﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb997.617" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1997-617/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB3705 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1997">Jaargang 1997</jaargang>
      <stbjaar>1997 </stbjaar>
      <stbnr>617  </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 1 december 1997, houdende regelen ter
uitvoering van Titel Va van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit)</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz. </wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 14 oktober
1997, nr. 97061867 WJA/W; </al>
        <al>Gelet op de <grslag>artikelen 30a, 30c, tweede, derde en vierde lid, 30d,
derde lid, 30g, derde lid, 30i, eerste en tweede lid, 30j, derde lid, 30k,
eerste lid, onder a, 30n, 30o, derde en vierde lid, 30r, vierde lid, en 30u,
derde lid, van de Wet op de kansspelen</grslag>; </al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 6 november 1997, nr. W10.97.0666); </al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 25
november 1997, nr. 97071669 WJA/W;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <par>
      <kop>
        <nr>§ 1. </nr>
        <titel status="off">Inleidende bepalingen  </titel>
      </kop>
      <art id="a1">
        <kop>
          <nr>Artikel 1 </nr>
        </kop>
        <al>In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: </al>
        <al>a. wet: de Wet op de kansspelen; </al>
        <al>b. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken; </al>
        <al>c. keuringsinstelling: de krachtens artikel 17a van dit besluit aangewezen
instelling; </al>
        <al>d. behendigheidsautomaat: een speelautomaat waarvan: </al>
        <al>1°. het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde spelduur
of het recht op gratis spellen en </al>
        <al>2°. het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler
kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht
en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of
en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen
wordt; </al>
        <al>e. kansspelautomaat: een speelautomaat, die geen behendigheidsautomaat
is; </al>
        <al>f. aanwezigheidsvergunning: de in artikel 30b van de wet bedoelde vergunning
voor het aanwezig hebben van een of meer speelautomaten; </al>
        <al>g. exploitatievergunning: de in artikel 30h, eerste lid, van de wet bedoelde
vergunning voor het exploiteren van speelautomaten.  </al>
      </art>
      <art id="a2">
        <kop>
          <nr>Artikel 2 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>De artikelen 30b, 30h, eerste lid, 30m en 30t, eerste en tweede lid, van
de wet zijn niet van toepassing op behendigheidsautomaten die zonder enige
inworp door de speler in werking kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat
niet kan leiden tot de onmiddellijke uitkering van prijzen of premies. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>De artikelen 30m en 30t, eerste lid, onder a, van de wet zijn niet van
toepassing op: </al>
          <al>a. speelautomaten die op grond van ouderdom of uiterlijk of uitzonderlijke
eigenschappen bijzondere waarde hebben; </al>
          <al>b. speelautomaten die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer; </al>
          <al>c. kansspelautomaten die zonder enige inworp door de speler in werking
kunnen worden gesteld en waarvan het spelresultaat niet kan leiden tot de
onmiddellijke uitkering van prijzen of premies. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3. </nr>
          <al>Artikel 30m van de wet is niet van toepassing op speelautomaten die zijn
bestemd om als model voor toelating te worden aangeboden. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a3">
        <kop>
          <nr>Artikel 3 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>De artikelen 30m en 30t, eerste lid, onder a, zijn niet van toepassing
op speelautomaten, die behoren tot door Onze Minister aangewezen typen van
speelautomaten, bestemd om op kermissen te worden gebruikt, en die zodanig
zijn ingericht, dat het bespelen ervan niet kan leiden tot de onmiddellijke
uitkering van premies, waardebonnen of penningen, die een waarde vertegenwoordigen
van meer dan het veertigvoud van de inzet per spel of van geldprijzen. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>De artikelen 30b, 30h, eerste lid, en 30t, eerste lid, onder b en c, zijn
niet van toepassing voor zover het betreft speelautomaten als bedoeld in het
eerste lid, die op kermissen staan opgesteld. </al>
        </lid>
      </art>
    </par>
    <par>
      <kop>
        <nr>§ 2. </nr>
        <titel status="off">Aanwezigheidsvergunning  </titel>
      </kop>
      <art id="a4">
        <kop>
          <nr>Artikel 4 </nr>
        </kop>
        <al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3, tweede lid, kan een vergunning
voor het aanwezig hebben van kansspelautomaten alleen worden verleend met
betrekking tot de in artikel 30c, eerste lid, onder a, b en c, van de wet
bedoelde inrichtingen. </al>
      </art>
      <art id="a5">
        <kop>
          <nr>Artikel 5 </nr>
        </kop>
        <al>Als inrichtingen waar het aanwezig hebben van kansspelautomaten niet is
toegestaan worden aangewezen inrichtingen als bedoeld in artikel 30c, eerste
lid, onder a en b, van de wet, die deel uitmaken van sportcomplexen of dorps-
of buurthuizen, van welke inrichtingen de activiteiten in belangrijke mate
gericht zijn op personen beneden de leeftijd van 16 jaar. </al>
      </art>
      <art id="a6">
        <kop>
          <nr>Artikel 6 </nr>
        </kop>
        <al>Artikel 30b van de wet is niet van toepassing op het aanwezig hebben van: </al>
        <al>a. behendigheidsautomaten op kermissen, ook indien zij niet behoren tot
ingevolge artikel 3, eerste lid, aangewezen typen van speelautomaten; </al>
        <al>b. speelautomaten op voor het publiek toegankelijke plaatsen, uitsluitend
ten behoeve van het verkopen daarvan of van het krachtens een exploitatievergunning
in gebruik geven daarvan aan anderen ten behoeve van de uitoefening van hun
bedrijf.  </al>
      </art>
      <art id="a7">
        <kop>
          <nr>Artikel 7 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>De leges voor het afgeven van een aanwezigheidsvergunning, die geldt voor
een tijdvak van twaalf maanden, bedragen: </al>
          <al>a. indien de vergunning voor één speelautomaat geldt, ten
hoogste f 125; </al>
          <al>b. indien de vergunning voor twee of meer speelautomaten geldt, ten hoogste
f 50, vermeerderd met het product van het aantal speelautomaten, waarvoor
de vergunning geldt, en een bedrag van ten hoogste f 75. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning
geldt voor een tijdvak, korter dan twaalf maanden of langer dan twaalf maanden
doch ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de in het eerste lid bedoelde
maximumbedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning
verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3. </nr>
          <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning
geldt voor een tijdvak van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, met
dien verstande dat voor de toepassing van onderdeel a in plaats van f 125
een bedrag van f 500 en voor de toepassing van onderdeel b in plaats
van f 50 een bedrag van f 200 en in plaats van f 75 een bedrag
van f 300 geldt. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a8">
        <kop>
          <nr>Artikel 8 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>De vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer speelautomaten in
een speelcasino kan uitsluitend worden verleend aan de krachtens artikel 27h,
eerste lid, van de wet aangewezen rechtspersoon. De vergunning wordt ingetrokken
indien niet de vergunning van kracht is, die ingevolge artikel 27h, eerste
lid, van de wet tot het organiseren van een speelcasino is vereist. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>In de vergunning worden voorschriften gegeven, welke gelden als voorwaarden
tot toelating van het model van de kansspelautomaten, bestemd voor opstelling
in speelcasino's. De artikelen 13 en 14 zijn van toepassing. </al>
        </lid>
      </art>
    </par>
    <par>
      <kop>
        <nr>§ 3. </nr>
        <titel status="off">Exploitatievergunning  </titel>
      </kop>
      <art id="a9">
        <kop>
          <nr>Artikel 9 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>De aanvrager van een exploitatievergunning dient bij de aanvraag gegevens
te verstrekken betreffende zijn onderneming en de personen, die met de dagelijkse
leiding van de onderneming zijn belast, alsmede over de in artikel 10 bedoelde
faciliteiten. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van een formulier, waarvan
Onze Minister het model vaststelt. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>Bij de indiening van de aanvraag van een exploitatievergunning is een
vergoeding verschuldigd van f 4 000. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a10">
        <kop>
          <nr>Artikel 10 </nr>
        </kop>
        <al>De aanvrager van een exploitatievergunning moet de beschikking hebben
over een werkplaats met een oppervlakte van ten minste 35 m<sup>2</sup> en
over testapparatuur en overige gereedschappen, nodig voor onderhoud en reparatie
van speelautomaten, dan wel permanent de mogelijkheid hebben een derde in
te schakelen die over dergelijke faciliteiten beschikt.  </al>
      </art>
      <art id="a12">
        <kop>
          <nr>Artikel 12 </nr>
        </kop>
        <al>De houder van een exploitatievergunning is jaarlijks een bedrag verschuldigd
van f 1000, voor de eerste maal te voldoen bij de verlening van de exploitatievergunning. </al>
      </art>
    </par>
    <par>
      <kop>
        <nr>§ 4. </nr>
        <titel status="off">Toelating van speelautomaten  </titel>
      </kop>
      <art id="a13">
        <kop>
          <nr>Artikel 13 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>Op het model van een speelautomaat dient op een voor de speler zichtbare
plaats en op een voor hem duidelijke wijze informatie gegeven te worden met
betrekking tot de wijze waarop het spel gespeeld wordt, het spelverloop en
de mogelijke spelresultaten. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>Tekens, voorstellingen of opschriften op het model van een speelautomaat,
die de winstmogelijkheden aangeven, mogen niet misleidend zijn of anderszins
aanleiding kunnen geven tot misvatting. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a14">
        <kop>
          <nr>Artikel 14 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>Het model van een speelautomaat moet zo sterk en duurzaam zijn dat het
bij blootstelling aan storingen of beïnvloeding van buitenaf blijft voldoen
aan de voorschriften, bij of krachtens dit besluit gegeven. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>Het model van een speelautomaat moet zodanig geconstrueerd zijn dat: </al>
          <al>a. het spelproces slechts beïnvloed kan worden met behulp van in
het kader van dat proces aan de speler geboden middelen; </al>
          <al>b. ingeval één of meer karakteristieke eigenschappen van
het model gewijzigd worden, dit een zodanige wijziging van het model ten gevolge
heeft dat het niet meer overeenstemt met het toegelaten model. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3. </nr>
          <al>Met betrekking tot de in het eerste en tweede lid geregelde onderwerpen
kan Onze Minister nadere regels stellen. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a15">
        <kop>
          <nr>Artikel 15 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>Het model van een kansspelautomaat moet zodanig zijn geconstrueerd dat: </al>
          <al>a. het toevalskarakter van het spel dat de speelautomaat aanbiedt voortdurend
gewaarborgd is; </al>
          <al>b. structurele weigering van het uitbetalingsmechanisme de automaat buiten
werking stelt; </al>
          <al>c. het spelproces in werking wordt gesteld doordat of nadat, al naar gelang
de spelsoort, de speler de inworp heeft gedaan; </al>
          <al>d. de inworp slechts gedaan kan worden in de vorm van geldige Nederlandse
munten; </al>
          <al>e. de inzet per spel ten hoogste f 0,25 bedraagt; </al>
          <al>f. de totale waarde van de aan spelers uit te keren prijzen ten minste
gelijk is aan 60% van de totale waarde van de inzetten; </al>
          <al>g. de speler gemiddeld per uur niet meer verlies kan lijden dan f 50; </al>
          <al>h. de tijd die verstrijkt tussen de start van het spel en het moment,
waarop het eindresultaat van dat spel vaststaat en tevens een nieuw spel gestart
kan worden, ten minste drie seconden bedraagt; </al>
          <al>i. het spelproces, nadat het in werking is gesteld, kan verlopen zonder
beïnvloeding door de speler, anders dan nodig is voor het maken van de
keuze tussen beëindiging en onbeïnvloede voortzetting van het spel; </al>
          <al>j. de uitbetaling van prijzen slechts kan plaatsvinden in de vorm van
Nederlandse munten en door middel van een uitbetalingsmechanisme; </al>
          <al>k. indien een kredietmeter aanwezig is, deze de omvang van een gewonnen
prijs onmiddellijk door middel van de kredietmeter toont en de 
uitbetaling plaatsvindt zodra de speler het uitbetalingsmechanisme in werking
stelt; </al>
          <al>l. indien geen kredietmeter aanwezig is, een gewonnen prijs onmiddellijk
ter beschikking van de speler wordt gesteld; </al>
          <al>m. de som van de waarde aan prijzen, die in één spel gewonnen
kan worden en de volgens statistische methoden gewaardeerde kansen op prijzen
die in datzelfde spel ontstaan, doch slechts benut kunnen worden in latere
spellen, niet meer kan bedragen dan 200 maal de inzet; </al>
          <al>n. per spel niet meer uitgekeerd kan worden aan prijzen dan een waarde
van 200 maal de inzet; </al>
          <al>o. in een periode van 100 uren voortdurende bespeling ten hoogste 10 maal
een periode van 5 uren voorkomt, die op een geheel uur binnen de periode van
100 uren aanvangt, en waarin de speler een winst behaalt die, gemeten over
die 5 uren, gemiddeld per uur hoger is dan f 60 of een verlies lijdt
dat, gemeten over die 5 uren, gemiddeld per uur hoger is dan f 130. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>Met betrekking tot de in het eerste lid geregelde onderwerpen kan Onze
Minister nadere regels stellen. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a16">
        <kop>
          <nr>Artikel 16 </nr>
        </kop>
        <al>Artikel 15 is niet van toepassing op kansspelautomaten, bestemd voor opstelling
in speelcasino's. </al>
      </art>
      <art id="a17">
        <kop>
          <nr>Artikel 17 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>Het model van een behendigheidsautomaat moet zodanig zijn geconstrueerd
dat: </al>
          <al>a. het spelproces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler
kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht
en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of
en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen
wordt; </al>
          <al>b. geen onderdelen aanwezig zijn, die functioneren of kunnen functioneren
als een mechanisme voor de uitkering van prijzen dan wel die indruk wekken. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>Met betrekking tot de in het eerste lid geregelde onderwerpen kan Onze
Minister nadere regels stellen. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a17a">
        <kop>
          <nr>Artikel 17a </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>Onze Minister wijst een instelling aan die is belast met het onderzoek
met het oog op de toelating van het model van een speelautomaat. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>Van een aanwijzing als in het eerste lid bedoeld wordt mededeling gedaan
door plaatsing in de Staatscourant. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3. </nr>
          <al>Met de in het eerste lid bedoelde instelling wordt gelijkgesteld een onafhankelijke
instelling in een lid-staat van de Europese Unie dan wel een staat die partij
is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte, welke instelling
voldoet aan de kwaliteitsnorm voor testlaboratoria EN 45004 of een daaraan
gelijkwaardige norm. Deze instelling neemt bij het onderzoek met het oog op
de toelating van het model van een speelautomaat de bij of krachtens dit besluit
gestelde voorschriften in acht. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a18">
        <kop>
          <nr>Artikel 18 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>Aanvragen om toelating van een model van een speelautomaat worden ingediend
bij de keuringsinstelling. Hierbij moet gebruik worden gemaakt van een formulier
waarvan Onze Minister het model vaststelt.  </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>De aanvraag dient vergezeld te gaan van twee afschriften van de in artikel
30o, tweede lid, van de wet bedoelde tekeningen en beschrijving. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3. </nr>
          <al>Bij de indiening van de aanvraag is een vergoeding verschuldigd van f 30 000,
indien de aanvraag het model van een kansspelautomaat betreft, en van f 650,
indien de aanvraag het model van een behendigheidsautomaat betreft. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>4. </nr>
          <al>De vergoeding die verschuldigd is bij de aanvraag om toelating van het
model wordt verminderd, indien de aard en de omvang van de werkzaamheden,
verbonden aan het onderzoek van het model, daartoe naar het oordeel van de
keuringsinstelling aanleiding geven. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a19">
        <kop>
          <nr>Artikel 19 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>De aanvrager van de toelating van het model van een speelautomaat doet
de keuringsinstelling op haar verzoek het model van de speelautomaat toekomen. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>De aanvrager van de toelating van het model van een speelautomaat stelt
de keuringsinstelling in de gelegenheid het aantal met het model overeenstemmende
speelautomaten of onderdelen daarvan te onderzoeken, dat naar haar oordeel
voor een deugdelijk onderzoek met het oog op de toelating nodig is. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3. </nr>
          <al>De aanvrager van de toelating van een model van een speelautomaat stelt
de keuringsinstelling op haar verzoek alle hulpmiddelen, faciliteiten en informatie
ter beschikking, die voor het onderzoek noodzakelijk zijn. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>4. </nr>
          <al>De keuringsinstelling kan het onderzoek weigeren of voortijdig beëindigen,
indien de aanvrager niet voldoet aan de verplichtingen, voortvloeiende uit
het bij of krachtens het onderhavige artikel bepaalde dan wel blijkt dat het
model niet voldoet aan de eisen, vervat in het Warenwetbesluit elektrotechnische
produkten. </al>
        </lid>
      </art>
      <art id="a20">
        <kop>
          <nr>Artikel 20 </nr>
        </kop>
        <lid>
          <nr>1. </nr>
          <al>Het met betrekking tot een toegelaten model vastgestelde merkteken moet
op naar dat model vervaardigde speelautomaten zodanig worden aangebracht,
dat het voor een speler zichtbaar is en niet verwijderd kan worden zonder
de speelautomaat te beschadigen of het merkteken te vernietigen of te beschadigen. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>2. </nr>
          <al>De houder van een aanwezigheidsvergunning dient op de plaats, waar hij
een speelautomaat aanwezig heeft, het bij die speelautomaat behorende merktekenbewijs
voorhanden te hebben en dit merktekenbewijs aan ambtenaren en andere personen,
belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde,
op een verzoek daartoe, te tonen en ter inzage te geven. </al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>3. </nr>
          <al>De houder van de toelating van een model dient aan ambtenaren en andere
personen, belast met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens
de wet bepaalde, op een verzoek daartoe het afschrift van de verklaring van
toelating te tonen en ter inzage te geven. </al>
        </lid>
      </art>
    </par>
    <par>
      <kop>
        <nr>§ 5. </nr>
        <titel status="off">Toegangs- en toelatingseisen voor speelautomatenhallen
 </titel>
      </kop>
      <art id="a21">
        <kop>
          <nr>Artikel 21 </nr>
        </kop>
        <al>Artikel 30u, eerste en tweede lid, van de wet is niet van toepassing met
betrekking tot: </al>
        <al>a. speelautomatenhallen waar uitsluitend behendigheidsautomaten staan
opgesteld; </al>
        <al>b. van een speelautomatenhal deel uitmakende, afgescheiden ruimten, waar
uitsluitend behendigheidsautomaten staan opgesteld en welke men binnengaat
of verlaat zonder de overige ruimten van de speelautomatenhal te betreden.  </al>
      </art>
    </par>
    <par>
      <kop>
        <nr>§ 6. </nr>
        <titel status="off">Slotbepalingen  </titel>
      </kop>
      <art id="a22">
        <kop>
          <nr>Artikel 22 </nr>
        </kop>
        <al>Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de krachtens het Speelautomatenbesluit
(Stb. 1986, 589) vastgestelde regels en andere besluiten op dit besluit. </al>
      </art>
      <art id="a23">
        <kop>
          <nr>Artikel 23 </nr>
        </kop>
        <al>Het Speelautomatenbesluit (Stb. 1986, 589) wordt ingetrokken. </al>
      </art>
      <art id="a24">
        <kop>
          <nr>Artikel 24 </nr>
        </kop>
        <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. </al>
      </art>
      <art id="a25">
        <kop>
          <nr>Artikel 25 </nr>
        </kop>
        <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Speelautomatenbesluit. </al>
      </art>
    </par>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst. </slotform>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Economische Zaken. </al>
        <al>Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 13 januari 1998, nr.
7.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>1 december 1997 </onddatum>
        <koning>Beatrix  </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Economische Zaken, </minvan>
          <naam>G. J. Wijers </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">zestiende</nadruk> december 1997 </uitgifte-regel>
        <uitdag>zestiende</uitdag>
        <uitmaand>december</uitmaand>
        <uitjaar>1997 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie, </minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <al>Dit besluit strekt tot vervanging van het besluit van 24 november 1986,
houdende regelen ter uitvoering van Titel Va van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit).
Het ontwerp van dat besluit werd niet genotificeerd overeenkomstig artikel
8, eerste lid, van richtlijn nr. 83/189/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen
van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen
en technische voorschriften (PbEG L 109)<voetref refid="v1"></voetref>. Om alsnog aan
de verplichting tot notificatie te voldoen is dit besluit in ontwerp aan de
Commissie van de Europese Gemeenschappen genotificeerd en moest het besluit
op nationaal niveau opnieuw de wetgevingsprocedure doorlopen (zie ook kamerstukken
1996/97, 25 389). </al>
      <al>Voor een toelichting op de achtergronden van dit besluit verwijs ik naar
de toelichtingen bij het oorspronkelijke besluit (zie Stb. 1986, 589) en de
belangrijkste wijziging daarvan (zie Stb. 1994, 220). Verder is het oorspronkelijke
besluit aangepast in verband met de privatisering van de dienst van het IJkwezen
(Stb. 1989, 114), de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 1993, 399) en met betrekking
tot speelautomaten bestemd voor opstelling in speelcasino's (Stb. 1995, 595). </al>
      <al>De tekst van het besluit is identiek aan de tekst van het oorspronkelijke
Speelautomatenbesluit, voor zover het gaat om de artikelen 1 tot en met 21
van het besluit. Een uitzondering daarop vormt artikel 17a, waaraan een derde
lid is toegevoegd (erkenning binnen- en buitenlandse keuringsinstellingen).
Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt om in artikel 19, vierde lid,
van het besluit een verwijzingsfout (zonder inhoudelijke gevolgen) te verbeteren
(het Elektriciteitsbesluit 1976 is daarbij vervangen door het Warenwetbesluit
elektrotechnische produkten). In de artikelen 22 tot en met 25 van het oorspronkelijke
Speelautomatenbesluit waren overgangsbepalingen opgenomen die in dit besluit
niet zijn overgenomen, omdat zij inmiddels zijn uitgewerkt. Om verwarring
te voorkomen zijn de citeertitel en de artikelnummering (de artikelen 1 tot
en met 21) intact gelaten. Dit betekent dat artikelnummer 11 is «overgeslagen»,
omdat dat artikel reeds eerder was vervallen. Nieuw zijn de – wetstechnische –
artikelen 22 tot en met 25 van het besluit. </al>
      <al>Het besluit is op 30 juli 1997 in ontwerp gemeld aan de Commissie van
de Europese Gemeenschappen, ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van
de eerdergenoemde richtlijn nr. 83/189/EEG. Het is op 12 september 1997 tevens
gemeld aan het Secretariaat van de Wereld Handelsorganisatie, ter voldoening
aan artikel 2, negende lid, van het op 15 april 1994 te Marrakech tot stand
gekomen verdrag inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235). Een
hiermee verband houdende aankondiging van het ontwerp-besluit is gepubliceerd
in Stcrt. 1997, 193. Ter voldoening aan artikel 30aa, tweede lid, van de Wet
op de kansspelen is het ontwerp-besluit al eerder bekend gemaakt in Stcrt.
1997, 154. </al>
      <al>De twee bovengenoemde notificaties zijn noodzakelijk, aangezien het besluit
vermoedelijk technische voorschriften bevat in de zin van richtlijn 83/189/EEG,
zoals gewijzigd. Indicatief kunnen als technische voorschriften worden aangewezen
de artikelen 3 tot en met 5 en 13 tot en met 20. Voor zover het besluit kwantitatieve
invoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking in de zin van artikel
30 EG-Verdrag bevat, worden deze maatregelen naar het oordeel van de regering
gerechtvaardigd ter bescherming van de volksgezondheid en uit een oogpunt
van sociaal beleid en fraudebestrijding. Aan het organiseren van kansspelen
kleven immers bezwaren waartegen met name zwakkere groepen in de samenleving
moeten worden beschermd. De mate waarin, alsmede de wijze waarop bepaalde
vormen van kansspelen in de lid-staten zijn toegelaten, vinden hun oorsprong
in verschillende sociaal-economische en bestuurlijke opvattingen. Er is hier
sprake van een situatie waarin de lid-staat, om redenen die betrekking hebben
op het algemeen belang, het plaatsen van gokautomaten voor gebruik
door het publiek heeft beperkt. In het besluit is gestreefd naar een evenwicht
tussen de verschillende uitgangspunten van de wet. Enerzijds dienen de bepalingen
de speler zo goed mogelijk te beschermen tegen onaanvaardbaar hoge verliezen
en gokverslaving en anderzijds dienen de exploitanten voldoende ruimte te
hebben om de speler aantrekkelijke producten aan te kunnen bieden. Hierbij
hanteert de regering, om rekening te houden met de specifieke omstandigheden
van de Nederlandse situatie, een afgewogen stelsel van voorschriften bij de
toelating van speelautomaten op de Nederlandse markt. Deze voorschriften worden
op non-discriminatoire wijze toegepast op in Nederland en in andere landen
vervaardigde speelautomaten. Aan dit stelsel zou afbreuk worden gedaan als
zonder nadere toetsing speelautomaten zouden worden geaccepteerd die in andere
EU-landen zijn toegelaten in het kader van de aldaar geldende sociaal-economische
en bestuurlijke opvattingen op het gebied van kansspelen, en bijvoorbeeld
voor een geheel andersoortige opstelplaats zijn bestemd. Van het verbod op
het vervaardigen, invoeren en in de handel brengen van speelautomaten zijn
uitgezonderd speelautomaten die zijn bestemd voor doorvoer of uitvoer. </al>
      <al>In artikel 17a, derde lid, van het besluit is een erkenningsregeling opgenomen
voor binnen- en buitenlandse keuringsinstellingen. Met de in artikel 17a,
eerste lid, bedoelde instelling (NMi) wordt gelijkgesteld een onafhankelijke
binnen- of buitenlandse keuringsinstelling die voldoet aan de kwaliteitsnorm
voor testlabaratoria EN 45004 of een daaraan gelijkwaardige norm. Dat een
keuringsinstelling aan een dergelijke norm voldoet, dient wel aannemelijk
gemaakt te worden. Deze instelling zal moeten toetsen aan de hand van vastgestelde
regels omtrent de keuring en tevens de vastgestelde voorschriften omtrent
de onderlinge informatieverschaffing in acht moeten nemen. Het gaat hierbij
niet alleen om de aan het model van een speelautomaat gestelde eisen, maar
ook om de keuringsmethodiek. Dit om te bereiken dat een zoveel mogelijk eenduidige
keuringspraktijk wordt gehanteerd. </al>
      <al>Van de Commissie van de Europese Gemeenschappen is, naar aanleiding van
de eerder vermelde notificatie van het ontwerp-besluit, een opmerking ontvangen
omtrent de reikwijdte van de in artikel 17a, derde lid, van het besluit opgenomen
bepaling inzake wederzijdse erkenning van andere in een lid-staat van de EU
gevestigde onderzoeksinstellingen. Deze opmerking is verwerkt door de tekst
van het genoemde artikellid zodanig aan te passen dat de wederzijdse erkenning
nu tevens betrekking heeft op instellingen die voldoen aan een aan de kwaliteitsnorm
EN 45004 gelijkwaardige norm. Overigens zijn geen reacties van lid-staten
dan wel van leden van de Wereld Handelsorganisatie ontvangen.  </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Economische Zaken, </minvan>
        <naam>G. J. Wijers </naam>
      </minister>
    </notatoe>
    <voetnoot id="v1">
      <nootnr>1</nootnr>
      <noottkst>
        <al>Laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 94/10/EG van het Europees Parlement
en de Raad van de Europese Unie van 23 maart 1994 (PbEG L 100). Een bijgewerkte
integrale tekst van de richtlijn is gepubliceerd in PbEG 1997, C 78.</al>
      </noottkst>
    </voetnoot>
  </backm>
</staatsbl>