﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl publtype="stbl" soort="kb" id="sb2005.179">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2005-179/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="axml_1.8" conv="vrrm_1.12" markup="V"></versie>
    <ordernr>STB9354</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="2005">Jaargang 2005</jaargang>
      <stbjaar>2005</stbjaar>
      <stbnr>179</stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 24 maart 2005 tot vaststelling van het tijdstip van vervallen van
enkele bepalingen in de Mededingingswet, de Elektriciteitswet 1998 en
de Gaswet met betrekking tot rechtstreeks beroep</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der
Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van
Economische Zaken van 18 maart 2005, nr. WJZ
5015609;</al>
        <al>Gelet op
<grslag>artikel XVIII van de Wet implementatie
Europees regelgevingskader voor de elektronische
communicatiesector
2002</grslag>;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben
goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <art>
      <kop>
        <nr>Enig Artikel</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>De artikelen 93, derde tot en
met zesde lid, van de Mededingingswet en 82, vierde en vijfde lid, van
de Elektriciteitswet 1998, alsmede de zinsnede «, met
uitzondering van artikel 93, zesde lid» in onderdeel 1 van de
bijlage bij de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie vervallen op
het tijdstip waarop de artikelen I, onderdeel M, artikel II, onderdeel
O en VIII van de Wet van 9 december 2004 tot wijziging van de
Mededingingswet in verband met het omvormen van het
bestuursorgaan van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot
zelfstandig bestuursorgaan (Stb. 2005, 172) in werking
treden.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>Artikel 61, vierde en
vijfde lid, van de Gaswet vervalt op het tijdstip waarop artikel III,
onderdeel K, van de Wet van 9 december 2004 tot wijziging van de
Mededingingswet in verband met het omvormen van het bestuursorgaan van
de Nederlandse mededingingsautoriteit tot zelfstandig bestuursorgaan
(Stb. 2005, 172) in werking
treedt.</al>
      </lid>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van
dit besluit, dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het
Staatsblad zal worden
geplaatst.</slotform>
      <ondertek>
        <ondplts>’s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>24
maart
2005</onddatum>
        <koning>Beatrix</koning>
        <minister>
          <minvan>De
Minister van Economische
Zaken, </minvan>
          <naam>L. J. Brinkhorst</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">vijfde</nadruk> april 2005</uitgifte-regel>
        <uitdag>vijfde</uitdag>
        <uitmaand>april</uitmaand>
        <uitjaar>2005</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van
Justitie, </minvan>
          <naam>J.
P.
H. Donner</naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING</titel>
      </kop>
      <al>Dit besluit strekt ertoe om enkele bepalingen
inzake rechtstreeks beroep in de Mededingingswet, de Elektriciteitswet
1998 en de Gaswet te laten vervallen. Ingevolge de Wet van
9 december 2004 tot wijziging van de Mededingingswet in verband
met het omvormen van het bestuursorgaan van de Nederlandse
mededingingsautoriteit tot zelfstandig bestuursorgaan (Stb. 2005, 172)
(hierna: Wet NMa-ZBO) worden in de Mededingingswet, de
Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet bepalingen over rechtstreeks beroep
opgenomen. Deze bepalingen zijn opgenomen vooruitlopend op de wijziging
van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het rechtstreeks
beroep. Deze wijziging van de Algemene wet bestuursrecht is inmiddels
tot stand gekomen en op 1 september 2004 in werking getreden
(Wet van 13 mei 2004 tot wijziging van de Algemene wet
bestuursrecht en enige andere wetten in verband met de mogelijkheid om
de bezwaarschiftenprocedure met wederzijds goedvinden buiten toepassing
te laten (rechtstreeks beroep)) (Stb. 2004, 220). Omdat in de Wet
NMa-ZBO een van de Algemene wet bestuursrecht afwijkende procedure voor
rechtstreeks beroep is geregeld, is het wenselijk de artikelen
hieromtrent in de Mededingingswet, de Elektriciteitswet 1998 en de
Gaswet bij dit besluit te laten vervallen. Artikel XVIII van de Wet
implementatie Europees regelgevingskader voor de elektronische
communicatiesector 2002 biedt hiertoe de mogelijkheid. In artikel X van
de Wet NMa-ZBO is voor artikel III, onderdeel K, van deze wet (dat
betrekking heeft op artikel 61, vierde en vijfde lid, van de Gaswet)
een afwijkende termijn voor inwerkingtreding opgenomen. Artikel 61,
vierde en vijfde lid, van de Gaswet vervalt daarom op het tijdstip
waarop artikel III, onderdeel K, van Wet NMa-ZBO in werking treedt, te
weten met ingang van de tweede week na publicatie van de Wet NMa-ZBO in
het Staatsblad. De bepalingen inzake rechtstreeks beroep in de
Mededingingswet en de Elektriciteitswet 1998 vervallen op het moment
dat de overige bepalingen van de Wet NMa-ZBO in werking treden, te
weten op 1 juli 2005.</al>
      <minister>
        <minvan>De
Minister van Economische
Zaken, </minvan>
        <naam>L.
J. Brinkhorst</naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>