﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb997.458" soort="beschik" publtype="besc">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1997-458/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB3518 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1997">Jaargang 1997</jaargang>
      <stbjaar>1997 </stbjaar>
      <stbnr>458  </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Beschikking</soort> van de Minister van Justitie van 9 oktober
1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Besluit luchtkwaliteit
stikstofdioxide (Stb. 1987, 33), zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit
van 22 september 1997, Stb. 456</intitule>
    <aanhef>
      <wie>De Minister van Justitie, </wie>
      <consider>
        <al>Gelet op artikel V van het besluit van 22 september 1997, Stb. 456;</al>
      </consider>
      <afkondig>Besluit:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <besluit>
      <al>de tekst van het Besluit luchtkwaliteit stikstofdioxide (Stb. 1987, 33),
zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 22 september 1997, Stb.
456 in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking. </al>
    </besluit>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>9 oktober 1997  </onddatum>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie a.i., </minvan>
          <naam>H. F. Dijkstal </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">zestiende</nadruk> oktober 1997 </uitgifte-regel>
        <uitdag>zestiende</uitdag>
        <uitmaand>oktober</uitmaand>
        <uitjaar>1997 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie a.i., </minvan>
          <naam>W. Kok </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <tekstpl>
      <kop>
        <titel status="off">BESLUIT LUCHTKWALITEIT STIKSTOFDIOXIDE  </titel>
      </kop>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 1. </nr>
          <titel status="off">Definities  </titel>
        </kop>
        <art id="a1">
          <kop>
            <nr>Artikel 1 </nr>
          </kop>
          <al>In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: </al>
          <al>
            <nadruk type="cur">wet:</nadruk> de Wet milieubeheer; </al>
          <al>
            <nadruk type="cur">grenswaarde:</nadruk> grenswaarde, als bedoeld in artikel 5.1 van
de wet ten aanzien van het kwaliteitsniveau van de buitenlucht; </al>
          <al>
            <nadruk type="cur">richtwaarde:</nadruk> richtwaarde, als bedoeld in artikel 5.1 van
de wet ten aanzien van het kwaliteitsniveau van de buitenlucht; </al>
          <al>
            <nadruk type="cur">uurgemiddelde concentratie:</nadruk> concentratie in de buitenlucht,
gemiddeld over een heel uur, uitgedrukt in microgram per m<sup>3</sup> lucht
bij een temperatuur van 20° Celsius en een druk van 101,3 kiloPascal; </al>
          <al>
            <nadruk type="cur">meetmethode:</nadruk> procedure van het bemonsteren van de buitenlucht,
het analyseren van aldus verkregen luchtmonsters, het kalibreren van daartoe
te gebruiken apparatuur, alsmede de verwerking van het signaal tot uurgemiddelde
concentraties; </al>
          <al>
            <nadruk type="cur">P-percentiel:</nadruk> concentratiewaarde waarvoor geldt dat P procent
van de in een kalenderjaar beschikbare uurgemiddelde concentraties (N) van
stikstofdioxide lager is dan die concentratiewaarde, met dien verstande, dat
indien P procent van N geen heel getal is, naar beneden wordt afgerond; </al>
          <al>
            <nadruk type="cur">bebouwde kom:</nadruk> de bebouwde kom, zoals vastgesteld krachtens
artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; </al>
          <al>
            <nadruk type="cur">motorvoertuig:</nadruk> een motorvoertuig in de zin van het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens 1990 (Stb. 459); </al>
          <al>
            <nadruk type="cur">inrichting:</nadruk> een inrichting die behoort tot een krachtens
artikel 1.1, derde lid, van de wet aangewezen categorie. </al>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 2. </nr>
          <titel status="off">Grenswaarden en richtwaarden  </titel>
        </kop>
        <art id="a2">
          <kop>
            <nr>Artikel 2 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
nemen bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden de volgende
grenswaarden voor stikstofdioxide in acht: </al>
            <al>a. 135 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van uurgemiddelde
concentraties, en </al>
            <al>b. 175 microgram per m<sup>3</sup> als 99,5-percentiel van uurgemiddelde
concentraties. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Het bepaalde in het eerste lid, onder a, is pas met ingang van 1 januari
2000 van toepassing bij: </al>
            <al>a. wegen in de bebouwde kom waarvan ten minste 11 000 motorvoertuigen
per etmaal gebruik maken, en </al>
            <al>b. wegen in de bebouwde kom </al>
            <al>1e waarvan ten minste 4000 motorvoertuigen per etmaal gebruik maken, en </al>
            <al>2e waarlangs de weg aan ten minste één zijde voor meer dan
30% is bebouwd, en </al>
            <al>3e waarbij de afstand van de bebouwing tot de wegas kleiner is dan driemaal
de gemiddelde hoogte van de bebouwing. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
nemen bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden tot 1 januari
2000 bij de wegen, bedoeld in het tweede lid, voor stikstofdioxide een grenswaarde
in acht van 150 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van uurgemiddelde
concentraties. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Indien ten gevolge van maatregelen die door een of meer bestuursorganen
zijn genomen met het oog op het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging
bij de wegen, bedoeld in het tweede lid, in een kalenderjaar voor het jaar
2000 de grenswaarde wordt bereikt van 135 microgram per m<sup>3</sup> als
98-percentiel van uurgemiddelde concentraties, nemen de betrokken bestuursorganen,
in afwijking van het tweede en derde lid, behoudens voor zover de betrokken
wettelijke regeling zich daartegen verzet, bij de uitoefening van hun bevoegdheden
deze grenswaarde met ingang van het daaropvolgende kalenderjaar in acht. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a3">
          <kop>
            <nr>Artikel 3 </nr>
          </kop>
          <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
houden bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden rekening met
de volgende richtwaarden voor stikstofdioxide: </al>
          <al>a. 25 microgram per m<sup>3</sup> als 50-percentiel van uurgemiddelde
concentraties, en </al>
          <al>b. 80 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van uurgemiddelde
concentraties. </al>
        </art>
        <art id="a3a">
          <kop>
            <nr>Artikel 3a </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Onze Minister overweegt ten minste eenmaal per acht jaar in hoeverre de
in de artikelen 2 en 3 genoemde waarden herziening behoeven en stelt de Staten-Generaal
in kennis van zijn bevindingen daaromtrent. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Aan het eerste lid wordt voor de eerste maal gevolg gegeven voor 1 januari
2004. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 3. </nr>
          <titel status="off">Controle van de luchtkwaliteit  </titel>
        </kop>
        <art id="a4">
          <kop>
            <nr>Artikel 4 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten stellen de luchtverontreiniging door stikstofdioxide
vast met gebruikmaking van vaste meetpunten. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>De gemiddelde onderlinge afstand tussen de in het eerste lid bedoelde
meetpunten bedraagt: </al>
            <al>a. in de provincies Groningen, Friesland, Drente, Overijssel, Flevoland
en het gedeelte van Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal ten hoogste
70 kilometer en </al>
            <al>b. in de andere provincies en het gedeelte van Noord-Holland, niet bedoeld
onder a, ten hoogste 50 kilometer. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a5">
          <kop>
            <nr>Artikel 5 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten inventariseren eenmaal per vier jaar de plaatsen waar
naar hun redelijke verwachting de luchtverontreiniging door stikstofdioxide,
die in overwegende mate wordt veroorzaakt door een of meer inrichtingen, hoger
is dan 110 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van uurgemiddelde
concentraties. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten stellen op de plaatsen die zij ingevolge het eerste
lid hebben geïnventariseerd, de luchtverontreiniging door stikstofdioxide
vast. De vaststelling vindt plaats in hetzelfde jaar als waarin de inventarisatie
is verricht. De vaststelling op de in de eerste volzin bedoelde plaatsen geschiedt
daar waar de luchtverontreiniging naar redelijke verwachting van gedeputeerde
staten het hoogst is. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten stellen in elk van de drie jaren, die volgen op een
jaar waarin laatstelijk een vaststelling als bedoeld in het tweede lid heeft
plaatsgevonden, de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, bedoeld in het
eerste lid, vast op plaatsen waar die luchtverontreiniging naar hun redelijke
verwachting de in artikel 2, eerste lid, onder a, genoemde waarde
overschrijdt. Het tweede lid, derde volzin, is van overeenkomstige toepassing. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>De vaststelling, bedoeld in het tweede en derde lid, vindt plaats door
middel van: </al>
            <al>a. metingen, dan wel </al>
            <al>b. een andere methode met behulp waarvan concentraties op een zodanige
wijze vastgesteld kunnen worden, dat deze met een waarschijnlijkheid van 70
procent minder dan 30 procent van de vermoedelijk werkelijke concentraties
afwijken. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5. </nr>
            <al>In afwijking van het vierde lid wordt op plaatsen waar redelijkerwijs
kan worden verwacht dat de luchtverontreiniging door stikstofdioxide hoger
is dan 160 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van uurgemiddelde
concentraties deze verontreiniging vastgesteld door middel van ononderbroken
meting op een vast meetpunt. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6. </nr>
            <al>Een inventarisatie als bedoeld in het eerste lid, vindt in ieder geval
in 1998 plaats. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a6">
          <kop>
            <nr>Artikel 6 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders inventariseren eenmaal per vier jaar de wegen,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, waar naar hun redelijke verwachting mensen
worden blootgesteld aan in overwegende mate door motorvoertuigen veroorzaakte
luchtverontreiniging door stikstofdioxide die: </al>
            <al>a. hoger is dan 135 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van
uurgemiddelde concentraties; </al>
            <al>b. hoger is dan 120 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van
uurgemiddelde concentraties met ingang van 1 januari 2000. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen bij de wegen die zij ingevolge het
eerste lid hebben geïnventariseerd, de luchtverontreiniging door stikstofdioxide
vast. De vaststelling vindt plaats in hetzelfde jaar als waarin de inventarisatie
is verricht. De vaststelling op de in de eerste volzin bedoelde plaatsen geschiedt
daar waar de luchtverontreiniging naar redelijke verwachting van burgemeester
en wethouders het hoogst is. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders stellen in elk van de drie jaren, die volgen
op een jaar waarin laatstelijk een vaststelling als bedoeld in het tweede
lid heeft plaatsgevonden, de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, bedoeld
in het eerste lid, vast bij wegen waar mensen aan die luchtverontreiniging
worden blootgesteld en waar die luchtverontreiniging naar hun redelijke verwachting
de toepasselijke in artikel 2 genoemde waarde overschrijdt. Het tweede lid,
derde volzin, is van overeenkomstige toepassing. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Op de vaststelling, bedoeld in het tweede en derde lid, is artikel 5,
vierde lid, van overeenkomstige toepassing. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5. </nr>
            <al>Een inventarisatie als bedoeld in het eerste lid, vindt in ieder geval
in 1998 plaats. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a7">
          <kop>
            <nr>Artikel 7 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Voor zover Onze Minister met overeenkomstige toepassing van de artikelen
4, 5 en 6 de luchtverontreiniging door stikstofdioxide vaststelt en de in
de artikelen 5 en 6 bedoelde plaatsen inventariseert, zijn gedeputeerde staten,
onderscheidenlijk burgemeester en wethouders daartoe niet verplicht. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Het bestuursorgaan dat de in de artikelen 5 en 6 bedoelde plaatsen inventariseert
en krachtens de artikelen 4, 5 en 6 de luchtverontreiniging door stikstofdioxide
vaststelt, draagt zorg voor de bekostiging daarvan.  </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 4. </nr>
          <titel status="off">Meetmethoden  </titel>
        </kop>
        <art id="a8">
          <kop>
            <nr>Artikel 8 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Voor de meting van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide wordt
gebruik gemaakt van een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste
300 microgram per m<sup>3</sup> bedraagt en waarbij de onder operationele
condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid
van 95 procent: </al>
            <al>a. de totale afwijking tussen de gemeten en de vermoedelijk werkelijke
concentratie minder is dan 20 procent voor uurgemiddelde concentraties, groter
dan 100 microgram per m<sup>3</sup>, en </al>
            <al>b. de systematische afwijking tussen de gemeten en de vermoedelijk werkelijke
concentratie minder is dan 20 procent voor uurgemiddelde concentraties, groter
dan 25 microgram per m<sup>3</sup>. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Per meetpunt worden uurgemiddelde concentraties bepaald. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Indien minder dan vijfenveertig minuten meetsignalen beschikbaar zijn,
wordt geen uurgemiddelde concentratie bepaald. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Indien in een periode van dertig aaneengesloten dagen meer dan tien dagen
voorkomen, waarbij minder dan dertien uurgemiddelde concentraties van stikstofdioxide
beschikbaar zijn, worden geen 98-percentiel en 99,5 percentiel van uurgemiddelde
concentraties berekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5. </nr>
            <al>In situaties als bedoeld in het vorige lid wordt op grond van de beschikbare
uurgemiddelde concentraties nagegaan of de in de artikelen 2 en 3 genoemde
waarden zijn overschreden. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6. </nr>
            <al>Uurgemiddelde concentraties waarvan moet worden aangenomen dat de afwijking
ten opzichte van de vermoedelijk werkelijke concentratie groter is dan het
bepaalde in het eerste lid, worden niet gebruikt. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 5. </nr>
          <titel status="off">Toetsing van de vaststelling van de luchtverontreiniging
 </titel>
        </kop>
        <art id="a9">
          <kop>
            <nr>Artikel 9 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Onze minister kan door middel van metingen overeenkomstig dit besluit
een toetsing doen plaatsvinden van de naleving van de artikelen 4, 5, 6 en
8 en, indien hij toepassing heeft gegeven aan artikel 59, vijfde lid, van
de Wet inzake de luchtverontreiniging, van de naleving van door hem gestelde
nadere regelen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>De bij deze toetsing gebleken hoogte van de luchtverontreiniging treedt
in de plaats van een anderszins vastgestelde hoogte van de luchtverontreiniging. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 6. </nr>
          <titel status="off">Rapportage  </titel>
        </kop>
        <art id="a10">
          <kop>
            <nr>Artikel 10 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders doen van een inventarisatie als bedoeld in
artikel 6, eerste lid, voor 1 maart van het jaar waarin die inventarisatie
is verricht, aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders doen op basis van de door hen verrichte vaststelling
van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, bedoeld in artikel 6, tweede
of derde lid, voor 1 maart van het jaar waarin de vaststelling heeft plaatsgevonden
aan gedeputeerde staten schriftelijk verslag van overschrijdingen van de toepasselijke
in artikel 2 genoemde waarde. In het verslag vermelden zij: </al>
            <al>a. de plaatsen waar een overschrijding is opgetreden; </al>
            <al>b. de hoogte van de luchtverontreiniging op de plaatsen, bedoeld onder
a; </al>
            <al>c. ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van  metingen is verricht, de gebruikte meetmethode, het tijdvak of de
tijdvakken waarin de overschrijding is opgetreden; </al>
            <al>d. ingeval de vaststelling van de luchtverontreiniging door middel van
een andere methode is verricht, de aan deze vaststelling ten grondslag liggende
gegevens, en </al>
            <al>e. de maatregelen die zij hebben genomen of nog zullen nemen om die waarde
te bereiken of te handhaven. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Burgemeester en wethouders nemen in het verslag op basis van de vaststelling
van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, bedoeld in artikel 6, tweede
lid, tevens gegevens op met betrekking tot overschrijdingen van de in artikel
3 genoemde waarden. Het tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige
toepassing. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a11">
          <kop>
            <nr>Artikel 11 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten doen van een inventarisatie als bedoeld in artikel
5, eerste lid, voor 1 april van het jaar waarin de inventarisatie heeft plaatsgevonden,
aan Onze Minister schriftelijk verslag. Zij nemen in het verslag tevens de
gegevens uit de in artikel 10, eerste lid, bedoelde verslagen op. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten doen mede op basis van de door hen verrichte vaststelling
van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, bedoeld in artikel 5, tweede
of derde lid, voor 1 april van het jaar waarin de vaststelling heeft plaatsgevonden
aan Onze Minister schriftelijk verslag van overschrijdingen van de toepasselijke
in artikel 2 genoemde waarde. Zij verwerken daarin de desbetreffende gegevens
uit de in artikel 10, tweede lid, bedoelde verslagen. Artikel 10, tweede lid,
tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten nemen in het verslag op basis van de vaststelling
van de luchtverontreiniging door stikstofdioxide, bedoeld in artikel 5, tweede
lid, tevens gegevens op met betrekking tot overschrijdingen van de in artikel
3 genoemde waarden. Zij verwerken daarin de gegevens, bedoeld in artikel 10,
derde lid, waarover burgemeester en wethouders verslag hebben gedaan. Artikel
10, tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 7. </nr>
          <titel status="off">Overleg  </titel>
        </kop>
        <art id="a12">
          <kop>
            <nr>Artikel 12 </nr>
          </kop>
          <al>Omtrent het nemen van maatregelen ter handhaving van de in de artikelen
2 en 3 genoemde waarden, bevorderen gedeputeerde staten een regelmatig overleg
met de betrokken andere bestuursorganen binnen het gebied van de provincie
en met de inspecteur. </al>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 8. </nr>
          <titel status="off">Slotbepalingen  </titel>
        </kop>
        <art id="a13">
          <kop>
            <nr>Artikel 13 </nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede kalendermaand na
de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. </al>
        </art>
        <art id="a14">
          <kop>
            <nr>Artikel 14 </nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit luchtkwaliteit stikstofdioxide. </al>
        </art>
      </par>
    </tekstpl>
  </backm>
</staatsbl>