﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb997.457" soort="beschik" publtype="besc">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1997-457/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="port1.2" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>STB3517 </ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1997">Jaargang 1997</jaargang>
      <stbjaar>1997 </stbjaar>
      <stbnr>457  </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Beschikking</soort> van de Minister van Justitie van 9 oktober
1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Besluit luchtkwaliteit
zwaveldioxide en zwevende deeltjes (zwarte rook) (Stb. 1986, 78), zoals dit
laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 22 september 1997, Stb. 456</intitule>
    <aanhef>
      <wie>De Minister van Justitie, </wie>
      <consider>
        <al>Gelet op artikel V van het besluit van 22 september 1997, Stb. 456;</al>
      </consider>
      <afkondig>Besluit:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <besluit>
      <al>de tekst van het Besluit luchtkwaliteit zwaveldioxide en zwevende deeltjes
(zwarte rook) (Stb. 1986, 78), zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit
van 22 september 1997, Stb. 456 in het Staatsblad te plaatsen als bijlage
bij deze beschikking. </al>
    </besluit>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>9 oktober 1997  </onddatum>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie a.i., </minvan>
          <naam>H. F. Dijkstal </naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">zestiende</nadruk> oktober 1997 </uitgifte-regel>
        <uitdag>zestiende</uitdag>
        <uitmaand>oktober</uitmaand>
        <uitjaar>1997 </uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie a.i., </minvan>
          <naam>W. Kok </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <tekstpl>
      <kop>
        <titel status="off">BESLUIT LUCHTKWALITEIT ZWAVELDIOXIDE EN ZWEVENDE DEELTJES
(ZWARTE ROOK)  </titel>
      </kop>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 1. </nr>
          <titel status="off">Definities  </titel>
        </kop>
        <art id="a1">
          <kop>
            <nr>Artikel 1 </nr>
          </kop>
          <al>In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: </al>
          <al>zwevende deeltjes: de in de buitenlucht voorkomende donker gekleurde stofdeeltjes; </al>
          <al>grenswaarde: grenswaarde, als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet milieubeheer
ten aanzien van het kwaliteitsniveau van de buitenlucht; </al>
          <al>richtwaarde: richtwaarde, als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet milieubeheer
ten aanzien van het kwaliteitsniveau van de buitenlucht; </al>
          <al>meetmethode: procedure van het bemonsteren van de buitenlucht, het analyseren
van aldus verkregen luchtmonsters, het kalibreren van daartoe te gebruiken
apparatuur, alsmede de verwerking van het signaal tot uurgemiddelde, dan wel
24-uursgemiddelde concentraties; </al>
          <al>meetperiode: periode van 1 januari tot en met 31 december in een kalenderjaar; </al>
          <al>P-percentiel: meetwaarde in een meetperiode waarvoor geldt dat P-procent
van de beschikbare waarnemingen (N) een concentratie van zwaveldioxide onderscheidenlijk
van zwevende deeltjes heeft, die lager is dan die meetwaarde. Indien P-procent
van N geen heel getal is wordt naar beneden afgerond; </al>
          <al>uurgemiddelde concentratie: concentratie van zwaveldioxide, onderscheidenlijk
van zwevende deeltjes in de buitenlucht gemiddeld over een heel uur, uitgedrukt
in microgram per m<sup>3</sup> lucht bij een temperatuur van 20° Celsius
en een druk van 101,3 kilo Pascal; </al>
          <al>24-uursgemiddelde concentratie: concentratie van zwaveldioxide, onderscheidenlijk
van zwevende deeltjes in de buitenlucht gemiddeld van 0.00 uur tot 24.00 uur
Midden-Europese Tijd, uitgedrukt in microgram per m<sup>3</sup> lucht bij
een temperatuur van 20° Celsius en een druk van 101,3 kilo Pascal. </al>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 2. </nr>
          <titel status="off">Grenswaarden en richtwaarden  </titel>
        </kop>
        <art id="a2">
          <kop>
            <nr>Artikel 2 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
nemen bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden de volgende
grenswaarden voor zwaveldioxide in acht: </al>
            <al>a. 75 microgram per m<sup>3</sup> als 50-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentraties, </al>
            <al>b. 200 microgram per m<sup>3</sup> als 95-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentraties, </al>
            <al>c. 250 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentraties, </al>
            <al>d. 500 microgram per m<sup>3</sup> als 24-uursgemiddelde concentraties,
en </al>
            <al>e. 830 microgram per m<sup>3</sup> als uurgemiddelde concentratie. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a3">
          <kop>
            <nr>Artikel 3 </nr>
          </kop>
          <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
nemen bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden de volgende
grenswaarden voor zwevende deeltjes in acht: </al>
          <al>a. 30 microgram per m<sup>3</sup> als 50-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentraties,  </al>
          <al>b. 75 microgram per m<sup>3</sup> als 95-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentraties, </al>
          <al>c. 90 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentraties, en </al>
          <al>d. 150 microgram per m<sup>3</sup> als 24-uursgemiddelde concentratie. </al>
        </art>
        <art id="a4">
          <kop>
            <nr>Artikel 4 </nr>
          </kop>
          <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
nemen bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden tevens de volgende
grenswaarden in acht: </al>
          <al>a. voor zwaveldioxide: 250 microgram per m<sup>3</sup> als 24-uursgemiddelde
concentratie gedurende meer dan drie achtereenvolgende dagen, op plaatsen
waar het 98-percentiel van 24-uursgemiddelde concentraties van zwevende deeltjes
groter is dan 150 microgram per m<sup>3</sup>, </al>
          <al>b. voor zwaveldioxide: 350 microgram per m<sup>3</sup> als 24-uursgemiddelde
concentratie gedurende meer dan drie achtereenvolgende dagen, op plaatsen
waar het 98-percentiel van 24-uursgemiddelde concentraties van zwevende deeltjes
kleiner is dan of gelijk is aan 150 microgram per m<sup>3</sup>, en </al>
          <al>c. voor zwevende deeltjes: 250 microgram per m<sup>3</sup> als 24-uursgemiddelde
concentratie gedurende meer dan drie achtereenvolgende dagen. </al>
        </art>
        <art id="a5">
          <kop>
            <nr>Artikel 5 </nr>
          </kop>
          <al>Behoudens voor zover de betrokken wettelijke regeling zich daartegen verzet,
houden bestuursorganen bij de uitoefening van hun bevoegdheden rekening met
de volgende richtwaarden voor zwaveldioxide: </al>
          <al>a. 30 microgram per m<sup>3</sup> als 50-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentratie, </al>
          <al>b. 80 microgram per m<sup>3</sup> als 95-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentraties, en </al>
          <al>c. 100 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van 24-uursgemiddelde
concentraties. </al>
        </art>
        <art id="a5a">
          <kop>
            <nr>Artikel 5a </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Onze Minister overweegt ten minste eenmaal per acht jaar in hoeverre de
in de artikelen 2 tot en met 5 genoemde waarden herziening behoeven en stelt
de Staten-Generaal in kennis van zijn bevindingen daaromtrent. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Aan het eerste lid wordt voor de eerste maal gevolg gegeven voor 1 januari
2004. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 3. </nr>
          <titel status="off">Metingen van concentraties van zwaveldioxide en zwevende
deeltjes in de buitenlucht  </titel>
        </kop>
        <art id="a6">
          <kop>
            <nr>Artikel 6 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten dragen zorg voor de meting van concentraties van zwaveldioxide
en van zwevende deeltjes, alsmede voor de bekostiging daarvan. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Indien van rijkswege met behulp van een meetpunt de in artikel 7, eerste
lid, genoemde concentraties en de overeenkomstige gegevens bedoeld in het
tweede lid van dat artikel, worden bepaald dan wel berekend, overeenkomstig
de bij of krachtens dit besluit gestelde regelen, is het eerste lid voor dat
meetpunt niet van toepassing.  </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a7">
          <kop>
            <nr>Artikel 7 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Per meetpunt voor de meting van concentraties van zwaveldioxide worden
over de meetperiode en over de periode van 1 april tot en met 31 maart van
het daarop volgende kalenderjaar bepaald, dan wel berekend: </al>
            <al>a. de jaargemiddelde concentratie, </al>
            <al>b. het 50-percentiel van 24-uursgemiddelde concentraties, </al>
            <al>c. het 95-percentiel van 24-uursgemiddelde concentraties, </al>
            <al>d. het 98-percentiel van 24-uursgemiddelde concentraties, </al>
            <al>e. de hoogste 24-uursgemiddelde concentratie, en </al>
            <al>f. de hoogste uurgemiddelde concentratie. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Per meetpunt voor de meting van concentraties van zwevende deeltjes worden
over de meetperiode en over de periode van 1 april tot en met 31 maart van
het daarop volgende kalenderjaar bepaald, dan wel berekend de concentraties,
genoemd in het eerste lid, onder a tot en met e. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>De concentraties, bedoeld in het eerste lid, onder a tot en met d, en
de overeenkomstige gegevens, bedoeld in het tweede lid, worden, tenzij op
grond van de beschikbare 24-uursgemiddelde concentraties overschrijding van
de in de artikelen 2, onder a tot en met d, 3, 4, of 5 genoemde waarden kan
worden aangetoond, slechts berekend indien meer dan tweehonderd 24-uursgemiddelde
concentraties van zwaveldioxide, onderscheidenlijk van zwevende deeltjes beschikbaar
zijn, en de aaneengesloten tijd waarover geen 24-uursgemiddelde concentraties
van zwaveldioxide, onderscheidenlijk zwevende deeltjes beschikbaar zijn, ten
hoogste is: </al>
            <al>a. tien dagen in het tijdvak van 1 april tot en met 30 september van een
kalenderjaar, of </al>
            <al>b. vijf dagen in het tijdvak van 1 januari tot en met 31 maart en vijf
dagen in het tijdvak van 1 oktober tot en met 31 december van een kalenderjaar. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 4. </nr>
          <titel status="off">Meetpunten en meetmethoden voor de meting van concentraties
van zwaveldioxide  </titel>
        </kop>
        <art id="a8">
          <kop>
            <nr>Artikel 8 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>De concentraties van zwaveldioxide in de buitenlucht worden bepaald met
behulp van vaste meetpunten. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>In gebieden waar redelijkerwijs kan worden verwacht dat de concentratie
van zwaveldioxide in de buitenlucht hoger is dan 100 microgram per m<sup>3</sup> als 98-percentiel van 24-uursgemiddelde waarden, is de onderlinge
afstand van de meetpunten zodanig, dat uit de met behulp van deze meetpunten
verkregen meetresultaten voor alle gebieden van 1 bij 1 kilometer de 98-percentielen
zodanig kunnen worden afgeleid, dat deze met een waarschijnlijkheid van 70
procent minder dan 15 procent van de vermoedelijk werkelijke percentielen
afwijken. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>In andere gebieden dan bedoeld in het tweede lid is de gemiddelde onderlinge
afstand van de meetpunten ten hoogste 40 kilometer. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Bij het plaatsen van de meetpunten wordt zoveel mogelijk uitgegaan van
een gebied van 1 bij 1 kilometer waar redelijkerwijs kan worden verwacht dat
de concentratie van zwaveldioxide in de buitenlucht het hoogst is. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5. </nr>
            <al>Meetpunten worden in een gebied van 1 bij 1 kilometer zodanig geplaatst
dat de met behulp van het meetpunt gemeten concentratie zoveel mogelijk representatief
is voor de in dat gebied voorkomende gemiddelde concentratie.  </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a9">
          <kop>
            <nr>Artikel 9 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Voor de bepaling van de concentraties van zwaveldioxide in de buitenlucht
wordt gebruik gemaakt van een meetmethode, waarvan de bovenste analysegrens
ten minste 1300 microgram per m<sup>3</sup> bedraagt en waarbij de onder operationele
condities verkregen meetwaarden zodanig zijn dat met een waarschijnlijkheid
van 95 procent: </al>
            <al>a. de totale afwijking tussen de gemeten en de vermoedelijk werkelijke
concentratie minder is dan 15 procent voor uurgemiddelde concentraties, groter
dan 100 microgram per m<sup>3</sup>, en </al>
            <al>b. de systematische afwijking tussen de gemeten en de vermoedelijk werkelijke
concentratie minder is dan 15 procent voor uurgemiddelde concentraties, groter
dan 25 microgram per m<sup>3</sup>. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Per meetpunt worden uurgemiddelde concentraties bepaald. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Indien minder dan vijfenveertig minuten meetsignalen beschikbaar zijn,
wordt geen uurgemiddelde concentratie bepaald. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Uit de uurgemiddelde concentraties worden 24-uursgemiddelde concentraties
berekend. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5. </nr>
            <al>Uurgemiddelde concentraties waarvan moet worden aangenomen dat de afwijking
ten opzichte van de vermoedelijk werkelijke concentratie groter is dan het
bepaalde in het eerste lid, onder a of b, worden niet gebruikt voor de bepaling,
dan wel berekening van de in artikel 7, eerste lid, bedoelde concentraties. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6. </nr>
            <al>Indien in een etmaal minder dan dertien uurgemiddelde concentraties beschikbaar
zijn, wordt geen 24-uursgemiddelde concentratie berekend, tenzij op grond
van de beschikbare uurgemiddelde concentraties overschrijding van de in de
artikelen 2, 3, 4 of 5 genoemde waarden kan worden aangetoond. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 5. </nr>
          <titel status="off">Meetpunten en meetmethoden voor de meting van concentraties
van zwevende deeltjes  </titel>
        </kop>
        <art id="a10">
          <kop>
            <nr>Artikel 10 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>De concentraties van zwevende deeltjes in de buitenlucht worden bepaald
met behulp van vaste meetpunten. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>De onderlinge afstand tussen de meetpunten is vier maal zo groot als de
onderlinge afstand tussen de meetpunten voor de meting van concentraties van
zwaveldioxide. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>De meetpunten worden zoveel mogelijk geplaatst waar redelijkerwijs kan
worden verwacht dat de concentratie van zwaveldioxide in de buitenlucht het
hoogst is. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Meetpunten worden zo veel mogelijk gesitueerd op de plaatsen van de meetpunten
voor de meting van zwaveldioxide. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a11">
          <kop>
            <nr>Artikel 11 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Voor de bepaling van de concentraties van zwevende deeltjes in de buitenlucht
wordt gebruik gemaakt van: </al>
            <al>a. de methode voor zwarte rook, vastgesteld door de Organisatie voor Economische
Samenwerking en Ontwikkeling (Methods of Measuring Air Pollution, Paris, 1964,
Chapter II), dan wel </al>
            <al>b. een meetmethode waarvan de bovenste analysegrens ten minste 400 microgram
per m<sup>3</sup> bedraagt en waarbij de onder operationele condities verkregen
meetwaarden met een waarschijnlijkheid van 95 procent minder dan 15 procent
afwijken van de meetwaarden die onder operationele condities kunnen worden
verkregen door middel van het onder a bepaalde bij 24-uursgemiddelde concentraties
groter dan 30 microgram per m<sup>3</sup>. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>Per meetpunt worden 24-uursgemiddelde concentraties bepaald.  </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>24-uursgemiddelde concentraties waarvan moet worden aangenomen dat de
afwijking ten opzichte van de vermoedelijk werkelijke concentratie groter
dan 15 procent is, worden niet gebruikt voor de bepaling, dan wel berekening,
van de in artikel 7, tweede lid, bedoelde concentraties. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 5a. </nr>
          <titel status="off">Toetsing van de vaststelling van de Luchtverontreiniging
 </titel>
        </kop>
        <art id="a11a">
          <kop>
            <nr>Artikel 11a </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Onze Minister kan door middel van metingen overeenkomstig dit besluit
een toetsing doen plaatsvinden van de naleving van de artikelen 6, eerste
lid, 7 tot en met 11 en, indien hij toepassing heeft gegeven aan artikel 59,
vijfde lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging, van de naleving van
door hem gestelde nadere regelen. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>De bij deze toetsing gebleken hoogte van de luchtverontreiniging treedt
in de plaats van een anderszins vastgestelde hoogte van de luchtverontreiniging. </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 6. </nr>
          <titel status="off">Rapportage  </titel>
        </kop>
        <art id="a12">
          <kop>
            <nr>Artikel 12 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>Gedeputeerde staten doen eenmaal per vier jaar voor 1 april schriftelijk
verslag aan Onze Minister van de volgende gegevens over de voorafgaande meetperiode: </al>
            <al>a. de posities van de meetpunten alsmede de motivering van de keuze van
deze posities gelet op de door Onze Minister te geven regels, </al>
            <al>b. de gebruikte meetmethode bij ieder meetpunt, </al>
            <al>c. de meetwaarden, in chronologische volgorde, waarin de ontbrekende gegevens
met een code worden aangegeven, </al>
            <al>d. de krachtens artikel 7, eerste en tweede lid, bepaalde dan wel berekende
waarden, en </al>
            <al>e. de genomen maatregelen en de nog te nemen maatregelen om de in de artikelen
2, 3, 4 en 5 genoemde waarden te bereiken of te handhaven. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder c en d, worden, in afwijking
van het eerste lid, door middel van een voor geautomatiseerde gegevensverwerking
geschikte informatiedrager medegedeeld. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing op meetpunten
als bedoeld in artikel 6, tweede lid. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4. </nr>
            <al>Een verslag als bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval in 1998
gedaan. </al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a13">
          <kop>
            <nr>Artikel 13 </nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1. </nr>
            <al>In geval van een overschrijding van de in de artikelen 2, 3 of 4 genoemde
waarden doen gedeputeerde staten voor 1 april van het jaar dat volgt op de
meetperiode waarin die overschrijding plaatsvond verslag aan Onze Minister
van de volgende gegevens: </al>
            <al>a. de in artikel 12, eerste lid, onder a tot en met e, bedoelde gegevens
met betrekking tot de overschrijding, </al>
            <al>b. het tijdvak of de tijdvakken waarin de overschrijding plaatsvond, en </al>
            <al>c. de oorzaken van de overschrijding. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2. </nr>
            <al>In geval van een overschrijding van de in de artikelen 2, 3 of 4 genoemde
waarden in de eerste drie maanden van het jaar dat volgt op de meetperiode,
doen gedeputeerde staten voor 1 juni van dat jaar verslag aan Onze Minister
van de in het eerste lid bedoelde gegevens met betrekking tot die overschrijding. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3. </nr>
            <al>Artikel 12, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.  </al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 7. </nr>
          <titel status="off">Overleg  </titel>
        </kop>
        <art id="a14">
          <kop>
            <nr>Artikel 14 </nr>
          </kop>
          <al>Omtrent het nemen van maatregelen ter handhaving van de in de artikelen
2, 3, 4 of 5 genoemde waarden bevorderen gedeputeerde staten een regelmatig
overleg met de betrokken andere bestuursorganen binnen het gebied van de provincie
en met de inspecteur. </al>
        </art>
        <art id="a15">
          <kop>
            <nr>Artikel 15 </nr>
          </kop>
          <al>Indien in een provincie de in de artikelen 2, 3, 4 of 5 genoemde waarden
worden of dreigen te worden overschreden vermoedelijk als gevolg van emissies
vanaf het grondgebied van een andere provincie, plegen gedeputeerde staten
van de provincie waar de overschrijding plaatsvindt of dreigt plaats te vinden,
overleg met gedeputeerde staten van de andere betrokken provincie, teneinde
te komen tot handhaving van die waarden. </al>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>§ 8. </nr>
          <titel status="off">Slotbepalingen  </titel>
        </kop>
        <art id="a16">
          <kop>
            <nr>Artikel 16 </nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede kalendermaand na
de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. </al>
        </art>
        <art id="a17">
          <kop>
            <nr>Artikel 17 </nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit luchtkwaliteit zwaveldioxide
en zwevende deeltjes (zwarte rook). </al>
        </art>
      </par>
    </tekstpl>
  </backm>
</staatsbl>