Besluit van 3 december 2018 tot wijziging van het Besluit tarieven in strafzaken 2003 in verband met de indexering van de vergoedingen voor psychiaters en psychologen en de verhoging van urenmaxima bij het opstellen van tripelrapportages

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister voor Rechtsbescherming van 8 november 2018, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2405220;

Gelet op de artikelen 3, eerste lid en 6, eerste lid, van de Wet tarieven in strafzaken;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, advies van 15 november 2018, nr. W.16.18.0350/II;

Gezien het nader rapport van de Minister voor Rechtsbescherming van 28 november 2018, directie Wetgeving en Juridische Zaken, nr. 2421138;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Besluit tarieven in strafzaken 2003 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «ten behoeve van een monorapportage ten hoogste veertien uur en ten behoeve van een dubbelrapportage of tripelrapportage ten hoogste achttien uur» vervangen door «ten behoeve van een monorapportage ten hoogste veertien uur, ten behoeve van een dubbelrapportage ten hoogste achttien uur en ten behoeve van een tripelrapportage ten hoogste vierentwintig uur».

2. In het derde lid wordt «ten behoeve van een monorapportage ten hoogste achttien uur en ten behoeve van een dubbelrapportage of tripelrapportage ten hoogste tweeëntwintig uur» vervangen door «ten behoeve van een monorapportage ten hoogste achttien uur, ten behoeve van een dubbelrapportage ten hoogste tweeëntwintig uur en ten behoeve van een tripelrapportage ten hoogste achtentwintig uur».

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt «ten behoeve van een monorapportage ten hoogste achttien uur en ten behoeve van een dubbelrapportage of tripelrapportage ten hoogste twintig uur» vervangen door «ten behoeve van een monorapportage ten hoogste achttien uur, ten behoeve van een dubbelrapportage ten hoogste twintig uur en ten behoeve van een tripelrapportage ten hoogste zesentwintig uur».

2. In het derde lid wordt «ten behoeve van een monorapportage ten hoogste tweeëntwintig uur en ten behoeve van een dubbelrapportage of tripelrapportage ten hoogste vierentwintig uur» vervangen door «ten behoeve van een monorapportage ten hoogste tweeëntwintig uur, ten behoeve van een dubbelrapportage ten hoogste vierentwintig uur en ten behoeve van een tripelrapportage ten hoogste dertig uur».

ARTIKEL II

Het Besluit tarieven in strafzaken 2003 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, wordt «€ 121,95» vervangen door «€ 122,63».

B

In artikel 3, eerste lid, wordt «€ 93,60» vervangen door «€ 94,12».

C

In artikel 6, aanhef, wordt «€ 121,95» vervangen door «€ 122,63».

D

Artikel 8, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de onderdelen a en d wordt «€ 121,95» vervangen door «€ 122,63».

2. In onderdeel b wordt «€ 93,60» vervangen door «€ 94,12».

E

In artikel 11, eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 2,84» vervangen door «€ 2,86».

ARTIKEL III

Het Besluit tarieven in strafzaken 2003 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, wordt «€ 122,63» vervangen door «€ 126,47».

B

In artikel 3, eerste lid, wordt «€ 94,12» vervangen door «€ 97,07».

C

In artikel 6, aanhef, wordt «€ 122,63» vervangen door «€ 126,47».

D

Artikel 8, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de onderdelen a en d wordt «€ 122,63» vervangen door «€ 126,47».

2. In onderdeel b wordt «€ 94,12» vervangen door «€ 97,07».

E

In artikel 11, eerste lid, onderdeel a, wordt «€ 2,86» vervangen door «€ 2,95».

ARTIKEL IV

  • 1. De in artikel I vastgestelde maximumaantallen uren die voor vergoeding in aanmerking komen, gelden voor opdrachten die zijn verstrekt op of na 1 september 2017.

  • 2. De in artikel II vastgestelde tarieven gelden voor opdrachten die zijn verstrekt in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018.

ARTIKEL V

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, met uitzondering van artikel III, dat in werking treedt met ingang van 1 januari 2019.

  • 2. Dit besluit werkt ten aanzien van de artikelen I en IV, eerste lid, terug tot en met 1 september 2017.

  • 3. Dit besluit werkt ten aanzien van de artikelen II en IV, tweede lid, terug tot en met 1 januari 2018.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 3 december 2018

Willem-Alexander

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker

Uitgegeven de achttiende december 2018

De Minister van Justitie en Veiligheid, F.B.J. Grapperhaus

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen deel

Dit besluit regelt de indexering van de tarieven voor de vergoedingen voor psychiaters en psychologen (Pro Justitia rapporteurs) voor hun werkzaamheden, tijdverzuim en reis- en verblijfkosten. Daarnaast wijzigt dit besluit het maximale aantal uren dat bij het opstellen van zogeheten tripelrapportages voor vergoeding in aanmerking komt.

De tarieven in het Besluit tarieven in strafzaken 2003 (hierna: Btis) voor psychiaters en psychologen zijn in 2017 gewijzigd. Bij die gelegenheid is tevens besloten de tarieven met ingang van 1 januari 2018 jaarlijks te indexeren aan de hand van de loonontwikkeling in de publieke sector. Gezien de naderende indexeringsdatum van 1 januari 2019 zijn de indexeringen voor de kalenderjaren 2018 en 2019 in één besluit opgenomen. Voor het kalenderjaar 2018 worden de tarieven verhoogd met 0,556%. Deze verhoging wordt met terugwerkende kracht toegepast per 1 januari 2018. Voor het kalenderjaar 2019 worden de tarieven verhoogd met 3,134% ten opzichte van de tarieven over het kalenderjaar 2018. De indexeringspercentages zijn gebaseerd op de loonontwikkeling in de publieke sector (Centraal Bureau voor de Statistiek, loonontwikkeling cao-sector overheid). Voor de indexering van het kalenderjaar 2018 is de loonontwikkeling in de periode van september 2016 tot en met september 2017 toegepast. Voor de indexering van het kalenderjaar 2019 betreft dit de periode van september 2017 tot en met september 2018.

Voorts wordt het maximale aantal uren dat bij het opstellen van tripelrapportages als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, en artikel 3, tweede en derde lid, Btis voor vergoeding in aanmerking komt, met zes uur verhoogd. Een tripelrapportage bestaat uit een psychiatrische en een psychologische rapportage, aangevuld met een zogenoemde milieurapportage. De verhoging wordt met terugwerkende kracht toegepast per 1 september 2017. In de praktijk worden deze verhoogde urenmaxima vanaf die datum reeds gehanteerd op basis van een circulaire die op 7 juli 2017 (Stcrt. 2017, 48264) is verzonden aan de Raad voor de rechtspraak, het College van procureurs-generaal en het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Voorheen waren de urenmaxima voor tripelrapportages gelijk aan die van dubbelrapportages (een psychiatrische en psychologische rapportage tezamen). In de praktijk is gebleken dat het aantal benodigde overleguren tussen de drie deskundigen met betrekking tot een tripelrapportage in de praktijk hoger ligt dan het aantal uren dat daarvoor forfaitair was vastgesteld. Daarom is besloten tot bovenvermelde verhoging.

Een conceptbesluit met daarin enkel de indexering voor het jaar 2018 is voorgelegd aan de Vereniging van Pro Justitia Rapporteurs, het NIFP, het College van procureurs-generaal en de Raad voor de rechtspraak. De Raad voor de rechtspraak heeft instemmend gereageerd en heeft aangegeven dat het conceptbesluit geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen. Het Landelijk Expertisecentrum Gerechtskosten, het expertisecentrum dat namens het openbaar ministerie het gerechtskostenbudget beheert, heeft zich afgevraagd of de indexering slechts voor de psychiaters en psychologen geldt of, zoals voorheen, voor alle deskundigen. Ik merk op dat de indexering niet alleen geldt voor psychiaters en psychologen, maar ook voor alle overige personen die onder artikel 6 van het Btis vallen. Het gaat daarbij om deskundigen die werkzaamheden verrichten waarvoor geen speciaal tarief in het Btis is bepaald.

In een latere versie van het conceptbesluit zijn de indexering voor 2019 en de wijziging van de urenmaxima voor tripelrapportages toegevoegd. Omdat de verhoogde urenmaxima reeds vanaf september 2017 worden toegepast en de indexering voor 2019 is gebaseerd op de cijfers van het CBS, is gekozen het conceptbesluit niet nogmaals ter consultatie aan genoemde partijen voor te leggen.

Financiële consequenties

De kosten van de deskundigen in strafzaken worden gefinancierd uit het budget gerechtskosten van het openbaar ministerie.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

De artikelen 2, tweede en derde lid, en 3, tweede en derde lid, Btis stellen onder meer maximumaantallen uren vast die voor vergoeding in aanmerking komen bij het opstellen van een tripelrapportage als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d, Btis. Deze maxima worden elk met zes uur verhoogd. De urenmaxima voor de vergoeding voor het opstellen van dubbelrapportages blijven ongewijzigd.

Artikel II, onderdelen A, B en C

De artikelen 2, eerste lid, onderdelen a en b, 3, eerste lid en 6 van het Btis stellen maximumtarieven vast voor de vergoeding van werkzaamheden verricht door geneeskundigen en psychologen. Deze tarieven worden verhoogd met 0,556% voor opdrachten die zijn verstrekt in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018. Hiermee wordt aangesloten bij de ontwikkeling van de cao-lonen sector overheid per uur inclusief bijzondere beloningen in september 2017 ten opzichte van een jaar eerder (CBS). Met het oog op de beschikbaarheid van de noodzakelijke gegevens is de indexering gebaseerd op ontwikkelingen in de periode die eindigt in september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de tariefaanpassing geldt.

Artikel II, onderdeel D

Artikel 8, eerste lid, van het Btis stelt maximumtarieven vast voor vergoedingen wegens tijdverzuim. Deze tarieven worden verhoogd met 0,556% voor opdrachten die zijn verstrekt in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018. Hiermee wordt aangesloten bij de ontwikkeling van de cao-lonen sector overheid per uur inclusief bijzondere beloningen in september 2017 ten opzichte van een jaar eerder (CBS).

Artikel II, onderdeel E

Artikel 11, eerste lid, onderdeel a, van het Btis stelt een tarief vast voor de vergoeding voor reis- en verblijfkosten van geneeskundigen, psychologen en andere personen aan wie werkzaamheden zijn opgedragen van wetenschappelijk of bijzondere aard. Het tarief wordt verhoogd met 0,556%, omdat dit bedrag mede bestaat uit een vergoeding wegens tijdverzuim. Nu het uurtarief wordt verhoogd, wordt ook dit bedrag aangepast.

Artikel III

Dit artikel regelt de indexering voor het kalenderjaar 2019 van dezelfde bedragen als bedoeld in artikel II. Deze tarieven worden met 3,134% verhoogd ten opzichte van de tarieven die gelden voor het kalenderjaar 2018. Hiermee wordt aangesloten bij de ontwikkeling van de cao-lonen sector overheid per uur inclusief bijzondere beloningen in september 2018 ten opzichte van een jaar eerder (CBS). Met het oog op de beschikbaarheid van de noodzakelijke gegevens is de indexering gebaseerd op ontwikkelingen in de periode die eindigt in september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de tariefaanpassing geldt.

Artikel IV, eerste lid

De verhoging van de urenmaxima voor tripelrapportages wordt met terugwerkende kracht toegepast voor opdrachten die zijn verstrekt op of na 1 september 2017. In de praktijk worden deze verhoogde urenmaxima vanaf die datum reeds gehanteerd op basis van een circulaire die op 7 juli 2017 (Stcrt. 2017, 48264) is verzonden aan de Raad voor de Rechtspraak, het College van procureurs-generaal en het NIFP.

Artikel IV, tweede lid

De in artikel II vastgestelde tarieven gelden enkel voor opdrachten die zijn verstrekt in de periode van 1 januari 2018 tot en met 31 december 2018. Voor opdrachten die vóór 1 januari 2018 zijn verstrekt, blijven de oude tarieven gelden. Voor opdrachten die op of na 1 januari 2019 zijn verstrekt, gelden de tarieven als bedoeld in artikel III.

Artikel V, eerste lid

Het is wenselijk dit besluit in afwijking van de vaste verandermomenten zo snel mogelijk in werking te laten treden, zodat de indexering voor het kalenderjaar 2018 spoedig met terugwerkende kracht in de praktijk kan worden doorgevoerd. Omdat dit besluit ook de indexering voor het kalenderjaar 2019 regelt, is het wenselijk dat artikel III op 1 januari 2019 in werking treedt.

Artikel V, tweede lid

Dit onderdeel bepaalt dat de verhoging van de urenmaxima voor het opstellen van tripelrapportages terugwerkt tot en met 1 september 2017.

Artikel V, derde lid

Dit onderdeel bepaalt dat de indexering voor het kalenderjaar 2018 terugwerkt tot en met 1 januari 2018.

De Minister voor Rechtsbescherming, S. Dekker


XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid jo vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.

Naar boven