﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb996.307" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1996-307/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="OPmaat" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>6S0288</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1996">Jaargang 1996</jaargang>
      <stbjaar>1996</stbjaar>
      <stbnr>307 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 30 mei 1996 tot aanwijzing van personen
die tijdelijk bevoegd zijn tot het geven van aanwijzingen aan het verkeer
in de gemeente Den Haag (Besluit tijdelijke aanwijzing verkeersassistent Den
Haag)</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 25 januari
1996, nr. RV 210562, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke
en Juridische Zaken;</al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 12 van de Wegenverkeerswet 1994</grslag>;</al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 10 april 1996, nr. W09.96.0030);</al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van
28 mei 1996, nr. RV 218433, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling
Bestuurlijke en Juridische Zaken;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <art id="a1">
      <kop>
        <nr>Artikel 1</nr>
      </kop>
      <al>In dit besluit wordt verstaan onder:</al>
      <al>a. burgemeester: burgemeester van de gemeente Den Haag;</al>
      <al>b. korpschef: korpschef van het regionale politiekorps Haaglanden;</al>
      <al>c. verkeersassistent: lid van het team, ingesteld door de gemeente Den
Haag en het regionale politiekorps Haaglanden, in het kader van het noodzakelijke
extra verkeerstoezicht in het centrum van de stad, in verband met het meerjarenplan
bereikbaarheid Nieuw Centrum.</al>
    </art>
    <art id="a2">
      <kop>
        <nr>Artikel 2</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>De verkeersassistent is in de gemeente Den Haag bevoegd aanwijzingen te
geven ter zake van het verkeer op de weg in het belang van de veiligheid op
de weg, de instandhouding van de weg en de bruikbaarheid daarvan, of de vrijheid
van het verkeer.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>Deze aanwijzingen worden mondeling of door middel van gebaren gegeven.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3.</nr>
        <al>Bij het geven van aanwijzingen door middel van gebaren worden de in bijlage
2, behorende bij het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, vastgestelde
aanwijzingen gegeven.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>4.</nr>
        <al>Weggebruikers zijn verplicht de aanwijzingen van de verkeersassistent
op te volgen. </al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a3">
      <kop>
        <nr>Artikel 3</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>De verkeersassistent wordt aangesteld door de burgemeester.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>De aanstelling geschiedt schriftelijk.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3.</nr>
        <al>De aanstelling vindt plaats nadat het theoretische gedeelte van de in
artikel 5 bedoelde opleiding tot verkeersassistent met goed gevolg is afgelegd.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>4.</nr>
        <al>Voor aanstelling komen slechts personen in aanmerking die de leeftijd
van 18 jaren hebben bereikt.</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a4">
      <kop>
        <nr>Artikel 4</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>De burgemeester verklaart de aanstelling vervallen:</al>
        <al>a. indien de betrokken verkeersassistent het praktische gedeelte van de
opleiding niet binnen een door hem te bepalen termijn met succes heeft afgerond;</al>
        <al>b. indien de korpschef van oordeel is dat de betrokken verkeersassistent
niet meer geschikt is om de taak uit te oefenen;</al>
        <al>c. indien de korpschef van oordeel is dat het niet langer noodzakelijk
is, dat de betrokken verkeersassistent als zodanig werkzaam is of</al>
        <al>d. indien de betrokken verkeersassistent daartoe een verzoek indient.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>De vervallenverklaring van de aanstelling door de burgemeester geschiedt
schriftelijk.</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a5">
      <kop>
        <nr>Artikel 5</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>De verkeersassistent staat onder toezicht en verantwoordelijkheid van
de korpschef.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>De korpschef draagt zorg voor de opleiding van de verkeersassistent. Deze
opleiding bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3.</nr>
        <al>In het theoretisch gedeelte van de opleiding wordt tenminste aandacht
besteed aan de kennis van de verkeersregels en verkeerstekens en de wijze
van uitoefening van de taak. In het praktisch gedeelte van de opleiding wordt
tenminste aandacht besteed aan de wijze waarop aanwijzingen terzake van het
verkeer worden gegeven.</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a6">
      <kop>
        <nr>Artikel 6</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>Bij de uitoefening van zijn taak dient de verkeersassistent duidelijk
als bevoegd persoon herkenbaar te zijn voor de weggebruikers.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>De zichtbaarheid van de verkeersassistent moet op alle momenten van de
dag gewaarborgd zijn.</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a7">
      <kop>
        <nr>Artikel 7</nr>
      </kop>
      <al>Het in artikel 2, vierde lid, strafbaar gestelde is een overtreding.</al>
    </art>
    <art id="a8">
      <kop>
        <nr>Artikel 8</nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip. Laatstbedoeld besluit wordt niet genomen voordat dertig dagen zijn
verstreken nadat het onderhavige besluit is voorgelegd aan de beide kamers
der Staten-Generaal, en evenmin indien binnen die termijn door of namens één
der kamers of door ten minste één vijfde van het grondwettelijk
aantal leden van één der kamers de wens te kennen heeft gegeven
dat het in dit besluit geregelde onderwerp bij wet wordt geregeld. Dit besluit
vervalt vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding of op een eerder bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip. </al>
    </art>
    <art id="a9">
      <kop>
        <nr>Artikel 9</nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit tijdelijke aanwijzing verkeersassistent
Den Haag.</al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.</slotform>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.</al>
        <al>Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 juli 1996, nr. 129.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>30 mei 1996</onddatum>
        <koning>Beatrix </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</minvan>
          <naam>A. Jorritsma-Lebbink</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">vijfentwintigste</nadruk> juni 1996</uitgifte-regel>
        <uitdag>vijfentwintigste</uitdag>
        <uitmaand>juni</uitmaand>
        <uitjaar>1996</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <tuskop letat="vet">1. Algemeen</tuskop>
      <al>Aanwijzingen ter regeling van het verkeer op de weg mogen op grond van
artikel 12 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) slechts worden gegeven
door de in artikel 159 WVW 1994 bedoelde personen, dan wel door andere bij
algemene maatregel van bestuur aangewezen personen. Tot de bij algemene maatregel
van bestuur aangewezen personen behoren onder meer de verkeersbrigadiers.
Deze zijn opgenomen in artikel 82 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
1990 (RVV 1990). De aanwijzingen die een verkeersbrigadier mag geven zijn
beperkt tot het tonen van een stopteken.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In de afgelopen jaren hebben zich ontwikkelingen voor gedaan bij de inzet
van de verkeersbrigadiers. Verkeersbrigadiers worden steeds vaker ingezet
bij andere activiteiten dan het laten oversteken van schoolkinderen. Zo worden
zij onder meer ingezet bij het begeleiden van wielerwedstrijden, de Avondvierdaagse,
en andere activiteiten die in een aantal gevallen geen verband houden met
schoolkinderen.</al>
      <al>Deze ontwikkelingen geven aanleiding om nader te bezien in hoeverre het
mogelijk moet zijn om bepaalde personen de bevoegdheid toe te kennen tot het
geven van aanwijzingen ter zake van het verkeer in eenvoudige verkeerssituaties.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In dat licht is van belang dat in september 1995 in de gemeente Den Haag
een verkeerstoezichtsteam in het leven is geroepen, dat mede belast is met
het toezicht en de begeleiding van het verkeer in het centrum van de stad.
Het doel van dit team is de bereikbaarheid en toegankelijkheid te bevorderen
en de verkeersveiligheid te bewaken. In verband met een aantal grootschalige
bouwprojecten zullen weggebruikers namelijk de komende jaren geconfronteerd
worden met overlast van bouwactiviteiten die de doorstroming en veiligheid
van het verkeer in gevaar kunnen brengen. Het team van toezichthouders staat
onder leiding van een aantal ambtenaren van de regiopolitie Haaglanden. De
toezichthouders zijn in het kader van werkgelegenheidsproject aangesteld.
Het betreft hier zogenaamde «Melkert»-banen.</al>
      <al>De leden van het team zullen zich onder meer bezig houden met het toezicht
op de naleving van de verkeersregels in het centrum van Den Haag. Daartoe
zal het in een aantal situaties noodzakelijk zijn dat zij aanwijzingen geven
aan de weggebruikers. Aan de betreffende politie-ambtenaren van het team komt
de bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen toe op grond van artikel 12,
eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. De toezichthouders zelf hadden deze
bevoegdheid echter niet en mochten derhalve geen aanwijzingen aan het verkeer
op de weg geven. Om tot een goede uitoefening van hun taak te komen was het
noodzakelijk aan de toezichthouders een aanwijzingsbevoegdheid toe te kennen.
Dit koninklijk besluit voorziet in die mogelijkheid. In het kader van de verkeersregelende
taak spreekt het besluit van verkeersassistent.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het verkeerstoezichtsteam van de gemeente Den Haag valt als zodanig binnen
de ontwikkelingen die op het gebied van verkeersregeling plaatsvinden. Het
project in Den Haag kan dan ook als een soort proeftuin fungeren bij het onderzoek
naar de behoefte aan verkeersassistenten die breder inzetbaar zijn dan de
huidige verkeersbrigadiers. De aanwijzingsbevoegdheid van de verkeersassistenten
heeft daarom een tijdelijk karakter. Gezien het bovenstaande zal de aanwijzingsbevoegdheid
voorlopig alleen worden toegekend aan het verkeerstoezichtsteam van de gemeente
Den Haag. Wanneer er duidelijkheid bestaat over mogelijke landelijke inzet
van verkeersassistenten op het gebied van de verkeersregeling,
zal een algemene regeling ter zake worden opgesteld. Overigens is het verkeerstoezichtsteam
zelf niet van permanente aard. Wanneer de grootschalige bouwprojecten in Den
Haag zijn afgerond kan het zijn dat het team wordt opgeheven. De gemeente
Den Haag beoogt de bouwprojecten binnen vier jaar te hebben gerealiseerd.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Indien vóór die tijd in het RVV 1990 een regeling ter zake
wordt opgenomen, zal voor de bevoegdheden van de verkeersassistenten bij die
nieuwe regeling aansluiting worden gezocht. In verband daarmee voorziet artikel
8 in de mogelijkheid om de aanwijzing bij koninklijk besluit in te trekken
voordat de werkzaamheden van het team zijn afgerond. Daarnaast wordt in artikel
8 aangegeven dat het besluit vier jaar na het tijdstip van inwerkingtreding
vervalt. Het besluit is derhalve van tijdelijke aard. De ervaringen uit dit
project zullen mede worden gebruikt om na te gaan of aanpassingen in de wetgeving
nodig zijn.</al>
      <al>Volledigheidshalve merk ik op dat de verkeersassistent geen opsporingsbevoegdheid
krijgt. Tegen weggebruikers die aanwijzingen van de verkeersassistent negeren
zal door de politie worden opgetreden. Deze situatie is vergelijkbaar met
die van de verkeersbrigadiers.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Wat betreft de eventuele aansprakelijkheid die kan ontstaan bij het geven
van aanwijzingen ter zake van het verkeer, dient de verkeersassistent via
zijn werkgever verzekerd te zijn. Voor de verkeersassistent is in dit besluit
geen aparte bepaling hieromtrent nodig, omdat hij de status van gemeenteambtenaar
heeft. Als zodanig is hij verzekerd tegen wettelijke aansprakelijkheid, alsmede
tegen nadelige financiële gevolgen van een dienstongeval. </al>
      <tuskop letat="vet">2. Artikelen </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Artikel 1</tuskop>
      <al>Om in het besluit tot korte begrippen te komen is in artikel 1 een drietal
begripsbepalingen opgenomen, welke weergeven wat in dit besluit onder de begrippen
burgemeester, korpschef, en verkeersassistent moet worden verstaan. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 2</tuskop>
      <al>Deze bepaling regelt de aanwijzingsbevoegdheid van de verkeersassistent
ter zake van het verkeer op de wegen in de gemeente Den Haag. Daarbij is aansluiting
gezocht bij artikel 82 van het RVV 1990. De verkeersassistent heeft de bevoegdheid
om de aanwijzingen mondeling of door middel van gebaren te geven. Bij het
gebruik van gebaren dient te worden aangesloten bij de gebaren die in bijlage
2 van het RVV 1990 zijn opgenomen.</al>
      <al>De aanwijzingen die de verkeersassistent geeft houden verband met de verkeerstoezichthoudende
taak die hij vervult in het kader van het bevorderen van de bereikbaarheid
en de toegankelijkheid van de binnenstad en het bevorderen van de verkeersveiligheid
in het gebied. De aanwijzingen mogen alleen worden gegeven in het kader van
de in artikel 12 van de Wegenverkeerswet 1994 opgenomen belangen. Deze belangen
zijn in artikel 2 verwoord.</al>
      <al>In het vierde lid is de bepaling opgenomen dat weggebruikers verplicht
zijn de aanwijzingen van de verkeersassistent op te volgen. Het niet nakomen
van deze bepaling wordt in artikel 7 van dit besluit strafbaar gesteld. Voor
de motivering hiervan zij verwezen naar de toelichting bij artikel 7.  </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 3</tuskop>
      <al>De verkeersassistent moet, om de aanwijzingsbevoegdheid te verkrijgen,
schriftelijk worden aangesteld door de burgemeester. Uiteraard kan de bevoegdheid
tot het aanstellen van de verkeersassistent worden gemandateerd aan onder
de burgemeester ressorterende autoriteiten, zoals de korpschef van het regionale
politiekorps. Deze bepaling sluit aan bij de regeling zoals die voor de verkeersbrigadier
geldt. Het is gewenst dat de betrokkene ten behoeve van een goede taakuitoefening
wordt opgeleid. Aan de aanstelling is dan ook de voorwaarde verbonden dat
de betrokkene het theoretisch gedeelte van de opleiding tot verkeersassistent
met goed gevolg heeft afgelegd. Omdat voor het praktische gedeelte van de
opleiding de aanwijzingsbevoegdheid reeds noodzakelijk is, wordt de verkeersassistent
na het theoretisch gedeelte van de opleiding al aangesteld.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Mocht hij het praktische gedeelte niet met goed gevolg afleggen, dan kan
op grond van artikel 4 van dit besluit de aanstelling vervallen. De burgemeester
bepaalt de termijn waarbinnen dit gedeelte van de opleiding met goed gevolg
moet zijn afgelegd. Zo kan, in overleg met de politie, een redelijke termijn
worden gegeven om in het praktijkgedeelte herkansingsmogelijkheden in te bouwen.</al>
      <al>Gezien de bevoegdheid die aan verkeersassistenten toekomt acht ik het
noodzakelijk een minimum leeftijd van 18 jaren voor te schrijven. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 4</tuskop>
      <al>In voorkomende gevallen moet het mogelijk zijn dat de de aanstelling wordt
beëindigd. Dit artikel voorziet dan ook in de gevallen waarin de burgemeester
de aanstelling vervallen kan verklaren. Uiteraard kan de bevoegdheid tot het
vervallen verklaren van de aanstelling worden gemandateerd aan onder de burgemeester
ressorterende autoriteiten, zoals de korpschef van het regionale politiekorps.</al>
      <al>Naast de verkeersassistent kan ook de korpschef om het vervallen van de
aanstelling verzoeken, wanneer de betreffende verkeersassistent niet meer
geschikt is om zijn taak uit te oefenen. Daarbij kan een rol spelen dat hij
niet naar behoren functioneert of structureel een verkeerd gebruik maakt van
zijn aanwijzingsbevoegdheid. Ook kan het zijn dat hij zich op enigerlei wijze
aan strafbare feiten heeft schuldig gemaakt en daarom niet meer in aanmerking
zou moeten komen voor een bevoegdheid tot het geven van aanwijzingen. Uiteraard
moet de aanstelling ook vervallen indien het team wordt opgeheven. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 5</tuskop>
      <al>De verkeersassistent functioneert onder toezicht van de politie. De leiding
van het team berust dan ook bij de regiopolitie Haaglanden. Zij ziet toe op
het optreden van de verkeersassistenten en is aanspreekbaar op hun gedrag.
Derhalve bepaalt artikel 4 dat de verkeersassistent onder toezicht en verantwoordelijkheid
van de korpschef van de regiopolitie Haaglanden valt.</al>
      <al>Ook de zorg voor de opleiding ligt in handen van de regiopolitie. Zij
bezit de kennis en expertise om een op de praktijk toegesneden opleiding te
verzorgen, waarbij aan alle van belang zijnde aspecten aandacht wordt besteed.
Deze opleiding, die een theoretisch en een praktisch gedeelte heeft, moet
toegespitst zijn op de werkzaamheden die de betrokkene als verkeersassistent
gaat verrichten. De opleiding moet derhalve een goede kennis van de verkeersregels
en verkeerstekens bieden. Maar ook zaken als het te verwachten verkeersgedrag
van de weggebruikers en de wijze van uitoefening van de taak van verkeersassistent
moeten aandacht krijgen. Het praktische gedeelte moet tenminste
inzicht bieden in het geven van aanwijzingen ter zake van het verkeer en de
wijze waarop deze aanwijzingen mondeling dan wel door gebaren worden gegeven. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6</tuskop>
      <al>De verkeersassistent moet voor de weggebruiker herkenbaar zijn als een
tot het geven van aanwijzingen bevoegd persoon. Het eerste lid bepaalt derhalve
dat de verkeersassistent als bevoegd persoon herkenbaar moet zijn bij de uitoefening
van zijn verkeerstaak. Dit moet in de kleding tot uitdrukking komen. Daarbij
dient echter elke associatie met de politie te worden voorkomen.</al>
      <al>Op grond van het tweede lid moet de zichtbaarheid van de verkeersassistent
op elk moment van de dag gewaarborgd zijn. Dit betekent dat bij schemering
en duisternis retroflecterende kleding moet worden gedragen. Ook overdag moet
de kleding voldoende opvallend zijn. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 7</tuskop>
      <al>Het vierde lid van artikel 2 van dit besluit verplicht weggebruikers de
aanwijzingen van een verkeersassistent op te volgen. In artikel 7 is het niet
opvolgen van een aanwijzing van een verkeersassistent als afzonderlijk strafbaar
feit aangemerkt zodat bij het niet opvolgen van een aanwijzing door de politie
proces-verbaal kan worden opgemaakt. Deze situatie is vergelijkbaar met die
van de verkeersbrigadiers, als geregeld in artikel 82, derde lid, van het
RVV 1990. </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Verkeer en Waterstaat,</minvan>
        <naam>A. Jorritsma-Lebbink</naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>