﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb997.348" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1997-348/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="Plaatje" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>7S0331</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1997">Jaargang 1997</jaargang>
      <stbjaar>1997</stbjaar>
      <stbnr>348 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 22 juli 1997 tot wijziging van de gevangenismaatregel
in verband met de gemeenschappelijke onderbrenging van onveroordeelden of
veroordeelden in een huis van bewaring</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van de Minister van Justitie van 11 juli 1997, Directie
Wetgeving (nr. 640220/97/6);</al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 22 van het Wetboek van Strafrecht</grslag> en <grslag>23 van de Gevangenismaatregel</grslag>;</al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 17 juli 1997, No. W03.97.0418);</al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 18 juli 1997,
Directie Wetgeving (nr. 641876/97/6);</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <wart id="ai">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL I</nr>
      </kop>
      <al>De <wartref doc="sb977.579">&gt;Gevangenismaatregel</wartref><eindref refid="e1"></eindref>
wordt als volgt gewijzigd:</al>
      <al>Aan artikel 23 worden een vierde en vijfde lid toegevoegd, luidende:</al>
      <arttkst>
        <lid>
          <nr>4.</nr>
          <al>Onveroordeelde gedetineerden kunnen zo nodig en indien zij hiertoe geschikt
zijn bevonden, in één verblijfsruimte worden ondergebracht.</al>
        </lid>
        <lid>
          <nr>5.</nr>
          <al>Veroordeelden tot gevangenisstraf kunnen zo nodig en indien zij hiertoe
geschikt zijn bevonden, in één verblijfsruimte worden ondergebracht.</al>
        </lid>
      </arttkst>
    </wart>
    <art id="aii">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL II</nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst. </al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit beluit met de daarbij behorende nota van
toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.</slotform>
      <eindnoot id="e1">
        <al>Stb. 1977, 579, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 22 mei 1997, Stb.
217.</al>
      </eindnoot>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat
het zonder meer instemmend luidt.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>Tavarnelle, </ondplts>
        <onddatum>22 juli 1997</onddatum>
        <koning>Beatrix </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">negenentwintigste</nadruk> juli 1997</uitgifte-regel>
        <uitdag>negenentwintigste</uitdag>
        <uitmaand>juli</uitmaand>
        <uitjaar>1997</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING</titel>
      </kop>
      <al>Bij besluit van 8 juli 1994 werden aan artikel 23 van de Gevangenismaatregel
twee artikelleden toegevoegd waardoor het mogelijk werd onveroordeelden en
veroordeelden die in een huis van bewaring verblijven in voorkomende omstandigheden
met meer gedetineerden in één verblijfsruimte te plaatsen. Aan
de werking van dat besluit was een zogenoemde horizonbepaling verbonden, de
regeling vervalt op 20 juli 1997.</al>
      <al>De redengeving voor de toenmalige wijziging was gelegen in het hoge aantal
heenzendingen en vormde een van de noodmaatregelen die destijds werden genomen.
De andere maatregelen die sindsdien zijn genomen betreffen verschillende capaciteitsuitbreidingen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Ten tijde van de wijziging van de Gevangenismaatregel in 1994 werd reeds
gewerkt aan de totstandkoming van de Penitentiaire beginselenwet. In deze
wet wordt voorzien in de mogelijkheid van het samenplaatsen van gedetineerden
voor zover zij in een regime van algemene gemeenschap kunnen worden geplaatst.
Bij voornoemde wijziging van de Gevangenismaatregel was de verwachting dat
nog vóór het vervallen van de leden 4 en 5 van artikel 23 deze
nieuwe wet in werking zou zijn getreden. Het wetsvoorstel voor een Penitentiaire
beginselenwet is thans in behandeling bij de Eerste Kamer der Staten-Generaal
(ingediend op 15 april jl.). Afhankelijk van de behandeling aldaar is inwerkingtreding
van deze wet voorzien begin 1998.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Met het vervallen van de mogelijkheid om (on)veroordeelden in huizen van
bewaring in voorkomende gevallen met meer op één cel te plaatsen
ziet het gevangeniswezen zich geconfronteerd met een probleem. Ook na de recente
uitbreidingen van het gevangeniswezen is het beschikbare aanbod van cellen
in de huizen van bewaring beperkt. In het kader van het terugdringen van het
aantal heenzendingen worden deze inrichtingen verplicht een maximale bezetting
te realiseren. Dit kan alleen door het samenplaatsen van gedetineerden. Indien
het samenplaatsen niet meer tot de mogelijkheden zou behoren, zou het aantal
heenzendingen weer oplopen. Dit is een absoluut ongewenst gevolg. Bovendien
zou in situaties waarbij sprake is van calamiteiten en een groot aantal gedetineerden
tegelijk moet worden ingesloten dit niet mogelijk zijn. Vandaar dat thans
wederom wordt bepaald dat het samenplaatsen van deze gedetineerden tot de
mogelijkheid behoort. Deze regeling zal met de inwerkingtreding van de Penitentiaire
beginselenwet worden vervangen door de bepaling waardoor gedetineerden die
in het regime van algehele gemeenschap verblijven met meerdere in één
verblijfsruimte geplaatst kunnen worden (artikel 20, tweede lid, van de Penitentiaire
beginselenwet).</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De Minister van Justitie,</al>
      <al>W. Sorgdrager</al>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>