        <al>2</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Totaal eenmalige kosten </nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col5" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col7" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col8" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">32 – 243 </nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Inboeken, handelen en gebruik RARE’s</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>groot</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>5</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                        <al>0.05 – 0.5</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                        <al>FTE</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col7" morerows="0" rotate="0">
                        <al>84600</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col8" morerows="0" rotate="0">
                        <al>21 – 210</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Controle / inspecties / audits voor gecertificeerde
                                    hernieuwbare brandstoffen</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>groot</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>5</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col5" morerows="0" rotate="0">
                        <al>nvt</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0">
                        <al>auditkosten</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col7" morerows="0" rotate="0">
                        <al>4000</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col8" morerows="0" rotate="0">
                        <al>100</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Totaal structurele kosten </nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col7" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="bottom" align="right" colname="col8" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet"> 121 – 310</nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col7" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col8" morerows="0" rotate="0" />
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Gecombineerd / totaal </nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col7" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col8" morerows="0" rotate="0" />
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Activiteit</nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Grootte bedrijf </nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>
                          <nadruk type="halfvet">Totaal (x1.000 €) </nadruk>
                        </al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col7" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col8" morerows="0" rotate="0" />
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Eenmalig</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>n.v.t.</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>32 – 243</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col7" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col8" morerows="0" rotate="0" />
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry namest="col1" nameend="col2" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Structureel</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>middel</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                        <al>121 – 310</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col5" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col6" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col7" morerows="0" rotate="0" />
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col8" morerows="0" rotate="0" />
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Gevolgen verificateurs</titel>
              </kop>
              <al>De wijzigingen in het wettelijk stelsel leiden tot vier soorten verificateurs:
                     de verificateur levering tot eindverbruik (nieuw), de verificateur biomassa
                     (nieuw), de verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen (nieuw) en de
                     inboekverificateur. Met de afschaffing van dubbeltelling, is de
                     dubbeltellingsverificateur overbodig geworden, terwijl de verificatie
                     hernieuwbare brandstof in 2025 afgeschaft is. De huidige verificateurs zijn
                     niet verplicht om zich te laten accrediteren voor deze nieuwe onderdelen van
                     het werkveld hernieuwbare energie vervoer, maar ze zullen naar verwachting van
                     de mogelijkheid gebruik maken. Omdat de verificateurs in het verleden
                     vergelijkbare werkzaamheden verricht hebben, zal de regeldruk naar verwachting
                     niet toenemen.</al>
              <al>Het opstellen van een verificatieprotocol als ook de accreditatie kosten tijd
                     en geld. Deze kosten houden verband met de voorbereiding van het (door de
                     minister) goed te keuren verificatieprotocol en de accreditatieprocedure
                     (bijvoorbeeld het ontwikkelen van werkinstructies, procedures en modellen),
                     alsook met de opleiding van het personeel. Deze voorbereiding en opleiding kan
                     enkele maanden in beslag nemen. Daarbij geldt dat de kosten voor de
                     accreditatie jaarlijks terugkomen.</al>
              <al>Daarnaast zal de verificatie-instelling, die voor de nieuwe onderdelen van het
                     werkveld hernieuwbare energie vervoerd geaccrediteerd wil worden, te maken
                     krijgen met meer werkzaamheden, terwijl de werkzaamheden van de
                     verificatie-instelling, die voor het onderdeel inboekverificatie geaccrediteerd
                     is, enigszins wijzigen als gevolg van de CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiesturing.
                     Afhankelijk van de hoeveelheid werk per verificatie, de hoeveelheid klanten per
                     verificatie en de verdeling van de werklast over het kalenderjaar, zal de inzet
                     van nieuwe medewerkers geboden zijn. Niettemin zullen verificatie-instellingen
                     alleen bereid zijn om de aanvullende werkzaamheden te verrichten indien
                     daarvoor een zakelijke rechtvaardiging bestaat. De huidige arbeidsmarkt kampt
                     echter met een tekort aan deskundig personeel. Deze omstandigheden kunnen tot
                     gevolg hebben dat verificatie-instellingen hogere tarieven zullen vragen voor
                     hun werkzaamheden.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Gevolgen voor het milieu</titel>
              </kop>
              <al>De in het Besluit energie vervoer opgenomen brandstoftransitieverplichting per
                     sector, zullen leiden tot een groei van de inzet van hernieuwbare
                     energiedragers in de verschillende vervoerssectoren, met een bijbehorende
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie in de verschillende sectoren tot
                     gevolg, zoals beschreven in paragraaf 2.7 van deze nota van toelichting. De
                     toename van het gebruik van elektriciteit, waterstof en biobrandstoffen (in die
                     volgorde) leiden bovendien tot een afname van gezondheids- en natuurschade
                     veroorzakende uitstoot, zoals stikstofoxiden en fijnstof.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">6.</nr>
              <titel>Advisering, consultatie en voorhang Eerste en Tweede Kamer</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">1.</nr>
                <titel>MKB-Toets</titel>
              </kop>
              <al>Op 20 augustus 2024 heeft de MKB-bijeenkomst plaatsgevonden over de
                     implementatie van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie en konden MKB’ers
                     zich uitspreken over de gevolgen van de implementatie voor hun bedrijf. Bij de
                     bijeenkomst waren 18 partijen aanwezig, zowel MKB’ers die zelf in sectoren
                     wegvervoer, binnenvaart en zeevaart actief zijn, als organisaties die
                     brandstofleveranciers (met inbegrip van binnenvaartbunkeraars)
                     vertegenwoordigen.</al>
              <al>De bijeenkomst duurde anderhalf uur en bestond uit een inleidende presentatie,
                     gevolgd door vier momenten waarin MKB’ers konden reageren op wijzigingen die
                     met dit besluit worden doorgevoerd. De vier thema’s waren onderscheidenlijk:
                     subdoelen en -limieten (streef- en grenswaarden); elektriciteit; van HBE’s naar
                     ERE’s; en waterstof. Onderstaande geeft een samenvatting van de belangrijkste
                     punten die tijdens de bijeenkomst besproken zijn. De reacties vanuit MKB’ers
                     hebben niet geleid tot wijzigingen in het Besluit energie vervoer, omdat de
                     wijzigingen voor MKB-bedrijven werkbaar bleken.</al>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Thema 1 – grenswaarden en streefwaarden</titel>
                </kop>
                <al>Voor conventionele biobrandstoffen en bijlage IX-deel B biobrandstoffen
                        geldt een limiet oftewel een grenswaarde, terwijl voor geavanceerde
                        biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
                        (op hernieuwbare waterstof gebaseerde brandstoffen) juist een
                        subverplichting oftewel een streefwaarde geldt. Eén partij sprak zijn zorg
                        uit over de beschikbaarheid van voldoende hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het ministerie beseft dat
                        zorgen bestaan over de hoogte van de subverplichting voor hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong en het aanbod van die soort
                        hernieuwbare energie. Deze subverplichting volgt echter uit de
                        wijzigingsrichtlijn en geldt daarom voor alle lidstaten.</al>
                <al>Verschillende partijen vragen zich af of de mogelijkheid om met RARE’s aan
                        de subverplichting voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong te voldoen, de directe inzet van die brandstoffen in de
                        vervoerssector niet ondermijnt.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het ministerie deelt die zorg
                        en overwoog daarom in de ministeriële regeling een correctiefactor lager dan
                        één te stellen voor het gebruik van RARE’s bij het voldoen aan de
                        subverplichting. Gelet op de afspraken bij de Voorjaarsbesluitvorming van
                        2025, zal in de ministeriële regeling geen correctiefactor worden
                        bepaald.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Thema 2: Elektriciteit</titel>
                </kop>
                <al>Thuisladers kunnen voortaan ook geleverde elektriciteit inboeken, terwijl
                        ook elektriciteit geleverd aan mobiele machines onderwerp van een inboeking
                        gemaakt mag worden. Kleine hoeveelheden geleverde elektriciteit, kunnen in
                        de nieuwe systematiek hernieuwbare energie vervoer uitsluitend met behulp
                        van inboekdienstverlener worden ingeboekt. Enkele partijen waren bezorgd dat
                        de grotere hoeveelheid ingeboekte elektriciteit tot een verminderde vraag
                        naar biobrandstoffen zou leiden.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het gebruik van de
                        energiedrager elektriciteit in het wegvervoer geniet de voorkeur boven
                        biobrandstoffen. Niettemin zorgt de subverplichting voor geavanceerde
                        biobrandstof dat er een markt blijft bestaan voor de best presterende
                        biobrandstoffen in de overgangsperiode.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Thema 3: Van HBE’s naar ERE’s</titel>
                </kop>
                <al>Het Register hernieuwbare energie vervoer zal op 1 april 2026 de HBE’s, die
                        de rekeninghouder naar kalenderjaar 2026 mag sparen, omzetten naar ERE’s.
                        Het register zal de HBE-reductiebijdrage voor kalenderjaar 2025 gebruiken om
                        de hoeveelheid kg CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie per HBE vast te
                        stellen. De ERE’s worden vervolgens verdeeld over de sectoren volgens de
                        verdeling van de inboekingen in 2025.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Thema 4: Waterstof</titel>
                </kop>
                <al>Een partij vraagt of e-methanol, geleverd aan de sector binnenvaart, tot de
                        bijschrijving van een RARE of een ERE-hernieuwbare brandstof van
                        niet-biologische oorsprong sector binnenvaart leidt.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> een ingeboekte levering van
                        e-methanol aan de sector binnenvaart leidt tot de bijschrijving in het
                        Register hernieuwbare energie vervoer van een ERE-hernieuwbare brandstof van
                        niet-biologische oorsprong voor de sector binnenvaart.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">2.</nr>
                <titel>ATR-advies</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Het advies van het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) is tweeledig
                        (dictum 2: indienen met lichte aanpassing van de onderbouwing). Allereerst
                        geeft het ATR aan dat de reactie van het ministerie op de MKB-bijeenkomst en
                        op de internetconsultatie ontbreken. <nadruk type="cur">Reactie
                           IenW:</nadruk> Beide zijn nu toegevoegd.</al>
                <al>Tevens adviseert het om, na de afronding van de implementatie van de
                        wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie, te onderzoeken of zich onverwachte
                        knelpunten in de uitvoering voordoen. <nadruk type="cur">Reactie
                           IenW</nadruk>: Het ministerie zal de regelgeving hernieuwbare energie
                        vervoer volgens de reguliere processen evalueren. Het is daarom niet nodig
                        om ook nog een implementatietoets te doen.</al>
              </al-groep>
              <al>Ten tweede adviseert het ATR om de regeldrukberekening overeenkomstig de
                     Rijksbrede systematiek aan te vullen met de regeldruk voor de inboeker,
                     inboekdienstverleners, verificateurs en de certificerende instellingen. <nadruk type="cur">Reactie IenW</nadruk>: Dit is gebeurd voor zover mogelijk. Er
                     zijn niet voor alle genoemde partijen gegevens beschikbaar die een
                     kwantitatieve berekening mogelijk maken. In het geval dit niet mogelijk was, is
                     een kwalitatieve inschatting gemaakt.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">3.</nr>
                <titel>HUF-toets NEa</titel>
              </kop>
              <al>Uit de handhaafbaarheid-, uitvoerbaarheid- en fraudebestendigheidtoets
                     (HUF-toets) van de NEa, zijn de volgende belangrijke bevindingen naar voren
                     gekomen: ten eerste constateert de NEa dat, sinds de HUF-toets op de
                     aangekondigde wetswijziging, de complexiteit verder toegenomen is, door
                     bijvoorbeeld de invoering van een nieuwe soorten verhandelbare eenheid
                     (ERE-elektriciteit) en benadrukt dat een hoge complexiteit schadelijk is voor
                     uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van de systematiek hernieuwbare energie
                     vervoer.</al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> de verschillende verhandelbare
                     eenheden, waaronder de ERE-elektriciteit, hebben elk een specifieke rol in de
                     systematiek hernieuwbare energie vervoer; het wegvallen van de sector
                     luchtvaart en de bijbehorende ERE’s van die sector (na het uitbrengen van de
                     HUF-toets) staat hier tegenover; dit wegvallen heeft tot een vereenvoudiging
                     van de systematiek geleid.</al>
              <al>Verder benadrukt de NEa de noodzaak van een goede afstemming tussen de
                     systematiek hernieuwbare energie vervoer en het systeem van verhandelbare
                     emissierechten voor vervoer en de bebouwde omgeving (EU ETS-2). Daarnaast
                     vraagt de NEa ook aandacht voor een ander raakvlak, te weten dat van de
                     systematiek van de raffinagereductie vervoersbrandstoffen met de RARE (titel
                     9.8 van de Wet milieubeheer (nieuw)) met de systematiek van jaarverplichting
                     hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie met de
                     hernieuwbare waterstofeenheid industrie (HWI; titel 9.10 van de Wet
                     milieubeheer (nieuw)).</al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> De genoemde instrumenten EU ETS-2 en
                     de systematiek jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet biologische
                     oorsprong in de industrie zijn nog in voorbereiding. De ministeries van
                     Infrastructuur en Waterstaat en Klimaat en Groene Groei hebben oog voor de
                     samenhang tussen deze systemen en het systeem hernieuwbare energie vervoer bij
                     de verdere uitwerking van deze twee systemen die nog in voorbereiding
                     zijn.</al>
              <al>Verder stelt de NEa dat de afschrijfvolgorde van ERE’s nadere uitleg behoeft,
                     verzoekt ze om duidelijke eisen te stellen aan handelaren in het Register
                     hernieuwbare energie vervoer en adviseert ze om in de nota van toelichting de
                     gebruikte rekenregels voor de CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie, waaronder
                     de uitgangswaarde, te verduidelijken.</al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> in de nota van toelichting is de
                     afschrijfvolgorde van ERE’s en de rekenregels voor de
                     CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie verduidelijkt, terwijl de vereisten voor
                     de rekening van de handelaar in de Regeling energie vervoer gesteld zullen
                     worden.</al>
              <al>Ten slotte vraagt de NEa aandacht voor het verschil in de sectoren binnenvaart
                     en zeevaart tussen de artikelen en nota van toelichting over de
                     inboekmogelijkheid van geleverde biobrandstoffen van de categorie overig.
                     Bovendien stelt de NEa voor om in de nota van toelichting de afwezigheid van
                     een subdoelstelling geavanceerd in de sector binnenvaart te verklaren en de
                     verduidelijken dat, voor de subdoelstelling hernieuwbare brandstoffen van
                     niet-biologische oorsprong voor de sector binnenvaart, ook ERE’s-hernieuwbare
                     brandstoffen van niet-biologische oorsprong uit een andere sector ingezet mogen
                     worden tot het percentage dat ERE’s uit een andere sector voor het voldoen aan
                     de jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer gebruikt mogen worden.
                     Bovendien stelt de NEa enkele wijzigingen in de nota van toelichting voor (die
                     verwerkt zijn). Met inachtneming van de bovenstaande punten, stelt de NEa dat
                     de wijzigingen van het Besluit energie vervoer uitvoerbaar, handhaafbaar en
                     fraudebestendig zijn.</al>
              <al>
                <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> in lijn met de nota van toelichting
                     en de eerdere consultaties met de sector, zijn geleverde biobrandstoffen uit de
                     categorie overig voor beide sectoren in te boeken. Gelet op de inboekbeperking
                     voor de sector zeevaart van biobrandstoffen uit bijlage IX-deel B van de
                     richtlijn hernieuwbare energie, zou een beperking van biobrandstoffen uit de
                     categorie overig een te grote belemmering zijn voor de inzet van hernieuwbare
                     energie in deze sector. Omdat de sector binnenvaart zich nog in de beginfase
                     van de energietransitie bevindt, is een sterke beperking van het gebruik van
                     ERE’s-bijlage IX-B onwenselijk.</al>
              <al>Hoewel ook de sector binnenvaart een subverplichting voor het gebruik van
                     hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong heeft, kan die
                     verplichting ook met RARE’s worden ingevuld.</al>
              <al-groep>
                <al>In een aanvullende HUF over de definitie van de zeevaartleverancier geeft
                        de NEa aan afhankelijk te zijn van de ILT voor de uitvoering daarvan en dat
                        dit een nieuwe samenwerking voor hen betreft. Zij vinden het lastig
                        inschatten hoe dit werkt. NEa geeft aan dat het van belang is dat de
                        bunkerverklaring enige tijd bewaard blijft.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie IenW:</nadruk> Op verzoek van de NEa is een
                        bewaartermijn voor de bunkerverklaring in het besluit opgenomen.</al>
                <al>Voorts realiseert het ministerie zich dat de nieuwe wettelijke systematiek
                        ten aanzien van de jaarverplichting van de sector zeevaart, waarbij de
                        brandstofleveringsnota’s als grondslag dienen bij levering van brandstoffen
                        aan de zeevaart, onzekerheden en risico’s kent. Het is daarom van belang dat
                        het ministerie in nauw contact blijft met zowel NEa als ILT, de
                        jaarverplichting hernieuwbare energie voor de sector zeevaart uitdrukkelijk
                        een onderdeel zal zijn van een evaluatie na het eerste jaar en dat de
                        regelgeving wordt aangepast bij gebleken onvolkomenheden. Intussen wordt
                        gewerkt aan een convenant tussen ILT en NEa, om zo te zorgen voor een
                        informatie-uitwisseling tussen beide organisaties en verstrekt ILT het
                        toezicht op de registratie van de brandstofleveringsnota’s.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">4.</nr>
                <titel>Internetconsultatie</titel>
              </kop>
              <al>De internetconsultatie van het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit
                     energie vervoer vond in de periode 6 november 2024 tot en met 6 december 2024
                     plaats. Over het ontwerpbesluit zijn 81 zienswijzen ingediend. In het
                     hoofdlijnenverslag wordt per thema op de zienswijzen ingegaan (<extref doc="https://www.internetconsultatie.nl/bev_rediii/b1" soort="URL" status="actief">Overheid.nl | Consultatie Wijziging Besluit energie vervoer
                        REDIII</extref>). De belangrijkste bevindingen van de internetconsultatie
                     worden hieronder beschreven.</al>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Hoogte jaarverplichting</titel>
                </kop>
                <al>De indieners zijn over het algemeen tevreden met de voorgestelde hoogte van
                        de jaarverplichting van de verschillende sectoren, alsook die van de
                        subverplichtingen binnen de jaarverplichting. Sommige partijen geven aan de
                        verplichtingen voor de sectoren zeevaart en binnenvaart te hoog te vinden
                        met het oog op een gelijk speelveld. Andere partijen zijn van mening dat de
                        verplichtingen juist te laag zijn, gelet op de klimaatdoelen en de
                        investeringszekerheid die nodig is voor de opschaling van de productie van
                        geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van
                        niet-biologische oorsprong. Verschillende partijen stellen voor om de
                        jaarverplichting van de sector land te verhogen om rekening te houden met de
                        toenemende hoeveelheid ingeboekte elektriciteit, dan wel om haar te verhogen
                        wanneer het aandeel ingeboekte elektriciteit boven een nog te bepalen grens
                        komt.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W: </nadruk>de hoogte van de
                        jaarverplichting hernieuwbare energie vervoer wordt zo gelijk mogelijk
                        verdeeld over de sectoren, rekening houdend met het tempo waarin de sector
                        kan verduurzamen. Daarbij geldt dat de hoogte van de jaarverplichting voor
                        de sector land al hoger is dan het gemiddelde van 14,5 procent
                           CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie die de sectoren gezamenlijk moeten
                        behalen.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Hoogte grenswaarden en streefwaarden van de jaarverplichting</titel>
                </kop>
                <al>Verschillende opmerkingen betreffen de hoogte van de grenswaarden (limieten
                        voor het gebruik van ERE’s-conventioneel en ERE’s-bijlage IX-B) en
                        streefwaarden (subverplichtingen voor het gebruik van ERE’s-geavanceerd en
                        ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong) bij het
                        voldoen aan de jaarverplichting van de verschillenden sectoren. Partijen
                        zijn grotendeels tevreden over de hoogte van de grens- en
                        streefwaarden.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Limiet gebruik ERE’s-conventioneel</titel>
                </kop>
                <al>Door verschillende partijen wordt voorgesteld om de grenswaarde van
                        conventionele biobrandstoffen (biobrandstoffen vervaardigd uit voedsel- en
                        voedergewassen) in de sector land te verhogen, alsook de inboeking van
                        geleverde conventionele biobrandstoffen in de sector binnenvaart toe te
                        staan.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W: </nadruk>in het Klimaatakkoord is
                        afgesproken het gebruik van voedsel- en voedergewassen voor de productie van
                        biobrandstoffen te beperken tot de omvang van 2020. Daarnaast is in het
                        Duurzaamheidskader biogrondstoffen afgesproken om biomassa zo hoogwaardig
                        mogelijk in te zetten. Het gebruik van voedsel- en voedergewassen voor de
                        vervaardiging van biobrandstoffen moet voldoen aan strenge
                        duurzaamheidscriteria, zodat gewaarborgd wordt dat het gebruik van deze
                        biobrandstoffen niet ten koste gaat van de voedselvoorziening of leidt tot
                        extra landgebruik. Nederland zet in op het gebruik van rest- en afvalstromen
                        voor biobrandstofproductie.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Limiet gebruik ERE’s-bijlage IX-B</titel>
                </kop>
                <al>Veel partijen geven aan dat de limiet voor het gebruik van ERE’s-bijlage
                        IX-B verhoogd moet worden. Deze partijen zijn ook van mening dat dit soort
                        ERE ook voor het voldoen aan de jaarverplichting van de sector zeevaart
                        gebruikt zou mogen worden.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> de ruimte om biobrandstoffen
                        vervaardigd uit grondstoffen vermeld in bijlage IX – deel B van de richtlijn
                        hernieuwbare energie in te zetten, is door de Uniewetgever beperkt. Het
                        toestaan van het gebruik van dergelijke biobrandstoffen bij het voldoen aan
                        de jaarverplichting van de sector zeevaart, heeft tot gevolg dat het gebruik
                        van die biobrandstoffen in andere sectoren beperkt zou moeten worden. Omdat
                        in het huidige systeem van hernieuwbare energie vervoer een geleverde
                        hoeveelheid biobrandstof vervaardigd uit grondstoffen vermeld in bijlage IX
                        deel B van de richtlijn hernieuwbare energie aan een zeeschip evenmin
                        ingeboekt mag worden, kiest het ministerie voor een bestendiging van deze
                        lijn en wordt de inboekbevoegdheid van deze biobrandstoffen en het gebruik
                        van ERE’s-bijlage IX-B voor het voldoen aan de
                        brandstoftransitieverplichting beperkt tot de sectoren land en
                        binnenvaart.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Subverplichting gebruik ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van
                           niet-biologische oorsprong</titel>
                </kop>
                <al>Enkele partijen bepleiten een algemene streefwaarde voor de inzet van
                        ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W: </nadruk>een belangrijke rol voor de
                        inzet van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong is
                        voorzien voor de sector zeevaart, terwijl deze brandstoffen naar verwachting
                        ook voor een deel van het zwaar wegtransport van belang zal zijn. Om deze
                        ontwikkelingen te ondersteunen zijn sectorspecifieke subverplichtingen van
                        belang, omdat anders hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                        oorsprong enkel in de vervoerssector ingezet zullen worden waar deze het
                        makkelijkst inzetbaar zijn. Bovendien zijn de subverplichtingen per sector
                        onderwerp van de bilaterale afspraken die Nederland met België heeft gemaakt
                        om de implementatie van de herziene richtlijn gezamenlijk vorm te
                        geven.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Gebruik ERE-overig</titel>
                </kop>
                <al>Ook het inboeken van biobrandstof uit de categorie «overig» kan rekenen op
                        zowel steun als bedenkingen, terwijl sommige partijen het ministerie in
                        overweging geven om deze categorie niet uit te sluiten voor de sectoren
                        binnenvaart en zeevaart.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het inboeken van
                        biobrandstoffen in de categorie «overig» wordt mogelijk binnen de sector
                        binnenvaart en zeevaart. In het ontwerpbesluit verzette de opsomming in
                        artikel 7 zich onbedoeld tegen een inboeking van de levering van een
                        dergelijk biobrandstof, terwijl de nota van toelichting wel de bedoeling van
                        het ministerie juist weergaf. Het desbetreffende artikel is aangepast.</al>
                <al>Aanvullend vragen partijen rekening te houden met de beschikbaarheid van
                        grondstoffen.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> de
                        brandstoftransitieverplichting van de verschillende sectoren houdt rekening
                        met het eerder door de Europese Commissie gepubliceerde onderzoek<noot id="n44" type="voet"><noot.nr>44</noot.nr><noot.al><extref doc="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=SWD:2021:621:FIN" soort="URL" status="actief">Impact assessment reports – accompanying
                                 the revision RED</extref> (<extref soort="URL" doc="https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=SWD:2021:621:FIN" status="actief">https://eur-lex.europa.eu/legal-content/EN/ALL/?uri=SWD:2021:621:FIN</extref>).</noot.al></noot> waarin de beschikbaarheid van grondstoffen is onderzocht.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Inboeken geleverde elektriciteit – algemeen</titel>
                </kop>
                <al>Partijen hebben verschillende opvattingen over het inboeken van geleverde
                        elektriciteit. Sommige partijen steunen de mogelijkheid, andere partijen
                        vinden dat de inboekbevoegdheid ten koste gaat van de inzet van geavanceerde
                        biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong.
                        Verschillende partijen betreuren de beperking tot zonne- en windenergie
                        binnen de inboekbevoegdheid voor op locatie opgewekte en geleverde
                        elektriciteit.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> in lijn met het
                        regeerprogramma wordt de opwekking van hernieuwbare energie uit biomassa
                        niet langer bevorderd. Naar aanleiding van de internetconsultatie is het
                        ontwerpbesluit aangepast en mag alle op locatie, uit hernieuwbare bronnen
                        anders dan biomassa, opgewekte en geleverde elektriciteit worden
                        ingeboekt.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Inboeken geleverde elektriciteit – inboekdienstverlener</titel>
                </kop>
                <al>De reactie van partijen op de invoering van de inboekdienstverlener is
                        overwegend positief. Diverse partijen hebben ideeën gedeeld over en
                        randvoorwaarden voorgesteld bij de uitwerking van de
                        inboekdienstverlener.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het ministerie neemt de ideeën
                        en randvoorwaarden mee bij de uitwerking van de inboekdienstverlener in de
                        Regeling energie vervoer.</al>
                <al>Enkele partijen bepleiten het gebruik van de inboekdienstverlener bij
                        andere energiedragers dan elektriciteit, in die gevallen dat de
                        administratieve lasten van het inboeken hoger zijn dan de opbrengsten van de
                        ERE, zoals voor kleine ondernemers in de sector binnenvaart.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het aantal rekeningen met een
                        inboekfaciliteit in het Register hernieuwbare energie vervoer dat kleine
                        hoeveelheden geleverde hernieuwbare energie inboeken, betreffen met name
                        rekeningen waarop geleverde elektriciteit inboeken wordt. Daarnaast geldt
                        dat voor het inboeken van geleverde elektriciteit andere voorwaarden bestaan
                        dan voor andere energiedragers.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Inboeken van geleverde elektriciteit – walstroom</titel>
                </kop>
                <al>Partijen verzoeken om de uitsluiting van walstroom in de systematiek
                        hernieuwbare energie vervoer te herzien. Het inboeken van geleverde
                        walstroom bevordert de uitrol van walstroom en het behalen van de
                        klimaatdoelen.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W: </nadruk>de uitsluiting van walstroom
                        wordt tot 2030 opgeschort. Geleverde elektriciteit die enkel bedoeld is voor
                        de stroombehoefte op de ligplaats van vaartuigen (walstroom), mag de
                        inboeker vanaf 2030 geen onderwerp meer van een inboeking maken. Vanaf 2030
                        wordt een deel van de zeeschepen, te weten container- en passagiersschepen
                        met een brutotonnage van meer dan 5.000, door de FuelEU Maritiem verplicht
                        tot het gebruik van walstroom in grote havens.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Gebruik RARE’s</titel>
                </kop>
                <al>Een meerderheid van de partijen steunt de mogelijkheid van het gebruik van
                        RARE’s (raffinagereductie-eenheden) bij het voldoen aan de subverplichting
                        hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de
                        vervoerssectoren. Tegelijk zijn partijen verdeeld over het gevolg voor de
                        directe inzet van die brandstoffen in de vervoerssectoren. Sommige partijen
                        bepleiten een hogere correctiefactor voor RARE’s bij het voldoen aan de
                        subverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong dan
                        die de Staatssecretaris in oktober 2024 aan de Tweede Kamer voorstelde.
                        Andere partijen zien juist het nut van de voorgestelde correctiefactor
                        in.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> Bij de voorjaarsbesluitvorming
                        van 2025 is besloten om in elk geval tot en met 2030 geen correctiefactor te
                        voeren op de inzet van RARE’s, om zo de electrolysecapaciteit in Nederland
                        te stimuleren.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Inzicht hoogte jaarverplichting na 2030</titel>
                </kop>
                <al>Bij partijen bestaat een brede steun voor het verlengen van de horizon van
                        de jaarverplichting. Partijen geven aan dat de bekendmaking van de
                        jaarverplichting van de verschillende vervoerssectoren tot en met 2030 niet
                        de benodigde investeringszekerheid bieden. Het verlengen van de horizon van
                        de jaarverplichting met 10 jaar zou in die behoefte voorzien.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> het ministerie onderzoekt hoe
                        een verlenging van de tijdshorizon van de jaarverplichting vorm kan krijgen.
                        Bij de opvolging van het Klimaatplan zal hiervoor aandacht zijn.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Massabalans</titel>
                </kop>
                <al>Sommige partijen beweren dat Nederlandse regelgeving meer vereisten aan het
                        voeren van de massabalans stelt dan andere EU-lidstaten.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> Nederlandse regelgeving stelt
                        geen eisen bovenop die uit hoofde van de richtlijn hernieuwbare energie en
                        de Uitvoeringsverordening 2022/996 gelden. Onduidelijkheden over de uitleg
                        van Uniewetgeving, brengt Nederland onder de aandacht bij de Europese
                        Commissie.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Aardgas, bio-LNG</titel>
                </kop>
                <al>Omwille van de opschaling van biogas in de vervoerssector, bepleiten
                        verschillende partijen het gebruik van netwerken en LNG-terminals een plaats
                        te geven in het systeem van hernieuwbare energie vervoer.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> Opschaling van groen gas wordt
                        bewerkstelligd door de bijmengverplichting groen gas in de gebouwde omgeving
                        die het Ministerie van Klimaat en Groene Groei op dit moment voorbereidt.
                        Het systeem hernieuwbare energie vervoer beoogt juist hernieuwbare
                        brandstoffen te stimuleren die geleverd kunnen worden aan de
                        vervoerssectoren. LNG heeft geen rol in de transitie van het wegverkeer naar
                        nulemissie-aandrijving.</al>
              </divisie>
              <divisie opmaak="default">
                <kop>
                  <titel>Overige punten</titel>
                </kop>
                <al>Verschillende partijen verzoeken om het begrip E10 aan te passen ter
                        bevordering van het gebruik van geavanceerde biomethanol.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> Dit voorstel valt buiten de
                        directe reikwijdte van de wijzigingsrichtlijn.</al>
                <al>Een partij verzoekt om BioDME op te nemen onder de definitie van LPG.</al>
                <al>
                  <nadruk type="cur">Reactie I&amp;W:</nadruk> BioDME is volgens de Wet op de
                        accijns een minerale olie die overeenkomstig het tarief van gasolie (diesel)
                        aan de accijns onderworpen is. Gelet op de koppeling van de systematiek
                        hernieuwbare energie vervoer voor accijnsgoederen aan die wet, is een
                        gelijkstelling met LPG niet aan de orde.</al>
              </divisie>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">5.</nr>
                <titel>Voorhang Eerste en Tweede Kamer</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Het ontwerp van het wijzigingsbesluit is van 26 mei 2025 tot en met
                        2 oktober 2025 voorgehangen bij de Eerste en Tweede Kamer, in dezelfde
                        periode dat het wetsvoorstel ter implementatie van de wijzigingsrichtlijn
                        hernieuwbare energie (zie noot 4) bij de Tweede Kamer in behandeling is
                        geweest. Het voorgehangen wijzigingsbesluit is op 29 september 2025
                        geagendeerd geweest tijdens het wetgevingsoverleg van het wetsvoorstel,
                        hetgeen aanleiding is geweest om het wijzigingsbesluit op enkele punten aan
                        te passen. Zo is de RFNBO-subverplichting voor de sector land in 2030 met
                        2 PJ verhoogd, enkel invulbaar met directe inzet in de sector land. Dit
                        heeft geleid tot een verhoging van de jaarverplichtingen en de
                        RFNBO-subverplichting in de sector land (zie artikel 3, eerste en zesde lid,
                        wijzigingsbesluit). Het aspect van de «directe inzet in de sector land» zal
                        worden vastgelegd in de te wijzigen Regeling energie vervoer.</al>
                <al>Voorts is motie Van Groningen/Veldman<noot id="n45" type="voet"><noot.nr>45</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II, 2025/26, <extref doc="kst-36766-12" soort="document" status="actief">36 766, nr. 12</extref></noot.al></noot> aangenomen, waardoor de jaarlijkse hoogte van de jaarverplichting
                        tot in ieder geval 2035 zal moeten worden vastgesteld, teneinde grotere
                        investeringszekerheid voor bedrijven te bieden. Dit is nu niet meegenomen in
                        het ontwerpbesluit. Momenteel wordt onderzoek door RVO en Trinomics
                        uitgevoerd naar de mogelijkheden hiervoor en de bijbehorende effecten. De
                        Tweede Kamer zal, conform de toezegging in het wetgevingsoverleg van
                        29 september 2025, begin 2026 over de uitkomsten worden geïnformeerd.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <nr status="officieel">II</nr>
            <titel>Artikelsgewijze toelichting</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel I (wijziging Besluit energie vervoer)</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel A (artikel 1)</titel>
              </kop>
              <al>Veel nieuwe begrippen, alsook de wijziging van bestaande begrippen, houden
                     onder meer verband met het gewijzigde begrippenkader van de Energiewet, die van
                     belang is bij de bewoording van de inboekbevoegdheid voor geleverde
                     elektriciteit. Aan het begrippenkader worden de omschrijvingen van «LPG»,
                     «walstroomvoorziening» en «leverancier tot eindverbruik sector zeevaart»
                     toegevoegd. De begrippen «belastingentrepot», «opslaglocatie» en «vrijwillig
                     systeem» worden geschrapt, omdat ze reeds in de Wet milieubeheer staan; andere
                     begrippen worden geschrapt, omdat ze in de systematiek hernieuwbare energie
                     vervoer niet langer worden gebruikt. De omschrijving van «redelijke mate van
                     zekerheid» worden aan de bepalingen van de nieuwe systematiek hernieuwbare
                     energie vervoer aangepast.</al>
              <al>De gewijzigde begripsomschrijving van «bemeterd leverpunt» benadrukt dat de
                     meter, op basis waarvan de inboeker de hoeveelheid geleverde (of geladen)
                     elektriciteit bepaalt die hij onderwerp van een inboeking maakt, zich in het
                     tank- of laadpunt zelf (geïntegreerd) moet bevinden. Een meter buiten het
                     bemeterd leverpunt mag derhalve niet gebruikt worden voor de bepaling van de
                     hoeveelheid geleverde (of geladen) elektriciteit. Hetzelfde geldt voor een
                     meter buiten het bemeterd leverpunt die de meting van de meter in het bemeterde
                     leverpunt beoogt te kalibreren of anderszins aan te vullen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel B en C (paragraafaanduiding en artikel 2)</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Artikel 2 wordt naar de paragraaf over de jaarverplichting hernieuwbare
                        energie verplaatst (zie onderdeel B) en aangepast aan de nieuwe systematiek
                        hernieuwbare energie vervoer. Het eerste lid, onderdeel a, verduidelijkt dat
                        de ondergrens van 500.000 liter van de levering tot eindverbruik per sector
                        vastgesteld moet worden. Met de wijziging in het eerste lid, onderdeel b,
                        worden de brandstoffen die ingezet worden in nationale of internationale
                        militaire operaties en samenwerking van de jaarverplichting hernieuwbare
                        energie uitgesloten.</al>
                <al>Het tweede lid beschrijft de volgorde van afschrijving tussen de
                        vervoerssectoren. Deze volgorde is van belang indien de brandstofleverancier
                        de hoedanigheid van leverancier tot eindverbruik in meerdere
                        vervoerssectoren heeft. In dat geval schrijft het Register hernieuwbare
                        energie vervoer (register) als eerste de jaarverplichting van de sector land
                        af, om vervolgens en voor zover van toepassing, de jaarverplichting van de
                        sector binnenvaart en ten slotte de sector zeevaart af te schrijven.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel D en E (nieuwe subparagraaf en artikel 3, jaarverplichting
                        sector land)</titel>
              </kop>
              <al>Met de zogenoemde sectorsturing, waarbij elke vervoerssector een eigen
                     jaarverplichting krijgt, wordt het Besluit energie vervoer van verduidelijkende
                     subparagrafen voorzien. Subparagraaf 2.1 bevat de bepalingen over de
                     jaarverplichting hernieuwbare energie van de sector land.</al>
              <al>Artikel 3 somt de percentages van de jaarverplichting van de sector land op.
                     Evenals het huidige artikel 3, bestaat de bepaling uit het algemene percentage
                     van de jaarverplichting (eerste lid), verplichte aandelen hernieuwbare energie
                     (streefwaarden voor geavanceerde biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen
                     van niet-biologische oorsprong) (vierde en zesde lid) en beperkingen aan het
                     gebruik van soorten biobrandstof (grenswaarden conventionele biobrandstof en
                     bijlage IX-B) (derde en vijfde lid). Voor de sector land is van belang dat de
                     jaarverplichting uitsluitend met ERE’s uit de sector land voldaan mag worden
                     (tweede lid). Voor het verplichte aandeel hernieuwbare brandstoffen van
                     niet-biologische oorsprong van de jaarverplichting, is de inzet van RARE’s tot
                     een (bij ministeriële regeling) bepaald percentage toegestaan (zevende
                     lid).</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel F (artikel 5)</titel>
              </kop>
              <al>Het eerste lid beschrijft de volgorde waarop het register de ERE’s afschrijft
                     voor de jaarverplichting van de sector land. Voor het verplichte aandeel
                     hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de
                     jaarverplichting, schrijft het register eerst RARE’s tot het (bij ministeriële
                     regeling) bepaalde percentage af, voordat het de ERE’s hernieuwbare
                     brandstoffen van niet-biologische oorsprong afschrijft. RARE’s mogen
                     uitsluitend worden gebruik voor het onderdeel hernieuwbare brandstof van
                     niet-biologische oorsprong van de jaarverplichting. Het tweede lid beschrijft
                     de opbouw van een eventueel negatief saldo aan ERE’s, waarbij geldt dat het
                     register de verplichte aandelen hernieuwbare energie (voor geavanceerde
                     biobrandstoffen en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong)
                     uit het eerste lid afschrijft ongeacht het saldo, waardoor die voor soorten
                     ERE’s ook een negatief saldo kan ontstaan.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel G (artikelen 5a, 5b, 5c (jaarverplichting sector binnenvaart)
                        en 5d, 5e, 5f (jaarverplichting sector zeevaart))</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 5a maakt deel uit van de nieuwe subparagraaf 2.2 Jaarverplichting
                     sector binnenvaart. Anders dan de sector land, is het gebruik van ERE’s uit een
                     andere vervoerssector toegestaan tot een per kalenderjaar bepaald percentage
                     (tweede lid; vrije ruimte). Daarentegen mogen ERE’s-conventioneel geheel niet
                     voor het voldoen aan de jaarverplichting ingezet worden (derde lid, onderdeel
                     a), terwijl voor de invulling van het verplichte aandeel hernieuwbare
                     brandstoffen van niet-biologische oorsprong van de jaarverplichting uitsluitend
                     RARE’s (tot een bij ministeriële regeling bepaald percentage) en
                     ERE-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong uit de sector
                     binnenvaart gebruikt mogen worden (derde lid, onderdeel b). Voor het voldoen
                     aan de jaarverplichting sector binnenvaart, mogen alleen ERE’s-elektriciteit
                     uit die sector ingezet worden (derde lid, onderdeel b).</al>
              <al-groep>
                <al>Artikel 5c, eerste lid, bepaalt in de onderdelen a tot en met f de volgorde
                        die het register hanteert bij de afschrijving van de verschillende soorten
                        ERE’s voor de jaarverplichting van de sector binnenvaart. Omdat bij het
                        voldoen aan de jaarverplichting sector binnenvaart ook het gebruik van ERE’s
                        uit een of meer andere vervoerssectoren tot een (bij ministeriële regeling)
                        bepaald percentage toegestaan is (zie artikel 5a, tweede lid), bepaalt het
                        eerste lid, aanhef, de volgorde van afschrijving binnen de verschillende
                        sectoren. Daarbij geldt, dat het register bij de afschrijving van de
                        jaarverplichting eerst de verschillende soorten ERE’s binnen de sector
                        binnenvaart afschrijft en vervolgens de verschillende soorten ERE’s
                        afschrijft in de volgorde sector zeevaart en de sector land.</al>
                <al>Van deze vaste afschrijfregels binnen de verschillende soorten ERE’s en
                        sectoren kan ingevolge het derde lid worden afgeweken, echter alleen voor
                        zover het betreft de invulling van de maximum percentages van de
                        jaarverplichting die zijn opgenomen in artikel 5a, tweede lid (vrije ruimte)
                        en met inachtneming van de percentages, bedoeld in artikel 5a, vierde en
                        vijfde lid. De vaste afschrijfregels zullen altijd moeten worden gehanteerd
                        bij het voldoen aan de percentages van de jaarverplichting als genoemd in
                        artikel 5a, eerste lid, minus de percentages als genoemd in artikel 5a,
                        tweede lid (vrije ruimte).</al>
                <al>De leverancier tot eindverbruik moet voor 1 maart van elke kalenderjaar
                        zijn levering tot eindverbruik in het register opvoeren. Daarna mág de
                        leverancier tot 1 april van elk kalenderjaar de door hem gewenste
                        wijzigingen van de afschrijfvolgorde over het percentage van de vrije ruimte
                        doorgeven, via het register (vierde lid). Als de leverancier tot
                        eindverbruik dat niet doet, volgt het register op 1 april de vaste
                        afschrijfregels van het eerste lid. Op 1 april schrijft de NEa de
                        jaarverplichting af via de standaard volgorde of de aangepaste versie.</al>
                <al>Het tweede lid beschrijft de opbouw van een eventueel negatief saldo aan
                        ERE’s, waarbij geldt dat het register de verplichte aandelen hernieuwbare
                        energie (voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong) uit
                        het eerste lid ongeacht het saldo afschrijft, waardoor voor
                        ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong voor de
                        sector binnenvaart ook een negatief saldo kan ontstaan.</al>
              </al-groep>
              <al>Artikel 5d maakt deel uit van de nieuwe subparagraaf 2.3 Jaarverplichting
                     sector zeevaart. In deze sector rust een verplichting op geleverde <nadruk type="cur">dieselolie voor de scheepvaart</nadruk>, <nadruk type="cur">gasolie voor de scheepvaart</nadruk> en <nadruk type="cur">scheepsbrandstof</nadruk> (dat behelst diesel en stookolie, alsook
                     eventuele bestanddelen biobrandstof en andere toevoegingen, maar niet
                     bijvoorbeeld LNG en methanol) en is het gebruik van ERE’s uit een andere
                     vervoerssector toegestaan tot een per kalenderjaar bepaald percentage (tweede
                     lid; vrije ruimte). ERE’s-conventioneel en -bijlage IX-B mogen niet voor het
                     voldoen aan de jaarverplichting sector zeevaart ingezet worden. Voor de
                     invulling van het verplichte aandeel hernieuwbare brandstoffen van
                     niet-biologische oorsprong van de jaarverplichting mogen uitsluitend RARE’s
                     (tot een bij ministeriële regeling bepaald percentage) en ERE-hernieuwbare
                     brandstoffen van niet-biologische oorsprong uit de sector zeevaart gebruikt
                     worden. Tevens geldt dat voor het voldoen aan de jaarverplichting sector
                     zeevaart alleen ERE’s-elektriciteit uit die sector ingezet worden.</al>
              <al-groep>
                <al>Artikel 5f, eerste lid, bepaalt in de onderdelen a tot en met e de volgorde
                        die het register hanteert bij de afschrijving van de verschillende soorten
                        ERE’s voor de jaarverplichting van de sector zeevaart. Omdat bij het voldoen
                        aan de jaarverplichting sector zeevaart ook het gebruik van ERE’s uit een of
                        meer andere vervoerssectoren tot een (bij ministeriële regeling) bepaald
                        percentage toegestaan is (zie artikel 5d, tweede lid), bepaalt het eerste
                        lid, aanhef, de volgorde van afschrijving binnen de verschillende sectoren.
                        Daarbij geldt, dat het register bij de afschrijving van de jaarverplichting
                        eerst de verschillende soorten ERE’s binnen de sector zeevaart afschrijft en
                        vervolgens de verschillende soorten ERE’s afschrijft in de volgorde sector
                        binnenvaart en de sector land.</al>
                <al>Van deze vaste afschrijfregels binnen de verschillende soorten ERE’s en
                        sectoren kan ingevolge het derde lid worden afgeweken, echter alleen voor
                        zover het betreft de invulling van de maximum percentages van de
                        jaarverplichting die zijn opgenomen in artikel 5d, tweede lid (vrije ruimte)
                        en met inachtneming van de percentages, bedoeld in artikel 5d, derde en
                        vierde lid. De vaste afschrijfregels zullen altijd moeten worden gehanteerd
                        bij het voldoen aan de percentages van de jaarverplichting als genoemd in
                        artikel 5d, eerste lid, minus de percentages als genoemd in artikel 5d,
                        tweede lid (vrije ruimte).</al>
                <al>De leverancier tot eindverbruik moet voor 1 maart van elke kalenderjaar
                        zijn levering tot eindverbruik in het register opvoeren. Daarna mág de
                        leverancier tot 1 april van elk kalenderjaar de door hem gewenste
                        wijzigingen van de afschrijfvolgorde over het percentage van de vrije ruimte
                        doorgeven, via het register (vierde lid). Als de leverancier tot
                        eindverbruik dat niet doet, volgt het register op 1 april de vaste
                        afschrijfregels van het eerste lid. Op 1 april schrijft de NEa de
                        jaarverplichting af via de standaard volgorde of de aangepaste versie.</al>
                <al>Het tweede lid beschrijft de opbouw van een eventueel negatief saldo aan
                        ERE’s, waarbij geldt dat het register de verplichte aandelen hernieuwbare
                        energie (voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong) uit
                        het eerste lid ongeacht het saldo afschrijft, waardoor voor
                        ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong voor de
                        sector zeevaart ook een negatief saldo kan ontstaan.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel H (artikel 6)</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 6 is onderdeel van de paragraaf over ERE’s en bepaalt evenals het
                     huidige artikel 6 wat bij een negatief saldo aan ERE’s gebeurt indien door een
                     inboeking van geleverde hernieuwbare energie of door een overboeking ERE’s op
                     de rekening worden bijgeschreven. Indien de rekeninghouder voor meerdere
                     sectoren een negatief saldo op zijn rekening heeft, dan schrijft het register
                     de bijgeschreven ERE’s ter voldoening aan de jaarverplichting af in de volgorde
                     van de sector land, de sector binnenvaart en de sector zeevaart. Daarbij houdt
                     het register de beperkingen die voor het gebruik van ERE’s uit een andere
                     sector, alsook de grenswaarden voor het gebruik van ERE’s-conventioneel en
                     -biobrandstoffen bijlage IX-B gelden, in acht. Zo bestaan ERE’s-conventioneel
                     uitsluitend binnen de sector land en terwijl ERE’s-bijlage IX-B niet in de
                     sector zeevaart kunnen ontstaan, mag de jaarverplichting van de sector land
                     uitsluitend met ERE’s uit de sector land ingevuld worden en kunnen
                     ERE’s-hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en
                     ERE’s-elektriciteit niet buiten de sector ingezet worden.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel I (artikel 7)</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 7 is onderdeel van paragraaf 4 over het inboeken van geleverde
                     hernieuwbare energie en heeft betrekking op geleverde vloeibare
                     biobrandstoffen. In het tweede lid is de uitzondering op de regel neergelegd
                     dat de inboeker de massabalans van biobrandstoffen voert over de opslaglocatie
                     waar de vloeibare biobrandstof (al dan niet als onderdeel van een mengsel van
                     fossiele brandstof) zich direct voorafgaand aan de levering aan de Nederlandse
                     markt voor vervoer bevond. Deze uitzondering geldt uitsluitend voor ingevoerd
                     bioLPG en bioLNG, omdat deze vloeibare biobrandstoffen op de productielocatie
                     in verrijdbare opslagtanks gepompt wordt en die, aangekomen in Nederland, met
                     opleggers van vrachtwagens direct naar de locaties (tankstations) verplaatst
                     worden waar de bioLPG en bioLNG gebruikt wordt. Hierbij is van belang dat het
                     begrip LPG in artikel 1 ook bioLNG omvat.</al>
              <al>Ingevolge het vijfde lid, mogen geleverde conventionele biobrandstoffen
                     (biobrandstoffen uit voedsel- en voedergewassen) aan binnenschepen niet
                     ingeboekt worden. Hetzelfde geldt voor conventionele biobrandstoffen en
                     biobrandstoffen op grondstoffen die op de lijst van bijlage IX, deel B, van de
                     richtlijn hernieuwbare energie staan die aan zeeschepen geleverd zijn.</al>
              <al>Het nieuwe zevende lid vult het bestaande zesde lid aan, opdat bij
                     ministeriële regeling regels gesteld kunnen worden over het aantonen van het
                     leveren aan de Nederlandse markt van vervoer en de soort fossiele brandstof
                     waarin de vloeibare biobrandstof is bijgemengd. Voorts kunnen regels worden
                     gesteld aan bio-ethanol die voor inboeking in aanmerking komt. Deze
                     delegatiegrondslag is bedoeld om alsnog invulling te geven aan het – niet in
                     werking getreden – artikel 9.7.4.2, eerste lid, onderdeel e, van de Wet
                     milieubeheer, zoals vastgesteld bij amendement Veltman/Van Groningen<noot id="n46" type="voet"><noot.nr>46</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2025/26, <extref doc="kst-36766-8" soort="document" status="actief">36 766, nr. 8</extref>.</noot.al></noot>. Met de vaststelling van de eisen aan bio-ethanol die voor inboeking in
                     aanmerking komt, wordt voorkomen dat bio-ethanol die onder bepaalde GN-codes en
                     tegen gunstigere voorwaarden van buiten de EU wordt ingevoerd, kan meetellen
                     voor de jaarverplichting hernieuwbare energie in vervoer. Dit zorgt voor een
                     gelijk speelveld voor Nederlandse en Europese producenten van bio-ethanol.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel J (artikel 8)</titel>
              </kop>
              <al>In het eerste lid zijn de bewoordingen en verwijzingen aangepast aan de
                     Energiewet, die de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet vervangt.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel J (artikel 9)</titel>
              </kop>
              <al>Dit artikel beschrijft de randvoorwaarden van het inboeken van een geleverde
                     hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong.
                     Ingevolge het derde lid en evenals bij een geleverde vloeibare biobrandstof,
                     kunnen bij ministeriële regeling regels gesteld worden over het aantonen van
                     het leveren aan de Nederlandse markt en de soort fossiele brandstof waarin de
                     vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong is
                     bijgemengd.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel L (artikel 9a)</titel>
              </kop>
              <al>De bewoording van artikel 9a wordt aangepast aan het nieuwe begrip
                     hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong. Tevens worden twee
                     verschrijvingen hersteld, te weten de verplichting van een vulstation van
                     waterstof om gecertificeerd te worden en de verwijzing naar artikel 25, tweede
                     lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel M (artikel 10)</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Artikel 10 somt de voorwaarden op voor het inboeken van geleverde (of
                        geladen) elektriciteit. De bewoording van het eerste lid wordt aangepast aan
                        het begrippenkader van de Energiewet. De wijzigingen in het tweede lid voert
                        een nieuwe inboeker in, te weten de inboeker die elektriciteit aan
                        wegvoertuigen of mobiele machines met verwisselbare accu’s levert en breidt
                        de bestaande hoedanigheid van inboeker, die elektriciteit met behulp van een
                        accupakket of elektrolyt aan binnenschepen levert, uit naar zeeschepen.
                        Tevens verduidelijkt het tweede lid dat beide inboekers ook aan de vereisten
                        over de zogenaamde exclusiviteit van de aansluiting of het allocatiepunt
                        voor leveringen aan vervoer of mobiele machines uit het eerste lid moet
                        voldoen.</al>
                <al>Het derde lid behandelt geleverde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen.
                        Het inboeken van dergelijke elektriciteit, met uitzondering van
                        elektriciteit opgewekt uit biomassa (in brede zijn, dus ook uit stortgas,
                        gas van rioolzuiveringsinstallaties of biogas), mag ingeboekt worden in twee
                        gevallen, te weten wanneer ze door een producent met behulp van een directe
                        lijn op het adres van de inboeker geleverd wordt en hij die hernieuwbare
                        elektriciteit op zijn beurt (met een bemeterd leverpunt) aan vervoer of
                        mobiele machines doorlevert of wanneer de inboeker een onderneming is die
                        elektriciteit uit hernieuwbare bronnen op zijn eigen adres opwekt (en met
                        een bemeterd leverpunt) aan vervoer of mobiele machines levert. Een adres is
                        in dit verband een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a
                        tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken.</al>
                <al>De elektriciteit die de inboeker onderwerp van een inboeking maakt, is
                        afkomstig van het distributienet voor elektriciteit, of – in geval van
                        levering van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen – geleverd met een
                        directe lijn of opgewekt op hetzelfde adres waar de levering met een
                        bemeterd leverpunt plaatsvond. Levering van elektriciteit die is opgewekt
                        met een aggregaat, komt niet voor inboeking in aanmerking.</al>
                <al>De inboekdienstverlener is een onderneming die een hoeveelheid door een
                        andere onderneming geleverde of door een natuurlijke persoon geladen
                        elektriciteit inboekt. Echter, in de hoedanigheid van inboekdienstverlener
                        kan hij geen aangeslotene zijn van de elektriciteit die door zijn klanten
                        zijn geleverd. Daarom bepaalt het vierde lid dat het vereiste van
                        aangeslotene niet geldt voor de inboekdienstverlener, maar onverkort voor de
                        onderneming of de natuurlijke persoon die hem machtigt. Dat betekent, dat
                        wanneer de machtiging verlenende onderneming of natuurlijke persoon niet
                        zelf aan de voorwaarden van artikel 10, eerste tot en met het derde lid, van
                        het besluit voldoet, de machtiging niet mag leiden tot een inboeking van een
                        geleverde of afgenomen hoeveelheid elektriciteit door de
                        inboekdienstverlener. Met andere woorden, de leveringsvereisten van artikel
                        10 blijven ook bij inboeken door de inboekdienstverlener onverkort gelden
                        voor de ondernemingen of de natuurlijke personen die hij bedient (hem hebben
                        gemachtigd).</al>
                <al>Ingevolge het vijfde lid vervalt met ingang van kalenderjaar 2030 de
                        bevoegdheid om geleverde walstroom in te boeken, omdat vanaf dat jaar een
                        deel van de vloot de verplichting verkrijgt vanuit de FuelEU Maritiem
                        verordening om walstroom te gebruiken. In het zesde lid wordt aan
                        spoorvoertuigen geleverde elektriciteit van inboeking uitgesloten. Voorheen
                        stond deze bepaling op wetsniveau in artikel 9.7.4.1, eerste lid, onderdeel
                        e, van de Wet milieubeheer, maar daarvoor in de plaats is nu een
                        delegatiebepaling opgenomen om geleverde elektriciteit aan bepaalde bij of
                        krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen bestemmingen van
                        inboeking uit te sluiten.</al>
                <al>Het achtste lid wordt aangevuld opdat bij ministeriële regeling regels over
                        de inboekdienstverlener gesteld kunnen worden.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel N (artikel 11)</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 11 geeft invulling aan de opdracht in artikel 9.7.4.6 van de Wet
                     milieubeheer om regels te stellen over de berekening van de
                     CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie. Dit artikel verwijst derhalve naar
                     bijlagen V en VI van de richtlijn hernieuwbare energie. Voor een juiste
                     toepassing van de berekeningsregels dient ook gebruik te worden gemaakt van de
                     – rechtstreeks werkende – Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1185.<noot id="n47" type="voet"><noot.nr>47</noot.nr><noot.al>Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1185 van de commissie van
                           10 februari 2023 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het
                           Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van een minimumdrempel
                           voor broeikasgasemissiereducties door brandstoffen op basis van
                           hergebruikte koolstof en door de methode te specificeren voor de
                           beoordeling van broeikasgasemissiereducties door hernieuwbare vloeibare
                           en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong en
                           door brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof.</noot.al></noot></al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel O (artikel 12)</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 12 komt te vervallen vanwege de wijziging van de systematiek
                     hernieuwbare energie van energiesturing naar CO<inf>2</inf>-sturing.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel P en Q (artikelen 13 en 14)</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 13 beschrijft de bevoegdheid van het bestuur van de NEa om de
                     bijschrijving van ERE’s in bepaalde gevallen voor een termijn van vier weken op
                     te schorten; deze termijn mag het met vier weken verlengen. Artikel 14
                     beschrijft de gevolgen voor de afschrijving van ERE’s naar aanleiding van een
                     ambtshalve vaststelling van een hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie.
                     Bij de afschrijving zijn de bepalingen voor het afschrijven van de
                     jaarverplichting van de desbetreffende sector van overeenkomstige
                     toepassing.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel R tot en met Z (artikelen 15 tot en met 23)</titel>
              </kop>
              <al>Artikelen 15 tot en met 21 hebben betrekking op de verificaties die de nieuwe
                     systematiek hernieuwbare energie vervoer kent, te weten de verificatie levering
                     tot eindverbruik, de verificatie biomassa en de inboekverificatie. In artikel
                     15 is de bevoegdheid van de minister neergelegd om op aanvraag een
                     verificatieprotocol goed te keuren uitgebreid naar de nieuwe verificaties.
                     Bovendien wordt in het artikel verduidelijkt dat een goedkeuring van het
                     verificatieprotocol vervalt bij de inwerkingtreding van een wijziging van de
                     regelgeving indien en voor zover de wijziging het verificatieprotocol van de
                     desbetreffende verificatie betreft.</al>
              <al>De artikelen 16, 17 en 18 beschrijven de verificatie levering tot
                     eindverbruik. Deze verificatie is van toepassing op de minerale oliën die met
                     een accijnsvrijstelling geleverd worden. Bij afwezigheid van jaarlijkse
                     informatie over de hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen hoeveelheden
                     accijnsvrijgestelde brandstoffen, beoogt deze verificatie de volledigheid te
                     controleren van de (in het register) ingevoerde levering tot eindverbruik van
                     de leverancier tot eindverbruik sector binnenvaart.</al>
              <al>De verificatie biomassa wordt in de artikelen 19, 20 en 21 beschrijven. Deze
                     verificatie is van toepassing op geleverd bioLPG en bioLNG en beoogt zekerheid
                     te verschaffen over de vervaardiging uit biomassa van de vloeibare
                     biobrandstof.</al>
              <al>In artikelen 16, 19 en 22 is verduidelijkt dat de accreditatie op basis van de
                     norm ISO/IEC 17020 moet gebeuren. Artikel 23 bepaalt dat de inboekverificatie
                     ziet op de (ingeboekte) hoeveelheid CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel AA (artikel 25)</titel>
              </kop>
              <al>Met de wijziging van artikel 25 wordt de onderneming, die in aanmerking komt
                     voor een rekening in het register met alleen een overboekfaciliteit, beperkt
                     tot de onderneming die bedrijfsmatig hoofdzakelijk in energieproducten handelt,
                     zoals derivaten, emissierechten, ERE’s en RARE’s.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel AB (artikel 28)</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 28 bevat een opsomming van de gevallen waarin het bestuur van de NEa
                     een rekening ambtshalve mag opheffen. Nieuw is de bevoegdheid om een rekening
                     op te heffen wanneer een rekening, met een inboekfaciliteit alleen voor het
                     inboeken van elektriciteit, niet langer voldoet aan de minimale hoeveelheden in
                     te boeken elektriciteit of de minimale hoeveelheid gemachtigde eindafnemers van
                     een inboekdienstverlener.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel AC</titel>
              </kop>
              <al>Artikel 29 verwoordt de spaarbevoegdheid van ERE’s naar een volgend
                     kalenderjaar. Voor zover het aantal op de rekening aanwezige ERE’s groter is
                     dan de spaarruimte, beschrijft het vierde lid de volgorde waarin het register
                     soorten ERE’s spaart.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdelen AD, AE en AF (artikelen 30, 31 en 32)</titel>
              </kop>
              <al>De bestaande artikelen 30, 31 en 32 maken deel uit van de paragraaf over
                     rapportages. Ze worden aangepast aan de nieuwe systematiek hernieuwbare energie
                     vervoer.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel AG (Hoofdstuk 2. Rapportage- en reductieverplichting
                        vervoersemissies)</titel>
              </kop>
              <al>Met het vervallen van titel 9.8 van de Wet milieubeheer, die ziet op de
                     rapportage- en reductieverplichting vervoersemissies ter implementatie van de
                     reductieverplichting van de richtlijn brandstofkwaliteit, vervalt ook de
                     grondslag voor de uitwerking van titel 9.8 in hoofdstuk 2 inzake de rapportage-
                     en reductieverplichting vervoersemissies van het besluit. Dit hoofdstuk wordt
                     vervangen door een nieuw hoofdstuk (zie hierna).</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel AH (Hoofdstuk 2. Raffinagereductie
                        vervoersbrandstoffen)</titel>
              </kop>
              <al>Hoofdstuk 2 werkt titel 9.8 van de Wet milieubeheer inzake de
                     raffinagereductie vervoersbrandstoffen uit. Paragraaf 1 (algemeen) bestaat
                     slechts uit het begrippenkader dat in artikel 33 neergelegd is.</al>
              <al-groep>
                <al>Artikel 34 van paragraaf 2 (inboeken) stelt de randvoorwaarde voor het
                        inboeken van hoeveelheden in een raffinaderij gebruikte hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van
                        conventionele vervoersbrandstoffen of biobrandstoffen.</al>
                <al>Artikel 35 en 36 beschrijven de verificatie die beoogt zekerheid te
                        verschaffen over de hoeveelheid in de raffinaderij gebruikte hernieuwbare
                        brandstof van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van
                        biobrandstoffen of conventionele vervoersbrandstoffen. Evenals de
                        verificaties die hoofdstuk 1 van het Besluit energie vervoer kent, geldt ook
                        voor deze verificatie de verplichting dat de verificateur raffinagereductie
                        vervoersbrandstoffen een verificatieprotocol ter goedkeuring aan de minister
                        voorlegt.</al>
                <al>Artikel 37 beschrijft de bevoegdheid van het bestuur van de NEa om de
                        bijschrijving van RARE’s in bepaalde gevallen voor een termijn van vier
                        weken op te schorten; deze termijn mag het met vier weken verlengen.</al>
                <al>Artikel 38 bepaalt dat de gevolgen van een ambtshalve vaststelling van de
                        ingeboekte hoeveelheid in een raffinaderij gebruikte hernieuwbare
                        brandstoffen van niet-biologische oorsprong bij de vervaardiging van
                        conventionele vervoersbrandstoffen of biobrandstoffen, wordt verrekend met
                        het saldo aan RARE’s van het lopende kalenderjaar.</al>
                <al>Artikel 39 geeft invulling aan de opdracht in artikel 9.8.3.3 van de Wet
                        milieubeheer om regels te stellen over de berekening van de
                        CO<inf>2eq</inf>-ketenemissiereductie. Dit artikel verwijst naar bijlage V
                        van de richtlijn hernieuwbare energie. Voor een juiste toepassing van de
                        berekeningsregels dient ook gebruik te worden gemaakt van de – rechtstreeks
                        werkende – Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1185.<noot id="n48" type="voet"><noot.nr>48</noot.nr><noot.al>Zie noot 46.</noot.al></noot></al>
              </al-groep>
              <al-groep>
                <al>Paragraaf 3 (register raffinagereductie-eenheden) bevat in artikelen 40, 41
                        en 42 bepalingen van registerbeheer.</al>
                <al>Artikel 43 bevat de regels voor het sparen van raffinagereductie-eenheden.
                        Bij de uitwerking van de spaarregels voor de raffinagereductie-eenheden is
                        gekozen voor drie verschillende spaarregels voor de verschillende soorten
                        entiteiten die deze eenheden op hun rekening kunnen hebben. Dit is in lijn
                        met de verschillende spaarregels die gelden voor inboekers als bedoeld in
                        titel 9.7 van de wet, leveranciers tot eindverbruik en handelaren voor
                        emissiereductie-eenheden. Voor raffinaderijhouders wordt een hoger
                        spaarlimiet voor raffinagereductie-eenheden gehanteerd dan voor inboekers
                        van andere eenheden, rekening houdend met de vroege fase waarin de markt
                        zich bevindt en de uitdagingen qua afstemming tussen vraag en aanbod. Tot
                        2025 gold de limiet van 10 procent voor inboekers van alle hernieuwbare
                        energiedragers. Voor leveranciers tot eindverbruik is een balans gezocht
                        tussen het bieden van flexibiliteit en het behouden van zekerheid van het
                        halen van het Europese RFNBO-subdoel voor Nederland.</al>
              </al-groep>
              <al>Ten slotte verlangt paragraaf 4 (rapportage), dat slechts uit artikel 44
                     bestaat, de samenstelling door de NEa van een overzicht van het aantal in het
                     register bijgeschreven en het aantal in dat kalenderjaar gespaarde RARE’s.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel II (wijziging Besluit brandstoffen luchtverontreiniging)</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>Onderdeel A (artikel 1.1)</titel>
              </kop>
              <al>De begripsomschrijving van biobrandstoffen wordt geactualiseerd aan de hand
                     van een verwijzing naar Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en
                     de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit
                     hernieuwbare bronnen (herschikking) (PbEU 2018 L 328).</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>B (artikel 2.1)</titel>
              </kop>
              <al>De begripsomschrijving van leverancier wordt geactualiseerd aan de hand van
                     een verwijzing naar het gedefinieerd begrip van leverancier tot eindverbruik,
                     zoals bedoeld in artikel 9.7.1.1 van de Wet milieubeheer. Omdat het begrip
                     leverancier tot eindverbruik ook ziet op de leverancier met een levering tot
                     eindverbruik sector zeevaart, maar leveringen van brandstoffen aan de sector
                     zeevaart (lees zeeschepen) geen onderdeel uitmaken van de reikwijdte van
                     hoofdstuk 2 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging, maakt de
                     leverancier met een levering tot eindverbruik sector zeevaart geen onderdeel
                     uit van het gedefinieerde begrip in het nieuwe tweede lid van artikel 2.1.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>C (artikel 2.5)</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Met het vervallen in het eerste lid van de zinsnede «, met dien verstande
                        dat diesel in afwijking van die specificaties meer dan 7%
                        methylvetzuurgehalte mag bevatten», wordt verduidelijkt dat in alle gevallen
                        waarin diesel ten behoeve van het wegverkeer ten verkoop wordt aangeboden,
                        verkocht of afgeleverd, de diesel dient te voldoen aan de milieutechnische
                        specificaties van bijlage II van de richtlijn brandstofkwaliteit, met
                        inbegrip van het (verhoogde) maximale gehalte aan methylvetzuur (FAME) van
                        10% (bekend als B10). Het in de zinsnede genoemde gehalte aan methylvetzuur
                        (FAME) van 7%, als maximaal gehalte genoemd in bijlage II en waarvan mag
                        worden afgeweken mits aan alle overige milieutechnische specificaties van
                        bijlage II is voldaan, is daarmee niet meer relevant.</al>
                <al>Het nieuwe tweede lid richt zich, in afwijking van het eerste lid, tot de
                        leverancier zoals gedefinieerd in artikel 2.1 van het Besluit brandstoffen
                        luchtverontreiniging. Leveranciers zijn gehouden om in ieder geval diesel
                        met een methylvetzuurgehalte (FAME) tot 7% (bekend als B7) in de handel te
                        (blijven) brengen, vooral bedoeld om het grote aantal niet met B10
                        compatibele voertuigen dat naar verwachting tegen 2030 nog in de vloot
                        aanwezig zal zijn, van een passende brandstof te kunnen blijven
                        voorzien.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>D (artikel 2.9)</titel>
              </kop>
              <al>De consument dient te worden geïnformeerd over de soort en het gehalte
                     biobrandstof dat benzine en diesel aan de pomp bevat, immers niet elk voertuig
                     is geschikt om op elke biobrandstof te kunnen rijden. Artikel 2.9, derde lid,
                     bevat de regels omtrent het soort informatie dat de brandstofleverancier de
                     consument over dient te informeren indien de diesel biobrandstof bevat.
                     Onderdeel b van het derde lid is in lijn gebracht met het uitgangspunt dat
                     diesel (B7) biobrandstof bevat waaronder maximaal 7% methylvetzuurgehalte
                     (FAME). Gezien de risico’s voor motoren van methylvetzuurgehalte (FAME), moet
                     de consument worden geïnformeerd over hogere percentages methylvetzuur (FAME)
                     dan het gebruikelijke maximale percentage van 7%.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel>E (artikel 3.3)</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Artikel 3.3 bevat regels over de brandstofleveringsnota, op te stellen door
                        de leverancier van scheepsbrandstoffen, overeenkomstig bijlage VI,
                        aanhangsel 5, bij het Internationale Verdrag ter voorkoming van
                        verontreiniging door schepen (MARPOL-verdrag)<noot id="n49" type="voet"><noot.nr>49</noot.nr><noot.al>Zie voetnoot 38.</noot.al></noot>, voor schepen met een brutotonnage (GT) van 400 of meer. De
                        beleverde zeeschepen dienen deze brandstofleveringsnota, samen met een door
                        de leverancier bijgeleverd monster van de geleverde brandstof, voor een
                        periode van ten minste drie jaar te bewaren. De in artikel 3.3 gestelde
                        regels zijn in eerste instantie gericht tot de kapitein van een zeeschip,
                        maar worden met de toevoeging van een nieuw derde lid aangevuld met regels
                        die gelden voor de leverancier van scheepsbrandstoffen (bunkering).</al>
                <al>In de eerste plaats geldt voor de leverancier van scheepsbrandstoffen de
                        verplichting om zich te registeren bij de Minister van Infrastructuur en
                        Waterstaat. In de praktijk geschiedt dit door registratie bij de Inspectie
                        Leefomgeving en Transport, verantwoordelijk voor het toezicht en de naleving
                        van de in hoofdstuk 3 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging
                        opgenomen regels. In de tweede plaats dient de brandstofleverancier
                        jaarlijks een afschrift van alle brandstofleveringsnota’s, met informatie
                        over de door hem aan zeeschepen geleverde scheepsbrandstoffen, aan de
                        Minister van Infrastructuur en Waterstaat te sturen. Deze
                        brandstofleveringsnota’s dienen aangevuld te zijn met de informatie die
                        nodig is voor FuelEU Maritiem (bijlage I FuelEU Maritiem), zoals de
                        hoeveelheid geleverde brandstof (bunkering), calorische onderwaarde en het
                        soort brandstof (en waar nodig, de emissiefactor).</al>
              </al-groep>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel>Artikel III (Inwerkingtreding)</titel>
            </kop>
            <al>Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
                  In dat besluit zal worden bepaald dat de artikelen van dit besluit terugwerken tot
                  en met 1 januari 2026. Inwerkingtreding van de nieuwe wettelijke systematiek met
                  terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 zorgt voor een ononderbroken overgang van
                  de oude naar de nieuwe wettelijke systematiek, gekoppeld aan vastgestelde
                  jaarpercentages die met ingang van kalenderjaar 2026 een uitdrukking zijn van die
                  nieuwe regelgeving. Brandstofleveranciers en overige geadresseerden van de nieuwe
                  regelgeving zijn ruimschoots vóór 1 januari 2026 geïnformeerd over deze nieuwe
                  regelgeving en daardoor in staat gesteld hiermee rekening te houden.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,</functie>
          <naam>
            <voornaam>A.W.H.</voornaam>
            <achternaam>Bertram</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
      <bijlage status="goed">
        <kop>
          <label>BIJLAGE</label>
          <titel>Implementatietabel</titel>
        </kop>
        <al>De wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie ziet – naast bepalingen op het gebied
                  van de sector vervoer – ook op bepalingen op het gebied van hernieuwbare energie
                  voor de sector elektriciteit en de verwarmings- en koelingssector. Laatstgenoemde
                  bepalingen vormen echter geen onderdeel van onderhavige wijzigingsregeling, maar
                  zullen onder verantwoordelijkheid van de Minister van Klimaat en Groene Groei en
                  de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in de desbetreffende wet-
                  en regelgeving worden omgezet. In onderstaande implementatietabel is wel zoveel
                  als mogelijk voor alle bepalingen van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie
                  (Richtlijn (EU) 2023/2413) aangegeven hoe deze worden omgezet. De bepalingen die
                  van toepassing zijn op de sector vervoer zijn terug te vinden in de tabel vanaf
                  artikel 25 e.v. van de wijzigingsrichtlijn hernieuwbare energie.</al>
        <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="2" rowsep="0" colsep="0">
          <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="3" char="" charoff="50" align="left">
            <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="111*" />
            <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="263*" />
            <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="253*" />
            <thead valign="bottom">
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel, -lid of -onderdeel
                                    EU-regeling</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Bepaling in implementatieregeling of in
                                    bestaande regelgeving; toelichting indien niet geïmplementeerd
                                    of uit zijn aard geen implementatie behoeft</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Omschrijving invulling
                                    beleidsruimte</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
            </thead>
            <tbody valign="top">
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2018/2001
                                 </nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 2</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Punt 1 (energie uit hernieuwbare bronnen)</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Reeds geïmplementeerd in artikel 9.7.1.1 Wet milieubeheer
                                 (definitie <nadruk type="cur">hernieuwbare energie</nadruk>)</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Punt 4 (bruto-eindverbruik van energie)</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door feitelijk handelen. Lidstaten stellen nationale
                                 bijdrage vast. Zie INEK, paragraaf 2.1.2, onderdeel i, en voor de
                                 voortgang KEV.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Punt 22bis (hernieuwbare brandstoffen)</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geïmplementeerd via definities van <nadruk type="cur">biobrandstof</nadruk> en <nadruk type="cur">hernieuwbare
                                    brandstoffen van niet-biologische oorsprong</nadruk> in art.
                                 9.7.1.1 Wet milieubeheer</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Punt 36 (hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
                                 oorsprong)</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geïmplementeerd in artikel 9.7.1.1 Wet milieubeheer (definitie
                                    <nadruk type="cur">hernieuwbare brandstof van niet-biologische
                                    oorsprong</nadruk>)</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 3</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, eerste alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                  <al>Lidstaten stellen nationale bijdragen vast. Bereiken van het doel
                                 van 42,5% wordt meegenomen in Integraal Nationaal Klimaat- en
                                 Energieplan (hierna: INEK) en via monitoringscyclus, in de Klimaat
                                 en Energie Verkenning (hierna: KEV) en in de jaarlijkse klimaat- en
                                 energienota.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, eerste lid, tweede alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven via feitelijk handelen.</al>
                  <al>Streefcijfer van 45% wordt meegenomen in INEK nadat EC de INEK
                                 updates heeft geïnventariseerd. Er wordt gewerkt aan een
                                 rekenmethodiek.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, eerste lid, derde alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                  <al>Er wordt gewerkt aan een rekenmethodiek.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in steunregelingen biomassa</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Mogelijkheden tot nemen van extra criteria: geen gebruik van
                                 gemaakt. Dit blijkt uit de voorwaarden die worden gesteld in
                                 (subsidie)regelingen, zoals de SDE++.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3 bis</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in steunregelingen biomassa, er moet voldaan worden
                                 aan de eisen uit artikel 3 waarbij er niet wordt afgeweken van de
                                 voorwaarden.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Er is voor gekozen om niet af te wijken van het beginsel van het
                                 cascaderend gebruik van biomassa.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3 ter</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie niet nodig, omdat ervoor is gekozen om niet af te
                                 wijken van cascaderend gebruik biomassa.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3 quater</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in steunregelingen biomassa. Wordt als eis opgenomen
                                 in de Aanwijzingsregeling categorieën stimulering duurzame
                                 energieproductie en klimaattransitie 2025.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3 quinquies</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in steunregelingen biomassa.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4 bis</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 7</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                  <al>Lid 2</al>
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Betreft
                                 rekenregels (ook via toepassing van artikel 7, zesde lid, Richtlijn
                                 (EU) 2018/2001), in afstemming met CBS, PBL en TNO.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <?xpp ep?>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 9</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1 bis</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Invulling
                                 en aantal gezamenlijke projecten aan LS.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 7 bis</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Er wordt (voorlopig) geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om
                                 hernieuwbare-energiegemeenschappen op te nemen in gezamenlijke
                                 projecten voor hernieuwbare offshore-energie.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 15</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door onderstaande artikelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen en door
                                 eisen op te nemen in aanbestedingsprocedures en
                                 steunregelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2 bis</al>
                  <al>Lid 3</al>
                  <al>Lid 8</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 9</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Dit artikellid richt zich tot de Europese Commissie en behoeft om
                                 die reden geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 15 bis</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door Artikel 5.20 Besluit bouwwerken leefomgeving:
                                    <extref doc="stb-2025-135" soort="document" status="actief">Staatsblad 2025, 135</extref> (<extref soort="document" doc="stb-2025-135" status="actief">Staatsblad 2025, 135 |
                                    Overheid.nl &gt; Officiële bekendmakingen</extref></al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 15 ter</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door een overzicht van bestaande
                                 (ruimtelijke) plannen voor het bereiken van de doelstelling voor
                                 hernieuwbare energie</al>
                  <al>Uiterlijk op 21 mei 2025 aan te voldoen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 15 quater</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door aanvulling van artikel 2.21 van de Omgevingswet
                                 (de Minister van KGG wijst gebieden aan in de Omgevingsregeling) en
                                 een nieuw artikel 2.47: de Minister, gemeenten en provincies kunnen
                                 gebieden aanwijzen voor het opwekken van hernieuwbare energie en
                                 voor infrastructuurgebieden.</al>
                  <al>De genoemde artikelen zijn ook van toepassing op de Noordzee.</al>
                  <al>Bij amvb wordt geregeld in welke gevallen welk bestuursorgaan
                                 aanwijst.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Eerste lid, onder a:</al>
                  <al>Bij amvb wordt geregeld aan welke eisen de gekozen gebieden moeten
                                 voldoen.</al>
                  <al>Eerste lid, onder b:</al>
                  <al>In de artikelen 3.6, 3.8 en 3.9 van de Omgevingswet wordt bepaald
                                 dat het bestuursorgaan dat een gebied heeft aangewezen voor dat
                                 gebied een plan moet vaststellen met daarin mitigerende
                                 maatregelen. Bij amvb wordt geregeld aan welke eisen het plan moet
                                 voldoen.</al>
                  <al>Bij amvb wordt geregeld dat proefprojecten kunnen worden
                                 uitgevoerd en dat de keuze van het gebied moet worden
                                 gemotiveerd.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Nationale
                                 regelgeving voldoet, geen nadere implementatie nodig.</al>
                  <al>Bestaande regelgeving:</al>
                  <al>Artikel 16.36 Omgevingswet: PlanMER</al>
                  <al>Artikel 16.53c Omgevingswet: passende beoordeling.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Openbaar maken van het plan is al geregeld in artikel 16.77b Ow en
                                 artikel 3.42 Awb, artikelen 5 en 6 Bekendmakingswet.</al>
                  <al>Openbaar maken van het aanwijzen van het gebied in het
                                 Omgevingsplan, de Omgevingsverordening en de Omgevingsregeling:
                                 artikel 3:42 Awb en artikelen 5 en 6 Bekendmakingswet.</al>
                  <al>Verder wordt implementatie vormgegeven door feitelijk
                                 handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Vaststellen gebieden voor versnelde uitrol waar al een planMER is
                                 uitgevoerd voor 21 mei 2024.</al>
                  <al>Nederland maakt geen gebruik van deze mogelijkheid, aangezien dit
                                 weinig versnelling brengt en wel veel aanpassingen in bestaande
                                 procedures vraagt.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 5</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Verwezen wordt naar het gestelde bij artikel 16bis.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 15 quinquies</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Is reeds geborgd in bestaande wetgeving.</al>
                  <al>Mogelijkheden tot inspraak bij gebieden uit art. 15 quater lid.1,
                                 is geregeld in Omgevingswet en onderliggende regelgeving, artikel
                                 16.23 Omgevingswet en afdeling 3.4 Awb.</al>
                  <al>Dit is al geregeld, voor programma» s in art. 10.8
                                 Omgevingsbesluit.</al>
                  <al>– Omgevingsplan: art. 16.30 Omgevingswet, 10.2
                                 Omgevingsbesluit.</al>
                  <al>– Omgevingsverordening: art. 16.32 Omgevingswet, 10.3a
                                 Omgevingsbesluit.</al>
                  <al>– Projectbesluit: art. 5.47, 5.48 en 5.51 Omgevingswet en art. 5.3
                                 en 5.5 Omgevingsbesluit.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen, mede op
                                 grond van artikel 6.12 van de Energiewet.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 15 sexies</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door aanvulling van artikel 2.21 van de Omgevingswet
                                 (de Minister van KGG kan gebieden aanwijzen in de
                                 Omgevingsregeling) en een nieuw artikel 2.47: de Minister,
                                 gemeenten en provincies kunnen gebieden aanwijzen voor het opwekken
                                 van hernieuwbare energie en voor infrastructuurgebieden.</al>
                  <al>De genoemde artikelen zijn ook van toepassing op de Noordzee.</al>
                  <al>Bij amvb wordt geregeld in welke gevallen welk bestuursorgaan
                                 aanwijst.</al>
                  <al>Bij amvb wordt geregeld aan welke eisen de gekozen gebieden moeten
                                 voldoen.</al>
                  <al>In de artikelen 3.6, 3.8 en 3.9 van de Omgevingswet wordt bepaald
                                 dat het bestuursorgaan dat een gebied heeft aangewezen voor dat
                                 gebied een plan moet vaststellen met daarin mitigerende
                                 maatregelen. Bij amvb wordt geregeld aan welke eisen het plan moet
                                 voldoen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Plan-mer moet worden uitgevoerd op grond van het bestaande artikel
                                 16.36 Ow.</al>
                  <al>Passende beoordeling voor een plan is verplicht gesteld in artikel
                                 16.53c, eerste lid, Ow</al>
                  <al>Betrekken van infrastructuursysteembeheerders is feitelijk
                                 handelen en vaste praktijk.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Mogelijkheid tot vrijstellen van projecten binnen gebieden als
                                 bedoeld in art. 15 sexies lid 1 van de projectMER-plicht, passende
                                 beoordeling op projectniveau en mitigerende maatregelen.</al>
                  <al>Vrijstelling van de merplicht en mer-beoordelingsplicht wordt op
                                 grond van artikel 16.43, vierde lid, Ow geregeld bij amvb.</al>
                  <al>Vrijstelling van de passende beoordeling wordt geregeld in artikel
                                 16.53c Ow en uitgewerkt bij amvb.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie vindt plaats via artikel 16.53d Ow, op grond waarvan
                                 een screening moet worden uitgevoerd.</al>
                  <al>Bij amvb worden nadere regels gesteld over de screening,
                                 bijvoorbeeld de termijn waarbinnen deze moet plaatsvinden.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie vindt voornamelijk bij amvb plaats, waarin geregeld
                                 wordt dat mitigerende maatregelen getroffen moeten worden of
                                 gecompenseerd moet worden als uit de screening blijkt dat er
                                 onverwachte aanzienlijke effecten zijn.</al>
                  <al>Voor financiële compensatie wordt een grondslag toegevoegd met
                                 artikel 13.6a Ow.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 5</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Zonodig
                                 worden bij amvb nadere regels gesteld.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 16</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie vindt plaats door implementatie van de volgende
                                 artikelleden.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door wijzigingen van termijnen in het
                                 vergunningstelsel voor wat betreft de bevestiging van de
                                 volledigheid van de ontvangen aanvraag binnen 30 (land)/45 dagen
                                 (zee). Dit wordt geregeld bij amvb.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Artikel 2.48 Ow: de Minister van KGG wordt aangewezen als
                                 contactpunt.</al>
                  <al>De mogelijkheid om stukken elektronisch in te dienen bestaat al op
                                 grond van artikel 16.1 Ow en 14.1 Omgevingsbesluit.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 5</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Wettelijk kader bestaat in afdeling 3.4 Awb en hoofdstuk 6 en 7
                                 Awb</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 6</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door Artikel II van het wetsvoorstel waarmee in de
                                 Awb geregeld wordt dat tegen hernieuwbare energieprojecten beroep
                                 openstaat in één instantie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 7</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 8</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard geen implementatie.</al>
                  <al>Kan worden toegepast binnen de huidige kaders van de Ow en de
                                 Awb.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 9</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft geen implementatie. Reeds verankerd in nationale
                                 regelgeving.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 16 bis</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Is grotendeels reeds verankerd in nationale regelgeving.</al>
                  <al>Kennisgeving bij verlenging is deels geregeld in bestaand recht
                                 (artikel 16.66, derde lid, Ow voor de uniforme openbare
                                 voorbereidingsprocedure) en wordt aangevuld bij amvb.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Is grotendeels verankerd in nationale regelgeving.</al>
                  <al>Kennisgeving bij verlenging wordt geregeld bij amvb.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>In artikel 16.53c, derde en vierde lid, Ow is een grondslag
                                 toegevoegd voor uitzondering op de verplichting een passende
                                 beoordeling uit te voeren.</al>
                  <al>Een grondslag voor uitzondering op de mer(beoordelings)plicht zit
                                 al in artikel 16.43, vierde lid, Ow. Uitzonderingen worden
                                 uitgewerkt bij amvb.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Artikel 16.53d Ow: screening en doelen van de screening.</al>
                  <al>Vierde lid: als blijkt dat er toch effecten zijn wordt daarover
                                 een besluit genomen.</al>
                  <al>Verstrekken aanvullende informatie en termijn waarbinnen de
                                 screening moet worden afgerond worden geregeld bij amvb.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 5</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Bij amvb wordt geregeld dat de uitzonderingen op de
                                 mer(beoordelings)plicht en passende beoordelingsplicht niet gelden
                                 als naar aanleiding van de screening in een besluit wordt
                                 vastgelegd dat er effecten zijn.</al>
                  <al>Mitigerende maatregelen en regels over compensatie worden op grond
                                 van de artikelen 3.6, 3.8 en 3.9, nader uitgewerkt bij amvb, in een
                                 plan beschreven en vervolgens in een vergunning aan de exploitant
                                 verplicht gesteld.</al>
                  <al>Voor financiële compensatie wordt in artikel 13.6a Ow een
                                 grondslag opgenomen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 6</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen implementatie nodig.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 16 ter</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen implementatie nodig, dit is al geregeld in artikel 4:13 Awb
                                 en de artikelen 16.61 en 16.64 Ow (reguliere procedure) en artikel
                                 3:18 Awb en artikel 16.66 Ow (uniforme openbare
                                 voorbereidingsprocedure).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Kennisgeven reden uitstel is voor de uniforme openbare
                                 voorbereidingsprocecure geregeld in artikel 16.66, derde lid Ow.
                                 Voor de regulier procedure is geen implementatie nodig, de
                                 verlenging past binnen de basis-termijn uit de richtlijn.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Eén procedure voor de verschillende beoordelingen is al geregeld
                                 in artikel 11.15 van het Omgevingsbesluit.</al>
                  <al>Advies over de gedetailleerdheid van de informatie voor de
                                 mer-beoordeling is al geregeld in artikel 16.46 Ow.</al>
                  <al>Niet als opzettelijk beschouwen van doden of verstoren wordt
                                 geregeld bij amvb. Hetzelfde geldt voor het mogelijk maken van
                                 maatregelen als proef.</al>
                  <al>De genoemde termijnen passen binnen het Nederlandse recht, zie de
                                 toelichting bij het eerste lid.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 16 quater</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen implementatie vereist.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie vindt zonodig plaats bij amvb.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door artikel 16.53d, vijfde lid, Ow</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel quinquies</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door artikel 16.64, vijfde en zesde lid, Ow.</al>
                  <al>Vrijstelling van de project-mer wordt geregeld bij amvb.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>In Nederland gebruik gemaakt van de mogelijkheid uit de laatste
                                 zin van dit artikellid om zonnepanelen op monumenten uit te
                                 zonderen van deze verkorte procedure.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen implementatie vereist. Voor deze projecten geldt in Nederland
                                 geen vergunningplicht.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 16 sexies</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie via artikel 16.64, vijfde en zesde lid Ow.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen implementatie nodig.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie via artikel 16.64, zesde lid. In Nederland gebruik
                                 gemaakt van de uitzondering voor warmtepompen op monumenten.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen implementatie vereist</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 16 septies</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie vindt bij amvb (Bkl) plaats.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>In Nederland geen beperking van de reikwijdte.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 18</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door niet-wettelijke
                                 maatregelen:</al>
                  <al>Opleiden, kwalificeren en certificeren van installateurs die nodig
                                 zijn in de energietransitie, bijvoorbeeld:</al>
                  <al>• Voor laadinfrastructuur is voor het opleiden en certificeren van
                                 installateurs hebben elf partners (waaronder IenW) in november 2023
                                 een <extref doc="https://www.mensenmakendetransitie.nl/startschot-agenda-laadinfra-eerste-afspraken-al-in-ontwikkeling/" soort="URL" status="actief">convenant</extref> getekend. Mensen
                                 Maken de Transitie pakt een deel van deze agenda op (met steun van
                                 IenW), en er zijn taken belegd bij de PPS<noot id="n51" type="tabel"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al><extref doc="https://www.connectr.nu/actueel/publiek-private-samenwerking-leidt-tot-effectieve-aanpak-tekort-laadpaalspecialisten/" soort="URL" status="actief">Publiek-private samenwerking
                                          leidt tot effectieve aanpak tekort laadpaalspecialisten –
                                          Connectr</extref></noot.al></noot></al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>• De Redesign.Life foundation werkt aan voorlichting en de
                                 instroom van leerlingen voor de automotive sector (met steun van
                                 IenW).</al>
                  <al>Ook heeft het EV Kenniscentrum de afgelopen jaren gratis
                                 studiemateriaal ontwikkeld voor docenten om te gebruiken in hun
                                 lessen (met steun van IenW).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. De
                                 overheid heeft geen lijst gepubliceerd. Wel kan via de website van
                                    <extref doc="https://installq.nl/" soort="URL" status="actief">https://installq.nl/</extref> worden gezocht naar erkende
                                 installateurs.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 19</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2, eerste alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Op grond van artikel 3, eerste lid van de Wet implementatie
                                 EU-richtlijn hernieuwbare energie voor garanties van oorsprong
                                 kunnen GVO's afgegeven worden voor gasvormige hernieuwbare
                                 brandstoffen van niet biologische oorsprong.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>In de REDIII kamerbrief van 7 juni 2024 is aangegeven dat geen
                                 gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid de standaardhoeveelheid
                                 in fractie te verdelen tot een veelvoud van 1 Wh. Er wordt middels
                                 de «wet implementatie REDIII overig» een grondslag gecreëerd om
                                 verdere verfijning in de toekomst mogelijk te maken. Er wordt
                                 middels de «wet implementatie REDIII overig» een grondslag
                                 gecreëerd om verdere verfijning in de toekomst mogelijk te
                                 maken.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2, tweede alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Er wordt middels de «wet implementatie REDIII overig» een
                                 grondslag gecreëerd om vereenvoudigde registratieprocessen en
                                 lagere registratiekosten in te kunnen voeren.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2, vierde alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>In Nederland worden GVO’s enkel aan producenten van hernieuwbare
                                 energie afgegeven.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Nederland maakt gebruik van de reeds bestaande optie b (de
                                 marktwaarde van de garanties van oorsprong in aanmerking nemen bij
                                 de vaststelling van de financiële steun) om aan te tonen dat
                                 voldoende rekening is gehouden met de marktwaarde van de garantie
                                 van oorsprong.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Artikel 26 van de GVO-regeling. De restenergiemix wordt op het
                                 moment dat de Association of Issuing Bodies berekend en
                                 gepubliceerd.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 7</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Artikel 2.61, tweede lid, onderdeel c van de Energiewet is de
                                 kapstok om dit te regelen. Is al uitgewerkt in artikel 24, eerste
                                 lid, onderdeel d van de GVO-regeling</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 8</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>In de Gasrichtlijn is geregeld hoe en wat dit precies moet. De
                                 Gasrichtlijn hoeft echter pas in 2026 te worden
                                 geïmplementeerd.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 13</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen implementatie nodig, actie voor EC.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 13 bis</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen implementatie nodig, actie voor EC.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 20</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 20 bis</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Artikel 3.78 (actief en passief openbaar maken) van de Energiewet
                                 biedt de kapstok om dit bij MR te regelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Deze gegevens zijn reeds te vinden op <extref doc="https://ned.nl/nl/dataportaal/dataportaal-overzicht" soort="URL" status="actief">https://ned.nl/api.</extref></al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Mogelijke verankering in Energiewet, na overleg met ESNL.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie via (het voorstel tot) Wet houdende regels ter
                                 uitvoering van Verordening (EU) 2023/1804.</al>
                  <al>In een NTA Slimme private laadpunten en laaddiensten is geregeld
                                 wat een laadpaal moet kunnen om aan deze vereisten te kunnen
                                 voldoen. Bedrijven kunnen de NTA gebruiken om aan te tonen dat een
                                 laadpaal slim kan laden.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 5</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Het is voor deze systemen mogelijk om deel te nemen aan de
                                 elektriciteitsmarkt, omdat het niet is uitgesloten in een gelijk
                                 speelveld er is, zonder dat dit ergens is geëxpliciteerd. De
                                 volgende artikelen uit de Energiewet zijn hierbij van belang: 2.1,
                                 2.3, 2.34, 3.28 en 3.29.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Toegang tot elektriciteitsmarkten, met inbegrip van
                                 congestiebeheer en het aanbieden van flexibiliteits- en
                                 balanceringsdiensten, is uitgewerkt in methoden en voorwaarden
                                 conform de vereisten van Verordening (EU) 2019/943 en Richtlijn
                                 (EU) 2019/944. Deze regels verbieden de facto oneigenlijke
                                 uitsluiting of nadelige behandeling van technieken en typen
                                 deelnemers, waaronder kleine of mobiele systemen zoals
                                 thuisbatterijen en elektrische voertuigen en andere kleine
                                 gedecentraliseerde energiebronnen. Hiervoor zijn dus geen nieuwe
                                 regels nodig.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 22 bis</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen en vraagt
                                 vaststelling streefcijfer.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 22 ter</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Keuze om gebruik te maken van uitzonderingsgrond.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft geen implementatie. Rapportageverplichting indien gebruik
                                 wordt gemaakt van uitzonderingsgrond artikel 22 ter lid 1.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 23</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1 bis</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen,
                                 berekeningswijze.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1 ter</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                  <al>Verwezen wordt naar onderzoek TNO.</al>
                  <al>Zie art. 15 lid 3 en INEK.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2, aanhef</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen,
                                 berekeningswijze.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2, vierde alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Van deze opsommingen van maatregelen gebruikt NL al twee of meer
                                 maatregelen. Dit zijn in ieder geval b, d, f en h t/m l. Dit blijkt
                                 uit:</al>
                  <al>B: Home owners.</al>
                  <al>• NWF (financing) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.warmtefonds.nl%2F&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162837464%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=gshMvMtk0kJ3Z22EDnolMNH7FUyy9uOwE7IGk1T4G0M%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Groen licht voor jouw verduurzaming –
                                    Warmtefonds</extref></al>
                  <al>• ISDE (subsidy) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fisde%2Fwoningeigenaren&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162877216%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=aUhYXYOtqahWrhKkuvvs34OEDaboklRiRTgPvnBZsx4%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">ISDE: Subsidie voor verduurzaming van
                                    uw woning | RVO.nl</extref></al>
                  <al>Housing associations</al>
                  <al>• SAH (subsidy district heating) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fsah&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162897201%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=%2B7OjBtNAlq%2FwHjWbGlRqWxRcfaCVZp6YaZkGjMYgMnc%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Stimuleringsregeling aardgasvrije
                                    huurwoningen (SAH) voor verhuurders aanvragen |
                                 RVO.nl</extref></al>
                  <al>• ISDE <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fisde%2Fwoningeigenaren&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162912346%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=CVWRiNqOhUjkStdF3K%2Fp9toMWCjlZRYiMSqVOX49sog%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">ISDE: Subsidie voor verduurzaming van
                                    uw woning | RVO.nl</extref></al>
                  <al>Owners associations</al>
                  <al>• SVVE (subsidy) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fsvve&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162928495%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=FupglFiS5iMAfncm5tohunGc09n7tjf%2Bs2ZBA%2FAM%2FB4%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">SVVE: Subsidieregeling verduurzaming
                                    voor VvE's</extref></al>
                  <al>• SAH (subsidy district heating) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fsah&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162946355%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=h6Et9fcoqkqNgnrytFbm6HyMiqQyXJuHWuQSSjvWsn8%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Stimuleringsregeling aardgasvrije
                                    huurwoningen (SAH) voor verhuurders aanvragen | RVO.nl</extref>
                                 (gemengde VvE’s)</al>
                  <al>• NWF: <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.warmtefonds.nl%2F&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162960682%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=%2BQ9ROlIFeY3TiwJKsYIAiuiaFDbPvlALBwhGnYuVrkc%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Groen licht voor jouw verduurzaming –
                                    Warmtefonds</extref></al>
                  <al>Landlords (private)</al>
                  <al>• SVOH (subsidy) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fsvoh&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162974394%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=IXOPxXUmX6jZ9H0k7GJnxjPhjiCCwMqh6zpBk7KqwBk%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Subsidieregeling Verduurzaming en
                                    Onderhoud Huurwoningen (SVOH) | RVO.nl</extref></al>
                  <al>Public buildings</al>
                  <al>• DuMaVa (subsidy) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fdumava&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995162988862%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=6k1YszjuQR8buowA2XnSDgQ3%2FH3Yeo23yMMQS5DMFMU%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Subsidieregeling duurzaam
                                    maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) | RVO.nl</extref></al>
                  <al>• Bevorderen toegang tot financiering voor maatschappelijk
                                 vastgoed via bijdragen aan (doelgroepgerichte) fondsen.</al>
                  <al>• Extra middelen voor verduurzaming van het Rijksvastgoed.</al>
                  <al>D: Municipalities and provinces</al>
                  <al xml:lang="en">• CDOKE (Financing for municipalities and provinces
                                 to support planning, implementing and advice/support energy
                                 projects) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fcdoke&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163003143%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=HMfHc%2FmU8hiKyaLFXmIZbDDlgv2xMrVbX2akCrDYqmc%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Tijdelijke regeling capaciteit
                                    decentrale overheden voor klimaat- en energiebeleid (CDOKE) |
                                    RVO.nl</extref></al>
                  <al xml:lang="en">• NPLW (inter-governmental program, knowledge,
                                 support) <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.nplw.nl%2F&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163016316%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=oC1nh89n%2FmmrvFnuZZLBtBmSCWClNxbrpAdftdlJxOs%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Informatie voor gemeenten over de
                                    warmtetransitie | NPLW</extref></al>
                  <al xml:lang="en">F: Legislation (collective transformation/district
                                 heating)</al>
                  <al xml:lang="en">• Artikel 3.6, derde lid van de Omgevingswet.
                                 Obligates municipalities to draft and execute a heat program for
                                 all districts of the municipality or city.</al>
                  <al>• WGIW <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwetgevingskalender.overheid.nl%2Fregeling%2FWGK010405&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163107727%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=f%2Bk%2BiNU%2Bxj2zBx4AAgkA2HSiBASBXlirZuSQ%2Fn%2FPfMU%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Wet gemeentelijke instrumenten
                                    warmtetransitie | Overheid.nl | Wetgevingskalender</extref></al>
                  <al>• Heat Act: <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.tweedekamer.nl%2Fkamerstukken%2Fwetsvoorstellen%2Fdetail%3Fqry%3Dwetsvoorstel%253A36576%26cfg%3Dwetsvoorsteldetails&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163125316%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=eHchQKDca6bwCYaJCuBqDobATFUK4oD5drvGDdv5H9Y%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?qry=wetsvoorstel%3A36576&amp;cfg=wetsvoorsteldetails</extref></al>
                  <al>I: Programma Groen Gas en onderdeel daarvan is bijmengverplichting
                                 groen gas voor energieleveranciers. Hier valt alleen geïnjecteerd
                                 groen gas onder.</al>
                  <al>J: Routekaart Energieopslag</al>
                  <al>K: bevorderen van energie-efficiënte stadsverwarming in de
                                 Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS) en de Subsidie
                                 Warmte-Infrastructuur Glastuinbouw (SWiG). Ontwikkelfonds Warmte
                                 voor warmtegemeenschappen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al xml:lang="en">L: Other than subsidies, financing, support and
                                 legislation, sustainability is promoted through tax incentives.
                                 examples</al>
                  <al xml:lang="en">• Energy taxation. Relative high marginal taxation
                                 on energy, both for gas as well as electricity, which is reduced
                                 with a fixed reduction. This dampens the total tax on energy, while
                                 retaining a marginal incentive to reduces energy consumption.
                                    <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.belastingdienst.nl%2Fwps%2Fwcm%2Fconnect%2Fbldcontentnl%2Fbelastingdienst%2Fzakelijk%2Foverige_belastingen%2Fbelastingen_op_milieugrondslag%2Fenergiebelasting%2F&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163141353%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=tIgNAMUEnTc1vEJmXNLoqMjueZY2rQRjp5giY8fyYow%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Energiebelasting</extref></al>
                  <al xml:lang="en">• EIA/MIA. For businesses it is possible to apply
                                 the Energy Investment Allowance (EIA). <extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Feia%2Fondernemers&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163157448%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=kPebz3HRc2Sj9gfnfXO1kMjUgJ38MtbkJQ51PeFUW%2B4%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Energie Investeringsaftrek
                                    (EIA)</extref><extref doc="https://eur01.safelinks.protection.outlook.com/?url=https%3A%2F%2Fwww.rvo.nl%2Fsubsidies-financiering%2Fmia-vamil%2Fondernemers&amp;data=05%7C02%7Cm.brouwer%40minezk.nl%7Cbcec40288e70424659d308dd8e2121f7%7C1321633ef6b944e2a44f59b9d264ecb7%7C0%7C0%7C638822995163171256%7CUnknown%7CTWFpbGZsb3d8eyJFbXB0eU1hcGkiOnRydWUsIlYiOiIwLjAuMDAwMCIsIlAiOiJXaW4zMiIsIkFOIjoiTWFpbCIsIldUIjoyfQ%3D%3D%7C0%7C%7C%7C&amp;sdata=LU%2BoSUhxM5D0%2FWPa5nTexy%2F0pZR%2FiYs7RNfTj4ypP5o%3D&amp;reserved=0" soort="URL" status="actief">Mia en Vamil | RVO.nl</extref> With
                                 the EIA companies pay less tax when they invest in energy-efficient
                                 technologies and sustainable energy. Companies can deduct 40% of
                                 the investment costs from the fiscal profits, on top of the usual
                                 depreciation, which results in an average tax deduction of
                                 10%.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 24</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in bestaande en nieuwe regelgeving.</al>
                  <al>Warmtewet art. 12a en artikel 7a van de warmteregeling.</al>
                  <al>Nieuwe wetgeving: art. 2.22 en art. 2.23 in WcW, uitwerking in
                                 AMvB (nog in ontwikkeling).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Nederland maakt gebruik van uitzondering in lid 10. 90% van
                                 warmtenetten betreft een efficiënt warmtenet.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Nederland maakt gebruik van uitzondering in lid 10. 90% van
                                 warmtenetten betreft een efficiënt warmtenet.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen. Vergt
                                 vaststellen indicatief cijfer van ten minste 2.2 procentpunt.
                                 Rapportage in INEK.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Vaststellen indicatief cijfer aandeel energie uit hernieuwbare
                                 bronnen en uit restwarmte en -koude in stadsverwarming en
                                 -koeling.</al>
                  <al>S mogen hernieuwbare elektriciteit meetellen.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4 bis</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4 ter</al>
                  <al>Lid 5</al>
                  <al>L:id 6</al>
                  <al>Lid 8</al>
                  <al>Lid 9</al>
                  <al>Lid 10</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Nederland maakt gebruik van uitzondering in lid 10. 90% van
                                 warmtenetten betreft een efficiënt warmtenet.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 25</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, eerste alinea, onderdeel a</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door wijziging van titel 9.7 Wet milieubeheer (art.
                                 9.7.2.1). Streefcijfer CO<inf>2</inf>-reductie nader vastgesteld in
                                 Besluit energie vervoer in art. 3 (lid 1), 5a (lid 1), 5d (lid
                                 1).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lidstaten kunnen bij de verplichting onderscheid maken in sturing
                                 op een hernieuwbare energiedoelstelling of een
                                 CO<inf>2</inf>-reductiedoelstelling. In titel 9.7 Wet milieubeheer
                                 (specifiek art. 9.7.2.1) wordt gekozen voor sturing op een
                                    CO<inf>2</inf>-reductiedoelstelling.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, eerste alinea, onderdeel b, en tweede alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in art. 9.7.2.1 (lid 1), 9.7.3.2 (lid 2), 9.7.4.6
                                 (lid 1), van de Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in streefcijfers
                                 in het Besluit energie vervoer in art. 3 (lid 4, 5 en 6), 5a (lid 4
                                 en 5), 5d (lid 3 en 4).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, derde alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in art. 9.7.2.1 (lid 1 t/m 3), 9.7.3.2 (lid 2, onder
                                 d) en 9.7.4.6 (lid 1, onder d) van de Wet milieubeheer, nader
                                 uitgewerkt in streefcijfers in Besluit energie vervoer in art. 5d
                                 (lid 4).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, vierde alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen in
                                 verslaglegging.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, vijfde alinea</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in art. 9.7.2.1 (lid 1), 9.7.3.2 (lid 2) en 9.7.4.6
                                 (lid 1) van de Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in streefcijfers
                                 in het Besluit energie vervoer in art 3, 5a en 5d.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in art. 9.7.2.1 (lid 1 en lid 4) juncto titel 9.8,
                                 9.7.3.2 (lid 2), 9.7.4.6 (lid 1) van de Wet milieubeheer. nader
                                 uitgewerkt in Hoofdstuk 2 van het Besluit energie vervoer en
                                 Hoofdstuk 2 van de Regeling energie vervoer.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie door feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lidstaten kunnen brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof
                                 in aanmerking nemen: van kan-bepaling wordt geen gebruik
                                 gemaakt.</al>
                  <al>Lidstaten mogen bij de vaststelling van de verplichting voor
                                 brandstofleveranciers:</al>
                  <al>a. bij leveranciers van elektriciteit en hernieuwbare brandstoffen
                                 van niet-biologische oorsprong, vrijstellen van een minimumaandeel
                                 geavanceerde biobrandstoffen en biogas: van kan-bepaling wordt
                                 gebruik gemaakt t.a.v. leveranciers van elektriciteit.</al>
                  <al>b. sturen op volumes, energie-inhoud of broeikasgasemissies:
                                 gekozen voor sturen op broeikasgasemissies.</al>
                  <al>c. onderscheid maken tussen verschillende energiedragers: van
                                 kan-bepaling wordt gebruik gemaakt, bijv. geen jaarverplichting op
                                 elektriciteit, LNG of CNG.</al>
                  <al>d. onderscheid maken tussen zeevervoerssector en andere sectoren;
                                 van kan-bepaling wordt gebruik gemaakt met vaststelling eigen
                                 jaarverplichting inzake sector zeevaart (artikel 9.7.2.1 Wet
                                 milieubeheer).</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie in par. 9.7.4 juncto art. 9.7.2.1 van de Wet
                                 milieubeheer</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lidstaten mogen particuliere oplaadpunten opnemen in mechanisme:
                                 van kan-bepaling wordt gebruik gemaakt via artikel 9.7.4.1, lid 1,
                                 onderdeel e, van de Wet milieubeheer.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 26</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>(Reeds) geïmplementeerd in de Wet milieubeheer in titel 9.7 Wet
                                 milieubeheer (art. 9.7.2.1, 9.7.4.1, lid 1, onderdelen a en b,
                                 9.7.4.6, lid 1, onderdeel a); streefcijfers nader ingevuld in
                                 Besluit energie vervoer in art. 3 (lid 3), 5a (lid 3) en 5d (lid
                                 3).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Vierde alinea: Lidstaten kunnen de art. 25-doelstelling verlagen
                                 in geval van een lager gebruik van voedsel- en voedergewassen van
                                 7%: van deze kan-bepaling wordt geen gebruik gemaakt.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>(Reeds) geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (art. 9.7.2.1,
                                 9.7.4.1, 9.7.4.2, 9.7.4.6, lid 1, onderdeel a) Vijfde alinea:
                                 behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 27</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, 2 en 5</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Adresseert de lidstaat: wordt vormgegeven door de berekening door
                                 de lidstaat bij de vaststelling van de hoogte van de
                                 jaarverplichting en het verschuldigd aantal per soort
                                 emissiereductie-eenheden ex artikel 9.7.2.1 van de Wet
                                 milieubeheer, nader uitgewerkt in het Besluit energie vervoer in
                                 art. 3, 5a en 5d.</al>
                  <al>En wordt ingevuld ex artikel 9.7.4.6, vierde lid, bij het
                                 vaststellen van regels over de berekening van de
                                 CO2-equivalent-ketenemissie (zie definitie <nadruk type="cur">CO2-equivalent-ketenemissie</nadruk> in artikel 9.7.1.1).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1, onderdeel d: van de kan-bepaling om brandstoffen op basis
                                 van hergebruikte koolstof mee te nemen in de berekening, wordt geen
                                 gebruik gemaakt.</al>
                  <al>Lid 1, tweede alinea: van de kan-bepaling tot verhoging van de
                                 max. 1,7% Bijlage IX-deel B-brandstoffen, wordt geen gebruik
                                 gemaakt.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3 en 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van de bepaling geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 6</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Wordt geregeld via erkenning door de Cie. van vrijwillige systemen
                                 ex artikel 30, vierde lid, RED.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 28</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 5</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie,
                                 bevoegdheid EC.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 7</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie,
                                 bevoegdheid EC.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 29</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Eerste alinea: art. 9.7.4.2, lid 1, onderdeel a, en 9.7.4.3,
                                 onderdeel a), van de Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in het
                                 Besluit energie vervoer in art. 3 (lid 1), 5a (lid 1) en 5d (lid
                                 1).</al>
                  <al>Tweede alinea: art. 9.7.4.2, lid 1, onderdeel a, en 9.7.4.3,
                                 onderdeel a), van de Wet milieubeheer,: deels reeds geïmplementeerd
                                 in art. 7 (lid 4), en art. 8 (lid 4), van het Besluit energie
                                 vervoer.</al>
                  <al>Vierde alinea: niet van toepassing op sector vervoer.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Tweede alinea, tweede volzin: Lidstaten kunnen sorteersystemen
                                 voor gemengd afval voorschrijven: van deze kan-bepaling wordt geen
                                 gebruik gemaakt.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Deels reeds geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (art. 9.7.4.2,
                                 lid 1, onderdeel a, en 9.7.4.3, onderdeel a), en in art. 7 (lid 3)
                                 en art. 8 (lid 3) van het Besluit energie vervoer.</al>
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Deels reeds geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (art. 9.7.4.2,
                                 lid 1, onderdeel a, en 9.7.4.3, onderdeel a), en in art. 7 (lid 3)
                                 en art. 8 (lid 3) van het Besluit energie vervoer.</al>
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 5</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Deels reeds geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (art. 9.7.4.2,
                                 lid 1, onderdeel a, en 9.7.4.3, onderdeel a), en in art. 7 (lid 3)
                                 en art. 8 (lid 3) van het Besluit energie vervoer.</al>
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 6</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Deels reeds geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (art. 9.7.4.2,
                                 lid 1, onderdeel a, en 9.7.4.3, onderdeel a), en in art. 7 (lid 3)
                                 en art. 8 (lid 3) van het Besluit energie vervoer.</al>
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 7 bis</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 7 ter</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 10</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 13</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen implementatie nodig: Niet van toepassing op NL.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 15</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Feitelijk handelen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 29 bis</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen en is
                                 uitgewerkt in art. 9.7.4.4, onderdeel a, van de Wet milieubeheer,
                                 nader uitgewerkt in het Besluit energie vervoer in art. 9 (lid 2)
                                 en 9a (lid 2).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie wordt vormgegeven door feitelijk handelen</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft geen implementatie, bevoegdheid EC.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Artikel 30</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1–2</al>
                  <al>(vervoer)</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Deels reeds geïmplementeerd met: onderdeel van certificering
                                 duurzaamheidssysteem ex artikel 30, lid 4, richtlijn (EU)
                                 2008/2001; verwerkt in bewijs van duurzaamheid (Proof of
                                 Sustainability; PoS) ex artikel 9.7.4.2 en 9.7.4.3 Wet
                                 milieubeheer; nader uit te werken in het Besluit energie vervoer
                                 nader uitgewerkt in het Besluit energie vervoer in art. 7 (lid 3)
                                 en 8 (lid 3).</al>
                  <al>Toepassing massabalans in artikel 9.7.6.2 Wet milieubeheer: nader
                                 uitgewerkt in artikel 6 van de Regeling energie vervoer.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 31</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Eerste alinea: art. 9.7.4.12 van de Wet milieubeheer, nader uit te
                                 werken in het Besluit energie vervoer in art. 16 tot en met
                                 24.</al>
                  <al>Tweede alinea:Eerste volzin: Behoeft geen omzetting, in de
                                 wetgeving wordt geen onderscheid gemaakt in geografische oorsprong
                                 en type grondstof.</al>
                  <al>Tweede alinea, tweede volzin: bekendmaking art. 9.7.4.14 van de
                                 Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in het Besluit energie vervoer
                                 in art. 32.</al>
                  <al>Opstellen passende norm voor onafhankelijke audits: nader uit te
                                 werken in het Besluit energie vervoer</al>
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 6</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie niet nodig.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 9</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Via diverse (subsidie)regelingen.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 10</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar haar aard geen implementatie, bevoegdheid EC.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 31 bis</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 1</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie,
                                 opdracht voor EC.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 2</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>artikel 9.7.1.3 Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in artikel 3b
                                 Regeling energie vervoer</al>
                  <al>Artikel 9.10.1.2. Concept wetsvoorstel Wet jaarverplichting
                                 hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de
                                 industrie</al>
                  <al>Artikel 9.9.1.2. Concept wetsvoorstel jaarverplichting groen
                                 gas.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 4</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Artikel 9.10.1.2. Concept wetsvoorstel Wet jaarverplichting
                                 hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de
                                 industrie</al>
                  <al>Artikel 9.9.1.2. Concept wetsvoorstel jaarverplichting groen
                                 gas</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 5</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>artikel 9.7.1.3 Wet milieubeheer, nader uitgewerkt in artikel 3b
                                 Regeling energie vervoer.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Geen nationale databank.</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 6</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie,
                                 opdracht voor EC.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 33</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Lid 3</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie,
                                 opdracht voor EC.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 35</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Bijlage I</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Reeds geïmplementeerd in artikel 9.7.2.1 Wm en nader uitgewerkt in
                                 Besluit Energie vervoer (art. 3).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Bijlage I bis</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Bijlage IX</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie Wet milieubeheer (art. 9.7.4.6, lid 1, onderdelen b
                                 en c, en art. 9.7.4.8, lid 1).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Wijziging Verordening (EU)
                                    2018/1999</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0" />
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Verwerkt in INEK</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry namest="col1" nameend="col3" colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Wijzigingen van Richtlijn
                                 98/70/EG</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 1</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Reeds geïmplementeerd in hoofdstuk 2 (art. 2.1) van het Besluit
                                 brandstoffen luchtverontreiniging.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 2</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Wijziging van artikel 1.1 van het Besluit brandstoffen
                                 luchtverontreiniging (gewijzigde definitie van biobrandstoffen;
                                 nieuwe definitie van leverancier).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 4, lid 1</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Wijziging van artikel 2.5 (lid 1) van het Besluit brandstoffen
                                 luchtverontreiniging</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 4, lid 2</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Reeds geïmplementeerd in art. 1.1 (definitie van gasolie voor
                                 mobile machines) en art. 2.6 (lid 1 en 2) van het Besluit
                                 brandstoffen luchtverontreiniging.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 7bis tot en met
                                 7sexies</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Implementatie via vervallen van titel 9.8 van de Wet milieubeheer
                                 (Rapportage – en reductieverplichting vervoersemissies).</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Artikel 9</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Behoeft naar de aard van deze bepaling geen implementatie.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">Bijlage I, II, IV en V</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Bijlage I en II: Implementatie via reeds bestaande art. 2.3 en 2.5
                                 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging en wijziging
                                 Regeling brandstoffen luchtverontreiniging.</al>
                  <al>Bijlage III en IV: implementatie via vervallen titel 9.8 van de
                                 Wet milieubeheer.</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
      </bijlage>
    </wet-besluit>
  </staatsblad>
</officiele-publicatie>