﻿<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<!DOCTYPE staatsbl PUBLIC "-//SDU//DTD staatsblad xml 1.1//NL" "../../dtd/staatsbl-11.dtd"[]>
<staatsbl id="sb995.170" soort="kb" publtype="kobe">
  <metadata>
    <meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" scheme="" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-1995-170/metadata.xml" />
  </metadata>
  <kop>
    <titel status="off">Staatsblad</titel>
    <subtitel>van het Koninkrijk der Nederlanden</subtitel>
  </kop>
  <frontm>
    <versie dtd="0.4" conv="OPmaat" markup="c1xa"></versie>
    <ordernr>51U0158</ordernr>
    <stb>
      <jaargang jaar="1995">Jaargang 1995</jaargang>
      <stbjaar>1995</stbjaar>
      <stbnr>170 </stbnr>
    </stb>
    <intitule>
      <soort>Besluit</soort> van 23 maart 1995, houdende regels ten behoeve
van de doorvoerstatistiek, bedoeld in artikel 19 van de Statistiekwet 1950
(Besluit doorvoerstatistiek)</intitule>
    <aanhef>
      <wie>Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.</wie>
      <consider>
        <al>Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 28 december
1993, nr. 93097076 WJA/W;</al>
        <al>Gelet op <grslag>verordening 854/93 van de Raad van de Europese Gemeenschappen
van 5 april 1993 betreffende de doorvoer- en entrepotstatistiek met betrekking
tot het goederenverkeer tussen de Lid-Staten (PbEG L 90)</grslag> en op <grslag>artikel 19, tweede lid, van de Statistiekwet 1950</grslag>;</al>
        <al>De Raad van State gehoord (advies van 30 maart 1994, nr. W10.93.0855);</al>
        <al>Gezien het nader rapport van Onze voornoemde Minister van 17 maart 1995,
nr. 95003230 WJA/W;</al>
      </consider>
      <afkondig>Hebben goedgevonden en verstaan:</afkondig>
    </aanhef>
  </frontm>
  <body>
    <art id="a1">
      <kop>
        <nr>Artikel 1</nr>
      </kop>
      <al>In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al>
      <al>a. verordening 854/93: verordening (EEG) nr. 854/93 van 5 april 1993 van
de Raad van de Europese Gemeenschappen, betreffende de doorvoer- en entrepotstatistiek
met betrekking tot het goederenverkeer tussen Lid-Staten (PbEG L 90);</al>
      <al>b. verordening 1736/75: verordening (EEG) nr. 1736/75 van 24 juni 1975
van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de statistieken van
de buitenlandse handel van de Gemeenschap en van de handel tussen de Lid-Staten
(PbEG L 183);</al>
      <al>c. wet: Statistiekwet 1950;</al>
      <al>d. informatieplichtige: de informatieplichtige, bedoeld in artikel 6,
eerste lid, eerste alinea, van verordening 854/93.</al>
    </art>
    <art id="a2">
      <kop>
        <nr>Artikel 2</nr>
      </kop>
      <al>De informatieplichtigen die gehouden zijn tot het doen van een periodieke
opgave overeenkomstig verordening 854/93 en de bij en krachtens dit besluit
gestelde regels, verstrekken deze opgave aan het Centraal Bureau voor de Statistiek. </al>
    </art>
    <art id="a3">
      <kop>
        <nr>Artikel 3</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>De informatieplichtige verstrekt ten aanzien van de in artikel 3 van verordening
854/93 bedoelde goederen per goederensoort de gegevens, bedoeld in artikel
8, eerste lid, onder a tot en met e, van verordening 854/93.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>Bij vermelding van een der wijzen van vervoer van de goederen onder code
1, 2, 3, 4 of 8 als bedoeld in artikel 9, onder f, van verordening 854/93
geeft de informatieplichtige tevens aan of de goederen worden vervoerd in
containers als bedoeld in artikel 15, derde lid, van verordening 1736/75.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3.</nr>
        <al>In de opgave worden de goederen omschreven met hun gebruikelijke handelsbenaming
en worden zodanige bijzonderheden vermeld of aangeduid als nodig zijn voor
de indeling van de goederen naar de onderscheidingen van de herziene eenvormige
nomenclatuur voor de vervoerstatistieken (NST/R).</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a4">
      <kop>
        <nr>Artikel 4</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>Bij regeling van Onze Minister wordt met toepassing van artikel 5, eerste
lid, van verordening 854/93 een formulier vastgesteld of een andere informatiedrager
aangewezen met behulp waarvan de in artikel 2 bedoelde opgave kan worden gedaan.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>De in artikel 2 bedoelde opgave wordt gedaan met gebruikmaking van het
in het eerste lid bedoelde formulier of een andere overeenkomstig het eerste
lid aangewezen informatiedrager. Indien voor andere doeleinden een administratief
of handelsdocument is vereist kan de in artikel 2 bedoelde opgave eveneens
worden gedaan met gebruikmaking van dat document indien het de in artikel
3 bedoelde gegevens bevat.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3.</nr>
        <al>De in artikel 2 bedoelde opgave blijft achterwege indien deze betrekking
heeft op een goederenbeweging waarbij voor de goederen ingevolge de wettelijke
bepalingen als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van de Douanewet,
een douane-aangifte is vereist, voor zover de aanvaarding van deze aangifte
hier te lande plaatsvindt. In geval van een goederenbeweging waarbij voor
de goederen in een andere lid-staat van de Europese Gemeenschappen reeds een
douane-aangifte is aanvaard kan de in artikel 2 bedoelde opgave worden gedaan
door middel van een fotokopie of afschrift van die aangifte.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>4.</nr>
        <al>Een regeling als bedoeld in het eerste lid kan namens Onze Minister worden
vastgesteld door de directeur-generaal van de Statistiek.</al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a5">
      <kop>
        <nr>Artikel 5</nr>
      </kop>
      <lid>
        <nr>1.</nr>
        <al>Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald dat de in artikel 3
bedoelde gegevens, in plaats van door de informatieplichtige, worden verstrekt
door een dienst aan wie de informatieplichtige een in artikel 4, tweede lid,
bedoeld administratief of handelsdocument verstrekt. Een zodanige regeling
kan geen betrekking hebben op de gevallen waarin overeenkomstig artikel 4,
derde lid, gebruik wordt gemaakt van een douane-aangifte.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>2.</nr>
        <al>Bij de in het eerste lid bedoelde regeling kunnen met toepassing van artikel
10 van verordening 854/93 regels worden gesteld omtrent het verzamelen en
verstrekken door de in dat lid bedoelde dienst van de in artikel 3 bedoelde
gegevens en het toezenden daarvan aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.</al>
      </lid>
      <lid>
        <nr>3.</nr>
        <al>Een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt door Onze Minister vastgesteld
in overeenstemming met Onze Minister onder wie de betrokken dienst ressorteert. </al>
      </lid>
    </art>
    <art id="a6">
      <kop>
        <nr>Artikel 6</nr>
      </kop>
      <al>De in artikel 11 van de verordening 854/93 bedoelde drempels waaronder
de informatieplichtigen zijn vrijgesteld van de in artikel 2 bedoelde opgave
bedragen vijftig kilogram per goederensoort per zending voor luchtvervoer
en duizend kilogram per goederensoort per zending voor de overige wijzen van
vervoer.</al>
    </art>
    <art id="a7">
      <kop>
        <nr>Artikel 7</nr>
      </kop>
      <al>Uiterlijk op de twintigste dag van elke maand wordt de in artikel 2 bedoelde
opgave over de daaraan voorafgaande maand verstrekt.</al>
    </art>
    <art id="a8">
      <kop>
        <nr>Artikel 8</nr>
      </kop>
      <al>Als strafbaar feit wordt aangemerkt:</al>
      <al>a. het niet of niet uiterlijk op het daarvoor in artikel 7 vastgestelde
uiterste tijdstip van enige maand doen van de opgave, bedoeld in artikel 2;</al>
      <al>b. het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens in een opgave
als bedoeld in artikel 2.</al>
    </art>
    <art id="a9">
      <kop>
        <nr>Artikel 9</nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede
kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst.</al>
    </art>
    <art id="a10">
      <kop>
        <nr>Artikel 10</nr>
      </kop>
      <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit doorvoerstatistiek.</al>
    </art>
  </body>
  <backm>
    <nawerk>
      <slotform>Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota
van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.</slotform>
      <histnoot>
        <al>Het advies van de Raad van State is openbaar gemaakt door terinzagelegging
bij het Ministerie van Economische Zaken.</al>
        <al>Tevens zal het advies met de daarbij ter inzage gelegde stukken worden
opgenomen in het bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant van 9 mei 1995,
nr. 89.</al>
      </histnoot>
      <ondertek>
        <ondplts>'s-Gravenhage, </ondplts>
        <onddatum>23 maart 1995</onddatum>
        <koning>Beatrix </koning>
        <minister>
          <minvan>De Minister van Economische Zaken,</minvan>
          <naam>G. J. Wijers</naam>
        </minister>
      </ondertek>
      <uitgifte>
        <uitgifte-regel>Uitgegeven de <nadruk type="cur">zesde</nadruk> april 1995</uitgifte-regel>
        <uitdag>zesde</uitdag>
        <uitmaand>april</uitmaand>
        <uitjaar>1995</uitjaar>
        <door>
          <minvan>De Minister van Justitie,</minvan>
          <naam>W. Sorgdrager </naam>
        </door>
      </uitgifte>
    </nawerk>
    <notatoe>
      <kop>
        <titel status="off">NOTA VAN TOELICHTING </titel>
      </kop>
      <tuskop letat="vet">I. Algemeen </tuskop>
      <tuskop letat="cur">§ 1. Inleiding</tuskop>
      <al>Met deze algemene maatregel van bestuur worden de bepalingen vastgesteld
die noodzakelijk zijn voor de toepassing van verordening (EEG) nr. 854/93
van 5 april 1993 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende de
doorvoer- en entrepotstatistiek met betrekking tot het goederenverkeer tussen
Lid-Staten (PbEG L 90), hierna aangeduid als verordening 854/93. Het besluit
maakt deel uit van de nationale wettelijke maatregelen ter uitvoering van
de communautaire bepalingen die zijn vastgesteld ter verzekering van het verkrijgen
van statistische gegevens over het goederenverkeer tussen de lid-staten van
de Europese Gemeenschappen. Deze gegevens werden tot 1 januari 1993 verkregen
uit de douanedocumenten die tot dat tijdstip werden gehanteerd bij dat goederenverkeer.
Door het vervallen van de douaneformaliteiten in het intra-EG verkeer was
het noodzakelijk maatregelen vast te stellen om deze gegevens via andere wegen
te verkrijgen.</al>
      <al>Met het oog op het verkrijgen van de gegevens over het intracommunautaire
verkeer van goederen is verordening (EEG) nr. 3330/91 van 7 november 1991
van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende het goederenverkeer
tussen de Lid-Staten (PbEG L 316), hierna aangeduid als verordening 3330/91,
vastgesteld. Op basis van deze verordening zijn inmiddels vier uitvoeringsverordeningen,
waaronder verordening 854/93, vastgesteld. In de artikelen 15 tot en met 22
van de Statistiekwet 1950, zoals deze is gewijzigd bij wet van 7 juli 1993
(Stb. 472), is voorzien in de nog benodigde nationale bepalingen ter uitvoering
van verordening 3330/91 en de uitvoeringsverordeningen. </al>
      <tuskop letat="cur">§ 2. Verordening 854/93</tuskop>
      <al>Verordening 854/93 heeft specifiek betrekking op de statistiek van goederen
die binnen een lid-staat van de EG worden vervoerd en waarvan de doorvoer
in die lid-staat wordt onderbroken, al dan niet gepaard gaand met overlading,
dan wel waarvan in de desbetreffende lid-staat opslag plaatsvindt in een douane-entrepot.
Zoals in paragraaf 1 al werd aangegeven is verordening 854/93 een uitvoeringsverordening
van verordening 3330/91. Artikel 4 van de laatstgenoemde verordening biedt
het communautaire kader voor de doorvoer- en entrepotstatistiek. In artikel
7, vierde lid, van die verordening is bepaald dat het in die verordening verankerde
Intrastatstelsel van toepassing is op de doorvoer- en entrepotstatistiek,
overeenkomstig de bepalingen die de Raad van de Europese Gemeenschappen op
basis van artikel 31 van die verordening vaststelt. Verordening 854/93 biedt
de lid-staten de mogelijkheid om een dergelijke statistiek op te stellen,
maar verplicht daar niet toe. Indien een lid-staat echter besluit een statistiek
betreffende de doorvoer en het entrepotverkeer op te stellen dient dat te
geschieden met inachtneming van hetgeen in de verordening is bepaald.</al>
      <al>In Nederland, van oudsher een doorvoerland en tevens een land waar veelvuldig
goederen worden opgeslagen, is de opstelling van doorvoer- en entrepotstatistieken
altijd van groot belang geacht. Deze statistieken worden voor velerlei doeleinden
gebruikt. In dit verband wijs ik op de door het CBS, in opdracht van de Europese
Commissie, uitgevoerde studie «De statistiek van de doorvoer in de lid-staten
van de Europese Gemeenschap in het perspectief van 1992». Hieruit blijkt
onder andere dat de statistische informatie over de doorvoer en de entrepotopslag
essentieel is voor de bepaling van de totale omvang van de in zeehavens geloste
en geladen goederen. Voorts is het voor de overheid en het bedrijfsleven,
met het oog op de mogelijk te verrichten investeringen in de zeehavens en
het achterland noodzakelijk de huidige en toekomstige doorvoer te kunnen bepalen.
Ten behoeve van de doorvoer dienen veelal specifieke investeringen verricht
te worden. Zo zijn er bij voorbeeld speciale overslaginstallaties nodig bij
de overslag van ruwe olie, ertsen of containers of moeten pijpleidingen worden
aangelegd ten behoeve van de doorvoer. Met behulp van de statistische informatie
kunnen de effecten van het investeringsbeleid ook worden gemeten. Aangezien
bij de doorvoer via een lid-staat per definitie andere landen betrokken zijn
is de rechtstreekse beschikbaarheid van afzonderlijke statistische gegevens
over de doorvoer voor meerdere landen van belang. Die informatie stelt hun
bij voorbeeld in staat te bepalen in welke mate hun nationale in- en uitvoer
via zeehavens in die lid-staat plaats vindt, hetgeen weer van belang is voor
de concurrentiepositie van de Europese zeehavens.</al>
      <al>In het nieuwe artikel 19 van de Statistiekwet 1950 is voorzien in de opstelling
van een doorvoer- en entrepotstatistiek en in de mogelijkheid van het ter
zake stellen van nadere regels bij en krachtens algemene maatregel van bestuur.</al>
      <al>Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, tweede lid, van verordening
854/93 wordt de Commissie van de Europese Gemeenschappen zo spoedig mogelijk
in kennis gesteld van de toepassing van de verordening in Nederland. </al>
      <tuskop letat="cur">§ 3. Entrepotstatistiek</tuskop>
      <al>Ingevolge verordening 854/93 kunnen de lid-staten er toe overgaan om een
statistiek op te stellen van het entrepotverkeer. De verordening bepaalt in
artikel 4 de goederenbewegingen en de soorten entrepots waarop deze statistiek
betrekking dient te hebben. Het gaat daarbij om goederen welke onder het stelsel
van douane-entrepots worden geplaatst en om goederen welke vanuit het stelsel
van douane-entrepots worden vervoerd naar, hetzij een ander douane-entrepot,
hetzij een andere lid-staat. De regelgeving met betrekking tot de douane-entrepots
is neergelegd in verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese
Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek
(PbEG L 302). In deze verordening is onder andere bepaald welke goederen onder
het stelsel van de douane-entrepots kunnen worden geplaatst en welke formaliteiten
met betrekking tot die plaatsing dienen te worden vervuld. Hieruit blijkt
dat in alle gevallen bedoeld in artikel 4 van verordening 854/93 douanetechnische
formaliteiten moeten worden vervuld, waaronder het doen van een douane-aangifte.
Deze douane-aangiften, welke zijn gebaseerd op het communautair vastgestelde
Enig document, bestaan uit verschillende exemplaren, waarvan één
exemplaar is bestemd voor de nationale statistiekdienst (zie onder meer de
«Toelichting betreffende gebruik Enig document», welke is opgenomen
als bijlage III van de Beschikking aangiften en documenten inzake de douane).
Aan de hand van de gegevens op deze exemplaren wordt thans en kan, voor zover
nu voorzienbaar, ook in de toekomst een entrepotstatistiek worden opgesteld.
De opstelling van een entrepotstatistiek geschiedt derhalve niet op basis
van directe waarneming bij de betrokken ondernemingen. Om die reden is het
thans niet noodzakelijk om in deze algemene maatregel van bestuur nadere bepalingen
vast te stellen voor de opstelling van een entrepotstatistiek. </al>
      <tuskop letat="cur">§ 4. Doorvoerstatistiek</tuskop>
      <al>De ingevolge verordening 854/93 op te stellen doorvoerstatistiek heeft
betrekking op goederen die worden vervoerd tussen twee plaatsen gelegen buiten
het grondgebied van een lid-staat over het grondgebied van die
lid-staat. Het gaat dus bij voorbeeld om vervoer van België naar Duitsland
over het grondgebied Nederland. Indien dit vervoer in Nederland wordt onderbroken,
waarvan vooral sprake is indien er overlading van de goederen plaatsvindt,
dienen de gegevens met betrekking tot die doorvoer in de Nederlandse statistiek
te worden opgenomen. Rechtstreekse doorvoer over het grondgebied van Nederland
zonder dat een onderbreking plaatsvindt wordt derhalve niet in de statistiek
opgenomen (artikel 2, tweede lid, onder a en b, jo artikel 3 van de verordening).</al>
      <al>Deze doorvoer kan betrekking hebben op zowel communautaire als niet-communautaire
goederen. De doorvoer van niet-communautaire goederen gaat ingevolge de douanewetgeving
vergezeld van douane-aangiften. In die gevallen zullen de gegevens voor de
doorvoerstatistiek, net als thans het geval is, worden afgeleid van de douane-aangiften.
Bij communautaire goederen worden echter, zoals hiervoor werd aangegeven,
sinds 1 januari 1993 geen douaneaangiften meer opgemaakt. De gegevens voor
de doorvoerstatistiek van communautaire goederen zullen worden verkregen door
rechtstreekse waarneming bij de betrokken bedrijven.</al>
      <al>In de periode van 1 januari 1993 tot de inwerkingtreding van dit besluit
zijn over de doorvoer van communautaire goederen geen gegevens verzameld.
Redenen hiervoor was allereerst de late totstandkoming van verordening 854/93.
Voorts is met het bedrijfsleven uitvoerig overlegd over de meest praktische
toepassing van de verordening, waardoor ook de totstandkoming van het onderhavige
besluit is vertraagd. Overigens is het zo dat de doorvoer van niet-communautaire
goederen, die qua vervoerd gewicht circa 90% van de totale doorvoer uitmaakt,
sinds de genoemde datum nog wel steeds volledig statistisch is waargenomen.
De verwachting is dat in de toekomst het aandeel van de intra-communautaire
doorvoer zal toenemen. </al>
      <tuskop letat="cur">§ 5. Rechtstreekse waarneming bij bedrijven</tuskop>
      <al>De gegevens ten behoeve van de doorvoerstatistiek worden verkregen van
in de verordening aangewezen informatieplichtigen. In veel gevallen gaan goederen
vergezeld van handels- of administratieve bescheiden. Deze bevatten in het
algemeen de gegevens welke noodzakelijk zijn voor de opstelling van de statistiek.
In artikel 6 van verordening 854/93 zijn als informatieplichtigen aangewezen
de natuurlijke of rechtspersonen die bij de desbetreffende goederenbeweging
zijn betrokken en het handels- of administratief document opstellen.</al>
      <al>De lid-staten hebben de mogelijkheid om naast deze informatieplichtigen
als informatieplichtige aan te wijzen de instantie ten behoeve waarvan het
handels- of administratief document wordt opgesteld.</al>
      <al>In sommige gevallen zullen de gegevens voor de opstelling van de doorvoerstatistiek
kunnen worden afgeleid van de aangiften welke ten behoeve van de douane zijn
gedaan omdat in die gevallen dergelijke aangiften ingevolge de douanewetgeving
zijn voorgeschreven. Dit kan bij voorbeeld het geval zijn wanneer een goederenzending
afkomstig uit een andere lid-staat in Nederland wordt gesplitst of wanneer
bij zeevervoer in de lid-staat van verzending een vereenvoudigde procedure
is gehanteerd ten aanzien van de aangifte. Ingeval douane-aangiften zijn voorgeschreven,
wordt reeds één exemplaar van die aangifte door de douane gezonden
aan het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en kan daarmee de informatieplichtige
worden ontslagen van zijn verplichting om voor die goederenbeweging een opgave
aan het CBS te verstrekken. Voor zodanige gevallen is in artikel 4, derde
lid, bepaald dat de opgave als bedoeld in artikel 2 achterwege blijft. Bij
goederen afkomstig uit een andere lid-staat waar zij als niet-communautaire
goederen zijn binnengekomen en waarvan in die andere lid-staat reeds een douane-aangifte
is aanvaard kan de verstrekking van de gegevens niet plaatsvinden
aan de hand van die aangifte. Het voor de statistiek bestemde exemplaar van
die aangifte is dan reeds in die andere lid-staat achtergebleven voor gebruik
aldaar. De gegevens vermeld op de aangifte kunnen echter wel dienen voor de
opstelling van de doorvoerstatistiek. In artikel 4, derde lid, is dan ook
bepaald dat een kopie of afschrift van die aangifte kan dienen als opgave
voor het CBS.</al>
      <al>Met de hier geschetste opzet wordt bereikt dat de gegevens voor de statistiek
worden verkregen op een wijze die voor het bedrijfsleven een minimale verzwaring
van de administratieve lastendruk met zich brengt. </al>
      <tuskop letat="cur">§ 6. Te verstrekken gegevens</tuskop>
      <al>In artikel 8 van verordening 854/93 is aangegeven welke gegevens van de
informatieplichtigen kunnen worden geëist. Voor de doorvoerstatistiek
zullen ingevolge artikel 3 van het besluit de in artikel 8, eerste lid, van
verordening 854/93 genoemde gegevens alle worden verlangd. Dit betreft gegevens
over het land van herkomst, het land van bestemming, hoeveelheid goederen
in brutomassa, de wijze van vervoer en plaats waar het vervoer werd onderbroken.
In artikel 9 van verordening 854/93 zijn nadere definities opgenomen over
hetgeen onder deze begrippen dient te worden verstaan.</al>
      <al>Artikel 7 van verordening 854/93 geeft regels voor de omschrijving van
de goederen ten aanzien waarvan de opgave wordt gedaan. De goederen moeten
worden omschreven in bewoordingen die voldoende nauwkeurig zijn om de goederen
onmiddellijk en met zekerheid te identificeren en te kunnen onderbrengen bij
een van de in dat artikel aangeduide goederennomenclaturen. In Nederland moeten
ingevolge artikel 3, derde lid, de goederen worden omschreven met hun gebruikelijke
handelsbenaming en moeten zodanige bijzonderheden worden vermeld dat deze
ingedeeld kunnen worden naar de onderscheidingen van de herziene eenvormige
nomenclatuur voor de vervoersstatistieken (NST/R). Het CBS hanteerde de NST/R
reeds bij het opstellen van de doorvoerstatistiek voor de totstandkoming van
verordening 854/93. </al>
      <tuskop letat="cur">§ 7. Lasten bedrijfsleven</tuskop>
      <al>In artikel 11 van verordening 854/93 is voorzien in statistische drempels
waaronder de informatieplichtigen zijn vrijgesteld van de verplichting tot
het doen van een opgave. Hiermee wordt voorkomen dat van goederenbewegingen
van kleine omvang een opgave moet worden gedaan. In combinatie met de in de
voorgaande paragrafen beschreven voorzieningen (in voorkomende gevallen informatieverstrekking
door administratieve diensten of douane) is dus gestreefd, zowel op Europees
als op nationaal niveau, naar minimalisering van de lasten voor het bedrijfsleven.</al>
      <al>In dit verband wijs ik er nog op dat bij de voorbereiding van verordening
854/93 twee subcommissies van de Centrale commissie voor de statistiek, te
weten de commissie voor de buitenlandse handel en de commissie van verkeer
en vervoer, betrokken waren.</al>
      <al>Met het bedrijfsleven is overleg gevoerd over de meest praktische wijze
van uitvoering van de verordening. </al>
      <tuskop letat="cur">§ 8. Uitvoering en handhaving</tuskop>
      <al>De lasten van de overheid bij de opstelling van de doorvoerstatistiek
nemen niet toe als gevolg van verordening 854/93 en de bij en krachtens dit
besluit gestelde regels.</al>
      <al>Wat de handhaving betreft geldt dat op grond van artikel 20 van de Statistiekwet
1950 de daartoe aangewezen ambtenaren van het CBS belast zijn
met de verificatie van de opgaven die op grond van dit besluit worden gedaan.</al>
      <al>De naleving van dit besluit is gesanctioneerd in artikel 8. In dit artikel
wordt als strafbaar feit aangemerkt het niet of niet tijdig doen van de opgave
en het verstrekken van onvolledige of onjuiste gegevens. Ingevolge artikel
1, onder 4°, van de Wet op de economische delicten (gewijzigd bij de in
paragraaf 1 van het algemeen deel genoemde wet tot wijziging van de Statistiekwet
1950) zijn overtredingen van voorschriften vastgesteld krachtens artikel 19
van de Statistiekwet 1950, economische delicten, voor zover aangeduid als
strafbare feiten. </al>
      <tuskop letat="vet">II. Artikelen </tuskop>
      <tuskop letat="cur">Artikel 2</tuskop>
      <al>Met dit artikel wordt de informatieplichtigen opgedragen de gegevens overeenkomstig
het bepaalde in de verordening en het besluit aan het CBS op te geven. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 3</tuskop>
      <al>Artikel 9, onderdeel f, van verordening 854/93 biedt de lid-staten de
mogelijkheid de informatieplichtige te verplichten bij bepaalde wijzen van
vervoer aan te geven of de goederen in containers vervoerd worden. Het gaat
hierbij om vervoer per zeeschip of binnenschip, met de trein, over de weg
of met het vliegtuig. In artikel 3, tweede lid, is van deze mogelijkheid gebruik
gemaakt. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 4</tuskop>
      <al>De informatieplichtigen hebben een keuzemogelijkheid ten aanzien van de
drager van de statistische informatie. Indien een administratief of handelsdocument
de vereiste gegevens reeds bevat kan dat voor de opgave worden gebruikt. Bij
ministeriële regeling kan een formulier worden vastgesteld waarvan de
informatieplichtigen gebruik kunnen maken indien zij niet beschikken over
een document als hiervoor bedoeld of daarvan geen gebruik willen maken. Met
het oog op de toenemende automatisering is tevens voorzien in de mogelijkheid
een geautomatiseerde wijze van opgave aan te wijzen. Denkbaar is dat het CBS
software beschikbaar stelt. Tevens is in dit verband van belang dat artikel
7, tweede lid, tweede alinea, van verordening 854/93 bepaalt dat de informatieplichtigen
zich voor de toepassing van het in de eerste alinea van dat lid bepaalde houden
aan de aanwijzingen van de nationale statistiekdiensten.</al>
      <al>In artikel 4 is tevens voorzien in het achterwege blijven van de opgave
in de gevallen waarin ten aanzien van een goederenbeweging reeds een douane-aangifte
is vereist of is gedaan. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 5</tuskop>
      <al>Met het tweede lid van artikel 5 is gebruik gemaakt van de mogelijkheid
die artikel 10 van verordening 854/93 biedt ingeval een administratieve dienst
wordt aangewezen als informatieplichtige. Bij ministeriële regeling kunnen
voorschriften worden gesteld met betrekking tot het verzamelen van de gegevens
en de toezending aan het CBS. Daarbij zal rekening worden gehouden met de
behoeften die het CBS ter zake heeft.</al>
      <al>Voor het eventueel verzamelen van de gegevens en de toezending daarvan
aan het CBS door een administratieve dienst is een uitzondering gemaakt voor
die gevallen waarin de douane-aangifte wordt gebruikt als opgave voor de statistiek.  </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 6</tuskop>
      <al>In artikel 11 van verordening 854/93 zijn de minimumdrempels aangegeven
waaronder de informatieplichtigen zijn vrijgesteld van hun verplichtingen.
Lid-staten mogen hogere drempels vaststellen. Voor Nederland zijn de drempels
echter op het minimum vastgesteld. Hoewel er naar gestreefd wordt de administratieve
lasten voor het bedrijfsleven zo gering mogelijk te houden zouden hogere drempels
de resultaten van de statistiek ernstig schaden. Vooral bij het wegvervoer
is de hoeveelheid per zending veelal betrekkelijk gering. Naarmate de vervoerde
goederen bovendien meer gespreid zijn in hun herkomst c.q. bestemming zouden
bij hogere drempels de statistische uitkomsten onbetrouwbaarder worden.</al>
      <al>De drempels gelden per goederensoort per zending. </al>
      <tuskop letat="cur">Artikel 7</tuskop>
      <al>De gegevens moeten voor de twintigste dag van de maand volgend op de maand
waarop zij betrekking hebben aan het CBS worden verstrekt, dat wil zeggen
dat het CBS deze uiterlijk op die dag moet ontvangen. De bedrijven hebben
zo enige tijd om de opgave op te stellen terwijl de termijn ook weer niet
zo lang is dat de actualiteit van de statistieken in het gedrang komt. De
Algemene termijnenwet is van toepassing ingeval de opgavetermijn eindigt op
een zaterdag, zondag of een algemeen erkende feestdag. </al>
      <minister>
        <minvan>De Minister van Economische Zaken,</minvan>
        <naam>G. J. Wijers</naam>
      </minister>
    </notatoe>
  </backm>
</staatsbl>