Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatsblad 2009, 262AMvB

Besluit van 19 juni 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 januari 1971, Stb. 27 (vaststelling wettelijke rente)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, van 29 mei 2009, Directie Wetgeving, nr. 5603396/09/6, gedaan mede namens Onze Minister van Financiën;

Gelet op artikel 120, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek;

De Raad van State gehoord (advies van 10 juni 2009, nr. W03.09.0176/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 15 juni 2009, nr. 5606181/09/6, uitgebracht mede namens Onze Minister van Financiën;

Hebben goedgevonden en verstaan:

ARTIKEL I

In artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 januari 1971, Stb. 27, wordt het woord «zes» vervangen door: vier.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2009.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.histnoot

’s-Gravenhage, 19 juni 2009

Beatrix

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

De Minister van Financiën,

W. J. Bos

Uitgegeven de dertigste juni 2009

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit verlaagt de wettelijke rente per 1 juli 2009 van 6% naar 4%. Het betreft de wettelijke rente als bedoeld in artikel 119 van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. De vorige wijziging vond plaats per 1 januari 2007 (Besluit van 11 december 2006, Stb. 700, tot wijziging van het Koninklijk Besluit van 18 januari 1971, Stb. 27).

In de nota van toelichting bij het Besluit van 15 januari 2004, Stb. 13, is het systeem voor de bepaling van de hoogte van de wettelijke rente uiteengezet. Aanpassing van het percentage van de wettelijke rente geschiedt, voor zover nodig, halfjaarlijks per 1 januari en per 1 juli door bij de herfinancieringsrente (peildatum ultimo oktober respectievelijk ultimo april) van de Europese Centrale Bank (hierna: ECB) 2,25 procentpunt op te tellen. Om al te grote veranderingen te vermijden wordt een verlaging of verhoging beperkt tot maximaal 2 procentpunten. Er vindt een afronding plaats van halven of meer naar boven en overigen naar beneden.

Per ultimo april bedroeg de herfinancieringsrente van de ECB 1,25%. In overeenstemming met de gehanteerde vaststellingssystematiek is de wettelijke rente bepaald op 4%.

Opgemerkt wordt nog dat op 8 oktober 2008 de ECB, met ingang van 15 oktober 2008, de ECB tenderprocedure heeft gewijzigd. Deze wijziging heeft tot gevolg dat de herfinancieringsrente niet meer wordt vastgesteld door middel van een variabele-rentetenderprocedure maar door een vaste-rentetenderprocedure. Dit heeft gevolgen voor de benaming waaronder deze rentes in het desbetreffende maandbericht van de ECB worden gepubliceerd; de term minimale inschrijvingsrente is vervangen door de benaming vaste rentevoet. 1 Voor de bijzondere regeling van wettelijke rente voor handelstransacties als bedoeld in artikel 119a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, heeft de gewijzigde procedure van de ECB ook gevolgen. De wettelijke rente die geldt voor handelstransacties wordt halfjaarlijks automatisch aangepast, waarbij eveneens de herfinancieringsrente van de ECB als uitgangspunt geldt. Voor de wettelijke rente voor handelstransacties is de herfinancieringsrente nu onder de benaming vaste-rentetendertarief opgenomen in het maandbericht van de Europese Centrale Bank, voorheen betrof dit de marginale rentevoet.

De Minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin

De Minister van Financiën,

W. J. Bos


XNoot
1

www.dnb.nl, ECB-publicaties, ECB-maandbericht mei 2009, Tabel 1.3 Monetaire beleidstransacties van het Eurosysteem, Basisherfinancieringstransacties, Vaste-rentetenders, Vaste rentevoet.

XHistnoot
histnoot

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van artikel 25a, vijfde lid j° vierde lid, onder b van de Wet op de Raad van State, omdat het zonder meer instemmend luidt.