﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb998.189" soort="beschik" publtype="besc">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1998-189/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB4122 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1998">Jaargang 1998</jaargang>
      <stbjaar>1998 </stbjaar>
      <stbnr>189  </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Beschikking</soort> van de Minister van Justitie van 1 april
1998, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van de artikelen 646
en 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, zoals deze luiden na inwerkingtreding
van de wet van 12 maart 1998, Stb. 188</intitule>
    <aanhef>
      <wie>De Minister van Justitie, </wie>
      <consider>
        <al>Gelet op artikel IV van de wet van 12 maart 1998, Stb. 187, zoals gewijzigd
bij de wet van 12 maart 1998, Stb. 188;</al>
      </consider>
      <afkondig>Besluit:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <besluit>
      <al>de tekst van de artikelen 646 en 647 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek,
zoals deze luiden na inwerkingtreding van de wet van 12 maart 1998, Stb. 188,
in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. </al>
    </besluit>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>1 april 1998 </onddatum>
        <koning>Beatrix  </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">negende</nadruk> april 1998 </uitgifte-regel>
        <uitdag>negende</uitdag>
        <uitmaand>april</uitmaand>
        <uitjaar>1998 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <tekstpl>
      <kop>
        <titel status="off">TEKST VAN DE ARTIKELEN 646 EN 647 VAN BOEK 7 VAN HET BURGERLIJK
WETBOEK ZOALS DEZE LUIDEN NA INWERKINGTREDING VAN DE WET VAN 12 MAART 1998,
STB. 188  </titel>
      </kop>
      <art id="a646">
        <kop>
          <nr>Artikel 646 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>De werkgever mag geen onderscheid maken tussen mannen en vrouwen bij het
aangaan van de arbeidsovereenkomst, het verstrekken van onderricht aan de
werknemer, in de arbeidsvoorwaarden, bij de bevordering en bij de beëindiging
van de arbeidsovereenkomst. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>Van lid 1 mag, voor zover het betreft het aangaan van de arbeidsovereenkomst
en het verstrekken van onderricht, worden afgeweken in die gevallen waarin
het geslacht bepalend is. Daarbij is artikel 5, derde lid, van de Wet gelijke
behandeling van mannen en vrouwen van overeenkomstige toepassing. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3. </nr>
          <al>Van lid 1 mag worden afgeweken indien het bedingen betreft die op de bescherming
van de vrouw, met name in verband met zwangerschap of moederschap, betrekking
hebben. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>4. </nr>
          <al>Van lid 1 mag worden afgeweken indien het bedingen betreft die vrouwelijke
werknemers in een bevoorrechte positie beogen te plaatsen ten einde feitelijke
ongelijkheden op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke
verhouding staat tot het beoogde doel. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>5. </nr>
          <al>In dit artikel wordt onder onderscheid tussen mannen en vrouwen verstaan
direct en indirect onderscheid tussen mannen en vrouwen. Onder direct onderscheid
wordt mede verstaan onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap.
Onder indirect onderscheid wordt verstaan onderscheid op grond van andere
hoedanigheden dan het geslacht, bijvoorbeeld echtelijke staat of gezinsomstandigheden,
dat onderscheid op grond van geslacht tot gevolg heeft. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>6. </nr>
          <al>Het in lid 1 neergelegde verbod van onderscheid geldt niet ten aanzien
van indirect onderscheid dat objectief gerechtvaardigd is. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>7. </nr>
          <al>Een beding in strijd met lid 1 is nietig. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a647">
        <kop>
          <nr>Artikel 647 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>De beëindiging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever wegens
de omstandigheid dat de werknemer in of buiten rechte een beroep heeft gedaan
op lid 1 van artikel 646, is vernietigbaar. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>Indien de werknemer niet binnen twee maanden na de beëindiging een
beroep op deze vernietigingsgrond doet, vervalt zijn bevoegdheid daartoe.
Artikel 55 van Boek 3 is niet van toepassing. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3. </nr>
          <al>Een rechtsvordering in verband met de vernietiging verjaart door verloop
van zes maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst geëindigd is. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>4. </nr>
          <al>De beëindiging, bedoeld in de eerste zin van artikel 646 lid 1, maakt
de werkgever niet schadeplichtig. </al>
        </lid>
      </art>
    </tekstpl>
  </backm>
</staatsbl>