﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb996.190" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1996-190/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="OPmaat" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>6S0161</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1996">Jaargang 1996</jaargang>
      <stbjaar>1996</stbjaar>
      <stbnr>190 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 26 maart 1996, inzake het gebruik van
het sociaal-fiscaal nummer in of bij het verstrekken van gegevens uit een
persoonsregistratie (Besluit gebruik sofi-nummer)</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Justitie, mede namens de Staatssecretaris
van Financiën, van 12 januari 1996, directie wetgeving, sector straf-
en sanctierecht nr 534630/96/6;</al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 6a van de Wet persoonsregistraties</grslag>;</al>
        <al>Gezien het advies van de Registratiekamer van 3 november 1995, nr. 95.A.12;</al>
        <al>De Raad van State gehoord, advies van 5 maart 1996, no. W03.96.0010;</al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie en van de Staatssecretaris
van Financiën van 22 maart 1996, directie wetgeving nr. 546026/96/6;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <art id="a1">
      <kop>
        <nr>Artikel 1</nr>
      </kop>
      <al>In dit besluit wordt onder sociaal-fiscaal nummer verstaan: het nummer,
bedoeld in artikel 47b, derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.</al>
    </art>
    <art id="a2">
      <kop>
        <nr>Artikel 2</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>Het sociaal-fiscaal nummer kan met het oog op de uitvoering van pensioenregelingen
in een persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden
gebruikt door:</al>
        <al>a. de bedrijfspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
b, van de Pensioen- en spaarfondsenwet;</al>
        <al>b. de ondernemingspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
c, van de Pensioen- en spaarfondsenwet;</al>
        <al>c. de verzekeraars, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onder b, van de
Pensioen- en spaarfondsenwet;</al>
        <al>d. de beroepspensioenfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
f, van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling;</al>
        <al>e. de stichting, bedoeld in artikel 4 van de Wet tot invoering van een leeftijdgrens voor het notarisambt en oprichting van een notarieel
pensioenfonds;</al>
        <al>f. de stichting, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onder a, van de Wet
sociale werkvoorziening;</al>
        <al>g. het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering, bedoeld in artikel 3 van
de Wet van 13 december 1972 tot bevriezing van het kinderbijslagbedrag voor
het eerste kind, alsmede de oprichting van het Fonds Voorheffing Pensioenverzekering;</al>
        <al>h. Onze Minister van Defensie met het oog op de uitvoering van de Algemene
militaire pensioenwet.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken
van gegevens daaruit worden gebruikt met betrekking tot een spaarregeling
die is gericht op een uitkering bij wijze van oudedagsvoorziening door:</al>
        <al>a. de spaarfondsen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, van de
Pensioen- en spaarfondsenwet;</al>
        <al>b. de stichting, bedoeld in artikel 30a, eerste lid, onder b, van de Wet
sociale werkvoorziening.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3.</nr>
        <al>Het sociaal-fiscaal nummer kan met het oog op hun taakuitoefening in een
persoonsregistratie of bij het verstrekken van gegevens daaruit worden gebruikt
door stichtingen die belast zijn het uitvoeren van regelingen inzake vervroegd
uittreden ingevolge een algemeen verbindend voorschrift.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>4.</nr>
        <al>Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken
van gegevens daaruit worden gebruikt door:</al>
        <al>a. de Stichting Bureau voor Duitse zaken, ingesteld als verbindingsorgaan
in het kader van de uitvoering van het Nederlands-Duits Verdrag inzake sociale
verzekering en de Verordeningen (EG) nummers 1408/71 en 574/72 betreffende
de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen,
alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Europese Gemeenschap verplaatsen;</al>
        <al>b. de Stichting Bureau voor Belgische zaken de sociale verzekeringen betreffende,
ingesteld als verbindingsorgaan in het kader van de uitvoering van het Nederlands-Belgisch
Verdrag inzake sociale verzekering en de Verordeningen (EG) nummers 1408/71
en 574/72 betreffende de toepassing van de sociale zekerheidsregelingen op
werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de
Europese Gemeenschap verplaatsen.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>5.</nr>
        <al>Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken
van gegevens daaruit worden gebruikt door Onze Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid met het oog op het toezicht en de opsporing, bedoeld in
de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsvoorzieningswet, de Arbeidsomstandighedenwet
en de Arbeidstijdenwet.</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a3">
      <kop>
        <nr>Artikel 3</nr>
      </kop>
      <al>Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken
van gegevens daaruit worden gebruikt door:</al>
      <al>a. Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Onze Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, de gemeenten, de Informatie Beheer
Groep, bedoeld in de Wet van 15 december 1993, houdende regeling van de bestuurlijke
verhouding tussen de Minister van Onderwijs en Wetenschappen en de Informatie
Beheer Groep, voorheen de Informatiseringsbank, en de bekostigde onderwijsinstellingen
met het oog op de toekenning van studiefinanciering en de tegemoetkoming in
de studiekosten;</al>
      <al>b. de Universiteit van Amsterdam, het Academisch Ziekenhuis Amsterdam,
de Vrije Universiteit van Amsterdam, de Katholieke Universiteit Nijmegen en
het Academisch Ziekenhuis Nijmegen met het oog op de uitvoering
van het Besluit werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel;</al>
      <al>c. Het Fonds voor de Letteren en het Fonds voor de Beeldende Kunst, Vormgeving
en Bouwkunst met het oog op het toekennen van financiële bijdragen aan
personen.</al>
    </art>
    <art id="a4">
      <kop>
        <nr>Artikel 4</nr>
      </kop>
      <al>Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken
van gegevens daaruit worden gebruikt door:</al>
      <al>a. de Pensioen en Uitkeringsraad, bedoeld in de Wet op de Pensioen en
Uitkeringsraad, met het oog op de uitvoering van de Wet buitengewoon pensioen
1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, de Wet buitengewoon
pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
1940–1945 en de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945;</al>
      <al>b. de waterschappen met het oog op de heffing en invordering van waterschapsbelastingen,
bedoeld in de Waterschapswet, en de gemeenten met het oog op de uitwisseling
van gegevens in het kader van de Wet waardering onroerende zaken;</al>
      <al>c. Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
met het oog op de uitvoering van de Wet individuele huursubsidie;</al>
      <al>d. Onze Minister van Binnenlandse Zaken met het oog op de uitvoering van
de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel;</al>
      <al>e. het Centraal Bureau voor de Statistiek, bedoeld in artikel 2 van het
koninklijk besluit van 9 januari 1899, Stb. 43, met het oog op het verzamelen
en bewerken van statistische opgaven.</al>
    </art>
    <art id="a5">
      <kop>
        <nr>Artikel 5</nr>
      </kop>
      <al>Het sociaal-fiscaal nummer kan in een persoonsregistratie of bij het verstrekken
van gegevens daaruit worden gebruikt door:</al>
      <al>a. de bureaus rechtsbijstandvoorziening, bedoeld in artikel 10 van de
Wet op de rechtsbijstand met het oog op de uitvoering van de hun bij de Wet
op de rechtsbijstand opgedragen taken;</al>
      <al>b. het Centraal Justitieel Incassobureau, bedoeld in artikel 1 van het
Besluit Instelling Centraal Justitieel Incassobureau, met het oog op de krachtens
dit besluit opgedragen taken;</al>
      <al>c. het Schadefonds geweldsmisdrijven, bedoeld in artikel 2 van de Wet
schadefonds geweldsmisdrijven met het oog op de uitvoering van de hem in die
wet opgedragen taken;</al>
      <al>d. de door Onze Minister van Justitie ingevolge artikel 408, tweede lid,
van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek aangewezen Raad voor de Kinderbescherming
met het oog op de invordering van onderhoudsgelden en de door Onze Minister
van Justitie en door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Sport aangewezen
Raad voor de Kinderbescherming ex artikel 41f van de Wet op de jeughulpverlening
eveneens met het oog op de inning van onderhoudsbijdragen;</al>
      <al>e. Onze Minister van Justitie met het oog op het uitoefenen van de bevoegdheid
bedoeld in artikel 64, tweede lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.</al>
    </art>
    <art id="a6">
      <kop>
        <nr>Artikel 6</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>De personen en instanties, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 5, gebruiken
het sociaal-fiscaal nummer slechts voor zover dat noodzakelijk is ter uitvoering
van hun taken of ten behoeve van de richtige uitvoering van wettelijke voorschriften,
waarbij eveneens van dat nummer gebruik wordt gemaakt: </al>
        <al>a. in het verkeer met de persoon op wie het nummer betrekking heeft en</al>
        <al>b. in hun contacten met de personen en instanties voor zover deze zelf
gemachtigd zijn tot het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in een persoonsregistratie.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>Ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek of statistiek dan wel op grond
van een dwingende en gewichtige reden, kan desgevraagd een sociaal-fiscaal
nummer aan een derde worden verstrekt voor zover de persoonlijke levenssfeer
van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad.</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a7">
      <kop>
        <nr>Artikel 7</nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit gebruik sofi-nummer.</al>
    </art>
    <art id="a8">
      <kop>
        <nr>Artikel 8</nr>
      </kop>
      <al>Deze regeling treedt in werking op 1 april 1996.</al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.</slotform>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Justitie.</al>
        <al>Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel bij de Staatscourant van 9 april 1996, nr. 69.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>26 maart 1996</onddatum>
        <koning>Beatrix </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </minister>
        <minister>
          <minvan>De Staatssecretaris van Financiën,</minvan>
          <naam>W. A. F. G. Vermeend</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">achtentwintigste</nadruk> maart 1996</uitgifte-regel>
        <uitdag>achtentwintigste</uitdag>
        <uitmaand>maart</uitmaand>
        <uitjaar>1996</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <tuskop letat="vet">1. Inleiding</tuskop>
      <al>Het onderhavige besluit is gebaseerd op artikel 6a van de Wet persoonsregistraties
(WPR). Dit artikel is ingevoegd bij de Wet op de identificatieplicht (Wet
van 9 december 1993, Stb. 660) en zal tegelijkertijd met deze algemene maatregel
van bestuur in werking treden. Vanaf die datum mogen nummers die door de wet
ter identificatie van een persoon uitdrukkelijk zijn voorgeschreven in een
persoonsregistratie worden gebruikt, indien dat nodig is voor de uitvoering
van specifieke wettelijke regeling dan wel ten behoeve van een goede uitvoering
van wettelijke voorschriften waarbij eveneens van dat nummer gebruik kan worden
gemaakt. Uit het artikel volgt dat voor het rechtmatig gebruik van identificerende
persoonsnummers in beginsel een wettelijke basis aanwezig moet zijn. De belangrijkste
persoonsnummers die thans binnen de overheid in gebruik zijn, zijn het A-nummer
(voornamelijk in gebruik bij gemeenten en een daarmee in verbinding staande
kring van gebruikers die toegang hebben tot de gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens) en het sociaal-fiscaal-nummer (hierna te noemen sofi-nummer).</al>
      <al>De Registratiekamer heeft in haar advies onderscheiden tussen een drietal
situaties voor het gebruik van het sofi-nummer die in artikel 6a WPR worden
beschreven:</al>
      <al>a. Het gebruik «ter uitvoering van de betrokken wettelijke regelingen»
heeft betrekking op het gebruik op het terrein waarvoor het sofi-nummer nu
nog primair is bestemd: namelijk de uitvoering van de fiscale en sociale zekerheidswetgeving;</al>
      <al>b. Het gebruik van het sofi-nummer ten behoeve van een richtige uitvoering
van wettelijke voorschriften heeft betrekking op de uitvoering van specifieke
wetten, waarin het gebruik van het sofi-nummer uitdrukkelijk is beoogd en
mogelijk gemaakt, zoals in artikel 48 van de Vreemdelingenwet;</al>
      <al>c. Ten slotte voorziet artikel 6a WPR in de mogelijkheid om bij algemene
maatregel van bestuur gevallen aan te wijzen waarin het gebruik van identificerende
persoonsnummers wordt toegelaten.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>In deze algemene maatregel van bestuur is aan de orde in welke gevallen
het gebruik van het sofi-nummer kan worden toegelaten, anders dan op basis
van reeds bestaande wettelijke regelingen. Bij de voorbereiding is gebleken
dat de behoefte aan het gebruik van het sofi-nummer aanzienlijk groter is
dan de kring van oorspronkelijke gebruikers van het sofi-nummer: de belastingdienst,
de organen en instanties belast met de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving
en de werkgevers. Ook in de sectoren van de gezondheidszorg, het onderwijs
en justitie bestaat grote belangstelling voor het gebruik van het sofi-nummer.</al>
      <al>Gelet op de omstandigheid dat het sofi-nummer steeds wijder verbreid wordt
(b.v. door de privatisering van taken die voorheen door de overheid werden
verricht of het uitbesteden van taken die voorheen door werkgevers zelf werden
uitgevoerd) en steeds meer gevraagd wordt, is het van belang dat het gebruik
van het sofi-nummer en de uitwisseling van gegevens op basis van dat nummer
nader wordt gereguleerd. Uit de enkele cijferreeks van het sofi-nummer kunnen
weliswaar geen specifieke gegevens over de betrokken persoon worden afgeleid,
maar het nummer is het instrument om de toegang te verschaffen tot andere
registraties waarin die specifieke gegevens wel zijn opgeslagen. In verband
met de mogelijkheden voor het koppelen van persoonsgegevens die voor heel
andere doeleinden zijn opgeslagen, is het sofi-nummer een nummer dat meer
in het bijzonder moet worden aangemerkt als een te beschermen persoonsgegeven.
Daarmee wordt vooruitgelopen op de implementatie van de EG-richtlijn
bescherming persoonsgegevens (Pb EG ....). Als gevolg van een amendement van
het Europees Parlement worden in deze richtlijn in het zevende lid van artikel
8 in de context van gevoelige gegevens, wettelijke voorschriften voor de omgang
met algemeen gebruikte identificatienummers (=persoonsnummers) geëist.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Zoals hiervoor reeds is opgemerkt, is over een eerder concept van deze
algemene maatregel van bestuur advies verzocht aan de Registratiekamer en
verkregen. Het advies heeft geleid tot substantiële aanpassing van de
algemene maatregel van bestuur op onderdelen. De opmerkingen van de Registratiekamer
zullen in hoofdzaak worden besproken in paragraaf 2 en 3 over de criteria
voor het gebruik van het sofi-nummer en de grondslag voor het gebruik van
het sofi-nummer. </al>
      <tuskop letat="vet">2. Criteria voor het gebruik van het sofi-nummer</tuskop>
      <al>Aan dit besluit zijn de volgende algemene uitgangspunten ten grondslag
gelegd. Organisaties en personen die ingevolge enige wettelijke regeling met
de uitvoering van een (publieke) taak zijn belast, kan worden toegestaan het
sofi-nummer te gebruiken indien dit noodzakelijk is met het oog op:</al>
      <al>a. de bestrijding en het tegengaan van fraude met overheidsgelden en gelden
verzameld ten behoeve van de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving;</al>
      <al>b. de structurele gegevensuitwisseling van persoonsgegevens met andere
(particuliere) instanties en personen die gerechtigd zijn het nummer te gebruiken
voor zover de uitwisseling van gegevens met die instanties bij of krachtens
de wet is voorzien;</al>
      <al>c. andere gevallen waarin de wetgever in formele zin dit om gewichtige
redenen noodzakelijk acht.</al>
      <al>Het gebruik van het sofi-nummer door particulieren voor louter commerciële
doeleinden is dientengevolge niet toegestaan.</al>
      <al>Met het aanvaarden van deze uitgangspunten door de ministerraad, is er
enerzijds voor gekozen om het gebruik van het sofi-nummer binnen de zogenaamde
publieke sector en het uitwisselen van gegevens met personen en instanties
die belast zijn met de uitvoering van enige wettelijke regeling te reguleren
aan de hand van gebleken behoeften. Anderzijds is ook gepoogd een dam op te
werpen tegen het onbeperkt gebruik van het sofi-nummer in de particuliere
sector met voornamelijk commerciële doeleinden. Daarbij is onder ogen
gezien dat het sofi-nummer in de toekomst als een algemeen persoonsnummer
binnen het terrein van de overheid en de uitvoering van sociale zekerheid
zal (kan) gaan fungeren.</al>
      <al>Het beleid is niet gericht op een verdere integratie van de bestaande
administratienummers: A-nummer en sofi-nummer. Het gebruik van het A-nummer
is geregeld in de Wet op de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
(GBA-wet). Door het opnemen van het sofi-nummer in de GBA is reeds een functionele
integratie van beide nummers bereikt. De werkingsgebieden van deze nummers
overlappen elkaar echter niet geheel. Zo zijn er meer personen met een sofi-nummer
dan personen die in de GBA zijn ingeschreven. Bovendien is een berichtenverkeer
op basis van het A-nummer op gang gekomen en ingevolge de GBA-wet gereguleerd.
Hoewel te verwachten is dat het sofi-nummer langzamerhand de rol die aanvankelijk
was toebedacht aan het A-nummer als algemeen persoonsnummer binnen de overheid,
gaat overnemen, is een verdere integratie van deze nummers thans niet noodzakelijk.
Bovendien zou vervanging van het A-nummer door het sofi-nummer aanzienlijke
kosten meebrengen (minimaal 14 miljoen).</al>
      <al>Met de totstandkoming van dit besluit komt een einde aan het zo genaamde
ontheffingenbeleid van de tweede ondergetekende. Bij gelegenheid
van de behandeling van het wetsvoorstel voor de invoering van het fiscale
nummer heeft de toenmalige staatssecretaris van Financiën aan de Tweede
Kamer toegezegd mededeling te doen van de op grond van artikel 67, tweede
lid, van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen, verleende ontheffingen van
de fiscale geheimhoudingsplicht, voor zover betrekking hebbend op de verstrekking
van het sofi-nummer. Voor een voorbeeld van een dergelijke mededeling verwijzen
wij naar de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 14 juli 1993
(TK, vergaderjaar 1992–1993, 22 800 IXB, nr. 51). Met het opnemen
van de personen en instanties die tot het gebruik van het sofi-nummer gerechtigd
zijn in dit besluit, is aan de noodzaak van voortzetting van dit beleid een
einde gekomen. Opneming in dit besluit impliceert een ontheffing van de geheimhoudingsplicht.</al>
      <al>De inwerkingtreding van het onderhavige besluit heeft verdere gevolgen
voor de uitvoering van de GBA-wet. Ingevolge artikelen 91 en 99 van de GBA-wet
en het daarop gebaseerde artikel 68a van het Besluit van 21 september 1994
tot wijziging van het Besluit gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
(systematische gegevensverstrekking aan bijzondere derden) heeft de Minister
van Binnenlandse Zaken de bevoegdheid met zodanige gegevensverstrekking in
te stemmen. Bij het hanteren van deze bevoegdheid beoordeelt hij a) of de
gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de bijzondere
derde en b) of het voor de goede vervulling van de taak noodzakelijk is dat
de verstrekking op systematische wijze plaatsvindt. In de praktijk bleek de
omstandigheid of de Staatssecretaris van Financiën een ontheffing had
verstrekt van de geheimhoudingsplicht voor wat betreft het sofi-nummer een
belangrijke indicatie voor het instemmen met het verstrekken van inlichtingen
uit de GBA. Gelet op het voorgaande ligt in de rede dat aan opneming van personen
en instanties in dit besluit als rechtmatige gebruiker van het sofi-nummer,
hetzelfde gevolg wordt verbonden. Wij tekenen daarbij wel aan dat opneming
in dit Besluit geen zelfstandige titel verschaft tot toegang tot de GBA. De
Minister van Binnenlandse Zaken heeft uiteraard een eigen verantwoordelijkheid
voor de toelating van nieuwe gebruikers/afnemers en voor de uitvoering van
de daarvoor benodigde maatregelen.</al>
      <al>Met de inwerkingtreding van deze algemene maatregel van bestuur blijft
de uitwisseling van gegevens op grond van de GBA-wet en de daarop berustende
uitvoeringsbesluiten geheel onverlet.</al>
      <al>Het onderhavige Besluit regelt het rechtmatig gebruik van het sofi-nummer,
doch niet de wijze waarop het nummer wordt verkregen. Veelal zullen de betrokken
organen, instanties en personen het sofi-nummer krijgen van degenen ten behoeve
van wie zij met de uitvoering van enige wettelijke regeling zijn belast. Niet
in alle gevallen zal dit ertoe leiden dat de verkregen gegevens met behulp
van de GBA moeten worden geverifieerd. Wel is het zo dat de op initiatief
van de Tweede Kamer uitgevoerde wens het sofi-nummer in de GBA op te nemen
tot gevolg zal hebben dat degenen die het sofi-nummer mogen gebruiken, dat
ook in het verkeer met de GBA zullen doen. Voorts wordt het inderdaad gemakkelijker
om aan de hand van het sofi-nummer bij de GBA bepaalde persoonsgegevens te
verifiëren.</al>
      <al>In de artikelsgewijze toelichting is voor de instemming met het gebruik
van het sofi-nummer aansluiting gezocht bij de redactie van artikel 18, eerste
en derde lid, van de WPR: gegevens mogen in een persoonsregistratie worden
opgenomen indien dit noodzakelijk voor een goede taakvervulling van de houder
en uit persoonsregistraties kunnen desgevraagd gegevens worden verstrekt aan
personen en instanties met een publiekrechtelijke taak, voor zover zij die
gegevens behoeven voor de uitvoering van hun taak en de persoonlijke levenssfeer
van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad.  </al>
      <tuskop letat="vet">3. Grondslag voor het gebruik van het sofi-nummer</tuskop>
      <al>Uit het systeem van artikel 6a WPR volgt dat het gebruik van het sofi-nummer
voor de uitvoering van enige overheidstaak een wettelijke grondslag moet hebben.
In deze algemene maatregel van bestuur is een aanzienlijk aantal instanties
opgenomen, ten aanzien waarvan reeds een wettelijke voorziening in voorbereiding
is of op korte termijn ter hand zal worden genomen. Het aanvaarden van de
in de aanvang van paragraaf 2 genoemde uitgangspunten heeft ondermeer tot
gevolg dat bij de overheveling van taken van overheidsorganisaties naar particuliere
organisaties, die veelal bij wet wordt geregeld omdat de aanvankelijk aan
de overheid toebedeelde bevoegdheden bij wet in het leven zijn geroepen, eveneens
het gebruik van het sofi-nummer geregeld te worden, als daartoe de noodzaak
aanwezig is.</al>
      <al>De bijzondere gevallen waarin reden is het sofi-nummer te gebruiken, maar
ten aanzien waarvan een afzonderlijke wettelijke regeling ontbreekt, zijn
thans in dit besluit opgenomen. Het betreft hier een voornamelijk tijdelijke
voorziening, zoals bij voorbeeld voor het Centraal Bureau voor de Statistiek,
ten behoeve waarvan een wetsvoorstel is ingediend: de Wet op het Centraal
Bureau voor de Statistiek en Centrale Commissie voor de Statistiek (Kamerstukken
II, nr 23 576). In de overige gevallen zal bij een zich voordoende geschikte
gelegenheid in de desbetreffende wetgeving een passende voorziening moeten
worden getroffen. Bij wetten die met enige regelmaat moeten worden aangepast,
zoals de pensioenwetgeving, zal dit naar verwachting geen problemen opleveren.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Het is juist dat in dit besluit voornamelijk algemene waarborgen voor
een zorgvuldig gebruik van het sofi-nummer zijn opgenomen. Nadere normering
kan het best worden aangebracht bij de specifieke regelgeving. Bij de voorbereiding
daarvan zal de Registratiekamer in de gelegenheid zijn te adviseren over voor
de handhaving en uitvoering van de bijzondere wet gewenste waarborgen.</al>
      <al>Anders dan de Registratiekamer menen wij dat in dit Besluit wel degelijk
voldoende waarborgen voor een zorgvuldig gebruik van het sofi-nummer zijn
opgenomen. Vooral in artikel 6 is aangegeven dat naast het toegestaan gebruik
voor de eigen taakuitoefening het gebruik van het sofi-nummer wordt beperkt
tot het verkeer met de persoon op wie het nummer betrekking heeft en tot het
verkeer met de personen en instanties die zelf reeds tot het gebruik van het
sofi-nummer gerechtigd zijn. De normering van het gebruik van het sofi-nummer
voor wetenschappelijke en statistische doeleinden is geheel in overeenstemming
met het regime van de WPR en de GBA-wet. Een duidelijke afgrenzing wordt bovendien
gevormd door het uitdrukkelijke doel waarvoor het gebruik van het sofi-nummer
is toegestaan: namelijk de uitvoering van specifieke wettelijke regelingen
waarmee de betrokken persoon of instantie is belast. Hieruit volgt dat gebruik
ten behoeve van andere doeleinden, zoals het gebruik van sofi-nummers van
verzekerden door pensioenverzekeraars ten behoeve van marketing-doeleinden,
niet is toegestaan. De suggestie van de Registratiekamer om de doelbinding
uit de onderscheiden artikelen afzonderlijk in artikel 6 op te nemen hebben
wij overgenomen. Aan de door de Registratiekamer op grond van de WPR verlangde
doelbinding is naar ons oordeel op deze wijze geheel tegemoetgekomen.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>De mogelijkheid van een combinatie van sectorale binding aan een doelbinding
zoals voorgestaan door de Registratiekamer zal bij de voorbereiding van bijzondere
wetgeving op het terrein van het onderwijs en justitie nader onder ogen moeten
worden gezien. Zelf heeft de eerste ondergetekende in het advies van de Registratiekamer
aanleiding gevonden voor nadere bezinning op de noodzaak van het gebruik van
het sofi-nummer in de zogenaamde strafrechtelijke keten: politie, openbaar ministerie, rechterlijke macht. Bij het bevorderen van een wijziging
van het Wetboek van Strafvordering ten einde informatieverstrekking binnen
de strafrechtelijke keten op basis van een persoonsnummer een formeel-wettelijke
grondslag te verschaffen, zal aan de orde komen of met een specifiek sectoraal
nummer kan worden volstaan of dat het gebruik van het sofi-nummer onvermijdelijk
is.</al>
      <al>De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is voornemens een
persoonsnummer in te voeren voor leerlingen en studenten en onderwijsgevenden
in ruime zin. Het gebruik van dit nummer dient dan wel in een wettelijke regeling
te worden vastgelegd, waarin wordt opgenomen voor welke situaties en door
wie gebruik van het nummer is toegestaan en ten behoeve van welk doel. Te
dien einde zal de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen afzonderlijke
regelgeving bevorderen ten behoeve van de introductie van de z.g. onderwijskaart,
waarop het sofi-nummer van de betrokkene is vermeld. </al>
      <tuskop letat="vet">4. Artikelsgewijs </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Artikel 1</tuskop>
      <al>In de definitiebepaling is aangesloten bij de aanvulling van artikel 47b
van de Algemene Wet inzake rijksbelastingen, die eveneens is ingevoegd bij
de Wet op de identificatieplicht. Voor het overige zijn de definities van
de Wet persoonsregistraties van toepassing. Blijkens artikel 1, aanhef, gelden
deze immers ook voor op deze wet steunende regelingen. Dit betekent bij voorbeeld
dat de term «verstrekken» ook betrekking heeft op het ter beschikking
stellen van het sofi-nummer binnen de organisaties van de houder. De bepalingen
van dit besluit beperken zich niet tot verstrekkingen aan een derde. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 2</tuskop>
      <al>Het is noodzakelijk dat pensioenfondsen en verzekeraars die overeenkomstig
een wettelijke regeling betreffende pensioenvoorzieningen belast zijn met
de uitvoering van pensioenregelingen het sofi-nummer in hun administraties
kunnen gebruiken en gegevens uitwisselen met overige instanties en personen
voor zover noodzakelijk voor hun taakuitoefening ivm inkomensoverdrachten.
Voor de goede uitvoering van pensioenregelingen, die per definitie langlopende
contracten inhouden, is een systematische uitwisseling van gegevens met de
Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, de belastingdienst, overige
uitkeringsorganen, bedrijfsverenigingen en andere pensioenuitvoerders van
direct belang. Deze uitwisseling van gegevens is tevens noodzakelijk om de
juiste omvang van de aanspraak van de verzekerde vast te stellen, opdat oneigenlijk
gebruik en misbruik kan worden voorkomen.</al>
      <al>Datzelfde geldt voor de spaarfondsen die gericht zijn op uitkeringen voor
een oudedagsvoorziening en de stichtingen die belast zijn met de uitvoering
van regelingen inzake vervroegd uittreden.</al>
      <al>In het vijfde lid is ten behoeve van de fraudebestrijding en het toezicht
op de naleving van de Wet arbeid vreemdelingen, de Arbeidsvoorzieningswet,
de Arbeidsomstandighedenwet en de Arbeidstijdenwet mogelijk gemaakt dat Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectiedienst Sociale Zaken
en Werkgelegenheid) gebruik maakt van het sofi-nummer. Het is in het belang
van een goede taakuitoefening, in het bijzonder het uitwisselen van gegevens
met instanties die van oudsher met de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving
zijn belast en met de fiscus, dat het sofi-nummer mag worden gebruikt.  </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 3</tuskop>
      <al>In dit artikel is een opsomming gegeven van de instanties, voor welke
het gebruik van het sofi-nummer en het uitwisselen van gegevens op basis van
dat nummer, bij het uitvoeren van de in de onderwijswetgeving opgedragen taken
noodzakelijk is. De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij is genoemd
vanwege diens verantwoordelijkheid voor het agrarisch onderwijs. Voornaamste
doelstellingen zijn het bevorderen van een efficiënte en doelmatige uitwisseling
van gegevens en fraudebestrijding. Voor het doen van inkomensafhankelijke
uitkeringen als studiefinanciering en tegemoetkoming in de studiekosten is
het uitwisselen van gegevens met de gemeenten en instanties belast met de
uitvoering van de sociale zekerheid aan de hand van het sofi-nummer noodzakelijk.</al>
      <al>Het Fonds voor de Letteren en het Fonds voor de Beeldende Kunst zijn belast
met het doen van inkomensafhankelijke uitkeringen; voor de hoogte van een
toe te kennen uitkering is het noodzakelijk dat de door aanvragers verstrekte
gegevens worden geverifieerd, terwijl voorts gegevens kunnen worden uitgewisseld
met andere uitkeringsinstanties en gemeenten. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 4</tuskop>
      <al>In dit artikel is een verzameling van instanties die behoefte hebben aan
het gebruik van het sofi-nummer opgenomen. Zij hebben gemeen dat het voor
de uitvoering van hun wettelijke taken noodzakelijk is om het sofi-nummer
te gebruiken. Voor de bepaling van de omvang van de aanspraak van de verzoeker
en de hoogte van de toe te kennen uitkering is het voor de Pensioen en Uitkeringsraad
nodig om de door aanvrager verstrekt financiële gegevens te kunnen verifiëren,
ook weer teneinde oneigenlijk gebruik en misbruik te voorkomen. Het gaat hier
wederom om het uitwisselen van gegevens met de gemeenten, uitvoeringsinstanties
op het terrein van de uitvoering van de sociale zekerheid en pensioenverzekeraars.
Ook voor de vaststelling van aanspraken op grond van de Wet op de individuele
huursubsidies en de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel is
voor een richtige uitvoering een goede verificatie van de verstrekte gegevens
van de aanvrager en een systematische uitwisseling van gegevens met andere
uitkeringsinstanties noodzakelijk.</al>
      <al>De waterschappen moeten voor de omvang en de grondslag van de aanslagen
gebaseerd op de Waterschapswet communiceren met de gemeenten, mede op basis
van de Wet waardering onroerende zaken. Voor de hoogte van de op te leggen
aanslag aan degene die de heffing verschuldigd is, is het uitwisselen van
gegevens met de gemeenten aan de hand van het sofi-nummer noodzakelijk voor
een goede taakuitvoering.</al>
      <al>Voor het Centraal Bureau voor de Statistiek is reeds een afzonderlijk
wetsvoorstel ingediend: de Wet op het Centraal Bureau voor de Statistiek en
voor de Centrale Commissie voor de Statistiek (Kamerstukken II, 23 576),
waaraan bij nota van wijziging een regeling betreffende het gebruik van het
sofi-nummer zal worden toegevoegd. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 5</tuskop>
      <al>In dit artikel is een aantal instanties op het terrein van justitie, voor
welke het gebruik van het sofi-nummer noodzakelijk is, opgenomen.</al>
      <al>Dat geldt in de eerste plaats de bureaus rechtsbijstandvoorziening voor
het verifiëren van financiële gegevens van degenen die menen in
aanmerking te komen voor al dan niet gedeeltelijk gefinancierde rechtsbijstand.
Daarvoor is uitwisseling van gegevens nodig met gemeenten en uitkeringsinstanties.
Eenzelfde gegevensverkeer is noodzakelijk ten behoeve van de
uitvoering van uitkeringen die worden gedaan uit het Schadefonds geweldsmisdrijven.</al>
      <al>Het Centraal Justitieel Incassobureau is voor de inning van geldboeten
en administratieve sancties afhankelijk van gegevensuitwisseling met gemeenten;
voor het uitoefenen van verhaal indien niet op aanmaningen wordt gereageerd
en het leggen van loonbeslag aan de orde is, is eveneens communicatie met
uitkeringsinstanties en bedrijfsverenigingen vereist.</al>
      <al>Dezelfde situatie doet zich voor ten aanzien van de inning van onderhoudsbijdragen.</al>
      <al>Het uitoefenen van preventief toezicht op vennootschappen in het kader
van artikel 64, tweede lid, Boek 2, Burgerlijk Wetboek is van belang in verband
met het bestrijden van fraude en het opsporen van frauduleuze netwerken van
vennootschappen en de natuurlijke personen die daarvoor verantwoordelijkheid
dragen. Controle dient tevens te worden uitgeoefend op de overdracht van aandelen
op naam. Deze is al aangescherpt, omdat in de Wet op de identificatieplicht
notarissen worden verplicht de identiteit van personen die bepaalde financiële
transacties bij notariële akte verrichten te verifiëren aan de hand
van een geldig identiteitsbewijs. In het kader van genoemd preventief toezicht
is het uitwisselen van gegevens met behulp van het sofi-nummer met de Belastingdienst
noodzakelijk. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6</tuskop>
      <al>De bepaling in het eerste lid beoogt te waarborgen dat het sofi-nummer
niet buiten de kring van personen en instanties komt, die gemachtigd zijn
tot het gebruik van dat nummer. Dit laat onverlet dat ook anderen op rechtmatige
wijze kennis kunnen nemen van en beschikken over het sofi-nummer, bij voorbeeld
wanneer een bank een kopie van een identiteitsbewijs van een klant bewaart.
Artikel 6a WPR verbiedt evenwel het sofi-nummer in een persoonsregistratie
te gebruiken in het verkeer met anderen, binnen of buiten de organisaties
van de houder. Zoals hiervoor reeds is vermeld, is het criterium van de doelbinding
aan dit artikel toegevoegd.</al>
      <al>Met de bepaling in het tweede lid wordt aangesloten bij het voorschrift
van artikel 11, tweede lid, van de Wet persoonsregistraties, dat verstrekking
van gegevens ten behoeve van wetenschappelijke en statistische doeleinden
regelt, dan wel op grond van een dwingende en gewichtige reden. </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
        <naam>W. Sorgdrager </naam>
      </minister>
      <minister>
        <minvan>De Staatssecretaris van Financiën,</minvan>
        <naam>W. A. F. G. Vermeend</naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>