﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb2.39" soort="wet" publtype="stbd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2002-39/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="prod1.5" markup="Xa"></versie>
    <ordernr>STB6980</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="2002">Jaargang 2002</jaargang>
      <stbjaar>2002</stbjaar>
      <stbnr>39</stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Wet</soort> van 17 januari 2002 tot wijziging van de Comptabiliteitswet
houdende uitbreiding van de onderzoeksbevoegdheden van de Algemene Rekenkamer
ten aanzien van de besteding van gelden die ten laste komen van de begroting
van de Europese Unie (achtste wijziging van de Comptabiliteitswet)</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:</al>
        <al>Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Comptabiliteitswet
te wijzigen teneinde te komen tot uitbreiding van de onderzoeksbevoegdheden
van de Algemene Rekenkamer ten aanzien van de besteding van gelden die ten
laste komen van de begroting van de Europese Unie;</al>
      </consider>
      <afkondig>Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <wart id="ai">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL I</nr>
      </kop>
      <al>De Comptabiliteitswet<eindref refid="e1"></eindref> wordt als volgt gewijzigd.</al>
      <al>A. Na artikel 22 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:</al>
      <wlichaam>
        <art>
          <kop>
            <nr>Artikel 22A</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onverminderd het anders bij wet bepaalde, heeft Onze Minister wie het
aangaat de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van rechtspersonen,
commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke
personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Raad van de
Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie
van de Europese Gemeenschappen op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks
of middellijk een subsidie wordt verstrekt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Onze Minister wie het aangaat kan kennis nemen van jaarrekeningen en daarop
betrekking hebbende rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Indien de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, Onze Minister wie het
aangaat daartoe aanleiding geven, of een of meer bescheiden ontbreken,
is Onze Minister wie het aangaat bevoegd bij de betrokken rechtspersoon, commanditaire
vennootschap, vennootschap onder firma of natuurlijke persoon die een beroep
of bedrijf uitoefent daarover nadere inlichtingen in te winnen dan wel inzage
in documenten en andere informatiedragers te vorderen, alsmede, mede aan de
hand van de administratie van de betrokken rechtspersoon, vennootschap of
natuurlijke persoon dan wel bij de derde die de administratie in opdracht
van de rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon voert, een onderzoek
in te stellen. Artikel 54, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>De in de voorgaande leden vermelde bevoegdheden zijn gericht op nakoming
van de bij of krachtens de oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen
aan de lidstaat opgelegde verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht
ten aanzien van de rechtmatige en doelmatige besteding van subsidies als bedoeld
in het eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Onze Minister wie het aangaat kan de in dit artikel vermelde bevoegdheden
uitoefenen zolang als en over de jaren dat de Staat daarbij belang heeft.</al>
          </lid>
        </art>
      </wlichaam>
      <al>B. Na artikel 59 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:</al>
      <wlichaam>
        <art>
          <kop>
            <nr>Artikel 59A</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onverminderd het anders bij wet bepaalde, heeft de Algemene Rekenkamer
de in de volgende leden vermelde bevoegdheden ten aanzien van rechtspersonen,
commanditaire vennootschappen, vennootschappen onder firma en natuurlijke
personen die een beroep of bedrijf uitoefenen aan wie door de Raad van de
Europese Unie, het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of de Commissie
van de Europese Gemeenschappen op grond van een vastgesteld programma rechtstreeks
of middellijk een subsidie wordt verstrekt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Aan de hand van dossiers aanwezig bij Onze Minister wie het aangaat kan
de Rekenkamer kennis nemen van jaarrekeningen, daarop betrekking hebbende
rapporten van hen die deze jaarrekeningen hebben gecontroleerd en overige
bescheiden, en kan zij bij Onze Minister daarover nadere inlichtingen inwinnen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Indien de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, haar daartoe aanleiding
geven, of een of meer bescheiden ontbreken, is de Rekenkamer bevoegd bij de
betrokken rechtspersoon, commanditaire vennootschap, vennootschap onder firma
of natuurlijke persoon die een beroep of bedrijf uitoefent daarover nadere
inlichtingen in te winnen dan wel inzage in documenten en andere informatiedragers
te vorderen, alsmede, mede aan de hand van de administratie van de betrokken
rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke persoon dan wel bij de derde die
de administratie in opdracht van de rechtspersoon, vennootschap of natuurlijke
persoon voert, een onderzoek in te stellen. Onze Minister wie het aangaat
wordt door de Rekenkamer van haar voornemen een dergelijk onderzoek in te
stellen in kennis gesteld. Artikel 54, eerste lid, is van overeenkomstige
toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>De in de voorgaande leden vermelde bevoegdheden zijn gericht op oordeelsvorming
over het door Onze Minister gevoerde beleid ter nakoming van de bij of krachtens
de oprichtingsverdragen van de Europese Gemeenschappen aan de lidstaat opgelegde
verplichtingen aangaande beheer, controle of toezicht ten aanzien van de rechtmatige
en doelmatige besteding van subsidies als bedoeld in het eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>De Rekenkamer kan de in dit artikel vermelde bevoegdheden uitoefenen zolang
als en over de jaren dat de Staat daarbij belang heeft.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6.</nr>
            <al>Artikel 59, vierde, vijfde, elfde, twaalfde, dertiende, veertiende en
vijftiende lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>7.</nr>
            <al>De Rekenkamer voert overleg met de Europese Rekenkamer teneinde te komen
tot afspraken over de te hanteren normen en criteria bij het in dit
artikel bedoelde onderzoek en over de wijze van samenwerking met de Europese
Rekenkamer.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>8.</nr>
            <al>De artikelen 5:12, 5:13, 5:15 en 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht
zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het gebruik van de bevoegdheid
vermeld in het derde lid.</al>
          </lid>
        </art>
      </wlichaam>
    </wart>
    <art id="aii">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL II</nr>
      </kop>
      <al>Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst. Indien het Staatsblad waarin
deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 januari 2002, treedt zij in
werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.</al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.</slotform>
      <eindnoot id="e1">
        <al>Stb. 1992, 351, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2001,
Stb. 584.</al>
      </eindnoot>
      <histnoot>
        <al>Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:</al>
        <al>Kamerstukken II 2000/2001, 2001/2002, <vetnr>27 571</vetnr>.</al>
        <al>Handelingen II 2001/2002, blz. 197–214; 237; 429.</al>
        <al>Kamerstukken I 2001/2002, 27 571 (62, 62a, 62b).</al>
        <al>Handelingen I 2001/2002, zie vergadering d.d. 15 januari 2002.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>Gegeven te 's-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>17 januari 2002</onddatum>
        <koning>Beatrix</koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Financiën,</minvan>
          <naam>G. Zalm</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">vijfde</nadruk> februari 2002</uitgifte-regel>
        <uitdag>vijfde</uitdag>
        <uitmaand>februari</uitmaand>
        <uitjaar>2002</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>A. H. Korthals</naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
  </backm>
</staatsbl>