﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb997.149" soort="beschik" publtype="besc">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1997-149/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="OPmaat" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>7S0072</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1997">Jaargang 1997</jaargang>
      <stbjaar>1997</stbjaar>
      <stbnr>149 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Beschikking</soort> van de Minister van Justitie van 8 april
1997, houdende plaatsing in het Staatsblad van de tekst van het Uitvoeringsbesluit
30%-korting mestproductierechten voor varkens en kippen, zoals dit laatstelijk
is gewijzigd bij besluit van 5 december 1996, Stb. 633</intitule>
    <aanhef>
      <wie>De Minister van Justitie,</wie>
      <consider>
        <al>Gelet op artikel II van het besluit van 5 december 1996, Stb. 633;</al>
      </consider>
      <afkondig>Besluit:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <besluit>
      <al>de tekst van het Uitvoeringsbesluit 30%-korting mestproductierechten voor
varkens en kippen, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij besluit van 5 december
1996, Stb. 633, in het Staatsblad te plaatsen als bijlage bij deze beschikking.</al>
    </besluit>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>8 april 1997 </onddatum>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">vijftiende</nadruk> april 1997</uitgifte-regel>
        <uitdag>vijftiende</uitdag>
        <uitmaand>april</uitmaand>
        <uitjaar>1997</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <tekstpl>
      <kop>
        <titel status="off">TEKST VAN HET UITVOERINGSBESLUIT 30%-KORTING MESTPRODUCTIERECHTEN
VOOR VARKENS EN KIPPEN, ZOALS DIT LAATSTELIJK IS GEWIJZIGD BIJ BESLUIT VAN
5 DECEMBER 1996, STB. 633 </titel>
      </kop>
      <par>
        <kop>
          <nr>Paragraaf 1.</nr>
          <titel status="off">Begripsbepalingen </titel>
        </kop>
        <art id="a1">
          <kop>
            <nr>Artikel 1</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al>
            <al>a. wet: Meststoffenwet;</al>
            <al>b. mestproducent: een ieder die door het houden van dieren, uitscharing
van rundvee of schapen of tijdelijke onderbrenging ter weiding van schapen
elders, dierlijke meststoffen produceert;</al>
            <al>c. bedrijf: geheel van productie-eenheden bestaande uit één
of meer gebouwen of gedeelten daarvan en de daarbij behorende landbouwgrond,
uitsluitend of onder meer dienende tot de uitoefening van de landbouw, zulks
beoordeeld naar de feitelijke omstandigheden;</al>
            <al>d. afzet in het buitenland: feitelijke aflevering buiten het Nederlandse
grondgebied, anders dan ten behoeve van gebruik op in grensgebieden gelegen
grond van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde mestproducent die een in Nederland
gevestigd bedrijf in stand houdt;</al>
            <al>e. mestverwerker: persoon, rechtspersoon, of collectief bestaande uit
meer personen of rechtspersonen, niet zijnde een mestproducent, die onderscheidenlijk
dat een inrichting in werking heeft op grond van een vergunning als bedoeld
in artikel 8.1. van de Wet milieubeheer waarin de geheel of in hoofdzaak van
derden afkomstige dierlijke meststoffen op bedrijfsmatige wijze volledig worden
be- of verwerkt tot een meststof met een droge-stofgehalte van tenminste 80%,
dan wel volledig en onomkeerbaar worden verwerkt tot een product dat niet
als meststof kan worden aangemerkt;</al>
            <al>f. exporteur: persoon, rechtspersoon, of collectief bestaande uit meer
personen of rechtspersonen, niet zijnde een mestproducent, die onderscheidenlijk
dat een onderneming voert in het kader waarvan alle aan vorenbedoeld persoon,
rechtspersoon, of collectief afgeleverde dierlijke meststoffen worden afgezet
in het buitenland;</al>
            <al>g. grondgebonden mestproductierecht: deel van het mestproductierecht overeenkomend
met 125 kilogram fosfaat per jaar per hectare tot het bedrijf behorende oppervlakte
landbouwgrond;</al>
            <al>h. Stichting: Stichting Landelijke Mestbank te 's-Gravenhage, kantoorhoudende
te Nijkerk;</al>
            <al>i. Bureau Heffingen: Bureau Heffingen, bedoeld in de krachtens artikel
13, achtste lid, van de wet vastgestelde ministeriële regeling;</al>
            <al>j. intermediair: persoon, rechtspersoon, of samenwerkingsverband bestaande
uit meer personen of rechtspersonen, niet zijnde een mestverwerker, die onderscheidenlijk
dat zich jegens derden verplicht in enig kalenderjaar dierlijke meststoffen
af te nemen in een grotere hoeveelheid dan hij aan plaatsingsruimte heeft;</al>
            <al>k. plaatsingsruimte: hoeveelheid dierlijke meststoffen die in een kalenderjaar
op de tot het bedrijf behorende oppervlakte grond kan worden gebruikt ingevolge
het bepaalde krachtens de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet Bodembescherming
en krachtens artikel 1.2 van de Wet milieubeheer, verminderd met de hoeveelheid
dierlijke meststoffen die in het kalenderjaar op het bedrijf wordt geproduceerd
en waarvan niet overeenkomstig het Besluit mestbank en mestboekhouding kan
worden aangetoond dat zij van het bedrijf is afgevoerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde wordt
geen rekening gehouden met handelingen waarvan, op grond van de omstandigheid
dat zij geen wezenlijke verandering van feitelijke verhoudingen
hebben ten doel gehad of op grond van andere bepaalde feiten en omstandigheden,
moet worden aangenomen dat zij achterwege gebleven zouden zijn indien daarmee
niet de toepassing van dit besluit voor het vervolg geheel of ten dele onmogelijk
zou worden gemaakt.</al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>Paragraaf 2.</nr>
          <titel status="off">Regels met betrekking tot het buiten toepassing blijven
van de vermindering van 30% van de niet-gebonden mestproductierechten voor
varkens en kippen </titel>
        </kop>
        <art id="a2">
          <kop>
            <nr>Artikel 2</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Op een daartoe strekkend verzoek van de betrokken mestproducent kan het
hoofd van het Bureau Heffingen beslissen dat ten aanzien van een door de mestproducent
gevoerd bedrijf in een bepaald kalenderjaar de vermindering, bedoeld in artikel
14a, eerste lid, van de wet, buiten toepassing blijft.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De vermindering blijft slechts buiten toepassing ten aanzien van een bedrijf
dat aan elk van de volgende voorwaarden voldoet:</al>
            <al>a. in het betreffende jaar worden uitsluitend dieren van de diersoort
kip gehouden;</al>
            <al>b. ten minste het in artikel 2a bedoelde percentage:</al>
            <al>1° van de in het betreffende kalenderjaar op het bedrijf geproduceerde
hoeveelheid dierlijke meststoffen of, indien het een bedrijf betreft als bedoeld
in artikel 4a,</al>
            <al>2° van de in een periode van vijftien maanden na de datum van aanvoer
van de kippen door die kippen geproduceerde hoeveelheid dierlijke meststoffen
wordt in de vorm van mest met een droge-stofgehalte van ten minste 55% op
grond van één of meer mestafzetovereenkomsten afgeleverd aan
een exporteur of mestverwerker die deze meststoffen, al dan niet in be- of
verwerkte vorm, uitsluitend afzet in het buitenland;</al>
            <al>c. dierlijke meststoffen die in de in onderdeel b genoemde perioden zijn
geproduceerd en niet in het buitenland worden afgezet, worden:</al>
            <al>1° overeenkomstig het bepaalde krachtens de artikelen 6 tot en met
11 van de Wet bodembescherming en krachtens artikel 1.2 van de Wet milieubeheer
gebruikt op de tot het bedrijf behorende oppervlakte grond van de betreffende
mestproducent, of</al>
            <al>2° op grond van één of meer mestafzetovereenkomsten
afgeleverd aan een ander bedrijf waar de dierlijke meststoffen kunnen worden
gebruikt overeenkomstig het bepaalde krachtens de artikelen 6 tot en met 11
van de Wet bodembescherming en krachtens artikel 1.2 van de Wet milieubeheer,
of</al>
            <al>3° op grond van één of meer mestafzetovereenkomsten
afgeleverd aan een mestverwerker, of</al>
            <al>4° op grond van één of meer mestafzetovereenkomsten
afgeleverd aan een intermediair, of</al>
            <al>5° gebruikt of afgeleverd door een gecombineerde toepassing van twee
of meer van de onderdelen 1° tot en met 4°.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Tot 1 januari 2000 wordt, onverminderd de overige voorwaarden van het
tweede lid, onderdeel b, aflevering in de vorm van mest met een droge-stofgehalte
van ten hoogste 20% mede als een aflevering als bedoeld in het tweede lid,
onderdeel b, aangemerkt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Indien in enig kalenderjaar de vermindering buiten toepassing is gebleven
op grond van aflevering van de in het tweede lid, onderdeel b, onder 2°,
bedoelde hoeveelheid dierlijke meststoffen, kan de vermindering in een volgend
kalenderjaar niet buiten toepassing blijven op grond van aflevering van de
in het tweede lid, onderdeel a, onder 1°, bedoelde hoeveelheid dierlijke
meststoffen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>De vermindering blijft slechts buiten toepassing indien aan alle voorwaarden van dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt
voldaan.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a2a">
          <kop>
            <nr>Artikel 2a</nr>
          </kop>
          <al>Het in artikel 2, tweede lid, bedoelde afleveringspercentage is:</al>
          <al>– tot en met 31 december 1997: tenminste 60%;</al>
          <al>– met ingang van 1 januari 1998: tenminste 65%;</al>
          <al>– met ingang van 1 januari 1999: tenminste 70%;</al>
          <al>– met ingang van 1 januari 2000: tenminste 75%.</al>
        </art>
        <art id="a3">
          <kop>
            <nr>Artikel 3</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Het verzoek, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt door de mestproducent
uiterlijk 30 november van het jaar voorafgaande aan het kalenderjaar waarop
het verzoek betrekking heeft ingediend bij het Bureau Heffingen, met gebruikmaking
van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig
de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend
en gedagtekend en waarbij alle in het formulier gevraagde documenten en andere
gegevens zijn gevoegd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Bij het verzoek legt de mestproducent de mestafzetovereenkomsten en andere
documenten en gegevens over waarmee ten genoegen van het Bureau Heffingen
aannemelijk wordt gemaakt dat de in de artikelen 4, tweede lid, en 4a bedoelde
en aldaar onderscheiden hoeveelheden dierlijke meststoffen, uitgedrukt in
kilogrammen fosfaat, binnen de in voornoemde bepalingen onderscheiden termijnen
aan de betreffende exporteurs of mestverwerkers kunnen worden afgeleverd,
en dat de dierlijke meststoffen, uitgedrukt in kilogrammen fosfaat, die in
de in artikel 2, tweede lid, onderdeel b, genoemde perioden zijn geproduceerd
en niet in het buitenland worden afgezet, overeenkomstig artikel 2, tweede
lid, onderdeel c, kunnen worden gebruikt of afgeleverd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Indien de in het tweede lid bedoelde mestafzetovereenkomsten ten behoeve
van de mestproducent door een samenwerkingsverband van bedrijven worden gesloten
met exporteurs, mestverwerkers, andere bedrijven als bedoeld in artikel 2,
tweede lid, onderdeel c, onder 2°, of intermediairs, kan de mestproducent
de daartoe door hem met het samenwerkingsverband gesloten overeenkomsten in
de plaats van de in het tweede lid bedoelde mestafzetovereenkomsten overleggen.
Artikel 4, derde lid, is in dat geval onverkort van toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Voor de toepassing van het tweede lid wordt de geproduceerde hoeveelheid
dierlijke meststoffen gelijk gesteld met de hoeveelheid kippenmest die in
een kalenderjaar ten hoogste mag worden geproduceerd op grond van het niet-gebonden
mestproductierecht voor varkens en kippen, zoals dat op het moment van indiening
van voornoemd verzoek bij het Bureau Heffingen zou zijn geregistreerd wanneer
de in artikel 14a, eerste lid, van de wet bedoelde vermindering niet in aanmerking
wordt genomen, alsmede op grond van het grondgebonden mestproductierecht.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent:</al>
            <al>a. de bij het in het eerste lid bedoelde verzoek over te leggen documenten
en gegevens;</al>
            <al>b. de vorm, inhoud en geldigheidsduur van de in het tweede lid bedoelde
mestafzetovereenkomsten;</al>
            <al>c. de nadere voorwaarden voor de toepassing van het derde lid en de vorm,
inhoud en geldigheidsduur van de in dat lid bedoelde, tussen de mestproducent
en een samenwerkingsverband gesloten overeenkomsten;</al>
            <al>d. de situaties waarin, de wijze waarop en de termijn waarbinnen de onder
b en c bedoelde overeenkomsten tussentijds kunnen of moeten worden
gewijzigd of beëindigd en alsdan kunnen of moeten worden vervangen door
andere overeenkomsten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6.</nr>
            <al>De in artikel 2, eerste lid, bedoelde beslissing wordt uiterlijk op 1
mei van het jaar waarop het aldaar bedoelde verzoek betrekking heeft, genomen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>7.</nr>
            <al>In afwijking van het eerste lid wordt in 1995, 1996 en 1997 het in artikel
2, eerste lid, bedoelde verzoek uiterlijk 1 februari ingediend.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a4">
          <kop>
            <nr>Artikel 4</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>De aflevering, bedoeld in artikel 2, tweede lid, geschiedt overeenkomstig
de in artikel 3, tweede en derde lid, bedoelde mestafzetovereenkomsten, dan
wel overeenkomstig de in artikel 3, vijfde lid, onderdeel d, bedoelde vervangende
overeenkomsten.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De aflevering van tenminste 75% van het ingevolge artikel 2a geldende
percentage van de in het kalenderjaar geproduceerde hoeveelheid dierlijke
meststoffen, vindt plaats in het kalenderjaar waarop de beslissing, bedoeld
in artikel 2, eerste lid, betrekking heeft. De resterende hoeveelheid dierlijke
meststoffen, overeenkomend met ten hoogste 25% van de in de vorige volzin
bedoelde hoeveelheid, is uiterlijk</al>
            <al>1 april van het daarop volgende jaar afgeleverd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>De aflevering geschiedt door de mestproducent rechtstreeks, zonder tussenkomst
van andere partijen, aan de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Onder rechtstreekse aflevering in de zin van het derde lid wordt mede
verstaan, aflevering aan een daartoe door de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker
gemachtigde vervoerder. Deze machtiging dient te blijken uit het in het krachtens
artikel 9, tweede lid, vastgestelde reglement voorgeschreven CMR-formulier.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>In het in het vierde lid bedoelde geval worden, in afwijking van artikel
8, tweede lid, van het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet)
niet de naam en het adres van de vervoerder in de voor de afnemer bestemde
ruimte op het afleveringsbewijs vermeld maar de naam en het adres van de exporteur
onderscheidenlijk mestverwerker.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6.</nr>
            <al>Onze Minister kan voor de toepassing van dit artikel nadere regels stellen
welke onder meer betrekking hebben op:</al>
            <al>a. de aan opslagruimtes te stellen eisen;</al>
            <al>b. het tijdstip en de wijze van aflevering, waaronder de aan het vervoer
en het vervoermiddel te stellen eisen.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a4a">
          <kop>
            <nr>Artikel 4a</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>In afwijking van artikel 4, tweede lid, vindt ten aanzien van de in het
derde lid bedoelde bedrijven de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aflevering
uiterlijk plaats vijftien maanden na datum van aanvoer van de op het bedrijf
gehouden kippen. De aflevering betreft de ingevolge het in artikel 2a bedoelde
percentage vereiste hoeveelheid dierlijke meststoffen, voor zover afkomstig
van de in de vorige volzin bedoelde periode van vijftien maanden gehouden
kippen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>In het kalenderjaar waarvoor ten aanzien van de in het derde lid bedoelde
bedrijven voor de eerste maal een beschikking als bedoeld in artikel 2, eerste
is afgegeven, vindt, indien in dat jaar kippen van het bedrijf worden afgevoerd,
de in artikel 2, tweede lid, bedoelde aflevering uiterlijk plaats vier weken
na die afvoerdatum. Deze aflevering betreft de ingevolge het in artikel 2a
bedoelde percentage vereiste hoeveelheid dierlijke meststoffen, voor zover
afkomstig van de vanaf 1 januari van het in de vorige volzin bedoelde jaar
tot de datum van afvoeren van de kippen gehouden kippen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>De in het eerste lid bedoelde bedrijven zijn bedrijven die behoren tot bij ministeriële regeling aan te wijzen categorieën en die
voldoen aan de daarbij gestelde voorwaarden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a5">
          <kop>
            <nr>Artikel 5</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>De naleving van artikel 4, eerste en tweede lid, wordt door de mestproducent
aannemelijk gemaakt met behulp van de gegevens, bedoeld in de bij of krachtens
het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet) gestelde regels,
en met behulp van aanvullende gegevens.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>In zoverre in afwijking van artikel 8, tweede lid, van laatstgenoemd besluit,
wordt op het aldaar bedoelde afleveringsbewijs tevens het droge-stofgehalte
van de dierlijke meststoffen vermeld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>De gegevens, bedoeld in de bij of krachtens het Besluit mestbank en mestboekhouding
(Meststoffenwet) gestelde regels, worden niet in aanmerking genomen indien
deze regels niet, niet tijdig of niet volledig door de betrokkenen zijn nageleefd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent aanvullende gegevens en
bewijsstukken waarmee de naleving van artikel 4, tweede lid, door de mestproducent
aannemelijk moet worden gemaakt. Daarbij kan Onze Minister bepalen dat deze
aanvullende gegevens geheel of gedeeltelijk in de plaats kunnen treden van
de gegevens, bedoeld in de bij of krachtens het Besluit mestbank en mestboekhouding
(Meststoffenwet) gestelde regels.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a6">
          <kop>
            <nr>Artikel 6</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>De exporteur waaraan de aflevering, bedoeld in artikel 2, tweede lid,
geschiedt, zet in het betreffende kalenderjaar zelf de voorraad dierlijke
meststoffen van zijn onderneming bij de aanvang van het kalenderjaar en tenminste
75% van de totale in het kalenderjaar aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke
meststoffen in het buitenland af. Uiterlijk 1 april van het daarop volgende
jaar is de totale in het betreffende kalenderjaar aan hem afgeleverde hoeveelheid
dierlijke meststoffen in het buitenland afgezet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De mestverwerker waaraan de aflevering, bedoeld in artikel 2, tweede lid,
geschiedt, zet in het betreffende kalenderjaar zelf de voorraad dierlijke
meststoffen, uitgedrukt in een hoeveelheid kilogrammen fosfaat, afkomstig
van bedrijven ten aanzien waarvan beslissingen als bedoeld in artikel 2, eerste
lid, zijn genomen, aanwezig in zijn inrichting bij de aanvang van het kalenderjaar
en 75% van de totale in het kalenderjaar aan hem afgeleverde hoeveelheid dierlijke
meststoffen, uitgedrukt in een hoeveelheid kilogrammen fosfaat, afkomstig
van eerdergenoemde bedrijven, in het buitenland af. Uiterlijk 1 april van
het daarop volgende jaar is de totale hoeveelheid fosfaat afkomstig van genoemde
bedrijven in het buitenland afgezet.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>De afzet in het buitenland geschiedt door de exporteur onderscheidenlijk
mestverwerker rechtstreeks, zonder tussenkomst van andere partijen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Onder rechtstreekse afzet als bedoeld in het derde lid wordt mede verstaan,
afzet door een andere dan de in het eerste lid bedoelde exporteur, indien
wordt voldaan aan de krachtens artikel 9, tweede lid, bij reglement vastgestelde
regels.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Onder rechtstreekse afzet in de zin van het derde lid wordt mede verstaan,
afzet door een daartoe door de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker gemachtigde
vervoerder. Deze machtiging dient te blijken uit het in het krachtens artikel
9, tweede lid, vastgestelde reglement voorgeschreven CMR-formulier.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6.</nr>
            <al>In het in het vierde lid bedoelde geval worden, in afwijking van artikel 8, tweede lid, van het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet)
niet de naam en het adres van de vervoerder in de voor de leverancier bestemde
ruimte op het afleveringsbewijs vermeld maar de naam en het adres van de exporteur
onderscheidenlijk mestverwerker.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>7.</nr>
            <al>De naleving van dit artikel wordt door de exporteur onderscheidenlijk
mestverwerker aannemelijk gemaakt met behulp van de gegevens, bedoeld in de
bij of krachtens het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet)
gestelde regels, en met behulp van aanvullende gegevens. Artikel 5, tweede
en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>8.</nr>
            <al>Onze Minister kan voor de toepassing van dit artikel nadere regels stellen
welke onder meer betrekking hebben op:</al>
            <al>a. de wijze van aflevering, waaronder de aan het vervoer en het vervoermiddel
te stellen eisen;</al>
            <al>b. aanvullende gegevens en bewijsstukken waarmee de naleving van dit artikel
door de exporteur onderscheidenlijk mestverwerker aannemelijk moet worden
gemaakt, waarbij Onze Minister kan bepalen dat deze aanvullende gegevens geheel
of gedeeltelijk in de plaats kunnen treden van de gegevens, bedoeld in de
bij of krachtens het Besluit mestbank en mestboekhouding (Meststoffenwet)
gestelde regels.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a7">
          <kop>
            <nr>Artikel 7</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>De vaststelling van de omvang van de mestproductie op het bedrijf waarop
de beslissing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, betrekking heeft, geschiedt
voor het betreffende kalenderjaar overeenkomstig artikel 3 van de Regeling
aanwijzing diersoorten en hun mestproductie. Hiertoe wordt door de mestproducent
aan alle in laatstgenoemd artikel gestelde voorwaarden voldaan, met dien verstande
dat de in onderdeel p van dat artikel bedoelde melding uiterlijk tegelijk
met de indiening van het in artikel 3, eerste lid, bedoelde verzoek geschiedt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>In afwijking van het eerste lid, wordt voor de vaststelling of in strijd
is gehandeld met de artikelen 14, 14b en 14c van de wet en voor de vaststelling
of in strijd is gehandeld met de artikelen 2, 3, 4, 9, zesde lid, en 11, eerste
en derde lid, van de Wet verplaatsing mestproductie, de omvang van de mestproductie
vastgesteld overeenkomstig artikel 2 van de Regeling aanwijzing diersoorten
en hun mestproductie.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a8">
          <kop>
            <nr>Artikel 8</nr>
          </kop>
          <al>In het kalenderjaar waarop de beslissing, bedoeld in artikel 2, eerste
lid, betrekking heeft, kunnen geen kennisgevingen als bedoeld in artikel 9,
eerste lid, van de Wet verplaatsing mestproductie worden gedaan, voorzover
met deze kennisgeving beoogd wordt een verplaatsing als bedoeld in artikel
1, eerste lid, van eerdergenoemde wet, van mestproductierechten voor varkens
en kippen, afkomstig van het bedrijf waarop de beslissing betrekking heeft.</al>
        </art>
        <art id="a9">
          <kop>
            <nr>Artikel 9</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>De exporteurs, mestverwerkers en samenwerkingsverbanden, bedoeld in dit
besluit, moeten zijn erkend door de Stichting.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>In een door de Stichting vast te stellen reglement als bedoeld in artikel
10, eerste lid, onderdeel e, van de wet, worden regels gesteld omtrent de
erkenning van exporteurs, mestverwerkers en samenwerkingsverbanden alsmede
alle daarmee samenhangende onderwerpen in de ruimste zin. Onze Minister kan
nadere regels stellen omtrent de in de eerste volzin genoemde onderwerpen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>De in het tweede lid bedoelde regels betreffen onder meer:</al>
            <al>a. de eisen met betrekking tot de erkenningsaanvraag en de daarbij over te leggen gegevens, waaronder een werkplan met betrekking tot
de in het kalenderjaar waarop de erkenningsaanvraag betrekking heeft te ondernemen
activiteiten, en de termijn van indiening van een zodanige aanvraag;</al>
            <al>b. een door de exporteurs en mestverwerkers bij de erkenningsaanvraag
over te leggen mestafzetplan, dat is onderbouwd door mestafzetovereenkomsten
welke zijn gesloten met in het buitenland gevestigde afnemers, waarmee de
tijdige afzet in het buitenland van de overeenkomstig de mestafzetovereenkomsten,
bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, van mestproducenten af te nemen
dierlijke meststoffen, al dan niet in be- of verwerkte vorm, aannemelijk dient
te worden gemaakt;</al>
            <al>c. de wijze van bedrijfs- en administratievoering door de exporteurs en
mestverwerkers;</al>
            <al>d. de eisen met betrekking tot de kwaliteit van de in het buitenland af
te zetten dierlijke meststoffen;</al>
            <al>e. de wijze waarop moet worden gegarandeerd dat, bij tijdelijke of definitieve
beëindiging van de activiteiten van de onderneming van de exporteur,
dan wel van de inrichting van de mestverwerker, diens verplichtingen tot afname
van dierlijke meststoffen en afzet van deze meststoffen in het buitenland
worden overgenomen door andere exporteurs dan wel mestverwerkers;</al>
            <al>f. de eisen met betrekking tot de opslag bij de exporteur of mestverwerker;</al>
            <al>g. de vaststelling van de in artikel 6 bedoelde voorraad;</al>
            <al>h. de eisen waaraan de samenwerkingsverbanden, bedoeld in artikel 3, derde
lid, moeten voldoen;</al>
            <al>i. de duur van de erkenning;</al>
            <al>j. de gevallen waarin de erkenning tussentijds wordt ingetrokken en de
gevolgen van een zodanige intrekking.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a10">
          <kop>
            <nr>Artikel 10</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Indien ten aanzien van een bedrijf waarop de beslissing, bedoeld in artikel
2, eerste lid, betrekking heeft, de voorwaarden gesteld bij of krachtens de
artikelen 2, tweede en derde lid, 2a, 3, 4, 4a, 5, 8 en 9, eerste en tweede
lid, niet of niet volledig worden nageleefd, kan, tenzij de Minister van Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij anders bepaalt, gedurende 1 jaar na het kalenderjaar
waarin de niet of niet volledige naleving is geconstateerd, geen verzoek als
bedoeld in artikel 2, eerste lid, worden ingediend, indien dit afkomstig is
van de mestproducent wiens bedrijf het betreft dan wel indien dit een bedrijf
betreft dat in het betreffende jaar in stand werd gehouden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de aflevering,
bedoeld in artikel 2, tweede lid, geschiedt aan een exporteur of mestverwerker
die de voorwaarden gesteld bij of krachtens artikel 6 niet of niet volledig
naleeft.</al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>Paragraaf 3.</nr>
          <titel status="off">Regels met betrekking tot de omzetting van mestproductierechten
voor varkens en kippen in mestproductierechten voor (een) andere diersoort(en)
en doorhaling gegevens betreffende niet-gebonden mestproductierechten </titel>
        </kop>
        <art id="a11">
          <kop>
            <nr>Artikel 11</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Op verzoek van de mestproducent wordt, overeenkomstig de voorwaarden van
dit besluit, het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen,
zoals dit ten aanzien van zijn bedrijf geldt op het tijdstip van inwerkingtreding
van artikel 14a, eerste lid, van de wet, geheel of gedeeltelijk
vervangen door een niet-gebonden mestproductierecht voor (een) andere diersoort(en).</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Na de in het eerste lid bedoelde vervanging worden de ten aanzien van
het betreffende bedrijf geregistreerde gegevens, bedoeld in artikel 6, eerste
lid, van de wet, betreffende de productie van dierlijke meststoffen afkomstig
van de diersoort varken of kip, alsmede de gegevens betreffende de productie
van dierlijke meststoffen afkomstig van de betreffende andere diersoort(en),
geheel doorgehaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Indien het te vervangen niet-gebonden mestproductierecht voor varkens
en kippen ingevolge de artikelen 3 tot en met 6 van de Regeling vaststelling
omvang verplaatsbare mestproductie niet-verplaatsbaar is, is indien het in
het eerste lid bedoelde vervangende niet-gebonden mestproductierecht een niet-gebonden
mestproductierecht voor rundvee en kalkoenen betreft, dit vervangende recht
eveneens niet-verplaatsbaar.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a12">
          <kop>
            <nr>Artikel 12</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Het niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen dat voor de
in artikel 11, eerste lid, bedoelde vervanging in aanmerking komt is in omvang
ten hoogste gelijk aan een hoeveelheid dierlijke meststoffen, overeenkomend
met de in 1991, 1992 of 1993 gerealiseerde mestproductie van de in genoemd
artikel betreffende andere diersoort(en).</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>De in het eerste lid bedoelde gerealiseerde mestproductie wordt slechts
in aanmerking genomen voorzover:</al>
            <al>a. deze plaatsvond met benutting van het in artikel 11, eerste lid, bedoelde
niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen, dat is verminderd
met een hoeveelheid dierlijke meststoffen die overeenkomt met de in het overeenkomstig
artikel 13, tweede lid, gekozen peiljaar gerealiseerde mestproductie afkomstig
van varkens en kippen en</al>
            <al>b. deze niet plaatsvond met benutting van het op het tijdstip van inwerkingtreding
van artikel 14a, eerste lid, van de wet, krachtens de Wet verplaatsing mestproductie
geregistreerde grondgebonden mestproductierecht en</al>
            <al>c. deze niet plaatsvond met benutting van het onder b bedoelde krachtens
de Wet verplaatsing mestproductie geregistreerde niet-gebonden mestproductierecht
voor de in artikel 11, eerste lid, bedoelde andere diersoort(en) en</al>
            <al>d. deze gelijk is aan of lager is dan de in artikel 14 van de wet vastgelegde
maximaal toegestane mestproductie en</al>
            <al>e. deze gelijk is aan of lager is dan het in artikel 11, eerste lid, bedoelde
niet-gebonden mestproductierecht voor varkens en kippen.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a13">
          <kop>
            <nr>Artikel 13</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>De in artikel 12 bedoelde gerealiseerde mestproductie wordt bepaald aan
de hand van de krachtens de artikelen 8 tot en met 13 van de wet inzake de
aangiften voor de overschotheffing voor de in het eerste lid bedoelde jaren
opgegeven aantallen dieren of toegepaste correcties.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Bij de bepaling van de gerealiseerde mestproductie kan de belanghebbende
uit één van de in artikel 12, eerste lid, bedoelde jaren het
jaar kiezen waarin deze mestproductie het grootst was.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>De vaststelling van de gerealiseerde mestproductie geschiedt onder toepassing
van artikel 2 van de Regeling aanwijzing diersoorten en hun mestproductie.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Indien voor één of meer van de in het eerste lid bedoelde
jaren geen aangifte als bedoeld in het tweede lid is gedaan, wordt voor de
toepassing van dit besluit voor het betrokken jaar of, in voorkomend geval,
de betrokken jaren de in het eerste lid bedoelde gerealiseerde mestproductie
bepaald op 0 kilogram fosfaat.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Na inwerkingtreding van dit besluit bij Bureau Heffingen ingediende aangiften of verzoeken tot correctie van reeds ingediende aangiften
worden voor de toepassing van dit besluit niet in aanmerking genomen.</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a14">
          <kop>
            <nr>Artikel 14</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Na vervanging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, bedraagt het niet-gebonden
mestproductierecht voor de betreffende andere diersoort(en) ten hoogste de
som van de hoeveelheid dierlijke meststoffen overeenkomend met het reeds vóór
de vervanging voor het bedrijf van de betreffende mestproducent geldende niet-gebonden
mestproductierecht voor die andere diersoort(en), en de hoeveelheid dierlijke
meststoffen overeenkomend met de overeenkomstig de artikelen 12 en 13 bepaalde
gerealiseerde mestproductie van die andere diersoort(en).</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Na vervanging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, bedraagt het niet-gebonden
mestproductierecht voor varkens en kippen ten hoogste een hoeveelheid dierlijke
meststoffen overeenkomend met het in artikel 11, eerste lid, bedoelde niet-gebonden
mestproductierecht voor varkens en kippen, verminderd met een hoeveelheid
dierlijke meststoffen overeenkomend met de overeenkomstig de artikelen 12
en 13 bepaalde gerealiseerde mestproductie van de aldaar bedoelde andere diersoort(en).</al>
          </lid>
        </art>
        <art id="a15">
          <kop>
            <nr>Artikel 15</nr>
          </kop>
          <al>Indien ten aanzien van het bedrijf waarop het in artikel 11, eerste lid,
bedoelde verzoek betrekking heeft, de ingevolge artikel 14 van de wet maximaal
toegestane mestproductie van varkens en kippen na 31 december 1990 en vóór
1 januari 1994 is toegenomen door toepassing van het bepaalde bij of krachtens
de wet, komt, in afwijking van artikel 12 het niet-gebonden mestproductierecht
voor varkens en kippen, zoals dit geldt op het tijdstip van inwerkingtreding
van artikel 14a, eerste lid, van de wet, geheel in aanmerking voor vervanging
als bedoeld in artikel 11, eerste lid.</al>
        </art>
        <art id="a16">
          <kop>
            <nr>Artikel 16</nr>
          </kop>
          <al>Indien ten aanzien van het bedrijf waarop het in artikel 11, eerste lid,
bedoelde verzoek betrekking heeft, de ingevolge artikel 14 van de wet en de
Wet verplaatsing mestproductie maximaal toegestane mestproductie van varkens
en kippen na 1 januari 1994 is toegenomen door toepassing van het bepaalde
bij of krachtens de Wet verplaatsing mestproductie, vindt de in artikel 11,
eerste lid, bedoelde vervanging alsmede de artikel 11, tweede lid, bedoelde
doorhaling niet plaats.</al>
        </art>
        <art id="a17">
          <kop>
            <nr>Artikel 17</nr>
          </kop>
          <al>Het in artikel 11, eerste lid, bedoelde verzoek wordt bij het Bureau Heffingen
uiterlijk een maand na inwerkingtreding van dit besluit ingediend, met gebruikmaking
van een daartoe door Onze Minister vastgesteld formulier, dat overeenkomstig
de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid is ingevuld, ondertekend
en gedagtekend.</al>
        </art>
        <art id="a18">
          <kop>
            <nr>Artikel 18</nr>
          </kop>
          <lid>
            <nr>1.</nr>
            <al>Op verzoek van de mestproducent worden de ten aanzien van zijn bedrijf
geregistreerde gegevens betreffende de voor zijn bedrijf ingevolge artikel
14 van de wet maximaal toegestane mestproductie geheel of gedeeltelijk doorgehaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>2.</nr>
            <al>Na gehele doorhaling is het in artikel 1, eerste lid, van de Wet verplaatsing
mestproductie bedoelde niet-gebonden mestproductierecht van het bedrijf nihil. </al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>3.</nr>
            <al>Bij gedeeltelijk doorhaling neemt het in artikel 1, eerste lid, van de
Wet verplaatsing mestproductie bedoelde niet-gebonden mestproductierecht van
het bedrijf af met de door de mestproducent aangegeven hoeveelheid.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>4.</nr>
            <al>Gedeeltelijk doorhaling vindt slechts plaats in de gevallen en onder de
voorwaarden die bij ministeriële regeling zijn bepaald.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt ingediend bij het Bureau
Heffingen met gebruikmaking van een daartoe door Onze Minister vastgesteld
formulier, dat overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en naar
waarheid is ingevuld, ondertekend en gedagtekend.</al>
          </lid>
        </art>
      </par>
      <par>
        <kop>
          <nr>Paragraaf 4.</nr>
          <titel status="off">Slotbepalingen </titel>
        </kop>
        <art id="a19">
          <kop>
            <nr>Artikel 19</nr>
          </kop>
          <al>Indien in dit besluit geregelde onderwerpen in het belang van een goede
invoering en uitvoering van het besluit nadere regeling behoeven, kan Onze
Minister zodanige regels stellen.</al>
        </art>
        <art id="a20">
          <kop>
            <nr>Artikel 20</nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan
worden gesteld.</al>
        </art>
        <art id="a21">
          <kop>
            <nr>Artikel 21</nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet houdende
wijziging van de Meststoffenwet van 19 mei 1994, Stb. 635, in werking treedt.</al>
        </art>
        <art id="a22">
          <kop>
            <nr>Artikel 22</nr>
          </kop>
          <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit 30%-korting mestproductierechten
voor varkens en kippen. </al>
        </art>
      </par>
    </tekstpl>
  </backm>
</staatsbl>