﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE vblad PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<vblad>
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1999-61-v1/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel>Staatsblad 1999, 61</titel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="page1__2.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB4908</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1999">Jaargang 1999</jaargang>
      <stbjaar>1999</stbjaar>
      <stbnr>61</stbnr>
      <intitule>tekstplaatsing van Titel 10 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</intitule>
    </stb>
  </frontm>
  <body>
    <tuskop letat="cur">VERBETERING</tuskop>
    <al>In de beschikking van de Minister van Justitie wordt in het opschrift
en in het besluit «1 januari 1999» vervangen door: 17 februari
1999</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 612 lid 4 vervalt de komma na «behalve»</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Artikel 617 lid 1 luidt:</al>
    <al>1. De vastgestelde vorm van loon mag niet anders zijn dan:</al>
    <al>a. geld;</al>
    <al>b. indien die vorm van loon gewoonte is of wenselijk is wegens de aard
van de onderneming van de werkgever: zaken, geschikt voor het persoonlijk
gebruik van de werknemer en zijn huisgenoten, met uitzondering van alcoholhoudende
drank en andere voor de gezondheid schadelijke genotmiddelen;</al>
    <al>c. het gebruik van een woning, alsmede verlichting en verwarming daarvan;</al>
    <al>d. diensten, voorzieningen en werkzaamheden door of voor rekening van
de werkgever te verrichten, onderricht, kost en inwoning daaronder begrepen;</al>
    <al>e. effecten, vorderingen, andere aanspraken en bewijsstukken daarvan en
bonnen.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 643 lid 3 vervalt de zinsnede «gedeputeerden,»</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 644 lid 9 vervalt na «tweede volzin,»: en</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 645 vervalt de komma na «643» en wordt een komma
ingevoegd na «leden 3, 4»</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 647 lid 4 vervalt: de eerste zin van</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 660, vijfde regel, wordt na «voorschriften» een
komma ingevoegd </al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 661 lid 1 wordt «bewust» vervangen door: bewuste</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 662 wordt na «vruchtgebruik» een komma ingevoegd</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 667 lid 7 wordt na «werknemer» ingevoegd: of wegens
het aangaan van een geregistreerd partnerschap door de werknemer</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 677 wordt voor het eerste lid de aanduiding «1»
geplaatst.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 679 lid 2 onderdeel a wordt «behandelingen» vervangen
door: handelingen en wordt «een van huisgenoten» vervangen door:
een van zijn huisgenoten.</al>
    <witreg></witreg>
    <al>In artikel 681 lid 1 wordt «al dan niet» vervangen door: al
of niet</al>
    <witreg></witreg>
    <al>Na artikel 686 worden de afdelingen 10 en 11 opgenomen, luidende: </al>
    <tuskop letat="cur">Afdeling 10</tuskop>
    <al>Bijzondere bepalingen voor handelsvertegenwoordigers </al>
    <tuskop letat="vet">Artikel 687</tuskop>
    <al>De overeenkomst van handelsvertegenwoordiging is een arbeidsovereenkomst
waarbij de ene partij, de handelsvertegenwoordiger, zich tegenover de andere
partij, de patroon, verbindt tegen loon dat geheel of gedeeltelijk uit provisie
bestaat, bij de totstandkoming van overeenkomsten bemiddeling te verlenen,
en deze eventueel in naam van de patroon te sluiten. </al>
    <tuskop letat="vet">Artikel 688</tuskop>
    <al>1. Op de overeenkomst van handelsvertegenwoordiging zijn de artikelen
426, 429, 430 leden 2 tot en met 4, 431, 432, 433 en 434 van overeenkomstige
toepassing.</al>
    <al>2. Van de artikelen 426 lid 2, 429, 430 leden 2 tot en met 4, 431 lid
2 en 433 kan niet worden afgeweken.</al>
    <al>3. Van de artikelen 432 lid 3 en 434 kan niet ten nadele van de handelsvertegenwoordiger
worden afgeweken.</al>
    <al>4. Van de artikelen 426 lid 1 en 431 lid 1 kan slechts schriftelijk ten
nadele van de handelsvertegenwoordiger worden afgeweken. </al>
    <tuskop letat="vet">Artikel 689</tuskop>
    <al>In afwijking van het bepaalde in artikel 680 lid 2 wordt voor de vaststelling
van de gefixeerde schadevergoeding, bedoeld in artikel 677 lid 4, rekening
gehouden met de in de voorafgaande tijd verdiende provisie en met alle andere
ter zake in acht te nemen factoren. </al>
    <tuskop letat="cur">Afdeling 11</tuskop>
    <al>Bijzondere bepalingen ter zake van de uitzendovereenkomst </al>
    <tuskop letat="vet">Artikel 690</tuskop>
    <al>De uitzendovereenkomst is de arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer
door de werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf
van de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens
een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder
toezicht en leiding van de derde.  </al>
    <tuskop letat="vet">Artikel 691</tuskop>
    <al>1. Op de uitzendovereenkomst is artikel 668a eerst van toepassing zodra
de werknemer in meer dan 26 weken arbeid heeft verricht.</al>
    <al>2. In de uitzendovereenkomst kan schriftelijk worden bedongen dat die
overeenkomst van rechtswege eindigt doordat de terbeschikkingstelling van
de werknemer door de werkgever aan de derde als bedoeld in artikel 690 op
verzoek van die derde ten einde komt. Indien een beding als bedoeld in de
vorige volzin in de uitzendovereenkomst is opgenomen, kan de werknemer die
overeenkomst onverwijld opzeggen.</al>
    <al>3. Een beding als bedoeld in lid 2 verliest zijn kracht indien de werknemer
in meer dan 26 weken arbeid voor de werkgever heeft verricht. Na het verstrijken
van deze termijn vervalt de bevoegdheid van de werknemer tot opzegging als
bedoeld in lid 2.</al>
    <al>4. Voor de berekening van de termijnen, bedoeld in de leden 1 en 3, worden
perioden waarin arbeid wordt verricht die elkaar opvolgen met tussenpozen
van minder dan een jaar mede in aanmerking genomen.</al>
    <al>5. Voor de berekening van de termijnen, bedoeld in de leden 1 en 3, worden
perioden waarin voor verschillende werkgevers arbeid wordt verricht die ten
aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkanders
opvolger te zijn mede in aanmerking genomen.</al>
    <al>6. Dit artikel is niet van toepassing op de uitzendovereenkomst waarbij
de werkgever en de derde in een groep zijn verbonden als bedoeld in artikel
24b van Boek 2 dan wel de één een dochtermaatschappij is van
de ander als bedoeld in artikel 24a van Boek 2.</al>
    <al>7. Van de termijnen bedoeld in de leden 1, 3 en 4 en van lid 5 kan slechts
bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe
bevoegd bestuursorgaan worden afgeweken ten nadele van de werknemer.</al>
  </body>
  <backm>
    <ondplts>'s-Gravenhage</ondplts>
    <onddatum> 8 juli 1999</onddatum>
    <minister>
      <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
      <naam>A. H. Korthals</naam>
    </minister>
  </backm>
</vblad>