Wet van 2 oktober 2013, houdende regels met betrekking tot het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer (Wet gebruik Friese taal)

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in een taalwet de positie van de Friese taal in het bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer te verankeren en de gelijke rechten van de Nederlandse taal en de Friese taal binnen de provincie Fryslân te waarborgen;

Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

In deze wet wordt verstaan onder Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Artikel 2

De officiële talen in de provincie Fryslân zijn het Nederlands en het Fries.

Artikel 2a

Gelet op de gezamenlijke verantwoordelijkheid en zorgplicht voor de Friese taal en cultuur maken het Rijk en de provincie Fryslân periodiek bestuursafspraken ter uitwerking van de verantwoordelijkheid inzake de Friese taal en cultuur. Vanwege de internationale verdragsafspraken op dit terrein kunnen de bestuursafspraken ook voor de Friese taal en cultuur relevante beleidsterreinen omvatten die liggen buiten het gebruik van de Friese taal in het bestuurlijk verkeer en in het rechtsverkeer.

HOOFDSTUK 2. GEBRUIK VAN DE FRIESE TAAL IN HET BESTUURLIJK VERKEER

Artikel 3

  • 1. Een ieder kan de Friese taal gebruiken in het verkeer met bestuursorganen, voor zover deze in de provincie Fryslân zijn gevestigd, alsmede met de onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen.

  • 2. Het eerste lid geldt niet indien het bestuursorgaan heeft verzocht de Nederlandse taal te gebruiken op de grond dat het gebruik van de Friese taal tot een onevenredige belasting van het bestuurlijk verkeer zou leiden.

Artikel 4

  • 1. Bestuursorganen en de onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen kunnen in het verkeer binnen de provincie Fryslân de Friese taal gebruiken.

  • 2. Het eerste lid geldt niet indien een wederpartij heeft verzocht de Nederlandse taal te gebruiken op de grond dat het gebruik van de Friese taal tot een onbevredigend verloop van het mondeling verkeer zou leiden.

Artikel 5

  • 1. In de provincie Fryslân gevestigde bestuursorganen die niet tot de centrale overheid behoren, stellen regels op over het gebruik van de Friese taal in schriftelijke stukken en in het mondeling verkeer. De regels bevatten in ieder geval bepalingen gericht op het versterken van de positie van de Friese taal binnen het werkgebied van het betreffende bestuursorgaan.

  • 2. In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde regels, stellen deze bestuursorganen tevens een beleidsplan inzake het gebruik van de Friese taal op.

  • 3. De bestuursorganen van de gemeenten Ameland, Schiermonnikoog, Terschelling, Vlieland en Weststellingwerf zijn vrijgesteld van de verplichtingen, bedoeld in het eerste en tweede lid.

  • 4. Bestuursorganen die niet tot de centrale overheid behoren en die niet in de provincie Fryslân gevestigd zijn, waarvan het werkterrein zich uitstrekt tot de provincie Fryslân of een deel daarvan, kunnen regels stellen over het gebruik van de Friese taal, in het bijzonder in schriftelijke stukken.

Artikel 6

  • 1. Onze Minister die het aangaat, kan voor onderdelen van de centrale overheid waarvan het werkterrein zich uitstrekt tot de provincie Fryslân of een deel daarvan, regels stellen over het gebruik van de Friese taal in schriftelijke stukken en in het mondeling verkeer.

  • 2. Ter uitvoering van het eerste lid kan een onderdeel van de centrale overheid een beleidsplan opstellen inzake het gebruik van de Friese taal.

Artikel 7

  • 1. Een schriftelijk stuk in de Friese taal wordt tevens in de Nederlandse taal opgesteld, indien het:

    • a. bestemd of mede bestemd is voor buiten de provincie Fryslân gevestigde bestuursorganen of bestuursorganen van de centrale overheid; of

    • b. algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels inhoudt.

  • 2. De bekendmaking, mededeling of terinzagelegging van een schriftelijk stuk als bedoeld in het eerste lid geschiedt in ieder geval ook in de Nederlandse taal, tenzij redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat.

Artikel 8

  • 1. Indien een schriftelijk stuk in de Friese taal is opgesteld, verstrekt het bestuursorgaan daarvan op verzoek een vertaling in de Nederlandse taal.

  • 2. Het bestuursorgaan kan voor het vertalen een vergoeding van ten hoogste de kosten verlangen.

  • 3. Voor het vertalen kan geen vergoeding worden verlangd, indien het schriftelijk stuk:

    • a. de notulen van de vergadering van een vertegenwoordigend orgaan inhoudt en:

      • 1.° het belang van de verzoeker rechtstreeks bij het genotuleerde is betrokken, of

      • 2.° de vaststelling van algemeen verbindende voorschriften of beleidsregels betreft; of

    • b. een besluit of andere handeling inhoudt waarbij de verzoeker belanghebbende is.

Artikel 9

  • 1. Een ieder kan in vergaderingen van in de provincie Fryslân gevestigde vertegenwoordigende organen de Friese taal gebruiken.

  • 2. Hetgeen in de Friese taal is gezegd, wordt in de Friese taal genotuleerd.

HOOFDSTUK 3. GEBRUIK VAN DE FRIESE TAAL IN HET RECHTSVERKEER

Artikel 10

  • 1. Hij die ter uitvoering van een wettelijk voorschrift mondeling een eed, belofte of bevestiging moet afleggen, is bevoegd in plaats van de wettelijk voorgeschreven woorden de daarmede in de Friese taal overeenkomende woorden uit te spreken.

  • 2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, treden:

    • a. indien een eed wordt afgelegd, voor de woorden: «Zo waarlijk helpe mij God Almachtig» in de plaats de woorden: «Sa wier helpe my God Almachtich»;

    • b. indien een belofte wordt afgelegd, voor de woorden: «Dat beloof ik» in de plaats de woorden: «Dat ûnthjit ik»;

    • c. indien een bevestiging wordt afgelegd, voor de woorden: «Dat verklaar ik» in de plaats de woorden: «Dat ferklearje ik».

Artikel 11

Een persoon die in de provincie Fryslân woont, feitelijk verblijf houdt of zetel heeft en die ter terechtzitting bij de rechtbank Noord-Nederland of het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van ambtswege het woord voert dan wel verplicht is zich aan een verhoor te onderwerpen of bevoegd is het woord te voeren, is bevoegd zich te bedienen van de Friese taal.

Artikel 12

  • 1. Indien een verdachte, partij, getuige of belanghebbende zich ter terechtzitting op de voet van artikel 11 wil bedienen van de Friese taal, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft ambtshalve of op verzoek zonodig dat bijstand wordt verleend door een tolk. Artikel 276 van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing indien het onderzoek ter terechtzitting plaatsvindt in het kader van een strafzaak.

  • 2. De vergoeding aan de tolk die ingevolge het eerste lid is opgetreden, komt ten laste van het Rijk.

  • 3. In afwijking van het tweede lid kan de rechter bepalen dat in een civiele zaak de vergoeding aan de tolk ten laste komt van degene op wiens verzoek bijstand door een tolk wordt verleend, indien achteraf blijkt dat de kosten voor bijstand door een tolk, nodeloos zijn aangewend.

Artikel 13

Indien een verdachte of getuige zich ter terechtzitting in een strafzaak buiten de gevallen bedoeld in artikel 11 wil bedienen van de Friese taal en aannemelijk maakt dat hij zich in het Nederlands onvoldoende kan uitdrukken, bepaalt de rechter die de leiding van de zitting heeft, indien hij zulks wenselijk acht, dat bijstand wordt verleend door een tolk. Artikel 276 van het Wetboek van Strafvordering is van toepassing.

Artikel 14

  • 1. Hetgeen in de Friese taal is gesproken wordt, indien het in het proces-verbaal wordt opgenomen, in die taal vermeld. De rechter kan bepalen dat een vertaling in het Nederlands wordt gemaakt.

  • 2. Indien naar het oordeel van de rechter opneming van het gesprokene in de Friese taal in redelijkheid niet kan worden gevergd, wordt het in het Nederlands in het proces-verbaal opgenomen en wordt daarin aangetekend dat de Friese taal is gebezigd.

Artikel 15

  • 1. In strafzaken, civiele zaken en bestuursrechtelijke zaken die aanhangig zijn bij de rechtbank Noord-Nederland of het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, mogen processtukken, met uitzondering van dagvaardingen in strafzaken, in de Friese taal worden gesteld.

  • 2. In dagvaardingen in strafzaken als bedoeld in het eerste lid alsmede in oproepingen of uitnodigingen voor een zitting in andere zaken, wordt vermeld dat de verdachte, partij, getuige of belanghebbende het recht heeft om op de zitting Fries te spreken indien de betrokkene in de provincie Fryslân woont, feitelijk verblijf houdt of zetel heeft. Indien een dergelijke vermelding ontbreekt wordt de behandeling van de zaak slechts voortgezet indien aannemelijk is dat de verdachte, partij, getuige of belanghebbende daardoor niet in zijn belangen is geschaad ofwel alsnog voldoende gelegenheid heeft gehad om zich op het gebruik van de Friese taal op de zitting voor te bereiden.

  • 3. Indien dat voor een goede beoordeling van in de Friese taal gestelde processtukken als bedoeld in het eerste lid wenselijk is, kan de rechter ambtshalve of op verzoek van een van de andere bij de zaak betrokkenen bepalen dat een vertaling in het Nederlands wordt opgesteld, die aan de stukken wordt toegevoegd.

  • 4. De kosten van een vertaling als bedoeld in het derde lid komen ten laste van het Rijk.

  • 5. In afwijking van het vierde lid kan de rechter bepalen dat in een civiele zaak de kosten van een vertaling ten laste komen van de bij de zaak betrokkene die om de vertaling in het Nederlands heeft verzocht, indien achteraf blijkt dat de kosten nodeloos zijn aangewend.

Artikel 16

  • 1. Indien stukken of opgaven, welke ingevolge wettelijk voorschrift in openbare registers moeten worden ingeschreven, in de Friese taal zijn gesteld, wordt tevens de overlegging gevorderd van getrouwe vertalingen in het Nederlands, vervaardigd en voor overeenstemmend verklaard door een voor de Friese taal als bevoegd toegelaten beëdigde vertaler of, indien de inschrijving betrekking heeft op een notariële akte, door de notaris, die de akte heeft verleden.

  • 2. De in de Friese taal gestelde stukken of opgaven worden samen met de vertalingen ingeschreven in het register. Tenzij in de stukken of opgaven anders is bepaald, geldt de tekst van de Nederlandse vertaling.

  • 3. Indien het een notariële akte in de Friese taal betreft van oprichting van een vereniging of stichting, dan wel houdende de statuten van een dergelijk rechtspersoon, kan in afwijking van het eerste en tweede lid worden afgezien van een vertaling in het Nederlands indien de vereniging of stichting haar werkzaamheden geheel of gedeeltelijk in de provincie Fryslân verricht.

  • 4. In afwijking van het eerste lid worden in de provincie Fryslân akten van de burgerlijke stand zowel in de Friese taal als in het Nederlands opgemaakt.

Artikel 17

  • 1. In alle gevallen, waarin een ontwerp van een akte de goedkeuring behoeft van een rechter, kan de definitieve akte in de Friese taal worden opgemaakt, mits daaronder wordt gesteld een verklaring van een voor de Friese taal als bevoegd toegelaten beëdigde vertaler waaruit blijkt, dat de akte een getrouwe vertaling is van het door de rechter goedgekeurde ontwerp. Wordt de akte notarieel verleden, dan kan de verklaring van de beëdigde vertaler worden vervangen door een verklaring van de notaris, die de akte verlijdt.

  • 2. Van een ontwerp van een akte in het Nederlands kan worden afgezien indien het ontwerp van een akte wordt voorgelegd aan een rechter van de rechtbank Noord-Nederland of het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

HOOFDSTUK 4. INSTELLING ORGAAN VOOR DE FRIESE TAAL

Artikel 18

  • 1. Er is een Orgaan voor de Friese taal, hierna te noemen: het Orgaan.

  • 2. Het Orgaan is gevestigd te Leeuwarden.

Artikel 19

  • 1. Het Orgaan heeft tot taak de gelijke positie van de Friese taal en de Nederlandse taal in de provincie Fryslân te bevorderen.

  • 2. Het Orgaan doet dit in elk geval door:

    • a. te rapporteren over de behoeften en de wensen ten aanzien van de Friese taal en cultuur in relatie tot deze wet alsmede tot het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden aan:

      • 1°. Onze Minister;

      • 2°. andere ministers, voor zover die verantwoordelijk zijn voor onderdelen van de centrale overheid die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben;

      • 3°. andere bestuursorganen, voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als werkgebied hebben; en

      • 4°. rechterlijke instanties voor zover die in de provincie Fryslân gevestigd zijn dan wel de provincie Fryslân als rechtsgebied hebben;

    • b. te adviseren over de totstandkoming en de uitvoering van de Bestuursafspraak Friese taal en cultuur en de uitvoeringsconvenanten, aan:

      • 1°. Onze Minister; en

      • 2°. gedeputeerde staten van de provincie Fryslân;

    • c. ondersteuning te bieden bij het opstellen van regels en beleidsplannen als bedoeld in de artikelen 5 en 6.

  • 3. De in het tweede lid, onder a, onder 1° tot en met 4°, genoemde bestuursorganen en instanties sturen binnen drie maanden na ontvangst van de rapportage een reactie aan het Orgaan op de aan hen gerichte rapportage.

Artikel 20

  • 1. Het Orgaan bestaat uit vijf leden, onder wie een voorzitter en een vicevoorzitter.

  • 2. De voorzitter, vicevoorzitter en overige leden van het Orgaan worden, op voordracht van gedeputeerde staten van de provincie Fryslân door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen. De benoeming geldt voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming is mogelijk voor een periode van ten hoogste vier jaar.

  • 3. Het Orgaan kan waarnemers toelaten.

Artikel 21

  • 1. Het Orgaan heeft een secretaris.

  • 2. De secretaris is voor zijn werkzaamheden voor het Orgaan uitsluitend verantwoording schuldig aan het Orgaan.

  • 3. Aan de secretaris kunnen andere medewerkers worden toegevoegd.

  • 4. De secretaris en de andere medewerkers zijn geen lid van het Orgaan.

  • 5. Onze Minister benoemt, bevordert, schorst en ontslaat, na overleg met de voorzitter van het Orgaan, de secretaris en de andere medewerkers.

Artikel 22

Het Orgaan voert de in artikel 19 genoemde taken uit op basis van een tweejaarlijks werkprogramma, dat na overleg met Onze Minister wordt opgesteld.

Artikel 23

Het beheer van de bescheiden betreffende de werkzaamheden van het Orgaan geschiedt met inachtneming van de beheersregels en het bepaalde bij en krachtens de Archiefwet 1995. De bescheiden worden na het beëindigen van de werkzaamheden overgedragen aan het archief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

HOOFDSTUK 5. OPNEMING VAN DE FRIESE FORMULERINGEN INZAKE EED EN BELOFTE IN OVERIGE WETGEVING

Artikel 24

Aan artikel 3 van de Advocatenwet wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 3. Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:

    «Ik swar (ûnthjit) trou oan de Kening, it neilibjen fan ’e Grûnwet, earbied foar de rjochterlike autoriteiten, en dat ik gjin saak oanrikkemandearje of ferdigenje sil, dêr’t ik ynderlik fan oertsjûge bin dat dy net rjochtfeardich is.»

Artikel 25

Aan artikel 16 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 5. Wanneer de eed dan wel belofte, bedoeld in het vierde lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed dan wel belofte als volgt:

    «Ik swar (ûnthjit) dat ik de funksje fan amtner fan de boargerlike stân mei earlikheid en soarchfâldichheid útoefenje sil en dat ik de wetlike foarskriften oangeande de boargerlike stân op ’en sekuersten neikomme sil; dat ik fierders, foar it krijen fan myn oanstelling, streekrjocht noch midlik, ûnder hokker namme of útwynsel dan ek, oan immen eat jûn of tasein haw, en dat ik, om eat yn dizze funksje te dwaan of te litten, fan gjinien tasizzingen of geskinken, likefolle hokker, oannimme sil, midlik of streekrjocht. Sa wier helpe my God almachtich». («Dat ferklearje en ûnthjit ik»).

Artikel 26

De Gerechtsdeurwaarderswet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 9 wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:

    «Ik swar (ûnthjit) trou oan de Kening en de Grûnwet.»

    «Ik swar (ûnthjit), dat ik my hâlde en drage sil neffens de wetten en foarskriften sa’t dy op myn amt fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik en sekuer útfiere sil.»

    «Fierders swar (ferklearje) ik, dat ik, om ta gerjochtsdoarwarder beneamd te wurden, midlik of streekrjocht oan gjinien, ûnder wat namme of wat útwynsel ek, likefolle hokker jeften of geskinken tasein of ôfjûn haw, noch tasizze of ôfjaan sil».

B

In artikel 23 wordt, onder vernummering van het vierde lid tot vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het derde lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:

    «Ik swar (ûnthjit) trou oan de Kening en de Grûnwet.»

    «Ik swar (ûnthjit), dat ik my hâlde en drage sil neffens de wetten en foarskriften sa’t dy op myn amt fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik en sekuer útfiere sil.»

C

In artikel 28 wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:

    «Ik swar (ûnthjit) trou oan de Kening en de Grûnwet.»

    «Ik swar (ûnthjit), dat ik my hâlde en drage sil neffens de wetten en foarskriften sa’t dy op it amt fan gerjochtsdoarwarder fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik en sekuer útfiere sil.»

Artikel 27

De Wet beëdigde tolken en vertalers wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 13 wordt, onder vernummering van het tweede tot derde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:

    «Ik swar/ûnthjit dat ik myn wurk as beëdige tolk earlik, sekuer en ûnpartidich útfiere sil en my by it útoefenjen fan myn wurk as tolk hâlde en drage sil sa’t dat in beëdige tolk foeget».

    «Ik swar/ûnthjit dat ik geheimhâlding betrachtsje sil oangeande fertroulike ynformaasje dêr’t ik troch myn wurk kunde oan krij».

B

In artikel 14 wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 2. Wanneer de eed of belofte, bedoeld in het eerste lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:

    «Ik swar/ûnthjit dat ik myn wurk as beëdige oersetter earlik, sekuer en ûnpartidich útfiere sil en my by it útoefenjen fan myn wurk as oersetter hâlde en drage sil sa’t dat in beëdige oersetter foeget».

    «Ik swar/ûnthjit dat ik geheimhâlding betrachtsje sil oangeande fertroulike ynformaasje dêr’t ik troch myn wurk kunde oan krij».

C

Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid vervalt onder vernummering van het derde en vierde lid tot tweede en derde lid.

2. In het derde lid (nieuw) wordt «het eerste tot en met derde lid» vervangen door: het eerste en tweede lid.

Artikel 28

Aan de bijlage bij de Wet op de rechterlijke organisatie wordt toegevoegd:

Wanneer de eed of belofte door een deskundig lid in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:

Wannear’t de eed of belofte troch in saakkundich lid yn de Fryske taal ôflein wurdt, is de tekst fan de eed of belofte lykas folget:

Ik swar/ûnthjit dat ik trou wêze sil oan de Kening, en dat ik de Grûnwet en alle oare wetten ûnderhâlde en neikomme sil.

Ik swar/ferklearje dat ik streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of útwynsel ek, foar it krijen fan in beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.

Ik swar/ferklearje dat ik nea likefolle hokker jeften of geskinken oannimme of ûntfange sil fan hokker persoan dan ek fan wa’t ik wit of tink dat hy in proses hat of krije sil dêr’t ik as saakkundich lid yn behelle wêze kinne soe.

Ik swar/ûnthjit dat ik gegevens dy’t ik as saakkundich lid ta myn foldwaan krij en dêr’t ik fan wit of yn alle ridlikheid fan oannimme moat dat dy in fertroulik karakter hawwe, geheim hâlde sil, útsein as in wetlik foarskrift, likefolle hokker, my ta meidieling ferplichtet of as út myn wurk as saakkundich lid de needsaak ta meidieling folget.

Ik swar/ûnthjit dat ik myn wurk as saakkundich lid earlik, sekuer en ûnpartidich, sûnder ûnderskie te meitsjen tusken persoanen, ferrjochtsje sil en my dêrby hâlde en drage sil sa’t in goed saakkundich lid foeget.

Sa wier helpe my God Almachtich!/Dat ferklearje en ûnthjit ik!

Op........................, waard yn.....................

yn bywêzen fan (1)..............................

troch (2).............................

de boppeneamde eed/belofte ôflein.

(1).............................

(2).............................

Artikel 29

In artikel 3 van de Wet op het notarisambt wordt, onder vernummering van het derde tot en met vijfde lid tot vierde tot en met zesde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 3. Wanneer de eed, bedoeld in het tweede lid, in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed als volgt:

    «Ik swar trou oan de Kening en de Grûnwet en earbied foar de rjochterlike autoriteiten.

    Ik swar, dat ik my hâlde en drage sil neffens de wetten, de regleminten en de oarderingen dy’t op it notarisamt fan tapassing binne en dat ik myn taak earlik, sekuer en ûnpartidich útfiere sil; dat ik geheimhâlding betrachtsje sil oangeande alles dêr’t ik troch myn amt kunde oan krij en dat ik fierders, streekrjocht noch midlik, ûnder hokker namme of útwynsel dan ek, foar it krijen fan myn beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.»

Artikel 30

Aan de eerste bijlage bij de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren wordt toegevoegd:

Wanneer de eed of belofte door een rechterlijk ambtenaar in de Friese taal wordt afgelegd, luidt de tekst van de eed of belofte als volgt:

Ik swar/ûnthjit dat ik trou wêze sil oan de Kening, en dat ik de Grûnwet en alle oare wetten ûnderhâlde en neikomme sil.

Ik swar/ferklearje dat ik streekrjocht noch midlik, ûnder wat namme of útwynsel ek, foar it krijen fan in beneaming oan immen eat jûn of tasein haw, noch jaan of tasizze sil.

Ik swar/ferklearje dat ik nea likefolle hokker jeften of geskinken oannimme of ûntfange sil fan hokker persoan dan ek fan wa’t ik wit of tink dat hy in proses hat of krije sil dêr’t myn amtsferrjochtingen yn te pas komme kinne soene.

Ik swar/ûnthjit dat ik gegevens dy’t ik by it útoefenjen fan myn amt ta myn foldwaan krij en dêr’t ik fan wit of yn alle ridlikheid fan oannimme moat dat dy in fertroulik karakter hawwe, geheim hâlde sil, útsein as in wetlik foarskrift, likefolle hokker, my ta meidieling ferplichtet of as út myn amt de needsaak ta meidieling folget.

Ik swar/ûnthjit dat ik myn amt earlik, sekuer en ûnpartidich, sûnder ûnderskie te meitsjen tusken persoanen, ferrjochtsje sil en my dêrby hâlde en drage sil sa’t in goed rjochterlik amtner foeget.

Sa wier helpe my God Almachtich!/Dat ferklearje en ûnthjit ik!

Op........................, waard yn.....................

yn bywêzen fan (1)..............................

troch (2).............................

de boppeneamde eed/belofte ôflein.

(1).............................

(2).............................

HOOFDSTUK 6 SLOTBEPALINGEN

Artikel 31

Onze Minister draagt zorg voor een vertaling in de Friese taal van deze wet en van de krachtens deze wet vastgestelde regelingen en doet daarvan mededeling door plaatsing in de Staatscourant.

Artikel 31a

De artikelen 2:7 tot en met 2:12 van de Algemene wet bestuursrecht vervallen.

Artikel 32

De Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer wordt ingetrokken.

Artikel 33

Met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip komt artikel 14 van deze wet te luiden:

Artikel 14

  • 1. Hetgeen in de Friese taal is gesproken wordt, indien het in het proces-verbaal wordt opgenomen, in die taal vermeld. De rechter kan bepalen dat een vertaling in het Nederlands wordt gemaakt.

  • 2. Indien ingevolge artikel 13 in een strafzaak gebruik is gemaakt van de Friese taal, vindt opneming in het proces-verbaal in het Nederlands plaats en wordt daarin aangetekend dat de Friese taal is gebezigd.

Artikel 34

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 35

Deze wet wordt aangehaald als: Wet gebruik Friese taal.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.histnoot

Gegeven te Wassenaar, 2 oktober 2013

Willem-Alexander

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, R.H.H. Plasterk

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten

Uitgegeven de zeventiende oktober 2013

De Minister van Veiligheid en Justitie, I.W. Opstelten


XHistnoot
histnoot

Kamerstuk 33 335

Naar boven