Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatsblad 2017, 257AMvB

Besluit van 7 juni 2017 tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WNT onder meer in verband met de inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT en wijziging van bijlage 1 bij de Wet normering topinkomens

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, van 21 april 2017, nr. 2017-0000188663, in overeenstemming met Onze Minister van Economische Zaken en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 1.3, tweede lid, onderdeel d, 2.1, vierde lid, 3.1, vijfde lid, van de Wet normering topinkomens;

De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 10 mei 2017, nr. W04.17.0128/I);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 mei 2017, nr. 2017-0000232354;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

Het Uitvoeringsbesluit WNT wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt «Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector» vervangen door: Wet normering topinkomens.

B

De artikelen 2 en 2a vervallen.

C

In artikel 4, vijfde lid, wordt «worden afgerond op vijfhonderd euro’s» vervangen door: worden naar boven afgerond op honderd euro’s.

D

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «artikel 7.3 eerste tot en met derde lid» vervangen door: artikel 7.3, eerste tot en met derde lid.

2. In het tweede lid wordt «artikel 7.3, negende lid» vervangen door: artikel 7.3, achtste lid.

ARTIKEL II

Bijlage 1 bij artikel 1.3, eerste lid, onderdeel d, van de Wet normering topinkomens wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder het opschrift Ministerie van Economische Zaken wordt «3. De Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek te Wageningen» vervangen door: 3. De Stichting Wageningen Research.

2. Onder het opschrift Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt «9. De Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie te Utrecht» vervangen door: 9. Patiëntenfederatie Nederland te Utrecht.

ARTIKEL III

  • 1. Artikel I, onderdeel A, treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel I, onderdeel AM, van de Evaluatiewet WNT in werking treedt.

  • 2. Artikel I, onderdeel B, treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel I, onderdelen Q en W, van de Evaluatiewet WNT in werking treedt en werkt terug tot en met 1 januari 2017.

  • 3. Artikel I, onderdeel D, onder 2, treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel I, onderdeel AG, van de Evaluatiewet WNT in werking treedt.

  • 4. Artikel I, onderdelen C, D, onder 1, en artikel II treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

Wassenaar, 7 juni 2017

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk

Uitgegeven de twintigste juni 2017

De Minister van Veiligheid en Justitie, S.A. Blok

NOTA VAN TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Met onderhavig besluit wijzigt het Uitvoeringsbesluit WNT en bijlage 1 bij de Wet normering topinkomens (hierna: WNT). Het besluit bestaat ten eerste uit enkele wijzigingen naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT.1 Met die wet zijn verschillende wijzigingen in de WNT doorgevoerd naar aanleiding van de eerste integrale evaluatie van de WNT. Een aantal van die wijzigingen heeft consequenties voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nader uitgewerkte bepalingen die in het Uitvoeringsbesluit WNT zijn vastgelegd. Daarom is het Uitvoeringsbesluit WNT op enkele onderdelen gewijzigd. Ten tweede voert dit besluit een technische wijziging door in de wijze waarop normbedragen met betrekking tot de normering van de bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking worden geïndexeerd. Ten derde wordt bijlage 1 bij de WNT gewijzigd in verband met de naamswijziging van twee instellingen die op deze bijlage vermeld staan.

2. Variabele beloningen

In de voormalige artikelen 2.11 en 3.8 van de WNT was vastgelegd dat WNT-instellingen en hun topfunctionarissen geen winstdelingen, bonusbetalingen of andere vormen van variabele beloning mogen overeenkomen. Met de inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT is met ingang van 1 januari 2017 het algehele verbod op variabele beloningen komen te vervallen. In betreffende artikelen was mogelijk gemaakt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur variabele beloningen uit te zonderen van dit verbod. Met het vervallen van het verbod op variabele beloningen zijn deze uitzonderingen niet langer nodig. Artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit WNT kan daarom vervallen.

3. De normering van de bezoldiging van de topfunctionaris zonder dienstbetrekking

Met de inwerkingtreding van de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT en opname van de daarmee samenhangende grondslagbepalingen in het Uitvoeringsbesluit WNT is op 1 januari 2016 een nieuwe systematiek voor de normering van de bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking van kracht geworden. Daarmee is invulling gegeven aan de wens om ook bij topfunctievervulling zonder diensbetrekking korter dan zes maanden tot normering van de bezoldiging te komen, uitvoeringsproblemen met de voorgaande regeling op te lossen en tegelijkertijd tot een systematiek te komen die recht doet aan de bijzonderheden van interimfunctievervulling. Binnen de systematiek wordt een maximum per kalendermaand voor de eerste zes maanden gesteld (in 2017: € 24.500 per maand), een maximum per kalendermaand voor de opeenvolgende zes kalendermaanden (in 2017: € 18.500 per maand) en een maximum uurtarief (in 2017: € 176 per uur). Na twaalf maanden topfunctievervulling zonder dienstbetrekking is het wettelijk bezoldigingsmaximum, respectievelijk de toepasselijke sectorale norm, van toepassing. Deze normbedragen worden ingevolgde artikel 4, vijfde lid, Uitvoeringsbesluit WNT jaarlijks geïndexeerd volgens dezelfde rekenregel als het wettelijk bezoldigingsmaximum. Thans worden de beide maxima per kalendermaand afgerond op € 500. In 2017 is gebleken dat afronding op € 500 tot een relatief sterke verhoging van de maxima leidde (van € 24.000 en € 18.000 naar respectievelijk € 24.500 en € 18.500). Afronding op honderdtallen zorgt voor een meer gelijkmatige verhoging van de maxima. Ook past afronding op honderdtallen beter bij de absolute hoogte van de maandmaxima. In aansluiting bij de afronding van het wettelijk bezoldigingsmaximum is gekozen voor afronding naar boven.

4. Gevolgen voor regeldruk

Dit besluit brengt geen gevolgen voor regeldruk met zich mee. De gevolgen voor de administratieve lasten als gevolg van de afschaffing van het verbod op variabele beloning zijn reeds berekend en opgenomen in de memorie van toelichting bij de Evaluatiewet WNT.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Deze wijziging hangt samen met de wijziging van de citeertitel van de wet die is opgenomen in artikel I, onderdeel AM, van de Evaluatiewet WNT.

Artikel I, onderdeel B

Als gevolg van het laten vervallen van het verbod op variabele beloningen zijn artikelen 2 en 2a van dit besluit komen te vervallen. Verwezen wordt naar paragraaf 2 van het algemeen deel van deze nota van toelichting.

Artikel I, onderdeel C

In plaats van met € 500 zullen de bedragen die van toepassing zijn op de bezoldiging van topfunctionarissen zonder dienstbetrekking voortaan worden afgerond op € 100. Daarbij is tevens bepaald dat afronding op € 100 naar boven geschiedt. Verwezen wordt naar paragraaf 3 van het algemeen deel van deze nota van toelichting.

Artikel I, onderdeel D

De wijziging onder 1 betreft een redactionele verbetering. De wijziging onder 2 hangt samen met het feit dat het voorheen het negende lid van artikel 7.3 met de inwerkingtreding van de Evaluatiewet WNT is vernummerd tot achtste lid.

Artikel II

De wijzigingen onder de opschriften Ministerie van Economische Zaken en Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in bijlage 1 bij de Wet normering topinkomens hangt samen met de naamswijzigingen van twee op die bijlage opgenomen instellingen.

Artikel III

Artikel I, onderdeel A, heeft betrekking op de wijziging van de citeertitel van de wet en treedt in werking op het tijdstip dat de wijziging van de citeertitel, zoals opgenomen in artikel I, onderdeel AM, van de Evaluatiewet WNT in werking treedt. Artikel I, onderdeel B, heeft betrekking op de afschaffing van het bonusverbod en treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel I, onderdelen Q en W, van de Evaluatiewet WNT, waarmee het bonusverbod wordt afgeschaft, in werking treedt. Aan dit onderdeel wordt, net als aan de genoemde bepalingen uit de Evaluatiewet WNT, terugwerkende kracht verleend tot 1 januari 2017. Artikel I, onderdeel D, onder 2, betreft een wijziging die samenhangt met een vernummering van de leden van artikel 7.3 en treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel 7.3, zoals opgenomen in artikel I, onderdeel AG, van de Evaluatiewet WNT, in werking treedt. De overgebleven bepalingen van artikel I en artikel II hebben geen relatie met bepalingen uit de Evaluatiewet WNT en zullen in werking treden met ingang van de dag na publicatie van dit besluit in het Staatsblad.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.A. Plasterk


X Noot
1

Stb. 2017-151.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 26, zesde lid j° vijfde lid, van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.