﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb998.24" soort="beschik" publtype="besc">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1998-24/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB3892 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1998">Jaargang 1998</jaargang>
      <stbjaar>1998 </stbjaar>
      <stbnr>24 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Beschikking</soort> van de Minister van Justitie van 12
januari 1998, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Aanwijzingsbesluit
bestuursorganen Wob en WNo, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit
van 22 december 1997, Stb. 1998, 23</intitule>
    <aanhef>
      <wie>De Minister van Justitie, </wie>
      <consider>
        <al>Gelet op artikel II van het besluit van 22 december 1997, Stb. 1998, 23;</al>
      </consider>
      <afkondig>Besluit:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <besluit>
      <al>de tekst van het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo, zoals
dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 22 december 1997, Stb. 1998,
23 in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. </al>
    </besluit>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>12 januari 1998  </onddatum>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">twintigste</nadruk> januari 1998 </uitgifte-regel>
        <uitdag>twintigste</uitdag>
        <uitmaand>januari</uitmaand>
        <uitjaar>1998 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <tekstpl>
      <kop>
        <titel status="off">TEKST VAN HET AANWIJZINGSBESLUIT WOB EN WNO, ZOALS DIT
LAATSTELIJK IS GEWIJZIGD BIJ BESLUIT VAN 22 DECEMBER 1997, STB. 1998, 23  </titel>
      </kop>
      <art id="a1">
        <kop>
          <nr>Artikel 1 </nr>
        </kop>
        <al>Als organen als bedoeld in artikel 1a, onder d, van de Wet openbaarheid
van bestuur worden aangewezen: </al>
        <al>a. de bestuursorganen onderscheidenlijk de bestuursorganen van de instellingen
die in de bijlage bij dit besluit zijn opgenomen; </al>
        <al>b. de Registratiekamer; </al>
        <al>c. de adviescolleges, bedoeld in de Kaderwet adviescolleges, niet zijnde
adviescolleges als bedoeld in artikel 3 van die wet. </al>
      </art>
      <art id="a2">
        <kop>
          <nr>Artikel 2 </nr>
        </kop>
        <al>Als organen als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, onder d, van de Wet
Nationale ombudsman worden aangewezen: </al>
        <al>a. de bestuursorganen van de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie; </al>
        <al>b. de bestuursorganen onderscheidenlijk de bestuursorganen van de instellingen
die in de bijlage bij dit besluit zijn opgenomen; </al>
        <al>c. de adviescolleges, bedoeld in de Kaderwet adviescolleges, niet zijnde
adviescolleges als bedoeld in artikel 3 van die wet. </al>
      </art>
      <art id="a3">
        <kop>
          <nr>Artikel 3 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>De artikelen 78 en 79 van het Mediabesluit vervallen. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>De volgende regelingen worden ingetrokken: </al>
          <al>a. het koninklijk besluit van 5 april 1991, houdende een algemene maatregel
van bestuur tot aanwijzing van het Centraal Bestuur en de Regionale Besturen
voor de Arbeidsvoorziening als administratieve organen in de zin van de Wet
Nationale ombudsman (Stb. 1991, 182); </al>
          <al>b. het koninklijk besluit van 27 augustus 1991, houdende een algemene
maatregel van bestuur tot aanwijzing van de Pensioen- en Uitkeringsraad als
orgaan als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet openbaarheid van bestuur,
onderscheidenlijk artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet Nationale
ombudsman (Stb. 1991, 466); </al>
          <al>c. het koninklijk besluit van 4 september 1992, houdende een algemene
maatregel van bestuur tot aanwijzing van de Stichting NIWO en de Stichting
SIEV als organen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet openbaarheid
van bestuur, onderscheidenlijk artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de
Wet Nationale ombudsman (Stb. 1992, 496). </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a4">
        <kop>
          <nr>Artikel 4 </nr>
        </kop>
        <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 1993, met uitzondering
van artikel 2, onder b, wat de instellingen, bedoeld in deel D, onder 2 tot
en met 4, van de bijlage bij het besluit betreft, dat in werking treedt met
ingang van 1 november 1995. </al>
      </art>
      <art id="a5">
        <kop>
          <nr>Artikel 5 </nr>
        </kop>
        <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob
en WNo.  </al>
      </art>
      <bijlage id="b1">
        <kop>
          <titel status="off">Bijlage </titel>
        </kop>
        <al>Bijlage als bedoeld in de artikelen 1, onder a, en 2, onder b, van het
Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo  </al>
        <tuskop letat="vet">A. Ministerie van Buitenlandse Zaken </tuskop>
        <al>Stichting Nationale Commissie Voorlichting en Bewustwording Ontwikkelingssamenwerking.
 </al>
        <tuskop letat="vet">B. Ministerie van Justitie </tuskop>
        <al>1. Raden voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de
rechtsbijstand. </al>
        <al>2. Commissie als bedoeld in artikel 8 van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. </al>
        <al>3. College van toezicht op de kansspelen als bedoeld in artikel 33 van
de Wet op de kansspelen. </al>
        <al>4. Vervallen. </al>
        <al>5. Centraal orgaan opvang asielzoekers als bedoeld in artikel 2 van de
Wet centraal orgaan opvang asielzoekers. </al>
        <al>6. Nederlandse orde van advocaten als bedoeld in artikel 17 van de Advocatenwet. </al>
        <al>7. Regio's als bedoeld in artikel 21 van de Politiewet 1993. </al>
        <al>8. Raad voor het Korps landelijke politiediensten als bedoeld in artikel
39 van de Politiewet 1993. </al>
        <al>9. Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie als bedoeld in artikel
2 van de LSOP-wet. </al>
        <al>10. Orden van advocaten in het arrondissement als bedoeld in artikel 17
van de Advocatenwet. </al>
        <al>11. Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen als bedoeld in artikel
2 van de Wet Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.  </al>
        <tuskop letat="vet">C. Ministerie van Binnenlandse Zaken </tuskop>
        <al>1. Vervallen. </al>
        <al>2. Dienst geneeskundige verzorging politie als bedoeld in het Besluit
Geneeskundige Verzorging Politie 1984. </al>
        <al>3. Kiesraad als bedoeld in artikel A 1 van de Kieswet. </al>
        <al>4. Vervallen. </al>
        <al>5. Stichting Administratie Indonesische Pensioenen als bedoeld in de Wet
Stichting tot verzorging en afwikkeling van pensioenaangelegenheden betreffende
gewezen overheidspersoneel van Indonesië en hun nagelaten betrekkingen
(Stb. 1955, 189). </al>
        <al>6. Stichting arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor de overheid als bedoeld
in de Wet van 24 maart 1988, houdende machtiging tot oprichting van de Stichting
arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor de overheid (Stb. 1988, 163). </al>
        <al>7. Nederlands bureau brandweerexamens als bedoeld in artikel 18g, eerste
lid, van de Brandweerwet 1985. </al>
        <al>8. Nederlands instituut voor brandweer en rampenbestrijding als bedoeld
in artikel 18a, eerste lid, van de Brandweerwet 1985. </al>
        <al>9. Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel (FAOP) als
bedoeld in artikel 21 van de Wet financiële voorzieningen privatisering
ABP.  </al>
        <tuskop letat="vet">D. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen </tuskop>
        <al>1. Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen als bedoeld in artikel
1.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.  </al>
        <al>2. Open universiteit als bedoeld in artikel 1.3 van de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. </al>
        <al>3. Openbare universiteiten als bedoeld in de bijlage bij de Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. </al>
        <al>4. Openbare hogescholen als bedoeld in de bijlage bij de Wet op het hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. </al>
        <al>5. Koninklijke Bibliotheek als bedoeld in artikel 1.5 van de Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. </al>
        <al>6. Instituut voor Onderzoek van het Onderwijs als bedoeld in artikel 34
van de Wet op de onderwijsverzorging. </al>
        <al>7. Instituut voor Toetsontwikkeling als bedoeld in artikel 38 van de Wet
op de onderwijsverzorging. </al>
        <al>8. Instituut voor Leerplanontwikkeling als bedoeld in artikel 42 van de
Wet op de onderwijsverzorging. </al>
        <al>9. Landelijke organen als bedoeld in artikel 1.5.1 van de Wet educatie
en beroepsonderwijs. </al>
        <al>10. Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek
TNO als bedoeld in artikel 3 van de TNO-wet. </al>
        <al>11. Centrale commissie vaststelling examenopgaven en beoordelingsnormen
als bedoeld in het Besluit Instelling Centrale commissie vaststelling examenopgaven
en beoordelingsnormen (Stcrt. 1981, nr. 82). </al>
        <al>12. Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie als bedoeld in het koninklijk
besluit van 28 juli 1979 (Stb. 426). </al>
        <al>13. OV-Studentenkaart B.V. </al>
        <al>14. Informatie Beheer Groep als bedoeld in artikel 2 van de Wet verzelfstandiging
Informatiseringsbank. </al>
        <al>15. Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek als bedoeld
in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk
onderzoek. </al>
        <al>16. Vervangingsfonds als bedoeld in artikel 1 van het Besluit vervangingsfonds.
16a. Participatiefonds als bedoeld in artikel 1 van het Besluit participatiefonds. </al>
        <al>17. Commissariaat voor de Media als bedoeld in artikel 9 van de Mediawet. </al>
        <al>18. Bedrijfsfonds voor de Pers als bedoeld in artikel 123 van de Mediawet. </al>
        <al>19. Dienst omroepbijdragen als bedoeld in artikel 122 van de Mediawet. </al>
        <al>20. Nederlandse Filmkeuring als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de
Filmvertoningen. </al>
        <al>21. Rechtspersonen als bedoeld in artikel 9 van de Wet op het specifiek
cultuurbeleid. </al>
        <al>22. Stichting stimuleringsfonds Nederlandse culturele omroepprodukties
als bedoeld in artikel 170, eerste lid, van de Mediawet. </al>
        <al>23. Nederlandse Omroep Stichting als bedoeld in artikel 16 van de Mediawet,
voor zover belast met werkzaamheden die voortvloeien uit onderscheidenlijk
verband houden met de coördinatie van de programma's van de instellingen
die zendtijd hebben verkregen voor landelijke omroep, onderscheidenlijk met
het indelen van de zendtijd van de instellingen die zendtijd hebben verkregen
voor landelijke omroep. </al>
        <al>24. Examencommissie als bedoeld in artikel 1 van het Staatsexamenbesluit
SPD bedrijfsadministratie.  </al>
        <tuskop letat="vet">E. Ministerie van Financiën </tuskop>
        <al>1. De Nederlandsche Bank N.V., voor zover belast met andere werkzaamheden
dan die welke voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met haar taken
op grond van artikel 9, eerste lid, van de Bankwet 1948, haar taken en bevoegdheden
ingevolge de Wet toezicht kredietwezen 1992, haar taken en bevoegdheden ingevolge
de Wet toezicht  beleggingsinstellingen, en haar taken en bevoegdheden
ingevolge de Wet inzake de wisselkantoren. </al>
        <al>2. Stichting Effectenvernieuwingsbureau als bedoeld in artikel 2 van de
Effectenvernieuwingswet. </al>
        <al>3. Verzekeringskamer, voor zover belast met andere werkzaamheden dan die
welke voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met haar taken en
bevoegdheden ingevolge de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993, de Wet toezicht
natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, de Pensioen- en Spaarfondsenwet, de Wet
betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, de Wet betreffende
verplichte deelneming in een bedrijfspensioenfonds, de Wet tot invoering van
een leeftijdsgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel pensioenfonds
en de Algemene burgerlijke pensioenwet. </al>
        <al>4. Stichting toezicht effectenverkeer voor zover belast met andere werkzaamheden
dan die welke voortvloeien uit onderscheidenlijk verband houden met haar taken
en bevoegdheden ingevolge de Wet toezicht effectenverkeer 1995. </al>
        <al>5. Waarderingskamer als bedoeld in artikel 4 van de Wet waardering onroerende
zaken.  </al>
        <tuskop letat="vet">F. Ministerie van Defensie </tuskop>
        <al>1. Nederlandsche Marineraad als bedoeld in artikel 2 van de Marinescheepsongevallenwet. </al>
        <al>2. Rechtspersoon als bedoeld in artikel 90b van het Algemeen militair
ambtenarenreglement.  </al>
        <tuskop letat="vet">G. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening
en Milieubeheer </tuskop>
        <al>1. Huurcommissies als bedoeld in de Wet op de huurcommissies. </al>
        <al>2. Reconstructie-commissie Midden-Delfland als bedoeld in artikel 3 van
de Reconstructiewet Midden-Delfland. </al>
        <al>3. Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting als bedoeld in artikel 2 van
het Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting. </al>
        <al>4. Stichting bureau architectenregister als bedoeld in artikel 3 van de
Wet op de architectentitel. </al>
        <al>5. KIWA N.V. </al>
        <al>6. Aangewezen instanties als bedoeld in artikel 6 van de Wet geluidhinder. </al>
        <al>7. Dienst voor het kadaster en de openbare registers als bedoeld in artikel
2 van de Organisatiewet Kadaster.  </al>
        <tuskop letat="vet">H. Ministerie van Verkeer en Waterstaat </tuskop>
        <al>1. Stichting Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie als bedoeld
in artikel 32 van de Wet goederenvervoer over de weg. </al>
        <al>2. Stichting Inschrijving Eigen Vervoer als bedoeld in artikel 34 van
de Wet goederenvervoer over de weg. </al>
        <al>3. Luchtverkeersbeveiligings-organisatie als bedoeld in artikel 22 van
de Wet Luchtverkeer. </al>
        <al>4. Nederlandse loodsencorporatie als bedoeld in artikel 6 van de Loodsenwet. </al>
        <al>5. Regionale loodsencorporaties als bedoeld in artikel 10 van de Loodsenwet. </al>
        <al>6. Instellingen die ingevolge artikel 18 van de Binnenschepenwet, juncto
artikel 2a van het Besluit vaarbewijzen binnenvaart belast zijn met de afgifte
van vaarbewijzen. </al>
        <al>7. Natuurlijke of rechtspersonen aan wie een erkenning als bedoeld in
artikel 83 van de Wegenverkeerswet 1994 is verleend.  </al>
        <al>8. Havenbeheerders als bedoeld in artikel 12 van het Besluit voorkoming
olieverontreiniging door schepen. </al>
        <al>9. Havenbeheerders als bedoeld in artikel 7 van het Besluit voorkoming
verontreiniging door met schepen in bulk vervoerde schadelijke vloeistoffen. </al>
        <al>10. Havenbeheerders als bedoeld in artikel 7 van het Besluit voorkoming
verontreiniging door vuilnis van schepen. </al>
        <al>11. Bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van het
Voorschriftenbesluit registerloodsen. </al>
        <al>12. Facilitair bedrijf Loodswezen B.V. als bedoeld in artikel III van
de Wet van 7 juli 1994, houdende wijziging van de Loodsenwet en de Scheepvaartverkeerswet
in verband met de herziening van de financiële relatie tussen het Rijk
en de loodsen, de invoering van een verkeersbegeleidingstarief en een aantal
technische wijzigingen (Stb. 584). </al>
        <al>12a. Organisatie, aangewezen op grond van artikel 15a, tweede lid, van
de Scheepvaartverkeerswet </al>
        <al>13. Bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel
a, van het Loodsplichtbesluit 1995. </al>
        <al>14. Commissie als bedoeld in artikel 3 van de Binnenvaartrampenwet. </al>
        <al>15. Raad voor de Luchtvaart als bedoeld in artikel 2 van de Luchtvaartongevallenwet. </al>
        <al>16. Spoorwegongevallenraad als bedoeld in artikel 27a van de Spoorwegwet. </al>
        <al>17. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. </al>
        <al>18. Commissie voor de zeevisvaartexamens als bedoeld in artikel 3, tweede
lid, onder 2, van de Wet op de zeevischvaartdiploma's 1935 en artikel 2 van
het Examenreglement zeevisvaart. </al>
        <al>19. Commissie voor de stuurliedenexamens als bedoeld in artikel 2, tweede
lid, van de Wet op de zeevaartdiploma's en in artikel 2, eerste lid, van het
Examenbesluit zeevaartdiploma's 1991. </al>
        <al>20. Commissie voor de examens van scheepwerktuigkundigen als bedoeld in
artikel 2, tweede lid, van de Wet op de zeevaartdiploma's en in artikel 2,
tweede lid, van het Examenbesluit zeevaartdiploma's 1991. </al>
        <al>21. Schoolcommissies als bedoeld in artikel 2, derde lid, van de Wet op
de zeevaartdiploma's en artikel 3, onder 1, van het Examenbesluit zeevaartdiploma's
1991. </al>
        <al>22. Instellingen voor het afnemen van de examens voor het vaarbewijs als
bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de Binnenschepenwet. </al>
        <al>23. Instantie, aangewezen tot het afnemen van het examen voor, onderscheidenlijk
de afgifte van, het radardiploma binnenvaart als bedoeld in artikel 4A.O2,
eerste lid, onderdeel c, van het Binnenvaartpolitiereglement. </al>
        <al>24. Instantie, aangewezen tot het afnemen van het examen voor het radardiploma
als bedoeld in artikel 19, zesde lid, onderdeel c, van het Scheepvaartreglement
voor het kanaal van Gent naar Terneuzen. </al>
        <al>25. Instantie voor het afnemen van het examen voor het radardiploma voor
de Rijn als bedoeld in artikel 4 van het Reglement radardiploma Rijn. </al>
        <al>26. Commissie voor de landelijke loodsenexamens als bedoeld in artikel
4, eerste lid, van het Besluit adspirant-registerloodsen. </al>
        <al>27. Commissies voor de regionale loodsenexamens als bedoeld in artikel
5, eerste lid, van het Besluit adspirant-registerloodsen. </al>
        <al>28. Commissie van beroep voor de loodsenexamens als bedoeld in artikel
35 van het Besluit adspirant-registerloodsen. </al>
        <al>29. Examencommissie certificaatloodsen als bedoeld in artikel 5, eerste
lid, van het besluit certificaatloodsen. </al>
        <al>30. Instantie(s), belast met de afgifte van de krachtens artikel 15, aanhef
en onder a, van het Besluit Vervoer binnenvaart aangewezen vakdiploma's.  </al>
        <al>31. Instantie(s), belast met de afgifte van erkende vakdiploma's als bedoeld
in artikel 21, eerste lid, van het Besluit goederenvervoer over de weg. </al>
        <al>32. Instantie(s), belast met de afgifte van erkende getuigschriften als
bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het Besluit personenvervoer. </al>
        <al>33. Commissie van Advies omtrent de geschiktheid als scheepbevrachter
als bedoeld in de in artikel 21, eerste lid, van het besluit vervoer binnenvaart
bedoelde ministeriële regeling. </al>
        <al>34. Stichting Innovam, opleidingsinstituut voor het motorvoertuig-, tweewieler-
en aanverwant bedrijf als bedoeld in artikel II, onderdeel D, van de regeling
van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 23 december 1982, nr. A 211 903
(Stcrt. 1982, 253). </al>
        <al>35. Instituut als bedoeld in artikel 2 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen
1993. </al>
        <al>36. Commissie van beroep als bedoeld in artikel 3 van de Wet rijonderricht
motorrijtuigen 1993. </al>
        <al>37. Keuringsartsen voor de vaarbewijzen als bedoeld in artikel 21 van
de Binnenschepenwet. </al>
        <al>38. Geneeskundigen als bedoeld in artikel 31 van het Schepelingenbesluit. </al>
        <al>39. Erkende particuliere onderzoekingsbureaus als bedoeld in artikel 3
van het Schepenbesluit 1965, onderscheidenlijk de gemachtigde particuliere
bureaus, erkende deskundigen, bevoegde personen, deskundigen, erkende instellingen
en keuringsstations, dan wel scheidsrechters, bedoeld in de artikelen 45,
zesde lid, 92a, 95, 96, 97, 100 en 118 van het Schepenbesluit 1965, alsmede
in de artikelen 2 van Bijlage X, 19 van Bijlage XIa, 4 en 10 van Bijlage XXIII
van het Schepenbesluit 1965. </al>
        <al>40. Commissie van Deskundigen voor de Rijnvaart als bedoeld in artikel
3 van het Besluit Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995. </al>
        <al>41. Dienst wegverkeer als bedoeld in artikel 4a van de Wegenverkeerswet
1994. </al>
        <al>42. Bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 2 van het Besluit Reglement
Rijnpatenten 1998. </al>
        <al>43. Exameninstanties als bedoeld in artikel D.2.2 van het Besluit radio-elektrische
inrichtingen. </al>
        <al>44. Houders van een erkenning als installateur of reparateur van tachografen,
onderscheidenlijk de door deze erkenningshouders gemachtigde installateurs
of reparateurs van tachografen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderscheidenlijk
artikel 7, eerste lid, van de Regeling typegoedkeuring en installatie tachografen
Rijnvaart 1995, alsmede in artikel 1, eerste lid, onderdelen e en h, onderscheidenlijk
artikel 3, eerste lid, van de Regeling voorschriften tachografen. </al>
        <al>45. Bevoegde autoriteiten als bedoeld in artikel 3 van het Besluit Rijnvaartpolitiereglement
1995. </al>
        <al>46. Instanties als bedoeld in de artikelen 5 en 8 van de Scheepvaartverkeerswet,
artikel 51 van het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen
en de artikelen 5.02, 5.03, 5.04, 5.08 en 5.09 van het Binnenvaartpolitiereglement. </al>
        <al>47. Rijkshavenmeester Westerschelde als bedoeld in artikel 2, tweede lid,
onderdeel a, van het Scheepvaartreglement Westerschelde 1990. </al>
        <al>48. Bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 1, onderdeel i, van het
Scheepvaartreglement Eemsmonding. </al>
        <al>49. Havenschap Vlissingen, opgericht krachtens de Wet van 10 september
1970 (Stb. 457). </al>
        <al>50. Havenschap Terneuzen, opgericht krachtens de Wet van 8 april 1971
(Stb. 252). </al>
        <al>51. Bevoegde instanties als bedoeld in artikel 1, onder e, van het Besluit
elektromagnetische compatibiliteit. </al>
        <al>52. Instanties als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet pleziervaartuigen.  </al>
        <al>53. Dienst, instelling of onderneming als bedoeld in artikel 12, tweede
lid, van de Wet pleziervaartuigen. </al>
        <al>54. College voor de post- en telecommunicatiemarkt als bedoeld in artikel
2, eerste lid, van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. </al>
        <al>55. Aangemelde instanties als bedoeld in artikel 1, onder c, van het Besluit
randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations.  </al>
        <tuskop letat="vet">I. Ministerie van Economische Zaken </tuskop>
        <al>1. Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten als bedoeld
in artikel 2 van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten. </al>
        <al>2. Examenbureau als bedoeld in artikel 85, eerste lid, van de Wet op de
Accountants-Administratieconsulenten. </al>
        <al>3. Kamers van Koophandel en Fabrieken als bedoeld in de Wet op de Kamers
van Koophandel en Fabrieken 1963. </al>
        <al>4. Octrooiraad als bedoeld in artikel 13 van de Rijksoctrooiwet. </al>
        <al>5. Rechtspersoon, aangewezen krachtens artikel 22, eerste lid, van de
IJkwet. </al>
        <al>6. Centrale Commissie voor de Statistiek als bedoeld in artikel 16 van
de Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie voor de statistiek. </al>
        <al>7. Nederlands Instituut van Registeraccountants als bedoeld in artikel
1 van de Wet op de Registeraccountants. </al>
        <al>8. Examenbureau als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op de
Registeraccountants. </al>
        <al>9. Curatorium voor registeraccountants en Accountants-Administratieconsulenten
als bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de Wet op de Registeraccountants. </al>
        <al>10. Stichting Nederlands Instituut voor Vliegtuigontwikkeling en Ruimtevaart. </al>
        <al>11. Nederlandse onderneming voor energie en milieu B.V. (NOVEM B.V.) </al>
        <al>12. Stichting Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf Nederland. </al>
        <al>13. Rechtspersoon, aangewezen krachtens artikel 7, eerste lid, van de
Waarborgwet 1986. </al>
        <al>14. Bureau voor de industriële eigendom als bedoeld in artikel 15
van de Rijksoctrooiwet 1995.  </al>
        <tuskop letat="vet">J. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij </tuskop>
        <al>1. Centrale Landinrichtingscommissie als bedoeld in artikel 7 van de Landinrichtingswet. </al>
        <al>2. Landinrichtingscommissies als bedoeld in artikel 27, eerste lid, van
de Landinrichtingswet. </al>
        <al>3. Grondkamers als bedoeld in artikel 72 van de Pachtwet. </al>
        <al>4. Jachtfonds als bedoeld in artikel 28 van de Jachtwet. </al>
        <al>5. Kamer voor de Binnenvisserij als bedoeld in artikel 45 van de Visserijwet
1963. </al>
        <al>6. Organisatie ter verbetering van de binnenvisserij als bedoeld in artikel
38 van de Visserijwet 1963. </al>
        <al>7. Erkende instellingen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het
Fokkerijbesluit. </al>
        <al>8. Staatsbosbeheer. </al>
        <al>9. Vervallen. </al>
        <al>10. Commissie Beheer Landbouwgronden als bedoeld in artikel 30 van de
Wet Agrarisch grondverkeer. </al>
        <al>11. Keuringsinstellingen als bedoeld in artikel 87 van de Zaaizaad- en
plantgoedwet.  </al>
        <al>12. Raad voor het Kwekersrecht als bedoeld in artikel 5 van de Zaaizaad-
en Plantgoedwet. </al>
        <al>13. Commissies en instellingen als bedoeld in artikel 73 van de Zaaizaad-
en plantgoedwet. </al>
        <al>14. Rechtspersonen als bedoeld in artikel 8 van de Landbouwkwaliteitswet. </al>
        <al>15. Stichting Landelijke Mestbank als bedoeld in artikel 2 van het Besluit
mestbank en mestboekhouding. </al>
        <al>16. Stichting Borgstellingsfonds voor de landbouw. </al>
        <al>17. Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Visserij. </al>
        <al>18. Stichting Ontwikkelings- en Saneringsfonds voor de Landbouw. </al>
        <al>19. Stichting tot Ontwikkeling van Agrarische Onderwijskunde en Scholing
als bedoeld in artikel 1 van de Regeling bekostiging experimentele agrarische
lerarenopleiding (Stcrt. 1989, 147). </al>
        <al>20. Stichting Uitvoering Landbouwmaatregelen '74. </al>
        <al>21. Herinrichtingscommissie Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën
als bedoeld in artikel 4 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse
Veenkoloniën.  </al>
        <tuskop letat="vet">K. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid </tuskop>
        <al>1. College van toezicht sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 3
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997. </al>
        <al>2. Landelijk instituut sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 30
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997. </al>
        <al>3. Vervallen. </al>
        <al>4. Vervallen. </al>
        <al>5. Vervallen. </al>
        <al>6. Arbeidsvoorzieningsorganisatie als bedoeld in Hoofdstuk II van de Arbeidsvoorzieningswet. </al>
        <al>7. Sociale Verzekeringsbank als bedoeld in artikel 17 van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997. </al>
        <al>8. Centraal Bureau voor de Grafische Bedrijven in Nederland. </al>
        <al>9. Fonds Voorheffing Pensioenverzekering als bedoeld in artikel 3 van
de Wet van 13 december 1972 (Stb. 702). </al>
        <al>10. Diensten, instellingen, onderzoeksbureaux en ondernemingen als bedoeld
in artikel 5 van de Wet op de gevaarlijke werktuigen. </al>
        <al>11. Instellingen als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet. </al>
        <al>12. Herkeuringscommissie Arbeidsomstandighedenwet als bedoeld in artikel
8.8, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. </al>
        <al>13. Stichtingen als bedoeld in artikel 30a van de Wet Sociale Werkvoorziening. </al>
        <al>14. Stichting Silicose Oud-Mijnwerkers.  </al>
        <tuskop letat="vet">L. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport </tuskop>
        <al>1. Vervallen. </al>
        <al>2. Vervallen. </al>
        <al>3. Vervallen. </al>
        <al>4. College ter Beoordeling van Geneesmiddelen als bedoeld in artikel 29
van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening. </al>
        <al>5. Commissies voor Gebiedsaanwijzing als bedoeld in artikel 28 van de
Wet op de Geneesmiddelenvoorziening. </al>
        <al>6. Ziekenfondsraad als bedoeld in artikel 50 van de Ziekenfondswet. </al>
        <al>7. Centraal Orgaan Tarieven gezondheidszorg als bedoeld in artikel 18
van de Wet tarieven gezondheidszorg. </al>
        <al>8. Praeventiefonds als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het Praeventiefonds. </al>
        <al>9. Vervallen.  </al>
        <al>10. Vervallen. </al>
        <al>11. Keuringsraad voor de aanprijzing van Geneesmiddelen als bedoeld in
artikel 30 van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening. </al>
        <al>12. Vervallen. </al>
        <al>13. Pensioen- en Uitkeringsraad als bedoeld in de Wet op de Pensioen-
en Uitkeringsraad. </al>
        <al>14. Commissie Algemene Oorlogsongevallenregeling als bedoeld in het ministerieel
besluit van 3 juni 1954, no. U 7736 (Stcrt. 1954, 111). </al>
        <al>15. Commissie sanering Ziekenhuisvoorzieningen als bedoeld in artikel
18 b, derde lid, van de Wet ziekenhuisvoorzieningen. </al>
        <al>16. Vervallen. </al>
      </bijlage>
    </tekstpl>
  </backm>
</staatsbl>