﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb996.427" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1996-427/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="OPmaat" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>6S0427</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1996">Jaargang 1996</jaargang>
      <stbjaar>1996</stbjaar>
      <stbnr>427 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 6 augustus 1996, houdende vaststelling
van bepalingen met betrekking tot het verstrekken van scheepvaartgegevens
ten behoeve van de statistiek (Besluit statistische gegevens Scheepvaartverkeerswet)</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 2 februari
1996 nr. DGSM/J-96000689, Directoraat Generaal Scheepvaart en Maritieme Zaken;</al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 17 van de Scheepvaartverkeerswet</grslag>;</al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 15 april 1996, nr. W09.96.0047);</al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van
19 juli 1996, nr. DGSM/S/J-96004922, Directoraat-Generaal Scheepvaart en Maritieme
Zaken;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <art id="a1">
      <kop>
        <nr>Artikel 1</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>Degene die een schip voert dat zich krachtens artikel 4, eerste of derde
lid, van de Scheepvaartverkeerswet moet melden, verstrekt ten behoeve van
statistische doeleinden, door middel van die melding en als onderdeel van
die melding gegevens aan het Centraal bureau voor de statistiek en aan door
Onze Minister aangewezen personen of instellingen.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>De in het eerste lid bedoelde gegevens zijn die welke krachtens artikel
4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet dienen te worden gemeld
of waarom krachtens deze bepaling kan worden verzocht.</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a2">
      <kop>
        <nr>Artikel 2</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>De in artikel 1 bedoelde gegevens ten behoeve van statistische doeleinden,
worden gemeld bij de autoriteit waaraan de melding krachtens artikel 4, eerste
of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet geschiedt.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>De in het eerste lid bedoelde autoriteit bewerkt de in artikel 1, tweede
lid, bedoelde gegevens, ten behoeve van de verstrekking van statistische gegevens
zodanig dat deze niet meer herleidbaar zijn tot een persoon of bedrijf. </al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3.</nr>
        <al>Aan het in het tweede lid gestelde behoeft niet te worden voldaan, indien
de in artikel 1 bedoelde gegevens worden verstrekt aan het Centraal bureau
voor de statistiek.</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a3">
      <kop>
        <nr>Artikel 3</nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1996.</al>
    </art>
    <art id="a4">
      <kop>
        <nr>Artikel 4</nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit statistische gegevens Scheepvaartverkeerswet.</al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.</slotform>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.</al>
        <al>Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 10 september 1996, nr.
174.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>6 augustus 1996</onddatum>
        <koning>Beatrix </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</minvan>
          <naam>A. Jorritsma-Lebbink</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">tweeëntwintigste</nadruk> augustus 1996</uitgifte-regel>
        <uitdag>tweeëntwintigste</uitdag>
        <uitmaand>augustus</uitmaand>
        <uitjaar>1996</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <tuskop letat="vet">I. Algemeen</tuskop>
      <al>De onderhavige algemene maatregel van bestuur betreft de uitwerking van
artikel 17 van de Scheepvaartverkeerswet en geeft bepalingen met betrekking
tot het verstrekken van scheepvaartgegevens voor statistische doeleinden.
Dergelijke gegevens liggen ten grondslag aan beleidsvoornemens op korte en
lange termijn op onder andere het gebied van de beheersing van de verkeersstromen
over de scheepvaartwegen, verkeersveiligheid, bevaarbaarheid en de noodzaak
van kunstwerken in die scheepvaartwegen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Alhoewel artikel 17 van de Scheepvaartverkeerswet de mogelijkheid opent
voor een aparte melding van gegevens ten behoeve van statistische doeleinden
door degene die een schip voert, heeft een dergelijke aparte melding in de
onderhavige algemene maatregel van bestuur geen regeling gevonden.</al>
      <al>Het streven is er thans uit veiligheidsoverwegingen juist op gericht het
aantal meldingen door degene die een schip voert zoveel als mogelijk te beperken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In dit besluit is dat verwerkelijkt door de melding van statistische gegevens
te laten samenvallen met de melding die krachtens artikel 4, eerste of derde
lid, van de Scheepvaartverkeerswet geschiedt. Dit is de operationele melding
op basis van het Binnenvaartpolitiereglement, het Rijnvaartpolitiereglement,
het Scheepvaartreglement Eemsmonding, het Scheepvaartreglement Westerschelde
1990, het Scheepvaartreglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen, of
het Scheepvaartreglement territoriale zee. Het betreft dezelfde gegevens.</al>
      <al>Door te voldoen aan de operationele meldplicht wordt zo tevens voldaan
aan de verplichting tot melding van gegevens voor statistische doeleinden.
Een dubbele meldplicht voor het scheepvaartverkeer, én een voor operationele,
én een voor statistische doeleinden, wordt op deze wijze zoveel als
mogelijk voorkomen. Degene die een schip voert kan zich hierdoor beter op
het varen zelf concentreren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De voor statistische doeleinden te gebruiken gegevens worden hiermee weliswaar
beperkt tot de gegevens die krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van
de Scheepvaartverkeerswet dienen te worden verstrekt, maar dit is voor de
doeleinden waartoe statistische gegevens moeten worden verkregen in het algemeen
voldoende.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De statistische scheepvaartgegevens, die door middel van een melding krachtens
artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet ter beschikking
komen van de meldingsautoriteit, worden door deze aan het Centraal bureau
voor de statistiek en aan de door de Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen
personen en instellingen verstrekt.</al>
      <al>De meldingsautoriteit is hier om praktische redenen intermediair.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Hij mag die gegevens slechts doorgeven als ze niet meer herleidbaar zijn
tot een persoon of bedrijf.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De plicht deze gegevens niet herleidbaar te doen zijn tot een persoon
of bedrijf geldt niet ten opzichte van het Centraal bureau voor de statistiek,
aangezien de vertrouwelijke behandeling van die gegevens voldoende wordt gewaarborgd
door artikel 11 van de Wet op het Centraal bureau en de Centrale commissie
voor de statistiek. </al>
      <witreg></witreg>
      <al>Door de reeds bestaande mate van uniformering van de gegevens voor de
operationele melding, wordt bereikt dat tevens uniformiteit van de voor statistische
doeleinden te verstrekken gegevens wordt verkregen. Het gaat hier immers,
zoals hiervoor reeds werd vermeld, in de meeste gevallen om dezelfde gegevens.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderhavige besluit voorziet tevens in het opvullen van de lacune
die ontstond tengevolge van het opheffen van de controle door de douane aan
de grenzen. De douane immers verkreeg de gegevens bij de controle van het
grensoverschrijdend scheepvaartverkeer en stelde deze gegevens vervolgens
ter beschikking voor statistische bewerking.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het besluit sluit aan bij de resolutie van de Centrale Commissie voor
de Rijnvaart van 18 mei 1994 (protocol 1994-I-20) betreffende de meldplicht
op de Rijn. Deze regeling betreft de uitwisseling tussen de Rijnoeverstaten
van gegevens die zijn verkregen van het scheepvaartverkeer ingevolge artikel
12.01 van het Rijnvaartpolitiereglement 1995.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het onderhavige besluit zal met ingang van 1 januari 1997 worden aangepast
in verband met de implementatie daarin van richtlijn nr. 95/64/EG van de Raad
van de Europese Unie van 8 december 1995 (PbEG L 320) betreffende de statistiek
van het zeevervoer van goederen en personen.</al>
      <al>Het is niet wenselijk om die reden met de inwerkingtreding van het onderhavige
besluit te wachten, omdat dan de door het onderhavige besluit bestreken materie
tot 1 januari 1997 ongeregeld blijft, terwijl voor de praktijk thans reeds
regeling noodzakelijk is.</al>
      <al>De verstrekking van scheepvaartgegevens ten behoeve van de statistiek
geschiedt nu op vrijwillige basis, hetgeen tot gevolg heeft dat niet altijd
de gewenste gegevens worden verkregen. </al>
      <tuskop letat="vet">II. Artikelsgewijze toelichting </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Artikel 1, eerste en tweede lid</tuskop>
      <al>In artikel 1, eerste lid, wordt aangegeven ten aanzien van welke categorie
schepen een plicht bestaat gegevens ten behoeve van statistische doeleinden
te verstrekken. Dit zijn die schepen, die reeds krachtens artikel 4, eerste
of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet meldplichtig zijn.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In het tweede lid van artikel 1 wordt aangegeven om welke gegevens het
gaat. Het betreft de gegevens die op grond van een krachtens artikel 4, eerste
of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet in het leven geroepen meldingsregeling
dienen te worden gemeld, of waarom op grond van een dergelijke regeling kan
worden verzocht. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 2, eerste lid</tuskop>
      <al>In dit artikellid wordt de plaats aangegeven waar de gegevens ten behoeve
van statistische doeleinden dienen te worden verstrekt, te weten bij de autoriteit
waaraan de melding krachtens artikel 4, eerste of derde lid, van de Scheepvaartverkeerswet
geschiedt. </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</minvan>
        <naam>A. Jorritsma-Lebbink</naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>