﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE officiele-publicatie PUBLIC "-//Overheid//Officiele publicaties 1.0//NL" "http://standaarden.overheid.nl/op/dtd/offpublicatie.dtd"[]>
<officiele-publicatie>
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2010-255/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="officieel">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <staatsblad>
    <intitule>Besluit van 24 juni 2010, houdende regels inzake de organisatie en
	 de taken van de veiligheidsregio’s en de gemeentelijke brandweer, alsmede de
	 financiële bijdrage van het Rijk (Besluit veiligheidsregio’s)</intitule>
    <wet-besluit>
      <aanhef>
        <wij>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses
		  van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wij>
        <considerans>
          <considerans.al bevat="voordracht">Op de voordracht van de
			 Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 april
			 2010, nr. 2010-0000286048, CZW/WVOB;</considerans.al>
          <considerans.al bevat="grondslag">Gelet op richtlijn nr.
			 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 (PbEG 1997 L 10)
			 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij
			 gevaarlijke stoffen zijn betrokken (Seveso-II), laatst gewijzigd bij
			 Verordening (EG) nr. 1137/2008 (PbEU L 311),
			 richtlijn nr. 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad
			 van de Europese Unie van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van
			 winningsindustrieën (PbEU L 102), de artikelen 17, eerste en
			 tweede lid, 18, eerste lid, 31, vierde lid, 33, vierde lid, en 55, vijfde lid,
			 van de Wet veiligheidsregio’s en artikel 45, eerste lid, van de Politiewet
			 1993;</considerans.al>
          <considerans.al bevat="gehoord">De Raad van State gehoord (advies van 3
			 juni 2010, nr. W04.10.0063/I);</considerans.al>
          <considerans.al bevat="gezien">Gezien het nader rapport van de
			 Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 21 juni
			 2010, nr. 2010-0000398200;</considerans.al>
        </considerans>
        <afkondiging>
          <al>Hebben goedgevonden en verstaan:</al>
        </afkondiging>
      </aanhef>
      <wettekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr status="officieel">1</nr>
            <titel status="officieel">ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">1.1</nr>
            </kop>
            <al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al>
            <definitielijst plaatsing="inline" type="ongemarkeerd" nr-sluiting=".">
              <definitie-item>
                <term>commando plaats incident:</term>
                <definitie>
                  <al>commando plaats incident als bedoeld in artikel
						2.1.2;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>gemeentelijk beleidsteam:</term>
                <definitie>
                  <al>gemeentelijk beleidsteam als bedoeld in artikel
						2.1.5;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>grootschalige alarmering:</term>
                <definitie>
                  <al>het bij een ramp of crisis onverwijld en volledig alarmeren
						van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en
						crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met
						e;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>hoofdstructuur van de rampenbestrijding en
					 crisisbeheersing:</term>
                <definitie>
                  <al>hoofd<?xpp afbm?>structuur van de rampenbestrijding en
						crisisbeheersing als bedoeld in artikel 2.1.1;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>meldkamer:</term>
                <definitie>
                  <al>gemeenschappelijke meldkamer, bedoeld in artikel 35, eerste
						lid, van de wet;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>omgevingsvergunning:</term>
                <definitie>
                  <al>omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot
						een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet
						algemene bepalingen omgevingsrecht;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>opkomsttijd:</term>
                <definitie>
                  <al>de tijd tussen aanname van de melding door de meld<?xpp afbm?>kamer
						en de aankomst van de eerste brandweereenheid op de plaats van het
						incident;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>rapport:</term>
                <definitie>
                  <al>rapport inzake de bedrijfsbrandweer, bedoeld in artikel
						7.2, eerste lid;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>regionaal beleidsteam:</term>
                <definitie>
                  <al>regionaal beleidsteam als bedoeld in artikel 39, tweede
						lid, van de wet;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>regionaal operationeel team:</term>
                <definitie>
                  <al>regionaal operationeel team als bedoeld in artikel
						2.1.4;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>risicoprofiel:</term>
                <definitie>
                  <al>risicoprofiel als bedoeld in artikel 15 van de
						wet;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>team bevolkingszorg:</term>
                <definitie>
                  <al>team bevolkingszorg als bedoeld in artikel
						2.1.3;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>veiligheidsrapport:</term>
                <definitie>
                  <al>rapport als bedoeld in artikel 10 van het Besluit risico’s
						zware ongevallen 1999;</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
              <definitie-item>
                <term>wet:</term>
                <definitie>
                  <al>Wet veiligheidsregio’s.</al>
                </definitie>
              </definitie-item>
            </definitielijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr status="officieel">2</nr>
            <titel status="officieel">EISEN RAMPENBESTRIJDING EN CRISISBEHEERSING</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">1</nr>
              <titel status="officieel">Organisatie</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.1.1</nr>
              </kop>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor de
				  inrichting van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing
				  die bestaat uit de volgende onderdelen:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>de meldkamer,</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>één commando plaats incident of afhankelijk van de aard van
						de ramp of crisis en de wijze waarop deze zich ontwikkelt meerdere commando’s
						incident,</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>indien er meer dan één commando plaats incident is, het
						commando met coördinerende taak,</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>één team bevolkingszorg of afhankelijk van de aard van de
						ramp of crisis en de wijze waarop deze zich ontwikkelt meerdere teams bevol<?xpp afbm?>kingszorg,</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>een regionaal operationeel team, en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>een gemeentelijk beleidsteam bij een lokale ramp of crisis,
						of een regionaal beleidsteam bij een bovenlokale ramp of crisis.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.1.2</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een commando plaats incident bestaat uit:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>een leider commando plaats incident;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>een officier van dienst van de brandweer;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>een officier van dienst geneeskundig;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>een officier van dienst van de politie of van de
						  Koninklijke marechaussee;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>een informatiemanager commando plaats incident, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>f.</li.nr>
                    <al>een voorlichtingsfunctionaris commando plaats
						  incident.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Een commando plaats incident is belast met de operationele
					 leiding ter plaatse, de afstemming met andere betrokken partijen als bedoeld in
					 artikel 16, tweede lid, van de wet, en het adviseren van het regionaal
					 operationeel team.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.1.3</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een team bevolkingszorg bestaat uit de door het college van
					 burgemeester en wethouders aangewezen functionarissen, van wie één functionaris
					 is belast met de leiding van het team, één functionaris met het
					 informatiemanagement, en één functionaris met de coördinatie van de
					 voorlichting.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Een team bevolkingszorg zorgt dat de volgende taken worden
					 uitgevoerd:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>het geven van voorlichting aan de bevolking;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>het voorzien in opvang en verzorging van de
						  bevolking;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>het verzorgen van nazorg voor de bevolking;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>het registreren van de slachtoffers,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>het registreren van schadegevallen, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>f.</li.nr>
                    <al>het adviseren van het regionaal operationeel team.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.1.4</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een regionaal operationeel team bestaat uit:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>een regionaal operationeel leider;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>een sectie brandweer;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>een sectie GHOR;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>een sectie politie;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>een sectie bevolkingszorg;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>f.</li.nr>
                    <al>een sectie informatiemanagement, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>g.</li.nr>
                    <al>een voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel
						  team.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Een regionaal operationeel team is belast met de operationele
					 leiding, de afstemming met andere bij de ramp of crisis betrokken partijen en
					 het adviseren van het gemeentelijk of regionaal beleidsteam.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.1.5</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een gemeentelijk beleidsteam bestaat uit leidinggevenden van
					 de brandweer, de GHOR, de politie en de bevolkingszorg.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Een gemeentelijk beleidsteam ondersteunt de burgemeester bij
					 de rampenbestrijding en crisisbeheersing.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">2</nr>
              <titel status="officieel">Alarmering</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.2.1</nr>
              </kop>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio stelt criteria vast voor de
				  situaties waarin de meldkamer tot grootschalige alarmering overgaat.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.2.2</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Zodra is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor
					 grootschalige alarmering wordt de meldkamer door één leidinggevende
					 aangestuurd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio stemt met het regionale
					 college, bedoeld in artikel 22 van de Politiewet 1993, af op welke wijze de
					 meldingen die geen verband houden met een ramp of crisis worden
					 afgehandeld.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.2.3</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Binnen twee minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan
					 de criteria voor grootschalige alarmering, begint de meldkamer met de
					 alarmering van de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en
					 crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen b tot en met e,en wordt
					 de burgemeester of in het geval artikel 39 van de wet van toepassing is, de
					 voorzitter van de veiligheidsregio en de betrokken burgemeesters
					 geïnformeerd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Afhankelijk van de aard en omstandigheden van de ramp of
					 crisis, alarmeert de meldkamer andere functionarissen en eenheden die nodig
					 zijn voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.2.4</nr>
              </kop>
              <al>Binnen vijf minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de
				  criteria voor grootschalige alarmering geeft de meldkamer, op grond van de
				  beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijkebeschrijving van het incident
				  aan de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en
				  crisisbeheersing en aan andere functionarissen of eenheden als bedoeld in
				  artikel 2.2.3, tweede lid.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.2.5</nr>
              </kop>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor een
				  voorziening waardoor in het geval dat de meldkamer uitvalt, de functie en taken
				  van de meldkamer worden gecontinueerd.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">3</nr>
              <titel status="officieel">Opschaling</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.3.1</nr>
              </kop>
              <al>Vanaf het moment dat is vastgesteld dat is voldaan aan de
				  criteria, bedoeld in artikel 2.2.1 beginnen de volgende onderdelen of
				  functionarissen binnen de gestelde tijd met de uitvoering van hun taken:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een eerste commando plaats incident binnen dertig
						minuten;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de leidinggevenden binnen een regionaal operationeel team
						binnen vijfenveertig minuten,met uitzondering vande leidinggevende van de
						sectie informatiemanagement die binnen dertig minuten begint;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>de voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team
						binnen dertig minuten;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>de sectie informatiemanagement van een regionaal
						operationeel team binnen veertig minuten;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>de overige secties van een regionaal operationeel team
						binnen zestig minuten;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>een team bevolkingszorg binnen negentig minuten met
						uitzondering van de functionaris die met de coördinatie van de voorlichting is
						belast endie binnen dertig minuten begint, en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>een gemeentelijk beleidsteam binnen zestig minuten vanaf
						het moment dat de burgemeester het beleidsteam bijeen heeft geroepen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.3.2</nr>
              </kop>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de
				  hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing in staat is
				  gedurende een ramp of crisis onafgebroken te functioneren.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">4</nr>
              <titel status="officieel">Informatiemanagement</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.4.1</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat
					 binnen de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing tijdens
					 een ramp of crisis een totaalbeeld wordt bijgehouden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Het totaalbeeld is opgebouwd uit de beschikbare gegevens
					 over:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>het incident, waaronder wordt begrepen:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>1°.</li.nr>
                        <al>de aard van het incident en de betrokken
								objecten,</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>2°.</li.nr>
                        <al>de actuele situatie met betrekking tot het incident,
								en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>3°.</li.nr>
                        <al>de risico’s en de effecten van het incidenttype en de
								bestrijdings<?xpp afbm?>mogelijkheden;</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>de hulpverlening, waaronder wordt begrepen:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>1°.</li.nr>
                        <al>de bestrijdingsmogelijkheden,</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>2°.</li.nr>
                        <al>de bereikbaarheid voor de hulpverlening, en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>3°.</li.nr>
                        <al>de risico’s voor de hulpverleners en de daarmee
								samenhangende veiligheidsmaatregelen;</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>de prognose en de aanpak, waaronder wordt begrepen:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>1°.</li.nr>
                        <al>de verwachting met betrekking tot de ontwikkeling van
								het incident, de risico’s en de effecten ervan ende
								bestrijdingsmogelijkheden,</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>2°.</li.nr>
                        <al>het slachtofferbeeld, de verwachte ontwikkeling
								ervan, de noodzakelijke maatregelen en de benodigde hulpverleners en
								middelen,</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>3°.</li.nr>
                        <al>de risico’s voor de bevolking, de verwachte
								ontwikkeling van deze risico’s en de benodigde hulpverleners en middelen,</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>4°.</li.nr>
                        <al>het beeld bij de bevolking van het incident en de
								risico’s, het gedrag van de bevolking, de informatie die aan de bevolking is
								verstrekt en maatregelen die zijn of worden getroffen, en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>5°.</li.nr>
                        <al>overige bedreigingen zoals die voor de vitale
								belangen, het milieu of de economie, de verwachte ontwikkeling ervan en de
								benodigde hulp<?xpp afbm?>verleners en middelen, en</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>de getroffen maatregelen en de resultaten ervan,
						  waaronder wordt begrepen:</al>
                    <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                      <li>
                        <li.nr>1°.</li.nr>
                        <al>de actuele bestrijdingsorganisatie,</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>2°.</li.nr>
                        <al>de voorstellen en besluiten over de
								bestrijdingsstrategie, de inzetplannen en de benodigde hulpverleners en
								middelen,</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>3°.</li.nr>
                        <al>de feitelijke inzet en uitvoering van de bestrijding,
								en</al>
                      </li>
                      <li>
                        <li.nr>4°.</li.nr>
                        <al>de voortgang van de inzet en de uitvoering, de
								bijstelling van besluiten of de uitvoering ervan en de bereikte
								resultaten.</al>
                      </li>
                    </lijst>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Het totaalbeeld wordt langs geautomatiseerde weg zo spoedig
					 mogelijk en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is geverifieerd, beschikbaar
					 gesteld aan:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>de onderdelen van de hoofdstructuur van de
						  rampenbestrijding en crisisbeheersing;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>andere bij de ramp of crisis betrokken partijen, voor
						  zover zij deze gegevens nodig hebben voor de uitvoering van hun taken en
						  bevoegdheden, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>Onze Minister.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.4.2</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>De onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding
					 en crisisbeheersing, bedoeld in artikel 2.1.1, onderdelen a tot en met e,
					 houden bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing een eigen beeld bij.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Het eigen beeld bestaat uit de beschikbare gegevens over de
					 ontwikkeling en effecten van een incident, de risico’s voor de veiligheid van
					 de hulpverleners en de personen in het getroffen gebied, de aanpak van het
					 incident en de daarvoor benodigde mensen en middelen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>De gegevens worden nadat zij beschikbaar zijn binnen tien
					 minuten verwerkt in het eigen beeld en voor zover mogelijk geverifieerd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                <al>De gegevens worden langs geautomatiseerde weg beschikbaar
					 gesteld aan:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>de onderdelen van de hoofdstructuur van de
						  rampenbestrijding en crisisbeheersing;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>andere de bij de ramp of crisis betrokken partijen die
						  deze gegevens nodig hebben voor de uitvoering van hun taken en bevoegdheden,
						  en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>het onderdeel dat het totaalbeeld bijhoudt.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.4.3</nr>
              </kop>
              <al>Een advies of opdrachtvan een onderdeel van de hoofdstructuur
				  van de rampenbestrijding en crisisbeheersing is gebaseerd op het actuele eigen
				  beeld van dat onderdeel en op het actuele totaalbeeld.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.4.4</nr>
              </kop>
              <al>In het geval dat een advies of een opdracht niet of niet
				  volledigis opgevolgd of uitgevoerd, wordt het onderdeel van de hoofdstructuur
				  van de rampenbestrijding en crisisbeheersing dat dit advies of deze opdracht
				  heeft gegeven, daarvan op de hoogte gesteld. De opdracht wordt vervolgens in
				  overeenstemming met artikel 2.4.3 opnieuw geformuleerd.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">5</nr>
              <titel status="officieel">Eisen voor oefening</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">2.5.1</nr>
              </kop>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat de
				  onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheer<?xpp afbm?>sing
				  jaarlijks gezamenlijk een oefening houden met een fictieve ramp of crisis.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr status="officieel">3</nr>
            <titel status="officieel">EISEN BASISBRANDWEERZORG</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">1</nr>
              <titel status="officieel">Organisatie</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3.1.1</nr>
              </kop>
              <al>Ten behoeve van de uitvoering van de taken, genoemd in artikel
				  25, eerste lid, onderdelen a en b, respectievelijk artikel 26, eerste lid, van
				  de wet, draagt het bestuur van de veiligheidsregio dan wel het college van
				  burgemeester en wethouders er zorg voor dat de brandweer
				  basisbrandweereenheden, ondersteuningseenheden voor redden en blussen op hoogte
				  en ondersteuningseenheden voor hulpverlening heeft.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3.1.2</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een basisbrandweereenheid bestaat uit:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>een bevelvoerder,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>een chauffeur, tevens voertuigbediener, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>twee ploegen van twee manschappen.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>De eenheid is belast met:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>brandbestrijding en redding;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>technische hulpverlening;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>basishandelingen bij de bestrijding van ongevallen met
						  gevaarlijke stoffen;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>ondersteuning bij waterongevallen.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>De eenheid beschikt over een tankautospuit met
					 uitrusting.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3.1.3</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op hoogte
					 bestaat uit:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>een bevelvoerder of een manschap, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>een chauffeur, tevens voertuigbediener.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>De eenheid is belast met:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>het redden van mensen en dieren op hoogte;</al>
                  </li>
                  <?xpp ep?>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>ondersteuning van basisbrandweereenheden bij het blussen
						  op hoogte, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>het verlenen van hulp op hoogte.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>De eenheid beschikt over een redvoertuig met uitrusting.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3.1.4</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een ondersteuningseenheid voor hulpverlening bestaat
					 uit:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>een bevelvoerder of een manschap a of b, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>een chauffeur, tevens voertuigbediener.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>De eenheid is belast met:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>ondersteuning bij het bevrijden van beknelde en
						  ingesloten mensen en dieren;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>ondersteuning vanbasishandelingen bij de bestrijding van
						  ongevallen met gevaarlijke stoffen;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>ondersteuning bij waterongevallen.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>De eenheid beschikt over een hulpverleningsvoertuig met
					 uitrusting.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3.1.5</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>In afwijking van artikel 3.1.2, eerste lid, kan het bestuur
					 van de veiligheidsregio dan wel het college van burgemeester en wethouders
					 besluiten tot een andere samenstelling van basisbrandweereenheden, mits daarmee
					 wordt voorzien in een gelijkwaardig niveau van brandweerzorg en geen afbreuk
					 wordt gedaan aan de veiligheid en gezondheid van het brandweerpersoneel.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Toepassing van het eerste lid doet geen afbreuk aan de
					 afspraken, bedoeld in artikel 51, vijfde lid, van de wet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">2</nr>
              <titel status="officieel">Opkomsttijden</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3.2.1</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio hanteert bij het
					 vaststellen van de opkomstijden van een basisbrandweereenheid de volgende
					 tijdnormen:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>vijf minuten bij gebouwen met een winkelfunctie met een
						  gesloten constructie, gebouwen met een woonfunctie boven een gebouw met een
						  winkelfunctie of gebouwen met een celfunctie;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>zes minuten bij portiekwoningen, portiekflats of gebouwen
						  met een woonfunctie voor verminderd zelfredzamen;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>acht minuten bij gebouwen met een andere woonfunctie dan
						  bedoeld onder a en b, of met een winkelfunctie, gezondheidszorgfunctie,
						  onderwijsfunctie of logiesfunctie, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>tien minuten bij gebouwen met een kantoorfunctie,
						  industriefunctie, sportfunctie, bijeenkomstfunctie of een overige
						  gebruiksfunctie.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Indien het bestuur van de veiligheidsregio voor bepaalde
					 locaties opkomsttijden vaststelt die afwijken van de tijdnormen, motiveert het
					 de keuze van de locatie en de mate van de afwijking.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio stelt geen opkomsttijd
					 vast die hoger is dan achttien minuten.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3.2.2</nr>
              </kop>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio stelt vast voor welke
				  objecten de inzet van een ondersteuningseenheid voor redden en blussen op
				  hoogte altijd noodzakelijk is. Het bestuur stelt bij deze objecten voor de
				  ondersteuningseenheden dezelfde opkomsttijden vast als voor de
				  basisbrandweereenheden.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3.2.3</nr>
              </kop>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor een
				  sluitende registratie van de gerealiseerde opkomsttijden.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">3</nr>
              <titel status="officieel">Materieel en uitrusting</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">3.3.1</nr>
              </kop>
              <al>Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van de
				  standaardisatie en uitwisselbaarheid eisen worden gesteld aan het materieel en
				  de uitrusting van de basisbrandweereenheden, de ondersteuningseenheden voor
				  hulpverlening en de ondersteuningseenheden voor redden en blussen op
				  hoogte.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr status="officieel">4</nr>
            <titel status="officieel">EISEN BESTRIJDING VAN ONGEVALLEN MET GEVAARLIJKE
				STOFFEN</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">1</nr>
              <titel status="officieel">Organisatie</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.1.1</nr>
              </kop>
              <al>Ten behoeve van de taak, bedoeld in artikel 25, eerste lid,
				  onderdelen b, c en d, van de wet draagt het bestuur van de veiligheidsregio er
				  zorg voor dat de brandweer een eenheid voor het verkennen van gevaarlijke
				  stoffen en een eenheid voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke
				  stoffen heeft en beschikt over een adviseur gevaarlijke stoffen.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.1.2</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een eenheid voor het verkennen van gevaarlijke stoffen
					 bestaat uit:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>een meetplanleider, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>ten minste vier meetploegen die elk bestaan uit twee
						  verkenners gevaarlijke stoffen.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Een meetploeg is belast met het verkennen en meten van
					 gevaarlijke stoffen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.1.3</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke
					 stoffen bestaat ten minste uit:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>een officier van dienst,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>twee bevelvoerders,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>acht gaspakdragers,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>zes manschappen a, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>twee chauffeurs.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke
					 stoffen is belast met:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>het redden van mensen en dieren uit een met gevaarlijke
						  stoffen besmet gebied;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>het bestrijden van de bron van het ongeval met
						  gevaarlijke stoffen, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>het ontsmetten van hulpverleners en burgers.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.1.4</nr>
              </kop>
              <al>Een adviseur gevaarlijke stoffen is belast met:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>het opstellen van een gevaarsinschatting;</al>
                </li>
                <?xpp ep?>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>het adviseren van de operationeel leidinggevende van de
						brandweer over het bestrijden van de bron, en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>het adviseren van de operationeel leidinggevende van de
						brandweer over de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de
						omgeving.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.1.5</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>In geval van bedreiging van de gezondheid van de bevolking
					 werken een eenheid voor het verkennen van gevaarlijke stoffen, een eenheid
					 bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen en een adviseur gevaarlijke
					 stoffen samen met de in de regio werkzame instellingen, zorgaanbieders,
					 ambulancevervoerders en gezondheidsdiensten, bedoeld in artikel 33, eerste lid,
					 van de wet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Een eenheid voor de bestrijding van ongevallen met
					 gevaarlijke stoffen en een adviseur gevaarlijke stoffen treden op in aanvulling
					 op de basisbrandweereenheden, bedoeld in artikel 3.1.1.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen
					 beschikt de regionale brandweer over beschreven procedures voor:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>de aanpak van de bestrijding van ongevallen met
						  gevaarlijke stoffen;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>het verkennen en meten van gevaarlijke stoffen, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>het waarschuwen en informeren van de bevolking.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.1.6</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>De veiligheidsregio’s, genoemd in bijlage 1 bij dit besluit,
					 hebben mede ten behoeve van de genoemde omliggende veiligheidsregio’s, een
					 ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische, biologische, radiologische en
					 nucleaire incidenten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische,
					 biologische, radiologische en nucleaire incidenten bestaat uit:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>een leider ontsmettingseenheid, zijnde een officier van
						  dienst;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b </li.nr>
                    <al>ten minste twee bevelvoerders;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>ten minste veertien manschappen a;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>twee chauffeurs, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>een adviseur gevaarlijke stoffen.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische,
					 biologische, radiologische en nucleaire incidenten is belast met:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>het leveren van middelen en kennis ten behoeve van de
						  bestrijding van chemische, biologische, radiologische en nucleaire
						  incidenten;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>het leveren van ondersteuning aan een eenheid bestrijding
						  van ongevallen met gevaarlijke stoffen bij het redden van mensen en dieren,
						  en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>voor zover het grootschalige chemische, biologische,
						  radiologische en nucleaire incidenten betreft, het ontsmetten van besmette
						  personen.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                <al>In geval van bedreiging van de gezondheid van de bevolking
					 werkt een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische, biologische,
					 radiologische en nucleaire incidenten samen met de in de regio werkzame
					 instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en gezondheidsdiensten,
					 bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de wet.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">2</nr>
              <titel status="officieel">Opkomsttijden</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.2.1</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een meetplanleider begint direct na alarmering met de
					 uitvoering van zijn taken en is binnen dertig minuten na alarmering bij de
					 meldkamer of het regionaal operationeel team.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Eén en afhankelijk van de aard van het ongeval een tweede,
					 meet<?xpp afbm?>ploeg begint binnen dertig minuten na alarmering met de
					 uitvoering van zijn taken op de aangegeven meetlocatie.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Afhankelijk van de aard van het ongeval begint een derde of
					 een vierde meetploeg binnen zestig minuten na alarmering met de uitvoering van
					 zijn taken op de aangegeven meetlocatie.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.2.2</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke
					 stoffen begint binnen dertig minuten na alarmering met de uitvoering van haar
					 taken op de plaats van het incident.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Een adviseur gevaarlijke stoffen begint afhankelijk van het
					 regionaal vastgestelde risicoprofiel binnen dertig of zestig minuten na
					 alarmering met de uitvoering van zijn taken op de plaats van het incident.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.2.3</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Een ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische,
					 biologische, radiologische en nucleaire incidenten is binnen dertig minuten na
					 alarmering gereed voor vertrek.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>De ontsmettingseenheid kan minimaal acht uur lang dienst
					 doen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>De ontsmettingseenheid kan minimaal vijftig personen per uur
					 ontsmetten.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">3</nr>
              <titel status="officieel">Materieel en uitrusting</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">4.3.1</nr>
              </kop>
              <al>Bij ministeriële regeling kunnen ten behoeve van de
				  standaardisatie en uitwisselbaarheid eisen worden gesteld aan het materieel en
				  de uitrusting van de eenheden voor het verkennen van gevaarlijke stoffen, de
				  eenheden voor de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen, de
				  adviseur gevaarlijke stoffen en de ontsmettingseenheden voor grootschalige
				  chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr status="officieel">5</nr>
            <titel status="officieel">EISEN AFSPRAKEN GENEESKUNDIGE HULPVERLENING</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">5.1</nr>
            </kop>
            <al>De schriftelijke afspraken over de geneeskundige hulpverlening
				tussen het bestuur van de veiligheidsregio en de in die veiligheidsregio werk<?xpp afbm?>zame
				instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en gezondheidsdiensten,
				bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de wet, betreffen:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>de procedures die gevolgd worden bij een ramp of crisis,
					 waarbij het in ieder geval gaat over grootschalige alarmering, opschaling,
					 coördinatie, informatiemanagement en evaluatie;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>de wijze waarop en de mate waarin personeel en materieel
					 worden ingezet;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>de bereikbaarheid en beschikbaarheid van personeel, ruimte en
					 materieel;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>d.</li.nr>
                <al>de wijze van trainen en oefenen met het oog op het
					 gezamenlijk optreden bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de
					 frequentie waarin getraind en geoefend wordt;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>e.</li.nr>
                <al>de samenwerking met:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1°.</li.nr>
                    <al>de functionarissen van de GHOR,</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>2°.</li.nr>
                    <al>andere instellingen, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>3°.</li.nr>
                    <al>andere hulpverleningsinstanties, en</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>f.</li.nr>
                <al>het onderhoud en beheer van materieel voor de geneeskundige
					 hulpverlening bij ongevallen en rampen dat eigendom is van de veiligheidsregio
					 of het Rijk.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr status="officieel">6</nr>
            <titel status="officieel">RAMPBESTRIJDINGSPLANNEN VOOR INRICHTINGEN EN
				LUCHTHAVENS</titel>
          </kop>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">1</nr>
              <titel status="officieel">Rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.1.1</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een
					 rampbestrijdingsplan vast voor een ramp in een inrichting als bedoeld in
					 artikel 8 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien
					 van een calamiteit in een inrichting die in een andere staat is gelegen, welke
					 calamiteit tot een ramp in Nederland kan leiden. De artikelen in deze paragraaf
					 worden daarbij voor zover mogelijk toegepast.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.1.2</nr>
              </kop>
              <al>Onverminderd artikel 6.1.7, tweede lid, worden het
				  rampbestrijdings<?xpp afbm?>plan of wijzigingen daarvan vastgesteld uiterlijk
				  een jaar na het tijdstip waarop het bestuur van de veiligheidsregio, op grond
				  van artikel 6.15, eerste lid, van het Besluit omgevingsrecht, de delen van het
				  veiligheidsrapport waarvan een aanvraag om een omgevingsvergunning vergezeld
				  gaat, heeft ontvangen.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.1.3</nr>
              </kop>
              <al>Het rampbestrijdingsplan bevat in ieder geval:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>de naam of functie van de aan de inrichting verbonden
						personen die bevoegd zijn om procedures van alarmering binnen en buiten de
						inrichting en van inwerkingstelling van bestrijdingsacties binnen de inrichting
						in werking te doen treden;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de naam of functie van de personen die belast zijn met de
						operationele leiding van het geheel van de bestrijdingsacties;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen opdat
						degene die is belast met het opperbevel en de hulpverleningsdiensten snel
						worden geïnformeerd en de bij de bestrijding betrokken personen snel worden
						opgeroepen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>het schema met betrekking tot de leiding over en de
						gecoördineerde inzet van diensten en organisaties die bij de bestrijding kunnen
						worden betrokken;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen met het
						oog op de bestrijding op en buiten het terrein van de inrichting;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de
						bevolking te informeren over de ramp of de dreiging van een ramp en over de
						door haar te volgen gedragslijn;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen om de
						hulpverleningsdiensten van een andere staat te informeren, indien de bevolking
						of het milieu van die staat door de ramp kunnen worden getroffen of dreigen te
						worden getroffen.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.1.4</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht is van
					 overeenkomstige toepassing op de vaststelling van het
					 rampbestrijdingsplan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Indien met betrekking tot de inrichting met toepassing van
					 artikel 19.3 van de Wet milieubeheer van een document een tweede tekst is over<?xpp afbm?>gelegd
					 waaruit vertrouwelijke gegevens als in dat artikel bedoeld zijn weggelaten,
					 wordt alleen deze tekst ter inzage gelegd.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.1.5</nr>
              </kop>
              <al>Indien de bevolking van een andere staat kan worden getroffen
				  door de gevolgen van een ramp in de inrichting waarop het rampbestrijdingsplan
				  betrekking heeft, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio waarin de
				  inrichting geheel of gedeeltelijk is gelegen de bevoegde autoriteit van de
				  andere staat de bevolking te informeren over de mogelijkheid haar zienswijze
				  over het ontwerp naar voren te brengen.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.1.6</nr>
              </kop>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio verleent op verzoek van de
				  bevoegde autoriteit van een andere staat medewerking aan de terinzagelegging
				  van documenten die in de andere staat zijn opgesteld in het kader van de
				  voorbereiding van een met een rampbestrijdingsplan gelijk te stellen plan voor
				  een in die staat gelegen inrichting.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.1.7</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat
					 met passende tussenpozen doch ten minste éénmaal per drie jaar gezamenlijk met
					 de onderdelen van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en
					 crisisbeheersing een oefening wordt houden waarbij het rampbestrijdingsplan op
					 juistheid, volledigheid en bruikbaarheid wordt getoetst.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio beziet met passende
					 tussenpozen doch ten minste éénmaal per drie jaar of het rampbestrijdingsplan
					 moet worden herzien en bijgewerkt. Het houdt daarbij rekening met veranderingen
					 die zich in de inrichting of in de omgeving daarvan hebben voorgedaan, met
					 veranderingen in de organisatie en taken van bij de bestrijding van rampen
					 betrokken diensten en organisaties, met nieuwe technische kennis en met
					 inzichten omtrent de bij rampen te nemen maatregelen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.1.8</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Indien het bestuur van de veiligheidsregio besluit dat voor
					 een inrichting geen rampbestrijdingsplan behoeft te worden vastgesteld, zendt
					 het een afschrift van zijn besluit aan:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>degene die de inrichting drijft;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>de burgemeester van de gemeente waarin de inrichting is
						  gelegen;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>het bestuursorgaan dat bevoegd is voor de inrichting een
						  omgevingsvergunning te verlenen;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>d.</li.nr>
                    <al>de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en
						  Werkgelegen<?xpp afbm?>heid aangewezen toezichthouder, bedoeld in artikel 1,
						  derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet, en</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>e.</li.nr>
                    <al>Onze Minister.</al>
                  </li>
                </lijst>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Indien het besluit van het bestuur van de veiligheidsregio
					 een inrichting betreft die geheel of gedeeltelijk is gelegen in een aan een
					 andere staat grenzende gemeente, zendt Onze Minister een afschrift van het
					 besluit aan de andere staat.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">2</nr>
              <titel status="officieel">Rampbestrijdingsplannen voor luchthavens</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.2.1</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio stelt, na overleg met de
					 exploitant van een burgerluchthaven, respectievelijk de basiscommandant van een
					 militaire luchthaven, een rampbestrijdingsplan vast voor een vliegtuigongeval
					 op een luchthaven binnen de veiligheidsregio, dat op grond van onderdeel 9.2.5.
					 en tabel 9-1 in bijlage 14, volume 1 van het op 7 december 1944 te Chicago tot
					 stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (<extref reeks="Trb" doc="trb-1973-109" status="actief">Trb. 1973, 109</extref>) is
					 ingedeeld in brand<?xpp afbm?>risicoklasse 3 of hoger, of in geval van een
					 militaire luchthaven, het terrein dat in overleg met Onze Minister van Defensie
					 is aangewezen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Het rampbestrijdingsplan ziet mede op de onmiddellijke
					 omgeving van een luchthaven. Het bestuur van de veiligheidsregio stelt in
					 overleg met de exploitant van een burgerluchthaven, respectievelijk de
					 basiscommandant van een militaire luchthaven vast welk gebied tot de
					 onmiddellijke omgeving wordt gerekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van
					 overeenkomstige toepassing op de vaststelling van het
					 rampbestrijdingsplan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio zendt het
					 rampbestrijdingsplan aan Onze Minister van Verkeer en Waterstaat.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.2.2</nr>
              </kop>
              <al>Het rampbestrijdingsplan bevat in ieder geval:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>de functies van de aan de luchthaven verbonden personen die
						bevoegd zijn om procedures van alarmering binnen en buiten de luchthaven en van
						bestrijdingsacties op de luchthaven in werking te doen treden;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de functies van de personen die belast zijn met de
						operationele leiding van het geheel van de bestrijdingsacties;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>de maatregelen en de voorzieningen die zijn getroffen opdat
						degene die is belast met de operationele leiding, en de hulpverleningsdiensten
						snel worden geïnformeerd en de bij de bestrijding betrokken personen snel
						worden opgeroepen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>het schema met betrekking tot de leiding over en de
						gecoördineerde inzet van diensten en organisaties die bij de bestrijding kunnen
						worden betrokken;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen met het
						oog op de bestrijding van op en in de onmiddellijke omgeving van de
						luchthaven;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>een plan in hoofdlijnen met betrekking tot de geneeskundige
						organisatie, waaronder een plan op hoofdlijnen met betrekking tot de opvang en
						verzorging van de slachtoffers;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>g.</li.nr>
                  <al>de wijze waarop de bevolking wordt geïnformeerd en over de
						door haar te volgen gedragslijn;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>h.</li.nr>
                  <al>de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de
						hulpverleningsdiensten van een andere staat te informeren, indien de bevolking
						of het milieu van die staat door het vliegtuigongeval worden getroffen of
						dreigen te worden getroffen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>i.</li.nr>
                  <al>de wijze waarop slachtoffers, verwanten van slachtoffers,
						reizigers, medewerkers van de luchthaven en van vliegtuigmaatschappijen,
						binnen- en buitenlandse overheden en de media worden geïnformeerd, en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>j.</li.nr>
                  <al>een overzichtskaart van de indeling van de luchthaven en de
						onmiddellijke omgeving daarvan.</al>
                </li>
              </lijst>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.2.3</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat
					 geza<?xpp afbm?>menlijk met de onderdelen van de hoofdstructuur van de
					 rampenbestrijding en crisisbeheersing met passende tussenpozen een oefening
					 wordt gehouden waarbij het rampbestrijdingsplan op juistheid, volledigheid en
					 bruikbaarheid wordt getoetst.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>In ieder geval vindt één maal per twee jaar een
					 multidisciplinaire stafoefening en één maal per vier jaar een
					 multidisciplinaire oefening van staf en operationele eenheden plaats.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Bij de oefeningen, bedoeld in het tweede lid, wordt het
					 calamiteitenplan van de luchthaven mede geoefend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt zorg voor de
					 evaluatie van de oefeningen, bedoeld in het tweede lid. Bij de uitvoering van
					 de evaluatie worden de exploitant van een burgerluchthaven en de
					 basiscommandant, bedoeld in artikel 6.2.1, betrokken.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio draagt er zorg voor dat
					 het rampbestrijdingsplan één maal per vier jaar wordt geactualiseerd.</al>
              </lid>
            </artikel>
          </paragraaf>
          <paragraaf>
            <kop>
              <label>§</label>
              <nr status="officieel">3</nr>
              <titel status="officieel">Rampbestrijdingsplannen voor afvalvoorzieningen categorie
				  A</titel>
            </kop>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.3.1</nr>
              </kop>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
                <al>Het bestuur van de veiligheidsregio stelt een
					 rampbestrijdingsplan vast voor een ramp in een afvalvoorziening categorie A als
					 bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
                <al>Artikel 6.1.3 is van overeenkomstige toepassing op het
					 rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
                <al>Een rampbestrijdingsplan, bedoeld in het eerste lid, wordt
					 vastgesteld uiterlijk een jaar na het tijdstip waarop het bevoegd gezag een
					 afschrift van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een afvalvoorziening
					 categorie A heeft ontvangen.</al>
              </lid>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.3.2</nr>
              </kop>
              <al>Degene die de afvalvoorziening categorie A drijft, verstrekt
				  bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor die afvalvoorziening of op
				  enig ander tijdstip aan het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 6.3.1, derde lid,
				  en het bestuur van de veiligheidsregio de gegevens die nodig zijn opdat zij hun
				  taken in het kader van de voorbereiding van bestrijding van een ramp naar
				  behoren kunnen uitvoeren. Dit geldt niet voor zover deze gegevens reeds op
				  grond van andere voorschriften zijn verschaft of kunnen worden verkregen.</al>
            </artikel>
            <artikel status="goed">
              <kop>
                <label>Artikel</label>
                <nr status="officieel">6.3.3</nr>
              </kop>
              <al>Op de vaststelling van een rampbestrijdingsplan als bedoeld in
				  artikel 6.3.1 of van belangrijke wijzigingen daarvan is artikel 6.1.4 van
				  overeenkomstige toepassing.</al>
            </artikel>
          </paragraaf>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr status="officieel">7</nr>
            <titel status="officieel">BEDRIJFSBRANDWEER</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">7.1</nr>
            </kop>
            <al>Voor een aanwijzing als inrichting die over een bedrijfsbrandweer
				moeten beschikken, komen in aanmerking:</al>
            <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
              <li>
                <li.nr>a.</li.nr>
                <al>inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit
					 risico’s zware ongevallen 1999;</al>
              </li>
              <li>
                <li.nr>b.</li.nr>
                <al>inrichtingen met installaties waarop hoofdstuk 2, afdeling 2,
					 van het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing is voor zover het
					 betreft:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>1°.</li.nr>
                    <al>inrichtingen die geheel of nagenoeg geheel zijn bestemd
						  voor de opslag in verband met vervoer van in die afdeling genoemde stoffen, al
						  dan niet in combinatie met andere stoffen en producten;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>2°.</li.nr>
                    <al>spoorwegemplacementen voor zover zij geen onderdeel zijn
						  van een inrichting waarop artikel 4 van het Besluit risico’s zware ongevallen
						  1999 van toepassing is, en</al>
                  </li>
                </lijst>
              </li>
              <li>
                <li.nr>c.</li.nr>
                <al>inrichtingen, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de
					 Kernenergiewet, met uitzondering van de inrichtingen waarop artikel 44 van het
					 Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is.</al>
              </li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">7.2</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Alvorens tot aanwijzing over te gaan, verzoekt het bestuur van
				  de veiligheidsregio het hoofd of de bestuurder van de inrichting, waarvan het
				  bestuur redelijkerwijs kan vermoeden dat deze in geval van een brand of ongeval
				  bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid kan opleveren, binnen drie maanden
				  na ontvangst van het daartoe strekkend verzoek een rapport inzake de
				  bedrijfsbrandweer over te leggen, dat de volgende gegevens bevat:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>een algemene beschrijving van de inrichting, van de daarin
						voorkomende stoffen en de eigenschappen van deze stoffen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>een algemene beschrijving van de processen die in de
						inrichting plaatsvinden;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de
						tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op het
						terrein van de inrichting:</al>
                  <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                    <li>
                      <li.nr>1°</li.nr>
                      <al>die gegeven de aard van een installatie of de
							 inrichting, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve
							 voorzieningen, als reëel en typerend wordt geacht,</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>2°</li.nr>
                      <al>waarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving
							 van de inrichting kan ontstaan, en</al>
                    </li>
                    <li>
                      <li.nr>3°</li.nr>
                      <al>waarbij van preventieve of repressieve maatregelen
							 duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie daarvan wordt
							 voorkomen;</al>
                    </li>
                  </lijst>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>de maatgevende incidentscenario’s dat wil zeggen de
						geloofwaardige incidentscenario’s, bedoeld in onderdeel <nadruk type="cur">c</nadruk>, die bepalend zijn voor de omvang en de uitrusting van de
						bedrijfsbrandweer;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>een beschrijving van de organisatie van de nodig geachte
						bedrijfsbrandweer, waaronder de omvang van het personeel en het materieel.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid reeds zijn
				  opgenomen in een veiligheidsrapport, kan in het rapport worden volstaan met een
				  verwijzing naar de desbetreffende gegevens.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio zendt een exemplaar van het
				  rapport aan:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid,
						onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
						waarin de inrichting is gelegen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>het bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 2.4 van de
						Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bevoegd is een omgevingsvergunning voor
						de inrichting te verlenen, en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, indien de
						inrichting is gelegen op of deel uitmaakt van een luchthaven als bedoeld in
						artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio kan het hoofd of de
				  bestuurder van de inrichting verzoeken om aan het bestuur aanvullende gegevens
				  te verschaffen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">7.3</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Indien het bestuur van de veiligheidsregio van oordeel is dat
				  de inrichting waarvoor het bestuur ingevolge artikel 7.2, eerste lid, een
				  rapport heeft ontvangen in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan
				  opleveren voor de openbare veiligheid, wijst het bestuur de inrichting aan die
				  binnen een door het bestuur te stellen termijn over een bedrijfsbrandweer dient
				  te beschikken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio gaat niet over tot het
				  aanwijzen van een inrichting dan nadat de bestuursorganen, bedoeld in artikel
				  7.2, derde lid, door het bestuur in de gelegenheid zijn gesteld advies ter zake
				  uit te brengen en nadat het hoofd of de bestuurder van de inrichting door het
				  bestuur is gehoord.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio kan inrichtingen aanwijzen
				  die gezamenlijk over een bedrijfsbrandweer dienen te beschikken. Het tweede lid
				  is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio stuurt een afschrift van de
				  aanwijzing aan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, derde lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio kan in de aanwijzing,
				  bedoeld in het eerste en derde lid, slechts eisen stellen aan:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>a.</li.nr>
                  <al>de geoefendheid en de samenstelling van de
						bedrijfsbrandweer waarbij de functies genoemd in het Besluit personeel
						veiligheidsregio’s, kunnen worden aangewezen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>b.</li.nr>
                  <al>de voorzieningen inzake bluswater, melding, alarmering en
						verbindingen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>c.</li.nr>
                  <al>het blusmaterieel;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>d.</li.nr>
                  <al>de beschermende middelen;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>e.</li.nr>
                  <al>de alarmering van en samenwerking met de brandweer en
						andere hulpverleningsorganisaties, en</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>f.</li.nr>
                  <al>de omvang van het personeel en het materieel van de
						bedrijfsbrandweer.</al>
                </li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">7.4</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Na wijziging of uitbreiding van een aangewezen inrichting dan
				  wel verandering van de daarin gebezigde processen die in betekenende mate
				  consequenties hebben voor de inhoud van het rapport, dient het hoofd of de
				  bestuurder van die inrichting zo spoedig mogelijk een dienovereenkomstig
				  gewijzigd rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio over te leggen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Artikel 7.2, tweede tot en met vierde lid, is van
				  overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Indien het gewijzigde rapport, het veiligheidsrapport of de
				  wijziging daarvan daartoe aanleiding geven, kan het bestuur van de
				  veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde
				  eisen wijzigen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen
				  van gewijzigde eisen, bedoeld in het derde lid, een termijn waarbinnen aan die
				  eisen moet zijn voldaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
              <al>Artikel 7.3, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige
				  toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">7.5</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Na wijziging van de omgeving van een aangewezen inrichting die
				  in betekenende mate consequenties heeft voor gegevens over de geloofwaardige en
				  maatgevende incidentscenario’s, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onderdeel c
				  en d, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwij<?xpp afbm?>zing
				  intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen
				  van gewijzigde eisen, bedoeld in het eerste lid, een termijn waarbinnen aan die
				  eisen moet zijn voldaan.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Artikel 7.3, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige
				  toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">7.6</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Op een aanwijzing die Onze Minister geeft ten aanzien van een
				  inrichting die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in
				  gebruik zijnd terrein, zijn de artikelen 7.1 tot en met 7.5 van overeenkomstige
				  toepassing met dien verstande dat Onze Minister tevens een exemplaar van het
				  rapport zendt aan de Minister van Defensie en het bestuur van de
				  veiligheidsregio.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Onze Minister zendt een rapport aan het bestuur van de
				  veiligheidsregio nadat hij het rapport zodanig heeft bewerkt dat de gegevens
				  waarvoor geheimhouding geboden is, daarin niet voorkomen of daaruit niet kunnen
				  worden afgeleid.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr status="officieel">8</nr>
            <titel status="officieel">FINANCIËN</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">8.1</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Onze Minister stelt, onder voorbehoud van goedkeuring van de
				  begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse
				  Zaken en Koninkrijksrelaties, jaarlijks vóór 1 juli voor het eerstvolgende jaar
				  de bijdrage voor de doeluitkering aan de veiligheidsregio’s vast. Het voor de
				  doeluitkering beschikbare totaalbedrag, bestaat uit de bedragen, bedoeld in
				  artikel 8.2 en uit een vast en een variabel deel. Het vaste en variabele deel
				  worden verdeeld volgens het verdeelsysteem in bijlage 2 bij dit besluit.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Onze Minister kan de jaarlijkse bijdrage bijstellen in verband
				  met loon- en prijsmutaties die tot wijziging van het voor de doeluitkering
				  beschikbare bedrag leiden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Onze Minister kan de jaarlijkse bijdrage bijstellen in verband
				  met andere dan in het tweede lid bedoelde wijzigingen van het voor de
				  doeluitkering beschikbare bedrag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>Onze Minister stelt het bestuur van de veiligheidsregio zo
				  spoedig mogelijk op de hoogte van een besluit tot bijstelling als bedoeld in
				  het tweede en derde lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">5.</lidnr>
              <al>Verrekening van bijstellingen in de jaarlijkse bijdrage vindt
				  uiterlijk plaats op 1 december van het jaar waarop de jaarlijkse bijdrage
				  betrekking heeft.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">8.2</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>In verband met extra voorzieningen voor de Waddeneilanden
				  ontvangt de veiligheidsregio Fryslân jaarlijks een bedrag van € 150.000,– en de
				  veiligheidsregio Noord-Holland-Noord jaarlijks een bedrag van € 28.000,–.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>In verband met extra voorzieningen voor de luchthaven Schiphol
				  ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van
				  € 5.000.000,–.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">3.</lidnr>
              <al>Voor de interregionale versterking van de veiligheidsregio’s
				  Amsterdam-Amstelland en Kennemerland in verband met de luchthaven Schiphol
				  ontvangt de veiligheidsregio Kennemerland jaarlijks een bedrag van
				  € 2.500.000,–.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">4.</lidnr>
              <al>Voor de uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4.1.6,
				  ontvangen de veiligheidsregio’s, genoemd in bijlage 1 bij dit besluit, elk
				  jaarlijks een bedrag van € 175.000,–.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">8.3</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>Onze Minister kan aan een veiligheidsregio een incidentele
				  bijdrage verstrekken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>Een incidentele bijdrage kan onder voorwaarden worden
				  verleend.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">8.4</nr>
            </kop>
            <al>De betaling van de ingevolge de artikelen 8.1 en 8.2 berekende
				bijdrage voor de doeluitkering vindt plaats in vier gelijke termijnen op
				15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober.</al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">8.5</nr>
            </kop>
            <al>Het bestuur van de veiligheidsregio besteedt de bijdrage voor de
				doeluitkering aan de uitvoering van taken die aan het bestuur op grond van
				artikel 10 van de wet zijn toegekend.</al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">8.6</nr>
            </kop>
            <al>Indien de accountant een afkeurende verklaring of een verklaring
				met beperking of oordeelsonthouding heeft gegeven, kan Onze Minister de
				jaarlijkse bijdrage voor de doeluitkering voor een volgend jaar
				verminderen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr status="officieel">9</nr>
            <titel status="officieel">OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">9.1</nr>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">1.</lidnr>
              <al>De rampbestrijdingsplannen die op grond van het Besluit
				  rampbestrijdingsplannen inrichtingen zijn vastgesteld door de burgemeester,
				  blijven van kracht. Onverminderd het bepaalde in artikel 6.1.7, tweede lid,
				  worden zij door het bestuur van de veiligheidsregio opnieuw vastgesteld indien
				  deze dit nodig oordeelt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr status="officieel">2.</lidnr>
              <al>De rampbestrijdingsplannen die op grond van het Besluit
				  rampbestrijdingsplannen luchtvaartterreinen zijn vastgesteld door de
				  burgemeester, blijven van kracht. Zij worden door het bestuur van de
				  veiligheidsregio opnieuw vastgesteld indien deze dit nodig oordeelt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">9.2</nr>
            </kop>
            <al>Een aanwijzing, vastgesteld op grond van artikel 4 van het
				Besluit bedrijfsbrandweren, blijft van kracht met dien verstande dat de
				aanwijzing kan worden ingetrokken of de bij de aanwijzing gestelde eisen kunnen
				worden gewijzigd met toepassing van de artikelen 7.4 tot en met 7.6.</al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">9.3</nr>
            </kop>
            <al>Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet
				veiligheids<?xpp afbm?>regio’s in werking treedt.</al>
          </artikel>
          <artikel status="goed">
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr status="officieel">9.4</nr>
            </kop>
            <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit
				veiligheidsregio’s.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </wettekst>
      <wetsluiting status="goed">
        <slotformulering>
          <al>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van
			 toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.</al>
        </slotformulering>
        <histnoot type="raad-van-state">
          <al>Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.</al>
          <al>Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden opgenomen in de Staatscourant.</al>
        </histnoot>
        <gegeven>
          <dagtekening>
            <plaats>’s-Gravenhage,</plaats>
            <datum isodatum="2010-06-24">24 juni 2010</datum>
          </dagtekening>
          <koning>Beatrix</koning>
        </gegeven>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van
		  Binnenlandse Zaken en
		  Koninkrijksrelaties,</functie>
          <naam>
            <voornaam>A. Th.
				B.</voornaam>
            <achternaam>Bijleveld-Schouten</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
        <uitgifte>
          <datum isodatum="2010-07-01">Uitgegeven de <nadruk type="cur">eerste</nadruk> juli 2010</datum>
          <ondertekening>
            <functie>De Minister van
			 Justitie,</functie>
            <naam>
              <voornaam>E. M. H.</voornaam>
              <achternaam>Hirsch
				  Ballin</achternaam>
            </naam>
          </ondertekening>
        </uitgifte>
      </wetsluiting>
      <bijlage status="goed">
        <kop>
          <titel status="officieel">Bijlage 1, behorende bij artikel 4.1.6, eerste lid</titel>
        </kop>
        <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
          <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="2" char="" charoff="50" align="left">
            <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="211*" />
            <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="211*" />
            <thead valign="bottom">
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">De veiligheidsregio’s die een
						ontsmettingseenheid voor grootschalige chemische, biologische, radiologische en
						nucleaire incidenten hebben, zijn:</nadruk>
                  </al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>
                    <nadruk type="halfvet">De omliggende veiligheidsregio’s
						zijn:</nadruk>
                  </al>
                </entry>
              </row>
            </thead>
            <tbody valign="top">
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Groningen</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Fryslân</al>
                  <al>Drenthe</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Noord- en Oost-Gelderland</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>IJsselland</al>
                  <al>Twente</al>
                  <al>Gelderland-Midden</al>
                  <al>Gelderland-Zuid</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Brabant- Zuidoost</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Brabant-Noord</al>
                  <al>Limburg-Noord</al>
                  <al>Limburg-Zuid</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Amsterdam-Amstelland</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Flevoland</al>
                  <al>Gooi en Vechtstreek</al>
                  <al>Kennemerland</al>
                  <al>Noord-Holland-Noord</al>
                  <al>Zaanstreek-Waterland</al>
                  <al>Utrecht</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Rotterdam-Rijnmond</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Zuid-Holland-Zuid</al>
                  <al>Midden- en West-Brabant</al>
                  <al>Zeeland</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Haaglanden</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Hollands Midden</al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
      </bijlage>
      <bijlage status="goed">
        <kop>
          <titel status="officieel">Bijlage 2, behorende bij artikel 8.1, eerste lid</titel>
        </kop>
        <al-groep>
          <al>Het voor het vaste en variabele deel van de doeluitkering
			 beschikbare bedrag wordt verdeeld op grond van de volgende formule:</al>
          <al>vast bedrag + (<nadruk type="cur">woonruim</nadruk> * € 0,97) +
			 (<nadruk type="cur">oppbe</nadruk>b * € 46,10) – (<nadruk type="cur">OAD</nadruk> * € 0,195) + (<nadruk type="cur">kernen</nadruk> *
			 € 447,00) + (<nadruk type="cur">opptot</nadruk> * € 1,60) + (<nadruk type="cur">hoofdvaar</nadruk> * € 5.125,422) + (<nadruk type="cur">BRZO</nadruk> * € 4.967,021) + (inwo *
			 € 0,21)]*uitkeringsfactor</al>
        </al-groep>
        <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
          <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="3" char="" charoff="50" align="left">
            <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="82*" />
            <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="194*" />
            <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="109*" />
            <thead valign="bottom">
              <row rowsep="1">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Structuurkenmerk of maatstaf</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Betekenis</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Vindplaats structuurkenmerk in bijlage 2 van het Besluit
						financiële verhouding 2001 of andere bronnen</al>
                </entry>
              </row>
            </thead>
            <tbody valign="top">
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>vast bedrag</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>een gelijk bedrag per veiligheidsregio</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>opptot</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>totale oppervlakte van gemeente land en binnenwater (biwa)
						in hectaren + oppervlakte buitenwater (buiwa) in hectaren</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>tabelnummers 16, 19 en 20</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>woonruim</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>aantal woonruimten</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>tabelnummer 24</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>inwo</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>aantal inwoners</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>tabelnummer 2</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>oppbeb</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>oppervlakte van de bebouwing in hectaren</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>tabelnummer 21 </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>oad</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>omgevingsadressendichtheid woonruimten</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>tabelnummer 32 </al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>kernen</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>aantal woonkernen in de gemeente</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>tabelnummer 36</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>hoofdvaar</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>lengte van hoofdvaarwegen per kilometer in het
						hoofdvaarwegennet</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Ministerie van Verkeer en Waterstaat, database Vaarwegen in
						Nederland (VIN)</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Brzo</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>bedrijven met een bepaalde hoeveelheid gevaarlijke stoffen,
						genoemd in artikel 8 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 (Brzo)</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                  <al>Ministerie van VWS, RIVM-bestand Brzo-bedrijven</al>
                </entry>
              </row>
              <row rowsep="0">
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                  <al>uitkeringsfactor</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                  <al>het quotiënt van het beschikbare totaalbedrag verminderd
						met de bedragen bedoeld in artikel 8.2 en de som van a) de producten die wordt
						verkregen door voor iedere verdeelmaatstaf het aantal eenheden te
						vermenigvuldigen met het bedrag per eenheid en b) de vaste bedragen</al>
                </entry>
                <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
        <al>De vaststelling van het aantal eenheden per structuurkenmerk of
		  maatstaf geschiedt naar de toestand op 1 januari voorafgaand aan het
		  uitkeringsjaar. </al>
      </bijlage>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel status="officieel">NOTA VAN TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel status="officieel">Algemeen</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">1</nr>
              <titel status="officieel">Inleiding</titel>
            </kop>
            <al>In dit besluit worden voorschriften gegeven over de inrichting
				van de organisatie en de uitvoering van de taken door de veiligheidsregio’s op
				het gebied van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, brandweerzorg,
				geneeskundige hulpverlening en de financiën. Hierbij is het uitgangspunt dat de
				veiligheidsregio’s primair verantwoordelijk zijn voor de inrichting van de
				brandweer, de GHOR<noot id="n1" type="voet"><noot.nr>1</noot.nr><noot.al>De GHOR is volgens de definitie in artikel 1 van de wet:
					 de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, belast met de
					 coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening en met de
					 advisering van andere overheden en organisaties op dat gebied.</noot.al></noot> en de meldkamer en voor de organisatie van de
				rampenbestrijding, crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening.</al>
            <al>De in dit besluit gestelde eisen hebben als doel een hoger
				veiligheidsniveau te bereiken en uniformiteit bij het leveren van bijstand te
				waarborgen. Met dit besluit wordt tevens beoogd een basis te leggen voor het
				multidisciplinaire optreden bij de rampenbestrijding en de crisisbeheersing. De
				eisen zien toe op de organisatie die nodig is bij een ramp of crisis waarbij
				een onmiddellijke en volledige inzet van de organisatie voor de
				rampenbestrijding en crisisorganisatie noodzakelijk is. Deze eisen hebben dan
				ook niet alleen betrekking op de organisatie van de brandweer en de
				geneeskundige hulpverlening, maar ook op politie en, voor zover het gaat om
				bevolkingszorg, op gemeenten.</al>
            <al-groep>
              <al>Een deel van de voorschriften zoals die in de hoofdstukken 6, 7
				  en 8, komt voort uit eerdere wetgeving. Deze regelgeving is voor een deel, al
				  dan niet aangepast, overgenomen in dit besluit. Andere grondslagen zoals die in
				  artikel 18, eerste lid, zijn nieuw, hierbij gaat het onder andere om regels
				  over:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>de brandweer en de voor de brandweer vast te stellen
						opkomsttijden, de GHOR en de meldkamer;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>de organisatie van de rampenbestrijding, de
						crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening;</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>de gemeentelijke bevolkingszorg in het kader van
						rampenbestrijding en crisisbeheersing.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <al>In de hoofdstukken 2 tot en met 4 worden eisen gesteld aan de
				orga<?xpp afbm?>nisatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en de
				brandweer. In hoofdstuk 5 worden eisen gesteld aan afspraken die het bestuur
				van de veiligheidsregio maakt met de instellingen als bedoeld in artikel 33 van
				de Wet veiligheidsregio’s (verder te noemen: de wet), zijnde zorginstellingen,
				zorgaanbieders, ambulancevervoerders en regionale gezondheidsdiensten. In de
				hoofdstukken 6, 7 en 8 wordt nadere uitwerking gegeven aan respectievelijk de
				eisen voor de rampbestrijdingsplannen van aangewezen inrichtingen en
				luchthavens, de bedrijfsbrandweer en de financiering van de veiligheidsregio’s.
				Eisen aan het personeel van de brandweer en de GHOR worden in een aparte
				algemene maatregel van bestuur uitgewerkt.</al>
            <al-groep>
              <al>De bepalingen in paragraaf 1 van hoofdstuk 6 zijn overgenomen
				  uit het Besluit rampbestrijdingsplannen inrichtingen en vloeien voor een deel
				  voort uit de richtlijn nr. 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van
				  9 december 1996 (PbEG 1997 L 10) betreffende de beheersing van de gevaren van
				  zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (Seveso-II), laatst
				  gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1137/2008 (PbEU 2008 L 311). In paragraaf
				  6.2 van deze toelichting is de bij de implementatie behorende
				  transponeringstabel opgenomen.</al>
              <al>De bepalingen in paragraaf 2 van hoofdstuk 6 zijn overgenomen
				  uit het Besluit rampbestrijdingsplannen luchtvaartterreinen.</al>
              <al>De bepalingen in paragraaf 3 van hoofdstuk 6 zijn overgenomen
				  uit paragraaf 2 van het Besluit rampbestrijdingsplannen inrichtingen en vloeien
				  voor een deel voort uit de richtlijn nr. 2006/21/EG van het Europees Parlement
				  en de Raad van de Europese Unie van 15 maart 2006 betreffende het beheer van
				  afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van Richtlijn 2004/35/EG
				  (PbEU L 102) die destijds is geïmplementeerd in het Besluit beheer
				  winningsafvalstoffen. In paragraaf 6.3 van deze toelichting is de bij de
				  implementatie behorende transponeringstabel opgenomen.</al>
            </al-groep>
            <al>Een overzicht van de onderwerpen en grondslagen van dit besluit
				is hieronder opgenomen.</al>
            <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
              <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="4" char="" charoff="50" align="left">
                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="53*" />
                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="20*" />
                <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="20*" />
                <colspec colnum="4" colname="col4" colwidth="19.5*" />
                <thead valign="bottom">
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Onderwerp </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0" />
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Grondslag in de Wet veilig<?xpp afbm?>heidsregio’s</al>
                    </entry>
                  </row>
                </thead>
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Eisen aan brandweer, opkomsttijden, GHOR, de meldkamer,
							 de organisatie van de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de
							 geneeskundige hulpverlening en aan de gemeentelijke bevolkingszorg.</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Nieuw</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Hoofdstuk 2, 3, en 4 </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Artikel 18, eerste lid</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Inhoud afspraken met zorgaanbieders e.d.</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Nieuw</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Hoofdstuk 5 </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Artikel 33, vierde lid</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Categorieën inrichtingen en luchthavens aanwijzen voor
							 een rampbestrijdingsplan</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Bestaand met technische aanpassingen</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Hoofdstuk 6 </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Artikel 17, eerste en tweede lid</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Aanwijzing inrichtingen bedrijfsbrandweer</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Bestaand met technische en inhoudelijke
							 aanpassingen</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Hoofdstuk 7 </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Artikel 31, vierde lid</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Regels uitvoering artikel 55 financiële bepalingen</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Bestaand met technische en inhoudelijke
							 aanpassingen</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Hoofdstuk 8 </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col4" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Artikel 55, vijfde lid</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">2</nr>
              <titel status="officieel">Eisen aan Rampenbestrijding en Crisisbeheersing</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Het is van groot belang dat bij de rampenbestrijding en de
				  crisisbeheersing in de eerste acute fase de crisisorganisatie vlot en als
				  geheel start met de uitvoering van haar taken om de gevolgen van de ramp of
				  crisis vanaf het eerste moment efficiënt en effectief te kunnen
				  bestrijden.</al>
              <al>Om die reden stelt dit besluit eisen aan de crisisorganisatie
				  in die situaties waarbij een onmiddellijke en totale opschaling noodzakelijk
				  is. De gedachte achter het uitsluitend normeren van de prestaties en de
				  organisatie voor het grootschalige en onmiddellijke optreden, is dat deze
				  organisatie ook in staat is om de lagere alarmeringsniveaus goed uit te voeren.
				  Op deze wijze zijn alle organisatie-elementen uit het referentiekader
				  Gecoördineerde Regionale Inzetprocedure (GRIP)<noot id="n2" type="voet"><noot.nr>2</noot.nr><noot.al>Referentiekader GRIP, Veiligheidskoepel, september
						2006.</noot.al><noot.al>In de GRIP-procedure wordt onderscheid gemaakt in
						verschillende opschalingstadia. Afhankelijk van de aard en omvang van het
						incident wordt een deel of het geheel van de hoofdstructuur van de
						crisisorganisatie gealarmeerd. De opschaling kan afhankelijk van de
						omstandigheden stap voor stap gebeuren of ineens. </noot.al></noot> vastgelegd, blijft getrapte opschaling mogelijk en kan er
				  adequaat gereageerd worden.</al>
            </al-groep>
            <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
              <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="3" char="" charoff="50" align="left">
                <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="39*" />
                <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="191*" />
                <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="170*" />
                <thead valign="bottom">
                  <row rowsep="1">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Niveau </al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Reikwijdte incident</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Activering hoofdstructuur</al>
                    </entry>
                  </row>
                </thead>
                <tbody valign="top">
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>GRIP 1</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Bronbestrijding</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Commando Plaats Incident (COPI)</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>GRIP 2</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Bron- en Effectbestrijding</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>COPI + Operationeel Team (OT)</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>GRIP 3</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>Bedreiging van het welzijn van de bevolking</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>COPI + OT + Gemeentelijk Beleidsteam</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row rowsep="0">
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                      <al>GRIP 4</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                      <al>gemeentegrensoverschrijdend, eventueel schaarste</al>
                    </entry>
                    <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                      <al>COPI + OT + Regionaal Beleidsteam</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
            <al>De eisen in het besluit dragen bij aan een uniforme structuur en
				werkwijze bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing in alle regio’s. Hiermee
				is ook de interregionale bijstand en het bovenregionaal optreden gediend.
				Bijstand is een belangrijk uitgangspunt voor de organisatie van de
				rampenbestrijding en crisisbeheersing. Geen enkele regio is in staat voldoende
				capaciteit te onderhouden voor de zwaarste ramp- en crisisscenario’s. In de wet
				is hierin al voorzien op de volgende wijze. Uit het risicoprofiel van de regio
				en het beleidsplan dat daarop is gebaseerd, blijken de beoogde operationele
				prestaties van de regio. Deze zullen met de eigen capaciteit alleen in de regel
				niet gerealiseerd kunnen worden. De veiligheidsregio’s moeten hun behoefte aan
				bijstand in overleg met de aangrenzende regio’s zeker stellen. Dit is onderdeel
				van de verplichte afstemming van het beleidsplan en het crisisplan op die van
				de aangrenzende regio’s. De crisisorganisatie van de veiligheidsregio moet in
				staat zijn om de bijstand te kunnen opnemen en aansturen. Tevens moeten
				veiligheidsregio’s in staat zijn om vlot bijstand te kunnen verlenen.
				Informatie, communicatie en de wijze van optreden moeten uitwisselbaar zijn. De
				hiervoor vereiste uniformiteit wordt in dit besluit op een aantal belangrijke
				punten geregeld.</al>
            <al>In 2004 heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en
				Koninkrijksrelaties (BZK) aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal<noot id="n3" type="voet"><noot.nr>3</noot.nr><noot.al>Kamerstukken II 2003/04,
					 <extref reeks="Kst" doc="kst-26956-19" status="actief">26956, nr.
					 19</extref>.</noot.al></noot> toegezegd basisvereisten te formuleren voor het
				functioneren van de hoofdstructuur, deze te toetsen en op termijn vast te
				leggen in regelgeving om de kwaliteit te borgen. Om die toezegging gestand te
				doen heeft de minister het Landelijk Beraad Crisisbeheersing (LBCB) gevraagd
				hierover een advies uit te brengen. In november 2006 heeft het LBCB dit advies
				uitgebracht. De Minister van Binnenlandse Zaken heeft dit rapport op
				27 februari 2007 met een circulaire<noot id="n4" type="voet"><noot.nr>4</noot.nr><noot.al>Circulaire basisvereisten, Ministerie van BZK, 27
					 februari 2007, kenmerk 2007-0000047695.</noot.al></noot> aangeboden aan het veld. De toegezegde toetsing heeft
				plaatsgevonden in 2007 en heeft enkele bijstellingen ten opzichte van het
				oorspronkelijke LBCB-rapport tot gevolg gehad. De rapportage is in maart 2008
				aangeboden aan het Veiligheidsberaad, de colleges van burgemeesters en
				wethouders, de commissarissen van de Koningin, het Interprovinciaal Overleg, de
				korpschefs, de regionale brandweercommandanten, de regionaal geneeskundig
				functionarissen, het Nederlands Politie Instituut, het Nederlands Instituut
				Fysieke Veiligheid, de Raad voor de multidisciplinaire informatievoorziening,
				de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Nederlandse Vereniging voor
				Brandweer en Rampenbestrijding, het Beraad van GHOR-burgemeesters, GGD
				Nederland en de Raad van hoofdcommissarissen.<noot id="n5" type="voet"><noot.nr>5</noot.nr><noot.al>Brief BZK van 10 maart 2008.</noot.al></noot></al>
            <al-groep>
              <al>De basisvereisten zoals die zijn aangedragen door het LBCB zijn
				  met enkele aanpassingen naar aanleiding van de voornoemde toetsing vrijwel
				  integraal overgenomen in hoofdstuk 2 van dit besluit. Samen vormen ze de basis
				  voor het crisismanagement. Het zijn de randvoorwaarden voor het starten en
				  functioneren van de crisisorganisatie. Het gaat om de volgende processen:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>Alarmering</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>Opschaling</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>Leiding en Coördinatie</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>–</li.nr>
                  <al>Informatiemanagement.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Organisatie van de rampenbestrijding en
					 crisisbeheersing</titel>
              </kop>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio heeft de
				  verantwoordelijkheid voor de organisatie van de rampenbestrijding en de
				  crisisbeheersing (artikel 10, onderdeel d, van de wet). De organisatie,
				  verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de
				  rampenbestrijding en de crisisbeheersing, worden vastgelegd in het regionaal
				  crisisplan (artikel 16, eerste lid, van de wet). Het regionaal crisisplan is
				  een operationeel plan en moet afgestemd zijn met de crisisplannen van de
				  aangrenzende regio’s.</al>
              <al>Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing is
				  niet alleen gericht op activiteiten van de veiligheidsregio, maar ook op het
				  multidisciplinaire optreden met andere organisaties zoals politie, gemeenten en
				  geneeskundige hulpverleners. Onderdelen van deze organisaties maken dan ook
				  deel uit van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing,
				  verder de crisisorganisatie genoemd. De crisisorganisatie is verantwoordelijk
				  voor de (operationele) aansturing van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.
				  De opbouw van de crisisorganisatie is eerder beschreven in het referentiekader
				  GRIP. Alle regio’s hebben dit referentiekader onderschreven en de onderdelen
				  van de crisisorganisatie zijn dan ook in iedere regio terug te vinden.</al>
              <al>Het optreden van de crisisorganisatie moet bezien worden in
				  samen<?xpp afbm?>hang met dat van mogelijke crisispartners. De
				  crisisorganisatie moet in staat zijn om samen met hen rampen en crises het
				  hoofd te bieden. Bestaande samenwerkingsafspraken met crisispartners bieden
				  hiervoor een vertrekpunt. Het besluit schrijft voor hoe de onderdelen van de
				  crisisorganisatie minimaal dienen te zijn opgebouwd. Als het bestuur van een
				  regio op basis van het risicoprofiel besluit om andere crisispartners, zoals
				  vertegenwoordigers van een energiebedrijf of een waterschap, toe te voegen,
				  vormt het besluit hiervoor geen beletsel. Voor de functionarissen die de
				  onderdelen van de hoofdstructuur bezetten zijn in of krachtens het Besluit
				  personeel veiligheidsregio’s vakbekwaamheidseisen opgenomen die noodzakelijk
				  zijn voor hun functioneren. De functieaanduidingen in dit besluit zijn ontleend
				  aan het Besluit personeel veiligheidsregio’s.</al>
              <al-groep>
                <al>De hoofdstructuur van de crisisorganisatie omvat alle
					 onderdelen van de crisisorganisatie die belast zijn met leiding en coördinatie
					 van de inzet van hulpverleningseenheden. Hier wordt gedoeld op de meldkamer,
					 het commando plaats incident, het team bevolkingszorg, het regionaal
					 operationeel team en het gemeentelijk beleidsteam of het regionaal
					 beleidsteam.</al>
                <al>De meldkamer speelt op dit gebied vooral in de eerste fase
					 van de ramp of crisis een belangrijke rol. Ten eerste ontvangt ze de meldingen
					 en stelt op basis daarvan vast welke onderdelen van de crisisorganisatie gealar<?xpp afbm?>meerd
					 moeten worden. Ten tweede is zij belast met het geven van een zo volledig
					 mogelijke beschrijving van het incident aan de onderdelen van de
					 hoofdstructuur. De meldkamer blijft gedurende de bestrijding van de ramp of
					 crisis onmisbaar als informatieknooppunt. Zij zal in de regel ondersteunend
					 zijn aan het regionaal operationeel team (ROT) op het gebied van de
					 informatievoorziening.</al>
              </al-groep>
              <al>De politietaak op de luchthavens en militaire terreinen is
				  toegewezen aan de Koninklijke Marechaussee (artikel 6, eerste lid, Politiewet
				  1993). Dat betekent dat, indien van toepassing, er een directe aansluiting van
				  die organisatie op de hoofdstructuur van rampenbestrijding en crisisbeheersing
				  van de veiligheidsregio moet zijn.</al>
              <al>Tevens moet het operationele optreden van de Koninklijke
				  Marechaus<?xpp afbm?>see geïntegreerd zijn in het optreden van de operationele
				  eenheden, zoals brandweer en geneeskundige eenheden, van de veiligheidsregio.
				  Speciale aandacht is hierbij vereist voor de meldkamerfunctie, de
				  informatievoorziening en -uitwisseling en het multidisciplinair oefenen. Dit
				  onderwerp wordt geregeld in het convenant dat het bestuur van de
				  veiligheidsregio sluit met de Minister van Defensie (artikel 19, van de
				  wet).</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Alarmering</titel>
              </kop>
              <al>Alarmering heeft tot doel de eenheden die nodig zijn voor de
				  rampenbestrijding en crisisbeheersing binnen zeer korte tijd te activeren en
				  naar de juiste plaats te dirigeren. In de acute fase van de rampenbestrijding
				  en crisisbeheersing moeten alle onderdelen van de hoofdstructuur tot en met het
				  ROT en alle hulpverleningsdiensten die nodig zijn voor de bestrijding in één
				  keer worden gealarmeerd. Bij de voorbereiding op de rampenbestrijding en de
				  crisisbeheersing bestond een sterke oriëntatie op de kleinschalige praktijk. De
				  alarmering was daarbij vaak gefaseerd in tijd en kwantiteit. De opvolgende GRIP
				  niveaus werden daarbij gefaseerd in de tijd afgekondigd. Bij incidenten die
				  zich langzaam ontwikkelen, die men ziet aankomen of waarbij de omvang pas in de
				  loop van de tijd duidelijk wordt, ligt deze wijze van optreden voor de hand.
				  Bij rampenbestrijding of crisisbeheersing in de acute fase en waarbij mogelijk
				  veel slachtoffers vallen of grote materiële schade ontstaat, is deze
				  handelswijze onvoldoende. Om in die situaties geen kostbare tijd te verliezen
				  moet de crisisorganisatie ineens gealarmeerd worden.</al>
              <al-groep>
                <al>Het LBCB heeft in zijn advies enkele normen gesteld aan de
					 snelheid waarmee de meldkamer meldingen met betrekking tot rampenbestrijding en
					 crisisbeheersing en meldingen over reguliere incidenten, die zich gelijktijdig
					 afspelen, verwerkt. Uit de toetsing van deze normen bleek dat deze als niet
					 effectief en niet haalbaar werden beoordeeld. Om die reden zijn hierover in dit
					 besluit geen nadere eisen gesteld.</al>
                <al>Wel dient het bestuur van de veiligheidsregio criteria vast
					 te stellen voor de situaties waarin de meldkamer tot grootschalige alarmering
					 dient over te gaan. Dit leidt er toe dat bij een acute ramp de alarmering van
					 de hele hoofdstructuur van de crisisorganisatie tot en met het niveau van het
					 ROT wordt opgestart en dat de verantwoordelijke bestuurder wordt
					 gewaarschuwd.</al>
                <al>Dit betekent dat de meldkamer de alarmering zonder
					 tussenkomst van een andere leidinggevende in gang mag zetten. Bij een acute
					 ramp scheelt dit veel tijd en dat kan levens redden en schade beperken. Vanwege
					 de regionale diversiteit en de samenhang met het risicoprofiel is ervoor
					 gekozen deze verantwoordelijkheid bij het bestuur van de veiligheidsregio neer
					 te leggen en deze criteria niet door het Rijk te laten vaststellen.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Opschaling</titel>
              </kop>
              <al>Het doel van het proces opschaling is om steeds de juiste
				  hoeveelheid mensen en middelen beschikbaar te hebben voor de rampenbestrijding
				  en crisisbeheersing in de acute fase. Het proces omvat het activeren van de
				  benodigde mensen en middelen en het afstemmen van de wijze van aansturing
				  hiervan: de overgang van de dagelijkse situatie naar de crisisorganisatie. Ook
				  het waarschuwen van de relevante crisispartners en het activeren van
				  bijstandsafspraken met aangrenzende regio’s behoort tot dit proces.</al>
              <al>De eisen die in dit besluit worden gesteld aan de opkomsttijden
				  zijn gebaseerd op normen die breed in het land gehanteerd worden. Uit de
				  toetsing naar de haalbaarheid van deze eisen, die in 2007 is uitgevoerd door de
				  adviesbureaus Anderson Elfers en Felix en COT Instituut voor Veiligheids- en
				  Crisismanagement, kwam naar voren dat de genoemde tijden haalbaar en
				  realistisch zijn binnen de beperkingen van af te leggen afstanden, kosten voor
				  piketten en vertragende omstandigheden zoals verkeer- en weeromstandigheden.
				  Als de crisisorganisatie eenmaal is opgeschaald, moet zij zichzelf in stand
				  kunnen houden zolang als dit nodig is om de rampenbestrijding en de
				  crisisbeheersing tot een einde te brengen, zowel voor wat betreft de personele
				  bezetting als de fysieke instandhouding van de systemen en andere voorzieningen
				  van de crisisorganisatie. Om dit mogelijk te maken is het noodzakelijk
				  afspraken te maken met aangrenzende regio’s en de andere crisispartners zoals
				  bedoeld in de wet. Bijvoorbeeld de waterschappen, Rijkswaterstaat, defensie of
				  private partijen zoals nutsbedrijven.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Leiding en coördinatie</titel>
              </kop>
              <al>Het doel van leiding en coördinatie is het aansturen van de
				  crisisorganisatie. Het omvat de feitelijke inzet en aansturing van de
				  hulpverleningseenheden. Het LBCB reikt in zijn advies de zogenoemde
				  crisismanagementcyclus aan als instrument om dit proces in te richten. De
				  crisis<?xpp afbm?>managementcyclus wordt op alle niveaus in de
				  crisisorganisatie voortdurend doorlopen en begint met het verzamelen van
				  informatie over de rampenbestrijding of de crisisbeheersing. Deze informatie
				  wordt geanalyseerd en beoordeeld. Vervolgens worden alle mogelijke acties in
				  kaart gebracht die kunnen leiden tot het gewenste effect. De opties worden
				  tegen elkaar afgewogen en er wordt beslist welk plan ten uitvoer wordt
				  gebracht. Ten slotte volgt de bevelvoering. In dit proces organiseert,
				  dirigeert en coördineert de leidinggevende van een onderdeel, eventueel
				  geassisteerd door een staf, de uitwerking, bekendmaking en uitvoering van het
				  gekozen plan. In dit besluit is de normering van de zogenoemde
				  crisismanagementcyclus gekoppeld aan het proces van het informatiemanagement.
				  Dit is namelijk cruciaal voor het kunnen door<?xpp afbm?>lopen van deze cyclus.
				  De overige normen die het LBCB hier aanreikt zijn te beschouwen als algemene
				  handreikingen voor besluitvorming, die men bij het inrichten van dit proces ter
				  harte zou moeten nemen.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Informatiemanagement</titel>
              </kop>
              <al>Het doel van informatiemanagement is het zo snel mogelijk
				  verkrijgen van alle informatie die relevant is voor de rampenbestrijding en de
				  crisisbeheersing, en het actief beschikbaar stellen van die informatie aan de
				  functionarissen in de crisisorganisatie die de informatie nodig hebben. Goed
				  informatiemanagement is een essentiële voorwaarde voor een goed functionerende
				  crisismanagementcyclus. Het inrichten van het informatienetwerk van de
				  crisisorganisatie volgens de principes van het zogenoem<?xpp afbm?>de
				  netcentrische informatiemanagement, draagt bij aan het bereiken van dit doel.
				  Om die reden is ervoor gekozen in dit besluit eisen te stellen aan het
				  informatiemanagement die leiden tot het netcentrisch inrichten van het
				  informatiemanagement.</al>
              <al>Het netcentrisch informatiemanagement gaat ervan uit dat
				  centraal in het informatienetwerk een totaalbeeld van de rampbestrijding of
				  crisisbeheersing wordt bijgehouden en dat ieder onderdeel van de
				  crisisorganisatie een eigen beeld opbouwt van de situatie, dat complementair is
				  aan het totaalbeeld. Alle onderdelen van het informatienetwerk hebben toegang
				  tot het totaalbeeld. Zo heeft ieder onderdeel van de crisisorganisatie op elk
				  moment de beschikking over de meest actuele informatie over de ramp of crisis
				  en de wijze waarop de bestrijding wordt aangepakt. Door deze
				  informatieontsluiting kan ieder onderdeel van de crisisorganisatie binnen zijn
				  eigen bevoegdheden op basis van de beschikbare informatie de juiste
				  beslissingen nemen.</al>
              <al>In het besluit is een aantal gegevenscategorieën benoemd
				  waarnaar het totaalbeeld moet zijn ingericht (artikel 2.4.1, tweede lid). De
				  gegevenscategorieën zijn dusdanig generiek, dat deze voor ieder ramptype
				  geschikt zijn. Een uitwerking voor verschillende typen incidenten, rampen en
				  crises ligt voor de hand. Bij een treinramp is voor de besluitvorming andere
				  specifieke informatie nodig, dan bij een watersnood of grieppandemie. Dat geldt
				  ook voor de criteria voor grootschalige alarmering. Deze uitwerking is aan de
				  branche zelf.</al>
              <al-groep>
                <al>De opsomming van de categorieën waaruit het totaalbeeld wordt
					 opgebouwd is niet bedoeld als een rigide format dat altijd op deze manier
					 gepresenteerd moet worden. Afhankelijk van het doel en de omstandigheden kan er
					 voor gekozen worden om de gegevenscategorieën op de meest geëigende manier in
					 te vullen. Hierbij kan gedacht worden aan het groeperen van bepaalde informatie
					 rond de zwaartepunten van de besluitvorming of het grafisch weergeven van
					 (delen van) het totaalbeeld.</al>
                <al>Uitgangspunt is het snel verwerken en doorgeven van relevante
					 gegevens. Daarbij is het totaalbeeld een onmisbaar instrument om uit de
					 overdaad aan gegevens die in de regel bij een incident, ramp of crisis op de
					 crisisorganisatie afkomt de juiste informatie te filteren, die nodig is voor
					 een adequate besluitvorming. Daarnaast wordt hiermee duidelijk welke voor de
					 besluitvorming essentiële informatie nog ontbreekt en waarnaar gezocht moet
					 worden. Het is daarbij niet de bedoeling om eerst het de ontbrekende informatie
					 te zoeken voordat het totaalbeeld kan worden gedeeld. Het actueel houden van
					 het totaalbeeld is een continu proces.</al>
              </al-groep>
              <al-groep>
                <al>Tot nu toe is de informatievoorziening vaak nog per
					 organisatie georganiseerd. Er is nauwelijks informatie-uitwisseling tussen deze
					 organisaties. Bovendien is de doorgifte van informatie sterk hiërarchisch
					 georiënteerd. Dat wil zeggen dat alle informatie eerst via de verschillende
					 schijven in de organisatie omhoog wordt gebracht en op een hoog niveau wordt
					 beoordeeld. Daarna gaat de informatie naar de belanghebbende, ook dit proces
					 verloopt via diverse schijven. Deze wijze van informatievoorziening is niet
					 bevorderlijk voor de snelheid waarmee informatie doorgegeven wordt en ook niet
					 voor het multidisciplinaire optreden.</al>
                <al>Het netcentrisch inrichten van het informatiemanagement biedt
					 de mogelijkheid om informatie anders dan via de hiërarchische weg door te
					 geven. Dit levert tijdwinst op als andere onderdelen van de crisisorganisatie
					 snel moeten worden geïnformeerd over cruciale ontwikkelingen. Om dit belang
					 extra kracht bij te zetten en de veiligheidsregio’s te stimuleren hun
					 informatievoorziening voor de crisisorganisatie dusdanig in te richten dat de
					 informatie snel doorgegeven wordt, zijn ook enkele eisen gesteld aan de
					 doorgifte- en verwerkingssnelheid van de belangrijkste gegevens die tijdens de
					 rampbestrijding of crisisbeheersing een rol spelen.</al>
                <al>Het LBCB heeft in zijn advies voorstellen gedaan voor de
					 verwerkingssnelheid van verschillende typen gegevens. Hierbij werd een
					 onderscheid gemaakt tussen urgente gegevens en overige essentiële gegevens. Het
					 onderscheid tussen deze twee categorieën bleek in de praktijk moeilijk te
					 operationaliseren. Om die reden is dit onderscheid niet overgenomen. Alle
					 gegevens dienen binnen tien minuten nadat ze beschikbaar zijn gekomen verwerkt
					 te zijn in het eigen beeld en zo spoedig mogelijk in het totaalbeeld.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">3</nr>
              <titel status="officieel">Eisen basisbrandweerzorg</titel>
            </kop>
            <al>De brandweer levert een belangrijke bijdrage aan de
				rampenbestrijding en crisisbeheersing. Deze bijdrage kan alleen van een
				kwalitatief hoog niveau zijn als de basis goed georganiseerd is. In de jaren
				’90 is met het Project Versterking Brandweer (PVB) gewerkt aan
				kwaliteitsverbetering van zowel de basishulpverleningsprocessen van de
				brandweer als van hulpverleningsprocessen in de rampenbestrijding. Deze
				kwaliteitsverbetering is verankerd in referentiekaders, handboeken en
				leidraden, onder andere de concept-Leidraad Repressieve Basisbrandweerzorg en
				de Leidraad Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen. In de praktijk is echter
				gebleken dat de normen niet altijd bekend zijn bij gemeenten en er verschillen
				in interpretatie optreden. Door de in dit besluit gestelde eisen aan de
				basisbrandweerzorg ontstaat een minimaal kwaliteitsniveau dat voor alle
				gemeenten gelijk is.</al>
            <al>De eisen aan de basisbrandweerzorg in dit besluit hebben
				uitsluitend betrekking op het spoedeisende optreden van de brandweer, waarbij
				sprake is van brand of andere levensbedreigende zaken incidenten waarbij de
				brandweer een taak heeft. De eisen aan voertuigbezetting en opkomsttijden
				gelden niet voor niet-spoedeisende zaken, zoals het leegpompen van een
				ondergelopen kelder of het verwijderen van een omgevallen boom.</al>
            <al>Bij het opstellen van eisen aan de basisbrandweerzorg is
				nadrukkelijk een evenwicht gezocht tussen de verantwoordelijkheid van de
				minister en de eigen verantwoordelijkheid van de veiligheidsregio’s en de
				gemeenten. De eisen zijn gericht op het creëren van de juiste randvoorwaarden
				voor het goed functioneren van de brandweer bij rampenbestrijding en
				crisisbeheersing.</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Organisatie basisbrandweerzorg</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Voor de uitvoering van de brede basistaken van de
					 brandweerzorg worden drie soorten eenheden gebruikt. Elk brandweerkorps
					 (regionaal of gemeentelijk) moet binnen haar grondgebied kunnen beschikken over
					 elk van deze eenheden. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat elk korps ook
					 deze eenheden zelf in bezit moet hebben, ook samenwerkingsafspraken met andere
					 korpsen zijn mogelijk. Het gaat hierbij om de:</al>
                <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                  <li>
                    <li.nr>a.</li.nr>
                    <al>basisbrandweereenheid;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>b.</li.nr>
                    <al>ondersteuningseenheid voor hulpverlening;</al>
                  </li>
                  <li>
                    <li.nr>c.</li.nr>
                    <al>ondersteuningseenheid voor redden en blussen op
						  hoogte.</al>
                  </li>
                </lijst>
                <al>Voor de functionarissen die de eenheden bezetten zijn in of
					 krachtens het Besluit personeel veiligheidsregio’s de functieaanduidingen en de
					 vakbekwaamheidseisen opgenomen die noodzakelijk zijn voor hun
					 functioneren.</al>
              </al-groep>
              <al-groep>
                <al>Het besluit schrijft een minimale standaardbezetting voor en
					 biedt het bestuur van de veiligheidsregio (respectievelijk het college van
					 burgemeester en wethouders) de mogelijkheid om beargumenteerd af te wijken van
					 deze standaardbezetting. De primaire grondslag voor afwijking is het
					 risicoprofiel van de regio (of de gemeente). Zo kan bijvoorbeeld een groter
					 brandrisico van oude binnensteden aanleiding zijn om de bezetting uit te
					 breiden. Aan de andere kant kan bijvoorbeeld in buitengebieden de hulpverlening
					 meer gediend zijn met een snelle uitruk door vier personen, dan een latere
					 uitruk door een voltallige standaardbezetting. Dergelijke afwijkingen kunnen
					 ook zijn geïndiceerd als de bebouwde omgeving daartoe aanleiding biedt en in
					 tunnels.</al>
                <al>Bij de keuze voor een afwijking van de standaardbezetting
					 dient aan drie voorwaarden te worden voldaan. Op de eerste plaats dient het
					 afwijken te geschieden vanuit een vakinhoudelijke motivatie. De veiligheid van
					 de burgers verdient bij de afwegingen een centrale plaats. De kwaliteit van de
					 geboden brandweerzorg moet ook bij een afwijkende bezetting van de uitrukkende
					 eenheid (blijven) voldoen aan de maatschappelijke behoefte aan goede
					 brandweerzorg.</al>
                <al>Op de tweede plaats mag de keuze voor een afwijkende
					 bezetting geen afbreuk doen aan de veiligheid en de gezondheid van het
					 brandweerpersoneel. Het bestuur dient er als een verantwoordelijk werkgever
					 zorg voor te dragen dat de veiligheid en de gezondheid van de werknemers,
					 conform artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet, is geborgd bij de inrichting
					 van de arbeidsplaats, de werkmethoden en de te gebruiken arbeidmiddelen en
					 persoonlijke beschermingsmiddelen. Ook zal het bestuur, conform artikel 5 van
					 de Arbeidsomstandighedenwet, ten aanzien van de afwijkende bezetting vast
					 moeten leggen welke risico’s deze arbeidsomstandigheden voor de werknemers met
					 zich brengen en in deze risico-inventarisatie en -evaluatie een beschrijving
					 moeten opnemen van de gevaren en van de maatregelen waarmee de risico’s worden
					 beperkt. In dit proces dient ook voldoende aandacht te worden besteed aan het
					 opstellen van passende procedures en voldoende gelegenheid en tijd voor het
					 personeel om, conform artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet, doeltreffend
					 te worden ingelicht over de te verrichten werkzaamheden, de aan de afwijkende
					 bezetting verbonden risico’s en de maatregelen ter beperking van deze risico’s.
					 Dit gebeurt door doeltreffend en aan de onderscheiden taken aangepaste
					 (interne) opleiding en oefening en onderricht ten aanzien van de nieuwe
					 werkwijze aan te bieden.</al>
                <al>Op de derde plaats moet de procedure waarin het
					 verantwoordelijke bestuur tot een besluit komt op een zorgvuldige en
					 ordentelijke wijze worden doorlopen. Dit proces begint met een inventarisatie
					 van de risico’s en het vaststellen van de noodzaak tot afwijken van de
					 standaardbezetting. Bespreking van plannen voor experimenten of pilots met de
					 ondernemingsraad (OR) ligt, op grond van de Wet op de ondernemingsraden (WOR)
					 en conform artikel 12 van de Arbeidsomstandighedenwet, voor de hand en is
					 wenselijk. Als blijkt dat de bestuurder (in de zin van de WOR) voornemens is
					 besluiten te nemen waar de WOR op van toepassing is – met name artikel 25 en
					 artikel 27 – worden relevante onderwerpen voor advies dan wel ter instemming
					 aan de OR voorgelegd.</al>
              </al-groep>
              <al>De consequenties van dit besluit worden uitgewerkt in het
				  dekkingsplan als onderdeel van het regionaal beleidsplan<noot id="n6" type="voet"><noot.nr>6</noot.nr><noot.al>Artikel 12, tweede lid sub f van de Wet
						veiligheidsregio’s: een beschrijving van de voorzieningen en maatregelen,
						noodzakelijk voor de brandweer om te voldoen aan de gestelde opkomsttijden. In
						het dagelijkse spraakgebruik staat dit onderdeel van het beleidsplan bekend
						onder de benaming «dekkingsplan».</noot.al></noot>. In het regionaal beleidsplan maakt het bestuur van de
				  veiligheidsregio tevens inzichtelijk hoeveel capaciteit, die voldoet aan de
				  uniforme standaardbezetting, beschikbaar is voor de afgesproken interregionale
				  bijstand.</al>
              <al-groep>
                <al>Als bijstand nodig is, is het van groot belang dat het te
					 gebruiken materieel, zoals de tankautospuit met bijbehorende uitrusting,
					 uitwisselbaar is. Het is noodzakelijk dat de voertuigen en de uitrusting
					 daarvan voldoen aan dezelfde minimumeisen. Bij het oproepen van bijstand
					 (klein- en grootschalig) moet men er op kunnen vertrouwen dat de
					 bijstandseenheden over dezelfde operationele slagkracht beschikken als de
					 eenheden van het eigen korps.</al>
                <al>De tankautospuit, het hulpverleningsvoertuig, het redvoertuig
					 en de uitrusting dient daarom gestandaardiseerd te zijn. Het is aan de
					 brandweersector zelf om deze standaardisatie tot stand te brengen. De
					 veiligheidsregio’s zijn zelf verantwoordelijk voor het aanschaffen en beheren
					 van gemeenschappelijk materieel (artikel 10, onderdeel h, van de wet). De
					 regio’s kunnen onderling afspraken maken over de uitwisselbaarheid van dit
					 materieel. Mocht dit onvoldoende van de grond komen dan is het mogelijk dat ten
					 behoeve van de standaardisatie nadere regels worden gesteld.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Opkomsttijden basisbrandweerzorg</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>De regels inzake brandweerzorg beogen de algemene veiligheid
					 van personen bij branden en gevaren te dienen. Het gaat hierbij om het redden
					 van levens en het voorkomen dat de brand naar belendende panden overslaat.</al>
                <al>De burger is zelf primair verantwoordelijk voor het voorkomen
					 van brand. Een juiste aansluiting van brandgevaarlijke installaties en
					 apparaten en het aanbrengen van rookmelders en brandmeldinstallaties is geen
					 verantwoordelijkheid van de overheid. Het bestuur van de veiligheidsregio kan
					 hierin adviseren doch kan deze verantwoordelijkheid niet overnemen. De normen
					 in dit besluit hebben niet de strekking burgers te beschermen tegen
					 vermogensschade.</al>
              </al-groep>
              <al>De veiligheidsregio’s en de gemeenten zijn op grond van de wet
				  verantwoordelijk voor het organiseren van een optimale brandweerzorg en het
				  vaststellen van opkomsttijden. De inrichting van de brandweerzorg is het
				  resultaat van een bestuurlijke kosten-batenafweging op grond van een
				  brandrisico-inschatting als onderdeel van het risicoprofiel dat het bestuur van
				  de veiligheidsregio vaststelt op grond van artikel 15 van de wet.</al>
              <al>De bestuurlijke afweging over de inrichting van de
				  brandweerzorg moet resulteren in het zogenoemde dekkingsplan dat, op grond van
				  artikel 14, tweede lid, onderdeel f, van de wet, onderdeel uitmaakt van het
				  beleids<?xpp afbm?>plan. Het risicoprofiel vormt de basis hiervoor. Als de
				  brandrisico’s in beeld zijn gebracht, kunnen op basis daarvan de opkomsttijden
				  worden vastgesteld en de optimale spreiding van de brandweerkazernes en -posten
				  worden bepaald.</al>
              <al-groep>
                <al>Bij het vaststellen van de opkomsttijden vormen de tijdnormen
					 die in artikel 3.2.1 van dit besluit zijn opgenomen het vertrekpunt. Deze
					 normen gelden, tenzij het bestuur in het dekkingsplan een andere opkomsttijd
					 vaststelt. Het bestuur heeft de bevoegdheid om andere tijden vast te stellen
					 als de kosten-batenafweging, rekening houdend met het risicoprofiel, daartoe
					 aanleiding geeft. Het bestuur moet in het dekkingsplan duidelijk maken op welke
					 plaatsen een opkomsttijd geldt die afwijkt van de tabel en welke opkomsttijd
					 daar verwacht mag worden. De opkomsttijd mag niet hoger worden vastgesteld dan
					 achttien minuten.</al>
                <al>Op deze wijze wordt de bestuurlijke verantwoordelijkheid van
					 de veiligheidsregio’s voor een optimale brandweerzorg, de kenbaarheid van de
					 geldende opkomsttijden en het afleggen van verantwoording over de daarbij
					 gemaakte afwegingen bevorderd.</al>
              </al-groep>
              <al-groep>
                <al>In het besluit wordt het bestuur tevens verplicht om alle in
					 de praktijk gerealiseerde opkomsttijden te registreren. Deze registratie kan
					 input geven voor de periodieke herziening van het risicoprofiel en daarmee het
					 dekkingsplan. Uit de registratie blijkt immers of de opkomsttijden in een
					 bepaald gebied gehaald of overschreden worden. Die overschrijdingen kunnen
					 aanleiding zijn om maatregelen te nemen op het gebied van preventie,
					 ruimtelijke ordening of brandweerzorg.</al>
                <al>Hiermee kan beter inzicht worden verkregen over de geleverde
					 brandweerzorg waardoor ook verantwoording en verbetering mogelijk is.</al>
              </al-groep>
              <al-groep>
                <al>Hieronder wordt de herkomst en onderbouwing van de in het
					 besluit opgenomen tijdsnormen beschreven. De tijdnormen zijn ontleend aan de
					 handleiding Brandweerzorg inclusief de Technische Aanvulling en de Leidraad
					 Repressieve Basisbrandweerzorg.</al>
                <al>Bij het vaststellen van de tijdnormen is rekening gehouden
					 met de bestaande bouwregelgeving. Het Bouwbesluit 2003 en het Besluit
					 brandveilig gebruik bouwwerken vormen hiervoor de basis. Waar de
					 bouwregelgeving gericht is tot gebruikers en ondernemers, is dit besluit
					 uitsluitend gericht tot het bevoegd gezag van de brandweer.</al>
                <al>Bij de vergunningverlening voor bouwwerken wordt ervan
					 uitgegaan dat de brandweer binnen dertig minuten na aanvang van de brand ter
					 plaatse is om de bestrijding ter hand te nemen. Bij vijftien minuten
					 ontdekkingstijd en zeven minuten voorbereidingstijd blijven er acht minuten
					 over voor de opkomsttijd. Acht minuten is ook de tijd die door bestuurders en
					 de brandweerprofessie als een acceptabele tijd wordt beschouwd.</al>
                <al>Het effect van de brandbestrijding en de mogelijkheden tot
					 redding van eventuele slachtoffers nemen af met de tijd die verstrijkt, dus hoe
					 eerder de brandweer arriveert en begint met de bestrijding, hoe groter de
					 effectiviteit. De tijdfactor is opgebouwd uit de ontdekkingstijd, de
					 opkomsttijd en de werktijd. Uit ervaringscijfers blijkt dat de ontdekkingstijd,
					 de tijd van het ontstaan van de brand tot aan het ontdekken ervan gemiddeld
					 vijftien minuten duurt. De opkomsttijd is de tijd vanaf het moment dat de
					 meldkamer de melding in ontvangst neemt tot aan het moment dat de brandweer bij
					 de brand arriveert. In die tijd moeten de eventuele vrijwilligers nog naar de
					 kazerne komen, de brandweerlieden moeten zich aankleden en zich verplaatsen
					 naar de locatie waar de brand is. Ter plaatse is nog gemiddeld zeven minuten
					 nodig om een adequate inzet voor te bereiden (slangen uitrollen en aansluiten,
					 persoonlijke veiligheidsmaatregelen te nemen door de brandweerlieden, de
					 situatie verkennen en dergelijke).</al>
              </al-groep>
              <al-groep>
                <al>Voor de reddingstaak is de zelfredzaamheid van de aanwezigen
					 in een gebouw een belangrijke factor. De zelfredzaamheid is in hoge mate
					 afhankelijk van het type gebruik. In een kantoorgebouw zijn de mensen beter in
					 staat zichzelf te redden dan bijvoorbeeld in een verpleeghuis. Dit maakt dat
					 bij bepaalde bouwwerken een langere opkomsttijd acceptabel is en bij andere
					 bouwwerken een kortere opkomsttijd noodzakelijk is. Dit komt tot uitdrukking in
					 de differentiatie in de tijdnormen die in artikel 3.2.1 is aangebracht. Het is
					 de eigen verantwoordelijkheid van de eigenaar of beheerder van een gebouw om er
					 voor te zorgen dat de brandweer snel toegang heeft tot het object.</al>
                <al>De tijdnormen zijn ingedeeld naar vier objectcategorieën.
					 Daarnaast is er een maximale opkomsttijd van achttien minuten die in geen geval
					 overschreden mag worden. De tijdnormen gelden alleen voor zogenoem<?xpp afbm?>de
					 prioriteit 1 meldingen. Deze meldingen vinden ingevolge de Brancherichtlijn
					 optische en geluidssignalen brandweer alleen plaats bij een dringende taak van
					 de brandweer. Volgens diezelfde richtlijn is er sprake van een dringende taak
					 bij een uitruk naar een brand, brandgevaar of ongeval waarbij redelijkerwijs
					 kan worden verwacht of de kans aanwezig is dat een mens acuut gevaar loopt, een
					 uitruk naar een brand waarbij redelijkerwijs verwacht kan worden dat al dan
					 niet door uitbreiding acuut gevaar voor de omgeving bestaat, een uitruk na een
					 automatische brandmelding, een uitruk naar een gebouw waarbij de automatische
					 blusinstallatie in werking is getreden of een uitruk naar een ongeval met
					 gevaarlijke stoffen waarbij redelijkerwijs verwacht kan worden dat een mens
					 acuut gevaar loopt of aanzienlijke maatschappelijke of milieuschade ontstaat.
					 De genoemde brancherichtlijn vindt zijn grondslag in de Regeling optische en
					 geluidssignalen 2009.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Grootschalig optreden</titel>
              </kop>
              <al>De bestaande werkwijze voor grootschalig optreden van brandweer
				  en GHOR is op dit moment aan een herziening onderhevig. Dit proces is naar
				  verwachting in de loop van 2009 afgerond. Daarna wordt bezien hoe de daaruit
				  voortvloeiende eisen een plaats kunnen krijgen in dit besluit.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">4</nr>
              <titel status="officieel">Bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen</titel>
            </kop>
            <al>Ongevallen met gevaarlijke stoffen vragen om een snelle reactie
				van de hulpverleners. Die snelheid is nodig om in verschillende processen,
				zoals het waarschuwen en informeren van de bevolking, het redden, het
				bestrijden van de bron, het ontsmetten en het verkennen en meten, adequaat op
				te kunnen treden. Na de snelle eerste maatregelen kan het, als er sprake is van
				een omvangrijk besmet gebied, noodzakelijk zijn maatregelen te treffen voor
				langere tijd. Deze processen worden uitgevoerd door brandweereenheden en
				gespecialiseerde eenheden en functionarissen in samenwerking met vele andere
				diensten als geneeskundige hulpverlening, politie en diverse gemeentelijke en
				landelijke diensten, zoals het Beleidsondersteunend team-milieu-incidenten, de
				Milieu-ongevallendienst van het RIVM en het Landelijk informatiepunt ongevallen
				gevaarlijke stoffen.</al>
            <al> De Inspectie openbare orde en veiligheid heeft een onderzoek<noot id="n7" type="voet"><noot.nr>7</noot.nr><noot.al>Brandweeroptreden bij ongevallen met gevaarlijke stoffen
					 (2008).</noot.al></noot> uitgevoerd naar de voorbereiding en bestrijding door de
				brandweer bij ongevallen met gevaarlijke stoffen. De Inspectie beveelt onder
				meer aan de invulling van de (operationele) regionale functies meer te
				concentreren (minder personen met meer kwaliteitsborging), alsmede bij de
				invulling van de regionale expertfunctie van adviseur gevaarlijke stoffen
				vanwege het op peil houden van de vakbekwaamheid te kiezen voor interregionale
				samenwerking. Dit besluit verplicht niet tot deze interregionale samenwerking,
				maar het laat die mogelijkheid wel open.</al>
            <al-groep>
              <al>Incidenten met gevaarlijke stoffen kunnen grofweg in drie
				  categorieën worden ingedeeld. In de eerste plaats zijn er de veelal kleinere
				  incidenten waarbij er slechts gevaar is voor de directe omgeving. Het betreft
				  dan bijvoorbeeld lekkages van vaten, flenzen en aansluitingen. Als effectgrens
				  voor dit type incidenten kan in de praktijk een maximale afstand van zo’n
				  honderd meter worden gehanteerd. Incidenten van dit type komen enkele honderden
				  malen per jaar voor in Nederland.</al>
              <al>In de tweede plaats zijn er de incidenten waarbij een groter
				  gebied wordt bedreigd Dit zijn incidenten waarbij giftige gassen in grotere
				  hoeveelheden of gedurende een langere tijd vrijkomen. Ook ongevallen met
				  brandbare gassen zoals LPG horen daartoe. Ten derde kunnen grote branden
				  waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn, grote omgevingseffecten
				  veroorzaken. Incidenten van dit type komen in Nederland enkele tientallen keren
				  per jaar voor.</al>
            </al-groep>
            <al>Het gebied waarin het ongeval wordt bestreden kan in tweeën
				worden verdeeld: het brongebied en het effectgebied. Het brongebied is het
				gebied waar alles zich bevindt wat te maken heeft met de directe
				ongevalsbestrijding. In dit gebied bevindt zich het betrokken object of
				voertuig en het werkveld van de brandweer en de andere hulpverleningsdiensten.
				Het effectgebied is het verder weg gelegen gebied waarbinnen de gevaarlijke
				stoffen zich verspreiden en mogelijke gezondheids- of milieuschade aanrichten.
				In dit gebied kan het nodig zijn maatregelen ten aanzien van de bevolking of
				het milieu te nemen.</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Organisatie bestrijding ongevallen gevaarlijke
					 stoffen</titel>
              </kop>
              <al>Bij incidenten met gevaarlijke stoffen wordt altijd gestart
				  vanuit de basisbrandweerzorg. De eerst aankomende brandweereenheid richt zich
				  op het verkennen, redden en, voor zover mogelijk met de beperkte middelen,
				  bestrijden van de bron. Daarvoor is de basisbrandweereenheid uitgerust met
				  diverse persoonlijke beschermingsmiddelen en zijn de manschappen opgeleid voor
				  dit type werkzaamheden.</al>
              <al-groep>
                <al>Daarnaast zijn er in elke regio eenheden en functionarissen
					 beschikbaar die gespecialiseerd zijn in de bestrijding van ongevallen met
					 gevaarlijke stoffen en het verkennen en meten. Zij kunnen optreden in het
					 brongebied en de ontsmetting van de hulpverleners en burgers uitvoeren. Ze
					 kunnen meten en verkennen (meetploegen), of beschikken over specifieke kennis
					 en kunde (adviseur gevaarlijke stoffen, meetplanleider). Deze eenheden en
					 functionarissen hebben de beschikking over aanvullende middelen, zoals
					 meetapparatuur, gaspakken, ontsmettingsmiddelen, schuimvoerende armaturen,
					 afdichtingsmiddelen, adsorberende middelen, en waterschermen. De
					 organisatorische inrichting hiervan wordt ten behoeve van de bovenregionale
					 samenwerking vastgelegd. Een eenheid voor de bestrijding van ongevallen met
					 gevaarlijke stoffen (eenheid OGS) moet flexibel ingezet kunnen worden binnen en
					 buiten de eigen regiogrenzen.</al>
                <al>Voor de functionarissen die in het kader van de
					 ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen in dit besluit zijn genoemd, zijn in of
					 krachtens het Besluit personeel veiligheidsregio’s de functieaanduidingen en de
					 vakbekwaamheidseisen opgenomen die noodzakelijk zijn voor hun
					 functioneren.</al>
              </al-groep>
              <al>Vanwege de zeer lage frequentie van voorkomen van grootschalige
				  ongevallen met chemische, biologische, radiologische en nucleaire
				  (CBRN-)middelen is er voor gekozen om de benodigde kennis, materieel en
				  vaardigheden bij grootschalige CBRN-incidenten te concentreren in zes
				  CBRN-steunpuntregio’s. Door middel van deze zes steunpuntregio’s is het actueel
				  houden van de benodigde kennis, het beheer en de adequate bediening van
				  specifieke CBRN-materiaal beter gewaarborgd. De zes CBRN-steunpuntregio’s zijn
				  gekozen vanwege de geografische spreiding over Nederland of hun risicoprofiel
				  met betrekking tot CBRN-incidenten. De manschappen en het materieel van de zes
				  CBRN-steunpuntregio’s zijn aanvullend op de basisorganisatie voor de
				  bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen, zoals die in elke regio
				  aanwezig moet zijn.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Opkomsttijden</titel>
              </kop>
              <al>Juist vanwege het bijzondere karakter van de incidenten met
				  gevaarlijke stoffen is snel en zorgvuldig handelen van levensbelang. Vele
				  andere hulpdiensten zijn afhankelijk van het functioneren van de brandweer bij
				  dit soort incidenten. Daarom worden operationele prestaties voor de meetploeg,
				  de meetplanleider, de eenheid OGS en de adviseur gevaarlijke stoffen in dit
				  besluit vastgelegd. De opkomsttijden zijn ontleend aan de leidraad
				  ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen<noot id="n8" type="voet"><noot.nr>8</noot.nr><noot.al>Ministerie van BZK en Nibra, 2001.</noot.al></noot>. Ook de opkomsttijd voor de ontsmettingseenheid voor
				  grootschalige CBRN-incidenten wordt vastgelegd.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Materieel en uitrusting</titel>
              </kop>
              <al>Vanuit het oogpunt van uitwisselbaarheid en interoperabiliteit
				  is het noodzakelijk dat het materieel van de OGS-eenheden aan dezelfde
				  minimumeisen voldoet. Daarnaast is het, meer nog dan bij de basisbrandweerzorg,
				  van belang dat de eenheden beschikken over een vaste materiële uitrusting. Bij
				  het verlenen van bijstand moet de ontvangende regio op voorspelbare slagkracht
				  en modaliteiten kunnen rekenen. De beoogde standaardisatie van dit materiaal
				  moet de brandweersector zelf tot stand brengen. Hierover kunnen bij
				  ministeriële regeling eisen gesteld worden.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">5</nr>
              <titel status="officieel">Eisen afspraken geneeskundige hulpverlening</titel>
            </kop>
            <al>De GHOR coördineert een doelmatige geneeskundige hulpverlening
				bij zware ongevallen, rampen en crises. Het bestuur van de veiligheidsregio
				legt voor de GHOR de ambities en taken vast. Deze ambities en taken zijn
				gebaseerd op de in het gebied aanwezige risico’s. Hierbij wordt rekening
				gehouden met het in de regio aanwezige hulp(zorg)verleningspotentieel.</al>
            <al>Op basis van wettelijke vereisten in regelgeving van de Minister
				van Volksgezondheid, Welzijn en Sport leggen zorginstellingen vast hoe zij
				tijdens de rampenbestrijding of crisisbeheersing de kwaliteit van hun
				zorgproces willen borgen. Dat maakt afstemming en goede afspraken tussen deze
				instellingen en de veiligheidsregio’s noodzakelijk.</al>
            <al>In dit besluit wordt bepaald waarover afspraken moeten worden
				gemaakt tussen het bestuur van de veiligheidsregio en de in de veiligheidsregio
				werkzame instellingen, zorgaanbieders, vergunninghouders en diensten met een
				taak binnen de geneeskundige hulpverlening (artikel 33, van de wet). Er worden
				geen inhoudelijke eisen gesteld aan de te maken afspraken. Bij het maken van de
				afspraken moet rekening worden gehouden met de taakinhoud en afspraken die al
				in de zorg bestaan.</al>
            <al>De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport bepaalt in
				overleg met de Minister van BZK welke zorgaanbieder welke taak heeft binnen de
				geneeskundige hulpverlening en legt dit zo nodig vast binnen de zorg<?xpp afbm?>regelgeving.
				Over de wijze van uitvoering van die taken worden, volgens binnen de zorg
				geldende systematiek, prestaties afgesproken en zo nodig normen gesteld. Deze
				normen sluiten aan bij de kwaliteitseisen van de reguliere zorg. Het bestuur
				van de veiligheidsregio sluit hierop aan bij het maken van afspraken.</al>
            <al-groep>
              <al>Hierbij valt in elk geval te denken aan het volgende. Voor
				  ziekenhuizen is bepaald dat zij afspraken maken met de GHOR over hun inzet bij
				  opgeschaalde hulpverlening (artikel 4, Wet toelating zorginstellingen).
				  Hiervoor is een landelijk referentiekader ontwikkeld in de vorm van de Leidraad
				  voor het Ziekenhuis Rampen Opvang Plan (ZiROP).</al>
              <al>Daarnaast is voor de ambulancevoorziening in artikel 4 van de
				  Wet ambulancezorg bepaald dat bij ministeriële regeling eisen worden
				  vastgesteld over de uitvoering van taken in het kader van de geneeskundige
				  hulpverlening bij ongevallen en rampen.</al>
              <al>Ten derde voeren GGD’en op grond van de Wet publieke gezondheid
				  taken uit in de geneeskundige hulpverlening. De directeur GHOR maakt deel uit
				  van de directie van de GGD en borgt op deze wijze een gecoördineerde aanpak van
				  de openbare gezondheidszorg.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">6</nr>
              <titel status="officieel">Rampbestrijdingsplannen voor inrichtingen en
				  luchthavens</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">6.1</nr>
                <titel status="officieel">Algemeen</titel>
              </kop>
              <al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën
				  inrichtingen en luchthavens worden aangewezen waarvoor het bestuur van de
				  veiligheidsregio een rampbestrijdingsplan vaststelt (artikel 17, van de wet).
				  In dat plan worden de maatregelen opgenomen die bij een ramp in die categorieën
				  inrichtingen dan wel op die luchthavens moeten worden genomen.</al>
              <al>In dit besluit worden regels gesteld met betrekking tot
				  rampbestrijdingsplannen voor een deel van de inrichtingen waarop Richtlijn
				  96/82/EG van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware
				  ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, de zogeheten Seveso
				  II-richtlijn, van toepassing is. Deze richtlijn schrijft voor dat voor deze
				  inrichtingen door de overheid een extern noodplan (i.c. het
				  rampbestrijdingsplan) moet worden gemaakt waarin bepaalde onderwerpen aan de
				  orde moeten komen. Voorts schrijft de richtlijn voor dat eens in de drie jaar
				  moet worden bekeken of het plan moet worden herzien en bijgewerkt. Het plan
				  moet eens in de drie jaar worden geoefend. De bevolking moet bij het opstellen
				  van het plan worden betrokken. Gelet op deze richtlijnbepalingen is destijds
				  het Besluit rampbestrijdingsplannen inrichtingen vastgesteld. Ingevolge
				  richtlijn nr. 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese
				  Unie van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën
				  (PbEU L102) is destijds in paragraaf 2 van het Besluit rampbestrijdingsplannen
				  inrichtingen bepaald dat rampbestrijdingsplannen opgesteld dienen te worden
				  voor rampen in afvalvoorzieningen categorie A als bedoeld in artikel 1.1,
				  eerste lid, van de Wet milieubeheer. Met de inwerkingtreding van de wet is de
				  grondslag onder het Besluit rampbestrijdingsplannen inrichtingen vervallen en
				  zijn de betreffende bepalingen opgenomen in dit besluit (paragraaf 1 en 3 van
				  hoofdstuk 6). De wet legt de taak van het vaststellen van een
				  rampbestrijdingsplan neer bij het bestuur van de veiligheidsregio.</al>
              <al>In dit besluit worden ook regels gesteld met betrekking tot
				  rampbestrijdingsplannen voor luchthavens (paragraaf 2 van hoofdstuk 6). De
				  bepalingen van het Besluit rampbestrijdingsplannen luchtvaartterreinen zijn
				  overgenomen in dit besluit, met dien verstande dat rekening is gehouden met het
				  feit dat de wet de taak van het vaststellen van een rampbestrijdingsplan
				  neerlegt bij het bestuur van de veiligheidsregio. Daarnaast is rekening
				  gehouden met enkele wijzigingen in de luchtvaartregelgeving. De verplichting
				  tot het vaststellen van een rampbestrijdings<?xpp afbm?>plan geldt voor de
				  luchthavens (en hun onmiddellijke omgeving) die op grond van de
				  Brandweerregeling burgerluchtvaartterreinen 2004 zijn ingedeeld in
				  brandrisicoklasse 3 of hoger en de daarmee gelijkgestelde militaire
				  luchthavens. Het besluit noemt de onderwerpen waaraan aandacht moet worden
				  besteed en er worden periodieke oefeningen voorgeschreven. Belanghebbenden
				  moeten bij het opstellen van het plan worden betrokken.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">6.2</nr>
                <titel status="officieel">Transponeringstabel met betrekking tot de richtlijn nr.
					 96/82/EG van de Raad van de Europese Unie van 9 december 1996 (PbEG L 10)
					 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij
					 gevaarlijke stoffen zijn betrokken, voor zover deze richtlijn voorschriften
					 bevat die betrekking hebben op rampbestrijdingsplannen</titel>
              </kop>
              <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
                <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="3" char="" charoff="50" align="left">
                  <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="141*" />
                  <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="141*" />
                  <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="141*" />
                  <thead valign="bottom">
                    <row rowsep="1">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>96/82/EG</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Besluit rampbestrijdingsplannen inrichtingen</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Besluit veiligheidregio’s</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </thead>
                  <tbody valign="top">
                    <row rowsep="0">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 11, eerste lid, onder c</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 1</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 6.1.1</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 11, tweede lid, met inbegrip van bijlage
								IV</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 3</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 6.1.3</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 11, derde lid, voor wat betreft externe
								noodplannen</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikelen 4 en 5</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikelen 6.1.4 en 6.1.5</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 11, vierde lid, voor wat betreft externe
								noodplannen</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 7</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 6.1.7</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 13, derde lid</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 8, tweede lid</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 6.1.8, tweede lid</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <nr status="officieel">6.3</nr>
                <titel status="officieel">Transponeringstabel met betrekking tot de richtlijn
					 nr. 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
					 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEU
					 L 102), voor zover deze richtlijn voorschriften bevat die betrekking hebben op
					 rampbestrijdingsplannen</titel>
              </kop>
              <table tabstyle="xml2" frame="topbot" pgwide="1" rowsep="0" colsep="0">
                <tgroup tgroupstyle="xml2" cols="3" char="" charoff="50" align="left">
                  <colspec colnum="1" colname="col1" colwidth="141*" />
                  <colspec colnum="2" colname="col2" colwidth="141*" />
                  <colspec colnum="3" colname="col3" colwidth="141*" />
                  <thead valign="bottom">
                    <row rowsep="1">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>2006/21/EG</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Besluit rampbestrijdingsplannen inrichtingen</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>Besluit veiligheidregio’s</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </thead>
                  <tbody valign="top">
                    <row rowsep="0">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 6, derde lid, derde alinea</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikelen 8a en 8b</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikelen 6.3.1 en 6.3.2</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 6, vierde lid, onderdelen a t/m d</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 8a, tweede lid, juncto artikel 3</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 6.3.1, tweede lid, juncto artikel 6.1.3</al>
                      </entry>
                    </row>
                    <row rowsep="0">
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col1" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 6, vijfde lid</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col2" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 8c juncto artikel 4</al>
                      </entry>
                      <entry colsep="0" valign="top" align="left" colname="col3" morerows="0" rotate="0">
                        <al>artikel 6.3.3 juncto artikel 6.1.4</al>
                      </entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">7</nr>
              <titel status="officieel">Bedrijfsbrandweer</titel>
            </kop>
            <al>De bepalingen in hoofdstuk 7 van dit besluit zijn afkomstig uit
				het Besluit bedrijfsbrandweren. Naar aanleiding van een evaluatie van voornoemd
				besluit zijn adviezen uitgebracht ter verbetering. Op basis van deze adviezen
				zijn de bepalingen op een aantal punten aangepast<noot id="n9" type="voet"><noot.nr>9</noot.nr><noot.al> «Adviezen ter verbetering van het Besluit bedrijfsbrandweren» van de Begeleidingscommissie Herziening Besluit bedrijfsbrandweren, september 2007.</noot.al></noot>.</al>
            <al>Hoofdstuk 7 bevat nadere regels om tot aanwijzing van een
				bedrijfsbrandweer over te gaan bij die inrichtingen die, in geval van een brand
				of ongeval, een bijzonder gevaar kunnen opleveren voor de openbare veiligheid.
				Wat betreft het bevoegd gezag vloeit uit artikel 31 van de wet voort dat dit
				gezag niet langer burgemeester en wethouders is maar het bestuur van de
				veiligheidsregio. In hoofdstuk 7 is bepaald welke inrichtingen voor een
				aanwijzingsprocedure in aanmerking kunnen komen en bevat regels over de
				werkwijze en de procedure van aanwijzing.</al>
            <al>Evenals in het voormalige Besluit bedrijfsbrandweren blijft
				«bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid» het kernbegrip, met dien
				verstande dat de beoordeling van dit begrip thans door het bestuur van de
				veiligheidsregio, als medeverantwoordelijke voor de brand- en
				ongevalsbestrijding, plaatsvindt. Onveranderd blijft ook het uitgangspunt van
				de beoordelingsvrijheid die het bestuur toekomt bij het uitoefenen van zijn
				aanwijzingsbevoegdheid.</al>
            <al>Nadat het bevoegd gezag een rapport inzake de bedrijfsbrandweer
				van de inrichting heeft ontvangen, vindt een beoordeling plaats van de vraag of
				de inrichting bij brand of ongeval een bijzonder gevaar voor de openbare
				veiligheid kan opleveren. Blijkt uit het rapport dat dit niet het geval is, dan
				vindt geen aanwijzing plaats. Blijkt uit het rapport dat dit wel het geval is,
				dan kan een aanwijzing volgen en dient de inrichting over een bedrijfsbrandweer
				te beschikken. De aanwijzing moet betrekking hebben op de mensen en de middelen
				die beschikbaar zijn in de inrichting. Een aanwijzing die alleen betrekking
				heeft op mensen of alleen op middelen, is dan ook geen aanwijzing in de zin van
				artikel 31 van de wet en hoofdstuk 7. Dat betekent uiteraard niet dat het
				bevoegd gezag en de inrichting geen afspraken, al dan niet in het kader van de
				vergunningverlening op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht,
				kunnen maken over het treffen van voorzieningen waardoor een aanwijzing kan
				worden voorkomen.</al>
            <al>Dat niet langer burgemeester en wethouders, maar het bestuur van
				de veiligheidsregio als bevoegd gezag ten aanzien van de bedrijfsbrandweer
				optreedt, wil niet zeggen dat de basisbrandweerzorg op lokaal niveau geen rol
				meer speelt bij de aanwijzing. Ongeacht de vraag of de over<?xpp afbm?>heidsbrandweer
				lokaal dan wel regionaal is georganiseerd, dient bij het beoordelen van het
				door de inrichting opgestelde brandweerrapport rekening te worden gehouden met
				het niveau en de capaciteit van die overheidsbrandweer.</al>
            <al>Daarnaast dient de feitelijke bijdrage en sterkte van de
				bedrijfsbrandweer te worden beschouwd in relatie tot de overheidsbrandweer aan
				de ene kant en de preventieve en repressieve maatregelen die het bedrijf heeft
				getroffen, aan de andere kant. De bedrijfsbrandweer behoort tot de repressieve
				maatregelen. Praktijkervaringen met het Besluit bedrijfsbrandweren hebben
				geleid tot het inzicht dat naar mate meer geïnvesteerd wordt in maatregelen op
				het vlak van preventie en preparatie, de repressieve maatregelen tot een
				doelmatiger schadebeperking leiden. Met nadruk wordt erop gewezen dat voorkomen
				moet worden dat een integrale benadering van de taken van de overheidsbrandweer
				enerzijds en van de bedrijfsbrandweer anderzijds ertoe leidt dat het bevoegd
				gezag een eventueel tekortschietende basisbrandweerzorg compenseert met zijn
				aanwijzingsbeleid.</al>
            <al>De reikwijdte van hoofdstuk 7 is ingeperkt door een aantal
				categorieën inrichtingen te laten vervallen die nooit zijn aangeschreven.
				Vooralsnog wordt de reikwijdte van het hoofdstuk niet verder aangepast. Het is
				echter van belang erop te wijzen dat dit op termijn mogelijk wél verandert.
				Enerzijds omdat door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de
				ARIE-regeling (Aanvullende voorschriften risico-inventarisatie en -evaluatie
				ter voorkoming en beperking van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen),
				waaronder inrichtingen vallen die een bedrijfsbrandweer aanwijzing kunnen
				krijgen, geëvalueerd is. Over de toekomst van de ARIE is door de Minister van
				Sociale Zaken en Werkgelegenheid een adviesaanvraag aan de SER gedaan. Zodra
				het SER-advies beschik<?xpp afbm?>baar is, zal aan de hand daarvan moeten
				worden beoordeeld of de reikwijdte van hoofdstuk 7 moet worden aangepast en zo
				ja, in welke zin.</al>
            <al>De Begeleidingscommissie Herziening Besluit bedrijfsbrandweren
				heeft geadviseerd om de werking van het hoofdstuk aanwijzingen
				bedrijfsbrandweer uit te breiden met een soort «kapstok»-bepaling. Hierdoor
				zouden categorieën inrichtingen die niet expliciet in artikel 7.2 worden
				vermeld, in beginsel voor een bedrijfsbrandweer in aanmerking kunnen komen.
				Hierbij zou dan wel sprake moeten zijn van een gemotiveerd vermoeden van een
				bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid bij brand of ongeval. Deze
				aanbeveling is niet overgenomen. Het moet voor inrichtingen helder zijn of deze
				wel of niet voor een aanwijzing in aanmerking zouden kunnen komen. Daarom is
				hier gekozen voor een limitatieve opsomming.</al>
            <al-groep>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio kan in de aanwijzing eisen
				  stellen (artikel 7.3, vijfde lid).</al>
              <al>Het bestuursrechtelijke handhavingsmiddel van een last onder
				  bestuursdwang kan hierbij, op grond van artikel 63 van de wet door het bestuur
				  van de veiligheidsregio worden opgelegd ter naleving van de gestelde eisen. Het
				  bestuur kan ook in plaats hiervan, op grond van artikel 5:32 van de Algemene
				  wet bestuursrecht, aan de inrichting een last onder dwangsom opleggen.</al>
              <al>Het wordt aan het bestuur van de veiligheidsregio overgelaten
				  om voor het toezicht en de handhaving gericht beleid te ontwikkelen. De bevoegd<?xpp afbm?>heid
				  tot het aanwijzen van ambtenaren die belast zijn met het toezicht op de
				  naleving van het in hoofdstuk 7 bepaalde, berust, anders dan onder de
				  Brandweerwet 1985, bij het bestuur van de veiligheidsregio.</al>
            </al-groep>
            <al>Het totale pakket van preventieve en repressieve voorzieningen
				bepaalt de omstandigheden waaronder een inrichting haar activiteiten mag
				uitvoeren en uiteindelijk de noodzaak tot de oprichting van een
				bedrijfsbrandweer en de omvang ervan. Naast veiligheidsoverwegingen leidt ook
				de doelstelling van het kabinet tot terugdringing van de lastendruk ertoe de
				regelgeving kritisch te bezien. Bij de aanwijzingsprocedure zal het bestuur van
				de veiligheidsregio dan ook moeten nagaan hoe de preventieve en eventuele
				repressieve maatregelen zijn vastgelegd in milieu- en bouwvergunningen.
				Aansluitende repressieve maatregelen zoals de aanwijzingen bedrijfsbrandweer
				moeten in dit licht worden bezien.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">8</nr>
              <titel status="officieel">Financiële bepalingen</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Financieringsstructuur veiligheidsregio’s</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>De financiële verhouding tussen het Rijk en de
					 veiligheidsregio’s heeft drie kenmerken, die samenhangen met de hybride
					 financiering van de veiligheidsregio’s.</al>
                <al>In de eerste plaats vindt de financiële bijdrage van het Rijk
					 plaats in de vorm van een brede doeluitkering. De bijdrage is bedoeld voor alle
					 onderdelen van het beleid van de veiligheidsregio’s en de daarmee gemoeide
					 taken. Binnen de kaders van de wet hebben de veiligheids<?xpp afbm?>regio’s
					 vrijheid van beleidsuitvoering en daarmee overeenkomende bestedingsvrijheid in
					 de aanwending van de financiële middelen.</al>
                <al>In de tweede plaats geschiedt de bijdrage van het Rijk als
					 één onge<?xpp afbm?>deelde lumpsum, die additioneel is ten opzichte van het
					 gemeentelijk aandeel in de bekostiging van de veiligheidsregio’s. De bijdrage
					 is dan ook niet gebonden aan taken van de sectoren brandweer en GHOR en is niet
					 kostendekkend op onderdelen van de bedrijfsvoering van de regio. Het bestuur
					 van de veiligheidsregio is verantwoordelijk voor de allocatie van de middelen
					 en draagt zorg voor een sluitende begroting via de gemeentelijke
					 bijdragen.</al>
                <al>Het derde kenmerk is de beperking van bestuurlijke en
					 administratieve lasten door verantwoording op hoofdlijnen. Wat betreft de
					 verantwoor<?xpp afbm?>dings- en controle-eisen is aansluiting gezocht bij de
					 regelgeving<noot id="n10" type="voet"><noot.nr>10</noot.nr><noot.al>Het Besluit begroting en verantwoording provincies
						  en gemeenten en het Besluit accountantscontrole provincies en
						  gemeenten.</noot.al></noot> die geldt voor de mede-overheden en de
					 gemeenschappelijke regelingen en bij de voorschriften<noot id="n11" type="voet"><noot.nr>11</noot.nr><noot.al>De Regeling verantwoordingsinformatie specifieke
						  uitkeringen.</noot.al></noot> in het kader van de zogeheten deregulering volgens het
					 principe van single information en single audit.</al>
                <al>Gelet op bovengenoemde kenmerken wordt de bijdrage niet in de
					 vorm van een voorschot verstrekt en heeft een eventuele sanctie betrekking op
					 de bijdrage voor een volgend jaar.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Het verdeelsysteem</titel>
              </kop>
              <al>Het verdeelsysteem voor de uitkeringen aan de
				  veiligheidsregio’s is, in navolging van zijn voorloper het Besluit
				  doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen, gebaseerd op het
				  systeem dat is ontwikkeld voor het gemeentefonds. De kern van dit systeem is in
				  één term samen te vatten: kostengeoriënteerd. Dit wil zeggen dat het systeem
				  rekening houdt met relevante kostenfactoren. De kostenfactoren zijn zo veel
				  mogelijk geobjectiveerd door generieke toepassing en het uitzonderen van de
				  eigen beleidskeuzes. Daarmee streeft het systeem rechtvaardigheid en
				  flexibiliteit na.</al>
              <al>Voor verdere toelichting bij de grondslagen van het
				  verdeelsysteem voor de bijdragen aan de veiligheidsregio’s wordt verwezen naar
				  de nota van toelichting bij het Besluit van 12 december 2007 tot wijziging van
				  het Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen (<extref reeks="Stb" doc="stb-2007-580" status="actief">Stb. 2007, nr. 580</extref>).</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Verantwoording en controle</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Op grond van artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke
					 regelingen wordt de doeluitkering aan de veiligheidsregio’s aangemerkt als
					 specifieke uitkering waarop de bepalingen van de Financiële-verhoudingswet van
					 toepassing zijn. Hierdoor is het principe van single information en single
					 audit (sisa) van toepassing, dat is vastgelegd in artikel 17a van de
					 Financiële-verhoudingswet. Verantwoording en besteding van de uitkering vindt
					 plaats door het opsturen van de jaarrekening en het jaarverslag welke zijn
					 voorzien van een accountantsverklaring. In geval van niet tijdige indiening en
					 indiening die niet volgens de voorgeschreven wijze is gedaan, kan de Minister
					 van BZK, op grond van artikel 17b van de Financiële-verhoudingswet, de algemene
					 uitkering aan de tot de veiligheidsregio behorende gemeenten voor maximaal
					 26 weken opschorten. Sisa is een rijksbreed voor alle specifieke uitkeringen
					 vastgestelde procedure volgens welke de ontvangers van de uitkeringen tijdig,
					 op uniforme wijze en met beperkte bestuurlijke en administratieve lasten
					 verantwoording afleggen. Nadere uitvoeringsregels worden gesteld in de Regeling
					 verantwoordingsinformatie specifieke uitkeringen.</al>
                <al>De regio’s worden jaarlijks geïnformeerd over de procedures
					 door middel van de jaarlijkse sisa circulaire en via de website van het
					 Ministerie van BZK.</al>
              </al-groep>
              <al>In de financiële verhouding staat het oogmerk de regio’s te
				  steunen en te faciliteren bij de opbouw en instandhouding van de
				  rampenbestrijdingsorganisatie voorop. Sturing aan de voorkant van het proces en
				  bestuurlijk overleg gericht op oplossing van knelpunten zijn hierbij leidende
				  principes. Niettemin passen bij het verstrekken van gelden voor brandweerzorg,
				  rampenbestrijding, crisisbeheersing en GHOR onder voorwaarden ook sancties. Het
				  sanctiebeleid past bij de voorwaarden, die aan de besturen van de
				  veiligheidsregio’s ruimte en vrijheid geven ten aanzien van de besteding van de
				  specifieke uitkering.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Informatieverstrekking aan de veiligheidsregio’s</titel>
              </kop>
              <al>De rijksbijdrage aan de veiligheidsregio’s neemt in de komende
				  jaren substantieel toe. Een goede informatieverstrekking is daarom van groot
				  belang. De veiligheidsregio’s zullen telkens vóór 1 juli voorafgaand aan het
				  uitkeringsjaar over beheersmatige onderwerpen worden geïnformeerd. Deze
				  gegevens zijn voorlopig en het gegeven perspectief voor de toekomst kan dus
				  noch in zijn totaliteit noch op onderdelen bindend zijn, omdat de
				  besluitvorming over de begrotingsbedragen pas na de derde dinsdag van dat jaar
				  wordt afgerond. Desondanks kan deze circulaire voor de regio’s een nuttig
				  hulpmiddel zijn bij het opstellen van de begroting en de meerjarenramingen.
				  Indien nodig zal in een aanvullende vervolgcirculaire nadere of meer
				  definitieve informatie worden gegeven. Daarnaast zullen de veiligheidsregio’s
				  via de website van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
				  geïnformeerd worden.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Informatieverstrekking door de veiligheidsregio’s</titel>
              </kop>
              <al>Los van de al eerder beschreven financiële
				  verantwoordingsinformatie heeft het Rijk behoefte aan beleidsinformatie die
				  inzicht geeft in de realisatie van de beleidsdoelstellingen van de
				  veiligheidsregio’s. Er geldt echter geen vaste rapportageplicht voor de
				  veiligheidsregio’s ten aanzien van de uitvoering van hun taken. Indien de
				  Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties landelijke
				  beleidsdoelstellingen heeft vastgesteld zullen de veiligheidsregio’s wel
				  jaarlijks moeten rapporteren over de wijze waarop zij de doelstellingen
				  realiseren. Daarnaast bestaat behoefte aan zogenaamde going concern informatie
				  van de veiligheidsregio’s. Het gaat dan om informatie over het deel van de
				  beleidsuitvoering met meer stabiele kenmerken dat zich leent voor monitoring
				  door middel van prestatie-indicatoren. Hierbij doet zich de omstandigheid voor
				  dat het domein van de fysieke veiligheid met name in de eerste schakels van de
				  veiligheidsketen relatief abstract van aard is. Daardoor is op dit vlak het
				  bepalen van meetbare en vergelijkbare grootheden een complexe zaak. De
				  informatiebehoefte van het Rijk zal samen met de veiligheidsregio’s worden
				  verkend en uitgewerkt.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">9</nr>
              <titel status="officieel">Financiële gevolgen van dit besluit</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Ingevolge artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet bevat deze
				  paragraaf een beschrijving van de financiële gevolgen van dit besluit.</al>
              <al>Met dit besluit wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de
				  kwaliteitsverbetering van de brandweerzorg en van de rampenbestrijding en
				  crisisbeheersing. Daarnaast is voor de kwaliteitsverbetering intensivering van
				  de bestuurlijke aandacht vereist zonder dat daarbij sprake is van een
				  aanzienlijke financiële inzet.</al>
              <al>Voor het verbeteren van het informatiemanagement worden extra
				  kosten voorzien. Het gaat hierbij om de incidentele kosten voor de aanschaf van
				  een systeem waarmee aan de prestatie-eisen kan worden voldaan. In de begroting
				  van BZK is een bedrag van € 17 miljoen opgeno<?xpp afbm?>men voor een bijdrage
				  in verband met de kosten voor de aanschaf van dit systeem door de regio’s en de
				  exploitatiekosten van dit systeem in het eerste jaar. Daarnaast zullen
				  incidentele kosten moeten worden gemaakt in verband met de invoering van
				  netcentrisch werken en de opleiding van informatiemanagers. Deze kosten
				  bedragen gemiddeld per regio circa € 124.000,– eenmalig (landelijk eenmalig
				  € 3,1 miljoen).</al>
              <al>De structurele kosten voor het onderdeel informatiemanagement
				  betreffen de exploitatiekosten (na het eerste jaar) van het nieuwe systeem en
				  de piketkosten van de betrokken functionarissen. Deze kosten bedra<?xpp afbm?>gen
				  gemiddeld per regio € 285.000,– per jaar (landelijk € 4,6 miljoen). Voor de
				  bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen betreffen de kosten de
				  uitbreiding van de stafcapaciteit met een adviseur gevaarlijke stoffen. De te
				  verwachten kosten hiervoor bedragen landelijk € 2,5 miljoen. Bovengenoemde
				  extra kosten kunnen worden gefinancierd uit de reguliere jaarlijkse
				  rijksbijdrage. Speciaal voor de kwaliteitsverbetering van de rampenbestrijding
				  en crisisbeheersing wordt deze rijksbijdrage tot en met 2011 in vier termijnen
				  opgehoogd.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">10</nr>
              <titel status="officieel">Uitvoerbaarheid</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Met de eisen die worden gesteld in dit besluit wordt een
				  kwaliteitsverbetering van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing en van de
				  brandweer en de GHOR beoogd. Het gaat hierbij om het zo efficiënt en effectief
				  mogelijk inrichten van de organisatie, waarbij samenwerking met omliggende
				  veiligheidsregio’s en andere crisispartners noodzakelijk is.</al>
              <al>De bepalingen in de hoofdstukken 2 tot en met 4 van dit besluit
				  betref<?xpp afbm?>fen een formalisering van eerder ontwikkelde en soms ook al
				  eerder toegepaste normen.</al>
              <al>Met name standaardisatie van werkwijzen en prestaties en
				  afspraken over een effectieve reactie op een ramp of crisis zullen de
				  effectiviteit en efficiëntie verhogen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van in de
				  praktijk ontwikkelde normen, zoals de Basisvereisten Crisismanagement opge<?xpp afbm?>steld
				  door het LBCB. Deze normen zijn in 2007 getoetst op haalbaarheid en dit heeft
				  enkele bijstellingen van de normen tot gevolg gehad.</al>
              <al>De normen die in dit besluit zijn opgenomen ten aanzien van de
				  basisbrandweerzorg en de bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen
				  zijn afkomstig uit bestaande handleidingen en leidraden<noot id="n12" type="voet"><noot.nr>12</noot.nr><noot.al>o.a. Handleiding Brandweerzorg inclusief Technische
						Aanvulling, concept-Leidraad Repressieve Basisbrandweerzorg, Leidraad
						Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen.</noot.al></noot>, die zijn opgesteld in samenwerking met het
				  brandweerveld. In de praktijk werd hier al veelvuldig mee gewerkt.</al>
              <al>De eisen in dit besluit zijn gericht aan het bestuur van de
				  veiligheidsregio. Dat wil niet zeggen dat deze in alle gevallen de gevraagde
				  capaciteit in eigen huis moet hebben. De organisatie moet er wel over kunnen
				  beschikken. Met dit besluit worden de veiligheidsregio’s aangezet tot
				  samenwerking. Deze samenwerking betreft niet alleen de dagelijkse
				  brandweerzorg, maar met name ook de rampenbestrijding en crisisbeheersing. De
				  gestelde eisen leiden per saldo niet tot extra kosten.</al>
            </al-groep>
            <al>Het Besluit bedrijfsbrandweren dateert van 1990 en vond zijn
				basis in artikel 13 van de Brandweerwet 1985. De bepalingen in hoofdstuk 7 van
				dit besluit zijn afkomstig uit het Besluit bedrijfsbrandweren, met aanpassingen
				die gebaseerd zijn op een deskundigenadvies.<noot id="n13" type="voet"><noot.nr>13</noot.nr><noot.al> «Adviezen ter verbetering van het Besluit
					 bedrijfsbrandweren» van de Begeleidingscommissie Herziening Besluit
					 bedrijfsbrandweren, september 2007.</noot.al></noot> De voorstellen tot verbetering van het Besluit
				bedrijfsbrandweren zijn gebaseerd op hedendaagse inzichten van preventie,
				nieuwe technologische en andere ontwikkelingen, zoals de versterking van de
				overheidsbrandweerzorg. Hiermee is het hoofdstuk over de aanwijzing
				bedrijfsbrandweer voor de komende jaren toekomstbestendig gemaakt.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">11</nr>
              <titel status="officieel">Administratieve lasten</titel>
            </kop>
            <al>Met uitzondering van hoofdstuk 7 Bedrijfsbrandweer bevat dit
				besluit geen bepalingen die administratieve lasten voor burgers of
				bedrijfsleven met zich mee brengen. Hoofdstuk 7 betreft een gewijzigde vorm van
				het huidige Besluit bedrijfsbrandweer. De wijzigingen hebben geen betrekking op
				administratieve lasten. Het besluit bevat aldus niet meer administratieve
				lasten voor het bedrijfsleven dan die welke uit het huidige Besluit
				bedrijfsbrandweren voortvloeien. Het Adviescollege Toetsing Administratieve
				Lasten zag geen aanleiding om hierover een advies uit te brengen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">12</nr>
              <titel status="officieel">Consultatie</titel>
            </kop>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Geconsulteerde partijen</titel>
              </kop>
              <al>Een concept van dit besluit is in de periode maart tot en met
				  juni 2008 ter consultatie voorgelegd aan de belangrijkste veiligheidspartners
				  op dit gebied. Het Veiligheidsberaad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten,
				  het Korpsbeheerdersberaad<noot id="n14" type="voet"><noot.nr>14</noot.nr><noot.al>Veiligheidsberaad, Vereniging van Nederlandse
						Gemeenten en Korpsbeheerdersberaad hebben een gezamenlijke reactie afgegeven.
						Als verder over de reactie van het Veiligheidsberaad wordt gesproken, wordt
						hiermee deze gezamenlijke reactie bedoeld.</noot.al></noot>, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen,
				  het College van Procureurs Generaal, het Adviescollege Toetsing Administratieve
				  Lasten, de Nederlandse Vereniging voor Brandweer en Rampenbestrijding en de
				  Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers. In verband met de in dit besluit
				  gestelde eisen op het terrein van de bedrijfsbrandweer zijn Deltalinqs<noot id="n15" type="voet"><noot.nr>15</noot.nr><noot.al>Deltalinqs: Belangenorganisatie van de logistieke en
						industriële bedrijven in het Rotterdamse haven- en industriegebied.</noot.al></noot>, het BRZO-Kenniscentrum de Vereniging van de Nederlandse
				  Chemische Industrie en de Stichting Calamiteitenbeheersing in Bedrijven en
				  Organisaties gevraagd zich uit te spreken over het onderdeel bedrijfsbrandweer
				  in dit besluit.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Belangrijkste punten uit de consultatie</titel>
              </kop>
              <al>De belangrijkste aandachtspunten in de reacties waren gericht
				  op risicobeheersing, informatiemanagement, opkomsttijden voor de brandweer, de
				  bezetting van basisbrandweereenheden en het onderdeel bedrijfsbrandweer. Hierna
				  wordt kort ingegaan op de inhoud van deze punten en de wijze waarop hiermee in
				  het besluit is omgegaan.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Risicobeheersing</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Het Veiligheidsberaad en de Nederlandse Vereniging voor
					 Brandweer en Rampenbestrijding hebben in hun reactie aangegeven eisen aan
					 risico<?xpp afbm?>beheersing en in het bijzonder het risicoprofiel te
					 missen.</al>
                <al>Het uitgangspunt voor risicobeheersing is dat dit een
					 verantwoordelijkheid is van het bestuur van de veiligheidsregio, dat daarover
					 op basis van het risicoprofiel keuzes maakt en deze in het beleidsplan
					 beschrijft en vastlegt. Er bestaan diverse handleidingen en leidraden waarmee
					 een risicoprofiel kan worden vormgegeven. De meest bekende daarvan is de
					 Leidraad Maatramp<noot id="n16" type="voet"><noot.nr>16</noot.nr><noot.al>Circulaire Leidraad Maatramp, Ministerie van BZK,
						  2 augustus 2002, nr. EB2002/80471.</noot.al></noot>. Op dit moment loopt, met instemming van het
					 Veiligheidsberaad een project van de professionele beroepsgroepen om op basis
					 van de bestaande methoden een nieuw instrument te ontwikkelen.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Informatiemanagement</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Het Veiligheidsberaad en de Nederlandse Vereniging voor
					 Brandweer en Rampenbestrijding spreken zich positief uit over het principe van
					 net<?xpp afbm?>centrisch informatiemanagement, maar hebben hun zorgen over de
					 uitwerking ervan. Zij beschouwen de eisen als erg gedetailleerd en vrezen dat
					 de eisen bureaucratisch handelen in de hand werken. Zij stellen voor om in
					 plaats van deze eisen materiële en personele eisen te stellen aan systemen die
					 deze werkwijze ondersteunen. Het Veiligheidsberaad vreest ook dat hoge kosten
					 gemoeid zijn met de invoering van het netcentrisch werken.</al>
                <al>Op het kostenaspect van informatiemanagement wordt ingegaan
					 in paragraaf 9 over de financiële consequenties van dit besluit.</al>
                <al>Het stellen van eisen aan systemen ligt niet voor de hand. Er
					 zijn diverse systemen op de markt beschikbaar en regio’s kennen verschillende
					 startpunten. In de wet is voorzien in een gemeenschappelijke regeling van de
					 veiligheidsregio’s waarin zaken met betrekking tot het informatie<?xpp afbm?>management
					 geregeld dienen te worden. Dit besluit richt zich op de inrichting van het
					 netcentrische informatiemanagement en aan de prestaties die op dit gebied
					 geleverd moeten worden. Hierboven is beschreven hoe door een vereenvoudiging
					 van de eisen tegemoet is gekomen aan de inhoudelijke bezwaren van het
					 Veiligheidsberaad en de Nederlandse Vereniging voor Brandweer en
					 Rampenbestrijding.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Opkomsttijden voor de brandweer</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>De geconsulteerde partijen reageerden instemmend op het
					 vastleggen van de opkomsttijden in het besluit. Er waren wel bedenkingen bij de
					 manier waarop dit gebeurde. Het Veiligheidsberaad en de Nederlandse Vereniging
					 voor Brandweer en Rampenbestrijding en de Vakvereniging voor
					 Brandweervrijwilligers konden niet instemmen met de wijze waarop het stelsel
					 van opkomsttijden voor de brandweer was vormgegeven. Het Veiligheidsberaad
					 vreesde hoge kosten en had bezwaar tegen de beperkte vrijheid voor het bestuur
					 om eigen afwegingen te maken over de brand<?xpp afbm?>weerzorg, terwijl dat wel
					 noodzakelijk is gelet op de lokale omstandigheden.</al>
                <al>Het Veiligheidsberaad bepleitte evenals de Nederlandse
					 Vereniging voor Brandweer en Rampenbestrijding om repressie en risicobeheersing
					 (pro-actie en preventie) als communicerende vaten te zien: als de
					 ontdekkingstijd van een brand korter wordt door bijvoorbeeld brandmelders te
					 plaatsen, kan de opkomsttijd overeenkomstig opgerekt worden. Als dit principe
					 niet zou worden overgenomen, zou dit een remmende werking op het innovatieve
					 vermogen van de brandweer hebben. De Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers
					 stelde zich overigens op het standpunt dat risicobeheersing en repressie juist
					 niet als communicerende vaten gezien moeten worden: als de ontdekkingstijd
					 korter is, kan de brandweer er ook sneller zijn. En sneller is in het geval van
					 brand altijd beter.</al>
                <al>Om aan de bezwaren van het Veiligheidsberaad over de
					 verantwoordelijkheid van het bestuur voor de brandweerzorg tegemoet te komen is
					 de mogelijkheid om af te wijken van de voorgeschreven normtijden expli<?xpp afbm?>cieter
					 gemaakt in het besluit.</al>
                <al>Risicobeheersing in bouwwerken behoort niet tot de reikwijdte
					 van de wet. (Brand)preventieve maatregelen zijn in de bouwregelgeving
					 voorgeschreven en het is op basis daarvan niet mogelijk om het bestuur van een
					 veiligheidsregio de bevoegdheid te geven strengere eisen aan preventie te
					 stellen.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Bezetting van een basisbrandweereenheid</titel>
              </kop>
              <al>De Vakvereniging voor Brandweervrijwilligers verzet zich tegen
				  de mogelijkheid die het bestuur in het besluit krijgt om af te wijken van de
				  standaardbezetting van zes mensen voor een basisbrandweereenheid. Zij
				  kwalificeert dit als een gevaarlijke ontwikkeling. De bezetting van een
				  basisbrandweereenheid is nu zes mensen en dat is volgens de vereniging het
				  minimumaantal waarmee nog veilig gewerkt kan worden.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Bedrijfsbrandweer</titel>
              </kop>
              <al-groep>
                <al>Alle partijen die hebben gereageerd op het onderdeel
					 bedrijfsbrandweer in het besluit vragen om opname van een verwijzing naar het
					 Veiligheidsbeheerssysteem zoals bedoeld in het Besluit rampen en zware
					 ongevallen (BRZO). Het Landelijk Expertisecentrum BRZO vraagt daarnaast om een
					 verwijzing naar het interne noodplan zoals bedoeld in het BRZO.</al>
                <al>Tevens kwam het advies de mogelijkheid tot een zogenaamde
					 «nulaanwijzing» (waarbij een bedrijfsbrandweer wordt aangewezen, die alleen uit
					 middelen en niet uit mensen bestaat) in het besluit op te nemen.</al>
                <al>Het veiligheidsbeheerssysteem en het interne noodplan worden
					 niet opgenomen in het besluit. De eisen aan het veiligheidsbeheerssysteem en
					 het interne noodplan zijn al vastgelegd in andere regelgeving (BRZO,
					 ARIE-regeling).</al>
                <al>Het advies om de mogelijkheid voor een nulaanwijzing in het
					 besluit op te nemen is niet overgenomen. Het uitgangspunt is dat een
					 bedrijfsbrandweer bestaat uit mensen en uit middelen. Dit uitgangspunt wordt
					 gehandhaafd.</al>
                <al>De Stichting Calamiteitenbeheersing in Bedrijven en
					 Organisaties (CaBO), de Vereniging Nederlandse Chemische Industrie, Deltalings,
					 VNO-NCW en het Adviescollege Toetsing Adminstratieve Lasten maken bezwaar tegen
					 het voorgestelde zogeheten «kapstokartikel», omdat met dit artikel voorbij
					 wordt gegaan aan zorgvuldig gekozen limitatieve opsomming van categorieën. Het
					 zou de weg tot willekeur openen en bovendien waren de geconsulteerde partijen
					 bezorgd dat het bevoegd gezag een eventueel tekortschietende basisbrandweerzorg
					 zou compenseren met aanwijzingsbeleid.</al>
                <al>Naast de strikt omschreven categorieën bedrijven die het
					 bestuur van een veiligheidsregio kan aanwijzen voor het hebben van een
					 bedrijfsbrandweer, was in het besluit de mogelijkheid opgenomen om in geval van
					 bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid een inrichting aan te wijzen als
					 bedrijfsbrandweerplichtig, zonder dat het betrokken bedrijf valt in een van de
					 andere categorieën. Naar aanleiding van het commentaar is dit kapstokartikel
					 opnieuw beschouwd. Na afweging van verschillende alternatieven is de optie die
					 het best aansluit bij de praktijk om het kapstokartikel te schrappen. Tot nu
					 toe zijn alleen bedrijven aangewezen in de categorieën inrichtingen die in het
					 besluit zijn opgesomd.</al>
                <al>De Stichting CaBO en VNCI merken op dat de termijn waarbinnen
					 een beschikking moet worden afgegeven ontbreekt. Een termijn is niet nodig,
					 omdat het hier gaat om een ambtshalve beslissing waaraan geen aanvraag ten
					 grondslag ligt.</al>
              </al-groep>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <nr status="officieel">13</nr>
              <titel status="officieel">Voorhangprocedure</titel>
            </kop>
            <al>De voordracht voor dit besluit wordt, ingevolge artikel 80 van de
				wet, niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers
				der Staten-Generaal is overgelegd. Dit biedt de beide kamers de gelegenheid
				betrokken te zijn bij de vaststelling van de voorschriften in dit besluit.</al>
          </divisie>
        </divisie>
        <divisie opmaak="default">
          <kop>
            <titel status="officieel">Artikelsgewijs</titel>
          </kop>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.1.1</titel>
            </kop>
            <al>De vaststelling van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en
				crisisbeheersing is noodzakelijk om een efficiënte en effectieve organisatie te
				waarborgen bij een ramp of crisis die zich ineens en grootschalig voordoet. De
				meldkamer maakt deel uit van de hoofdstructuur omdat deze belangrijke taken
				heeft in de aanvang van de bestrijding en als centraal punt van het
				informatiemanagement fungeert. Deze functie wordt bij volledig functioneren,
				overgenomen door het ROT.</al>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Onderdeel c</titel>
              </kop>
              <al>Er kunnen zich rampen voordoen waarbij het rampterrein zo
				  uitgestrekt is of het aantal slachtoffers of de materiële schade dusdanig
				  groot, dat het nodig is het terrein in meerdere sectoren in te delen. Elk van
				  die sectoren wordt dan aangestuurd door een COPI. Deze extra COPI’s kunnen uit
				  buurregio’s worden betrokken op basis van bijstandsafspraken. Om de bestrijding
				  op het rampterrein in die gevallen toch gecoördineerd te laten verlopen dient
				  de crisisorganisatie te beschikken over een coördinerend onderdeel hiervoor.
				  Dit is één van de deelnemende COPI’s.</al>
            </divisie>
            <divisie opmaak="default">
              <kop>
                <titel status="officieel">Onderdeel f</titel>
              </kop>
              <al>Bij een bovenlokale ramp of crisis zal de voorzitter van de
				  veiligheidsregio een regionaal beleidsteam bijeen roepen. Indien dit het geval
				  is kunnen één of meerdere gemeentelijke beleidsteams blijven bestaan voor de
				  ondersteuning van de burgemeesters van de bij de ramp of crisis betrokken
				  gemeenten.</al>
            </divisie>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.1.2</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Het COPI staat onder leiding van een hoofdofficier van dienst
				  van één van de hulpverleningsdiensten die op het rampterrein aanwezig zijn.
				  Deze functionaris is ontkleurd, dat wil zeggen dat hij niet namens zijn dienst
				  in het COPI zit maar het belang van de bestrijding als geheel dient. De functie
				  van leider COPI kan niet worden gecombineerd met een van de andere functies in
				  het COPI. Deze functionaris heeft de operationele leiding op het rampterrein.
				  Hij draagt zorg voor de operationele besluitvorming, de coördinatie van de
				  verschillende diensten en de afstemming met de regionaal operationeel leider
				  voor zover één COPI aanwezig is.</al>
              <al>De leiding over de uitvoeringseenheden van de brandweer ter
				  plaatse wordt uitgevoerd door een officier van dienst. Een officier van dienst
				  van de GHOR geeft leiding aan de ingezette geneeskundige eenheden vanuit de
				  instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en diensten, bedoeld in
				  artikel 33 van de wet.</al>
              <al>Met het bepaalde in onderdeel d van het eerste lid wordt er in
				  voorzien dat ook een politiefunctionaris deel uitmaakt van het commando plaats
				  incident. Het is aan het regionale politiekorps of de Koninklijke mare<?xpp afbm?>chaussee
				  (KMAR), indien er sprake is van inzet en commando door de KMAR, om er zorg voor
				  te dragen dat voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing een functionaris
				  inzetbaar is om leiding te geven aan de processen van de politie of de KMAR.
				  Het commando plaats incident stemt af conform de in het crisisplan vastgelegde
				  afspraken met andere bij de rampenbestrijding of crisisbeheersing betrokken
				  partijen. Deze afstemming heeft betrekking op te nemen maatregelen of de inzet
				  van capaciteiten van deze partners.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.1.3</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De bevolkingszorg bij een ramp of crisis is een
				  verantwoordelijkheid van de gemeente. De taken van een team bevolkingszorg zijn
				  ontleend aan het handboek voorbereiding rampenbestrijding.</al>
              <al>Het team bevolkingszorg staat in de crisisorganisatie op
				  hetzelfde niveau als het COPI. Het houdt zich bezig met uitvoerende taken en
				  wordt daarbij aangestuurd door het ROT. Het staat gemeenten en regio’s vrij om
				  de bevolkingszorg gemeentelijk of regionaal te organiseren of om een tussenvorm
				  te kiezen.</al>
              <al>Nazorg door de gemeente dient te worden onderscheiden van de
				  nazorg door de geneeskundige diensten. Nazorg door de gemeente wordt veelal
				  georganiseerd in een informatie en adviescentrum (IAC). Dit centrum vervult een
				  taak in de nazorg aan de bevolking. Nadat het actief is geworden, wordt veelal
				  de schade- en slachtofferregistratie aan het IAC overgedragen.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.1.5</titel>
            </kop>
            <al>De leidinggevenden in het gemeentelijk beleidsteam kunnen zijn de
				lokale of regionale brandweercommandant, de regionaal geneeskundig
				functionaris, de districtschef of korpschef van politie of de overeenkomstige
				functionaris van de Koninklijke Marechaussee en de leidinggevende van het team
				bevolkingszorg.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.2.1</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Er kunnen zich rampen of crises voordoen waarvan direct
				  duidelijk is dat ze mogelijk zo veel slachtoffers eisen of zo ernstige
				  materiële schade tot gevolg hebben, dat het noodzakelijk is om de
				  hoofdstructuur van het operationele deel van de crisisorganisatie van de
				  veiligheidsregio ineens te alarmeren.</al>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio dient vast te stellen om
				  welke situaties het hier gaat en daarvoor dient het ook een aantal criteria te
				  formuleren om te kunnen bepalen of er van een dergelijke situatie sprake
				  is.</al>
              <al>Om bij dergelijke noodsituaties geen kostbare tijd te verliezen
				  is het de meldkamer die overgaat tot grootschalige alarmering als aan de
				  bovengenoemde criteria is voldaan.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.2.2, tweede lid</titel>
            </kop>
            <al>Ingevolge artikel 35 van de wet is het bestuur van de
				veiligheidsregio verantwoordelijk voor het algehele beheer en in stand houden
				van de gemeenschappelijke meldkamer, met dien verstande dat het regionale
				college van politie zorg draagt voor het in stand houden van de
				politiemeldkamer. Voor het beheer van de meldkamer ambulancezorg en
				geneeskundige hulpverlening is de veiligheidsregio verantwoordelijk. In de
				toekomst zal dit vanwege de Wet ambulancezorg de regionale ambulancevoorziening
				zijn. Het bestuur van de veiligheidsregio stemt derhalve met het regionale
				college van politie af op welke wijze de meldingen die geen verband houden met
				een ramp of crisis ten tijde van de rampenbestrijding of crisisbeheersing
				worden afgehandeld.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.2.3</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De meldkamer begint binnen twee minuten nadat is voldaan aan de
				  criteria voor grootschalige alarmering als bedoeld in artikel 2.2.1, met de
				  alarmering van de gehele hoofdstructuur tot en met het niveau ROT. De
				  burgemeester(s) van de getroffen gemeente(n) en de voorzitter van het bestuur
				  van de veiligheidsregio worden geïnformeerd. Zij zijn immers belast met het
				  opperbevel en moeten op de hoogte zijn van een dergelijk incident. Zij moeten
				  beoordelen of verdere opschaling nodig is en in dat geval een GBT of een RBT
				  bijeen roepen. De reactietijd is genormeerd op maximaal twee minuten om de
				  meldkamer de kans te geven voorbereidingen te treffen ten behoeve van de
				  grootschalige alarmering.</al>
              <al>In het tweede lid wordt bepaald dat tegelijkertijd met of
				  aansluitend aan de alarmering van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en
				  crisisbeheersing afhankelijk van de aard en omstandigheden van de ramp of
				  crisis andere functionarissen en eenheden die nodig zijn voor de
				  rampenbestrijding en crisisbeheersing, worden gealarmeerd. Het gaat hier
				  bijvoorbeeld om de eenheden van de basisbrandweerzorg. Bij ongevallen met
				  gevaarlijke stoffen betreft het in ieder geval de adviseur gevaarlijke
				  stoffen.</al>
              <al>Ook kunnen, afhankelijk van het incident andere bij de crisis
				  betrokken partijen worden gealarmeerd. Hierbij valt onder anderen te denken aan
				  waterschappen, de departementale crisiscentra van de verschillende ministeries
				  en private partijen.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.2.4</titel>
            </kop>
            <al>De beschrijving die de meldkamer maakt, dient om de
				functionarissen op sleutelposities in de hoofdstructuur in staat te stellen een
				advies uit te brengen en dus meteen vanaf het eerste moment te sturen.
				Daarnaast is het voor de andere eenheden en functionarissen van belang om zo
				snel mogelijk een beeld te hebben van wat er ter plaatse aan de hand is.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.3.1</titel>
            </kop>
            <al>De 45 minuten eis in onderdeel b geldt voor de kernleden van het
				ROT. Dat zijn de regionaal operationeel leider en de hoofden van de secties. De
				sectie informatiemanagement en het hoofd van die sectie moeten binnen
				respectievelijk 40 en 30 minuten aanvangen met hun taakuitoefening. Dit is
				eerder dan de kernbezetting van het ROT. Hiervoor is gekozen om dat het ROT
				zonder functionerend informatiemanagement zijn taak niet kan uitvoeren.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.3.2</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Een ramp of crisis kan voor langere tijd doorgaan en bovendien
				  kunnen bepaalde delen van de vitale infrastructuur uitgeschakeld zijn en kunnen
				  zich situaties voordoen waarbij de crisisorganisatie van de regio zelf
				  getroffen wordt.</al>
              <al>Het is noodzakelijk dat de hoofdstructuur van de
				  rampenbestrijding en crisisbeheersing onafgebroken kan functioneren. Het gaat
				  daarbij om zowel de fysieke instandhouding van de organisatie als de personele
				  bezetting ervan. Om dit te bereiken, zal het noodzakelijk zijn om voorraden aan
				  te leggen en om afspraken met andere veiligheidsregio’s te maken. Met
				  bijstandsafspraken kan bijvoorbeeld worden voorzien in de aflossing van
				  onderdelen van de hoofdstructuur. Deze afspraken hebben eveneens betrekking op
				  onmiddellijke bijstandsverlening bij een acute ramp of crisis van dusdanige
				  omvang dat in het risicoprofiel is voorzien dat de capaciteit van de regio zelf
				  hiervoor ontoereikend is.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.4.1</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>In dit artikel en in artikel 2.4.2 worden eisen gesteld ten
				  behoeve van een uniforme en actuele informatiepositie van de diensten en
				  functionarissen die aan de bestrijding deelnemen, Dit wordt mogelijk gemaakt
				  met een zogenaamde netcentrische informatievoorziening met in het centrum het
				  gemeenschappelijk totaalbeeld.</al>
              <al>Het totaalbeeld bevat de hoofdkenmerken van het incident en
				  algemene informatie, waaronder bijvoorbeeld de weersverwachting. Daarnaast
				  bevat het de informatie op hoofdlijnen over de effecten van het incident, de
				  prognose en de zwaartepunten in de bestrijding. Het is hiermee afgestemd op het
				  strategische niveau, en het is richtinggevend voor de andere niveaus. Op deze
				  manier draagt het totaalbeeld bij aan samenhang in de bestrijding: er is een
				  gedeeld beeld op hoofdlijnen over de stand van zaken op het rampterrein, de
				  operationeel strategische besluiten, de beschikbaarheid van bijstandseenheden,
				  de voortgang van de bestrijding en dergelijke.</al>
              <al>Het totaalbeeld is essentieel voor de besluitvorming. Op
				  strategisch niveau moet dit voor het GBT of het RBT voldoende informatie geven
				  om over de voorstellen van het ROT besluiten te nemen. In het totaalbeeld
				  worden de gegevens die van belang zijn voor de besluitvorming zo gepresenteerd
				  dat in een oogopslag duidelijk is wat de situatie is en met welke dilemma’s men
				  te maken heeft. De informatie is dan gegroepeerd per samenhangend thema en rond
				  de zwaartepunten van de bestrijding. Die kunnen per incident verschillen. De
				  opsomming van informatie-elementen in dit artikel is echter algemeen en kan
				  worden beschouwd als ingrediënten waaruit het totaalbeeld (en de eigen beelden
				  van onderdelen van de hoofdstructuur zoals de COPI’s wordt samengesteld.</al>
              <al>Het totaalbeeld zal meestal in eerste instantie door de
				  meldkamer worden verzorgd en bijgehouden. Het ROT zal deze taak veelal
				  overnemen zodra het volledig functioneert. Het is de verantwoordelijkheid van
				  de veiligheidsregio om voorzieningen voor het tot stand brengen, het bijhouden
				  en delen van het totaalbeeld te treffen en de functie te beleggen bij een
				  onderdeel van de organisatie.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.4.2</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De inhoud van de eigen beelden is gericht op het tactische en
				  uitvoerende niveau. Ze bevatten de gedetailleerde informatie over één bepaalde
				  locatie, sector op het rampterrein of over de bestrijdingsprocessen per
				  discipline. Het eigen beeld is complementair aan het totaalbeeld. Het is niet
				  vanzelfsprekend dat een eigen beeld uitsluitend uit tekst bestaat, een
				  grafische weergave van de situatie kan de besluitvorming makkelijker maken en
				  versnellen. De informatiemanager van een onderdeel is verantwoordelijk voor het
				  actueel houden van het eigen beeld.</al>
              <al>Een eigen beeld van een onderdeel is een belangrijk instrument
				  voor de besluitvorming bij dat onderdeel. In het eigen beeld worden de gegevens
				  die van belang zijn voor de besluitvorming zo gepresenteerd dat in een
				  oogopslag duidelijk is wat de situatie is en welke dilemma’s men mee te maken
				  heeft. De informatie is dan bij voorkeur niet zo gegroepeerd als zij in dit
				  besluit wordt aangereikt, maar eerder geclusterd per samenhangend thema.</al>
              <al>Het eigen beeld wordt tevens beschikbaar gesteld aan de andere
				  betrokken onderdelen die deze gegevens nodig hebben. Dit zijn de andere
				  onderdelen van de hoofdstructuur, maar ook de uitvoeringseenheden van de
				  brandweer, de geneeskundige hulpverlening en de politie of eenheden of
				  functionarissen van externe diensten die betrekken zijn bij de
				  rampenbestrijding of crisisbeheersing, zoals het Beleidsondersteunend Team
				  Milieu-incidenten als dat betrokken is bij de advisering.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 2.5.1</titel>
            </kop>
            <al>Tijdens de jaarlijkse oefening wordt door de regio onder
				realistische omstandigheden beproefd of de hoofdstructuur in zijn geheel goed
				functioneert. De hoofdstructuur kan alleen in zijn geheel goed functioneren als
				de afzonderlijke onderdelen goed functioneren en samenwerken. De eisen aan het
				oefenen van de functionarissen zijn uitgewerkt in of krachtens het Besluit
				personeel veiligheidsregio’s. De crisispartners kunnen eveneens bij de
				oefeningen worden betrokken.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 3.1.2</titel>
            </kop>
            <al>Gelet op de taak van een basisbrandweereenheid, die zowel moet
				kunnen blussen als redden, is uitgegaan van een bezetting van zes personen, te
				weten een bevelvoerder, een chauffeur tevens voertuigbediener en twee ploegen
				van ieder twee manschappen. Verder moet een basisbrandweereenheid technische
				hulpverleningswerkzaamheden kunnen verrichten bij een ongeval met een
				personenauto waarbij sprake is van beknelling. Het gaat hierbij om de taken
				verkennen, stabiliseren, alsmede redden van slachtoffers in overleg met de
				ambulancedienst. De derde taak van een basisbrandweereenheid betreft de
				basishandelingen bij ongeval met gevaarlijke stoffen, inclusief verkennen en
				redden. De maatgevende inzet betreft in deze situatie een lekkage van een
				gevaarlijke stof die met behulp van de eigen beschikbare uitrusting kan worden
				verholpen. Als vierde en laatste taak geldt de ondersteuning bij
				waterongevallen. Als maatgevend wordt aangemerkt de redding van een slachtoffer
				aan de oppervlakte van een water tot maximaal 1,5 meter diep en maximaal
				15 meter vanaf de wal. Voor het merendeel betreft het in deze situatie een
				zogenoemde grijpredding die kan worden uitgevoerd tot het moment dat een
				specialistisch waterongevallenvoertuig ter plaatse arriveert.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 3.1.3</titel>
            </kop>
            <al>De samenstelling van een ondersteuningseenheid voor redden en
				blussen op hoogte is bepaald op twee personen, te weten een bevelvoerder of
				manschap en een chauffeur. Deze eenheid heeft tot taak het snel redden van
				personen en dieren op hoogte, alsmede de ondersteuning van
				basisbrandweereenheden bij het blussen op hoogte. Het voertuig van deze
				ondersteuningseenheid bestaat uit een redvoertuig in de vorm van een hoogwerker
				of een autoladder.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 3.1.4</titel>
            </kop>
            <al>De samenstelling van een ondersteuningseenheid voor hulpverlening
				is bepaald op twee personen, te weten een bevelvoerder of een manschap en een
				chauffeur. Eén van de taken betreft de bevrijding van beknelde en ingesloten
				personen en dieren, waar onder wordt begrepen het samen met de bezetting van
				een basisbrandweereenheid uitvoeren van een inzet bij een beknelling in een
				vrachtauto, alsmede het toegang verschaffen bij niet eenvoudig geblokkeerde
				ingangen als bedrijfsdeuren en rolluiken. Een verlichtingsset bestaande uit een
				lichtmast en mobiele verlichting behoort tot de uitrusting. Voorts kan deze
				eenheid bij een ongeval met gevaarlijke stoffen een verkenning en inzet plegen
				zonder dat sprake is van en ontsmettingssituatie. Ook kan deze eenheid in
				samenwerking met een basisbrandweereenheid beginnen met de stabilisatie van
				ongevallen met milieugevaarlijke stoffen. Ten slotte wordt de
				ondersteuningseenheid voor hulpverlening ingezet bij waterongevallen als
				ondersteuning van een basisbrandweereenheid en een
				waterongevallenvoertuig.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 3.1.5</titel>
            </kop>
            <al>De toelichting op deze bepaling is gegeven in paragraaf 3 onder
				<nadruk type="cur">Organisatie basisbrandweerzorg</nadruk>.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 3.2.1</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>In deze bepaling wordt aangegeven welke opkomsttijden gelden
				  voor de eerste basisbrandweereenheid. In artikel 1.1 wordt aangegeven dat onder
				  opkomsttijd moet worden verstaan: de tijd tussen aanname van de melding door de
				  meldkamer en de aankomst van de eerste brandweereenheid op de plaats van het
				  incident. Voor de overige basisbrandweereenheden gelden geen
				  opkomsttijden.</al>
              <al>Bij het vaststellen van de opkomsttijden vormen de tijdnormen
				  die in artikel 3.2.1 zijn opgenomen het vertrekpunt. Deze normen gelden, tenzij
				  het bestuur in het dekkingsplan een andere opkomsttijd vaststelt. Het bestuur
				  heeft de bevoegdheid om andere tijden vast te stellen als de
				  kosten-batenafweging, rekening houdend met het risicoprofiel, daartoe
				  aanleiding geeft. Het bestuur moet in het dekkingsplan duidelijk maken op welke
				  plaatsen een opkomsttijd geldt die afwijkt van de tabel en welke opkomsttijd
				  daar verwacht mag worden. De opkomsttijd mag ingevolge het tweede lid niet
				  hoger worden vastgesteld dan achttien minuten. Deze maximale opkomsttijd geldt
				  ook voor de ondersteuningseenheden voor hulpverlening.</al>
              <al>In artikel 3.2.1 zijn de opkomsttijden per gebruiksfunctie
				  opgenomen. Voor een gebouw met een winkelfunctie met een gesloten constructie,
				  een woonfunctie boven een winkelfunctie of een celfunctie geldt een normtijd
				  van vijf minuten. Voor een gebouw met een woonfunctie
				  portiekwoningen/portieflats en verminderd zelfredzamen geldt een normtijd van
				  zes minuten. Voor gebouwen met overige woonfuncties, winkel-, gezondheidszorg-,
				  onderwijs- en logiesfunctie en voor kinderdagverblijven geldt een tijdnorm van
				  acht minuten. Voor gebouwen met een kantoor- industrie-, of sportfunctie en
				  voor gebouwen met overige gebruiksfuncties gelden een tijdnorm van tien
				  minuten.</al>
              <al>Voor de toelichting op dit artikel wordt verder verwezen naar
				  paragraaf 3 van het algemeen deel van de toelichting.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 3.2.3</titel>
            </kop>
            <al>In deze bepaling wordt het bestuur van de veiligheidsregio
				verplicht om alle in de praktijk gerealiseerde opkomsttijden te registreren.
				Deze registratie kan input geven voor de periodieke herziening van het
				risicoprofiel en daarmee het dekkingsplan. Uit de registratie blijkt immers of
				de opkomsttijden in een bepaald gebied gehaald of overschreden worden. Die
				overschrijdingen kunnen aanleiding zijn om maatregelen te nemen op het gebied
				van preventie, ruimtelijke ordening of brandweerzorg.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 4.1.2</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Een eenheid voor het verkennen van gevaarlijke stoffen verricht
				  waarnemingen en metingen in de omgeving van een ongeval met gevaarlijke
				  stoffen. Op basis van de resultaten kan de meetplanleider het bevoegd gezag
				  adviseren over maatregelen voor de bevolking zoals het sluiten van ramen en
				  deuren, ontruimen, evacueren en voorlichting.</al>
              <al>Indien de situatie dit vereist zal de meetplanleider al
				  adviseren over maatregelen op basis van ongevalsgegevens. De
				  verkenningsresultaten dienen dan om de noodzaak van continuering van de
				  maatregelen te bepalen en om te bepalen wanneer het verantwoord is de getroffen
				  maatregelen te beëindigen.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 4.1.3</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Een eenheid bestrijding van ongevallen met gevaarlijke stoffen
				  heeft voor de uitvoering van haar taken op de eerste plaats acht gaspakdragers
				  nodig. Indien deze zware graad van persoonlijke bescherming is vereist, kan
				  door de gaspakdragers gedurende een uur worden opgetreden. Voor het assisteren
				  en ontsmetten van de gaspakdragers en voor het ontsmet<?xpp afbm?>ten van een
				  beperkt aantal besmette burgers zijn zes manschappen a nodig.</al>
              <al>Eén bevelvoerder heeft de directe leiding over de gaspakinzet.
				  Een andere bevelvoerder heeft de directe leiding over de ontsmetting. Een
				  officier van dienst heeft de leiding over de gehele eenheid bestrijding van
				  ongevallen met gevaarlijke stoffen.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 4.1.5, eerste lid, en artikel 4.1.6, vierde
				  lid</titel>
            </kop>
            <al>De samenwerking met de in de regio werkzame instellingen,
				zorgaanbieders, ambulancevervoerders en gezondheidsdiensten, bedoeld in artikel
				33, eerste lid, van de wet, houdt mede in de samenwerking met de zogenoemde
				geneeskundig adviseur gevaarlijke stoffen (GAGS). Laatstgenoemde functionaris
				treedt op krachtens de Wet publieke gezondheid. Hij doet dat ter uitvoering van
				de aan het college van burgemeester en wethouders toebedeelde taak ter zake van
				het bevorderen van medisch milieukundige zorg (artikel 2, tweede lid, onder e,
				van de Wet publieke gezondheid). Deze taak houdt onder meer in het adviseren
				van de bevolking over risico’s, inclusief gezondheidkundig advies over
				gevaarlijke stoffen, in het bijzonder bij rampen of dreiging van rampen
				(artikel 2, derde lid, onder a, van het Besluit publieke gezondheid). Het gaat
				specifiek om het beoordelen van de gezondheidsconsequenties van ongevallen met
				gevaarlijke stoffen en het adviseren over maatregelen om de schadelijke
				gezondheidsgevolgen te minimaliseren. De GAGS vervult tijdens een incident geen
				leidinggevende of coördinerende taken, maar heeft een medisch-inhoudelijke
				adviesfunctie. De GAGS adviseert de hoogst leidinggevende van de GHOR die bij
				het incident is betrokken.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 4.1.6</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Iedere veiligheidsregio beschikt over eigen basisfaciliteiten
				  voor hulpverlening bij chemische, biologische, radiologische en nucleaire
				  (CBRN) incidenten. Vanwege de zeer lage frequentie waarin grootschalige
				  ongevallen met chemische, biologische, radiologische en nucleaire middelen
				  voorkomen, is er voor gekozen om aanvullende specialistische kennis, extra
				  materieel en specifieke vaardigheden die nodig zijn bij grootschalige
				  CBRN-incidenten te concentreren in zes CBRN-steun<?xpp afbm?>puntregio’s. De
				  zes CBRN-steunpuntregio’s zijn gekozen vanwege de geografische spreiding over
				  Nederland of hun risicoprofiel met betrekking tot CBRN-incidenten.</al>
              <al>De manschappen en het materieel van de zes
				  CBRN-steunpuntregio’s zijn aanvullend op de basisorganisatie
				  ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen, zoals die in elke regio aanwezig moet
				  zijn en zoals die is beschreven in de artikelen 4.1.1 tot en met 4.1.5.</al>
              <al>Een veiligheidsregio met een ontsmettingseenheid voor
				  grootschalige chemische, biologische, radiologische en nucleaire incidenten
				  maakt afspraken met de omliggende regio’s over de te verlenen
				  ondersteuning.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 4.2.2</titel>
            </kop>
            <al>Het verschil in opkomsttijd tussen 30 of 60 minuten in het tweede
				lid wordt bepaald door het risicoprofiel. In de veiligheidsregio’s met een laag
				risico kan worden gekozen voor een bovenregionale invulling van de functie
				adviseur gevaarlijke stoffen. Voor deze functionaris geldt dan een opkomsttijd
				van 60 minuten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 5.1</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>In artikel 33 van de wet wordt gesproken over instellingen,
				  zorgaanbieders, ambulancevervoerders en gezondheidsdiensten, bedoeld in artikel
				  33, eerste lid, van de wet. Met deze instellingen worden door het bestuur van
				  de veiligheidsregio ingevolge artikel 33, tweede lid, van de wet, afspraken
				  gemaakt. In artikel 5.1 van dit besluit wordt nader invulling geven aan de
				  inhoud van deze afspraken. Hierbij wordt slechts aangegeven waarover afspraken
				  moeten worden gemaakt. Het is de verantwoordelijkheid van het bestuur van de
				  veiligheidsregio en de genoemde instellingen om nadere invulling te geven aan
				  deze afspraken, waarbij uitgegaan zal worden van de risico’s in de betreffende
				  regio.</al>
              <al>In onderdeel a is een niet limitatieve opsomming van afspraken
				  opgenomen die gemaakt moeten worden over de procedures die gevolgd worden bij
				  een ramp of crisis. Hierbij wordt uitgegaan van de procedures in hoofdstuk 2
				  van dit besluit. Het betreft enerzijds de procedures zoals die gelden tussen de
				  ketenpartners van de GHOR en de multidisciplinaire procedures binnen de
				  veiligheidsregio. Anderzijds gaat het om de procedures die de instellingen zelf
				  hanteren waar het gaat om hun inzet van of voor de geneeskundige hulpverlening.
				  Met het laatste wordt bedoeld dat de instellingen inzichtelijk maken hoe ze
				  zich voorbereiden, maar niet dat hun interne procedures voor goedkeuring van
				  het bestuur van de veiligheidsregio afhankelijk zijn. Dat blijft een
				  verantwoordelijkheid van het bestuur van de instellingen.</al>
              <al>In onderdeel c is bepaald dat afspraken worden gemaakt over de
				  bereikbaarheid en beschikbaarheid van personeel, ruimte en materieel. De
				  bereikbaarheid zal gewaarborgd moeten zijn. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van
				  communicatiesystemen en piketregelingen. Beschikbaarheid is de hoeveelheid
				  mensen, ruimte of materieel die op een gegeven moment kan worden ingezet. Bij
				  de beschikbaarheid van ruimte gaat het bijvoorbeeld over de beschikbaarheid van
				  ziekenhuisbedden.</al>
              <al>De afspraken over de wijze van trainen en oefenen in onderdeel
				  d zal aan moeten sluiten bij de wijze waarop het bestuur van de
				  veiligheidsregio de jaarlijkse oefeningen ten behoeve van de rampenbestrijding
				  en crisisbeheersing inricht (zie ook de toelichting op artikel 2.5.1). Met deze
				  afspraken met de instellingen, zorgaanbieders, ambulancevervoerders en
				  gezondheidsdiensten, bedoeld in artikel 33 van de wet, is het
				  multidisciplinaire karakter van de rampenbestrijding en crisisbeheersing en een
				  goede voorbereiding daarop gewaarborgd.</al>
              <al>In onderdeel e worden met andere instellingen en andere
				  hulpverleningsinstantie bedoeld alle organisaties die bij een incident
				  betrokken kunnen zijn. Naast politie en brandweer kunnen dat gemeentelijke en
				  provinciale diensten zijn, alsmede anderen zoals waterschappen en
				  gedeconcentreerde rijksdiensten.</al>
              <al>Het onderhoud en beheer van materieel voor de geneeskundige
				  zorg is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van de geneeskundige
				  instellingen zelf. Daarnaast is er materieel voor de geneeskundige combinaties
				  dat eigendom van het Rijk is. Niet in alle gevallen is dat materieel in beheer
				  bij de veiligheidsregio, soms wordt dit op verzoek van de veiligheidsregio
				  verzorgd door een regionale ambulancevoorziening.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.1.1</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Ingevolge artikel 11 van de Seveso II richtlijn (richtlijn)
				  moet de overheid een extern noodplan opstellen voor die inrichtingen waarop
				  artikel 9 van de richtlijn van toepassing is. Dit artikel 9 verplicht de
				  exploitant van bepaalde categorieën inrichtingen om een veiligheidsrapport op
				  te stellen en aan de overheid te sturen. Het betreft die inrichtingen waar
				  gevaarlijke stoffen in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in bijlage I,
				  delen 1 en 2, kolom 3, van de richtlijn vermelde hoeveelheden aanwezig zijn.
				  Die bijlage is getransponeerd naar bijlage I van het Besluit risico’s zware
				  ongevallen 1999 (BRZO 1999). De verplichting tot het opstellen van een
				  veiligheidsrapport is onderwerp van paragraaf 3 van het BRZO 1999. Derhalve
				  geldt de verplichting tot het opstellen van een rampbestrijdingsplan voor
				  dezelfde inrichtingen als die waarop artikel 8 van het BRZO 1999 van toepassing
				  is (naar schatting 120 in getal). In dit besluit is, mede gelet op het oogmerk
				  van strikte implementatie van de richtlijn, een rampbestrijdingsplan alleen
				  verplicht gesteld voor die categorieën inrichtingen waarvoor de richtlijn zulks
				  verplicht stelt.</al>
              <al>De aanwijzing in dit besluit van inrichtingen waarvoor in ieder
				  geval een rampbestrijdingsplan moet worden gemaakt, dient te worden gezien in
				  het licht van de noodzaak van een volledige en juiste implementatie van de
				  richtlijn.</al>
              <al>Met artikel 6.1.1, tweede lid, wordt buiten twijfel gesteld dat
				  ook een rampbestrijdingsplan verplicht is ten aanzien van zich in Nederland
				  voordoende rampen die hun oorzaak vinden in een buiten Nederland gelegen
				  inrichting waarvoor ingevolge de richtlijn een extern noodplan moet worden
				  gemaakt. Deze verplichting volgt uit de strekking van de richtlijn en is tevens
				  neergelegd in artikel 8, tweede lid, van het op 17 maart 1992 te Helsinki tot
				  stand gekomen Verdrag inzake de grensoverschrijdende gevolgen van industriële
				  ongevallen (<extref reeks="Trb" doc="trb-1994-50" status="actief">Trb. 1994,
				  50</extref>). De tweede volzin van het tweede lid is gevolg van het feit dat
				  niet alle bepalingen van dit besluit van toepassing kunnen zijn op een
				  rampbestrijdingsplan ten aanzien van een in het buitenland gelegen inrichting.
				  Dit geldt onder meer voor de in artikel 6.1.3 genoemde elementen (onder meer
				  die welke betrekking hebben op de bronbestrijding) waaraan in het plan aandacht
				  moet worden besteed. Tevens speelt hierbij een rol dat het bestuur van de
				  veiligheidsregio afhankelijk is van uit het buurland verkregen
				  informatie.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.1.2</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De richtlijn noemt geen termijnen waarbinnen het externe
				  noodplan tot stand moet komen. Wel wordt aangegeven binnen welke termijn de
				  exploitant aan de autoriteiten de noodzakelijke gegevens dient te verstrek<?xpp afbm?>ken,
				  zodat zij met deze gegevens het plan kunnen opstellen. Voor nieuwe inrichtingen
				  dient dit te gebeuren voor de inbedrijfstelling van deze inrichtingen.</al>
              <al>Zoals hiervoor reeds is vermeld, zijn veel gegevens met
				  betrekking tot de inrichting die het bestuur van de veiligheidsregio nodig
				  heeft om een rampbestrijdingsplan op te stellen onderdeel van het
				  veiligheidsrapport. Inhoud en procedure van totstandkoming van dit rapport zijn
				  geregeld in het BRZO 1999 en waar sprake is van een aanvraag om vergunning
				  krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tevens in het Besluit
				  omgevingsrecht.</al>
              <al>Ingevolge het Besluit omgevingsrecht gaat een
				  vergunningaanvraag die betrekking heeft op een inrichting waarop paragraaf 3
				  van het BRZO 1999 van toepassing is, vergezeld van die onderdelen van het
				  veiligheidsrapport welke betrekking hebben op de risico’s voor personen buiten
				  de inrichting en voor het milieu. Een aantal van deze gegevens is ook relevant
				  voor de voorbereiding van de rampenbestrijding. Voorts moeten dan ook die delen
				  van het veiligheidsrapport worden ingediend welke specifiek betrekking hebben
				  op de voorbereiding van de rampenbestrijding (artikel 13, eerste lid, van het
				  BRZO 1999). Soms zijn burgemeester en wethouders het ten aanzien van de
				  inrichting bevoegd gezag, soms zijn gedeputeerde staten het bevoegd gezag. In
				  beide gevallen krijgt het bestuur van de veiligheidsregio waarin de inrichting
				  geheel of gedeeltelijk zal zijn of is gelegen, binnen twee weken na ontvangst
				  van de aanvraag door het bevoegd gezag een exemplaar daarvan en van de
				  bovengenoemde onderdelen van het veiligheidsrapport toegezonden. Voorts krijgen
				  op grond van artikel 3:17 van de Algemene wet bestuursrecht de betrokken andere
				  bestuursorganen onverwijld een exemplaar van de aanvraag en van de daarbij
				  gevoegde stukken (dus ook de bovengenoemde onderdelen van het
				  veiligheidsrapport). Dit zijn onder meer burgemeester en wethouders van de
				  gemeenten waarvan de grens is gelegen binnen een afstand van 200 meter van de
				  plaats van de inrichting, van de gemeenten waarvan de grens is gelegen op meer
				  dan 200 meter en minder dan 10 kilometer van de inrichting, tenzij het bevoegd
				  gezag van oordeel is dat in redelijkheid niet te verwachten is dat de invloed
				  van de door de inrichting veroorzaakte belasting van het milieu zich in die
				  gemeenten zal doen gevoelen, en van de gemeenten die zijn gelegen binnen de
				  lijn van 10<sup>-8</sup> individueel risico. Artikel 6.1.2 sluit op de
				  geschetste procedure aan door te bepalen dat uiterlijk een jaar nadat het
				  gemeentebestuur de vergunningaanvraag met de genoemde onderdelen van het
				  veiligheidsrapport heeft ontvangen, het rampbestrijdingsplan of noodzakelijk
				  gebleken wijzigingen moeten zijn vastgesteld. Het kan niet worden uitgesloten
				  dat in een enkel geval de termijn van een jaar te krap is. Het belang van een
				  goede voorbereiding rechtvaardigt de geboden spoed. Het zal kunnen voorkomen
				  dat het plan niet op het moment van inbedrijfstelling van een nieuwe inrichting
				  gereed is. Indien het zich laat aanzien dat het plan pas na een aantal maanden
				  gereed is, kan worden overwogen of niet voor de tussenliggende tijd als het
				  ware een voorlopig plan dient te worden vastgesteld ten einde toch enigszins op
				  een calami<?xpp afbm?>teit voorbereid te zijn.</al>
              <al>Gewezen zij op het in artikel 6.1.7, tweede lid, bepaalde dat
				  met passende tussenpozen doch ten minste eenmaal per drie jaar bezien wordt of
				  het rampbestrijdingsplan moet worden bijgewerkt. In dit verband kan van belang
				  zijn dat ten minste eenmaal per vijf jaar het veiligheidsrapport moet worden
				  bijgewerkt (artikel 14 BRZO 1999). Dit bijgewerkte rapport kan ook nieuwe
				  gegevens bevatten die relevant zijn voor de voorbereiding van de
				  rampenbestrijding.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.1.3</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De in dit artikel gegeven opsomming is ontleend aan onderdeel 2
				  van bijlage IV van de richtlijn, die een lijst van gegevens en inlichtingen
				  bevat die in het externe noodplan moeten worden opgenomen. Wel zijn de
				  bewoordingen van de richtlijn op enkele plaatsen aangepast aan de in Nederland
				  gebruikelijke terminologie en de Nederlandse verhoudingen. Waar in de richtlijn
				  wordt gesproken van «regelingen», is deze term in dit artikel veelal vertaald
				  in maatregelen en voorzieningen. De term «regelingen» heeft in ons recht veelal
				  een publiekrechtelijke betekenis. Het gaat er evenwel om dat in het
				  rampbestrijdingsplan naast de relevante publiekrechtelijke regelingen ook de
				  relevante afspraken en infrastructuur op de een of andere wijze hun neerslag
				  vinden. De richtlijn spreekt van regelingen om snel op de hoogte te worden
				  gesteld van eventuele voorvallen en alarmerings- en oproepprocedures. Dit is
				  onder punt c vertaald als: de maatregelen en voorzieningen die zijn getroffen
				  opdat degene die is belast met het opperbevel en de hulpverleningsdiensten snel
				  worden geïnformeerd en de bij de bestrijding betrokken personen snel worden
				  opgeroepen. Waar de richtlijn gewag maakt van de regelingen voor de coördinatie
				  van de middelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het externe
				  noodplan is dit onder punt d vertaald als: het schema met betrekking tot de
				  leiding over de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties die bij de
				  bestrijding kunnen worden betrokken. De richtlijn noemt als twee aparte
				  aspecten de regelingen voor de verlening van steun aan bestrijdingsacties op
				  het terrein en de regelingen voor de bestrijdingsacties buiten het terrein.
				  Beide elementen zijn geïmplementeerd onder punt e: de maatregelen en
				  voorzieningen die zijn getroffen met het oog op de bestrijding op en buiten het
				  terrein van de inrichting. Ook punt d heeft mede betrekking op die twee
				  aspecten.</al>
              <al>Onderdeel f heeft betrekking op de informatieverschaffing aan
				  de bevolking ten tijde van een ramp of een dreigende ramp in de betrokken
				  inrichting. In dit verband zij gewezen op het bepaalde in de artikelen 5 en 6
				  van het Besluit informatie inzake rampen en zware ongevallen die op de
				  informatieverschaffing vooraf betrekking hebben, alsmede op de artikelen 10 en
				  11 van dat besluit die betrekking hebben op de informatieverschaffing ten tijde
				  van een dreigende ramp onderscheidenlijk ten tijde van een ramp.</al>
              <al>Waar in dit artikel wordt gesproken van bestrijding, is het
				  totaal van de hulpverleningsacties – ook buiten de inrichting – bedoeld en niet
				  alleen de bronbestrijding.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.1.4</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Met artikel 6.1.4 wordt uitvoering gegeven aan artikel 11,
				  derde lid, van de richtlijn, waarin wordt voorgeschreven dat de bevolking over
				  de externe noodplannen wordt geraadpleegd. De richtlijn geeft geen
				  voorschriften over de wijze waarop dit raadplegen moet geschieden.</al>
              <al>Er is voor gekozen om aan te sluiten bij een bestaande regeling
				  inzake de voorbereiding van besluiten, namelijk afdeling 3:4 van de Algemene
				  wet bestuursrecht, welke afdeling de openbare voorbereidingsprocedure betreft.
				  Die procedure voorziet onder meer in terinzagelegging van stukken die bij de
				  totstandkoming van het plan worden betrokken.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.1.5</titel>
            </kop>
            <al>De richtlijn bevat geen bepaling die expressis verbis
				voorschrijft dat in voorkomend geval ook de bevolking in een andere staat wordt
				geraadpleegd over het externe noodplan. Artikel 6.1.5 voorziet er in dat ook de
				bevolking in een andere staat die kan worden getroffen door een ramp als in dit
				besluit bedoeld wordt geraadpleegd. Het bestuur van de veiligheidsregio waarin
				de betrokken inrichting geheel of in hoofdzaak is gelegen verzoekt de bevoegde
				autoriteit de bevolking te informeren over de mogelijkheid haar zienswijze
				kenbaar te maken. Uiteraard kan die autoriteit niet op grond van dit besluit
				verplicht worden die medewerking te verlenen. Anderzijds is het mogelijk dat,
				indien de autoriteit in de andere staat daarmee instemt en haar medewerking
				verleent, de stukken ook ter inzage worden gelegd in de desbetreffende
				Belgische of Duitse gemeente of gemeenten.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.1.6</titel>
            </kop>
            <al>Dit artikel ziet op de situatie dat in een buurland een plan van
				gelijke strekking als ons rampbestrijdingsplan wordt voorbereid of in
				belangrijke mate wordt gewijzigd. Het betreft een inrichting ten aanzien
				waarvan de gevolgen van een calamiteit tot een ramp in ons land kan leiden. De
				bevolking in ons land die daardoor kan worden getroffen, dient in de
				gelegenheid te worden gesteld om te worden geraadpleegd.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.1.7</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Met dit artikel wordt artikel 11, vierde lid, van de richtlijn
				  geïmplementeerd, voor zover dit artikellid betrekking heeft op externe
				  noodplannen. Daarin is onder meer bepaald dat externe noodplannen met passende
				  tussenpozen van niet meer dan drie jaar door de autoriteiten opnieuw moeten
				  worden bezien, beproefd en zo nodig herzien en bijgewerkt. Bij dit opnieuw
				  bezien moet rekening worden gehouden met veranderingen die zich in de betrokken
				  inrichtingen en bij de betrokken hulpdiensten hebben voorgedaan, met nieuwe
				  technische kennis en met inzichten omtrent de bij een ramp te nemen
				  maatregelen.</al>
              <al>Bij het redigeren van dit artikel is ervoor gekozen om het
				  beoefenen van het rampbestrijdingsplan onderwerp te doen zijn van een apart
				  (eerste) lid. Dit is gedaan omdat dit oefenen van een andere orde is dan het
				  herzien en bijwerken van het plan, hoezeer deze aspecten ook met elkaar
				  verweven zijn. Bovendien is het oefenen een belangrijk aspect van de totale
				  voorbereiding van de rampenbestrijding.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.1.8</titel>
            </kop>
            <al>Artikel 11, zesde lid, van de richtlijn biedt de bevoegde
				autoriteit de mogelijkheid om gezien het veiligheidsrapport een gemotiveerd
				besluit te nemen dat voor een inrichting geen extern noodplan behoeft te worden
				opgesteld. In aansluiting daarop bepaalt artikel 13, derde lid, van de
				richtlijn dat in geval een dergelijke inrichting dicht bij het grondgebied van
				een andere lidstaat is gelegen, de lidstaat het desbetreffende besluit meedeelt
				aan die andere lidstaat.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.2.1</titel>
            </kop>
            <al>Artikel 6.2.1 verplicht het bestuur van de veiligheidsregio tot
				het vaststellen van een rampbestrijdingsplan voor ongevallen met vliegtuigen op
				luchthavens. Alvorens dit plan vast te stellen dient hij daarover overleg te
				plegen met de exploitant van de luchthaven of, indien het een militaire
				luchthaven betreft, met de basiscommandant.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.2.2</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Dit artikel stelt minimumeisen waaraan het rampbestrijdingsplan
				  moet voldoen en somt daartoe een aantal onderwerpen op die in ieder geval in
				  het rampbestrijdingsplan moeten worden opgenomen. Deze eisen spreken over het
				  algemeen voor zich. Opgemerkt zij dat de overzichtskaart, genoemd in onderdeel
				  j, slechts niet gerubriceerde gegevens vermeldt.</al>
              <al>Onderdeel h betreft de situatie dat de bevolking of het milieu
				  van een andere staat door het vliegtuigongeval kunnen worden getroffen of
				  dreigen te worden getroffen. In dat geval moeten in het rampbestrijdingsplan
				  maatregelen worden opgenomen en voorzieningen worden getroffen om de
				  hulpverleningsdiensten van een andere staat te informeren. Dit geldt uiteraard
				  alleen voor die regio’s waarin luchtvaartterreinen zijn gelegen waar zich deze
				  situatie kan voordoen.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.2.3</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Dit artikel geeft het bestuur van de veiligheidsregio de
				  opdracht oefeningen te verzorgen waarmee het rampbestrijdingsplan voor het in
				  de regio liggende luchtvaartterrein wordt getoetst op juistheid, volledigheid
				  en bruikbaarheid. Het tweede lid, verplicht tot het houden van een
				  multidisciplinaire stafoefening eenmaal in de twee jaar en een
				  multidisciplinaire oefening van staf en operationele eenheden eenmaal in de
				  vier jaar. Bij een multidisciplinaire stafoefening moet gedacht worden aan een
				  oefening waarbij het gemeentelijke beleidsteam, het regionale beleidsteam, het
				  regionaal operationele team, de leiding van de operationele eenheden in het
				  commando rampterrein en de leiding van de calamiteitenorganisatie(s) van de
				  luchthaven betrokken zijn. Bij de multidisciplinaire oefening van staf en
				  operationele eenheden moet gedacht worden aan een oefening waarbij in ieder
				  geval betrokken zijn het gemeentelijke beleidsteam, het regionale beleids<?xpp afbm?>team,
				  het regionale operationele team, de leiding van de operationele eenheden in het
				  commando rampterrein, een beperkt aantal van de operationele eenheden op en
				  rond het rampterrein, en de bij de rampenbestrijdingsorganisatie(s) betrokken
				  diensten van de luchthaven. De oefenverplichting betreft in ieder geval deze
				  oefeningen, omdat mag worden verwacht dat monodisciplinaire oefeningen
				  (oefeningen door één of meerdere onderdelen van één organisatie) en
				  kleinschalige multidisciplinaire oefeningen (samenwerkingsoefeningen tussen
				  enkele van de bovengenoemde doelgroepen) reeds in voldoende mate zijn opgenomen
				  in de reguliere oefencyclus rampenbestrijding. Voor grootschalige
				  multidisciplinaire oefeningen waarbij alle disciplines een rol spelen gelden
				  voor luchtvaartterreinen reeds verplichtingen voortvloeiend uit internationale
				  regelgeving (zoals van de ICAO en NATO).</al>
              <al>De oefeningen zijn gericht op het toetsen van een effectieve en
				  efficiënte samenwerking tussen het regionale en lokale bestuur, de operationele
				  diensten (brandweer, politie en geneeskundige hulpverlening) en de
				  calamiteitenorganisatie van de luchtvaartterreinen. Bij de oefeningen worden de
				  alarmregeling (of het calamiteitenplan) en het vastgestelde
				  rampbestrijdingsplan van de desbetreffende luchthaven mede beoefend. Het derde
				  lid voorziet hierin.</al>
              <al>Dit artikel bevat het minimum aan oefeningen dat de
				  verantwoordelijke instanties moeten houden. Het staat betrokkenen uiteraard
				  vrij om vaker met elkaar – of ieder afzonderlijk – te oefenen.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 6.3.1</titel>
            </kop>
            <al>Met deze bepaling is voldaan aan de verplichting uit richtlijn
				nr. 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
				15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën (PbEU
				L 102) om een extern noodplan op te stellen voor de afvalvoorzieningen
				categorie A. De implementatie van genoemde richtlijn is gerealiseerd in het
				Besluit beheer winningsafvalstoffen. De artikelen 6.3.1 tot en met 6.3.3 zijn
				overgenomen uit paragraaf 2 van het Besluit rampbestrijdingsplannen
				inrichtingen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 7.1</titel>
            </kop>
            <al>Uitsluitend de in dit artikel opgesomde categorieën inrichtingen
				komen in aanmerking voor een aanwijzing, hetgeen niet wil zeggen dat alle
				inrichtingen uit een bepaalde groep in de praktijk ook worden aangewezen. Het
				een en ander hangt af van het feit of een inrichting naar het oordeel van het
				bestuur van de veiligheidsregio een bijzonder gevaar voor de openbare
				veiligheid oplevert. De categorie inrichtingen, bedoeld in artikel 29, eerste
				lid, van de Kernenergiewet en de categorie inrichtingen, waarin vaste stoffen
				of vloeistoffen voorhanden zijn, die bij verhitting tot brandgevaarlijke
				situaties kunnen leiden, kwamen als zodanig voor in artikel 2, onder c en d,
				van het Besluit bedrijfsbrandweren. Deze categorieën zijn niet opgenomen in het
				huidige artikel 7.1 omdat sinds de inwerkingtreding van het Besluit
				bedrijfsbrandweren in 1990 nooit een inrichting, vallend onder één van deze
				categorieën, is aangewezen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 7.2, eerste lid</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Het bestuur van de veiligheidsregio verzoekt ingevolge het
				  eerste lid van artikel 7.2 de inrichting waarvan het bestuur redelijkerwijs kan
				  vermoeden dat deze in geval van een brand of een ongeval een bijzonder gevaar
				  voor de openbare veiligheid kan opleveren, een rapport op te stellen.</al>
              <al>Onder bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid wordt
				  verstaan: een situatie waarbij er naar het oordeel van het bestuur van de
				  veiligheidsregio als gevolg van geloofwaardige incidentscenario’s binnen de
				  inrichting, een schade in de omgeving van die inrichting kan ontstaan die
				  duidelijk groter is dan de schade die optreedt door mogelijke ongevallen in de
				  betrokken omgeving zelf en waarop de overheidsbrandweer is berekend.</al>
              <al>De situatie die een bijzonder gevaar voor de openbare
				  veiligheid vormt, veroorzaakt een risico dat uitstijgt boven het risico, waarop
				  normaal gesproken de overheidsbrandweer is voorbereid. Het begrip «bijzonder
				  gevaar» is gekoppeld aan geloofwaardige incidentscenario’s. Dat betekent dat
				  het niet gaat om de beschrijving van mogelijke ongevallen, die slechts met een
				  zeer kleine kans van optreden denkbaar zijn, maar om mogelijke ongevallen die
				  reëel of typerend worden geacht voor de beschouwde inrichtingen met de
				  aanwezige preventieve voorzieningen en die door snel en adequaat optreden van
				  een brandweer kunnen worden beheerst dan wel bestreden.</al>
              <al>Het mogelijke schaderisico voor de omgeving is afhankelijk van
				  de kwetsbaarheid van de omgeving of de uitbreidingsmogelijkheid in de omgeving.
				  Indien er sprake is van mogelijk schaderisico in de omgeving blijft het bedrijf
				  geselecteerd. Afhankelijk van dit schaderisico zullen aan de bestrijding meer
				  of minder hoge eisen worden gesteld.</al>
              <al>Onder schade wordt verstaan:</al>
              <lijst type="expliciet" start="1" level="single" nr-sluiting=".">
                <li>
                  <li.nr>○</li.nr>
                  <al>persoonlijk letsel: gewonden, doden (acute persoonlijke
						schade);</al>
                </li>
                <li>
                  <li.nr>○</li.nr>
                  <al>directe materiële schade: beschadiging aan gebouwen en
						dergelijke.</al>
                </li>
              </lijst>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 7.2, tweede lid</titel>
            </kop>
            <al>De verplichting tot het aanwezig hebben van een
				veiligheidsrapport betreft de inrichtingen als bedoeld in paragraaf 3 van het
				Besluit risico’s zware ongevallen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 7.3, derde lid</titel>
            </kop>
            <al>In principe moet elke aangewezen inrichting een eigen
				bedrijfsbrand<?xpp afbm?>weer oprichten en in stand houden. In bepaalde
				gevallen zal echter kunnen worden volstaan met een voor verschillende
				inrichtingen gezamenlijk in het leven geroepen brandweer, mits deze in elke
				inrichting kan worden ingezet.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 7.2, vierde lid</titel>
            </kop>
            <al>Wanneer het rapport inzake de bedrijfsbrandweer bij het bestuur
				van de veiligheidsregio binnenkomt, dient het bestuur de inhoud ervan te beoor<?xpp afbm?>delen
				op volledigheid en juistheid. De situatie kan zich voordoen dat het bestuur van
				de veiligheidsregio twijfels heeft over de volledigheid. Het moet dan mogelijk
				zijn dat het bestuur aanvullende gegevens van het betrokken bedrijf vraagt.
				Uiteraard gaat het dan slechts om gegevens die in redelijkheid vereist
				zijn.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 7.3, vijfde lid</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Het begrip bedrijfsbrandweer houdt in een organisatie van
				  mensen en middelen met als doel het gecoördineerd bestrijden van branden en
				  ongevallen op het terrein van de inrichting. De personele en materiële
				  invulling van de organisatie en de structuur daarvan zullen van bedrijf tot
				  bedrijf kunnen of moeten verschillen, derhalve zullen ook de te stellen eisen
				  steeds verschillend zijn. Bij de aanwijzing van functies kan worden uitgegaan
				  van zowel de brandweerfuncties als van de bedrijfsbrandweerfunctie die worden
				  genoemd in het Besluit personeel veiligheidsregio’s. Ook is het mogelijk om
				  andere functiebenamingen te gebruiken.</al>
              <al>Een goede behartiging van de brandweerzorg is van groot belang.
				  Het verdient daarom aanbeveling dat het bestuur van de veiligheidsregio
				  bevordert dat, gelet op de nauwe samenwerking tussen bedrijfs- en
				  overheidsbrandweer, bijvoorbeeld het blusmaterieel van de beide diensten op
				  elkaar is afgestemd. Dit komt bovendien de standaardisatie van het
				  brandweermaterieel ten goede.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 7.4</titel>
            </kop>
            <al>Het is niet de bedoeling dat elke wijziging of uitbreiding van
				een inrichting dan wel verandering van de daarin gebezigde processen door het
				hoofd of de bestuurder van een brandweerplichtige inrichting door middel van
				een rapport inzake de bedrijfsbrandweer aan het bestuur van de veiligheidsregio
				moet worden voorgelegd. Het gaat slechts om die wijzigingen, uitbreidingen dan
				wel veranderingen die bepaalde consequenties kunnen hebben voor de
				brandweerorganisatie en de daaraan gestelde eisen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 8.1</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>In de jaarlijkse begroting van uitgaven en ontvangsten van het
				  Ministerie van BZK is een post opgenomen met het totale bedrag dat voor
				  verdeling over de regio’s beschikbaar is. Het betreft de brede doeluitkering
				  rampenbestrijding (BDUR) voor alle taken van de veiligheidsregio’s op het
				  terrein van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en GHOR. In het
				  Besluit doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen was aan de
				  besturen van de brandweer- en GHOR-regio’s en de besturen van de geïntegreerde
				  regio’s al vrijheid gegeven tot onderlinge uitwisseling en bestemming van
				  budgetten uit de BDUR. In dit besluit is geen sprake meer van verschillende
				  budgetten voor de GHOR en de brandweer, maar wordt het budget toegekend aan de
				  veiligheidsregio.</al>
              <al>Een belangrijk deel van het totale bedrag wordt verdeeld in de
				  vorm van vaste bedragen. Deze bedragen zijn vast omdat elke veiligheidsregio
				  een aantal continue basisvoorzieningen in stand houdt. Een ander deel van het
				  totale bedrag wordt, op grond van artikel 8.2, toegekend aan een aantal regio’s
				  voor bijzondere taken. Het restant van het totale bedrag wordt verdeeld met
				  behulp van verdeelmaatstaven die variabel zijn.</al>
              <al>In verband met het toekennen van de bijdrage aan de
				  veiligheidsregio’s zijn ten opzichte van de wijziging van de BDUR die van
				  kracht werd bij het Besluit van 12 december 2007 tot wijziging van het Besluit
				  doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen (<extref reeks="Stb" doc="stb-2007-580" status="actief">Stb. 2007, nr. 580</extref>), de tabellen A en
				  B in de bijlage van dat besluit tot één tabel in bijlage 2 bij dit besluit
				  samengevoegd en zijn de gewichten aangepast. De verdeelmaatstaven in de tabel
				  hebben betrekking op relevante kostenfactoren. Zij zijn objectief en frequent
				  meetbaar. In de formule van bijlage 2 is de zogehe<?xpp afbm?>ten
				  uitkeringsfactor opgenomen. In het rekenmodel waarmee de bijdrage per regio
				  wordt berekend, zorgt dit verhoudingsgetal ervoor dat de som van alle bijdragen
				  aan de veiligheidsregio’s gelijk is aan het totaal beschik<?xpp afbm?>bare BDUR
				  budget. Op deze wijze is er onderscheid in de bijdragen per veiligheidsregio
				  waarmee de in de veiligheidsregio aanwezige risico’s en daarmee verband
				  houdende taken en de intensiteit ervan zo goed mogelijk worden
				  weerspiegeld.</al>
              <al>Ten minste eenmaal per jaar worden de veiligheidsregio’s
				  geïnformeerd door middel van een circulaire over de factoren die van invloed
				  zijn op het totale bedrag en over de individuele bijdrage per regio voor het
				  komende jaar. Indien in het uitkeringsjaar nog te verwerken mutaties
				  plaatsvinden die leiden tot herziening van de bijdrage voor dat jaar, dan vindt
				  de verrekening daarvan uiterlijk plaats op 1 december van het
				  uitkeringsjaar.</al>
            </al-groep>
            <al>Het derde lid ziet op door de Minister van BZK noodzakelijk
				geachte wijzigingen. In beginsel zal het gaan om bijstellingen in positieve
				zin, bijvoorbeeld toevoegingen op grond van de afspraak in het bestuursakkoord
				tussen het Rijk en de gemeenten «Samen aan de slag». Alleen bij zwaarwegende
				redenen kan het gaan om neerwaartse bijstellingen.</al>
            <al>Voor alle volledigheid wordt er hierbij op gewezen dat de
				jaarlijkse bijdrage, op grond van artikel 55, eerste lid, van de wet, onder
				voor<?xpp afbm?>waarden kan worden verleend.Ten aanzien van de
				bestedingsrichting van de bijdrage stelt het Rijk zich terughoudend op.
				Voorkomen moet worden dat getreden wordt in de verantwoordelijkheid van het
				bestuur van de veiligheidsregio. Het verbinden van voorwaarden aan de besteding
				van de bijdrage maakt het mogelijk verwachte prestaties te ondersteunen met
				financiële middelen. Hierbij kan gedacht worden aan (stimulering van) de
				landelijke beleidsdoelstellingen die worden vastgesteld op grond van artikel
				37, eerste lid, van de wet.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 8.2</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>In het eerste lid is een bedrag opgenomen voor algemene
				  voorzieningen die het Waddengebied betreffen.</al>
              <al>De bedragen in het tweede en derde lid worden toegekend aan de
				  veiligheidsregio Kennemerland in verband de bijzondere veiligheidsrisico’s die
				  de luchthaven Schiphol met zich meebrengt. De regio Kennemerland draagt er zorg
				  voor dat de scenario’s uit het meest recent vastgestelde crisisbestrijdingsplan
				  Schiphol zowel bestuurlijk als operationeel worden voorbereid en dat er
				  adequaat uitvoering aan wordt gegeven. De regio draagt op grond van de wet waar
				  nodig tijdig zorg voor aanpassing van het crisisbestrijdingsplan Schiphol.
				  Daarvoor gelden de uitkomsten van door de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid
				  uitgevoerde simulaties mede als een belangrijke basis. Tevens dient steeds
				  aansluiting te worden gezocht bij landelijke ontwikkelingen.</al>
              <al>De interregionale versterking zal moeten worden gericht op
				  versterking van het veiligheidsniveau in het totale gebied van de regio’s
				  Amsterdam-Amstelland en Kennemerland. De veiligheidsrisico’s in verband met de
				  luchthaven Schiphol nopen tot deze bijzondere geïntensiveerde samenwerking. Het
				  bedrag in het derde lid is bestemd voor de uitgaven in dit verband van beide
				  regio’s.</al>
              <al>Het bedrag in het vierde lid betreft de bijzondere risico’s met
				  betrekking tot grootschalige chemische, biologische, radiologische of nucleaire
				  ongevallen. Op dat terrein treden de zes veiligheidsregio’s, die worden genoemd
				  in de bijlage 1 bij het besluit, op als steunpuntregio. Voor de taken en de
				  organisatie wordt verder verwezen naar de toelichting bij hoofdstuk 4 van het
				  besluit.</al>
              <al>De bedragen maken deel uit van de doeluitkering, maar zijn niet
				  opgenomen in de algemene verdeelsystematiek volgens artikel 8.1, eerste lid,
				  omdat daarvoor geen algemene verdeelsleutel beschikbaar is. Verder zijn de
				  bedragen niet onderhevig aan de aanpassing als bedoeld in artikel 8.1, tweede
				  lid. De bedragen behoren wel tot de lumpsum van de
				  doeluitkering.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 8.3</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>De Minister van BZK heeft op grond van deze bepaling de
				  mogelijkheid om in bepaalde gevallen een incidentele – in beginsel eenmalige –
				  bijdrage toe te kennen. Dit geschiedt meestal in de vorm van een bedrag op
				  grond van een goedgekeurde begroting, die betrekking heeft op het onderwerp van
				  de bijdrage. Er ligt een sterk accent op sturing aan de voorkant van het proces
				  waarbij de criteria «Specifiek», «Meetbaar», «Afgesproken», «Realistisch» en
				  «Tijdgebonden» uit het zogenaamde SMART concept worden gehanteerd. Ook kan bij
				  deze bijdrage tijdens het uitvoeringstraject gestuurd worden op het bereiken
				  van resultaten door bijvoorbeeld periodiek voortgangsoverleg en het vragen van
				  tussenrapportages.</al>
              <al>In voorkomende gevallen kan een incidentele bijdrage worden
				  verstrekt aan meerdere of aan alle regio’s en betreft de bijdrage een breder
				  doel of langer lopend proces. In dat geval kunnen de daarmee samenhangende
				  procesgang en inhoudelijke voorwaarden worden neergelegd in een beleidsregel of
				  in een circulaire.</al>
              <al>Naast bovenstaande vormen van een incidentele bijdrage kan dit
				  artikel de grondslag zijn voor vergoeding van werkelijke kosten op
				  declaratiebasis die in sommige gevallen opportuun kan zijn. Een voorbeeld
				  daarvan is vergoeding van materiële voorzieningen. De vergoeding van de
				  werkelijke kosten geschiedt in dat geval op factuur- of declaratiebasis met
				  zogenaamde belegstukken.</al>
              <al>Een incidentele bijdrage behoort eveneens tot de lumpsum.</al>
              <al>In de toelichting op artikel 8.1, zesde lid is ingegaan op het
				  verbinden van voorwaarden aan de incidentele uitkering.</al>
            </al-groep>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 8.5</titel>
            </kop>
            <al>De bijdragen die de regio’s ontvangen maken deel uit van het
				regionale budget, dat voor een groot deel bestaat uit middelen van de
				deelnemende gemeenten. In artikel 8.5 wordt tot uitdrukking gebracht dat de
				rijksbijdragen besteed mogen worden aan alle taken die de regio’s verrichten op
				het terrein van brandweerzorg, rampenbestrijding, crisisbeheersing en GHOR. De
				verwijzing naar de taken die het bestuur op grond van de wet zijn toegekend,
				strekt daartoe. Dit betreft in ieder geval de taken die ingevolge de wet op
				regionaal niveau moeten worden behartigd. Het kan daarnaast ook gaan om taken
				die de deelnemende gemeenten uit eigen beweging en binnen de in de wet
				neergelegde taakomschrijving aan de regio hebben overgedragen.</al>
          </divisie>
          <divisie opmaak="default">
            <kop>
              <titel status="officieel">Artikel 8.6</titel>
            </kop>
            <al-groep>
              <al>Deze bepaling ziet op de inhoud van de verantwoording voor wat
				  betreft het getrouw beeld en de rechtmatigheid waarover de accountant een
				  verklaring aflegt en waarvoor regels zijn vastgesteld in het Besluit begroting
				  en verantwoording provincies en gemeenten en in het Besluit accountantscontrole
				  provincies en gemeenten die op grond van artikel 34a, tweede lid, van de Wet
				  gemeenschappelijke regelingen ook gelden voor de veiligheidsregio’s. Voor
				  eventuele sancties is het relevant dat tekortkomingen die tot een andere dan
				  een goedkeurende verklaring hebben geleid betrekking hebben op de bijdrage op
				  grond van het Besluit veiligheidsregio’s.</al>
              <al>Voor een nadere toelichting op dit deel van het sanctiebeleid
				  wordt hier verwezen naar de desbetreffende tekst in paragraaf 3 van de nota van
				  toelichting bij het Besluit van 27 februari 2006 tot wijziging van het Besluit
				  doeluitkering bestrijding van rampen en zware ongevallen (<extref reeks="Stb" doc="stb-2006-132" status="actief">Stb. 2006, nr. 132</extref>). </al>
            </al-groep>
          </divisie>
        </divisie>
        <ondertekening>
          <functie>De Staatssecretaris van
			 Binnenlandse Zaken en
			 Koninkrijksrelaties,</functie>
          <naam>
            <voornaam>A. Th. B.</voornaam>
            <achternaam>Bijleveld-Schouten</achternaam>
          </naam>
        </ondertekening>
      </nota-toelichting>
    </wet-besluit>
  </staatsblad>
</officiele-publicatie>