﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb995.474" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1995-474/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="OPmaat" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>51U0494</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1995">Jaargang 1995</jaargang>
      <stbjaar>1995</stbjaar>
      <stbnr>474 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 14 september 1995, houdende wijziging
van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 20 juni
1995, nr. AB95/U810, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid,
directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Arbeidsverhoudingen en Juridische
Zaken;</al>
        <al>Gelet op <grslag>artikel 125 en 134 van de Ambtenarenwet</grslag>; <grslag>artikel 16 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren</grslag>; <grslag>artikel 50, eerste lid, van de Politiewet 1993</grslag>; <grslag>artikel 74,
zesde lid, van de Politiewet</grslag>; <grslag>artikel 20, tweede lid, van
de Wet op het basisonderwijs</grslag>; <grslag>artikel 28, tweede lid, van
de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet onderwijs</grslag>;
de <grslag>artikelen 39, tweede lid, 61 en 76, van de Wet op het voortgezet
onderwijs</grslag>; <grslag>artikel 4 van de Experimentenwet onderwijs</grslag>; <grslag>artikel 9 van de Kaderwet volwasseneneducatie 1991</grslag>; <grslag>artikel
58, tweede lid, van de Wet op de onderwijsverzorging</grslag>; de <grslag>artikelen 2.45, 2.55, 2.76 en 2.77 van de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs</grslag>; de <grslag>artikelen 4.5, eerste lid, 4.6, 9.74, tweede lid, 10.10,
derde lid, 11.12, eerste lid, 16.23, derde lid, en 16.27 van de Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek</grslag>; de <grslag>artikelen
14, eerste lid, en 35 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor het Wetenschappelijk
onderzoek</grslag>, alsmede <grslag>artikel 12 van de Militaire Ambtenarenwet
1931</grslag>;</al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 18 juli 1995, nr. WO4.95.0314);</al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van
6 september 1995, nr. AB95/1009, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid,
directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Arbeidsverhoudingen en Juridische
Zaken;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <wart id="ai">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL I</nr>
      </kop>
      <al>De <wartref doc="sb987.527">&gt;Regeling ziektekostenvoorziening
overheidspersoneel</wartref><eindref refid="e1"></eindref> wordt als volgt gewijzigd:  </al>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>A</nr>
        </kop>
        <al>In artikel 4, eerste lid, onderdeel b, en artikel 5, eerste lid, onderdeel
d, vervalt tekens de vermelding van het Staatsblad waarin de daarin genoemde
regelingen zijn geplaatst. </al>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>B</nr>
        </kop>
        <al>Aan artikel 8 worden een nieuw vijfde lid en een nieuw zesde lid toegevoegd,
luidende:</al>
        <arttkst>
          <lid>
            <nr>5.</nr>
            <al>Een beschikking op de aanvraag wordt gegeven binnen zestien weken na ontvangst
van de aanvraag. Indien een beschikking niet binnen de termijn van zestien
weken kan worden gegeven, wordt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis
gesteld onder opgave van redenen en onder vermelding van de termijn waarbinnen
de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Deze termijn bedraagt ten hoogste
acht weken.</al>
          </lid>
          <lid>
            <nr>6.</nr>
            <al>De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de betrokkene niet
tevens heeft verklaard ermee in te stemmen, dat allen, die daarvoor naar het
oordeel van Onze Minister in aanmerking komen, omtrent zijn omstandigheden
alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk
zijn.</al>
          </lid>
        </arttkst>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>C</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 9 komt te luiden:</al>
        <arttkst>
          <al>De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 1, wordt aan de betrokkene verleend
voor zover de te zijnen laste blijvende ziektekosten hoger zijn dan het drempelbedrag.
Dit drempelbedrag is gelijk aan de som van de volgende bedragen:</al>
          <al>a. een bedrag dat overeenkomt met het werknemersdeel van de ziekenfondspremie,
berekend over het inkomen van betrokkene en zijn medebetrokkenen op basis
van de procentuele ziekenfondspremie zoals deze is vastgesteld ingevolge artikel
15 van de Ziekenfondswet;</al>
          <al>b. een bedrag dat overeenkomt met het effect van de fiscale bijtelling
van het werkgeversdeel van de procentuele ziekenfondspremie zoals deze is
vastgesteld ingevolge artikel 15 van de Ziekenfondswet, berekend over het
inkomen van de betrokkene, nadat dit is verminderd met de premievrije voet,
bedoeld in artikel I van de Wet invoering franchise ZFW-premie;</al>
          <al>c. een bedrag dat overeenkomt met de nominale premie ingevolge artikel
17 van de Ziekenfondswet voor betrokkene en zijn medebetrokkenen.</al>
          <al>Bij de berekening van het onder b bedoelde effect wordt gerekend met het
tarief van de laagste belastingschijf vermeerderd met het heffingspercentage
ingevolge de Wet financiering volksverzekeringen.</al>
        </arttkst>
      </wlid>
      <wlid>
        <kop>
          <nr>D</nr>
        </kop>
        <al>Artikel 13 en artikel 14 vervallen.</al>
      </wlid>
    </wart>
    <art id="aii">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL II</nr>
      </kop>
      <al>De tekst van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel wordt
in het Staatsblad geplaatst. </al>
    </art>
    <art id="aiii">
      <kop>
        <nr>ARTIKEL III</nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de kalendermaand
na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en
werkt wat artikel I, onderdeel C, betreft, terug tot en met 1 januari 1995.</al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.</slotform>
      <eindnoot id="e1">
        <al>Stb. 1987, 527, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 12 augustus 1994,
Stb. 651.</al>
      </eindnoot>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond
van het bepaalde in artikel 25a, vijfde lid jo. vierde lid, onder b, van de
Wet op de Raad van State.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>14 september 1995</onddatum>
        <koning>Beatrix </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Binnenlandse Zaken,</minvan>
          <naam>H. F. Dijkstal</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">twaalfde</nadruk> oktober 1995</uitgifte-regel>
        <uitdag>twaalfde</uitdag>
        <uitmaand>oktober</uitmaand>
        <uitjaar>1995</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <tuskop letat="vet">Algemeen</tuskop>
      <al>Met dit besluit worden enige technische aanpassingen aangebracht in de
Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel (Z.v.o.-regeling). Tevens
wordt een termijn gesteld waarbinnen beschikkingen ingevolge de Z.v.o.-regeling
dienen te worden gegeven, alsmede wordt bepaald dat de aanvrager met de indiening
van de aanvraag erin moet hebben toegestemd dat de door hem verstrekte gegevens
worden geverifieerd bij derden. Voorts wordt artikel 9 van de regeling, waarin
is bepaald op welke wijze de voor de Z.v.o.-tegemoetkoming in aanmerking te
nemen drempel wordt vastgesteld, gewijzigd in verband met de Wet invoering
franchise ZFW-premie. </al>
      <tuskop letat="vet">Artikelsgewijs </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Artikel 8, vijfde lid.</tuskop>
      <al>De Z.v.o.-regeling geeft betrokkenen het recht op een tegemoetkoming in
de ziektekosten die ten eigen laste zijn gebleven. Daartoe wordt een aanvraag
ingediend bij de Dienst Ziektekostenvoorziening Overheidspersoneel (DZVO)
te Emmen, waarop vervolgens door de DZVO een beschikking op de aanvraag wordt
gegeven. De aanvragen worden daarbij – uit uitvoeringstechnische overwegingen –
op volgorde van ontvangst behandeld.</al>
      <al>In de Z.v.o.-praktijk is gebleken dat de meeste aanvragen betrekking hebben
op het kalenderjaar en derhalve in de eerste helft van het jaar worden ingediend.
In de eerste helft van het jaar is duidelijk sprake van een piek. In verband
met de verwerkingswijze van de aanvragen heeft deze piek invloed op de behandelingsduur
van een aanvraag. Daarnaast zijn Z.v.o.-aanvragen in de afgelopen jaren, mede
door de toegenomen bekendheid van de regeling, zowel in omvang als in complexiteit
gegroeid. Een en ander brengt met zich mee dat ook de verificatie van aanvragen
meer tijd vergt.</al>
      <al>Ten einde meer duidelijkheid te bieden over de behandelingsduur van een
aanvraag, wordt thans in de regeling een beslistermijn opgenomen waarbinnen
de DZVO een beschikking op de aanvraag dient te geven. De gekozen termijn
komt daarbij overeen met de gemiddelde behandelingsduur van een aanvraag in
de Z.v.o.-praktijk. Onder opgave van redenen én onder vermelding van
een termijn, die ten hoogste acht weken bedraagt, kan evenwel van de termijn
van zestien weken worden afgeweken. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 8, zesde lid.</tuskop>
      <al>Bij de aanvraag van een Z.v.o.-tegemoetkoming dienen door de aanvrager
gegevens te worden verstrekt die van belang zijn voor de vaststelling van
de tegemoetkoming. Voor een zorgvuldige vaststelling van de tegemoetkoming
alsmede ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van de Z.v.o.-regeling
worden deze gegevens door de DZVO geverifieerd. Gelet op de Wet persoonsregistraties
is voor de verificatie van deze gegevens bij derden toestemming van de geregistreerde
vereist. Ter vergemakkelijking van de verificatie wordt op het aanvraagformulier
een passage opgenomen waarin de aanvrager verklaart ermee in te stemmen dat
de door hem verstrekte gegevens bij derden kunnen worden geverifieerd. Ten
einde bij alle aanvragen de verificatie mogelijk te maken, is bepaald dat
aanvragen waarbij niet is ingestemd met de verificatie, niet in behandeling
worden genomen.  </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 9</tuskop>
      <al>De Z.v.o.-regeling heeft als uitgangspunt dat ziektekosten in het algemeen
geen hoger beslag behoren te leggen op het inkomen van het overheidspersoneel
dan op dat van werknemers in de marktsector, als ook dat daarin geen hogere
tegemoetkoming wordt toegekend dan elders de regel is. Vanuit deze optiek
is de Z.v.o.-regeling in hoge mate afgestemd op de Ziekenfondswet.</al>
      <al>In artikel 9 is bepaald dat aan een betrokkene een tegemoetkoming wordt
verleend voor zover de ziektekosten die voor eigen rekening zijn gebleven
de zgn. Z.v.o.-drempel overschrijden. Vanuit eerdergenoemde optiek dient die
drempel zodanig te worden vastgesteld dat die overeenkomt met de kosten voor
een werknemer van een ziekenfondsverzekering. Die kosten bestaan uit drie
componenten, te weten de werknemerspremie, de belasting over de werkgeverspremie
alsmede de nominale ziekenfondspremie voor verzekerde en medeverzekerden.</al>
      <al>Als gevolg van de Wet invoering franchise ZFW-premie blijft per 1 januari
1995 een gedeelte van het inkomen buiten beschouwing voor de vaststelling
van de werkgeverspremie.</al>
      <al>De huidige redactie van artikel 9 biedt echter niet de mogelijkheid met
die franchise rekening te houden.</al>
      <al>Voorgesteld wordt derhalve om artikel 9 zodanig te wijzigen dat ook vanaf
1 januari 1995 voor de berekening van de drempel rekening wordt gehouden met
die franchise.</al>
      <witreg></witreg>
      <al>Tot slot zij vermeld dat de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel
met het onderhavige besluit hebben ingestemd. </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Binnenlandse Zaken,</minvan>
        <naam>H. F. Dijkstal</naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>