<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-8627/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Overijssel</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Wijziging Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al>Gedeputeerde Staten van Overijssel delen mee dat het Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022 als volgt is gewijzigd:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr><titel /></kop><al><nadruk type="ondlijn">Uitvoeringsbesluit subsidies Overijssel 2022</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">1.2 De algemene voorwaarden</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 1.1.2 Geldigheid van de regels in het Uitvoeringsbesluit</nadruk></al><al>Tussen ‘d’ en ‘, gelden’ wordt gevoegd: Awb</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 1.2.18 Betaling en bevoorschotting</nadruk></al><al>In de laatste zin wordt ‘is’ vervangen door: zijn</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 1.2.25 Beoordeling integriteit van de subsidieontvanger</nadruk></al><al>Lid 1: ‘2024’ wordt vervangen door: 2026</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">2.5 Deltaprogramma zoetwater regio Oost 2022-2027</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 2.5.1 Betekenis van begrippen</nadruk></al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Rijksbijdrage: na ‘zoetwater’ wordt toegevoegd: en de wijziging per 11 december 2025: <extref doc="https://wetten.overheid.nl/BWBR0046957/2025-12-11/?g=2025-12-11&amp;z=2026-04-30#Artikel12">wetten.nl - Regeling - Tijdelijke regeling stimuleren maatregelen tweede fase Deltaprogramma zoetwater - BWBR0046957</extref></al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.5.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</nadruk></al><al>Lid 1</al><al>Na onderdeel j wordt toegevoegd:</al><al>De subsidie wordt ook verstrekt voor Hergebruik van water. Deze maatregel is niet opgenomen in het werkprogramma, maar wel subsidiabel in het kader van de uitvoering van de Rijksregeling.</al><al /><al>Aan lid 2 wordt de volgende zin toegevoegd: </al><al>Deze afwijking is niet van toepassing op aanvragen die zijn ingediend binnen de indieningstermijn, als bedoeld in artikel 2.5.8, eerste lid, onderdeel b. Op deze aanvragen blijft artikel 1.2.3 van toepassing.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.5.4 Aanvrager</nadruk></al><al>Lid 1: na ‘bijlage 2’ wordt toegevoegd: en/of bladzijde 3</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.5.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Lid 3 wordt toegevoegd:</al><lijst><li><li.nr>3.</li.nr><al>De subsidie voor aanvragen zoals genoemd bedoeld in artikel 2.5.8, eerste lid, onderdeel b, bedraagt maximaal het bedrag dat voor het betreffende project is aangevraagd en ontvangen op basis van de gewijzigde Rijksregeling. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.5.8 Aanvraag</nadruk></al><al>Lid 1 komt als volgt te luiden:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvraag:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>moet uiterlijk 31 december 2023 vóór 17.00 uur zijn ontvangen; of </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>kan ingediend worden vanaf 25 mei 2026 om 9.00 uur en moet uiterlijk op 31 december 2026 voor 17.00 uur ontvangen zijn. Deze indieningstermijn geldt voor de restantmiddelen die door het Rijk beschikbaar zijn gesteld op basis van de gewijzigde verdeling zoals gepubliceerd in de <extref doc="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2025-41692.html"><nadruk type="ondlijn">Staatscourant 2025, 41692 | Overheid.nl &gt; Officiële bekendmakingen</nadruk></extref>. De indieningstermijn, bedoeld onder onderdeel b, geldt uitsluitend voor aanvragen voor de volgende maatregelen:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>lokale afvoer en ontwatering;</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>hergebruik van water.</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al>Lid 3</al><al>Aan het eind van lid 3 wordt toegevoegd: Het verplichte format geldt niet voor aanvragen die zijn ingediend binnen de indieningstermijn, bedoeld in artikel 2.5.8, eerste lid, onderdeel b. </al><al /><al>Artikel 2.5.9 komt als volgt te luiden</al><al><nadruk type="vet">Artikel 2.5.9 Beschikbaar budget voor de regeling</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2022 tot en met 2027.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Er geldt een deelplafond voor aanvragen die zijn ingediend binnen de indieningstermijn, zoals genoemd in artikel 2.5.8, eerste lid, onderdeel b.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">2.8 Vitaliteit van dorpen en steden (stads- en dorpsarrangementen)</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 2.8.1 Doel van de subsidieregeling</nadruk></al><al>In de tweede zin wordt ‘drop’ vervangen door dorp.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">2.10 Klimaatadaptatiemaatregelen werkregio RIVUS</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 2.10.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Lid 1 vervallen</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">2.11 Klimaatadaptatiemaatregelen 2021-2027</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 2.11.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Lid 1 vervallen</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">2.13 Langer zelfstandig wonen</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 2.13.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</nadruk></al><al>Lid 5: ‘en maximaal € 2.000.000,-.’ komt te vervallen. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">3.5 Opruiming drugsafval Overijssel 2025</nadruk></nadruk></al><al>Vervallen</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">3.16 Stimuleren energie-innovatie</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 3.16.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</nadruk></al><al>Lid 2 onderdeel a: vervallen</al><al>Lid 2 onderdeel c komt als volgt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>c.</li.nr><al>het beoogde resultaat is een ontwerpdocument, ontwerpberekening, certificering, een marktverkenning, een juridische analyse, een verdienmodelberekening of een energieprojectplan voor de energie-innovatie met zicht op eventuele vervolgstappen.</al></li></lijst><al>Lid 3 onderdeel b: ‘bestaande’ vervalt</al><al>Lid 3 onderdeel c komt als volgt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>c.</li.nr><al>het is naar het oordeel van het Supportteam energie innovatie realistisch. Het supportteam toetst of: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>de activiteiten bijdragen aan de energietransitie;</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>de activiteiten technisch realistisch zijn; </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>marktkansen aanwezig zijn;</al></li></lijst></li></lijst><al>Lid 3 onderdeel d: ‘juridische en financiële’ wordt vervangen door: juridische of financiële</al><al /><al><nadruk type="vet"> Artikel 3.16.7 Aanvraag</nadruk></al><al>Lid 3 komt als volgt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager levert een offerte in waaruit blijkt wat de werkzaamheden zijn, wat de kosten zijn en in welke periode het advies of de ondersteuning wordt gegeven.</al></li></lijst><al>Lid 5</al><al>’van € 5.000,- of meer’ wordt vervangen door: hoger dan € 5.000,- </al><al>Aan het eind van lid 5 wordt toegevoegd: De aanvrager onderbouwt in de aanvraagwelke vervolgstappen ondernomen gaan worden.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur"> 4.2 Meer bos in Overijssel</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 4.2.7. Aanvraag</nadruk></al><al>Een nieuw lid 8 wordt toegevoegd dat luidt: </al><lijst><li><li.nr>8.</li.nr><al> De beslistermijn op een subsidieaanvraag bedraagt 26 weken vanaf de ontvangst van de aanvraag. Dit is een afwijking van artikel 1.2.23. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4.2.13 Sisa-verantwoording</nadruk></al><al>‘L16B’wordt vervangen door: L33B</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">4.8 Groene schoolpleinen en schoolterreinen</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 4.8.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Toegevoegd wordt: Dit percentage kan verhoogd worden tot 75% als de eigen bijdrage bestaat uit de inzet van vrijwilligersuren. In artikel 4.8.7 lid 2 is de wijze van berekening van de vrijwillige inzet opgenomen.</al><al /><al><nadruk type="vet">4.8.8. Preadvies</nadruk></al><al>De tekst van lid 2 komt als volgt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager stuurt bij de aanmelding de volgende gegevens mee:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een projectplan met een omschrijving van de activiteit;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een ontwerp van het te realiseren schoolplein of schoolterrein; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een beplantingsplan, met een inschatting van het aantal aan te planten bomen;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>een begroting;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>naam van de contactpersoon en contactgegevens.</al></li></lijst></li></lijst><al>Een eerste aanzet of concept van de gegevens onder a tot en met d is hiervoor voldoende.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">4.14 Gemeentelijk soortenmanagementplan voor natuurvriendelijk isoleren</nadruk></nadruk></al><al>4.14.3 lid 2 onderdeel d komt als volgt te luiden:</al><lijst><li><li.nr>d.</li.nr><al> het SMP voldoet aan de eisen genoemd in de Handleiding SMP. Deze kunt u raadplegen op onze website: <extref doc="https://regelen.overijssel.nl/Producten_en_diensten/Vergunningen_ontheffingen_en_meldingen/Vergunning/Omgevingsvergunning_op_basis_van_een_Soortmangementplan_SMP/Handleiding_SMP"><nadruk type="ondlijn">Handleiding SMP - Loket provincie Overijssel</nadruk></extref>.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">4.23 Samenwerking (voor)verkenningsfase koploperprojecten maatregelpakketten Overijssel 2025 </nadruk></nadruk></al><al>Artikel 4.23.7a komt als volgt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">Artikel 4.23.7a Pretoets</nadruk></al><al>Voordat een aanvraag wordt ingediend wordt het initiatief afgestemd met de procesregisseur. De procesregisseur toetst samen met de vakinhoudelijke (beleids)collega's of het initiatief voldoende bijdraagt aan realisatie van doelen in de 3x3 aanpak, de activiteiten doelmatig zijn en de verhouding tussen de activiteiten en de kosten daarvan redelijk zijn. De aanvrager krijgt via de procesregisseur de adviezen teruggekoppeld waarna de aanvraag indien nodig, kan worden aangepast/aangevuld. De aanvraag kan daarna worden ingediend door gebruik te maken van het aanvraagformulier via Samenwerking (voor)verkenningsfase koploperprojecten maatregelpakketten Overijssel 2025 - Loket provincie Overijssel. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">4.25 Transitievergoeding nieuwe teelten Overijssel </nadruk></nadruk></al><al>Artikel 4.25.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</al><al>Lid 2 onderdeel a, sub 2 komt als volgt te luiden:</al><lijst><li><li.nr>b.</li.nr><al>de teelt van andere nieuwe gewassen dan die in bijlage 1 zijn opgenomen, met weinig negatieve gevolgen voor milieu en klimaat en die bijdragen aan een duurzame, toekomstbestendige landbouw. Het gaat hierbij om gewassen zoals quinoa, boek-weit, baktarwe, cranberries en oliegewassen; </al></li></lijst><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">4.33 Natuur voor Elkaar- inwonersinitiatieven </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 4.33.1 Betekenis van de begrippen </nadruk></al><al>De tekst van dit artikel komt als volgt te luiden: </al><al /><al>In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Aandachtsoortenlijst 2024-2028: een lijst van dier- en plantsoorten waarvoor gerichte maatregelen nodig zijn De lijst is te vinden op: https://regelen.overijssel.nl/Producten_en_diensten/Subsidies/Natuur_en_landschap/Ondersteunen_van_Overijsselse_aandachtsoorten/Lijst_van_Overijsselse_aandachtsoorten_2024_2028 </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Activiteiten: de set van maatregelen die nodig is om het initiatief te realiseren. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Arrangement: een aanvraag die afgestemd is met het programmateam Natuur voor Elkaar en past binnen één van de genoemde categorieën. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Initiatief: een plan of idee. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Klimaatadaptatieve maatregelen: aanpassingen die helpen om de gevolgen van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en wateroverlast, te beperken en om leefomgeving en infrastructuur weerbaarder te maken. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Maatregelen voor het bevorderen van biodiversiteit: gerichte acties om de variatie aan planten en diersoorten en de kwaliteit van hun leefgebieden te beschermen, herstellen of vergroten. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Project: totale aanpak voor realisatie van het initiatief. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Speelaanleiding: een speelaanleiding nodigt uit tot divers speelgedrag, bijvoorbeeld een liggende boomstam, keien, speelheuvel, stromend water en wilgentenen tunnel, maar niet een speeltoestel, zoals schommel, wipkip en glijbaan. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Sportterrein: terrein in gebruik voor sportactiviteiten. Tot sportterrein wordt gerekend: </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>terrein voor veldsport incl. draf- en rensport, golfterrein; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>zwembad, (kunst)ijsbaan; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>sporthal en manege; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>permanente skate-, fietscross- en motorcrossbaan, ook als deze provisorisch ingericht is; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>bijbehorende tribunes, parkeerterreinen en bos- of heesterstroken; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>bos voor zover gelegen in het sportterrein. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4.33.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><al>Lid 1</al><al>Een nieuw onderdeel f wordt toegevoegd, dat luidt: </al><lijst><li><li.nr>f.</li.nr><al>Sportterreinen vergroenen: biodiversiteits- en groene klimaatadaptieve maatregelen toepassen op en rondom sportterreinen. </al></li></lijst><al>Lid 2</al><al>Onderdeel i komt als volgt te luiden: i. als sprake is van realisatie van fysiek groen is dit openbaar toegankelijk. Dit geldt niet voor arrangement c (Groen en Zorg), arrangement d (Inwoners voor Soorten) en de maatregelen onder arrangement f (Sportterreinen vergroenen). </al><al /><al>Lid 8 wordt omgenummerd naar 9</al><al>Onderdeel d komt te luiden: Vergroening van schoolpleinen en schoolterreinen. Hiervoor is subsidieregeling 4.8 Groene schoolpleinen en schoolterreinen, beschikbaar. </al><al /><al>Een nieuw lid 8 wordt toegevoegd, dat luidt: </al><lijst><li><li.nr>8.</li.nr><al>De activiteiten in arrangement f (Sportterreinen vergroenen) voldoen aan de volgende extra voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de aanvrager realiseert maatregelen ter bevordering van biodiversiteit door in ieder geval de aanplant van fysiek groen op of rondom een sportterrein; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de aanvrager realiseert groene, klimaatadaptieve maatregelen op of rondom een sportterrein; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de leden van de sportclub(s) en eventuele andere gebruikers van het sportterrein zijn actief betrokken bij de ontwikkeling van het initiatief; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de aanvraag scoort minimaal 50 punten op basis van tabel 7 en scoort geen onvoldoende op scoreonderdelen 1 en 2 van tabel 7. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4.33.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><al>Lid 2 komt als volgt te luiden: Maximaal 25% van de totale begrote kosten mag bestaan uit grondwerk, bemesting of grondverbetering. Dit geldt niet voor arrangement f (Sportterreinen vergroenen). </al><al /><al>Lid 3 komt als volgt te luiden: Halfverharding is alleen subsidiabel als deze wordt ingezet voor de natuurbeleving of klimaatadaptatie. De kosten voor halfverharding mogen maximaal 25% van de totale begrote kosten uitmaken. Dit percentage van 25% geldt niet voor arrangement f (Sportterreinen vergroenen). </al><al /><al>Lid 6 komt als volgt te luiden: Maximaal 25% van de totale begrote kosten mag bestaan uit vrijwilligersuren. Dit moeten uren zijn die worden besteed aan de realisatie van het project. Deze uren mogen op de begroting worden opgevoerd aan zowel de kostenkant als aan de inkomstenkant voor een vast bedrag van € 15,- per uur. Voor categorie d (Inwoners voor Soorten) geldt dat als de aanvraag een particulier erf of terrein betreft, de vrijwilligersuren niet subsidiabel zijn.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4.33.6 Hoogte van de subsidie </nadruk></al><al>Lid 2, onderdeel a: ‘of C’ wordt vervangen door: ,C en F</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4.33.7 Eigen bijdrage </nadruk></al><al>Lid 2 komt als volgt te luiden: </al><al>Achteraan wordt de zin toegevoegd: Voor categorie D (Inwoners voor Soorten) geldt dat, als de aanvraag een particulier erf of terrein betreft, de uren inzet van vrijwilligers niet als eigen bijdrage geldt. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4.33.12 Geen staatssteun</nadruk></al><al>Dit artikel komt als volgt te luiden: </al><al><nadruk type="vet">Artikel 4.33.12 Staatssteun</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan hoofdstuk 1 en artikel 55 van de AGVV. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Puntentabellen </nadruk></al><al>Tabel 1: ‘E’ wordt vervangen door: E en F</al><al>Scoreonderdeel 1 komt als volgt te luiden: 1. Mate waarin de activiteit bijdraagt aan de Vijf V's voor een plant- of diersoort (Voortplanting, Veiligheid, Voedsel, Verbinding en Variatie). </al><al /><al>Toegevoegd wordt een scoretabel 7 die luidt: </al><al><nadruk type="vet">Tabel 7: Aanvullende scoretabel voor arrangement F (Sportterreinen vergroenen) </nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="63*" /><colspec colname="col2" colwidth="26*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al><nadruk type="vet">Wegingscriteria </nadruk></al></entry><entry colname="col2"><al><nadruk type="vet">Beoordeling </nadruk></al></entry></row><row><entry colname="col1"><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al> Mate waarin de vergroeningsactiviteit bijdraagt aan klimaatadaptatie doordat deze bijvoorbeeld bestaat uit: </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Maatregelen tegen hittestress </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Maatregelen tegen wateroverlast </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Maatregelen tegen droogte </al></li></lijst></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Onvoldoende: 0 punten </al><al>Voldoende: 15 punten </al><al>Goed: 30 punten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><lijst><li><li.nr>2.</li.nr><al> Mate waarin het bijdraagt aan de groene uitstraling van een sportterrein </al></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Onvoldoende: 0 punten </al><al>Voldoende: 5 punten </al><al>Goed: 10 punten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><lijst><li><li.nr>3.</li.nr><al> Mate waarin de activiteit bijdraagt aan biodiversiteit, doordat het groen voldoet aan de kenmerken: </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Inheems </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Biologisch gekweekt </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Afgestemd op de natuurlijke omgeving </al></li></lijst></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Onvoldoende: 0 punten </al><al>Voldoende: 5 punten </al><al>Goed: 10 punten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><lijst><li><li.nr>4.</li.nr><al> Mate waarin de activiteit bijdraagt aan de Vijf V's voor een plant- of diersoort (Voortplanting, Veiligheid, Voedsel, Verbinding en Variatie). </al></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Onvoldoende: 0 punten </al><al>Voldoende: 5 punten </al><al>Goed: 10 punten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><lijst><li><li.nr>5.</li.nr><al> De mate waarin in de uitvoering rekening wordt gehouden met slagingskans voor het aanslaan van de beplanting (samenstelling grond, vochthuishouding, weers- en seizoensomstandigheden, plantseizoen e.d.). Dit kan bijvoorbeeld worden onderbouwd in het beplantingsplan. </al></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Onvoldoende: 0 punten </al><al>Voldoende: 5 punten </al><al>Goed: 10 punten </al></entry></row><row><entry colname="col1"><lijst><li><li.nr>6.</li.nr><al> Mate waarin de activiteit bijdraagt aan betrokkenheid van de buurt en lokale partijen zoals scholen, ondernemers of een zorginstelling. </al></li></lijst></entry><entry colname="col2"><al>Onvoldoende: 0 punten </al><al>Voldoende: 5 punten </al><al>Goed: 10 punten </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>Een nieuwe paragraaf wordt toegevoegd:</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">4.44 Gebiedsplannen natuurbrandbeheersing </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.1 Betekenis van de begrippen </nadruk></al><al>In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Gebiedsplan natuurbrandbeheersing: een door een (coördinerende) gemeente, in samenwerking met relevante partijen, opgesteld plan. Hierin wordt het beleid vastgelegd voor beheersing van natuurbranden waarbij maatregelen, processen en verantwoordelijkheden zijn benoemd en uitgewerkt. Het is een dynamisch document dat zo nodig periodiek geactualiseerd kan worden. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Lokale gebiedscommissie: commissie per risicogebied bestaande uit (ambtelijke) vertegenwoordiging van de kern stakeholders: gemeente(n), Veiligheidsregio, Terrein Beherende Organisaties en eventueel (ambtelijke) vertegenwoordiging van overige stakeholders. Deze commissie doet al hetgeen nodig is om via een integrale aanpak tot een gebiedsplan te komen en een pakket aan maatregelen. Is het desbetreffende natuurgebied in meer dan één gemeente gelegen dan bepalen zij onderling wie de coördinerende gemeente is en aanvrager en ontvanger is voor de subsidie. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Provinciaal natuurbrandbeheersingsplan: plan dat wordt vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Overijssel en dat als kader dient waarin de provincie, samen met gemeenten, veiligheidsregio’s en terreinbeheerders en eventuele andere stakeholders, afspraken vastlegt om natuurbranden beheersbaar te houden. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>RIN-kaart Overijssel: kaart van Overijssel waarop, op basis van een inventarisatie aan de hand van de Risico Index Natuurbranden (RIN), gebieden zijn opgenomen die potentieel risicovol voor natuurbranden zijn. De RIN-kaart is gebaseerd op 17 parameters en is leidend geweest voor deze Overijsselse kaart. Deze parameters zijn ontwikkeld door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en worden toegepast op een grid van 1 km² over heel Nederland. De kaart is onderdeel van het provinciaal natuurbrandbeheersingsplan en is op te vragen bij de Provinciaal coördinator natuurbrandpreventie. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Terreinbeherende organisatie: een organisatie die natuurbeheer als hoofddoel heeft. In Overijssel betreft het voor deze regeling Vereniging Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Stichting Landschap Overijssel en Overijssels Particulier Grondbezit. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Veiligheidsregio: de Veiligheidsregio’s IJsselland en Twente. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.2 Doel van de subsidieregeling </nadruk></al><al>Het klimaat van Nederland verandert. De weersextremen die op Nederland afkomen, zullen het risico op onbeheersbare natuurbranden doen toenemen. Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het opstellen van gebiedsplannen met maatregelen ter preventie en het beheersbaar houden van natuurbranden in risicovolle gebieden. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie wordt verleend voor het opstellen van een gebiedsplan natuurbrandbeheersing. Het gebiedsplan natuurbrandbeheersing voldoet aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het betreft een RIN-gebied met overwegend de kleur geel, oranje of rood een combinatie daarvan op de RIN-kaart Overijssel; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>in het gebiedsplan worden de volgende onderwerpen uitgewerkt: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Samenstelling van de gebiedscommissie. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Een duidelijke gebiedsbeschrijving, kaart en begrenzing. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Een gebiedsbrede analyse van natuurbrandrisico’s in een natuurgebied, of direct daaraan grenzend, op alle voorkomende thema’s (o.m. natuur, wonen, werken/bedrijvigheid, recreatie, vitale objecten, infrastructuur). De uitgevoerde RIN-score is hierbij een vertrekpunt maar wordt meer geconcretiseerd voor het desbetreffende gebied. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Beschrijving van wat de gezamenlijke (beleids)uitgangspunten en kaders of plannen (bv. Natura 2000 en NNNN) zijn voor het desbetreffende gebied. </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Het benoemen van de stakeholders, kerngroep en eventueel overige partijen in het gebied. </al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>Taken en rollen van deelnemers in dit gebiedsproces. </al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>Maatregelenpakket (evt. apart in een uitvoeringsplan) met onderbouwing of toelichting. </al></li><li><li.nr>8.</li.nr><al>Begroting, planning en uitvoering. </al></li><li><li.nr>9.</li.nr><al>Communicatie (algemeen maar kan ook een op zichzelf staande maatregel zijn, bv. een voorlichtings- of bewustwordingscampagne). </al></li></lijst></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het plan voldoet aan de vereisten uit het provinciaal natuurbrandbeheersingsplan; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de betreffende grondeigenaar of grondeigenaren waar de maatregelen die in het plan worden opgenomen plaatsvinden, is of zijn betrokken bij het opstellen van het gebiedsplan. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.4 Aanvrager </nadruk></al><al>De aanvrager is de (coördinerende) gemeente binnen een lokale gebiedscommissie. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De personeelskosten van de gemeenten die onderdeel uitmaken van de lokale gebiedscommissie en de kosten van personeelskosten derden, te weten kosten van de veiligheidsregio’s, de terreinbeherende organisaties of de kosten voor inhuur van een procesbegeleider, zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>kosten van gebouwen en inventaris; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>kosten voor reguliere taken van de aanvrager of partijen in de lokale gebiedscommissie. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.6 Hoogte van de subsidie </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie is maximaal € 50.000,- per aanvraag voor de gebieden 2, 4, 7, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 16 en maximaal € 75.000,- voor de gebieden 1, 3, 5, 6 en 8, zoals benoemd in het provinciaal natuurbrandbeheersingsplan, per aanvraag. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.7 Vooroverleg </nadruk></al><al>Voorafgaand aan het indienen van de aanvraag heeft afstemming plaatsgevonden met de Provinciaal coördinator natuurbrandbeheersing. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.8 Subsidieaanvraag </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Gebiedsplannen natuurbrandbeheersing.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.9 Beschikbaar budget voor de regeling </nadruk></al><al>Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.10 Aanvullende verplichtingen </nadruk></al><al>De subsidieontvanger is verplicht: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>binnen 3 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te starten met het opstellen van het gebiedsplan;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het gebiedsplan binnen 24 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te hebben opgesteld; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>als het provinciaal natuurbrandbeheersingsplan of de in ontwikkeling zijnde landelijke wetgeving daartoe aanleiding geeft, worden de gesubsidieerde activiteiten na afstemming met de Provinciaal coördinator natuurbrandbeheersing van de provincie Overijssel aangepast. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 4.44.11 Looptijd </nadruk></al><al>De subsidieregeling vervalt op 1 december 2027, om 17.00 uur. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">5.4 Inzet vrijwilligers bij buurtbussen in Overijssel</nadruk></nadruk></al><al>Tabel 1</al><al>Laatste rij wordt als volgt aangepast:</al><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="30*" /><colspec colname="col2" colwidth="30*" /><colspec colname="col3" colwidth="30*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al>Stichting Stadsbuurtbus Kampen </al></entry><entry colname="col2"><al>Kampen Zuid – Onderdijks – Centrum – Kampen Zuid </al></entry><entry colname="col3"><al>510 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al /></entry><entry colname="col2"><al>Kampen – Brunnepe – Greente – Haatland – Kampen </al></entry><entry colname="col3"><al>512 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>Daarna wordt a aan het eind de volgende rij toegevoegd: </al><table frame="all"><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="30*" /><colspec colname="col2" colwidth="30*" /><colspec colname="col3" colwidth="30*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al>Buurtbusvereniging De Noord-Westhoek </al></entry><entry colname="col2"><al>Zwartsluis – Belt-Schutsloot – Meppel </al></entry><entry colname="col3"><al>573 </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">5.9 Stimulering elektrische vrachtfiets</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 5.9.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Lid 4: ‘2024’ wordt vervangen door: 2026</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">6.2 MIT-Haalbaarheidsprojecten </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 6.2.7 Subsidieaanvraag</nadruk></al><al>Lid 1 ‘15 september 2026‘ wordt vervangen door: 14 april 2026</al><al /><al>Paragraaf 6.13 wordt geheel herzien en komt als volgt te luiden: </al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">6.13 Digitale en circulaire industrie Overijssel </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.1 Betekenis van de begrippen </nadruk></al><al>In dit artikel worden veel voorkomende begrippen uitgelegd. </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Circulair: een product waarvan de grondstoffen later hergebruikt kunnen worden. Na gebruik van het product kan het product uit elkaar gehaald worden en de materialen opnieuw worden gebruikt. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Digitalisering: het proces om informatie of fysieke documenten om te zetten in digitale informatie. Onder digitalisering wordt ook verstaan het opnemen van digitale technologieën in bedrijfsprocessen en producten, met als doel deze te verbeteren. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>EDIH-assessment: het doorlichten van een onderneming door innovatie deskundigen. Het resultaat is een EDIH-digitaliseringsplan met een overzicht van de digitaliseringsmogelijkheden voor de onderneming. EDIH staat voor European Digital Innovation Hub. De EDIH is een initiatief van de provincies Overijssel en Gelderland waar in totaal 11 partners in Oost-Nederland samenwerken. Een EDIH ondersteunt bedrijven in hun digitale verandering en doet dit zonder winstoogmerk. EDIH krijgt steun van de Europese Commissie, het Ministerie van Economische Zaken en de provincie Overijssel. Een aanmelding voor een EDIH-assessment kan via: Externe link: <extref doc="https://boostsmartindustry.nl/wat-kunnen-wij-voor-u-betekenen"><nadruk type="ondlijn">https://boostsmartindustry.nl/wat-kunnen-wij-voor-u-betekenen</nadruk></extref>. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>EDIH-digitaliseringsplan: een overzicht van de digitaliseringsactiviteiten, opgesteld door EDIH nadat een EDIH-assessment is uitgevoerd. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Industrie: ondernemingen met een fysiek voortbrengingsproces waarmee fysieke producten, halffabricaten, modules of onderdelen worden vervaardigd, verwerkt, in elkaar gezet (geassembleerd), gedemonteerd, gerepareerd, opgeknapt (refurbished), gerecycled of anderszins hergebruikt. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.2 Doel van de subsidieregeling </nadruk></al><al>Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan een krachtig Mkb. Dit door Mkb-ondernemingen in Overijssel in de sector industrie te ondersteunen om stappen te zetten op het gebied van digitalisering en circulair ondernemen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie wordt verstrekt voor: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het uitvoeren van digitaliseringsactiviteiten voor een onderneming die in Overijssel is gevestigd; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het uitvoeren van circulaire activiteiten voor een onderneming die in Overijssel is gevestigd. </al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De digitaliseringsactiviteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het gaat om digitalisering van het productieproces; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het gaat om advies en ondersteuning door private organisaties voor één of meer van de volgende digitaliseringsactiviteiten: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>het digitaal koppelen van het aanbod, bedrijfsvoering en verkoop; </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>optimaal beheren en gebruiken van data in de onderneming en het verkrijgen van actueel inzicht op diverse lagen in de organisatie; </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>digitaal archiveren en digitaal op orde brengen en beveiligen van (externe uitwisseling van) bedrijfsinformatie; </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>het toepassen of verbeteren van Enterprise Resource Planning (ERP) of Manufacturing Execution System (MES) computerprogramma; </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>het automatiseren van productieprocessen door integrale toepassing van industriële automatisering en robotisering; </al></li></lijst></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de digitaliseringsactiviteiten zijn in het EDIH-digitaliseringsplan van de aanvrager opgenomen; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>de aanschaf van hard- en/of software komt niet voor subsidie in aanmerking; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>het EDIH-assessment is uitgevoerd na 1 juli 2025; </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>de digitaliseringsactiviteiten worden uitgevoerd door een deskundige derde, niet zijnde een moeder-dochter-zuster onderneming waarmee de aanvrager verbonden is. Onder deskundige derde wordt verstaan: een adviseur of organisatie met aantoonbare kennis en ervaring op het gebied digitalisering in de industrie. </al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De circulaire activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteiten hebben als doel de onderneming te ondersteunen bij de overgang naar circulair ondernemen en bestaan uit één of meer van de volgende activiteiten:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>advies en ondersteuning gericht op het ontwikkelen of verbeteren van producten, diensten of productieprocessen die leiden tot vermindering van materiaalgebruik, waarde behoud van materialen of productlevensduurverlenging. Hieronder vallen onder meer circulair productontwerp, hergebruik van materialen, vermindering van reststromen en strategieën voor reparatie en hergebruik van onderdelen; </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>haalbaarheidsonderzoek naar circulaire kansen binnen de onderneming, waaronder technische, organisatorische of economische haalbaarheid van circulaire product- of procesinnovatie; </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>advies en ondersteuning bij het ontwikkelen of verbeteren van een circulair verdienmodel, waaronder modellen gericht op terugname, refurbish, revisie, lease, pay per use of servicegerichte dienstverlening; </al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de activiteiten zijn naar het oordeel van Gedeputeerde Staten direct en aantoonbaar van belang voor de circulaire transitie van de onderneming. Dit betekent in ieder geval dat: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>het resultaat toepasbaar is binnen de bedrijfsvoering van de aanvrager; </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>de activiteit geen algemeen of verkennend onderzoek betreft zonder concrete bedrijfsspecifieke uitwerking; </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>de bijdrage aan circulair ondernemen blijkt uit één of meer activiteiten als bedoeld onder onderdeel b; </al></li></lijst></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de activiteiten worden uitgevoerd door een deskundige adviseur of organisatie met aantoonbare kennis en ervaring op het gebied van circulair ondernemen, circulaire productontwikkeling of circulaire bedrijfsmodellen. Deze maakt geen deel uit van de aanvrager of, niet zijnde een moeder-dochter-zuster onderneming waarmee de aanvrager verbonden is. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.4 Aanvrager </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvrager is een BV, een NV, een eenmanszaak, een maatschap of een v.o.f. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager is daarnaast ook een Mkb-onderneming in de sector Industrie en heeft minimaal 2 medewerkers in vaste dienst. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De totale subsidiabele kosten per aanvraag bedragen minimaal € 5.000,- exclusief btw. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.6 Hoogte van de subsidie </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie is maximaal 40% van de subsidiabele kosten. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie is maximaal € 10.000,- per aanvraag. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager kan op basis van deze subsidieregeling per periode van drie kalenderjaren maximaal twee subsidies ontvangen: één voor digitaliseringsactiviteiten en één voor circulaire activiteiten. . Voor ieder type activiteit geldt afzonderlijk dat na een verleende subsidie voor dat type pas na drie kalenderjaren opnieuw een aanvraag kan worden ingediend. Verbonden ondernemingen worden voor deze regeling als één aanvrager beschouwd. Voor de uitleg van een verbonden onderneming geldt bijlage 1, artikel 3 lid 2 en 3 van de AGVV. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.7 Eigen bijdrage </nadruk></al><al>Minimaal 60% van de subsidiabele kosten worden betaald met een geldbijdrage van de aanvrager of derden. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.8 Subsidieaanvraag </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 20 mei 2026 om 9.00 uur. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Digitale en circulaire industrie Overijssel. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager levert aanvullend de volgende stukken in: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>voor de digitaliseringsactiviteiten zoals opgenomen in artikel 6.13.3 eerste lid sub a: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>het EDIH-digitaliseringsplan. In het plan staat wanneer het EDIH-assessment is uitgevoerd; </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>een verklaring van een adviseur van Kennispoort of Novel-T waarin is aangegeven of de voorgenomen activiteiten van de aanvrager opgenomen zijn in het EDIH- digitaliseringsplan van de aanvrager en de uitvoering wordt gedaan door een deskundige derde; </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>offerte(s) van de kosten van de digitaliseringsactiviteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De offerte is op het moment van de subsidieaanvraag niet ouder dan 12 weken. </al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>voor de circulaire activiteiten zoals opgenomen in artikel 6.13.3 eerste lid sub b: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>een verklaring van een adviseur van Kennispoort, Novel-T of Oost NL waarin is aangegeven of de voorgenomen activiteiten van de aanvrager direct en aantoonbaar van belang zijn voor de circulaire transitie van de onderneming en de uitvoering wordt gedaan door een deskundige derde; </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>offerte(s) van de kosten van de circulaire activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd. De offerte is op het moment van de subsidieaanvraag niet ouder dan 12 weken. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager hoeft geen begroting in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 onderdeel b is niet van toepassing. </al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het subsidieplafond geldt voor de indieningstermijn zoals opgenomen in artikel 6.13.8 eerste lid. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Er geldt een deelplafond voor: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het uitvoeren van digitaliseringsactiviteiten; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het uitvoeren van circulaire activiteiten. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.10 Aanvullende verplichtingen </nadruk></al><al>De subsidieontvanger is verplicht: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteiten te starten binnen 3 maanden na de datum van de subsidieverlening; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de activiteiten binnen 12 maanden na de datum van de subsidieverlening uitgevoerd te hebben. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.11 Geen staatssteun </nadruk></al><al>Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie verleend kan worden onder de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.13.12 Looptijd </nadruk></al><al>De subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">6.14 Regio Deal Twente 2023-2028</nadruk></nadruk></al><al>In de titel wordt ’2028’ vervangen door 2029</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.14.9 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling</nadruk></al><al> ‘2027’ wordt vervangen door: 2029</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.14.12 Aanvullende verplichtingen</nadruk></al><al>‘2027’ wordt vervangen door: 2029</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.14.13 Sisa-verantwoording</nadruk></al><al>‘J96’ wordt vervangen door: J96B</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.14.14 Staatssteun</nadruk></al><al>Lid 3: na ‘28’ wordt toegevoegd: 29,</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.14.15 Looptijd</nadruk></al><al>‘2027’ wordt vervangen door: 2029</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">6.15 Ons toeristisch Mkb: groen, digitaal en toegankelijk </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 6.15.3 Aanvrager </nadruk></al><al>Onderdeel d komt als volgt te luiden:</al><lijst><li><li.nr>d.</li.nr><al>is volgens het Handelsregister van de Kamer van Koophandel geregistreerd onder ten minste één van SBI-codes 2025 voor de toeristische sector: </al><al>551011 – Hotels met restaurant </al><al>551012 – Hotels zonder restaurant en pensions (met uitzondering van conferentieoorden) </al><al>552010 – Verhuur van vakantiehuisjes en appartementen </al><al>552020 – Exploitatie van jeugdherbergen, groepsaccommodaties en vakantiekampen </al><al>553010 – Exploitatie van kampeerterreinen </al><al>5590 – Overige logiesverstrekking </al><al>met uitzondering van Bed en Breakfast (B&amp;B’s); </al><al>93210- Exploitatie van pret- en themaparken </al><al>93291- Exploitatie van jachthavens</al><al>93299, Overige activiteiten op het gebied van ontspanning en recreatie (rest), waarbij sprake is van commerciële buitensport en outdooractiviteiten die primair recreatief en toeristisch van aard zijn, voor zover deze activiteiten niet hoofdzakelijk worden gefinancierd door gemeenten, en met uitsluiting van sportinstellingen en sportclubs.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">6.20 Bijzondere regionale evenementen 2026</nadruk></nadruk></al><al>In de titel wordt ‘2026’ vervangen door: 2027</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.20.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</nadruk></al><al>Onderdeel b: ‘2025’ wordt vervangen door: 2027</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.20.8 Subsidieaanvraag</nadruk></al><al>Lid 1 komt als volgt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidieaanvraag kan ingediend worden vanaf 19 oktober 2026 en moet 20 november 2026 voor 17.00 uur zijn ontvangen.</al></li></lijst><al>Lid 2: ‘2026’ wordt vervangen door: 2027</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">6.21 Versnelling toekomstbestendige werklocaties</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 6.21.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</nadruk></al><al>Lid 2 onderdeel a komt als volgt te luiden:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>er is sprake van een samenwerkingsproject waarbij minimaal 2 zelfstandige ondernemers gevestigd op verschillende vestigingsadressen maar wel op dezelfde werklocatie, daadwerkelijk samenwerken en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het project, al dan niet in samenwerking met andere partijen zoals een gemeente of parkmanagement. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.21.4 Aanvrager</nadruk></al><al>Lid 1 onderdeel a: ‘partners’ wordt vervangen door: ondernemers</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.21.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Lid 3: ‘€ 80.000,-‘ wordt vervangen door: € 40.000,-</al><al>Lid 4: vervallen</al><al /><al>Na artikel 6.21.6 wordt artikel 6.21.6a toegevoegd:</al><al><nadruk type="vet">Artikel 6.21.6a Verplicht vooroverleg </nadruk></al><al>Voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag heeft afstemming plaatsgevonden met de provinciale beleidsmedewerker voor het betreffende beleidsdoel waaraan het project bijdraagt. In het vooroverleg wordt een eerste inschatting gemaakt of de aanvraag mogelijk gaat voldoen aan de voorwaarden die gelden voor deze regeling. Een aanmelding voor een vooroverleg kan via het mailadres <extref doc="mailto:ruimtelijke.economie@overijssel.nl"><nadruk type="ondlijn">ruimtelijke.economie@overijssel.nl</nadruk></extref></al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.21.7 Subsidieaanvraag</nadruk></al><al>In lid 1 wordt na het woord ‘worden’ ingevoegd: vanaf </al><al /><al>Een nieuwe paragraaf 6.25 wordt toegevoegd: </al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">6.25 Stimuleren deelname aan internationale vakwedstrijden </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.1 Betekenis van de begrippen </nadruk></al><al>In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>EuroSkills: Europese vakwedstrijden die worden georganiseerd door WorldSkills Europe, waarin mbo studenten en jonge vakprofessionals uit Europese landen deelnemen aan competities binnen diverse vakdisciplines, met als doel het stimuleren van vakmanschap, talentontwikkeling en internationale kennisuitwisseling binnen het middelbaar beroepsonderwijs. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Onderwijsinstelling: een mbo-, hbo- of wo instelling die door het Rijk wordt bekostigd en een fysieke vestiging heeft in de provincie Overijssel.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Vakwedstrijd: een Europese of mondiale wedstrijd gericht op beroepsvaardigheden of vakmanschapsontwikkeling van studenten. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>WorldSkills: internationale vakwedstrijden die periodiek worden georganiseerd door WorldSkills International, waarin mbo studenten en jonge vakprofessionals uit verschillende landen hun beroepsvaardigheden meten binnen diverse vakdisciplines, met als doel excellent vakmanschap te bevorderen en het beroepsonderwijs internationaal te profileren. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.2 Doel van de subsidieregeling </nadruk></al><al>Met deze subsidieregeling wil de provincie het belang en de waarde van vakmanschap erkennen, waarderen en behouden door de aansluiting tussen het beroepsonderwijs en de arbeidsmarkt te versterken. Dit doet de provincie door onderwijsinstellingen te stimuleren om deel te nemen aan internationale vakwedstrijden, WorldSkills en EuroSkills en hen daarbij te ondersteunen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie wordt verleend voor: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de voorbereiding op deelname aan vakwedstrijden, inclusief nationale voorrondes en kwalificatierondes;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de deelname van studenten van een onderwijsinstelling aan de finale van een vakwedstrijd; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>deelname van een mbo-onderwijsinstelling aan WorldSkills en EuroSkills.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het betreft een vakwedstrijd passend bij talentontwikkeling en vakmanschap; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>er is geen sprake van een competitie die (mede) wordt georganiseerd, gefinancierd of inhoudelijk bepaald door bedrijven met het primaire doel om personeel te werven of hun bedrijfsbelangen te dienen.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.4 Aanvrager </nadruk></al><al>De aanvrager is een mbo, hbo of wo-onderwijsinstelling die fysiek gevestigd is in Overijssel of gevestigd is buiten Overijssel, maar een aanvraag indient voor een nevenvestiging in Overijssel. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie voor de voorbereiding op deelname aan vakwedstrijden, inclusief nationale voorrondes en kwalificatierondes, zoals genoemd in artikel 6.25.3 lid 1 onderdeel a bedraagt een vast bedrag per onderwijsinstelling. De artikelen 1.2.6 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Voor de subsidie aan vakwedstrijden zoals opgenomen in artikel 6.25.3 lid 1 onderdeel b geldt dat de personeelskosten en de kosten van derden subsidiabel zijn. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. De kosten die voor subsidie in aanmerking komen zijn: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de kosten voor de voorbereiding die noodzakelijk is voor deelname, zoals training en coaching en het vrijmaken van personeel en docenten, locatie en materiaal; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>reis- en verblijfkosten van deelnemers en begeleiders.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Voor de subsidie voor de deelname van Mbo-instellingen WorldSkills en EuroSkills, zoals genoemd in artikel 6.25.3 lid 1 onderdeel c geldt een vast bedrag per jaar. De artikelen 1.2.6 tot en met 1.2.9 zijn niet van toepassing. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.6 Hoogte van de subsidie </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie voor de voorbereiding op deelname aan vakwedstrijden, zoals genoemd in artikel 6.25.3 lid 1 onderdeel a, inclusief voorrondes en kwalificatierondes is een vast bedrag van </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>€ 2.000,- per onderwijsinstelling per jaar voor de voorbereiding van een Europese vakwedstrijd;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>€ 2.000,- per onderwijsinstelling per jaar voor de voorbereiding van een Mondiale vakwedstrijd.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie voor deelname aan de finale van een vakwedstrijd als bedoeld in artikel 6.25.3 lid 1 onderdeel b bedraagt maximaal 100% van de kosten en maximaal: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>€ 7.500,- per onderwijsinstelling per jaar als sprake is van deelname aan een Europese vakwedstrijd; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>€ 10.000,- per onderwijsinstelling, per jaar als sprake is van deelname aan een mondiale vakwedstrijd. </al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De subsidie voor deelname van Mbo-onderwijsinstellingen aan WorldSkills of EuroSkills zoals genoemd in artikel 6.25.3 lid 1 onderdeel c, bedraagt maximaal € 15.000,- per onderwijsinstelling per jaar. De maximale subsidie van € 15.000,- kan worden verlaagd als gevolg van de evenredige verdeling, bedoeld in artikel 6.25.8, tweede lid, onderdeel c. De subsidie is aanvullend op de subsidie voor deelname aan vakwedstrijden. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.7 Subsidieaanvraag </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidieaanvraag kan het hele jaar door ingediend worden. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Lid 1 geldt niet voor de subsidieaanvraag voor deelname van mbo onderwijsinstellingen aan WorldSkills en EuroSkills. De subsidieaanvraag voor deelname van mbo onderwijsinstellingen aan WorldSkills en EuroSkills kan ingediend worden vanaf 20 mei 2026 om 9.00 uur en moet uiterlijk 1 juli 2026 voor 17.00 uur ontvangen zijn.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Stimuleren deelname aan internationale vakwedstrijden. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Als sprake is van een subsidieaanvraag voor deelname aan vakwedstrijden zoals genoemd in artikel 6.25.3 lid 1 onderdeel b dan levert de aanvrager een begroting in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Er geldt een subsidieplafond voor de jaren 2026 en 2027. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Er geldt een deelplafond voor: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de voorbereiding op deelname aan vakwedstrijden; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de deelname van studenten aan de finale van een vakwedstrijd; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>deelname van Mbo-instellingen aan WorldSkills of EuroSkills. Het beschikbare subsidieplafond wordt evenredig verdeeld over de aanvragen die ingediend zijn binnen de indieningstermijn zoals genoemd in artikel 6.25.7 lid 2 zijn voldoen aan de voorwaarden van deze subsidieregeling. Artikel 1.2.16 lid 2 is niet van toepassing.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.9 Geen staatssteun </nadruk></al><al>De subsidiabele activiteiten leveren geen staatssteun op. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.25.10 Looptijd </nadruk></al><al>Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur. </al><al /><al>Een nieuwe paragraaf 6.26 wordt toegevoegd: </al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">6.26 Provinciale cofinanciering Regio Deal Twente 2026–2029</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.1 Betekenis van begrippen</nadruk></al><al>In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Cofinancieringsverklaring: een document waarin wordt verklaard dat de aanvraag op basis van een eerste scan voldoet aan de voorwaarden van deze cofinancieringsregeling. Deze verklaring is niet juridisch bindend en hieraan kunnen geen rechten worden ontleend.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Cofinancieringsregeling: deze provinciale subsidieregeling.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Regio Deal Twente: het convenant Regio Deal Twente II Bruto Twents Geluk, gesloten tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de provincie Overijssel en de Twente Board om de kwaliteit van leven, wonen en werken in Twente te versterken.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.2 Doel van de subsidieregeling</nadruk></al><al>Met deze subsidieregeling draagt de provincie bij aan de uitvoering van de Regio Deal Twente 2023–2029 door provinciale cofinanciering beschikbaar te stellen voor de projecten die een rijksbijdrage ontvangen vanuit de Regio Deal Twente. Hiermee wordt bijgedragen aan het versterken van de brede welvaart en het verbeteren van de kwaliteit van leven, wonen en werken in Twente.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.3 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie wordt verstrekt als provinciale cofinanciering voor projecten die een Rijksbijdrage ontvangen op basis van de Regio Deal Twente. Deze subsidieregeling is voor de volgende actielijnen: </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Actielijn 1: ‘Verduurzamen en ontwikkelen bedrijfslocaties’; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Actielijn 2: ‘Een toekomstbestendig mkb bedrijfsleven samen’;</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Actielijn 5: ‘Zorg voor ouderen gericht op langer zelfstandig wonen’ en </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Actielijn 6: ‘Preventie en aanpak chronische ziektebeelden’.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De activiteiten vinden plaats in Twente. Als dat niet het geval is, zijn de effecten volledig of grotendeels merkbaar in Twente.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De uitvoering van de activiteiten mag gestart zijn nadat het project door de Twente Board is aangemerkt als Regio Deal-project. Artikel 1.2.3 is niet van toepassing.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Lid 3 is niet van toepassing als sprake is van staatssteun. Als sprake is van staatssteun dan start het project pas nadat de aanvraag is ingediend.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De resultaten van de activiteiten dragen voldoende bij aan één of meerdere provinciale doelen, investeringsvoorstellen of provinciale programma’s.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>De subsidie wordt niet verleend als de activiteiten niet passen binnen de provinciale regels voor de fysieke leefomgeving zoals opgenomen in de geldende Omgevingsverordening Overijssel.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.4 Aanvrager</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvrager is geen natuurlijk persoon.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvraag wordt ingediend door dezelfde aanvrager als die de Rijksbijdrage voor het Regio Deal project heeft aangevraagd.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen</nadruk></al><al>De personeelskosten en kosten van derden die samenhangen met de uitvoering van het Regio Deal project zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie bedraagt maximaal het bedrag dat in de cofinancieringsverklaring is opgenomen. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Gedeputeerde Staten kunnen besluiten minder subsidie te verlenen dan gevraagd, als de mate van bijdrage aan provinciale doelen daartoe aanleiding geeft.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.7 Aanmelding voor beleidstoets en cofinancieringsverklaring</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De provincie verstrekt een cofinancieringsverklaring op basis van een aanmelding en een eerste beleidstoets.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Aanmelding vindt plaats via de subsidiepagina van deze subsidieregeling. De aanvrager levert een concept projectplan en bijbehorende begroting aan.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De cofinancieringsverklaring wordt niet verstrekt als voor de activiteiten een bestaande provinciale subsidieregeling beschikbaar is.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De cofinancieringsverklaring wordt niet verstrekt als de activiteiten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>onvoldoende bijdragen aan provinciale doelen of programma’s; of</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>niet passen binnen de geldende Omgevingsverordening Overijssel.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.8 Aanvraag</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvraag kan het hele jaar door worden ingediend.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Provinciale cofinanciering Regio Deal Twente 2026-2029.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De provincie gebruikt voor de beoordeling de gegevens die bij de Regio Deal aanvraag zijn ingediend. Aanvullende documenten hoeven niet te worden aangeleverd, tenzij noodzakelijk voor staatssteuntoetsing.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.9 Beschikbaar budget</nadruk></al><al>Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 tot en met 2029.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.10 Subsidieverlening, voortgang en vaststelling</nadruk></al><al>Bij subsidieverlening, voortgang en vaststelling sluit de provincie zoveel mogelijk aan bij de procedures voor de Rijksbijdrage binnen de Regio Deal Twente, paragraaf 6.14 van dit Uitvoeringsbesluit. Als sprake is van een Sisa verantwoording, wordt hierop aangesloten volgens artikel 6.14.13.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.11 Aanvullende verplichtingen</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidieontvanger is verplicht de activiteiten uiterlijk 31 december 2029 uitgevoerd te hebben.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De provincie kan aanvullende doelgebonden verplichtingen opleggen als dit nodig is om beter bij te dragen aan provinciale doelen of opgaven.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.12 Staatssteun</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Bij besteding van de subsidie zijn gemeenten, provincies en waterschappen verplicht de Europese regels voor aanbesteding en staatssteun te volgen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Er is geen sprake van staatssteun als de subsidie onder de Algemene De-minimisverordening kan worden verleend. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Als sprake is van staatssteun dan voldoet de subsidie aan artikel 18, 25, 26, 26 bis, 27, 28, 29, 31, 35, 38, 41, 48, 49, 56 van de AGVV.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.26.13 Looptijd</nadruk></al><al>Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2029 om 17.00 uur.</al><al /><al>Een nieuwe paragraaf 6.27 wordt toegevoegd: </al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">6.27 Leerkringen slimmer werken </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.1 Betekenis van de begrippen </nadruk></al><al>In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Industrie: ondernemingen met een fysiek voortbrengingsproces waarmee fysieke producten, halffabricaten, modules of onderdelen worden vervaardigd, verwerkt, in elkaar gezet (geassembleerd), gedemonteerd, gerepareerd, opgeknapt (refurbished), gerecycled of anderszins hergebruikt. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Leerkring Slimmer werken: gestructureerd leer- en verbeterprogramma gericht op het verhogen van arbeidsproductiviteit door sociale innovatie. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Sociale innovatie: de vernieuwing van de arbeidsorganisatie en maximale benutting van vaardigheden (competenties), gericht op verbetering van de bedrijfsprestaties en ontplooiing van talent. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.2 Doel van de subsidieregeling </nadruk></al><al>Met deze subsidieregeling wil de provincie mkb-ondernemingen in de sector industrie stimuleren om te innoveren door deel te nemen aan een Leerkring slimmer werken. Slimmer werken door sociale innovatie is belangrijk, omdat nieuwe technologie pas echt zorgt voor hogere arbeidsproductiviteit als de organisatie, interne samenwerking en vakkennis in bedrijven goed zijn ingericht. Alleen dan kunnen medewerkers de technologie goed gebruiken. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>1. De subsidie wordt verleend voor het opzetten, organiseren en uitvoeren van een leerkring slimmer werken, in combinatie met uitvoering van maatregelen op het gebied van sociale innovatie uitvoeren die voortkomen uit het leerproces in de leerkring. Dit kan bijvoorbeeld gaan om anders samenwerken, medewerkers betrekken bij het verbeteren van werkprocessen, nieuwe manieren van leidinggeven of het anders verdelen van taken. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Een leerkring slimmer werken voldoet aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het is voor mkb-ondernemingen in de sector industrie met een fysieke vestiging in Overijssel; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het richt zich op het verhogen van arbeidsproductiviteit door sociale innovatie; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het draagt aannemelijk bij aan het verhogen van arbeidsproductiviteit bij de deelnemende Overijsselse mkb bedrijven in de sector industrie; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>het bevat een duidelijk gestructureerd leerprogramma dat aansluit bij de behoefte van de deelnemende bedrijven; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>het wordt begeleid door een deskundige en ervaren begeleider (facilitator); </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>het bestaat uit een samenwerking van 7 tot 10 mkb- ondernemingen, fysiek gevestigd in Overijssel; </al></li><li><li.nr>g.</li.nr><al>het is aannemelijk dat de leerkring gaat werken aan een vergelijkbare of gedeelde leervraag, of aan een gezamenlijke vraag met een logisch verband, en dat dit leidt tot het invoeren van concrete maatregelen binnen de deelnemende bedrijven. </al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De subsidie wordt alleen verleend als de deelnemende ondernemingen bereid zijn om de tijdens de leerkring opgedane kennis en ervaring na afloop te delen met andere ondernemingen. Dit kan bijvoorbeeld door het geven van demonstraties, het optreden als ambassadeur of door het leveren van een andere vorm van maatschappelijke tegenprestatie. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.4 Aanvrager </nadruk></al><al>De aanvrager is de organisatie die de Leerkring slimmer werken organiseert, begeleidt en uitvoert. De aanvrager is daarnaast ook: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een onderwijs- of kennisinstelling, innovatiecentrum, een ondernemersloket, een ZZP'er, adviesbureau of een samenwerkingsverband van de hiervoor genoemde partijen; en </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel; en </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>heeft aantoonbaar ervaring met het organiseren van leerkringen voor het Mkb in de sector industrie en ervaring op het gebied van sociale innovatie. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Alleen de volgende kosten komen voor de subsidie in aanmerking: inzet van experts, trainers, begeleiders (facilitators), procesbegeleiding, scans of methodieken voor leren en implementatie, huur van externe locatie, catering, vergaderfaciliteiten, reiskosten, kosten voor communicatie, verslaglegging en monitoring en inhuur van expertise voor het uitvoeren van de maatregelen bij de deelnemende bedrijven. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>kosten van de aanvrager om deelnemende bedrijven te werven; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de kosten van de deelnemers voor de aanschaf- en installatie van technische machines, installatie en voorzieningen. Artikel 1.2.7 lid 1 onderdelen b en c zijn niet van toepassing. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.6 Hoogte van de subsidie </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie is maximaal € 100.000,- per leerkring. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De subsidie voor facilitaire kosten, zoals kosten voor externe locatieverhuur, catering, vergaderfaciliteiten en reiskosten bedraagt in totaal maximaal 10% van de totale subsidie. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Een aanvrager mag maximaal 2 keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.7 Subsidieaanvraag </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidieaanvraag kan het hele jaar worden ingediend. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Leerkringen slimmer werken. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De aanvrager levert aanvullend ook de volgende stukken in: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een projectplan; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>deelnemersverklaringen van de deelnemende ondernemingen; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de-minimisverklaringen van de deelnemende ondernemingen als bedoeld in artikel 6.27.10. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling </nadruk></al><al>Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.9 Aanvullende verplichtingen </nadruk></al><al>De subsidieontvanger is verplicht: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteiten binnen 12 maanden na datum van de subsidieverlening te hebben afgerond; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>bij alle deelnemende ondernemingen maatregelen Sociale innovatie uit te voeren die voortkomen uit het leerproces in de leerkring en de voortgang ervan gedurende het traject te monitoren; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>samen te werken met andere leren van elkaar kringen door middel van minstens 1 kennisbijeenkomst met de andere leerkringen; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>bij de selectie van bedrijven en bij de diagnose te werken volgens een bewezen (evidence based) methode; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>mee te werken aan de evaluatie uitgevoerd door de provincie. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.10 Geen staatssteun </nadruk></al><al>Als sprake is van staatssteun dan moet de subsidie voldoen aan de Algemene De-minimisverordening. Artikel 1.2.10 lid 4 is van toepassing. Alleen een onderneming die nog voldoende De-minimisruimte heeft kan deelnemen en de betreffende ondersteuning ontvangen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 6.27.11 Looptijd </nadruk></al><al>Deze subsidieregeling vervalt op 30 november 2027 om 17.00 uur.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">7.2 Restauratie Rijksmonumenten</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 7.2.1 Betekenis van de begrippen</nadruk></al><al>Het begrip ‘ANBI’ komt te vervallen. </al><al /><al>Aan het begrip ‘Groen monument’ wordt achteraan de zin toegevoegd: , dat is opgenomen in het landelijke Monumentenregister. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.2.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><al>Lid 2, onderdeel d komt als volgt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>d.</li.nr><al>voor de restauratie is een inspectierapport opgesteld. Het inspectierapport beschrijft de technische of fysieke staat van een rijksmonument of zelfstandig onderdeel daarvan. Het inspectierapport is opgesteld door een onafhankelijke, deskundige persoon of instantie. Het inspectierapport is op het moment van de subsidieaanvraag niet ouder dan twee jaar; </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.2.6 Tenderregeling</nadruk></al><al>Dit artikel komt te vervallen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.2.7 Subsidieaanvraag</nadruk></al><al>Lid 1 komt als volgt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidieaanvraag kan worden ingediend vanaf 7 september 2026 9.00 uur. </al></li></lijst><al>Lid 3 onderdeel b komt als volgt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>b.</li.nr><al>een dekkingsplan. In het dekkingsplan geeft u aan welke inkomsten u van anderen verwacht en welke eigen bijdrage u voor de activiteiten inbrengt; </al></li></lijst><al>Lid 3 onderdeel g komt als volgt te luiden: </al><lijst><li><li.nr>g.</li.nr><al>een vergunning van de gemeente voor de uit te voeren werkzaamheden als die al verleend is. Of een verklaring van de gemeente waaruit blijkt dat de werkzaamheden niet vergunning plichtig zijn. Of een bewijsstuk van de indiening van de vergunningaanvraag. </al></li></lijst><al>Lid 4 komt te vervallen</al><al>Lid 5 komt te vervallen</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.2.8 Beschikbaar budget voor de subsidieregeling </nadruk></al><al>De tekst van het artikel komt als volgt te luiden: </al><al>Het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.2.12 Aanvullende verplichtingen</nadruk></al><al>Onderdeel a komt te vervallen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.2.14 Looptijd</nadruk></al><al>‘2026’ komt te luiden: 2027</al><al /><al><nadruk type="vet">Puntentabel 1, bij paragraaf 7.2 Restauratie Rijksmonumenten</nadruk></al><al>De puntentabel komt te vervallen. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">7.10 Vernieuwing sociale kwaliteit</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 7.10.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Lid 1. |Toegevoegd wordt: Dit percentage kan verhoogd worden tot 90% als de eigen bijdrage bestaat uit de inzet van vrijwilligersuren. In artikel 7.10.7 is de wijze van berekening van de vrijwillige inzet opgenomen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.10.7 Eigen bijdrage</nadruk></al><al>De laatste zin komt te vervallen. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">7.23 Kader cultuur en erfgoed 2025-2028</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Bijlage 1: Tabel 1 bij 7.23 Kader culturele en erfgoedinstellingen Overijssel 2025 tot en met 2028</nadruk></al><al /><al><nadruk type="vet">De inhoud van de rij ‘De Fundatie’ komt als volgt te luiden: </nadruk></al><al /><table frame="all"><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colwidth="12*" /><colspec colname="col2" colwidth="15*" /><colspec colname="col3" colwidth="16*" /><colspec colname="col4" colwidth="16*" /><colspec colname="col5" colwidth="15*" /><colspec colname="col6" colwidth="15*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al>De Fundatie</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 6.612.536,-</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.326.884,00</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 1.791.884,00</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 1.881.884,0</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 1.881.884,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al>De inhoud van de totaalrij komt als volgt te luiden: </al><table frame="all"><tgroup cols="6"><colspec colname="col1" colwidth="10*" /><colspec colname="col2" colwidth="19*" /><colspec colname="col3" colwidth="16*" /><colspec colname="col4" colwidth="20*" /><colspec colname="col5" colwidth="19*" /><colspec colname="col6" colwidth="19*" /><tbody><row><entry colname="col1"><al>Totaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 39.769.404,00</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 9.615.601,00</al></entry><entry colname="col4"><al>€ 9.990.601,00</al></entry><entry colname="col5"><al>€ 10.080.604,00</al></entry><entry colname="col6"><al>€ 10.080.604,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">7.24 Cultuureducatie Overijssel 2025-2028 </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 7.24.8 Subsidieaanvraag</nadruk></al><al>Lid 1 komt als volgt te luiden: 1. De aanvraag voor de jaren 2027 en 2028 kan ingediend worden vanaf 1 november 2024 om 9.00 uur en moet uiterlijk 31 december 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">7.25 Fysieke investeringen leefbaar platteland</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 7.25.1 Betekenis van begrippen</nadruk></al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Gebied Engbertsdijksvenen: het Natura2000-gebied Engbertsdijksvenen plus de dorpen Kloosterhaar, Sibculo, Westerhaar Vriezenveensewijk, De Pollen, West Geesteren, Bruinehaar en Langeveen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.25.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen</nadruk></al><al>Aan lid 1 wordt een nieuw lid c toegevoegd:</al><lijst><li><li.nr>c.</li.nr><al>een klein project in Gebied Engbertsdijksvenen.</al></li></lijst><al>Lid 4 onderdeel a. komt als volgt te luiden:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>alleen procesactiviteiten, zonder dat deze leiden tot een fysieke maatregel. Daarvoor gelden de subsidieregelingen 7.21 Dorpsplannen en 7.22 Uitwerken initiatief leefbaar platteland. Dit geldt niet voor aanvragen voor het Gebied Engbertsdijkvenen. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.25.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Aan lid 1 wordt toegevoegd: Dit percentage kan verhoogd worden tot 75% als de eigen bijdrage bestaat uit de inzet van vrijwilligersuren. In artikel 7.25.7. lid 1 is de wijze van berekening van de vrijwillige inzet opgenomen.</al><al /><al>Een nieuw lid 3 wordt toegevoegd, dat luidt:</al><lijst><li><li.nr>3.</li.nr><al>Voor aanvragen voor het Gebied Engbertsdijksvenen geldt een maximum van 90% van de subsidiabele kosten en bedraagt de subsidie maximaal € 70.000,-. Dit percentage kan verhoogd worden tot 100% als de eigen bijdrage bestaat uit de inzet van vrijwilligersuren. In artikel 7.25.7. lid 1 is de wijze van berekening van de vrijwillige inzet opgenomen.</al></li></lijst><al>Een nieuw lid 4 wordt toegevoegd, dat luidt: </al><lijst><li><li.nr>4.</li.nr><al>De subsidie is een maximumbedrag. In afwijking van artikel 1.2.17 wordt de subsidie vastgesteld op het verleende subsidiebedrag, tenzij er sprake is van winst. In geval van winst wordt de subsidie vastgesteld volgens artikel 7.25.13.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.25.7 Eigen bijdrage</nadruk></al><al>Lid 1: de laatste zin komt te vervallen. </al><al /><al>Aan lid 2 wordt een zin wordt toegevoegd: Dit geldt niet voor aanvragen voor het Gebied Engbertsdijksvenen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.25.8 Subsidieaanvraag</nadruk></al><al>Lid 1 komt als volgt te luiden:.</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Een aanvraag kan worden ingediend:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>voor een klein project vanaf 2 december 2024 9.00 uur,</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>voor een groot project vanaf 6 mei 2025 9.00 uur, en</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>voor een klein project in het Gebied Engbertsdijksvenen vanaf 15 juni 2026 9.00 uur.</al></li></lijst></li></lijst><al>Lid 5 onderdeel b: Toegevoegd wordt de zin: Dit geldt niet voor aanvragen voor activiteiten in het Gebied Engbertsdijksvenen. </al><al /><al>Lid 6: Toegevoegd wordt de zin: Dit geldt niet voor aanvragen voor activiteiten in het Gebied Engbertsdijksvenen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.25.9 Beschikbaar budget voor de regeling</nadruk></al><al>Onderdeel e.: De punt achter ‘Grote projecten’ wordt een puntkomma</al><al /><al>Een nieuw onderdeel f wordt toegevoegd, dat luidt: </al><lijst><li><li.nr>f.</li.nr><al>kleine projecten in het Gebied Engbertsdijksvenen.</al></li></lijst><al>Een nieuw artikel 7.25.13 wordt toegevoegd, dat luidt: </al><al><nadruk type="vet">Artikel 7.25.13 Vaststelling subsidie</nadruk></al><al>Als uit de cumulatieve winst- en verliesrekening blijkt dat er sprake is van exploitatiewinst, dan wordt de subsidie lager vastgesteld. In dat geval wordt het volgende bedrag op de subsidie in mindering gebracht: het subsidiepercentage uit de subsidieverlening x de exploitatiewinst over de periode 2025 tot en met 2028. Dit geldt voor alle subsidies die zijn verleend op grond van deze regeling en waarbij sprake is van subsidieverlening onder toepassing van de AGVV. </al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">7.26 Sociale hypotheek 2025-2026</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 7.26.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><al>Toegevoegd wordt: Dit percentage kan verhoogd worden tot 100% als de eigen bijdrage bestaat uit de inzet van vrijwilligersuren. In artikel 7.26.7 is de wijze van berekening van de vrijwillige inzet opgenomen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.26.7. Eigen bijdrage</nadruk></al><al>De laatste zin komt te vervallen. </al><al /><al>Een nieuwe paragraaf wordt toegevoegd: </al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">7.30 Debuutregeling cultuursector</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.1 Betekenis van de begrippen </nadruk></al><al>In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Culturele professional: maker of kunstenaar of een groep van bij elkaar horende makers of kunstenaars (zoals een band of een theatergezelschap), die een beroepspraktijk uitoefent waarin het scheppen, ontwikkelen, en presenteren van artistieke, ontwerpende of innovatieve uitingen centraal staat en die ingeschreven is bij de Kamer van Koophandel. De professional is werkzaam op het terrein van minstens één van de volgende kunstdisciplines: muziek, theater, dans, beeldende kunst en vormgeving, film, nieuwe media of literaire cultuur of een combinatie hiervan.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Debuut: eerste eigen product waarmee de artistieke signatuur van de maker of groep van makers tot uiting komt. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Eigen product: product of culturele uiting die eigendom wordt en blijft van de subsidieaanvrager en, indien van toepassing, onder eigen label wordt geproduceerd. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Nieuwe maker: bij de Kamer van Koophandel ingeschreven culturele professional die nog niet langer dan twee jaar actief is in de discipline waarvoor wordt aangevraagd. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Artistieke signatuur: kenmerkende artistieke stijl of eigenschap, waaraan de maker of groep van makers herkenbaar is en waarmee deze zich onderscheidt van anderen. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.2 Doel van de subsidieregeling </nadruk></al><al>Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan een ondernemende, weerbare en wendbare culturele sector om hoogwaardig cultureel aanbod te kunnen blijven bieden. Met deze regeling ondersteunen wij nieuwe makers door subsidie te verstrekken om hun eigen artistieke signatuur, zichtbaarheid en vindbaarheid te vergroten. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie wordt verleend voor het ontwikkelen en maken van een eerste eigen product (debuut) om hiermee een eigen artistieke signatuur en zichtbaarheid en vindbaarheid van de nieuwe maker te vergroten. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De activiteit en de aanvrager voldoen aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de aanvraag bevat alle elementen als opgenomen in artikel 7.30.8 en met de beschrijving wordt aannemelijk gemaakt dat de eigen artistieke signatuur en de zichtbaarheid en vindbaarheid van de maker worden vergroot door de (inzet van de) subsidie; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>voor het eigen product is niet eerder provinciale subsidie ontvangen. </al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Het presenteren van een bestaand eigen product of productie aan publiek komt niet in aanmerking voor de subsidie.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.4 Aanvrager </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvrager is een nieuwe maker. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager woont in Overijssel of houdt daar beroepspraktijk. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzondering op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Maximaal 50% van de begrote kosten mag bestaan uit kosten voor apparatuur, workshop, opleiding en coaching. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De reguliere exploitatiekosten bestaande uit bijvoorbeeld de vaste kosten van gebouwen en inventaris, administratiekosten of abonnementen, komen niet in aanmerking voor de subsidie. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.6 Hoogte van de subsidie </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie is maximaal 80% van de subsidiabele kosten. Dit percentage kan verhoogd worden tot 100% als de eigen bijdrage bestaat uit de inzet van vrijwilligersuren. In artikel 7.30.7 is de wijze van berekening van de vrijwillige inzet opgenomen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie is maximaal € 5.000,- per aanvraag. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Een aanvrager kan maximaal 1 keer subsidie ontvangen. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Er wordt maximaal € 5.000,- subsidie worden verleend per product. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.7 Eigen bijdrage </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Minimaal 20% van de begrote kosten wordt betaald met een bijdrage van de aanvrager of derden. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De eigen bijdrage bestaat uit een geldbijdrage en/of uit inzet van eigen uren en daarnaast inzet van uren van vrijwilligers en/of inzet van uren van stagiaires en meewerkende studenten voor een uurtarief van € 15,-. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.8 Subsidieaanvraag </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvraag kan het hele jaar worden ingediend. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Debuutregeling Cultuursector. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing. </al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De aanvrager levert aanvullend zijn/haar artistieke curriculum vitae in, waaruit blijkt waar de aanvrager woont, beroepspraktijk houdt, in welke discipline de aanvrager actief is (geweest) en hoelang. De geboortedatum en Burgerservicenummer worden niet in de cv opgenomen. </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De aanvrager kan tijdens de looptijd van deze subsidieregeling maximaal 1 keer subsidie ontvangen. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.9 Beschikbaar budget voor de regeling </nadruk></al><al>Het subsidieplafond geldt voor de jaren 2026 en 2027. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.10 Aanvullende verplichtingen </nadruk></al><al>De subsidieontvanger is verplicht:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>binnen 12 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend het eigen product klaar te hebben;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het eigen product in eigendom te houden;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de aangeschafte apparatuur in eigendom te houden, dus niet door te verkopen. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.11 Staatssteun </nadruk></al><al>Als sprake is van staatssteun dan voldoet deze aan hoofdstuk 1 en artikel 53 van de AGVV. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.30.12 Looptijd </nadruk></al><al>De subsidieregeling vervalt op 1 december 2027, om 17.00 uur. </al><al /><al>Een nieuwe paragraaf wordt toegevoegd: </al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">7.31 De basisvaardigheden op orde </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.1 Betekenis van de begrippen </nadruk></al><al>In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Bewezen methodiek: methodiek die door een andere organisatie al met succes is toegepast. Het kan bijvoorbeeld gaan om de gezinsgerichte aanpak, interventies voor leesbevordering, etc. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Deskundigheidsbevordering: het opleiden of scholen van professionals die vanuit hun functie in aanraking komen met kinderen en/of hun ouders, zodat zij hun signaleer- en verwijsfunctie goed kunnen invullen; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Gemeente-overstijgend project: aanpak waarbij gemeenten samenwerken om de subsidiabele activiteiten uit te voeren en de resultaten in iedere individuele gemeente toe te passen; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>NT1: mensen die Nederlands als moedertaal hebben; </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>NT2: mensen voor wie Nederlands niet hun moedertaal is, maar hun tweede taal. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.2 Doel van de subsidieregeling </nadruk></al><al>Basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden) zijn essentieel om mee te kunnen doen in de maatschappij. Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan het versterken van de basisvaardigheden van de inwoners van Overijssel. Dit door gemeenten, die een centrale rol hebben bij het signaleren en bestrijden van onvoldoende basisvaardigheden, te ondersteunen in hun aanpak. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie wordt verleend voor één of meer van de volgende activiteiten: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het inzetten van bewezen methodieken ter verbetering van basisvaardigheden; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het verbeteren van het (boven)lokale netwerk voor signalering en het ondersteunen van inwoners met onvoldoende basisvaardigheden (sociale kaart) en het uitvoeren van deskundigheidsbevordering; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het uitvoeren van deskundigheidsbevordering. </al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Alle activiteiten voldoen aan de voorwaarde dat de activiteiten een incidenteel project betreffen. Dit betekent dat het project een duidelijk begin en eind heeft. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De activiteit inzetten van bewezen methodieken voldoet aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteit richt zich in hoofdzaak op kinderen in de leeftijd van 0-12 jaar en volwassenen in hun rol van ouder; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de focus van het project ligt op de NT1 doelgroep. </al></li></lijst></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De activiteit deskundigheidsbevordering voldoet aan de aanvullende voorwaarde dat de meerderheid van de deelnemers professionals zijn die vanuit hun functie in aanraking komen met kinderen van 0-12 jaar en/of volwassenen in hun rol van ouder. </al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>reguliere taken van de aanvrager en/of samenwerkende partijen op het gebied van basisvaardigheden, zoals reguliere bijscholing; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>op zichzelf staande bewustwordingscampagnes; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>activiteiten die zich uitsluitend richten op de NT2-doelgroep; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>activiteiten die zich richten op volwassenen zonder dat deze van belang zijn voor hun rol als ouder. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.4 Aanvrager </nadruk></al><al>De aanvrager is een Overijsselse gemeente of de aanvrager is een individuele Overijsselse gemeente die als aanvrager of penvoerder namens een samenwerkingsverband van samenwerkende gemeenten optreedt. In afwijking van artikel 1.2.13 lid 7 onderdeel a is een samenwerkingsovereenkomst niet noodzakelijk. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De kosten van reguliere of wettelijke taken op het gebied van basisvaardigheden, komen niet in aanmerking voor de subsidie. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.6 Hoogte van de subsidie </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie is maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 15.000,- per aanvrager. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie is maximaal 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 20.000,- per aanvrager als er sprake is van een gemeente-overstijgend project, waarbij minimaal 2 gemeenten aanvrager zijn. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager ontvangt zelfstandig of als lid van een samenwerkingsverband tijdens de looptijd van deze regeling één keer subsidie op basis van deze subsidieregeling.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.7 Eigen bijdrage </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Minimaal 50% van de begrote kosten voor een niet-gemeente-overstijgend en minimaal 25% van een gemeente-overstijgend project, worden betaald met een bijdrage van de aanvrager of derden. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De eigen bijdrage bestaat uit een geldbijdrage en/of uit inzet van eigen uren van de gemeente of samenwerkingspartner van de gemeente. Het uurtarief dat subsidiabel is staat in artikel 1.2.6 lid 1 onderdeel a of b. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.8 Subsidieaanvraag </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvraag kan ingediend worden vanaf 18 mei 2026 9.00 uur en moet uiterlijk 3 juli 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier De basisvaardigheden op orde.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.9 Beschikbaar budget voor de regeling </nadruk></al><al>Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode 18 mei 2026 -3 juli 2026. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.10 Aanvullende verplichtingen </nadruk></al><al>De subsidieontvanger is verplicht: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>als er sprake is van een gemeente-overstijgend project, het eindresultaat toe te passen in alle betrokken gemeenten;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de activiteiten voor 31 december 2027 uit te voeren;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de activiteiten voor 31 december 2026 te starten. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.31.11 Looptijd </nadruk></al><al>De subsidieregeling vervalt op 1 december 2027, om 17.00 uur. </al><al /><al>Een nieuwe paragraaf 7.33 wordt toegevoegd:</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">7.33 Kleine maatschappelijke initiatieven </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.1 Betekenis van de begrippen </nadruk></al><al>In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd. </al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Draagvlak: de mate van steun, acceptatie en betrokkenheid van (een groep) mensen bij een plan. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Erfgoed: monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen, gewoonten, gebruiken, sociale praktijken, feesten en ambachten die kenmerkend zijn voor de lokale identiteit. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Leefbaarheid: de mate waarin de leefomgeving aansluit bij de voorwaarden en behoeften die er door de inwoners aan worden gesteld. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Lokale identiteit: de ruimtelijke kenmerken van de plek en de gezamenlijke gebruiken van de bewoners. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Maatschappelijk initiatief: een sociaal of erfgoed initiatief dat de sociale samenhang en betrokkenheid bij een gemeenschap versterkt en een collectief belang dient. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Openbaar toegankelijk: bezoekers hebben geen betaald toegangsbewijs of lidmaatschap nodig om deel te nemen aan de activiteiten of de betreffende locatie te bezoeken. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Sociale cohesie: de mate waarin (groepen) mensen in Nederland zich met elkaar en met allerlei instanties verbonden voelen en dat ook in hun gedrag laten zien. Sociale cohesie heeft grote invloed op de leefbaarheid. </al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Verbondenheid met de plek: het gevoel van thuis horen op een plek. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.2 Doel van de subsidieregeling </nadruk></al><al>Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan versterking van sociale cohesie, versterking van het behoud en de beleving van erfgoed en versterking van gemeenschapszin. Dit door initiatieven van bewoners die zich hierop richten, financieel te ondersteunen. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie wordt verleend voor een maatschappelijk initiatief dat de sociale cohesie verbetert en/of de lokale identiteit en verbondenheid met de plek vergroot door middel van het inzetten van erfgoed. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteit speelt in op een probleem in of wens uit de samenleving; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de activiteit is samen met een groep inwoners (gebruikers) bedacht en ontwikkeld én wordt in samenwerking met inwoners uitgevoerd. Dit is onderbouwd in de aanvraag; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de activiteit is een zelfstandig uit te voeren activiteit. Als de activiteit onderdeel is van een groter project, dan wordt aangegeven voor welke specifieke onderdeel van het project de subsidie wordt gebruikt; </al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>het project is niet bedoeld om er winst mee te maken; </al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>de activiteiten zijn openbaar toegankelijk; </al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>voor de activiteit is geen subsidie aangevraagd of verstrekt op basis van een andere provinciale subsidieregeling; </al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>reguliere activiteiten van de aanvrager; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>initiatieven voor individuen of individuele ondernemingen; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>activiteiten die strijdig zijn met provinciaal beleid. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.4 Aanvrager </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvrager is een stichting, een vereniging, een BV, een NV, een maatschap, een ZZP-er, een v.o.f., een eenmanszaak, een kerkgenootschap of een particulier. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager is ook de uitvoerder van het initiatief. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Alleen de kosten van derden zijn subsidiabel. Artikel 1.2.6 is niet van toepassing. Dit betekent onder andere dat alleen kosten waarvoor een factuur wordt ontvangen, voor subsidie in aanmerking komen. En dat bijvoorbeeld de eigen uren van de aanvrager niet subsidiabel zijn. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De volgende kosten komen niet in aanmerking voor de subsidie: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>personeelskosten van de aanvrager; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>kosten van gebouwen en inventaris; </al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>compensatie van geleden omzetverlies of vergelijkbare financiële exploitatietekorten. </al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.6 Hoogte van de subsidie </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie is maximaal 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 3.500,- per aanvraag. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager mag maximaal één keer subsidie ontvangen op basis van deze subsidieregeling. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.7 Subsidieaanvraag </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvraag kan ingediend worden vanaf 5 oktober 2026 om 9.00 uur en moet uiterlijk 13 november 2026 vóór 17.00 uur ontvangen zijn. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Kleine maatschappelijke initiatieven. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Het is niet nodig om een begroting in te leveren. Artikel 1.2.13 lid 2 is niet van toepassing. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.8 Beschikbaar budget voor de regeling </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode als opgenomen in artikel 7.33.7 lid 1. </al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Als de totale gevraagde subsidie op de eerste dag dat ingediend kan worden, hoger is dan het subsidieplafond, dan wordt loting toegepast. Door de loting wordt de volgorde bepaald waarin de complete aanvragen worden behandeld. Artikel 1.2.16 lid 2 is dan niet van toepassing. De loting wordt uitgevoerd onder de op die dag ingediende complete aanvragen. De loting wordt uitgevoerd door een notaris. Na de loting worden de aanvragen in de gelote volgorde behandeld door deze te toetsen aan de subsidiecriteria in deze regeling. </al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Als de aanvrager meer dan 1 aanvraag indient, dan wordt de aanvraag die als eerst is ontvangen in behandeling genomen. De andere aanvragen worden afgewezen. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.9 Aanvullende verplichtingen </nadruk></al><al>De subsidieontvanger is verplicht: </al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteit uiterlijk drie maanden na de datum van verlening van de subsidie te starten en binnen twaalf maanden te hebben afgerond; </al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>leerervaringen binnen twaalf maanden na de datum van subsidieverlening te delen met de betrokken samenleving, via het eigen account op de website <extref doc="https://www.samenvoorelkaar.nl/"><nadruk type="ondlijn">Home | Samen Voor Elkaar Overijssel</nadruk></extref>. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.10 Staatssteun </nadruk></al><al>De subsidie levert geen staatssteun op. </al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 7.33.11 Looptijd </nadruk></al><al>De subsidieregeling vervalt op 1 december 2027, om 17.00 uur. </al><al /><al>Een nieuwe paragraaf wordt toegevoegd:</al><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">8.8 Iedereen doet mee! </nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.1 Betekenis van de begrippen </nadruk></al><al>In dit artikel worden vaker voorkomende begrippen uitgelegd.</al><lijst><li><li.nr>-</li.nr><al>Lokaal: uitgevoerd en met impact binnen 1 Overijsselse gemeente.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Bovenlokaal: uitgevoerd in of actief overgedragen naar minimaal 2 Overijsselse gemeenten.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Diversiteit: alle mogelijke verschillen tussen mensen op basis van kenmerken, zoals talent, cultuur, gender, seksuele geaardheid, etniciteit, sociaaleconomische achtergrond, fysieke en verstandelijke mogelijkheden, leeftijd, taal, levensbeschouwing en nationaliteit.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>DGI-doelgroepen: DGI staat voor diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie. DGI-groepen zijn groepen mensen die een vergrote kans lopen om te worden uitgesloten op basis van de kenmerken als genoemd bij diversiteit.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Gelijkwaardigheid: mensen hebben dezelfde rechten en worden gelijk behandeld, ongeacht hun verschillen. Het gaat om wederzijds respect en waardering, waarbij iedereen de kans krijgt om gehoord te worden en deel te nemen op een eerlijke manier.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Inclusie: de manier waarop wordt omgegaan met diversiteit met als resultaat dat alle individuen volwaardig kunnen deelnemen aan het maatschappelijk leven en dit ook als zodanig ervaren.</al></li><li><li.nr>-</li.nr><al>Visie: Iedereen doet Mee – Diversiteit, Gelijkwaardigheid en Inclusie – 2025 – 2028. Deze is te vinden op: https://overijssel.stateninformatie.nl/document/16216432/5#search=%22inclusie%22. </al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.2 Doel van de subsidieregeling </nadruk></al><al>Met deze subsidieregeling wil de provincie bijdragen aan lokale en bovenlokale initiatieven voor een inclusieve samenleving waarin diversiteit wordt gewaardeerd, gelijkwaardigheid de norm is en iedereen mee kan doen. Waarbij er op bovenlokale schaal specifiek wordt ingezet op samenwerking binnen of tussen verschillende DGI-doelgroepen.</al><al>Provincie Overijssel streeft naar een samenleving waarin ieder mens, ongeacht beperking, gender, geaardheid, culturele of etnische achtergrond, religie, opleidingsniveau of sociaaleconomische positie, volwaardig en naar eigen vermogen kan meedoen.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.3 Activiteiten die voor de subsidie in aanmerking komen </nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie wordt verleend voor:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>lokale activiteiten die bijdragen aan diversiteit, gelijkwaardigheid en inclusie, die bijvoorbeeld gericht zijn op het bestrijden van discriminatie en uitsluiting en het vergroten van de zichtbaarheid, emancipatie en sociale acceptatie van DGI-doelgroepen;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>bovenlokale activiteiten die hetzelfde doel hebben als genoemd in onderdeel a.</al></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De activiteiten voldoen aan de volgende voorwaarden:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteiten worden uitgevoerd in Overijssel;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de aanvrager heeft met de uit te voeren activiteiten geen primair winstoogmerk;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de activiteiten zijn openbaar toegankelijk voor iedereen. Dit houdt in dat bezoekers geen betaald toegangsbewijs of lidmaatschap nodig hebben om deel te nemen aan de activiteiten of de betreffende locatie te bezoeken;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>er is uitgewerkt wat het beoogde bereik en de beoogde impact is;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>er is sprake van actieve en gemeentebrede kennisdeling en/of communicatie rondom de activiteit. Berichtgeving naar alleen de eigen achterban is niet voldoende.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De bovenlokale activiteiten voldoen aan de volgende aanvullende voorwaarden:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>er vindt een nieuwe samenwerking plaats waarbij actief wordt samengewerkt met minimaal 1 organisatie die zich richt op een ander geografisch werkgebied of een andere DGI-doelgroep;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>er worden activiteiten uitgevoerd die nog niet eerder door de aanvrager en/of diens samenwerkingspartner zijn uitgevoerd;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>er vindt vrijwillige inzet plaats voor minimaal 10% van de provinciale subsidie. Deze inzet wordt als volgt berekend: 10% van de provinciale subsidie gedeeld door 15 (vrijwillige inzet wordt gewaardeerd op € 15,- per uur);</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>voorafgaand aan het indienen van de aanvraag voor bovenlokale activiteiten heeft een adviesgesprek plaatsgevonden met de provinciale beleidsmedewerker voor DGI.</al></li></lijst></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De volgende activiteiten komen niet in aanmerking voor de subsidie:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>activiteiten die niet passen in of strijdig zijn met de Visie;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>activiteiten die in strijd zijn met artikel 1 van de Grondwet;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>demonstraties, vaste kunstwerken, feesten of buurtactiviteiten;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>activiteiten die gericht zijn op bibliotheken, arbeidsmarkt, laaggeletterdheid en sport, n en, indien daarbij gewenst, andere subsidiemogelijkheden.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.4 Aanvrager </nadruk></al><al>De aanvrager is: een stichting, een vereniging, een BV, een NV, een maatschap, een ZZP’er, een v.o.f., een eenmanszaak of een kerkgenootschap.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.5 Kosten die voor de subsidie in aanmerking komen</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De personeelskosten en de kosten van derden zijn subsidiabel. De artikelen 1.2.5 tot en met 1.2.9 zijn van toepassing. Er gelden geen uitzonderingen op de subsidiabele en niet subsidiabele kosten.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De exploitatiekosten van de aanvrager of samenwerkingspartner, bestaande uit de vaste kosten van gebouwen en inventaris, komen niet in aanmerking voor de subsidie.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Kosten voor bouw en verbouw komen niet in aanmerking voor de subsidie.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.6 Hoogte van de subsidie</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De subsidie voor lokale activiteiten is maximaal 100% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 5.000,- per aanvraag.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidie voor bovenlokale activiteiten is maximaal 100% van de subsidiabele kosten en is maximaal € 15.000,- per aanvraag.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager ontvangt maximaal twee keer subsidie op basis van deze subsidieregeling.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.7 Subsidieaanvraag</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De aanvraag kan ingediend worden vanaf 15 juni 2026 9.00 uur en moet 16 oktober 2026 voor 17.00 uur zijn ingediend.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De aanvrager maakt gebruik van het digitale aanvraagformulier Iedereen doet mee!</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>De aanvrager levert een begroting en een dekkingsplan in. Het is verplicht om het beschikbaar gestelde begrotingsformat te gebruiken. Artikel 1.2.13 is van toepassing.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De aanvrager voor bovenlokale activiteiten levert aanvullend ook de volgende stukken in:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een projectplan, waarin in ieder geval het volgende is uitgewerkt:</al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>wat de aanleiding is voor de activiteiten (maximaal 300 woorden);</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>wat de doelstelling is van de activiteiten, waaronder de beoogde impact;</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>welke nieuwe samenwerking wordt aangegaan;</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>welke nieuwe activiteiten worden uitgevoerd;</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>hoe de activiteiten voor de lange termijn geborgd worden;</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>een planning;</al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>als sprake is van een samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 1.1.3: een samenwerkingsovereenkomst en een staatssteunverklaring van de samenwerkingspartners. Artikel 1.2.13 lid 7 is van toepassing.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.8 Beschikbaar budget voor de regeling</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Het subsidieplafond geldt voor de indieningsperiode die is genoemd in artikel 8.8.7 lid 1. 2. Er geldt een deelplafond voor:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>lokale activiteiten;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>bovenlokale activiteiten.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.9 Aanvullende verplichtingen </nadruk></al><al>De subsidieontvanger is verplicht:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de activiteiten binnen 6 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te starten;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de activiteiten binnen 18 maanden na de datum waarop de subsidie is verleend te hebben uitgevoerd.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.10 Staatssteun </nadruk></al><al>Als sprake is van staatssteun, dan voldoet de subsidie aan de Algemene De-minimisverordening of de De-minimisverordening Landbouw.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 8.8.11 Looptijd </nadruk></al><al>De subsidieregeling vervalt op 1 december 2028, om 17.00 uur.</al><al /><al><nadruk type="vet"><nadruk type="cur">9.1 Maatwerkprojecten provinciale opgaven</nadruk></nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 9.1.11 Staatssteun</nadruk></al><al>Na '21’ wordt toegevoegd: ,22</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr><titel> Inwerkingtreding</titel></kop><al>Dit besluit treedt in werking 1 dag na publicatie in het Provinciaal Blad. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>Gedeputeerde Staten van Overijssel</functie></ondertekening></regeling-sluiting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>