<officiele-publicatie xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="http://technische-documentatie.oep.overheid.nl/schema/op-xsd-2012-3"><metadata><meta name="OVERHEIDop.externMetadataRecord" content="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-8474/metadata.xml" scheme="" /></metadata><kop><titel>PROVINCIAAL BLAD</titel><subtitel>Officiële uitgave van de provincie Noord-Brabant</subtitel></kop><provinciaalblad><kop><titel>Regeling van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 12 mei 2026 tot wijziging van de Subsidieregeling Cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026 in verband met het toevoegen van twee nieuwe paragrafen (Eerste wijziging Subsidieregeling Cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026)</titel></kop><regeling><aanhef><preambule><al><nadruk type="vet">Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant;</nadruk></al><al /><al>Gelet op artikel 2 van de Algemene subsidieverordening Noord-Brabant;</al><al /><al>Overwegende dat het wenselijk is de Subsidieregeling Cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026 te wijzigen in verband met het toevoegen van twee nieuwe paragrafen;</al><al /><al><nadruk type="vet">Besluiten vast te stellen de volgende regeling: </nadruk></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>I</nr><titel>Wijziging Subsidieregeling Cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026</titel></kop><al>De Subsidieregeling Cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026 wordt als volgt gewijzigd:</al><al /><al>A. </al><al>Paragraaf 2 komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">§ 2 Eco-archeologisch onderzoek</nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 2.1 Begripsbepalingen</nadruk></al><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><al><nadruk type="cur">C14-dateringsonderzoek</nadruk>: radiometrische datering waarmee de ouderdom van organisch materiaal wordt bepaald met behulp van koolstof-14 isotopen;</al><al><nadruk type="cur">conservering</nadruk>: combinatie van maatregelen en handelingen, die nodig is voor de consolidatie van een archeologisch object en het tegengaan van geconstateerd verval of het verhinderen van te verwachten verval van een archeologisch object;</al><al><nadruk type="cur">eco-archeologische waarden</nadruk>: archeologische waarden van flora en fauna die goed bewaard zijn gebleven en kwetsbaar zijn;</al><al><nadruk type="cur">OSL</nadruk>: Optically Stimulated Luminescence;</al><al><nadruk type="cur">OSL-dateringsonderzoek</nadruk>: methode van onderzoek waarmee bepaald wordt hoe lang het geleden is dat een object verdwenen is onder de grond;</al><al><nadruk type="cur">programma van eisen</nadruk>: document waarin onderzoekseisen worden opgelegd aan een initiatiefnemer van een ruimtelijk project die voldoen aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie zoals uitgegeven door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer te Gouda;</al><al><nadruk type="cur">ruimtelijk project</nadruk>: natuurproject, waterproject of een ander ruimtelijk project;</al><al><nadruk type="cur">SIKB</nadruk>: Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer te Gouda, organisatie waar overheid en bedrijfsleven samenwerken, verantwoordelijk voor de kwaliteitsborging van de archeologie;</al><al><nadruk type="cur">specialistisch eco-archeologisch onderzoek</nadruk>: onderzoek van plantaardige en dierlijke overblijfselen en van textiel uit archeologische context, dendrochronologie, C14-dateringsonderzoek, isotopenonderzoek en OSL-dateringsonderzoek.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.2 Doel</nadruk></al><al>Deze paragraaf heeft als doel het behoud van eco-archeologische waarden en het behoud van informatie van of uit eco-archeologische waarden, afkomstig uit het archeologisch bodemarchief van de provincie Noord-Brabant.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.3 Doelgroep</nadruk></al><al>Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>waterschappen;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>gemeenten;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>Staatsbosbeheer, stichting Ons Brabants Landschap en Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>universiteiten;</al></li><li><li.nr>e.</li.nr><al>erkende wetenschappelijke instituten;</al></li><li><li.nr>f.</li.nr><al>organisaties die specialistisch eco-archeologisch onderzoek uitvoeren conform het SIKB-protocol 4006, Specialistisch onderzoek.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.4 Subsidievorm</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.5 Subsidiabele activiteiten</nadruk></al><al>Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het uitvoeren van specialistisch eco-archeologisch onderzoek;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het conserveren van eco-archeologische waarden.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.6 Weigeringsgronden</nadruk></al><al>Subsidie wordt geweigerd indien:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het project menselijke skeletonderdelen betreft;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de uitvoering van het project of een onderdeel ervan door het bevoegd gezag verplicht is gesteld aan de initiatiefnemer van een ruimtelijk project;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het bevoegd gezag het project redelijkerwijze had kunnen voorzien en dit had moeten opnemen in een programma van eisen van het archeologisch onderzoek, dat is uitgevoerd in verband met een ruimtelijk project, van na 31 augustus 2007;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>het aangevraagde bedrag meer bedraagt dan de maximale subsidiehoogte, opgenomen in deze paragraaf.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.7 Subsidievereisten</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het project is gericht op:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al>het behoud van eco-archeologische waarden gevonden in de provincie Noord-Brabant; of</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al>het behoud van informatie van of uit eco-archeologische waarden gevonden in de provincie Noord-Brabant en draagt aantoonbaar bij aan de kennis over het klimaat, de flora en fauna, en het menselijk handelen in het verleden;</al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het project wordt uitgevoerd in overeenstemming met de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>het project komt voort uit een ruimtelijk project;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>aan het project liggen ten grondslag:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al>een projectplan, waarin in ieder geval is opgenomen op welke wijze voldaan wordt aan de vereisten in deze paragraaf;</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al>een sluitende begroting, in kalenderjaren uitgesplitst.</al></li></lijst></li></lijst></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Onverminderd het eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.5, onder a, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de opdrachtgever of initiatiefnemer van het ruimtelijk project is:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al>een waterschap;</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al>een gemeente;</al></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al>een terreinbeherende instantie;</al></li></lijst></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>het specialistische eco-archeologische onderzoek wordt uitgevoerd door een afgestudeerd academicus;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de academicus, bedoeld onder b, is verbonden aan:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al>een universiteit;</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al>een erkend wetenschappelijk instituut; of</al></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al>een organisatie die specialistisch eco-archeologisch onderzoek uitvoert;</al></li></lijst></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>aan het project ligt een onderzoeksplan ten grondslag.</al></li></lijst></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Onverminderd het eerste lid, wordt, om voor subsidie als bedoeld in artikel 2.5, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het conserveren van eco-archeologische waarden wordt uitgevoerd door een persoon die verbonden is aan een organisatie gespecialiseerd in de conservering van organische materialen;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>aan het project ligt een conserveringsplan ten grondslag.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.8 Subsidiabele kosten</nadruk></al><al>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor het project voor subsidie in aanmerking.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.9 Vereisten subsidieaanvraag</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Subsidieaanvragen worden ingediend van 20 mei 2026 tot en met 30 oktober 2026.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een projectplan, waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in artikel 2.7, eerste lid, onder d, wordt voldaan;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een sluitende begroting in kalenderjaren uitgesplitst, waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in artikel 2.7, eerste lid, onder d, wordt voldaan;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een onderzoeksplan wanneer subsidie wordt aangevraagd op grond van artikel 2.5, onder a, waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in artikel 2.7, eerste lid, onder b, wordt voldaan;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>een conserveringsplan wanneer subsidie wordt aangevraagd op grond van artikel 2.5, onder b, waaruit blijkt dat aan de vereisten genoemd in artikel 2.7, eerste lid, onder b, wordt voldaan.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.10 Subsidieplafond</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 2.5 vast op € 40.000.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.11 Subsidiehoogte</nadruk></al><al>De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 2.5, bedraagt 100% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 24.500.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.12 Verdelingswijze</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is, geldt voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats op basis van de percentuele hoogte van de eigen bijdrage en die van derden, waarbij een hoger percentage voorgaat op een lager percentage.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat subsidieaanvragen op een gelijke plaats eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald op basis van de hoogste eigen bijdrage in absolute zin, waarbij een hogere bijdrage voorgaat op een lagere bijdrage.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijke plaats eindigen, vindt rangschikking van die aanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.</al></li><li><li.nr>6.</li.nr><al>In geval van loting als bedoeld in het vijfde lid, wordt de trekking schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt in volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.</al></li><li><li.nr>7.</li.nr><al>In geval van loting als bedoel in het vijfde lid, wordt de subsidie verdeeld over aanvragen die:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>opeenvolgend zijn in de rangschikking; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>die volledig gehonoreerd kunnen worden.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.13 Verplichtingen van de subsidieontvanger</nadruk></al><al>De subsidieontvanger rondt het project af binnen twee jaar na bekendmaking van de beschikking tot subsidieverlening.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.14 Verantwoording</nadruk></al><al>De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een activiteitenverslag;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>beeld- of geluidsmateriaal.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 2.15 Bevoorschotting en betaling</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag en betalen dit in een keer, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Asv.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.16 Subsidievaststelling</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten stellen de subsidie ambtshalve vast grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 2.17 Evaluatie</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten zenden in 2028 aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.</al><al /><al>B. </al><al>Paragraaf 3 komt te luiden:</al><al><nadruk type="vet">§ 3 Instandhouding molens</nadruk></al><al><nadruk type="vet">Artikel 3.1 Begripsbepalingen</nadruk></al><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><al><nadruk type="cur">Asv</nadruk>: Algemene subsidieverordening Noord-Brabant; </al><al><nadruk type="cur">reguliere de-minimis verordening</nadruk>: Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PB L, 2023/2831);</al><al><nadruk type="cur">de-minimissteun</nadruk>: steun die voldoet aan de voorwaarden voor vrijstelling van aanmelding als opgenomen in de reguliere de-minimis verordening;</al><al><nadruk type="cur">inspectierapport</nadruk>: rapport met overzichts- en detailfoto’s, waaruit de technische staat van de molen nauwkeurig blijkt en waarmee de noodzaak van de ingrepen voldoende wordt onderbouwd;</al><al><nadruk type="cur">instandhouding</nadruk>: noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde;</al><al><nadruk type="cur">molen</nadruk>: al dan niet meer voor de oorspronkelijke functie in bedrijf zijnde wind- of watermolen of molenrestant;</al><al><nadruk type="cur">rijksmonument</nadruk>: onroerende zaak die deel uitmaakt van het erfgoed en is ingeschreven in het rijksmonumentenregister, bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet;</al><al><nadruk type="cur">Sim</nadruk>: Subsidieregeling instandhouding monumenten.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3.2 Doel</nadruk></al><al>Deze paragraaf heeft als doel om de instandhouding van molens te stimuleren ter behoud van het Brabantse cultureel erfgoed.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3.3 Doelgroep</nadruk></al><al>Subsidie op grond van deze paragraaf kan worden aangevraagd door:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>natuurlijke personen;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>rechtspersonen.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 3.4 Subsidievorm</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten verstrekken op grond van deze paragraaf projectsubsidies in de vorm van een geldbedrag.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3.5 Subsidiabele activiteiten</nadruk></al><al>Subsidie kan worden verstrekt voor projecten gericht op de instandhouding van molens.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3.6 Weigeringsgronden</nadruk></al><al>Subsidie wordt geweigerd indien:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>het aangevraagde bedrag meer bedraagt dan de maximale subsidiehoogte, opgenomen in deze paragraaf;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>aan de subsidieaanvrager reeds eerder subsidie is verstrekt door Gedeputeerde Staten voor de instandhouding van de molen voor een of meerdere kalenderjaren van het instandhoudingsplan.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 3.7 Subsidievereisten</nadruk></al><al>Om voor subsidie als bedoeld in artikel 3.5 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>de molen is gelegen binnen het grondgebied van de provincie Noord-Brabant;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>de molen is aangewezen als een rijksmonument;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>de subsidieaanvrager beschikt over de beschikking van het Rijk, strekkende tot subsidieverlening op grond van de Sim voor de betreffende molen, inclusief bijlagen inzake het vaststellen van de subsidiabele kosten;</al></li><li><li.nr>d.</li.nr><al>aan het project ligt een door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geaccordeerd instandhoudingsplan ten grondslag, dat betrekking heeft op de periode 2026-2031 en waarin in ieder geval zijn opgenomen:</al><lijst><li><li.nr>1°.</li.nr><al>een specificatie van de aard en omvang van de voorgenomen werkzaamheden;</al></li><li><li.nr>2°.</li.nr><al>een omschrijving van de hiermee beoogde resultaten;</al></li><li><li.nr>3°.</li.nr><al>een actueel inspectierapport dat uiterlijk is opgesteld twee jaar voorafgaand aan de periode van het instandhoudingsplan;</al></li><li><li.nr>4°.</li.nr><al>een sluitende meerjarenbegroting waarin wordt aangegeven in welk jaar de onderscheiden werkzaamheden worden verricht.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 3.8 Subsidiabele kosten</nadruk></al><al>Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie, komen voor subsidie als bedoeld in artikel 3.5, de door het Rijk bij beschikking strekkende tot subsidieverlening op grond van de Sim voor de betreffende molen vastgestelde totale subsidiabele kosten, voor subsidie in aanmerking.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3.9 Vereisten subsidieaanvraag</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Subsidieaanvragen worden ingediend van 20 mei 2026 tot en met 31 november 2026.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>De subsidieaanvraag bevat de volgende bijlagen:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>een beschikking van het Rijk, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 3.7, onder c, wordt voldaan;</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>een door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geaccordeerd instandhoudingsplan, waaruit blijkt dat aan het vereiste in artikel 3.7, onder d, wordt voldaan;</al></li><li><li.nr>c.</li.nr><al>een verklaring, waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager voldoet aan artikel 3, tweede lid, van de reguliere de-minimisverordening.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 3.10 Subsidieplafond</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten stellen het subsidieplafond voor de periode, genoemd in artikel 3.9, eerste lid, vast op € 340.000.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3.11 Subsidiehoogte</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 3.5, bedraagt 20% van de subsidiabele kosten, tot een maximum van € 10.000.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Onverminderd het eerste lid, wordt maximaal een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat over een periode van drie belastingjaren het plafond voor de-minimissteun niet wordt overschreden.</al></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 3.12 Verdelingswijze</nadruk></al><lijst><li><li.nr>1.</li.nr><al>Subsidie wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen.</al></li><li><li.nr>2.</li.nr><al>Indien een subsidieaanvraag nog niet volledig is geldt, voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, de dag waarop de subsidieaanvraag volledig is als datum van binnenkomst.</al></li><li><li.nr>3.</li.nr><al>Dreigt het subsidieplafond op enige dag te worden overschreden, dan vindt rangschikking van de op die dag binnengekomen volledige subsidieaanvragen plaats door middel van loting, in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.</al></li><li><li.nr>4.</li.nr><al>De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris, waarbij de aanvragen worden gerangschikt op volgorde van trekking en de eerst getrokken aanvraag als eerstvolgende in aanmerking komt voor subsidie en de laatst getrokken aanvraag als laatste.</al></li><li><li.nr>5.</li.nr><al>De subsidie wordt verdeeld over aanvragen die:</al><lijst><li><li.nr>a.</li.nr><al>opeenvolgend zijn in de rangschikking; en</al></li><li><li.nr>b.</li.nr><al>die volledig gehonoreerd kunnen worden.</al></li></lijst></li></lijst><al><nadruk type="vet">Artikel 3.13 Verantwoording</nadruk></al><al>De subsidieontvanger toont desgevraagd aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door toezending van een activiteitenverslag.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3.14 Bevoorschotting en betaling</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten verstrekken een voorschot van 100% van het verleende subsidiebedrag en betalen dit in een keer, overeenkomstig artikel 23, tweede lid, van de Asv.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3.15 Subsidievaststelling</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten stellen de subsidie ambtshalve vast op grond van artikel 20, eerste lid, onder b, van de Asv.</al><al /><al><nadruk type="vet">Artikel 3.16 Evaluatie</nadruk></al><al>Gedeputeerde Staten zenden in 2028 aan Provinciale Staten een verslag over de effecten en de doeltreffendheid van deze paragraaf in de praktijk.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>II</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><ondertekening><!--al naar functie elementen vertaald (inhoudelijk gedeeltelijk onjuist)--><functie>’s-Hertogenbosch, 12 mei 2026</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie /><functie>Gedeputeerde Staten voornoemd,</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie /><functie>de voorzitter, </functie><functie>mr. I.R. Adema </functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie /><functie>de secretaris,</functie><functie>drs. G.H.E. Derks MPA</functie></ondertekening><ondertekening><functie /><functie /></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label /><nr /><titel>Toelichting behorende bij de eerste wijziging Subsidieregeling Cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026</titel></kop><al><nadruk type="vet">I. Algemeen</nadruk></al><al /><al>De Eerste wijziging Subsidieregeling cultureel erfgoed Noord-Brabant 2026 strekt tot wijziging van deze subsidieregeling door het invoegen van §2 Eco-archeologisch onderzoek en §3 Instandhouding molens.</al><al /><al>Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,</al><al /><al>de voorzitter, </al><al>mr. I.R. Adema </al><al /><al>de secretaris,</al><al>drs. G.H.E. Derks MPA</al></nota-toelichting></regeling></provinciaalblad></officiele-publicatie>