﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb998.304" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1998-304/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB4235 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1998">Jaargang 1998</jaargang>
      <stbjaar>1998 </stbjaar>
      <stbnr>304  </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 14 mei 1998, houdende regels inzake
de vakbekwaamheid van makelaars in onroerende zaken (Besluit vakbekwaamheid
makelaars in onroerende zaken)</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz. </wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van de Staatssecretaris van Economische Zaken, gedaan
mede namens Onze Minister van Justitie, van 11 november 1997, nr. 97066763
WJA/W; </al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 63c, tweede lid, van het Wetboek van Koophandel</grslag>; </al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 3 februari 1998, nr. W10.97.0728); </al>
        <al>Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Economische Zaken,
uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie, van 7 mei 1998, nr. 98030067
WJA/W;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <art id="a1">
      <kop>
        <nr>Artikel 1 </nr>
      </kop>
      <al>In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan
onder makelaardij in onroerende zaken: de makelaardij in rechten waaraan onroerende
zaken zijn onderworpen. </al>
    </art>
    <art id="a2">
      <kop>
        <nr>Artikel 2 </nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1. </nr>
        <al>De verzoeker, bedoeld in artikel 63c, eerste lid, van het Wetboek van
Koophandel, is bekwaam de makelaardij in onroerende zaken uit te oefenen indien
deze: </al>
        <al>a. beschikt over een bij regeling van Onze Minister van Economische Zaken
aangewezen diploma of soortgelijk bewijsstuk, waaruit naar diens oordeel blijkt
dat de bezitter ervan voldoet aan de in artikel 3, eerste lid, bedoelde vakbekwaamheidseisen
en met goed gevolg de in artikel 4 bedoelde praktijkproef heeft afgelegd,
dan wel </al>
        <al>b. in het bezit is van een ten aanzien van het beroep van makelaar door
Onze Minister van Economische Zaken afgegeven EG-verklaring als bedoeld in
de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2. </nr>
        <al>Bij de aanwijzing van een diploma of soortgelijk bewijsstuk, bedoeld in
het eerste lid, onder a, kan worden bepaald dat: </al>
        <al>a. deze slechts geldt voor zover met betrekking tot het examen ter verkrijging
van dat diploma of dat bewijsstuk een examenprogramma en examenreglement
in acht worden genomen, waarmee Onze Minister van Economische Zaken heeft
ingestemd; </al>
        <al>b. Onze Minister van Economische Zaken een of meer gecommitteerden aanwijst
die toezicht houden bij het afleggen van het desbetreffende examen. In dat
geval wordt het diploma of bewijsstuk door een gecommitteerde ondertekend. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3. </nr>
        <al>Onze Minister van Economische Zaken kan een aanwijzing van een diploma
of soortgelijk bewijsstuk als bedoeld in het eerste lid, onder a, intrekken
indien naar zijn oordeel de eisen voor het met goed gevolg afgelegd hebben
van het examen ter verkrijging van het aangewezen diploma of bewijsstuk zodanig
zijn dat de bezitter ervan niet meer voldoet aan de in artikel 3, eerste lid,
bedoelde vakbekwaamheidseisen. </al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a3">
      <kop>
        <nr>Artikel 3 </nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1. </nr>
        <al>De vakbekwaamheidseisen voor de makelaardij in onroerende zaken omvatten
kennis, inzicht en vaardigheden betreffende: </al>
        <al>a. makelaardijleer, inhoudende de verschillende soorten gebouwde en ongebouwde
onroerende zaken, de verhouding tussen makelaars, cliënten en derden,
het voorbereiden, sluiten en afwikkelen van overeenkomsten, het waarderen
en beheren van onroerende zaken alsmede het uitbrengen van adviezen hierover
en het schriftelijk in correct Nederlands formuleren van adviezen, rapporten
en andere correspondentie; </al>
        <al>b. bouwkunde, inhoudende de meest voorkomende begrippen, benamingen, bestek
en tekeningen, constructievormen en -elementen, afwerkingsvormen, installaties
en materialen in de bouw, met inbegrip van de samenhang daartussen, alsmede
het beoordelen van de opbouw en de staat van gebouwen en gebreken daaraan; </al>
        <al>c. privaatrecht, in het bijzonder die gedeelten die betrekking hebben
op onroerende zaken, of die anderszins van belang zijn voor de uitoefening
van de makelaardij in onroerende zaken; </al>
        <al>d. publiekrecht, met inbegrip van het fiscaal recht en Europese wet- en
regelgeving, in het bijzonder die gedeelten die betrekking hebben op onroerende
zaken, of die anderszins van belang zijn voor de uitoefening van de makelaardij
in onroerende zaken; </al>
        <al>e. economie, marketing en consumentengedrag, inhoudende de voornaamste
beginselen, begrippen en hulpmiddelen van micro- en macro-economie, marketing
en consumentengedrag die worden toegepast op onroerende zaken, in het bijzonder
bij de beoordeling van situaties en objecten waarmee de makelaar in onroerende
zaken wordt belast; </al>
        <al>f. bedrijfseconomie en bedrijfsadministratie, inhoudende de voornaamste
beginselen, begrippen en hulpmiddelen van financiering, kostprijsberekening,
externe verslaglegging, financiële rekenkunde, dubbel boekhouden, vermogensbeheer
en beheersadministratie die worden toegepast op onroerende zaken, in het bijzonder
bij de beoordeling van situaties en objecten waarmee de makelaar in onroerende
zaken wordt belast. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2. </nr>
        <al>Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent
de in het eerste lid bedoelde vakbekwaamheidseisen. </al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a4">
      <kop>
        <nr>Artikel 4 </nr>
      </kop>
      <al>Op verzoek van degene die in het bezit is van een diploma of bewijsstuk
als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, neemt de kamer van koophandel
en fabrieken binnen welker gebied de verzoeker voornemens is zich te vestigen,
hem een praktijkproef af, waarbij getoetst wordt of de betrokkene voldoet
aan de eisen die in de praktijk van de makelaardij in onroerende zaken worden
gesteld, waaronder wordt begrepen kennis van de gebruiken, regels en omstandigheden
die van belang zijn bij het beoordelen van de waarde van onroerende
zaken in de streek waar de verzoeker voornemens is zich te vestigen. </al>
    </art>
    <art id="a5">
      <kop>
        <nr>Artikel 5 </nr>
      </kop>
      <al>Het Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen wordt ingetrokken. </al>
    </art>
    <art id="a6">
      <kop>
        <nr>Artikel 6 </nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1
april 1998. </al>
    </art>
    <art id="a7">
      <kop>
        <nr>Artikel 7 </nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vakbekwaamheid makelaars in
onroerende zaken. </al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. </slotform>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Economische Zaken. </al>
        <al>Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 juni 1998, nr. 105.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>14 mei 1998 </onddatum>
        <koning>Beatrix  </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Economische Zaken, </minvan>
          <naam>G. J. Wijers  </naam>
        </minister>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie a.i., </minvan>
          <naam>H. F. Dijkstal </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">achtentwintigste</nadruk> mei 1998 </uitgifte-regel>
        <uitdag>achtentwintigste</uitdag>
        <uitmaand>mei</uitmaand>
        <uitjaar>1998 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING  </titel>
      </kop>
      <tuskop letat="vet">I. ALGEMEEN  </tuskop>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding </tuskop>
      <al>In de brief van de Staatssecretaris van Economische Zaken, de Minister
van Justitie en de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer van 16 juli 1991 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal (kamerstukken
II 1990/91, 21 800 XIII, nr. 79) is het voornemen geuit om de vakbekwaamheidseisen
voor makelaars in onroerende zaken, vervat in het Besluit vakbekwaamheid makelaars
in onroerende goederen en in de Beschikking vakbekwaamheid makelaars in onroerende
goederen, te actualiseren. Vervolgens heeft uitvoerig overleg plaatsgevonden
over deze herijking met de Nederlandse Vereniging van Makelaars in onroerende
goederen NVM. Een en ander heeft thans geleid tot overeenstemming met de NVM
over de gewenste inhoud van de vakbekwaamheidseisen. Daarnaast is besloten
tot een aantal technische aanpassingen en het schrappen van de zogenoemde
vaktest. Omdat een en ander leidt tot een ingrijpende wijziging van het bestaande
Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen is, in overeenstemming
met aanwijzing 224 van de Aanwijzingen voor de regelgeving, het besluit opnieuw
vastgesteld.  </al>
      <tuskop letat="vet">2. Actualisering vakbekwaamheidseisen </tuskop>
      <al>De vakbekwaamheidseisen voor makelaars in onroerende zaken waren tot dusverre
vervat in het Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen en in
de Beschikking vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen. Deze eisen
waren sinds 1972 niet meer herzien. Zij hielden dan ook geen gelijke tred
meer met de ontwikkelingen die zich voordeden in de uitoefening van de makelaardij.
Door de NVM is een nieuw examenprogramma ontwikkeld. De belangrijkste wijzigingen
betreffen meer aandacht voor bouwkundige kennis en een over de hele linie
meer praktische benadering van de examenstof. De nieuwe exameneisen zijn consequent
beperkt tot de vaktechnische kernactiviteiten van de makelaar. Daarbij is
er voor gewaakt geen zwaardere eisen te stellen dan die welke strikt noodzakelijk
zijn voor een verantwoorde beroepsuitoefening. Verouderde en beperkt functionele
onderdelen zijn geschrapt en noodzakelijke nu nog ontbrekende elementen toegevoegd.
Een en ander zal niet leiden tot een significante verzwaring van het examen.
De Stichting Vakexamens Makelaardij (SVM) heeft een nieuw opleidingsprogramma
voor het makelaarsexamen ontwikkeld, waarin de huidige opleiding van 370 lesuren
is uitgebreid tot maximaal 400 lesuren. </al>
      <al>Tevens is gekozen voor een nieuwe opzet om de vakbekwaamheidseisen wettelijk
te regelen. Daarbij is ervoor gekozen om niet meer in detail, door het instrument
van nadere regels, de uitwerking van vakbekwaamheidseisen in een examenprogramma
in regelgeving neer te leggen, maar om via de weg van de goedkeuring van examenprogramma's
te verzekeren dat de bezitter van een desbetreffend diploma wordt getoetst
op de in artikel 3, eerste lid, van dit besluit neergelegde vakbekwaamheidseisen.
Mocht dit systeem niet of niet geheel blijken te voldoen, dan kunnen eventueel
op grond van artikel 3, tweede lid, alsnog nadere regels worden vastgesteld.   </al>
      <tuskop letat="vet">3. Project Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit
(MDW)  </tuskop>
      <al>Het kabinet heeft in het kader van het project Marktwerking, deregulering
en wetgevingskwaliteit (MDW) een doorlichting van de regeling inzake titelbescherming
van makelaars laten uitvoeren. De regels omtrent de vakbekwaamheid van makelaars
in onroerende zaken vormen daarvan een belangrijk onderdeel. Als uitkomst
van deze doorlichting heeft het kabinet besloten tot afschaffing van de titelbescherming
en beëdiging van makelaars. Indien dit voornemen wordt geëffectueerd
zal dit ondermeer leiden tot het vervallen van het onderhavige besluit. Vaststelling
van dit besluit is echter noodzakelijk, nu de opleidingsinstituten door de
exameninstelling SVM zijn geïnformeerd over de nieuwe exameneisen en
thans hun cursisten voorbereiden op het gewijzigde examen. Het examen nieuwe
stijl wordt voor het eerst in het voorjaar van 1998 afgenomen.  </al>
      <tuskop letat="vet">4. Schrappen van de vaktest </tuskop>
      <al>In het tot nu toe geldende besluit was een regeling opgenomen voor toelating
in bijzondere gevallen tot een zogenaamde vaktest in plaats van het moeten
afleggen van het examen. Wat onder een bijzonder geval moest worden verstaan,
was niet vastgelegd. Wel was geregeld dat de aanvrager tenminste 35 jaar moest
zijn en twee jaar ervaring met makelaarswerkzaamheden moest hebben. Voor de
test golden dezelfde vakbekwaamheidseisen als voor het examen. De ingestelde
commissie toelating vaktest had besloten drie categorieën kandidaten
tot de test toe te laten. De eerste categorie werd gevormd door aanvragers
die om medische redenen niet konden deelnemen aan het normale examen. De tweede
categorie werd gevormd door aanvragers die, vanwege ernstige ziekte of overlijden
van de makelaar op het kantoor waar zij werkzaam waren, op korte termijn moesten
voldoen aan de vakbekwaamheidseisen makelaardij, omdat anders het voortbestaan
van het kantoor in gevaar zou kunnen komen. Zij konden daarom niet wachten
op het jaarlijkse examen. De derde categorie werd gevormd door aanvragers
die in het buitenland een makelaarsopleiding hadden gevolgd. </al>
      <al>Voor elk van deze bijzondere gevallen is een andere oplossing gevonden.
In het door de minister goed te keuren examenreglement van het SVM-examen
zal een voorziening worden getroffen voor het op passende andere wijze toetsen
van kandidaten die om medische redenen niet aan het examen kunnen deelnemen.
Zij ontvangen, als zij slagen, het gewone diploma. In het examenreglement
zal ook worden vastgelegd dat het examen voortaan tenminste twee maal per
jaar zal worden afgenomen. De wachttijd voor een volgend examen zal dus nooit
meer dan 6 maanden bedragen. Er is dan ook geen reden voor de tweede categorie
een bijzondere voorziening te laten voortbestaan. De categorie bezitters van
diploma's behaald in een andere lid-staat dan Nederland van de Europese Unie
of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om een EG-verklaring
als bedoeld in artikel 2 aan te vragen. Voor een specifieke toelichting van
deze regeling zij verwezen naar de artikelsgewijze toelichting, onder artikel
2.  </al>
      <tuskop letat="vet">5. Aanwijzen van bewijsstukken </tuskop>
      <al>De aangewezen bewijsstukken van vakbekwaamheid waren tot nu toe deels
in het Besluit vakbekwaamheid makelaars in onroerende goederen en deels in
aparte regelingen vervat. Teneinde een overzichtelijke en ordelijke systematiek
te verkrijgen is besloten de aanwijzing van bewijsstukken uniform te regelen
door deze voortaan uitsluitend door middel van aanwijzing door
de Minister van Economische Zaken te doen geschieden (artikel 2, eerste lid,
onder a). </al>
      <al>De verplichte advisering van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in
onroerende goederen NVM bij het aanwijzen van bewijsstukken was reeds vervallen
als gevolg van het Aanpassingsbesluit wijziging adviesstelsel, waarbij dit
soort adviesverplichtingen rijksbreed zijn geschrapt. Analoog hieraan is eveneens
de verplichting tot overleg bij het vaststellen van nadere regels vervallen.
Uiteraard betekent dit niet dat in de praktijk geen overleg terzake meer zal
worden gevoerd. </al>
      <al>Het is de bedoeling alle diploma's die tot nu toe waren aangewezen, opnieuw
aan te wijzen. Dat zal in één regeling geschieden, waardoor
de overzichtelijkheid wordt bevorderd. Tot de aanwijzing van andere diploma's
of bewijsstukken wordt pas overgegaan indien er naar het oordeel van de Minister
van Economische Zaken voldoende waarborgen zijn dat de bezitter van zo'n ander
diploma of bewijsstuk voldoet aan de gestelde eisen van vakbekwaamheid. Daarbij
wordt gelet op de wijze waarop het diploma of bewijsstuk kan worden verkregen.
Aandachtspunten daarbij zijn bijvoorbeeld de wijze van afnemen en de inhoud
van een examen en de wijze waarop overheidstoezicht daarop is geregeld.  </al>
      <tuskop letat="vet">II. ARTIKELEN  </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Artikel 1 </tuskop>
      <al>De terminologie in dit besluit is aangepast aan de huidige terminologie
van het Burgerlijk Wetboek. Gesproken wordt over de makelaardij in onroerende
zaken en de makelaardij in rechten waaraan onroerende zaken zijn onderworpen.
Met deze formulering wordt aangesloten bij artikel 7:2 van het Burgerlijk
Wetboek als voorgesteld bij het voorstel voor een wet, houdende aanvulling
van titel 7.1 (Koop en ruil) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek met bepalingen
inzake de koop van onroerende zaken alsmede vaststelling en invoering van
titel 7.12 (Aanneming van werk), kamerstukken II l992/93, 23 095, nrs.
1–2. Tot de bedoelde rechten behoren het appartementsrecht en de rechten
van erfpacht en opstal.  </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 2 </tuskop>
      <al>In artikel 2, onderdeel b, wordt een voorziening getroffen voor toelating
van bezitters van een diploma, afgegeven in een andere lid-staat van de Europese
Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte dan Nederland. Degenen die beschikken over een
EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepsopleidingen
(verder AwEb) worden op dezelfde wijze behandeld als degenen die beschikken
over een Nederlands makelaarsdiploma en met goed gevolg de praktijkproef hebben
afgelegd. De voorziening in dit besluit kan daartoe beperkt blijven, omdat
de AwEb al de nodige regels stelt. </al>
      <al>Op grond van artikel 8 AwEb is de bevoegde autoriteit (in casu de Minister
van Economische Zaken) bevoegd op verzoek van een onderdaan van een lid-staat
van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende
de Europese Economische Ruimte een EG-verklaring af te geven indien is voldaan
aan de in artikel 10 AwEb gestelde eisen. </al>
      <al>Het uitgangspunt is dat, indien voldaan wordt aan de in artikel 10 bedoelde
eisen, een EG-verklaring wordt afgegeven (artikel 7 AwEb). Hiervan kan echter
worden afgeweken indien een kortere opleiding is gevolgd dan die welke in
Nederland wordt vereist (artikel 11 AwEb), dan wel wanneer de door de aanvrager
gevolgde opleiding betrekking heeft op vakgebieden die wezenlijk verschillen
van die welke worden bestreken door de in Nederland voor de toelating
tot het beroep van makelaar in onroerende zaken bij of krachtens de wet vereiste
opleiding (artikel 12 AwEb). In het eerste geval kan de minister van de aanvrager
eisen dat hij aantoont over voldoende beroepservaring te beschikken. In het
tweede geval kan een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid worden
opgelegd. De inhoud van deze stage of proeve kan verschillen, al naar gelang
de ervaring en de opleiding die de aanvrager heeft genoten. Aangenomen mag
worden dat het in de regel noodzakelijk zal zijn in ieder geval aanvullende
eisen te stellen ten aanzien van kennis van het Nederlandse privaat- en publiekrecht.
De beslissing van de minister, die ingevolge artikel 15 AwEb binnen 4 maanden
na ontvangst van de aanvraag wordt genomen, kan derhalve bestaan uit een toewijzing
zonder meer, een afwijzing of een toewijzing onder oplegging van een aanvullende
eis. Tegen de genomen beslissing staat voor de aanvrager beroep open op grond
van de Algemene wet bestuursrecht.  </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 3 </tuskop>
      <al>In het tweede lid van artikel 3 is de mogelijkheid opengehouden om, als
het «lichtere» systeem van de goedkeuring van examenprogramma's,
zoals dat hierboven is uiteengezet, in de praktijk toch niet optimaal zou
blijken te werken, alsnog over te kunnen gaan tot het stellen van nadere regels
met betrekking tot de vakbekwaamheidseisen.  </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 4 </tuskop>
      <al>Dit artikel regelt de praktijkproef. De inhoud en wijze van afnemen zijn
ongewijzigd gebleven, alleen de opzet en bewoordingen van het artikel zijn
gemoderniseerd.  </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6 </tuskop>
      <al>Aan artikel 6 is terugwerkende kracht verleend tot en met 1 april 1998.
Dit houdt verband met het feit dat onlangs het afnemen van examens een aanvang
heeft genomen. De opleiding voor het examen was reeds afgestemd op de in de
praktijk al bekend zijnde nieuwe eisen. Ook het examen was daarop reeds ingericht.
 </al>
      <minister>
        <minvan>De Staatssecretaris van Economische Zaken, </minvan>
        <naam>A. van Dok-van Weele  </naam>
      </minister>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
        <naam>W. Sorgdrager </naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>