Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatsblad 2005, 66AMvB

Besluit van 1 februari 2005, houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 30 september 2004 tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet openbaarheid van bestuur en enige andere wetten (Wet uitvoering Verdrag van Aarhus) (Stb. 519)

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 januari 2005, nr. MJZ2005008026, Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op artikel XIV van de wet van 30 september 2004 tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet openbaarheid van bestuur en enige andere wetten (Wet uitvoering Verdrag van Aarhus) (Stb. 519);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig Artikel

De wet van 30 september 2004 tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet openbaarheid van bestuur en enige andere wetten (Wet uitvoering Verdrag van Aarhus) (Stb. 519) treedt in werking met ingang van 14 februari 2005.

Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

's-Gravenhage, 1 februari 2005

Beatrix

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker

Uitgegeven de tiende februari 2005

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

NOTA VAN TOELICHTING

Dit besluit regelt de inwerkingtreding van de wet van 30 september 2004 tot wijziging van de Wet milieubeheer, de Wet openbaarheid van bestuur en enige andere wetten (Wet uitvoering Verdrag van Aarhus) (Stb. 519).

Het Verdrag van Aarhus treedt ten aanzien van Nederland in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de akte van aanvaarding (artikel 20, derde lid, van het Verdrag van Aarhus). Nederlegging van die akte heeft op 29 december 2004 plaatsgevonden. Inwerkingtreding van de wet van 30 september 2004 tot goedkeuring van het op 25 juni 1998 te Aarhus totstandgekomen Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (Stb. 518) (Stb. 2004, 745) en nederlegging van de akte van aanvaarding maken het mogelijk dat Nederland als volwaardige Partij kan deelnemen aan de tweede Vergadering van Partijen, die in mei 2005 plaatsvindt. Dit is van belang in verband met het kunnen beïnvloeden van de ontwikkeling van het verdere instrumentarium in het kader van de uitvoering van het verdrag. Ik verwijs in dit verband naar de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2002/03, 28 834, nr. 3, p. 8-9).

Binnen genoemde termijn van negentig dagen moet Nederland aan de uit het verdrag voortvloeiende verplichtingen voldoen. Dit houdt in dat voor het einde van die termijn ook de wet tot uitvoering van het Verdrag van Aarhus (Stb. 2004, 519) in werking moet treden. Zoals reeds aangekondigd in de nota van toelichting bij het besluit houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet tot goedkeuring van het Verdrag van Aarhus (Stb. 2004, 745, p. 3), treedt de wet tot uitvoering van het Verdrag van Aarhus in werking met ingang van 14 februari 2005. Op die datum verstrijkt de implementatietermijn van richtlijn nr. 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PbEU L 41; EG-richtlijn eerste pijler Aarhus). De wet tot uitvoering van het Verdrag van Aarhus strekt tevens ter implementatie van deze EG-richtlijn. Omdat de Implementatiewet EG-richtlijnen eerste en tweede pijler Verdrag van Aarhus (Kamerstukken II 2004/05, 29 877, nr. 2), die het Aarhus-regime nog op een beperkt aantal punten aanscherpt, thans nog aanhangig is bij de Tweede Kamer, is het niet meer mogelijk om, zoals aanvankelijk voorgenomen, de inwerkingtreding van de wet tot uitvoering van het Verdrag van Aarhus af te stemmen op de inwerkingtreding van die Implementatiewet.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel