﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb997.459" soort="beschik" publtype="besc">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1997-459/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB3519 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1997">Jaargang 1997</jaargang>
      <stbjaar>1997 </stbjaar>
      <stbnr>459  </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Beschikking</soort> van de Minister van Justitie van 9 oktober
1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Besluit luchtkwaliteit
koolstofmonoxide en lood (Stb. 1987, 34), zoals dit laatstelijk is gewijzigd
bij besluit van 22 september 1997, Stb. 456</intitule>
    <aanhef>
      <wie>De Minister van Justitie, </wie>
      <consider>
        <al>Gelet op artikel V van het besluit van 22 september 1997, Stb. 456;</al>
      </consider>
      <afkondig>Besluit:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <besluit>
      <al>de tekst van het Besluit luchtkwaliteit koolstofmonoxide en lood (Stb.
1987, 34), zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 22 september
1997, Stb. 456 in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. </al>
    </besluit>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>9 oktober 1997 </onddatum>
        <koning>Beatrix  </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie a.i., </minvan>
          <naam>H. F. Dijkstal </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">zestiende</nadruk> oktober 1997 </uitgifte-regel>
        <uitdag>zestiende</uitdag>
        <uitmaand>oktober</uitmaand>
        <uitjaar>1997 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie a.i., </minvan>
          <naam>W. Kok </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <tekstpl>
      <kop>
        <titel status="off">BESLUIT LUCHTKWALITEIT KOOLSTOFMONOXIDE EN LOOD  </titel>
      </kop>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 1. </nr>
          <titel status="off">Definities  </titel>
        </kop>
        <art id="a1">
          <kop>
            <nr>Artikel 1 </nr>
          </kop>
          <al>In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: </al>
          <al>wet: de Wet milieubeheer; </al>
          <al>grenswaarde: grenswaarde, als bedoeld in artikel 5.1 van de wet ten aanzien
van het kwaliteitsniveau van de buitenlucht; </al>
          <al>meetmethode: procedure van het bemonsteren van de buitenlucht, het analyseren
van aldus verkregen luchtmonsters, het kalibreren van daartoe te gebruiken
apparatuur, alsmede de verwerking van het signaal tot uurgemiddelde, dan wel
24-uursgemiddelde concentraties; </al>
          <al>P-percentiel: concentratiewaarde waarvoor geldt dat P procent van de in
een kalenderjaar beschikbare uurgemiddelde dan wel 8-uursgemiddelde concentraties
(N) van koolstofmonoxide onderscheidenlijk de in een kalenderjaar beschikbare
24-uursgemiddelde concentraties (N) van lood, lager is dan die concentratiewaarde,
met dien verstande, dat indien P procent van N geen heel getal is naar beneden
wordt afgerond; </al>
          <al>uurgemiddelde concentratie: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld
over een heeluur, uitgedrukt in microgram per m<sup>3</sup> lucht bij een
temperatuur van 20° Celsius en een druk van 101,3 kiloPascal; </al>
          <al>8-uursgemiddelde concentratie: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld
over acht achtereenvolgende uurgemiddelde concentraties, uitgedrukt in microgram
per m<sup>3</sup> lucht bij een temperatuur van 20° Celsius en een druk
van 101,3 kiloPascal; </al>
          <al>24-uursgemiddelde concentratie: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld
over het tijdvak van 0.00 uur tot 24.00 uur Midden-Europese Tijd, uitgedrukt
in microgram per m<sup>3</sup> lucht bij een temperatuur van 20° Celsius
en een druk van 101,3 kiloPascal; </al>
          <al>jaargemiddelde concentratie: concentratie in de buitenlucht, gemiddeld
over 24-uurs-gemiddelde concentraties in een kalenderjaar, uitgedrukt in microgram
per m<sup>3</sup> bij een temperatuur van 20° Celsius en een druk van
101,3 kiloPascal; </al>
          <al>bebouwde kom: de bebouwde kom, zoals vastgesteld krachtens artikel 20a
van de Wegenverkeerswet 1994; </al>
          <al>motorvoertuig: een motorvoertuig in de zin van het Reglement verkeersregels
en verkeerstekens 1990 (Stb. 459); </al>
          <al>inrichting: een inrichting die behoort tot een krachtens artikel 1.1,
derde lid, van de wet aangewezen categorie; </al>
          <al>vangstrendement: de verhouding tussen de door het filter afgevangen massa
lood en de vermoedelijk werkelijke massa lood in het luchtvolume voor bemonstering. </al>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 2. </nr>
          <titel status="off">Grenswaarden  </titel>
        </kop>
        <art id="a2">
          <kop>
            <nr>Artikel 2 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
nemen bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden de volgende
grenswaarden voor koolstofmonoxide in acht: </al>
            <al>a. 6 000 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van 8-uursgemiddelde
concentraties, en </al>
            <al>b. 40 000 microgram per m<sup>3</sup> als 99,9-percentiel van uurgemiddelde
concentraties. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Het bepaalde in het eerste lid, onder a, is pas met ingang van 1 januari
2000 van toepassing:  </al>
            <al>a. bij wegen in de bebouwde kom waarvan ten minste 15 000 motorvoertuigen
per etmaal gebruik maken, en </al>
            <al>b. bij wegen in de bebouwde kom: </al>
            <al>1°. waarvan ten minste 8 000 motorvoertuigen per etmaal gebruik
maken, </al>
            <al>2°. waarlangs de weg aan ten minste één zijde voor meer
dan 30% is bebouwd, en </al>
            <al>3°. waarbij de afstand van de bebouwing tot de wegas kleiner is dan
driemaal de gemiddelde hoogte van de bebouwing. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
nemen bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden tot 1 januari
2000 bij de wegen, bedoeld in het tweede lid, de volgende grenswaarden voor
koolstofmonoxide in acht: </al>
            <al>a. 10 500 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van 8-uursgemiddelde
concentraties tot 1 januari 1998; </al>
            <al>b. 8250 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van 8-uursgemiddelde
concentraties van 1 januari 1998 tot 1 januari 2000. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a3">
          <kop>
            <nr>Artikel 3 </nr>
          </kop>
          <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
nemen bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden de volgende
grenswaarden voor lood in acht: </al>
          <al>a. 2 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentraties, en </al>
          <al>b. 0,5 microgram per m<sup>3</sup> als jaargemiddelde concentratie. </al>
        </art>
        <art id="a3a">
          <kop>
            <nr>Artikel 3a </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Onze Minister overweegt ten minste eenmaal per acht jaar in hoeverre de
in de artikelen 2 en 3 genoemde waarden herziening behoeven en stelt de Staten-Generaal
in kennis van zijn bevindingen daaromtrent. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Aan het eerste lid wordt voor de eerste maal gevolg gegeven voor 1 januari
2004. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 3. </nr>
          <titel status="off">Controle van de luchtkwaliteit  </titel>
        </kop>
        <art id="a4">
          <kop>
            <nr>Artikel 4 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten inventariseren eenmaal per vier jaar de plaatsen waar
naar hun redelijke verwachting de luchtverontreiniging die in overwegende
mate wordt veroorzaakt door een of meer inrichtingen, hoger is dan: </al>
            <al>a. 4800 microgram koolstofmonoxide per m<sup>3</sup> als 98-percentiel
van 8 uursgemiddelde concentraties, dan wel </al>
            <al>b. 0,4 microgram lood per m<sup>3</sup> als jaargemiddelde concentratie. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten stellen op de plaatsen die zij ingevolge het eerste
lid hebben geïnventariseerd, de luchtverontreiniging door koolstofmonoxide
en lood vast. De vaststelling vindt plaats in hetzelfde jaar als waarin de
inventarisatie is verricht. De vaststelling op de in de eerste volzin bedoelde
plaatsen geschiedt daar waar de luchtverontreiniging naar redelijke verwachting
van gedeputeerde staten het hoogst is. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten stellen in elk van de drie jaren, die volgen op een
jaar waarin laatstelijk een vaststelling als bedoeld in het tweede lid heeft
plaatsgevonden, de luchtverontreiniging door koolstofmonoxide en lood, bedoeld
in het eerste lid, vast op plaatsen waar die luchtverontreiniging naar hun
redelijke verwachting de in artikel 2, eerste lid, onder a, onderscheidenlijk
artikel 3, onder b, genoemde waarde overschrijdt. Het tweede lid, derde volzin,
is van overeenkomstige toepassing.  </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>De vaststelling, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt plaats door
middel van: </al>
            <al>a. metingen, dan wel </al>
            <al>b. een andere methode met behulp waarvan concentraties op een zodanige
wijze vastgesteld kunnen worden, dat deze met een waarschijnlijkheid van 70
procent minder dan 30 procent van de vermoedelijk werkelijke concentraties
afwijken. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5. </nr>
            <al>Een inventarisatie als bedoeld in het eerste lid, vindt in ieder geval
in 1998 plaats. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a5">
          <kop>
            <nr>Artikel 5 </nr>
          </kop>
          <al>Gedeputeerde staten stellen op plaatsen waar redelijkerwijs kan worden
verwacht dat de luchtverontreiniging door lood meer is dan 2 microgram per
m<sup>3</sup> als jaargemiddelde concentratie deze verontreiniging vast met
behulp van een vast meetpunt overeenkomstig de bij of krachtens dit besluit
gestelde regelen. </al>
        </art>
        <art id="a6">
          <kop>
            <nr>Artikel 6 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders inventariseren eenmaal per vier jaar de wegen,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, waar naar hun redelijke verwachting mensen
worden blootgesteld aan in overwegende mate door motorvoertuigen veroorzaakte
luchtverontreiniging door koolstofmonoxide die: </al>
            <al>a. hoger is dan 8400 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van
8-uursgemiddelde concentraties, dan wel </al>
            <al>b. hoger is dan 6600 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van
8-uursgemiddelde concentraties, met ingang van 1 januari 1998, dan wel </al>
            <al>c. hoger is dan 4800 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van
8-uursgemiddelde concentraties met ingang van 1 januari 2000. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen bij de wegen die zij ingevolge het
eerste lid hebben geïnventariseerd, de luchtverontreiniging door koolstofmonoxide
vast. De vaststelling vindt plaats in hetzelfde jaar als waarin de inventarisatie
is verricht. De vaststelling op de in de eerste volzin bedoelde plaatsen geschiedt
daar waar de luchtverontreiniging naar redelijke verwachting van burgemeester
en wethouders het hoogst is. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen in elk van de drie jaren, die volgen
op een jaar waarin laatstelijk een vaststelling als bedoeld in het tweede
lid heeft plaatsgevonden, de luchtverontreiniging door koolstofmonoxide, bedoeld
in het eerste lid, vast bij wegen waar mensen aan die luchtverontreiniging
worden blootgesteld en waar die luchtverontreiniging naar hun redelijke verwachting
de toepasselijke in artikel 2 genoemde waarde overschrijdt. Het tweede lid,
derde volzin, is van overeenkomstige toepassing. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Op de vaststelling, bedoeld in het tweede en derde lid, is artikel 4,
vierde lid, van overeenkomstige toepassing. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5. </nr>
            <al>Een inventarisatie als bedoeld in het eerste lid, vindt in ieder geval
in 1998 plaats. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a6a">
          <kop>
            <nr>Artikel 6a </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Voor zover Onze Minister met overeenkomstige toepassing van de artikelen
4, 5 en 6 de in die artikelen bedoelde plaatsen inventariseert en de luchtverontreiniging
door koolstofmonoxide en lood vaststelt, zijn gedeputeerde staten, onderscheidenlijk
burgemeester en wethouders daartoe niet verplicht. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Het bestuursorgaan dat de in de artikelen 4 en 6 bedoelde plaatsen inventariseert
en krachtens de artikelen 4, 5 en 6 de luchtverontreiniging door
koolstofmonoxide en lood vaststelt, draagt zorg voor de bekostiging daarvan. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 4. </nr>
          <titel status="off">Meetmethoden  </titel>
        </kop>
        <art id="a7">
          <kop>
            <nr>Artikel 7 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Voor de meting van de luchtverontreiniging door koolstofmonoxide wordt
gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste
60 000 microgram per m<sup>3</sup> bedraagt en waarbij de onder operationele
condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid
van 95 procent: </al>
            <al>a. de totale afwijking tussen de gemeten en de vermoedelijk werkelijke
concentratie minder is dan 15 procent voor uurgemiddelde concentraties, groter
dan 10 000 microgram per m<sup>3</sup>, en </al>
            <al>b. de systematische afwijking tussen de gemeten en de vermoedelijk werkelijke
concentratie minder is dan 15 procent voor uurgemiddelde concentraties, groter
dan 4 000 microgram per m<sup>3</sup>. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Per meetpunt worden uurgemiddelde en 8-uursgemiddelde concentraties bepaald
onderscheidenlijk berekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Indien minder dan vijfenveertig minuten meetsignalen beschikbaar zijn,
wordt geen uurgemiddelde concentratie bepaald. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Indien in een periode van 8 uur minder dan vijf uurgemiddelde concentraties
van koolstofmonoxide beschikbaar zijn, wordt uit de uurgemiddelde concentraties
geen 8-uursgemiddelde concentratie berekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5. </nr>
            <al>Indien minder dan dertien uurgemiddelde concentraties van koolstofmonoxide
per etmaal beschikbaar zijn, wordt uit de uurgemiddelde concentraties geen
8-uursgemiddelde concentratie berekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6. </nr>
            <al>Indien in een periode van dertig aaneengesloten dagen meer dan tien dagen
voorkomen, waarbij geen 8-uursgemiddelde concentraties van koolstofmonoxide
beschikbaar zijn, wordt geen 98-percentiel van 8-uursgemiddelde concentraties
berekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>7. </nr>
            <al>Indien in een periode van dertig aaneengesloten dagen meer dan tien dagen
voorkomen, waarbij minder dan dertien uurgemiddelde concentraties van koolstofmonoxide
beschikbaar zijn, wordt geen 99,9-percentiel van uurgemiddelde concentraties
berekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>8. </nr>
            <al>In situaties bedoeld in het zesde en zevende lid wordt op grond van de
beschikbare uurgemiddelde en 8-uursgemiddelde concentraties van koolstofmonoxide
nagegaan of de in artikel 2 genoemde waarden zijn overschreden. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>9. </nr>
            <al>Uurgemiddelde concentraties waarvan moet worden aangenomen dat de afwijking
ten opzichte van de vermoedelijk werkelijke concentraties groter is dan het
bepaalde in het eerste lid onder a of b, worden niet gebruikt. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a8">
          <kop>
            <nr>Artikel 8 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Voor de bemonstering van lood wordt gebruik gemaakt van een methode waarvan: </al>
            <al>a. het vangstrendement ten minste bedraagt:  </al>
            <al>
              <table orient="port" rowsep="0" colsep="0" frame="topbot" tabstyle="sdu1">
                <tgroup align="left" charoff="75" cols="3" tgroupstyle="sdu1">
                  <colspec colname="c1" colnum="1" colwidth="35mm"></colspec>
                  <colspec colname="c2" colnum="2" colwidth="38.75mm"></colspec>
                  <colspec colname="c3" colnum="3" colwidth="38.75mm"></colspec>
                  <thead valign="bottom">
                    <row valign="top">
                      <entry morerows="0" rotate="0" valign="top">  Windsnelheid</entry>
                      <entry morerows="0" nameend="c3" namest="c2" rotate="0" rowsep="1" valign="top">Deeltjesgrootte
(aërodynamische diameter) </entry>
                    </row>
                    <row valign="top">
                      <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1"></entry>
                      <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">5 micrometer</entry>
                      <entry morerows="0" rotate="0" rowsep="1">10
micrometer </entry>
                    </row>
                  </thead>
                  <tbody valign="bottom">
                    <row valign="top">
                      <entry morerows="0" rotate="0">2 meter per seconde</entry>
                      <entry morerows="0" rotate="0">95%</entry>
                      <entry morerows="0" rotate="0">65% </entry>
                    </row>
                    <row valign="top">
                      <entry morerows="0" rotate="0">4 meter per seconde</entry>
                      <entry morerows="0" rotate="0">95%</entry>
                      <entry morerows="0" rotate="0">60%</entry>
                    </row>
                    <row valign="top">
                      <entry morerows="0" rotate="0">6 meter per seconde</entry>
                      <entry morerows="0" rotate="0">85%</entry>
                      <entry morerows="0" rotate="0">40%</entry>
                    </row>
                  </tbody>
                </tgroup>
              </table>
            </al>
            <al>b. het verschil tussen het gemeten en het vermoedelijk werkelijke volume
van de door het filter gezogen lucht ten hoogste 5 procent bedraagt, en </al>
            <al>c. het per tijdseenheid door het filter gezogen luchtvolume gedurende
de 24-uursbemonsteringsperiode ten hoogste 5 procent afwijkt van de over deze
periode gemiddelde waarde van het luchtvolume. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Voor de analyse van het loodmonster wordt gebruik gemaakt van een methode
waarbij het procentuele verschil tussen de gemeten en de vermoedelijk uit
de lucht afkomstige hoeveelheid lood op het filter met een waarschijnlijkheid
van 95 procent kleiner is dan 5 voor 24-uursgemiddelde concentraties groter
dan 0,4 microgram per m<sup>3</sup>. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Per meetpunt worden 24-uursgemiddelde concentraties bepaald. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Indien in een periode van dertig aaneengesloten dagen meer dan tien dagen
voorkomen, waarbij geen 24-uursgemiddelde concentraties van lood beschikbaar
zijn, wordt het 98-percentiel van 24-uursgemiddelde concentraties niet berekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5. </nr>
            <al>In situaties bedoeld in het vorige lid wordt op grond van de beschikbare
24-uursgemiddelde concentraties van lood nagegaan of de in artikel 3 genoemde
waarden zijn overschreden. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6. </nr>
            <al>24-uursgemiddelde concentraties van lood, die zijn verkregen door middel
van een meting waarvan moet worden aangenomen dat deze afwijkt van het bepaalde
in het eerste en tweede lid, worden niet gebruikt. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a9">
          <kop>
            <nr>Artikel 9 </nr>
          </kop>
          <al>(vervallen) </al>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 5. </nr>
          <titel status="off">Toetsing van de vaststelling van de luchtverontreiniging
 </titel>
        </kop>
        <art id="a10">
          <kop>
            <nr>Artikel 10 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Onze minister kan door middel van metingen overeenkomstig dit besluit
een toetsing doen plaatsvinden van de naleving van de artikelen 4 tot en met
8, met uitzondering van artikel 6a, en, indien hij toepassing heeft gegeven
aan artikel 59, vijfde lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging, van
de naleving van door hem gestelde nadere regelen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>De door deze toetsing gebleken hoogte van de luchtverontreiniging treedt
in de plaats van een anderszins vastgestelde hoogte van de luchtverontreiniging. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 6. </nr>
          <titel status="off">Rapportage  </titel>
        </kop>
        <art id="a11">
          <kop>
            <nr>Artikel 11 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders doen van een inventarisatie als bedoeld in
artikel 6, eerste lid, voor 1 maart van het jaar waarin die inventarisatie
is verricht, aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders doen op basis van de door hen verrichte vaststelling
van de luchtverontreiniging door koolstofmonoxide, bedoeld in artikel 6, tweede
of derde lid, voor 1 maart van het jaar waarin de vaststelling heeft plaatsgevonden
aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag van overschrijdingen van de toepasselijke
in artikel 2 genoemde waarde. In het verslag vermelden zij: </al>
            <al>a. de plaatsen waar een overschrijding is opgetreden; </al>
            <al>b. de hoogte van de luchtverontreiniging op de plaatsen, bedoeld onder
a; </al>
            <al>c. ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van
metingen is verricht, de gebruikte meetmethode, het tijdvak of de tijdvakken
waarin de overschrijding is opgetreden; </al>
            <al>d. ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van  een andere methode is verricht, de aan deze vaststelling ten grondslag
liggende gegevens, en </al>
            <al>e. de maatregelen die zij hebben genomen of nog zullen nemen om die waarde
te bereiken of te handhaven. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a12">
          <kop>
            <nr>Artikel 12 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten doen van een inventarisatie als bedoeld in artikel
4, eerste lid, voor 1 april van het jaar waarin de inventarisatie heeft plaatsgevonden,
aan Onze Minister schriftelijk verslag. Zij nemen in het verslag tevens de
gegevens uit de in artikel 11, eerste lid, bedoelde verslagen op. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten doen mede op basis van de door hen verrichte vaststelling
van de luchtverontreiniging door koolstofmonoxide en lood, bedoeld in artikel
4, tweede of derde lid, voor 1 april van het jaar waarin de vaststelling heeft
plaatsgevonden aan Onze Minister schriftelijk verslag van overschrijdingen
van de toepasselijke in artikel 2 en, voor wat betreft inrichtingen, in artikel
3 genoemde waarden. Zij verwerken daarin de gegevens uit de in artikel 11,
tweede lid, bedoelde verslagen. Artikel 11, tweede lid, tweede volzin, is
van overeenkomstige toepassing. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 7. </nr>
          <titel status="off">Overleg  </titel>
        </kop>
        <art id="a13">
          <kop>
            <nr>Artikel 13 </nr>
          </kop>
          <al>Omtrent het nemen van maatregelen ter handhaving van de in de artikelen
2 en 3 genoemde waarden bevorderen gedeputeerde staten een regelmatig overleg
met de betrokken andere bestuursorganen binnen het gebied van de provincie
en met de inspecteur. </al>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 8. </nr>
          <titel status="off">Slotbepalingen  </titel>
        </kop>
        <art id="a14">
          <kop>
            <nr>Artikel 14 </nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede kalendermaand na
de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. </al>
        </art>
        <art id="a15">
          <kop>
            <nr>Artikel 15 </nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit luchtkwaliteit koolstofmonoxide
en lood. </al>
        </art>
      </par>
    </tekstpl>
  </backm>
</staatsbl>