﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb2.191" soort="beschik" publtype="stbd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2002-191/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="prod1.5" markup="Xa"></versie>
    <ordernr>STB7102</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="2002">Jaargang 2002</jaargang>
      <stbjaar>2002</stbjaar>
      <stbnr>191</stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Beschikking</soort> van de Minister van Justitie van 12 april
2002, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de Wet gemeentelijke
basisadministratie persoonsgegevens, zoals deze met ingang van 1 januari 2002
luidt</intitule>
    <aanhef>
      <wie>De Minister van Justitie,</wie>
      <consider>
        <al>Gelet op hoofdstuk 13 van de wet van 5 april 2001, Stb. 180;</al>
      </consider>
      <afkondig>Besluit:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <besluit>
      <al>de tekst van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens,
zoals deze met ingang van 1 januari 2002 luidt, in het Staatsblad te plaatsen
als bijlage bij deze beschikking.</al>
    </besluit>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>12 april 2002</onddatum>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>A. H. Korthals</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">drieëntwintigste</nadruk> april 2002</uitgifte-regel>
        <uitdag>drieëntwintigste</uitdag>
        <uitmaand>april</uitmaand>
        <uitjaar>2002</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>A. H. Korthals</naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <tekstpl>
      <kop>
        <titel status="off">TEKST VAN DE WET GEMEENTELIJKE BASISADMINISTRATIE PERSOONSGEGEVENS
ZOALS DEZE LUIDT MET INGANG VAN 1 JANUARI 2002</titel>
      </kop>
      <hfdst>
        <kop>
          <nr>HOOFDSTUK 1.</nr>
          <titel status="off">ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
        </kop>
        <art id="a1">
          <kop>
            <nr>Artikel 1</nr>
          </kop>
          <al>In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al>
          <al>– Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;</al>
          <al>– persoonslijst: het geheel van gegevens als bedoeld in artikel
34, eerste lid, over één persoon in een basisadministratie;</al>
          <al>– inschrijving: de opneming van een persoonslijst in een basisadministratie;</al>
          <al>– ingeschrevene: degene ten aanzien van wie een persoonslijst in
een basisadministratie is opgenomen;</al>
          <al>– ingezetene: de ingeschrevene op wiens persoonslijst niet het gegeven
van zijn overlijden of van zijn vertrek uit Nederland als actueel gegeven
is opgenomen;</al>
          <al>– gemeente van inschrijving: de gemeente waarbij een persoonslijst
is opgenomen in de basisadministratie;</al>
          <al>– uitschrijving: de overdracht van een persoonslijst door de gemeente
van inschrijving aan de volgende gemeente van inschrijving;</al>
          <al>– vreemdeling: degene die de Nederlandse nationaliteit niet bezit
en niet op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld;</al>
          <al>– de aangifte van verblijf en adres: de aangifte, bedoeld in artikel
65;</al>
          <al>– de aangifte van adreswijziging: de aangifte, bedoeld in artikel
66;</al>
          <al>– de aangifte van vertrek: de aangifte, bedoeld in artikel 68;</al>
          <al>– woonadres:</al>
          <al>a. het adres waar betrokkene woont, waaronder begrepen het adres van een
woning die zich in een voertuig of vaartuig bevindt, indien het voertuig of
vaartuig een vaste stand- of ligplaats heeft, of, indien betrokkene op meer
dan één adres woont, het adres waar hij naar redelijke verwachting
gedurende een half jaar de meeste malen zal overnachten;</al>
          <al>b. het adres waar, bij het ontbreken van een adres als bedoeld onder a,
betrokkene naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee
derden van de tijd zal overnachten;</al>
          <al>– briefadres: het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften
in ontvangst worden genomen en waar, indien daartoe grond bestaat, zorg wordt
gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover, betrokkene bereiken;</al>
          <al>– adres: het woonadres, dan wel bij het ontbreken hiervan of bij
toepassing van artikel 67, het briefadres;</al>
          <al>– sociaal-fiscaal nummer: het nummer waaronder een natuurlijk persoon
is geregistreerd bij de rijksbelastingdienst, welk nummer tevens dient als
registratienummer voor de verzekerde en de uitkeringsgerechtigde bij de uitvoering
van wettelijke voorschriften over de sociale zekerheid;</al>
          <al>– afnemer: een bestuursorgaan;</al>
          <al>– binnengemeentelijke afnemer: elke afnemer die een orgaan is van
de gemeente waarvan het college van burgemeester en wethouders de verantwoordelijke
is voor de verwerking van persoonsgegevens in de desbetreffende basisadministratie;</al>
          <al>– buitengemeentelijke afnemer: elke andere afnemer dan een binnengemeentelijke
afnemer;</al>
          <al>– derde: elke andere persoon of instelling dan een afnemer en de
ingeschrevene.</al>
        </art>
        <art id="a2">
          <kop>
            <nr>Artikel 2</nr>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders van elke gemeente is de verantwoordelijke
voor de verwerking van persoonsgegevens over de bevolking in een geautomatiseerde
basisadministratie van persoonsgegevens.</al>
        </art>
        <art id="a3">
          <kop>
            <nr>Artikel 3</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>De basisadministraties hebben tot doel de afnemers te voorzien van de
in artikel 34 bedoelde algemene gegevens, voor zover deze gegevens noodzakelijk
zijn voor de vervulling van de taken van de afnemers.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De basisadministraties hebben mede tot doel de afnemers, bedoeld in artikel
89, te voorzien van de in artikel 34 bedoelde bijzondere gegevens, voor zover
deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taken van de afnemers.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>In afwijking van het eerste en tweede lid kunnen algemene en bijzondere
gegevens worden verstrekt aan een derde, in bij of krachtens deze wet aangewezen
gevallen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>De basisadministraties hebben mede tot doel een ingeschrevene te voorzien
van de hem betreffende algemene gegevens.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a4">
          <kop>
            <nr>Artikel 4</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onze Minister draagt zorg voor de aanleg en de instandhouding van een
beveiligd netwerk voor het met behulp van telecommunicatie geautomatiseerd
verzenden en ontvangen van berichten in verband met de uitvoering van deze
wet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent het gebruik van het netwerk voor andere berichten dan die waarvan
de verzending en de ontvangst over het netwerk bij of krachtens de overige
bepalingen van deze wet geregeld zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Onze Minister legt de hoofdlijnen van het beheer van het netwerk vast
in een regeling die in de Staatscourant bekend wordt gemaakt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Al degenen die bij het beheer van het netwerk zijn betrokken, zijn verplicht
de in het derde lid bedoelde regeling na te leven.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a5">
          <kop>
            <nr>Artikel 5</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>In dit artikel wordt verstaan onder betrokkene:</al>
            <al>a. een college van burgemeester en wethouders;</al>
            <al>b. een buitengemeentelijke afnemer;</al>
            <al>c. een derde als bedoeld in artikel 99;</al>
            <al>d. een gebruiker van het netwerk, die de in artikel 4, tweede lid, bedoelde
berichten over het netwerk verzendt of ontvangt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Door een betrokkene worden bijdragen verstrekt in de bij algemene maatregel
van bestuur te bepalen categorieën van kosten in verband met de uitvoering
van deze wet. Van de bij de maatregel te bepalen categorieën van kosten
maken in ieder geval deel uit de kosten van het netwerk in verband met de
verzending en de ontvangst van berichten over het netwerk, en
de kosten van het beheer van het stelsel van gemeentelijke basisadministraties
persoonsgegevens.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Bij algemene maatregel van bestuur worden de grondslagen bepaald van de
bijdragen van de betrokkenen in de kosten, bedoeld in het tweede lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Indien een betrokkene geen rechtspersoonlijkheid bezit, komt de bijdrage
ten laste van de rechtspersoon, waartoe de betrokkene behoort.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
omtrent de vaststelling en de betaling van de bijdragen, bedoeld in het tweede
lid.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a6">
          <kop>
            <nr>Artikel 6</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
omtrent de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging
van de basisadministraties.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Aan de regels moet in ieder geval uitvoering worden gegeven vanaf een
bij of krachtens de maatregel bepaald tijdstip.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Bij algemene maatregel van bestuur wordt geregeld volgens welke uitgangspunten
er een vergoeding zal plaatsvinden van de kosten die moeten worden gemaakt
in verband met door het Rijk verplichte wijzigingen in de technische en administratieve
inrichting en werking van de gemeentelijke basisadministraties.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a7">
          <kop>
            <nr>Artikel 7</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders is slechts bevoegd uitvoering
te geven aan de in artikel 6, eerste lid, bedoelde regels met toestemming
van Onze Minister.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Aan de toestemming kunnen beperkingen worden verbonden.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a8">
          <kop>
            <nr>Artikel 8</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders dient voor een bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip een verzoek in tot het
verlenen van een toestemming als bedoeld in artikel 7.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Bij of krachtens de maatregel kunnen nadere regels worden gesteld omtrent
het indienen van een verzoek om toestemming.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a9">
          <kop>
            <nr>Artikel 9</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onze Minister verleent geen toestemming als bedoeld in artikel 7, dan
nadat een onderzoek is verricht naar de inrichting, de werking en de beveiliging
van de voorzieningen waarmee het college van burgemeester en wethouders uitvoering
wil geven aan de regels, bedoeld in artikel 6, eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Het onderzoek omvat de door Onze Minister te bepalen onderdelen van de
inrichting, de werking en de beveiliging van de voorzieningen. Aan het college
van burgemeester en wethouders wordt een nauwkeurige beschrijving verstrekt
van de onderdelen die in het onderzoek zijn opgenomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders stelt de door Onze Minister
hiertoe aangewezen personen in staat gegevens te verzamelen ten behoeve van
het onderzoek.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Toestemming wordt slechts geweigerd indien uit het onderzoek blijkt dat
de inrichting, de werking of de beveiliging van de voorzieningen, op de in
het onderzoek opgenomen onderdelen niet voldoet aan de regels, bedoeld in
artikel 6, eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Indien toestemming wordt verleend, betreft het oordeel van Onze Minister
dat de inrichting, de werking en de beveiliging van de voorzieningen voldoen
aan de regels, bedoeld in artikel 6, eerste lid, slechts die onderdelen die
in het onderzoek zijn opgenomen.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a10">
          <kop>
            <nr>Artikel 10</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders dat in het bezit is van een
toestemming als bedoeld in artikel 7, draagt zorg dat de inrichting, de werking
en de beveiliging van de basisadministratie voldoen aan de regels, bedoeld
in artikel 6, eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent het verschaffen van inlichtingen door het college van burgemeester
en wethouders aan Onze Minister in verband met het aanbrengen van een verandering
in de wijze van uitvoering van de regels, bedoeld in artikel 6, eerste lid.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a11">
          <kop>
            <nr>Artikel 11</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onze Minister kan na het ingevolge artikel 6, tweede lid, bepaalde tijdstip
een onderzoek verrichten naar de inrichting, de werking en de beveiliging
van een basisadministratie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Onze Minister kan voor dit tijdstip een onderzoek verrichten naar de inrichting,
de werking en de beveiliging van een basisadministratie, indien het college
van burgemeester en wethouders in het bezit is van een toestemming als bedoeld
in artikel 7.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Artikel 9, tweede en derde lid, is van toepassing.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a12">
          <kop>
            <nr>Artikel 12</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onze Minister kan het college van burgemeester en wethouders een aanwijzing
geven in verband met de uitvoering van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde
regels indien:</al>
            <al>a. het college van burgemeester en wethouders niet voor het tijdstip,
bedoeld in artikel 8, een in dat artikel bedoeld verzoek heeft ingediend;</al>
            <al>b. uit een onderzoek als bedoeld in artikel 9 blijkt, dat de inrichting,
de werking of de beveiliging van de in dat artikel bedoelde voorzieningen,
op de in het onderzoek opgenomen onderdelen niet voldoet aan de regels, bedoeld
in artikel 6, eerste lid;</al>
            <al>c. uit een onderzoek als bedoeld in artikel 11 blijkt, dat de inrichting,
de werking of de beveiliging van de basisadministratie, op de in het onderzoek
opgenomen onderdelen niet voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 6, eerste
lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders is verplicht binnen een door
Onze Minister te stellen termijn aan de aanwijzing te voldoen.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a13">
          <kop>
            <nr>Artikel 13</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>In een regeling tot wijziging van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde
regels kan worden bepaald dat het college van burgemeester en wethouders slechts
bevoegd is uitvoering te geven aan de gewijzigde regels met toestemming van
Onze Minister.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De artikelen 7, tweede lid, en 8 tot en met 12, zijn van overeenkomstige
toepassing op een toestemming als bedoeld in het eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Een regeling tot wijziging van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde regels
waarin de in het eerste lid bedoelde bepaling is opgenomen, wordt niet vastgesteld
dan nadat de betrokken gemeenten, afnemers en derden de mogelijkheid is geboden
hun zienswijze omtrent het voorstel tot wijziging naar voren te brengen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>In een regeling tot wijziging van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde
regels, wordt bepaald op welk tijdstip de voor de uitvoering van die regeling
te treffen voorzieningen moeten zijn gerealiseerd en vanaf welk tijdstip die
regeling moet worden uitgevoerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Onze Minister kan na het ingevolge het vierde lid bepaalde tijdstip, onderzoek
verrichten naar de getroffen voorzieningen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6.</nr>
            <al>De artikelen 9, tweede en derde lid, en 12 zijn van overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a14">
          <kop>
            <nr>Artikel 14</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders legt de hoofdlijnen van het
beheer van de basisadministratie vast in een regeling die voor een ieder ter
inzage wordt gelegd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders, de in artikel 15 bedoelde
bewerker en al degenen die verder bij het beheer van de basisadministratie
zijn betrokken, zijn verplicht de in het eerste lid bedoelde regeling na te
leven.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a15">
          <kop>
            <nr>Artikel 15</nr>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan met machtiging van Onze
Minister technische en administratieve werkzaamheden laten verrichten door
een bewerker die voldoet aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
te stellen eisen omtrent de deugdelijke uitvoering van zijn werkzaamheden,
de beveiliging van de gegevensbestanden en de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer.</al>
        </art>
        <art id="a16">
          <kop>
            <nr>Artikel 16</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
omtrent de verzending en de ontvangst van berichten over het netwerk door:</al>
            <al>a. een buitengemeentelijke afnemer;</al>
            <al>b. een derde als bedoeld in artikel 99.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
omtrent de verzending en de ontvangst van berichten door een buitengemeentelijke
afnemer, op een andere wijze dan over het netwerk, voor zover de berichten
in verband staan met de verstrekking van gegevens op grond van een besluit
als bedoeld in artikel 91, eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
omtrent de verzending en de ontvangst van berichten door een derde als bedoeld
in artikel 99, op een andere wijze dan over het netwerk, voor zover de berichten
in verband staan met de verstrekking van gegevens op grond van een besluit
als bedoeld in artikel 99, zevende lid.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a17">
          <kop>
            <nr>Artikel 17</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Een afnemer of een derde is slechts bevoegd uitvoering te geven aan de
in artikel 16 bedoelde regels met toestemming van Onze Minister.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Aan de toestemming kunnen beperkingen worden verbonden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent het indienen van een verzoek om toestemming.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a18">
          <kop>
            <nr>Artikel 18</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onze Minister verleent geen toestemming als bedoeld in artikel 17, dan
nadat een onderzoek is verricht naar de inrichting en de werking van de voorzieningen
waarmee de afnemer of de derde uitvoering wil geven aan de regels, bedoeld
in artikel 16.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Het onderzoek omvat de door Onze Minister te bepalen onderdelen van de
inrichting en de werking van de voorzieningen. Aan de afnemer of de derde
wordt een nauwkeurige beschrijving verstrekt van de onderdelen die in het
onderzoek zijn opgenomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>De afnemer of de derde stelt de door Onze Minister hiertoe aangewezen
personen in staat gegevens te verzamelen ten behoeve van het onderzoek.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Toestemming wordt slechts geweigerd indien uit het onderzoek blijkt dat
de inrichting of de werking van de voorzieningen, op de in het onderzoek opgenomen
onderdelen niet voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 16.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Indien toestemming wordt verleend, betreft het oordeel van Onze Minister
dat de inrichting en de werking van de voorzieningen voldoen aan de regels,
bedoeld in artikel 16, slechts die onderdelen die in het onderzoek zijn opgenomen.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a19">
          <kop>
            <nr>Artikel 19</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>De afnemer of de derde die in het bezit is van een toestemming als bedoeld
in artikel 17, draagt zorg dat de verzending en de ontvangst van berichten
voldoen aan de regels, bedoeld in artikel 16.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent het verschaffen van inlichtingen door de afnemer of de derde aan Onze
Minister in verband met het aanbrengen van een verandering in de wijze van
uitvoering van de regels, bedoeld in artikel 16.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a20">
          <kop>
            <nr>Artikel 20</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde krachtens de artikelen
16 en 17, tweede lid, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen
personen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Het onderzoek in het kader van het toezicht, bedoeld in het eerste lid,
omvat de door Onze Minister te bepalen onderdelen van de inrichting en de
werking van de voorzieningen. Aan de afnemer of de derde wordt een nauwkeurige
beschrijving verstrekt van de onderdelen die in het onderzoek zijn opgenomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan
door plaatsing in de Staatscourant.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a21">
          <kop>
            <nr>Artikel 21</nr>
          </kop>
          <al>Indien uit een onderzoek als bedoeld in artikel 20, tweede lid, blijkt
dat de verzending of de ontvangst van berichten, op de in het onderzoek opgenomen
onderdelen niet voldoet aan de regels, bedoeld in artikel 16, is de afnemer
of de derde verplicht binnen een door Onze Minister te stellen termijn aan
de regels te voldoen.</al>
        </art>
        <art id="a22">
          <kop>
            <nr>Artikel 22</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>In een regeling tot wijziging van de in artikel 16 bedoelde regels kan
worden bepaald dat de afnemer of de derde slechts bevoegd is uitvoering te
geven aan de gewijzigde regels met toestemming van Onze Minister.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De artikelen 17, tweede lid, en 18 tot en met 21 zijn van overeenkomstige
toepassing op een toestemming als bedoeld in het eerste lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Een regeling tot wijziging van de in artikel 16 bedoelde regels waarin
de in het eerste lid bedoelde bepaling is opgenomen, wordt niet vastgesteld
dan nadat de betrokken gemeenten, afnemers en derden de mogelijkheid is geboden
hun zienswijze omtrent het voorstel tot wijziging naar voren te brengen.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a23">
          <kop>
            <nr>Artikel 23</nr>
          </kop>
          <al>De artikelen 49 en 50 van de Wet bescherming persoonsgegevens zijn van
overeenkomstige toepassing.</al>
        </art>
        <art id="a23a">
          <kop>
            <nr>Artikel 23a</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onze Minister overlegt periodiek met een representatieve vertegenwoordiging
van de gemeenten, de afnemers en de derden, bedoeld in de artikelen 99 en
109, tweede lid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Alle onderwerpen die bij of krachtens deze wet worden geregeld, lenen
zich voor overleg. In ieder geval wordt overleg gepleegd over:</al>
            <al>a. wijzigingen in en aanvullingen op het bepaalde bij of krachtens deze
wet;</al>
            <al>b. de uitgangspunten van het te voeren kwaliteitsbeleid;</al>
            <al>c. de uitgangspunten van het beheer van het netwerk en de krachtens artikel
5 in verband daarmee te verstrekken bijdragen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Onze Minister kan met betrekking tot het overleg nadere regels stellen.</al>
          </lid>
        </art>
      </hfdst>
      <hfdst>
        <kop>
          <nr>HOOFDSTUK 2.</nr>
          <titel status="off">DE BIJHOUDING VAN DE BASISADMINISTRATIE</titel>
        </kop>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 1.</nr>
            <titel status="off">DE VERPLICHTINGEN VAN HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS</titel>
          </kop>
          <par>
            <kop>
              <nr>Paragraaf 1.</nr>
              <titel status="off">De inschrijving en de uitschrijving</titel>
            </kop>
            <art id="a24">
              <kop>
                <nr>Artikel 24</nr>
              </kop>
              <al>De inschrijving in een basisadministratie geschiedt op grond van de geboorteakte,
de aangifte van de betrokkene of ambtshalve.</al>
            </art>
            <art id="a25">
              <kop>
                <nr>Artikel 25</nr>
              </kop>
              <al>Op grond van de geboorteakte, opgemaakt door de ambtenaar van de burgerlijke
stand in Nederland, waarop als geboorteplaats een plaats in Nederland is vermeld,
geschiedt de inschrijving van het kind dat niet reeds is ingeschreven en waarvan
ten minste één der ouders op de geboortedatum van het kind als
ingezetene is ingeschreven. De inschrijving geschiedt in de basisadministratie
waar de moeder als ingezetene is ingeschreven, dan wel in de basisadministratie
waar de vader als ingezetene is ingeschreven, indien de moeder niet als ingezetene
is ingeschreven.</al>
            </art>
            <art id="a26">
              <kop>
                <nr>Artikel 26</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Op grond van zijn aangifte van verblijf en adres wordt degene die niet
in een basisadministratie is ingeschreven, naar redelijke verwachting gedurende
een half jaar ten minste twee derden van de tijd in Nederland verblijf zal
houden en:</al>
                <al>a. de Nederlandse nationaliteit bezit,</al>
                <al>b. op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander wordt behandeld,
of</al>
                <al>c. vreemdeling is en rechtmatig verblijf geniet als bedoeld in artikel
8 van de Vreemdelingenwet 2000, ingeschreven in de basisadministratie van
de gemeente waar hij zijn adres heeft.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Indien een persoon als bedoeld in het eerste lid in gebreke is met het
doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente waar betrokkene zijn adres heeft, ambtshalve zorg voor de inschrijving.
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de betrokkene alsnog
op grond van zijn aangifte in te schrijven, indien de aangifte na afloop van
de aangiftetermijn geschiedt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Inschrijving geschiedt niet dan nadat de identiteit van de betrokkene
deugdelijk is vastgesteld.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a27">
              <kop>
                <nr>Artikel 27</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Op grond van zijn aangifte van adreswijziging wordt de ingezetene die
zijn adres in een andere gemeente dan de gemeente van inschrijving heeft gevestigd,
in die andere gemeente in de basisadministratie ingeschreven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Indien een ingezetene als bedoeld in het eerste lid in gebreke is met
het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van
de gemeente waar deze zijn adres heeft, ambtshalve zorg voor de inschrijving.
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de ingezetene alsnog
op grond van zijn aangifte in te schrijven, indien de aangifte na afloop van
de aangiftetermijn geschiedt.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a28">
              <kop>
                <nr>Artikel 28</nr>
              </kop>
              <al>Degene die is ingeschreven in een basisadministratie, blijft na zijn vertrek
uit Nederland of na zijn overlijden ingeschreven in de basisadministratie
van de gemeente waarin hij bij dat vertrek of bij dat overlijden was ingeschreven.</al>
            </art>
            <art id="a29">
              <kop>
                <nr>Artikel 29</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Op grond van zijn aangifte van verblijf en adres wordt de ingeschrevene
die wegens vertrek uit Nederland niet als ingezetene is ingeschreven en die
naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derden
van de tijd in Nederland verblijf zal houden en die zijn adres vestigt in
een andere gemeente dan de gemeente van inschrijving, ingeschreven in de basisadministratie
van die andere gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Indien een ingeschrevene als bedoeld in het eerste lid in gebreke is met
het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van
de gemeente waar de ingeschrevene zijn adres heeft, ambtshalve zorg voor de
inschrijving. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de ingeschrevene
alsnog op grond van zijn aangifte in te schrijven, indien de aangifte na afloop
van de aangiftetermijn geschiedt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Inschrijving geschiedt niet dan nadat de identiteit van de betrokkene
deugdelijk is vastgesteld.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a29a">
              <kop>
                <nr>Artikel 29a</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Inschrijving op grond van artikel 26 of 29 vindt ten aanzien van
degene die in Nederland niet als ingezetene is ingeschreven in een basisadministratie
en zich in Nederland vestigt, komende vanuit de Nederlandse Antillen of Aruba,
niet plaats, dan nadat hij een hem betreffend verhuisbericht, verstrekt door
de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie
in de Nederlandse Antillen of Aruba, waar hij laatstelijk als ingezetene was
ingeschreven, heeft overgelegd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>In het geval dat anderszins blijkt dat het vertrek van de betrokken persoon
is verwerkt in de basisadministratie in de Nederlandse Antillen of Aruba waar
hij laatstelijk als ingezetene was ingeschreven, of blijkt dat betrokkene
daarin niet als ingezetene was ingeschreven, kan het college van burgemeester
en wethouders afwijken van het bepaalde in het eerste lid.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a30">
              <kop>
                <nr>Artikel 30</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Uitschrijving geschiedt uitsluitend op grond van de mededeling van het
college van burgemeester en wethouders van een andere gemeente dat heeft besloten
tot inschrijving van de betrokken persoon in zijn basisadministratie. De uitschrijving
geschiedt terstond na ontvangst van de mededeling. Tegen de in de eerste volzin
bedoelde beslissing staat voor het college van burgemeester en wethouders
geen voorziening open.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Als datum van uitschrijving geldt de datum van inschrijving bij de volgende
gemeente.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a31">
              <kop>
                <nr>Artikel 31</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Indien een persoon in meer dan één basisadministratie is
ingeschreven, draagt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
waar betrokkene zijn adres heeft of, bij het ontbreken daarvan, zijn laatste
adres heeft gehad, er zorg voor dat betrokkene uitsluitend in zijn basisadministratie
is ingeschreven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Artikel 30 is van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a32">
              <kop>
                <nr>Artikel 32</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Onze Minister van Buitenlandse Zaken kan een persoon aanwijzen die in
verband met zijn bijzondere verblijfsrechtelijke status niet in aanmerking
komt voor inschrijving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Een persoon kan worden aangewezen indien hij geen Nederlander is en behoort
tot een van de volgende categorieën van personen:</al>
                <al>a. de leden van diplomatieke zendingen en van consulaire posten;</al>
                <al>b. de leden van het administratieve en technische personeel van diplomatieke
zendingen en van consulaire posten;</al>
                <al>c. de inwonende gezinsleden van de onder a en b bedoelde personen;</al>
                <al>d. andere personen die krachtens internationaal recht een bijzondere verblijfsrechtelijke
status hebben.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Een persoon ten aanzien van wie een aanwijzing van kracht is, wordt niet
ingeschreven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Een persoon ten aanzien van wie een aanwijzing van kracht wordt, terwijl
hij reeds is ingeschreven, wordt aangemerkt als een ingeschrevene die wegens
zijn vertrek uit Nederland niet als ingezetene is ingeschreven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>Een aanwijzing wordt niet van kracht voordat het college van burgemeester
en wethouders daarvan de in artikel 61 bedoelde mededeling heeft ontvangen.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a33">
              <kop>
                <nr>Artikel 33</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën worden bepaald
van personen, die in verband met hun bijzondere verblijfsrechtelijke positie
niet in aanmerking komen voor inschrijving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Bij of krachtens de in het eerste lid bedoelde maatregel kunnen regels
worden gesteld ten aanzien van een persoon die behoort tot een categorie als
bedoeld in het eerste lid, omtrent:</al>
                <al>a. het niet-inschrijven van de persoon;</al>
                <al>b. het aanmerken van de persoon die reeds is ingeschreven als een ingeschrevene
die wegens zijn vertrek uit Nederland niet als ingezetene is ingeschreven.</al>
              </lid>
            </art>
          </par>
          <par>
            <kop>
              <nr>Paragraaf 2.</nr>
              <titel status="off">De opneming van persoonsgegevens</titel>
            </kop>
            <art id="a34">
              <kop>
                <nr>Artikel 34</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>In de basisadministratie van de gemeente van inschrijving worden over
de ingeschrevene uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:</al>
                <al>a. algemene gegevens:</al>
                <al>1°. gegevens over de burgerlijke staat;</al>
                <al>2°. gegevens over curatele;</al>
                <al>3°. gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend;</al>
                <al>4°. gegevens over de nationaliteit;</al>
                <al>5°. gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling;</al>
                <al>6°. gegevens over de gemeente van inschrijving en het adres in die
gemeente, alsmede over het verblijf in Nederland en het vertrek uit Nederland;</al>
                <al>7°. gegevens over de administratienummers van de ingeschrevene, de
ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner,
de eerdere geregistreerde partners en de kinderen;</al>
                <al>8°. gegevens over het sociaal-fiscaal nummer van de ingeschrevene;</al>
                <al>9°. gegevens over de sociaal-fiscale nummers van de ouders, de echtgenoot,
de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde
partners en de kinderen;</al>
                <al>10°. gegevens over het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam
van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de
eerdere geregistreerde partner;</al>
                <al>b. bijzondere gegevens:</al>
                <al>1°. gegevens, noodzakelijk in verband met de uitvoering van de Paspoortwet;</al>
                <al>2°. gegevens, noodzakelijk in verband met de uitvoering van de Kieswet.</al>
                <al>c. administratieve gegevens:</al>
                <al>1°. gegevens in verband met de inschrijving en de uitschrijving;</al>
                <al>2°. gegevens ter aanduiding van akten en andere geschriften waaruit
algemene gegevens zijn verkregen, dan wel van de rechtsgrond krachtens welke
gegevens over het Nederlanderschap zijn opgenomen;</al>
                <al>3°. gegevens ter aanduiding van de onjuistheid van een opgenomen algemeen
gegeven of van strijd met de Nederlandse openbare orde van een opgenomen gegeven
over de burgerlijke staat dan wel over een onderzoek naar die onjuistheid
of strijdigheid, alsmede andere gegevens, noodzakelijk in verband met de bijhouding
van de basisadministratie;</al>
                <al>4°. gegevens over de systematische verstrekking van gegevens;</al>
                <al>5°. gegevens over de niet-verstrekking van gegevens krachtens artikel
102.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Als algemene gegevens worden de gegevens opgenomen die als zodanig zijn
vermeld in bijlage I bij deze wet en voor zover het betreft de in het eerste
lid, onder a, sub 5, bedoelde gegevens, nader zijn bepaald bij algemene maatregel
van bestuur.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Een algemeen gegeven dat is opgenomen, blijft opgenomen, behoudens het
bepaalde in artikel 81.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Bij algemene maatregel van bestuur wordt nader bepaald welke bijzondere
en welke administratieve gegevens worden opgenomen. De verwijdering en de
vernietiging van deze gegevens worden bij of krachtens de maatregel geregeld.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a35">
              <kop>
                <nr>Artikel 35</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>In de basisadministratie van een vroegere gemeente van inschrijving worden
bij de uitschrijving over de uitgeschreven persoon uitsluitend de volgende
gegevens opgenomen:</al>
                <al>a. verwijsgegevens:</al>
                <al>1°. gegevens over de naam en de geboorte;</al>
                <al>2°. gegevens over het administratienummer;</al>
                <al>3°. gegevens over het sociaal-fiscaalnummer;</al>
                <al>4°. gegevens over de gemeente van inschrijving, over het adres in
die gemeente en over de datum van inschrijving. </al>
                <al>b. administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Bij een eerste inschrijving op grond van artikel 25 of artikel 26 van
een persoon omtrent wie door een ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland
in een andere gemeente dan de gemeente van inschrijving een geboorteakte is
opgemaakt waarop als geboorteplaats een plaats in Nederland is vermeld, worden
de gegevens, bedoeld in het eerste lid, opgenomen in de basisadministratie
van die andere gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Indien gegevens worden opgenomen op grond van het eerste lid, worden de
in dat lid, onder a, sub 1° en sub 4°, bedoelde gegevens opgenomen
naar de juiste staat van die gegevens bij de inschrijving in de basisadministratie
van de volgende gemeente van inschrijving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Indien gegevens worden opgenomen op grond van het tweede lid, worden de
in het eerste lid, onder a, sub 1° en sub 4°, bedoelde gegevens opgenomen
naar de juiste staat van die gegevens bij de eerste inschrijving.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>Een verwijsgegeven dat in een basisadministratie is opgenomen, blijft
daarin opgenomen, tenzij de betrokkene in die basisadministratie wordt ingeschreven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>6.</nr>
                <al>Als verwijsgegevens worden de gegevens opgenomen die zijn vermeld in bijlage
II, onder A, bij deze wet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>7.</nr>
                <al>Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke administratieve
gegevens in verband met de verwijsgegevens worden opgenomen. De verwijdering
en de vernietiging van deze gegevens worden bij of krachtens de maatregel
geregeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>8.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
over het in bepaalde gevallen niet opnemen van de in het eerste lid, onder
a, sub 3°, bedoelde gegevens.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a36">
              <kop>
                <nr>Artikel 36</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen
die zich in Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld
onder a en bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b:</al>
                <al>a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers
van de burgerlijke stand in Nederland;</al>
                <al>b. een door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte akte, een
besluit, een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak of een notariële
akte, over het desbetreffende feit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen
die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als
bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b
of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij
gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:</al>
                <al>a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers
van de Nederlandse burgerlijke stand;</al>
                <al>b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende
feit die in kracht van gewijsde is gegaan;</al>
                <al>c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door
een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen
van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke
uitspraak, of bij gebreke daarvan een akte van bekendheid of beëdigde
verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;</al>
                <al>d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt
door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;</al>
                <al>e. een verklaring die betrokkene ten overstaan van een door het college
van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft
afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen
die zich in Nederland hebben voorgedaan en waarvan een in Nederland geaccrediteerde
consulaire ambtenaar van een ander land bevoegd een akte heeft opgemaakt die
ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, ontleend
aan die akte.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a36a">
              <kop>
                <nr>Artikel 36a</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Aan een geschrift als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder c, d, of
e, dan wel artikel 36, derde lid, worden geen gegevens ontleend over het huwelijk
of het geregistreerd partnerschap dat is gesloten tussen echtgenoten dan wel
geregistreerde partners van wie ten minste één vreemdeling is,
voordat het college van burgemeester en wethouders zich een door de korpschef
in de zin van de Vreemdelingenwet 2000 afgegeven verklaring heeft doen overleggen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>De verklaring, bedoeld in het eerste lid, is niet vereist indien voldaan
is aan de eisen genoemd in artikel 25, vierde lid, onder b, c of d, van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Op de verklaring, bedoeld in het eerste lid, zijn de regels in en krachtens
artikel 44, eerste lid, onder k, en derde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk
Wetboek van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a37">
              <kop>
                <nr>Artikel 37</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Indien aannemelijk is dat omtrent een gegeven over de familierechtelijke
betrekkingen tot de ouders of de kinderen, over het huwelijk en de eerdere
huwelijken, over de echtgenoot en de eerdere echtgenoten, over het geregistreerd
partnerschap en de eerdere geregistreerde partnerschappen of over de geregistreerde
partner en de eerdere geregistreerde partners een geschrift als bedoeld in
artikel 36, tweede lid, onder c of d, kan worden verschaft, mogen deze gegevens
niet aan een geschrift als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder e, worden
ontleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Aan een geschrift als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder c, d of
e, alsmede artikel 36, derde lid, worden geen gegevens ontleend, voor zover
de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid
van de in deze geschriften vermelde feiten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Aan een geschrift als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder d en e,
worden geen gegevens ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist
zijn.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Een wijziging van de algemene gegevens over de naam en het geslacht van
een ouder, de eerdere echtgenoot, de eerdere geregistreerde partner of van
een algemeen gegeven over de naam van het kind van de ingeschrevene, in verband
met een rechterlijke last tot wijziging van de vermelding van
het geslacht in de geboorteakte, wordt niet opgenomen op de persoonslijst
van de ingeschrevene.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a37a">
              <kop>
                <nr>Artikel 37a</nr>
              </kop>
              <al>Bij algemene maatregel van bestuur worden gevallen bepaald waarin het
college van burgemeester en wethouders een afschrift van een beslissing als
bedoeld in artikel 85 om op grond van artikel 37, tweede lid, een gegeven
betreffende een vreemdeling niet in de basisadministratie op te nemen, toezendt
aan de korpschef in de zin van de Vreemdelingenwet 2000.</al>
            </art>
            <art id="a38">
              <kop>
                <nr>Artikel 38</nr>
              </kop>
              <al>Op de persoonslijst van een persoon worden geen gegevens over zijn kind
opgenomen indien:</al>
              <al>a. het kind ten tijde van de eerste inschrijving van de persoon reeds
is overleden en</al>
              <al>b. het kind zelf geen ingeschrevene is.</al>
            </art>
            <art id="a39">
              <kop>
                <nr>Artikel 39</nr>
              </kop>
              <al>De datum van ingang of beëindiging van de rechtsgeldigheid van een
gegeven over de burgerlijke staat van de ouder, de echtgenoot, de eerdere
echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partner of
het kind, wordt slechts op de persoonslijst van de ingeschrevene opgenomen,
indien die datum ligt na de datum waarop de familierechtelijke betrekking
met de ingeschrevene is ontstaan.</al>
            </art>
            <art id="a40">
              <kop>
                <nr>Artikel 40</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Bij gerede twijfel over de toepassing van artikel 36, tweede en derde
lid, en artikel 37, eerste en tweede lid, wordt advies ingewonnen van de ambtenaar
van de burgerlijke stand in de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Indien bij de ontlening van gegevens over een huwelijk dat is gesloten
tussen echtgenoten van wie ten minste een vreemdeling is, aan een geschrift
als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder c, d, of e, dan wel artikel 36,
derde lid, op grond van de verklaring van de korpschef in de zin van de Vreemdelingenwet
2000 of anderszins het redelijke vermoeden bestaat dat het oogmerk van de
echtgenoten, of een van beiden, niet was gericht op de vervulling van de door
de wet aan de huwelijkse staat verbonden plichten, doch op het verkrijgen
van toelating tot Nederland, wordt in afwijking van het eerste lid, over de
ontlening van de gegevens over het huwelijk advies van de ambtenaar van de
burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage ingewonnen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Indien na het advies, bedoeld in het eerste lid, gerede twijfel blijft
bestaan of het voornemen bestaat van het advies af te wijken, wordt het advies
van de Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat
en de nationaliteit ingewonnen.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a41">
              <kop>
                <nr>Artikel 41</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>De gegevens over curatele worden ontleend aan het curateleregister.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>De gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend,
worden ontleend aan het gezagsregister.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a42">
              <kop>
                <nr>Artikel 42</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Gegevens over het Nederlanderschap worden opgenomen met toepassing van
de Rijkswet op het Nederlanderschap, van andere op het Nederlanderschap betrekking
hebbende wettelijke bepalingen en van verdragen waaruit het Nederlanderschap
voortvloeit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Indien omtrent een ingeschrevene akten als bedoeld in artikel 22, eerste
lid, onder b en c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (Stb. 1984, 628),
zijn opgenomen in het in dat lid bedoelde register, wordt aan deze akten het
gegeven over het Nederlanderschap ontleend. Indien omtrent een ingeschrevene
een afschrift wordt overgelegd van de in de eerste volzin bedoelde akten,
uit het register, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de genoemde wet,
wordt het gegeven over het Nederlanderschap aan dit afschrift ontleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>In de gevallen bedoeld in artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap,
worden de gegevens over het Nederlanderschap ontleend aan een afschrift van
een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van een rechterlijke instantie
in Nederland.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Indien een afschrift wordt overgelegd van een uitspraak van het Gemeenschappelijk
Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba krachtens artikel 17
van de Rijkswet op het Nederlanderschap, worden de gegevens over het Nederlanderschap
aan dit afschrift ontleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>Gegevens over de behandeling als Nederlander, van een persoon die niet
het Nederlanderschap bezit, worden opgenomen met toepassing van de Wet betreffende
de positie van Molukkers (Stb.1976, 468).</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a43">
              <kop>
                <nr>Artikel 43</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Gegevens over een vreemde nationaliteit worden ontleend aan een beschikking
of uitspraak van een daartoe volgens het ter plaatse geldend recht bevoegde
administratieve of rechterlijke instantie, die tot doel heeft tot bewijs te
dienen van de betreffende nationaliteit, dan wel opgenomen met toepassing
van het betreffende nationaliteitsrecht.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Indien gegevens over een vreemde nationaliteit niet overeenkomstig het
eerste lid kunnen worden verkregen, kunnen deze gegevens worden ontleend aan
een geschrift van een volgens het ter plaatse geldend recht bevoegde autoriteit,
dat gegevens vermeldt over die nationaliteit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Indien de betrokkene geen nationaliteit bezit of de nationaliteit niet
kan worden vastgesteld, wordt dit gegeven opgenomen. Indien een rechterlijke
uitspraak op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap
is gedaan, waarbij is vastgesteld dat de betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit
bezit, wordt daarvan melding gemaakt.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a44">
              <kop>
                <nr>Artikel 44</nr>
              </kop>
              <al>Gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling worden ontleend aan
mededelingen daarover van Onze Minister van Justitie aan het college van burgemeester
en wethouders.</al>
            </art>
            <art id="a45">
              <kop>
                <nr>Artikel 45</nr>
              </kop>
              <al>Bij de inschrijving op grond van artikel 25 worden de gegevens omtrent
het adres ontleend aan de persoonslijst van de moeder, dan wel, indien deze
niet als ingezetene is ingeschreven, aan de persoonslijst van de vader.</al>
            </art>
            <art id="a46">
              <kop>
                <nr>Artikel 46</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Aan de aangifte van verblijf en adres van degene die naar redelijke verwachting
gedurende een half jaar ten minste twee derden van de tijd in Nederland verblijf
zal houden en die zijn adres heeft in de betrokken gemeente, worden gegevens
betreffende het verblijf, het vorige land van verblijf en het adres ontleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Indien aannemelijk is dat het gegeven betreffende het vorige land van
verblijf onjuist is, wordt dit gegeven niet opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Indien een persoon als bedoeld in het eerste lid in gebreke is met het
doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente waar betrokkene zijn adres heeft, ambtshalve zorg voor opneming van
gegevens betreffende het verblijf, het vorige land van verblijf en het adres.
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gegevens alsnog aan
de aangifte van de betrokkene te ontlenen, indien de aangifte na afloop van
de aangifte termijn geschiedt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Als datum van aanvang van het verblijf in Nederland en van vestiging van
het adres in de gemeente wordt de dag opgenomen waarop de aangifte is ontvangen,
dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens
over het verblijf en adres aan betrokkene schriftelijk mededeling is gedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>De gegevens worden niet opgenomen dan nadat de identiteit van de betrokkene
deugdelijk is vastgesteld.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a47">
              <kop>
                <nr>Artikel 47</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Aan de aangifte van een ingezetene die zijn adres heeft gewijzigd, worden
gegevens betreffende het adres ontleend, tenzij aannemelijk is dat hij het
vermelde adres niet heeft.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Indien een ingezetene die zijn adres heeft gewijzigd, in gebreke is met
het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van
de gemeente waar betrokkene zijn adres heeft, ambtshalve zorg voor opneming
van gegevens betreffende het adres. Het college van burgemeester en wethouders
is bevoegd de gegevens alsnog aan de aangifte van de betrokkene te ontlenen,
indien de aangifte na afloop van de aangiftetermijn geschiedt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Als datum van adreswijziging wordt de dag opgenomen waarop de aangifte
is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming
van gegevens betreffende het adres aan betrokkene schriftelijk mededeling
is gedaan.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a48">
              <kop>
                <nr>Artikel 48</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Aan de aangifte van vertrek van de ingezetene die naar redelijke verwachting
gedurende een jaar ten minste twee derden van de tijd buiten Nederland zal
verblijven, worden gegevens betreffende het volgende land van
verblijf en het eerste adres van verblijf in dat land ontleend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Indien een ingezetene als bedoeld in het eerste lid in gebreke is met
het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van
de gemeente van inschrijving ambtshalve zorg voor opneming van gegevens betreffende
het vertrek, het volgende land van verblijf en het eerste adres van verblijf
in dat land. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gegevens
alsnog aan de aangifte van de ingezetene te ontlenen, indien de aangifte na
afloop van de aangiftetermijn geschiedt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Als datum van vertrek uit Nederland en van opheffing van het adres wordt
de dag opgenomen waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van
het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens over het vertrek aan de
ingeschrevene schriftelijk mededeling is gedaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Indien de ingezetene in de aangifte van vertrek meldt te gaan verblijven
in de Nederlandse Antillen of Aruba, verstrekt het college van burgemeester
en wethouders aan hem kosteloos een verhuisbericht, volgens een door Onze
Minister vast te stellen model.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a49">
              <kop>
                <nr>Artikel 49</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Indien het woonadres ontbreekt dan wel artikel 67 van toepassing is, wordt
op aangifte een briefadres opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Met betrekking tot de ingeschrevene die in verband met zijn vertrek uit
Nederland geen ingezetene is, wordt het eerste adres van verblijf in het volgende
land van verblijf opgenomen.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a50">
              <kop>
                <nr>Artikel 50</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Het administratienummer wordt toegekend op een door Onze Minister te bepalen
wijze uit door hem beschikbaar gestelde nummers.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Het administratienummer bevat geen informatie omtrent de persoon op wie
het betrekking heeft.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Onze Minister, onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders,
draagt zorg dat het administratienummer foutloos en slechts één
maal beschikbaar wordt gesteld, onderscheidenlijk wordt toegekend.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>De administratienummers van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten,
de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners en de kinderen
worden ontleend aan de desbetreffende persoonslijsten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>De datum waarop het administratienummer van de ouder, de echtgenoot, de
eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partner
of het kind van kracht is geworden, wordt slechts op de persoonslijst van
de ingeschrevene opgenomen, indien die datum ligt na de datum waarop de familierechtelijke
betrekking met de ingeschrevene is ontstaan.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>6.</nr>
                <al>Het administratienummer van een persoon die laatstelijk als ingezetene
was ingeschreven in een basisadministratie in de Nederlandse Antillen of Aruba,
wordt bij de inschrijving ontleend aan de mededeling van de verantwoordelijke
voor de verwerking van gegevens in die basisadministratie.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a51">
              <kop>
                <nr>Artikel 51</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Het sociaal-fiscaal nummer van de ingeschrevene op diens persoonslijst
wordt ontleend aan een mededeling daarover van Onze Minister van Financiën
aan het college van burgemeester en wethouders.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Als datum waarop het sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in het eerste lid,
van kracht is geworden, wordt de datum opgenomen waarop het sociaal-fiscaal
nummer op de persoonslijst van de ingeschrevene is opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>De gegevens over het sociaal-fiscaal nummer van de ouders, de echtgenoot,
de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde
partners en de kinderen worden ontleend aan de desbetreffende persoonslijsten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>De datum waarop het sociaal-fiscaal nummer van de ouder, de echtgenoot,
de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde
partner of het kind van kracht is geworden, wordt slechts op de persoonslijst
van de ingeschrevene opgenomen, indien die datum ligt na de datum waarop de
familierechtelijke betrekking met de ingeschrevene is ontstaan.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a52">
              <kop>
                <nr>Artikel 52</nr>
              </kop>
              <al>De gegevens over het gebruik van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de
eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde
partner worden opgenomen op schriftelijk verzoek van de daartoe krachtens
artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bevoegde ingeschrevene, dan
wel op grond van een rechterlijke uitspraak als bedoeld in artikel 9 van Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek.</al>
            </art>
            <art id="a53">
              <kop>
                <nr>Artikel 53</nr>
              </kop>
              <al>Met betrekking tot de ingeschrevene die geen ingezetene is, worden geen
nieuwe algemene gegevens opgenomen, tenzij deze feiten betreffen die zich
hebben voorgedaan in de tijd dat hij nog ingezetene was, of die bij algemene
maatregel van bestuur zijn bepaald.</al>
            </art>
            <art id="a54">
              <kop>
                <nr>Artikel 54</nr>
              </kop>
              <al>Omtrent de beslissing dat een opgenomen algemeen gegeven onjuist is of,
indien het een gegeven over de burgerlijke staat betreft, in strijd is met
de Nederlandse openbare orde, omtrent een onderzoek naar die onjuistheid of
strijdigheid, alsmede omtrent het van toepassing zijn van artikel 53, wordt
een aantekening geplaatst bij de desbetreffende gegevens.</al>
            </art>
          </par>
        </afd>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 2.</nr>
            <titel status="off">DE VERPLICHTINGEN VAN INSTANTIES BELAST MET DE UITVOERING VAN PUBLIEKRECHTELIJKE
TAKEN</titel>
          </kop>
          <art id="a55">
            <kop>
              <nr>Artikel 55</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>De ambtenaar van de burgerlijke stand die in een van de onder hem berustende
registers melding heeft gemaakt van een feit dat van belang is voor de bijhouding
van een basisadministratie, brengt de gegevens ter zake terstond ter kennis
van zijn college van burgemeester en wethouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Een hem ingevolge een verdrag inzake de internationale uitwisseling van
gegevens op het gebied van de burgerlijke stand toegezonden kennisgeving doet
hij terstond toekomen aan zijn college van burgemeester en wethouders.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Hij verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders dat daarom
vraagt, zo spoedig mogelijk alle inlichtingen die dat college nodig heeft
voor de bijhouding van de basisadministratie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage, die
wegens het ontbreken van een akte in de onder hem berustende registers geen
latere vermelding als bedoeld in artikel 20, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek
toevoegt van een hem op grond van artikel 20e Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek
toegezonden besluit, rechterlijke uitspraak of notariële akte, brengt
een afschrift van dat besluit, die uitspraak of die akte ter kennis van zijn
college van burgemeester en wethouders.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a56">
            <kop>
              <nr>Artikel 56</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>De griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage die in het curateleregister
melding heeft gemaakt van een rechterlijke uitspraak waarbij met betrekking
tot een persoon een voorziening in de curatele is getroffen, doet daarvan
mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
van inschrijving, dan wel indien deze onbekend is, aan het college van burgemeester
en wethouders van de gemeente 's-Gravenhage, onder vermelding welke persoon
het betreft en de datum waarop de rechtsgeldigheid van de voorziening ingaat.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>De in het eerste lid bedoelde griffier doet overeenkomstige mededeling
van elke beslissing, houdende vernietiging van een rechterlijke uitspraak
als bedoeld in het eerste lid, en van beëindiging van de curatele.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>De griffier van de rechtbank die in het gezagsregister aantekening heeft
gehouden van een wijziging in het gezag dat over een minderjarige wordt uitgeoefend,
welke van belang is voor de bijhouding van een basisadministratie, met betrekking
tot de in artikel 34, eerste lid, onder a, sub 3°, bedoelde gegevens,
doet van de wijziging mededeling aan het college van burgemeester en wethouders
van de gemeente van inschrijving van de minderjarige, dan wel indien deze
gemeente onbekend is, aan het college van burgemeester en wethouders van de
gemeente waar de rechtbank is gevestigd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>De in het derde lid bedoelde mededeling geeft uitsluitend aan welke minderjarige
het betreft, welke van de in bijlage I, onder 3, vermelde aantekeningen door
de wijziging van toepassing wordt en welke niet meer van toepassing is, alsmede
de datum waarop de wijziging ingaat.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a57">
            <kop>
              <nr>Artikel 57</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Indien Onze Minister van Justitie in het openbaar register, bedoeld in
artikel 22, eerste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, melding heeft
gemaakt van het feit dat een persoon een verklaring tot verkrijging van het
Nederlanderschap of een verklaring van afstand van het Nederlanderschap heeft
afgelegd en de verklaring door de betrokkene niet in zijn gemeente van inschrijving
is afgelegd, dan wel dat een persoon door verlening het Nederlanderschap heeft
verkregen of door intrekking van het besluit waarbij het Nederlanderschap
is verleend, het Nederlanderschap heeft verloren, doet hij daarvan mededeling
aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente in de basisadministratie waarvan de betreffende persoon is ingeschreven. De mededeling bevat
de datum waarop de verklaring in ontvangst is genomen of de datum waarop het
Nederlanderschap is verkregen of verloren.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>De griffier van de rechtbank te 's-Gravenhage dan wel de griffier van
de Hoge Raad zendt van een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak
houdende de vaststelling van het Nederlanderschap of de vaststelling van het
niet-bezitten van het Nederlanderschap, een afschrift aan het college van
burgemeester en wethouders van de gemeente van inschrijving, dan wel indien
deze onbekend is aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
's-Gravenhage.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a58">
            <kop>
              <nr>Artikel 58</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Onze Minister van Justitie doet van de gegevens over het verblijfsrecht
van de vreemdeling, die voor de bijhouding van de basisadministratie van belang
zijn, mededeling aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
waar de betrokken vreemdeling in de basisadministratie is ingeschreven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
over de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde mededeling wordt gedaan.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a59">
            <kop>
              <nr>Artikel 59</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Onze Minister van Financiën doet van het sociaal-fiscaal nummer van
de ingeschrevene mededeling aan het college van burgemeester en wethouders
van de gemeente van inschrijving.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden
gesteld in verband met de in het eerste lid bedoelde mededeling.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a60">
            <kop>
              <nr>Artikel 60</nr>
            </kop>
            <al>De griffier van het betrokken gerecht zendt van een in kracht van gewijsde
gegane uitspraak als bedoeld in artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek
een afschrift aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
van inschrijving van de onbevoegd verklaarde, dan wel indien deze gemeente
onbekend is aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
's-Gravenhage.</al>
          </art>
          <art id="a61">
            <kop>
              <nr>Artikel 61</nr>
            </kop>
            <al>Onze Minister van Buitenlandse Zaken doet van de in artikel 32 bedoelde
aanwijzing, of van de beëindiging van de aanwijzing, mededeling aan het
college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente.</al>
          </art>
          <art id="a62">
            <kop>
              <nr>Artikel 62</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de verplichtingen
geregeld van buitengemeentelijke afnemers om aan het college van burgemeester
en wethouders de inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de bijhouding
van de basisadministratie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders regelt de verplichtingen van
binnengemeentelijke afnemers om de inlichtingen te verschaffen
die van belang zijn voor de bijhouding van de basisadministratie.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a63">
            <kop>
              <nr>Artikel 63</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Een college van burgemeester en wethouders dat van de ambtenaar van de
burgerlijke stand in de gemeente gegevens heeft ontvangen die van belang zijn
voor de bijhouding van de basisadministratie van een andere gemeente, doet
terstond mededeling van die gegevens aan het college van burgemeester en wethouders
van de andere gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Een college van burgemeester en wethouders dat van de ambtenaar van de
burgerlijke stand in de gemeente een ingevolge een verdrag inzake de internationale
uitwisseling van gegevens op het gebied van de burgerlijke stand toegezonden
kennisgeving heeft ontvangen die van belang is voor de bijhouding van de basisadministratie
van een andere gemeente, doet die kennisgeving terstond toekomen aan het college
van burgemeester en wethouders van de andere gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Een college van burgemeester en wethouders verstrekt aan een ander college
van burgemeester en wethouders spontaan of op verzoek zo spoedig mogelijk
alle andere inlichtingen die van belang zijn voor een goede uitvoering van
de taak met betrekking tot de basisadministratie.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a64">
            <kop>
              <nr>Artikel 64</nr>
            </kop>
            <al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen verplichtingen worden geregeld
tot verschaffing aan het college van burgemeester en wethouders van de gegevens,
bedoeld in artikel 34, eerste lid, onder b.</al>
          </art>
        </afd>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 3.</nr>
            <titel status="off">DE VERPLICHTINGEN VAN DE BURGER</titel>
          </kop>
          <art id="a65">
            <kop>
              <nr>Artikel 65</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Degene die naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste
twee derden van de tijd in Nederland verblijf zal houden, is verplicht zich
binnen vijf dagen na de aanvang van zijn verblijf in persoon te melden bij
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij zijn woonadres
heeft om daarbij schriftelijk aangifte van verblijf en adres te doen. Indien
hij geen woonadres heeft, is hij verplicht een briefadres te kiezen en dient
hij zich binnen de gestelde termijn te melden bij het college van burgemeester
en wethouders van de gemeente waar hij zijn briefadres heeft om de bedoelde
aangifte te doen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Hij doet in de aangifte mededeling van zijn toekomstig verblijf in Nederland,
van het vorige land van verblijf en van zijn adres in de gemeente.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Hij is verplicht bij de aangifte de inlichtingen te geven en de geschriften
over te leggen ter zake van feiten betreffende zijn burgerlijke staat, zijn
nationaliteit en zijn eerder verblijf in Nederland, die noodzakelijk zijn
voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisadministratie. Op verzoek
van het college van burgemeester en wethouders legt hij van een geschrift
een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over.
Indien hij zich in Nederland vestigt, komende vanuit de Nederlandse Antillen
of Aruba, is hij verplicht een hem betreffend verhuisbericht over te leggen,
verstrekt door de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de
basisadministratie in de Nederlandse Antillen of Aruba, waar hij laatstelijk
als ingezetene was ingeschreven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Ten behoeve van de in artikel 109, vierde lid, bedoelde verstrekking van
gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek kan bij algemene maatregel
van bestuur worden bepaald dat bij de aangifte opgave wordt gedaan:</al>
              <al>a. van de voorgenomen verblijfsduur in Nederland;</al>
              <al>b. indien de aangifte een vrouw betreft die geen ingeschrevene is, van
bij de maatregel vast te stellen gegevens over haar levend geboren kinderen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>Tot het doen van aangifte van verblijf en adres overeenkomstig het eerste
tot en met het vierde lid is eveneens verplicht degene die naar redelijke
verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derden van de tijd in
Nederland verblijf zal houden, op het moment dat:</al>
              <al>a. ten aanzien van hem de in artikel 32 bedoelde aanwijzing wordt beëindigd,
of</al>
              <al>b. hij ophoudt te behoren tot een categorie als bedoeld in artikel 33.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>6.</nr>
              <al>In een geval als bedoeld in het vijfde lid vangt de in het eerste lid
bedoelde termijn van vijf dagen aan met ingang van de dag na die waarop een
in het vijfde lid bedoelde situatie is ingetreden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>7.</nr>
              <al>Aangifte van verblijf en adres blijft achterwege indien:</al>
              <al>a. het verblijf aanvangt door geboorte en inschrijving plaatsvindt op
grond van de geboorteakte,</al>
              <al>b. ten aanzien van de betrokkene een aanwijzing als bedoeld in artikel
32 van kracht is,</al>
              <al>c. de betrokkene behoort tot een categorie van personen als bedoeld in
artikel 33, of</al>
              <al>d. de betrokkene een vreemdeling is die niet is ingeschreven in een basisadministratie
en geen rechtmatig verblijf geniet als bedoeld in artikel 8 van de Vreemdelingenwet
2000.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a66">
            <kop>
              <nr>Artikel 66</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>De ingezetene die zijn adres wijzigt, is verplicht binnen vijf dagen na
de wijziging van het adres bij het college van burgemeester en wethouders
van de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft, schriftelijk aangifte van
adreswijziging te doen. Indien een ingezetene geen woonadres heeft, dient
hij een briefadres te kiezen en is hij verplicht overeenkomstig het bepaalde
in de vorige volzin aangifte van adreswijziging te doen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Hij doet in die aangifte mededeling van het nieuwe en het vorige adres.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a67">
            <kop>
              <nr>Artikel 67</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Degene die zijn woonadres heeft in een instelling die is aangewezen op
grond van het derde of het vierde lid kan, in afwijking van de artikelen 65,
eerste lid, en 66, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres
kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte doen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Instellingen worden slechts aangewezen indien de aard van de instelling
meebrengt, dat door opneming van het adres daarvan in de basisadministratie
de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onevenredig zou kunnen worden
geschaad.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Onze Minister kan categorieën van instellingen dan wel instellingen
afzonderlijk aanwijzen, voor zover het betreft:</al>
              <al>a. instellingen voor gezondheidszorg;</al>
              <al>b. instellingen op het gebied van de kinderbescherming;</al>
              <al>c. penitentiaire instellingen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders kan een in de gemeente gevestigde
instelling aanwijzen indien het betreft een instelling op het terrein van
maatschappelijke opvang, bedoeld in artikel 2, onder d, van de Welzijnswet
1994 (Stb. 447).</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>Het hoofd van een aangewezen instelling doet aan de betrokken personen
tijdig schriftelijk mededeling van de mogelijkheid tot aangifte van een briefadres.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a68">
            <kop>
              <nr>Artikel 68</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>De ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste
twee derden van de tijd buiten Nederland zal verblijven, is verplicht bij
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van inschrijving
binnen vijf dagen voor zijn vertrek uit Nederland schriftelijk aangifte van
vertrek te doen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Hij doet in die aangifte mededeling van dat vertrek,van het volgende land
van verblijf en van het eerste adres van verblijf in dat land.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent
bijzondere gevallen waarin het eerste lid niet van toepassing is.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a69">
            <kop>
              <nr>Artikel 69</nr>
            </kop>
            <al>De ingezetene is verplicht zo spoedig mogelijk aan het college van burgemeester
en wethouders van de gemeente van inschrijving alle feiten betreffende zijn
burgerlijke staat en nationaliteit die zich buiten Nederland hebben voorgedaan,
ter kennis te brengen en aan het college, desverlangd in persoon, de inlichtingen
te geven en de geschriften over te leggen die noodzakelijk zijn voor de bijhouding
met betrekking tot hem van de basisadministratie. Op verzoek van het college
van burgemeester en wethouders legt hij van een geschrift een door een beëdigde
vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling over.</al>
          </art>
          <art id="a70">
            <kop>
              <nr>Artikel 70</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Degene die aangifte heeft gedaan als bedoeld in de artikelen 65 tot en
met 68, is verplicht om op verzoek van het college van burgemeester en wethouders,
desverlangd in persoon, ter zake van zijn aangifte de inlichtingen te geven
en de geschriften over te leggen die van belang zijn voor de bijhouding met
betrekking tot hem van de basisadministratie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>In de aangifte van een briefadres dienen de redenen voor de aangifte van
een briefadres te worden medegedeeld. Bij de aangifte dient een schriftelijke
verklaring van instemming te worden gevoegd van degene bij wie het briefadres
wordt gehouden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Degene bij wie het briefadres wordt gehouden, is verplicht om op verzoek
van het college van burgemeester en wethouders, desverlangd in persoon, ter
zake van dat briefadres de inlichtingen te geven en de geschriften over te
leggen die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisadministratie.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a71">
            <kop>
              <nr>Artikel 71</nr>
            </kop>
            <al>De ingezetene is verplicht op verzoek van het college van burgemeester
en wethouders over feiten betreffende zijn burgerlijke staat en nationaliteit,
desverlangd in persoon, de inlichtingen te verschaffen en de geschriften over
te leggen die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisadministratie.
Op verzoek van het college van burgemeester en wethouders legt hij van een
geschrift een door een beëdigde vertaler vervaardigde Nederlandse vertaling
over.</al>
          </art>
          <art id="a72">
            <kop>
              <nr>Artikel 72</nr>
            </kop>
            <al>Degene ten aanzien van wie het college van burgemeester en wethouders
het redelijke vermoeden heeft dat hij in gebreke is met het doen van een aangifte
als bedoeld in de artikelen 65 tot en met 68, is verplicht om op verzoek van
het college van burgemeester en wethouders, desverlangd in persoon, ter zake
de inlichtingen te geven en de geschriften over te leggen die noodzakelijk
zijn voor de bijhouding met betrekking tot hem van de basisadministratie.</al>
          </art>
          <art id="a73">
            <kop>
              <nr>Artikel 73</nr>
            </kop>
            <al>De verplichtingen, vermeld in de artikelen 65, 66 en 68 tot en met 72,
rusten op:</al>
            <al>a. ouders, voogden en verzorgers voor minderjarigen jonger dan 16 jaar;</al>
            <al>b. ouders, voogden en verzorgers voor inwonende minderjarigen van 16 jaar
of ouder, tenzij de minderjarige zelf de verplichting vervult;</al>
            <al>c. curatoren voor onder curatele gestelden.</al>
          </art>
          <art id="a74">
            <kop>
              <nr>Artikel 74</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>De verplichtingen, vermeld in de artikelen 65, 66 en 68 tot en met 72,
kunnen worden vervuld door:</al>
              <al>a. de ouder en zijn meerderjarige kind, indien beiden hetzelfde woonadres
hebben, voor elkaar;</al>
              <al>b. echtgenoten dan wel geregistreerde partners die hetzelfde woonadres
hebben, voor elkaar;</al>
              <al>c. elke meerderjarige voor een persoon die hem daartoe schriftelijk gemachtigd
heeft;</al>
              <al>d. het hoofd van een instelling voor gezondheidszorg voor een in die instelling
verblijvende persoon die wegens de toestand van zijn gezondheid niet in staat
kan worden geacht aan zijn verplichtingen te voldoen of een machtiging daartoe
te geven, dan wel de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel
of de bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad van een zodanig persoon,
onder overlegging van een schriftelijke verklaring ter zake van het hoofd
van de desbetreffende instelling.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, kan het college van burgemeester
en wethouders de vertegenwoordigde overeenkomstig de genoemde artikelen oproepen
om in persoon te verschijnen tot het verschaffen van inlichtingen.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a75">
            <kop>
              <nr>Artikel 75</nr>
            </kop>
            <al>Het hoofd van een instelling of bedrijf waar personen verblijf plegen
te houden, de instellingen, bedoeld in artikel 67 daaronder begrepen, doet,
indien de instelling of het bedrijf ter zake door het college van burgemeester
en wethouders is aangewezen, op door het college van burgemeester
en wethouders te bepalen tijdstippen aan het college van burgemeester en wethouders
mededeling van de personen die naar redelijke verwachting in de instelling
of het bedrijf voor onbepaalde tijd verblijf zullen houden dan wel gedurende
drie maanden ten minste twee derden van de tijd zullen overnachten.</al>
          </art>
          <art id="a76">
            <kop>
              <nr>Artikel 76</nr>
            </kop>
            <al>De echtgenoot, de geregistreerde partner en de nabestaanden tot en met
de tweede graad van een ingezetene die in het buitenland is overleden, zijn
op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
waar betrokkene is ingeschreven, verplicht aan het college over dat overlijden,
voor zover mogelijk, de inlichtingen te geven en de geschriften over te leggen
die noodzakelijk zijn voor de bijhouding van de basisadministratie.</al>
          </art>
          <art id="a77">
            <kop>
              <nr>Artikel 77</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Degene die ingevolge deze afdeling in persoon verschijnt bij het college
van burgemeester en wethouders, is verplicht desgevraagd met het oog op de
vaststelling van zijn identiteit een op hem betrekking hebbend document over
te leggen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht (Stb.
1993, 660) of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet
dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet
1994.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>De in artikel 73 bedoelde ouders, voogden, verzorgers en curatoren van
minderjarigen of onder curatele gestelden, zijn met het oog op de vaststelling
van de identiteit van de minderjarige of de onder curatele gestelde desgevraagd
verplicht, deze te laten verschijnen bij het college van burgemeester en wethouders
en een op de minderjarige of de onder curatele gestelde betrekking hebbend
document als bedoeld in het eerste lid over te leggen.</al>
            </lid>
          </art>
        </afd>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 4.</nr>
            <titel status="off">DE RECHTEN VAN DE BURGER</titel>
          </kop>
          <art id="a78">
            <kop>
              <nr>Artikel 78</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders zendt binnen vier weken na
een inschrijving als bedoeld in de artikelen 25 en 26, alsmede binnen vier
weken nadat een ingeschrevene die geen ingezetene was weer ingezetene is geworden,
aan de ingeschrevene kosteloos en in begrijpelijke vorm een volledig overzicht
van zijn persoonslijst, behoudens het bepaalde in het vijfde lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Bij minderjarigen jonger dan 16 jaar en bij onder curatele gestelden geschiedt
de toezending aan de ouders, voogden of verzorgers onderscheidenlijk aan de
curator.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Bij de toezending wordt schriftelijk mededeling gedaan van de hoofdlijnen
van de terzake van de basisadministratie geldende regels, waaronder ten minste
de hoofdlijnen van de regels betreffende de identiteit van de voor de verwerking
verantwoordelijke, de doeleinden van de basisadministratie, het vestigingsregister
en de in de artikelen 136 tot en met 142 genoemde bestaande registers, de
opgenomen gegevenscategorieën, de categorieën van ontvangers van
gegevens en de rechten van de ingeschrevene.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Degene die een aangifte van verblijf en adres doet, wordt bij die gelegenheid
schriftelijk op de hoogte gesteld van het recht, bedoeld in artikel 102, eerste
lid.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>Het in het eerste lid bedoelde overzicht van de persoonslijst bevat geen
gegevens over de verstrekking van gegevens aan afnemers, voor zover dit noodzakelijk
is in het belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing
en vervolging van strafbare feiten. Bij of krachtens algemene maatregel van
bestuur kan een nadere regeling worden getroffen welke afnemers het betreft
en in verband met welke aan deze afnemers opgedragen wettelijke taken het
niet vermelden van het gegeven over de verstrekking noodzakelijk is.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a79">
            <kop>
              <nr>Artikel 79</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders deelt een ieder op diens verzoek
schriftelijk binnen vier weken kosteloos mede of hem betreffende persoonsgegevens
in de basisadministratie worden verwerkt. Indien zodanige gegevens worden
verwerkt, wordt de verzoeker met betrekking tot de gemeentelijke basisadministratie
de in artikel 78, derde lid, bedoelde schriftelijke mededeling gedaan. Artikel
78, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders verleent een ieder op diens
verzoek binnen vier weken kosteloos inzage in hem betreffende gegevens in
de basisadministratie. Artikel 78, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders verstrekt een ieder op diens
verzoek binnen vier weken een, desverlangd gewaarmerkt, afschrift in begrijpelijke
vorm van de hem betreffende persoonsgegevens die in de basisadministratie
worden verwerkt, alsmede de beschikbare informatie over de oorsprong van die
gegevens voor zover die niet van de verzoeker zelf afkomstig zijn. Artikel
78, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders draagt zorg voor een deugdelijke
vaststelling van de identiteit van de verzoeker.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>De verzoeken, bedoeld in het eerste, het tweede en het derde lid, worden
gedaan door:</al>
              <al>a. ouders, voogden of verzorgers voor minderjarigen jonger dan 16 jaar;</al>
              <al>b. curatoren voor onder curatele gestelden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>6.</nr>
              <al>Aan een verzoek als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt
geen gevolg gegeven indien dat niet met een redelijke tussenpoos is gedaan
ten opzichte van een eerder verzoek.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a80">
            <kop>
              <nr>Artikel 80</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders neemt op schriftelijk verzoek
van de daartoe krachtens artikel 9, Boek 1, van het Burgerlijk Wetboek bevoegde
ingeschrevene binnen vier weken op zijn persoonslijst de gegevens op over
het gebruik van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot,
de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders wijzigt, in afwijking van artikel
37, vierde lid, op schriftelijk verzoek van de ingeschrevene die de leeftijd
van 16 jaar heeft bereikt, binnen vier weken op zijn persoonslijst de algemene
gegevens over de naam en het geslacht van een ouder of het algemeen gegeven
over de naam van het kind van de ingeschrevene, in verband met een rechterlijke
last tot wijziging van de vermelding van het geslacht in de geboorteakte.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Het gemeentebestuur doet van de opneming van de gegevens terstond schriftelijk
mededeling aan de verzoeker.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a81">
            <kop>
              <nr>Artikel 81</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders verwijdert op schriftelijk
verzoek van de adoptiefouders van een minderjarige jonger dan 16 jaar, of
op schriftelijk verzoek van een adoptiefkind van 16 jaar of ouder, binnen
vier weken kosteloos van de persoonslijst van het adoptiefkind, de vóór
de adoptie geldende algemene gegevens voor zover het betreft:</al>
              <al>a. gegevens over de naam;</al>
              <al>b. gegevens over één of beide ouders;</al>
              <al>c. gegevens over de bij de adoptie verloren nationaliteit;</al>
              <al>d. gegevens over de gemeente van inschrijving en het adres in die gemeente
alsmede over het verblijf in Nederland en het vertrek uit Nederland.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders verwijdert op schriftelijk
verzoek van de ouder met wie door een uitspraak van adoptie de familierechtelijke
betrekkingen tot een kind zijn verbroken, binnen vier weken kosteloos van
de persoonslijst van die ouder de gegevens over dat kind.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders verwijdert op schriftelijk
verzoek van de ingeschrevene binnen vier weken kosteloos van de persoonslijst
van de ingeschrevene de algemene gegevens die zijn gewijzigd in verband met
een rechterlijke last tot wijziging van de vermelding van het geslacht in
de akte van geboorte of een verzoek als bedoeld in artikel 80, tweede lid,
voor zover deze gegevens golden vóór de wijziging en het betreft:</al>
              <al>a. gegevens over de naam;</al>
              <al>b. gegevens over het geslacht;</al>
              <al>c. gegevens over het gebruik van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de
eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde
partner.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Artikel 79, vierde lid, is van toepassing op een verzoek als bedoeld in
het eerste, tweede of derde lid. Op een verzoek als bedoeld in het derde lid
is bovendien artikel 79, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders doet van de verwijdering terstond
schriftelijk mededeling aan de verzoeker.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a82">
            <kop>
              <nr>Artikel 82</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders voldoet binnen vier weken kosteloos
aan het verzoek van betrokkene hem betreffende gegevens in de basisadministratie
te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist
dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden
verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders geeft aan het verzoek uitvoering
met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de eerste afdeling van
dit hoofdstuk.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>De termijn, bedoeld in het eerste lid, kan, voor zover noodzakelijk, met
telkens acht weken worden verlengd, indien het verzoek betrekking heeft op
gegevens over de burgerlijke staat of de nationaliteit. Van de verlenging
wordt terstond schriftelijk mededeling gedaan aan de verzoeker.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Artikel 79, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders doet van de uitvoering van
het verzoek terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a83">
            <kop>
              <nr>Artikel 83</nr>
            </kop>
            <al>Een beslissing van het college van burgemeester en wethouders om:</al>
            <al>a. aan een aangifte geen of slechts ten dele gevolg te geven;</al>
            <al>b. een gegeven over de burgerlijke staat niet op te nemen, dan wel een
geschrift daarover dat als akte is aangeboden niet als zodanig aan te merken;</al>
            <al>c. een gegeven over de nationaliteit niet op te nemen;</al>
            <al>d. ambtshalve over te gaan tot inschrijving, of tot opneming van gegevens
in het geval dat inschrijving of opneming op grond van een aangifte had moeten
geschieden;</al>
            <al>e. bij een opgenomen algemeen gegeven een aantekening over de onjuistheid
van dat gegeven of over de strijdigheid daarvan met de Nederlandse openbare
orde te plaatsen;</al>
            <al>f. niet te voldoen aan een verzoek als bedoeld in de artikelen 79 tot
en met 82, wordt gelijkgesteld met een besluit in de zin van de Algemene wet
bestuursrecht.</al>
          </art>
          <art id="a84">
            <kop>
              <nr>Artikelen 84 en 85</nr>
              <titel status="off">[vervallen]</titel>
            </kop>
          </art>
          <art id="a86">
            <kop>
              <nr>Artikel 86</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Indien de rechter het beroep, ingesteld tegen een besluit als bedoeld
in artikel 83, gegrond verklaart met toepassing van artikel 8:72, vierde lid,
van de Algemene wet bestuursrecht, doet hij dat met inachtneming van het bepaalde
bij of krachtens de eerste afdeling van dit hoofdstuk.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Voor zover een besluit als bedoeld in artikel 83 het Nederlanderschap
betreft, kan de betrokkene zich uitsluitend wenden tot de rechtbank te 's-Gravenhage
met een verzoek als bedoeld in artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a87">
            <kop>
              <nr>Artikel 87</nr>
              <titel status="off">[vervallen]</titel>
            </kop>
          </art>
        </afd>
      </hfdst>
      <hfdst>
        <kop>
          <nr>HOOFDSTUK 3.</nr>
          <titel status="off">DE VERSTREKKING VAN GEGEVENS UIT DE BASISADMINISTRATIE</titel>
        </kop>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 1.</nr>
            <titel status="off">DE VERSTREKKING AAN AFNEMERS</titel>
          </kop>
          <par>
            <kop>
              <nr>Paragraaf 1.</nr>
              <titel status="off">Algemeen</titel>
            </kop>
            <art id="a88">
              <kop>
                <nr>Artikel 88</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Aan een afnemer worden op zijn verzoek de algemene gegevens en de verwijsgegevens
verstrekt die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn taak. Het verzoek
behelst de gronden voor de verstrekking.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Voor zover krachtens het bepaalde in deze afdeling een algemeen gegeven
wordt verstrekt waarbij een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel
54, wordt dat gegeven uitsluitend verstrekt onder mededeling van die aantekening.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Voor zover krachtens het bepaalde in deze afdeling algemene gegevens of
verwijsgegevens aan een afnemer kunnen worden verstrekt, wordt hem op zijn
verzoek slechts mededeling gedaan van daarop betrekking hebbende administratieve
gegevens, voor zover de verzoeker aantoont dat deze gegevens noodzakelijk
zijn voor de vervulling van zijn taak. Geen gegevens worden verstrekt, waaruit
de verstrekking van gegevens uit de basisadministratie aan een afnemer kan
worden afgeleid, voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de veiligheid
van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een nadere regeling worden
getroffen welke afnemers het betreft en in verband met welke aan deze afnemers
opgedragen wettelijke taken het niet vermelden van het gegeven over de verstrekking
noodzakelijk is.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Voor zover krachtens het bepaalde in deze afdeling gegevens aan een afnemer
kunnen worden verstrekt, wordt hem op zijn verzoek een gewaarmerkt afschrift
van de in het verzoek aangewezen gegevens verstrekt.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a89">
              <kop>
                <nr>Artikel 89</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>De bijzondere gegevens, bedoeld in artikel 34, eerste lid, letter b, onder
1°, worden, voor zover noodzakelijk voor de vervulling van de taak van
de betrokken afnemer, uitsluitend en op zijn verzoek aan een van de volgende
afnemers verstrekt:</al>
                <al>a. afnemers die betrokken zijn bij de uitvoering van de Paspoortwet;</al>
                <al>b. afnemers die belast zijn met de opsporing of vervolging van strafbare
feiten;</al>
                <al>c. de directie van het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>De bijzondere gegevens, bedoeld in artikel 34, eerste lid, letter b, onder
2°, worden uitsluitend en op zijn verzoek verstrekt aan een afnemer die
betrokken is bij de uitvoering van de Kieswet of van andere bij of krachtens
wet gegeven regelingen betreffende verkiezingen, voor zover noodzakelijk voor
de uitvoering van deze regelingen.</al>
              </lid>
            </art>
          </par>
          <par>
            <kop>
              <nr>Paragraaf 2.</nr>
              <titel status="off">Buitengemeentelijke afnemers</titel>
            </kop>
            <art id="a90">
              <kop>
                <nr>Artikel 90</nr>
              </kop>
              <al>Aan een buitengemeentelijke afnemer wordt geen rechtstreekse toegang verleend
tot de basisadministratie.</al>
            </art>
            <art id="a91">
              <kop>
                <nr>Artikel 91</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden wijzen van systematisch
verstrekken van gegevens aan buitengemeentelijke afnemers geregeld, die alleen
kunnen geschieden op grond van een besluit van Onze Minister.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Onze Minister neemt een besluit op verzoek van een buitengemeentelijke
afnemer. In het verzoek wordt vermeld op welke gegevens het verzoek betrekking
heeft.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Bij het besluit wordt in ieder geval bepaald over welke categorieën
van personen gegevens worden verstrekt, welke gegevens het betreft en in welke
gevallen gegevens worden verstrekt.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Bij de bepaling van de gegevens die systematisch worden verstrekt, worden
de gegevens opgenomen die in het verzoek zijn vermeld voor zover:</al>
                <al>a. aan de afnemer overeenkomstig de artikelen 88 of 89 de desbetreffende
gegevens kunnen worden verstrekt,</al>
                <al>b. het voor de goede vervulling van de taak van de afnemer noodzakelijk
is dat de verstrekking op systematische wijze plaats vindt en</al>
                <al>c. het verzoek zijn grond vindt in de uitvoering van een algemeen verbindend
voorschrift of in de taak tot het verwerken van persoonsgegevens op een wijze
die toelaatbaar is ingevolge de Wet bescherming persoonsgegevens.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>Aan het besluit kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden in
het belang van een zorgvuldige en een doelmatige gegevensverstrekking.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>6.</nr>
                <al>Onze Minister legt het besluit zo spoedig mogelijk ter inzage. Van de
terinzagelegging wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Daarbij wordt
vermeld op welke afnemer het besluit betrekking heeft.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>7.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld
worden omtrent de indiening van het verzoek en de bekendmaking van het besluit.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>8.</nr>
                <al>Aan de afnemer worden gegevens verstrekt op grond van het besluit, onverminderd
de verstrekking die op grond van de artikelen 88 en 89 plaats kan vinden.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a92">
              <kop>
                <nr>Artikel 92</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>De verstrekking van gegevens, bedoeld in artikel 91, geschiedt over het
in artikel 4 bedoelde netwerk.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Onze Minister kan in een besluit als bedoeld in artikel 91 bepalen dat
de verstrekking op een andere wijze geschiedt, indien naar zijn oordeel de
doelmatigheid of een gewichtig belang van de afnemer zich verzet tegen verstrekking
over het netwerk.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>De afnemer is slechts gerechtigd tot de ontvangst van de gegevens over
het netwerk indien hij in het bezit is van een toestemming als bedoeld in
artikel 17 of in artikel 22.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a93">
              <kop>
                <nr>Artikel 93</nr>
              </kop>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen beperkingen gesteld
worden aan de bevoegdheid tot het systematisch verstrekken van gegevens aan
buitengemeentelijke afnemers op andere wijzen dan overeenkomstig het bepaalde
in artikel 91.</al>
            </art>
            <art id="a94">
              <kop>
                <nr>Artikel 94</nr>
              </kop>
              <al>Indien het voor de vervulling van de taak van een buitengemeentelijke
afnemer noodzakelijk is dat aan hem door een andere instantie op systematische
wijze persoonsgegevens worden verstrekt, en deze gegevens overeenkomstig de
artikelen 88 en 89 uit de basisadministraties aan hem verstrekt kunnen worden,
dient de afnemer een verzoek in als bedoeld in artikel 91.</al>
            </art>
            <art id="a95">
              <kop>
                <nr>Artikel 95</nr>
              </kop>
              <al>De verstrekking van gegevens aan een buitengemeentelijke afnemer geschiedt
kosteloos, onverminderd het bepaalde in en krachtens artikel 5.</al>
            </art>
          </par>
          <par>
            <kop>
              <nr>Paragraaf 3.</nr>
              <titel status="off">Binnengemeentelijke afnemers</titel>
            </kop>
            <art id="a96">
              <kop>
                <nr>Artikel 96</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Bij of krachtens gemeentelijke verordening worden de systematische verstrekking
van gegevens aan binnengemeentelijke afnemers, de toegang van die afnemers
tot de basisadministratie alsmede de verbanden tussen de basisadministratie
en andere gegevensverzamelingen van de gemeente geregeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Aan het regionale politiekorps worden door het bestuur van de gemeente
die behoort tot de regio van het desbetreffende korps, op verzoek op dezelfde
voet als aan de binnengemeentelijke afnemers gegevens verstrekt.</al>
              </lid>
            </art>
          </par>
        </afd>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 2.</nr>
            <titel status="off">DE VERSTREKKING AAN DERDEN</titel>
          </kop>
          <art id="a97">
            <kop>
              <nr>Artikel 97</nr>
            </kop>
            <al>Aan een derde wordt geen rechtstreekse toegang verleend tot de basisadministratie.</al>
          </art>
          <art id="a98">
            <kop>
              <nr>Artikel 98</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Aan een derde wordt op schriftelijk verzoek een gewaarmerkt afschrift
verstrekt van de algemene gegevens en de verwijsgegevens voor zover de verstrekking
van die gegevens is voorgeschreven in een algemeen verbindend voorschrift,
dan wel voor zover die gegevens noodzakelijk zijn in verband met de uitvoering
van een algemeen verbindend voorschrift en worden gevraagd door een derde
die uit hoofde van ambt of beroep gewoonlijk met gerechtelijke werkzaamheden
is belast. Het verzoek behelst de gronden voor de verstrekking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Bij een verstrekking op grond van het eerste lid wordt het administratienummer
niet verstrekt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Artikel 88, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a99">
            <kop>
              <nr>Artikel 99</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een regeling worden
getroffen omtrent de systematische verstrekking van algemene en verwijsgegevens
aan pensioenfondsen, verzekeraars die overeenkomstig een wettelijke regeling
betreffende pensioenvoorzieningen belast zijn met de uitvoering van pensioenregelingen,
spaarfondsen en fondsen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden,
alsmede aan kredietinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en beleggingsinstellingen
die aanspraken van gerechtigden op, al dan niet op termijn opvorderbare gelden,
effecten of goederen op de instelling of verzekeraar moeten honoreren, voor
zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun bovengenoemde
taak en voor zover de verstrekking haar grond vindt in de uitvoering van een
algemeen verbindend voorschrift dan wel in het verwerken van persoonsgegevens
op een wijze die toelaatbaar is ingevolge de Wet bescherming persoonsgegevens.
De maatregel bepaalt welke fondsen, verzekeraars en instellingen voor de verstrekking in
aanmerking komen. Artikel 88, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige
toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een regeling worden
getroffen omtrent de systematische verstrekking van algemene en verwijsgegevens
over de naam, de geslachtsnaam van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de
geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner, het gebruik door
de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot,
de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner, het adres,
de gemeente van inschrijving, de geboortedatum, de datum van overlijden en
het administratienummer aan één samenwerkingsverband van kerkgenootschappen
of andere genootschappen op geestelijke grondslag, voor zover deze gegevens
noodzakelijk zijn voor het verwerken van persoonsgegevens betreffende de tot
de genootschappen behorende leden op een wijze die toelaatbaar is ingevolge
de Wet bescherming persoonsgegevens. De maatregel bepaalt welk samenwerkingsverband
voor de verstrekking in aanmerking komt. Artikel 88, tweede en derde lid,
is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een regeling worden
getroffen omtrent de systematische verstrekking van algemene en verwijsgegevens
aan instellingen en voorzieningen voor onderwijs, gezondheidszorg en maatschappelijke
dienstverlening, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling
van hun taak en voor zover de verstrekking haar grond vindt in de uitvoering
van een algemeen verbindend voorschrift dan wel in het verwerken van persoonsgegevens
op een wijze die toelaatbaar is ingevolge de Wet bescherming persoonsgegevens.
De maatregel bepaalt welke instellingen en voorzieningen voor de verstrekking
in aanmerking komen. Artikel 88, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige
toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een regeling worden
getroffen omtrent de systematische verstrekking van algemene en verwijsgegevens
aan de Stichting Centraal Bureau voor Genealogie, voor zover deze gegevens
noodzakelijk zijn voor de bijhouding van een registratie betreffende overleden
personen. Artikel 88, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>In de regeling, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, worden
regels gesteld over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>6.</nr>
              <al>De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het
eerste tot en met het vierde lid, wordt niet eerder gedaan dan dertig dagen
nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>7.</nr>
              <al>De verstrekking van gegevens overeenkomstig het eerste tot en met het
vierde lid, kan alleen geschieden op grond van een besluit van Onze Minister.
Artikel 91, tweede, derde en vijfde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige
toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>8.</nr>
              <al>Aan een in dit artikel bedoelde derde worden gegevens verstrekt op grond
van het besluit, onverminderd de verstrekking die op grond van de artikelen
98 en 100 plaats kan vinden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>9.</nr>
              <al>Op het verstrekken van gegevens krachtens dit artikel zijn de artikelen
92 en 95 van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a100">
            <kop>
              <nr>Artikel 100</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>In andere gevallen dan bedoeld in de artikelen 98 en 99 kan, voor zover
daarin bij of krachtens gemeentelijke verordening is voorzien, verstrekking
van gegevens plaatsvinden aan:</al>
              <al>a. rechtspersonen zonder winstoogmerk, voor zover de verstrekking noodzakelijk
is in het belang van de bescherming van de betrokkene of van de rechten en
vrijheden van anderen, waarbij wordt nagegaan of de verstrekking wordt gerechtvaardigd
door een dringende maatschappelijke behoefte, in een juiste verhouding staat
tot het doel waarvoor de gegevens worden gevraagd en dit doel niet op een
minder ingrijpende wijze kan worden bereikt;</al>
              <al>b. natuurlijke personen, ten behoeve van een persoonlijk, niet-commercieel
belang, met voorafgaande schriftelijke toestemming van de ingeschrevene van
wie gegevens worden verstrekt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>De verstrekking kan uitsluitend betrekking hebben op algemene en verwijsgegevens
over de naam, de geslachtsnaam van de echtgenoot dan wel geregistreerde partner,
de eerdere echtgenoot of eerdere geregistreerde partner, het gebruik door
de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot dan wel geregistreerde
partner, de eerdere echtgenoot of eerdere geregistreerde partner, het adres,
de gemeente van inschrijving, de geboortedatum en de datum van overlijden.
Artikel 88, tweede lid, is van toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Op een verstrekking als bedoeld in dit artikel, is artikel 76 van de Wet
bescherming persoonsgegevens van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </art>
        </afd>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 2A.</nr>
            <titel status="off">DE VERSTREKKING AAN DERDEN IN DE NEDERLANDSE ANTILLEN EN ARUBA</titel>
          </kop>
          <art id="a100a">
            <kop>
              <nr>Artikel 100a</nr>
            </kop>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een regeling worden
getroffen omtrent de verstrekking van algemene, bijzondere en verwijsgegevens
aan een verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie
in de Nederlandse Antillen of Aruba.</al>
          </art>
        </afd>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 3.</nr>
            <titel status="off">DE RECHTEN VAN DE BURGER</titel>
          </kop>
          <art id="a101">
            <kop>
              <nr>Artikel 101</nr>
            </kop>
            <al>De verstrekking aan de betrokkene van hem betreffende gegevens geschiedt
ingevolge artikel 79.</al>
          </art>
          <art id="a102">
            <kop>
              <nr>Artikel 102</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders geeft aan het schriftelijke
verzoek van de betrokkene om in de gevallen, bedoeld in de artikelen 98, 99,
tweede lid, of 100, geen gegevens die opgenomen zijn op zijn persoonslijst
of hem betreffende verwijsgegevens en daarmee in verband staande administratieve
gegevens, aan derden te verstrekken, binnen vier weken gevolg en doet daarvan
terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker, onder vermelding van de
geldende regels ter zake. Indien het verzoek bij gelegenheid van een aangifte
van verblijf en adres wordt gedaan, wordt aan dat verzoek op het moment van
de inschrijving gevolg gegeven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>In afwijking van het eerste lid worden omtrent de verzoeker in de gevallen,
bedoeld in artikel 98, gegevens verstrekt, indien de persoonlijke levenssfeer
daardoor niet onevenredig wordt geschaad.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders maakt de beschikking om krachtens
artikel 98 in afwijking van het eerste lid gegevens te verstrekken, terstond
bekend aan de betrokkene. Het geeft geen uitvoering aan de beschikking binnen
een bij die beschikking gestelde termijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Artikel 79, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders neemt passende maatregelen
om ten minste eens per jaar aan de ingezetenen het recht, bedoeld in het eerste
lid, bekend te maken. De bekendmaking vindt plaats via één of
meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a103">
            <kop>
              <nr>Artikel 103</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders deelt aan de betrokkene op
diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mede of hem betreffende gegevens
in het jaar voorafgaande aan het verzoek uit de basisadministratie zijn verstrekt
aan een afnemer of een derde.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Indien zodanige verstrekking is geschied, doet het college van burgemeester
en wethouders daarvan desverlangd binnen vier weken na ontvangst van het verzoek
schriftelijk mededeling aan verzoeker. Het college van burgemeester en wethouders
kan volstaan met een in algemene termen gestelde mededeling omtrent de verstrekking,
tenzij het belang van de verzoeker daardoor onevenredig wordt geschaad.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders voldoet niet aan het in het
eerste en tweede lid bedoelde verzoek, voor zover dit noodzakelijk is in het
belang van de veiligheid van de staat of de voorkoming, opsporing en vervolging
van strafbare feiten. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan
een nadere regeling worden getroffen welke afnemers het betreft en in verband
met welke aan deze afnemers opgedragen wettelijke taken het niet voldoen aan
het verzoek noodzakelijk is</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Artikel 79, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a104">
            <kop>
              <nr>Artikel 104</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders doet op schriftelijk verzoek
van de betrokkene, indien op grond van het verzoek, bedoeld in de artikelen
81 en 82, een besluit als bedoeld in artikel 83, dan wel de uitspraak van
de rechter, bedoeld in artikel 86, ten aanzien van hem gegevens zijn verbeterd,
aangevuld of verwijderd, van de verbetering, de aanvulling of de verwijdering
mededeling aan afnemers en derden aan wie in het jaar voorafgaand aan het
verzoek en in de sedert dat verzoek verstreken tijd, de desbetreffende gegevens
zijn verstrekt, tenzij dit onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning
kost.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Het verzoek, bedoeld in het eerste lid, kan de betrokkene aan het college
van burgemeester en wethouders richten tot uiterlijk acht weken nadat hij
van de verbetering, de aanvulling of de verwijdering, kennis heeft kunnen
nemen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders doet aan de verzoeker desgevraagd
opgave van degenen aan wie de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan.
Artikel 103, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Artikel 79, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a105">
            <kop>
              <nr>Artikel 105</nr>
            </kop>
            <al>Een beslissing van het college van burgemeester en wethouders op een verzoek
als bedoeld in de artikelen 102, eerste lid, 103 en 104 wordt gelijkgesteld
met een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.</al>
          </art>
          <art id="a106">
            <kop>
              <nr>Artikel 106</nr>
              <titel status="off">[vervallen]</titel>
            </kop>
          </art>
        </afd>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 4.</nr>
            <titel status="off">OVERIGE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <art id="a107">
            <kop>
              <nr>Artikel 107</nr>
            </kop>
            <al>De ingezetene wordt voor de toepassing van enig algemeen verbindend bestuursrechtelijk
voorschrift, voor zover bij of krachtens de wet niet anders is bepaald, geacht
zijn woonplaats te hebben op het woonadres dat is vermeld op zijn persoonslijst,
behoudens bewijs van het tegendeel.</al>
          </art>
          <art id="a108">
            <kop>
              <nr>Artikel 108</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het administratienummer wordt buiten de gevallen, bedoeld in de artikelen
99 en 100a, niet door een derde gebruikt. In een geval als bedoeld in artikel
99 wordt het administratienummer slechts door de derde gebruikt, voor zover
dit noodzakelijk is voor een doelmatige verstrekking van de desbetreffende
gegevens uit de basisadministraties aan de derde.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Het administratienummer wordt door een afnemer niet medegedeeld aan derden.
Het administratienummer wordt door een derde als bedoeld in artikel 99, niet
medegedeeld aan afnemers of aan andere derden.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>In afwijking van het tweede lid kan Onze Minister van Financiën het
administratienummer mededelen aan een derde als bedoeld in artikel 99, voor
zover:</al>
              <al>a. het administratienummer medegedeeld wordt in verband met de afstemming
van de gegevens van de derde op de gegevens in de basisadministraties en</al>
              <al>b. de mededeling is toegestaan in een ten aanzien van de derde genomen
besluit als bedoeld in artikel 99, zevende lid.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a109">
            <kop>
              <nr>Artikel 109</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Een andere verstrekking van de in de basisadministratie opgenomen persoonsgegevens
dan bedoeld in de afdelingen 1, 2 en 2a van dit hoofdstuk is slechts toegestaan,
voor zover deze plaatsvindt voor historische, statistische of wetenschappelijke
doeleinden, de persoonlijke levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad
en door de ontvanger van de persoonsgegevens de nodige voorzieningen zijn
getroffen ten einde te verzekeren dat de verdere verwerking uitsluitend geschiedt
ten behoeve van deze specifieke doeleinden. Bij of krachtens algemene maatregel
van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de verstrekking van persoonsgegevens
als hier bedoeld en de wijze waarop deze plaatsvindt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt de verstrekking
geregeld van gegevens aan het Centraal Bureau voor de Statistiek. De voordracht
voor de maatregel wordt gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze
Minister van Economische Zaken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Aan het Centraal Bureau voor de Statistiek worden de administratieve gegevens
verstrekt over de nummering van akten van de Nederlandse burgerlijke stand
die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn taak.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Aan het Centraal Bureau voor de Statistiek worden de niet in de basisadministratie
opgenomen gegevens verstrekt die de ambtenaar van de burgerlijke stand ingevolge
bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels aan het college van burgemeester
en wethouders verschaft ten behoeve van het Centraal Bureau voor de Statistiek,
alsmede de gegevens, bedoeld in artikel 65, vierde lid.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a110">
            <kop>
              <nr>Artikel 110</nr>
            </kop>
            <al>Het college van burgemeester en wethouders houdt gedurende het jaar volgend
op de verstrekking aantekening van de verstrekking van gegevens, tenzij de
verstrekking van gegevens in de genoemde periode anderszins is te herleiden
uit de basisadministratie of van de verstrekking ingevolge artikel 103, derde
lid, geen mededeling wordt gedaan.</al>
          </art>
          <art id="a111">
            <kop>
              <nr>Artikel 111</nr>
            </kop>
            <al>Indien op grond van de artikelen 79, derde lid, 88, vierde lid, 98, eerste
lid, of 99, eerste of derde lid, een gewaarmerkt afschrift wordt verstrekt
van gegevens ten aanzien van een vreemdeling op wiens persoonslijst geen actuele
gegevens zijn opgenomen over het verblijfsrecht, dan wordt op dat afschrift
mededeling gedaan van de niet-opneming op de persoonslijst van actuele gegevens
over het verblijfsrecht.</al>
          </art>
        </afd>
      </hfdst>
      <hfdst>
        <kop>
          <nr>HOOFDSTUK 4.</nr>
          <titel status="off">HET VESTIGINGSREGISTER</titel>
        </kop>
        <art id="a112">
          <kop>
            <nr>Artikel 112</nr>
          </kop>
          <al>Onze Minister is de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens
in een vestigingsregister.</al>
        </art>
        <art id="a113">
          <kop>
            <nr>Artikel 113</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Van een persoon worden gegevens opgenomen in het vestigingsregister indien
die persoon:</al>
            <al>a. op grond van artikel 26 wordt ingeschreven in een basisadministratie,</al>
            <al>b. bij de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in de basisadministratie
in de Nederlandse Antillen of Aruba, waar hij laatstelijk als ingezetene was
ingeschreven, aangifte van zijn voorgenomen vestiging in Nederland heeft gedaan,
en door die verantwoordelijke daarvan mededeling wordt gedaan aan het vestigingsregister,
of</al>
            <al>c. aangifte van vertrek heeft gedaan en daarbij meldt te gaan verblijven
in de Nederlandse Antillen of Aruba.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Van een persoon worden geen gegevens in het vestigingsregister opgenomen
indien:</al>
            <al>a. omtrent de betrokkene door een ambtenaar van de burgerlijke stand in
Nederland een geboorteakte is opgemaakt, waarop als geboorteplaats een plaats
in Nederland is vermeld en</al>
            <al>b. bij de inschrijving niet wordt vastgesteld dat de betrokkene verblijf
in het buitenland heeft gehouden.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a114">
          <kop>
            <nr>Artikel 114</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>In het vestigingsregister worden over de in artikel 113, eerste lid, aanhef
en onder a, bedoelde personen uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:</al>
            <al>a. verwijsgegevens:</al>
            <al>1°. gegevens over de naam en de geboorte,</al>
            <al>2°. gegevens over het administratienummer,</al>
            <al>3°. gegevens over het sociaal-fiscaal nummer,</al>
            <al>4°. gegevens over de gemeente van inschrijving;</al>
            <al>b. administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De in het eerste lid onder a, sub 4°, bedoelde verwijsgegevens worden
opgenomen naar de juiste staat van die gegevens bij de inschrijving op grond
van artikel 26.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Een verwijsgegeven dat in het vestigingsregister is opgenomen blijft daarin
opgenomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Als verwijsgegevens worden de gegevens opgenomen die zijn vermeld in bijlage
II, onder B, bij deze wet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke administratieve
gegevens in verband met de verwijsgegevens worden opgenomen. De verwijdering
en de vernietiging van deze gegevens worden bij of krachtens de maatregel
geregeld.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a114a">
          <kop>
            <nr>Artikel 114a</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>In het vestigingsregister worden over de in artikel 113, eerste lid, aanhef
en onder b en c, bedoelde personen de in artikel 34, eerste lid, onderdeel
a, onder 1° tot en met 4°, 6°, 7° en 10°, onderdeel b,
onder 1° en onderdeel c, bedoelde gegevens opgenomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De over een persoon op grond van het eerste lid opgenomen gegevens worden
verwijderd en vernietigd indien:</al>
            <al>a. die persoon op grond van artikel 26 wordt ingeschreven in een basisadministratie,</al>
            <al>b. van de verantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in een basisadministratie
in de Nederlandse Antillen of Aruba bericht is ontvangen dat die persoon aldaar
als ingezetene is ingeschreven, of</al>
            <al>c. een jaar is verstreken na de dag van opneming van de gegevens.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a115">
          <kop>
            <nr>Artikel 115</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onze Minister verstrekt aan een college van burgemeester en wethouders
spontaan of op verzoek zo spoedig mogelijk de inlichtingen die van belang
zijn voor een goede uitvoering van de taak met betrekking tot de bijhouding
van de basisadministratie, of voor zover het betreft de personen bedoeld in
artikel 113, eerste lid, aanhef en onder b, tevens ten behoeve van de uitvoering
van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen andere publiekrechtelijke
taken.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Een college van burgemeester en wethouders verstrekt aan Onze Minister
spontaan of op verzoek zo spoedig mogelijk de inlichtingen die van belang
zijn voor een goede uitvoering van de taak met betrekking tot de bijhouding
van het vestigingsregister.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a116">
          <kop>
            <nr>Artikel 116</nr>
          </kop>
          <al>De artikelen 79, 82, 83 aanhef, onder f en slot, 86, 88, 90 tot en met
95, 97 tot en met 105, 109 en 110 zijn van overeenkomstige toepassing op het
vestigingsregister, met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt
van het college van burgemeester en wethouders.</al>
        </art>
        <art id="a117">
          <kop>
            <nr>Artikel 117</nr>
          </kop>
          <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
omtrent de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging
van het vestigingsregister.</al>
        </art>
        <art id="a118">
          <kop>
            <nr>Artikel 118</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
omtrent heffingen in verband met de verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Op grond van de in het eerste lid bedoelde regels kunnen uitsluitend heffingen
ingesteld worden in verband met de verstrekking van gegevens aan derden, anders
dan de verstrekking overeenkomstig artikel 99 of 100a, en in verband
met de verstrekking aan de betrokkene van hem betreffende gegevens.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a119">
          <kop>
            <nr>Artikel 119</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Onze Minister kan de verantwoordelijkheid voor de verwerking, bedoeld
in artikel 112, overdragen aan het college van burgemeester en wethouders
van een gemeente. De overdracht geschiedt slechts na instemming van het bevoegde
orgaan van de gemeente.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De taken en bevoegdheden die in of krachtens de artikelen 112 tot en met
118 zijn opgedragen en toegekend aan Onze Minister worden uitgevoerd en uitgeoefend
door het college van burgemeester en wethouders, met dien verstande dat:</al>
            <al>a. de bevoegdheid tot het nemen van een besluit als bedoeld in de artikelen
91 en 99 in samenhang met artikel 116, ten aanzien van het systematisch verstrekken
van gegevens uit het vestigingsregister, bij Onze Minister blijft;</al>
            <al>b. de verstrekking van gegevens uit het vestigingsregister aan derden
op grond van artikel 100 in samenhang met artikel 116, door Onze Minister
geregeld wordt;</al>
            <al>c. een bevoegdheid tot het stellen van regels krachtens de artikelen 91,
93, 95, 99, 100a en 109 in samenhang met artikel 116 en krachtens de artikelen
114, 115 en 117, bij Onze Minister blijft.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
over de zorg voor het vestigingsregister door het college van burgemeester
en wethouders. Daarbij worden regels gesteld over het toezicht van Onze Minister
op de uitvoering van de regels, bedoeld in artikel 117.</al>
          </lid>
        </art>
      </hfdst>
      <hfdst>
        <kop>
          <nr>HOOFDSTUK 5.</nr>
          <titel status="off">TOEZICHT, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
        </kop>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 1.</nr>
            <titel status="off">TOEZICHT EN CONTROLE</titel>
          </kop>
          <art id="a120">
            <kop>
              <nr>Artikel 120</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het College bescherming persoonsgegevens ziet in het belang van de bescherming
van de persoonlijke levenssfeer toe op de uitvoering van deze wet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>De krachtens de artikelen 14, eerste lid, 96, eerste lid en 100, eerste
lid, gestelde regels alsmede wijziging daarvan worden bij het College bescherming
persoonsgegevens gemeld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>De artikelen 51, tweede lid, 60, 61 en 65 van de Wet bescherming persoonsgegevens
zijn van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a120a">
            <kop>
              <nr>Artikel 120a</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders laat eens per drie jaar de
uitvoering van de in artikel 6, eerste lid, bedoelde regels alsmede de juistheid
van de in de basisadministratie opgenomen gegevens controleren door een van
de krachtens het tweede lid aangewezen bedrijven.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Onze Minister wijst de bedrijven aan die bevoegd zijn de controle, bedoeld
in het eerste en vijfde lid, uit te voeren.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>3.</nr>
              <al>Het college van burgemeester en wethouders zendt aan Onze Minister een
afschrift van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen
onderdelen van de controleresultaten. Het college van burgemeester en wethouders
maakt deze controleresultaten openbaar. Jaarlijks zendt Onze Minister een
uittreksel van deze controleresultaten aan het College bescherming persoonsgegevens.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>4.</nr>
              <al>Bij regeling van Onze Minister wordt geregeld welke vergoeding van de
kosten van de controle zal plaatsvinden. </al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>5.</nr>
              <al>Indien uit de controle, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat niet voldaan
wordt aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden,
laat het college van burgemeester en wethouders binnen een jaar een hercontrole
uitvoeren op die onderdelen die bij de eerdere controle niet voldeden aan
de gestelde voorwaarden. Het derde lid is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>6.</nr>
              <al>Een hercontrole als bedoeld in het vijfde lid, wordt niet vergoed.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>7.</nr>
              <al>De krachtens het tweede lid aangewezen bedrijven, hebben ten behoeve van
een controle als bedoeld in het eerste of vijfde lid toegang tot de basisadministratie.
Het college van burgemeester en wethouders verleent hiertoe de nodige medewerking.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>8.</nr>
              <al>Een ieder die is betrokken bij een controle als bedoeld in het eerste
of vijfde lid is verplicht tot geheimhouding van de persoonsgegevens waarover
zij de beschikking hebben gekregen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift
hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>9.</nr>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels betreffende
de controle en hercontrole worden gesteld. In ieder geval worden nadere regels
gesteld omtrent de elementen die de controle ten minste moet bevatten.</al>
            </lid>
          </art>
        </afd>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 2.</nr>
            <titel status="off">OVERGANGSBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <par>
            <kop>
              <nr>Paragraaf 1.</nr>
              <titel status="off">De inschrijving in de basisadministratie van de in het persoonsregister
opgenomen personen en de aanleg van persoonslijsten</titel>
            </kop>
            <art id="a121">
              <kop>
                <nr>Artikel 121</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Op de datum van inwerkingtreding van dit artikel vindt inschrijving plaats
van de personen die in het persoonsregister, bedoeld in artikel 26, tweede
lid, onder a, van het Besluit bevolkingsboekhouding (Stb. 1967, 442), zijn
opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Het gemeentebestuur dat op deze datum in het bezit is van een toestemming
als bedoeld in artikel 7, schrijft een persoon in door het aanleggen van een
persoonslijst van de betrokkene en het opnemen van deze lijst in de basisadministratie.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Het gemeentebestuur dat op deze datum nog niet in het bezit is van een
toestemming als bedoeld in artikel 7, schrijft een persoon in door:</al>
                <al>a. het aanleggen van een persoonslijst van de betrokkene en het opnemen
van deze lijst in de basisadministratie, of:</al>
                <al>b. het opnemen in de basisadministratie van de volgende gegevens, voor
zover het de gegevens betreft, bedoeld in artikel 34, eerste lid:</al>
                <al>1°. de gegevens van de betrokkene die zijn vermeld op zijn persoonskaart,
bedoeld in artikel 1 van het Besluit bevolkingsboekhouding;</al>
                <al>2°. het administratienummer van de betrokkene en de postcode;</al>
                <al>3°. de gegevens van de betrokkene die zijn vermeld in een kennisgeving
als bedoeld in artikel 52 van het Besluit bevolkingsboekhouding.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>De op grond van het derde lid, onder b, opgenomen gegevens worden aangemerkt
als de persoonslijst van de betrokkene.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a122">
              <kop>
                <nr>Artikel 122</nr>
              </kop>
              <al>Van iedere overeenkomstig artikel 121, derde lid, onder b, ingeschreven
persoon, wordt voor het ingevolge artikel 6, tweede lid, bepaalde tijdstip,
een persoonslijst aangelegd.</al>
            </art>
            <art id="a123">
              <kop>
                <nr>Artikel 123</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Bij de aanleg van een persoonslijst in een geval als bedoeld in het tweede
lid van artikel 121, of een geval als bedoeld in het derde lid, onder a, van
dat artikel, worden van de betrokkene ten minste de in artikel 34, eerste
lid, bedoelde gegevens opgenomen, voor zover deze kunnen worden ontleend aan
het persoonsregister.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Bij de aanleg van een persoonslijst in een geval als bedoeld in artikel
122, worden van de betrokkene ten minste de gegevens welke zijn opgenomen
in de basisadministratie, op de persoonslijst opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>In afwijking van het eerste lid, behoeven de volgende gegevens niet te
worden opgenomen:</al>
                <al>a. de algemene gegevens over de kinderen die geboren zijn voor 1 januari
1966;</al>
                <al>b. de datums, bedoeld in de volgende onderdelen van bijlage I:</al>
                <al>1°. het onderdeel 1, onder j;</al>
                <al>2°. de onderdelen 2 tot en met 4;</al>
                <al>3°. de onderdelen 7 en 10.</al>
                <al>c. de bij algemene maatregel van bestuur bepaalde bijzondere en administratieve
gegevens.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>In afwijking van het tweede lid, behoeft een in het derde lid bedoeld
gegeven niet te worden opgenomen, tenzij het als persoonslijst aangemerkte
geheel van gegevens met betrekking tot dit gegeven is gewijzigd. In dat geval
dient bij de aanleg de wijziging te worden opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>De gegevens over het administratienummer van de betrokkene en de postcode
worden bij de aanleg op de persoonslijst opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>6.</nr>
                <al>De gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend
worden bij de aanleg op de persoonslijst opgenomen, voor zover zij ontleend
kunnen worden aan het persoonsregister of aan een kennisgeving als bedoeld
in artikel 52 van het Besluit bevolkingsboekhouding.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>7.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
over de opneming van gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling bij
de aanleg van een persoonslijst. Deze regels kunnen afwijken van het bepaalde
in deze afdeling.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>8.</nr>
                <al>De gegevens over het sociaal-fiscaal nummer worden opgenomen overeenkomstig
een regeling van Onze Minister.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>9.</nr>
                <al>Het gemeentebestuur is bevoegd bij de aanleg van een persoonslijst de
gegevens over het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de
echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de eerdere
geregistreerde partner op te nemen overeenkomstig de in de gemeente gebruikelijke
wijze van aanschrijven van de betrokkenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>10.</nr>
                <al>Het gemeentebestuur is bevoegd bij de aanleg van een persoonslijst naast
de gegevens die ingevolge het eerste tot en met het zevende lid worden opgenomen,
oudere gegevens op te nemen, voor zover het gegevens zijn als bedoeld in artikel
34 en mits het betreft:</al>
                <al>a. gegevens die aan enig persoonsregister kunnen worden ontleend;</al>
                <al>b. gegevens over het administratienummer van de betrokkene of de postcode;</al>
                <al>c. gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend,
die ontleend kunnen worden aan enig persoonsregister of aan enige kennisgeving
als bedoeld in artikel 52 van het Besluit bevolkingsboekhouding.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a124">
              <kop>
                <nr>Artikel 124</nr>
              </kop>
              <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld
omtrent de aanleg van persoonslijsten.</al>
            </art>
            <art id="a125">
              <kop>
                <nr>Artikel 125</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Indien een gemeentebestuur gebruik gemaakt heeft van de op grond van artikel
95, derde lid, van het Besluit bevolkingsboekhouding verleende bevoegdheid
om de bijhouding van de persoonskaarten stop te zetten, wordt voor de toepassing
van deze paragraaf het persoonsregister geacht tevens die gegevens te bevatten,
welke het gemeentebestuur op de persoonskaart had moeten vermelden, als de
bijhouding niet was stopgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Bij een eerste inschrijving als bedoeld in artikel 121, derde lid, onder
b, neemt het in het eerste lid bedoelde gemeentebestuur, tevens de in dat
lid bedoelde gegevens op in de basisadministratie, voor zover het gegevens
betreft als bedoeld in artikel 34.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
omtrent de aanleg van persoonslijsten door een gemeentebestuur als bedoeld
in het eerste lid. Deze regels kunnen afwijken van het bepaalde in artikel
123.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a126">
              <kop>
                <nr>Artikel 126</nr>
              </kop>
              <al>In geval van een eerste inschrijving op grond van artikel 26 van een persoon
omtrent wie vóór de inwerkingtreding van dit artikel door een
ambtenaar van de burgerlijke stand in Nederland een geboorteakte is opgemaakt
waarop als geboorteplaats een plaats in Nederland is vermeld, worden over
de betrokkene:</al>
              <al>a. in afwijking van artikel 35, tweede lid, geen gegevens opgenomen in
de in dat lid bedoelde basisadministratie;</al>
              <al>b. zo nodig in afwijking van artikel 113, tweede lid, gegevens opgenomen
in het vestigingsregister overeenkomstig artikel 114.</al>
            </art>
            <art id="a127">
              <kop>
                <nr>Artikel 127</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
in verband met het opnemen van de hierna onder a en b genoemde gegevens in
het vestigingsregister, van de personen die zich vóór de inwerkingtreding
van dit artikel vanuit het buitenland in Nederland hebben gevestigd en die
zijn ingeschreven in een basisadministratie op grond van artikel 121.</al>
                <al>a. verwijsgegevens:</al>
                <al>1°. gegevens over de naam en de geboorte,</al>
                <al>2°. gegevens over het administratienummer,</al>
                <al>3°. gegevens over het sociaal-fiscaal nummer,</al>
                <al>4°. gegevens over de gemeente van inschrijving;</al>
                <al>b. administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
in verband met het opnemen van de in het eerste lid onder a en b genoemde
gegevens in het vestigingsregister, van de personen die zijn ingeschreven
in een basisadministratie op grond van artikel 130.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
in verband met het opnemen van de hierna onder a en b genoemde gegevens in
de basisadministraties, van de personen die zijn ingeschreven in een basisadministratie
op grond van artikel 121 of 130.</al>
                <al>a. verwijsgegevens:</al>
                <al>1°. gegevens over de naam en de geboorte,</al>
                <al>2°. gegevens over het administratienummer,</al>
                <al>3°. gegevens over het sociaal-fiscaal nummer,</al>
                <al>4°. gegevens over de gemeente van inschrijving, over het adres in
die gemeente en over de datum van inschrijving;</al>
                <al>b. administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>De in het derde lid bedoelde regels kunnen afwijken van artikel 35, vijfde
lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>Krachtens het eerste of het tweede lid worden als verwijsgegevens de gegevens
opgenomen die zijn vermeld in bijlage II, onder B, bij deze wet. Een verwijsgegeven
dat krachtens een van die leden in het vestigingsregister is opgenomen blijft
daarin opgenomen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>6.</nr>
                <al>Krachtens het derde lid worden als verwijsgegevens de gegevens opgenomen
die zijn vermeld in bijlage II, onder A, bij deze wet. Een verwijsgegeven
dat krachtens dat lid in een basisadministratie is opgenomen blijft daarin
opgenomen, tenzij de betrokkene in die basisadministratie wordt ingeschreven.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>7.</nr>
                <al>Bij een maatregel als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid wordt
bepaald welke administratieve gegevens in verband met de verwijsgegevens worden
opgenomen. De verwijdering en de vernietiging van deze gegevens worden bij
of krachtens de maatregel geregeld.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a128">
              <kop>
                <nr>Artikel 128</nr>
              </kop>
              <al>Het gemeentebestuur is bevoegd om op de datum van inwerkingtreding van
dit artikel de in het Besluit voorbereiding gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens (Stb. 1990, 539) bedoelde verwijsgegevens en administratieve
gegevens in verband met de verwijsgegevens in de basisadministratie op te
nemen, voor zover de in dat besluit bedoelde basisadministratie op die datum
deze gegevens bevat.</al>
            </art>
            <art id="a129">
              <kop>
                <nr>Artikel 129</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>De gegevens op de persoonskaart vermeld in:</al>
                <al>a. vak 6, voor zover daarmee aangegeven wordt tot welk kerkgenootschap,
vereniging met godsdienstig doel of levensbeschouwelijke groepering de betrokkene
behoort en:</al>
                <al>b. vak 23; worden, voor zover dit door Onze Minister is bepaald, bij de
inschrijving, bedoeld in artikel 121, opgenomen op de persoonslijst van de
betrokkene.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Een gegeven uit vak 6 van de persoonskaart wordt binnen drie jaren na
de inwerkingtreding van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in
artikel 99, tweede lid, doch in ieder geval binnen vijf jaren na de inwerkingtreding
van dit artikel van de persoonslijst van de betrokkene verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Een gegeven uit vak 23 van de persoonskaart wordt voor een door Onze Minister
te bepalen tijdstip van de persoonslijst van de betrokkene verwijderd.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>De verwijdering en de vernietiging van deze gegevens worden bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur geregeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>Een op de persoonslijst opgenomen gegeven uit vak 6 van de persoonskaart
wordt slechts eenmaal gebruikt ten behoeve van de eerste gegevensverstrekking
overeenkomstig de bepalingen van deze wet aan de derde, bedoeld in artikel
99, tweede lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>6.</nr>
                <al>Een op de persoonslijst opgenomen gegeven uit vak 23 van de persoonskaart,
betreffende de codering van de afnemer, wordt slechts eenmaal gebruikt ten
behoeve van de eerste gegevensverstrekking overeenkomstig de bepalingen van
deze wet aan de desbetreffende afnemer.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>7.</nr>
                <al>Een gegeven uit vak 6 van de persoonskaart wordt, tenzij bij een verstrekking
als bedoeld in artikel 99, tweede lid, niet opgenomen in enig overeenkomstig
de bepalingen van deze wet te verstrekken afschrift.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a130">
              <kop>
                <nr>Artikelen 130 t/m 132</nr>
                <titel status="off">[vervallen]</titel>
              </kop>
            </art>
            <art id="a133">
              <kop>
                <nr>Artikel 133</nr>
              </kop>
              <al>Bij een eerste inschrijving als bedoeld in deze paragraaf, is het gemeentebestuur
bevoegd de gegevens over de gemeente van inschrijving en het adres in die
gemeente, alsmede over het verblijf in Nederland en het vertrek uit Nederland,
op te nemen overeenkomstig de gegevens in het persoonsregister.</al>
            </art>
          </par>
          <par>
            <kop>
              <nr>Paragraaf 2.</nr>
              <titel status="off">De invoering van de automatisering</titel>
            </kop>
            <art id="a134">
              <kop>
                <nr>Artikel 134</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>De verplichting, vermeld in artikel 2, tot het op geautomatiseerde wijze
houden van de basisadministratie treedt in werking op het tijdstip dat bepaald
is ingevolge artikel 6, tweede lid.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent de technische en administratieve inrichting en werking en de beveiliging
van de basisadministratie waarvoor het in artikel 2 bedoelde college van burgemeester
en wethouders niet de beschikking heeft over een toestemming als bedoeld in
artikel 7 of in artikel 13.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent de systematische verstrekking van gegevens op grond van de artikelen
91 en 99 door het in het tweede lid bedoelde college van burgemeester en wethouders.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a135">
              <kop>
                <nr>Artikel 135</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent de uitwisseling van gegevens tussen een afnemer of een derde als bedoeld
in artikel 99 enerzijds en Onze Minister van Financiën anderzijds, in
verband met de afstemming van de gegevens van de afnemer of de derde op de
gegevens in de basisadministraties. Daarbij kunnen regels gesteld worden omtrent
de verrekening van de kosten van deze gegevensuitwisseling.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent de aanleg, de instandhouding en de werking van voorzieningen ten behoeve
van de overdracht van berichten in verband met de uitvoering van de bepalingen
bij of krachtens deze wet omtrent de gemeentelijke basisadministratie van
persoonsgegevens, voor zover deze berichten niet over het in artikel 4 bedoelde
netwerk worden verzonden of ontvangen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het
eerste lid wordt gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister
van Financiën.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>De in het eerste en het tweede lid bedoelde regels vervallen in ieder
geval vijf jaren na de inwerkingtreding van dit artikel.</al>
              </lid>
            </art>
          </par>
          <par>
            <kop>
              <nr>Paragraaf 3.</nr>
              <titel status="off">De bestaande registers</titel>
            </kop>
            <art id="a136">
              <kop>
                <nr>Artikel 136</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders is ten behoeve van de uitvoering
van deze wet tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen datum de
verantwoordelijke voor de verwerking van persoons-gegevens in het persoonsregister.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
omtrent de in het eerste lid bedoelde verwerking van persoonsgegevens. Daarbij
kan worden bepaald dat het persoonsregister op een andere wijze dan in de
vorm van persoonskaarten kan worden aangehouden en kan de vernietiging van
de persoonskaarten worden geregeld.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Uit het persoonsregister worden geen andere gegevens verstrekt dan:</al>
                <al>a. gegevens als bedoeld in artikel 34;</al>
                <al>b. gegevens uit vak 23 van de persoonskaart.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Op de verstrekking, bedoeld in het derde lid, is hoofdstuk 3, met uitzondering
van de artikelen 91, 92, 94 en 99, van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>5.</nr>
                <al>Afdeling 4 van hoofdstuk 2 is, met uitzondering van de artikelen 78 en
80, van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a137">
              <kop>
                <nr>Artikel 137</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders is ten behoeve van de uitvoering
van deze wet tot een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen datum de
verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in het archiefregister.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Artikel 136, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a138">
              <kop>
                <nr>Artikel 138</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Onze Minister is ten behoeve van de uitvoering van deze wet tot een bij
algemene maatregel van bestuur te bepalen datum de verantwoordelijke voor
de verwerking van persoonsgegevens in het centraal bevolkingsregister, bedoeld
in artikel 26, derde lid, onder a, van het Besluit bevolkingsboekhouding.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Onze Minister kan de verantwoordelijkheid voor de verwerking, bedoeld
in het eerste lid, overdragen aan het college van burgemeester en wethouders
van een gemeente. De overdracht geschiedt slechts na instemming van het bevoegde
orgaan van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Artikel 136, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a139">
              <kop>
                <nr>Artikel 139</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Onze Minister is ten behoeve van de uitvoering van deze wet tot een bij
algemene maatregel van bestuur te bepalen datum de verantwoordelijke voor
de verwerking van persoonsgegevens in het persoonskaartenarchief en het schakelregister,
bedoeld in artikel 26, derde lid, onder b en c, van het Besluit bevolkingsboekhouding.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Onze Minister kan de verantwoordelijkheid voor de verwerking, bedoeld
in het eerste lid, overdragen aan het college van burgemeester en wethouders
van een gemeente. De overdracht geschiedt slechts na instemming van het bevoegde
orgaan van de gemeente.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Ten aanzien van het persoonskaartenarchief is artikel 136, tweede tot
en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Ten aanzien van het schakelregister is artikel 136, tweede, vierde en
vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a140">
              <kop>
                <nr>Artikel 140</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>De gegevens die zijn opgenomen in het schakelregister kunnen ten behoeve
van de uitvoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
en van andere wetten door de Sociale verzekeringsbank, ter beschikking worden
gesteld aan de Sociale verzekeringsbank.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>De Sociale verzekeringsbank gebruikt de gegevens slechts ten behoeve van
de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde wetten.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>De Sociale verzekeringsbank deelt de gegevens niet mee aan andere afnemers
of aan derden, behalve als mededeling wordt vereist ingevolge een wettelijk
voorschrift of geschiedt met toestemming van de geregistreerde.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>4.</nr>
                <al>Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent de terbeschikkingstelling
van de gegevens.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a141">
              <kop>
                <nr>Artikel 141</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Bij de eerste inschrijving van een persoon van wie in het persoonskaartenarchief
een persoonskaart is opgenomen, kan het college van burgemeester
en wethouders op de persoonslijst op te nemen gegevens ontlenen aan de desbetreffende
persoonskaart. Bij het ontlenen van gegevens over de kinderen van de betrokkene
geeft het college van burgemeester en wethouders geen toepassing aan artikel
38.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Onze Minister, of het in artikel 139, tweede lid, bedoelde college van
burgemeester en wethouders, verstrekt op verzoek van het in het eerste lid
bedoelde college van burgemeester en wethouders de gegevens die zijn vermeld
op de desbetreffende persoonskaart. Deze gegevens blijven berusten bij het
college van burgemeester en wethouders aan wie ze zijn verstrekt. Artikel
136 is van overeenkomstige toepassing.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a142">
              <kop>
                <nr>Artikel 142</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Er is een centraal archief van overledenen, bestaande uit de persoonskaarten,
bedoeld in artikel 69, tweede lid, van het Besluit bevolkingsboekhouding.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Onze Minister is de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens
in het centraal archief van overledenen, bedoeld in het eerste lid. Hij treft
een regeling ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a143">
              <kop>
                <nr>Artikel 143</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld
omtrent heffingen in verband met de verstrekking van gegevens uit de hierna
genoemde registraties, voor zover Onze Minister de verantwoordelijke is voor
de verwerking van persoonsgegevens in deze registraties:</al>
                <al>a. [vervallen];</al>
                <al>b. het centraal bevolkingsregister;</al>
                <al>c. het persoonskaartenarchief;</al>
                <al>d. het schakelregister;</al>
                <al>e. het centraal archief van overledenen.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Op grond van de in het eerste lid bedoelde regels kunnen uitsluitend heffingen
ingesteld worden in verband met de verstrekking van gegevens aan derden, anders
dan de verstrekking overeenkomstig artikel 99, en in verband met de verstrekking
aan de betrokkene van hem betreffende gegevens.</al>
              </lid>
            </art>
          </par>
          <par>
            <kop>
              <nr>Paragraaf 4.</nr>
              <titel status="off">Overige bepalingen</titel>
            </kop>
            <art id="a144">
              <kop>
                <nr>Artikel 144</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Feiten die hebben plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van dit artikel
en die van belang zijn voor de bijhouding van gegevens in of de verstrekking
van gegevens uit de voor die inwerkingtreding gehouden bevolkingsregisters,
worden afgewikkeld op de voet van het Besluit bevolkingsboekhouding, tenzij
de desbetreffende gegevens op grond van deze wet worden opgenomen in of verstrekt
uit de basisadministraties.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld
worden omtrent de uitvoering van het eerste lid.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a145">
              <kop>
                <nr>Artikel 145</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Een twistgeding als uitvloeisel van een beroep als bedoeld in artikel
107 van het Besluit bevolkingsboekhouding dat op de datum van inwerkingtreding
van dit artikel nog niet is geëindigd, wordt op de voet van dat artikel
voortgezet.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Geschillen omtrent of voortvloeiend uit de toepassing van het Besluit
bevolkingsboekhouding die op de datum van inwerkingtreding van dit artikel
aanhangig zijn, worden op de voet van artikel 108 van genoemd besluit beslist.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a146">
              <kop>
                <nr>Artikel 146</nr>
              </kop>
              <lid>
                <nr>1.</nr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders behoeft, in afwijking van hetgeen
daarover krachtens artikel 6 en in artikel 110 is bepaald, geen aantekening
te houden van de verstrekking van gegevens aan buitengemeentelijke afnemers
en aan derden als bedoeld in artikel 99 voor zover:</al>
                <al>a. de verstrekking niet plaatsvindt op grond van een besluit als bedoeld
in artikel 91, eerste lid, of artikel 99, zevende lid, en</al>
                <al>b. het college van burgemeester en wethouders ten tijde van de verstrekking
redelijkerwijs mag aannemen, dat het belang van degene over wie gegevens worden
verstrekt niet onevenredig zal worden geschaad door geen aantekening te houden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>2.</nr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan, bij het doen van een in
artikel 103 bedoelde mededeling omtrent de verstrekking van gegevens uit de
basisadministratie, volstaan met een in algemene termen gestelde mededeling
omtrent de verstrekking, indien van de verstrekking overeenkomstig het eerste
lid geen aantekening is gehouden.</al>
              </lid>
              <lid>
                <nr>3.</nr>
                <al>Het college van burgemeester en wethouders kan slechts toepassing geven
aan het eerste lid gedurende drie jaren na de inwerkingtreding van dit artikel.</al>
              </lid>
            </art>
            <art id="a146a">
              <kop>
                <nr>Artikel 146a</nr>
              </kop>
              <al>Een persoon die op de datum van inwerkingtreding van dit artikel op grond
van artikel 17, tweede lid, onder b, van het Besluit bevolkingsboekhouding
niet in een persoonsregister is opgenomen, wordt gelijkgesteld met een persoon
ten aanzien van wie een aanwijzing als bedoeld in artikel 32 van kracht is.</al>
            </art>
          </par>
        </afd>
        <afd>
          <kop>
            <nr>AFDELING 3.</nr>
            <titel status="off">STRAF- EN SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <art id="a147">
            <kop>
              <nr>Artikel 147</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Overtreding van de artikelen 65, 66, 67, vijfde lid, 68, 69, 70, 71, 72,
75 en 76 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete
van de tweede categorie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>De in het eerste lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a148">
            <kop>
              <nr>Artikel 148</nr>
            </kop>
            <al>De termijn, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995,
(Stb. 276), vangt aan bij degene die op de dag van zijn overlijden ingezetene
is, op die dag, en bij degene die na vertrek uit Nederland op de dag vallende
honderd jaar na de geboorte niet-ingezetene is, op die dag.</al>
          </art>
          <art id="a149">
            <kop>
              <nr>Artikel 149</nr>
              <titel status="off">[Vervallen]</titel>
            </kop>
          </art>
          <art id="a150">
            <kop>
              <nr>Artikel 150</nr>
            </kop>
            <al>De Wet bevolkings- en verblijfregisters (Stb. 1948, I 393) wordt ingetrokken.</al>
          </art>
          <art id="a151">
            <kop>
              <nr>Artikel 151</nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1.</nr>
              <al>Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
waarbij bepaalde artikelen of onderdelen daarvan kunnen worden uitgezonderd.
Deze artikelen en onderdelen treden in werking op een nader bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip.</al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2.</nr>
              <al>Voor de bekendmaking van deze wet stelt Onze Minister de nummering van
de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van deze wet opnieuw
vast en brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen, paragrafen,
afdelingen en hoofdstukken daarmee in overeenstemming.</al>
            </lid>
          </art>
          <art id="a152">
            <kop>
              <nr>Artikel 152</nr>
            </kop>
            <al>Deze wet kan worden aangehaald als: Wet gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens.</al>
          </art>
        </afd>
      </hfdst>
      <bijlage id="b1">
        <kop>
          <titel status="off">Bijlage I</titel>
        </kop>
        <al>De algemene gegevens</al>
        <witreg></witreg>
        <al>1. Gegevens over de burgerlijke staat</al>
        <witreg></witreg>
        <al>a. Naam:</al>
        <al>geslachtsnaam;</al>
        <al>voornamen;</al>
        <al>adellijke titel of predikaat.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>b. Geboorte:</al>
        <al>geboortedatum;</al>
        <al>geboorteplaats;</al>
        <al>geboorteland en zo nodig gebiedsdeel.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>c. Geslacht.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>d. Ouders:</al>
        <al>geslachtsnaam;</al>
        <al>voornamen;</al>
        <al>adellijke titel of predikaat;</al>
        <al>geslacht;</al>
        <al>geboortedatum;</al>
        <al>geboorteplaats;</al>
        <al>geboorteland en zo nodig gebiedsdeel.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>e. Huwelijk dan wel geregistreerd partnerschap en eerdere huwelijken of
eerdere geregistreerde partnerschappen:</al>
        <al>datum huwelijkssluiting of datum aangaan geregistreerd partnerschap;</al>
        <al>plaats huwelijkssluiting of plaats aangaan geregistreerd partnerschap;</al>
        <al>land en zo nodig gebiedsdeel huwelijkssluiting of aangaan geregistreerd
partnerschap;</al>
        <al>huwelijksontbinding of ontbinding geregistreerd partnerschap en reden
daarvan, dan wel nietigverklaring huwelijk of geregistreerd partnerschap;</al>
        <al>datum ontbinding, dan wel nietigverklaring huwelijk of geregistreerd partnerschap;</al>
        <al>plaats ontbinding, dan wel nietigverklaring huwelijk of geregistreerd
partnerschap;</al>
        <al>land en zo nodig gebiedsdeel ontbinding, dan wel nietigverklaring huwelijk
of geregistreerd partnerschap.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>f. Echtgenoot dan wel geregistreerd partner en eerdere echtgenoten of
geregistreerde partners;</al>
        <al>geslachtsnaam;</al>
        <al>voornamen;</al>
        <al>adellijke titel of predikaat;</al>
        <al>geslacht;</al>
        <al>geboortedatum;</al>
        <al>geboorteplaats;</al>
        <al>geboorteland en zo nodig gebiedsdeel.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>g. Kinderen:</al>
        <al>geslachtsnaam;</al>
        <al>voornamen;</al>
        <al>adellijke titel of predikaat;</al>
        <al>geboortedatum;</al>
        <al>geboorteplaats;</al>
        <al>geboorteland en zo nodig gebiedsdeel.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>h. Overlijden:</al>
        <al>overlijdensdatum;</al>
        <al>plaats overlijden;</al>
        <al>land en zo nodig gebiedsdeel overlijden.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>i. Data ingang en beëindiging rechtsgeldigheid gegevens:</al>
        <al>datum ingang rechtsgeldigheid;</al>
        <al>datum beëindiging rechtsgeldigheid.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>2. Gegevens over curatele</al>
        <witreg></witreg>
        <al>curatele;</al>
        <al>datum ingang rechtsgeldigheid curatele;</al>
        <al>datum beëindiging rechtsgeldigheid curatele.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>3. Gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend</al>
        <al>de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene uitsluitend door één
ouder wordt uitgeoefend;</al>
        <al>de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene door beide ouders wordt
uitgeoefend;</al>
        <al>de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene door een ouder en een
derde wordt uitgeoefend;</al>
        <al>de aantekening dat het gezag over de ingeschrevene door één
derde of twee derden tezamen wordt uitgeoefend, dan wel dat over de ingeschrevene
tijdelijke of voorlopige voogdij wordt uitgeoefend;</al>
        <al>datum ingang rechtsgeldigheid gegeven;</al>
        <al>datum beëindiging rechtsgeldigheid gegeven.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>4. Gegevens over de nationaliteit</al>
        <witreg></witreg>
        <al>nationaliteit of nationaliteiten, dan wel een aanduiding dat de betrokkene
geen nationaliteit bezit, of een aanduiding dat de nationaliteit van de betrokkene
niet kan worden vastgesteld;</al>
        <al>de aantekening dat op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap
is vastgesteld dat de betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit bezit;</al>
        <al>de aantekening dat de betrokkene op grond van de Wet betreffende de positie
van Molukkers als Nederlander behandeld wordt;</al>
        <al>datum ingang rechtsgeldigheid gegeven;</al>
        <al>datum beëindiging rechtsgeldigheid gegeven.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>5. Gegevens over het verblijfsrecht van de vreemdeling</al>
        <al>de aantekening over het verblijfsrecht;</al>
        <al>datum ingang verblijfsrecht;</al>
        <al>datum beëindiging verblijfsrecht;</al>
        <al>datum mededeling gegeven.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>6. Gegevens over de gemeente van inschrijving en het adres in die gemeente
alsmede over het verblijf in Nederland en het vertrek uit Nederland</al>
        <witreg></witreg>
        <al>a. Gemeente van inschrijving:</al>
        <al>gemeente;</al>
        <al>datum van vestiging in de gemeente.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>b. Adres:</al>
        <al>functie van het adres;</al>
        <al>straatnaam en zo nodig gemeentedeel;</al>
        <al>huisnummer;</al>
        <al>aanduiding bij huisnummer;</al>
        <al>letter bij huisnummer;</al>
        <al>toevoeging bij huisnummer;</al>
        <al>lokatiebeschrijving en zonodig gemeentedeel;</al>
        <al>postcode;</al>
        <al>datum vestiging adres.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>c. Verblijf in Nederland:</al>
        <al>datum aanvang verblijf;</al>
        <al>vorig land van verblijf.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>d. Vertrek uit Nederland:</al>
        <al>datum vertrek;</al>
        <al>volgend land van verblijf;</al>
        <al>eerste adres van verblijf in het volgend land van verblijf.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>7. Gegevens over de administratienummers van de ingeschrevene, de ouders,
de echtgenoot dan wel de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoten of
eerdere geregistreerde partners en de kinderen</al>
        <al>administratienummer ingeschrevene;</al>
        <al>administratienummer ouder;</al>
        <al>administratienummer ouder;</al>
        <al>administratienummer echtgenoot dan wel geregistreerde partner;</al>
        <al>administratienummer eerdere echtgenoot;</al>
        <al>administratienummer eerdere geregistreerde partner;</al>
        <al>administratienummer kind;</al>
        <al>data van kracht worden van de administratienummers.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>8. Gegevens over het sociaal-fiscaal nummer van de ingeschrevene</al>
        <al>sociaal-fiscaal nummer ingeschrevene;</al>
        <al>datum van kracht worden van het sociaal-fiscaal nummer.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>9. Gegevens over het sociaal-fiscaal nummer van de ouders, de echtgenoot
dan wel de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoten of eerdere geregistreerde
partners en de kinderen</al>
        <al>sociaal-fiscaal nummer ouder sociaal-fiscaal nummer echtgenoot dan wel
geregistreerde partner;</al>
        <al>sociaal-fiscaal nummer eerdere echtgenoot;</al>
        <al>sociaal-fiscaal nummer eerdere geregistreerde partner;</al>
        <al>sociaal-fiscaal nummer kind;</al>
        <al>data van kracht worden van de sociaal-fiscale nummers.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>10. Gegevens over het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam
van de echtgenoot, de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de
eerdere geregistreerde partner</al>
        <al>de aantekening dat de ingeschrevene de eigen geslachtsnaam voert;</al>
        <al>de aantekening dat de ingeschrevene de geslachtsnaam van de echtgenoot,
de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde
partner voert;</al>
        <al>de aantekening dat de ingeschrevene de geslachtsnaam van de echtgenoot,
de geregistreerde partner vooraf doet gaan aan de eigen geslachtsnaam;</al>
        <al>de aantekening dat de ingeschrevene de geslachtsnaam van de echtgenoot,
de geregistreerde partner, de eerdere echtgenoot of de eerdere geregistreerde
partner doet volgen op de eigen geslachtsnaam;</al>
        <al>datum ingang van het gegeven over het naamgebruik;</al>
        <al>datum beëindiging van het gegeven over het naamgebruik.</al>
      </bijlage>
      <bijlage id="b2">
        <kop>
          <titel status="off">Bijlage II</titel>
        </kop>
        <al>
          <nadruk type="vet">De verwijsgegevens</nadruk>
        </al>
        <al>A. De verwijsgegevens, bedoeld in artikel 35 en in artikel 127, zesde
lid</al>
        <witreg></witreg>
        <al>1. Gegevens over de naam en de geboorte</al>
        <witreg></witreg>
        <al>a. Naam:</al>
        <al>geslachtsnaam;</al>
        <al>voornamen;</al>
        <al>adellijke titel of predikaat.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>b. Geboorte:</al>
        <al>geboortedatum;</al>
        <al>geboorteplaats;</al>
        <al>geboorteland en zo nodig gebiedsdeel.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>2. Gegevens over het administratienummer</al>
        <witreg></witreg>
        <al>het administratienummer;</al>
        <al>datum van kracht worden administratienummer.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>3. Gegevens over het sociaal-fiscaal nummer</al>
        <witreg></witreg>
        <al>het sociaal-fiscaal nummer;</al>
        <al>datum van kracht worden sociaal-fiscaal nummer.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>4. Gegevens over de gemeente van inschrijving, over het adres in die gemeente
en over de datum van inschrijving</al>
        <witreg></witreg>
        <al>a. Gemeente van inschrijving:</al>
        <al>gemeente;</al>
        <al>datum van vestiging in de gemeente.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>b. Adres:</al>
        <al>straatnaam;</al>
        <al>huisnummer;</al>
        <al>aanduiding bij huisnummer;</al>
        <al>letter bij huisnummer;</al>
        <al>toevoeging bij huisnummer;</al>
        <al>lokatiebeschrijving;</al>
        <al>postcode.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>B. De verwijsgegevens, bedoeld in artikel 114 en in artikel 127, vijfde
lid</al>
        <witreg></witreg>
        <al>1. Gegevens over de naam en geboorte</al>
        <witreg></witreg>
        <al>a. Naam:</al>
        <al>geslachtsnaam;</al>
        <al>voornamen;</al>
        <al>adellijke titel of predikaat.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>b. Geboorte:</al>
        <al>geboortedatum;</al>
        <al>geboorteplaats;</al>
        <al>geboorteland en zo nodig gebiedsdeel.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>2. Gegevens over het administratienummer het administratienummer.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>3. Gegevens over het sociaal-fiscaal nummer het sociaal-fiscaal nummer.</al>
        <witreg></witreg>
        <al>4. Gegevens over de gemeente van inschrijving gemeente van inschrijving.</al>
      </bijlage>
    </tekstpl>
  </backm>
</staatsbl>