﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb998.309" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1998-309/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB4195 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1998">Jaargang 1998</jaargang>
      <stbjaar>1998 </stbjaar>
      <stbnr>309 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 14 mei 1998 tot wijziging van het Besluit
uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz. </wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
van 16 mei 1997, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden,
Nr. WBJA/W1/97/0567, gedaan mede namens Onze Minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport; </al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 6, derde en vierde lid, van de Algemene Ouderdomswet,
artikel 13, derde en vijf de lid, van de Algemene nabestaandenwet, artikel
6, derde en vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, artikel 5, derde
en vierde lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en artikel 4, derde
en vierde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet</grslag>; </al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 17 juni 1997, nr. W12.97.0308); </al>
        <al>Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 22 april 1998, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische
Aangelegenheden, Nr. WBJA/W1/98/0477, uitgebracht mede namens Onze Minister
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <wart id="ai">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL I </nr>
      </kop>
      <al>Het besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen
1989<eindref refid="e1"></eindref> wordt als volgt gewijzigd :  </al>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>A </nr>
        </kop>
        <al>Na artikel 9 worden twee artikelen ingevoegd, luidende:  </al>
        <wlichaam>
          <art>
            <kop>
              <nr>Artikel 9a </nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1. </nr>
              <al>Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de in Nederland wonende
vreemdeling die, na rechtmatig in Nederland verblijf te hebben gehouden in
de zin van artikel 1b, aanhef, en onder 1, van de Vreemdelingenwet: </al>
              <al>a. voor de beëindiging van dit verblijf een aanvraag heeft ingediend
om voortgezette toelating, of </al>
              <al>b. binnen de termijn, genoemd in de artikelen 30, derde lid, of 33c van
de Vreemdelingenwet, of, buiten die termijn, in geval artikel 6.11 van de Algemene wet bestuursrecht toepassing heeft gevonden, bezwaar heeft
gemaakt of beroep heeft ingesteld tegen intrekking van de toelating in de
zin van artikel 1b, aanhef, en onder 1, van de Vreemdelingenwet. </al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2. </nr>
              <al>De verzekering op grond van het eerste lid eindigt zodra: </al>
              <al>a. onherroepelijk op de aanvraag, het bezwaar of het beroep is beslist,
of </al>
              <al>b. de uitzetting van de vreemdeling is gelast, tenzij die uitzetting ingevolge
de Vreemdelingenwet of op grond van een rechterlijke beslissing achterwege
dient te blijven. </al>
            </lid>
          </art>
          <art>
            <kop>
              <nr>Artikel 9b </nr>
            </kop>
            <lid>
              <nr>1. </nr>
              <al>Verzekerd op grond van de volksverzekeringen is de vreemdeling die rechtmatig
in Nederland verblijf houdt in de zin van artikel 1b, aanhef en onder 2, 3,
4 of 5, van de Vreemdelingenwet indien hij in overeenstemming met de Wet arbeid
vreemdelingen arbeid in dienstbetrekking verricht uit hoofde waarvan hij aan
de loonbelasting onderworpen is. </al>
            </lid>
            <lid>
              <nr>2. </nr>
              <al>De vreemdeling, bedoeld in het eerste lid, blijft verzekerd op grond van
de volksverzekeringen indien hij uit hoofde van het verrichten van arbeid
als bedoeld in het eerste lid, recht heeft op betaling van loon als bedoeld
in artikel 629, van Boek 7, van het Burgerlijk Wetboek, of recht heeft op
een uitkering op grond van de Ziektewet, de Werkloosheidswet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,
alsmede indien de arbeid, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk is onderbroken
als gevolg van betaald verlof, staking of uitsluiting. </al>
            </lid>
          </art>
        </wlichaam>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>B </nr>
        </kop>
        <al>Na artikel 24 wordt een artikel ingevoegd, luidende:  </al>
        <wlichaam>
          <art>
            <kop>
              <nr>Artikel 24a </nr>
            </kop>
            <al>De vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijf houdt in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 1, van de Vreemdelingenwet is niet op grond van
het verrichten van arbeid, uit hoofde waarvan hij aan de loonbelasting is
onderworpen, verzekerd voor de volksverzekeringen, indien hij voor een werkgever
arbeid verricht, zonder dat aan de Wet arbeid vreemdelingen is voldaan. </al>
          </art>
        </wlichaam>
      </wlid>
    </wart>
    <art id="aii">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL II </nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.  </al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit Besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. </slotform>
      <eindnoot id="e1">
        <al>Stb. 1989, 164, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 24 december 1997,
Stb. 806.</al>
      </eindnoot>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat
het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>14 mei 1998 </onddatum>
        <koning>Beatrix  </koning>
        <minister>
          <minvan>De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, </minvan>
          <naam>F. H. G. de Grave  </naam>
        </minister>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, </minvan>
          <naam>E. Borst-Eilers </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">vierde</nadruk> juni 1998 </uitgifte-regel>
        <uitdag>vierde</uitdag>
        <uitmaand>juni</uitmaand>
        <uitjaar>1998 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <al>In de Wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten
teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op verstrekkingen,
voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te koppelen aan het
rechtmatig verblijf van de vreemdeling in Nederland (Kamerstukken 24 233),
wordt uitwerking gegeven aan het uitgangspunt dat vreemdelingen die niet onvoorwaardelijk
tot Nederland zijn toegelaten in beginsel geen toegang hebben tot de sociale
verzekeringen en voorzieningen (het koppelingsbeginsel). Op grond van de bij
voornoemde wet gewijzigde artikelen 4 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet,
6 van de Algemene Ouderdomswet, 13 van de Algemebe nabestaandenwet, 6 van
de Algemene Kinderbijslagwet en 5 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
is – indachtig dit koppelingsbeginsel – de verzekeringsplicht
beperkt tot vreemdelingen die hier verblijven op grond van een besluit tot
toelating of op grond van toelating als EG-onderdaan (de vreemdeling bedoeld
in artikel 1b, aanhef en onder 1 vab de Vreemdelingenwet). </al>
      <al>Tijdens de parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel heeft het kabinet
aangegeven van mening te zijn, dat in het kader van de volksverzekeringen
in een aantal situaties van deze hoofdregel afgeweken dient te worden. In
vergelijking met het eigenlijke koppelingsbeginsel betreft dit enerzijds een
verruiming, anderzijds een verdere beperking. Het onderhavige besluit strekt
hiertoe. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De verruiming is neergelegd in <nadruk type="cur">Artikel I, onderdeel A</nadruk> van
het onderhavige besluit, strekkende tot de inlas van een nieuw artikel 9a
in het besluit. In dit artikel wordt de groep van vreemdelingen die verzekerd
kunnen zijn voor de volksverzekeringen uitgebreid met een tweetal categorieen
in Nederland wonende vreemdelingen. Krachtens het nieuwe artikel 9a, eerste
lid onder a, zijn verzekerd die vreemdelingen die eerder over een verblijfsrecht
krachtens artikel 9 of artikel 10 Vreemdelingenwet hebben beschikt, en die,
voor het vervallen van dit verblijfsrecht, een aanvraag tot voortgezet verblijf
hebben ingediend. </al>
      <al>Krachtens het nieuwe artikel 9a, eerste lid onder b, zijn voorts verzekerd
die vreemdelingen die, naar aanleiding van een intrekking van een verblijfsrecht
ex artikel 9 of 10 Vreemdelingenwet, dan wel naar aanleiding van een weigering
van voortgezet verblijf, tijdig – d.w.z. binnen de daarvoor in de artikelen
30, derde lid, of 33c Vreemdelingenwet gestelde termijn van 4 weken –
bezwaar hebben gemaakt of beroep hebben ingesteld. De verzekering geldt mede
vreemdelingen die weliswaar buiten deze termijn bezwaar of beroep hebben ingesteld,
doch waarbij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in
verzuim is geweest, zodat artikel 6.11 van de Algemene wet bestuursrecht op
die termijnoverschrijding toepassing vindt. </al>
      <al>Het tweede lid regelt wanneer een uit het eerste lid voortvloeiende verzekering
eindigt. Dit is het geval wanneer onherroepelijk op de aanvraag of het bezwaar
of beroep is beslist (d.w.z. wanneer tegen die beslissing geen normale rechtsmiddelen
meer openstaan), en in alle gevallen (d.w.z. ook wanneer nog rechtsmiddelen
openstaan tegen de weigering van voortgezet verblijf) zodra de uitzetting
van de vreemdeling is gelast, tenzij uit de Vreemdelingenwet (hierbij ware
in het bijzonder te denken aan artikel 25 van die wet) dan wel uit een rechterlijke
uitspraak een beletsel voortvloeit de uitzetting daadwerkelijk te effectueren. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het in <nadruk type="cur">Artikel I, onderdeel A, aan het besluit toegevoegde artikel
9b</nadruk> wordt de groep van vreemdelingen die verzekerd kunnen zijn voor
de volksverzekeringen verder uitgebreid met personen die weliswaar niet (meer)
onvoorwaardelijk zijn toegelaten, doch aan wie het is toegestaan in Nederland
arbeid te verrichten en die uit dien hoofde aan loonbelasting onderworpen
zijn. </al>
      <al>Het betreft hier personen die voorwaardelijk zijn toegelaten als bedoeld
in artikel 1b, aanhef en onder 2 van de Vreemdelingenwet, vreemdelingen die
een aanvraag tot verblijf hebben ingediend en aan wie het in afwachting daarvan
is toegestaan in Nederland arbeid te verrichten (artikel 1b, aanhef en onder
3 van de Vreemdelingenwet), vreemdelingen die in Nederland arbeid verrichten
gedurende de zgn. «vrije termijn», zoals werknemers in het internationale
vervoer (artikel 1b, onder 4) en vreemdelingen aan wie het in afwachting van
hun uitzetting (artikel 1b, aanhef en onder 5) is toegestaan in Nederland
te blijven werken. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Voor de goede orde zij hierbij nog vermeld dat de nieuwe artikelen 9a
en 9b onverlet laten dat een vreemdeling onder omstandigheden ook in andere
gevallen als verzekerde in de zin van de volksverzekeringen dient te worden
beschouwd, nl. voor zover dit voortvloeit uit de artikelen 5 t/m 9 van het
Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekerden 1989. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>De verdere beperking is neergelegd in <nadruk type="cur">Artikel I, onderdeel B</nadruk> van
het onderhavige besluit en betreft de categorie van personen aan wie het op
grond van een vergunning ex artikel 9 van de Vreemdelingenwet is toegestaan
in Nederland te verblijven, doch aan wie het niet is toegestaan in Nederland
arbeid te verrichten. Als voorbeeld kan worden genoemd, de vreemdeling aan
wie het uitsluitend is toegestaan om redenen van studie tijdelijk in Nederland
te verblijven. Het is hen in beginsel niet toegestaan in Nederland arbeid
te verrichten, tenzij ten behoeve van die arbeid een tewerkstellingsvergunning
is verleend. </al>
      <al>Consistentie in het overheidsbeleid vergt, dat in die gevallen waarin
desondanks toch zonder tewerkstellingsvergunning arbeid wordt verricht, uit
dien hoofde geen aanspraak op de toekenning van een uitkering of een voorziening
op grond van de volksverzekeringen kan worden ontleend.  </al>
      <minister>
        <minvan>De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, </minvan>
        <naam>F. H. G. de Grave  </naam>
      </minister>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, </minvan>
        <naam>E. Borst-Eilers </naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>