﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb997.159" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1997-159/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="OPmaat" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>7S0092</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1997">Jaargang 1997</jaargang>
      <stbjaar>1997</stbjaar>
      <stbnr>159 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 10 april 1997, houdende wijziging van
het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
van 18 februari 1997, nr. 97M001545, gedaan mede namens de Staatssecretaris
van Binnenlandse Zaken, mr. J. Kohnstamm;</al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 1a, onder d, van de Wet openbaarheid van bestuur</grslag> onderscheidenlijk <grslag>artikel 1a, eerste lid, onder d, van de
Wet Nationale ombudsman</grslag>;</al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 24 maart 1997, nr. W01.97.0098);</al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister-President, Minister van Algemene
Zaken, van 2 april 1997, nr. 97M002457, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris
van Binnenlandse Zaken, mr. J. Kohnstamm;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <wart id="ai">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL I</nr>
      </kop>
      <al>In de bijlage bij het <wartref doc="sb995.341">&gt;Aanwijzingsbesluit bestuursorganen
Wob en WNo</wartref><eindref refid="e1"></eindref> worden de volgende wijzigingen
aangebracht: </al>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>A</nr>
        </kop>
        <al>In onderdeel D <nadruk type="vet">(Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen)</nadruk> komt onderdeel 19 te luiden:</al>
        <arttkst>
          <al>19. Dienst omroepbijdragen als bedoeld in artikel 122 van de Mediawet.</al>
        </arttkst>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>B</nr>
        </kop>
        <al>In onderdeel H <nadruk type="vet">(Ministerie van Verkeer en Waterstaat)</nadruk> worden
na onderdeel 51 twee nieuwe onderdelen toegevoegd, luidende:</al>
        <arttkst>
          <al>52. Instanties als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet pleziervaartuigen.</al>
          <al>53. Dienst, instelling of onderneming als bedoeld in artikel 12, tweede
lid, van de Wet pleziervaartuigen. </al>
        </arttkst>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>C</nr>
        </kop>
        <al>In onderdeel K <nadruk type="vet">(Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid)</nadruk> worden de volgende wijzigingen aangebracht:</al>
        <wond>
          <nr>1.</nr>
          <al>Onderdeel 1 komt te luiden:</al>
          <arttkst>
            <al>1. College van toezicht sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 3
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.</al>
          </arttkst>
        </wond>
        <wond>
          <nr>2.</nr>
          <al>Onderdeel 2 komt te luiden:</al>
          <arttkst>
            <al>2. Landelijk instituut sociale verzekeringen als bedoeld in artikel 30
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.</al>
          </arttkst>
        </wond>
        <wond>
          <nr>3.</nr>
          <al>De onderdelen 3 en 4 vervallen.</al>
        </wond>
        <wond>
          <nr>4.</nr>
          <al>Onderdeel 7 komt te luiden:</al>
          <arttkst>
            <al>7. Sociale Verzekeringsbank als bedoeld in artikel 17 van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997.</al>
          </arttkst>
        </wond>
      </wlid>
    </wart>
    <art id="aii">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL II</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>Artikel I, onderdeel A, treedt in werking op het tijdstip, waarop artikel
I, onderdeel K, van de wet van 19 december 1996 tot wijziging van bepalingen
van de Mediawet in verband met het omvormen van de met de inning van de omroepbijdragen
belaste dienst van Koninklijke PTT Nederland N.V. tot een publiekrechtelijk
vormgegeven zelfstandig bestuursorgaan (Stb. 648), in werking treedt.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>Artikel I, onderdeel B, treedt in werking met ingang van de dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en
werkt terug tot en met 1 januari 1997.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3.</nr>
        <al>Artikel I, onderdeel C, treedt in werking met ingang van de dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst en
werkt terug tot en met 1 maart 1997.</al>
      </lid>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.</slotform>
      <eindnoot id="e1">
        <al>Stb. 1995, 341, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 15 januari 1997,
Stb. 60.</al>
      </eindnoot>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van artikel 25a, vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, omdat
het uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>10 april 1997</onddatum>
        <koning>Beatrix </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,</minvan>
          <naam>W. Kok </naam>
        </minister>
        <minister>
          <minvan>De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,</minvan>
          <naam>J. Kohnstamm</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">tweeëntwintigste</nadruk> april 1997</uitgifte-regel>
        <uitdag>tweeëntwintigste</uitdag>
        <uitmaand>april</uitmaand>
        <uitjaar>1997</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <tuskop letat="vet">Algemeen</tuskop>
      <al>Dit besluit behelst een aantal wijzigingen met betrekking tot de bijlage
van het Aanwijzingsbesluit bestuursorganen Wob en WNo. Zoals in de nota van
toelichting bij het Aanwijzingsbesluit is gesteld, brengt de gekozen methode
van limitatieve opsomming van de zogenoemde zelfstandige bestuursorganen met
zich, dat de bijlage bij dit besluit regelmatig dient te worden geactualiseerd. </al>
      <tuskop letat="vet">Toelichting op onderdelen </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen</tuskop>
      <al>Bij wet van 19 december 1996 tot wijziging van bepalingen van de Mediawet
in verband met het omvormen van de met inning van de omroepbijdragen belaste
dienst van de Koninklijke PTT Nederland N.V. tot een publiekrechtelijk vormgegeven
zelfstandig bestuursorgaan (Stb. 648), is voorzien in de instelling van de
Dienst omroepbijdragen (nieuw artikel 122 van de Mediawet). In artikel I,
onderdeel A, wordt deze dienst aangewezen op grond van de Wet openbaarheid
van bestuur en de Wet Nationale ombudsman. Aangezien deze dienst in de plaats
treedt van «de directeur van de tot de groep van Koninklijke PTT Nederland
N.V. behorende dienst welke is belast met de inning van omroepbijdragen»,
wordt de aanwijzing van deze directeur beëindigd (onderdeel D, onder
19, van de bijlage bij het Aanwijzingsbesluit). De inwerkingtreding van artikel
I, onderdeel A, is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de in de eerder genoemde
wet voorziene instelling van de Dienst omroepbijdragen (artikel II, eerste
lid). </al>
      <tuskop letat="cur">Ministerie van Verkeer en Waterstaat</tuskop>
      <al>De twee wijzigingen in artikel I, onderdeel B, vloeien voort uit de totstandkoming
van de Wet pleziervaartuigen. Deze wet is op 1 januari 1997 in werking getreden.
De eerste wijziging (nieuw onderdeel 52) betreft de aanwijzing van de keuringsinstanties
als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Wet pleziervaartuigen. Deze instanties,
die nader door de Minister van Verkeer en Waterstaat dienen te worden aangewezen,
zijn belast met door de minister daarbij aangegeven taken zoals onder andere
het verrichten van keuringen en de afgifte van certificaten van EG-typeonderzoek.
Inmiddels is een tweetal keuringsinstanties op grond van artikel 8, eerste
lid, van de Wet pleziervaartuigen aangewezen; verwezen wordt naar de desbetreffende
beschikkingen, gepubliceerd in de Staatscourant van 17 december 1996 (nr.
244). De tweede wijziging (nieuw onderdeel 53) betreft de aanwijzing van een
dienst, instelling of onderneming als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van
de Wet pleziervaartuigen. Deze door de Minister van Verkeer en Waterstaat
aan te wijzen dienst, instelling of onderneming is bevoegd tot bepaling van
de fabriekscode; bij beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat
van 6 december 1996 is de HISWA Vereniging te Edam als zodanig aangewezen
(Stcrt. 1996, 244).</al>
      <al>Aan beide wijzigingen van het Aanwijzingsbesluit wordt in Artikel II,
eerste lid, terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 1997. </al>
      <tuskop letat="cur">Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid</tuskop>
      <al>Artikel I, onderdeel C, onder 1 tot en met 4, bevat een aantal wijzigingen
van de bijlage, welke voortvloeien uit de totstandkoming en inwerkingtreding
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997. De Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 is in werking getreden met ingang van 1 maart 1997
(Koninklijk besluit van 26 februari 1997, Stb. 97). Aan deze wijzigingen van
het Aanwijzingsbesluit wordt in artikel II, derde lid, derhalve terugwerkende
kracht verleend tot en met 1 maart 1997. </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,</minvan>
        <naam>W. Kok </naam>
      </minister>
      <minister>
        <minvan>De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken,</minvan>
        <naam>J. Kohnstamm</naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>