﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE officiele-publicatie PUBLIC "-//Overheid//Officiele publicaties 1.0//NL" "http://standaarden.overheid.nl/op/dtd/offpublicatie.dtd"[]>
<officiele-publicatie>
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2011-303/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="officieel">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <staatsblad>
    <intitule>Wet van 6 juni 2011 tot wijziging van de Tracéwet, Spoedwet wegverbreding en de Wet ruimtelijke ordening met het oog op de verbetering van de beroepsprocedure</intitule>
    <wet-besluit>
      <aanhef>
        <wij>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
        <considerans>
          <considerans.al>Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:</considerans.al>
          <considerans.al>Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om de Tracéwet, de Spoedwet wegverbreding en de Wet ruimtelijke ordening in die zin te wijzigen dat de bestuursrechter een bestuursorgaan de mogelijkheid kan bieden de door de rechter geconstateerde gebreken weg te nemen en zo te komen tot definitieve geschilbeslechting;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <wettekst>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">I</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">De Tracéwet wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Na artikel 15 wordt een artikel toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">15b</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer dan wel Onze Minister is bevoegd om hangende het beroep tegen een tracébesluit, een besluit tot wijziging van dat tracébesluit vast te stellen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>Artikel 12, derde lid, is niet van toepassing op het besluit, bedoeld in het eerste lid, indien het een wijziging van ondergeschikte aard betreft. Het wijzigingsbesluit, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld uiterlijk tien dagen voor de zitting, die plaatsvindt ten behoeve van de beoordeling van het bestreden besluit.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op het besluit, bedoeld in het eerste lid.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Na artikel 25c wordt een artikel toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">25d</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van oordeel is dat het beroep tegen het tracébesluit gegrond is, kan zij een tussenuitspraak doen, waarbij zij Onze Minister in de gelegenheid stelt om de gebreken weg te nemen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>In haar tussenuitspraak stelt de Afdeling vast in welk opzicht het beroep gegrond is. Afdeling 8.2.6, met uitzondering van artikel 8:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De Afdeling vermeldt een termijn binnen welke de gebreken moeten zijn weggenomen. De Afdeling kan door middel van een wijziging van de tussenuitspraak de termijn op verzoek van Onze Minister verlengen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Indien Onze Minister aangeeft geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om de gebreken weg te nemen dan wel de termijn die daarvoor geldt, laat verstrijken, wordt het onderzoek geacht te zijn gesloten op de dag van ontvangst van de mededeling van Onze Minister dan wel op de dag dat de bedoelde termijn is verstreken.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                  <al>Onze Minister stelt de Afdeling schriftelijk in kennis van de wijze waarop de gebreken zijn weggenomen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>De Afdeling stelt de andere partijen in de gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn schriftelijk te reageren op de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                  <al>Indien de Afdeling een onderzoek ter zitting nodig acht, deelt zij dit zo spoedig mogelijk aan partijen mede.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">II</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">De Spoedwet wegverbreding wordt als volgt gewijzigd:</wat>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">A</lidnr>
            <wat>Na artikel 9 wordt een artikel toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">9a</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Onze Minister is bevoegd om hangende het beroep tegen een wegaanpassingsbesluit, een besluit tot wijziging van dat wegaanpassingsbesluit eerste lid, vast te stellen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>In afwijking van artikel 7, eerste lid, is op het besluit, bedoeld in het eerste lid, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing, indien het een wijziging van ondergeschikte aard betreft. Het wijzigingsbesluit, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld uiterlijk tien dagen voor de zitting, die plaatsvindt ten behoeve van de beoordeling van het bestreden besluit.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op het besluit, bedoeld in het eerste lid.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
          <wijzig-lid>
            <lidnr status="officieel">B</lidnr>
            <wat>Na artikel 14 wordt een artikel toegevoegd, luidende:</wat>
            <wijziging>
              <artikel status="goed">
                <kop>
                  <label>Artikel</label>
                  <nr status="officieel">14a</nr>
                </kop>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                  <al>Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van oordeel is dat het beroep tegen het wegaanpassingsbesluit gegrond is, kan zij een tussenuitspraak doen, waarbij zij Onze Minister in de gelegenheid stelt om de gebreken weg te nemen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                  <al>In haar tussenuitspraak stelt de Afdeling vast in welk opzicht het beroep gegrond is. Afdeling 8.2.6, met uitzondering van artikel 8:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De Afdeling vermeldt een termijn binnen welke de gebreken moeten zijn weggenomen. De Afdeling kan door middel van een wijziging van de tussenuitspraak de termijn op verzoek van Onze Minister verlengen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                  <al>Indien Onze Minister aangeeft geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om de gebreken weg te nemen dan wel de termijn die daarvoor geldt, laat verstrijken, wordt het onderzoek geacht te zijn gesloten op de dag van ontvangst van de mededeling van Onze Minister dan wel op de dag dat de bedoelde termijn is verstreken.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                  <al>Onze Minister stelt de Afdeling schriftelijk in kennis van de wijze waarop de gebreken zijn weggenomen.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                  <al>De Afdeling stelt de andere partijen in de gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn schriftelijk te reageren op de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid.</al>
                </lid>
                <lid>
                  <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                  <al>Indien de Afdeling een onderzoek ter zitting nodig acht, deelt zij dit zo spoedig mogelijk aan partijen mede.</al>
                </lid>
              </artikel>
            </wijziging>
          </wijzig-lid>
        </wijzig-artikel>
        <wijzig-artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">III</nr>
          </kop>
          <wat type="wijziging">Na artikel 8.4 van de Wet ruimtelijke ordening worden zes artikelen ingevoegd, luidende:</wat>
          <wijziging>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">8.4a</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>De gemeenteraad is bevoegd om hangende het beroep tegen het bestemmingsplan, een besluit tot wijziging van dat bestemmingsplan vast te stellen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>In afwijking van artikel 3.8, eerste lid, is op het besluit, bedoeld in het eerste lid, afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing, indien het een wijziging van ondergeschikte aard betreft. Het wijzigingsbesluit, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld uiterlijk tien dagen voor de zitting, die plaatsvindt ten behoeve van de beoordeling van het bestreden besluit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op het besluit, bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">8.4b</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Indien de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van oordeel is dat het beroep tegen het bestemmingsplan gegrond is, kan zij een tussenuitspraak doen, waarbij zij de gemeenteraad in de gelegenheid stelt om de gebreken weg te nemen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>In haar tussenuitspraak stelt de Afdeling vast in welk opzicht het beroep gegrond is. Afdeling 8.2.6, met uitzondering van artikel 8:72, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. De Afdeling vermeldt een termijn binnen welke de gebreken moeten zijn weggenomen. De Afdeling kan door middel van een wijziging van de tussenuitspraak de termijn op verzoek van de gemeenteraad verlengen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Indien de gemeenteraad aangeeft geen gebruik te willen maken van de gelegenheid om de gebreken weg te nemen dan wel de termijn die daarvoor geldt, laat verstrijken, wordt het onderzoek geacht te zijn gesloten op de dag van ontvangst van de mededeling van de gemeenteraad dan wel op de dag dat de bedoelde termijn is verstreken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                <al>De gemeenteraad stelt de Afdeling schriftelijk in kennis van de wijze waarop de gebreken zijn weggenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                <al>De Afdeling stelt de andere partijen in de gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn schriftelijk te reageren op de kennisgeving, bedoeld in het vierde lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">6.</lidnr>
                <al>Indien de Afdeling een onderzoek ter zitting nodig acht, deelt zij dit zo spoedig mogelijk aan partijen mede.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">8.4c</nr>
              </kop>
              <al>De artikelen 8.4a tot en met 8.4b zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit tot vaststelling van een inpassingsplan.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">8.4d</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>De artikelen 8.4a tot en met 8.4b zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit tot wijziging of uitwerking van het bestemmingsplan met dien verstande dat in plaats van «artikel 3.8, eerste lid» wordt gelezen «artikel 3.6, vijfde lid».</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een wijzigings- of uitwerkingsplan van gedeputeerde staten of Onze Minister.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">8.4e</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>De artikelen 8.4a tot en met 8.4b zijn van overeenkomstige toepassing op een projectbesluit met dien verstande dat:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>in plaats van «artikel 3.8, eerste lid» wordt gelezen «artikel 3.11, eerste lid»;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>in plaats van «de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State» en «de Afdeling» telkens wordt gelezen «de bevoegde rechter in eerste instantie».</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een project<?xpp afbm?>besluit van provinciale staten of Onze Minister dan wel Onze Minister wie het aangaat in overeenstemming met Onze Minister.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">8.4f</nr>
              </kop>
              <al>Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.30, eerste lid, onder b, 3.33, eerste lid, onder b, of 3.35, eerste lid, onder b, zijn de artikelen 8.4a en 8.4b van overeenkomstige toepassing op de besluiten, bedoeld in artikel 3.30, eerste lid, onder a, 3.33, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk 3.35, eerste lid, onder a, met dien verstande dat:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>in plaats van «de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State» en «de Afdeling» telkens wordt gelezen «de bevoegde rechter in eerste instantie»;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>in plaats van «de gemeenteraad» telkens wordt gelezen «het bevoegde bestuursorgaan»;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>in plaats van «besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan» telkens wordt gelezen «het bestreden besluit».</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
          </wijziging>
        </wijzig-artikel>
        <artikel status="goed">
          <kop>
            <label>ARTIKEL</label>
            <nr status="officieel">IV</nr>
          </kop>
          <al>De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld.</al>
        </artikel>
      </wettekst>
      <wetsluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.</al>
        </slotformulering>
        <histnoot type="parlementair">
          <al>Kamerstuk <dossierref dossier="31546">31 546</dossierref></al>
        </histnoot>
        <gegeven>
          <label>Gegeven te </label>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2011-06-06">6 juni 2011</datum>
          </dagtekening>
          <koning>Beatrix</koning>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Minister van Infrastructuur en Milieu,</functie>
          <naam>
            <voornaam>M. H.</voornaam>
            <achternaam>Schultz van Haegen-Maas Geesteranus</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
        <uitgifte>
          <datum isodatum="2011-06-23">Uitgegeven de <nadruk type="cur">drieëntwintigste</nadruk> juni 2011</datum>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van Veiligheid en Justitie,</functie>
            <naam>
              <voornaam>I. W.</voornaam>
              <achternaam>Opstelten</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </uitgifte>
      </wetsluiting>
    </wet-besluit>
  </staatsblad>
</officiele-publicatie>