﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl publtype="stbl" soort="wetwijz" id="sb2004.700">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2004-700/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="axml_1.8" conv="vrrm_1.12" markup="V"></versie>
    <ordernr>STB9068</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="2004">Jaargang 2004</jaargang>
      <stbjaar>2004</stbjaar>
      <stbnr>700</stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Wet</soort> van 23 december 2004 tot wijziging van de Wet op de Jeugdzorg (herstel
van enige onvolkomenheden)</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij
Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Allen,
die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te
weten:</al>
        <al>Alzo Wij in overweging genomen
hebben dat het wenselijk is in de Wet op de jeugdzorg enige
onvolkomenheden te herstellen, die met name de rechtspersoon betreffen,
bedoeld in artikel 254 lid 1a van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek,
zoals deze bepaling volgens die wet komt te
luiden;</al>
      </consider>
      <afkondig>Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <wart id="a1">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL I</nr>
      </kop>
      <al>De Wet op de
jeugdzorg wordt als volgt gewijzigd:</al>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>A</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 2 wordt na «voor de toepassing
van deze wet» ingevoegd: en de daarop berustende
bepalingen.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>B</nr>
        </kop>
        <al>Artikel
10 wordt als volgt gewijzigd:</al>
        <wond>
          <nr>1.</nr>
          <al>In het
eerste lid onder a, wordt de zinsnede «en onverminderd artikel
302, tweede lid,» vervangen door: en onverminderd artikel 302,
tweede lid, en artikel 241, zevende lid,.</al>
        </wond>
        <wond>
          <nr>2.</nr>
          <al>In het eerste lid, onder b, wordt
«met uitsluiting van anderen» vervangen door: met
uitsluiting van andere rechtspersonen en onverminderd artikel 254,
tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek.</al>
        </wond>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>C</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 13, achtste lid, tweede volzin, wordt
«waarin stichting» vervangen door: waarin de
stichting.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>D</nr>
        </kop>
        <al>Artikel
24 wordt als volgt gewijzigd:</al>
        <wond>
          <nr>1.</nr>
          <al>In het
zesde lid, onderdeel b, wordt «terzake.» vervangen door:
terzake, danwel.</al>
        </wond>
        <wond>
          <nr>2.</nr>
          <al>Aan het
zesde lid wordt een nieuw onderdeel c toegevoegd,
luidende:</al>
          <arttkst>
            <al>c. ouder is dan twaalf jaren, maar
nog niet de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, en de stichting
een besluit heeft genomen met toepassing van artikel 7, vijfde
lid.</al>
          </arttkst>
        </wond>
        <wond>
          <nr>3.</nr>
          <al>In het
zevende lid wordt na «vereist» ingevoegd: tenzij de
stichting een besluit heeft genomen met toepassing van artikel 7,
vierde lid, tweede volzin.</al>
        </wond>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>E</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 34, vijfde lid, vervalt «in
afschrift».</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>F</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 36, zesde lid, wordt «tweede
lid, onder c» vervangen door: tweede lid, onder
d.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>G</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 38
komt de eerste volzin van het vierde lid als volgt te luiden:</al>
        <arttkst>
          <al>Onze Minister van Justitie kan aan een
rechtspersoon als bedoeld in artikel 254, tweede lid, en aan een
rechtspersoon als bedoeld in artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van
het Burgerlijk Wetboek, subsidie verstrekken ten behoeve van de kosten
van de uitoefening van de in die bepalingen en in artikel 241, zevende
lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde taken, bijzondere
door Onze Minister van Justitie aan te geven kosten daaronder
begrepen.</al>
        </arttkst>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>H</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 47 wordt als volgt gewijzigd:</al>
        <wond>
          <nr>1.</nr>
          <al>Het eerste lid, onder d, komt te
luiden:</al>
          <arttkst>
            <al>d. het toezicht op de naleving van
artikel 7 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers, voor zover
het betreft minderjarigen die onder toezicht staan van de
rechtspersoon, bedoeld in artikel 254, tweede lid, of die onder voogdij
staan van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 302, tweede lid, van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.</al>
          </arttkst>
        </wond>
        <wond>
          <nr>2.</nr>
          <al>In het zesde lid vervalt: «en
e».</al>
        </wond>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>I</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 69, tweede lid, wordt: «zal
verschillen» vervangen door: kan
verschillen.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>J</nr>
        </kop>
        <al>In
artikel 77, onderdeel A, vervalt de komma na «Wet op de
jeugdzorg».</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>K</nr>
        </kop>
        <al>Aan artikel 77, onderdeel B, wordt een derde lid
toegevoegd, luidende:</al>
        <wond>
          <nr>3.</nr>
          <al>Toegevoegd wordt een zevende
lid, luidende:</al>
          <arttkst>
            <lid>
              <nr>7.</nr>
              <al>In
afwijking van het tweede lid, kan de rechter de voorlopige voogdij over
een minderjarige door of voor wie een aanvraag tot het verlenen van een
verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de
Vreemdelingenwet 2000 is ingediend, en in verband daarmee in Nederland
verblijft, alsmede over door Onze Minister van Justitie aan te wijzen
categorieën andere minderjarigen, opdragen aan een rechtspersoon
als bedoeld in artikel 302, tweede
lid.</al>
            </lid>
          </arttkst>
        </wond>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>L</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 77, onderdeel D, komt te
luiden:</al>
        <al>D. Artikel 254 komt te
luiden:</al>
        <wlichaam>
          <art>
            <kop>
              <nr>Artikel 254</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Indien een minderjarige zodanig opgroeit, dat
zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig
worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging
hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen, kan de
kinderrechter hem onder toezicht stellen van een stichting als bedoeld
in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>De kinderrechter kan een in het eerste lid
bedoelde minderjarige door of voor wie een aanvraag tot het verlenen
van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel
28 van de Vreemdelingenwet 2000 is ingediend en die in verband daarmee
in een opvangcentrum als bedoeld in artikel 1, onder d, van de Wet
Centraal Orgaan opvang asielzoekers verblijft, onder toezicht stellen
van een daartoe door Onze Minister van Justitie aanvaarde
rechtspersoon.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Onze Minister van
Justitie kan voorwaarden stellen bij of voorschriften verbinden aan de
aanvaarding, bedoeld in het tweede lid, en de rechtspersoon voor een
bepaalde tijd aanvaarden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>De
kinderrechter kan een minderjarige onder toezicht stellen op verzoek
van een ouder, een ander die de minderjarige als behorende tot zijn
gezin verzorgt en opvoedt, de raad voor de kinderbescherming, of het
openbaar ministerie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>Op verzoek
van de stichting, dan wel op verzoek van de met het gezag belaste ouder
of de minderjarige van twaalf jaren of ouder, kan de kinderrechter de
stichting, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg,
die het toezicht heeft, vervangen door een zodanige stichting in een
andere provincie. De raad voor de kinderbescherming is bevoegd het in
de vorige volzin bedoelde verzoek in te dienen, indien de raad van
oordeel blijft dat de uithuisplaatsing niet op de voet van artikel 263,
eerste lid, dient te worden beëindigd. Indien ten tijde van een
verlenging van de duur van de ondertoezichtstelling niet meer wordt
voldaan aan de eisen voor benoembaarheid, bedoeld in het tweede lid,
vervangt de kinderrechter ambtshalve de door Onze Minister van Justitie
aanvaarde rechtspersoon door een stichting als bedoeld in artikel 1,
onder f, van de Wet op de jeugdzorg, tenzij voortzetting van de taken
door bedoelde rechtspersoon hem om reden van continuïteit
noodzakelijk voorkomt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>6.</nr>
              <al>Op een
rechtspersoon als bedoeld in het tweede lid, zijn de bepalingen van de
afdelingen 4 en 5 alsmede artikel 326 van overeenkomstige toepassing.
In geval van vervanging op de voet van het vijfde lid van de in het
tweede lid bedoelde rechtspersoon, wordt de stichting, bedoeld in
artikel 1, onder f, van de Wet op de jeugdzorg in de provincie waar de
desbetreffende minderjarige duurzaam verblijft
benoemd.</al>
            </lid>
          </art>
        </wlichaam>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>M</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 77, onderdeel K, komt te
luiden:</al>
        <arttkst>
          <al>K. In artikel
265, eerste lid, wordt «254, vierde lid» vervangen door:
254, vijfde lid. In het tweede lid van artikel 265 wordt «het
hulpverleningsplan» vervangen door: het plan, bedoeld in artikel
13, derde lid, van de Wet op de
jeugdzorg.</al>
        </arttkst>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>N</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 77, onderdeel N, wordt in artikel 302,
tweede lid, «aan te wijzen categorieën andere
minderjarige vreemdelingen» vervangen door: aan te wijzen
categorieën andere minderjarigen.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>O</nr>
        </kop>
        <al>Aan artikel 77, onderdeel V, wordt een volzin
toegevoegd, luidende: In hetzelfde tweede lid wordt «artikel
41f, tweede lid,» vervangen door: artikel 69, eerste
lid.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>P</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 78,
onderdeel H, komt te luiden:</al>
        <arttkst>
          <al>H. In artikel 27, tweede lid, wordt
«die door de voogdij-instelling» vervangen door: die door
de stichting. Voorts wordt in dat lid «de
gezinsvoogdij-instelling of voogdij-instelling» vervangen door:
de stichting.</al>
        </arttkst>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>Q</nr>
        </kop>
        <al>Aan artikel 78 wordt een onderdeel K toegevoegd,
luidende:</al>
        <arttkst>
          <al>K. In artikel 63, tweede
lid, wordt «de gezinsvoogdij-instelling of de
voogdij-instelling» vervangen door: de
stichting.</al>
        </arttkst>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>R</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 79, onderdeel Bb, wordt voor de huidige
tekst van artikel 77hh de aanduiding «1.» geplaatst en
wordt een tweede lid toegevoegd, luidende:</al>
        <arttkst>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>In door Onze
Minister van Justitie aan te wijzen gevallen kan de raad voor de
kinderbescherming de stichting inschakelen voor vrijwillige begeleiding
van een
jeugdige.</al>
          </lid>
        </arttkst>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>S</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 83 komt te
luiden:</al>
        <wlichaam>
          <art>
            <kop>
              <nr>Artikel 83</nr>
            </kop>
            <al>In
artikel 15, eerste lid, van de Gratiewet wordt «een
rechtspersoon als bedoeld in artikel 60, eerste lid, aanhef en onder b,
van de Wet op de jeugdhulpverlening» vervangen door: een
stichting als bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet op de
jeugdzorg.</al>
          </art>
        </wlichaam>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>T</nr>
        </kop>
        <al>In
artikel 91 wordt «artikel 1, eerste lid, onderdeel l»
vervangen door: artikel 1, eerste lid, onderdeel
j.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>U</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 92
wordt «artikel 1, eerste lid, onderdeel j» vervangen
door: artikel 1, eerste lid, onderdeel
g.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>V</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 93
vervalt.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>W</nr>
        </kop>
        <al>In artikel
99 wordt aan het slot toegevoegd: en de rechtspersoon, bedoeld in
artikel 254, tweede lid, of artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van het
Burgerlijk
Wetboek.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>X</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 102
wordt als volgt gewijzigd:</al>
        <wond>
          <nr>1.</nr>
          <al>Het eerste
lid komt te luiden:</al>
          <arttkst>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al> Elke
voogdij en voorlopige voogdij, opgedragen aan een rechtspersoon die op
grond van artikel 60, eerste lid, onder a, van de Wet op de
jeugdhulpverlening aanvaard is als voogdij-instelling en die op het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet als de in artikel 4, eerste
lid, bedoelde stichting wordt aangemerkt, berust met ingang van dat
tijdstip bij die stichting. Een voogdij en een voorlopige voogdij,
opgedragen aan een andere rechtspersoon dan die bedoeld in de eerste
volzin, gaat van rechtswege over op de stichting in de provincie waar
de minderjarige woonplaats heeft. Overgang van de voogdijen en de
voorlopige voogdijen geschiedt niet met betrekking tot die welke de
rechtspersoon, bedoeld in artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet
uitoefent.</al>
            </lid>
          </arttkst>
        </wond>
        <wond>
          <nr>2.</nr>
          <al>In
het tweede lid komt de zinsnede «De overgang, bedoeld in het
eerste lid, geschiedt eveneens» te luiden: Het eerste lid,
eerste en tweede volzin, is van overeenkomstige
toepassing.</al>
        </wond>
        <wond>
          <nr>3.</nr>
          <al>Aan het tweede
lid wordt een volzin toegevoegd, luidende:</al>
          <arttkst>
            <al>Overgang met betrekking tot de taken, genoemd in artikel 257 van
Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, en het uitoefenen van het voorlopig
toezicht, bedoeld in artikel 255 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek,
geschiedt niet voor wat betreft de gezinsvoogdijen die de
rechtspersoon, bedoeld in artikel 254, tweede lid, van Boek 1 van het
Burgerlijk Wetboek op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet
uitoefent.</al>
          </arttkst>
        </wond>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>Y</nr>
        </kop>
        <al>In
artikel 103, eerste lid, wordt «vierde lid» vervangen
door: tweede
lid.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>Ya</nr>
        </kop>
        <al>In artikel
104, eerste lid, wordt «de voogdij of de
ondertoezichtstelling» vervangen door: de voogdij, de
ondertoezichtstelling of de taken bedoeld in artikel 10, eerste lid,
onder c en d.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>Z</nr>
        </kop>
        <al>In
artikel 105 wordt na «stichting» telkens ingevoegd: , de
rechtspersoon, bedoeld in artikel 254, tweede lid, of artikel 302,
tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>AA</nr>
        </kop>
        <al>In artikel
107, derde lid, wordt «de daarop volgende
voortgangsrapportage» vervangen door: de daarop volgende twee
voortgangsrapportages.</al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>BB</nr>
        </kop>
        <al>Artikel
108 wordt als volgt gewijzigd:</al>
        <wond>
          <nr>1.</nr>
          <al>Voor de
tekst wordt de aanduiding «1.»
geplaatst.</al>
        </wond>
        <wond>
          <nr>2.</nr>
          <al>Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:</al>
          <arttkst>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Het
eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de aanvaarding van
de in artikel 254, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek
bedoelde rechtspersoon
eindigt.</al>
            </lid>
          </arttkst>
        </wond>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>CC</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 112 wordt als volgt gewijzigd:</al>
        <wond>
          <nr>1.</nr>
          <al>Aan het derde lid worden een tweede en derde
volzin toegevoegd luidende: Bij algemene maatregel van bestuur worden
regels gesteld voor gevallen waarin het besluit, bedoeld in de eerste
volzin niet kan worden afgewacht. Daarbij kan worden afgeweken van het
bepaalde in die volzin.</al>
        </wond>
        <wond>
          <nr>2.</nr>
          <al>In
het vierde lid, onder d, wordt «als bedoeld in het derde
lid» vervangen door: als bedoeld in artikel 1, onder b, van de
Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen.</al>
        </wond>
        <wond>
          <nr>3.</nr>
          <al>Het zesde lid komt te
luiden:</al>
          <arttkst>
            <lid>
              <nr>6.</nr>
              <al>Tot het tijdstip
waarop artikel 78, onderdeel D, in werking treedt, is artikel 10,
eerste lid, onder g, van overeenkomstige toepassing met betrekking tot
een plaatsing in een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in
artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële
jeugdinrichtingen.</al>
            </lid>
          </arttkst>
        </wond>
      </wlid>
    </wart>
    <art>
      <kop>
        <nr>ARTIKEL II</nr>
      </kop>
      <al>Onder toepassing van artikel
16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met
ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin
zij wordt
geplaatst.</al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.</slotform>
      <ondertek>
        <gegeven>Gegeven te </gegeven>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>23
december
2004</onddatum>
        <koning>Beatrix</koning>
        <minister>
          <minvan>De
Minister van
Justitie, </minvan>
          <naam>J.
P. H. Donner</naam>
        </minister>
        <minister>
          <minvan>De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en
Sport, </minvan>
          <naam>C. I. J.
M. Ross-van
Dorp</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">achtentwintigste</nadruk> december 2004</uitgifte-regel>
        <uitdag>achtentwintigste</uitdag>
        <uitmaand>december</uitmaand>
        <uitjaar>2004</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van
Justitie, </minvan>
          <naam>J.
P.
H. Donner</naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
  </backm>
</staatsbl>