﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb998.558" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1998-558/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB4523 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1998">Jaargang 1998</jaargang>
      <stbjaar>1998 </stbjaar>
      <stbnr>558</stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 7 september 1998, houdende het buiten
toepassing laten van artikel 40, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen voor werkgeversbetalingen in de sector Onderwijs
en Wetenschappen</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz. </wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken in overeenstemming
met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 10 juli 1998,
AB98/U842, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken
Overheid, afdeling Uitkeringen en Pensioenen; </al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 46 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen</grslag>; </al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 30 juli 1998, nummer WO4.98.0327); </al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 28 augustus 1998, AB98/930, directoraat-generaal Management
en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Uitkeringen
en Pensioenen;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <art id="a1">
      <kop>
        <nr>Artikel 1 </nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1. </nr>
        <al>Artikel 40, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
blijft buiten toepassing ten aanzien van de overheidswerknemer, bedoeld in
artikel 1, onderdeel l, onder 1°, van die wet, die werkzaam is bij meer
dan één overheidswerkgever behorende tot de sector Onderwijs
en Wetenschappen, bedoeld in artikel 1, onderdeel q, onder 3°, van de
Wet privatisering ABP, voor zover zijn uitkeringen op 31 december 1997 op
grond van artikel 47 van laatstgenoemde wet reeds werden betaald door tussenkomst
van meer dan één overheidswerkgever behorende tot genoemde sector. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2. </nr>
        <al>Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde uitkeringen vindt de uitbetaling
gesplitst plaats door tussenkomst van de betrokken overheidswerkgevers naar
rato van het feitelijk verdiende loon uit hoofde van de desbetreffende dienstverhouding,
welk loon wordt vastgesteld met inbegrip van het loon dat uitgaat boven het
maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Coördinatiewet
Sociale Verzekering.  </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3. </nr>
        <al>Indien de in het eerste lid bedoelde overheidswerkgevers hun kosten ter
zake van doorbetaling van het loon wegens ziekte declareren bij een ander
orgaan, geschiedt de uitbetaling achtereenvolgens door tussenkomst van dat
andere orgaan en de overheidswerkgever. </al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a2">
      <kop>
        <nr>Artikel 2 </nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1. </nr>
        <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1
januari 1998. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2. </nr>
        <al>Dit besluit wordt ingetrokken met ingang van de dag waarop de wijziging
van artikel 40 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
in werking treedt, waarbij materieel de inhoud van artikel 1 van dit besluit
bij wet wordt geregeld. </al>
      </lid>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. </slotform>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat
het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>7 september 1998 </onddatum>
        <koning>Beatrix  </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, </minvan>
          <naam>A. Peper </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">negenentwintigste</nadruk> september 1998 </uitgifte-regel>
        <uitdag>negenentwintigste</uitdag>
        <uitmaand>september</uitmaand>
        <uitjaar>1998 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
          <naam>A. H. Korthals </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <al>In de eindejaarscirculaire van 18 december 1997, kenmerk AB97/U1595, heb
ik aangekondigd dat de praktijk van gesplitste uitbetaling van de WAO-conforme
uitkering door tussenkomst van meer dan één werkgever ten behoeve
van personen die meer dan één werkgever hebben uitsluitend binnen
de sector Onderwijs en Wetenschappen, op uitvoeringstechnische gronden vanaf
1 januari 1998 zou worden voortgezet. </al>
      <al>Op basis van bedoelde circulaire kon worden vooruitgelopen op het voornemen
om bij algemene maatregel van bestuur artikel 40, tweede lid, van de Wet overheidspersoneel
onder de werknemersverzekeringen (OOW) voor bovengenoemde gevallen buiten
toepassing te verklaren. </al>
      <al>Het onderhavige besluit dient ter formalisering van deze praktijk. Op
basis van artikel 46 van de OOW is het namelijk mogelijk om, ter uitvoering
van hoofdstuk 1 van de OOW, bij algemene maatregel van bestuur nadere, en
zo nodig, tijdelijk afwijkende regels te stellen. </al>
      <al>De in dit besluit opgenomen regels zijn dan ook in die zin tijdelijk dat
het in het voornemen ligt om eind 1998, begin 1999 materieel de inhoud van
artikel 1 van dit besluit bij wet te regelen. Ingevolge artikel 2, tweede
lid, van dit besluit komt het voorliggende besluit in ieder geval te vervallen
op de dag dat de bedoelde wettelijke regeling in werking treedt. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ter toelichting dient het volgende. </al>
      <al>De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) kent een ander systeem
van betaling van de uitkering dan de WAO-conforme regeling. </al>
      <al>Met de invoering van de WAO voor het overheidspersoneel per 1 januari
1998, is het WAO-conforme systeem van betaling van de uitkering vervangen
door dat van de WAO. Het uitgangspunt van het WAO-systeem is dat de betaling
van de uitkering direct aan de werknemer geschiedt. </al>
      <al>Dit geldt in ieder geval voor de op of na 1 januari 1998 nieuw toegekende
uitkeringen. In het belang van de continuïteit van de uitbetaling aan
de betrokkene geldt voor de lopende gevallen echter een overgangsregeling
naar het WAO-systeem van uitbetaling. </al>
      <al>Met «lopende gevallen» zijn hier de per 31 december 1997 bestaande
uitkeringen bedoeld die op grond van artikel 47 van de Wet privatisering ABP
(WPA) aan de overheidswerkgever werden betaald. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De overgangsregeling is opgenomen in artikel 40 van de OOW. Op grond van
dat artikel wordt voor de lopende gevallen de betaling van de uitkering aan
de werkgever op en na 1 januari 1998 voortgezet. Dit voor zover er sprake
is van een overheidswerknemer met één (overheids)- werkgever.
In het tweede lid van artikel 40 OOW is hierop een uitzondering gemaakt. Indien
de overheidswerknemer namelijk meer dan één werkgever heeft,
betaalt de uitvoeringsinstelling de WAO-uitkering aan de overheidswerknemer.
Dit geldt ook in de marktsector. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De sector Onderwijs en Wetenschappen voorzag bij een onverkorte toepassing
van dat tweede lid evenwel grote uitvoeringstechnische problemen. In deze
sector komt het vaker voor dan gemiddeld binnen de overheid, dat de werknemer
meer dan één werkgever heeft. Dit geldt zelfs voor het overgrote
deel van de werknemers binnen de onderwijssector. De WAO wordt in alle gevallen
van meerdere werkgevers binnen de onderwijssector uitgevoerd door de Uitvoeringsinstelling
Sociale Zekerheid voor Overheid en onderwijs, de USZO. </al>
      <al>Teneinde de voorzienbare uitvoeringstechnische problemen voor deze sector
te voorkomen, is besloten te bevorderen dat artikel 40, tweede lid, van de
OOW met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 1998 buiten toepassing zou
blijven voor zover het overheidswerknemers betreft:  </al>
      <al>a. wier per 31 december 1997 bestaande uitkeringen op grond van artikel
47 van de WPA reeds aan de overheidswerkgever werden betaald, </al>
      <al>en </al>
      <al>b. die meer dan één werkgever hadden uitsluitend binnen
de sector Onderwijs en Wetenschappen. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het voorgaande betekent dat voor deze personen de voormalige WAO-conforme
praktijk van de naar rato van het feitelijk genoten loon gesplitste uitbetaling
aan meer dan één werkgever is voortgezet. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen (Lisv), de opdrachtgever van de USZO wat betreft de
uitvoering van de WAO voor het overheidspersoneel, is met deze wijze van betaling
akkoord gegaan. Het stelde enkel als voorwaarde dat de splitsing van betaling
van de WAO-uitkering beperkt zou blijven tot de betaling aan de werkgevers,
en er dus niet bij voorbeeld zou worden betaald aan beslagleggers. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het bovenstaande laat overigens onverlet dat een werknemer, die met ingang
van 1 januari 1998 WAO-gerechtigde is geworden, de mogelijkheid heeft om de
USZO te verzoeken de WAO-uitkering rechtstreeks aan hemzelf of een andere
derde dan zijn werkgever te betalen. De betaling via de werkgever eindigt
in dat geval. Hiervoor is echter een specifieke actie van de betrokken werknemer
vereist. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de goede orde wordt hierna ingegaan op de specifieke situatie voor
de sector Onderwijs en Wetenschappen, met name binnen het primaire onderwijs. </al>
      <al>Voor het primaire onderwijs geldt dat de loonkosten (inclusief werkgeverslasten)
declarabel zijn. In die voorkomende gevallen dat de betrokken werknemer, die
met ingang van 1 januari 1998 WAO-gerechtigd is geworden en aangesteld is
binnen het primair onderwijs, er niet voor kiest om de middelen aan het Vervangingsfonds
te laten betalen, zullen de middelen door de Minister van Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen achteraf bij de bevoegde gezagsorganen in mindering worden
gebracht op de rijksbijdrage. Dit op basis van de aanvragen rijksvergoeding. </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, </minvan>
        <naam>A. Peper </naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>