﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb998.314" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1998-314/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB4262 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1998">Jaargang 1998</jaargang>
      <stbjaar>1998 </stbjaar>
      <stbnr>314 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 28 mei 1998, houdende tijdelijke verlaging
van heffingsbedragen in de Wet voorraadvorming aardolieprodukten</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz. </wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 12 mei 1998,
nr. 98032912 WJA/W; </al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 13i, tweede lid, van de Wet voorraadvorming aardolieprodukten</grslag>; </al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 25 mei 1998, nr. W10.98.0196); </al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 27
mei 1998, nr. 98036265 WJA/W;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <wart id="a1">
      <kop>
        <nr>Artikel 1 </nr>
      </kop>
      <al>In afwijking van hetgeen geldt ingevolge het koninklijk besluit van 5
juli 1993, houdende wijziging van heffingsbedragen in de Wet voorraadvorming
aardolieprodukten (Stb. 378)<eindref refid="e1"></eindref> bedraagt de heffing, bedoeld
in artikel 13h van de Wet voorraadvorming aardolieprodukten voor de aardolieprodukten,
bedoeld in artikel 13i, eerste lid, onder a, b en c, van die wet per 1000
liter bij 15 graden Celsius: f 11,00. </al>
    </wart>
    <art id="a2">
      <kop>
        <nr>Artikel 2 </nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1. </nr>
        <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1
juni 1998. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2. </nr>
        <al>Dit besluit vervalt met ingang van 1 november 2000.  </al>
      </lid>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. </slotform>
      <eindnoot id="e1">
        <al>Stb. 1986, 675, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 6 november 1997,
Stb. 510.</al>
      </eindnoot>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het
zonder meer instemmend luidt (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de
Wet op de Raad van State).</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>28 mei 1998 </onddatum>
        <koning>Beatrix  </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Economische Zaken, </minvan>
          <naam>G. J. Wijers </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">negende</nadruk> juni 1998 </uitgifte-regel>
        <uitdag>negende</uitdag>
        <uitmaand>juni</uitmaand>
        <uitjaar>1998 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie a.i., </minvan>
          <naam>H. F. Dijkstal </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <al>In artikel 13h van de Wet voorraadvorming aardolieprodukten is een voorraadheffing
voorzien ter dekking van de exploitatiekosten van de Stichting Centraal Orgaan
Voorraadvorming Aardolieprodukten (COVA). </al>
      <al>Bij besluit van 23 maart 1988, houdende verlaging van heffingbedragen
in de Wet voorraadvorming aardolieprodukten (Stb. 125), is de heffing voor
de aardolieproducten, bedoeld in artikel 13i, eerste lid, onder a, b en c,
van de wet voor het eerst verlaagd tot f 1,60 per hectoliter. Bij besluit
van 6 december 1988, houdende verlaging van heffingbedragen in de Wet voorraadvorming
aardolieprodukten (Stb. 571), is deze heffing vervolgens gesteld op f 1,35
per hectoliter. Vervolgens is de heffing bij besluit van 5 november 1991,
houdende tijdelijke verlaging van heffingsbedragen in de Wet voorraadvorming
aardolieprodukten (Stb. 592), voor de periode van 1 januari 1992 tot 1 januari
1994 gesteld op f 1,00 per hectoliter. Bij besluit van 5 juli 1993, houdende
wijziging van heffingsbedragen in de Wet voorraadvorming aardolieprodukten
(Stb. 378), is deze tijdelijke verlaging voortijdig beëindigd. In verband
met een daaraan voorafgaande wijziging van de berekeningsgrondslag (wet van
24 december 1992 tot wijziging van de Wet op de accijns in verband met de
afschaffing van de fiscale grenzen (Stb. 711)) is de heffing in het laatstgenoemde
besluit op f 13,50 per 1000 liter gesteld. Bij besluit van 9 mei 1996
(Stb. 273), houdende tijdelijke verlaging van heffingsbedragen in de Wet voorraadvorming
aardolieprodukten, is de heffing voor de periode van 1 juni 1996 tot 1 juni
1998 verlaagd tot f 12,50 per 1000 liter. </al>
      <al>De voorraadheffing kan thans als gevolg van verwachte lagere kosten met
f 1,50 per 1000 liter worden verlaagd ten opzichte van de situatie vóór
de inwerkingtreding van dit besluit. Deze ontwikkeling wordt met name veroorzaakt
door lagere olieprijzen, lagere opslagprijzen en lagere rentekosten in verband
met lagere rentepercentages. </al>
      <al>Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking, omdat de omvang
van de voorraadverplichting voor 1998 en de daaraan verbonden kosten niet
tijdig bekend waren. Aangezien mutaties in de voorraadverplichting aanzienlijke
gevolgen hebben voor de financiële positie van COVA, is de omvang van
de voorraadverplichting mede bepalend voor de hoogte van de voorraadheffing.
Bij de vaststelling van de Nederlandse voorraadplicht per 1 april 1998 werd
duidelijk dat de voorraadverplichting van COVA voor 1998 ten opzichte van
1997 met circa 18% zou stijgen. De voorraadheffing kan desalniettemin worden
verlaagd van f 12,50 per 1000 liter tot f 11,00 per 1000 liter vanwege
de hierboven genoemde verlaging van de kosten die zijn verbonden aan het aanhouden
van voorraden door COVA. Aangezien de voorraadheffing met ingang van 1 juni
1998 zou stijgen tot f 13,50 per 1000 liter vanwege het vervallen van
het voornoemde besluit van 9 mei 1996 op die datum en hiervoor, zoals aangegeven,
geen reden bestaat, is er voor gekozen dit besluit tot die datum te laten
terugwerken. </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Economische Zaken, </minvan>
        <naam>G. J. Wijers </naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>