﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb1.291" soort="kb" publtype="stbd">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2001-291/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="prod1.5" markup="Xa"></versie>
    <ordernr>STB6449</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="2001">Jaargang 2001</jaargang>
      <stbjaar>2001</stbjaar>
      <stbnr>291</stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 5 juni 2001, ter bekendmaking van de
tekst  van het Positiebesluit Gouverneur van Aruba</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
van 29 mei 2001, CW01/U69392,</al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel III, tweede lid, van het besluit van 27 april
 2001, Stb. 236</grslag>;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <art>
      <kop>
        <nr>Enig artikel</nr>
      </kop>
      <al>De tekst van het Positiebesluit Gouverneur van Aruba, zoals dit laatstelijk
is gewijzigd bij besluit van 27 april 2001, Stb. 236, wordt als bijlage bij
dit besluit gevoegd.</al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast
met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad en het Afkondigingsblad
van Aruba zal worden geplaatst.</slotform>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>5 juni 2001</onddatum>
        <koning>Beatrix</koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,</minvan>
          <naam>K. G. de Vries</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">achtentwintigste</nadruk> juni 2001</uitgifte-regel>
        <uitdag>achtentwintigste</uitdag>
        <uitmaand>juni</uitmaand>
        <uitjaar>2001</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>A. H. Korthals</naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <tekstpl>
      <kop>
        <titel status="off">TEKST VAN HET POSITIEBESLUIT GOUVERNEUR VAN ARUBA, ZOALS DIT IS GEWIJZIGD
BIJ HET BESLUIT VAN 27 APRIL 2001, STB. 236</titel>
      </kop>
      <art id="a1">
        <kop>
          <nr>Artikel 1</nr>
        </kop>
        <al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al>
        <al>a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;</al>
        <al>b. Reglement: het Reglement voor de Gouverneur van Aruba;</al>
        <al>c. Gouverneur: degene die als zodanig bij koninklijk besluit is benoemd
op grond van artikel 1, tweede lid, van het Reglement;</al>
        <al>d. waarnemende Gouverneur: degene die als zodanig bij koninklijk besluit
is aangewezen op grond van de artikelen 12 en 13 van het Reglement;</al>
        <al>e. kinderen: de tot het gezin van de Gouverneur behorende eigen kinderen,
stief- en pleegkinderen, die de leeftijd van eenentwintig jaar nog niet hebben
bereikt en niet gehuwd zijn of gehuwd geweest zijn.</al>
      </art>
      <art id="a2">
        <kop>
          <nr>Artikel 2</nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1.</nr>
          <al>De wedde van de Gouverneur bedraagt voor het jaar 2001 f 22 414
Arubaans courant per maand. Het genot van de wedde vangt aan met de datum
van ingang van de benoeming en eindigt met de dag van overlijden of die, voorafgaand
aan de datum van ingang van het ontslag van de Gouverneur.</al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2.</nr>
          <al>Het in het vorige lid genoemde bedrag wordt, indien de koopkrachtontwikkeling
in Aruba in een bepaald jaar daartoe aanleiding geeft, in de maand januari
daaropvolgend door Onze Minister aangepast.</al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a3">
        <kop>
          <nr>Artikel 3</nr>
        </kop>
        <al>Uit hoofde van de ambtsaanvaarding worden aan de Gouverneur toegekend:</al>
        <al>a. een tegemoetkoming van f 25 000 Arubaans courant in de kosten
van uitrusting, inrichting en verandering van werkkring;</al>
        <al>b. een verhuiskostenvergoeding bestaande uit de noodzakelijke kosten van
het vervoer van de inboedel en de bagage van de oude woning naar de ambtswoning,
de daaraan verbonden kosten wegens verpakking, in- en ontlading, uitpakking,
verzekering en – indien het een verhuizing naar Aruba betreft –
de verschuldigde invoerrechten;</al>
        <al>c. een vergoeding van de noodzakelijk te maken reis- en verblijfkosten
voor zichzelf, de echtgenote of echtgenoot, alsmede voor de kinderen die medereizen
of volgen.</al>
      </art>
      <art id="a4">
        <kop>
          <nr>Artikel 4</nr>
        </kop>
        <al>Voor de vervulling van het ambt heeft de Gouverneur de beschikking over
het gouverneurshuis en de daarin van rijkswege aangebrachte meubilaire en
andere goederen.</al>
      </art>
      <art id="a5">
        <kop>
          <nr>Artikel 5</nr>
        </kop>
        <al>Gedurende de uitoefening van het ambt heeft de Gouverneur aanspraak op
vergoeding van de representatiekosten aan de uitoefening van het ambt verbonden
tot ten hoogste f 75 000 Arubaans courant per jaar. Tot deze kosten,
die maandelijks op declaratiebasis worden afgerekend, worden onder meer gerekend
de werkelijke uitgaven voor de van ambtswege gehouden ontvangsten, zoals recepties,
lunches en diners. </al>
      </art>
      <art id="a6">
        <kop>
          <nr>Artikel 6</nr>
        </kop>
        <al>Aan de Gouverneur wordt voor dienstreizen vergoeding verleend tot de bedragen,
die volgens zijn opgaven met inachtneming van gepaste zuinigheid in totaal,
onderscheidenlijk voor reiskosten en verblijfkosten, zijn uitgegeven, in voorkomende
gevallen daaronder begrepen de uitgaven van en ten behoeve van de reizigers
die de Gouverneur vergezellen.</al>
      </art>
      <art id="a7">
        <kop>
          <nr>Artikel 7</nr>
        </kop>
        <al>De Gouverneur heeft aanspraak op:</al>
        <al>a. een jaarlijks vakantieverlof van een maand, welk verlof binnen de ambtstermijn
cumulatief tot een maximum van drie maanden kan worden genoten;</al>
        <al>b. een jaarlijkse vakantie-uitkering van 8% van de jaarwedde.</al>
      </art>
      <art id="a8">
        <kop>
          <nr>Artikel 8</nr>
        </kop>
        <al>De Gouverneur heeft voorts aanspraak op:</al>
        <al>a. de tegemoetkoming in de kosten van geneeskundige verzorging op de voet
van de Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel;</al>
        <al>b. vergoeding van de helft van de premiekosten van de door hem ten behoeve
van zichzelf, de echtgenote of echtgenoot en de kinderen ter zake te sluiten
ziektekostenverzekering.</al>
      </art>
      <art id="a9">
        <kop>
          <nr>Artikel 9</nr>
        </kop>
        <al>Uit hoofde van de ambtsbeëindiging worden aan de eervol ontslagen
Gouverneur toegekend:</al>
        <al>a. een verhuiskostenvergoeding overeenkomstig het bepaalde in onderdeel
b van artikel 3;</al>
        <al>b. een vergoeding van de reiskosten overeenkomstig het bepaalde in onderdeel
c van artikel 3;</al>
        <al>c. een tegemoetkoming van f 15 000 Arubaans courant in de kosten
van heruitrusting en wederinrichting.</al>
      </art>
      <art id="a10">
        <kop>
          <nr>Artikel 10</nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1.</nr>
          <al>In geval van overlijden van de Gouverneur worden aan de weduwe of weduwnaar,
van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde, uitgekeerd:</al>
          <al>a. een bedrag gelijk aan de wedde, bedoeld in artikel 2, over een tijdvak
van drie maanden;</al>
          <al>b. een bedrag wegens verhuis- en reiskosten op de voet van het bepaalde
in de onderdelen b en c van artikel 3;</al>
          <al>c. een bedrag gelijk aan de tegemoetkoming, bedoeld in onderdeel c van
artikel 9.</al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2.</nr>
          <al>Bij ontstentenis van een weduwe of weduwnaar geschieden de uitkeringen,
bedoeld in het eerste lid, ten behoeve van de kinderen.</al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3.</nr>
          <al>Indien de overleden Gouverneur geen betrekkingen nalaat als genoemd in
het tweede lid, dan geschiedt de uitkering van het bedrag, bedoeld in onderdeel
a van het eerste lid, indien de overledene kostwinner was van ouders, andere
kinderen dan bedoeld in onderdeel e van artikel 1, broeders en zusters, ten
behoeve van deze betrekkingen.</al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>4.</nr>
          <al>Indien de overleden Gouverneur geen betrekkingen als bedoeld in de vorige
leden nalaat, kan het bedrag, bedoeld in onderdeel a van het eerste lid, door
Onze Minister geheel of ten dele worden uitgekeerd voor de betaling van de
kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de
nalatenschap van de overledene  voor de betaling van die kosten ontoereikend
is.</al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a11">
        <kop>
          <nr>Artikel 11</nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1.</nr>
          <al>De waarnemende Gouverneur die krachtens de artikelen 12 en 13 van het
Reglement als zodanig optreedt, geniet gedurende de waarnemingsperiode een
beloning naar rato van f 5 250 Arubaans courant per maand.</al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2.</nr>
          <al>Bij aantoonbare inkomstenderving als gevolg van de waarneming kan het
bedrag van de beloning worden verhoogd, echter tot maximaal een bedrag naar
rato van de maandelijkse wedde, bedoeld in artikel 2.</al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a12">
        <kop>
          <nr>Artikel 12</nr>
        </kop>
        <al>De waarnemende Gouverneur heeft gedurende de uitoefening van het ambt
aanspraak op:</al>
        <al>a. vergoeding van de gemaakte representatiekosten op de voet van artikel
5, met dien verstande dat de met betrekking tot de waarnemingsperiode toe
te kennen vergoeding wordt gekort op het in bedoeld artikel aangegeven maximale
jaarbedrag;</al>
        <al>b. vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor dienstreizen overeenkomstig
het bepaalde in artikel 6.</al>
      </art>
      <art id="a13">
        <kop>
          <nr>Artikel 13</nr>
        </kop>
        <al>Voor gevallen waarin dit besluit niet of niet naar billijkheid voorziet,
kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, een bijzondere
voorziening worden getroffen.</al>
      </art>
      <art id="a14">
        <kop>
          <nr>Artikel 14</nr>
        </kop>
        <al>Onverminderd artikel 2, tweede lid, kunnen de wedde van de Gouverneur,
genoemd in artikel 2, de beloning van de waarnemende Gouverneur, genoemd in
artikel 11, alsmede de bedragen van de vergoedingen, genoemd in de artikelen
3, onderdeel a, 5 en 9, onderdeel c, bij koninklijk besluit, op voordracht
van Onze Minister, worden gewijzigd.</al>
      </art>
      <art id="a15">
        <kop>
          <nr>Artikel 15</nr>
        </kop>
        <al>Dit besluit kan worden aangehaald als Positiebesluit Gouverneur van Aruba.</al>
      </art>
      <art id="a16">
        <kop>
          <nr>Artikel 16</nr>
        </kop>
        <al>Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1986.</al>
      </art>
    </tekstpl>
  </backm>
</staatsbl>