﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb998.54" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1998-54/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB3964 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1998">Jaargang 1998</jaargang>
      <stbjaar>1998 </stbjaar>
      <stbnr>54  </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 19 januari 1998, houdende regelen terzake
van de bedrijfscontrole op varkensziekten (Besluit bedrijfscontrole varkensziekten)</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz. </wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
van 15 juli 1997, no. J. 97734, Directie Juridische Zaken; </al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 3, derde lid, van richtlijn nr. 90/425/EEG van
de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles
in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en produkten
in het vooruitzicht van de tostandbrenging van de interne markt (PbEG L 224)
en gelet op de artikelen 13 en 14 van richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad
van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1996 inzake veterinairrechtelijke
vraagstukken op het gebied van het intracommunautair handelsverkeer in runderen
en varkens, zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 97/12/EG (PbEG L109)</grslag>; </al>
        <al>Gelet op de <grslag>artikelen 3, onderdelen b, c, h en i, en 111 van de
Gezondheids- welzijnswet voor dieren</grslag>; </al>
        <al>Gezien het advies van de Raad voor Dierenaangelegenheden, LTO-Nederland
en het Produktschap Vee en Vlees; </al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 20 oktober 1997); </al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij van 13 januari 1998, no. J. 9712107, Directie Juridische Zaken;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <art id="a1">
      <kop>
        <nr>Artikel 1 </nr>
      </kop>
      <al>In dit besluit wordt verstaan onder bedrijf: in Nederland gelegen inrichting
waar varkens worden gehouden. </al>
    </art>
    <art id="a2">
      <kop>
        <nr>Artikel 2 </nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1. </nr>
        <al>Het is voor de houders van varkens verboden op een bedrijf varkens te
houden, tenzij op het bedrijf een overeenkomstig artikel 4 door een dierenarts
afgegeven geldige verklaring aanwezig is waaruit blijkt dat het bedrijf vrij
van varkensziekten is. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2. </nr>
        <al>Het is voor de houders van varkens verboden varkens aan een bedrijf toe
te voegen, te vervoeren of te verzamelen, tenzij de zending varkens vergezeld
gaat van de in het eerste lid bedoelde verklaring dan wel van een gewaarmerkt
afschrift daarvan waaruit blijkt dat het bedrijf waarvan de varkens afkomstig
zijn, vrij van varkensziekten is. </al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a3">
      <kop>
        <nr>Artikel 3 </nr>
      </kop>
      <al>Een bedrijf is vrij van varkensziekten indien: </al>
      <al>a. de op het bedrijf aanwezige varkens klinisch zijn onderzocht en daarbij
geen verschijnselen zijn vastgesteld van een krachtens artikel 15, eerste
lid, Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangewezen besmettelijke dierziekte
en </al>
      <al>b. onderzoek heeft plaatsgevonden op de aanwezigheid van antistoffen,
agentia of delen daarvan betreffende door Onze Minister aangewezen varkensziekten
en de uitslag daarvan negatief is bevonden </al>
    </art>
    <art id="a4">
      <kop>
        <nr>Artikel 4 </nr>
      </kop>
      <al>Onze Minister kan nadere regelen stellen omtrent: </al>
      <al>a. de afgifte en inhoud van de verklaring, bedoeld in artikel 2; </al>
      <al>b. het bewaren van afschriften van de verklaring, bedoeld in artikel 2; </al>
      <al>c. de situatie waarin en de voorwaarden waaronder van artikel 2 kan worden
afgeweken; </al>
      <al>d. het klinisch onderzoek, bedoeld in artikel 3, onderdeel a; </al>
      <al>e. het onderzoek, bedoeld in artikel 3, onderdeel b. </al>
    </art>
    <art id="a5">
      <kop>
        <nr>Artikel 5 </nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1. </nr>
        <al>De verklaring, bedoeld in artikel 2, eerste lid, is vanaf de dag van afgifte
vier maanden geldig. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2. </nr>
        <al>Onze Minister kan de geldigheidstermijn van de verklaring, bedoeld in
het eerste lid, bekorten wanneer sprake is van een besmetting of een vermoeden
daarvan van: </al>
        <al>a. een krachtens artikel 15, eerste lid, van de Gezondheids- en welzijnswet
voor dieren aangewezen dierziekte </al>
        <al>b. een krachtens het onderhavige besluit aangewezen varkensziekte. </al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a6">
      <kop>
        <nr>Artikel 6 </nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1. </nr>
        <al>Onze Minister kan regelen stellen ten aanzien van houders van varkens
ter uitvoering van de artikelen 13 en 14 van richtlijn nr. 64/432/EEG van
de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1996 inzake veterinairrechtelijke
vraagstukken op het gebied van het intracommunautair handelsverkeer in runderen
en varkens, zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 97/12/EG (PbEG L109) alsmede
met het oog op het toezicht op de naleving daarvan. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2. </nr>
        <al>Een wijziging van een of meer artikelen van de in het eerste lid genoemde
richtlijn gaat voor de toepassing van het artikel van dit besluit waarin naar
die artikelen wordt verwezen, gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken
wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel
besluit, dat in de Staatscourant wordt bekend gemaakt, een ander tijdstip
wordt vastgesteld. </al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a7">
      <kop>
        <nr>Artikel 7 </nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1. </nr>
        <al>De Regeling bedrijfscontrole dierziekten 1993 wordt ingetrokken. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2. </nr>
        <al>Verklaringen, als bedoeld in artikel 2 van de Regeling bedrijfscontrole
dierziekten 1993, die zijn afgegeven vóór de inwerkingtreding
van het onderhavige besluit, worden in aanmerking genomen als
verklaring als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van dit besluit voor zover
de geldigheidsduur van deze verklaringen ingevolge die regeling nog niet is
verstreken. Voorzover de geldigheidsduur van de verklaring, bedoeld in artikel
2 van de Regeling bedrijfscontrole dierziekten 1993, gedeeltelijk is verstreken,
wordt de geldigheidsduur van de verklaring, bedoeld in artikel 5, eerste lid,
met de periode die overeenkomt met het verstreken deel verminderd. </al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a8">
      <kop>
        <nr>Artikel 8 </nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend
kan worden vastgesteld. </al>
    </art>
    <art id="a9">
      <kop>
        <nr>Artikel 9 </nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bedrijfscontrole varkensziekten. </al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. </slotform>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. </al>
        <al>Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 10 maart 1998, nr. 47. </al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>19 januari 1998 </onddatum>
        <koning>Beatrix  </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, </minvan>
          <naam>J. J. van Aartsen </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">twaalfde</nadruk> februari 1998 </uitgifte-regel>
        <uitdag>twaalfde</uitdag>
        <uitmaand>februari</uitmaand>
        <uitjaar>1998 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING  </titel>
      </kop>
      <tuskop letat="vet">Algemeen </tuskop>
      <al>Onderhavig besluit geeft uitvoering aan de artikelen 111 en 3, onderdelen
b, c, h en i van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). Ingevolge
artikel 3 GWWD worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regelen
gesteld voor bij die maatregel aangewezen categorieën van houders van
dieren van bij die maatregel aangewezen soorten of categorieën van dieren
omtrent onder meer: </al>
      <al>het toevoegen van dieren aan bedrijven (onderdeel b); </al>
      <al>de wijze waarop dieren worden gehouden (onderdeel c); </al>
      <al>de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts (onderdeel h) en </al>
      <al>het vervoer en het verzamelen van dieren (onderdeel i). </al>
      <al> Naast de hier bedoelde invulling van artikel 3 van de GWWD vervangt het
besluit de op de Veewet gebaseerde Regeling bedrijfscontrole dierziekten 1993
(Stcrt. 216). Het besluit is dan ook een onderdeel van het gefaseerde wetgevingsprogramma
gericht op de omzetting van de regelgeving van de oude Veewet naar de moderne
GWWD. Het besluit neemt derhalve de verboden uit de bovengenoemde regeling
over, namelijk de verboden varkens te houden, aan een bedrijf toe te voegen,
te vervoeren en te verzamelen, tenzij is gebleken dat de dieren vrij zijn
van door de Minister van LNV aan te wijzen varkensziekten. In ieder geval
zullen worden aangewezen klassieke varkenspest en blaasjesziekte, die reeds
uit hoofde van de Regeling bedrijfscontrole dierziekten zijn aangewezen alsmede
de ziekte van Aujeszky. Deze laatste aanwijzing is noodzakelijk ter uitvoering
van het nationale bestrijdingsprogramma van die ziekte, dat in het kader van
artikel 9 van Richtlijn 64/432/EEG is ingediend bij de Europese Commissie. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ingevolge de voorschriften van het onderhavige besluit worden ten aanzien
van het houden, het vervoeren, het verzamelen en het toevoegen van varkens
aan bedrijven voor alle houders van varkens voorwaarden gesteld, die uit het
oogpunt van dierziektepreventie en -bestrijding noodzakelijk zijn. Gelet op
de definitie van houder (eigenaar, houder of hoeder) in de GWWD worden alle
schakels die zich met varkens bezighouden bestreken. </al>
      <al>Het besluit strekt tevens ter uitvoering van artikel 3, derde lid, van
Richtlijn nr. 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en
zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde
levende dieren en produkten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van
de interne markt (PbEG L 224). Ingevolge artikel 3, derde lid, van Richtlijn
nr. 90/425/EEG dienen de Lid-Staten van de EU erop toe te zien dat slechts
dieren in het handelsverkeer worden gebracht, voor zover zij afkomstig zijn
van bedrijven waarop regelmatig veterinaire controles hebben plaatsgevonden.
In dat kader vinden reeds de nodige controles plaats, zoals verwoord in de
Regeling handel levende dieren en levende produkten. Ondanks deze controles
ontstond in 1993 echter een situatie waarbij vesiculaire varkensziekte in
Italië werd geconstateerd bij uit Nederland afkomstige varkens, hetgeen
tot een tijdelijk exportverbod van varkens uit Nederland leidde. Derhalve
diende de gangbare controlemethodiek te worden aangevuld. Bedrijfscontroles
waarbij de op het bedrijf aanwezige varkens periodiek aan serologische onderzoeken
worden onderworpen zouden een doeltreffende garantie bieden dat jegens het
herkomstbedrijf geen termen aanwezig zijn om beperkingen krachtens communautaire
voorschriften te treffen. Mede ter voorkoming van een herhaling van een dergelijk
exportverbod is in 1993 derhalve besloten tot de Regeling bedrijfscontrole
dierziekten 1993. De voorschriften van deze regeling, die thans door het onderhavige
besluit worden vervangen, geven garanties op bedrijfsniveau van de afwezigheid van bepaalde dierziekten. Het betreffen zeer besmettelijke ziekten
met een zekere incubatietijd op grond waarvan periodieke onderzoeken noodzakelijk
zijn. </al>
      <al>Nederland is als vooraanstaand exporterend land in varkens, mede ter afwenteling
van exportbelemmerende maatregelen, hierbij gebaat. De op de bedrijven aanwezige
varkens worden zowel klinisch als serologisch op de aanwezigheid van ziekten
onderzocht. Bij positieve bevindingen wordt door de dierenarts geen verklaring
verleend dat het betreffende bedrijf vrij van varkensziekten is, waardoor
de dieren niet in het handelsverkeer kunnen worden gebracht. In een dergelijke
situatie kan de door de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aangewezen
ambtenaar ingevolge artikel 21 GWWD besluiten om maatregelen ter bestrijding
van dierziekten te nemen. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mede uit oogpunt van kenbaarheid en continuïteit volgt het besluit
voor een groot deel de systematiek van de bovengenoemde Regeling bedrijfscontrole
dierziekten. Nochtans is ervoor gekozen de varkensziekten waarop varkens bijvoorbeeld
serologisch moeten worden onderzocht, niet in het besluit zelf op te nemen,
doch in een op het onderhavige besluit gebaseerde ministeriële regeling.
Daardoor kan sneller worden ingespeeld op de behoefte het aantal aan te wijzen
varkensziekten uit te breiden dan wel te verminderen. </al>
      <al>Overeenkomstig de Regeling bedrijfscontrole dierziekten 1993 worden in
ieder geval vesiculaire varkensziekte en varkenspest aangewezen. Hieraan wordt
zoals hierboven reeds is gemeld de ziekte van Aujeszky toegevoegd. Het klinisch
onderzoek heeft betrekking op alle dierziekten die krachtens artikel 15 GWWD
zijn aangewezen in de Regeling aanwijzing besmettelijke dierziekten. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Van de in het onderhavige besluit opgenomen verplichtingen kan bij ministeriële
regeling worden afgeweken. Achtergrond van deze mogelijkheid is onder meer
het ingevolge richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen
van 26 juni 1996 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van
het intracommunautair handelsverkeer in runderen en varkens, zoals gewijzigd
bij richtlijn nr. 97/12/EG (PbEG L 109) voorgeschreven epidemiologisch surveillance
systeem dat voorziet in een vooralsnog facultatief bedrijfsmonitoringsysteem.
Gedacht kan worden aan bedrijven waarvan de dierziektesituatie op bedrijfsniveau
al dan niet ter uitvoering van het epidemiologisch surveillance systeem op
andere wijze reeds wordt bewaakt. Tevens kan gedacht worden aan hobby- en
recreatiebedrijven met een beperkt aantal varkens, voor zover gewaarborgd
is dat deze varkens uitsluitend het bedrijf mogen verlaten ten behoeven van
het vervoer naar een slachthuis. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tevens strekt het besluit ter uitvoering van de artikelen 13 en 14 van
richtlijn nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26
juni 1996 inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het
intracommunautair handelsverkeer in runderen en varkens, zoals gewijzigd bij
richtlijn nr. 97/12/EG. Artikel 13 verplicht de Lid-Staten tot het registreren
en erkennen van handelaren in varkens. Ingevolge artikel 13 zijn de Lid-Staten
eveneens verplicht de bedrijfsruimten die door deze handelaren beroepshalve
worden gebruikt te erkennen en te registreren. Aan deze handelaren worden
eisen gesteld ter waarborging van de ziektevrije status van het bedrijf omtrent
de bedrijfsinrichting en de verhandeling van runderen en varkens. In artikel
14 van richtlijn nr. 64/432/EEG is de mogelijkheid opgenomen om een netwerk
van toezicht in te voeren, teneinde de ziektevrije status van bedrijven op
adequate wijze te waarborgen. Dit systeem dient hiertoe onder meer te bestaan
uit een gecomputeriseerd gegevensbestand met informatie over de bedrijven
en de op de bedrijven gehouden varkens. Ook de bedrijfseigenaren, de voor het bedrijf verantwoordelijke dierenarts en de officiële
dierenarts van slachthuizen en verzamelcentra worden bij dit netwerk van toezicht
betrokken. Invoering van een dergelijk systeem is vooralsnog facultatief,
doch dient met ingang van 31 december 1999 volledig operationeel te zijn. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het ontwerp-besluit is voor advies voorgelegd aan onder meer de Raad voor
Dierenaangelegenheden, LTO-Nederland en het Produktschap Vee en Vlees. De
door deze instanties uitgebrachte adviezen zijn instemmend van aard en hebben
dan ook niet geleid tot inhoudelijke aanpassingen. Daarnaast is een ongevraagd
advies ontvangen van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde.
Deze instantie beveelt aan om in het onderhavige besluit expliciet vast te
leggen dat de klinische controle en het bloedonderzoek uitsluitend ter plekke
op het veehouderijbedrijf dienen te worden verricht, door de dierenarts. Het
onderhavige voorstel komt ten dele aan deze wensen tegemoet. Enerzijds zijn
ingevolge het onderhavige ontwerp-besluit uitsluitend dierenartsen bevoegd
tot afgifte van een verklaring omtrent de gezondheidsstatus van het betreffende
bedrijf. Aan deze afgifte liggen een tweetal onderzoeken ten grondslag, waarvan
er één op het bedrijf wordt voorgeschreven, namelijk de klinische
keuring van de op het bedrijf aanwezige varkens. Ten aanzien van het andere
onderzoek, dat betrekking heeft op de aanwezigheid van antistoffen, agentia
of delen daarvan schrijft het onderhavige ontwerp-besluit niet voor dat een
dergelijk onderzoek op het bedrijf dient plaats te vinden. De Raad voor Dierenaangelegenheden
ondersteunt blijkens het advies uitdrukkelijk het voor advies voorgelegde
ontwerp-besluit, waarin de mogelijkheid open wordt gehouden om de gezondheidsstatus
van een bedrijf mede te bepalen aan de hand van bijvoorbeeld bloed dat in
de fase van de slacht (slachtlijn) is verkregen. Naar de mening van de Raad
kunnen naar het zich laat aanzien bloedmonsters verkregen aan de slachtlijn
onder omstandigheden een goed alternatief zijn voor bloedmonsters bij levende
dieren. Mede gelet op het advies van de Raad en gelet op de wens om goed te
kunnen inspelen op toekomstige ontwikkelingen, is met betrekking tot het onderzoek
op de aanwezigheid van antistoffen, agentia of delen daarvan de door de Koninklijke
Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde voorgestelde restrictie niet
overgenomen. De wijze waarop bovenbedoeld onderzoek dient plaats te vinden,
zal afhangen van de omstandigheden en actuele inzichten en zal worden vastgelegd
in een op het besluit gebaseerde ministeriële regeling. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het toezicht op de naleving van dit besluit geschiedt ingevolge de Regeling
aanwijzing ambtenaren Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, door ambtenaren
van de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees (RVV), alsmede door de
ambtenaren van de Algemene Inspectiedienst (AID). Overtreding van de voorschriften
van dit besluit is ingevolge artikel 125, onderdeel d, van de GWWD een economisch
delict als bedoeld in de Wet op de economische delicten. Met de opsporing
van dergelijke strafbare feiten is de AID belast. Het besluit en de nadere
uitwerking daarvan in ministeriële regelingen sluit in dit stadium nauw
aan bij de bestaande Regeling bedrijfscontrole dierziekten 1993: de controle-
en uitvoeringsactiviteiten van de RVV en AID zullen in het algemeen dan ook
worden ingepast in de reguliere controle- en uitvoeringsprogramma's van deze
instanties.  </al>
      <tuskop letat="vet">Artikelsgewijze toelichting  </tuskop>
      <tuskop letat="vet">Artikel 1 </tuskop>
      <al>Met onderdeel a wordt het begrip «bedrijf» gedefinieerd. Het
betreft inrichtingen waar varkens worden gehouden. Dit kunnen bedrijven zijn waarop varkens in verband met de uitoefening van de landbouw worden
gehouden, zoals fokkerijen en mesterijen, doch de reikwijdte van het onderhavige
besluit reikt verder dan de strikte uitoefening van de landbouw. Derhalve
vallen in beginsel bijvoorbeeld ook een varkensproefstation alsmede een kinderboerderij
waar varkens worden gehouden onder de werkingssfeer van het besluit. Evenwel
zij verwezen naar de in artikel 4, onderdeel c, voorziene mogelijkheid op
grond waarvan bedrijven van de werkingssfeer van het onderhavige besluit kunnen
worden uitgezonderd. Over deze mogelijkheid zij verwezen naar het algemene
deel van de onderhavige toelichting.  </al>
      <tuskop letat="vet">Artikel 2 </tuskop>
      <al>Artikel 2, eerste lid, verplicht bedrijven over een geldige verklaring
te beschikken, waarin wordt verklaard dat het betreffende bedrijf vrij van
varkensziekten is. Slechts wanneer een dergelijke verklaring is afgegeven,
zijn de in het tweede lid genoemde handelingen toegestaan. Hiermede wordt
aangesloten bij de met betrekking tot artikel 3, onderdeel b, in de totstandkomingsgeschiedenis
van de GWWD vermelde passage dat met het stellen van eisen aan het toevoegbeleid
van dieren aan bedrijven wordt beoogd zoveel mogelijk besmettingsgevaar te
voorkomen (kamerstukken II 1980–1981, 16 447, A–C). In artikel
2 komt eveneens artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van Richtlijn nr. 90/425/EEG
tot uitdrukking.  </al>
      <tuskop letat="vet">Artikelen 3 en 4 </tuskop>
      <al>Op grond van artikel 4 kunnen in een ministeriële regeling omtrent
de in artikel 3, onderdelen a en b, vermelde onderzoeken nadere regelen worden
gesteld. Aan het in onderdeel b bedoelde onderzoek dient een representatief
aantal varkens te worden onderworpen opdat de uitslag ervan representatief
is voor de diergezondheidssituatie op het betreffende bedrijf. </al>
      <al>Dat aantal is enerzijds afhankelijk van het totale aantal aanwezige varkens
op het bedrijf en anderzijds van de te onderzoeken varkensziekte. </al>
      <al>Tevens kunnen regelen worden gesteld over het verdere formele kader waar
binnen de verklaring door de dierenarts dient te worden afgegeven.  </al>
      <tuskop letat="vet">Artikelen 5 en 7 </tuskop>
      <al>De verklaring heeft een geldigheidsduur van vier maanden. De minister
heeft de bevoegdheid de geldigheidsduur van de verklaring te bekorten wanneer
van een besmetting met een besmettelijke ziekte sprake is of wanneer een dergelijke
besmetting wordt vermoed. </al>
      <al>Bijgevolg kan de diergezondheidssituatie op bedrijfsniveau in dat geval
frequenter worden gevolgd. </al>
      <al>Gelet op het feit dat op het tijdstip van de inwerkingtreding van het
onderhavige besluit reeds op basis van de Regeling bedrijfscontrole dierziekten
1993 rechtsgeldige verklaringen zijn afgegeven, is in artikel 6, tweede lid,
daarvoor in een overgangsbepaling voorzien. </al>
      <al>Verklaringen die zijn afgegeven op grond van de Regeling bedrijfscontrole
dierziekten 1993 vóór de inwerkingtreding van het onderhavige
besluit worden, voor zover de geldigheidsduur van deze verklaringen nog niet
is verstreken, in aanmerking genomen als verklaringen die op grond van het
onderhavige besluit zijn afgegeven. De geldigheidsduur van deze verklaringen
wordt verminderd met het reeds verstreken deel van de geldigheidsduur van
de verklaringen die zijn afgegeven op grond van de Regeling bedrijfscontrole
dierziekten 1993.   </al>
      <tuskop letat="vet">Artikel 6 </tuskop>
      <al>Artikel 6 strekt ter implementatie van de artikelen 13 en 14 van richtlijn
nr. 64/432/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 juni 1996
inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautair
handelsverkeer in runderen en varkens, zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 97/12/EG/
(PbEG L 109). Op grond van artikel 6 kunnen varkenshandelaren en de bedrijfsruimten
die zij beroepshalve gebruiken worden geregistreerd en erkend. Tevens kan
op grond van artikel 6 uitvoering worden gegeven aan het netwerk van toezicht.
 </al>
      <tuskop letat="vet">Transponeringstabel  </tuskop>
      <al>
        <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
          <tgroup align="left" charoff="75" cols="2" tgroupstyle="sdu1">
            <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="56.25mm"></colspec>
            <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="56.25mm"></colspec>
            <thead valign="bottom">
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">  EG-Regelgeving</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Besluit
bedrijfscontrole varkensziekten </entry>
              </row>
            </thead>
            <tbody valign="bottom">
              <row valign="top">
                <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Artikel 3, derde lid, richtlijn 90/425/EEG</entry>
                <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">Artikel
3 </entry>
              </row>
              <row valign="top">
                <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">Artikelen 13 en 14 richtlijn 64/432/EEG, zoals gewijzigd bij 
richtlijn 97/12/EG.</entry>
                <entry align="left" morerows="0" rotate="0" valign="top">  Artikel 6</entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
      </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, </minvan>
        <naam>J. J. van Aartsen </naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>